Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Hoor zijn stem

Door William Marrion Branham

1 Dank u wel, broeder Neville. Ik geloof dat door David werd gezegd: "Ik was blij toen ze tegen mij zeiden: Laten we het huis van de Here binnengaan." Er is gewoon iets met zondagsschool wat de andere delen van de dienst niet hebben, op enige andere tijd van de dag. We zijn net ontwaakt uit een goede nachtrust en we voelen ons anders. En je bent verfrist en gereed voor de dag.

2 Nu, we begrijpen dat de... Gisteravond vroegen wij de mensen of zij een kerk hadden waar ze naartoe gingen, tijdens hun bezoek of... ik bedoel, trouwe leden van kerken, dat zij hun eigen kerk vanmorgen moesten bezoeken. Want wij die interdenominationeel zijn willen niet graag de mensen van hun eigen samenkomst wegnemen.

3 En ik ben menigmaal beschuldigd van het veroordelen van andere kerken. Welnu, dat is verkeerd. Ik veroordeel geen andere kerken. Ik veroordeel vaak zaken die zij door de vingers zien, maar ik veroordeel zeker niet de kerk. Maar menigmaal, wanneer men zaken onderwijst die tegengesteld zijn aan de Schrift, dan veroordeel ik dat. En wanneer men dingen doet die zondig zijn, en toestaat dat ze in hun kerken worden gedaan, dan veroordeel ik dat. Maar nooit... zoals het gezegd wordt... Ik heb vele Katholieke vrienden hier zitten. En ik veroordeel nooit de Katholieke mensen. Ik veroordeel de leer van de Katholieke kerk, omdat ik niet geloof dat het Schriftuurlijk is. En ik veroordeel hen niet meer dan vele van de Protestantse denominaties, omdat ik het niet Schriftuurlijk vind. En ik ben verplicht om te staan achter wat waar is. Ziet u? Weet u, God zal je waarderen als je eerlijk bent en oprecht.

4 Weet u, menigmaal zoekt een man een vrouw; en een echte man die een mannelijk karakter in zich heeft, kijkt over het geheel genomen niet uit naar het meisje dat zo knap van gezicht is of zoiets. Hij weet dat dit op een dag verdwijnen zal. Ziet u? Hij kijkt uit naar de vrouw die in persoonlijkheid vrouw is, een echte vrouw. En als zij trouw en een echte vrouw is, zal die man haar waarderen. Het maakt me niet uit wat voor een slechte kerel hij is en hoezeer hij met slechte vrouwen omgaat; er is geen slechte man in de wereld of hij zal toch een vrouw waarderen die staat voor wat een vrouw werkelijk zou moeten wezen. Dat is waar. Omdat hij dat waardeert.

5 En zo gaat het met het prediken van het Woord. Als een man wil staan voor wat hij gelooft... Nu niet... Bedenk, God kent uw hart. En als u zult staan achter wat u echt gelooft dat de waarheid is, dan kunt u geloof hebben in datgene waarover u spreekt.

6 Ik heb hier een aantal goede vrienden. Broeder Charlie Cox zie ik daar zitten. En de laatste paar weken ben ik met hem in Kentucky op eekhoorntjesjacht geweest, zodat ik wat rust kreeg. Broeder Banks Woods en... Wij zijn nu onze geweren aan het inschieten, deze... Ik moet de mijne zo perfect hebben dat hij op vijftig yards [Ongeveer vijftig meter – Vert] afstand in de roos schiet, anders kan ik niet jagen. Begrijpt u? Dat is alles.

7 Wel, waar is het voor nodig om de roos te raken? Zie? Want als u op de eekhoorn schiet, een kopschot en zijn kopje is waarschijnlijk zo'n rondje... Overal binnen een omtrek van drie centimeter zou goed zijn (zie?), ergens daar binnen. Elk van die jongens zei: "Dat is goed, ik raak die eekhoorn." Zij doen het en krijgen de eekhoorn. Maar voor mij moet het gewoon perfect zijn. Hij moet de roos raken. Het mag er geen centimeter naast zijn. Het zal de roos moeten raken in het hart of ik raak helemaal nerveus en van streek.

8 En ik zat onlangs in de bossen en ik zei: "Heer, waarom ben ik zo'n halve gare? O, waarom liet u mij zo'n zonderling zijn?"

9 Ik zei: "Broeder Banks ging met zijn geweer jagen en hij hief het omhoog om het met de telescoop in te schieten en hij... Af en toe gaat er één naast, want als het... Met fabrieks geladen ammunitie zal dat toch gebeuren, omdat je soms wat meer kruit, soms wat minder kruit hebt. Maar als hij er net een klein beetje naast zou gaan, ongeveer vijf centimeter, dan zegt broeder Banks: 'O, dat is goed; ik raakte de eekhoorn. Dat is goed.' Het maakt hem niet uit; Charlie net eender. Maar ik..."

10 De mijne moet het doel precies in het midden treffen, of het brengt me uit m'n doen. Ik zei: "Ik ben gewoon een halve gare." Toen begon ik terug te kijken en zag dat mijn leven op die wijze is. Dat is mijn geaardheid. En ik dacht: "Wel, waarom hebt U mij zo gemaakt? Het maakt me zelfs nerveus, als het hier en daar een klein beetje afwijkt." En dat is de wijze waarop de Here mij toen liet zien, daar zittend boven op Glutton Hollow, waar we altijd aan het jagen waren, dat... ik geloof dat het Dutton wordt genoemd, maar de eekhoorns eten er zo snel dat ik het Glutton [gulzig – Vert] noem.

11 Dus hadden zij... Daar op die plek dacht ik: "Dat is het." Ik zou zelfs niet leren dat er een hel was tot ik er zeker van was. Zie? En daarom, als de Schrift zegt dat er Goddelijke genezing is en hier ziet het er zus uit en daar zo. Als een Schriftgedeelte zegt: "Vader, Zoon en Heilige Geest", alsof er drie goden zijn, en daar zie ik dat er slechts Eén is. Hoe ga ik dan op goed geluk nemen wat iemand anders zegt, wat zij erover zeggen, en het op die manier nemen? Als de Bijbel spreekt over voorbestemming en genade en hier staat werken en daar staat genade. En ik kan het zo niet prediken.

12 Ik moet dat oplossen en wel dwars door de Bijbel heen totdat het precies de spijker op de kop slaat, tot het werkelijk door de Schriften helemaal perfect te voorschijn komt. Wanneer ik dan ga staan, kan ik werkelijk geloof hebben in wat ik doe, dan weet u dat wat u predikt de waarheid is. Begrijpt u? En wanneer er dan iemand tegen in gaat, hebt u al genoeg gestudeerd dat u precies weet wat Hij heeft gezegd en waar je hem moet stoppen. Precies daar. Ziet u? Zo is het. God maakt ons verschillend, zodat wij eenvoudig... Dat maakt de wereld zo. Wel, dat maakt mij zo'n nerveus, gauw van streek rakend persoon. Het moet helemaal goed zijn.

13 En ik ben zo blij vanavond, vandaag, vanmorgen, te zeggen dat ik weet dat de Here Jezus niet dood is; Hij leeft! En Hij is nu evenveel hier als Hij op welke tijd ook in de wereld, in Galilea, of ergens anders was. Hij is de levende, opgestane, alomtegenwoordige Zoon van de levende God. Dat is... En als ik niet kon...

14 Als ik een Schriftgedeelte onderwees van een of andere historische God en ik niet zeker was dat Hij hier was, zou ik helemaal in de war zijn. Het zou me zo nerveus maken, dat ik niet zou weten wat ik deed. Zie? En ik zou niet weten wat ik de mensen moest vertellen: "Wel, Hij zal nu dit doen, of Hij zal dat doen." Ik zou het u niet kunnen zeggen. Ik weet het niet, maar wanneer u weet wat Hij beloofde dat Hij zou doen en het Hem hebt zien doen, dan weet u waar u staat. Begrijpt u? En kijk hoe God in Zijn geweldig plan wist, hoe Hij elk persoon precies moest maken om een bepaald iets te zijn, omdat Hij hen voor dat doel gaat gebruiken.

15 Hoorde u daarstraks die kleine dame? Mevrouw Stricker, ze zong zonder enige muziek. Zij had een dingetje waar zij doorheen blies om haar toon of haar sleutel, of hoe u het ook noemt, te krijgen. En kon daar staan zingen met die echt lage stem, om die omhoog te brengen met dat "Schip Ahoy!" Nou, u zou mij dat eens moeten horen proberen. [Broeder Branham en de samenkomst lachen – Vert] Het zou vreselijk zijn. Maar ziet u, God wist precies hoe Hij die vrouw moest maken, zodat zij dat zou kunnen.

16 En dat is de manier... Wij hebben allemaal een verschillende natuur. Als wij alleen maar onze positie in Christus zouden vinden en daar blijven en Hem dienen...

17 Ik zie hier vanmorgen een klein meisje in een rolstoel zitten. Gezegend zij je kleine hart. Wat heeft je kreupel gemaakt, lieverd, spierdys – dys... O, ik kan dat woord niet uitspreken. Wanneer ik het probeer... Dystrofie, of wat dan ook... Is dat het, lieveling, wat je kreupel heeft gemaakt, of is het polio? Polio. Jij weet dat Jezus kleine meisjes geneest, toch? Je bent een erg lief klein meisje en ik geloof dat Jezus jou gezond laat worden.

18 Die twee kleine meisjes die hier gisteravond zaten, met die ziekte waarvan zelfs geen mens in de wereld weet wat het eigenlijk is... Hun vingertjes sterven af en hun voetjes waren afgestorven. Twee aardige meisjes. En toevallig kende ik hun moeder en hun grootmoeder en ik voelde me geleid om die duivel er uit te bannen, die de kleintjes die daar zaten, kwelden. En zij hebben in rolstoelen gezeten voor ik weet niet hoe lang en gisteravond kwam het overweldigende nieuws over de telefoon dat de meisjes waren opgestaan en rond liepen. Ziet u dat de Here God zo genadig voor hen was. O, Hij is zo goed voor ons! We zouden Hem meer moeten waarderen.

19 Dan was ik net gisteravond aan het denken, nadat ik naar huis was gegaan om even te gaan liggen... Ik dacht: "Wat betekent het wanneer de ziel uit een mens is gegaan?" Het is zijn innerlijk wezen dat er uit is gegaan. Hij is niet dood; hij is nog levend. Ziet u, hij leeft voor eeuwig. En onze geliefden die heen zijn gegaan, achter dit gordijn, zijn in een lichaam waarvan wij niet weten wat het is. Het is niet geopenbaard.

20 Er zijn drie stadia van alles. Er is een stadium van het sterfelijk lichaam, het onsterfelijk lichaam, en dan van het verheerlijkte lichaam. Evenals bij andere dingen, zoals Vader, Zoon en Heilige Geest. Ze gaan in één kanaal en deze drie maken de Ene. Rechtvaardiging, heiliging, doop van de Heilige Geest in één kanaal vormen de ene. En ziel, lichaam en geest in één kanaal maken de ene. En het verloopt in drieën en de drieën zijn één. Neem een driehoekig stuk glas en leg het in de zon, het zal de kleuren reflecteren. Zeven kleuren zullen samen vallen tot één.

21 En neem nu rood, en kijk door rood naar rood, hoevelen weren welke kleur het zal worden? Wit. Ja, ja. Is het niet eigenaardig dat rood door rood er wit uitziet? Rood is het teken van verlossing. En wanneer je... God kijkt naar onze rode zonden door het rode bloed van Zijn dierbare Zoon heen, dan zijn ze wit. Begrijpt u? Dus... Maar Hij moet door het bloed heen kijken. Als het zo niet gaat, zijn ze zondig. Dus moeten wij onder het bloed zijn.

22 En wanneer de ziel het lichaam verlaat, reist deze naar een plaats van rust in een lichaam dat in de vorm en gestalte van dit lichaam is, maar het is niet dit soort lichaam. U zult uw geliefden ontmoeten; u zou hun geen hand kunnen geven. U zou met hen kunnen spreken, u zou naar hen kunnen kijken. Zij zien er net zo uit als hier. Want toen Petrus en Johannes en Jakobus Mozes en Elia op de Berg der Verheerlijking zagen, herkenden zij hen. Maar het is een lichaam.

23 Maar dan, wanneer dat lichaam, een soort hemels lichaam, wanneer het naar de aarde terugkeert en het de substantie waarin het eenmaal leefde oppikt, dan wordt het een verheerlijkt lichaam. En in dat lichaam zullen wij de Here Jezus zien in Zijn opgestane lichaam.

     "Het is nog niet zichtbaar wat we zullen zijn," zei Paulus, "maar we weten dat wij een lichaam zullen hebben zoals Zijn eigen heerlijk lichaam. Want we zullen Hem zien gelijk Hij is."

24 En al die oude, gerimpelde handen en vervallen weefsels, zullen allemaal verdwijnen in de glans van de jeugd. U, oude mannen en vrouwen, bedenk... Dit is... Dat is een teken van de val, uw ouderdom. Maar in de opstanding zal er geen teken van enige zonde zijn. Maar waarom schiep God u zoals Hij deed? Hij bracht u tot een zekere leeftijd. Toen u ongeveer tweeëntwintig, drieëntwintig jaar oud was, was u op uw best. U at voedsel en u werd sterker en gezond; wat een krachtig uitziend persoon was u. Daarna werd u langzamerhand rimpelig. De dood zette in, zie. Maar in de opstanding zal alle ouderdom weggevaagd worden.

25 Ik kijk hier naar een kleine oude prediker en zijn vrouw. Zij zijn in hun tachtiger jaren, denk ik. Broeder en zuster Kidd, ze predikten het Evangelie misschien wel voor ik geboren werd. En ik ben een oude man. En ik zie ze daar zitten; een klein, vredig uitziend, ouder echtpaar. En ik denk er net aan hoe ze er in de opstanding uit zullen zien. Die oude rimpels en beverige handen door trilling en verlamming, en grijze haren, zullen geleidelijk overgaan in de glans van jeugd. Het is echt de moeite waard de Here te dienen, werkelijk. Op een dag zullen we Hem zien.

26 Ik vraag me af of Rosella Griffith aanwezig is? Ik zou haar graag een woord willen laten zeggen. Een kleine alcoholiste, die genezen werd in de... hier een paar jaar geleden en dat zou enige alcoholisten die hier zitten, kunnen helpen. Moest ze vanmorgen naar huis gaan? In orde. Een wonderbaarlijk geval... Ik dacht gisteravond dat ik haar iets zou moeten laten zeggen. Ik had het gedaan als ik geweten had dat zij vanmorgen weg zou gaan. Zoveel dingen... ik zou het de mensen in de Tabernakel willen laten horen.

27 Welnu, ik... Is er hier iemand vanmorgen om in water gedoopt te worden? Laat eens zien: een, twee, drie, vier, vijf, zes; ongeveer zes of zeven hier om gedoopt te worden. De doopdienst zal na de zondagsonderwijzing gehouden worden.

28 Nu, de zondagsschoolruimte voor onze zuster Arnold, voor haar kleine peuters, is in beslag genomen. En we zullen... Als u wilt, zuster Arnold, zullen we het bijna moeten uitstellen tot de volgende dag, daar wij de ruimte voor de klas niet hebben. En ik wil binnen enkele minuten voor de kleine kinderen een Schriftgedeelte lezen, dat zal hun ook iets geven om aan te denken. En dan volgende week zondag gaat u verder met uw normale diensten en die van de zondagsschool.

29 Nu, hier is nog iets wat ik vanmorgen wil zeggen. Ik vertelde hun dat niet te doen, maar zij deden het toch. Ziet u? Dat was gisteravond een offerande voor mij, een offerande. Ik vertelde hun dat niet te doen. En zij... Maar zij deden het toch. En toen ik... Ik wist het niet tot Billy me vertelde dat mijn broer Doc het naar hem toe had gebracht, naar zijn huis. En ik heb het nog niet eens geteld, maar ik geloof dat er meegedeeld werd dat het ongeveer driehonderd, of over de driehonderd was. Was het dat? Herinner jij je Doc hoeveel het was? [Iemand uit de gemeente zegt 324,12 – Vert] Hoeveel was het, broeder? [Iemand uit de zaal herhaalt het bedrag – Vert] 324,12. Ik dank u zeer.

30 Nu ben ik al geruime tijd zonder werk; u weet dat. En mijn secretaris, die hier aanwezig is, of enigen van hen hier vanmorgen, weten dat mijn uitgaven, het maakt niet uit waar ik ben, mij hier thuis tot over een honderd dollar per dag kost, voor mijn kantoor en dergelijke, die nodig zijn voor zakdoeken en zaken rondom de wereld; en onkosten.

31 En ik wil ter bemoediging voor u mensen hier evenwel dit zeggen... Voor het aantal mensen is dit de grootste offerande die ik ooit in mijn leven heb ontvangen. Beseft u dat het gemiddeld ongeveer één dollar per persoon is? En meestal zal een offerande daar buiten in het werk gemiddeld variëren rond de tweeëntwintig en vijfentwintig cent per persoon. Maar dit was gemiddeld een dollar per persoon. Omdat ik weet dat u niet met meer hier binnen kunt zijn en men haalt buiten het gebouw geen offers op. U kunt in deze kleine ruimte niet meer dan driehonderd mensen stoppen. Ik betwijfel... Weet u hoeveel zitplaatsen de Tabernakel telt, broeder Neville? [Broeder Neville antwoordt: "Het moet ongeveer rond de driehonderd zijn, zoals het nu is." – Vert] Ongeveer driehonderd mensen. Dus dat is elk ongeveer een dollar, zie. God weet hoe ik dit waardeer. Ik dank u wel. En het gaat regelrecht in het werk van de Heer. Ik dank u ervoor. En voor de... Zijn er enigen die toevallig nog vóór vanavond vertrekken, omdat...

32 Toen ik gisteravond naar huis ging stond er op de veranda een kleine doos, ongeveer zo groot, en het was een hoeveelheid gelatinepudding; ik geloof dat het van iemand kwam. Weet u, ik houd zo van gelatine. En ik waardeer dat. En een zuster hier, die... ik noem haar naam liever niet. Zij is een boezemvriendin van ons gezin en zij liet bij mijn moeder een liefdegift achter voor mij en Billy. U weet niet, zuster, hoe ik dat waardeer en in wat voor tijd het komt.

33 En o, zoveel dingen. U begrijpt dat wel. Ik weet zeker dat Hij het begrijpt. En dus vertrouw ik gewoon dat Hij ieder van u buitengewoon overvloedig zal zegenen. Ik wenste dat het zo was, dat ik met ieder van u naar huis kon gaan en een poosje bij u kon blijven praten. Ik houd ervan om dat te doen, maar het is...

34 U weet hoe het is. Ik ben voortdurend onderweg. We moeten weer snel gaan. Eerlijk gezegd verlaat ik, zo de Here wil, de staat direct na de dienst vanavond zodra de dienst sluit. Ik moet hier vóór twaalf uur weg zijn. Ik heb een afspraak om twaalf uur. En ik zit vol deze middag. U weet hoe het gaat. Het is voortdurend steeds aan de lopende band, mensen ziek en stervend.

35 En menigmaal ga ik een gebouw binnen, sta daar even en iemand komt binnen en zegt: "Kent u mij, broeder Branham?"

     "Nee, ik ken u niet."

36 "Wel, ik lag stervend in het ziekenhuis toen u voor mij kwam bidden. De Here heeft mij genezen."

     "Ik was blind toen u me op straat ontmoette, die dag dat het visioen kwam." Zie? En ik weet helemaal niet wat het is.

37 Maar ik denk aan deze gezegende gedachte, broeder Egan, dat op een dag wanneer ik mijn laatste prediking gehouden heb en ik voor de laatste persoon, waarvoor de Here mij wil laten bidden, gebeden heb en ik naar Huis ga; en op die opstandingsochtend, o, wat een dag zal dat zijn, wat een vreugde. Wanneer ik daar kan staan als de koningin van het zuiden zal verschijnen en ik kan zien welke invloed zij had! Ik zal daar Billy Graham zien komen, de invloed die hij had, Oral Roberts en alle anderen... Sankey, Finney, Moody, Calvijn, Knox, enzovoort. Dan zal ik mijn groep zien opkomen. O, dat zal me een vreugde gaan worden. Dat zal mijn kroning gaan zijn. Dat is waar. En door de genade van God hoop ik daar enige miljoenen te hebben.

38 En nu moet ik weldra overzee gaan. En voor zover ik weet, alleen al in onze eigen samenkomsten (Denk eens in), ben ik in mijn tweede miljoen zielen die ik voor Christus win. En ik hoop dat ik meemaak dat er vele en vele miljoenen worden gewonnen.

39 Welnu, de doopdienst... En nu de afspraken, en dergelijke... Nu, dit is steeds na de samenkomst.

40 Als u op enige tijd terugkomt voor een persoonlijk gesprek, enzovoort, bel dan de tussenpersoon, broeder Mercier hier. We hebben iets ingesteld dat werkelijk nodig is. We weten dat. En broeder Mercier schrijft hen op een lijst. Hij noteert ze op binnenkomst en zodra ik door mijn afspraken heen ben, ze allemaal gehad heb... Wanneer ik thuis kom, bel ik hem op en vertel hem: "Ik ben klaar met die groep." Dan geeft hij mij een nieuwe groep en daar ga ik weer. Ziet u? Dan wordt het allemaal vanuit dat kantoor geregeld. Hij weet precies hun volgorde en zo kan hij ieder die in staat is om te komen, binnen laten. Ziet u? We zijn dus heel blij dat wij dit kantoor op deze wijze in werking hebben. Dus dat is Butler 2-1519 en dat is... als u Jeffersonville belt, vraag gewoon naar mij en zij zullen het, op dat kantoor daar, beantwoorden. En dank u vriendelijk.

41 Nu, laten we even vóór we zijn gezegende Woord openen... Herinner, onmiddellijk na deze dienst en de doopdienst, zal Billy hier zijn om gebedskaarten uit te geven voor vanavond.

42 Nu, vanavond, omdat er zondagavond kerkdiensten zijn, zullen de meeste stadsmensen in hun eigen kerken zijn en rondom Louisville en in de buurt. Zij zullen in hun eigen kerken zijn. Doch het zullen merendeel de mensen van buitenaf zijn. Daarvoor denk ik dat wij vanavond wellicht een grote gebedsrij kunnen vormen en voor ieder van hen kunnen bidden. Ik vertrouw dat we het kunnen. We hebben heel wat gebedskaarten.

43 Ik denk dat gisteravond... na gisteravond, o, ik voelde me gewoon of ik een van die solovluchten zou nemen; weet u, waar we over spreken. Om in deze kleine, oude Tabernakel weer opgeheven handen te zien.

44 Ik heb een kleine jongen hier. Hij is op en top een jongen, kleine Jozef. Hij is bijna drie jaar oud. En toen iedereen aan het juichen was, daar sprong hij zowaar midden in het gangpad te voorschijn en wierp zijn handjes omhoog en begon te juichen en de Here midden in het gangpad te prijzen. En ik geloof vanmorgen dat hij met zijn kleine zuster binnenkwam en beet haar in haar arm, dus vertelde ik hem dat zijn juichen hem niet veel goed zou doen zolang hij zich zo gedroeg. Oh, tjonge! Die kleine jongens, zij houden je goed in de gaten, is het niet? Maar natuurlijk kwam het door wat hij de anderen zag doen en hij dacht dat hij dat ook moest doen en waarschijnlijk deed hij de manier waarop wij het deden, na.

45 We hebben nu Zijn Woord hier geopend liggen. Laten we er nu tot Hem over spreken.

46 Dierbare God, terwijl we nu eerbiedig tot U komen, rustig, nuchter, en in geloof, gelovend dat U hoort en gebed zult beantwoorden, daar wij komen in die algenoegzame Naam van Uw Zoon, de Here Jezus, die de Onfeilbare is en de belofte gaf, dat "als gij de Vader iets vraagt in Mijn Naam, zal Ik het doen", dan weten we dat we ontvangen zullen waarom we vragen, want we komen in Zijn Naam. Want we hebben geen andere naam waarin wij U, de grote, machtige Jehova God, kunnen benaderen. En we komen in Zijn genade, niet belijdend dat we iets verdienen, maar omdat Hij voor ons een verzoening heeft gemaakt toen Hij voor ons stierf en Hij boette voor onze zonden. En wij voelen dat wij door Zijn dood gerechtvaardigd voor Uw aangezicht kunnen staan. Dat is ons geloof. En wij vragen niet iets wat slecht maar wat goed voor elk van ons zou zijn.

47 Spreek daarom tot ons door Uw Woord, Here God, en spreek tot ons in die stem, dat wij zouden begrijpen en zouden weten hoe we alleen maar betere mannen en vrouwen, jongens en meisjes, moeten zijn. Wetend dat, telkens wanneer ons hart slaat, wij een stukje dichter bij die poort, de grote poort ginds bij de dood, komen, waar wij allen naar binnen zullen gaan... En dan, wetend dat nadat wij daar binnen zijn er geen enkele gelegenheid meer is om het ooit weer goed te maken. Dat we nooit meer deze gelegenheid kunnen hebben, die wij nu hebben. En daar we niet weten wanneer we die grens oversteken, o God, kom snel tot ons en breng ons tot het besef dat we zouden moeten hebben om te weten hoe we U kunnen benaderen en onze zaak bepleiten en om genade vragen. Sta het toe, Heer.

48 Wij zijn een behoeftig volk. Wij zijn schapen die een beroep doen op de Herder die ons door het leven en door de vallei van de schaduwen des doods zal leiden. Gelijk David van ouds zei: "Ik zal niet vrezen wanneer ik tot die plaats kom, omdat de Herder mij rechtstreeks door die plaats zal voeren." Tot onze voeten vast op die heerlijke kust rusten, waar ouderdom en ziekte en verdriet en dood van ons weg zullen vlieden en wij daar voor eeuwig vrij zullen zijn.

49 Spreek Heer. Die kleine met haar glanzende ogen, iemands lieveling, die hier voor me in deze rolstoel zit... Ik kan vandaag gewoon mijn ogen niet van haar afhouden, helemaal kreupel door deze polio, wat de boze haar aangedaan heeft. O God, breng bevrijding aan deze kleine lieveling. Geef het, Heer, niet alleen aan haar, maar aan anderen die hier wachten. Laat Uw Heilige Geest hen vanmorgen zo hoog oplichten dat zij elke rimpel van twijfel en elke zonde-barrière zullen passeren zodat Uw Heilige Geest op hen mag bewegen en hen genezen. Sta deze dingen toe, Heer. Want wij vragen deze zegeningen voor Uw glorie, in de Naam van de Zoon, Jezus Christus. Amen.

50 Ik heb voor vanmorgen een tekst uitgekozen. En jullie kleine makkers, vergeef me dat ik de tijd alleen voor de volwassenen heb genomen en dat jullie klas vanmorgen niet wordt gehouden. Maar ik wil dat jullie ook horen wat ik wil lezen. Ik wil vanmorgen lezen uit 1 Samuël, het derde hoofdstuk. En ik wil als tekst nemen: Hoor Zijn Stem. Dat zal voor kleine meisjes en grote meisjes, kleine jongens en grote jongens en voor allemaal bestemd zijn. Denk aan de tekst: Hoor Zijn Stem.

51 Voor u die de Schrift openslaat: 1 Samuël, het derde hoofdstuk. Dit staat in de eerste tien verzen:

     En de jongeling Samuël diende de HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was zeldzaam in die dagen; er was geen openbaar gezicht.

52 O, wat zou ik daar graag voor een ogenblik bij stil blijven staan. Misschien een andere keer... Het treft me gewoon. Laat me het nog eens lezen, dat vers:

     En de jongeling Samuël diende de HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was zeldzaam in die dagen; er was geen openbaar gezicht.

53 Ziet u dan wat een gezicht is? Het is het directe Woord van de Here. En het Woord van de Here was zeldzaam.

     En het geschiedde te dien dage, toen Eli op zijn plaats neerlag (en zijn ogen begonnen donker te worden, dat hij niet zien kon),

     En Samuël zich ook neergelegd had, eer de lamp Gods uitgedaan werd, in de tempel des HEEREN, waar de ark Gods was,

     Dat de HEERE Samuël riep; en hij zeide: Zie, hier ben ik.

     En hij liep tot Eli en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Doch hij zeide: Ik heb niet geroepen, keer weer, leg u neer. En hij ging heen en legde zich neer.

     Toen riep de HEERE Samuël weer; en Samuël stond op en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Hij dan zeide: Ik heb u niet geroepen, mijn zoon, keer weer, leg u neer.

     Doch Samuël kende de HEERE nog niet; en het woord des HEEREN was aan hem nog niet geopenbaard.

     Toen riep de HEERE Samuël weer, ten derden male; en hij stond op, en ging tot Eli, en zeide: Zie, hier ben ik, want gij hebt mij geroepen. Toen verstond Eli, dat de HEERE de jongeling riep.

     Daarom zeide Eli tot Samuël: Ga heen, leg u neer, en het zal geschieden, zo Hij u roept, zo zult gij zeggen: Spreek, HEERE, want Uw knecht hoort. Toen ging Samuël heen en legde zich op zijn plaats.

     Toen kwam de HEERE, en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuël, Samuël! En Samuël zeide: Spreek, want Uw knecht hoort.

54 De stem van God... Zijn stem horen in die dag was een zeldzaamheid. Er was geen openbaar gezicht. En de echte stem van God was iets zeldzaams omdat de mensen afvallig waren geworden. Men had een kerk in die dag die de geboden van God niet opvolgde. Zij hadden een voorganger die Eli heette. En hij had zich van God afgekeerd door leringen van wat de mensen wilden geloven te onderwijzen. Als dat niet parallel loopt met deze dag. Hij onderwees gewoon de mensen en hij nam zijn voorkeuren, en hij liet zijn zonen het beste van het vlees van hun haken halen – van het brandoffer. En het kwam zover dat de offerande het belangrijkste was. En Samuël, gewoon zorgeloos over de wijze waarop hij de geboden van de Here hanteerde... En het echte Woord van God was een zeldzaam gebeuren.

55 Zo is het vandaag. We gaan naar de kerk en we zien de mensen binnengaan en een grote campagne houden. "Wij willen dit jaar dat onze denominatie zoveel leden meer telt. Breng uw brief van uw andere kerk mee en sluit u bij ons aan." En slagzinnen zoals: "Een miljoen meer in 1944", enzovoort, om te proberen andere denominaties te overtreffen. En hierdoor hebben wij de slagbomen van de Bijbel neergehaald. Wij zijn ervan afgeweken en beginnen andere dingen te onderwijzen.

56 De profeten spraken van deze dagen, wanneer men voor onderricht de lering van mensen en niet de lering van God zou onderwijzen.

57 En we hebben daar zoveel van gezien en het is al zo lang doorgegaan, dat vandaag het Woord van de Here een zeldzaamheid is geworden; dat iemand kan komen en zeggen: "ZO SPREEKT DE HERE." Nu hebben we heel wat nabootsingen daarvan gehad. Satan is echt aan het werk. Het is al veel jaren geleden dat de mensen bevreesd waren om wat te zeggen, tenzij het de Here was. Maar heden maakt het hun niet uit. Maar het is een zeldzaamheid de stem van de Here te horen en iemand te vinden die kan zeggen: "De Here heeft tegen me gesproken." U merkt dat niet meer op onder de mensen. Dat ze nauwelijks een keer horen dat er wordt gezegd: "De Here heeft tot mij gesproken."

58 Terwijl mannen en vrouwen gewend waren de hele avond te bidden en hun huizen in orde gebracht werden door het Boek van de Heer, en God in hun huizen de eerste plaats kreeg.

59 We hebben te veel dingen die we vóór de Here laten gaan, ziet u. U kunt de bidstond niet houden, want meneer Godfrey is vanavond op de TV. U kunt de bidstond niet houden omdat "We love Susy" vanavond op de TV is. Of andere dergelijke dwaze onzin, die de tijd in beslag neemt en we hebben geen tijd de stem van de Here te horen. En degenen die beweren Christenen te zijn, knielen neer voor een schietgebedje, zoiets eigengemaakts als: "Here, zegen mij en mijn gezin en waak over ons. Goede nacht!" En staan de volgende ochtend op en zeggen: "Leid ons door de dag. Goede dag!"

60 We zouden moeten wachten op de Here. Ziet u, wij doen al het spreken en wij geven Hem geen kans om tot ons terug te spreken, dat als wij zouden bidden en bidden tot onze ziel in de tegenwoordigheid van God komt en dan ontspannen om te luisteren naar Zijn stem...

61 Maar er zijn vandaag zoveel stemmen die de stem van de Here bij ons weghalen. Er is de stem van genot. Zoveel mensen luisteren daarnaar, waar zij naartoe kunnen gaan om een fijne tijd te hebben. En velen van hen beweren Christenen te zijn. Een of andere 'rock-and-roll' gaat er komen, men kan gewoon niet luisteren naar wat God... Zij zeggen: "Wel, ik ben een Christen, ik heb vandaag een vers in de Bijbel gelezen, ja: 'Jezus weende.'" Dat is het. Ga je gang. Maar dan, om werkelijk te knielen en te bidden, daarvoor heeft men te veel andere dingen te doen. Er zijn zoveel stemmen in de wereld, zoveel dingen die onze aandacht van God aftrekken.

62 En gisteren, toen mijn vrouw en ik ons haastten naar de supermarkt om wat etenswaren te halen... En ik maakte voort, omdat ik in tijdnood kwam met afspraken en dergelijke, en haastte me zeer en... Er stond daar een kleine jongen, half slaperig. En een meisje kwam langs met een broek aan die aan een man toebehoorde. Dat moest wel, omdat ze voor mannen gemaakt werden.

63 En de Bijbel zegt: "Het is een gruwel in het aangezicht van God dat een vrouw het draagt."

64 En met een heleboel van die lippenstift hier en haar ogen half slaperig, zei ze: "Waar is de zus en zo?" tegen die jongen.

     Hij antwoordde: "Hoe zou ik dat moeten weten?"

65 Ze zei: "Bedenk dat ik niet voor zes uur thuiskwam vanmorgen." En ze was niet ouder dan twaalf jaar.

66 Nu, Jezus op twaalfjarige leeftijd, die ons voorbeeld was, zei: "Weet u niet dat Ik moest zijn in de zaken van Mijn Vader?"

67 Geen wonder dat de stem van God vandaag een zeldzaamheid is. Het wordt door zoveel verschillende stemmen verstikt, door zoveel dingen gedempt die ons er van weghouden. Het komt zover dat het onze zintuigen afstompt tot we de stem van God niet kunnen horen. Wij moeten onze zintuigen wakker schudden en beseffen dat u mannen en vrouwen bent en dat u de schepping van God bent en dat u hier geplaatst werd om Hem te dienen. Maar Satans stem en de valse profeten... "O, wees modern!"

68 Zoals ik enige dagen geleden al sprak toen ik naar de kerk reed en ik mijn radio aan zette. En ik hoorde een programma uit Louisville waarin gezegd werd dat zij in kerken hun kinderen leren gematigd te drinken, hen modern maken, zodat zij niet overgaan tot onmatigheid.

69 O, zij behoorden hun Christus te onderwijzen, niet het drinken. Dat zal elk gezin verwoesten, te gronde richten en in het verderf storten. Hoe kan de stem van God in een gezin spreken dat half dronken is van de whisky en hun verstand verlamd door roken en drinken en brasserijen heel de avond?

70 Een man die op God wacht komt in Zijn tegenwoordigheid. Om in Gods tegenwoordigheid te komen is als vroeg in de morgen naar buiten gaan wanneer de dauw en de kamperfoelie zo heerlijk geuren. Wanneer u in de tegenwoordigheid van zo'n persoon komt weet u dat deze met God is geweest.

71 Mijn vrouw zei, toen ze vanmorgen naar beneden kwam, tegen me: "Billy, ik wil dit niet zeggen om iemand te strelen, maar gisteravond", geloof ik, of op een avond, zei ze, "zat ik bij een van de kleine Amish-vrouwen, een kleine dame met zo'n klein kapje op haar hoofd." Ze zei: "En je kon merken dat die vrouw met Jezus was geweest, want ze was lieflijk. Haar ziel was zacht. Haar ogen stonden helder." Er is geen zonde of iets ook daar achter te verbergen. Zij was in Gods tegenwoordigheid geweest. Haar zintuigen waren niet afgestompt door whisky en tabak en allerlei dingen van de wereld. Zij was verkwikt door de tegenwoordigheid van God, door het lezen van haar Bijbel en het bestuderen van Gods Woord.

72 Maar wij moderne Amerikanen, wat wij doen... En de valse profeten achter de preekstoel zeggen dat het in orde is. Ik dacht er zo half en half over dit te zeggen; als ik verkeerd ben, God vergeve me. En ik ben overtuigd dat een heel stel van hen God niet kennen. En de gemeente zal nooit hoger leven dan haar voorganger. Geen wonder dat de Schrift zegt: "Deze herders, hoe zij de kudde verstrooid hebben, wee hen. Zij zijn de takken die geen vruchten voortbrengen, die afgerukt en verbrand zullen worden."

73 Er zijn zoveel dingen die vandaag de zinnen van de mensen afstompen. Oh! Maar te midden van dat alles, ondanks elke afstomping en elke stem die er vandaag in de wereld klinkt... sommige ervan zijn stemmen van vermaak; sommige zijn zondige stemmen om de mensen te verlokken. Maar ondanks dat alles blijft de waarheid van God nog steeds bestaan. "Wie Mijn stem wil horen en Mij wil volgen..." Mannen en vrouwen die de stem van God willen horen; God wacht nog steeds, om te spreken tot elk individu, die zijn oor wil openen om Gods stem te horen.

74 Als een man die geen voorganger is... Menigmaal zijn er mensen die zeggen: "Zou u dit niet kunnen doen? Zou u niet hier naartoe kunnen komen? Zou u niet dit kunnen doen?" Ik zou het graag doen, maar ik moet in de tegenwoordigheid van God blijven als ik de zaak goed wil doen. Dan zijn er mensen die zeggen: "O, broeder Branham is een van diegenen die zich afzonderen." Dat is niet zo. Ik houd van mensen. Maar er zijn er wel duizenden. Maar ik moet bij Hem blijven om te ontdekken wat Hij mij hun zou willen laten vertellen. Ergens, luister maar, zal Hij iets voor u hebben waarover Hij u wil laten weten.

75 Voorganger, krijg het nooit zo druk dat u niet in de tegenwoordigheid kunt blijven om naar Zijn stem te luisteren. God houdt altijd Zijn Woord. En het geeft niet hoe slecht de tijden mogen wezen, hoezeer uw kerk er tegen leert, Jezus Christus wil nog steeds spreken met die stille, zachte stem tot ieder die naar Hem wil luisteren. Hij staat nog steeds gereed het te doen als we onszelf maar tot rust kunnen brengen.

76 Maar we rennen gejaagd binnen en vragen: "Zeg, dominee, zou ik bij deze kerk kunnen komen?"

     "Uit welke kerk komt u?"

     "Zus en zo."

     "Wel, breng ons uw brief." Tjonge!

     "Zou ik lid kunnen worden van deze kerk?"

77 "O ja, treed naar voren en we zullen u een beetje met water besprenkelen en uw naam in het boek noteren, dan krijgt u de rechterhand van gemeenschap." Wel, de vereniging van vrijmetselaars heeft een betere instelling dan dat. Ja. De vereniging van vrijmetselaars en alle andere verenigingen zijn goed, maar het is nog steeds niet het huis van God. Dáár spreekt God. Die verenigingen proberen u zedelijk gedrag bij te brengen. Maar God maakt u rechtvaardig door Jezus Christus, Zijn Zoon. Nu, daarvoor is een code van ethiek; God heeft een nieuwe geboorte voor u.

78 Maar luister naar Zijn stille, zachte stem. Ieder van u mensen die belijdt een Christen te zijn, krijgt u zelf stil voor Hem! Laat de was u niet belemmeren. Laat het werk u niet tegen houden. Laat niets u hinderen. Laat niemand weten wat u doet. Kom voor Zijn aangezicht. Ga ergens het bos in. Stap aan de kant van de weg uit. Ga in je binnenkamer en sluit de deur, wanneer de kinderen naar school zijn. Ga dan op uw knieën. U hebt overal allerlei stemmen gehoord. Maar kniel gewoon en blijf daar tot die stemmen stil zijn geworden en u zich verlicht begint te voelen. Het zal u veranderen. Het zal u anders maken zoals dit het deed bij deze kleine Samuël. Het doet u iets, als u het slechts wilt doen. Het zal u maken wat u zou moeten wezen. Het zal u het soort Christen maken wat u behoorde te zijn.

79 Nu, laten we afstappen van deze moderne dag naar een dag die voorbij is. Laten we teruggaan naar de dagen van ouds. En deze stem van God is tot de mensen gekomen in alle eeuwen in elke levenswandel. Het maakt niet uit of u een boer, of een schoenmaker bent, wat u ook mag zijn, God spreekt nog steeds. Of u een zondaar bent, of u een prostituée bent, een hoer, of dat u een dronkaard bent, of wat voor lokaal kerklid u ook bent, in naam, wat u maar mocht zijn, de stem van God wacht nog steeds om tot u te spreken.

80 Ik denk nu aan Mozes toen hij reeds tachtig jaar oud was en een theologische training had van tachtig jaar. Hij kende de Schriften. En hij kende ze goed. Hij had de belofte gekregen dat hij de bevrijder van zijn volk zou worden. Maar toch, alleen de Schriften te kennen en een formeel kerklid te zijn van die moderne kerk in die dag... Hij nam de zaak in zijn eigen handen en probeerde het te doen. Hij sloeg een Egyptenaar dood. Ziet u wat u doet als u niet naar God luistert? U verknoeit de zaak.

81 En wanneer de duivel vanmorgen zou zeggen: "Laat je niet dopen..." Een ander zegt: "O, doe het later." Iemand zou zeggen: "Je kunt maar beter zeker weten wat je gaat doen." Weer een ander zegt: "Je gaat een goede tijd missen." De enige manier om dat vast te stellen is, ga ermee naar Gods Woord. Maar mensen schijnen dat vandaag niet te willen doen.

82 En Mozes was bij de beste rabbijnen geweest, maar zij waren formeel en koud geworden. Hij had het verhaal gehoord dat zijn moeder hem vertelde, hoe hij verstopt werd in het riet en hoe de grote krokodillen geen greep op hem konden krijgen. Hoe hij, als die baby, die stroom was afgedreven, waar de oude krokodillen gewoon dik waren.

83 Dit is voor de kleine kinderen. Zij waren vet van het eten van die kleine baby's. Die rare haakneuzige vrouwelijke politieagenten hadden nooit een baby gehad, wisten niet wat de liefde voor een baby was. O, zij trokken er gewoon op uit en pakten en doodden die kleine baby's en wierpen ze in de rivier. Die oude krokodillen waren gewoon vet van de kleine baby's.

84 En toch legde God het op het hart van de moeder om haar baby precies in de dood te leggen. Ziet u niet dat het een type van Christus was? Hij ging regelrecht de dood in. En elk van die oude krokodillen kon naar dat kleine mandje zwemmen dat op de rivier dreef. Weten jullie waarom zij het niet konden doen, waarom zij die kleine baby niet konden opeten? Er zat daar een engel: "Ga weg van hier!"

85 Waarom? God geeft Zijn engelen opdracht om over Zijn volk te waken. Schrik niet, lieveling. God waakt over jou. De duivel mag proberen iets tegen je te doen, maar God is groter. Dus moesten alle krokodillen bij dat kleine mandje vandaan zwemmen.

86 En toch wist Mozes al deze dingen. En toch, na veertig jaar training en daarna in de woestijn, probeerde hij nog steeds de zaak in zijn handen te nemen.

87 Wij kennen de Bijbel, weten wat God zegt om te doen en toch zeggen we: "Welnu, we zullen dit op deze wijze laten zijn. De dagen van wonderen zijn er gewoon niet meer. We weten dat we niet meer geloven ze te zien. En we geloven dat de dagen van wonderen voorbij zijn, en het besprenkelen is net zo goed als onderdompeling, en Vader, Zoon en Heilige Geest is even goed als de Naam van de Here Jezus. Dus zullen we gewoon... De anderen doen het zo, dus zullen wij dat ook zo doen."

88 Mozes was een militair geweest. En hij dacht op de manier hoe hij getraind was als militair dat hij die Egyptenaren wel met zijn hand kon afslachten. Dat zou net zo goed zijn als te doen wat God deed. Hebt u er ooit aan gedacht? Iedereen veroordeelt Mozes voor het doden van één man. En hij keerde terug onder de zalving van de Heilige Geest en doodde de hele zaak. Niemand zei er iets over. Hij versloeg Farao's hele leger, maar daar was God in. Daarvoor was God er niet in.

89 En Mozes dan, vol gepropt met kerktheologie... Hij zou de volgende Farao worden. En we zien dat hij God nog steeds niet kent.

90 Maar op een morgen daar achterin de woestijn, toen hij een oude man van tachtig jaar was, met zijn bakkebaarden laag neerhangend, zag hij een brandend struikgewas en hij draaide zich om om te zien wat er aan de hand was. En toen hij dichtbij de struik kwam hoorde hij een stem. God moest hem veertig jaar lang tot stilte brengen voor Hij ooit tot hem kon spreken. En wij willen nog geen tien minuten stil blijven zodat God tot ons zou kunnen spreken, met al het geroezemoes dat we vandaag hebben.

91 En toch, na veertig jaar, stond Mozes daar; en in de tegenwoordigheid van die struik en door die ene stem die hem riep, wist hij vijf minuten later meer over God dan heel de tachtig jaar van training hem geleerd had. Het maakte een ander mens van hem.

92 Het zal van u een andere man en vrouw maken als u lang genoeg wilt stilstaan om Zijn stem te horen, zoals Samuël deed. Sta stil. Wees niet opgewonden. Als u iets van God verlangt, vraag Hem, sta dan stil en luister om te zien wat Hij erover gaat zeggen. Open gewoon uw hart en zeg: "Hoe is het daarmee, Here Jezus?" Blijf daar. Als Hij de eerste vijf uur niet antwoordt, wacht dan nog eens vijf uur. Als Hij vandaag niet antwoordt, dan zal Hij morgen antwoorden. Als Hij deze week niet antwoordt, zal Hij volgende week antwoorden. Blijf daar tot Hij antwoordt.

93 Hoor Zijn stem terug spreken in uw hart en zeggen: "Ja, Ik ben de Here die u geneest." Dan is alles voorbij; dan bent u tot rust gekomen. Ziet u? "Ik ben de Here, Die al uw zonden vergeeft; ga heen en zondig niet meer. Ik veroordeel u niet." Dan kunt u vrij uit gaan. U bent in orde. Maar u wilt er zeker van zijn dat u die stem hoort spreken. Mozes hoorde het. Hij was een veranderd mens.

94 Kijk naar Jesaja de profeet. Als jongeman had hij het gemaakt. De grote vriendelijke koning Uzzia in die dagen, een rechtvaardig man, hield van Jesaja, want hij wist dat hij een profeet was. En dus leunde hij op de arm van de koning. Wat hij verlangde, o, Uzzia zou het hem geven. En telkens wanneer hij iets wilde, wel, de goede koning gaf het hem. Maar er kwam een tijd dat de koning stierf.

95 Welvaart bederft de mensen altijd. Dit is hard om te zeggen. Maar voorspoed trekt een mens van God weg. Op een plaats in de Bijbel sprak God iets in die geest. En Hij zei: "Wanneer Ik u zegende en u veel gaf... toen u arm was en u niets had, kwam Ik tot u en u hoorde Mij en u diende Mij. Maar wanneer Ik u zegende en u in overvloed gaf, keerde u zich van Mij af." Dat heeft Amerika gedaan: keerden hun hoofd af.

96 Dit is wat de kerk heeft gedaan. U kon zich op de hoeken vestigen en grote prachtige gebouwen hebben en de miljoenen dollars die daarin geplaatst zijn en alles net zo gemakkelijk als het maar kon zijn. Geen wonder dat u geen tijd hebt om Gods stem te horen. Maar wacht tot het uur komt wanneer dat weggenomen is, dan zult u ernaar verlangen het te horen. Alles is nu prachtig, maar het uur nadert wanneer het zo niet meer zal zijn.

97 Dus Jesaja kon leunen op de arm van de koning. En hij was een jongeman, een vriendelijke fijne geest in deze jongeman, dus hield de koning van hem. Op een dag werden de steunpilaren onder hem weggeslagen. De koning stierf. En toen de koning stierf moest Jesaja alleen gaan. En toen begon hij om zich heen te kijken en hij ontdekte dat niet iedereen was zoals de koning.

98 Een dezer dagen zult u uit deze interkerkelijke groepen als deze geschopt worden. Er komt een tijd waarin u tot een organisatie moet behoren of u kunt niet aanbidden. Zoals u weet zegt de Schrift dit. Men steekt nu gewoon de gek met u. Maar er komt een tijd waarin een boycot zal komen, want het merkteken van het beest moet komen. U zult òf tot de federatie van kerken moeten behoren, het beest zoals het in Rome is, òf u kunt helemaal niet aanbidden. Dat zegt de Schrift. Dan zult u het wel moeten uitroepen zoals Jesaja deed.

99 En hij ging de tempel binnen en hij kwam toen tot besef. Hij hief zijn handen omhoog en zei: "O Heer, ik ben een man van onreine lippen." U denkt dat u goed bent, maar wacht tot die tijd aanbreekt. "Ik woon onder mensen van onreine lippen." Wat deed hij? Hij werd wanhopig.

100 En wanneer u wanhopig wordt over deze zaak, gaat er iets gebeuren. U bent niet wanhopig genoeg. "O, wel, ik ga naar de kerk, dan is de zaak beklonken." Maar u moet er wanhopig over worden. U moet God werkelijk nodig hebben.

101 Jezus zei: "Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden."

102 Maar zolang u met de dingen van de wereld tevreden bent, hoe kan God dan tot u spreken? U zegt: "God heeft nog nooit tot mij gesproken." Waarom? Hij wil het. Maar u zit boordevol met de dingen van de wereld. Dat is er vandaag met ons aan de hand. Wij steken al onze tijd in de dingen van de wereld en de genoegens van de wereld en geven geen tijd aan God. Dat is waar.

103 Welnu, we zagen dat Jesaja wanhopig werd. En hij schreeuwde het uit en beleed zijn zonden en de zonden van het volk. Toen hij dit had beleden, hoorde hij een geluid boven zich. En toen hij opkeek waren daar de cherubs die heen en weer door het gebouw vlogen, met vleugels over hun aangezichten en vleugels over hun voeten en vleugels waarmee zij vlogen, uitroepend: "Heilig, heilig, heilig, Here God Almachtig."

104 Er gebeurde iets. Jesaja was wanhopig geworden. God ging aan het werk. En Jesaja schreeuwde uit: "Ik heb onreine lippen." Want een stem had zojuist gesproken. Het veranderde hem.

105 "Wie zal voor Ons gaan?" sprak de stem, "Wie wil gaan, wie is gewillig in de bres te staan temidden van deze groep theologen? Wie wil vandaag gaan en beweren dat Ik nog steeds God ben? Wie wil gaan en hun onreinheid veroordelen? Wie wil hun denominaties afbreken en opnieuw de krachten van de levende God oprichten? Wie zal gaan?"

106 Jesaja zei: "Heer, voordat ik kan gaan moet ik veranderd zijn." Heel wat van zijn vrees en verwarring moest hij kwijtraken.

107 Zo zal het zijn met elk individu die God roept. U moet wederom geboren worden, veranderd en nieuw gemaakt; geen inbeelding, maar vanuit uw hart, iets wat werkelijk plaats vindt. En een van de engelen... "Als ge vraagt zult u ontvangen."

108 Eén van de engelen ging naar het koperen altaar en nam de tang en boog zich voorover en pakte een brandende kool van vuur en snelde naar Jesaja en plaatste het in zijn mond en zei: "Nu bent u rein; ga heen en spreek het Woord." Jesaja was veranderd, nadat hij die stem had gehoord.

109 Toen schreef hij in zijn latere jaren een volledige Bijbel. Hij begon met Genesis en eindigde in Openbaring. In de Bijbel staan zesenzestig boeken. Er zijn zesenzestig hoofdstukken van Jesaja. Waarom? Omdat hij wanhopig werd in een tijd waarin hij zag dat het hoogst noodzakelijk was.

110 Daniël in Babylon, zoals wij gisteren over hem spraken, had in zijn hart voorgenomen dat hij zich niet zou verontreinigen met de Babylonische leerstellingen. Maar op een dag kwam Daniël daar in moeilijkheden. En hij wist dat hij de stem van God moest horen, hoewel hij de Schriftgedeelten had. Hij had nodig de stem van God te horen. En hij ging naar een zekere rivier. En hij ging evenwel niet daarheen en parkeerde zijn rijtuig en knielde in het struikgewas neer en zei: "Here God, ik wil U horen. Waar bent U?" Nee, zo doet u dat niet. Jesaja [Bedoeld wordt: Daniël – Vert] had zijn rijtuig met bestuurders weggezonden en was naar de rivier gegaan. Hij was van plan te blijven tot hij hóórde. Dat is de manier. Hij werd er wanhopig over.

111 Hij moest radicaal wegkomen van al de soldaten en al de sterrenkundigen en wijsgeren, alle doctors van theologie, enzovoort, die hem probeerden te vertellen: "Dit...! Dit moet u doen, Daniël. Doe dit, Daniël." Maar hij ging er overal bij vandaan. Dat is de manier waarop u het moet doen. En hij knielde neer bij de rivier en verbleef daar eenentwintig dagen en worstelde met de Engel des Heren.

112 Maar ons is verteld dat hij uitkeek over de wateren; daar zag hij een Engel staan met Zijn voet op het land en op de zee. Hij hief zijn handen omhoog en zwoer bij Hem die leeft voor eeuwig en altoos, dat wanneer de dingen die Daniël zag zouden gebeuren, er geen tijd meer zou zijn. Hij had eenentwintig dagen vertraging vanwege het kwaad van het land.

113 En als hij eenentwintig dagen vertraging had vanwege het kwaad van dat land in de dagen van Perzië, wat zou hij zijn in deze dag, hoe lang zou hij verlaat kunnen zijn? Maar dat onvergankelijk geloof, die honger en dat verlangen in het menselijke hart, dat niet nee zal zeggen tegen God, maar vol zal houden tot God spreekt van de hemel... Hiermee kunt u niet spelen, met dit Evangelie. Het is niet om mee te spelen. Het moet tien keer van de tien raak zijn. Het moet perfect zijn of het is niet goed en het zal niet werken. Het zal perfect moeten zijn. Daniël bad.

114 Wij vinden in de Bijbel, in ongeveer het achtste, zevende of achtste hoofdstuk van het boek Handelingen, dat een kleine opgewerkte Farizeeër, Saul genaamd... O, hij was evengoed een theoloog. Hij had onder de onderwijzing van Gamaliël gezeten. En hij had al de Schriftplaatsen op de wijze zoals het moest zijn, volgens de theologen van die dag, o, zelfontworpen en eigengemaakt. En hij zag mensen iets doen dat geestelijk was en zijn door mensen gevormde theologie ging er niet mee akkoord.

115 Wat een vergelijking met vandaag. Eerlijk en oprecht in zijn hart, zoals vele mensen zijn... Zij denken dat mensen die wedergeboren zijn, gek zijn. Zij denken dat Goddelijke genezing en krachten van de Heilige Geest iets is waar men over spreekt. Maar het is waar.

116 Dus toen hij op een dag op weg was naar Damaskus, met enige instructies in zijn zak van de kerkbisschop, om daar heen te gaan en heel die groep heilige rollers te vernietigen die aan het juichen en jubelen waren en op en neer sprongen en in vreemde talen spraken de zieken genazen en...

     "Ach, het is een groep duivels", zeiden de theologen. "Ga erheen en arresteer ze en breng ze hier in ketenen terug."

117 "Zeker, tot uw dienst, bisschop." Oh. Ja, hij was een groot man. Hij had een doctorsgraad, doctor in de filosofie, weet u. Dus sprong hij op zijn paard en ging op weg, met een heel gezelschap bij zich.

118 Maar onderweg, omtrent twaalf uur, werd hij door iets gevloerd. En hij rolde in het stof als een gek, schuimbekkend, en hij hoorde een stem zeggen: "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?" Wat gebeurde er? Het was geen theoloog die tot hem sprak, maar een stem van de hemel. "Waarom vervolgt gij Mij?"

119 En hij keerde zich in het stof om, zijn wenkbrauwen helemaal onder het zand; en met tranen die waarschijnlijk over zijn wangen liepen, zei hij: "Here, Wie zijt Gij?" En toen hij met zijn ogen knipperde was hij zo blind als een vleermuis geworden.

120 Daar stond de grote Vuurkolom voor hem en een stem klonk daar uit en zei: "Ik ben Jezus, Die gij vervolgt. Uw door mensen opgestelde lering was verkeerd." Wat betekende dat? Er was een open gezicht, het Woord van God was werkelijkheid geworden.

121 O broeders, dat hebben wij vandaag nodig, wat meer zoals dat.

122 Ik wil gewoon de Here danken... Die kleine meisjes gisteravond in de rolstoelen, kwamen er vandaag aanwandelen zonder de rolstoelen, voor de glorie van... De Here zegene jullie, meisjes. Wie deed het? Dezelfde Jezus die toen in een bovennatuurlijke stem sprak, spreekt vandaag nog.

123 "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?" Saul was een veranderd man.

124 En mensen behoren vandaag veranderd te zijn wanneer zij de stem van de levende God kunnen zien en horen spreken zoals Hij deed toen Hij wandelde in Galilea. O zeker.

125 "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?" Wat deed het? Nam Hij hem mee naar een bijbelschool en onderwees hij hem wat nieuwe theologie? Nee, dat deed Hij niet. Wat deed Hij? Hij sprak tot hem. Er was een letterlijke stem die uit een wolk sprak. Wat was er aan de hand? Dezelfde God die donderde vanaf de berg Sinaï.

126 In de samenkomsten waar de Heilige Geest komt, hoort u een menselijke stem die veranderd is, en nauwelijks zijn A B C's kennend, maar Christus kan die stem nemen en al de geheimenissen van de almachtige God laten spreken. Het behoorde elke man en vrouw, die in de tegenwoordigheid van Zijn Woord is gezeten, te veranderen. "Ik hoorde een stem", zei hij. O, wij sluimeren zo. Ik hoop dat we het niet nog duidelijker dan dat hoeven te maken. Maar wij zijn zo duf in onze kerken, in onze theologie, in ons denken en in onze manier van leven, dat wij missen die stem te horen wanneer hij spreekt.

127 "O," zeggen ze, "het kon wel telepathie zijn, het kon wel... weet u. Kon misschien dit, dat of nog wat zijn."

128 Wat als Mozes gezegd zou hebben: "Zeg, ik vraag me af of dit een duivel was in dat struikgewas." Voor Mozes geen vraag. Hij hoorde de stem.

129 Als u zegt: "O, dat kon misschien wel mijn geweten zijn die me dat zegt."

130 Als u een kind van God bent, zult u weten dat het Zijn stem is. "Mijn schapen horen Mijn stem. Mijn schapen horen Mijn stem." Zij zullen het weten.

131 Er was er nog één, genaamd Petrus, die was gered en ook vervuld met de Heilige Geest. Toch wilde hij nog de tradities van de oudsten aanhangen. Alles wat hij wist had hij uit het Woord gehoord. En op een dag, op het platte dak van een huis, toen hij de tradities van: "Eet geen vlees", en de Sabbatten, enzovoort, wilde houden... Er is menig goed mens die zich nog steeds vastklemt aan dat soort dingen.

132 En op een dag, toen hij boven op het dak was, hoorde hij een stem die zei: "Noem hetgeen Ik rein gemaakt heb niet onrein!"

133 God, ik wenste dat Hij een stel predikers in deze vallei hier zou willen nemen en hun laten weten dat wij niet gek zijn. Wij zijn geen "heilige rollers", een hoop uitschot. Het is de Geest van de levende God. En mannen en vrouwen zijn dronken van Zijn goedheid. Het is geen hekserij of gedachten lezen. Het is de Geest van de levende God. Schud u los van uw tradities, ouderlingen, en luister naar de stem van de levende God. Het zal u veranderen. U zult niet een van de vervolgers worden. U zult één van hen willen zijn. Als u de barrières van al uw leerstellingen kunt passeren tot u daar kunt zweven in Zijn tegenwoordigheid, dan zal er iets plaats vinden. U zult niet geloven dat de dagen van wonderen voorbij zijn. U zult geloven dat zij absoluut hier zijn, omdat er een aan u verricht werd. Zeker. Een mens veranderen is altijd wat de stem van God doet, het verandert mannen en vrouwen en maakt hen wat ze zouden moeten zijn, niet wat de scholen en de leraars hebben gevormd, maar waar God hen toe gevormd heeft.

     De stem die spreekt! "Ik hoorde een stem."

134 O, wat zou ik graag ingaan op persoonlijke ervaringen. En wat zou u het graag willen hebben over persoonlijke getuigenissen, velen van u mannen en vrouwen die Zijn stem hebben gehoord.

135 Ik kan mij herinneren het te hebben gehoord toen ik nog maar een jongetje was, daar in de bergen van Kentucky en ik dacht dat het een vogel in een boom was, maar de vogel vloog weg. Hij zei: "Vrees niet, want je zult op een dag van hier vertrekken om vlak bij een stad, New Albany genaamd, te wonen." Ik hoorde Zijn stem toen Hij zei: "Rook of drink niet, of verontreinig je lichaam niet met vrouwen, enzovoort; er is een werk voor jou te doen wanneer je ouder wordt."

136 O, Hij is nog steeds dezelfde Here God. En je hoort Hem uur na uur in je kleine studeerkamer, in je gebedskamer, tot je spreken. Dan kom je voor het gehoor en spreekt dan zichtbaar tot de mensen: de stem van God. Het was zeldzaam in de dagen van Samuël. Het is vandaag nog zeldzamer, want er was geen open visioen.

137 Petrus hoorde de stem en het veranderde heel zijn theologie. Hij ging regelrecht naar de heidenen, waarvan hij dacht dat zij een stel ongeletterde verworpenen waren. Maar de stem van God, niet zijn lering, de stem van de levende God veranderde hem.

138 En nu nog een. Er was eens een goed man in de Bijbel, een persoonlijke kennis van Jezus, die Hem lief had en in Hem geloofde en Hem aanbad en met Hem speelde en met Hem de heuvels in ging en naar de rivier ging om met Hem te vissen. Hij was een goede man. Op een dag, terwijl Jezus was vertrokken, kwam de dood zijn kamer binnen geslopen.

139 En hij had de oude orthodoxe kerk verlaten, hij en zijn lieflijke zusters, Martha en Maria. Zij waren er uit getreden, omdat zij Hem liefhadden en geloofden dat Hij de Messias was. En door dat te doen had de kerk hen onmiddellijk geëxcommuniceerd.

140 En deze jongeman werd zo ziek dat hij stierf en al vier dagen was begraven. Wat voor goeds doet theologisch onderricht dan? Wat voor goeds doet het dan aan zijn kerk? Maar er was een stem van God op aarde en Hij sprak tot Lazarus. En Lazarus, een man die dood en bedorven in het graf lag, hoorde Zijn stem, kwam eruit en leefde weer.

141 Ik was eens dood in zonde en overtredingen. U was dood in zonde en overtredingen, maar het was de stem van God die zei: "Komt tot Mij, gij allen die vermoeid en belast zijt; Ik zal u rust geven."

142 Ik heb de stem zien spreken tot de lamme en hem overeind zien brengen. Ik heb de stem van God zien spreken tot de blinde en zijn ogen gingen open; tot de stervende, verteerd door kanker, tot de melaatse, en hen in vlees zien terugkeren in perfecte gezondheid. Ik heb Hem tot de alcoholisten en neurotici en de verworpenen en de onderwereld zien spreken en zij werden dames en heren en heiligen van de levende God, omdat de stem van God sprak. Daar luisteren wij vandaag naar.

143 Laat me sluiten met dit te zeggen. Er zal een tijd komen, wanneer uw zoekende ziel van uw lichaam is weggenomen en ergens op zijn bestemming is, ergens zwervend in duisternis, of in de boezem van God. Die stem zal opnieuw spreken. En de Bijbel zegt: "Allen die in het graf zijn, zullen Zijn stem horen en te voorschijn komen. Sommigen zullen komen tot eeuwige schande en verachting. En anderen zullen komen tot eeuwige vrede en vreugde."

144 Vanmorgen kon de tijd zijn waarin u besluit of u gaat luisteren naar wat de televisie zegt of wat de krant zegt of wat de theologen zeggen of naar wat God heeft gezegd. Laat me u, mensen, iets vertellen. Luister niet naar enig iets wat gezegd wordt, maar naar wat God zegt. Wacht op die stille, zachte stem en Hij zal u veranderen.

145 U zegt: "Ik zou graag willen geloven, broeder Branham, ik wou dat ik kon geloven. Ik wou dat ik zekere dingen kon doen." Maar u kunt het niet. Waarom niet? U wordt niet lang genoeg rustig. U komt niet tot een plaats waar de twijfels allemaal verdwenen zijn.

146 Wanneer u de plaats binnengaat waar de twijfels verdwenen zijn, dan bent u vrij en kunt u de stem van God horen spreken: "Mijn kind, Ik ben je Redder. Mijn kind, Ik ben je Geneesheer. Je hoeft deze dingen niet te doen. Ik stierf zodat je vrij mocht zijn." Maar zolang u hier in deze weifeling bent, verward in allerlei stemmen... Keer je er snel vanaf.

147 Het herinnert me aan een keer toen ik eens boven in de bergen was. En ik zal die ervaringen nooit vergeten. En hier, ongeveer tien jaar geleden, of niet zo lang, hielp ik meneer Jefferies met de "round up", het bijeen drijven van het vee. En toen ik... zij waren... Ik had zout op de paarden geladen. En ik bracht ze naar bepaalde plaatsen waar ik ze klaar kon zetten, waar het vee wist dat ze zout konden komen likken, ver weg, bijna honderd kilometer van de beschaafde wereld, of, ik bedoel ongeveer vijftig, zestig, misschien zeventig kilometer naar Kremmling, Colorado, waar u een klein stadje tegenkomt met een bevolking van zeven- of achthonderd mensen. En ik had mijn paard met de zadeltassen afgeladen en... We keken naar... zochten naar vee met de verrekijker. En ik had mijn paard aan een stronk vastgemaakt en de wagens waren achter hem, wat is... Het leenpaard liep voorop. En ik ging de heuvels in en het was zo prachtig. Het was voorjaar. En ik keek over de valleien en keek naar de waterbeekjes heel in de verte. En terwijl ik zo keek, het was midden op de dag en ik zag iets dat mij trof.

148 Ik zag een oude moeder die haar jongen uit haar nest nam, een oude arend. En zij fladderde rond, over ze heen, tot zij ze op haar vleugels had. Zij waren al eerder uit het nest geweest. Maar zij nam ze naar beneden de vallei in; daar waren ze nooit eerder geweest; ze leerden net vliegen. Dus liet zij ze van zich afglijden. En ze liepen rond en pikten op het gras al over elkaar heen tuimelend, net zo zorgeloos als ze maar konden zijn. En terwijl ik daar zat, dacht ik: "Is dat nu niet net een stel echte gelovige Christenen?" Ze zijn zorgeloos. Waarom waren ze zorgeloos? Ze hoefden geen enkel ding te vrezen, omdat mamma dadelijk was teruggekeerd en op een rots naar ze zat te kijken. O, dat verandert het zo.

149 Wanneer u gaat denken: "Wat zal voorganger Zus-en-zo denken als ik de Heilige Geest ontvang?" "Wat zal bisschop Zus-en-zo zeggen?" Het kan mij niet schelen wat ze zeggen.

150 Jezus stierf en Hij beklom de bolwerken van glorie en Hij zit in de hemelen der hemelen. Niets zal u gaan hinderen. Zijn oog is op de musjes en ik weet dat Hij mij gadeslaat en Hij u gadeslaat.

151 En dan, wanneer er een prairiewolf, of zoiets, zou komen om een van die kleintjes te storen, wel, dat zouden ze beter niet kunnen doen. Zij zou een prairiewolf in haar hand kunnen grijpen, in haar klauwen, hem een paar duizend voet mee omhoog nemen en hem dan gewoon loslaten. Hij zou in de lucht uit elkaar spatten. Niets zal die kleintjes lastig vallen. Zij zal er op toezien.

152 Niets zal u hinderen. Wees niet bevreesd God op Zijn Woord te nemen. Ontspan gewoon en heb geloof en vertrouw. Hij waakt over u. Hij zal alles wat u probeert te hinderen uit elkaar laten springen. O, het mag u aanvallen, maar het kan u niet schaden. Allereerst staat Hij het toe. Het zou niet anders kunnen zijn, want het werkt ten goede uit voor degenen die de Here liefhebben. Geen kwaad kan u overkomen.

153 En zo, na een poosje, kwam er een storm opzetten. En toen de storm opstak, het gaat snel, die noorderstormen: een kleine bliksemstraal en die wind komt er aan met 100 of 110 kilometer per uur. En die oude moederarend liet een geweldige harde schreeuw horen en dook door de vallei naar beneden. En wat deed die schreeuw? Die arendjes kenden de stem van hun mamma.

     "Mijn schapen kennen Mijn stem", zei Hij.

154 Er kwam gevaar aan. Zij probeerden nu niet onder houtblokken te kruipen. Zij probeerden niet weg te rennen in een of andere stapel afval. Zij bleven op mamma wachten.

155 Dat zou de Christen moeten doen. Kijken wat God er aan gaat doen.

156 En toen de oude moeder de grond raakte met zulke grote voeten, zeilde ze naar beneden als een groot reusachtig vliegtuig, dat daalde en wierp haar hoofd in de lucht en schreeuwde en spreidde die enorme vleugels uit, ongeveer vier meter wijd, o, zeker zo breed als deze paal naar die andere. Al die kleine arendjes renden zo snel ze konden en sprongen meteen op mammies vleugels. Zij strekte zich uit naar beneden, ze grepen zich vast met hun pootjes, ze staken hun snaveltje uit en grepen zich vast aan die stevige veren daar binnen. Mamma nam ze mee zonder een beweging van die vleugels en verhief zich in die wind. Regelrecht naar de rotsen om hen te verbergen voor de storm die er aan kwam.

157 O, broeder, de storm is nabij. Hoor Zijn stem die u roept: "Kom uit Babylon en scheid u af. Wees geen deelnemers aan hun zonden. Ik zal u opnemen. U zult Mijn zonen en dochters zijn. Ik zal God voor u zijn."

     Laten we tot slot onze hoofden even buigen.

158 [Een profetie komt uit het gehoor – Vert] Amen. U hebt dat gehoord. Dat is wat wij profetie in de gemeente noemen.

159 Zijn er hier vanmorgen enigen, en ik weet dat ze er zijn, die zouden willen zeggen: "Here God wees mij genadig. Hoewel ik naar de kerk ga, belijdenis heb gedaan, maar ik weet niet wat het is om stil voor U te worden en Uw stem te horen die mij leidt en onderwijst. Ik zou niet weten wat te doen als U met een hoorbare stem tot mij zou spreken. Ik zou U graag willen kennen zodat U tot mij kon spreken en mijn wegen zoudt willen leiden." Zou u nu uw hand willen opsteken en zeggen: "God, wees genadig"? De Here zegene u, overal, handen overal. Ga gewoon door met ze op te steken. Dat is goed. "Heer, wees mij genadig; ik heb U zo nodig." Zijn er nog meer voor we sluiten? God ziet uw handen daar achteraan, dame, en u allen, helemaal achterin die daar in de rijen, enzovoort, staan. God ziet u. Zelfs tot op het podium, hier boven.

     En Samuël zei: "Eli, hebt ú mij geroepen?"

     Eli zei: "Nee, mijn zoon, ik heb je helemaal niet geroepen."

160 Dat was ik niet die tot uw hart sprak, vriend. Dat was God. Spreek alleen terug en zeg: "Uw knecht hoort en neem mij vandaag onder Uw hoede, God. Laat mij vanaf vandaag U volkomen toegewijd zijn."

161 Eeuwige God, liefhebber van de ziel en Schepper van alle dingen, terwijl die stille, zachte stem van God, die sprak tot Samuël, die sprak tot Saulus, die sprak tot Petrus, die sprak tot Daniël en Jesaja de profeet en zo door de tijdperken heen, die opnieuw deze morgen in de tabernakel gesproken heeft... Misschien, wellicht dertig of veertig of waarschijnlijk vijftig handen van zondaars en kerkleden en mensen met frustraties, staken hun hand op en velen van hen waren gisteravond hier en zij hoorden Uw stem hoorbaar komen. En nu vanmorgen spreekt diezelfde stem diep in hun hart. Zij hebben hun hand opgestoken met hun handen hemelwaarts, vertellend dat zij verkeerd zijn en zij willen in orde zijn.

162 U hebt in Uw Woord gezegd: "Niemand kan tot Mij komen tenzij Mijn Vader hem eerst trekt. En ieder die wil komen, geef Ik eeuwig leven en Ik zal hem opwekken op de laatste dag."

163 U hebt het beloofd, Vader. Nu roepen wij U aan als Uw dienstknecht om aan dezen die hun hand hebben opgestoken, eeuwig leven en eeuwige vreugde te geven. En mogen zij al de dagen van hun leven voor U leven en aan het einde van de weg van hun levensreis binnengaan in de vreugde des Heren. Geef het, Vader. Wij vragen het in Jezus' Naam en omwille van Jezus. Amen.

164 Hoevelen van u hebben Hem van ganser harte lief, met heel uw hart? Nu, in deze kleine plaatsen zoals deze hier... ik ben wat laat. Maar de Bijbel heeft gezegd dat wij tezamen zitten in hemelse gewesten in Christus Jezus. De Heilige Geest komt, gaat het Woord in, beweegt zich door de gemeente en u kunt het gewoon zien wanneer het over hen heen beweegt en hen verandert.

165 Zoals ik al zei geloof ik in emoties. Jazeker. Maar u... wat... Ziet u, emoties veranderen u niet. Emoties moeten zo diep gaan dat het de vezels van uw wezen raakt. Dat verandert u van een zondig...

166 Wat is een zondaar? Een ongelovige. Er zijn vandaag veel personen met een academische graad, met een doctorstitel, met een Drs. en een dubbele Dr. voor hun naam en nog steeds zijn het zondaars. Ze kennen de Bijbel van Genesis tot Openbaring, prediken in de kansel en zijn nog steeds ongelovigen. De Bijbel zei: "Wie niet gelooft is reeds veroordeeld."

167 Vraag één van deze mensen of zij denken dat de Heilige Geest voor vandaag is? "O, zeker niet!" "Gelooft u dat Goddelijke genezing het is?" "Nee, zeker niet." Dan is hij een ongelovige. Jazeker! Als de Heilige Geest in u is, zal Hij dan niet getuigen van Zijn eigen Woord? En als de geest in u tegengesteld getuigt aan wat God zegt dat waar is, is het niet de Geest van Christus. U mag tot de kerk van Christus behoren, maar u bent niet van Christus, totdat uw geest "Amen" zegt op elke belofte die God heeft gedaan. En toen Hij beloofde...

168 Petrus zei op de Pinksterdag: "Bekeert u, een ieder van u en wordt gedoopt in de Naam van Jezus Christus voor de vergeving van uw zonden en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen." En als uw geest zegt dat dit voor een andere dag was... Wat zei de Schrift? "Want de belofte is voor u (de Jood), en voor uw kinderen, en voor degenen die verre zijn (de heidenen), zovelen als de Here onze God zal roepen." Dezelfde belofte.

169 Hij zei: "Ik ben de Wijnstok; gij zijt de ranken." En als dit de leer van de rank is, de eerste rank, zal de tweede rank dezelfde leer moeten hebben. En dezelfde leer zal dezelfde resultaten voortbrengen. En het zal bij iedere rank die aan de wijnstok komt, hetzelfde voortbrengen. Ik ben blij vanmorgen; ik ben zo blij dat ik weet dat de Geest van de levende God nog steeds praat en tegen mensen spreekt en Zijn Woord bekrachtigt.

170 Wij gaan binnen enkele ogenblikken over tot de doopdienst. Als u besprenkeld, overgoten of ondergedompeld bent, anders dan in de Naam van de Here Jezus Christus, daag ik u uit naar het water te komen.

171 U zegt nu: "Broeder Branham, bedoelt u me te zeggen...?" Ja, broeder.

172 Van sprenkelen wordt in de Bijbel niet gesproken. Er is geen plaats in de Bijbel waar iemand ooit werd besprenkeld. Welnu, onthoud dit. Ik heb in deze kansel, de hele week gevraagd: "Zoek voor mij in de Bijbel op waar één persoon wel eens besprenkeld werd, voor de vergeving van hun zonden, wel eens overgoten werd voor de vergeving van zonden of wel eens gedoopt werd door onderdompeling in de 'Naam van de Vader, Zoon, Heilige Geest' voor de vergeving van hun zonden." Daar was nooit iemand besprenkeld, overgoten of gedoopt in de Naam van de Vader, Zoon, Heilige Geest, in heel de inhoud van de Bijbel. Volstrekt niet. Ze waren...

173 Er waren eens sommige mensen gedoopt in de tijd van Johannes de Doper. En zij waren in geen enkele naam gedoopt. Ze waren gedoopt door dezelfde man die Jezus doopte, maar toen Paulus hen ontmoette, in Handelingen 19, vertelde hij ze dat ze moesten komen om overgedoopt te worden in de Naam van Jezus Christus, anders konden zij nog niet de Heilige Geest ontvangen.

174 Toen Petrus enkelen vond die de Heilige Geest ontvangen hadden nog voor zij ooit gedoopt waren, gebood hij ze en bleef bij hen tot zij gedoopt werden in de Naam van Jezus Christus. Dat is waar, vriend.

175 Ik weet dat heel wat mensen zeggen: "Broeder Branham is een 'Jezus alleen' man." Dat is verkeerd.

176 Ik geloof alleen de Schrift. Ik behoor tot geen enkele denominatie. En "Jezus alleen" mensen dopen ook niet zó. Zij dopen slechts in de Naam van Jezus. De Bijbel zegt: "De Here Jezus Christus." Er bestaan vele Jezussen, maar slechts één Here Jezus Christus. Zie, ziet u? Christus is de Messias. Ziet u? En dat is juist.

177 En nu, vrienden. U, die vanmorgen hier bent en nooit op die manier bent gedoopt, moge Gods stille, zachte stem diep in uw ziel spreken en kom, ongeacht wat de bisschop, wat de kerk, wat iets anders zegt, en gehoorzaam de Here, is mijn opdracht aan u.

178 En nu zal broeder Neville naar deze ruimte gaan om zich voor de doopdienst klaar te maken, met degenen die de dingen gereedmaken. Een paar oudsten gaan met hem mee. Ik zal dadelijk daar bij u zijn.

179 Maar... ik wil dat degenen die nu gaan komen... terwijl wij gaan zingen: "Ik kan mijn Redder horen roepen, Ik ga met Hem (ongeacht welke kerk), ik ga met Hem (ongeacht wat iemand...), ik ga met Hem heel de weg!" Laat de mannen hun weg banen naar deze kamer en de vrouwen hun weg naar die kamer terwijl we nu zingen. En wij zullen nu dadelijk officieel de dienst gaan sluiten. In orde. Nu allen tezamen:

Ik kan mijn Redder horen roepen.

180 Nu, de mannen gaan hier, de vrouwen daarheen. Een paar van de vrouwen, ga daar binnen met deze vrouwen, alstublieft.

Ik kan mijn Redder horen... (Wat hoorde u? Zijn stem?)
"Neem Mijn kruis op en volg, volg Mij."

Waar Hij... (Meent u het nu echt?) ... wil ik volgen.
Waar Hij mij leidt, wil ik volgen,
Waar Hij mij leidt, wil ik volgen,
Ik ga met Hem, met Hem, heel de weg.

181 Nu, vriend, toen ik dit zei: "Ik hoorde een stem." En als de stem niet sprak overeenkomstig de stem van God hier, is het de verkeerde stem. Maar: "Mijn schapen kennen Mijn stem."

182 Hoe kunt u komen? Hier is de reden waarom u komt: omdat uw naam geplaatst werd in het levensboek van het Lam, nog vóór de grondlegging van de wereld. De Bijbel heeft het gezegd. Denk eens in, iemand die hier zit en weet dat dit de Evangelie-waarheid is en toch houdt iets hem vast, wetend dat hun naam er misschien niet in stond. Wat dan?

     "Tevergeefs aanbidden zij Mij..." Zie, tevergeefs...

183 O, zegt u: "Ik ben een oprecht man. Ik ben een trouwe..." Dat heeft er niets mee te maken.

184 "Tevergeefs aanbidden zij Mij, en onderwijzen als lering de geboden van mensen."

185 Ik heb u verteld dat er in de Bijbel niemand besprenkeld, overgoten, of gedoopt is in de Naam "Vader, Zoon, Heilige Geest". Onderzoek het. Vind het. Als het er staat, kom, toon het me op het podium vanavond. Als u dan op die wijze gedoopt bent, volgt u menselijke tradities.

186 En als iemand u vertelt: "Wel, kom naar voren en doe uw belijdenis; u ontvangt dan de Heilige Geest." Dat is fout! Dat is een door mensen vastgestelde leer.

187 Er bestaat een valse waterdoop. Er bestaat een valse Heilige Geestdoop. De duivel bootst het na, omdat hij religieus is. Kaïns vader was religieus, zoals wij doorgenomen hebben. Het zaad van de slang gaat nog steeds verder. En het zaad van de vrouw door Christus gaat nog steeds verder. Maar: "Niemand kan komen tenzij Mijn Vader hem trekt."

188 Nu, denk eens aan enigen die hier vanmorgen zitten; die weet dat u fout gedoopt bent, in een menselijke geloofsbelijdenis en niet overeenkomstig de Bijbel en dat uw eerste geboorte van belijdenis verkeerd is. Hoe kunt u ooit in orde zijn tenzij u terugkeert en goed begint? Herinnert u zich dat ik deze week heb gepredikt: "Het was niet zo in den beginne"?

189 Nu... en als u een stem kunt horen die tot u spreekt, dat is God. Omdat het overeenstemt met de Schrift. Doet het dit niet, dan is daar een verkeerde stem die tot u spreekt. Maar de juiste stem zal u vertellen de regels van de Bijbel te volgen. Geen besprenkeling, geen overgieting, geen onechtheid. Kom rechtstreeks en volg de regels van de Bijbel.

190 Doe het, vrienden, al kost het alles... Ik geef er niet om wat het zou kosten, ik wil alles terzijde leggen om de Here Jezus te volgen.

191 "Hoort Mijn stem, Mijn schapen willen en zullen tot Mij komen. En allen die tot Mij komen zal Ik eeuwig leven geven en doen opstaan in de laatste dagen." Is het zo?

192 Hier is het precies in de Schriften. Niemand kan dit weerleggen. Zo is het. Niemand kan dit weerleggen. Hier is het in de kracht van de Geest en doet het hetzelfde als wat Jezus deed. Hier is Hij op de foto, dezelfde Vuurkolom, die dezelfde vruchten voortbrengt, zelfde Geest, die dezelfde emoties heeft, dezelfde handelingen, dezelfde tekenen, dezelfde wonderen. Alstublieft. Hoor vanmorgen de stem van God.

     En de stem zei: "Samuël?"

193 Hij antwoordde: "Ja, Heer. Ja, Heer, hier ben ik. Hier is Uw dienstknecht. Hier is Uw knecht. Ik zal volgen."

     God zegene de dame. Ik...

194 U zegt: "Broeder Branham, u maakt het erg scherp." Ik bedoel het ook heel scherp. Het gaat om leven en dood, dus moet ik het scherp stellen. De Here zij met u, is mijn oprecht gebed.

195 Voor men nu de meubels van het gebouw gaat verplaatsen, zodat u de doop kunt zien, de plaats is altijd open, wil ik iets regelrecht uit de Schriften lezen om u te laten zien dat ik het lees.

196 Jezus Christus, ik geloof in het zestiende hoofdstuk van Mattheüs, vertelde aan Petrus: "Ik geef u de sleutels van het Koninkrijk van de hemel: wat u bindt op aarde, zal Ik in de hemel binden, wat u ontbindt op aarde, zal Ik in de hemel ontbinden." Weet u dat allen? [De samenkomst zegt: "Amen." – Vert]

197 Op de Pinksterdag, toen het Koninkrijk van God in de volheid van zijn kracht was gekomen... Gelooft u dat? Petrus stond daar... Toen Jezus opstond uit de dood, had Hij niet de sleutels van het Koninkrijk. Is dat juist? Hij had de sleutels van dood en hel, niet de sleutels van het Koninkrijk. En dit zei hij toen hij predikte en zij hoorden deze dingen en hadden hun hart verhard. Hier is precies wat Petrus zei.

198 Luister nu goed, wanneer ik de Schriften lees, zodat u het zult begrijpen. Handelingen, het tweede hoofdstuk. Herinner, hoevelen waren hier die de prediking hebben gehoord: "Het was niet zo vanaf het begin"? Laten we terugkeren naar het begin en kijken wat de doop – het dopen eigenlijk is. Hoe zouden we gedoopt moeten worden? Besprenkeld, begoten, of in de Naam van de Vader, Zoon, Heilige Geest?

199 Bedenk, ik daag elke voorganger, elke bisschop, enig iemand, waar dan ook, uit om mij een Schriftgedeelte te tonen waar iemand, wanneer dan ook, ooit besprenkeld, begoten, of gedoopt werd in de Naam van de Vader, Zoon, Heilige Geest. Het is openlijk. Het staat niet in de Schriften. Nee.

200 Het is een verkeerde geloofsbelijdenis, die gestart is door de Katholieke kerk. Besprenkeling werd ongeveer zeshonderd jaar na de dood van de laatste discipel door de Katholieke kerk opgesteld. "Vader, Zoon, Heilige Geest" werd tegelijkertijd aangenomen, omdat de Katholieken verschillende goden aanbidden en van de ambten van God, niet in drie goden, vormden zij de drieëenheid: Vader, Zoon, Heilige Geest. Dit is heidendom.

201 Er bestaat één God. "Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. Hoort gij, o Israël, Ik ben de Here, uw God; één God."

202 De Jood vraagt ons: "Wie is uw God? De Vader, de Zoon of de Heilige Geest?"

203 Er is er maar één. Het zijn drie functies waarin dezelfde God werkt, Zich manifesteert.

204 Eerst in de Vader, die niet aangeraakt kon worden, die boven de berg hing, zelfs het rund of dier dat de berg aanraakte moest worden gedood.

205 Toen kwam Hij naar beneden, omdat Hij aanbeden wilde worden. Hij kwam dichter naar de mens toe, omdat Hij de Zoon des mensen werd. God was in Hem.

206 En toen Hij dat deed, zei Hij: "Nog een klein poosje en de wereld zal Mij niet meer zien. Toch zult gij Mij zien, want Ik (een persoonlijk voornaamwoord), Ik zal met u zijn, zelfs in u, tot het einde van de wereld." Hij zei: "Ik kom van God." Wat? De Vuurkolom. "Ik keer terug naar God." Hij deed het. Hij heeft het gedaan. En toen Hij dat deed, keerde Hij naar God terug.

207 Dan zien wij Paulus (in onze les vanmorgen) op weg naar Damascus. En Hij vond Paulus daar op de weg, Hij sloeg hem neer. En toen Paulus omhoog keek, wat was Hij toen? De Vuurkolom opnieuw, een licht dat zijn ogen verblindde.

208 Kijk wat Jezus deed toen Hij op aarde was en aan de vrouw haar zonde vertelde, al deze dingen deed. Hij zei: "Ik doe niets tenzij de Vader het Mij eerst toont."

209 Zij vroegen Hem: "Waarom gaat U daar niet heen en geneest U daar die mensen niet?" Hij passeerde een grote menigte waar lammen, kreupelen, blinden en verschrompelden lagen; Hij genas een man met een prostaatkwaal, of zoiets, die op een matras lag. Ze zeiden: "Waarom geneest u die hele groep niet?"

210 Hij zei: "Voorwaar, voorwaar", Johannes 5:19. "Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, de Zoon kan niets doen uit Zichzelf, maar wat Hij de Vader ziet doen, dat doet de Zoon."

211 Hier is Hij opnieuw gekomen in deze laatste dagen. De wetenschappelijke wereld kan het niet openlijk veroordelen. De kerk kan het niet veroordelen. Het is hier in de gemeente teruggekomen en doet hetzelfde. De Geest...! God wil diegenen die aanbidden in de Geest en in de waarheid. Hier is Hij.

212 Hier is wat Hij heeft gezegd op de Pinksterdag, toen Petrus predikte. [Handelingen 2:32 – Vert]

     Deze Jezus heeft God opgewekt; wij zijn... waarvan wij allen getuigen zijn. (Zijn wij getuigen?)

     Hij dan, door de rechterhand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes ontvangen hebbende van de Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort.

     Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand,

     Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.

     Zo wete dan zeker het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die gij gekruisigd hebt.

     En toen zij dit hoorden,... (Dat waren de religieuze mensen. ) En toen zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders?

213 Moeten we uitgaan en goed doen en... Nee, nee. Let op, Petrus, je hebt nu de sleutels tot het Koninkrijk. ("Wat gij hun vertelt." God zei: "Ik zal het binden in de hemel, wanneer gij het bindt op aarde.")

     En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

     Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zovelen als er de Heere, onze God, toe roepen zal.

214 Nog één Schriftgedeelte. Tweeëndertig jaar daarna, Paulus, hier in het negentiende hoofdstuk:

     En het geschiedde,... dat Paulus, de bovenste delen van het land doorreisd hebbende, te Efeze kwam; en enige discipelen aldaar vindende,

     Zeide hij tot hen: Hebt gij de Heilige Geest ontvangen, toen gij geloofd hebt?

215 Baptist, laat dit diep in u zinken. "Hebt u de Heilige Geest ontvangen sinds u hebt geloofd?" Het is een geboorte, geen belijdenis.

     ... Wij hebben zelfs niet gehoord, of er een Heilige Geest is.

     En hij zei tot hen: Waarin zijt gij dan gedoopt? (Zij waren gedoopt.) En zij zeiden: In de doop van Johannes.

     Maar Paulus zeide: Johannes heeft wel gedoopt de doop der bekering... (niet voor vergeving van zonden) ... der bekering, zeggende tot het volk, dat zij geloven zouden in Hem, Die na hem kwam, dat is, in Christus Jezus.

     En die hem hoorden werden gedoopt in de Naam van de Heere Jezus.

     En toen Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen, en zij spraken met vreemde talen, en profeteerden.

216 Laat me u nu nemen naar... Paulus die zijn brief sluit, Galaten 1:8:

     Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit de hemel, u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.

217 Ik kan u ook wel naar Korinthe brengen, het veertiende hoofdstuk, vers 37, waar staat:

     Indien iemand meent een profeet te zijn, of geestelijk, die erkenne, dat, hetgeen ik u schrijf, geboden des Heeren zijn.

     Maar zo iemand onwetend is, die zij onwetend.

218 Wat gaan we ermee doen? Elke getuigenis... Als ik in uw plaats stond en niet gedoopt was overeenkomstig de Christelijke doop, ongeacht wat mijn kerk dacht of wat mijn moeder dacht, wil ik weten wat mijn Heer beveelt.

219 Here Jezus, nu is het aan U. En ik bid dat U aan elk hart wilt werken en degenen die in het bassin gedoopt worden de Heilige Geest wilt geven, terwijl zij op U wachten. In Jezus' Naam bevelen wij de schare aan U, zodat ik op die dag, Heer, niet schuldig zal zijn, maar vrij van het bloed van alle mensen, en niet sta met een traditie of een denominatie of organisatie, maar sta met Uw Woord. Amen.