Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Israël bij de Rode Zee, deel 1

Door William Marrion Branham

1 ... hier in deze samenkomst openen wij de Bijbel nu bij het eerste hoofdstuk van Exodus om vanavond een studie te beginnen. Het is een lange, zeer lange studie en wij proberen het in een paar avonden bijeen te brengen. De reden waarom ik dit doe, is omdat ik geloof dat de opwekking door zal gaan tot en met Pasen en misschien daarna verder. Wij willen nooit teveel in werking zetten tot je voelt dat je goed gaat. Ik geloof daar erg in.

2 Waarom ik hier in deze opwekking ben, weet ik niet. Ik... Het is een volkomen mysterie voor mij. Toen de manager mij vanmiddag opbelde over de samenkomsten daar in Macon, Nashville, en daar in die omgeving... En wij hebben alles afgezegd. Sommige ervan in auditoria die wij al gedurende de laatste drie, vier of vijf jaren geprobeerd hebben te krijgen, waarvan vele plaats bieden aan wel twintigduizend mensen. En wij verlieten de laatste samenkomst (excuseer mij) in Meridian, hadden vijfenveertighonderd mensen binnen en we weten niet hoeveel er nog buiten waren, staande in de regen en stormen en zo, wij... daarbuiten staande. Toen wij Tallahassee verlieten was het hetzelfde, we konden zelfs geen plaats krijgen om de mensen te bergen. En de Heilige Geest zei: "Stop. Ga nu naar huis. Wacht, Ik ben bezig u overzee te zenden." Wel, hier ben ik.

3 Ik schrapte zeven samenkomsten. Ik heb zojuist zeven samenkomsten afgezegd en een ervan was hier in Indiana, Connersville. En een ervan is daarboven in Alberta, Canada, in een grote arena met vijfentwintigduizend zitplaatsen, die wij al geruime tijd probeerden te krijgen. En juist toen wij hem kregen en alles klaar was om een natiewijde tentsamenkomst te beginnen, waar wij misschien dertig-, veertigduizend mensen verwachtten, zei de Heilige Geest: "Stop!" en zond mij vervolgens hier naar de Tabernakel zoals vanavond. Zie? Je moet doen wat Hij je vertelt te doen.

4 U zegt: "Zou je dergelijke aantallen mensen moeten verlaten om naar een kleine nietige Tabernakel te komen?" Welnu, wacht eens even. Wij dienen God. Zie?

5 Filippus verliet een grote opwekking, toen hij heel Samaria in beweging had, en ging buiten de woestijn in, Gaza, en stond daar om één man te vinden en keerde nooit naar de opwekking terug. Is dat juist? Daar in de woestijn, Gaza, vond hij één man, de Ethiopiër. Hij werd bekeerd. En toen hij vandaar terugkeerde, ging hij nooit meer terug naar Samaria waar hij de grote opwekking had.

6 Nu, we zijn inderdaad dankbaar voor de leiding van de Heilige Geest. We moeten gaan zoals we geleid worden. En ik voel mij zeer bepaald geleid om hier in deze samenkomst te komen, om dit te doen. En ik ben maar een kleine...

7 O, excuseer mij, broeder. Hier zijn er ook nog een paar, broeder Fleeman, als u wilt. Misschien brengt u die aan iemand die geen Bijbel heeft. Het Oude Testament, wij studeren hoofdzakelijk in het Oude Testament vanavond, omdat wij het patroon nemen. Steekt uw handen op, u die er een wilt, zodat zij hem naar u kunnen brengen. Brengt uw Bijbels, uw pennen en papier en alles mee, zodat u de tekst kunt noteren.

8 Gisteravond bleven wij een beetje laat. Ik zal proberen mijn best te doen om dat vanavond, zo mogelijk, af te kopen. Ik houd gewoon zoveel van het Woord dat ik, als ik erin ga, er helemaal in opga. Ik geloof dat wij gisteravond gingen van Genesis naar Openbaring, door de hele Bijbel. Ik vergat helemaal de tijd en al het andere.

9 Dit is de eerste keer dat ik een van deze samenkomsten heb gehad gedurende zeven jaren, deze komende week, sinds ik de opwekking sloot in de Tabernakel. Hoevelen herinneren zich wat mijn afscheidsprediking was? "Wie is deze onbesneden Filistijn die probeert de slagorden van de levende God te honen?" Dat was mijn afscheidsprediking in de Tabernakel zeven jaar geleden, deze komende week. Goed, mijn dochtertje was twee weken oud. Ik beloofde God dat als Hij mij zou willen laten blijven totdat zij geboren was, ik daarna zou uitgaan. Sindsdien heb ik steeds gereisd, steeds een avond of twee hier en daar. Zo heeft de Here ons gezegend op een geweldige manier. Er zijn wel zo'n half miljoen zielen bekeerd in onze samenkomst. Denk daar even aan, in zeven jaren! Dat laat het zien. Dertigduizend op één dag. Weet u, dat is wonderbaar. Iedere keer dat ik eraan denk, doet het mij duizelen. Vandaag krijg ik brieven uit Afrika, waarin staat: "Heel zuidelijk Afrika is opnieuw in beroering gebracht, gereed..." Zij willen de datum maar weten waarop wij terug zullen keren. O my.

10 En toen gaf de Here het visioen en zei: "In India zullen driehonderdduizend mensen één samenkomst bijwonen." Noteert u dat en ziet of het juist is of niet.

11 Nu, zoveel daarvan gaat over genezing. Ik probeer mijn gedachten daar nu vanaf te ontspannen om alleen het Woord te onderwijzen. Nu, ik ben daarin maar een mindere kracht, maar ik vertel graag wat ik erover weet.

12 En nu, zondag, zullen wij vragen hebben; zondagmorgen, elke vraag over de Schrift waarover u mijn mening wilt horen. En dus zullen wij deze zondagmorgen zo goed mogelijk vanuit de Bijbel proberen te brengen. Brengt u ze vóór zondagmorgen, uiterlijk zaterdagavond, enige vraag over de Schrift, alles wat uw gedachten in verwarring brengt. Dus zondagmorgen, vragen. Houdt u daarvan? Nu, als u iets hebt en u zegt: "Ik kan niet begrijpen hoe deze dingen zouden kunnen zijn", wel, breng het dan en laten wij zien of wij het eens kunnen worden. Misschien kunnen wij het dan allemaal begrijpen. Ik zal mijn uiterste best doen om het helemaal in lijn met de Schrift te brengen, omdat ik geloof dat het Schriftuurlijk moet zijn, anders is het niet wettig.

13 Nu, gisteravond pakten wij het eerste begin van "de gemeente" op, waar God de belofte deed, aan wie? Aan Abraham, die de vader van ons allen is. Want het was Abraham aan wie de belofte werd gedaan; alleen aan Abraham werd de belofte gedaan, aan hem en zijn zaad. Is dat juist? "Abraham en aan zijn zaad." En zijn zaad waren niet al zijn kinderen, maar "In Izaäk werd zijn Zaad genoemd." Klopt dat? En hier is het gevolg van Abrahams Zaad: Jezus Christus is Abrahams Zaad en wij, die dood zijn in Christus, nemen Abrahams Zaad aan en zijn erfgenamen overeenkomstig de belofte. Amen. God zij geprezen!

14 Wij hier, die al op leeftijd beginnen te geraken... Als een man of vrouw de vijfentwintig jaar passeert, kunt u maar beter onder ogen zien dat uw jeugdige dagen voorbij zijn. En dan te denken aan die heerlijke belofte, naarmate wij de zonsondergang tegemoet gaan. Wat is het? Is het leven geëindigd? O nee. Het leven is nog niet begonnen. O, we gaan pas! Ik wenste slechts dat er een manier was dat wij zouden kunnen neerzitten, totdat de tijd niets meer zou betekenen en er dan gewoon zo in zouden kunnen blijven en die dingen uit de Schriften halen voor de mensen. Zij zijn er, vrienden. Ik kan het door Gods Bijbel en de hulp van de Heilige Geest bewijzen, dat bij ieder van u die in Christus is, wederomgeboren, een dezer dagen die grijze haren zullen veranderen en de rimpels uit uw gezicht zullen gaan. U zult weer terugkeren tot een jonge man of vrouw en voor immer leven met Christus Jezus. Ik kan u laten zien waar God het bewees in de Bijbel, de schaduwen en de merktekenen ervan toonde en het beloofde en erbij zwoer dat Hij het zou doen. Hoe wonderbaar!

     Zal ik mijn vrouw dan liefhebben? Zeker, zelfs meer dan nu. Ik weet niet hoe het mogelijk is, maar ik zal het. Zal zij de mijne zijn? Zeker, zij zal mijn metgezellin zijn. Zij... Er zullen geen kinderen of iets zijn, maar de kinderen die wij hier op aarde hebben, zullen daar met ons zijn, als zij wederomgeboren zijn. Dat is juist. Zou dat niet wonderbaar zijn?

15 Ik dacht vroeger, mama vertelde mij vroeger (excuseer mij, mama, dat was ook voordat u beter wist), dat wij vleugels zouden hebben en daarboven rond zouden vliegen, weet u. En wel, ik houd van eten, drinken, mensen de hand schudden, gemeenschap. Ik dacht: "O my, dat zal dan afgelopen zijn." O nee, ik vond uit dat God mij nooit een engel maakte. Hij maakte mij een mens en ik zal altijd een mens zijn en nooit een engel. Dat is een dwaling. God heeft engelen, zeker; Hij maakte engelen. En Hij maakte Cherubims met vleugels en Hij maakte engelen zonder vleugels.

16 Toen ik deze oude liederen hoorde, toen ik een zondaar was en naar die plaatsen ging, over "een engel met bruine ogen wacht op mij", dacht ik: "O my, een engel!" En ik vond uit dat het een leugen van de duivel is. Er was nooit zoiets. Zie?

17 We zijn absoluut mannen en vrouwen. En wij zullen terugkeren naar deze aarde als mannen en vrouwen. Dat is juist. Dat is Gods leer. Als u die dingen ziet, doet het u Jezus Christus waarderen.

18 Nu, wat wij vanavond proberen te doen, is een schaduw te werpen van wat het Oude Testament was ten opzichte van het Nieuwe Testament. "En al de oude dingen", zegt de Schrift, "waren een type of een schaduw van de toekomende dingen." Nu, een prachtige les vanavond, Exodus. We verlieten de kinderen van Israël gisteravond...

19 Hoe werd Israël genoemd voordat hij zijn naam Israël had? Wie in de klas weet het antwoord? Wie was Israël voordat hem die geestelijke naam werd gegeven? Nu, iemand anders dan een prediker; ik zag een prediker zijn hand opsteken. Goed, iemand anders dan een van u, predikers. [Iemand zegt: "Jakob." – Vert] Jakob, dat is juist. En waarom ontving hij deze geestelijke naam? Wie zegt er iets? [Een broeder zegt: "Overmocht de Engel." – Vert] Overmocht de Engel, en worstelde met Hem en zei: "Ik zal U niet laten gaan tenzij U mij zegent."

20 Zeg, wenst u een geestelijke naam vanavond? Krijg vat op de Heilige Geest en zeg: "Here, ik zal deze Tabernakel niet verlaten tot U mij zegent." Dan zullen de dingen er anders uitzien als u weggaat. Weest u net zo vastbesloten als Jakob. U zult een zegen ontvangen.

21 En let op, Hij raakte zijn heup aan en Jakob liep anders. Amen. Ik hoop dat dat diep doordringt. Als u worstelt met God, zult u daarna anders lopen. Let op. Een sterke... Aan de ene kant van de beek, de kleine rivier, was hij een sterke grote man, weliswaar teruggevallen, weg van God, weglopend van zijn broer, weglopend van God; maar stoer en sterk. En aan de andere kant van de beek, een manke vorst. "Gij zijt een prins voor God, want gij hebt voor God kracht als een prins." Een manke vorst, en hij liep zijn hele leven mank. Hoe God dingen doet! Is Hij niet wonderbaar?

22 Nu, de aartsvaders die wij gisteravond in Genesis verlieten waren de laatsten van de vier aan wie God Zijn belofte gaf; het waren Abraham, Izaäk, Jakob, Jozef. Gods... Wat was het? In Abraham vonden wij gisteravond, ten opzichte van de Christelijke gemeente vandaag, verkiezing, uitverkiezing; en in Izaäk rechtvaardiging; en in Jakob, genade.

23 U zult wel moeten geloven in genade als u Jakobs leven leest. U zult moeten zien dat het verkiezing en roeping was, want, o, wat deed die man een dingen! Maar toch had God hem gezegend. God had hem verteld wat er zou gaan gebeuren, dus riep Hij hem. Maar merkt u op dat, nadat hij worstelde met deze Engel, de dingen er anders begonnen uit te zien. Toen hij voor Farao stond zei hij: "Mijn pelgrimsreis is zoveel jaren geweest." God had hem laten weten dat hij slechts een pelgrim was.

     Nu, en in Jozef, volmaaktheid.

24 Let op, drie stadia: rechtvaardiging door geloof, heiliging door het Bloed, doop van de Heilige Geest; dan volmaaktheid, verheerlijkt. De Bijbel zegt: "Die Hij gerechtvaardigd heeft", dit is voor de geestelijk gezinde, "heeft Hij ook verheerlijkt." Is dat juist? "Die Hij gerechtvaardigd heeft..." Als Hij ons dan nu gerechtvaardigd heeft, zijn wij al verheerlijkt, in Zijn toestand. Niet, Hij zal; Hij heeft verheerlijkt! Zeg, dat is diep, is het niet? Maar dat is wat de Schrift zegt.

25 God vertelde Abraham: "Ik heb u gezegend en Ik heb u tot een vader gemaakt." Niet, "Ik zal." "Ik heb! Ik heb u gemaakt. En u zult tot Mij komen op een oude leeftijd. U zult gered worden. En Ik heb het al gedaan. Ik heb het al gezegd. U hebt er niets mee te maken, het is zonder voorwaarden." God besloot Zijn gemeente te hebben. Dus elke keer dat Hij een verbond sloot met de mens, verbrak de mens zijn verbond en hij doet het vandaag nog. De mens zal altijd zijn verbond met God breken, maar God kan Zijn verbond met de mens niet breken. Dus "Ik zal".

26 U merkt op, toen Hij daar in het begin tot Adam sprak, dat Hij zei: "Nu, doet dit niet en u kunt dit doen en doe dat niet." Adam keerde zich om en brak het. Maar toen God zag dat hij verloren was zei Hij: "Ik zal vijandschap zetten; Ik zal vijandschap zetten tussen uw zaad en het zaad van de slang. En Hij zal de kop vermorzelen en hij zal zijn kop... zal uw hiel vermorzelen."

27 Nu, "Ik zal." Als God zegt dat Hij iets zal doen kunt u verwachten dat het gedaan zal worden. Als de mens zegt dat hij iets zal doen dan weet ik het nog niet zo zeker. Maar God vertelde Abraham: "Ik zal u behouden en uw zaad na u." Niet alleen Abraham, maar heel Abrahams zaad; onvoorwaardelijk! Zeg, als u mij wilt excuseren, ik geloof dat ik een beetje zou kunnen juichen. Kijk! O, u beseft gewoon niet, mensen, wat het betekent. Misschien hebben sommigen van u nooit diep genoeg gedacht om het te begrijpen.

28 God heeft Zijn gemeente reeds verheerlijkt. Degenen die Hij gerechtvaardigd heeft, heeft Hij ook verheerlijkt in de gemeente, in Christus. Als u gerechtvaardigd bent in Christus, bent u al verheerlijkt in Christus voor zover het God betreft.

29 Jezus zei: "Weest gijlieden dan volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is." Hoe zou u ooit volmaakt kunnen zijn? Maar in het aangezicht van Christus is elke wederomgeboren Christen vanavond volmaakt. Ik ben net zo volmaakt in God als Christus was. U ook, elke andere gelovige. Want het is niet mijn heiligheid, het is Zijn heiligheid. God kan de mijne niet aannemen, ik heb er geen. Maar ik kom in Christus, door geloof. En door Christus ben ik in Hem en volmaakt in het aangezicht van God.

30 Kijk! "Door één Geest zijn wij allen gedoopt in één lichaam en worden wij leden van dit lichaam." In Romeinen 8:1 staat: "Er is daarom nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen maar naar de Geest." En een mens die in Christus Jezus is wandelt naar geestelijke dingen. Voor de wereld, haar vleselijke gedachten, is het dwaasheid. Maar voor hen die geloven, is het eeuwig leven. Amen. Daar bent u er. O hoe wonderbaar! Wat kan u dan kwaad doen? U bent in Christus! En net zo zeker als God Jezus uit de dood opwekte, zullen wij in Christus komen. Amen. Ja, wij zullen het, God beloofde het. Want net zo zeker als dat lichaam omhoog gaat, ben ik in dat lichaam. Ik moet ermee opgaan.

31 Nu zegt u: "Gelooft u dan in eeuwige zekerheid, broeder Branham?" Ja, in zekere zin wel. Ik geloof dat de gemeente eeuwig zeker is, de gemeente. God heeft al gezegd dat zij voor Hem zou verschijnen zonder vlek of rimpel, de gemeente. Nu, vervolgens, als u in de gemeente bent, dan bent u verzekerd als u in de gemeente bent.

32 "Hij die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen." Klopt dat? En luister, hier is het Woord erover van de Mens, Jezus Christus, Johannes 5:24: "Hij...", wie dan ook, "Hij die Mijn Woorden hoort en gelooft in Hem die Mij gezonden heeft, heeft (tegenwoordige tijd) eeuwig leven." Dat is niet slechts van de ene samenkomst tot de andere. Eeuwig leven! "En zal niet in het oordeel komen" of veroordeling, nooit uitgeworpen worden, "maar is overgegaan (verleden tijd) van dood in leven." Johannes 5:24, Jezus zei het. "Ik ben het Brood des Levens dat van God uit de hemel komt. Uw vaders aten manna in de woestijn en zijn dood, maar wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken in de laatste dagen." Dat is wat Hij zei.

33 Nu, er zijn velen die beweren daarin te zijn. Er zijn velen die met zichzelf strijden en proberen juist te leven en proberen zich erin te dringen. Ik weet daar niet over. Maar als zij erin zijn, is het net zo gemakkelijk een Christenleven te leven als het is om enig leven te leven, omdat u in Christus bent en niets anders dan gewoon zo vol van de Heilige Geest die u leidt en u tot richtsnoer dient en u aanwijzingen geeft. En wel, zeker zult u fouten maken en vallen, maar u kunt daar niet blijven liggen, net zomin als u van een korenstengel een wilde vijgeboom zou kunnen maken. U kunt het niet. Jezus zei: "Aan hun vruchten zult u hen kennen." U hebt eeuwig leven.

34 Een van de grootste vloeken op de gemeente vandaag is vrees. Iedereen is doodsbang. Het is: "Wat gaat er gebeuren, wie, wat?"

35 Wel, Jezus zei: "Zelfs wanneer vreselijke gezichten komen, heft uw hoofden omhoog en verheugt u, want groot... Uw verlossing is nabij als deze dingen gebeuren."

36 Nu, hoe leidde Hij de gemeente op die reis! Daar in het verleden, zelfs Abraham, Izaäk en Jakob en zij allen, kijk naar de fouten die zij maakten, maar God was met hen: een schaduw. Kijk eens even naar Abraham.

37 Ik weet dat ik heel wat Arminiaanse luisteraars heb vanavond, maar ik wil dit voor u ophelderen.

38 God vertelde aan Abraham, door uitverkiezing en genade: "Ik zal u tot Mij brengen op een hoge leeftijd." Met andere woorden: "Ik ga u behouden. Ik ga u er doorheen brengen. U zult een lang leven hebben. U zult een kind hebben. Niet... Terwijl Sara kinderloos is, zult u een kind gaan hebben. En in dat kind zal Ik de wereld behouden." Nu, voordat Abraham één ding deed om het te verdienen, maar Hij... God riep hem gewoon. Dat was alles.

39 Hij was gewoon een Chaldeeër daar in de stad Ur, kwam in de vallei van Sinear, van de toren van Babel, van het aanbidden van afgoden. Ik geloof dat zijn vader een afgodenaanbidder was. En ik geloof dat Laban, nadat hij daar was gekomen, het bewees omdat hij deze afgoden had. Waar zou hij ze vandaan kunnen hebben als ze niet uit de toren van Babel kwamen? En uit het geslacht van Cham kwam Nimrod. Nimrod zette de toren van Babel op, wat afgodenaanbidding was, de eerste afgodenaanbidding op de aarde.

40 Nu, en let op dat die toren van Babel regelrecht doorging tot Babel en vandaar verder door, om uiteindelijk hier in Openbaring tot een einde te komen; een Christelijke, godsdienstige afgoderij, bewerend Christendom te zijn. O! Johannes zag haar in Openbaring 17, bewonderde haar, hoe zij gezeten was en eruit zag en de Naam van Jezus droeg en al het andere, en toch vervolgde en martelde zij de heiligen van de levende God. De engel zei: "Kom hier en ik zal u tonen wie zij is." Hij zei: "Zij is een grote kerk die over velen is gesteld, op zeven heuvels, en die over de aarde regeert, enzovoort, hoe zij het bloed van de martelaren van Christus dronk!" O genade!

41 Mensen, wij leven in de eindtijd. Hoevelen van u mensen hoorden mij hier jaren geleden prediken toen zij mij hier wilden arresteren voor het prediken over het "merkteken van het beest"? Toen ik zei dat Mussolini, toen hij een goede twintig jaar geleden voor het eerst aan de macht kwam... Ik zei: "Als Mussolini ooit naar Ethiopië gaat, noteer dit, zal er nooit meer vrede zijn totdat Jezus Christus komt." En ik zei: "Er zullen drie grote 'ismes' zijn, Communisme, Fascisme en Nazisme." En ik zei: "Zij zullen uitlopen op één isme en dat ene isme zal de wereld overheersen en Vaticaanstad verbranden." U herinnert zich dat ik dat jaren en jaren en jaren geleden zei. En precies op die wijze.

42 Ik zei: "Juist voordat die tijd komt zullen de auto's..." Deze oude automobielen werden twintig of vijfentwintig jaar geleden met een rechte achterkant gebouwd. U kunt ze zich van twintig jaar geleden wel herinneren. En ik zei: "Zij zullen eruit zien als een ei. Ze zullen zo gemodelleerd zijn. Dat is een visioen. Ze zullen zo'n soort vorm hebben." En zo zullen zij zijn, vlak voor de opname.

43 Maar God laat nu de gemeente overal warmlopen om haar op orde te krijgen, zodat Hij haar in de opname kan krijgen; Hij moet haar opnamegeloof geven voordat zij in de opname kan gaan.

44 De mensen zijn in de geest van de laatste dagen, net zoals zij waren in de dagen van Noach, etend, drinkend, huwend en ten huwelijk gevend, onverschillig, zorgeloos, flanerend en al het andere. En deze Amerikaanse mensen zijn de slechtste op het oppervlak van de aarde: opvliegend, hoogmoedig, zonder zelfbeheersing, wreed en verachters, een weetal. Als er enige plaats in de wereld is... Met mijn Bijbel over mijn hart en terwijl God op mij neerziet en ik weet dat ik misschien vóór morgen voor Hem zal moeten staan... Als ik het zou moeten zeggen, de plaats die zendelingen harder nodig heeft dan enige plaats in de wereld, is de V.S., de Verenigde Staten van Amerika. De ergste groep heidenen die ik van ergens ken, is in Amerika. "Heiden" betekent "ongelovige".

45 O zij geloven theologie. Ze zijn zo verhard en er tegen beïnvloed, dat je op geen enkele wijze tot hen spreken kunt. Ik kan daar een man nemen die nooit van God heeft gehoord, die een afgod aanbidt, en meer met hem doen in vijf minuten dan je kunt doen met een persoon die belijdt een Christen te zijn, een oude schildpad of zoiets, die opgehangen is en die heel wat van deze balsemvloeistof in zijn aderen is gespoten. Het doet mij denken aan een van die oude, koude lijkenhuizen hier ergens, zoiets als een begrafenisonderneming. Dat is juist. Je zit daar, gaat binnen, plaatst... Ik ga in die oude, grote oude kerken en het doet mij denken aan een lijkenhuis. De geestelijke thermometer gaat naar honderd graden onder nul. Je moet jezelf er bijna in waden. Ik zeg dit niet voor de grap, maar het is de waarheid. Sommigen van hen weten niet meer over God... staan daar op en zeggen: "Welnu, ik zal het u vertellen; o, ik geloof dat het allemaal..." My, goedheid! Wel, u verleider van mensen, u blijft uit het Koninkrijk van God en leert anderen eruit te blijven. Zij doen er wat vloeistof in, zoals men een dode man naar een lijkenhuis brengt. Zij nemen al zijn bloed eruit en doen er daar iets in om zeker te zijn dat hij dood is." Wel, dat is ongeveer de wijze waarop zij het doen. Zij nemen het beetje religie dat de mensen hebben of het beetje geloof dat zij hebben weg en spuiten wat oude theologie in hen en maken ze nog erger dood, en houden hen dood. Dat is alles. Zo is het. Verschrikkelijk! My! En dan zeggen zij: "O..."

     Ik zei tegen een vrouw: "Bent u een Christin?"

     Ze zei: "Ik geef u te verstaan dat ik een Amerikaanse ben."

     Ik zei: "Dat vroeg ik u niet."

46 Een ander kwam het podium op en broeder Bosworth zei: "Bent u een Christin, dame?"

47 Ze zei: "Wel, de... Wel," zei ze, "ik geef u te verstaan dat ik elke avond een kaars brand." O my! Elke avond een kaars branden, maakt dat u een Christen? U zou een hele wereld vol kunnen branden, het zou u nooit helpen. Totdat het brandende vuur van de Heilige Geest uw ziel van de zonde gereinigd heeft, bent u nog steeds een zondaar! Het is in het hart.

48 "Wel, ik woon in Amerika." Wel, dat maakt geen enkel verschil. Dat maakt u niets. God respecteert mij niet omdat ik een Amerikaan ben. Hij respecteert geen Duitser omdat hij een Duitser is of een Pool omdat hij uit Polen komt. Hij respecteert een Afrikaan niet omdat hij uit Afrika komt. God is niet geïnteresseerd in Afrika, noch is Hij geïnteresseerd in Duitsland, evenmin is Hij geïnteresseerd in de Verenigde Staten. God is geïnteresseerd in één koninkrijk en dat is het Koninkrijk van God en mensen uit alle naties komen erin. En zij worden erin geboren door het Zaad van Abraham, hetwelk was Jezus Christus, en zijn erfgenamen overeenkomstig de belofte.

49 Elke natie onder de hemel wordt beheerst door Satan. De Bijbel zegt het. Tjonge, dat is benauwend, is het niet? Satan nam Jezus Christus naar boven en toonde Hem al de koninkrijken der wereld. Is dat juist? En hij zei: "Ze zijn van mij en ik zal ermee doen wat ik wil. En ik zal ze aan U geven als U neervalt en mij aanbidt."

50 Jezus zei: "Ga achter Mij, Satan." Zie? Jezus wist dat Hij erfgenaam zou worden van deze koninkrijken.

51 Nu, in Openbaring, bij de voleinding van de wereld, zegt de Bijbel: "Verheugt u, gij hemelen en al gij heilige profeten, want de koninkrijken van deze wereld zijn geworden de koninkrijken van onze Here en Zijn Christus en Hij zal heersen en regeren voor immer."

52 Daniël zag Hem als een Rotssteen, gehouwen uit de berg, binnenrollen en het beeld treffen in de voeten en het aan stukken breken en het Koninkrijk van God groeide. Als Christus het overneemt in het duizendjarig vrederijk, zal er geen ziekte noch smart zijn. Alle wapens zullen tot ploegscharen gesmeed worden en men zal de krijg niet meer leren. Dat is alles. Het zal allemaal over zijn, als Jezus komt. Tot dan, zolang Satan de naties overheerst, zullen er oorlogen en geruchten van oorlogen zijn, totdat Jezus komt. Amen.

53 God help ons. Als ik naar u kijk, besef ik, terwijl ik hier sta te leren uit het Woord van God, dat u voor de eeuwigheid bestemde mensen bent. Elke man en vrouw, jongen en meisje hier binnen, zal op zekere dag in de tegenwoordigheid van Christus staan. Ik zal verantwoording moeten afleggen voor wat ik U gezegd heb als Zijn dienstknecht. En waarom zou ik schuwen u de waarheid van God te vertellen? Als God het Woord dat ik gepredikt heb zo geëerd heeft, dat Hij het over de wereld deed spoelen en het eerde in paleizen van koningen en overal – en niet één keer heeft Hij iets gezegd of het was precies zoals Hij het gezegd had – dan zou Hij mij zeker niet iets laten vertellen wat verkeerd was. En ik zeg vanavond, mijn Christenvriend, het maakt niet uit tot welke kerk u behoort, waar u ook bent, als u niet in het Koninkrijk van God bent, door de doop van de Heilige Geest die u in het lichaam van Christus brengt, dring u er dan nu in, want u weet niet in welk uur Hij komt.

54 Israël daar in Egypte, een type van de gemeente die uitgeroepen is, Exodus, het eerste hoofdstuk... Israël gevestigd in Egypte na Jozef. Nu, ik heb nog precies ongeveer dertig minuten. Ik zal proberen er zoveel als mij maar mogelijk is van samen te vatten. Nu, zij waren gevestigd in Egypte vanwege de droogte. Izaäk ging erheen en nam de aartsvaders mee. En daar woonden zij in Gosen. Maar Jozef, toen hij stierf (een prachtige illustratie), vermeldde het vertrek van de kinderen van Israël en gaf aanwijzingen over zijn beenderen. Luister. Als u mij wilt excuseren, zou ik dit graag willen tussenvoegen...

55 Weet u, als u het Woord precies leest zoals dit hier, is het in orde, maar u mist zeker de bedoeling ervan. Het Woord is tussen de regels door geschreven. Jezus zei: "Ik heb het voor de ogen van de wijzen en verstandigen verborgen en het aan baby's, dezulken die willen leren, geopenbaard." Deze theologische seminaries zijn net als die priesters daar in het verleden en de hogepriester en al diegenen die het Woord lazen, maar faalden te zien dat Jezus de Christus was. Ziet u wat ik bedoel?

56 Nu, kijk naar die aartsvaders. Waarom zei de oude Jakob, toen hij daar in Egypte stierf: "Begraaf mij niet hier?" En hij liet Jozef zijn hand op die kreupele dij leggen en bij God zweren dat hij zijn beenderen niet daar zou begraven. Wist u dat? Hij zei: "Breng mij naar mijn thuisland en begraaf mij daar."

57 Kijk naar Job die daar zat, gebroken, vol zweren, en hij vervloekte de dag waarop hij werd geboren. Het oudste boek in de Bijbel is Job; het werd geschreven vóór Genesis. Zie hem daar staan, zich krabbend met een potscherf, daar ergens zittend op een ashoop. Ik predikte daar hier eens over gedurende ongeveer drie maanden achtereen. Sommige mensen gaven mij, schreven mij, vertelden mij en zeiden: "Broeder Bill, wanneer gaat u ooit Job van de ashoop afhalen?" En ik... over dat hij daar zat. Die grote tijd van beslissing, er moest iets worden gedaan, dat uur nul. Maar u weet wat er gebeurde toen wij hem van de ashoop afkregen, er gebeurde iets.

58 Dat is de wijze waarop wij proberen deze opwekkingen te houden. Wij vestigen de aandacht van de mensen op Christus en houden dan deze plaatsen vast totdat wij een plek kunnen vinden om het erin te hameren. Dat is de zaak. Dat is de Heilige Geest die het klaar maakt. Je voelt dat de Heilige Geest Zich onder de mensen beweegt en je weet wanneer het zover is.

59 Merk op, daar zit Job, diep bedroefd. Zijn vrouw keerde zich zelfs tegen hem, liep naar hem toe en zei: "Job, waarom vloek je God niet en sterf?"

60 Hij zei: "Je spreekt als een dwaze vrouw." Hij zei: "De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, gezegend zij de Naam des Heren."

61 Hier komen de kerkleden en zitten zeven dagen lang met hun rug naar hem toe; wat een troost. Ze zeiden: "Job, je bent een geheime zondaar. Je hebt gezondigd." Job wist dat hij niet gezondigd had. Dat liet zien wat zij erover wisten.

62 Zo in zijn droefheid, een rechtvaardig man... God die met een heilige handelde, zond een man genaamd Elihu. En Elihu beschuldigde hem niet; alleen van het beschuldigen van God. Maar Elihu vertelde hem en zei: "Nu Job, je hebt al deze dingen gadegeslagen." Hij zei: "Nu, er komt een Rechtvaardige die in de bres zal staan tussen een zondig mens en een heilig God. En dan zal die Man naar Wiens graf zij zullen gaan om te wenen, zonder dat u het merkt, opstaan."

63 Toen Job dat hoorde stond hij op zijn voeten. My! De bliksemen flitsten, de donderslagen rolden. Wat was het? De profeet kwam weer terug in het kanaal van God. My! Zijn ogen gingen open. Hij zei: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft." Zie, vierduizend jaar voordat Hij op aarde kwam. "Ik weet dat mijn Verlosser leeft! (Een voortdurende toestand) leeft! En in de laatste dagen... (de laatste tweeduizend jaar) zal Hij op de aarde staan. Ofschoon de huidwormen dit lichaam vernietigen, zal ik toch in mijn vlees God zien: Die ik zien zal voor mijzelf en mijn ogen zullen het aanschouwen en geen ander." Daar bent u er. Toen hij op het punt stond om te sterven zei hij: "Begraaf mij hier in Palestina."

64 Daar kwam Abraham met een belofte. Sara stierf, hij begroef haar dichtbij Job, kocht een perceel grond en begroef haar. Toen Abraham stierf, rustte hij bij Sara.

65 Abraham gewon Izaäk. Izaäk stierf en hij rustte bij Abraham. Izaäk gewon Jakob. Jakob stierf helemaal in Egypte. Hij zei: "Begraaf mij niet hier. Zweer dat je me hier niet zult begraven. Neem mijn beenderen en begraaf ze daar bij mijn vader." Waarom, waarom? Dat staat niet geschreven, broeder, het staat tussen de regels.

66 Jozef zei, toen hij stierf: "Leggen jullie mijn beenderen in een kist, maar begraaf mij hier niet. Begraaf mij niet hier. Neem mij mee daarheen en begraaf me daar in het beloofde land." Waarom? Hij zei: "God zal u op een dag bezoeken. Ik laat mijn beenderen hier achter om iets te vertegenwoordigen."

67 Net zoals Jozef zijn beenderen achterliet, zo liet Jezus een open graf achter. Elke oude Hebreeër, op de rug geslagen, vermoeid en afgemat, strompelde daar voorbij en al die Egyptenaren keken en zagen dat oude kistje. Ik keek er niet lang geleden naar, naar men veronderstelt, een oude loden doodkist, een uitgeslagen ding. Daar veronderstelde men dat zijn beenderen hebben gelegen. Ze hebben het in een museum daar en ik keek ernaar; hij zei: "Daar lagen Jozefs beenderen in toen Mozes ze oppakte en met zich meenam." En elke Hebreeër die daar binnen keek, zou zeggen: "Op zekere dag zal het hier veranderd worden. We gaan eruit." De profeet had dat mooie kleed, dat Christus in elk opzicht vertegenwoordigde, zoals wij de les gisteravond hadden. Hij zei... Omdat hij vertrouwd heeft op wat God aan Abraham verteld had. Daar bent u er.

68 Ik vertrouw nog steeds op hetzelfde vanavond, wat God aan Abraham vertelde: "Ik zal u en uw Zaad redden." Ik geloof het.

69 "Op zekere dag zullen jullie hier weggaan." En zij geloofden het. En op een dag werden de beenderen van de oude Jozef...

70 Toen Mozes de uittocht begon, sprak de Heilige Geest tot hem en zei: "Je vergeet iets, Mozes. Ga de beenderen van Jozef halen." Mozes pakte ze en hier kwam hij...

71 De Vuurkolom leidde hem voort naar het beloofde land en hij begroef ze aan de zijde van Izaäk en Jakob. Waarom? Zij wisten dat daar de eerstelingen van hen die sliepen, zouden komen. Zij wisten dat er eenmaal een opstanding zou komen. Zij kenden die Rechtvaardige waarvan Job zei: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft en op de laatste dag zal Hij op de aarde staan." En zij wisten dat Job een idee had waar Hij zou komen te staan, dus zei hij: "Begraaf mij hier." Zij wilden bij Jozef, of bij Job zijn, en zij werden precies in de omgeving daar in Palestina begraven, omdat dat het beloofde land was. Zij wisten dat de opstanding niet in Egypte zou zijn; het zou niet in Europa zijn; het zou niet ergens anders zijn. Het zou in Palestina zijn, dus begroeven zij hen daar.

72 Toen kwam Jezus, de Beloofde. Zij deden met Hem wat zij zeiden dat zij zouden doen, en o, zij doodden Hem. Hij stierf. Zijn ziel daalde af in de hel. Hij predikte tot de zielen die in de gevangenis zijn. Hij nam de sleutels van dood en hel weg van de duivel. Hij keerde terug op Paasmorgen. En toen Hij door het paradijs kwam, klopte Hij op de deur. Halleluja! Ik kan Hem horen zeggen: "Kinderen!"

     Abraham zei: "Wie is dat?"

     "Ik ben uw Zaad, het Zaad van Abraham."

     Daniël zei: "Wie is dat?"

     "Ik ben de Steen die uit de berg werd gehouwen."

73 Daar zijn zij, de Oud-Testamentische heiligen die daar liggen, wachtend om overkleed te worden, in het paradijs. Hij deed de deur open. Abraham zei: "Gaan wij eruit?"

     "Het is bijna daglicht op aarde. Laten wij ons gereed maken om te gaan."

74 Abraham zei: "Kunnen wij een klein bezoekje brengen? Ik zou graag een blik over de stad slaan."

75 "Ja, dat is goed, Ik ga Mijn discipelen gedurende veertig dagen een bezoek brengen." En op Paasmorgen stond Hij op!

76 Mattheüs 27 zegt dat vele lichamen van de heiligen die sliepen in het stof der aarde, opstonden en uit de stad kwamen en verschenen aan velen van hen in de stad.

77 Ik kan Sara en Abraham door de straat zien lopen en zeggen: "O lieveling, kijk daar! Ze hebben die dingen een klein beetje veranderd. Kijk eens hoe dit eruit ziet."

78 Iemand zei: "Wie is dat echtpaar daar, het lijkt wel of zij vreemdelingen zijn."

79 Zij zeggen: "We zijn herkend." [Broeder Branham knipt met zijn vinger – Vert] Verdwenen waren ze uit hun gezicht, zoals Hij door de muur ging, weet u, en zij wisten het zelfs niet en zagen Hem zelfs niet binnenkomen. Zij verdwenen. Ze hadden verheerlijkte lichamen en zij verschenen weer op aarde, halleluja, als eerstelingen van het bewijs van Gods macht en de opstanding. Daar waren zij. Hij beroofde en vernederde de overheden, nam dood en hel en deed het in rook opgaan, en verrees op Paasmorgen en zij gingen met Hem het Koninkrijk binnen.

80 Geen wonder dat zij zeiden: "Begraaf mij in Palestina." Zij wisten dat de opstanding in Palestina zou zijn.

81 Daarom, broeder, kunt u vandaag hebben wat u wilt, al de oude, koude, formele godsdienst die u wilt, maar begraaf mij in Christus, want hen die in Christus zijn zal God met Zich brengen in de opstanding. Zegt wat u maar wilt en noemt het fanatisme en wat u maar wilt, maar laat mij gewoon in Hem blijven, want zij die in Hem zijn komen uit het graf bij de opstanding, want God zal hen doen opstaan. Hij beloofde het te doen. Amen!

82 Wat voor verschil maakt het uit of u oud wordt? Wel, glorie voor God! Wat heeft dat ermee te maken? Dichter bij huis! Amen. O glorie! Ze zullen mij toch wel een heilige roller noemen; u zou net zo goed kunnen beginnen. In orde. Wat wonderbaar! Dat is genoeg om een heilige roller van u te maken. Wel, hoe zou ik niet gelukkig kunnen zijn, terwijl ik weet dat het de waarheid is? Welzeker ben ik gelukkig. En ieder die deze hoop heeft, borrelt op.

83 Ik ging vroeger naar een oude bron waaruit ik dan dronk. Junior, ik ging daarheen als ik aan het patrouilleren was en dan dacht ik om naar die oude bron te gaan. En ik zei dat dit het gelukkigste ding was, daar bij Milltown. Ik keek er dan naar en ik dacht: "Wel, wel, wat maakt je zo gelukkig?" Het borrelt, borrelt, borrelt steeds maar door. Het beste water dat ik ooit dronk. En ik dacht: "Wel, wat maakt je zo gelukkig? Omdat het vee uit je drinkt?"

     "Nee, broeder Bill, dat is het niet."

84 "Wel, wat doet je steeds maar opborrelen? Omdat iemand hier naartoe komt om water te halen?"

     "Nee, dat is het niet."

     "Wel, misschien borrel je gewoon omdat ik ervan drink."

     "Nee."

     Ik zeg: "Wel, waarom borrel je dan zo?"

85 Als hij zou kunnen praten zou hij zeggen: "Broeder Bill, ik ben het niet die borrelt. Het is iets achter mij dat mij voortduwt, op doet borrelen."

86 En als de Heilige Geest in een menselijk wezen komt, is er iets, bronnen, fonteinen van water die opborrelen tot eeuwig leven. Hoe kunt u... Jezus vertelde de vrouw bij de bron: "Wie dit water drinkt zal eeuwig leven hebben. Het zal in hem zijn, fonteinen van water, die opborrelen tot eeuwig leven." Halleluja! (Laten wij teruggaan naar Exodus.)

87 O my, denk erover! Eeuwig leven, nadat tienduizend miljoen jaren voorbij zijn gegaan! Als deze oude zeeën die voor meer dan tweederde de aarde met water bedekken, daar rollen met die grote overslaande golven, wanneer zij komen aanrollen, twee of drie keer zo hoog als de tabernakel, tegen de schepen breken en naar de een of andere kant uiteenvallen; een dezer dagen zullen zij dat, broeder... De zonde is zo hoog opgehoopt op de aarde dat zij zich zullen storten in de woestijnen. Als er geen zee meer is, geen manen, geen sterren, halleluja, zal ik doorleven. En elke andere wederomgeboren man en vrouw zal leven in Zijn majestueuze tegenwoordigheid ginds, gemaakt naar het beeld van Zijn eniggeboren Zoon. Door Zijn genade zijn wij gered!

88 Geen wonder dat de dichter zei: "O, liefde Gods, hoe rijk, hoe zuiver, hoe peilloos en sterk! Het zal altijd voortduren, het lied der heiligen en engelen." Hou zouden wij ons stil kunnen houden? My!

     "Is het bewezen, broeder Branham?" Ja.

89 Nu, Izaäk, Jakob en nu Jozef. En Jozef stierf, wat een volmaakt voorbeeld was dat. Zijn beenderen bleven daar achter als een gedenkteken.

90 Hier niet lang geleden... Ik geloof niet dat Billy daar achterin zit, ik zeg dit niet tegen hem als hij in de buurt is. Wij plaatsten een bloem op het graf van zijn moeder op Herdenkingsmorgen. Hij stond daar te huilen. En ik zei: "Billy, huil niet. Sluit gewoon je ogen, kijk over de zee ginds." Ik zei: "Moeder ligt daar en je zusje ligt bij haar, maar ze zijn daar niet. Er is een leeg graf aan de andere kant van de zee." Halleluja!

91 Daar kijk ik naar, net zoals de Hebreeërs: "Op zekere dag gaan wij eruit!" En op zekere dag gaan wij eruit. Dan hoor ik nooit meer "as tot as of stof tot stof en aarde tot aarde", maar wat ik geloof: "Op zekere dag..."

92 Onlangs predikte ik bij de begrafenis van een vroeger hoofd van politie hier van de stad. De jongen kwam pas een paar uren voordat hij stierf tot Christus. Ik zag zijn oude grijze vader zich over de lijkkist buigen met trillende lippen en naar beneden rollende tranen, die jongen vaarwel kussend en hij viel bijna in de kist. Ik hoorde dat, ik draaide mij om. En hij liet zijn bloemen vallen. Ik draaide mij om en zei: "As tot as en stof tot stof en aarde tot aarde." Ik dacht: "Op een heerlijke dag, bij een gouden dageraad, zal Jezus komen." Zo is het. In orde.

93 Wanneer zullen wij aan de les toekomen? Ginds in Egypte waren tijden voorbijgegaan. (Bidt voor mij.) En daar stond tenslotte een Farao op die Jozef niet kende. God beloofde dat zij daar vierhonderd jaar zouden zijn en het waren vierhonderdtwintig jaren toen zij uittrokken.

94 Nu, het eerste hoofdstuk, vanaf het eerste tot het vijfde vers, is Israël in Egypte.

95 En vanaf het zevende vers en zo verder tot het tweeëntwintigste vers gaat het over hun slavernij. Velen van u hebben het vele, vele keren gelezen.

96 Ik zal nu tot een kort punt komen. Ik heb nog maar een klein beetje tijd. Dan beginnen we in het tweede hoofdstuk, de voorbereiding van de bevrijding, de geboorte van Mozes. De mensen beginnen zich gereed te maken. Onderdrukkers slaan, kinderen worden gedood. De raderen van Gods profetische uurwerk waren gedraaid tot op de tijd.

97 Luister, ik wil dat u dit begrijpt. Ik geloof dat ze er weer op gedraaid zijn. Ik geloof dat wij zover zijn. Dat is de reden waarom ik geloof dat de dingen gaan op de wijze dat ze nu gaan. De oude profetische klok heeft getikt tot bijna het uur nul. Ik predikte daar enige tijd geleden over. En een Duitse kunstenaar schilderde het, ik heb het in mijn huis hangen: een man in gebed, de Bijbel open, een kleine vetkaars brandend en de klok op vijf minuten voor twaalf, op een olieverf schilderij. Voorbereiding, klaar maken. God maakt Zich gereed om iets te doen. Let nu op.

98 Toen Hij gereed was om iets te doen gaf Hij daar in Egypte een bijzondere geboorte, een kleine jongen werd geboren, niet anders dan een andere jongen. Het was gewoon een man van de stam van Levi die zich een vrouw had genomen, een Leviet, en zij kregen een kleine baby. Men doodde al de mannelijke baby's, maar toen deze baby werd geboren, was er iets vreemds met de baby; er gebeurde iets. Voorbestemming, voorbeschikking. Mozes had er niets mee te maken. Maar hij was Mozes, dus vreesden zij de bevelen van de koning niet. Ze deden hem in een klein kistje en hij werd opgevoed precies onder de drempel van Farao (was dat juist?) om zelfs zijn zoon te worden. Goed, nu.

99 Vanaf het elfde tot en met het vijfentwintigste vers vereenzelvigt Mozes zich met de kinderen van Israël. Velen weten hoe dat daar plaats vond. Hij vereenzelvigde zich. En toen hij dat deed, dacht hij dat zijn broeders zouden begrijpen dat hij de man was die gezonden was om hen onder de slavernij uit te brengen, maar zij faalden het te begrijpen. Klopt dat?

100 En o, mensen, wat een mooi type van vandaag is dat. Datgene wat gekomen is om de mensen te bevrijden, daar zijn zij bang voor. Ze zijn bang voor de Bevrijder.

101 Luister, toen zij de tempel van Salomo bouwden, zij, de... Ieder van u metselaars hier zou dit vrij goed kunnen begrijpen. Ze brachten de ceders uit Libanon; men vervoerde ze over water naar Joppe en haalde ze op per ossewagen, enzovoort, weet u. Dan hieuwen zij al hun stenen, over de hele wereld. Maar toen deze tezamen kwamen, waren zij van zo'n volmaakt metselwerk! In de veertig jaren van het bouwen van de tempel was er geen gegons van een zaag of het geluid van een hamer. Elke steen ging, de een werd gehouwen op deze wijze, de ander werd gehouwen op die wijze, de een werd afgehakt op deze wijze, maar elk ervan moest worden samengevoegd. Ze begonnen de zaak te leggen, het gebouw op te zetten, alles ging fijn. Toen vonden ze een vreemd uitziende steen. Zij wilden dat ding niet en zeiden: "Die behoort hier niet." En zij wierpen hem weg, gooiden hem op de afvalhoop. En zij kwamen tot de ontdekking, nadat zij steeds maar verder hadden gebouwd, dat de steen die zij verworpen hadden, de hoofd hoeksteen was. Jezus zei het.

102 En vandaag, de Methodisten, de Baptisten, de Lutheranen, de Pinkstermensen, overal in het rond... Als u niet uitkijkt vrienden, dan verwerpt u de ware Hoeksteen, en de Hoeksteen bij het bouwen van dit geestelijke huis is de Heilige Geest. U bent er bang voor. U bent bang voor fanatisme. Ik weet dat wij heel wat vogelverschrikkers en schijnvertoning hebben. Wel als dat er niet was zou er geen echte zijn. Maar er is een echte verordening van de Heilige Geest in de doop. Dat is waar. Goed. En nu hebben zij Hem verworpen en zeggen: "O, wij kunnen dat niet doen. O wel, wij kunnen dat niet hebben, broeder Branham."

103 Ik zat daar onlangs toen een decaan van een grote universiteit in mijn huis zat en van Billy Grahams instituut, Dr. Sanden, een groep van hen zat daar. En zij zeiden: "Broeder Branham, wij zullen u vertellen wat er aan de hand is." Zij zeiden: "Dat is genoeg om de wereld te bekeren." Hij zei: "Ik zal u vertellen wat er aan de hand is. U hebt teveel Pinkstermensen en heilige rollers in uw samenkomst. Dat is de klacht."

     Ik zei: "Wilt u het dan steunen?"

     "Wel, natuurlijk, we zouden moeten..."

104 "Ja, dat dacht ik wel. U zou het niet kunnen. Zeker zou u het niet." Dat is het precies.

105 Deze grote kerken kunnen hun gang gaan en hun theologie hebben en hun gekraai over dit en gekraai over dat, en staan op een afstand te kijken, met hun doctorstitels en dergelijke, en sommigen van hen weten niet meer over God dan een konijn zou weten over het aantrekken van sneeuwschoenen. Dat is juist. O, o, zeker kennen zij alle Griekse woorden en ze kennen hun scholing. God wordt niet gekend door theologie of ontwikkeling. God wordt gekend door geloof! Kennis neemt de mens weg van God; geloof brengt hem naar God. Dat is wat hem van God scheidde in de Hof van Eden, hij ging naar de boom van kennis.

106 En het is juist de doop van de Heilige Geest die leven heeft gebracht tot de mensen, die de reden is waarom de Pinkstermensen en de heilige rollers, zoals u hen noemt, mij ontvangen over het onderwerp van Goddelijke genezing.

107 O zeker, koningen en potentaten horen erover; zij zeggen: "Kom hier", en de Here die barmhartig is, geneest zulke mensen. Dat is waar.

108 Maar alle anderen, als je spreekt over eeuwig leven, dan behoren zij tot de Anglicaanse kerk of behoren zij tot dit, dat, of wat anders; zij behoren tot de kerk. Dat heeft er niets mee te maken. Uw behoren tot de kerk betekent niet dat [Broeder Branham knipt met zijn vinger – Vert] bij God. Tenzij u wederomgeboren bent...

109 Er is maar één gemeente en dat zijn zij die geboren zijn in het lichaam van Jezus Christus door de doop van de Heilige Geest. Halleluja! Laat mij u vertellen, mijn broeder, er is maar één weg om in Christus te komen. Dat is niet door het schudden van handen noch door de waterdoop, door besprenkelen, door op te houden met vlees eten, door het houden van sabbatdagen, door op te houden met roken, pruimen, drinken, vloeken, al deze dingen, dat is niet de weg tot Christus.

110 Het roken van sigaretten, het drinken van whisky, het onwettig uitgaan met andere vrouwen en al deze dingen die u doet, dat is geen zonde. Er is niets... Dat is geen zonde. Vloeken, zweren, drinken, dat is geen zonde, dat zijn de attributen van zonde. U bent een zondaar en dat laat u zo doen, maar dat is niet de zonde, dat is het attribuut ervan.

111 Net als nu, dit zal u kwetsen. Maar ik ben verantwoordelijk met Gods Woord, te allen tijde bereid om het te bespreken. Hier hebt u, Pinkstermensen, uw vergissing gemaakt, velen van u die hier zitten, door te leren dat het uiteindelijke bewijs van de Heilige Geest het spreken in tongen is, dat dit de Heilige Geest is. Wel, spreken in tongen is in orde, maar dat is een attribuut. Dat is de Heilige Geest niet; dat is wat de Heilige Geest doet.

112 De Heilige Geest is de liefde van God. Ik kan het met de Bijbel bewijzen. "Al sprak ik met tongen van mensen en engelen, en had de liefde niet, het baatte mij niets."

113 Als u een appelboom wilt en slechts een appel hebt, hebt u nog een lange weg te gaan voordat u een boom hebt. Zie, het is een attribuut.

114 Dus, de reden waarom u vloekt, rookt, drinkt, boos wordt en opstuift en dergelijke, is omdat u een zondaar bent. Dat is geen zonde, het is omdat u een zondaar bent. Jezus zei, de Schrift zegt dit: "Wie niet gelooft is al veroordeeld." Als u gelooft doet u die dingen niet, omdat het leven van Christus in u is. En als u ze doet is het omdat u een zondaar en geen gelovige bent. Hoewel u belijdt het te zijn bent u het toch niet. De boom wordt gekend aan zijn vruchten. Nu, dat... Laat dat even inzinken terwijl ik lees. Dat is juist. Dat is wat Jezus zei: "De boom wordt gekend aan de vruchten die hij draagt. Een slechte boom brengt geen goede vruchten voort." Goed.

115 Daar destijds, daar komen zij, de tijd van bevrijding. Mozes werd geboren, opgevoed op de stoep van Farao; trad op en hoopte dat de kinderen zouden beseffen dat hij de persoon was die het zou doen. Maar beseften zij het? Nee. Ze zeiden: "Wie stelde je tot een heerser over ons aan? Wil je ons doden zoals je de Egyptenaar deed?" En Mozes vluchtte. Goed. Mozes, verworpen door zijn broeders.

116 Beginnend bij het eenentwintigste vers van het tweede hoofdstuk; we zullen hier dadelijk stoppen. Ik probeer u gewoon een achtergrond te geven. We hebben nog een paar minuten over, misschien zullen wij het morgenavond af moeten maken. Merk op, hij werd verworpen door zijn broeders en ging naar het land Midian en trouwde een heidense vrouw.

117 Mozes was een volmaakt type van Christus. Is dat juist? Al die aartsvaders waren mensen die van tevoren het leven van Jezus Christus leefden. Mozes werd geboren onder vervolging, daar zij alle baby's in de tijd van Mozes doodden. Toen Jezus kwam doodden zij alle baby's om Hem te krijgen. Klopt dat? Het was de duivel die Mozes probeerde te vangen; het was de duivel die Jezus probeerde te vangen. Hij probeerde het.

118 Ik kan Jezus zien toen Hij daar naar beneden ging en daar die morgen beneden in de hel op de deur klopte. Halleluja! (Ik weet het niet; het is geloof ik vanavond gewoon niet in mij om te onderwijzen.) Als ik Jezus kan zien toen Hij op Golgotha stierf, afdaalde, daar naar beneden ging en al die mensen daar zag, wenend en jammerend en tekeer gaand, zei Hij: "Jullie hadden moeten luisteren naar de profeten." Hij predikte tot de zielen die in de gevangenis waren. "Jullie hadden Henoch, jullie hadden de profeten, jullie hadden de wetten, waarom luisterden jullie er niet naar?" Zij hadden dat niet gedaan. Dicht ging de deur.

119 Hij daalde af naar de hel en klopte op de deur. Satan zei: "Wie is daar?"

120 Hij zei: "Kom, open de deur!" O my! Ik voer natuurlijk slechts een toneelstuk op.

121 Hij liep naar de deur, trok de deur open en zei: "Wie ben je?"

     Wel, Hij zei: "Ik ben Jezus Christus."

122 "O, dus je bent eindelijk hier hè? Huh! Ik heb een lange tijd achter je aan gejaagd, man."

     "Ik weet het."

123 "Nu kijk! Ik dacht dat ik je had toen ik Abel doodde. Ik dacht dat ik je had toen ik Mozes doodde, ik dacht dat ik je had toen ik al deze dingen deed. Toen ik Johannes de Doper had dacht ik dat ik je zeker had. Maar nu heb ik je, hier ben je in mijn bezitting."

124 Ik kan Jezus Christus horen zeggen: "Ik ben de maagdelijk geboren Zoon van God. Ik kwam uit de ivoren paleizen van Mijn Vader en Ik kwam naar de aarde. En de aarde is deze morgen gebaad in Mijn Bloed, dat Ik gaf om de prijs van de dood, zonde en hel te betalen. Geef Mij die sleutels!" Halleluja! "Ik neem het over van nu af aan. Je hebt de mensen in slavernij gehouden, je hebt ze in vrees gehouden en al het andere, maar Ik zal het overnemen van nu af aan!" Halleluja! Hij pakte ze en hing ze aan Zijn eigen zijde, duwde hem terug in de hel en liep weg. Amen. Amen!

125 Zie Hem daar in vol zicht, de machtige Overwinnaar, sedert Hij de voorhang in tweeën scheurde! De machtige Overwinnaar stond op en zei: "Ik ben Degene die dood was en weer levend is; en Ik leef voor eeuwig en heb de sleutels van dood en hel." Halleluja! "Wie Mijn Woorden hoort en gelooft in Hem die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven. Ik heb de sleutels van de opstanding, Ik zal hem opwekken in de laatste dag." Dat bevredigt mij. Amen! "Ik ben het." Amen. O my!

126 Mozes, verworpen door zijn eigen broeders; Jezus werd verworpen door Zijn eigen broeders. Jozef werd verworpen door zijn eigen broeders; zie, dat was het leven van Jezus in hen, die Geest van God die uitliep op volmaaktheid. En hier kwam de volmaaktheid, in deze Man. Dat is juist. Hij was in Mozes, zeker was Hij dat; verworpen door zijn broeders en hij was een vreemdeling in zijn eigen land en nam een heidense vrouw. Halleluja!

127 Ook weer twee zonen. Amen. Ik zal daartoe komen precies aan het einde van deze lessen, ongeveer zaterdag of zondag; deze twee zonen, Efraïm en Manasse. Twee zonen opnieuw. Is dat juist?

128 Verworpen door zijn broeders, zoals Jezus Christus werd verworpen door Zijn broeders; zond de Heilige Geest, verworpen door de broeders, en kwam en verkrijgt nu een heidense bruid. Hij geeft het weer, zoals bij Jozef; verworpen door zijn broeders nam hij een heidense bruid. O my! Nu, het tweede hoofdstuk.

129 De roeping van Mozes, het brandende braambos. O, ik wenste dat wij tijd hadden erop in te gaan. We hebben het niet. Slechts een paar seconden nu, dan zullen wij het proberen. Als u vermoeid bent, steek uw hand op en ik zal ophouden, eerlijk ik zal het.

130 Kijk! O broeder, dit is als maïsbrood en bonen; het is voedzaam en lekker. Het zal je op de een of andere manier overeind houden. Je kunt er morgen een goede werkdag voor de Here mee maken. Je kunt de duivel tegemoet gaan en zeggen: "Ik weet waar ik sta. Niet omdat er een rilling over mijn rug liep, maar vanwege het ZO SPREEKT DE HERE! Ga heen Satan, ik neem het nu over."

131 Nu zijn wij de zonen van God. Wanneer? Nu. Morgenavond? Nee, juist nu! Nu zijn wij de zonen van God! Nu zijn wij tezamen gezeten in hemelse gewesten. Nu is de Heilige Geest hier. Wanneer? Nu! Nu hebben wij eeuwig leven. "Zult u in het eeuwige leven komen als u sterft, broeder Branham?" Ik heb het nu. Ik bezit het nu. Hoe? Jezus Christus zei het; ZO SPREEKT DE HERE.

132 Dus ga heen, dood. Ga heen Satan, je hebt geen banden meer met mij.

133 De oude Paulus! Ze bouwden daarbuiten een hakblok en zeiden: "Weet je wat dat is, man? We gaan je hoofd eraf hakken."

134 "Is dat zo? Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop voleindigd. Ik heb het geloof behouden."

135 "Hé! Wat ga je zeggen voordat je sterft?" De dood zei: "Ach, jij kleine haakneuzige Jood! Ik weet dat je geslagen werd met gesels en vernederd werd door... enzovoort, en ze deden dit, dat of wat anders, maar nu heb ik je." Hij keek. De dood zei: "Ik zal je doen sidderen en beven."

     Hij zei: "Dood, waar is uw prikkel?"

136 Het graf daarbuiten en de modder (die Romeinse soldaat wierp wat modder op om hem daarmee te bedekken) zei: "Ik zal je vasthouden."

137 Hij zei: "O dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning? Maar dank zij God!"

138 Het graf zei: "Ik zal je vasthouden. Ik zal je verteren. Ik zal je wegvreten. De wormen zullen je opeten. Je beenderen zullen tot stof terugkeren."

139 Maar Paulus zei: "Kijk naar dat lege graf daarginds. Ik ben in Hem. Halleluja! Ik zal op die morgen weer opstaan en een kroon ontvangen die de Here, de rechtvaardige Rechter mij geven zal. Niet alleen aan hen, maar een ieder van hen (zelfs aan hen in de Branham-tabernakel) die Zijn verschijning liefhebben." Amen. Zeker.

140 De duivel is niets dan een vogelverschrikker, die u alleen maar ergens bang voor maakt. Hij heeft helemaal geen wettige rechten. Hij werd van alle rechten en overheden ontdaan. Hij verspeelde alles toen Hij stierf op Golgotha. Hier is Hij, nu neerkomend.

141 Mozes was gevlucht, was daar ver weg in de woestijn, de schapen van Jethro hoedend. My, veertig jaar was hij daar geweest en hij had een paar kinderen. Hij ging daar gewoon zijn gang... En zijn vrouw, de kleine... Zij was een driftig vrouwtje en Mozes had ook wat temperament, dus stel ik mij voor dat zij daar diep in de woestijn een geweldige tijd hadden. Denkt u ook niet? God weet hoe Hij je tam kan krijgen. Ja.

142 Dus op zekere morgen zie ik hem voortstrompelend, steunend op een oude, kromme stok, tachtig jaar oud en de witte bakkebaarden zo neerhangend en het haar neerhangend. Hij keek een bepaalde kant op en zei: "Dat is een vreemd gezicht." Hij keek opnieuw en zei: "Waarom verbrandt die boom niet?" Hij zei: "Ik denk dat ik maar eens die kant op zal gaan."

143 Weet u, soms hoort u heel wat lawaai; dan wendt u zich er gewoon heen om te zien wat het is en dan wordt u behouden. Een heleboel Vuur, weet u; ja, het begint te branden, het Vuur van de Heilige Geest begint te branden, mensen wenden zich om en zeggen: "Wat is er daarmee aan de hand?"

144 Nu, Mozes begon dichterbij te komen en zei: "Ik vraag mij af waarom dat ding niet verbrandt. Het brandt daar al een half uur en is toch niet verbrand." Hij liep er naartoe en zei: "Wel, ik zal er eens naartoe lopen en zien wat er allemaal aan de hand is."

145 En een Stem sprak daaruit en zei: "Trek je schoenen uit; de grond waarop je staat is heilige grond." Nu, er werd niet gezegd: "Trek uit..." Mozes zei niet: "Ik zal mijn hoed afnemen." Hij zei: "Schoenen." Dus bukte hij zich en deed zijn schoenen uit.

     Hij zei: "Wie bent U, Here?"

146 Hij zei: "Mozes!" Nu, dit begint bij het derde hoofdstuk en gaat vanaf het eerste vers door tot ongeveer het twaalfde.

     Hij zei: "Mozes, Ik heb het kreunen van Mijn volk gehoord en Ik herinner Mij Mijn belofte. (O, halleluja!) Ik herinner Mij Mijn belofte aan Abraham. En Ik heb hun geschrei en zuchten gehoord. Ik ben neergekomen om hen te bevrijden." Amen. Neergekomen om Zijn Woord te houden!

147 Een dezer dagen zullen de oude graven ginds... Of de grafstenen op grootmoeders graf aan de kant liggen, dat maakt geen enkel verschil. "Ik herinner Mij Mijn belofte; Ik ben neergekomen om hen te bevrijden." Het deert Mij niet; laat het spoedig komen, het maakt voor mij geen enkel verschil. Halleluja! Ik weet Wie het schip bestuurt. U niet? Zit gewoon stil.

     "Ik ben neergekomen om hen te bevrijden."

     "Wat zult U gaan doen?"

     "Mozes, Ik ga u zenden."

     "O, Here! Mij zenden? Ik kan het niet doen, Here."

     "O ja. Ik heb u in deze wereld geplaatst voor dat doel."

148 "Wel, ik ben tachtig jaar oud en wat stijf in mijn rug, misschien heb ik gewrichtsontsteking. En ik ben geen welsprekend man. Ik kan niet erg goed spreken."

     "Nu, Wie maakte de mond van de mens?"

     Hij zei: "Here, als U mij Uw heerlijkheid wilt laten zien, zal ik gaan." Amen. (Weest niet bevreesd, dat woord betekent "Zo zij het", zie?) "Toon mij Uw heerlijkheid en ik zal gaan." Ik zou graag wat van die Shekinah-heerlijkheid willen zien, u niet? Zeker. "Toon mij Uw heerlijkheid, Here. Nu, wat is Uw heerlijkheid, Here?"

     "Mozes, wat is dat in uw hand?"

     "Het is een stok, Here, een oude, kromme stok."

149 Hij zei: "Werp hem op de grond." Hij wierp hem op de grond en hij veranderde in een slang. Hij sprong terug. God zei: "Pak hem op bij de staart." Hij deed het en hij veranderde weer in een stok. Hij zei: "Nu Mozes, wat is dat in uw...?" Hij zei: "Neem uw hand, stop hem in uw boezem." Hij deed het, boven zijn hart. Hij trok hem eruit en hij was wit van de melaatsheid. Zie, het betekent het geweten van de mens, het hart van de mens is wit van melaatsheid, de gedachten van zijn binnenste zijn melaatsheid, zonde. Hij deed hem terug in zijn boezem en trok hem er weer uit. Wat moest er gedaan worden? Toen hij eruit kwam was hij blank, gereinigd, als de hand van een baby, zoals de andere hand.

150 Hij zag Gods heerlijkheid. Wat is Gods heerlijkheid dan? Mirakelen, tekenen, wonderen en Goddelijke genezing. "Toon mij Uw heerlijkheid, Here."

151 Toen Hij gereed was om Zijn volk te verlossen, kwam er een Mozes op het toneel, de Heilige Geest, en Hij liet tekenen, wonderen en Goddelijke genezing zien. Amen. Juist! Toen keek hij in zijn hand en zei: "My!" En let op, dit was een oordeelsstaf. Dat was de staf; wij zullen in de les van morgenavond ontdekken hoe die staf over Egypte zwaaide. Dat was niet de staf van Mozes, dat was Gods oordeelsstaf. En de hand die Gods oordeel vasthoudt, moet gereinigd worden (Amen), een hand die gereinigd is van zijn melaatsheid. Hij pakte hem op en God zei: "Nu, ga naar Egypte. Uw broer is onderweg hierheen en hij zal een profeet voor u zijn en u zult als God voor hem zijn."

152 Hier gaat Mozes, komt en zegt: "Jethro, ik moet u vandaag verlaten." Hij pakte een oude muilezel, deed hem een halster om, op deze wijze, en zette zijn vrouw schrijlings op deze oude muilezel, met een jongen op elke heup en hier ging zij. Zou u zich dat kunnen indenken? Een oude man, tachtig jaar oud, bakkebaarden, een lange baard en lang haar, een kromme stok in zijn hand, leidde een oude ezel waar een vrouw met twee kinderen opzat, gaande naar Egypte om het over te nemen? Zou u zich een dergelijk toneel kunnen indenken?

     Sommigen van hen vroegen: "Waarvoor gaat u daarheen, Mozes?"

153 "Hier ga ik." My, hij had een grote tijd. "Kom op, Zippora." Dat is zijn vrouw, weet u. Hij trok ook de oude ezel voort. Hij zei: "Kom op, we gaan naar Egypte, we gaan het overnemen." Egypte was als Rusland. De grootste gemechaniseerde eenheden, het grootste leger in de wereld was in Egypte. Zij zouden de hele wereld kunnen verslaan. En Mozes ging erheen om het in te nemen. Een oude man met een stok in zijn hand, een vrouw zittend op een muilezel, met een kind op iedere heup; hier ging zij, zij gingen erheen om het in te nemen. Waarom? God had het beloofd. God zij geprezen!

154 Het was precies zo in Kades Barnea. God had het hun beloofd. Jozua zei: "Wij kunnen het innemen omdat God het zei."

155 Daar zijn zij, op weg naar Egypte. En let nu op hoe onachtzaam een man kan worden. Tenslotte ontmoette God hem hier aan het einde en zou hem gedood hebben, maar Zippora ging en nam een scherpe steen en besneed haar twee kinderen met een scherpe steen en wierp de voorhuid voor Mozes en zei: "Je bent een bloedbruidegom voor mij" en redde daarmee het leven van Mozes. Wat deed Mozes? Mozes werd zo in de gejaagdheid en de dagelijkse drukte verwikkeld dat hij daarheen moest gaan, dat hij het zegel der besnijdenis vergat.

156 En dat doen wij vandaag. Daarin falen de heiligheidskerken. We hebben zoveel tijd, de Here heeft ons heel wat geld gegeven, we bouwen erg grote kerken en grote torenspitsen en plaatsen pluche zitplaatsen en pijporgels, zodat we het Zegel van God vergeten, wat de doop met de Heilige Geest is. Dat is waar! God, zend ons een Zippora. Zo is het. Besnijdenis. Elke man van Israël, die niet besneden was, werd afgesneden. En de besnijdenis was het zegel van de belofte. De besnijdenis van het Oude Testament is de doop van de Heilige Geest van het Nieuwe. En elk mens buiten de doop van de Heilige Geest zal afgesneden worden. Daar bent u er. God, wees genadig!

157 Ik weet dat ik u uitput, maar ik heb juist zo'n goede tijd! Ik... Wel, misschien moet ik stoppen. Goed. We beginnen dan morgenavond bij het vierde vers, het vierde hoofdstuk.

158 In het laatste gedeelte van het vierde... het derde vers hier, maakt Jehova Zijn Naam bekend: "IK BEN DIE IK BEN."

     Hij zei: "Wie zal ik zeggen dat mij zond?"

     God zei: "IK BEN."

     Hij zei: "De mensen zullen het niet geloven."

     God zei: "Vertel hun dat IK BEN u zond. IK BEN." Niet: "Ik was; Ik zal zijn." Maar: "IK BEN", dat is tegenwoordige tijd.

159 De Joden stonden daar op een dag water te drinken en zij verheugden zich en spraken over het manna dat zij aten in de woestijn. En Jezus stond temidden van de mensen, Johannes 6, en riep uit in het midden van het feest... En zij zeiden: "Wel, onze vaderen aten manna in de woestijn."

160 En Hij zei: "Ze zijn allemaal dood." Hij zei: "Maar Ik ben het Brood des Levens dat van God uit de hemel komt. (De Boom des Levens uit de Hof van Eden, als u wilt.) Ik ben het Brood des Levens uit de hemel. En als een mens dit Brood eet en dit Bloed drinkt, Mijn Bloed drinkt en Mijn vlees eet, heeft hij eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten uiterste dage."

161 Ze zeiden: "Deze Man lastert. Hoe zal Hij ons Zijn lichaam te eten geven?" Hij zei: "Welnu, wij weten het. Wij geloven Mozes. Mozes is onze profeet. Wij geloven Mozes. En onze vaderen werden in de woestijn gedurende veertig jaren met manna gevoed."

162 Hij zei: "Ik weet dat." Hij zei: "Ik weet dat. Maar ieder van hen is dood." Hij zei: "Maar Ik ben het Brood des Levens."

     "Wel!" zeiden ze, "Wel, wilt U mij vertellen dat...?"

163 Hij was de Rots die in de woestijn was. Hij was het Manna dat in de woestijn was. Hij was het Toonbrood in de tempel. O, Hij was de Wateren in de Jordaan. Glorie! Hij was de Alfa, de Omega, het Begin en het Einde. Het was Hij Die was, Die is en zal komen. Hij was er voordat er een wereld was; Hij zal er zijn als er geen wereld is. De Wortel en Spruit van David, de Morgenster, de Lelie der Valleien en de Roos van Saron. Halleluja! Zowel Wortel als Spruit van David, halleluja; vóór David, ìn David en ná David. Glorie!

     Ik geloof in de Godheid van Jezus Christus. Hij was méér dan een profeet. Hij was méér dan een goede man. Hij was God, gesluierd in vlees, God in Christus, de wereld met Zichzelf verzoenend. Dat is Wie Hij was. We zullen daar over een paar avonden op ingaan, Wie Hij was. Dat is de reden waarom u geen geloof kunt hebben, omdat u niet weet Wie Hij was.

164 "Wel," zeiden ze, "U zegt dat U Abraham zag en U bent nog geen vijftig jaar oud." De Man was nog maar dertig. Hij was vermoeid en Zijn diensten hadden Hem uitgeput. Hij zei: "U bent een Man van nog geen vijftig jaar oud en u zegt dat U Abraham hebt gezien die al acht- of negenhonderd jaar dood is?"

165 Luister! Hij zei: "Vóór Abraham was, BEN IK." Halleluja! "Ik ben Jehova." Hij is Jehova-Manasse. Hij is Jehova-Rapha! Hij is, o, en al de verlossingsnamen van Jehova waren in Hem, en in Hem woont de volheid van de Godheid lichamelijk; daar is Hij.

166 "Ik ben neergekomen om hen te bevrijden. Ik verklaar Mijn Naam. Vertel hun dat het een gedachtenis zal zijn voor alle geslachten; IK BEN DE IK BEN. Niet de 'Ik was' of 'Ik zal zijn'; IK BEN!"

     Dezelfde God die daar die avond was is hier vanavond.

167 Nu, "Ik ga voor u uit. Ik zal Mijn Engel zenden en Hij zal in een Vuurkolom zijn. En Ik zal Hem nu voor u heen zenden als een Vuurkolom en Hij zal u leiden." Een Vuurkolom! Zo groot, als een kolom. "Een Vuurkolom zal voor u heengaan om u te leiden. De IK BEN zal in die Vuurkolom zijn."

168 Nu, tot de Branham Tabernakel en tot u die met ons verenigd bent en deze waarheden kent, wist u dat diezelfde Vuurkolom vanavond met ons is? Herinnert u zich dat Zijn foto ginds werd genomen, en hoe het zich nu over de wereld heeft verspreid, dezelfde Vuurkolom die Mozes volgde daar in het brandende braambos? Wat is het? Geen enkele geleerde hier durft... Al heb ik gerommeld met deze woorden en deze dingen, ik weet wel waar ik sta. Ik heb mijn hoofd er goed bij, geloof ik, door de Heilige Geest. Laat mij u vertellen, elke geleerde hier weet dat die Engel die de kinderen van Israël door de woestijn volgde, de Engel van het Verbond was en de Engel van het Verbond was Jezus Christus. Mozes achtte de rijkdommen van Christus grotere schatten dan alles van Egypte. Is dat juist? Zeker, de Engel van het Verbond! Wat is het dan dat hier met ons is? Ze mogen zeggen dat wij ons verstand verloren hebben, dat we dit, dat of wat anders zijn, een groep heilige rollers of zoiets. Misschien zouden zij dat zeggen. Maar God Zelf heeft Zich betuigd in dezelfde Vuurkolom die de kinderen van Israël leidde en Hij leidt ons vandaag voort. Halleluja! Glorie voor God! Dezelfde die met Jezus Christus was toen Hij daar destijds stond en tot die Farizeeërs sprak die daar stonden, Die aan de vrouw bij de bron vertelde wat haar geheime zonden waren, enzovoort, Hij werkt nu in ons midden. "Hij Die was, Die is en Die zal komen!" Halleluja! Ik zie naar Hem uit, u ook? God zij geprezen! Halleluja! Al het veronderstellen is voorbij. O my!

169 Als ik het wond're kruis aanschouw, waaraan de Vorst der Heerlijkheid stierf, reken ik al mijn roem als schade.

170 O, armzalige, o mijn zondaarvriend, hoe kunt u daarin volharden, terwijl u die grote gemeente ginds in haar voorafschaduwing ziet, die zich bij die Vuurkolom verzamelt, opdat die hen zou leiden, terwijl u er hier vandaag weer naar kijkt. Hoevelen hebben de foto, laat ons uw opgestoken handen zien. Hoevelen zouden de foto graag hebben, laat even uw opgestoken hand zien. Ik zal ze morgenavond meenemen om u te laten zien. Goed, daar is het, bevestigd!

171 Dertigduizend mensen, critici stonden daar. Ik zei: "Ik beweer niet een genezer te zijn. U weet dat ik dat niet doe. Ik spreek alleen van de waarheid. Toen ik daar in een kleine hut in Kentucky werd geboren, kwam de Engel des Heren door het venster binnen en stond daar; daar was een Vuurkolom." En ik zei: "God heeft dat bewezen. En als ik de waarheid vertel, zal God de waarheid bevestigen. Als ik een leugenaar ben, zal God niets met mij te maken hebben." En omstreeks die tijd ging het "Woesj" en hier kwam Hij. De Amerikaanse Fotografen Vereniging, zij allen daar, 'Look', 'Life', 'Times', 'Collier' en die allemaal. De Amerikaanse Fotografen Vereniging nam de foto ervan. Men zei: "Ik geloof dat het psychologie is. We hebben het eerder gezien, maar ik geloof..." En zij namen het mee naar huis. En daar trof het licht de lens. Zij brachten het naar George J. Lacy. Ze plaatsten het onder alles wat ze konden. En nu hangt het in Washington D.C., in de hal van roem. Halleluja! Wat is het? Jezus Christus met die groep die zij heilige rollers noemen. God zegene uw hart.

172 Elk beroemd schilderij dat ooit werd geschilderd, moest eerst door de hal van kritiek gaan. Toen zij het Laatste Avondmaal daar schilderden, ging het door de hal van kritiek. Wel, zij kritiseerden. Het had hem zijn hele leven gekost, maar nu hangt het in de hal van roem. Het moet door de hal van kritiek gaan.

173 Broeder, zuster, toen wij begonnen in deze, wat zij noemen, Heilige Geest-godsdienst, destijds, jaren geleden, moesten wij samenkomen in kleine oude stallen, iemands huis, een klein pakhuis ergens. En de zondaars stonden buiten, kauwgom kauwend, lachend en lol makend en noemden ons heilige rollers. En wij sliepen in de gevangenis en al het andere. Zo is het. Ze zijn geslagen, ze zijn uitgelachen.

174 Een kleine eenvoudige prediker zat onlangs in mijn huis en vertelde dat zij hem uit een stad hadden weggezonden. En hij en zijn vrouw, om hun baby's te voeden... Zij sliepen buiten in dekens, natte dekens, en zij hingen ze op in de bomen en lieten ze zo 's morgens opdrogen. Dan liepen zij de spoorbaan langs om hier en daar een maïskorrel op te rapen. Hij had een kleine koekepan; ze sloegen ze open met een steen en moesten telkens twaalf of veertien dagen leven van één keer geplette maïs.

175 Mijn kleine oude campagneleider, God zegene zijn hart, de oude broeder Bosworth, daarginds in Durban, Afrika, ligt vanavond te bidden dat ik daar zal komen. Hij lag ginds in Texas, met zijn rug gestriemd, toen zij dreigden hem zijn keel af te snijden enzovoorts. Toen hij met een gebroken pols liep en probeerde zijn koffer te dragen, geslagen vanwege het prediken van de doop met de Heilige Geest...

176 "Zwierven rond in schapenvellen en geitenvellen en waren onder ontbering en in woeste plaatsen, die de wereld niet waardig is te ontvangen."

177 De grote kerken maakten gekheid en wezen met hun vingers. Ze zeiden dat wij heilige rollers waren. Toen ik de... bouwde, de hoeksteen daar legde, zeiden ze dat ze deze kleine oude zaak in een garage zouden veranderen. Dat is twintig jaar geleden en de Heilige Geest leeft hier nog steeds. Halleluja! Zo is het. En wat zij zeiden dat fanatisme en alles was, koningen en monarchen over de hele wereld hebben geroepen! Grote mannen zijn genezen, de krachtige werken van God zijn de wereld rond gegaan, totdat we nu miljoenen sterk staan. Halleluja! En een van deze morgens... Zij is door de kritiek gegaan; ze zeiden dat het zou uitbranden. Ze zeiden hier tegen mij: "O Billy, je hebt je verstand verloren. Dat is gewoon alles." Zelfs mijn eigen schoonmoeder zei: "Wel, de jongen is gek geworden." Maar als ik het ben, heb ik een wonderbare tijd.

178 Laat mij u iets vertellen, broeder. Luister hiernaar en ik zeg dit met eerbied. Halleluja! De hele hel kan het niet tegenhouden. Het is verordineerd door Jezus Christus om zo te zijn en het zal zo zijn. "Want op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen en de poorten der hel zullen het niet overweldigen." Hoe, wat is het, welk soort gemeente? "Vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, Petrus. Maar Mijn Vader die in de hemel is, heeft het u geopenbaard. (Geestelijke openbaring door de Heilige Geest van het Woord van God.) Op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen en de poorten der hel kunnen het niet overweldigen." Zij beweegt verder.

179 Nu broeder, aangezien er gekheid met haar gemaakt werd en zij vervolgd werd en achtergesteld en alles, zal een van deze heerlijke morgens, halleluja, de grote Meester Die in de heerlijkheid Zijn dienstknechten aanwijst... "Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de Here." Niet door theologie en niet door spraakkunst, noch door deze andere dingen, maar door eenvoudig, heilig, onvervalst geloof in de Zoon van God en wat Hij zei in Zijn Woord.

     Hij schildert een schilderij. Hij schildert een portret. Wat is het? Een met de Heilige Geest gevulde gemeente die Hij tevoren verordineerde, vóór het begin van de wereld om ginds in Zijn heerlijkheid te verschijnen. En een dezer morgens zal Hij vanuit de hemel neerzwiepen, halleluja; als een grote magneet zal Hij die kleine gemeente die vervolgd is, optrekken en haar ophangen in de Hal van Roem, als zij juichend door de lucht gaat. "Dit kleed van vlees zal ik afleggen en ik zal opstaan en de eeuwige prijs grijpen. Ik zal juichen terwijl ik door de lucht ga, vaarwel, vaarwel, lieflijk uur van gebed!" Amen.

180 Hemelse Vader, wij danken U vanavond. Wij weten niet wat er aan de hand is, konden op de een of andere wijze niet in deze les komen. De Heilige Geest bewoog Zich, brak door en ging verder. O, wij danken U, danken U uit de diepten van ons hart voor Uw liefde en kracht. Dank U, Here, dank U voor een nederig volk in dit grote, donkere tijdperk hier beneden. In deze grote tijd van zelfgenoegzaamheid, o, trots, hoogmoed en meer liefhebbers van genot dan liefhebbers van God; de Geest spreekt nadrukkelijk dat deze dingen er in de laatste dagen zouden zijn. II Timotheüs 3, in Uw Woord staat dat ze "koppig en hoogmoedig" zouden zijn, meer wetend dan iemand anders, "hoogmoedig, zonder zelfbeheersing, wreed en verachters van hen die goed zijn, hebbende een vorm van godzaligheid, maar de kracht ervan verloochenend; keer u af van dezulken."

181 God, U sprak in die dag dat U een kleine gemeente zou hebben en U zei: "Vrees niet, kleine kudde, het is uws Vaders welbehagen u het Koninkrijk te geven."

182 Dank U, Here, dat U ooit mijn arme ogen opende, mij, een arm blind wrak daarbuiten in zonde, geboren in een zondig gezin en grootgebracht boven een whiskyvat. O, maar God, wat beschermde en hielp U en zegende en bevredigde! Hoe kan ik ooit mijn gevoelens tegenover U, Here, uitdrukken? O God, laat dit gewoon het begin zijn, Here, dat ik weer naar de uithoeken van de wereld kan gaan, overal, de Boodschap van bevrijding en verlossing verkondigend.

183 God, schud deze kleine oude kerk als nooit tevoren. Moge de Heilige Geest een houvast krijgen op ieder persoon hier, hen laten vasten en bidden en dag en nacht op hun aangezicht laten liggen, het uitschreeuwend, Here, totdat de ouderwetse opwekking hier uitbreekt, Here, die alles hier schoon zal vegen en een ouderwetse tijd zal brengen die mannen en vrouwen terug naar God zal brengen. Sta het toe, Vader, want wij vragen het in Jezus' Naam. Amen. Amen. (Laten wij opstaan.)

O, ik wil Hem zien, naar Hem opzien,
Om daar voor eeuwig van Zijn reddende genade te zingen;
Laat mij op de straten van heerlijkheid mijn stem verheffen;
Alle zorgen voorbij, tenslotte thuis om ons voor altijd te verblijden.

184 Halleluja! Als ik hier zo naar beneden kijk, herinner ik mij een oude man die daar zat als ik deze Boodschappen predikte, huilend, de tranen uit zijn ogen vegend en die zijn armen om mij heensloeg. Op een schitterende dag zal ik hem zien! Ik kijk daar en zie een ander die daar zat, de oude zuster Webber. Ik herinner mij verschillenden. En zuster Snelling die in het koor zong, de kleine oude roodharige broeder George zat daar achterin, waar zijn zij? Halleluja! Ze zijn daarginds weggedragen in de boezem, halleluja, verzegeld in het Koninkrijk van God. Ik lette op hen toen zij heengingen. Ik zag kleine broeder George hier heengaan; hij bleef door de deur kijken en deed [Broeder Branham maakt een hijgend geluid – Vert] en zei: "Waar is... Wat is er gaande?" (Ik bad voor zijn kleine neef vanavond; hij was ziek.) En hij keek daarheen en zij bleven... Ze zeiden: "Hij kijkt uit naar broeder Bill." Hij keek niet uit naar mij. Toen dadelijk, weet u, wendde hij zijn hoofd naar het Oosten en hij zei: "O Jezus, ik wist dat U mij zou komen halen!" Hij strekte zijn handen uit en stierf, ging heen om God te ontmoeten. Halleluja! O my! Laten wij naar huis gaan! Hebt u Hem lief?

185 Ik vraag mij af of er hier binnen een man of vrouw is die zegt: "Ik zou Hem graag kennen in de volheid van Zijn kracht van Zijn opstanding." Steek uw hand op. God zegene u, dame. God zegene u. God zegene u. Vraagt u zich af waarom ik wacht met deze altaaroproep? Ik heb daar een reden voor. Goed. Steek uw hand op. "Ik zou Hem graag willen kennen in de kracht van Zijn opstanding."

186 Die opstandingskracht, broeder, ik bedoel niet iets dat u moet opgraven en trekken en proberen. Ik bedoel gewoon, gooi uzelf los en God heeft u ginds ergens heen gedragen, waar het gewoon zo'n genoegen is om voor Hem te leven. Er is niets in de... Wel, de andere dingen zijn gewoon zo dood als twaalf uur, zie. Niets, helemaal geen verlangen, geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn. My! Die oude dingen van de wereld, u hoeft ze niet los te laten, nee; er is niets om los te laten, het laat u gewoon los. U... Het is zo eenvoudig, het is er niet meer, het gaat gewoon weg. Amen. Hoevelen hebben de Here lief, zegt: "Amen." [De samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Zegt het goed hard. [Broeder Branham en de samenkomst roepen uit: "Amen!"] Goed.

Neem de Naam van Jezus mede,
Kind... (Draait u om en schudt handen nu.) en van smart;

187 Schud iemand de hand dichtbij u en zeg: "Ik ben blij u hier in de Tabernakel te ontmoeten" en richt u dan weer op.

... u,
Neem Hem mede overal waar u gaat.
Dierbare Naam. O, hoe lieflijk!
Hoop der aarde en vreugde van de hemel;
Dierbare Naam. o, hoe lieflijk!
Hoop der aarde en vreugde van de hemel.

     Nu, echt zachtjes, luister.

Voor de Naam van Jezus buigend,
Languit vallend aan Zijn voeten,
Koning der koningen, zullen wij Hem in de hemel kronen,
Als onze reis geëindigd is.
Dierbare Naam (dierbare Naam), o, hoe lieflijk!

188 Is Hij niet lieflijk? Alles in de hemel, noemde Hem, alles op de aarde, noemde Hem: "Jezus."

... hemel;
Dierbare Naam (dierbare Naam), o, hoe lieflijk!
Hoop der aarde en vreugde van de hemel.

189 Nu zullen wij onze hoofden buigen. De grote Leraar die op zekere dag op de berg zat, zei: "Op deze wijze zult u allen bidden." [Broeder Branham en de samenkomst bidden tezamen. Mattheüs 6:9–13. – Vert]

Onze Vader, Die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid,
In Eeuwigheid. Amen.

     Goedenacht. De Here zegene u.

Voor de Naam van Jezus...