Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Toen kwam Jezus

Door William Marrion Branham

1 ... en tot de grote Naam van Uw gezalfd Kind, de Here Jezus Christus. Wij danken U voor Zijn leven en voor Zijn genade die in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest.

2 Als wij zouden stilstaan om de vele zegeningen te tellen die aan ons zijn gegeven, zouden ze ontelbaar zijn. Wij zijn dankbaar voor onze gezondheid en voor al de grote zegeningen die niet voor geld te koop zijn. Gij hebt ze rijkelijk, door Uw genade, over ons uitgestort. En wij zijn een bevoorrecht volk om U te mogen kennen.

3 En het is ons hartsverlangen dat degenen die U niet kennen, en niet bevriend zijn met U, met U in kennis mogen komen en hun zonden vergeven worden en dat zij bevriend raken met U, Vader. Want U zei: "Ik ben zachtmoedig en nederig. En het kruis was zacht en de lasten waren licht." En wij bidden dat U dat aan een ieder zult openbaar maken. Als er hier enigen zouden mogen zijn die U niet kennen, mogen zij dan vanavond komen en U ontvangen. Help de Christenen als zij voortgaan. Zegen deze liederen vanavond van de mensen die zingen.

4 En help ons in de aankomende opwekking. Wij voelen, Here, dat deze vijf avonden in Uw wil zijn, opdat wij deze avonden zouden opdragen in Uw dienst, juist voordat wij de grote opstanding vieren en de kruisiging; de opstanding van onze Heer.

5 Wees nu met ons. Kom tot Uw Woord, Here, en bedien ons, en mogen wij gemeenschap hebben rondom het Woord door de Geest van God. Wij bidden in Christus' Naam. Amen.

6 Het is zo'n voorrecht om te proberen te staan voor een persoon, om over de Here Jezus te spreken. En ik heb in mijn bediening opgemerkt, dat het God niet uitmaakt of er een dozijn is of dat er duizenden zijn. Hij heeft de hele tijd dezelfde boodschap voor de mensen, die Zijn genade is.

7 Ons onderwerp vanavond begint met een van de mooiste geschiedenissen van de Schrift. Ik geloof dat de hele Schrift volmaakt is. Er kan geen enkele fout worden gevonden in Gods Woord. Het is gewoon volmaakt. Maar de tekst die wij in overweging nemen, is een van de meest uitzonderlijke teksten uit de Schrift. Het is een van de zegels van Zijn Messiasschap.

8 Weet u, mensen kunnen op aarde verschijnen en allerlei uitspraken doen en allerlei beloften, maar wanneer zij niet in staat zijn om deze beloften te vervullen, wel, dan zijn hun beloften niet veel waard. Maar wanneer er een man komt die een belofte kan maken en dan in staat is die belofte te vervullen, dan maakt die zijn woord waardevol.

9 En Hij was de enige Man die ooit op aarde heeft geleefd die deze uitspraak kan maken: "Ik heb macht om Mijn leven af te leggen en Ik heb macht om het weer op te nemen."

10 Ik heb in mijn bediening het voorrecht gehad om bij het graf te staan van vele grote grondleggers der religie, beroemde oprichters zoals Mohammed en vele van de andere bekende godsdiensten ter wereld. Maar ieder van hen heeft een aangewezen plaats waar hun stichter stierf en begraven is en hij ligt daar tot aan de huidige dag.

11 En tot nu toe heb ik, in het natuurlijke, nog niet het voorrecht gehad om bij dat open graf te staan waar Christus werd ingelegd, en het graf kon Hem niet vasthouden. Want Hij was degene die zei: "Ik leg Mijn leven af; niemand ontneemt het Mij. Ik leg het neer en Ik neem het weer op."

12 En het is de enige godsdienst ter wereld die bewezen kan worden correct te zijn, de Christelijke godsdienst. Onze Here stierf niet alleen voor Zijn volk, maar Hij verrees weer voor hun rechtvaardiging. En Hij is opgevaren naar omhoog, en zit vanavond op de troon van God. En Zijn Geest leeft in Zijn gemeente, bij Zijn volk, en doet precies dezelfde dingen die Hij deed toen Hij hier op aarde was; Zijn bediening voortzettend.

13 En aan het einde van deze morgen, toen de Heilige Geest zo heerlijk neerkwam en ons baadde in Zijn heerlijke schoonheid, werd ik zo geïnspireerd om deze woorden te spreken en te zeggen dat op een heerlijke dag al de gaven die in de gemeente zijn, eenvoudig aan de kant zullen worden gezet, als het ware op de schoorsteenmantel. En de Heilige Geest Zelf zal de gemeente dusdanig onder controle nemen, door goddelijke liefde, dat de zieken zullen worden genezen, zonder dat er handen op hen worden gelegd. Het zal eenvoudig één grote eenheid zijn.

14 En terwijl we deze morgen hier stonden, in het tijdperk en de tijd waarin wij zijn, en we zagen die man lopen... of hoe hij werd opgetild met zijn hoofd gebogen tussen zijn knieën en met een ziekte in de ruggegraat die hem zich op deze manier voorover deed krommen en hem omlaag trok. En terwijl hij daar zat begon het in die rug heen en weer te schudden.

15 Om dan die man terug te zien gaan en gaan zitten nadat hij door de gebedsrij gekomen was en te weten dat hij de uitspraak had gedaan, zoals hij zei, dat hij gedurende vele jaren een slecht gehoor had in zijn oren, en om dan te zien dat de Here Jezus deze oren zo perfect opent, zodat hij het zachtste gefluister kon horen. Ging terug naar zijn plaats en hield zijn handen over zijn oren en huilde. Een zakenman; een man die honderden mijlen had gereden om hier te komen.

16 Daarna waren er de getuigenissen van deze kinderen die hier op het podium kwamen, de mensen die in een ernstige toestand waren geweest, allerlei soorten ziekten, vanuit het hele land, ze gaven hun getuigenis van hun toestand en hoe zij stervende waren aan kanker en verschillende dingen. En hier zijn zij, normaal, genezen. Dat is slechts één van de bewijzen van Zijn voortgaande Messiasschap.

17 Het is een bewijs dat Christendom de waarheid is. Er is geen andere religie de waarheid dan Christendom. En het is waar. Christus is de Waarheid. En Hij... De godsdienst van Christus stierf niet met Christus. Het mag met Hem gestorven zijn, maar het stond ook weer met Hem op. En Hij bewijst vanavond nog Zijn grote Messiasschap.

18 Wij hebben iets geleerd uit een boekje dat ik enige tijd geleden heb gelezen en het wordt genoemd: 'De Prins uit het huis van David'. Ik geloof dat het werd geschreven door een man genaamd Ingraham. En er wordt verondersteld dat een gedeelte ervan waar is en gehaald is uit een of ander oud manuscript, uit een lederen manuscript van vele, vele jaren geleden. Er was een jonge Jodin in Palestina op hetzelfde tijdstip dat Jezus daar was. En zij schreef naar haar vader in Alexandrië en bleef in nauw contact met haar vader betreffende Johannes de Doper en Jezus die Zichzelf "de Messias" noemde. En daarin geeft zij een prachtige beschrijving van onze geschiedenis vanavond.

19 Zij zei, dat Martha en Maria en Lazarus boezemvrienden waren van Jezus. Dat Hij, na de dood van Jozef... Hij ging bij hen wonen en bleef bij hen. Lazarus leerde om Schriftgeleerde te worden in de tempel. En Martha en Maria waren ook... Zij hadden geen vader en moeder. Dus zij maakten kleedjes voor de tempel, de doeken en dergelijke, naaiwerk, en dat gaf ze wat te doen. En Jezus kwam bij hen wonen, zelfs voordat Hij Zich had bekendgemaakt als de Messias.

20 En Lazarus was naar de rivier gegaan om de prediking van Johannes te horen. Toen kwam hij terug en vertelde hun welk een groot profeet uit Galilea was gekomen, uit de woestijn, en wat hij aankondigde, dat de komst van de Messias op handen was. En Lazarus wist niet in het minst dat degene tot wie hij sprak de Messias Zelf was.

21 En op een dag haalde hij als het ware Jezus over om met hem mee te gaan om deze profeet te horen prediken. En daar stond Johannes, niet getooid met holle, hoogdravende woorden, maar een eenvoudige, normale man; niet gekleed zoals de hogepriester.

22 Want God woont niet in de wijze waarop wij ons kleden. God maakt Zich daar niet zo druk om, zolang wij eerbiedwaardig gekleed zijn en er netjes uitzien. U hoeft uw boord niet achterstevoren te draaien of een tulband op uw hoofd te dragen. God wil dat u een nederig, onderdanig hart hebt. Daar kijkt God naar uit.

23 En toen hij Jezus zag komen bij Johannes, naar zijn doop, draaide Johannes zich om en keek en zei: "Zie het Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt."

24 En zij zeggen dat Hij later, toen Jezus door Johannes was gedoopt, terugging naar het huis van Lazarus en Martha. En toen Hij daar woonde, at Hij aan hun tafel, sliep daar in Bethanië in hun bed. En op een dag sprak God tot Jezus en vertelde Hem: "Ik wil dat Je deze plaats verlaat en daar heengaat waar Ik Je zal tonen."

25 Nu, wij weten dat de Bijbel zegt in Johannes 5:19 dat Jezus zei: "Ik doe niets tenzij de Vader Mij eerst toont wat Ik moet doen."

26 En nu moest God Hem dan tonen wat Hij moest doen, anders zou Hij nooit uit Bethanië zijn weggegaan. Dus Hij ging weg, ongeveer een dagreis of twee.

27 En een poosje daarna werd Lazarus ziek en zij stuurden Jezus bericht om te komen. Maar in plaats van te komen, negeerde Jezus de oproep.

28 Zou u zich niet vreemd voelen als de herder dat deed? Het zou u het gevoel geven van: "Wel, hij geeft niets om ons."

29 Maar, o, als u slechts een ogenblik zou willen stoppen om u dit te herinneren, dat: "Alle dingen werken mede ten goede voor hen die God liefhebben." Niets ter wereld kan fout gaan zolang u in God bent. "De voetstappen van de rechtvaardige worden door de Here verordineerd."

30 En toen stuurden ze opnieuw bericht naar Jezus. En Hij negeerde, zo leek het, hun oproep en ging gewoon verder. Nadat er vier dagen voorbij waren gegaan, zei Hij: "Onze vriend Lazarus slaapt en terwille van u ben Ik blij dat Ik daar niet was." Want als Hij daar zou zijn geweest, zouden zij hebben geprobeerd om Hem iets te laten doen wat niet de wil van God was.

31 O, hoe zou ik hier voor een ogenblik bij stil kunnen staan! Hoe dat vele keren mensen met goede bedoelingen mensen uit de wil van God proberen te roepen. Een man zou zijn absolute roeping moeten weten. U zou moeten weten wat u aan het doen bent en niet op de manier van het veronderstellen, of dat geld u van de ene plaats naar de andere trekt of populariteit. Ongeacht hoe populair u bent, hoe rijk u bent, u zou altijd eerst God moeten zoeken om Zijn plan en Zijn wil te weten.

32 Nu, toen Johannes ziek was, leek het vreemd dat Hij niet terug wilde gaan. Maar Jezus zei: "Ik ben blij dat Ik daar niet was."

33 Want zij zouden Hem hebben overgehaald, zoals: "Nu, waarom komt u niet hier naartoe? Waarom doet U dit niet? En waarom wekt U hem niet op? U wekte anderen op." Maar Jezus wist beter. Jezus wist wat de wil van de Vader was.

34 En, o, wat een zalig voorrecht is het, dat wij de wil van de Vader kunnen weten. Als wij God zullen zoeken, zal God Zijn wil bekendmaken.

35 Ik zou liever weten in de wil van God te zijn als ik nooit meer tot iemand anders zou spreken, dan iedere avond te prediken tot tienduizend mensen uit de wil van God. Ik zou liever de wil van God weten. Ik geloof dat het David was die zei: "Ik zou liever een deurmat zijn", in de... of iets dergelijks, "in het huis van mijn Heer, dan te verblijven in de tenten der goddelozen."

36 Wat een voorrecht om onze plaats te vinden en daar te blijven. Ongeacht hoe de duivel schudt, wat hij zegt en hoe hij scheldt, blijf regelrecht in de wil van God.

37 Merk op wat Jezus toen zei: "Hij is dood." Zij dachten dat hij sliep. Hij zei: "Hij is dood. En terwille van u ben Ik blij dat Ik daar niet was. Maar Ik ga hem wakker maken." O my, het was niet zo van: "Ik zal erheen gaan en eens zien of Ik wat kan doen; Ik zal er heengaan en het eens proberen." Maar: "Ik zal erheen gaan en hem wakker maken." Want Hij wist – God had het Hem getoond door een visioen – dat Lazarus uit dat graf vandaan zou komen. En dat was geen gok. O, als God zou...

38 Iedere keer dat God een visioen toont van wat er zal gaan gebeuren, zal het precies op die manier gebeuren; als het visioen van God komt. Het moet wel! Hoe zou ik hier met mijn tekst kunnen stoppen en gedurende uren gevallen aanhalen die ik ken.

39 Ik ben naar gevallen toegegaan waarvan ik zou denken: "O, God, U zult het zeker doen", er gewoon op afgaand en proberend mijn geloof erop uit te testen. Maar vele keren werkt het niet.

40 Maar wanneer God een visioen toont, o my, dan moet het eenvoudig gebeuren. Het kan niet falen. En vanwege dat Hij het nú doet, is dat het onfeilbare bewijs dat Hij nog steeds de Messias is; dat Zijn Messiasschap wordt bezegeld met de tekenen en wonderen van de betuiging van Zijn gezegend Woord.

41 En als we er dan aan denken dat Lazarus ziek werd. Er is niemand die weet wat ziekte is, totdat je het in je eigen huis hebt gehad. En ik ben er zeker van dat ieder van ons vanavond kan meevoelen met Martha en Maria. Hoe hun enige kostwinner die zij hadden, hun broer, ziek op bed lag. Misschien hadden de dokters hem opgegeven. Ons wordt verteld dat hij stierf met bloedingen in de longen, waarschijnlijk tuberculose. En hij stierf in die toestand. En toen hij zo ziek was en de dokter hem had opgegeven, toen wilde Jezus niet naar Zijn vriend toekomen.

42 Nu, dat was echt een donkere tijd. Kunt u zich voorstellen dat deze twee mooie jongedames Jezus bericht stuurden om te komen en Hij weigerde om het te doen? Nadat zij uit de kerk waren gekomen en de oude orthodoxe godsdienst hadden verloochend en zichzelf hadden afgescheiden van de andere verenigingen dezer wereld; en toen stelden zij hun hele vertrouwen in deze Man, Christus, van Wie zij geloofden dat Hij de Messias was, Christus; en vervolgens liet Hij ze vallen!

43 O, we hebben allemaal dat soort ervaringen gehad. Ik herinner mij dat, toen ik pas bekeerd was, mijn familie dacht dat ik mijn verstand had verloren. Wel, zij zeiden: "Als je aan die soort godsdienst vasthoudt, zul je binnen een paar dagen in het krankzinnigengesticht zitten." U hebt hetzelfde meegemaakt, dat mensen lol over u maakten en dat uw familie zei dat u op hol geslagen was. Maar zolang uw geloof in Christus is, zal alles in orde komen. Maakt u daar nooit zorgen over. En ik kan mij herinneren hoe de mensen...

44 Ik was mijn vriend tegengekomen en de jonge meisjes met wie ik omging, ik kwam ze op straat tegen. En hij zei: "Billy, je bent een heilige roller geworden." Het kon mij niet schelen, want ik wist dat er iets gebeurd was, iets had plaats gevonden.

45 En in mijn hart geloofde ik dat het de echte, originele Heilige Geest was. Er zijn vierentwintig jaren voorbijgegaan en het is daar vanavond nog steeds zo verankerd. Ik ben nog net zo vastbesloten om Hem te dienen als de eerste avond dat ik het Hem beloofde in die kleine, oude blokhut. Zeker. Iets nam een houvast! Donkere uren zijn gekomen. Tragediën zijn gekomen. Teleurstellingen zijn gekomen. De dood is gekomen. Maar, in het aangezicht van dit alles, rust ik op die heerlijke hoop dat Hij zei: "Ik ben de opstanding en het leven; hij die in Mij gelooft zal, al ware hij dood, toch leven."

Mijn hoop is op niets anders gebouwd
Dan op Jezus' bloed en gerechtigheid;
Wanneer alles rondom mijn ziel bezwijkt,
Dan is Hij al mijn hoop en steun.

Op Christus, de vaste Rots, staan wij;
Alle andere grond is zinkend zand. (Beslist!)

46 O, het moet een donkere tijd zijn geweest toen hun dokter hen in de steek had gelaten, toen hun Vriend hen in de steek had gelaten en nu was Lazarus stervende. En de vierde dag brak aan en hij bloedde voor de laatste keer en ging heen om bij God te zijn. Zij brachten hem weg; lieten het bloed uit zijn lichaam vloeien, deden kruiden en nardus in zijn aderen, wikkelden hem in een doek en legden hem in het graf. En hij lag daar, vier dagen, dood. Zijn lichaam stonk.

47 Nu, iedereen weet dat het menselijk lichaam na ongeveer tweeënzeventig uur tot ontbinding overgaat.

48 Om die reden moest Jezus opstaan voordat de drie dagen om waren. Na tweeënzeventig uur zet de ontbinding in.

49 En David zei in de Bijbel, achthonderd jaar voordat Christus werd geboren, onder de inspiratie van de Heilige Geest: "Ik zal niet toestaan dat Mijn Heilige ontbinding ziet, evenmin zal Ik Zijn ziel in de hel achterlaten."

50 Om die reden zei Hij: "Vernietig dit lichaam en Ik zal het binnen drie dagen weer oprichten." Hij wist dat het bederf niet zou intreden. Daarom stierf Hij op vrijdagmiddag en stond weer op op zondagmorgen, want Hij wist dat niet één cel van dat gezegende lichaam door bederf zou kunnen worden aangetast.

51 Want Gods Woord is zo onfeilbaar. O my! Hij houdt Zijn Woord tot op de letter: "Hij zal niet toestaan dat Mijn Heilige ontbinding ziet, evenmin zal Hij Zijn ziel in de hel achterlaten." Gods onfeilbaar Woord kon niet falen. Daar lag Zijn lichaam. Zeker, mensen vragen zich af. Ze zeggen: "Drie dagen en nachten?"

52 Maar Hij zei dat het binnen drie dagen en nachten was. Hij wist dat het niet geheel drie dagen en nachten kon zijn, omdat dan ontbinding zou intreden.

53 Dus hier was Lazarus; vier dagen waren voorbijgegaan. De neus was reeds ingevallen in zijn gezicht. De vingers waren al veranderd. De huidwormen waren begonnen door zijn lichaam te kruipen en aten zijn vlees op.

54 O, het moet het donkerste uur zijn geweest wat de kleine familie ooit had gezien! Hun vriend weggegaan. Hun kerk; zij waren geëxcommuniceerd. Hun broer was dood. En de mensen waren aan het bespotten en lachten hen uit, terwijl deze twee meisjes samen in huis zaten, met hun zwarte sluiers over hun gezicht, zoals het in het Oosten de gewoonte is. Ze zaten daar en weenden en treurden, omdat hun broer was heengegaan. Daar zaten zij.

55 Er is er niet één die niet in een dergelijk huis heeft gezeten; niemand die niet gezeten heeft naast het bed van hun geliefden! Wij weten het, velen van u weten het, hoe wij hebben gezeten bij onze geliefde. Roy, ik kan je zien zitten naast die kleine jongen. Broeder Roberson, ik kan jou en zuster Roberson zien zitten naast haar moeder. O, hoevelen van u! Ik kan mijzelf zien zitten naast mijn kleine overleden baby, van ongeveer acht maanden oud. Wij weten wat deze dingen inhouden. O, wat een donkere uren!

56 Maar het was het donkerste uur dat deze kleine familie ooit had gezien. En ongeveer op die tijd kwam Jezus op het toneel. Gewoonlijk is dat de manier waarop Hij het doet. Het is in het donkerste uur en dan komt Jezus op het toneel.

57 Het was vele jaren geleden op een morgen in Babylon. Het waren drie Hebreeuwse kinderen die daar naartoe waren gebracht, gevangen, ver van hun moederland. Zij waren bedroefd omdat zij gevangen waren. Zij waren bedroefd omdat er geen plaats was om te aanbidden. Maar zij leefden nog steeds getrouw aan God. En er kwam een groep bedriegers langs en zij lieten een proclamatie uitgaan, dat: "Een ieder die niet voor een beeld buigt", die niet in overeenstemming was met hun religie, "zou in de vurige oven worden geworpen." En de koning trad naar voren met zijn gebral en zei: "Een ieder die niet voor dit beeld wil buigen, moet in deze vurige oven gaan en worden verbrand." Nu, daar was een testtijd.

58 En er is altijd een testtijd. "Iedere zoon die tot God komt, moet eerst worden getest, beproefd." O, ik houd ervan. O, ik vraag er niet om, maar nadat het voorbij is, draagt het de schone vruchten van zachtmoedigheid. De testtijd, wanneer het vuur heet is! Hoe ging iedere Christen gedurende de tijdperken door die testtijd. En de Bijbel zei: "Indien wij die test niet kunnen doorstaan, worden wij bastaardkinderen en niet de kinderen van God." Dus een echt kind zal in de testtijd, wat dit was, niet afgaan op wat hij ziet. Hun natuurlijke ogen zijn gesloten voor de dingen die rondom hen zijn. Zij wandelen slechts door het geloof van de Here Jezus Christus, kijken naar Zijn Woord en geloven dat Hij ieder Woord zal houden, precies zoals Hij zei dat Hij zou doen. Testtijd, beproevingen!

59 En wij zien, dat toen deze beproevingstijd voor deze drie Hebreeënkinderen aanbrak, zij getrouw bleken te zijn. Zij zeiden: "Wij zullen niet voor het beeld buigen." O my!

60 Maar, omdat de grote proclamatie was ondertekend, gingen zij naar hen toe en haalden hen bijeen en bonden hun handen achter hen en lieten ze een grote plank oplopen, een looppad, om hen in de oven te gooien die de hemel vuurrood kleurde; zeven keer heter dan hij daarvoor was geweest. En terwijl zij deze plank opliepen – en in hun hart wisten zij het – konden zij niet begrijpen hoe God het ooit zou doen. Maar zij wisten dat God het kón doen. Het was als het ware hun voorrecht om hun dood tegemoet te lopen, om Gods Woord te houden.

61 En misschien was dit het donkerste uur dat zij ooit hadden meegemaakt, terwijl zij daar naar voren liepen. Zij hadden geen huis om naartoe te gaan op deze aarde. Zij waren gevangenen. Zij waren net slaven. Zij waren uit hun moederland weggehaald. Zij hadden geen toestemming om naar een openbare aanbiddingsplaats te gaan. In dat land aanbaden zij afgoden; zij konden dus niet naar een afgodendienst toegaan, evenmin konden zij hun voorrechten genieten van hun thuisland. Zij waren gevangenen. Maar, één ding, u kunt een gelovige niet afhouden van zijn God. Nee, dat kunt u niet.

62 En die morgen wisten zij, terwijl zij naar boven liepen, dat zij alleen stonden met God. En misschien was het het donkerste uur waarin zij ooit waren terechtgekomen, toen zij naar boven begonnen te lopen. En de hitte van de oven begon in hun gezicht te slaan. En toen zij met hun laatste stap afscheid namen van deze wereld, naar beneden die vurige oven in, toen kwam precies op die tijd Jezus voorbij. En Hij ging naar binnen in die vurige oven, trok een palmblad af van de altijd groene bomen uit de hemel en Hij waaierde het vuur bij ze vandaan.

63 Totdat, nadat zij gedurende ongeveer een uur of meer verbrand waren, de koning helemaal zwaarmoedig werd en zei: "Maak open en laat ons zien wat er is gebeurd."

64 Toen trokken zij het grote deksel van de oven naar beneden, en het grote stalen of koperen deksel viel naar beneden. De koning keek er in en hij zei: "Hoeveel hebben wij daarin gegooid?"

     Hij antwoordde: "Wij gooiden er drie in."

65 Hij zei: "Er zijn er daar vier. En één ervan lijkt op de Zoon van God."

66 Het mag donker worden, hete tijden, er mogen beproevingstijden komen, maar Jezus is altijd op het toneel als wij maar waarachtig zijn en getrouw.

67 Er was eens een kleine vrouw die al haar geld had besteed aan dokters. En zij had de boerderij en misschien het personeel verkocht. En alles wat ze had, had ze verkocht en aan de dokters uitgegeven om te proberen beter te worden. Niet één van hen kon iets goeds voor haar doen. En daar zat zij, alleen, haar kleine lichaam was tenger omdat zij al vele jaren bloed verloor. En niets scheen haar te kunnen helpen. En daar...

68 Zij had gehoord. U weet: "Geloof komt door het horen, het horen van het Woord." Zij hoorde dat er ver weg, helemaal aan de andere kant van Galilea, een profeet was, die bezig was de zieken te genezen. Maar zij had het geld niet om het meer over te steken. Ze kon zelf niet roeien, ze was te zwak. En ze was niet in staat iemand anders te betalen, omdat zij alles wat zij had aan de dokters had gespendeerd; en ze was er nog precies even slecht aan toe als ooit tevoren.

69 Op een morgen zat zij, zoals wij ons kunnen voorstellen, buiten op het erf en probeerde met haar kleine bevende vingers een haak- of breiwerkje te maken. Terwijl zij naar beneden keek, klonk er wat lawaai bij de oever van het meer. En een bootje werd de golven ingeduwd en zij keek op. En nadat...

70 Zij zat daar te denken: "Nu is al mijn geld op. Wat zal ik vervolgens gaan doen? We zullen misschien ons huis worden uitgezet. De hypotheekbank heeft het in beslag genomen. We hebben zelfs geen voedsel, niets meer, om te eten. En ik kan geen verlichting krijgen." Het was misschien het donkerste uur dat zij ooit had gezien.

71 Ongeveer op die tijd werd het bootje op het strand getrokken en kwam Jezus eraan. Ze loopt naar de rivier met haar kleine, bevende lichaam.

72 En onthoud dit: omdat Jezus komt, zal iedere duivel in de hel proberen u bij Hem vandaan te houden. Dat is juist. U mag de boodschap horen, maar de duivel zal direct op uw schouder zitten en zeggen: "Luister niet. Luister niet. Luister niet." Maar gelooft u hem niet.

73 Hij zei: "Ieder die wil kan komen en het water des Levens drinken om niet." Luister niet naar hem, want hij is de duivel.

74 En de kleine vrouw bereikte de plaats waar Jezus aankwam en de mensen, de armen, enzovoort, verdrongen zich om Hem heen.

75 En daar stonden de priesters en al de grote leiders van haar religie. En zij maakten lol over Hem en zeiden: "Ah, U bent degene die de zieken geneest, is het niet? Wel, we hebben meer dan genoeg zieken. Laat ons eens zien dat U die geneest. Wel, U bent degene die de doden opwekt, is het niet? We hebben hier een kerkhof vol. Laat ons eens zien dat U die opwekt."

76 Hij besteedde niet in het minst enige aandacht aan hen. Hij liep gewoon door. Hij had één ding om te doen, dat was de zaak die God Hem had getoond om te doen. [Broeder Branham klapt een keer in z'n handen – Vert] Niets minder en niets meer!

77 Wanneer de Christen op die plaats komt, waar hij het zal laten gaan en niet zal ingaan op al de kwaadsprekerij en de geruchten die worden gezegd en die rondgaan; en één motief heeft, dat is om de wil van God te doen, waarvoor God u zond, dan zal er een andere tijd zijn en een andere gemeente.

78 Hier liep zij deze menigte tegemoet. En Jezus wandelde dichterbij, met Zijn langzame, gestage tred.

79 En de mensen renden naar Hem toe en zeiden: "Bent U de profeet? Bent U dit? Bent U dat? Zeg, wat zegt U ervan om hier naartoe te komen en iets voor mij te doen? Laat mij eens zien hoe U een wonder doet. We zouden het op prijs stellen om te zien hoe U water in wijn verandert; hier is een kruik vol. Ik zou er graag iets van willen hebben. Ze zeggen dat het goede wijn was. Maak hier wijn van. Laat eens zien hoe het smaakt."

80 Hij hief zelfs Zijn hoofd niet op. Hij bleef gewoon doorlopen. Dat maakt dat ik Hem liefheb.

81 Weet u, er zijn kleine, kleinzielige, onbeduidende mensen voor nodig om ruzie te zoeken en te argumenteren. Een groot man besteedt niet de minste aandacht aan zoiets. Christenen merken niet wat de wereld zegt; als zij iets willen zeggen wat in hun hoofd opkomt. Zij hebben... Zij zijn te groot om deze kleine onbelangrijke dingen op te merken. Zij blijven gewoon doorbewegen, gaan eenvoudig door.

82 De kleine vrouw dacht: "Nu, dit is het enige uur dat ik Hem ooit zal zien; mijn laatste gelegenheid. De enige gelegenheid die ik ooit heb gehad. En ik geloof echt dat, als ik slechts het kleed van die man zou kunnen aanraken, dat ik gezond zal worden." Wat een geloof! Wat een tijd!

83 En terwijl de menigte probeert haar tegen te houden, gaat ze op de een of andere manier op haar knieën en kruipt tussen al die mensen door, totdat zij Zijn kleed aanraakt. En ze liep terug en mengde zich in de menigte

     Jezus keerde Zich om en zei: "Wie heeft Mij aangeraakt?"

84 Wel, de menigte zei: "Wel, niemand heeft U aangeraakt." Iedereen ontkende het.

85 En Petrus bestrafte Hem. Hij zei: "Here, iedereen botst tegen U op."

     Hij zei: "Maar Ik bemerk dat er kracht van Mij is uitgegaan."

86 En Hij keek om Zich heen totdat Hij haar vond. Hij zei: "Uw geloof heeft u behouden."

87 Haar donkerste uur. De Bijbel zei: "Ze voelde van binnen dat de bloedvloeiing was gestopt."

88 Was dezelfde Here Jezus niet hier, deze morgen? Voor een man die daar zit, met vergevorderde kanker, zodat hij... de dokter zei: "Hij kan nog maar een poosje leven." En hij kwam voorbij het altaar in het donkerste uur dat hij ooit had gezien, en hij stond daar vijftien minuten achterin. En hij moest hierheen komen en zei: "Heel dat zware gevoel is bij mij weggegaan." Het donkerste uur, toen kwam Jezus voorbij.

89 Het was broeder Burns die daar zit... Zijn lieflijke kleine gezellin is in de heerlijkheid vanavond. Hij lag daar in Louisville in het ziekenhuis met kanker in de milt. En de doktoren hadden hem opgegeven. Broeder Woods en ik waren weg in de bossen op eekhoorntjesjacht. We kwamen terug en iets drong mij om naar Louisville te gaan. Waarom? Ik weet het niet.

90 En ik zei: "Broeder Woods, rijd de hoek om, ik ga bij Sutcliff's naar binnen. En wanneer je terug komt rijden kun je me oppikken." Ik wachtte en wachtte. Ik kon hem nergens vinden. En na een poosje merkte ik hem op terwijl hij de andere hoek omsloeg en de straat voorbij reed, denkende dat Sutcliff's in een andere straat was. Als de man even had gekeken, zou hij hebben gezien dat Sutcliff's daar niet was. En hij doet zaken met Sutcliff. Hij weet waar de plaats is.

91 Maar de kleine zuster Burns, die vanavond rust bij God, stond in haar huis, nam dat fotootje met de engel van de Here bovenaan en knielde ervoor neer en zei: "O God, help mij om broeder Branham te vinden voor mijn lieve man."

92 En zij gaat naar de stad om een lichtrekening te betalen, niet wetend waar ik was in deze wijde wereld. En ze kwam. Ik wachtte meer dan een half uur. En ik bleef maar zien dat de truck de andere hoek omsloeg. Ik zei: "Hij is de weg kwijt. Ik moet daar heengaan." En precies op het moment dat ik bij de hoek aankwam en hij de hoek omreed om mij in te laten stappen in de truck, en precies op die tijd kwam zuster Burns de hoek om.

93 En daar genas God haar man door een gelovig gebed. En daar zit hij vanavond. Het was in het donkerste uur, toen kwam Jezus voorbij.

94 Wij denken slechts dat we verloren zijn en in de steek gelaten. En wanneer u dat gevoel krijgt... Houd gewoon vol. Hij zal daar zijn. Treur niet.

95 Het was het donkerste uur dat Georgie Carter daar in Milltown ooit had gezien. Zij behoorde tot een kerk die niet in Goddelijke genezing geloofde. Zij maakten Goddelijke genezing belachelijk en maakten er lol over. En daar lag die vrouw in die toestand. En de Here sprak hier op bed tot mij en zei: "Ga naar Milltown." Ik had nog nooit van de plaats gehoord.

96 Ik kwam hier naar het podium toe en ik zei: "De Here heeft mij naar een plaats toegestuurd genaamd Milltown. Daar is een klein lam verward geraakt in de struiken en het roept om hulp." Niemand wist waar het was.

97 En broeder George Wright die hier vanmorgen was, zei: "Ik weet waar het is. Het ligt ten noorden van mijn plaats." Ik ging er de volgende zaterdag heen. Ik keek overal en begon een samenkomst in de oude Baptistenkerk.

98 En toen leidde meneer Hall mij daar naartoe om voor dit kleine meisje te bidden, en ik bad voor haar. Haar familie verliet het huis. Zij wilden er niets mee te maken hebben, want hun kerk had hun verteld: Iedereen die mijn samenkomst binnenliep zou uit de kerk worden gezet. Daar had zij gelegen, negen jaar en acht maanden, plat op haar rug; zelfs niet in staat om zich te bewegen. Ze had gehuild. Ze had gebeden. Totdat: u kunt er tot aan deze dag heengaan en kijken. Van haar kleine hemelbed had ze aan het hoofdeinde al de verf er afgewreven, terwijl zij het uitriep tot God om iets voor haar te doen. En toch geloofde haar koude, formele, onverschillige kerk niet in Goddelijke genezing en zou deze iedereen die voor haar op die manier zou komen bidden, verwerpen.

99 Haar pappa was daar diaken in de kerk, of zoiets. Haar mamma, enzovoort; steunpilaren in de kerk. En daar werden zij verworpen; alle hoop was vervlogen. De doktoren hadden haar vijf jaar daarvoor opgegeven. Ze woog nog maar ongeveer zevenendertig pond; slechts beenderen. Haar beentjes leken op bezemstelen. En daar lag zij, nog slechts vel over been.

100 En op een dag, toen ik er heenging... Haar moeder rende weg; haar vader verliet het huis. Ze wilden niets te maken hebben met dat fanatisme. En op een dag liep ik naar binnen om voor haar te bidden, ik zei: "Meisje, zou je genegen zijn om op te staan om gedoopt te worden in de Naam van de Here Jezus, om je zonden weg te wassen en zou je Hem willen dienen?"

101 Ik moest dichtbij haar komen om te horen wat ze zei. Ze zei: "Ik zal alles doen." Ik keek en daar lag op haar bed mijn boekje, genaamd 'Jezus dezelfde, gisteren, vandaag en voorimmer'. Ik bad voor haar, het scheen alsof het haar helemaal geen goed deed.

102 Twee weken hield ik samenkomst. Ik ging naar de Totton's Ford om te dopen. En op die dag zou de samenkomst eindigen, die avond. En terwijl ik doopte...

103 Er was daar een andere prediker die lol maakte over de gedachte van de waterdoop en het gebruiken van de Naam van de Here Jezus Christus, en het belachelijk maakte. Hij zei: "Als er een van mijn mensen is die hier in deze tent zit, die ooit in de buurt van die man is geweest, laat hem er nu uitgaan. Ik wil niets met ze te maken hebben." En meneer Wright zat toevallig daar en hij stond meteen op en liep eruit. En die volgende zondag... Ik had nog nooit mijn mond open gedaan en een woord over die man gezegd.

104 En ik ging daarheen, naar die plaats om te dopen bij Totton's Ford. En toen ik het water begon in te lopen, stonden daar de mensen van zijn opwekking, staande op de oevers, om lol te maken over mijn dopen in de Naam van de Here Jezus. En toen ik het water begon in te lopen, ongeveer op die tijd kwam Jezus voorbij.

105 Hier kwam zijn gehele samenkomst, met hun goede kleding aan het modderige water inlopen, het uitroepend: "God wees mij genadig!" En precies daar in die poel met water doopte ik ieder van hen in de Naam van Jezus Christus.

106 Ging daar vandaan naar het huis van broeder George. En broeder George zei: "Broeder Branham, kom, we gaan over enkele minuten het avondmaal gebruiken."

107 Ik zei: "Ik moet bidden." Ik ging de bossen in en het lukte me niet om te bidden op verschillende plaatsen. En plotseling, toen het bijna donker werd, keek ik en daar was een Licht dat door een esdoorn naar beneden scheen en zei: "Sta op en ga op je voeten staan en ga langs het huis van de Carters."

108 Daar lag kleine Georgie te huilen en zei: "O mamma, ik word overgeslagen. Hij gaat vandaag weg en ik zal niet in staat zijn hem ooit nog eens terug te zien." En die avond was het de afsluitingsdienst van de grote opwekking. Daar was zij, alle hoop vervlogen, naar het scheen. En ongeveer op die tijd kwam Jezus voorbij.

109 En die kleine vrouw lag daar, woog slechts dertig en nog wat pond. Toen ik daar naar binnen wandelde, hield ik haar bij de hand en ik zei: "Zuster, de Here Jezus verscheen een ogenblik geleden aan mij, daar aan de andere kant van de heuvel. Hij zei mij hier heen te komen en mijn handen op je te leggen, opdat je gezond zou worden."

110 Dat kleine, benige lichaam dat niet van het bed was opgestaan gedurende negen jaar en acht maanden, stond op haar voeten en haastte zich naar de piano en begon te spelen.

Jezus, houd mij dichtbij het kruis,
Waar een kostbare fontein is,
Vrij voor allen, een helende stroom,
Vloeiend van Golgotha's berg.

111 Het was het donkerste uur dat Georgie ooit had gezien; toen kwam Jezus voorbij.

112 Congreslid Willie D. Upshaw zat zesenzestig jaar in een rolstoel, werd van de ene congreszaal naar de andere gereden. Er was al honderden keren voor hem gebeden. Hij was de vice-voorzitter van de Baptisten Vereniging in het Zuiden; de Zuidelijke Baptisten. Een groot man, een wonderbare man, een man die in 1926 president van de Verenigde Staten zou zijn geweest, als hij zijn geboorterecht had verkocht. Maar hij haatte whisky. En hij stond voor geheelonthouding als de Democratische partij hem had gekozen. Zij zeiden dat ze het zouden doen en zij hadden het gedaan. Want hij had het gemakkelijk kunnen doen. Hij was zeer geliefd.

113 Maar hij zei: "Ik zou mijn geboorterecht niet willen verkwanselen om president van de wereld te zijn." Halleluja! God geve ons zulke mannen hier in ons Witte Huis. Jazeker. Hoe zou hij dan als een kreupele liggen? Zijn rug was gebroken sinds zijn zeventiende jaar, en hij was zesentachtig.

114 En op een avond kwam hij in een rolstoel binnen met honderden anderen, nadat Roy Davis voor hem had gebeden en hem weg had laten gaan. Het gebeurde voor de ogen van tienduizenden mensen. En ik had nog nooit in mijn leven van de man gehoord. Daar zat hij achteraan, weer in een andere samenkomst. Ik liep naar het podium. En ongeveer op die tijd keek ik, en ik zag een hooiberg en een kleine jongen die speelde. Toen de Heilige Geest het begon te openbaren riep Hij hem eruit en vertelde hem dat hij congreslid was en dat Jezus Christus hem gezond had gemaakt.

115 Daar was hij, een invalide, zesenzestig jaar in de rolstoel, zesentachtig jaar oud, het donkerste uur dat hij ooit had gezien. Alle hoop was vervlogen voor zijn genezing. [Broeder Branham klapt één keer in zijn handen – Vert] Toen kwam Jezus voorbij. En een man die gedurende zesenzestig jaar in een rolstoel had gezeten, stond op en rende naar het podium, op achtentachtigjarige leeftijd en raakte zijn voeten aan en sprong op en neer. En stond in Billy Graham's samenkomst en zong, 'Ik leun op de eeuwige armen', op de treden van het Witte Huis. Het donkerste uur, toen kwam Jezus voorbij.

116 Het was het donkerste uur voor Abraham, toen hij honderd jaar oud was; toen kwam Jezus voorbij.

117 Op een avond toen Hij een lange tijd had gepredikt, stuurde Hij Zijn discipelen weg. En zij stapten in een schip en gingen zonder Hem weg. En het leek erop dat toen Hij dat deed, het kleine schip onvindbaar was op zee. En de storm stak op. En de duivel zei: "Ik heb ze nu bij Hem vandaan gekregen. Ik heb die heilige rollers bij hun Meester vandaan gekregen. Ik zal eens zien hoeveel van de boodschap zij zullen uitdragen over de hele wereld. Ik zal ieder van hen hier verdrinken."

118 Dus er stak een hevige storm op. De duivel begon te briesen en de storm kwam opzetten. En het bootje begon zo op en neer te dansen. De zeilen scheurden. De roeiriemen braken. Het schip vulde zich met water. En het was de donkerste tijd. Ongetwijfeld hielden ze elkaar om hun middel vast en huilden. Ze dachten: "O, waar is Hij heengegaan? Wat is er met Hem gebeurd? Waarom hebben we niet gewacht en Hem meegenomen? Waarom hebben we Hem niet aan boord?"

119 En menigmaal zoudt u hetzelfde kunnen denken. Mijn vriend, u mag zonder Hem zijn weggegaan, maar onthoud, Hij let nog steeds op u. Hij weet precies waar u bent. Er mag moeite zijn in uw huis. Er mag moeite zijn in uw ziel. Er mag moeite zijn in uw lichaam. Wat het moge zijn, maak u niet bezorgd. Hij heeft Zijn ogen op u gericht. Hij let op u.

120 Hij klom bovenop een berg. Hij keek daarheen en Hij zag iedere list die de duivel toepaste. Halleluja!

121 Hij klom niet alleen naar boven, maar Hij beklom de bolwerken van Calvarie; niet slechts van Calvarie, maar de bolwerken van Glorie. En Hij zit vanavond in de Heerlijkheid. Hij kijkt op de aarde neer. Er kan zelfs geen rimpel op het water komen zonder Zijn toestemming; de zee kan niet bewegen; een blad kan niet bewegen; een vogel kan niet vliegen. O, gezegend zij de Naam van de Here!

122 Hij staat boven alle mogendheden en machten. De aarde bezorgde Hem de laagste naam die kan worden gegeven; God gaf Hem de hoogste Naam die kon worden gegeven. De aarde plaatste Hem zo laag als zij Hem maar konden krijgen, in een zondig graf; maar God verhief Hem in de hoogste Hoogte. Hij is zo hoog dat Hij naar beneden moet kijken om de hemel te zien.

Zijn oog is op het musje,
En ik weet dat Hij op mij let.

123 Hij let op u. Hij kent iedere gedachte die in uw verstand komt. Hij kent iedere beweging die u maakt. Hij weet alles over u. Dat is waar.

124 U zegt: "Maar ik ben teruggevallen, broeder Branham." Dat maakt helemaal niets uit. Hij weet precies waardoor u bent teruggevallen. Hij weet precies waar u zich bevindt.

125 U zegt: "Wel, broeder Branham, ik ging ook zonder Hem weg. Ik had op een keer een gelegenheid om te spreken. Ik had op een keer een gelegenheid om een Christen te zijn. Ik had een gelegenheid. De prediker deed de oproep en ik had moeten gaan. Ik probeerde het een keer, maar het mislukte. Ik deed dit, dat." Ongeacht wat u hebt gedaan, Hij heeft nog steeds Zijn oog op u.

126 Deze discipelen gingen zonder Hem weg. En in het donkerste uur, toen die duivel hen daarbij vandaan had, weg uit Zijn tegenwoordigheid, toen begon hij tegen hen een storm te ontketenen.

127 Het is mogelijk dat hij dat vanavond tegen u doet. Hij mag u kanker geven. Hij mag u dit geven. Hij mag u dat geven. Hij mag uw huis opbreken. Hij mag u een gebroken hart geven. Hij mag u zorgen geven. Hij mag u hoofdpijn bezorgen. Ik weet niet wat hij zal doen. Maar er is één ding dat ik weet: dat God nog steeds Zijn oog op u heeft. Dit mag uw donkerste uur zijn. Ik weet het niet; God wel.

128 Maar juist in dat donkerste uur toen zij op het punt stonden ten onder te gaan, kwam Jezus aanlopen over het water, geheel onverstoorbaar. De grote golven voor Hem werden vlak terwijl Hij verder liep.

     Petrus zei: "Here, als Gij het zijt, vraag mij dan om naar U toe te komen."

     Hij zei: "Kom maar. Loop hier naartoe."

129 "Vraagt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal worden opengedaan. Want een ieder die klopt, zal worden opengedaan; een ieder die zoekt, zal vinden." Beslist. Hij let nog steeds op. En het vreemde in deze zaak is, dat toen deze discipelen hulpeloos en hopeloos waren en Jezus tot hen kwam – het was het enige dat hen kon helpen – toen waren zij bang voor Hem. Zij waren bevreesd voor Hem.

130 En ik zeg vandaag, vriend, dat wanneer naties hebben gefaald, wanneer mensen hebben gefaald, wanneer groeperingen hebben gefaald, waar de kerk heeft gefaald, waar elk ander ding heeft gefaald, dat het er op lijkt dat wij volkomen verloren zijn. En bijna de hele tijd, ieder uur kun je een kreet horen en je zult niet in staat zijn die roep te beantwoorden totdat de hele wereld vernietigd zal worden. Eenmaal bommen af doen gaan zou voldoende zijn. Dat is alles wat je hebt te doen, slechts eenmaal. Zij hoeven Moskou niet te verlaten. Ze kunnen daar precies blijven zitten en er één in de Fourth Street van Louisiana laten vallen. En wij kunnen precies hier staan en er ook één op Moskou laten vallen.

131 En wat zal er plaats vinden als deze grote schepen op deze manier op zee liggen, met hun raketten die op deze steden zijn gericht? Eén aan deze kant, deze kant opwijzend; en één aan deze kant, die kant opwijzend. Als de eerste afgaat, zal de volgende die kant opgaan.

132 Wat zal er gebeuren? Wat voor goed zal uw huis u dan kunnen doen? Wat voor goed zal uw geld u dan gaan doen? Wat voor goed zal uw vriend u kunnen doen; of uw vriendin u kunnen doen? Wat voor goed zal enig ding u kunnen doen? Als u niet met God in orde bent, bent u verloren voor tijd en eeuwigheid.

133 Dit is het donkerste uur waar deze wereld mee wordt geconfronteerd sinds de aanvang van de tijd. Er is nog nooit een tijd geweest in de wereldgeschiedenis die zo donker is als nu op dit moment.

134 Kanker is op z'n hoogtepunt. Ik hoorde onlangs een uitspraak, een bericht zoals dit: "Er zullen dit jaar meer mensen aan kanker sterven in Amerika door het roken van sigaretten, die dit jaar in Amerika zullen sterven, dan er werden gedood tijdens de vier jaar oorlog in Korea." Kanker is op z'n hoogtepunt.

135 Ziekten vinden plaats en van alles vindt er plaats. Wel, we weten niet wat we moeten verwachten. De doktoren weten niet hoe ze de ziekten moeten noemen, dus ze zeggen: "Het zijn virussen." Wat is een virus? Vraag het een dokter. Het is iets waar hij niets over weet. Hij zegt alleen: "Het is een virus." Dat is alles.

136 Er vliegen kleine insekten en demonen in het rond waar men nog nooit van heeft gehoord. Alles is in beweging. Van alles; wij proberen het met natuurlijke middelen te beteugelen. Maar wanneer wij dit proberen te doen, breekt er weer iets anders uit. Dat is juist. U geeft een man penicilline voor dit, het zal iets anders op gang brengen. U geeft dit, het is...

137 U bent helemaal de weg kwijt. God heeft een weg; we zouden er maar beter op in kunnen gaan.

138 De kerken hebben gefaald. De Presbyterianen falen. De Methodisten falen. De Baptisten falen. De Pinkstermensen falen. De Pelgrim Heiligheidsmensen falen. De Kerk van God faalt. We hebben allemaal gefaald. Dat is juist. U kunt niet zeggen: "Ik ben een Methodist", en doen alsof u zeker bent. U kunt niet zeggen dat u een Baptist bent en doen alsof u zeker bent; Methodist of Presbyteriaan, wat u ook mag zijn; of Pinksterman. U kunt niet zeggen dat u zeker bent omdat u tot de kerk behoort, want de kerk heeft jammerlijk gefaald.

139 De ziekte neemt zo'n vlucht, dat, geloof ik, er vijf van de acht, of zoiets, dit jaar zullen sterven aan kanker. Denk er aan. En allerlei ziekten, nieuwe kwalen en dergelijke breken uit, het is verschrikkelijk om aan te denken.

140 Auto's doden. Elke dag rijden de mensen zo nerveus over de weg, en schreeuwend.

141 Wel, ik liep gisteravond over straat in Louisville en een vrouw stond op het punt mij van de straat af te slaan. Ik liep op deze manier en mijn vrouw was erbij en ik hoorde iemand achter mij. Het was erg druk en de een of andere dom uitziende vrouw met een sigaret in haar mond zei: "Welnu, als je niet weet aan welke kant van de straat je wilt lopen, ga dan van de straat af."

     Ik zei: "Wel, dame..."

     Ze zei: "Hou je mond!" Daar bent u er. Daar bent u er.

142 Wat is het? Het zijn zenuwen. Het is geestelijk. En de doktoren beweren dat negen van de tien Amerikanen aan geestelijke zwakzinnigheid lijden. Zelfs de psychiaters, waarvan wordt verwacht dat zij geestelijk onderscheidingsvermogen hebben worden wild en krankzinnig. Ze worden met grote aantallen tegelijk in psychiatrische inrichtingen gebracht.

143 Krankzinnigheid neemt toe. Berovingen nemen toe. Whisky neemt toe. Zonde neemt toe. Uitvindingen nemen toe. Er is geen manier om het te stoppen. Communisme stroomt naar binnen als een vloed. Er is geen manier om het tegen te houden, want zij zitten in de regering en overal elders.

144 O, maar gezegend zij God! Juist in dit donkerste uur komt Jezus naar binnen met Zijn uitgestrekte hand en toont tekenen en wonderen, en geeft redding en genade aan de mensen. Het donkerste uur dat de wereld ooit heeft gezien! Wel, de rots van Gibraltar zal op een dag aan stukken worden geblazen. Maar de Rots der Eeuwen zal voor immer standhouden, als een herinnering aan de opstanding; Christus.

145 God zegene u, mensen! God zegene u, kinderen! U mag arm zijn. U mag niet weten waar uw volgende maaltijd vandaan moet komen. Maar er is één ding, u bent vanavond net zo welkom bij de Bron des Levens als de rijkste man ter wereld. Komt, koopt zonder geld, zonder prijs. Hij is open voor een ieder die wil.

146 Het is het donkerste uur dat het gezin ooit heeft gezien. Kijk naar de families die uit elkaar zijn. Er zijn alleen al in Amerika meer echtscheidingen dan in de rest van de hele wereld bij elkaar. Echtscheiding is op een hoogtepunt. Waar is de eerlijkheid en de oprechtheid en vrouwelijke eerbaarheid van onze Amerikaanse vrouwen gebleven? Kijk naar de mannen, het enige wat zij doen is de wegen afjakkeren, proberen, als het ze lukt, iedereen opzij te drukken, terwijl ze op weg zijn; en drinken bier voordat zij naar huis gaan.

147 Kijk naar onze jonge tienermeisjes als zij over straat lopen met sigaretten in hun hand. En ongeacht hoeveel waarschuwingen de medische wetenschap doet uitgaan: "Het is kanker! Het is kanker!" Zij trekken zich er niets van aan. Zij trekken zich er niets van aan. Ze gaan hoe dan ook door met roken.

148 Een prediker kan daar staan en prediken tot hij er bij neervalt en hun vertellen dat het verkeerd is en zij zullen zeggen: "O, jij ouwe fanatiekeling." De wereld is klaar voor het oordeel, en we zullen het gaan ontvangen. Let op mijn woord, het zal niet al te lang duren voordat er iets zal plaats vinden.

149 Wanneer ik naar deze opwekking kijk die in een ogenblik kwam opzetten. Het is voorbij. En ik stond daar, toen die Morgenster boven de rivier hing, twintig en nog wat jaar geleden, toen Hij zei: "De boodschap zal over de wereld zwiepen." En er is een ouderwetse Pinksteruitstorting van de Heilige Geest geweest en opwekkingsvuren en genezingsdiensten hebben de aardbol bedekt.

150 Ze maakten vele fouten. Onlangs stond het daar in de krant, in McCraw of Mac Call's. Toen die man daar in mijn samenkomst zat, daar in Minneapolis, enigen van hen... Meneer Peterson en anderen kwamen me vertellen dat hij in de samenkomst zat. Ik zei: "Ik twijfel er niet aan. Maar u hebt uw artikelen nooit goed uitgezocht. U zei dat A.A. Allen dat boek schreef. En A.A. Allen heeft er niets mee te maken. Als dat dan zo'n vergissing was, geloof ik dat er in de rest ook veel fouten zitten." Ik zei: "Zeker, het mag waar zijn dat de broeders veel kritiek verdienen. Zij maakten vele fouten. Dat klopt. Maar broeder, ik zou liever op het slagveld worden bevonden terwijl ik fouten maakte, dan een bekritiseerder te zijn van de man die probeert zielen te redden voor God." Wat doet ú er aan?

151 Gezegend zij de Naam van de Here God! De kracht van de Here Jezus Christus is vanavond nog even doeltreffend. Het is de enige rots. Het is de enige hoop. Het is het enige geloof. En Christus heeft het u aangeboden.

152 [Leeg gedeelte op de band] ...en leven, of het afwijzen en sterven. Het is het donkerste uur dat de wereld ooit heeft gezien. Maar Jezus is naderbij gekomen en Hij is hier nu. Zijn zegeningen staan open. Zijn zijde is doorstoken. Zijn handen strekken zich uit. "En een ieder die wil mag komen en drinken van de bron des Levens om niet." U maakt uw keuze. Uw eeuwige bestemming zal worden bepaald door uw houding ten opzichte van Jezus Christus. Dit zou uw laatste kans kunnen zijn.

153 En als we nu onze hoofden zullen buigen voor een woord van gebed, zal ik de zuster vragen om naar de piano te komen.

154 Terwijl iedereen in gebed is, wil ik dat u nadenkt. Waar zou u vanavond naar toegaan? Wat zou er vanavond gebeuren als een hartaanval u zou treffen? Dit zou de laatste gelegenheid kunnen zijn die u heeft. Denk er over na. De zaak is, wilt u deze gelegenheid niet aangrijpen?

155 U zegt: "Wel, ik ben nog tamelijk jong." O, broeder, zuster, Hij houdt geen rekening met leeftijd. U kunt de grens oversteken of u nu jong of oud bent; dat maakt niets uit. Ziet u?

156 Onze hemelse Vader, deze boodschap geven wij nu aan U, in Jezus Christus' Naam. Het is het donkerste uur dat de wereld ooit heeft gezien. Het is de donkerste tijd die ooit in de menselijke geschiedenis is opgeschreven.

157 Er zijn projectielen in de lucht, vliegende schotels, zoals zij ze noemen. U zei dat er tekenen zouden zijn in de hemel; en op aarde grote aardbevingen die op verschillende plaatsen zouden schudden. Vulkaanuitbarstingen; grote golven op zee. U zei: "De zee buldert. De harten der mensen bezwijken." Zeker. De wereld weet niet wat ze moet doen. De eerste atoombom vertelt het. "Tijden van twijfelmoedigheid, benauwdheid der volken." U zei: "Wanneer deze dingen zullen plaats vinden, richt dan uw hoofd omhoog, uw verlossing genaakt."

158 Wanneer ik denk aan die Joden daarginds. Ik zie die oude zespuntige ster van David, de oudste vlag ter wereld, daar hangen. Waarom kunnen de naties dat niet zien? En dan te bedenken dat onze geliefde natie van plan is te gaan samenwerken met de Arabieren, zoals het er naar uitziet. Zij zullen vervloekt zijn, zo zeker als wat. Zij hebben de genade van God versmaad, nu moeten zij in het oordeel staan. Zie die oude vlag daarginds hangen! Zie hoe de woestijn tot bloei komt als een roos! Zie hoe deze Joden helemaal uit Iran vandaan komen, waar zij gedurende vijfentwintighonderd jaar zijn geweest! De Bijbel zei dat zij op adelaarsvleugels zouden worden teruggebracht naar Jeruzalem. Om dan te zien hoe deze grote United Airlines hen terugbrengt als op de vleugels van een adelaar. Hoe ze van de schepen afkomen en rondkijken en zeggen: "Waar is de Messias?"

159 U zei: "Wanneer de vijgeboom uitbot, weten wij dat de zomer nabij is. Wij zien dat zij uitbot. En we zien al de andere bomen uitbotten. We weten dat het dichtbij is. We zien Ismaël en Izaäk daarginds bij de poort, hoe ze elkaar naar het leven staan, precies zoals U zei. Iedere profetie die precies nu uitkomt. God, wees genadig en red de verlorenen.

160 Als hier vanavond iemand zou zijn, Here, die U van node heeft, spreek nu tot zijn of haar hart, want het zou mogen zijn dat het het donkerste uur is. Hoewel wij het niet zouden mogen beseffen. Er zou hier iemand kunnen zijn die niet beseft dat dit het donkerste uur is, maar het is het. Satan kan hen zo hebben volgeladen met de dingen van de wereld dat zij het niet beseffen.

161 U zei in de Bijbel: "U bent naakt, ellendig, jammerlijk, blind en weet het niet."

162 God, sta vanavond toe dat deze mannen en vrouwen, jongens en meisjes, tot zichzelf komen en beseffen dat dit het donkerste uur is dat de wereld ooit heeft gezien. Sta het toe, Here, dat als er hier iemand is die U niet kent, dat zij vanavond lieflijk en nederig naar het kruis zullen komen en Christus als persoonlijke Redder aanvaarden.

163 Met onze hoofden gebogen: heeft er iemand zo'n gezindheid dat u in gebed gedacht zou willen worden, als wij de dienst beëindigen? Zoudt u uw hand tot God willen opheffen en zeggen: "Gedenk mij?"

164 God zegene u. God zegene u. God zegene u, en u, en u, en u. God zegene u daar achteraan. En u, dame, ja. Zou er nog een ander zijn voordat wij sluiten? God zegene u, jongedame.

165 U zegt: "Broeder Branham, betekent dat iets wanneer ik mijn hand opsteek?" Het hangt er helemaal vanaf wat u meende.

166 Weet u dat, wanneer u uw hand opheft, u iedere wet van de wetenschap trotseert? Weet u dat er wordt verondersteld dat uw hand naar beneden hangt, omdat de zwaartekracht haar naar omlaag houdt? Weet u dat, wanneer u uw hand opheft, het aantoont dat er iets bovennatuurlijks in u is dat een beslissing heeft gemaakt? Iets wat niet natuurlijk is. Iets wat niet wetenschappelijk is. Het is een geest die in u is, die u de zwaartekracht deed verbreken, door een bovennatuurlijk Wezen in u, Die u uw hand liet opheffen naar de God des hemels en u liet zeggen: "Nu aanvaard ik Jezus als mijn Redder." Weet u dat het een geest is in u die dat doet? U kunt het zelf niet doen. Dàt betekent het: het verschil tussen leven en dood.

167 Als u fout bent, hef uw hand op tot Hem. Als Hij het musje ziet, ziet Hij u. Beslist.

168 Terwijl u nu op uw stoel zit. Als u naar het altaar wilt komen en bidden is dat aan u. Als u op uw stoel wilt blijven zitten zullen we voor u bidden. U kunt kiezen op welke manier u wilt bidden. God zal het horen. Er zijn ongeveer een dozijn handen opgestoken.

169 Nu, als het uw verlangen is en u wilt dat God het voor u doet, zal Hij, precies op dezelfde plaats waar Hij u de overtuiging heeft gegeven, de veroordeling van u wegnemen. Hij zal het oordeel op Zichzelf nemen. En Hij heeft er al voor betaald.

170 En Hij zal zeggen: "Vader, plaats zijn gehele schuldenlast op Mij. Het is voorbij." Dan zal God u de Heilige Geest geven, precies waar u zich bevindt.

171 Meende u het echt toen u uw hand opstak? Als u het deed, laten we dan nu bidden.

172 Gezegende Redder, ik weet niet welke avond het mijn laatste preek zal zijn. Ik wil elk ervan prediken alsof het mijn laatste was. Want ik weet niet wanneer U zult zeggen: "Het is nu allemaal voorbij. Kom naar huis." Ik bid dat U mij bewaart. Ik wil blijven om het Woord te prediken. Ik zie de noodzaak van het Evangelie en het effect dat het op de mensheid heeft. Maar hier in ons eigen prachtige land Amerika hebben we zoveel gemak, rijkdom, geld en alles gezien.

173 O, we kunnen maar niet op deze manier doorgaan, terwijl het merendeel van de wereld verhongert. Wij zijn wel doorvoed en gekleed en wij bezitten onze huizen, onze auto's. We hebben aan niets gebrek en weten niet dat we "jammerlijk zijn, ellendig, blind", geestelijk gesproken, "naakt", zonder het bloed van de Here Jezus. Ofschoon wij vele leden mogen hebben in de gemeente. Wij mogen in de buurt een hoge sociale standaard hebben. Wij mogen ons beter kleden, beter voeden. Maar o God, wat die ziel betreft!

174 Nu, in dit donkere uur bent U nog steeds hier, want U plaatst veroordeling in harten. Er waren verscheidene handen, ik denk een dozijn; ik zou me kunnen vergissen. Het zouden er meer of minder kunnen zijn. Ik weet het niet, Here, maar Gij kent ieder van hen.

175 En nu breng ik hen in dit sluitende gebed plechtig en lieflijk en nederig aan Uw voeten, als de attributen van mijn prediking deze avond, als de vruchten van de boodschap. Ik breng hen tot U, Here, daar zij hun hand opstaken opdat ik hen in gebed zou gedenken. En zij buigen nu in hun hart bij het kruis. Ontvang hen, Vader. Neem hen als Uw geliefde kinderen aan. En ongeacht waar zij naar de kerk gaan, waar het ook mag zijn, o, mogen zij gebedsstrijders worden. Mogen zij zielenwinners worden; werk, want de nacht nadert. Sta het toe, Vader. Neem hen in Uw hoede en zegen hen en geef hun het grote verlangen van hun hart. En moge de gezegende Heilige Geest hun leven vervullen. Want wij vragen het in Christus' Naam. Amen.

176 Hoevelen hebben de Here Jezus lief met hun gehele hart? O, is Hij niet wonderbaar? Hoevelen voelen zich helemaal schoongemaakt? Alsof de Here naar beneden was gekomen en Zijn grote boenborstel had genomen en het allemaal had weggeboend? O my!

177 Geef ons het accoord van dat oude, ik geloof, Leger des Heilslied: "Wat kan alle zonden wegwassen? Niets anders dan het..." [Broeder Branham pauzeert. De samenkomst zegt: "Bloed van Jezus" – Vert] "Wat kan mij weer gezond maken? Niets anders dan het..." ["Bloed van Jezus"] Dat is juist. Laten we het nu gezamenlijk zingen.

Wat kan onze zonden wegwassen?
Niets anders dan het bloed van Jezus;
Wat kan mij weer gezond maken?
Niets anders dan het bloed van Jezus.

O, dierbaar is de stroom
Die mij wit maakt als sneeuw;
Geen andere bron ken ik,
Niets anders dan het bloed van Jezus.

178 Is dat niet wonderbaar? Houdt u van deze oude liederen? [De samenkomst zegt: "Amen" – Vert] O my! Ik wil nu iets zien. Wie van u... Alle Methodisten, steekt uw hand op. Goed. Alle Baptisten, steekt uw hand op. Is daar iemand van de Pelgrim Heiligheid? Steekt uw hand op. Nazarener? Steekt uw hand op. Kerk van God? Steekt uw hand op. Presbyteriaan. Steekt uw hand op. Zou er een Katholiek zijn? Steekt uw hand op. Kijk eens naar de verschillende kerken hier binnen!

179 Terwijl wij dat nu opnieuw zingen, wat maakt een Presbyteriaan gezond? Niets anders dan het bloed van Jezus. Wat maakt een Methodist gezond? Niets anders dan het bloed van Jezus. Wat maakt een Nazarener gezond? Niets anders dan het bloed van Jezus. Wat maakt...

180 Hoeveel Pinkstermensen? Ik vergat dat te vragen. Hoeveel Pinkstermensen zijn hier? Steekt uw hand op. Nu zien de mensen het. Ze zeggen dat wij een Pinkstergemeente zijn. Er gingen vijf handen omhoog voor Pinkstermensen. Daar bent u er.

181 Wij zijn geen Pinksteren als denominatie. Wij zijn de gemeente van de levende God. Wij zijn kinderen van God. Wij zijn Presbyterianen. Wij zijn Methodisten. Wij zijn Baptisten. Wij zijn Lutheranen. We zijn Nazareners. Wij zijn Pinkstermensen. Wij zijn Pelgrim Heiligheid. Wij zijn het allemaal. Want we zijn allen één in Christus Jezus. Wat deed het? Dit!

Wat kan mijn zonden wegwassen?
Niets anders dan het bloed van Jezus;
Wat kan mij weer gezond maken?
Niets anders dan het bloed van Jezus.

O, dierbaar is de stroom
Die mij wit maakt als sneeuw;
Geen andere bron ken ik,
Niets anders dan het bloed van Jezus.

182 Is Hij niet wonderbaar? Jazeker! Terwijl we nu zingen Daar bij het kruis, wil ik dat de Methodist en Baptist en Presbyteriaan en Pinksterman en Nazarener allemaal elkaar de hand schudden, terwijl wij het zingen, in orde.

Daar bij het kruis waar... (Draai u nu om en geef iemand een hand.)
Daar waar voor reiniging...
Daar werd aan mijn hart het bloed aangebracht;
Glorie voor Zijn Naam!

     [Broeder Branham spreekt met broeder Neville – Vert]

Glorie voor Zijn dierbare Naam!
Daar werd aan mijn hart het bloed aangebracht;
Glorie voor Zijn Naam!

183 Nu, dit is de avond van het avondmaal, zoals iedereen weet. Wij vieren vanavond het avondmaal. En ik was het vergeten totdat broeder Neville mij er zojuist aan herinnerde.

184 Hoevelen voelen zich echt goed, omdat u een Nazarener- Pelgrim- Heiligheids- Pinkster-Baptist bent? Laat me uw hand zien. Ik merkte op dat hier op het podium een Baptist en een Methodist elkaar de hand schudden. O, zijn wij niet... Is het niet wonderbaar om een dienstknecht van de Heer te zijn?!

185 Nu, wij zijn slechts kinderen. En kinderen hebben heel eigenaardige gewoontes, weet u. Ze zullen het ene ogenblik ruzie maken en het volgende samen spelen. En dat is de manier waarop wij behoren te zijn. Beëindig de ruzie, krijg het van je af en ga verder door en maak nog wat meer plezier, speel met je poppen en wat er nog meer te doen valt.

186 Er staat nu een opwekking voor de deur. En we zullen het Evangelie gaan zingen, het Evangelie prediken en eenvoudig een wonderbare tijd hebben. Hoevelen zullen ervoor gaan bidden? [De samenkomst zegt: "Amen" – Vert] O, dat is goed. Nu, kom en help ons. Ga aan de telefoon. Grijp elke gelegenheid aan, nodig al de kinderen uit. Zeg hun: "Kom ook en help ons. We zullen enige gemeenschap hebben in het Woord."

187 Nu is het tijd voor het avondmaal. Iedereen is welkom om het avondmaal met ons te nemen, over enkele minuten. Zij brengen het hier naar het altaar en dan zal het over tien of vijftien minuten voorbij zijn; dan houden we voetwassing.

188 Broeder Neville zal nu de Schrift lezen die betrekking heeft op het avondmaal, terwijl wij eerbiedig zijn als we het avondmaal nemen.