Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

De waterdoop

Door William Marrion Branham

1 Ja... Welnu, onze gedachte deze ochtend is dat... We willen niet teveel van uw tijd nemen maar ik moet... en ik ga een beetje studeren en daarna ga ik mij snel klaarmaken om... Ik moet vandaag uit eten gaan met een paar mensen en ik dacht, voordat er zich teveel opstapelt... Er is een vrouwelijke prediker hier naartoe gekomen, de zus van broeder Jack Moore, die met mij wil praten over vrouwelijke predikers. En ik weet dat zij hier vandaag zal zijn, en ik dacht eraan om eerst hier te komen.

2 En ik... het eerste wat ik wil dat u allen weet (dit wordt opgenomen, nietwaar, Leo?), het eerste wat ik wil dat u allen weet, zie... En dat zijn zuster Gibson en zuster Sewell en zuster Simpson. Zie? Er werd mij een vraag gesteld over de waterdoop en ik... u wilt erover weten. Ik wil allereerst dat u allen weet dat ik... dat mijn doel niet is om iemand te proberen te tonen... alsof je een soort meesterbrein bent of meer weet dan een ander. Mijn doel is om zo goed als ik kan vanuit de Schrift uit te leggen wat juist en verkeerd is. En het is altijd mijn doel geweest om geen compromissen te sluiten over iets wat God geschreven heeft, en om nooit te zeggen dat iets juist is omdat iemand anders zegt dat het juist is. Maar het moet op die wijze zijn.

3 Nu, het is hierom, dat als u in de toekomst naar deze band waarop wij spreken, luistert, het goed kan zijn dat ik u de reden hiervoor vertel. (Kunt u mij allen goed genoeg horen?) De...

4 Ik denk dat onze hemelse Vader mensen op verschillende manieren heeft gemaakt tot Zijn eigen voordeel. Net zoals wij dingen op een bepaalde manier doen, telkens anders, omdat wij daar een doel mee hebben.

5 Een tijdje geleden zat ik in de staat Kentucky te praten met een paar van mijn broeders, en... Wanneer ik naar huis ga en wat vrije tijd na de samenkomsten kan hebben, stroomt er gewoonlijk een grote menigte mensen binnen. (Begrijpt u?) En dan word ik zo nerveus na al die avonden... Kijk, ik krijg helemaal geen rust. Zij komen gewoon dag en nacht. Ik word heel zenuwachtig. Dan pak ik een vishengel en ga vissen, of ik pak mijn jachtgeweer als het jachtseizoen er is en ga jagen.

6 Wel, geweren zijn een van mijn favoriete dingen om mij mee te vermaken: het schieten op doelen. Broeder Gene hier en ik, hij is nu begonnen met handladen, en wij houden er gewoon van om het te doen.

7 En toen had ik een kleine, wat zij een model 75, een Winchester .22 geweer, noemen; daarmee jaag ik op eekhoorns. Wel, ik jaag op eekhoorns op een afstand van zesenveertig meter [vijftig yard – Vert] En op een afstand van zesenveertig meter... Ik blijf met dit kleine geweer rommelen totdat ik een doel kan raken op zesenveertig meter afstand. [Het doel kan een punaise zijn of een kopspijkertje, of eenvoudig een zwart vlakje op een papier – Vert] En pas geleden schoot ik negen kogels in hetzelfde gat. Klopt dat, broeder Gene? Op zesenveertig meer afstand met een .22 geweer. Nu, wel, ineens begon het af te wijken.

8 Als de eekhoorn naar mij kijkt, schiet ik hem gewoonlijk niet. Als hij zijn rug naar mij toegekeerd heeft, zal ik hem niet schieten. Hij moet zo zitten dat ik gewoon zijn oog kan zien. En als ik hem onder of boven zijn oog raak, dan weet ik dat er iets verkeerd is met mijn geweer, zie. Dus ik... ik probeer niet tegen mijzelf te liegen en ik... En ik neem niet meer eekhoorns dan dat de wet mij toestaat (zie?), want dat is juist: ik ben een natuurbeschermer.

9 Maar als ik er een vind die te ver weg is, dan laat ik hem gewoon met rust. En als deze te dichtbij mij is, dan ga ik terug tot zesenveertig meter. En dan sla ik hem gade als hij een walnoot pakt en terugkomt. Kijkt hij naar mij, dan laat ik hem gewoon met rust. De volgende keer dat hij er een pakt... Misschien tien minuten later, nadat hij die ene heeft open gekraakt, gaat hij er eentje halen. Misschien heeft hij zijn rug naar mij toegekeerd; zo zou ik hem niet schieten. Dus... En als hij weggaat, laat ik hem gaan en jaag ik op een andere (zie?), want ik ben gewoon... ik...

10 En ik houd van ze. Zij hebben het beste vlees dat er in de wereld is; er bestaat niets vergeleken met een grijze eekhoorn, vooral als hij aan zijn beukennoot of walnoot knaagt of zoiets.

11 Dus mijn geweer week af. Nu, een geweer is een apart iets om je mee bezig te houden. Het is iets dat de spanning van mijn zenuwen enzovoort wegneemt. Nu, andere mensen zouden er niets om geven.

12 En ik geloof dat onze minzame broeder Oral Roberts golf speelt, net als onze broeder Billy Graham. Zij spelen golf. Dat zou mij zenuwachtig maken, daar bij die half ontklede vrouwen enzovoort. Ik zou daar niet tegen kunnen, ik zou... Maar nu, misschien dat die broeders... Ik bedoel niet dat zij daar met dat doel naartoe gaan, zie. Nee, want zij zijn... ze zijn heren. Ze zijn christelijke broeders. Maar ik zou er niet tegen kunnen om mij daar te begeven, zie.

13 En het lijkt mij dat golf spelen voor vrouwen is, of zoiets, zie. Een bal met een stok slaan en daar rondrennen... Nu, die broeders zouden hetzelfde kunnen denken; daar zitten te rommelen met een oud geweer. Wel, u weet dat wij verschillend zijn gemaakt.

14 En dit geweer dus, de kleinste trilling op welke manier dan ook, zal de nauwkeurigheid verminderen. Je kunt aan het schieten zijn en er een doel mee raken, en wanneer je je vinger op de loop plaatst, zal dat gewoon je schot laten mislukken, zie. Dat is hoe nauwkeurig het moet zijn. Je kunt je hand niet om de voorarm leggen. Hij moet vlak in je hand liggen.

     En dan zegt u: "Wat heeft dit allemaal te maken met wat wij u vragen?" Maar ik probeer eerst iets tot u te brengen wat als achtergrond dient.

15 Nu, op een dag week het af, en ik had alles wat ik wist gedaan om het weer... om het weer nauwkeurig te maken. Ik probeerde een nieuwe bedding aan te brengen. Ik probeerde het strakker te maken, losser te maken, enzovoort.

16 En een .22 patroon kun je niet met de hand laden omdat het slagsas in de hulsbodem zit en je fabrieksmunitie moet gebruiken. Nu, we kunnen deze grote hulzen hebben waarbij we het slagsas er kunnen uitkloppen en een herlaadpers en die dingen nemen, en dan laden we dat en veranderen steeds de kruitsamenstelling en grammen en kogelgewichten totdat we het zover krijgen dat het schiet wat het kan schieten. Of dan gaan we iets doen aan de bedding, enzovoorts. Daarom konden wij dat niet bij die ene doen. Maar ik zei: "Wel, misschien heb ik de bedding kapot gemaakt. Ik stuur hem terug naar het Winchester bedrijf."

17 Ik stuurde hem terug naar het Winchester bedrijf en zij schreven mij een brief die ik gewoon ter herinnering bewaar. Ze zeiden: "Eerwaarde Branham, dit 70 Winchester model is niet gemaakt als een geweer om mee op doelen te schieten", zie, zeiden: "het zal twee en een halve centimeter afwijken bij zeven opeenvolgende schoten. Het zal twee en een halve centimeter afwijken op een afstand van drieëntwintig meter [vijfentwintig yard – Vert]." En ze zeiden: "U zult het nooit beter dan dat krijgen, want dat is perfect voor zo'n soort geweer: twee en een halve centimeter op drieëntwintig meter." [Zover liggen de gemaakte gaatjes normaal gesproken uit elkaar. ]

18 Ik wist dat dat fout was. Ik had negen schoten, één gat in het andere, op zesenveertig meter afstand geschoten. En dat was door het Winchester bedrijf gemaakt.

19 Nu, het lijkt alsof iemand zou zeggen: "Wel, als die ingenieurs dat geweer patenteren, en zij behoren te weten wat het waard is, en als zij dat geweer maakten, waarom zou u dan...?"

20 Nu, dat is wat mijn vrouw tegen mij zei. Ze zei: "Billy, waarom zou je knutselen aan dat geweer nadat de man die het ontworpen en gemaakt heeft, en zelfs weet hoeveel gas er in iedere huls zit, en iedere ring kent die erin zit en al het andere, waarom zou jij proberen hun woord te betwisten?"

21 Ik zei: "Wel, lieverd, niet lang geleden stelde je mij een Bijbelse vraag en je had de antwoorden achterin je Bijbel staan. En je vroeg mij: 'Gaf God Abraham die grond die Hij hem had beloofd?'" En, of zij vroeg het aan mij.

     En ik zei: "Nee, Hij gaf hem nooit die grond. Hij beloofde het aan hem, maar nooit... hij bezat er nooit iets van. Hij kreeg het nooit."

     En toen zei ze: "O, daar heb ik je." Ze zei: "Hier is het antwoord: Hij gaf het wél aan hem."

22 Ik zei: "Ga naar Handelingen 7. 'Niet eens een plek om zijn voetstap op te zetten.'" Dat is juist, het werd hem niet gegeven. Nu, kijk, soms kunnen dingen die we opgeschreven hebben – menselijke antwoorden – fout zijn.

23 En de man die het geweer maakt, kan fout zijn, want ik wist reeds dat ik met dat geweer negen kogels achter elkaar in hetzelfde gat door een papiertje had gejaagd op zesenveertig meter afstand. En zij zeiden dat als zeven kogels erop... dat je moet uitgaan van twee en een halve centimeter afwijking op drieëntwintig meter, de helft van de afstand, dat je het nooit beter krijgt. Mijns inziens waren zij onjuist, of ze nu de makers van het geweer waren of niet, want ik wist beter, zie.

24 En ik zat op een morgen onder een boom, en broeder Wood en broeder Charlie jaagden met mij mee, en er waren overal eekhoorns. Wel, ik had een paar dagen daarvoor op één geschoten en had zijn oog gemist; raakte hem ver eronder op zijn wang. Natuurlijk doodde het de eekhoorn net zo goed als wanneer het hem in zijn oog zou hebben geraakt, maar het geweer was naar mijn mening onnauwkeurig. Het maakt mij nerveus, omdat als dat geweer niet perfect nauwkeurig is, het geen nut voor mij heeft om te jagen (zie?), want ik jaag hoe dan ook niet voor het vlees. Ik jaag gewoon voor de sport.

25 En dus zei ik: "Dat is..." Ik zat onder een boom, een kleine scheve boom (ik zou er vanmorgen zo naartoe kunnen lopen, daar in de bergen van Kentucky) en ik zat daar onder die boom en luisterde naar Charlie hier die gewoon lekker aan het schieten was. Het maakt hun niet uit op welk deel van de eekhoorn zij schieten, zolang zij de eekhoorn maar raken. Of hun geweer naar welke kant ook scheeftrekt, als het de eekhoorn maar raakt. Of het in de heupen is, of in de romp, of waar het hem ook maar raakt, dat is in orde.

26 En dus... en ik zei: "Welnu, dat is niet..." Ik kon dat gewoon niet uitstaan. En ik ging daar zitten. Ik dacht: "Kijk gewoon naar het plezier dat die kerels hebben." En zij houden net zo van jagen als ik, en zij zijn beiden heel goede schutters. Zij zijn uitstekende mannen, allebei Christenen, gevuld met de Heilige Geest, en gewoon fijne mannen; een paar mannen van het hoogste kaliber. En die broeders daar hadden het grootste plezier met het schieten op eekhoorns. En er sprongen eekhoorntjes precies naast mij door de boom.

27 Wel, ik zei: "Waarom zou ik dan zoiets doen? Zit hier, en hier zit ik te huilen, de tranen lopen gewoon over mijn gezicht. Daar zijn zij, en ik kan hier niet eens het doel raken." En ik stond op en ik zei: "hemelse Vader, waarom maakte U mij zo? Een klein, nerveus persoon en van slag. En dan heeft Uw genade mij letterlijk miljoenen vrienden gegeven", zie, en ik zei: "Waarom wilde U van mij zo'n persoon maken?" En ik begon toen hardop te huilen, daar zittend onder een scheef boompje (precies aan de voet van een berg).

28 En ik wist dat die kerels al snel hun limiet van eekhoorns zouden bereiken en terugkomen. En daar zat ik gewoon... O, ik had niet eens de moed om er op één te schieten want ik was bang hem pijn te doen, weet u, en dat hij zou wegkomen, zie.

29 En ik... en mijn geweer, ik had... Een seizoen duurt niet zo lang en ik was daar toen al... wel, het halve seizoen was voorbijgegaan met proberen om dat geweer in orde te krijgen. Ik stuurde de richtkijker op en liet hem controleren op nauwkeurigheid, en zij zeiden: "Die richtkijker is perfect juist."

30 Wel, ik wist dat het aan het geweer lag want het schoot de ene kogel in de ene richting en de andere in de andere. Een richtkijker zou dat nauwelijks veroorzaken. Dus ik zat daar en ik huilde gewoon.

31 En nadat ik daar een poosje had gezeten – ik hield mijn hoofd een beetje naar beneden – hoorde ik Hem tot mij spreken. (Nu, u was gisteravond allen in de samenkomsten. U zag hoe Hij daar overal kon uitgaan in het gehoor, waar Hij het ook maar van mij verlangde om de mensen alles over hun toestand te vertellen, en wie zij waren en waar zij vandaan kwamen, en wat zij gedaan hadden en wat er zal gebeuren. Ziet u het ooit falen? Het faalt nooit. Dat kan het niet want Hij is het.) Wel, toen sprak Hij tot mij. En Hij zei, Hij zei: "Ik heb jou zo met een doel gemaakt."

32 En ik zei: "Waarom maakte U mij zo, Here, met een doel, om nerveus te zijn? En het enige wat ik heb om mij te ontspannen na de samenkomsten is om hier te komen jagen. En U zou mij laten..." Kijk, God laat alles meewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben, zie. Hij wilde mij iets vertellen. Dat is waarom dat geweer moest afwijken; om mij dit speciaal duidelijk te maken.

     Hij zei: "Wel..."

33 Ik zei: "Mijn geweer", ik zei: "Here, U bent de Enige Die het nauwkeurig kan maken." Ik zei: "U bent de Enige Die mij kan helpen, want het reguliere Winchester bedrijf zegt dat het niet meer dan twee en een halve centimeter zal afwijken op drieëntwintig meter, en Here, ik weet dat het... dat ik op een afstand van zesenveertig meter negen keer in hetzelfde gat heb geschoten." Zie? Ik wist beter.

34 Hij zei: "Dat is de reden waarom Ik jou zo maakte." Zei: "Begrijp je? Jij... Ik maakte jou zo met een doel." Nu, hier is het hoe het zat. Zie? Als ik wist dat hij een op een afstand van zesenveertig meter een doel kon raken, dan maakt het mij niet uit wie er iets anders over zegt; ik weet dat hij dat zal doen als hij in de juiste toestand kan komen; als de balans, de kogel en de... Als alles van de ballistiek van het geweer onderzocht en ingesteld kan worden... Want eens deed hij het. Als hij het eens deed, dan zal hij het opnieuw doen.

35 Wel, het was toen dat Hij mij bekend maakte dat Hij mij zo maakte vanwege de opdracht die Hij mij gegeven heeft voor deze dagen waarin ik leef. Dat ik eenvoudig niet naar een denominatiekerk kan gaan en met een ervan kan samengaan als zij slechts uitkramen: "Wel, de kerk zegt dat dit in orde is en zij nemen dit aan."

36 Als Jezus Christus Dezelfde is gisteren, vandaag en voor eeuwig, als het de kogel daarheen schoot, zal hij daar opnieuw heen schieten. Het maakt mij niet uit wat zij zeggen. Zie? Er moet een manier zijn waarop Hij dezelfde Persoon is. Hij is Dezelfde. Zijn kracht is hetzelfde.

37 Nu, als u tot zo'n plaats als deze komt, Mattheüs 28:19, waarnaar u mij deze morgen vraagt... Handelingen 2:38... Jezus gaf Zijn discipelen hier de opdracht: "Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden." Nu, ik haal dat aan uit Markus 16. En nu, dat is toen Hij hun de opdracht gaf. En Hij zei daar nooit hoe ze moesten dopen. Markus schreef dat nooit op.

38 Maar in Mattheüs staat... In Mattheüs 28:19, toen Hij aan hen verscheen enzovoort en hun de opdracht gaf om te dopen, zei Hij: "Gaat dan heen, onderwijst al de volken." En de juiste vertaling is: "...maakt alle volken tot discipelen, en doopt hen in de Naam van de Vader, en van de Zoon, en van de Heilige Geest, en leert hun dat ze zich moeten houden aan alles wat Ik opgedragen heb."

     En tien dagen later zei Petrus: "Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus." Nu, dat is een regelrechte tegenstrijdigheid!

39 Nu, de meeste mensen zullen zeggen: "Wel, mijn kerk leert dat we gedoopt moeten worden in de naam van Vader, Zoon, en Heilige Geest. Het seminarie waaruit ik kom, leerde mij dat, dus dat is de wijze waarop ik het zal doen."

40 Dat is niet juist naar mijn mening. ("Ik schiet hierheen en ik schiet daarheen. Ik laat het treffergroepje één meter uit elkaar neerkomen.") Dat maakt de Schrift niet juist. Het moet scherpgesteld zijn. Het moet scherpgesteld staan. Wel, hoe gaat het dan scherpgesteld staan als Mattheüs zei: "Doop in de Naam van Vader, Zoon, en Heilige Geest" en Petrus zei: "Doop in de Naam van de Here Jezus"? Beiden waren zij discipelen: de één een Schriftgeleerde en de ander een apostel.

41 En dan, iedereen in de Bijbel die daarna gedoopt werd, werd gedoopt in de Naam van Jezus Christus. En degenen die reeds door Johannes gedoopt waren, moesten komen en weer herdoopt worden in de Naam van Jezus Christus voordat zij de Heilige Geest kregen.

42 Wel, ik zei: "Kijk, u bent daar niet scherpgesteld. Daar is nu iets." Als wij geloven dat de Bijbel Gods onfeilbaar Woord is, dan kunnen wij het niet overal op een stuk papier laten neerkomen en dan zeggen dat het scherpgesteld is. Begrijpt u mij? Het moet het doel treffen of het raakt helemaal niets. Als het mis is, dan is het mis.

43 Wel, waarom draaide Petrus zich dan om en deed hij iets dat Jezus hem zei niet te doen, waarna God het erkende en hun de Heilige Geest gaf, terwijl Jezus had gezegd: "Doop hen in de naam van de Vader, Zoon, Heilige Geest"? En Petrus zei: "Nee, doop in de Naam van Jezus."

44 Nu, u, u kunt dat het doel niet laten raken. Zie? Nu, er is ergens iets fout, zusters. Zie? Of de één loog of... Wie loog er? Wie was het? Nu, voor mij werkt dat gewoon niet.

45 Net zoals het is bij: "Is het spreken in tongen het bewijs van de doop met de Heilige Geest of niet?" Sommigen zeggen ja en sommigen zeggen nee. Wat zegt de Schrift erover? Het moet scherpgesteld zijn! Ik zie sommigen die in tongen spraken en sommigen die dat niet deden. Wel, wat is het?

46 Andere belangrijke vragen: horen vrouwen predikers te zijn? Ja of nee? Op één plaats staat: "Ik zal Mijn Geest uitgieten over alle vlees, uw zonen en uw dochteren zullen profeteren." Op een andere plaats staat zelfs: "Ik laat niet toe dat een vrouw in de gemeente spreekt." Zie?

47 Nu, dat staat niet scherpgesteld. Dat staat niet scherpgesteld, dus de... Laat het niet gewoon zo omdat het seminarie, de fabriek, zei dat het... dat dit het beste is wat u zult krijgen. Nee, meneer. Nee, meneer. Het moet scherpgesteld zijn, anders is het waardeloos. Welnu, als het voor hen werd scherpgesteld, zal het voor mij scherpgesteld zijn. Als het eens zuiver was afgesteld en resultaten naar voren bracht om de opstanding van Jezus Christus te claimen met kracht en tekenen en wonderen en wonderwerken, dan zal het dat opnieuw naar voren brengen.

48 Nu, ergens hebben wij... zijn wij... hebben wij teveel statische lading op de loop. Begrijpt u wat ik bedoel? Dit is een ruwe manier om het uit te drukken, hoe je moet schieten met een geweer, maar ik mis... Ik deed dat als een fundament zodat u zou begrijpen wat ik bedoel. Er is ergens statische lading op de loop, de juiste bedding werd niet aangebracht; de hoeveelheid kruit is te hoog of te laag, of de ene schroef zit strak en de andere los, of de ene is te los en de andere te strak. Er is ergens iets verkeerd. [Een man spreekt tot broeder Branham – Vert] Ja, ja, ja, het zou de man achter de trekker kunnen zijn, dat klopt. Maar nu, wat is het dan?

49 Nu, als er een tegenstrijdigheid is in het Woord van God – hoe onmogelijk dat ook is – dan is het niet het Woord van de God dat ik ken. Als Hij Zichzelf in de war kan brengen, en Zijn Woord in de war kan brengen, en Zelf in de war kan raken, dan is Hij niet oneindig. Dan is Hij beperkt zoals ik.

50 Nu, klopt dat? Dat Woord moet juist zijn en elk stukje ervan moet juist en scherpgesteld zijn, anders is het Gods Woord niet.

51 Nu, vaak zeggen mensen: "Wel, weet je, Petrus was helemaal opgewonden toen hij 'doop in de Naam van Jezus' zei, want wat dat betreft was het Mattheüs die precies zei wat Jezus had gezegd. Het maakt ons niet uit wat Petrus zei."

52 Welnu, als Petrus en Jezus niet in lijn met elkaar waren, dan zijn de andere Evangeliën misschien ook niet in lijn met elkaar. Als één woord ervan het andere tegenspreekt, dan is het niet het Woord van God, van de God Die ik ken.

53 [Iemand zegt: "Misschien maakte Johannes een paar fouten." – Vert] Ja, Johannes zou er een paar gemaakt mogen hebben. Welke was juist? Ik weet tenslotte niet of Jezus dat zei of niet. Zie? Mattheüs schreef het op. Markus zei er nooit iets over, Lukas zei er nooit iets over, en Johannes zei er nooit iets over, maar Mattheüs wel. Wel, dan was misschien heel het Evangelie van Mattheüs fout en dat van Lukas... Wel, welke is dan juist of onjuist? Ziet u waar u uzelf heeft gebracht? Nee, meneer, het moet allemaal juist zijn.

54 Dan vraag ik mij af waarom God zoiets zou schrijven; het door de war zou laten raken? Jezus dankte zelfs Zijn Vader dat Hij dit verborgen had voor de ogen van de wijzen en verstandigen en het de kinderkens geopenbaard had die wilden leren. Nu, dat is gedaan om de wijzen op een verkeerd spoor te zetten. Maar het Boek is een openbaring.

55 Nu, zoals wanneer ik overzee ga en mijn vrouw mij een brief schrijft, en ik ga zitten. Zij zegt: "Lieve Billy, ik zit hier vanavond; de kinderen zijn naar bed. Ik dacht dat ik je een paar regels zou schrijven om je te laten weten wat we vandaag gedaan hebben en hoe het met ons gaat. Wij vertrouwen erop dat God je zegent", en zo door. Nu, ik lees vanaf de regels wat zij schrijft. Maar ik heb mijn vrouw zo lief en zij heeft mij zo lief dat, ongeacht wat ik zou schrijven, we tussen de regels door kunnen lezen wat we bedoelen.

56 Wel, dat is de wijze waarop de Bijbel werd geschreven – tussen de regels door. U kent veel van mijn predikingen, zoals dat God Abraham en Sara terug veranderde in jonge mensen; u zou het... u hebt tussen de regels door gelezen om te zien wat er in de Schrift staat. U moet het weten. Maar het zal nooit de regels tegenspreken. Zie? Tussen de regels door zal het de regels gewoon samen brengen om er één groot beeld van te maken.

57 Nu, het moet een liefdesrelatie met God zijn voordat u het ooit kunt begrijpen, want de Heilige Geest schreef de Bijbel, en de Bijbel zei dat het niet voor eigen uitlegging is, maar dat het geïnspireerd is.

58 Nu, naar uw vraag. Hebt u een Bijbel? Hebt u allen een Bijbel? Nu, ten eerste... nee, dat is in orde. U kunt het opschrijven of... Ik ga een paar illustraties geven als u het niet erg vindt. En hierin zult u dan zien waarom. Nu, ik wil u zusters een vraag stellen.

59 Ik wil dat u gewoon zo vrij bent als vrij maar kan zijn. Nu, blijf bij dit onderwerp ter wille van de band, want ik bedoel dat we zouden kunnen afdwalen naar het uiteindelijke bewijs, en al dergelijke dingen. Maar laat het... We zullen daar eens een andere band voor maken, zie? Maar hier spreken we over de waterdoop.

60 Nu, het lijkt alsof Mattheüs en Petrus ergens helemaal uit lijn waren als zij op hetzelfde doel schoten.

61 Nu, ik ga nu mijn Bijbel nemen en ik ga lezen. En u zusters, als u wilt lezen, de Bijbel wilt of het wilt opschrijven of zoiets, doe dan wat u wilt. En dan ga ik... ik ga u... Dan als u dit gedaan hebt, wil ik dat u het opschrijft. En als er dan enige vragen zijn, dan wil ik dat u er zeker van bent om het mij nu te vragen. Vraag het mij, zodat, als iemand u in de toekomst een vraag zou moeten stellen, u naar de band terug kunt komen om het uit te leggen.

62 Nu, teneinde deze mensen recht te trekken en om deze twee dingen juist te krijgen, wil ik... moet ik... zal ik misschien twee onderwerpen bijna laten samenvloeien.

63 Nu, nu, in Mattheüs 28:19 [18]... Nu, dat is het laatste boek van de Bijbel... het laatste boek van... Mattheüs, het laatste deel van Mattheüs. Nu, laten we de laatste verzen lezen, het achttiende vers:

     En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
     Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.

64 Wel, ik vraag mij af: nam Hij toen al Gods macht? Want alle macht, zowel in de hemel als op aarde is nu in Hem. "Alle macht, zowel in de hemel als op aarde, is Mij gegeven." Waar is God met Zijn macht? Nu, kon Jezus liegen? Hij kon niet liegen. Als Hij loog, waar zijn we dan aan toe?

65 Nu, onthoud, houd dit in gedachten, dat de gemeente van de levende God (niet de denominatie), de gemeente van de levende God is gebouwd op geestelijke openbaring. Nu, u vindt dat in Mattheüs 17, of Mattheüs 16 is het, waar Hij zei: "Wie zeggen de mensen dat Ik ben?"

     Hij zei: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God." Petrus zei dat.

66 Hij zei: "Zalig zijt gij, Simon, Bar-Jona! Want vlees en bloed (seminarie, iemand anders) heeft u dit nooit geopenbaard, maar Mijn Vader Die in de hemelen is. Gij zijt Petrus. Op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen."

67 Nu, kijk, de Katholiek zegt "op Petrus". Als dat zo is, dan was hij teruggevallen. In orde, de Protestant zei "op Jezus". Maar niet om anders te zijn, maar om de zaak recht te zetten: noch op Jezus noch op Petrus, maar op de geestelijke openbaring: "Vlees en bloed heeft dit niet aan u geopenbaard, maar Mijn Vader Die in de hemelen is, heeft dit aan u geopenbaard."

68 Want het Woord dat geschreven werd in gelijkenissen enzovoorts, kan alleen worden geopenbaard; en de enige waarheid die erdoor bekend gemaakt zal worden, is de geestelijke openbaring. En als uw openbaring het niet vereent, dan is uw openbaring verkeerd. Zie? Het moet samensmelten.

69 Zoals wanneer u een puzzel in elkaar zou zetten en u hier niks meer had om te zien wat het... U zou het hele plaatje door de war gooien. U zou zeggen: "Wel, ik geloof dat dit daar gaat, ik geloof dat dit daar gaat." Dat is het menselijke verstand. Het eerste wat u weet, is dat uw plaatje verkeerd zou zijn; het zou een koe zijn die op een boom graast. Zie? Dus dat zou niet werken. Zie? Maar als u hier iets hebt om vanuit te gaan... Wel, nu zegt u: "O, God openbaarde iets aan mij." Als het niet volgens dit Woord is en het Woord vereent, dan is uw openbaring fout.

70 Als een profeet in het Oude Testament profeteerde, of als een dromer een droom droomde, dan, ongeacht hoe echt het leek eerst... voordat de kerk het zou aannemen, moest het bewezen worden door de Urim en Thummim. U weet van die borstplaat van Aäron waarvan de lichten reflecteerden. Nu, toen dat priesterschap eindigde, verdween ook de Urim en Thummim. Maar wij hebben een nieuwe Urim en Thummim: dat is het Woord van God.

71 En als uw openbaring niet vereent (en u zegt: "God openbaarde mij dat ik in de naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest gedoopt zou moeten worden."), als dat niet bij het Woord van Genesis tot Openbaring aansluit en het vereent, dan is uw openbaring fout.

72 U zegt: "God openbaarde aan mij dat ik in Jezus' Naam gedoopt zou moeten worden." Als het niet aansluit bij het Woord, dan geeft de Urim en Thummim u geen gelijk. Ongeacht hoe echt het eruit ziet, dit is het authentieke Woord. Dit is Gods Urim en Thummim.

73 Nu, "En Jezus..." Ik citeer en herhaal het weer: "En Jezus, bij hen komende, sprak tot..." (het achttiende vers) "zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb. Ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen."

74 Nu wil ik u even iets vragen. Nu, het Schriftwoord dat u mij vraagt uit te leggen is Mattheüs 28:19, dat is waar wij deze ochtend naar kijken. Laten we dat nu zorgvuldig lezen, lees er niet te snel overheen. Lees het zorgvuldig. Nu, let goed op. "Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons..." Niet "in de naam des Vaders, in de naam des Zoons, en in de naam des Heiligen Geestes." Dat is de wijze waarop mensen dopen. Zo dopen zij. Dat is niet eens Schriftuurlijk. Kijk, het is niet in de naam van de Vader, de naam van de Zoon, in de naam van de Heilige Geest. Dat is fout. Dat is niet Schriftuurlijk. En het zijn niet de namen van de Vader, Zoon, en Heilige Geest. Het is in de Naam, N-a-a-m, enkelvoud. Naam. Kijk, "in de Naam". In orde.

75 Nu, nu, als er iets is wat u niet begrijpt... Ik wacht tot zuster Sewell het daar gevonden heeft. Hebt u het daar? [De zuster zegt: "Nee, ik weet niet waar..." – Vert] Mattheüs 28:19; het negentiende vers. Nu, zuster Sewell, ik geloof dat u het het sterkst betwijfelde. Nu, staat daar "in de namen van de Vader, de Zoon..."? Staat er "in de naam des Vaders, in de naam des Zoons..."? Nee, maar: "in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes". Niet in de naam, een naam voor elk ervan plaatsend, maar slechts in de Naam van de Vader, en van de Zoon, en Heilige Geest. Nu, wij beseffen dan dat er daar één naam moet zijn, want er staat: één naam.

76 Welnu, ik wil u vragen: in welke van die namen zouden we dan moeten dopen? Nu, is Vader een naam? Nee, dus wij zouden niet in de naam van de Vader kunnen dopen, want Vader is geen naam, toch?

77 Wel, dan zullen we in de naam van de Zoon zeggen. Is Zoon een naam? Ik ben een zoon, u bent een zoon, hij is een zoon. Zie? Zoon is geen naam, toch?

78 Wel, Heilige Geest dan; in de naam van de Heilige Geest. [Een man spreekt terwijl broeder Branham predikt – Vert] Ja, hier... Wel, hier... wel... Laten we zeggen in de naam van de Heilige Geest. Is de Heilige Geest een naam? Nee, dat is wat het ís. Wij zijn allemaal mensen. Dat is wat het is; het is de Heilige Geest. Maar Heilige Geest is geen naam; dat is wat Hij is. Wij zijn allemaal mensen, maar dat is niet onze naam. Zie? [Een broeder vraagt zich af of het "Holy Spirit" is.] Nee. Er zijn dus drie titels, nietwaar?

79 Wel, wat voor iets hebben wij hier dan, als Hij zei: "Doopt hen in de Naam van de Vader, Zoon, en Heilige Geest"? Wel, als Vader geen naam is en Zoon geen naam is, en Heilige Geest geen naam is... Dat zijn geen namen. Dus u zou dat niet als naam kunnen gebruiken omdat het sowieso geen namen zijn. Nu, begrijpt u dat? Het zijn geen namen. Het zijn...

80 Het is hetzelfde zoals zij mij eerwaarde noemen. Sommige mensen noemen mij een profeet. Sommigen noemen mij een prediker. Welnu... Ja, ik ben een vader, ik ben een zoon, ik ben een mens, maar mijn naam is William Branham. Maar, eerwaarde, profeet, of eerwaarde, oudste en prediker zijn titels die bij mij horen. Wel, die horen ook bij vele anderen. Zoals ziel, lichaam en geest, die horen ook bij mij. Maar het hoort bij hem, hem, haar, haar en iedereen. Zie? Het is allemaal hetzelfde. Kijk, het zijn titels, maar dat is niet mijn naam. Dat is niet uw naam. Ziel, lichaam en geest is niet uw naam. Dat is wat u bent, maar niet uw naam.

81 Wel, u bent een dame. U bent een moeder. U bent een echtgenote, een dochter. Ja, al die dingen bent u gewoon. En laten we zeggen dat u... Ik heb u altijd dokter genoemd (u was een verpleegster). Stel: u bent een dokter. Wel, u bent ook een moeder, maar dat is niet uw naam. Als ik gewoon dokter opschreef, er zijn heel veel dokters. Als ik verpleegster opschreef... er zijn heel veel verpleegsters. Zie? Maar dat is nog steeds uw naam niet. Dus als iemand zegt dat hij in de naam van de Vader, Zoon, en Heilige Geest werd gedoopt... Als zij alleen maar nadachten; het is niet eens een verstandige... Het is niet... Het is zelfs geen... Het is niet eens verstandelijk juist: een naam van Vader, Zoon, Heilige Geest.

82 Het is net zoals de Katholiek 'eeuwig Zoonschap' zegt, het eeuwige Zoonschap van Christus. Hoe kan het woord ergens op slaan? Hoe kan Hij eeuwig zijn en een zoon zijn? Zoon, die ergens uit geboren werd. Eeuwig had begin noch eind.

83 Als... Zij zeggen dat er een eeuwige hel is, in de Bijbel staat dat de hel werd geschapen. Hoe kan die dan eeuwig zijn? Er is geen eeuwige hel; de hel werd geschapen voor de duivel en zijn engelen: geen eeuwige hel. Alles wat begint, eindigt. De hel zou voor honderd miljard jaar mogen branden, maar hij moet een einde hebben, omdat alles wat begint, eindigt.

84 Dat is waarom wij niet kunnen sterven, omdat wij een deel van God zijn: nakomelingen van Hem, zonen en dochters. Wij hebben eeuwig leven: Gods leven. Het begon nooit en zal nooit eindigen. Zie?

85 Nu, dat is behoorlijk pittig. Als u het niet begrijpt, ben ik bang dat ik u hier ergens op een doodlopende weg heb gebracht. Ik sprak tot geestelijken... Nu, als u het niet begrijpt, vertel het mij dan, want normaal spreek je zo met predikanten. Ziet u? Maar u, vrouwen, u hebt het mij gewoon gevraagd, en u bent mijn vrienden. [De zusters maken regelmatig opmerkingen – Vert]

86 In orde, nu. Ik probeer... U bent, u hebt allemaal onderwijs genoten en u bent allemaal knap. En ik wil niet dat u dit aanneemt omdat broeder Branham het gezegd heeft. Nu, ik ben een menselijk wezen. Niet... Neem het Woord. En als u iemand kunt vinden die dat Woord neerhaalt, breng ze dan naar mij toe. Als u iemand kunt vinden die zegt dat er een tegenstrijdigheid is in het Woord van God, breng hem naar mij toe. Het zal er eenvoudig niet zijn. Het hoeft niet geprobeerd te worden want het is er niet, zie.

87 Nu, hoe zou iemand gedoopt kunnen worden... Ik wil u dames op dit moment iets vragen, en u mannen. Hoe zou iemand gedoopt kunnen worden in de naam van Vader, Zoon, Heilige Geest? Hoe zou u gedoopt kunnen worden in de naam van Vader, Zoon, en Heilige Geest? Kunt u het punt niet zien? Er is niet zoiets als de naam van de Vader, Zoon, Heilige Geest. Dat zijn titels. Lelie... Waarom zegt u niet gewoon Lelie der valleien, Roos van Sharon, Morgenster, Alfa, Omega? Dat zou hetzelfde zijn. U zou net zo goed gedoopt kunnen worden met: "Ik doop u in de naam van Alfa en Omega, het begin en einde." Dat zou net zo goed zijn; het is een titel. "Ik doop u in de naam van de Lelie der valleien, de Morgenster, en de Roos van Sharon." Het zou gewoon hetzelfde zijn; het zijn titels. Maar wij weten aan Wie het behoort, maar er zouden een hoop morgensterren en lelies der valleien en rozen van Sharon kunnen zijn. Zie? Dus... Vader, Zoon, Heilige Geest, er is... Of menselijke ziel, lichaam en geest, of wat u er ook van wilt maken.

88 Nu, er is hier ergens iets fout, nietwaar? U ziet nu dat er iets fout is hier. Laten we dan zeggen dat we het niet kunnen begrijpen. Nu: "Gaat dan heen, onderwijst al de volken..."

89 Nu, u bent een vriendelijk, klein gehoor, en ik wil dit erin drillen zodat u er een goed begrip van zult hebben. Zie? Want ik weet het niet, veel van mijn broeders zullen deze band misschien horen.

90 Ik zeg nooit dat een man of persoon geen Christen is vanwege zijn ideeën over de Schrift. Ik baseer het op of zij gered zijn en op Jezus Christus vertrouwen, of zij nu Katholiek, Protestant, Jood of wat dan ook zijn. U bent gered omdat u uit Christus geboren bent.

91 Maar u hebt mij een vraag gesteld: "Waarom zou u in de Naam van Jezus Christus willen dopen, broeder Branham?" In orde. "En waarom zou u Vader, Zoon, en Heilige Geest niet in achting willen nemen?" Dat is uw vraag. En als uw broeder, en als een dienstknecht van Christus, is het mijn plicht u te antwoorden. In orde.

92 Nu, als u dit hier dus ontdekt, waar deze tegenstrijdigheid vandaan komt... Nu, slechts tien dagen hierna, nadat Jezus dit had gezegd, bezat Petrus de sleutels tot het Koninkrijk. In Mattheüs 16 ontdekken we: "Gij zijt Petrus, en op deze rots bouw Ik Mijn gemeente", enzovoort. "En Ik geef... Ik zeg dat gij Petrus zijt, en Ik geef u de sleutels van het Koninkrijk. Zo wat gij bindt op aarde, zal Ik in de hemel binden. Zo wat gij ontbindt op aarde, zal Ik in de hemel ontbinden."

93 Nu, diezelfde man die de sleutels had, keerde zich tien dagen nadat Jezus dit had gezegd regelrecht om en zei: "Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden." Hebt u er ooit bij stilgestaan dat Jezus een man, die zo gewetenloos zou zijn, de sleutels van het Koninkrijk zou geven, die zich zou omkeren en precies het omgekeerde zou doen van wat Hij had gezegd? Zou de God des hemels, gemanifesteerd in vlees, de sleutels overdragen aan een man die zo'n fout zou maken? Zou het allereerste schot op het doel zoiets doen? Nee. In orde, nu... Nu, let op. Hij kon dat niet doen.

94 Maar waarom gaf Hij die sleutels dan aan Petrus? Hij zei het gewoon rechtuit. "Petrus, je hebt dit nooit geleerd van een of andere kerk of een of ander seminarie, maar het was een openbaring die van de hemel kwam, en op deze zelfde openbaring vanuit de hemel – om het Woord van God recht te zetten – zal ik Mijn gemeente bouwen." Hij kende Petrus. Hij kende geen wiskunde. Petrus kende misschien geen algebra of meetkunde of... ik geloof dat er stond dat Petrus een ongeleerde en eenvoudige man was, volgens Handelingen het vierde hoofdstuk, of Handelingen het derde hoofdstuk, geloof ik. Er staat: "Vernemende dat zij ongeleerde en eenvoudige mensen waren", hij en Johannes, toen zij de man bij de deur van de tempel, genaamd de Schone, genazen, "en kenden hen, dat zij met Jezus geweest waren."

95 Dus u ziet, Hij schoof het niet op zijn seminarietheologie dat Hij dit aan hem kon openbaren. Niet op zijn seminarie-ervaring, omdat hij er geen had. Hij doet dat vandaag nog steeds niet. Maar Hij openbaarde het, zie, aan degene die er de openbaring van had. Daarom kon Hij het aan Petrus toevertrouwen. Hij was misschien niet in staat het aan Mattheüs of Johannes of de rest van hen toe te vertrouwen. Maar Petrus had de openbaring.

96 Dus toen keerde Petrus zich om en zei: "Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus", zie, "tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. U komt de belofte toe." De man die de sleutels had die het Koninkrijk voor de eerste keer ontgrendelden, draaide het om en deed het tegenovergestelde, wat Jezus had gezegd om niet te doen. Nu, of hij was verkeerd, hij maakte een fout en volgde niet onze Here Zijn... of hij had een openbaring van de waarheid die de anderen... die verder ging dan die van al de anderen.

97 Nu, laten wij gewoon een moment stoppen voordat we teruggaan. Als het verkeerd geweest zou zijn, waarom erkende God het dan, en gaf Hij al de anderen door de Bijbel heen de opdracht om gedoopt te worden in de Naam van Jezus Christus? En elk persoon in de Bijbel werd gedoopt in de Naam van Jezus Christus. En als elk persoon tot op de instelling van de Katholieke kerk gedoopt werd in de Naam van Jezus Christus... Op het Concilie van Nicea vormden zij deze doop van Vader, Zoon en Heilige Geest, om een drie-enige God te maken van één ware God, om hun drie-eenheid binnen te brengen.

98 En aangezien God in den beginne wist dat de mens zou vallen, kon Hij hem op vrij moreel handelen plaatsen, omdat Hij wist dat Hij Zijn attributen om een Vader te zijn, om een Zoon te zijn, om een Genezer te zijn, om een Redder te zijn, kon demonstreren. Hoe kon Hij redden zonder dat er iets verloren was? En in God waren de eigenschappen voordat er zelfs een engel of molecuul of iets was; God was op Zichzelf, alleen. Maar Hij was geen God, want God is een voorwerp van aanbidding. Er was niets voor Hem om te aanbidden... niets om Hem te aanbidden. Maar Zijn eigenschappen, attributen, spreidden iets ten toon en maakten een engel. Toen was Hij God. Toen maakte Hij een man en gaf hem vrij moreel handelen. Hij viel. Toen hij viel, werd Hij een Redder. In de val werd hij ziek, zodat Hij een Genezer werd. Zie? Het toont Gods eigenschappen. Begrijpt u wat ik bedoel?

99 Nu, Hij wist ook dat er een verloren en een gered volk moest zijn. Er moest een valse doop en een... Dus Hij plaatst het hier: opnieuw een boom van kennis. Hier is er één: Handelingen 2:38. Nog één: Mattheüs 28:19.

100 Dus hoe werd het geopenbaard aan Abel? Abel heeft God door geloof een meerdere offerande geofferd. Hij had geen Bijbel om naar te leven, dus moet het openbaring geweest zijn voor Abel. Zij waren beiden jongens. Als God slechts een aanbidding vereist, dan is God onrechtvaardig met het veroordelen van Kaïn. Kaïn maakte een altaar, bouwde een kerk, aanbad, en maakte een offerande. Elk religieus ding dat Abel deed, deed Kaïn ook. Klopt dat? Maar door openbaring (het is openbaring; je wandelt door geloof) offerde Abel een meerdere offerande. Hoe wist Abel dat het niet de vruchten van het land waren die Kaïn offerde? Het was bloed dat hen uit de hof had gebracht. Het leven was niet in de vruchten; bloed bracht het leven voort. Het werd aan hem geopenbaard: een openbaring.

     Hier is hetzelfde fundament waarop Hij ons plaatst en waar Hij hen daar in het verleden op plaatste: een openbaring. Nu, er kan geen tegenstrijdigheid zijn.

101 Nu, u was niet allemaal altijd al Christenen. U werd geboren als zondaars. Ik kan mij voorstellen als klein meisje... (Ik weet niet of u dat deed of niet, maar ik ga ieder van ons in de kamer nemen om een voorbeeld te geven zodat u het zult begrijpen.) Stel dat u boekjes las met liefdesverhalen toen u een klein meisje was. De meeste kleine meisjes doen dat. Elk soort tijdschrift; het hoeft geen liefdesverhaal te zijn – het kan elke soort verhaal zijn. Zie? Fijn. Misschien was het niet een van deze moderne kioskverhalen, maar elk soort verhaal – zelfs Romeo en Julia. Zie? Waarom... U las een liefdesverhaal. En ik laat dit nu zo aan u zien zodat u het kunt vatten als een gelijkenis.

102 Als u een roman oppakte en u las het, en er stond: "Johan en Maria leefden nog lang en gelukkig", wel, dan zou u zich afvragen wie Johan en Maria waren. Wie zijn Johan en Maria? Wel, u las gewoon de laatste woorden van het boek, waar stond "en Johan en Maria leefden nog lang en gelukkig". U begon zich af te vragen: "Wie is Johan en wie is Maria?" Klopt dat? Nu, er is maar één manier om erachter te komen wie Johan en Maria waren, en dat is teruggaan naar het begin van het boek en beginnen te lezen. Klopt dat?

103 Welnu, dit is het laatste hoofdstuk van Mattheüs. Als Hij in het laatste hoofdstuk van Mattheüs zei: "Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam van de Vader, Zoon, en Heilige Geest" en Vader is geen naam, en Zoon is geen naam, en Heilige Geest is geen naam; wie zijn zij dan?

104 Nu, laten wij het deze morgen nemen op dezelfde manier als Johan en Maria. Laten we teruggaan naar het begin van Mattheüs en het uitvinden. Ga dan terug naar het eerste hoofdstuk van Mattheüs. In orde. Kijken wie Johan en Maria waren die lang en gelukkig leefden.

     Hoeveel tijd is er nog? O, in orde, in orde.

105 Nu, nu, ik wil u zusters iets vragen terwijl u naar mij kijkt, en u broeders. Wie was de Vader van Jezus Christus? Dat was God. Is dat juist? Was God Zijn Vader? In orde, meneer. God is Zijn Vader, daar zijn wij het allen mee eens. Ik geloof met heel mijn hart dat God de Vader van onze Here Jezus Christus is. In orde. Nu gaan we kijken of de Bijbel zegt dat God Zijn Vader is.

106 Nu, Jezus zei: "Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam van de Vader, Zoon, Heilige Geest." Ik zet deze drie archiefbakjes hier neer. Dit is de Vader, en dit is de Zoon, dit is de Heilige Geest. Nu, u, kunt u het goed zien?

107 Nu ga ik u even overhoren en kijken of u geluisterd hebt naar wat ik zei. Wie is dit hier? [Het gehoor zegt: "Heilige Geest" – Vert] Heilige Geest. Wie is dit hier? ["Vader."] Wie is dit hier? ["Zoon."] Nu, wie is dit? ["Vader."] In orde. Ik wilde even zien of u het nu helemaal begrijpt. Nu, nu, dit was de Zoon van God, is dat juist? In orde. Nu, wat is dit hier? Dat is de Vader van de Here Jezus Christus. Is dat juist? Dat was Zijn Vader. Ik geloof dat Hij de maagdelijk geboren, onvervalste Zoon van de levende God is.

108 God, onze Vader, Die de grote Geest is Die nooit... Hij was... had zelfs nooit een vorm. Ziet u, Hij was God. Hij was gewoon... Hij was er vóór een ster, molecuul of atoom, of wat dan ook. Hij is God Die alle tijd en ruimte omvat. Hij is eeuwig. Ik geloof dat Jezus de Zoon van de ware en levende God is. En dat is deze Persoon hier Die ik op dit bakje heb geschreven: Vader. Is dat juist? En dit is de Heilige Geest, en dit is de Zoon.

109 Nu, laten wij Mattheüs 1 lezen. Nu, wij beginnen:

     Het boek van het geslacht van Jezus Christus, de Zoon van David, de zoon van Abraham.
     Abraham gewon Izak, Izak gewon Jakob; Jakob... Juda en zijn broeders.

     Het gaat zo door met het doorgeven van de geslachtslijst. Nu, om tijd te besparen, we belanden zo waar de geslachtslijst eindigt, en vanaf het zeventiende vers:

     Al de geslachten dan, van... Al de geslachten, van Abraham tot David zijn veertien geslachten; van David tot de Babylonische wegvoering zijn veertien geslachten; en van de Babylonische wegvoering tot Christus zijn veertien geslachten.

     Nu:

     De geboorte van Jezus Christus was nu aldus; ...toen Maria, Zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren,..." (Leest u met mij mee, zuster Sewell?) "... eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit God de Vader.

110 Lees ik dat juist? O, maakte ik een fout? Zwanger bevonden uit? [Iemand zegt: "De Heilige Geest." – Vert] Wel heb je ooit. Nu, Wie is Zijn Vader? U zegt dat dit Zijn Vader was en in de Bijbel staat dat dit Zijn Vader was. Zij werd zwanger bevonden, niet uit God de Vader. God de Vader had er niets mee te maken. Het was een Kind van de Heilige Geest. Klopt dat?

     Laten we zien of dat nog steeds juist verdergaat. Misschien hebben wij een fout gemaakt: het negentiende vers:

     Jozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet openlijk te schande wilde maken, was van wil haar heimelijk te verlaten.
     En alzo hij deze dingen in de zin had, ziet, de engel des Heeren verscheen hem in de droom, zeggende: Jozef, gij zoon van David! wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit God onze Vader. [Iemand zegt: "Nee... hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit de Heilige Geest." – Vert] (O! Um-hm.)

111 Nu, nu, wie van hen is dan Zijn Vader? Nu, als de Heilige Geest Zijn Vader is, en Jezus zei dat God Zijn Vader was... is Hij dan een bastaardkind? Kon Hij dat zijn? Konden deze beide Goden één kind maken? Als dat zo is, dan was Hij een bastaardkind. Onwettig is een beter woord, maar het echte woord betekent een bastaardkind. Wel, als Hij dan geboren is als bastaardkind, waar zijn we dan aan toe in de redding? Als God de Vader Zijn Vader was, en er in de Bijbel staat dat de Heilige Geest de Vader is, dan is er opnieuw iets verkeerd. Is dat juist? Zie? Er is ergens iets fout. Nu, wat gaan wij doen?

112 Aanbidden wij een onwettig geboren kind, uit twee verschillende Goden? De ene God was... er staat dat Hij Zijn Vader was, en dan staat er hier in de Bijbel (of in het Woord van God) dat de Heilige Geest Zijn Vader was. En Jezus zei dat God Zijn Vader was, en op andere plekken in de Bijbel staat dat God Zijn Vader was, en wordt Hij de Zoon van God genoemd; en God de Vader... en nu God de Heilige Geest...

113 O, arme, verblinde Drie-eenheidsmensen! Want het woord drie-eenheid komt niet eens voor in de Bijbel: van Genesis tot Openbaring niet. Er is niet zoiets. Het zijn geen drie goden; het zijn drie bedieningen van één God. God de Vader in een Vuurkolom, God de Zoon gemanifesteerd in vlees om zonde weg te nemen, en God de Heilige Geest nu in ons hier. Zeker. Beslist. "Ik zal met u zijn, zelfs in u." Zie? Het zijn niet drie goden; het is één God.

114 Nu, kijk. U zult moeten toegeven dat de Heilige Geest Zijn Vader is. Is dat juist? Is de Heilige Geest Zijn Vader? Staat dat in de Bijbel? Laat mij het opnieuw lezen. Dat is juist. Wel, als er dan in de Bijbel staat dat de Heilige Geest Zijn Vader is, dan zijn de Heilige Geest en God Dezelfde Persoon of Hij had twee vaders. Klopt dat? [Iemand zegt: "U gaat die Drie-eenheid opruimen." – Vert] Het is reeds weggevlogen. Het was nooit zo in den beginne. Het was nooit zo. Ziet u hoe het door openbaring moet komen? Zie?

115 Nu, of God was Zijn Vader, of Hij was niet Zijn Vader. En de Heilige Geest was Zijn Vader, of het was Zijn Vader niet, of de Bijbel vertelt een leugen. Dus om de openbaring te laten kloppen, kijk of Petrus er dezelfde openbaring van had als ik. Nu, ziet u, God de Vader en de Heilige Geest is dezelfde Geest, anders had Hij twee vaders. Hij kon niet ontvangen zijn uit God de Vader, één Geest, en God de Heilige Geest, een andere Geest. Dan waren er twee bevruchtingen. Zie? Dus het kon niet op die wijze zijn. Dat kan gewoon echt niet. Of de ene is juist, of de andere is juist.

116 Als er drie goden zijn en deze twee goden... Als er twee goden zijn... één: God de Vader; en één: God de Heilige Geest – wie van hen was dan werkelijk Zijn Vader? Vraag? [Iemand zegt: "De Heilige Geest en God zijn Dezelfde." – Vert] Nu begrijpt u het. Daar bent u er. In orde nu, het is er één. In orde nu, we zullen verder lezen.

     Nu gaan we erachter komen wat Mattheüs 28:19 is. Nu, laat mij dit opnieuw lezen. Het achttiende vers [Mattheüs 1:18]:

     De geboorte van Jezus Christus was nu aldus; want toen Maria, Zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit de Heilige Geest.

     In orde.

     Jozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet openlijk te schande wilde maken, was van wil haar heimelijk te verlaten.
     En alzo hij deze dingen in de zin had, ziet, de engel des Heeren verscheen hem in de droom, zeggende: Jozef, gij zoon van David! wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit de Heilige Geest.

     In orde. We zien in dat die twee dan Dezelfde moeten zijn.

     In orde.

     En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam noemen... (Wat? Dat is deze Persoon, Jezus. In orde.) ... en gij zult Zijn naam noemen JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
     En dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden, hetgeen door de Heere gesproken is, door de profeet, zeggende:
     Ziet, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten Emmanuël, (Is dat juist?) dat is, overgezet zijnde, God met ons.

117 Nu, wat is de Naam van de Vader, Zoon, en Heilige Geest? [Het gehoor zegt: "God." – Vert] God is een voorwerp van aanbidding. Hoe zei u dat Zijn Naam geheten zou worden? [Het gehoor zegt: "Jezus."] Dat is juist. Wat was Zijn Naam? Emmanuël is de vertaling van 'God met ons', begrijpt u? Dat betekent gewoon God met ons. Zie? Dat wil niet zeggen dat er een of andere God bij ons zou zijn, begrijpt u? Maar dit overgezet zijnde... Maar wat is de Naam van deze God met ons? ["Jezus"] Zijn naam zal genoemd worden ["Jezus"] Jezus.

118 Toen Petrus zei... Toen Mattheüs zei hen te dopen in de... niet... Wat... Nu, wie zijn Maria en Johan die nog lang en gelukkig leefden? Zie? Begrijpt u wie het is? Toen Petrus zich omkeerde en zei: "Doopt in de Naam van... Bekeert u, en wordt gedoopt in de Naam van Jezus Christus", wel, toen deed hij precies wat Mattheüs... Als hij gezegd had: "Vader, Zoon, Heilige Geest", zou het verstandelijk gezien niet eens juist zijn.

119 Nu: "Waarom doopt u in de Naam van Jezus Christus, broeder Branham?" Nu, laten we ons hiernaar wenden en gewoon kijken. Nu, wie had de sleutels van het Koninkrijk? [Iemand zegt: "Petrus." – Vert] Wie was het nu die sprak op de dag van Pinksteren en zei: "Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus"? [Iemand zegt: "Petrus, toch?"] In orde. Dan werken de sleutels: "Zo wat gij bindt op aarde, zal Ik in de hemel binden." Is dat juist? "Zo wat gij ontbindt op aarde, zal Ik in de hemel ontbinden." Is dat juist?

120 Nu, hoeveel stammen zijn er op de aarde? Drie. De volken van Cham, Sem en Jafeth. Nu, dat zijn de Joden, heidenen en Samaritanen, zie. In orde. Zij kwamen allemaal voort uit die drie zonen, als... God vergeef mij dat ik zeg: "Als de Bijbel juist is." Want dat was... De hele aarde werd vernietigd behalve die drie jongens. Dat is precies waar onze generatie uit voortkwam.

121 Nu, drie wijzen kwamen om Jezus te zien. De sterrenkunde verklaart dat zij drie verschillende sterren volgden, en deze drie sterren kwamen samen en maakten die ene ster. Ziet u? En de drie zijn altijd één, zie?

122 Nu, de drie attributen van God maken één God. Het is niet God de Vader, Zoon, en Heilige Geest. Het zijn niet drie goden. Jezus... Filippus stelde die vraag, hij zei: "Here, toon ons de Vader, en het is ons genoeg." Johannes 14.

     Hij zei: "Ben Ik zo lang bij je, Filippus, en je kent Mij niet?" Hij zei: "Als je Mij gezien hebt, heb je de Vader gezien."

123 Nu, ik legde dit eens uit aan een paar vrouwen, en één vrouw zei: "Eén moment, broeder Branham." Zei: "Zij zijn één. Dat klopt." Zei: "Net zoals u en uw vrouw één zijn."

     Ik zei: "Maar zij zijn een ander soort één."

     En zij zei... Ik zei... "O", zei ze, "zij zijn hetzelfde als dat u en uw vrouw één zijn."

     Ik zei: "O, nee, zie." Ik zei: "Ziet u mij?"

     Ze zei: "Ja."

     Ik zei: "Ziet u mijn vrouw?"

     Ze zei: "Nee, ik ken haar niet eens."

124 Ik zei: "Toen zei Jezus: 'Als je Mij gezien hebt, zie je de Vader.'" Dus zij zijn een ander soort één. Zie? Ik zei: "U ziet mij, maar ziet mijn vrouw niet. Maar wanneer u Jezus ziet, ziet u God." Hij manifesteerde God. Hij was een maagdelijk geboren Zoon. En God de Vader, Die een Geest is, woonde in Hem.

125 Nu, veel Drie-eenheidsmensen proberen te zeggen... Ik had er niet lang geleden een debat over. Ik kwam erachter dat het geen zin heeft, omdat niemand tot God kan komen tenzij God hem van tevoren kende en hem riep voor de grondlegging der wereld. "Al wat de Vader Mij gegeven heeft, zal tot Mij komen", zei Jezus. Zie?

126 En deze man probeerde te zeggen... Hij was een extreme drie-eenheidsman, en hij stond op voor het gehoor en zei: "Mijn dierbare vrienden, broeder Branham is een van de fijnste kerels." Weet u, precies toen wist ik dat er iets aan de hand was.

     Jezus zei: "Gij geveinsden, hoe kunt gij goede dingen spreken, want uit de overvloed des harten spreekt de mond." Zie?

127 En dus... alleen maar om bij de mensen in de gunst te komen, zei hij... Dit was een man van de Church of Christ, en een zogenaamde Church of Christ. Natuurlijk zijn zij tegen bijna alle ware leringen van de Bijbel, en u zou ze niet... Ik bedoel niet iets tegen die mensen daar te zeggen, maar die predikers zijn, als u mij de uitdrukking wilt vergeven, "Zoals de uil van een Ier: een hoop gedoe en veren, maar geen uil". Dus dat is gewoon zo'n beetje hoe het is, ziet u, gewoon een... Ze hebben niets om op te staan, de moderne Farizeeërs.

128 Nu, hij zei: "Maar broeder Branham is in deze discussie geweest als een...", zei: "wurmt zich er overal uit zoals een worm uit een citroen." Maar zei: "Ik zou hem zich hieruit willen zien wurmen." (En natuurlijk bewaren alle sprekers de hoofdgedachte tot het laatst.) Dus toen zei hij: "Bij de doop in Mattheüs 3 werden drie personen getoond, absoluut drie afzonderlijke personen: de Zoon Die op de oever stond, de Heilige Geest als een duif tussen hen in, en God de Vader Die vanuit de hemel sprak."

     Ik zei: "Meneer, is dat uw hoofdgedachte?"

     Hij zei: "Ik wil u zich hieruit horen wurmen."

129 Ik zei: "Meneer, wurmt u zich maar terug en lees de Schrift op de manier dat het er staat." Ik zei: "Dat is het enige; u leest de Schrift gewoon verkeerd voor aan de mensen." Ik zei: "Dat is dunner dan de bouillon getrokken uit de schaduw van een kip die aan de hongerdood is gestorven." Ik zei: "Wel, u bent gewoon... U doet het verkeerd, broeder. U leest het verkeerd voor aan de mensen." En ik zei: "Nu, kijk wat de broeder hier zegt."

130 Nu, ik zal het op deze manier nemen, zoals ik dit hier als de Vader, Zoon, en Heilige Geest heb. Nu, dit hier zal de Heilige Geest zijn. En daar staat Zoon op geschreven, op deze staat Vader geschreven. Nu, kijk hoe zij dat lezen. "Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; de hemelen werden Hem geopend, en hij zag de Geest Gods neerdalen gelijk een duif... En een stem uit de hemelen zei: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb te wonen." Ik zei: "Kijk, drie prachtige illustraties: de Zoon op de aarde, de Heilige Geest als een duif tussen hen in, en de Vader sprekend vanuit de hemel." Ziet u hoe de duivel daar kan staan en een persoon kan misleiden als je de openbaring van God niet hebt, als God ons niet genadig is? We zouden dankbaar moeten zijn.

131 Hij liet dat iets zeggen wat er niet stond, precies zoals Mattheüs 28:19: het iets laten zeggen wat er niet staat. Hij zei nooit: "Doop hen..." Hij zei nooit: "Wordt gedoopt in de naam van de Vader, in de naam van de Zoon, in de naam van de Heilige Geest." Hij zei: "Doopt hen in de Naam van de Vader, Zoon, en Heilige Geest", welke is Jezus Christus. [Leeg gedeelte op de band – Vert]

132 Nu, laat ons deze illustratie nemen. Laten we zien. U schrijft de Schriftgedeelten op, Mattheüs 3 daar, de drie of vier laatste verzen. Nu, [een van de dames spreekt – Vert] dat is in orde. Zij zal ze krijgen. U kunt het alleen bestuderen. Ik geef u de Schriftgedeelten zodat u het zelf kunt bestuderen. Nu, kijk, merk op.

133 Nu, zij zeggen dat dat de Zoon was Die op de oever stond; dit is God de Heilige Geest als een duif tussen hen in; en God de Vader Die sprak vanuit de hemel. Nu, het lijkt erop alsof dat precies drie verschillende stemmen en drie verschillende plaatsen zou maken. Nu, let op. Nu, toen Jezus was gedoopt...

134 Nu, wij beseffen dat hemelen 'boven' betekent, de atmosfeer of wat het ook is, in de hemelen. Nu, "Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het water; en ziet, de hemelen werden Hem geopend, en hij zag de Geest Gods..." Ik dacht dat God hoog in de hemelen was, sprekend. "De Geest Gods, gelijk een duif..." De duif was God. Zie? We zijn er net doorheen gegaan. De Heilige Geest en God is dezelfde Persoon. Zie? Het is er gewoon een titel voor. Zie? En hij zag de Geest Gods. Niet een andere god die uit de hemel sprak, maar de Geest Gods was in de vorm van een duif. Dat was de Heilige Geest en het was God; hetzelfde, zie?

135 De Geest Gods, als een duif, daalde neer en een stem vanuit de hemel (die boven Hem was), zei: "Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb te wonen." (In werkelijkheid is de juiste vertaling... Ze hebben het werkwoord voor het bijwoord, zoals het bij alle buitenlanders is... "Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb te wonen." Of: "Waarin Ik Mijn welbehagen heb te wonen." "In Wie Ik Mijn welbehagen heb te wonen.") Dat was God Die in Jezus kwam en in Hem was de volheid der Godheid lichamelijk. En daar is uw Vader, Zoon en Heilige Geest: in de Naam van Jezus Christus.

136 Zeker. Begrijpt u het? Er is geen plek in de Bijbel die van drie goden spreekt. Zoiets is er niet. Het is volkomen heidens. Het komt van het heidendom. Ja. Welzeker, het is gewoon zo bodemloos als de hel. Zie? Zoiets is er niet. Wat zegt u? [Iemand zegt: "Billy Graham heeft dat nodig." – Vert] Wel, hij zou niet...

137 Kijk, luister. Het wordt geopenbaard aan degenen die God roept, en voorbestemd zijn door Zijn voorkennis. "Al Mijn schapen horen Mijn stem", zie? Kijk naar die Joden die daar stonden, zo geleerd als zij maar konden zijn, en Jezus toonde hun dat Hij de Messias was door messiaanse tekenen. Ze zeiden: "Hij is Beëlzebul." Hoe konden...? Zij waren verblind. Ja, en een kleine armoedige herder of een visser daar op de rivier zei... zij kenden Hem. Zie? Hij... God heeft een manier om dingen te doen en wij zullen het gewoon moeten doen met Zijn manier. Wees slechts dankbaar dat uw ogen open konden zijn om de waarheid te zien.

138 Nu, ik daag iedereen uit (niet om te bekvechten) om naar mij toe te komen en te gaan zitten en mij de drie-eenheid één keer in de Bijbel te laten zien, of waar er drie goden zijn. Als u mij drie goden zult laten zien, zal ik u laten zien dat wij ons in duisternis bevinden, en afgodendienaars en heidenen zijn. Er is maar één God.

139 God, God de Vader, werkelijk, daar geloven wij in. Hij was boven in... boven alles. Boven deze berg – toen Hij neerkwam op de berg daar – wel, zelfs een koe moest gedood worden als hij de berg aanraakte. God de Vader. Maar Hij wilde weer vriendschap met Zijn mensen. Hij probeert de mens terug te krijgen tot de plaats Eden waar hij verloren raakte. Zie?

140 Nu, het volgende wat Hij toen deed, is dat God de Vader een maagd genaamd Maria overschaduwde. En de hemoglobine (u weet dit, omdat u een verpleegster bent), de bloedcel komt van de man. Want iemand zei: "Wij zijn gered door Joods bloed." Er is geen spikkeltje van het bloed van de moeder in de baby. De baby ligt in het bloed van de moeder, maar de bloedcel komt van het mannelijk geslacht. Hij was dus Jood noch heiden; Hij was God. Een geschapen bloed, niet door seksueel verlangen, maar een geschapen bloed... Begrijpt u wat ik bedoel? En toen redde Gods bloed ons, een onbedorven bloed.

141 Hij schiep Zichzelf. Ik bedoel: Hij veranderde Zijn hoedanigheid van God naar mens, en kwam neer, werd geboren uit een maagd, Maria; en de Heilige Geest (Die God is, Zijn Vader, Die het overschaduwde) kwam neer en spreidde Zijn tent, en woonde bij ons in de vorm van een mens. Dat is God de Zoon, dezelfde God Die God de Vader was. "Ik ben het niet Die de werken doe. Het is Mijn Vader Die in Mij blijft, Die doet de werken." Zie? [Iemand zegt: "In mij." – Vert] Dat klopt.

142 De Vader Die woont, tabernakelt, leeft... "Deze is Mijn geliefde Zoon in Wie Ik Mijn welbehagen heb te wonen." Mattheüs 3. Zie? "In Wie Ik Mijn welbehagen heb te wonen. Ik heb een groot welbehagen om in Deze te wonen." Wonen, dat is bezetten, in het huis komen en leven. "In Hem was de volheid der Godheid lichamelijk", zegt de Schrift. Dat is juist; het zichtbare beeld van de onzichtbare God. Nu, daar is Hij. Nu, dat is God de Vader, God de Zoon.

143 En nu, door die bloedcel te breken... Toen de oude priester in het Oude Testament onder die oude wet... Een zondaar bracht een lam. Hij legde zijn hand op het lam; zijn keel was doorgesneden omdat hij gezondigd had en dit lam stierf voor zijn zonden. Nu, de reden dat hij, volgens Hebreeën, met hetzelfde verlangen wegging als waarmee hij gekomen was... Als hij overspel had gepleegd, ging hij weer met hetzelfde verlangen weg. Als hij had gedood, ging hij met hetzelfde verlangen terug, haat. Want toen die bloedcel van het lam gebroken werd, was die bloedcel in het lam een dierlijk leven. Het kon niet terugkomen en in een menselijk leven wonen, omdat het dierlijk leven geen ziel heeft, maar het menselijk leven heeft een ziel. Zie?

144 Een dier heeft geen ziel. Het kan het goede niet van het kwade onderscheiden. Het hoeft geen kleding te dragen om zijn naaktheid te bedekken, en scheldt niet, en u weet wat ik bedoel. Zie? Zij, ze weten het niet. Zij vielen omdat zij onder ons zijn. Zie? Menselijke wezens staan boven het dierlijke leven omdat zij een god van het dierlijke leven zijn. Dat is juist.

145 Het was zo in den beginne omdat Adam hun een naam gaf en macht over hen had. In Genesis 1:26 had hij heerschappij over de gehele aarde. Hij was, hij was gemaakt in het beeld van God en was gemaakt om een lagere god te zijn. Jezus zei het. Zei: "Stond er niet geschreven in uw wet dat gij goden zijt? En indien zij goden genaamd worden tot welke het Woord Gods geschied is," welke profeten waren, "hoe veroordeelt gij Mij dan wanneer Ik zeg dat Ik de Zoon van God ben?" Zie, dat is het.

146 Nu, nu, hierin, de Vader, Zoon, en Heilige Geest... Nu, nadat Hij in de Vuurkolom gewoond had, kwam Hij neer en maakte voor Zichzelf een lichaam; bracht Zichzelf neer in een tent van menselijk vlees en woonde erin, onder ons; God inwonend. 1 Timotheüs 3:16: "Buiten alle twijfel," Paulus spreekt, "de verborgenheid der godzaligheid is groot; want God werd geopenbaard in het vlees..." Schepper werd Redder. In dat prachtige lied dat Booth-Clibborn schreef: "De grote Schepper werd mijn Redder, en al Gods volheid woont in Hem." Zie?

147 Nu, let op. Vader... toen was Hij de Vader, hoog boven ons. Konden niet eens bij Hem in de buurt komen. Toen werd Hij Zoon en konden wij Hem aanraken, Hem voelen. Hij was een man. En toen gaf Hij Zijn leven. Die bloedcel werd gebroken door een wrede, zondige Romeinse speer toen deze Zijn hart doorstak. En wat Hem echt doodde, was een gebroken hart. Zijn water en bloed werden gescheiden door smart. Het brak de cel door smart vanwege de zonde van het menselijke ras. Ik zong vroeger een liedje:

O, hoe dierbaar de liefde die God had
Voor Adams gevallen ras.
Gaf Zijn enige Zoon om te lijden,
En ons te verlossen door Zijn genade.

148 Nu, daar werd die bloedcel gebroken. Nu, wanneer wij onze handen door geloof op dat trillend Lam van God leggen, voelen hoe Zijn vlees voor ons beeft en schudt, en onze handen baden in Zijn bloed, en onze zielen... Het leven dat in Hem was, was niet van een gewone man, noch van een dier; het was God. Dus dat leven komt terug op de geheiligde die een zoon of een dochter wordt, een nakomeling van God. Ziet u, het leven van God. En wij zijn zonen en dochters van God door het breken van die bloedcel, Jezus Christus.

149 Nu, wat is het dan? God is terug in Zijn mensen, heeft gemeenschap met hen zoals Hij in de hof van Eden had. Zie? Dat is het, zonen en dochters. Is dat niet prachtig? God terug...

150 Nu, nu, wij gaan de doop afsluiten; dan moet ik gaan. Nu, vanaf toen... nu, de volgende keer dat er over de doop gesproken wordt, is toen Filippus op weg ging en predikte tot de Samaritanen. Ik geloof dat het Handelingen 8 is. Ja, Handelingen 8. In 7 werd Stefanus gestenigd. Ik geloof dat het Handelingen 8 was toen Filippus op weg ging en tot de Samaritanen predikte. En ze waren allemaal gedoopt, ieder van hen, in de Naam van Jezus Christus; maar de Heilige Geest was nog op geen van hen gevallen.

151 Petrus had de sleutels. Hij moest het voor die generatie ontsluiten. Toen hij op weg ging... en de Heilige Geest was nog op geen van hen gevallen, toch waren zij gedoopt in de Naam van Jezus Christus. Petrus ging erheen, hij en Johannes, en Petrus legde handen op hen en zij ontvingen de Heilige Geest.

152 Nu, toen Petrus eens op het dak zat bij Simon de lederbereider, zag hij een visioen. Omdat Cornelius, een heiden... Daar is de Jood, Samaritaan, nu de heiden. En Petrus was op het dak, deed een dutje voor het middageten terwijl zij het middageten aan het bereiden waren, en hij zag een laken dat werd neergelaten. Er zaten allerlei soorten onreine en kruipende dieren van de aarde op. En toen dat gebeurde, hoorde hij een stem die zei: "Sta op, Petrus! slacht en eet."

     Hij zei: "Ik heb nooit iets gegeten dat onrein was."

     Zei: "Gij zult niet onrein noemen wat Ik... of onheilig of onrein noemen wat Ik rein noem." Zie, dat waren de heidenen.

153 En toen hij uit het visioen kwam, stonden er twee mannen bij de poort die hem vroegen mee te gaan. En de Geest vertelde hem: "Sta op, en ga af. Denk nergens aan, ga gewoon met hen mee." Ging naar het huis van Cornelius. Hij verzamelde...

154 Cornelius was een hoofdman over honderd en hij had al de zijnen samengeroepen. En zij waren daar allen binnen en Petrus legde aan hen uit wat er gebeurd was. En Cornelius vertelde hem dat hij een engel had gezien die hem verteld had op te gaan en naar ene Simon te vragen, bij het huis van een man, Simon de lederbereider. En terwijl Petrus deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op hen die het Woord hoorden. Petrus zei: "Kunnen wij het water weren, ziende dat zij de Heilige Geest ontvangen hebben, zoals ook wij?" En hij beval dat zij zouden gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus.

155 Nu Handelingen 19, als u wilt... Dat is Handelingen 10:49 daar, zuster, als u het wilt opschrijven. Zie? Handelingen 10:49. In orde. Handelingen 10:47 tot en met het einde van het hoofdstuk: lees het.

     En toen zij nu tot Handelingen kwamen, Handelingen 19, daar wordt de doop opnieuw genoemd. Paulus... Nu, dat maakt dat iedereen...

156 Nu, de enige keer dat de doop ooit werd toegepast, was eerst door Johannes de Doper. Zij werden daarginds gedoopt. Zij... Nu, maar zij waren niet gedoopt in de Naam van Jezus want zij wisten nog niet wie Hij was. Zie? Nu. Maar nu, toen Jezus in Mattheüs 28:19 zei: "Doop in de Naam van Vader, Zoon, en Heilige Geest", en die uitspraak gaf aan de man waaraan Hij de sleutels had gegeven, die de openbaring had van wat het precies betekende, geopenbaard vanuit de hemel...

157 Dat is wat u nu precies krijgt, de openbaring vanuit de hemel om het recht te zetten. Het zal het doel raken als u er slechts precies bij blijft. Het is helemaal goed scherpgesteld. Dan zal het doel treffen. Petrus had het visioen scherpgesteld. Dit doet dat ook. Het brengt het regelrecht terug in lijn. Het geweer schiet nu waar het behoort te schieten. Zie?

158 Nu, Paulus was toen de apostel aan de heidenen. Klopt dat? Hij was de heiden... Want God had hem naar de heidenen gestuurd. Nu, hier... Iedereen werd toen gedoopt in de Naam van Jezus Christus. Eenieder. Werden de Joden gedoopt in Jezus' Naam? Handelingen 2:38. Samaritanen, Handelingen 8. Werden zij gedoopt in Jezus' Naam? In orde. De heidenen? In Handelingen 10:49 werden zij gedoopt in Jezus' Naam, nietwaar?

159 Welnu, er liepen daar nog enige mensen rond die niet gedoopt waren in Jezus' Naam, en toch waren zij gedoopt. "Ik denk dat het dan wel oké is. Laat ze maar met rust, want zij zijn gedoopt. Wat maakt het uit? Gedoopt door Johannes." Wij willen, we willen zien of dit van wezenlijk belang is of niet. Prijs God.

160 Toen Paulus in Handelingen 19 de bovenste delen van Efeze had doorgereisd, vond hij enige discipelen. Nu, daar was een jonge Baptistenprediker en zijn naam was Apollo, die... Apollos, liever gezegd. En hij was een briljante man. Nu, Handelingen het negentiende hoofdstuk. En hij was een briljante man, en hij bewees door de Bijbel, als een echte Baptist, dat Jezus de Christus was. Door middel van de Bijbel. En zij hadden daar een opwekking, een grote opwekking.

161 En Paulus was in de gevangenis gezet voor het uitdrijven van een duivel uit een waarzegster. En dus waren hij en Silas... En op een nacht waren zij daar aan het bidden en lofzangen aan het zingen, en de Here kwam neer en schudde de gevangenis neer. Dus toen, nadat hij bevrijd werd en eruit was gegaan, nam hij de hoofdman over honderd en doopte hem en zijn vrouw, naar Paulus' gewoonte... Natuurlijk werden zij gedoopt in Jezus' Naam. En toen, nadat zij hem en zijn familie meegenomen en gedoopt hadden, vervolgde Paulus zijn weg.

162 En hij ging naar Aquila en Priscilla, die tentenmakers waren, zijn vrienden, bekeerlingen tot Christus. En zij hadden deze opwekking hier met deze Baptisten bijgewoond. (Dat leest u in het achttiende hoofdstuk, gewoon het hoofdstuk ervoor.) Dus toen had Paulus de bovenste delen van Efeze doorgereisd. Hij vond enige discipelen. Zij waren discipelen. Zij waren Baptisten, een fijne prediker en alles, door de Bijbel bewijzend dat Jezus de Christus was. En hij zei tegen hen: "Hebt gij de Heilige Geest ontvangen, toen gij geloofd hebt?" [In het Engels: "sinds gij geloofd hebt" – Vert]

163 Nu, hoe graag wilde u, Drie-eenheidsbroeders en zusters dat vroeger de Baptisten voorleggen? Maar ik vraag mij af of wij weer iets terug kunnen leggen. U houdt ervan om te zeggen: "Nu, u Baptisten, ik dacht dat u zei dat u de Heilige Geest ontving toen u geloofde?"

     Paulus zei: "Hebt u het ontvangen sinds u geloofd hebt?"

     En deze mensen waren eerlijk. Ze zeiden: "Wij weten niet dat er een Heilige Geest is."

164 Nu, als het geen verschil maakt, na die doop, waterdoop... Als het geen verschil maakt, waarom stelde deze apostel dan deze vraag? Zei: "Waarin zijt gij dan gedoopt?"

165 O, ze zouden dit gezegd mogen hebben: "Wij zijn gedoopt." Ze zeiden: "Wij zijn gedoopt in de doop van Johannes. En we zijn er heel tevreden mee. Dezelfde man die Jezus Christus doopte, in precies hetzelfde water. Zeker." Als je door Johannes gedoopt was in precies dezelfde waterkuil als waarin Jezus gedoopt was, dan zou je denken dat het best goed zou zijn, nietwaar?

166 Maar onthoud, de sleutels waren in de hemel vergrendeld. Petrus deed het op de dag van Pinksteren. Jazeker. Jazeker. Zie? Het is een geheimenis. Het is nu verborgen. "Zo wat gij bindt op aarde, zal Ik in de hemel binden." Hier is de openbaring. Het kan alleen door deze openbaring komen. Ziet u het zaad?

167 Paulus zei: "Maar dat zal niet meer werken. Hebt gij de Heilige Geest ontvangen sinds gij geloofd hebt?", zei hij.

     Zeiden: "Wij weten niet of er een Heilige Geest is."

     Zei: "Waarin zijt gij dan gedoopt?" Anders gezegd: "Hoe zijt gij gedoopt?"

168 Ze zeiden: "Wij zijn al gedoopt. O, ja, meneer. Ja, meneer apostel Paulus, wij zijn gedoopt. Wij zijn gedoopt door Johannes de Doper, precies daar in dezelfde waterkuil als waarin Jezus Christus gedoopt werd. Als hij goed genoeg voor Jezus was om gedoopt te worden en...?... jongen, ik zeg het je, dan is hij goed genoeg voor mij. Halleluja!"

     Als zij dat hadden gedaan, dan hadden ze het nooit gekregen. Maar Paulus zei: "Hebt u het ontvangen sinds gij geloofd hebt?"

     Zeiden: "Wij weten niet of er een Heilige Geest is."

     Zei: "Waarin zijt gij dan gedoopt?"

     Ze zeiden: "In de doop van Johannes."

169 Hij zei: "Johannes heeft alleen gedoopt tot bekering, zeggende tot het volk dat zij geloven zouden in Degene Die komen zou." Dat is in Jezus Christus. En toen zij dit hoorden, werden zij herdoopt in de Naam van Jezus Christus. Dat brengt deze groep over naar deze groep. En zij legden hun handen op hen, en zij spraken met vreemde talen en profeteerden.

170 Nu, ik zal elk Schriftgedeelte uit de Bijbel nemen, iedere persoon uit de Bijbel die gedoopt werd in de Naam van Jezus Christus. Ik zal iedere man, iedere historicus deze taak geven: als u mij een fractie van de Schrift kunt tonen waarin iemand ooit gedoopt werd in de Bijbel (de nieuwe gemeente, want zij werden niet gedoopt in het Oude Testament maar in het Nieuwe Testament), waar er mensen ooit gedoopt werden in de naam van de Vader, Zoon, Heilige Geest – één plek waar ooit over hen uitgesproken werd 'Vader, Zoon, en Heilige Geest' – dan zal ik toegeven.

171 En als u... en ik zal het u tonen... Als u mij één Schrifttekst kunt tonen waar iemand ooit gedoopt werd in de naam van Vader, Zoon, Heilige Geest, of één stukje uit de geschiedenis waar iemand ooit gedoopt werd... tot de afkondiging of instelling van de Katholieke kerk in 600 na Christus... 325 is het, 325 na Christus. Driehonderdvijfentwintig jaar na de apostelen ging iedereen door met dopen in de naam van de Vader, Zoon, Heilige Geest... in de Naam van Jezus Christus tot 325.

172 En toen maakten zij de organisatie, en in de organisatie... De Katholieke kerk is de moeder van alle organisaties. God richtte nooit een kerk op. Maar daarin vervingen zij de Naam in die van "de naam van Vader, Zoon en Heilige Geest" vanwege de Drie-eenheidsgelovigen. En toen hadden zij een grote groep die zich opstelde als Drie-eenheid, en een grote groep die zich opstelde als Eenheid, welke beide verkeerd waren. Zie? Maar geen... En iedereen die gedoopt wordt en onwetend deze titels van Vader, Zoon en Heilige Geest gebruikt, geeft toe dat zij Katholiek zijn en ontkennen wat de Bijbel zegt.

173 Nu, mijn broeders, en u die naar deze band luistert: "Ik weet, dat gij het door onwetendheid doet." Gooi dit niet gewoon weg, deze vrouwen die dit aan u laten zien, maar u bent het aan uzelf verplicht om te gaan zitten en het te bestuderen en uit te zoeken. Als u niet... Als u een kind van God bent, zult u het zeker goed overdenken.

174 Het Woord des Heren kwam in de oude dagen tot de profeten. De reden dat zij hen profeten noemden, is dat zij de interpretatie van het Goddelijke Woord hadden; omdat zij door God waren gezonden, en de tekenen en wonderen die hen volgden, bewezen dat zij het waren. God heeft in Zijn Schrift gezegd: "Wanneer er een profeet onder u is, en hij zegt dingen die niet juist zijn, die niet komen te geschieden, vrees hem dan niet. Maar als het wel komt te geschieden, hoor dan naar hem, want Ik ben met hem." En precies dat woord profeet betekent 'een goddelijke uitlegger van het Goddelijke Woord'. De tekenen en wonderen die het Woord manifesteren, zijn een teken dat het gekomen is. Nu, wij geloven dat de gave van profetie die de woorden verbindt hetzelfde is als...

175 Nu, niet lang geleden... en misschien luistert dezelfde man op een dag naar deze band, dat ik... dat dit plaatsgevonden heeft. Het was broeder Scism van de Eenheid. Nu, u... Veel van u mensen die hiernaar luisteren, zouden misschien zeggen: "Broeder Branham is een Eenheidsgelovige." Dat ben ik niet. Ik denk dat u beide fout bent: zowel Eenheid als Drie-eenheid. Niet om met u van mening te verschillen, maar het is altijd het midden van de weg.

176 Zoals Jesaja zei; in Jesaja 35 staat: "Er zal een verheven baan zijn." En u Nazarenerbroeders enzovoorts zegt: "De geweldige, oude, verheven baan van heiligheid." Excuseert u mij. Er staat niet de verheven baan van heiligheid.

177 Er staat: "Er zal een verheven baan zijn en..." (en is een voegwoord) "en een weg, welke de weg der heiligheid genoemd zal worden." Niet de verheven baan van heiligheid. De baan is in het midden van de weg. De afgevallenen worden gevonden aan beide kanten van de weg. Dat is waar u Eenheidsbroeders naar één kant ging, de Drie-eenheid ging naar de andere kant, maar de ware boodschap ligt in het midden van de weg.

178 Nu, let hierop. Als u het nu wilt begrijpen, ik zet hier drie dingen neer. Nu, ik neem dit als wat Mattheüs zei, om u te tonen dat beide mannen hetzelfde zeiden. Maar ten eerste, de Drie-eenheidsmensen door... Ik vind het vervelend om dit te zeggen en wil het niet zeggen, maar ik wil niet zeggen 'door onwetendheid', zoals de Bijbel zei, maar ik geloof dat door misinterpretatie... u kunt het niet juist laten worden, broeders. U zult het nooit juist laten worden. Dat kan het niet totdat u terugkomt tot de openbaring, en dan is de hele Schrift juist.

179 Nu, kijk hier, mijn zusters, en u broeders die aanwezig bent: Mattheüs zei "Vader, Zoon, Heilige Geest". Nu, als u allen de Emphatic Diaglott van de Griekse vertaling neemt [een vertaling van het Griekse Nieuwe Testament naar het Engels – Vert], de originele Griekse vertaling van het Vaticaan; het is dat ik er een heb; hij wordt niet meer gepubliceerd, geloof ik – of welke Griekse vertaling dan ook; de juiste vertaling van Handelingen 2:38 is... Petrus zei: "Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus." In de King James vertaling staat gewoon "in de Naam van Jezus Christus", maar in de Emphatic Diaglott staat "in de Naam van de Here Jezus Christus".

180 Nu, wanneer u, Eenheidsbroeders, slechts doopt in de Naam van Jezus... er zijn vele Jezussen, maar er is slechts... Hij werd geboren als Christus, de Zoon van God. Dat is Zijn Naam, dat is wat Hij is. Christus betekent de 'Gezalfde'; Messias, Christus. Nu, Jezus, acht dagen later werd Hem de Naam Jezus gegeven, toen Hij werd besneden. En Hij is onze Here. Dus Hij is onze Here Jezus Christus. Dat is wat Hij is.

181 Nu, opdat u zult zien dat Petrus de openbaring had die ik aan u probeer te vertellen, kijk nu hiernaar, naar deze bakjes aan deze kant: Vader, Zoon, Heilige Geest. Dat is wat Mattheüs zei. Tien dagen later zei Petrus "Here Jezus Christus". Nu, kijk maar of deze drie titels niet drie namen, of de ene Naam van de drie titels is.

182 Nu, kijk. Mattheüs zei Vader. Is dat juist? Maar Petrus zei Here. Nu, David zei: "De HERE heeft tot mijn Here gesproken." Nu, zij zeiden beide hetzelfde daar, nietwaar? "De HERE, uw God, is een enig God" is waar.

183 In orde. Nu, Petrus zei: "In de Naam van de Here" en Mattheüs gaf een titel aan die Here, welke Vader was. Here is wat Hij is. In orde.

     Mattheüs zei Zoon. Wie is de Zoon? Jezus, zei Petrus. Klopt dat?

     In orde. Nu, en Mattheüs zei Heilige Geest. Petrus zei Christus, wat de Heilige Geest is, de Logos die uit God ging.

184 Zie, Vader, Zoon, Heilige Geest is de Here Jezus Christus. De hele zaak, precies: de Here Jezus Christus. Dus dat zijn titels en niet... Dat is het.

     Nu, ik zou willen dat we langer hadden om erop in te gaan, maar het wordt laat. Kunnen we buigen... voor een moment bidden?

185 Onze hemelse Vader, Gij weet dat wij niet proberen te... hier iets proberen te zeggen om iemand in verwarring te brengen. Vader God, wij proberen verwarring uit hun gedachten weg te halen. En ongetwijfeld zullen er lieflijke, fijne Christenbroeders en predikers, Drie-eenheidsgelovigen zijn, die dit zullen horen. Onze zusters zouden het kunnen afspelen voor hun voorganger. En ik bid, Vader, dat U mijn broeders niet laat denken dat ik een betweter probeer te zijn of zoiets. Maar, Here, ik ben dankbaar dat U ons de openbaring van het Woord geeft.

186 En ik heb geprobeerd als een Christenbroeder voor hen te zijn, het nooit onder de mensen te benoemen, maar gewoon door te gaan, omdat ik geloof, Here, dat zij Uw kinderen zijn. Maar zij, zij vinden deze schijnbare tegenstellingen in de Bijbel, en ze hebben er een grote strijdvraag van gemaakt. De Assemblies wilden niet omgaan met de Eenheid; de Eenheid werd genoemd... zoals we nu weten doordat wij het hoorden in deze bijeenkomst, in de contacten met enige van deze broeders. En dat hebben we in elke samenkomst.

187 Maar, Here, wij weten dat zij allen Uw kinderen zijn, maar zij hebben er een grote strijdvraag van gemaakt en hebben zich teruggetrokken en zich afgesneden. De Assemblies willen niets met hen te maken hebben, en zij willen niets met de Assemblies te maken hebben, met de Churches of God, enzovoorts. En door dat te doen, Vader, besef ik dat ieder van hen grenzen om zich heen trekt en vast komt te zitten en georganiseerd. En wat deed U met beide organisaties: legde ze op de plank, en zij zijn beide stervende, en zo goed als dood.

188 Laat eerlijke mensen het zien, Here. Ik kan hun ogen niet openen. U bent de Enige Die dat kan doen. Ik stel Uw waarheid voor door een openbaring van Jezus Christus, welke de woorden verbindt – Gods Woord – en het het ware Woord maakt. Ik bid dat zij het niet verkeerd zullen begrijpen, maar dat zij U zullen liefhebben en U voor de rest van hun leven zullen dienen en wandelen in het licht. Sta het toe, Here.

189 Ik bid voor deze vrouwen. En ik bid dat iedereen die dit ziet, niet zal veroorzaken dat zij in verwarring worden gebracht, maar dat men zal veroorzaken dat zij zullen hongeren en dorsten naar meer van Gods openbaringen. Sta het toe, Vader.

     Ik geef dit nu aan U over in Uw handen, en doet U ermee wat U goeddunkt. In Jezus Christus' Naam. Amen.