Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Weest niet bevreesd, Ik ben het

Door William Marrion Branham

1 Het is zo goed om vanavond weer hier te zijn. We hadden gisteren gewoon een wonderbare tijd, en ik heb vandaag de hele dag geteerd op de atmosfeer van de samenkomst van gisteren. Daarom ben ik blij om vanavond in de dienst van de Here te zijn. Nu, met zoveel wachtenden, of liever gezegd die staan, ik zou beter die staan moeten zeggen, dat... het spijt ons dat wij niet voldoende ruimte hebben om te zitten, maar we weten dat, als u slechts een poosje geduld met ons wilt hebben, de Here u zeker zal belonen. Ik hoop dat Hij dat doet, en ik ben er zeker van dat Hij dat zal doen, omdat Hij altijd degenen beloont die geduldig zijn en... "Zij die wachten op de Here zullen hun kracht vernieuwen, en zij zullen opvaren met vleugels als van een arend."

     Welnu, de laatste paar avonden, of dagen, predikte ik gewoon wat tot u en had kleine gebedsrijen, enzovoort. Ik geloof dat ik het vanavond aan de zieken verplicht ben om voor de zieken te bidden, omdat er hier zoveel zijn, en ik zei tegen de jongens om vanmiddag wat gebedskaarten uit te geven. Ik veronderstel dat zij dat deden, is het niet? Deden zij dat? Dat is fijn, goed. Wij zullen... Dank u, broeder Gene. We zullen hen binnen een paar ogenblikken oproepen.

     Ik vroeg broeder Moore om vanavond voor mij te spreken. Dan zou het enige wat ik te doen heb, is om binnen te komen en voor de zieken te bidden. [Iemand zegt iets – Vert] Hebt u dat gedaan? Wil iemand een baantje om mij op te volgen, om in plaats van mij te gaan spreken? O, rondom op de...?... [Broeder Branham lacht.] O my. Wel, ik ben...

2 Deze zakdoeken hier die hier naartoe werden gezonden om over te bidden; nu, wij geloven eerbiedig in het bidden voor deze doekjes. Want wij weten dat dit een Bijbelse leer is om over deze doekjes te bidden. Nu, veel mensen zalven ze met olie en sturen ze terug naar de patiënten. Wij versturen er maandelijks duizenden van rondom de wereld. En als u er hier geen een hebt, als u gewoon naar ons kantoor wilt schrijven, wel, dan zullen wij het zeker gratis naar u toezenden, geen kosten voor iets wat wij doen. Dus...

     In de Bijbel – als u mij wilt verdragen – ik geloof dat het Schriftuurlijk is, bad Paulus er nooit over of zalfde ze, zij namen ze van zijn lichaam. Ik geloof dat Paulus Schriftuurlijk was, denkt u ook niet? Wilt u graag weten waar hij dat vandaan haalde? Op een keer zei Elia tot Gehazi, toen er een baby gestorven was: "Neem mijn staf en ga en leg hem op het kind." Nu, Elia wist dat de Heilige Geest op hem was en dat alles wat hij aanraakte, gezegend was. En hij zei: "Neem deze staf en leg hem op de baby." Ik denk dat het daar vandaan komt dat Paulus het idee kreeg van het leggen... zakdoeken en doeken van zijn lichaam te nemen, omdat ik denk dat Paulus niets zou doen wat onschriftuurlijk is. Dus hij verzond...

     Nu beseffen wij dat wij geen Paulus zijn. Maar Hij is nog steeds Jezus. Zie? Hij is nog steeds God. Dus God, zonder onderscheid des persoons, zendt u herders en evangelisten en dingen langs, zodat u hetzelfde geloof zou mogen hebben in dezelfde God Die Paulus vertegenwoordigde. En als wij dan dezelfde bediening hebben die Paulus had, dan zullen dezelfde dingen in onze bediening plaatsvinden, plaatsvinden... die plaats vonden in Paulus' samenkomsten.

3 Nu, net voordat wij... of vanavond voordat we beginnen met het bidden voor de zieken, wil ik handen op deze zakdoeken leggen en voor ze bidden. Dikwijls... Ik heb foto's gekregen van Zuid-Afrika – u zult ze kunnen vinden in de boeken daar – waar zij, geloof ik, zestien of achttien jutezakken vol hadden staan. Voor één avonddienst enorm grote, wat wij jutezakken noemen zoals ik veronderstel, vol gestouwd met zakdoeken en brieven en van alles. En een van de verslaggevers zei: "Broeder Branham is erg bijgelovig, hij bad over doekjes", zakdoeken. Zij kennen de Schrift niet, dat is alles. Het zijn lieflijke mensen, maar zij begrijpen het gewoon niet. Dat is de wijze met wat er vandaag aan de hand is; het zijn allemaal fijne mensen maar dikwijls begrijpen zij het gewoon niet. Dus wij moeten dat verdragen.

4 Maar we zijn blij om op welke manier dan ook te kunnen bedienen. Nu, als u naar Jeffersonville schrijft, vertel hun dan dat het een doekje zal zijn waarover gebeden is. Ik kan geen zakdoek sturen; die zijn te duur. In een maand tijd verzenden wij er duizenden van. Ik neem een lint en knip dat af en bid over deze strookjes. Vervolgens is er een zuster in Illinois die kleine doekjes voor mij maakt, ongeveer zo groot, niet erg duur, o, ik ben vergeten wat zij er voor honderd betalen. En wij krijgen ze aan in geweldig grote dozen en ik neem deze en bid over ze. En dan hebben wij een brief opgesteld; we hebben een gebedscirkel rondom de aarde. De hele aarde is hiermee ingesloten. We hebben meer wonderen gedaan zien worden door deze doekjes dan wat wij precies in de samenkomst hebben, omdat wij meer mensen bereiken.

5 Ik zou dit graag vertellen. Ik weet dat het veel van uw tijd neemt, maar een paar dagen... o, het zijn niet een paar dagen, een paar... ongeveer twee jaar geleden was er een van naar Duitsland gezonden en op de brief bij het doekje stond: "Als uw herder een gelovige is, roep hem. Als u enige zonde gedaan hebt, belijd het en maak alles in orde. God zal niet genezen dan alleen onder condities. Zie? Dus roep uw herder bij u en als u iets verkeerds hebt gedaan, belijd het. De Bijbel zegt: 'Belijd elkander uw fouten; bid voor elkaar opdat u genezen mag worden. Want het vurige, aanhoudende gebed van de rechtvaardige vermag veel.'" En ik zei: "Als u hebt... als u geen herder hebt die in genezing gelooft, heeft u misschien een buurman die in genezing gelooft, een of ander lid van de kerk, iemand waartegen u kunt praten en waarin u vertrouwen hebt."

     En deze kleine Duitse vrouw riep een buurvrouw bij haar en ze zei: "Als ik ook maar iets verkeerds gedaan heb, ben ik gewillig om het goed te maken; ik weet er niets over." Zij had als een invalide gedurende twintig of meer jaren in een rolstoel gezeten. Dus baden zij en namen het zakdoekje uit de brief en legden hem op de kleine Duitse vrouw, en op de achterkant van de bladzij stond de vertaling van haar getuigenis dat ze gaf, ze zei: "Nu, ouwe duivel, je bent lang genoeg in mij geweest, ga er dus uit." Zij stond gewoon op uit die rolstoel en begon te lopen. Nu, dat is het gewoon. Ja zeker. "Ouwe duivel, je hebt mij lang genoeg vastgehouden. Nu, ga uit mij", en zij ging rechtop staan en wandelde weg. Nu, dat is gewoon hoe eenvoudig het is. [De samenkomst verheugt zich – Vert]

6 Broeder Jack Moore en ik waren op een van onze eerste zendingsreizen naar het westen (heb daar al een lange tijd niet aan gedacht), waar wij voor de Indianen daar in San Carlos baden. Ja, zat u daaraan te denken? Wel, misschien wil de Here dat ik daar iets over vertel. We waren daar bij de Spaanse mensen geweest – de eerste keer dat ik ooit voor Indianen had gebeden – en daar waren een alcoholist en iemand met tuberculose die in de samenkomst in Phoenix kwamen, in het Byrd High School Auditorium. En toen ik zag hoe zij deze Indianen op het podium brachten, waar mijn hart hoe dan ook altijd naar uitging, naar deze Indianen... Wel, ik denk dat zij er bekaaid vanaf gekomen zijn, uit deze Amerikaanse situatie. Dus toen... zodat.... Ik vroeg de Here of Hij deze twee Indianen wilde genezen, ze definitief zou genezen, en dan zou ik teruggaan naar het reservaat. Voordat ik naar Californië ging, was er iemand daar die mij liet weten dat zij beiden genezen waren.

     Dus moesten wij naar het reservaat teruggaan en ik herinner het mij toen ik daarheen ging en tot deze Indianen sprak, deze Apaches, grote, forse, sterke mensen die daar overal in het rond zaten. En ik zei: "Nu, ik weet hoe u zich moet voelen." Ik zei: "Ik denk dat het verkeerd is om miljarden dollars overzee te sturen om vliegtuigen te bouwen en bommen te maken en die terug te laten komen om ons daarmee op te blazen (dat is waar), als duizenden van deze Indianen ieder jaar op de prairie van honger sterven." Het is een vlek op onze vlag om zoiets te doen. Tenslotte behoort dit land aan hen; wij hebben hen gewoon teruggedrongen. Wat zouden wij ervan denken als de Japanners hier zouden komen en ons weg zouden duwen, of zoiets dergelijks? Hetzelfde gevoel. Onthoud dat zij mensen zijn.

7 Ik zei: "Ik kan daar helemaal niets aan doen. Ik ben maar één Amerikaan; ik ben slechts één persoon die net als u stemt en dezelfde rechten heeft die u en allen hebben", maar, zei ik, "ik ben hier niet om over deze natie te spreken. Ik ben hier om u over Iemand te vertellen Die u een eerlijke zaak wil voorstellen: dat is Jezus Christus."

     En ik herinner mij dat, toen wij de gebedsrij opriepen... een Indiaan is een eigenaardige kerel, weet u, dat er dus niemand in de gebedsrij kwam. Gewoonlijk heb je een grote groep zaalwachters nodig om ze terug te vechten. We riepen de gebedsrij op; niemand kwam. Ik keek naar broeder Jack, en hij keek naar mij. Uiteindelijk ging de vertaler weg... Wat was de naam van die vrouw daar die daar die zendingspost had op die... Ik geloof dat zij tot de Assemblies of God behoorde, ja; ik ben nu haar naam vergeten. Maar hoe het zij, ik stond bovenaan de trap van haar kerk... Wat? Mitchell, mevrouw Mitchell. Velen van u Assembly of God mensen weten daar misschien van. En zij... Wij stonden buiten bovenaan de trap met luidsprekers, en het leek precies op de dagen van de oude huifkarren om ze daar in het rond te zien zitten terwijl de zon onderging. En al de oude opperhoofden en de kleine Indianen zaten erbij, in groepjes, overal langs die San Carlos rivieroevers.

8 En toen, na een poosje, deze vertaler had alle tijd om iets te doen, weet u, dus was hij naar binnen gegaan en bracht een Indiaanse vrouw mee. Wel, zodra zij daar kwam... een grote forse vrouw, met brede polsen, die geen woord Engels kon spreken. Ze keek mij recht aan. Ik sloeg haar daar een paar ogenblikken gade; ik zei: "De vrouw heeft een geslachtsziekte. Het is niet omdat zij immoreel is, maar door de manier waarop zij moest leven." En zij keek mij heel vreemd aan, en die vertaler gaf dat aan haar door en zij knikte met haar hoofd: "Dat is waar."

     Dus de tweede die naar buiten kwam, was een klein meisje, en zij hield haar hoofd naar beneden. En ik zei: "Nu, dit kleine meisje behoort tot een van de belangrijke stamleden, en zij had koorts en het maakte haar doof en stom. Zij is twee jaar doof en stom geweest; zij heeft niet gesproken of ook maar iets gehoord." Ik zei: "Nu, u kent dit kleine meisje allemaal omdat zij hier precies tot de reservaten behoort." Ik zei: "Wel, Jezus Christus houdt van de Indianen; Hij wil de Indianen genezen." Legde mijn handen op, en ik dacht: "Here..." Ik zei: "Vertaal dit niet." En dus bad ik: "Here, geef mij gunst bij deze mensen." En ik bad voor het kleine meisje en kwam naar haar toe. En als u ooit de Apache taal gehoord hebt, o my... Dus ik zei: "Hoor je mij?" Zij keerde zich om en keek mij aan met dat zwarte haar en haar kleine vuile gezichtje, en ik zei: "Hoor je mij?"

     Ze zei... [Broeder Branham imiteert het spreken van het meisje – Vert]

     En ik zei: "Zij zal beter gaan praten."

     En haar moeder keerde zich om en zei: "Hmmm, haar praten heel goed nu." [De samenkomst lacht – Vert]

     Dus zei ik: "Wel..."

9 En de volgende was een kleine jongen; zij duwden hem dat gebouwtje uit. Zijn haar was zo grof als de manen van een paard, hield zijn hoofd gebogen, en ik zei: "Wel..." Ik liet de kleine jongen naar mij kijken; ik zei: "Hij heeft loense ogen, is het niet?" En de moeder was wat ruw en zij greep hem bovenop zijn hoofd en trok zijn haar naar achteren, trok zijn ogen open en zijn oogjes stonden ongeveer zo. Ik zei: "Ik vraag mij af of ik kon krijgen..." Hij was bang voor mij. Ik had een stukje kauwgom en ik maakte vrienden met hem; liet hem eraan ruiken, weet u, hij hield zijn hoofd naar beneden, liet hem eraan ruiken, en deze loense oogjes keken om zich heen. Ik tilde hem op en nam hem in mijn armen en ik dacht: "God, als U mij ooit geholpen hebt, laat het dan nu zijn. Als ik alleen maar hun gunst mocht winnen dan zullen zij geloven." Zie? Ik hield hem tegen mijn kleine schouder... zijn hoofdje op mijn schouder en ik zei: "Here, ik bid dat U zijn ogen recht wilt maken." Ik zei: "Nu, hef uw hoofden omhoog." Ik zei: "Welnu, voordat ik het kind van mijn schouders laat afgaan, als zijn ogen niet recht staan, dan ben ik een valse profeet. Als zijn ogen recht staan, geloof dan dat ik gekomen ben met een boodschap van Jezus Christus voor u." Ik draaide hem zo om, en over een gebedsrij gesproken, daar volgde een stormloop! Stof vloog in het rond en iedereen probeerde... Wel, wij konden niet komen... Niemand kon in de rij komen, zij vochten en duwden en schreeuwden en sprongen over elkaar heen. En dus...

10 In feite was de volgende een oude Indiaanse vrouw die van achterin kwam, en daar was een tamelijk brutaal, ongeveer achttien jaar oude jongen die gewoon over alles heen klom; hij was nogal sterk; hij kwam als volgende in de rij. En ik zei: "Zoon, jij... jij bent niet de volgende, deze oude vrouw is de volgende." Ik kon het hem niet aan zijn verstand brengen. En broeder Jackson, zelf ook nogal stevig gebouwd, weet u, een timmerman, pakte de knaap beet en trok hem opzij.

     Hier kwam die oude Indiaanse vrouw; ik zal dat nooit vergeten zolang ik leef. Haar krukken waren gemaakt van twee bezemstelen met wat... een stukje hout er bovenop vastgespijkerd en er waren vodden omheen gewikkeld om het zachter te maken. En zij kon niet... Het moet een toestand van een artritis zijn geweest, en zij stak deze twee stokken naar voren. Zij zag eruit alsof ze op z'n minst tachtig was. En zij stak deze stokken naar voren, en dan deed zij een stap en dan... dan zou zij de andere neerzetten... Ik stond gewoon heel stil en zij liep zo recht op mij af en zij schudde zo op deze manier, en zij keek zo naar mij op. O my. Ik zag dat oude gevlochten haar, grijs, weet u, en deze oude diepe rimpels op haar wangen, en de tranen zochten zich er een weg doorheen zoals de rivier daar, liepen naar beneden en vielen zo van haar gezicht af, en ik dacht: "Iemands moeder... Ongetwijfeld heeft daar die oude zwakke gerimpelde hand de tranen van heel wat huilende baby's weggeveegd; de ontberingen waar zij doorheen is gegaan." Zij stond daar gewoon en keek naar mij en deed nooit haar mond open om iets te zeggen. Plotseling begon zij te glimlachen, reikte naar beneden en greep een van de krukken, en met de andere hand de andere, overhandigde ze aan mij en liep daar weg net zo goed als ieder ander, geen gebed of niets, zij geloofde gewoon. Denk eens in... [De samenkomst prijst God – Vert]

11 En het was ongeveer... ik vermoed dat het tegen zonsopkomst was, ik was daar de hele nacht gebleven, het was ongeveer vier uur, 's morgens om vier uur, vanaf 's middags daarvoor vóór zonsondergang. Wij hadden de hele nacht gebeden tot vier uur de volgende morgen. Ik bemerkte dat al de Indianen die binnenkwamen tot zo hoog helemaal nat waren. Ik zei: "Wat is er met hen aan de hand?"

     En ze zei: "Wel, in het begin dachten zij dat u vals was", maar, zei ze, "de doorwaadbare plaats is een heel eind verderop." Maar ze zei: "Zij liepen snel naar de prairies en haalden hun geliefden op en zij waadden te middernacht door de rivier om hun geliefden mee te dragen om voor gebeden te worden."

     Zij zullen in het oordeel opstaan met de generatie van blanke mensen om hen te eniger tijd te veroordelen, want sommige van deze mensen willen zelfs hun schaduw niet laten vallen op de deur van een samenkomst.

12 En zo herinner ik mij daar nog een voorbeeld van, ik... Neem mij niet kwalijk dat ik de tijd neem, maar "geloof komt door het horen". Wij overwinnen door de woorden van ons getuigenis. En dit was een zeer buitengewoon geval. Er was een oude Indiaan, zij hadden een plank ongeveer zo groot, en er zaten vier stokken aan deze plank, want zij hadden geen veldbed om de oude kerel op te leggen, daarom lieten zij hem zijn armen hierop leggen – net zo grijs als hij maar zijn kon – en zijn knieën over het andere deel van de plank. En er waren twee grote flinke kerels die hem droegen, net zo nat als zij maar konden zijn. En ik zei tegen een van de kerels – hij was de volgende van de rij die eraan kwamen – ik zei: "Spreekt u Engels?"

     "Een beetje."

     Ik zei: "Bent u niet bang dat u longontsteking krijgt?"

     "Nee." Zei: "Jezus Christus zorgt voor mij; ik bracht mijn vader. Hmmm."

     Ik zei: "Gelooft u dat Jezus Christus uw vader zal genezen?"

     "Ja; dat is waarom ik hem gebracht heb."

     Zei: "Goed." Liet hem langskomen. Ik zei: "Laat hem langskomen." Ik legde alleen mijn handen op de oude kerel die daar lag met dat gevlochten haar en zo schudde, weet u. Ik legde mijn handen op hem; ik zei: "God, wees genadig voor hem; genees hem om Christus' wil." "Neem hem mee." Ik zei: "Laat de volgende komen." Zo kwamen ze voorbij. Na een paar minuten hoorde ik daarbuiten een grote emotie onder deze Indianen; je kon zover niet kijken of je zag de lichten van de Indianen. Toen ik daarheen keek, zag ik de oude man weglopen met de plank op zijn eigen schouder, zwaaiend naar iedereen.

13 Zie? Wij proberen het te gecompliceerd te maken. Wij schieten ons doel voorbij om het te vinden. Zie? Wij proberen er een bepaald geheimzinnig iets van te maken, terwijl het zo eenvoudig is. Hoe eenvoudiger u bent, hoe beter u af zult zijn. Spring er niet bovenop om te proberen uzelf erin te duwen; ontvang het gewoon, zo eenvoudig is het. U springt er overheen als u het probeert. Dat is wat onze theologen doen: springen er overheen als ze proberen te ontdekken wat precies naast ze zit. Zie? Zo eenvoudig. De Bijbel zei dat zelfs een dwaas niet zou dwalen. Dat is juist. Het is zo eenvoudig, het Evangelie.

14 O, ik vertel u... als wij naar de andere kant zijn overgaan, dan vraag ik mij gewoon af wat het zal zijn als wij daar aankomen. Hier... Een vliegtuig kan stoppen, iemand aan boord zegt: "Broeder Branham, ik leed aan zus en zo toen..." Hier op het treinstation, daar... Ik was heel hoog in noordelijk Brits Columbia, was daar na een samenkomst op een jachttocht geweest. En ik had zo'n lange baard en ik had gedurende vier weken geen bad genomen, ik rook als het paard, en ik was gewoon... We hadden ginds eenentwintig stuks paarden en daarom moesten we de hele tijd bij die paarden blijven, en ik kwam uit het gebied en trok de zadeltassen omhoog, met een oude neerhangende hoed op vanwege deze regens en sneeuwbuien, met grijs wordende bakkebaarden van ongeveer zo lang, en net zo vuil als ik maar zijn kon. En we stopten bij een kleine plaats, East Pines genaamd, ver weg hoog in noordelijk Brits Columbia, aan de Hallocane Highway.

     En ik zag enige Indianen aankomen met deze witte mocassins aan die daar zo liepen, en ik zag een kleine vrouw met een rood gezicht die naar mij bleef kijken. Ik wist niet of zij een Eskimo of Indiaanse was. Zij bleef zo naar mij kijken. En ik keek gewoon om mij heen. Ik begrijp niet hoe zij ooit mijn gezicht heeft kunnen zien met een baard die alle kanten uitstak. Ik trok de tassen omhoog en ik voelde dat iemand mij op de schouder tikte. Ik keerde me om en ze zei: "Neem me niet kwalijk, bent u broeder Branham?"

     Ik zei: "Ja, mevrouw." Ik zei: "Hoe kon u mij ooit herkennen?"

     Ze zei: "Ik zag uw foto."

     Ik zei: "Waar?"

     Ze zei: "De hondenslee komt eens in het jaar voorbij, en die bracht uw boek, genaamd: 'De profeet bezoekt Afrika.'"

15 Heeft u ooit van broeder Rasmussen gehoord? Hij verloor zijn autosleutel en ik ging naar Dawson Creek. O, het is een grote stad met ongeveer vijfhonderd of zeshonderd mensen. En precies bij het begin van de Hallocane Road zag ik een uithangbord van een grote sleutel, en ik zei: "Misschien kan ik de man een sleutel laten maken." Daar stond een oude verzuurde man, o my, en zijn gezicht, zijn neus was bijna net zo dik als het eind van mijn hand, opgezwollen, rood, met een grote parka aan, en ik vroeg aan deze man: "Kunt u een sleutel voor een auto maken?"

     Hij zei: "Nee meneer, dat kan ik niet."

     Ik zei: "Dank u." Ik liep naar buiten; ik voelde dat iemand mij ronddraaide. Keek en dit... het leek op kleine oogjes die daar achterin al dat bont zaten. Die man keek mij recht aan en hij zei: "Ja, ik geloof dat ik het juist heb."

     Ik zei: "Wat bedoelt u, meneer?"

     Zei: "U bent broeder Branham, is het niet?"

     Ik zei: "Ja meneer. Waar kent u mij van?" Hij begon gewoon te huilen, de tranen stroomden langs die baard, omhelsde mij zo. Hij zei: "Ik ben uw broeder." Hij zei: "Ik kreeg een van uw boeken. Ik heb zeven of acht hutten langs mijn vallen. Het kost mij twee weken om er langs te gaan met een hondenslee." Zei: "Vele avonden knielde ik neer bij het kaarslicht van een oude vetkaars daarbuiten in die plaatsen en bad voor u." Hij zei: "Ik kreeg de doop met de Heilige Geest." Hij zei: "Ik ben uw broeder."

Als wij allen naar de hemel gaan,
Wat een dag van juichen zal dat zijn.
Als wij allen Jezus zien,
Zullen wij zingen en juichen van overwinning.

     Zullen wij dat niet? My, my. Rondom de wereld, overal heeft God Zijn kinderen. Ga op een stoomboot en begin ergens...

     Ik was daar in Jamai... O, ik stop gewoon, dat is... we zouden gewoon kunnen blijven staan en getuigen. Waar zij ook zijn, wat voor levenswandel ook, ergens heeft iemand gehoord over de kracht van God om de zieken te genezen.

16 Ik wens vanavond niet... Ik zal niet gaan prediken omdat ik vanavond voor de zieken wil bidden. Maar om u gewend te doen raken aan de... aan de samenkomst voor de volgende vijftien minuten of zo, wil ik uw aandacht vragen voor een Schriftplaats in Mattheüs, het veertiende hoofdstuk en het zevenentwintigste vers. En ik zou nu willen dat u zo eerbiedig als maar mogelijk is, wilt zijn. Zie? Luister nu en neem de woorden in u op.

     Hoe velen hier zijn nooit tevoren in een van de samenkomsten geweest, laat uw handen zien. O my, wij zouden niet allemaal in één keer in één plaats kunnen zijn, dat is... Dus bijna de helft van de groep is nooit tevoren in de samenkomst geweest. Wij verwelkomen u hier zeker, mijn pelgrim broeder en zuster. Wij zijn medeburgers met u in dit grote Koninkrijk van God en verheugen ons in Zijn economie van de tegenwoordigheid van God en de doop met de Heilige Geest. Ik...

     Hoewel ik voor de zieken bid, claim ik niet een genezer te zijn; er is slechts één Genezer; dat is God. En wij worden slechts gezonden als Zijn dienstknechten. Maar ik claim dat Jezus Christus nu direct komt. Ik kijk naar Hem uit. Als Hij vanavond niet komt, zal ik morgen naar Hem uitzien. Als Hij deze week niet komt, zal ik de volgende week naar Hem uitzien. Als Hij dit jaar niet komt, zal ik volgend jaar naar Hem uitzien. Ik wil gereed zijn als Hij komt.

17 En ik geloof dat Hij beloofde: "Zoals het was in de dagen van Sodom, zo zal het zijn bij het komen van de Zoon des mensen." En wij bemerken dat in Sodom de... dat er zondaren, een troep zondaren, Sodomieten, waren. Vervolgens was er een groep Christenen, lauwwarme gelovigen die onder hen woonden en de kerk vertegenwoordigden: Lot en zijn familie, heiligheidsmensen, de zonden van de stad kwelden zijn rechtvaardige ziel... Dan was er een uitverkoren groep die Abraham had, de uitgeroepenen. En ieder van hen ontving een teken. En ik geloof dat het teken dat de Engel van de Here deed – daar gemanifesteerd in het vlees – het teken was van de manifestatie van Christus in Zijn gemeente in de laatste dagen.

     Nu, Jezus zei in Johannes 14:12: "De werken die Ik doe, zult gij ook doen." Hij zei ook: "Een kleine tijd en de wereld (de wereldorde) zal Mij niet meer zien; maar gij zult Mij zien (de gemeente, de gelovigen, de uitgeroepenen, de uitverkorenen), want Ik ('Ik', niet iemand anders maar 'Ik', persoonlijk voornaamwoord), Ik zal met u zijn, zelfs in u tot het einde der wereld." In Hebreeën 13:8 staat: "Jezus Christus is Dezelfde gisteren, vandaag, en voor eeuwig." Als Hij dan Dezelfde vandaag is zoals Hij toen was, dan is Hij dezelfde Redder, dezelfde Genezer, dezelfde Hogepriester, dezelfde Here, dan is Hij Dezelfde Die Hij toen was, alleen in plaats van in een lichamelijk lichaam, genaamd Jezus, te zijn, leeft God in Zijn gemeente, uw lichaam, mijn lichaam, dat Hij heiligde met Zijn eigen bloed, zodat Hij ons zou mogen reinigen door het wassen van het water door Zijn Woord om God een gemeente aan te bieden zonder vlek of rimpel. Opdat Hij... "De werken die Ik doe, zal hij doen... Deze tekenen zullen hen volgen die geloven", het bovennatuurlijke.

18 Goed, in Mattheüs 14:27:

     Maar terstond sprak Jezus hen aan,... Vreest niet... Weest goedsmoeds; Ik ben het, vreest niet.

     "Weest niet bevreesd; Ik ben het." Nu, houd dat nu eerbiedig in uw gedachten, en speciaal u die ziek bent. En u die niet gered bent, en nog niet in gemeenschap met de Geest gekomen bent, houd dat in uw gedachten, en ik zal mij zo snel mogelijk haasten en de gebedsrij oproepen.

19 Let op deze conversatie. Laten wij er tussen komen en er nu een toneelstukje van maken, zodat de jonge mensen het kunnen vatten. De zon was juist ondergegaan, of daalde neer aan de horizon in het westen terwijl de laatste glimp ervan op het meer van Galilea viel. Ik kan de sterke spieren van de grote visser zien toen hij bij de kleine boot tegen de achtersteven duwde, en toen de boeg ervan in het water werd geduwd, stonden de mensen op de oever te zwaaien en te huilen. Toen hij uiteindelijk de kleine boot over het grind in het water had gekregen, klom hij naar het midden van de boot waar zijn broer Andreas naast een roeispaan zat, en nam daar zijn plaats in... Zij maakten een paar slagen en dan zwaaiden zij naar de mensen op de oever, weer twee slagen om daarna naar de mensen op de kant te zwaaien.

20 Na een poosje toen het donker begon te worden en zij uit het zicht waren, moet het de jonge Johannes zijn geweest... hij was de jongste van hen. Hij moet het zijn geweest die een moment wachtte en zijn riemen voor een paar ogenblikken liet rusten om op adem te komen, omdat ze nog een behoorlijk eindje moesten gaan om het meer van Galilea over te steken. En toen hij stopte om op adem te komen, moet hij zoiets als dit hebben gezegd, terwijl hij het zweet van zijn gezicht afveegde; hij zei: "Broeders, wij kunnen er zeker van zijn dat de Man die wij volgen niet vals is. Toen ik vandaag over Zijn schouder keek en Hem gadesloeg toen hij deze kleine visjes nam en ze in tweeën brak, zag ik dat, direct nadat Hij ze brak, er een ander stuk gebakken vis uitkwam. En ik zag Hem dat brood nemen en dat brood breken en het de broeders overhandigen. Elke keer als Hij er een stukje brood vanaf brak, was daar, zodra het Zijn hand verliet, een ander stuk brood."

     Ik wil aan u vragen wat voor soort atoom Hij daar losliet? Geen koren, maar reeds gebakken brood. Het sloeg de oven over, zoals Hij Zijn eerste wonder in Kana deed. Dat water zou eventueel wijn geworden zijn, het ging vanaf de wijnstok in de druif, werd eruit geperst en werd wijn. Maar Hij ging aan dat alles voorbij; Hij was Zelf een Schepper. Dus bij de grote opstanding zal Hij voorbijgaan aan papa en mama die er geboorte aan gaf. Hij zal spreken en wij zullen uit het stof komen, net zoals Hij deed bij Lazarus.

21 En Johannes moet gezegd hebben: "Weet je, vandaag is het een dag geweest dat alle twijfels in mijn gedachten werden opgelost. Ongeacht wat de rabbi's en de leraars van deze dag zeggen dat Hij God niet is, weet ik dat Hij dat is. Want ik herinner mij dat mijn moeder mij voorlas uit de heilige Schriften, uit de boekrollen van Exodus, hoe zij daar hongerig waren zoals deze mensen vandaag waren en dat God brood uit de hemel deed neerkomen en het op de grond neerlegde. Dus toen ik daarvan hoorde, zei ik tegen mijn moeder: 'Moeder, heeft God daarboven een grote oven om dat brood te bakken?' Ze zei: 'Nee lieverd, God is een Schepper.' En toen ik Hem vandaag dat brood opnieuw zag breken, wist ik dat dat diezelfde Schepper was. Leek Hij niet op Jehova toen Hij daar stond en op de menigte neerkeek en dit brood brak en het uitdeelde? Het deed me denken aan de Bijbelverhalen die mijn moeder vroeger aan mij voorlas over Jehova Die Zijn volk voedde met brood uit de hemel. En vandaag blijft Jehova Dezelfde, want vandaag, broeders, hebben wij Jehova brood zien breken en het opnieuw aan Zijn volk geven, het vermenigvuldigend. Hij moet beslist zijn wat Hij zegt dat Hij is: de Zoon van God."

22 En de jonge Johannes werd toen even gestopt door Simon Petrus die altijd iets te zeggen had, en hij zei: "Wel, terwijl wij een poosje rusten, zou ik graag mijn persoonlijk getuigenis geven, zoals Johannes het zijne gaf. Ik herinner mij Andreas, mijn broeder, die hier zit en steeds mij aan het vertellen was: 'Je zou daarheen moeten gaan om een profeet te horen prediken, die voorzegt dat er een Messias komt.' En ik zei: 'Wat voor soort kleding draagt hij?' Zei: 'Hij had een schapenvacht om zich heen en kwam uit de woestijn; hij is de Elia waarover gesproken was dat hij zou komen; ik geloof het.'"

     "Toen kwam hij op een dag terug en vertelde mij over een andere man die daar kwam, een jonge kerel van ongeveer zijn leeftijd, en alles over een of ander mystiek licht boven hem, of zoiets." En zei: "Deze profeet zei dat hij een stem hoorde zeggen: 'Dit is Mijn geliefde Zoon.' Hoe zou ik moeten weten wat ik moest geloven wat die profeet zei? Ik had hem nooit gehoord, wist niets over hem, dus liet ik de hele zaak gaan als een hoop onzin en ik dacht dat mijn broer helemaal de weg kwijt was."

23 "Maar op een dag kwam Hij naar het strand toe, en ik dacht: 'Wel, ik geloof dat ik daarheen zal gaan; het is niet zover uit mijn route vandaan, ik zal er heengaan en zien wat deze Kerel te zeggen heeft.' Zodra ik daar naartoe ging, wist ik dat er iets anders was met die Man. En ik had één ding gezegd voordat ik daarheen ging. Ik herinnerde mij mijn oude vader; hij was een belangrijke oude Farizee ër zoals jullie broeders allemaal weten. En ik herinner mij dat we gewoonlijk hier in het meer visten. Hij was heel godsdienstig. Ik herinner mij dat voordat we weggingen, hij zeggen zou: 'Simon, mijn kleine zoon, laten wij neerknielen en Jehova vragen, aan Wie alle vis behoort, dat Hij onze netten vannacht wil vullen met vissen, want ik heb het nodig. Wij hebben thuis brood nodig. En ik... wij hebben wat vissen nodig, dus laten we bidden, Simon.' Zoals gebruikelijk knielden we op de oever neer en baden."

24 "Ik sloeg hem gade toen zijn haren minder begonnen te worden en grijs werden. Uiteindelijk zat hij op een dag aan de zijkant van de boot na een grote visvangst, welke God op gebed gegeven had, en hij zei: 'Simon, mijn kleine jongen, papa wordt oud, en ik moet heel spoedig daarboven mijn oproep gaan beantwoorden. Ik heb altijd gebeden, Simon, dat ik zou mogen leven om de dag te zien wanneer de Messias zou verschijnen. Nu, Simon, ongetwijfeld zal er een hele hoop verwarring zijn in die dag. Er zullen allerlei soorten valse dingen opkomen, vlak voor die komende Messias. Maar ik wil dat je zult zijn... Ik geloof dat jij het zult zien, Simon. Dus ik wil dat je van één ding zeker bent, Simon, aanvaard het nooit tenzij het het teken van de Messias heeft. Wees er zeker van dat dat Messiaanse teken Schriftuurlijk is. En nu, hierdoor, Simon, hieraan zul je Hem kunnen herkennen.'"

     "En ik herinner mij, zittend op zijn knie en kijkend in zijn ogen die trilden en zich met tranen vulden: 'Papa, waar zal Hij op lijken?'"

     "Hij zal een gewone Man zijn en misschien niet gewild onder ons volk. Hij zal een Man van smarten zijn, verzocht met krankheid. Hij zal verworpen en veracht worden. Maar, Simon, zij zullen vele mannen verwerpen en verachten, maar deze Man zal een profeet zijn, want Mozes zei: 'De Here uw God zal een profeet verwekken gelijk mij.'"

     Mozes was een perfect type van Christus, wetgever, priester, bevrijder, enzovoort, zoals de Bijbel het ons vertelt.

     "En Mozes zei dat God hem vertelde dat er een profeet zoals hij zou opstaan, en deze zou meer dan een profeet zijn. Hij zou een God-profeet zijn. En je zult je hem – o, Mozes – kunnen herinneren zoals ons hele volk heeft gedaan... of je zult niet vergeten wat hij zei, Simon, zoals al onze mensen weten dat profeten door God gezonden worden. En profeten hebben... hij is een openbaarder van het Goddelijke Woord. Hij is een Goddelijke uitlegger van het Goddelijke Woord. En als deze profeet iets zegt en God bevestigt het, dan is die profeet van God. Want als hij iets zegt dat het Woord van God is, een belofte van God, en God wendt Zich tot die profeet en ondersteunt het en zegt dat het waar is, luister dan naar hem, omdat dat onze opdracht is, Simon. Word niet misleid, Simon. Maar nu, Simon, als je deze dingen ziet gebeuren, let dan op deze profeet.'"

25 "En op die dag scheen het dat alles zich herhaalde voor mij, want mijn vader is al jaren geleden gestorven. Maar toen ik daarheen liep en naar die kleine Man begon te kijken, waar geen schoonheid aan was om te begeren – wij hielden als het ware ons gezicht voor Hem verborgen – toen dacht ik: 'Dat is exact wat papa mij vertelde wat de Schrift over Hem zei. Geen verschil met andere mannen, zag er precies eender uit als andere mannen.' Maar toen ik in Zijn gezichtsveld kwam, keek Hij mij recht aan en zei: 'Uw naam is Simon. En uw vaders naam is Jonas.' Niet alleen kende Hij mij, maar Hij kende die godzalige oude vader van mij die overleden was. Ik viel aan Zijn voeten, zei: 'U bent de Messias.'" Zei: "Dat stelde het voor mij vast. Want ik wist dat mijn vader mij de Schriften had onderwezen, dat dat het teken van de Messias zou zijn."

26 Het moet ongeveer op die tijd Filippus zijn geweest die zei: "Ja, Simon, ik stond daar en zag het gebeuren. Weet je wat ik deed? Ik ging om de berg heen om onze broeder Nathanaël op te zoeken die hier nu zit. Nathana ël, herinner je je dat?"

     "O ja, Filippus, ik herinner me dat zeker."

     "Ik herinner me dat ik om de berg heen ging en Nathanaël biddend onder een boom vond. En ik zei: 'Nathana ël, kom, zie Wie wij gevonden hebben, Jezus van Nazareth, de Zoon van Jozef.' En herinner je je wat je zei, Nathana ël?"

     "Dat herinner ik mij zeker. Ik zei: 'Kan er enig goeds uit Nazareth komen van deze heilige rollers, of hoe je het ook noemen wilt. Daar zal geen enkele Messias vandaan komen; Hij zal hier naar Kajafas, de hogepriester, komen. Hij zal komen en Zichzelf bekend maken aan onze organisatie. Dus daar zou niets uit vandaan kunnen opstaan, geen enkele zoon van Jozef of zoiets zou ooit enige Messias kunnen zijn.' En bedenk dat ik mij ook herinner wat je mij vertelde, Filippus. Wat was het? 'Kom en zie.'"

     Dat is het beste idee. Blijf niet thuis om het te bekritiseren, kom, ontdek het voor uzelf. Kom, onderzoek het met het Woord, zie of het juist is. Dat is goede theologie. Kom, en zie het voor uzelf. Zei: "Ja, dat herinner ik mij."

     En zei: "Herinner je je waarover wij spraken toen wij daar liepen, Nathanaël?" De boot schommelde heen en weer, de golfjes rimpelden over het meer. "Ja, ik herinner het mij."

27 Zij gaven allemaal hun persoonlijke getuigenis over Jezus, wat zij van Hem dachten. En dus zei hij: "Jazeker, dat weet ik nog, ja, dat herinner ik mij. Wij spraken over jou, Simon, ja. Ik..." Hij zei: "Herinner jij je die oude visser die zelfs niet met zijn eigen naam kon ondertekenen op een nota voor jouw vis?"

     "Ja."

     Zei: "Hij vertelde hem wie hij was en wie zijn vader was. Nu weet je, Nathanaël, dat je een geleerde bent, en je weet dat de Bijbel zegt dat de Messias een God-profeet zal zijn; wij zullen Hem herkennen aan het teken van een profeet."

     "Ja, ik herinner mij dat. En ik herinner mij, dat je zei dat Hij mij zou kunnen vertellen wie ik was als ik voor Hem kwam. O, dat herinner ik mij."

     "Welnu, Nathanaël, wil jij hierover getuigen?"

     "Zeker wil ik dat, broeders." O my. Als u ooit Jezus ontmoet, zult u er graag over vertellen.

28 Ik kan hem in de kleine boot zien opstaan en zeggen: "Broeders, ik liep daarheen; ik vroeg mij af wat die Man... Ik had Filippus over Hem horen spreken en ik dacht: 'Wel, zeker zou Filippus mij niets verkeerds vertellen.' Ik kwam daar, zag een kleine groep mensen." O, misschien wat hier vanavond zit of zoiets. Zei: "Er stond daar een kleine groep mensen." Misschien was het een gebedsrij. "En toen ik voor Hem kwam te staan, keek Hij mij aan en Hij zei: 'Zie, een Israëliet in wie geen bedrog is.' En ik dacht: 'Nu, dat is vreemd, want ik heb Hem nooit eerder gezien en Hij zag mij nooit eerder. Dus hoe weet Hij dat ik een Isra ëliet ben? Hoe weet Hij dat? Ik zou een Arabier kunnen zijn; ik zou een Griek kunnen zijn, omdat wij allen hetzelfde gekleed gaan, dus hoe kon Hij weten dat ik een Isra ëliet was en geen bedrog had; dat ik een oprechte man ben?' Daarom zei ik tegen Hem: 'Rabbi', ik wilde Hem niet geringschatten of respectloos zijn. Dus ik zei: 'Rabbi, hoe kende U mij ooit? U hebt mij nooit gezien en U kent mij niet. Dit is de eerste keer dat wij elkaar ontmoeten, dus waardoor kende U mij?'"

     "Hij zei: 'Eer Filippus u riep, toen u onder de boom zat, zag Ik u.'"

     "Ja," zei Filippus, "ik herinner mij wat je deed; je viel aan Zijn voeten en zei: 'Rabbi, Gij zijt de Zoon van God; Gij zijt de Koning van Israël.' Zeg, herinner jij je rabbi Lavinski daar, wat hij zei? Hij zei: 'Nu kijk, gemeente, gelooft u dat spul niet; dat is Be ëlzebul; dat is de duivel in die man die dat doet. Hij is een waarzegger.' Zie? Herinner jij je wat Jezus tegen hem zei? Hij zei: 'Ik zal u dat vergeven, maar als de Heilige Geest op een dag komt en Hij hetzelfde zal doen, als u daar één woord tegen spreekt, zal het u nooit vergeven worden in deze wereld, noch in de wereld die komt.' Herinner jij je dat?"

     "Ja, ja, ik herinner mij dat."

29 Het moet Andreas zijn geweest die toen naast Petrus zat, die zei: "Kan ik getuigen, broeders?"

     "Ja."

     Zei: "Ik wil namens onze hele groep hier spreken." Zei: "Op die dag toen we afdaalden naar Jericho vanuit Jeruzalem, naar Jericho toe gingen, rechtstreeks van de berg af naar beneden gingen... Maar Hij moest naar Samaria gaan. Wij vroegen het ons altijd af. Nu, ik herinner mij dat Hij die dag aan die priesters vertelde: 'Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u, de Zoon kan niets van Zichzelf doen, maar wat Hij de Vader ziet doen, dat doet de Zoon evenzo.' Zo zagen wij Hem die dag tussen een menigte van lammen, blinden, kreupelen, zieken en verdorden door lopen, en Hij vond een man die op een matras lag. Hij zei: 'Neem uw bed op en ga naar uw huis.' De man gehoorzaamde Hem. De priesters stelden Hem vragen en Hij zei: 'Ik doe niets tenzij de Vader het Mij toont.' En Hij wist dat de man in die toestand was geweest. Broeder, dat maakte het vast, dat Hij was de... Hij wist het, God had Hem getoond wat Hij moest doen, toonde Hem wie... waar de man was, wist dat hij achtendertig jaar op die wijze was geweest. Hij was niet verlamd, noch was hij kreupel; hij kon lopen. Zei: 'Als ik beneden kom, stapt er al iemand voor mij erin.'"

     "Ja, dat herinner ik mij."

30 "En op de een of andere vreemde wijze werd Hij geleid. En wij weten dat allen. Wij gingen naar Samaria toe. En is het niet vreemd toen wij buiten de stad bij die bron aankwamen, dat Hij ging zitten bij deze bron en ons allen wegzond?"

     "Ja", zeiden de broeders. "Welnu, wij herinneren ons dat erg goed, Andreas."

     En hij zei: "Toen wij naar de stad gingen... Johannes, dat was toen jij liet blijken dat je de stad wilde afbranden, zoals je weet, maar... omdat zij ons niets te eten wilden geven. Maar we kwamen terug, en je weet dat toen wij daar door de struiken terugkwamen, wij zo verrast waren toen wij onze Meester zagen praten met een vrouw, een jong meisje, jonge vrouw, misschien van Zijn leeftijd. En je herinnert je dat zij net de kruik water omhoog gehaald had toen wij kwamen. Dus wij wilden zien wat Hij zou doen. Hij zei: 'Vrouw, geef mij wat te drinken.' En snel keek zij Hem aan en zei: 'Het is niet gebruikelijk voor u, Joden, om ons Samaritanen zulke dingen te vragen; wij hebben geen omgang, wij hebben hier afscheiding. U behoorde zoiets niet tegen mij te zeggen.' En Hij zei: 'Maar als u wist tegen Wie u sprak, zou u Mij om drinken vragen, en Ik zou u water geven dat u hier niet komt putten.' Wel, ze zei: 'De bron is diep. U hebt niets om mee te putten.'"

31 "Herinneren jullie je nog, broeders, hoe wij ons allen onder die struiken verstopten en luisterden om te zien wat Hij zou zeggen?"

     "Ja, ik herinner het mij, het was precies daar achter die bron."

     "En, Andreas, herinner je je dat ik probeerde om je hoofd naar beneden te duwen omdat je probeerde over de muur heen te kijken, en dus luisterden wij om te zien wat Hij zou gaan zeggen tegen deze vrouw. Dus zij kwam dichter naar Hem toe, en ze zei: 'Onze vaders aanbaden op deze berg; en u zegt dat het in Jeruzalem moet zijn.' En denk eraan hoe het gesprek een poosje doorging. En na een poosje keek Hij haar recht in haar gezicht, en Hij zei: 'Ga uw man halen en kom hier.' Jullie weten wat ze zei: 'Ik heb helemaal geen man.' O, dachten wij, nu, nu is Hij ergens ingetrapt, nu is Hij gesnapt. Die vrouw zei... Welnu, wij weten dat als zij een leugen zou vertellen, en Hij onze God zou zijn, onze Here, wij weten dat die vrouw waarschijnlijk ter plekke zou zijn gestorven. Dat is juist. Om Gods Woord precies in Zijn gelaat te betwisten... Wij vroegen ons dus af wat er zou gebeuren. Ze zei: 'Ik heb geen man.' Hij zei: 'U hebt de waarheid gezegd.' Wij vroegen ons toen af wat er zou gaan gebeuren. Toen hoorden wij Hem Zich weer oprichten en zeggen: 'U had er vijf, en degene waarmee u nu leeft, is uw man niet; dus heeft u de waarheid gezegd.' Jullie herinneren zich hoe de vrouw keek, haar haar viel naar beneden, en zij keek op met haar grote prachtige ogen. Ze krabde op haar hoofd en ze zei: 'Meneer...' Nu, Johannes, houd je stil, ik weet wat je zei: 'Zij zal gaan zeggen dat Hij Beëlzebul is.' Maar ze zei: 'Meneer, ik bemerk dat U een profeet bent.'"

     Zij wist meer over God dan de predikers. Ze zei... in die toestand. O ja, soms brengt een te bestudeerde theologische seminarie-ervaring u verder bij Hem vandaan dan gewoon over straat lopen.

32 "Nu, toen zei ze: 'Ik bemerk dat U een profeet bent. Wij Samaritanen weten dat er een Messias komt, die Christus genoemd wordt, de Gezalfde, de Profeet waarvan Mozes sprak. En wij weten dat wanneer Hij komt, Hij ons deze dingen zal vertellen, omdat dat het teken van de Messias zal zijn. Hij zou een door God gezonden profeet zijn. Wij weten dat Hij komt.' Jezus zei: 'Ik ben Hem.'" O my. "'Ik ben het Die met u spreek.' En zij keek weer, zette die waterkruik neer en ging zo hard zij maar kon naar de stad. Jullie herinneren dat wij... wij erheen gingen en zeiden: 'Eet Meester, eet Meester.' Hij zei: 'Ik heb een spijze om te eten waarvan u niets weet.'"

     "En wij gingen naar de stad en hier kwamen de mannen eraan. En wij herinneren ons dat die vrouw daar door de straat ging, we konden het helemaal tot bij die bron horen. Tegen alle manen die bij de marktplaats stonden, zei ze: 'Kom, zie een Man. Kom, zie een Man, Die mij de dingen vertelde die ik gedaan heb; is dit niet de ware Messias? Is dit niet het teken van de Messias? Ja, kom, zie de Man Die mij vertelde wat ik gedaan heb: is dit niet de Messias?' En broeders, jullie herinneren je hoe al die mannen daar vandaan kwamen en zij dat getuigenis van die vrouw geloofden en Hem aanvaardden als de Messias. O, wij waren daar allemaal getuige van, daarom weten we allemaal dat ze gezegd moeten hebben, broeders, dat wij weten dat Hij de Messias is."

33 "En Hij heeft ons nu verzekerd om niet naar welke heidenen dan ook te gaan, dat dat voor een ander tijdperk zou zijn, maar dat we liever naar de verloren schapen van Israël zouden gaan. Zie? Nu, het is vreemd dat Hij Zichzelf bekendmaakte aan de Joden en Hij Zichzelf bekendmaakte aan de Samaritanen, maar niet aan de heidenen. Hij zal dat misschien later doen; zij zien niet uit naar een Messias."

34 Nu moet het ongeveer op die tijd zijn geweest dat Satan over de top van de heuvel keek, nadat het donker was geworden. Satan is bang voor licht. Elke duivel is bang voor licht. Ieder kruipend boosaardig ding is bang voor licht. Neem een wild dier in de oerwouden van Afrika, of als je aan het jagen bent, steek even een licht aan, en ze zijn verdwenen. Zij zijn bang voor licht. Neem een oude vervelende kakkerlak; gooi ergens een klokhuis neer en als het donker wordt zal hij erheen komen om eraan te knabbelen, draai gewoon het licht aan, en let op hem hoe hij naar dekking zal zoeken, zeker. Spinnen en van alles zullen dekking zoeken. Zij zijn bang voor licht. Dat is de reden dat mensen bang zijn voor deze ouderwetse Heilige Geest-samenkomsten. Kinderen van de duisternis werken in duisternis. Kinderen van het licht wandelen in het Licht. "Gij zijt het licht van de wereld, een stad gevestigd op een berg." Gooi er nu geen korenmaat overheen. Zie?

35 Satan keek erheen zo gauw het donker werd, en zei: "Wel, ik denk dat het ongeveer tijd wordt voor mij om te beginnen op stap te gaan bij al de nachtclubs en de cafés en van alles." Zei: "Ik vraag me af waar deze discipelen en Jezus zijn." Dus keken zij om zich heen, en terwijl hij en al zijn demonen rondkeken, zagen ze hen op het meer zonder Hem. Zeiden: "Nu is het onze kans; zij gingen weg zonder Hem. Nu kunnen wij het hun betaald zetten."

     Dat is gewoon waar hij op wacht bij u en mij, dat we op een keer weggaan zonder Jezus. Ik zeg dit met eerbied en respect. Ik ben bang dat dat is wat de Pinkstermensen aan het doen zijn. U gaat achter grote gebouwen aan, en grote organisaties, en verenigingen, en u hebt Hem verlaten. U bent zo bezig met bouwprogramma's. U vergat de kleine zendingspost daar op straat en de oude tamboerijn, de gitaar. En u bent weer bevreesd voor gevangenisstraffen en al deze dingen. Zie? Er is iets verkeerd: weggegaan zonder Hem, kregen een woedeaanval, programma's enzovoort, zijn Hem vergeten. Dat is de reden dat onze zusters hun haar afknippen en deze kleine smerige kleding dragen. En er diakenen neergezet worden in de gemeente...

36 Ik ken een Heiligheidskerk, een grote Pinksterkerk, een van de grootste in de Verenigde Staten. En ik ken een vriend van mij erin die... Een man die naar deze kerk gaat, vond daar een vrouw, een jong meisje dat hij liever had dan zijn vrouw, en hij had een lief dochtertje. En hij verliet zijn vrouw en trouwde dit meisje van de kerk, en zij maakten hem daarna diaken. Broeder, ja, hij ging weg zonder Hem; dat is alles dat ik weet, broeders. Ja. Omdat hij behoorlijk veel geld in de collecte deed... Mensen zijn begonnen teveel naar geld te kijken en kleding en fijne dingen.

     U kunt beter omhoog kijken, liever bij deze rommel weggaan, want onthoud, dat dat de leiding naar Laodicea is waar het gemeentetijdperk in zal gaan. Het maakt God ziek in Zijn maag, Hij zei dat Hij u gewoon uit Zijn mond spuugt. Handelen als zogenaamde Christenen... Hij wil ware wederom geboren Christenen met werkelijk oprecht geloof om elk woord dat God schreef te geloven. Nu wil ik niet beginnen over deze dingen omdat ik u hier dan te lang houd.

37 Nu, bemerk dat Satan hen ginds zonder Hem zag, en zei: "Hier is onze kans om ze nu te pakken te krijgen." En dat heeft hij met de gemeente gedaan. Ik werd vandaag opgebeld door enigen van mijn sponsoren van een samenkomst; zij belden mij deze middag op van ver weg, een groep Pinksterpredikers, geen Baptisten, Presbyterianen; Pinksterpredikers, en zij beleden dat zij niet in Goddelijke genezing geloofden en ze wilden mij niet in de stad hebben, en wilden geen samenkomst sponsoren waar zij voor de zieken baden. Pinksterpredikers... Jammerlijk, is het niet?

38 Ik werd door nog een andere groep opgebeld door wie werd gezegd: "Als u een andere groep bij u op het podium laat zitten, willen wij er niets mee te maken hebben." Dat is erger dan ooit. [De samenkomst zegt: "Amen!" – Vert] Wat is er aan de hand? Vertrokken zonder Hem. De liefde van God in ons hart dwingt ons om in iedere plaats uit te reiken naar elke denominatie. Als het komt tot een plaats dat u geen tedere liefde hebt voor ieder menselijk wezen, dan is er iets met u gebeurd. God had u zo lief toen u nog een zondaar was, een vreemdeling, weg van God, een vijand van het rijk van God, Hij had u toch zo lief dat Hij Zijn leven voor u gaf; zeker. Als u een geest in u krijgt dat u voelt dat u beter bent dan iemand anders, dan bent u erger dan iemand anders waar ik vanaf weet. Het maakt me niet uit, al bent u nog zo correct in uw theologie; uw motieven en doelen zijn fout. Ik zou liever... ik zou liever fout zijn in mijn theologie dan fout zijn in mijn hart. Dat is juist. De Geest van God woont in uw hart. [De samenkomst beaamt alles.]

     In de hof van Eden nam de mens zijn... ging zijn... Hij sloot een compromis. Nu, in de hof van Eden werd er een keus gemaakt door de mens. De duivel nam zijn hoofd; God nam zijn hart. Dan stuurt hij hem naar een seminarie, bevriest hem met wat goede theologie en droogt hem helemaal uit, en als hij daaruit vandaan komt, is zijn hoofd zo opgeblazen dat hij geen normale hoed meer kan dragen. Dan komt hij daaruit met bitterheid in zijn hart tegen de mede-inwoner van het Koninkrijk. Dat is God niet. Dat is juist.

39 Satan zag hen daar zo zonder God weggaan. En dus zei hij: "Laten we nu van hen afkomen." En dat is gewoon de goede manier om er vanaf te komen. Broeder, als u tot een plaats komt dat u niet over de omheining heen kan reiken, de straat oversteken en met hem wil praten en een man een broeder noemen, alleen omdat daar misschien enige nietige verschillen zijn... Hoe weet u dat u niet een beetje verschillend bent in de ogen van God, door enig klein iets? Terwijl dat een broeder is? Welzeker. Broeder, de plaats voor u is bij het altaar. Dat is precies juist. En kom in orde met God. Ik wil die boze geest niet op mij hebben. Dat is waar. Het spijt me om dat in Pinkstergroepen binnen te zien sluipen, ook bij hen die daaromheen staan, het komt overal vandaan. De pot kan de ketel niet verwijten dat hij zwart ziet, omdat het er gewoon zes van het ene zijn en een half dozijn van het andere. Want het is aan beide kanten.

40 Maar o, broeders, laat nooit die boze zaak op u mannen komen. Nee, zeker niet, broeder. Blijf bij elkaar zoals stroop op een koude morgen; blijf echt heel dicht bij elkaar, wees dik. Dat is juist. Want... Ja. [De samenkomst verheugt zich – Vert] "Gezegend zij de band die onze harten in Christelijke liefde verbindt; de gemeenschap van verwante geesten is zoals die boven is. Voor de troon van onze Vader gieten wij onze gezamenlijke gebeden uit; (dat is juist), onze vrees, onze hoop, onze doelen zijn één, onze troost en onze zorgen." Dat is juist. Dat is de wijze waarop wij moeten zijn (jazeker), niet hebzuchtig, zelfzuchtig, onverschillig, ongoddelijk. De vruchten van de Geest zijn liefde, vreugde, lijdzaamheid, zachtmoedigheid, vriendelijkheid, geloof, geduld. Dat is het; dat zijn de vruchten van de Geest.

     Weet u, zoals met een boom; als een boom een bast van een vijgenboom heeft en er groeien appels aan, wat is het dan? Het is een appelboom. Het leven in de boom brengt appels voort. Ongeacht wat uw theologie is, goed of fout, als u de verkeerde soort vruchten draagt, dan bent u de verkeerde soort boom, broeder. Jezus zei: "Aan hun vruchten zult u hen kennen", niet aan hun boom, maar aan hun vruchten. Dat is juist. Waar.

41 Welnu, hij zag hen zonder Jezus. En toen begon hij zijn giftige adem op hen te blazen en een grote storm zwiepte neer, en het kleine schip begon gewoon te kantelen, heen en weer, op en neer, heen en weer. De kleine boot begon vol water te lopen. De mast werd naar beneden geblazen; de riemen braken. Dat is ongeveer de kreupele toestand waarin wij terechtkomen. Dat is waar, dat is juist. Hij begon zijn adem uit te blazen, zeggend: "Whew! je behoort tot onze organisatie of je behoort nergens bij! Wij zijn degenen die juist zijn! De rest van hen is fout. Scheid je af!" O my. "Ja, de dagen van wonderen zijn voorbij. Ach, met die Goddelijke genezing is niets aan de hand. O, er is niet zoiets als dit, dat, of wat anders." O my.

     Kijk, dat is de giftige adem van Satan. Heb niets met hem te maken; hij gelooft niet zoals wij. Er is slechts één geloof: dat is het geloof van God (dat is juist), Gods geloof. Uw menselijk geloof gaat niet erg ver. Maar Gods geloof in u,

Maakt dat u iedereen liefhebt,
Maakt dat ik iedereen liefheb.

     Dat is juist. Dat is wat Gods geloof voor u doet; het maakt dat u hetzelfde gevoelen als Jezus hebt, omdat de Geest van Christus in u is.

42 Alle hoop was vervlogen; zij stonden op het punt om te zinken. O, ze hielden elkaar zo ongeveer vast en zeiden: "Waarom zijn we zonder Hem weggegaan? Waarom hebben we niet op Hem aangedrongen om met ons mee te gaan?" Maar weet u wat? Hij doet soms zulke dingen om te zien wat wij zullen doen. Ik denk dat Hij dat toen deed. In plaats van hen helemaal te verlaten, weet u wat Hij deed? Hij wist dat dat ging gebeuren. Hij weet nu precies wat er gaande is, dat wat nu gaande is, zou gaan gebeuren. Maar weet u wat Hij deed? Hij klom op de hoogste berg die er in Palestina was en ging naar de top van de berg zodat Hij over de hele oceaan kon kijken om hen gade te slaan. O!

     Toen Hij op Calvarie stierf, beklom Hij de bolwerken van Calvarie, en die Paasmorgen bleef Hij klimmen, totdat Hij voorbij de maan, de sterren en de zon ging, totdat Hij van eeuwigheid tot in eeuwigheid kon kijken. Zijn oog is op de musjes en ik weet dat Hij vanavond deze samenkomst gadeslaat. Hij wil zien wat wij zullen doen.

43 Alle hoop was vervlogen. Zij dachten dat alles voorbij was, dat zij zouden verdrinken. En toen op dat beslissende moment, nadat Hij hen had gadegeslagen, kwam Hij hier op de opgezweepte zee naar hen toegelopen. En nu, de droevige vergissing die zij maakten (ik wil dit bij het sluiten zeggen), is dezelfde droevige vergissing die de gemeente vandaag maakt. Zij waren bang voor Hem. Zij dachten dat Hij een spook was, een geest, iets spookachtigs, waarzeggerij en duivelskunsten. Dat dachten zij. Ze begonnen te beven.

     Maar luister naar die troostende woorden: "Wees niet bevreesd; heb goede moed; Ik ben het. Ik ben het." Het enige wat hen kon helpen, de enige hulp die er was om door geholpen te worden... en zij waren er bang voor.

     En het enige vandaag dat de scheidslijnen kan afbreken, het enige dat ons samen kan smelten als broeders en Christenen, het enige dat ons weer tezamen kan brengen, is de Geest van God, of de liefde van God die in onze harten is uitgestort, een boodschap van genade van God dat wij niet verdeeld zijn, maar dat wij allen één lichaam zijn. God geneest hen op dezelfde manier wanneer zij... wat zij ook maar zijn. Wij zijn niet verdeeld.

44 Zij zien de Geest van God Die door Christus Zelf beloofd was. Hij zei dat het in de laatste dagen "zoals Sodom was..." Toen die Engel van Gods Geest Zich neerzette en Zich manifesteerde in vlees, het vlees van een kalf at, de melk van de koe at, karnemelk dronk (zoete melk, of wat het ook was), boter op maisbrood at, daar zat en at als een mens, met Zijn rug naar de tent gekeerd, een Vreemdeling... Hij was daar tevoren nooit geweest. Abraham had Hem nog nooit gezien. Zover als Abraham wist, had Hij hem nooit gezien. En Hij zei: "Abraham, waar is uw vrouw Sara?" O, hoe wist Hij dat hij getrouwd was, hoe wist Hij dat hij een vrouw had, en hoe wist Hij dat haar naam Sara was?

     Ik kan mij indenken dat Abraham zei: "Mijn leiding was juist." Zei: "Zij is in de tent achter U."

     Zei: "Abraham, Ik ga Mijn belofte aan u vervullen." Bemerk, geen Engel, geen man, maar "Ik ga Mijn belofte vervullen..." Wat een belofte: "Wat Ik u beloofde..." O my. Kunt u niet zien dat dat God was? Abraham zei dat het God was. Hij noemde Hem Elohim, Here God, Schepper. El, Elah, Elohim betekent 'de Algenoegzame, en de In Zichzelf Bestaande'. Amen. Hij was de In Zichzelf Bestaande, Elohim, gemanifesteerd in een lichaam van vlees, etend en drinkend zoals een mens, Die wist dat hij Abraham was. Dezelfde God werd gemanifesteerd en zei: "Uw naam is Simon, en u bent de zoon van Jonas. Ik zag u toen u onder de vijgenboom zat." El, Elah, Elohim; ziet u het?

45 En wat betreft de laatste dagen zei Hij: "Zoals het was in de dagen van Sodom, zo zal het zijn bij het komen van de Zoon des mensen." Wees niet bevreesd voor God; het is het enige dat u kan helpen!

     "Zal het ons Methodisten helpen?" Ja. "Ons Baptisten helpen?" Ja. "Ons Eenheidsmensen helpen?" Ja. "Tweeheid?" Ja. "Drie-eenheid?" Ja. Vier-eenheid, Vijf-eenheid? Het maakt me niet uit wat u bent; het helpt u allen; wees er niet bevreesd voor. Gods Bijbelboodschap voor ieder van u is: "Wie wil, laat hem komen en drinken van de fonteinen van het water des levens om niet."

     "Wees niet bevreesd, Ik ben het", zei Jezus. "En Ik zal met u zijn ('Ik', dat voornaamwoord opnieuw, persoonlijk voornaamwoord), Ik zal met u zijn, zelfs in u, tot het einde der wereld", (amen). Jezus Christus Dezelfde, gisteren, vandaag en voor immer...

     Toen Hij in Zijn dag, gisteren, de Vuurkolom was, werd Hij gemanifesteerd in vlees en zei: "Ik kom van God en ga naar God." Een paar dagen later na Zijn opstanding, toen Saulus grote bedreigingen had geuit en naar Damaskus ging, wierp een Licht, een Vuurkolom, hem neer en hij zei: "Wie zijt Gij?"

     Hij zei: "Ik ben Jezus."

     Toen Petrus in de gevangenis was, kwam er een Vuurkolom door het raam. Petrus dacht: "Ik ben nu aan het dromen."

     Hij zei: "Kom, volg Mij." De poorten openden zich vanzelf en zij gingen de lijfwachten voorbij. Hij besefte niet dat het God was totdat hij buiten stond. Amen. Ik heb Hem lief, u niet? Laten we...

     Welnu, ik ben vijf minuten over tijd. Laten wij gewoon dit kleine lied voor Hem zingen, al u mensen, iedereen: Ik heb Hem lief, Ik heb Hem lief omdat Hij mij eerst liefhad.

46 Onze hemelse Vader, wij danken U voor Uw Woord; Uw Woord is waar. In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. En het Woord werd voor ons in vlees gemanifesteerd. In het boek Hebreeën staat: "Het Woord van God (Christus, natuurlijk) is krachtiger en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, vaneen scheidend het merg van het been, en is zelfs een onderscheider van de gedachten en bedoelingen van de geest." O God, wees ons genadig. Sta het toe, Vader.

     Maak Uzelf vanavond bekend in menselijk vlees door dezelfde dingen voort te brengen die U daar terug deed, zodat zij het mogen weten, en als wij voor de oordeelstroon staan, zal er geen excuus zijn. Vader, neem vanavond Uw ogenzalf van de Geest en open de ogen van de mensen, zodat zij mogen zien dat U het bent, dat het Uw Geest is. U bent niet dood. U leeft voor eeuwig. Mogen veel mensen, zoals de vrouw die Zijn kleed aanraakte, mogen zij dan genadevol worden genezen, want wij vragen het in Zijn Naam. Amen.

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad,
En kocht mijn... [Leeg gedeelte op de band – Vert]
Calvarie's kruishout.

     Nu, heel zachtjes. Hebt u Hem lief, hebt u Hem werkelijk lief? Het maakt dat u iedereen liefhebt, is het niet? Goed nu, terwijl wij het opnieuw lieflijk en zacht tot Hem zingen, laten wij dan allemaal rustig elkaars handen schudden van degenen die bij ons staan.

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad,
En mijn redding kocht
Op Calvarie's kruishout.

47 Laten we nu gewoon aanbidden met onze hoofden gebogen, rustig... Neurie het nu. [Broeder Branham begint te neuriën – Vert]

     Bedenk slechts hoe goed Hij is voor u. [Leeg gedeelte op de band – Vert] O God. [Broeder Branham gaat door met neuriën.] Overdenk het nu in uw hart. Reik met uw hand naar Calvarie. "O, stervend Lam, Uw dierbaar bloed zal nooit zijn kracht verliezen." [Iemand spreekt tegen broeder Branham.] Wat...?... Wat? O, misschien... misschien kan ik...?... Waarom hebt U Hem lief? Denk er gewoon aan waarom?

Omdat Hij mij eerst liefhad
En mijn redding kocht
Op Calvarie's kruishout.

48 Vader, wij danken U nu voor deze lieflijke gemeenschap. O, hoe houden wij ervan, Here! Gewoon onderdompelen bij de fontein, de schoonheid van Zijn rechtvaardigheid en heiligheid ondergaan en Zijn kracht. Al onze zonden zijn weggedaan. Het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt ons daarvan. Wij staan nu op het punt om in de troon te komen, Here, om gunsten te vragen.

     U heeft hier een stel zieke kinderen zitten, Vader. Zij zijn vanavond gekomen omdat zij in U geloven. En ik ben gekomen om de boodschap aan hen te brengen. O God, enigen van deze mensen hier zullen direct sterven als U hen niet helpt. Onze geliefde dokters hier op aarde hebben ongetwijfeld enigen van hen opgegeven. Sommigen van hen zijn kreupel, en blind, en met iets waarvan de medici niet weten wat zij ermee aan moeten. Vader, Gij zijt de Schepper.

49 Eens, zoals wij aanhaalden, zorgde David voor zijn vaders schapen. God, laat mij vanavond zijn plaats innemen, zorgdragen voor Vaders schapen. Op een dag kwam de vijand langs, greep een van de schapen, een lam, en rende weg. En hij had niets anders dan deze kleine slinger. Maar hij ging achter de leeuw aan; hij vertrouwde op U. Hij doodde de leeuw, bracht het lam terug.

     Vader, er zijn hier vanavond velen van hen ziek en aangevochten, waar de medische wetenschap geen raad mee weet; zij weten niet wat ze moeten doen. Zij zijn hier vanavond gekomen; zij zijn Uw schapen. Ik neem deze kleine slinger van gebed en ik kom achter hen aan, Here. Geef ons geloofskracht om die leeuw te doden, die duivel, die kanker, die duivel die hen kreupel maakt, of wat het ook is, zodat wij hen weer voor U terug kunnen herstellen tot de schaapskooi, want onze Vader wil Zijn schapen niet verliezen.

     Vergeef ons ons ongeloof, Here, en zet met Uw Geest onze zielen in vuur. Wij beseffen dat genezing reeds voor ons is betaald, want: "Hij werd verwond voor onze overtredingen; en in Zijn striemen zijn wij (verleden tijd) genezen."

50 Nu, sta toe, Here, dat U vanavond in deze samenkomst wilt komen en iets wilt doen zoals U deed toen U hier op aarde was, omdat U beloofde dat het in deze dag gedaan zou worden. En als wij vanavond deze samenkomst verlaten, mogen wij ons voelen zoals Kléopas en degenen die van Emma üs kwamen, toen U daar iets deed zoals U voor Uw kruisiging deed. Zij wisten dat dat dezelfde Jezus was: Hij was opgestaan en deed precies hetzelfde als wat Hij voor Zijn kruisiging had gedaan. Zij renden lichtvoetig terug en vertelden het iedereen: "Waarlijk, de Here is uit de dood opgestaan." En zij zeiden: "Brandden onze harten niet in ons toen Hij tot ons sprak?"

     Ik bid, Vader, dat zij vanavond niet bevreesd zullen zijn terwijl U in hun geest tot hen sprak. Of mogen zij die stille zachte Stem beseffen die de aandacht van de profeet trok... De machtige ruisende wind bulderde over de grot; het deed de profeet niet veel. De donder en de bliksem, het bloed en de olie, enzovoort, stroomden naar beneden, maar het trok niet de aandacht van de profeet. Maar toen die stille zachte Stem sprak, toen sluierde de profeet zijn gelaat en kwam naar buiten. God sprak met hem. God, laten wij vanavond onze aangezichten versluieren en naar buiten lopen en van U horen. Mogen wij niet bevreesd zijn. Mogen wij onszelf versluieren met het Woord van God, nu naar buiten lopen vanwege Zijn belofte, die stille zachte Stem van de belofte van het Woord, en U deze dingen die wij vanavond vragen, zien volvoeren. Wij dragen het nu alles aan U op in de Naam van Jezus Christus. Amen.

51 Ik wil nu op dit moment hiervoor bidden. Here Jezus, U beloofde het. Eens werd het door een schrijver opgeschreven dat de kinderen Israëls onderweg waren naar het beloofde land en dat de Rode Zee hun weg versperde, precies op hun pad van plicht. De Rode Zee scheidde hen van het beloofde land; en de schrijver zei dat God met boze ogen door die Vuurkolom neerkeek en dat de Rode Zee bevreesd werd en terugrolde. En de kinderen Isra ëls gingen door naar het beloofde land.

     Nu, Vader, de belofte is dat U ons zult genezen, dat U ons genezen hebt; en twijfel staat in de weg, bijgelovigheid, allerlei soorten moeilijkheden. Moge God vanavond nu niet alleen door de Vuurkolom heen kijken, maar door het bloed van Zijn eigen Zoon. Mogen deze demonen die de mensen vasthouden die ziek zijn en deze zakdoeken hebben opgestuurd, mag, als deze zakdoeken of tekenen op de mensen gelegd zullen worden, die duivel hen loslaten en zij in dat beloofde land overgaan in een goede gezondheid. Sta het toe, Here, het is in het pad van plicht. Wij sturen deze zakdoeken op in Jezus' Naam voor dat doel.

     Mogen zij hersteld worden overeenkomstig de belofte die God hun gaf. En boven alle dingen de belofte: "Ik wil dat het u wel gaat", zodat zij God kunnen dienen. Amen.

52 Degenen van wie ze zijn, kunnen ze na de dienst krijgen. Ik weet niet hoe wij deze gebedsrij hier kunnen opstellen. De rij... de muren staan vol. Hoeveel gebedskaarten hebben jullie uitgedeeld? Vijftig. Wat waren ze? A's, B's, of C's? Laten we zien wat we kunnen doen. Is er ruimte voor een rij tussen u allen in bij de muur daar, broeders? Kon een rij... Zou u het niet erg vinden? Dat is in orde. Nee, ga niet weg, wij zullen maken... wij willen dat u precies hier blijft staan. [Leeg gedeelte op de band – Vert]

53 Er is geen verschil of ik niet of wel voor u bid, dat heeft er niet zoveel mee te maken. Het zijn niet mijn handen; het zijn Zijn handen. Dat is de reden dat ik ze soms... Bedenk nu, dat als er ook maar iets in de wereld was wat ik zou kunnen doen om u te helpen, ik dat zou doen. Maar er is niets wat ik voor uw genezing zou kunnen doen, ik kan alleen maar een boodschap brengen dat Christus u reeds genezen heeft. Hoe velen geloven dat dat de waarheid is? Zie, zie? Hij... Hoe velen weten dat elke zonde in de wereld vergeven was toen Jezus Christus aan het kruis stierf? Goed. Wat doet u dan als u het Woord hoort? U aanvaardt het. Dat is juist. En als u het dan gelooft, bent u genezen, bent u gered. [De samenkomst zegt: "Amen." – Vert]

     Hoe velen weten dan, dat toen Jezus aan het kruis stierf, wij door Zijn striemen genezen werden? Hij genas elke zieke persoon. Jazeker. Wat zou iemand dan nog kunnen doen? Als u reeds uit het pandjeshuis werd gebracht en daar een man staat met een bewijs van verlossing, dan is het enige wat u hoeft te doen dat te ontvangen. Zie? Dan is het alleen maar aannemen en u bent vrij; u hoeft dan niet... Wat zeg je? Ik riep op tot 25. Je hebt ze er allemaal in, goed.

54 Welnu, het enige wat ik ga doen in deze gebedsrij is bidden voor de zieken. Zie? Hoeveel die hier in eerdere samenkomsten zijn geweest, weten dat de Heilige Geest Die beloofd werd voor de laatste dagen, dat de boodschap zou zijn zoals het was in de dagen van Sodom, en dat Jezus Christus Dezelfde is, gisteren, vandaag en voor eeuwig, en een belofte heeft gegeven dat Hij deze dingen zou doen in... Hoeveel Bijbellezers weten dit, dat Hij dit beloofde? Goed.

     Gelooft u dat wij aan het einde van het heidentijdperk zijn, zoals het was aan het einde van het Joodse tijdperk, en het Samaritaanse tijdperk? Welnu, Jezus maakte Zichzelf aan hen bekend als de Messias door een Messiaans teken. Is dat waar? Weet iedereen dat? [De samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Hoe velen weten dat Hij het Messiaanse teken had? Zeker, zeker had Hij dat. Hij zei: "Als Ik niet de werken van Mijn Vader doe, geloof Mij dan niet."

     De vrouw bij de bron zei: "We weten dat als de Messias komt, Hij ons dit zal vertellen." Zie? Om dus de geheimen van hun hart te kennen, om precies hetzelfde te doen wat Hij altijd heeft gedaan...

55 En hoe velen weten dan dat Hij dat niet voor de heidenen heeft gedaan? Zeker. Hoe velen weten dat Hij dat beloofd heeft om dat in de eindtijd te doen? Zeker zou Hij dat, zeker. Goed. Waarom? Als God op het toneel wordt geroepen... Nu, luister, u die de Bijbel bestudeert, luister hiernaar. Plaats uw geloof op het Woord van God, want als God ooit op het toneel wordt geroepen om een besluit te nemen, dan kan Hij geen enkel ander besluit nemen dan bij Zijn eerste besluit te blijven. Hoe velen weten dat? [De samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Omdat Hij oneindig is, is elk besluit perfect. Hij hoeft geen twee besluiten te nemen. Als Hij een andere beslissing neemt, dan was Zijn eerste beslissing verkeerd, als Hij die verandert. Daarom, als God iets in de Bijbel doet, moet Hij het opnieuw doen, of Hij deed het fout toen Hij het de eerste keer deed.

     Hij maakte Zichzelf dus bekend als de Messias door het teken van de Messias, een profeet-Messias, toen bij de Joden, bij de Samaritanen, en als Hij het beloofde aan de heidenen, dan moet Hij hetzelfde doen. Nu, hoe velen hebben het zien gebeuren, laat ons uw handen zien zodat ik het weet. Goed. O, ik veronderstel iedereen. Hoe velen hebben het nooit zien gebeuren, laat uw handen zien, hebben het nooit gezien, sta op; hebben nooit God een ding zoals dat zien doen, staande op het podium? Of u was nooit tevoren in een van deze samenkomsten, en hebt nooit het teken van het Messiaanse teken gezien? Laat ons uw handen omhoog zien gaan, die het nooit gezien hebben. Een paar, ja, enige nieuwelingen achterin. Goed.

56 [Iemand spreekt met broeder Branham – Vert] Wat zeg je? Wat zeg je? Ja, nog even. Goed, zij denken dat ze de anderen in de rij kunnen zetten. 26. Gebedskaart C-26, 27? 28? 29? 30? 31?

     Zeg, zijn er hier vanavond Spaans sprekende mensen? Spreken deze mensen Spaans? Ik weet niet wat dat mag... Er zijn vier, vijf, zes kaarten die missen van de... Zij zouden Spaans kunnen spreken... Goed, 30, 31, 31? Goed, 32? Dat is goed. 33? Kom gelijk hier naartoe. 33? 34? 35, 36, 37, 38. Daar komen ze. 39? 39? Deze kant op, kom deze kant op. 39? 40? 41, 2, 3, 4? 41, 2, 3, 4. Goed, helemaal achterin, ja. 40, 44, 45, 46, 47, 48? Ik zag 48 niet. 48? 49? 49? 49, ik zag het niet. Gebedskaart C-49. Goed. C-50, wie heeft gebedskaart C-50? Goed. Wij gaan ze in de rij zetten. Nu, nu, dat zijn al de gebedskaarten.

     Nu... [Iemand zegt: "Deze persoon hier heeft hulp nodig, broeder Branham." – Vert] Goed, als het zover is, als de tijd komt, zullen zij omhoog helpen... Ik vertel u als het zover is dat ik voor haar zal bidden, dan zal ik naar beneden gaan en voor haar bidden, blijft u precies bij het altaar zitten. Wat is haar nummer? 48. Goed, helpt u mij herinneren, broeder Jack, want als het zover is dat 48 komt, zal ik naar beneden gaan en voor de dame bidden. Goed.

57 Nu, nu, de overigen van u hier die geen gebedskaart hebben... want allen met gebedskaarten staan in de rij... Nu, nu, zij die willen dat Jezus hen geneest, zou u uw handen willen opsteken die geen gebedskaart hebben? Nu wil ik een Schriftgedeelte voor u aanhalen. Er was een vrouw... Wij gaan alleen maar zeggen dat er eens een vrouw was in de Bijbel die geen gebedskaart had en ze zei: "Ik geloof die Man, en als ik alleen maar de zoom van Zijn kleed kon aanraken, zou ik gezond worden." Kent u het verhaal? Goed. Wat gebeurde er? Zij drong door de menigte heen totdat zij de zoom van Zijn kleed had aangeraakt. Welnu, heeft ooit iemand een Palestijnse mantel gezien? Hij hangt helemaal los en heeft er een onderkleed onder wat het stof van de benen moet afhouden. En een Palestijnse mantel... als zij de zoom van mijn jasje zou aanraken, zou ik het al niet voelen. Als zij zo mijn broekspijp zou aanraken of de omslag van mijn broek, dan zou ik... Wat dan met een ruime mantel die er zo los omheen hangt? Dus Jezus keerde Zich om en zei: "Wie raakte Mij aan?"

     En Petrus bestrafte Hem, zei: "Here, zij allen raken U aan. Waarom zegt U zoiets?"

     Hij zei: "Maar ik bemerk dat Ik zwak werd." Er ging kracht uit. Is dat waar? En wat deed Hij? Hij keek over het gehoor totdat Hij de kleine vrouw had gevonden en vertelde haar dat haar bloedvloeiing over was; haar geloof had haar gered. Hoe velen weten dat? Nu, zou u Hem niet graag willen aanraken? Wat... Is het mogelijk dat u Hem kunt aanraken? Is Hij nu een Hogepriester Die kan worden aangeraakt door het voelen van onze zwakheden? Wel, dan, als Hij dezelfde Hogepriester is, hoe zou Hij dan nu handelen? Zoals Hij toen deed. Is dat juist? Raakt u Hem nu aan en zie of Hij op dezelfde manier handelt. Dat is de manier om het te doen. O, is het niet wonderbaar als je Gods Woord tot een confrontatie brengt?

58 Wel, als Hij hier stond met dit pak aan en u liep naar Hem toe, zeggend: "O Meester, Here, o Meester, ik bid dat U mij wilt genezen." Weet u wat Hij zou zeggen? "Mijn kind, Ik heb het reeds gedaan. Geloof je Mij niet?"

     U zou zeggen: "Here, laat mij zien of U spijkerlittekens in Uw hand hebt." Iedereen zou spijkerwonden in zijn handen kunnen hebben. "Laat mij zien of U littekens in Uw zij hebt." Ik heb ze waar een paard mij eraf gooide. Wel ik... Zeker. Nu, ik heb hier nog een andere waar ik met een geweer werd beschoten. Het geweer ging af toen ik een kind was. En een andere kerel schoot dwars door mijn zij. Maar dat betekent niet dat je een Messias bent, nee. Maar het leven van de Messias zou de Geest van de Messias zijn in Zijn gemeente. Welnu, ongeacht hoeveel Hij Die op mij zou plaatsen, Hij moet Die ook op u plaatsen, omdat wij niet gescheiden kunnen werken; wij moeten samenwerken.

     Jezus ging naar een plaats en claimde dat Hij de Messias was, maar Hij kon er niet vele machtige werken doen. Waarom niet? [De samenkomst antwoordt: "Ongeloof." – Vert] Ongeloof. Hij is Dezelfde, gisteren, vandaag en voor eeuwig. Als u Hem niet gelooft, is er geen manier voor Hem om te werken. Als u Hem zult geloven, zal Hij regelrecht in uw vlees komen, dat zal de Messias doen. Amen. Hij is dezelfde God Die in vlees is. Gelooft u het?

59 Nu, in deze gebedsrij, u allen die in deze gebedsrij bent; hoe velen die hier zijn, zijn in een gebedsrij geweest in andere samenkomsten en zagen hoe God de geheimen en dingen openbaarde, steek uw handen op, u die in de gebedsrij staat. Goed. Welnu, als ik geen woord tegen u zou zeggen, alleen bid, gelooft u dan dat God het zal doen? U gelooft het? Gelooft u het zonder het te zien? Ik... ik weet wat u voelt. Ik kan het gewoon voelen. Zie? Ik kan het vertellen.

     Goed, u daar zonder... laten we hier de onderscheidingsrij hebben zonder gebedskaarten. Degenen zonder gebedskaarten krijgen de onderscheiding, en laten deze... dezen langskomen, zodat u zult zien dat de Engel van de Here hier is.

60 Nu, als die Vuurkolom die in Mozes' tijd in het brandende bosje was... De Vuurkolom was in de brandende struik in de tijd van Mozes toen Hij vleesgemaakt werd, hoe velen geloven dat dat Christus was? Hij zei: "Voor Mozes... voor Abraham was, BEN IK." Zie? Goed. Nu, die Vuurkolom die in de woestijn was, werd toen vleesgemaakt, en wij weten dat Hij dat deed, is het niet? En is Hij nu vanavond een Hogepriester Die kan worden aangeraakt door het voelen van onze zwakheden? [De samenkomst zegt: "Ja." – Vert] Goed. Heb slechts geloof en geloof God, en God zal het u dat toestaan.

     Welnu, laat ieder van u gewoon rustig zijn hoofd buigen en beginnen te bidden, elkeen van u. Wees niet opgewonden, paniekerig, maar geloof gewoon dat Jezus Christus hier is. Als u Hem nodig hebt, geloof alleen. [Het orgel speelt: De grote Heelmeester is nu nabij. – Vert]

     O, hoe wonderbaar, de medegevoelende Jezus. Wel, ik heb over Hem gesproken, Zijn Woord gesproken, zal Hij nu Zijn Woord vervullen? Goed, dat is alles, hebben jullie de gebedsrij daarlangs opgesteld?

     Ik wil in de zaal de onderscheiding hebben. Als God het nog eens wil toestaan... Goed, doe uw hoofd omhoog. Kijk naar mij, precies zoals Petrus en Johannes toen zij de poort genaamd de Schone passeerden; geloof mij als Zijn dienstknecht. Houd uw aanvechting in uw gedachten en zeg: "God, ik lijd aan zo en zo, heb genade met mij." Laat niemand van u denken dat u voorbij genezing bent. Dat bent u niet. Het is voor Hem net zo gemakkelijk om u te genezen als ieder ander; heb slechts geloof. Ik wenste dat ik iedereen van u kon genezen, dan zou ik het doen. Ik kan niets meer doen dan dat ik alleen kan zien wat er gaande is.

61 Ik let op het Licht. Het was net een seconde geleden hier. Het bewoog en ging die kant op en ik zie Het nu niet. Het is op dit moment weg van het podium. Ja, de kleine dame daar met haar hand bij haar mond lijdt aan een galblaasaandoening; geloof met heel uw hart, Jezus Christus maakt u gezond. U had meer geloof dan u dacht dat u had. "Indien gij kunt geloven, zijn alle dingen mogelijk."

62 De broeder die hier precies zit: vrees niet; u zult gezond worden. En als u met uw hele hart zult geloven, zal die man waarvoor u bidt, waar dat paard op viel, ontwaken, als u het zult geloven. Gelooft u het? Gelooft u het? Goed, heb geloof; niets is onmogelijk.

     Ik wil u iets vragen, wat raakte hij aan? Hij zit twaalf meter bij mij vandaan. Wat deed hij? Hij raakte de Hogepriester aan. Zijn geloof kwam in beweging en ik ving het op. Amen. Indien gij kunt geloven...

     Denkt u dat God die spataderen wil genezen? Was dat niet wonderbaar?

     Kleine zuster, die daar aan het einde van de rij zit, u wilt dat God u een baby zal geven, die kleine dame met de groen uitziende jurk aan? Heb geloof in God en u zult uw zoon omarmen waar u om gevraagd hebt.

     Vraag deze mensen. Ik ken die vrouw niet; ik heb haar nog nooit in mijn leven gezien. Zij is een vreemde voor mij, als... Zijn wij vreemden, dame, wie dat ook was die geroepen werd? Als wij vreemden voor elkaar zijn, steek dan uw hand op, ja; steek uw hand op zodat de mensen het kunnen zien. Wat raakten zij aan? De Hogepriester. Nu, gelooft u? Raakt u Hem nu aan. Doet u dezelfde aanraking. Ik daag u uit in Christus' Naam om het te doen. Nu zullen wij voor de zieken bidden.

63 Trof dat u? Gelooft u met heel uw hart dat ik Zijn dienstknecht ben? Ik ken u niet. U bent een onbekende voor mij... zodat de mensen zien dat het niet uitmaakt of mensen gebedskaarten hebben of niet. Welnu, u weet dat hier een of ander soort zalving is, is dat juist? U weet dat het... dat het... Er is iets meer voor nodig dan een man om zoiets te doen. Daar is God voor nodig, is het niet? Ja, zeker is dat zo. Gelooft u dat God mij kan vertellen waarvoor u hier staat? Wat zou... U weet dat Hij het kan. Dat is fijn. Goed. Als u het zult geloven... Ik zie dat u bent overschaduwd, ja, met iets vreselijks, en u bent overschaduwd, en dat is de reden dat ik rond keek en met de zalving die op mij is...

     Nu, ik kan daar niet elk van die mensen in die rij nemen, want dan zou ik hier op het podium neervallen. Ik ben nu zo zwak, ziet u de zweetdruppels parelen? Zie? Ik zou het niet kunnen, want als Hij zwak werd van één persoon die Hem aanraakte, wat dan met nu, als Hij door een zondaar gered door genade moet werken? Zie? En dat was de gezalfde God. Zie? Zelfs Zijn maagdelijk geboren lichaam waar God doorheen werkte, maakte Hem zwak, wat dan met mij, een zondaar gered door genade? Omdat Hij zei: "Meer dan dit zult gij doen. De dingen die Ik doe, zult gij ook doen, en meerdere dan deze." In de King James vertaling staat grotere, maar...

     U zegt: "Waarvoor praat u tegen mij, broeder Branham?" Ik probeer contact met uw geest te krijgen, net zoals Hij tot de vrouw bij de bron sprak. Dat is waar. Ik kan u nu vertellen dat u lijdt aan een extreme nervositeit; u heeft ook hartproblemen. Dat is juist, is het niet? Als dat zo is, steek dan uw hand op, zodat de mensen het kunnen zien. Gelooft u nu met heel uw hart? Wel, dezelfde God weet eveneens wat er met u aan de hand is. Zie? Daardoor komt het.

64 Ik blijf voelen dat zo nu en dan iemand zegt: "Hij raadt dat." Ik raad dat niet. Hoe kan ik dat raden? Nu, denk deze dingen niet omdat ik het hier precies opvang. Zie? Dat hindert de rest van de samenkomst, zeker. Laten we zien of wij dat raadden.

     U bent een fijn persoon. Welnu, dat kon ik niet geraden hebben; ik ken u niet. Ik heb u nog nooit gezien, wij zijn volkomen vreemden voor elkaar. Is dat juist? Dat is waar. In orde, dat is waar. Nu, ik weet niet wat ik u heb verteld. De enige manier waarop ik dat weet, is door die band te nemen. Laat mij weer met uw geest in contact komen. Zie, u bent een vrouw en ik ben een man. Dat is hetzelfde zoals het was bij de poort... bij de bron van Samaria. Maar wij, Christenen zijnde (zie?), en de Geest van God tussen ons, wij zijn broeders en zusters. Vervolgens is hier een God des hemels Die probeert door mij heen te werken net zoals dit... dit ding. Als u niets weet te zeggen, kan hij niets zeggen. Noch kan ik u wat vertellen. Ik moet hierdoor spreken om er een stem doorheen te laten gaan. Wel, Hij moet door mij heen spreken om mij te vertellen wat er fout is. Begrijpt u het, gehoor? Zie, zie?

65 Welnu, ik geef mijzelf over, ik heb een gave van God om mijzelf over te geven. Ik weet niet wat Hij zal gaan zeggen. Als Hij u kan vertellen wat geweest is, dan zult u zeker geloven wanneer Hij u vertelt wat er zal gaan gebeuren. Nu, iemand zegt: "Wel, laat ons zien of Hij u zal vertellen wat geweest is." God heb genade, zodat de mensen het kunnen zien en begrijpen, is mijn gebed. Ik wil alleen... Ik ga uw leven niet blootleggen, maar ik wil alleen zien of God het wil vertellen, zodat de mensen zien dat iets dat... Ik wil het Hem niet meer vragen in deze samenkomst vanavond; als Hij het slechts zou laten gebeuren.

66 Ja, ik zie het nu. Ik zie haar schudden, naar een raam lopen. Zij wordt erg nerveus, speciaal laat in de avond, direct na het werk. En zij heeft een hartprobleem. Dat is exact... O my. Er is nog iets anders, ja, hier is iets dat gebeurd is. Het is een of andere operatie, een kanker in de borst. En u bent bang dat er nog steeds een deel ervan is overgebleven. Dat is waar. [De zuster spreekt tot broeder Branham – Vert] Ja, op uw zij. Zie, ik wees naar mijn linkerkant. Zeker, ja. En u heeft nog meer problemen gehad; u heeft pasgeleden uw man verloren. Dat is juist. Is dat gebeurd? Gelooft u dat God mij kan vertellen wie u bent, hetzelfde hoe Hij wist wie Simon Petrus was, enzovoort? Mevrouw Babb, nu, ga gelovend, het zal allemaal over zijn. Amen. [De samenkomst prijst God. – Vert]

67 Nu, als ik alleen maar handen leg... Er is hier Iets wat zalft, is het er niet? Als ik handen op u leg, de Bijbel zegt daarover: "Deze tekenen zullen hen volgen die geloven; als zij handen op de zieken leggen, zullen zij herstellen." Onze hemelse Vader, ik leg handen op mijn zuster en vraag, terwijl deze zalving hier is, voor haar genezing. Amen. Ga nu, met uw hele hart gelovend.

     Als ik handen op u leg, gelooft u dan dat God u zal genezen en u gezond zal maken? De hele gemeente bidt voor u. In de Naam van Jezus Christus, moge hij genezen zijn. Heb slechts geloof en ga gelovend met heel uw hart.

     Nu, u weet dat ik weet wat er verkeerd met u is, maar ik hoef het niet te zeggen, is het niet? Zolang ik u vertel dat uw hart... O, gaat u maar door, ik heb het al gezegd...?... [De zuster prijst God – Vert]

     Nu, u weet dat ik weet wat er verkeerd met u is, is dat juist? Als ik het u zou vertellen, zou het u dan helpen? Wat zou moeilijker voor mij zijn: om handen op te leggen of u te vertellen wat er verkeerd met u is? U vertellen wat er verkeerd met u is. Goed. U wordt lastiggevallen door nervositeit, ga nu van het podium af en wees gezond.

     Ik weet niet hoe ik me hier uit vandaan moet schudden, als je doorgaat, stop je de gebedsrij, ziet u, als dat niet gaat. Daar is het opnieuw.

68 Gelooft u dat uw rugprobleem in orde zal komen? Ga, gelovend met heel uw hart. Nu, u weet dat God mij kan vertellen wat er verkeerd met u is, en als Hij het zou doen, zou het u dan helpen? Goed. Kom af van die oude astma, ga door, gelovend met uw hele hart. Kan er op de een of andere manier niet bij vandaan komen. Laten we ervoor bidden.

     Gelooft u dat God u zal genezen? [De zuster zegt: "Dat doe ik zeker." – Vert] En uw hart zal in orde zijn en u zult gezond zijn. Goed. Ga, geloof met heel uw hart...?...

     Wel, dat is in orde. Nu, bid alleen en geloof met heel uw hart. Hij weet wat er verkeerd is met de mensen. Gelooft u nu? Heb alleen geloof, twijfel niet. Wel, als elkeen van u zal geloven en gewoon uw genezing zal aanvaarden, eerbiedig op de plaats waar u bent, uw genezing eenvoudig zult aanvaarden... Nu, wees heel eerbiedig.

69 Het is er opnieuw. Ik ken u niet, weet niets over u. Ik veronderstel dat wij elkaar nooit in ons leven hebben gezien; dit is onze eerste ontmoeting. Als dat juist is, steek dan uw hand op. Alleen een andere plaats, zoals onze Here op een keer een vrouw bij de bron ontmoette en tot haar sprak. Hij ontdekte wat haar probleem was en toen vertelde Hij haar van haar probleem. En zij zei dat Hij de Messias was. Als Hij u hetzelfde kon vertellen door mij heen, zou u dan geloven dat Hij nog steeds de Messias is? Gelooft u het met heel uw hart? Ik wilde u dat alleen voor een reden vragen. U had een ongeluk met uw been, er moest een knieschijf weggenomen worden. Dat is juist. En daarnaast heeft u een hernia die u kwelt, en u bent extreem nerveus. En de wijze... de grootste zaak die u nodig heeft, is om uw leven aan Christus te geven en van een zondaar een Christen te worden. Wilt u Hem nu aanvaarden als uw Redder? Neemt u Hem aan als uw Redder? Ik verklaar u genezen, in de Naam van Jezus Christus. Ga en zondig niet meer. [De samenkomst prijst God – Vert]

70 Laten we zeggen: "Prijs God", iedereen, laten we Hem even aanbidden. Vader God, in Jezus' Naam, genees mijn zuster.

     Vader God, terwijl zij passeert, mag zij genezen zijn, in Jezus' Naam.

     Als het zo doorgaat, zult u na een poosje een kruk nodig hebben, maar gelooft u dat God het van u zal wegnemen? En de gewrichtsontsteking zal u verlaten en verdwenen zijn. In de Naam van de Here Jezus, moge zij gezond zijn...?... Ja, mevrouw, God zegene u, zuster. Dank u, zuster.

     Onze hemelse Vader, ik leg handen op deze dierbare vrouw. In de Naam van Jezus Christus, genees haar, Vader. Amen.

     Hemelse Vader, terwijl ik mijn hart voor U buig, bid ik voor mijn broeder. Als hij voorbij komt, moge hij onder de schaduwen van het kruis komen en genezen zijn, in Jezus' Naam.

     Welnu, als ik u zou vertellen wat er verkeerd met u is, zou dat u helpen? [De zuster zegt: "Ja." – Vert] U bent bezig blind te worden, maar dat is niet de oorzaak. Diabetes is de oorzaak. En als u met uw hele hart zult geloven, zal het u verlaten. Zult u geloven? Dan, in de Naam van Jezus Christus ga, en word gezond. Amen. Dat is...?... Vader God, in de Naam van Jezus Christus, mag zij gezond worden. Amen. Heb geloof.

     Hemelse Vader, ik bid in Jezus' Naam, dat U wilt genezen...?...

71 Nu, denk niet dat het is omdat ik hun niet vertelde dat... Het is tamelijk moeilijk voor mij om daarvan weg te gaan. Zie? Maar ik weet dat het in orde is. God doet het toch wel. Zie? Het maakt niet uit. Zie? Ik kan niet... Als je de hele rij doet dan... Ik vertelde broeder Jack om op te letten of het door zou gaan, ik zou de rij dan moeten verlaten omdat het nu al voor mij begint te tollen. Hoe velen begrijpen dat dat Schriftuurlijk is? Welzeker, kijk, je kunt bijna niet...

     Goed, gelooft u mij als Zijn profeet, of Zijn dienstknecht, bedoel ik te zeggen. Daarover struikelen sommige mensen. Ik ben geen profeet; ik ben alleen Zijn dienstknecht. Zie? Gelooft u met heel uw hart? Gelooft u dat hij gezond zal worden? Uh? Hij is echt nerveus, is het niet? Hij heeft hartproblemen, hoge bloeddruk, en hij drinkt. Ga, geloof; dat is uw man waarover ik spreek, hij zal in orde komen. Heb geloof in God.

72 Onze hemelse Vader, ik bid dat U onze zuster wil genezen, in Jezus' Naam. Huh?

     Ga, eet uw maaltijd; u werd genezen terwijl u daar op de stoel zat; uw maagprobleem heeft u verlaten.

     O God, ik bid God dat U deze...?... wilt genezen in Jezus' Naam. Amen.

     God, ik bid dat U onze zuster wilt genezen, in Jezus' Naam.

     God, ik leg handen op deze kleine, in de Naam van Jezus Christus, moge hij... Vrees nu niet, het zal in orde zijn.

     Vader God, ik bid dat U haar gewrichtsontsteking wilt genezen en haar gezond wilt maken, en de nervositeit, en ik bid dat zij in orde zal gaan zijn, in Jezus' Naam.

     Vader, ik bid dat U haar wilt genezen in Jezus Christus' Naam. Moge zij weggaan en gezond worden.

     God, ik bid dat U onze broeder wilt genezen en hem gezond maakt als ik handen op hem leg, in Jezus' Naam. Amen. God zegene u, meneer.

     Onze hemelse Vader, ik leg handen op onze zuster. In de Naam van Jezus Christus moge zij gaan en genezen zijn. Amen. Heb nu geloof; twijfel niet.

     Onze Vader, ik bid dat U onze zuster wilt genezen in de Naam van Jezus Christus.

     Ga voorbij, zoals... kom niet langs mij heen, maar onder het kruis. In de Naam van de Here Jezus, moge zij genezen zijn. Amen.

     O, twijfel niet. In Jezus' Naam, Vader, ik bid dat U deze zegening wilt toestaan. God zegene u.

     Onze hemelse Vader, ik bid dat U onze zuster wilt genezen, in de Naam van Jezus Christus. Amen. God zegene u, zuster. Gelooft u dat? Heb goede moed. Zie?

     Nu, u weet dat ik weet wat er verkeerd was, maar ga het hoe dan ook geloven. Zie...?...

73 U wilt dat ik zal zeggen... Als ik u zal vertellen wat op uw hart is, zult u mij dan als Zijn profeet geloven? Zult u dat? Er is één ding fout met u: u wordt lastiggevallen door nervositeit. Dat is juist. U hebt een nerveuze maag die u moeite veroorzaakt. Dat is waarvoor u wilt dat ik bid, is dat niet waar? U hebt het heel uw leven gehad. Ik vertel u dat u een last op uw hart hebt. Kan God mij vertellen wat uw last is? De redding van uw vader en moeder. Dat is ZO SPREEKT DE HERE. [De samenkomst prijst God – Vert]

     Ik ken u, zuster. O, Here God, terwijl de zalving van de Heilige Geest hier is. Deze vrouw is zo vriendelijk voor mij geweest, ik bid dat U haar vanavond haar verlangen wilt geven. Sta al deze dingen die zij heeft gevraagd toe, Vader, en speciaal voor het gezin. Ik bid in Jezus' Naam. Amen. U weet wat ik bedoel. Goed.

74 Onze Vader Die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd, sta de genezing van onze dierbare broeder toe, in Christus' Naam.

     Kom gelovend; twijfel niet. God zegene u, broeder, heb nu geloof. In de Naam van Jezus Christus leg ik handen op hem terwijl de zalving van de Heilige Geest tegenwoordig is, in Jezus' Naam, moge hij genezen zijn.

     Onze Vader, als wij de vibratie van deze fijne vrouw voelen, bid ik, Vader, dat U haar wilt genezen, in de Naam van Jezus Christus. Amen.

     Kom gelovend nu; twijfel niet. Zuster, kijk even naar de gebeden die voor u opgaan; kijk naar dit fijne stel predikers hier. Dit is de gemeente van de levende God. Zie? Onze Vader, wij bidden dat U haar geneest en door geloof leggen wij handen op haar als een bekrachtiging van Jezus' eigen woorden, Die zei: "Deze tekenen zullen hen volgen die geloven." Moge zij gezond zijn in Jezus' Naam. Amen. "Het gebed des geloofs zal de zieken redden en God zal hen doen opstaan."

75 Hemelse Vader, met het vurige, aanhoudende gebed van de rechtvaardigen – en wij zijn niet rechtvaardig, maar wij aanvaarden de gerechtigheid van onze Here – ik bid dit gebed voor haar en bied het U aan ten bate van haar, in de Naam van Jezus Christus. Amen. God zegene u, zuster; ga nu gelovend.

     De meest gevaarlijke ziekte die er is, hartproblemen, maar God is een Genezer van hartkwalen. Is dat niet waar? Geloof... Onze hemelse Vader, ik bid dat U onze broeder zegent en hem geneest. Sta het toe, Here, als ik handen op hem leg in Jezus Christus' Naam. Amen. Hij zegene u, broeder.

     Onze Vader Die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd, ik bid, Vader, dat U de genezing van mijn broeder wilt toestaan. Amen.

     Vader God, als ik handen op de kleine vrouw leg, bid ik in de Naam van Jezus Christus, dat U haar zult genezen en elk deeltje gezond zult maken. Amen. Twijfel niet; kom slechts gelovend.

     Here Jezus, teder en liefdevol, Here, brengt zij de kleintjes en ik leg mijn handen op hen en verklaar de zegeningen van God. Moge het genezen zijn in Jezus' Naam. Amen. God zegene u, zuster.

     Onze hemelse Vader, zoals deze nederige kleine vrouw hier dichterbij komt, het Woord van God op haar hart dragend, bid ik, Here, dat het daar diep in zal gaan, en dat zij geloof zal hebben om te geloven in Christus' Naam. Amen.

     Onze hemelse Vader, wij vragen de barmhartigheden van God over deze, onze zuster. Moge de kracht van God haar genezen en haar gezond maken in Jezus Christus' Naam.

76 Wat is dat? [Iemand spreekt tot broeder Branham – Vert] Goed. Ik ga aan deze mensen vragen die hier zitten, die, ofschoon zij geen gebedskaarten hebben, maar in deze rolstoelen zitten, of u allen uw hoofd wilt buigen en voor een ogenblik met mij wil meebidden, iedereen, terwijl ik erheen ga en handen op hen leg. [Broeder Branham verlaat het podium en bidt gedurende enige minuten voor degenen in de rolstoelen, slechts een paar woorden zijn van tijd tot tijd verstaanbaar, mede doordat de samenkomst luid meebidt.]

     Nu, voor u die hier zonder kaarten waren... En ik bad voor deze mensen in de rolstoelen en zij hadden ook geen kaarten. Maar zij hadden zo'n moeilijke tijd om naar de samenkomsten te komen. Ik... Bad ik hier voor deze kleine kerel? God zegene je, broeder. [Broeder Branham bidt voor de jongen met slechts een paar woorden verstaanbaar – Vert] Onze hemelse Vader...?...

     Wij zongen gewoonlijk het kleine lied:

Bid, bid, de enige manier om hogere gronden te bereiken;
Bid, bid, het gebed des geloofs zal Gods zegeningen naar beneden brengen.
Is dat waar? Gelooft u allen in God...?...

77 Neem me niet kwalijk, ik had de gebedsrij beëindigd. Alleen deze ene? Goed. Is dit de andere dame? Goed. Welnu, als u wilt... Hoe velen geloven? Deze dame ken ik niet; ik heb u nog nooit gezien, zover als ik weet. Wij zijn vreemden voor elkaar. Nu, laat voor ieder persoon hier in dit gebouw deze vrouw uw voorbeeld zijn. Hier zijn wij; loop gewoon deze kant op, zuster. Ik ken deze vrouw niet; ik heb haar nooit gezien. Wij zijn totale vreemden voor elkaar voor zover als ik weet. Maar als de Heilige Geest mij iets wil vertellen wat er verkeerd met haar is, of waarvoor zij hier is... Zij zou ziek mogen zijn. Misschien is zij hier voor iemand anders. Misschien is zij hier voor huiselijke problemen, financi ële problemen, kerkelijke aangelegenheden, geestelijke toestand. Ik weet het niet. Dat is waar. Ik ken de dame niet; God wel.

     Maar opdat u mensen altijd zult weten dat Jezus Christus in uw tegenwoordigheid de onfeilbare bekrachtiging van Zijn Woord doet... Laat mij voor een ogenblik tot de vrouw spreken, terwijl ik mijzelf overgeef aan de Geest.

78 Welnu, voor u, waarvoor ik gebeden heb en handen opgelegd heb in de rolstoelen, als u niet genoeg geloof hebt om op te staan en te lopen, laat dat u niet hinderen; u hebt gewoon een mosterdzaadje en houd daar precies aan vast, en blijf gewoon precies doorbewegen. Zie? Nu, aan Abraham werd een belofte van God gegeven en vijfentwintig jaar wachtte hij op de vervulling van de belofte. Is dat juist? Hij twijfelde nooit aan de belofte van God door ongeloof, maar was sterk, God de dank gevende. Nu, wij weten dat God nog steeds God blijft.

79 Welnu, als deze vrouw hier vanavond in de tegenwoordigheid van de Here Jezus Christus was gelopen... Laten we zeggen dat zij ziek is, en zij liep tot in de tegenwoordigheid van de Here Jezus, en zij... Zij is in de tegenwoordigheid van de Here Jezus, niet u, niet ik, maar de Geest Die hier is. Zie? Hij is de Wijnstok; wij zijn de ranken. Is dat juist? Hoeveel weten er dat de wijnstok geen vruchten draagt? De ranken dragen de vruchten omdat zij door de wijnstok van energie worden voorzien. Is dat waar? Nu, let goed op en luister. Als zij hier stond in de tegenwoordigheid van de Here Jezus...

80 Er gebeurde daar iets bij die jongen. Ik vertel u wat u moet doen. Ik wil dat u vanavond een veter neemt en het rond dat waterhoofd bindt (zie?) en er een knoop in legt. En dan op de laatste dag van de samenkomst, overmorgen avond... Morgenavond doet u er een andere knoop in, en de volgende avond nog een. En breng mij die veter en leg hem hier bovenop om te bewijzen dat God met de jongen bezig is. En u zult zien hoe dat hoofd slinkt tussen nu en dan. Opdat u het zult weten.

     Nu, de reden dat ik dat gedaan heb, is om haar geloof te helpen. Zie? U moet iets hebben voor uw geloof. Zie? Als u het niet zult betwijfelen, zal het plaatsvinden. Welnu, let op, ik wil dat u uw veter er omheen bindt en er een knoopje in legt. Doe dan morgenavond na de dienst hetzelfde bandje erom heen, leg er nog een knoopje in, om te zien hoeveel het slinkt, en dan op de laatste avond leg uw knoop erin en kom naar de gemeente, en leg het dan op het podium hier, knip het af en toon mij hoeveel het geslonken is tussen nu en toen. Zie?

81 Nu, ziet u, vrienden... U zegt: "Wat bent u aan het doen, broeder Branham?" Ik probeer een beetje tot mijzelf te komen (zie?), zodat ik een ogenblik tot u kan spreken. Ik keek daarheen en zag u allen als één grote melkachtige groep. Zie? Maar ik ben aan het proberen u te laten zien dat uw broeder, ik, uw broeder, er hier op aarde niets mee te maken heeft. Het is God Die Zijn Woord bewijst, Zijn belofte, waarvan Hij zei dat Hij het zou doen. Nu, wees er niet bevreesd voor. Als ik vanavond Zijn stem kon horen spreken, dan zou Hij dit zeggen: "Heb goede moed; Ik ben het; wees niet bevreesd." Want Hij is Dezelfde als gisteren en dat wat Hij gisteren deed, doet Hij vandaag, en dat zal voor eeuwig zo zijn. Gelooft u dat?

     Nu, kijk, zodat u zult weten dat er geen gebedskaarten voor nodig zijn of dat iemand iets... Op het predikersontbijt en gedurende drie avonden, drie diensten nu, hebben wij geen gebedskaarten gehad. En Hij heeft het gedaan in andere diensten zonder gebedskaarten, net zoals Hij vanavond gedaan heeft mét gebedskaarten. Gebedskaarten stellen ze alleen op in een rij, zodat wij geen strijd over elkaars plaats hebben. Zie? Teveel in één plaats...

82 Nu, zuster, neem me niet kwalijk; ik vergeet het steeds. Ik ben niet buiten mijzelf, maar ik hoop dat u mij ervoor vergeeft; ik bedoelde niet om u hier te laten staan om u op te laten vallen. Nu, gewoon een... We... Heeft u een gebedskaart of hebben zij u hier gewoon geplaatst? U had een gebedskaart? Goed. Omdat ik dacht, dat als u in staat was om zo rond te lopen, het niet goed zou zijn ten opzichte van de anderen, omdat u voor hen een vraag zou kunnen zijn. Maar zij gaven u een gebedskaart, u stond in de rij, goed.

     Nu, als de Here Jezus... zoals hier opnieuw een vrouw en een man, als Hij mij iets kan vertellen, bijvoorbeeld waarvoor u hier bent, zou u het dan geloven? U bent hier opdat ik zal bidden voor uw ogen, u heeft een oogprobleem. Als dat juist is, steek dan uw hand op. Wel, u zegt: "Zeker, zij heeft een bril op." Goed, laten wij dat uit de weg ruimen. Kijk nu naar mij en geloof. Gelooft u... Nu, u bent... alleen om het de mensen te laten weten. Precies nu voelt u een echt lieflijke warme Geest. Als dat juist is, steek uw handen op, want u bent een Christen.

     Welnu, heeft u ooit een foto van dat Licht gezien, die Vuurkolom op de foto? Wij hebben hem hier en het is overal ter wereld gefotografeerd. Wij hebben ze precies hier in het gebouw. Nu, hoe velen hebben het ooit gezien? Goed, dat Licht hangt nu precies tussen mij en de vrouw in. Ik kijk er regelrecht naar.

     Nu, denkt u dat Hij uw man kan genezen? [De zuster zegt: "Jazeker." – Vert] Hij is ook hier. Als ik u vertellen kan wat er verkeerd is met uw man, zult u mij dan geloven als Zijn dienstknecht? Hij heeft huidkanker op zijn gezicht. [De zuster begint te huilen.] Dat is juist, is het niet? Uh-huh. Juist. En u heeft nog een andere geliefde waarvoor u bidt. Dat is een dochter, geliefde; zij is niet hier, heeft problemen met haar oor. Zij is zelfs niet in dit land. Het is in Georgia. Is dat juist? U komt niet uit deze stad; u komt uit een stad, genaamd J-a... Jasper. Dat is juist. Uw naam is mevrouw Kemming. ["Dat is juist."] Dat is waar. Ga naar huis en word gezond in Jezus Christus' Naam.

83 Dame... Hoe velen geloven er? Jezus zei: "Deze tekenen zullen hen volgen die geloven." Is dat juist? Leg uw handen op elkaar. "Als zij handen leggen..." Bid nu niet voor uzelf; bid voor de persoon waarop u... Helemaal daar achterin, leg uw handen op elkaar. Nu, bid het gebed des geloofs.

     Onze hemelse Vader, ik bid dat U ons wilt helpen. Satan, je hebt je kracht verloren. Je bent tentoongesteld, Satan, kom uit van hen, in de Naam...?... [Niet meer te verstaan door het juichen van de mensen – Vert]