Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

De weg van een ware profeet

Door William Marrion Branham

1 Wel, goedemorgen, vrienden. Het is een mooie morgen en het is een goede tijd om hier te zijn. Ik ben gelukkig om vanmorgen in leven te zijn en hier met u in de gemeente te zijn. Er zijn zoveel dingen die in zo'n korte tijd kunnen gebeuren. En we weten niet op welke tijd wij ter verantwoording zullen worden opgeroepen bij de Grote Terechtzitting, en we willen te allen tijde gereed zijn; zodat wij vrede kunnen hebben.

2 En ik ben zeer dankbaar zoals ik zei... Natuurlijk was ik hier zondagavond en sprak tot de mensen. Ik predikte zondagavond en ik wil broeder Roberson bedanken en allen die opbelden, dat ze van die boodschap op zondagavond genoten hadden, getiteld: We hebben alle dingen. En dus - soms - ik dacht er niet aan te zullen gaan spreken, alleen maar om te komen, maar ik keek naar broeder Neville, en zijn keel daar onderin leek wel op een hommel, en ik dacht: "Arme broeder, als hij vanavond een beroep op mij doet, zal ik hem zeker helpen of alles doen wat ik kan", omdat ik weet wat dat is als je vermoeid en hees bent, en je hebt die morgen hard gepredikt; en dus sprak ik voor hem op zondagavond. En dus zijn wij... Ik dank u zeer.

     Nu, er zijn naar men zegt veel verzoeken om gebed; en laten wij dus gewoon eerst aan hen, aan al deze verzoeken denken. Laten wij onze hoofden nu buigen.

3 Onze Hemelse Vader, er is geschreven, dat wij Uw samenkomsten zouden binnengaan met dankzegging in onze harten en onze verzoeken bekendmaken in de vergaderingen der heiligen. En wij hebben er vele deze morgen; zoveel dat wij niet weten hoe ze onder Uw aandacht te brengen, maar U kent ze. En er zijn er vele waarvan niet gesproken werd; U kent die ook. Dus bidden wij met ons hele hart, zoals wij verleden zondagavond deden voor zuster Shepherd's, broeder Shepherd's kind. Toen daar in de...? ... zou terugkomen... De Heilige Geest zei: "Zij heeft geen polio; zij zal in orde zijn." Wat een voldoening hebben we als wij van U horen.

4 Nu, wij vragen vanmorgen dat U deze verzoeken voor ziekte, voor het diepbedroefde huis, voor de geliefden en alles wat gesproken is, Vader, wilt toestaan; wij bidden dat U elkeen zult gedenken. En ik bied U mijn gebed en het gebed van deze mensen aan, die tezamen vergaderd zijn, en aan U worden opgezonden in de Naam van Jezus Christus. Hoor ons, Vader, bidden wij. Amen.

5 Ik wil ieder van u bedanken voor al uw gebeden voor mij, terwijl ik... U weet dat ik een kleine explosie had daar op de schietbaan. En Satan probeerde mij te doden en... Natuurlijk kon hij het niet doen - God was nog niet met mij klaar. Wel, hij kan het gewoon niet doen, totdat het allemaal voorbij is. Als God klaar is, dan ben ik klaar. Maar ik - mijn goede vriend, broeder Wood die daar zit, het zijn slechts de barmhartigheden van God, anders zou hij mij slechts van hier onder en niet hier boven hebben gevonden. Het was ongeveer een explosie van vijf- of zes ton zo vlak bij mijn gezicht. Het heeft mij totaal niet gedeerd. Zie? Het schramde alleen mijn gezicht een beetje, zodat - maar het is nu allemaal voorbij, er is daar alleen maar een plekje overgebleven.

6 Dus wil ik broeder en zuster Dauch hier, broeder Brown en zo, bedanken, die, wat ik uit een telefoongesprek begreep, een groepje mensen verzamelden en voor mij gebeden hebben, en dat doet je iets. Weet u, je bidt voor anderen en zo, en als je dan ontdekt dat iemand voor jou bidt als je het nodig hebt, betekent dat heel wat. En ik weet dat velen van u niet opbelden of zoiets, maar dat u het eveneens deed. En het betekent heel wat voor ons. En dat is de reden dat het mij niet verwondde. God liet mij in orde zijn en dus ben ik zeer dankbaar.

7 Nu heb ik enkele aankondigingen, net voordat wij deze kleinen opdragen. Vanavond is er dienst in de Tabernakel en u allen die hier naar de Tabernakel komt, kom regelrecht naar de dienst. Ik zal vanavond voor broeder Ruddell hier aan de hoofdweg spreken, een van onze bezoekende broeders. Verder wil ik, zodra ik terug ben, als ik nog een avond heb, naar broeder "Junie" Jackson gaan. En dan zijn wij aan die broeder te Sellersburg een avond verschuldigd. En dus willen we ook hem gaan ontmoeten. De broeder ginds te Utica... in deze avonden inpassen, als wij kunnen.

8 Deze week vertrek ik naar Green Bay, Wisconsin, zoals u weet, naar de regionale conferentie van de Volle Evangelie Zakenlieden.

9 Volgende zondag ben ik in die middelbare school waar ik de laatste keer was. Ik ben de naam van de Aula van die middelbare school vergeten. Hoe is hij? Mather? Stephen Mather (ja, in orde) Aula van de middelbare school. En dan, maandag ben ik in een conferentie waar ik de laatste keer de discussie met die Vereniging van Predikers in Chicago had. We zijn in die plaats voor een afscheidssamenkomst van broeder Joseph Boze, die naar Tanganyika gaat (Tanganyika geloof ik dat hij het noemt) en Kenya en Durban en zo verder, afspraken makend voor mijn aanstaande samenkomsten in de herfst en - in Afrika en door Zuid-Afrika. En dan vragen wij u ons in gebed te gedenken in deze samenkomsten.

10 Dan keren wij terug... Nu, ik weet niet of ik tijd heb om nog een dag in de Tabernakel te zijn of niet, voordat we dan naar North Carolina gaan, vervolgens naar South Carolina, en dan helemaal naar Cow Palace, en Los Angeles in South Gate. En daar hoop ik naartoe te gaan en de heer Weatherby te ontmoeten, degene die het geweer maakte, waarin de patroon ontplofte.

11 Hij had de loop niet ruim genoeg uitgeboord, waardoor de patroon teruggeslagen werd in plaats van er naar voren uit te gaan. Het was een oud geweer; ik had het juist naar hem toegezonden en hij had het toen uitgeboord en er een ander soort geweer van gemaakt. En ik deed de patroon erin en stond op om te schieten, en wel, het blies het geweer vijfenveertig meter rondom mij heen en het smolt in mijn hand. De loop kwam terecht op de vijfenveertig meter lijn, de grendel vloog helemaal terug achter het hertenhok, vijfentwintig - vijfendertig meter achter mij, en metaalscherven vlogen in het rond en sloegen de bast van de bomen en van alles. Dat was vlak bij mijn oog, ongeveer tweeëneenhalve centimeter, waar het ontplofte. En dat geweer kan zelf een druk van negenenzestig pond doorstaan zonder te ontploffen. Dus u kunt zich wel voorstellen hoeveel druk erop stond om dat te doen. En bedenk, dat als het zo ontploft, het mijn hoofd en schouders ook zou hebben kunnen wegblazen, ziet u. Maar het was de Here, die daar stond. Hij liet zelfs niet toe, dat het mij raakte, het schramde mij alleen over mijn gezicht, en een metaalsplintertje ging naar binnen, aan de onderkant van mijn oog, maakte een ring om mijn oog, dus raakte het mijn gezichtsvermogen niet waar de splinter naar binnen ging. Een van de grote stukken, die in de schedel was vast blijven zitten, ging om het oog heen en kwam niet in mijn oog. Dus... O my!

12 Herinnert u zich dat ik niet lang geleden vertelde, dat Hij mij in de kamer ontmoette en zei: "Vrees niet, want de nimmer falende Tegenwoordigheid van Jezus Christus is altijd met u!" Dat bewijst wel dat Hij het is.

13 Een dokter die in Louisville naar mijn oog keek, zie... Zij schreven terug aan dokter Sam Adair hier, onze vriend, en zeiden: "Het enige wat ik kan zeggen, is, dat de Here daar die morgen bij Zijn dienstknecht zat om hem te beschermen, anders zou hij zelfs geen hoofd en schouders hebben overgehouden." Dus was Hij werkelijk goed voor mij en ik waardeer dat zeer. Het brengt mij wat dichterbij; het maakt je altijd wat anders.

14 En toen, twee of drie dagen daarna, toen ik door zou gaan naar mijn samenkomst, die op het programma voor Canada stond, belde de man mij op, zonder hier iets over te weten, en liet de samenkomst uitstellen. Zie? Ik zou anders op weg daar naartoe zijn geweest, als dat niet gebeurd was. Zie? Ik belde toen terug en moet deze Canadese samenkomst in juli houden, de laatste weken van juli. Dan ga ik door naar Dawson Creek en dan naar Anchorage, Alaska, zo de Here wil.

15 Nu, voor geen van deze samenkomsten heb ik enige leiding om te gaan, geen enkele. Maar ik kan er niet aan denken, hier de hele zomer te zitten, hier te zitten, terwijl de mensen overal sterven. Ik moet zaden zaaien, waar het ook is, het doet er niet toe wat er gebeurt. Als het niet opkomt, als de vogelen des hemels het oppikken, als wat het ook is, ik wil zaden zaaien, omdat Hij mij iets gaf om te zaaien. Dus ga ik het zaad in ieder geval zaaien.

16 Nu, wij hebben hier een tijd... Nu, veel mensen dopen, wat zij "dopen" noemen, kleine baby's in het Christelijk geloof. Wel, dat is goed. Als u dat doet, dat is aan u. Natuurlijk dopen zij hen niet echt; zij sprenkelen alleen maar water op hen. Maar wat mij betreft, ik houd ervan gewoon te blijven bij wat de Bijbel zegt te doen. Daarom alleen wat het Woord zegt, dàt wil ik doen, gewoon wat Het ook zegt. En ik vind geen enkele plaats in de Bijbel... In het Oude Testament brachten zij hun kinderen voor een vleselijke besnijdenis, de jongetjes, en de moeder offerde een offer voor reiniging, twee tortelduiven of een lam. Maar in het Nieuwe Testament is de enige plaats, die ik kan vinden, ter herdenking aan deze grote dienst van... Het was een opdragen. Zij brachten de kleuters tot Jezus en Hij nam hen op in Zijn armen en zegende hen. Dat deden de ouders van Zijn dag. En Zijn leven was een voorbeeld van wat wij moeten doen. Zie? Deze dingen deed Hij tot een voorbeeld.

17 Nu, wij nemen gewoon de kleintjes en men brengt hen tot ons en wij dragen hen gewoon aan God op en vragen Gods zegeningen over hen en bidden een gebed van toewijding van de moeder en vader aan God, als zij hun kind aanbieden. En dragen hen op in de Naam van Jezus Christus, totdat zij oud genoeg zijn om gedoopt te worden in de Naam van Jezus Christus. En Hij zei, dat wat we ook doen in woord of daad, wij het alles moeten doen in de Naam van Jezus Christus. Dus zo wensen wij het te doen.

18 En nu, terwijl de zuster zachtjes dit lied wil spelen, de zuster, die wij hier hebben: "Breng ze binnen..." En de moeders en vaders, die deze kleine baby's hebben gekregen, die nog nooit aan de Here opgedragen zijn, als u hen nu wilt brengen, terwijl de gemeente, wij zachtjes nu voor hen zingen...?...

Breng ze binnen, breng ze binnen,
Breng de kleintjes tot Jezus.

     Ik houd van deze kleintjes. Er is iets met hen, dat zo lieflijk is.

19 Ik denk dat dit een uitgesproken Italiaan is, is het niet? Goed. De Italiaanse familie onlangs, of een Italiaanse zuster vanuit Chicago zei, dat dit het Italiaanse gezin is. Hoe heet hij? Jonathan David. Wat een prachtige naam. Jonathan David. Hij zei dat hij dacht dat hij een Italiaanse naam had, dat hij... hij wilde dat zijn baby een Bijbelse naam had. U weet, er was eens in de Bijbel een grote Italiaan met de naam van Cornelius, weet u. En hij had een legerafdeling, en hij was goed; hij gaf aalmoezen aan de mensen. Toen hij die een heiden was, nochtans... U kent de geschiedenis. En op een dag kwam er een engel naar zijn huis, die hem vertelde om een man te laten halen die het plan van God wist. En hij... U kent het verhaal. Wel, hij bracht deze mensen zo'n respect voor God bij. Terwijl Petrus deze woorden nog sprak viel de Heilige Geest op hen. Ik bid dat deze baby hetzelfde type mens zal zijn. Dezelfde man. Jonathan - mooi. Mag ik hem even nemen? Kom hier Jonathan. O, wat een suikerklontje voor dit gezin. Laten we onze hoofden buigen.

20 Onze Hemelse Vader, jaren zijn voorbij gegaan zoals de geschiedenis die ik net aanhaalde van een geweldig man, Cornelius genaamd, die een goed man was, rechtvaardig. Die aalmoezen betaalde en God liefhad. En een engel van God kwam tot het huis van deze man. O God, wij geven vanmorgen kleine Jonathan David aan U. Ik bid, Hemelse Vader, zoals ik hem uit de armen van zijn moeder en vader genomen heb, die hem opdragen aan U, offer ik dit gebed tot opdraging van dit kinderleven voor een leven in dienst aan U. Tot een zegen voor het huis, tot een grote hulpsteen voor de Gemeente. Sta het toe, Vader. Ik geef kleine Jonathan David aan U, in de Naam van Jezus Christus. Amen.

     God geve u genade en hulp om hem op te voeden in de vreze van God. God zegene je, Jonathan.

21 Nu deze, my, hij is tamelijk jong, of is het een zij? Hé! My, nòg een aankomende prediker, hoop ik. Hoe heet het? Micha? Micha. Ik spreek vanmorgen over hem. Micha Edward. Dat is een mooie naam. Welnu, mijn vrouw zou dit heel wat beter kunnen doen wat het vasthouden betreft, omdat ik altijd bang ben dat ik hen breek wanneer ze zo klein zijn. Wat een lief, klein ding. Die kleine oogjes kijken maar rond. Hij is zo klein. Hoe oud is hij? Een maand oud. Laten we onze hoofden buigen.

22 Hemelse Vader, dit jonge echtpaar kwam weer naar voren om U het resultaat van hun huwelijk aan te bieden. In het leven hebt U ze gegeven om te worden opgevoed in de vreze van God. Zegen deze kleine Micha. God, ik bid dat U hem een man wilt maken zoals Micha in de Bijbel. Sta het toe, Vader. Geef hem de zegeningen van God. Zegen zijn vader en moeder en maak hem een inspiratie hier op aarde. Een grote hulpsteen voor de zaak van Christus. En verhoor ons nu, Vader. Ik presenteer U, uit de armen van de vader en moeder in de armen van God, kleine Micha Edward, in de Naam van Jezus Christus. Amen. Moge de Here hem zegenen. En u, de vader en moeder zegenen om hem op te voeden in de vreze van God. God zij met u [Leeg gedeelte op de geluidsband].

23 O, ik houd gewoon van die kleine makkers. Gewoon iedereen die... Elk is de mooiste baby ter wereld. Er behoeft gewoon geen... Toen ik de kleine Jozef thuis bracht, dat was eerlijk gezegd het lelijkste kereltje dat ik ooit heb gezien, maar zijn moeder en ik dachten dat hij een schat was. Maar zo gaat dat, weet u; dat is de... Wij vinden dat alleen maar zo.

24 Ik vraag mij vanmorgen af, sommigen van onze leden hier, er was een... (Nu, dit oog heeft "belladonna" [geneesmiddel – Vert] in zich, dat heel wat benevelt). Maar zuster Nash vroeg omtrent broeder Nash. Ik vraag mij af of hij in orde is. Zijn zij hier? O wel, ja hij is hier. Prijs de Here, broeder Nash, dat is goed. Nu, zuster Edwards, is zij hier - of zuster Shepherd, die het kleine zieke meisje had? Het is nu in orde met haar. Fijn. Ik kreeg het nieuws en ik wist het nog maar ongeveer vijf minuten of ik had mensen van buiten de stad voor een persoonlijk gesprek. Ik rende de kamer in en bad, en ze zeiden dat het kind polio had gekregen, armen en benen verstijfden. En ik liep er snel in om te bidden en zei: "Ik zal komen na de samenkomst" en vertelde Loyce om terug te bellen en de dame te zeggen dat ik daar na kerktijd zou zijn; als zij wilde dat ik zou komen, mij op te bellen. En toen ik in gebed ging zei de Geest: "Geen polio; zij zal in orde zijn."

25 Ik kwam... Wel, wij allen baden hier in de gemeente. Dat maakte het vast. [Broeder Branham heeft een gesprek met een dame in de samenkomst] Ja mevrouw. Prijs de Here. Gebed verandert dingen!

     (Zeg, hij is hier vanmorgen niet, is het wel - uw schoonzoon?)

26 Verleden zondag, de laatste keer dat ik hier predikte, zondag een week geleden, zat hier een jongeman. Ik bleef naar hem kijken. Ik dacht: "Ik moet die knaap kennen." En ik kwam tot de ontdekking, dat hij de zoon was van mijn oude schoolmakker, Jim Poole. Wel, wij groeiden tezamen op vanaf dat we kleine jongens waren. Hij is degene met wie ik dat jachtgeweer-ongeluk had die keer, en toen later had hij er zelf een, en hij is een vriend van mij. Ik vertrouw dat ik die jongen tot Christus kan leiden. Ik had zoveel moeite met zijn vader en ik geloof dat ik hem toch binnen zal leiden. Ik hoop dat ik die jonge knaap kan... Hij had een... ik bekeek hem goed; hij zag eruit of hij een fijne (wat ik nu noem, maak deze opmerking niet tegen iemand anders) trilling van zijn geest, een goed gevoel, had. Ik geloof dat het niet teveel moeite zou kosten om die jongen tot Christus te leiden. Dus laten wij voor hem bidden. In orde.

     En broeder... Laat eens zien, iemand anders die ziek was of iets waaraan ik probeer te denken...

27 In ieder geval bidden wij voor allen. En als u soms een verzoek zendt, zodra ik dit heb (mijn vrouw is ergens in het gebouw, geloof ik, dus zij weet het) zodra ik een verzoek krijg, ga ik regelrecht naar mijn studeerkamer voor gebed en blijf daar totdat ik iets voel. Ik geef het gewoon niet op.

28 Onlangs toen Sam, Dr. Sam, dat spul uit mijn oog haalde (hij probeerde het) en hij vond het zo erg, dat hij een doek over mijn gezicht moest leggen en zei: "Ik kan het bloed van mijn broer niet aanzien; hij zei... en ik baadde erin, weet u. Hij zei: "Ik kan dat gewoon niet doen en eraan werken." Ziet u? En zo trok hij het eruit en de volgende dag was híj in het ziekenhuis. Dus bad ik voor hem en hij kwam er goed uit. En toen de tweede dag, zijn vrouw, zij wisten zelfs niet wat er met haar verkeerd was, men dacht dat zij polio kreeg (zie? ziet u?) en ik bad voor haar; en nu is ze gezond weer thuis. Dus gingen wij de kamer in, de dokter... Wij gingen het kantoor binnen en we trokken de deur dicht. Hij zei: "Nu, broeder Bill, ik ga je wat vragen." Hij zei: "Wil je voor mij en Betty bidden?"

     Ik zei: "Laten wij bidden."

29 Hij is degene over wie de Here het visioen liet zien waar hij de kliniek moest bouwen. U herinnert zich het verhaal. Als u het ooit betwijfelt, ga eens langs en vraag hem eens. Ja, hij zei gewoon: "Laat iedereen maar binnenkomen." Hij zei: "Ik heb het aan tienduizend mensen verteld."

30 [Een man in de samenkomst spreekt uit:] "Broeder Branham:"

     [Broeder Branham:] Ja, broeder.

     [Een man in de samenkomst:] "Voor diegenen die hier vanmorgen zijn en om meer geloof in de harten van anderen te leggen, op Paaszondagmorgen riep u een kostbare ziel hier uit, de derde die een man was. U zei dat hij uit Seymour kwam en u zei door de zalving van de Heilige Geest: 'Zij noemen u Bill'. Ik ken de man, ik ken hem heel goed. En nadat wij hier weggingen, zijn naam is Izaäk. Zij noemen hem werkelijk Bill."

31 Inderdaad! Zijn eigenlijke naam is Izaäk, maar zij noemen hem Bill. De Heilige Geest maakt geen fouten. Hij is onfeilbaar. Nu, deze... Iemand sprak en zei... Ik ben drieënvijftig jaar en ongeveer eenendertig jaar heb ik achter de preekstoel gestaan en ik heb Hem in tienduizenden dingen gezien.

32 Gisteren was ik ver weg in Zuid Kentucky, vlak bij de grens van Tennessee, en ik zat in een boot met broeder Daulton, aan wie de Here al zijn kinderen gaf (u herinnert zich de morgen hier, toen hij van hier vertrok), en hij zei: "Broeder Branham, ik veronderstel dat het moeilijk voor u is om het te schatten."

     Ik zei: "O, broeder Daulton, tienduizend maal tienduizenden van zulke dingen."

     Hij zei: "Zou u niet proberen er een boek over te schrijven...

33 Ik zei: "O broeder Daulton, de lengte van deze boot hier zou niet lang genoeg zijn, een encyclopedie, gewoon boekdelen van wat ik de Here heb zien doen. En niet één keer heeft Hij ooit gefaald (zie?), niet één keer, dan iedere keer volmaakt."

34 Ik zie, geloof ik nu, als ik niet abuis ben, het dochtertje van broeder Shepherd, met een soort oranjeachtig-uitziende jurk aan, geloof ik. Ik hield laatst op een morgen stil bij haar, zij wandelde daar en ik dacht dat ik misschien het verkeerde meisje zou oppikken, dus ik ging weer weg. Dus dat was ik die daar stopte, zuster. Ik dacht dat het het dochtertje van broeder Shepherd was en ik zou haar ophalen, omdat zijn auto stuk was, geloof ik, of zoiets. Wij gingen Becky halen. En ik dacht dat het misschien het verkeerde meisje was. Maar nu zie ik dat hij daar met hen zit, dus ik geloof dat het het juiste meisje was. Dus dat was ik die daar stopte en toen weer optrok. Dus...

35 Heeft iedereen de Here Jezus lief? O, wonderbaar. Dat is gewoon fijn en prachtig. Amen! [Iemand spreekt tot broeder Branham] Wel, broeder Willard, we zijn gewoon blij dat u hier bent en u ziet er ook aardig goed uit, naar het beste dat ik kan zien. Wij lijken beiden wat op een hamburger in ons gezicht. En ik zie eruit of ik een handvol ervan gekregen heb en ik zag broeder Willard die avond, toen hij sliep; en werkelijk, hij zag er verschrikkelijk uit. Maar u ziet er vanmorgen prima uit en wij danken en prijzen God ervoor. Amen! Weet u, de duivel kan ons niet doden totdat God zegt: "Kom nu maar." Dan willen wij gaan, is het niet, broeder Willard? Zo is het. Tot dan probeert hij het gewoon tevergeefs. Dat is alles. De Here Jezus is onze Hulp en onze Toevlucht.

36 Hier ben ik nu aan het praten of ik vanmorgen gewoon ongeveer zes uur de tijd heb om te prediken. Zie? Nu, wij hebben het nooit aangekondigd, zonden geen kaartjes en dergelijke uit, omdat het al aangekondigd was, dat ik hier niet zou zijn; maar alleen om broeder Neville te komen helpen en u allen weer te zien en wat tijd van gemeenschap te hebben.

37 En verleden zondagavond belde broeder Roy Roberson mij op (ik weet niet of hij hier binnen is of niet; ik kan niet genoeg onderscheiden om te zien of hij hier is) en hij vertelde mij over de boodschap. En iemand belde op en zei: "Ik was verbaasd toen u sprak over hoe God ons alle dingen gaf." Zie? Hij deed het; Hij gaf ons leven; probeer het maar eens te kopen. Hij gaf ons liefde, probeer het maar eens te kopen. Hij gaf ons blijdschap; tracht het maar te kopen. Hij gaf ons vrede; probeer het maar te kopen. Er is geen manier om het te kopen, (zie?) je kunt het niet kopen. Toen zei ik: "Hij gaf ons de dood."

     Iemand belde op en zei: "Prediker, ik vroeg mij af wat u daarmee zou doen?" Hij zei: "Ik dacht: 'O, o, hier heeft broeder Branham zich deze keer vast gepraat'."

38 Niet als de Bijbel het zo zegt! Zie? De Bijbel zegt dat Hij ons de dood gaf.

39 Wel, wat kunnen wij met de dood doen? Weet u, Paulus zei toen hij tot de dood kwam: "O, dood, waar is uw prikkel?" De dood controleert ons niet; wij controleren de dood. Zo is het. Alle dingen zijn ons gegeven.

40 En toen gaf ik de illustratie van hoe Israël op weg was naar het beloofde land; ze hadden dat land nooit gezien; zij wisten er niets over. Ze hadden alleen een belofte van God dat daar een land was, en het vol was van melk en honing en het was goed en een geweldige plaats. En het was... Zij hadden het nooit gezien; niemand was daar ooit geweest of wist er iets over, maar zij hadden de belofte ervan. En door geloof trokken zij door de woestijn. En toen zij vlak bij de grenslijn kwamen, hadden zij daar een krijgsman, Jozua genaamd, wat betekent Jehova Redder. Dus trok hij over de Jordaan het beloofde land in en bracht het bewijs terug, dat het land daar was. (Ik houd daarvan). En het was een goed land. Twee mannen droegen één tros druiven. Het was een goed land. Dus hij bracht het bewijs terug dat het land dat zij in bezit gingen nemen, daar was.

41 Nu, wat de Gemeente betreft: wij reizen naar een land van onsterfelijkheid, een land waar geen dood is, een land waar de dood is opgeheven; en wij hadden een grote Verlosser in ons kamp, Jezus, wat betekent: "Jehova Verlosser, geliefde." En Hij stak de Jordaan van de dood over het andere land in en kwam terug en bracht het bewijs dat wij na de dood leven. Amen! Dus wat kan de dood doen?

42 En toen gaf Hij ons alle dingen. Nu hebben wij het onderpand van onze erfenis. In zoverre (nu, luister aandachtig. Ik zou graag over dat onderwerp willen prediken, maar het doet mij me nu heel goed voelen. Zie?) dat wij het onderpand ervan hebben, want eens wandelden wij in de zonde; en na gedoopt te zijn in Zijn Naam en met Hem opgestaan in de opstanding, zijn wij uit de zonde gebracht om nooit meer terug te willen gaan. Zie? Wij zijn opgestaan uit de zonde met het bewijs wat wij hebben - wij zijn potentieel in de opstanding uit alle dood. Zie. Als wij konden opstaan uit de zonde door geloof in Hem, en als er zonde is... Wie zou weer terug willen gaan naar de vuilnisbelt van zonde? Ziet u, wij gaan over van dood in leven. Zie? En dat is het onderpand, (Amen!) dat is het onderpand van de volledige opstanding. Alle dood, lichamelijk en geestelijk, wij hebben de geestelijke dood overwonnen, omdat wij van dood overgegaan zijn in Leven.

43 En toen Elia op zekere dag naar de Jordaan ging en erop sloeg (met Eliza) en het water zich vaneen scheidde en hij overstak, kwam hij terug met een dubbel deel. En als wij de Jordaan slaan (met Christus) wij hebben één deel, maar als wij terugkeren komen wij met twee delen. Wij hebben Eeuwig Leven, opstanding nu uit de zonde in gerechtigheid met de Heilige Geest, en dan bij het terugkeren met Christus komen wij terug met beide; lichamelijke opstanding en we hèbben de geestelijke opstanding; wij hebben er een dubbel deel van. Altijd een type van Christus en de Gemeente, Eliza en Elia.

44 O, ik wil daar niet over beginnen. Tjonge, we zouden hier nooit tot deze boodschap van zes uur komen. [Broeder Neville spreekt met broeder Branham] Ja, geen vlees op het been, broeder Neville, dat is nog steeds gezalfd. O, bent u niet blij? Zie?

45 Wij hebben geen... Er is geen moeite meer. De dood is niets; wij hebben hem; hij is van ons. Hij kan mij niet controleren; ik controleer hem. Hoe? Door Hem, die mij tot overwinnaar maakte, omdat ik de dood al overwonnen heb. Hoe deed ik het? Door in Hem te geloven. Ziet u het? Dood ligt in zonde, ongeloof. Ik ben geen ongelovige; ik ben een gelovige. Ik ben uit die zaak opgestaan, opgewekt. Het is het onderpand van heel mijn volledige lichamelijke, geestelijke opstanding, alles. Ja, meneer! Begrijpt u het?

46 Dus hebben wij de dood werkelijk onder onze controle door Jezus Christus, die over dood, hel, graf, ziekte, smarten en al het andere, over alles triomfeerde. En wij zijn nu met Hem opgestaan, zittend in hemelse gewesten, geestelijk gesproken, in Christus Jezus, met alle dingen onder onze voeten. Zelfs de lichamelijke opstanding is onder onze voeten, omdat wij in Christus zijn. Begrijpt u het? Als u het begrijpt, steekt dan uw handen omhoog. Amen! Dat is goed. Gewoon zolang u het begrijpt, dat is goed. Zie? Laat niet... Nu, houdt dit gewoon vast in uw gedachten. Zie? Wij zijn overgegaan van de dood in het Leven. Lichamelijk, geestelijk, op welke wijze en in alles en alle dingen behoren ons nu toe.

47 Terwijl de wereld hier buiten zegt dat wij gek zijn, behoort toch de hele aarde ons toe. Hoe gaat u deze beërven? Toen, zoals ik al zei, Abraham (zie?) in het beloofde land was; God gaf het hem. Lot werd meegenomen door een paar afvallige bandieten, weggehaald. (Dat was zijn neef.) Goed! alles wat in het land was, behoorde aan Abraham. Hij was geen krijgsman; hij vocht nooit. Hij had geen enkele soldaat bij zich; hij had een paar dienstknechten. Maar toen hij zag dat iets - de duivel, gekomen was en hem beroofd had van iets dat een belofte aan hem was, wapende hij zijn dienstknechten en nam zelf een wapen.

48 Hij wist niet hoe hij dit gezelschap van koningen moest overwinnen, had alleen maar een handvol dienstknechten; maar God vertelde hem hoe hij het moest doen. En hij verspreidde zich en slachtte de koningen en kwam overwinnend terug. Waarom? Hij legde zijn geloof op Gods belofte, dat alles in dat land van hem was, en Lot was er een deel van (zo is het), was een deel van het land. O my! En daar ontmoette hij Melchizédek, nadat de strijd voorbij was. Kunt u niet gewoon Abraham de weg op zien komen? Hij wist niet dat hij een krijgsman was, maar tóen wist hij dat hij het was. Jazeker, en hij ontmoette Degene, Die de belofte gaf, Melchizédek.

49 Laten we nu uit het boek Amos lezen. Ik ga vanmorgen spreken (hoewel geen zes uur; ik hoop het niet, zie?) over een onderwerp: De Weg Van Een Ware Profeet. En vanavond, zo de Here wil, ga ik spreken over: Stoom afblazen, zo de Here wil.

50 Nu, ik sta bekend als een criticus, maar ik ben niet kritisch, ik ben het alleen ten opzichte van alles wat verkeerd is. Zie? Maar ik... Wij moeten het verkeerde bekritiseren. Welnu, als u nu uw bandrecorders in de kamer wilt aanzetten, dan is dat in orde. Ik wil nu lezen uit Amos, het 3e hoofdstuk of, ja, het 3e hoofdstuk van Amos, slechts een gedeelte ervan. Amos 3:

     Hoort dit woord, dat de HEERE tegen u spreekt, gij kinderen van Israël! namelijk tegen het ganse geslacht, dat Ik uit Egypteland heb uitgevoerd, zeggende:

     Uit alle geslachten van de aardbodem heb Ik u alleen gekend; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden over u bezoeken.

     Zullen twee tezamen wandelen, tenzij dat zij het eens geworden zijn?

     Zal een leeuw brullen in het woud, als hij geen roof heeft? Zal een jonge leeuw uit zijn hol zijn stem verheffen, tenzij dat hij wat gevangen heeft?

     Zal een vogel in de strik op de aarde vallen als er geen strik voor hem is? Zal men de strik van de aardbodem opnemen, als men helemaal niet heeft gevangen?

     Zal een bazuin in de stad geblazen worden, dat het volk niet siddere? Zal er een kwaad in de stad zijn, dat de HEERE niet doet.

     Gewis, de Heere HEERE zal geen ding doen, tenzij Hij Zijn verborgenheid aan Zijn knechten, de profeten, geopenbaard heeft.

     De leeuw heeft gebruld, wie zou niet vrezen? De Heere HEERE heeft gesproken, wie zou niet profeteren?

51 Zijn ogen moeten zich hebben vernauwd, toen hij daar die morgen op de heuvel stond, net buiten de stad Samaria. Ik kan zijn stevige handen door zijn grijze baard zien bewegen, terwijl de hete zon op hem scheen. Hij was niet erg aantrekkelijk om naar te kijken. Hoe verschillend van de moderne evangelist van vandaag! Zijn kleding was grof en hij had een ruige baard... En hij keek neer op die stad Samaria, terwijl zijn ogen zich vernauwden toen hij keek. Hij was niet veel om naar te kijken, maar hij had het ZO SPREEKT DE HERE voor dat volk.

52 Het was voor deze aanstaande campagne misschien heel wat anders, waarvoor de Here hem naar Samaria had gezonden, dan wat het voor onze moderne evangelisten zou zijn. Hij was niet toegerust voor zo'n opwekking, zoals wij zouden denken dat hij vandaag behoorde te zijn. Maar bedenk, dat hij geen moderne evangelist was; hij was een profeet. Hij maakte zich geen zorgen over de moderne toerusting; hij had het ZO SPREEKT DE HERE.

53 Hij maakte zich geen zorgen over hoe hij er uitzag en of hij wel naar de mode gekleed was, of zijn haar goed gekamd was of dat iemand naar hem keek of niet. Hij had het Woord des Heren en dat was zijn hele doel, dat Woord van de Here te brengen. Wie was deze knaap? Ja, het was Amos, de profeet. Ruig, individueel, maar hij wist waar hij stond; hij wist wat hij deed; hij was een echte profeet van het Woord.

54 En de reden waarom hij naar deze stad gekomen was, was omdat het Woord tot hèm gekomen was. En als het Woord des Heren tot een ware dienstknecht komt, moet hij gaan; ongeacht de omstandigheden of ongeacht de moeilijkheden, hij moet hoe dan ook gaan. Of hij voorbereid is, of hij het zo voelt, of hij het wil of wat dan ook, hij moet in elk geval gaan. Het is God, die spreekt en hij moet deze Boodschap uitdragen, omdat het... Hij gaat nooit voor dwaasheid; hij gaat nooit voor geld; hij gaat nooit voor populariteit; hij gaat alleen in de Naam des Heren, voor één zaak; hij heeft een opdracht en hij wordt door de Here gezonden. En hij is het Woord van God, omdat hij het Woord des Heren draagt. Dat is een ware profeet des Heren. Mijn tekst is: De Weg Van Een Ware Profeet Van God.

55 Deze grote, onbevreesde man van God profeteerde in de dagen van Jerobeam II. Ik heb hier een deel van zijn geschiedenis uitgeschreven voor mij liggen. Hij profeteerde ongeveer dertien jaar van zijn campagne. En Jerobeam II was ongeveer net zo'n knappe en bekwame man als Israël gedurende een tijd had gehad. Hij was een man die Israël voorspoed had gebracht. Israël floreerde echt, maar er was iets verkeerd met hem; hij was een afgodendienaar.

56 En toen ik dit onlangs las, dacht ik dat het aardig paste bij vandaag. Het doet er niet toe hoe knap een man is en hoeveel hij kan en hoeveel voorspoed hij heeft, als hij weggaat van God, is hij een schuldenaar aan de natie, weg van God en Zijn Woord. Ik vraag mij af of het niet toepasselijk is op ons vandaag, op iemand die ervan houdt bij de televisie te zitten en te laten zien hoe knap zij zijn, hoeveel hersens zij hebben. Maar ik vraag mij af of ze genoeg hebben om het ZO SPREEKT DE HERE te nemen.

57 Hij was inderdaad een knappe man. Israël was in een teruggevallen toestand; haar predikers, haar priesters en ook haar regering hadden allen het Woord des Heren verlaten. Nu, zij geloofden dat niet. Zij geloofden dat zij met het Woord des Heren stonden, maar "er is een weg die een mens schijnt recht te zijn, maar het einde daarvan is de weg van de dood." Waarom waren zij verkeerd? Of hoe zou een man kunnen geloven dat zij verkeerd waren, een hele priesterschap van mannen, duizenden predikers en priesters en koningen en regeerders, die allen beleden aanbidders van God te zijn, en toch waren zij allen verkeerd!

58 Voorts hadden zij geen koning nodig om voorspoedig te zijn. Wat zij nodig hadden was een profeet, omdat het Woord des Heren of de uitlegging van het Woord des Heren tot een ware profeet komt. Soms kunt u zien wat zijn weg dan is. Het is een tamelijk ruwe weg, als al de priesters en al de predikers en al de waarzeggers en de regering zelf tegen hem zijn, maar toch komt het Woord des Heren tot de profeet, en anders niet. Hij heeft het juiste Woord, hoewel hij dezelfde Bijbel had die zij hadden. Maar het Woord kwam tot hem; God bevestigde dat hij het Woord had.

59 Zij hadden de grootste gebouwen en de godsdienstige systemen, enzovoort, die zij ooit hadden, overal waren altaren gebouwd en allerlei soorten zaken; maar toch waren zij een miljoen mijl van het Woord van God. Ik denk zelf dat het beeld goed van toepassing zou zijn op vandaag, als ik dit Boek van Amos lees. U moet het lezen wanneer u naar huis gaat. De hele regering, al de priesters, zij allen hadden het Woord van God verlaten.

     Ik zou gewoon graag nog een gedeelte van de Schrift hier lezen, dat ik had, om te laten zien waar zij het gedaan hadden. Laten we nu het 2e hoofdstuk en het 4e vers een ogenblikje lezen.

     Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Juda, en om vier zal Ik niet afwenden de straf ervan, omdat zij de Wet des HEEREN verworpen hebben... (Dat is het Woord, Het verwierpen en toch dachten ze dat zij Het hadden.)... en hebben Mijn geboden niet bewaard; en hun leugens hebben hen verleid,... (Nu, zij hadden het Woord, de Bijbel, maar de leugens die zij eraan toegevoegd hadden, hadden hen tot dwaling gebracht)... die hun vaders hebben nagewandeld.

60 Ziet u de reden? Nu, zij hadden gedwaald, omdat zij hun eigen vertalingen en uitleggingen bij het Woord hadden geplaatst. En ik dacht dat het toepasselijk was op vandaag, daar zovelen hun eigen idee bij het Woord willen plaatsen, en wij komen in een warboel. Wat een berisping van God had deze profeet.

61 Nu, Amos was Gods profeet, een ware profeet. Ieder die ooit over Amos leest, kent de moed van deze onbevreesde man van God. Hij wordt gerekend tot één van de kleinere profeten, omdat hij niet erg lang bleef; maar hij legde met zekerheid de bijl aan de wortel van de boom. Hij was een van de meest onbevreesde profeten en hij kwam met de zalving. Hij kwam met ZO SPREEKT DE HERE. Hij wist waarover hij sprak, omdat de zalving van God op hem was om de juiste uitlegging van het Woord van God tot hen te brengen.

62 Amos kwam van het platteland, de woestijn, naar de stad van valse glans. Hij was daar nooit eerder geweest. Hij was een jongen van het land. Daar ver weg, achter in de woestijn, terwijl hij daar in gebed was, had God hem ontmoet en hem verteld van de boosheid van deze schitterende natie waar hij een deel van was. En Samaria was de hoofdstad, een van de hoofdsteden ten tijde van de regering van Jerobeam.

63 En toen hij daar die morgen bovenop de heuvel stond, liep hij in zijn oude, grove plattelands kleding, misschien met stof en modder aan zijn voeten, en in die oude, versleten mantel, waarin hij dag en nacht geslapen had. En ik weet het niet; hij had geen badkuip in die dagen; misschien was het wel een paar dagen geleden, dat hij een bad genomen had. Maar dat doet de binnenkant van een mens geen kwaad! Vandaag wordt er teveel aan de buitenkant gedaan, niet genoeg aan de binnenkant. We zijn er zo bezorgd over of we ons wel elke dag baden en ons haar verzorgd is en we onze kleding verwisseld hebben en dat allemaal; en laten dan de binnenkant maar gaan - dragen dezelfde oude, zondige kleding, waardoor de ziel stinkt van de geloofsbelijdenissen en dogma's, en onderzoeken het nooit en wassen het nooit in het Woord van het water der afscheiding van de dingen van de wereld.

64 Toen hij daar die morgen stond, vanaf de heuvel kijkend naar die schitterende stad, vol van moderne dingen waarvan hij nog nooit gedroomd had dat er zoiets bestond. Israël was op zijn hoogtepunt. Het had een verbond met alle volkeren om zich heen. Erg schitterend, de vrouwen tip-top gekleed evenals de mannen, en zij waren genotzoekers, liepen achter wedstrijden en Olympische spelen en van alles dat er gaande was aan. Geen wonder dat zijn ogen zich vernauwden, niet vanwege de glans van de stad (zoals de een of andere toerist zou doen, als hij in New York of naar Los Angeles komt), maar bij het zien van de halfgeklede vrouwen en het tekeer gaan van de mannen, en de zonde.

65 Sommige vrienden van mij kwamen een paar dagen geleden terug van een vistocht in de buurt van een Bijbelschool, een grote, beroemde Bijbelschool. En daar lagen in het gras langs de weg jonge meisjes, half gekleed, en jongemannen, misschien studenten van de school, drinkend en op een verschrikkelijke manier zich gedragend.

66 Nu, zo'n gedrag wekt de begeerte op van menige Amerikaan, die zichzelf een Christen noemt. Als zij een blik slaan in Los Angeles - ik heb in het vliegtuig op hen gelet, als wij in Los Angeles kwamen (zij waren daar nooit eerder geweest), of naar Hollywood, of naar Florida met al hun neon-verlichtingen boven de palmbomen. O, ze zullen hun neus opnieuw poederen en de make-up in orde maken. Zij dachten dat het de schitterendste plaats was die zij ooit zagen. En bij het zien van de goed verzorgde en welgeklede mensen in de straten, wilden ze daar uitstappen en zien hoe strak zij hun kleding zouden kunnen dragen, of de straten op en neer flaneren, terwijl zij denken dat het iets wonderbaars is.

67 Maar deze door God gezalfde ogen van die profeet vernauwden zich niet vanwege de schittering, zoals die van sommige toeristen, maar vanwege de morele verdorvenheid van een volk dat genoemd werd door God gezegend te zijn. Zijn ogen keken niet naar de schittering; het was vanwege de onzedelijkheid en de verdorvenheid van een volk dat geroepen was om de uitverkorenen van God te zijn en wat handelde op een dusdanige wijze. Geen wonder dat hij zei: "De leeuw brult, wie zal niet vrezen? God sprak en wie kan zich dan inhouden om te profeteren?"

68 Hij zag de verdorvenheid, het verval. Daar keek hij naar; daarom deed hij dat, toen hij dat alles zag. Het boeide hem niet en maakte hem ziek in zijn ziel. Waarom? Hij was een profeet. Hij wist wat God beloofd had te zegenen en wàt een zegen was, en hoe mensen handelen met de zegen. En de duivel had in zijn dag verdraaid van wat een echte zegen was tot een moreel verval, een zegen om de ogen en de smaak van onbekeerde mensen te strelen - door de wil en wijze van God, en Gods wijze van leven.

69 Hoe kenmerkend voor vandaag! Hoe kunnen predikers in de preekstoel staan en kijken naar de zonde en de verdorvenheid van deze wereld en de mensen zien doen en handelen op de wijze dat ze doen, en hen dan gewoon zegenen, omdat ze een lid van hun kerk zijn of een denominatie, het is meer dan mijn ziel kan begrijpen. Als God spreekt, profeteer!

70 Als de Geest van God een ware profeet treft, zal hij het uitroepen met het Woord. Ik wil niet kritisch zijn, maar wie kan zich stilhouden? Wie kan naar zoiets staan kijken en belijden een dienstknecht van Christus te zijn en het niet uitroepen? Het kan mij niet schelen wat een denominatie zou zeggen of wat welke kerk dan ook zou zeggen: dat is de reden waarom ik niet tot hen behoor. Ze zouden je er bij het eerste ding uitgooien. Maar Gods Woord komt eerst. Als u een boodschapper bent, hebt u iets te zeggen. En als u iets zegt in tegenstelling tot dit Woord, bent u geen boodschapper van God; u bent een boodschapper van het verbond van de een of andere denominatie of de een of andere theorie. Maar een boodschapper van God heeft het Woord van God. En onze vriend vanmorgen, als wij naar hem kijken, hij had het Woord van God, omdat hij een ware profeet van de Here was.

71 Nu, zij dachten dat zij de uitlegging ervan hadden en dachten: "Welzeker, zie wat wij doen."

72 Nu, de kwestie is, dat wij hem daar bovenop de heuvel zien staan vanmorgen, terwijl hij vandaar door de stad kijkt en zijn hoofd schudt onder het kijken, zijn ogen vernauwt terwijl hij zijn mouw neemt en het zweet en stof van zijn gezicht veegt, de hete zon neerschijnend op zijn kale hoofd, zijn baard naar beneden, die hij met zijn handen wrijft. Hij zag geen schittering; hij zag zonde! Het behaagde hem niet; het maakte hem ziek!

73 Waarom zou hij niet zeggen: "Ik, een Israëliet, zie hoe mijn land bloeit?" Hoe zou hij dàt kunnen zeggen als hij een ware profeet van God is, kennende de gevolgen en wat van zoiets dergelijks zou gaan worden?

74 We laten hem vandaag op de heuvel staan en laten hem naar beneden kijken. Laat hem naar Jeffersonville kijken, naar de mensen die zich Christenen noemen. Laat hem overal in Amerika kijken naar een volk, dat zich Christelijk noemt. Zijn door God gezalfde ogen zouden zich opnieuw vernauwen! Zijn handen zouden door zijn baard grijpen. Waarom? Hij ziet niet de schittering en de welvaart, die de wereld ziet; hij ziet het afwijken van God; hij ziet het moreel verval van het volk. Hij ziet het terugglijden van de natie. Hij ziet het bederf in de kerk. Hoe zou hij iets anders kunnen doen dan zijn ogen vernauwen en verlangen erin te gaan, zodat hij het aan stukken kon scheuren?

75 Wat als de een of andere bisschop hem daar zou ontmoet hebben en hebben gezegd: "Nu, bent u de profeet des Heren? Nu, wij zullen u vertellen wat u kunt zeggen en wat u niet kunt zeggen?" Denkt u dat hij zou hebben geluisterd?

76 Wat als hij zou hebben gezegd: "Kom en sluit u aan bij onze organisatie en wij zullen u helpen in uw campagne?" Denkt u dat hij geluisterd zou hebben? Nee, ik zou dat niet kunnen veronderstellen van een dergelijk man. Nee, hij werd door God gezonden. Hij behoefde hun samenwerking niet te hebben. Hij had Gods Woord en Gods zalving, Gods vastgestelde tijd, en hij kwam met het ZO SPREEKT DE HERE; en dat is de ware profeet. Dat is de wijze waarop hij zich beweegt. Hij reist met niets anders dan het ZO SPREEKT DE HERE.

77 Zou deze schitterende stad Samaria, dit zogenaamde hooggeschoolde Israël, deze fijn beschaafde predikers en priesters deze geringe, onbekende knaap ontvangen? Waarschijnlijk was zijn spraakkunst erg gebrekkig; hij kwam uit een arme familie in de woestijn; verliet zijn thuis, door God geroepen, ging de woestijn in om God en Zijn Woord te bestuderen en een profeet te worden. De Here deed hem op die wijze geboren worden. Profeten worden geboren als een boodschapper voor het tijdperk, dat God door voorkennis kent en Zijn werktuig daar heeft om de zonde uit te roepen.

78 Zou die schitterende stad hem kunnen ontvangen? Denkt u dat die vrouwen enige aandacht zouden geschonken hebben aan wat hij zei? Denkt u dat die priesters naar hem zouden hebben geluisterd? Beslist niet! Hij had geen aanbeveling bij zich van enige organisatie. Hij kon niet zeggen: "De farizeeërs hebben mij gezonden." Ook kon hij niet zeggen dat de sadduceeërs hem gezonden hadden. Hij droeg geen enkele geloofsbrief bij zich. Hij had geen enkele gemeenschapskaart van enige groep van mensen. Hij had geen voorloper om zijn campagne te regelen. Er was geen verenigde samenkomst van al de farizeeërs geweest en geen ontbijt van de predikers, die alles in elkaar hadden gezet om zijn campagne te regelen, en wisten dat hij zou komen; hij was hun onbekend. Hij had geen gemeenschapskaart. Hij had geen geloofsbrief. Hij had geen aanbeveling van mensen, maar hij had ZO SPREEKT DE HERE! Dat is de weg van de ware profeet. Hij had ZO SPREEKT DE HERE.

79 Als hij ZO SPREEKT DE HERE had is het zo geheel verschillend van de door mensen gemaakte schema's hier, dat is alles wat hij nodig had. Als hij op die wijze komt, komt hij in de naam van een kerk. Als hij van deze kant komt, komt hij in de Naam des Heren. Dus komt een ware profeet altijd op de wijze van de Naam des Heren; altijd komt hij in de Naam des Heren.

80 Nu, hij kon geen gemeenschapskaarten laten zien, maar hij had het Woord van God; en dat is wat God tot de mensen gezonden had. Nu, de mensen hadden zichzelf organisaties gevormd. Ze hadden verschillende sektarische groepen, en dat is wat de mensen hadden gevormd. Maar Amos had dat niet; hij had slechts ZO SPREEKT DE HERE; dat is wat híj had.

81 Ik zou mij kunnen voorstellen dat die priesters 's morgens op sabbatmorgen een kleine gebedsdienst hebben, enzovoort, en een korte toewijdingsdienst, en terugkeerden en een paar dingen over die grote Mozes spraken, die eens leefde en een groot iemand anders, die op zekere dag leefde. "Maar o, de dagen daarvan zijn nu voorbij. U mensen kent onze nieuwe president, onze nieuwe regering en onze... alles wat we hebben." En over een paar van zulke dingen praten en naar huis gaan.

82 Maar hier komt een man die zich daar geen zorgen over maakt; hij komt met ZO SPREEKT DE HERE. Zie? Dat is de weg van de profeet; geen samenwerking; wist waaraan hij het hoofd moest bieden; wist dat alles tegen hem zou zijn; wist dat zij hem zouden verwerpen, dat zij hem zouden afwijzen. Maar hij kwam in de Naam des Heren.

83 Jezus wist dat Golgotha Hem stond te wachten, maar Hij kwam in de Naam des Heren. Zie? Dat is de weg van de ware profeet.

84 Hij had het Woord des Heren voor de natie, maar het ware Woord des Heren was vreemd voor die mensen; toch dachten zij dat zij Het hadden. (Ik hoop dat dit er diep inzinkt). Zij dachten dat zij zó godsvruchtig en godsdienstig waren, dat het ware Woord van God voor hen een vreemde zaak was.

85 En dat is de wijze waarop het vandaag is. Het ware Woord van God, gemanifesteerd, is een vreemde zaak voor heel wat Pinkstermensen. De echte uitlegging van het Woord, de ware oordelen en vloeken, de echte zegeningen van God, zijn een vreemde zaak voor veel mensen, die zichzelf 'heiligheid' noemen. Kerkleden, Christenen, voor hen is Het een vreemde zaak; zij kennen Het niet. Noem Het hun, zij hebben nooit van zoiets gehoord. En toch groeien en bloeien hun organisaties, worden groter en groter, en steeds maar meer leden en meer organisaties worden elk jaar toegevoegd. Zij dachten, dat alles wat tot hem komt, moest komen uit die sektarische groepen.

86 Stellig zouden zij hem niet ontvangen; evenmin zouden zij het vandaag doen. Zij waren al lang vergeten, dat God bij machte was uit deze stenen ware profeten voor God te verwekken. God is machtig om dat te doen uit de bosbewoners; Hij is machtig om uit deze stenen mannen te verwekken, die voor Zijn Woord zullen staan en in Zijn Naam de Waarheid profeteren, terwijl zij de bijl aan de wortel van de boom leggen en de spaanders laten vallen. Ik maak mij er geen zorg over of u wel of geen samenwerking hebt. Maar dat is de weg van de ware profeet.

87 Sommige mensen denken, dat hij het gemakkelijk heeft. Zij weten niet waar zij over spreken. Hij werd niet in de stad gebracht met een rijtuig, gezeten op fijn geharnaste paarden, van kwasten voorzien, en de hogepriester daar buiten staand met grote, hoge dingen op hun hoofden, die voor hem bogen, "de Weleerwaarde Doctor zus en zo" komt. Dat zou de opstelling van een of andere organisatie zijn geweest.

88 En zoals de Koning van hen allen kwam, Hij kwam als - kwam naar een stal in een schuur, een koeienstal. Hij kwam nooit in praal en heerlijkheid, maar Hij kwam in de nederigheid van een baby, geboren in een stal. Amos kwam niet, het Woord des Heren, omdat hij het Woord des Heren was. Elk Woord van God, het is niet de persoon, het is God!

     Jezus zei: "Ik doe de werken niet."

     Ze zeiden: "U bent een mens die uzelf God maakt."

     Hij zei: "Als Ik niet de werken van God doe, geloof Mij dan niet. Maar als de werken zelf spreken, gelooft dan de werken, als u Mij niet wilt geloven."

89 Amos was Gods Woord, wandelend over de weg. Hij liep onopgesierd, niet naar de modes van de wereld. Hij kwam in de kracht van de Geest; dat is de wijze waarop het Woord van God komt, niet in een belijdenis van een organisatie, niet in een verwijfd iets in de preekstoel; maar Het komt in de kracht van de Geest om God aan het volk en de mensen te manifesteren. Dat is het verschil. Hoe zeer verschillend!

90 Nu, men beseft het niet, men had al lang vergeten, dat God machtig is uit stenen ware profeten te verwekken. Zij hadden het niet, hun organisatie had het niet om een ware profeet te verwekken, omdat zij het misschien niet konden doen; omdat als het zo was, het een profeet van de organisatie zou zijn. Maar God verwekt; God neemt wat Hij wil. Hij neemt gewoonlijk een 'nul' om zijn werk te doen; het laat zien, dat het God is. Als een man totaal opgeblazen is en denkt dat hij iets is, dan kan God hem niet gebruiken, omdat daar teveel van hemzelf is.

91 Dat is met de Christelijke kerk vandaag aan de hand. Zij denken dat zij iets weten. De Bijbel zegt, dat als een mens denkt dat hij iets weet, hij niets weet van wat hij behoorde te weten. De moeite heden is, dat wij zoveel van onszelf hebben, zoveel geveinsdheid, zoveel scholing, zoveel godsdienst, en weten niets over de redding van het Woord van God. Dat is het jammerlijke deel ervan.

92 Ja! Zij waren vergeten dat God machtig was uit deze steen Abraham kinderen te verwekken of ware profeten van het Woord te verwekken. Zij behoeven niet uit een zekere school te komen. God geeft hun hun scholing. Zij behoeven geen vier graden van de hogeschool te hebben. Ze behoeven niet hun doctorandus- en hun doctorsgraad te hebben, enzovoort; dat behoeven zij niet te hebben. God neemt wat Hij wil en plaatst Zijn Woord erin. Hoe doet Hij dat? Hij manifesteert en bewijst het.

93 Zij konden niet zeggen van welk seminarie Jezus kwam. Hij had er geen. "Van welke school is Hij?" Hij had er geen! "Wel, wat had Hij wel?" Hij had God en Hij wàs het Woord. Zij konden niet terug verwijzen naar de een of andere school. God verwekte nooit een man uit de school. Ga terug in de geschiedenis en vind uit waar Hij het ooit deed. Hij doet het niet. Hij neemt iets ergens anders vandaan, dat niets bezit, geen hoop voor, en dan brengt Hij dat binnen en plaatst Zijn Woord erin, en manifesteert Zichzelf. Dat deed Hij hier in Amos. In orde.

94 Nu, Amos' woord werd door God bevestigd in die dag, in hun eigen dagen. God bevestigde het Woord van Amos, dat hij het Woord des Heren had. En als hij nu tot ons zou komen, denkt u, dat onze natie en ons volk een dergelijke man zou ontvangen. Denkt u dat de Baptisten Amos zouden ontvangen? De Methodisten? De Presbyterianen? De Pinkstermensen? De Katholieken? Beslist niet! Nee, hij zou zeker niet ontvangen worden.

95 Laten we hem even een moment verplaatsen, en hem voor een ogenblik hier brengen en uitvinden of zij het zouden doen of niet. Laten we eens zien of onze kerken hem vandaag zouden ontvangen of niet.

96 Het eerste wat hij zou doen is, dat hij het oneens zou zijn met elke organisatie, omdat het tegen het Woord is. Jazeker! Hij zou onze hele opstelling veroordelen. Zo is het. Elke leer, elke geloofsbelijdenis, elke denominatie, hij zou de hele zaak veroordelen. Ik stel mij zo voor, dat ik sommigen van deze Pinksterouderlingen kan zien die zeggen: "Wel, glorie voor God. Als hij... Wel, wij zouden die man niet in onze stad willen hebben!"

97 En wat denkt u dat de Presbyterianen en de Baptisten zouden doen? "Wel, die domkop, we willen hem niet hier in ons land hebben. Hij is niets anders dan een zonderling!" Ze zouden een papier tekenen om hem in de gevangenis te zetten als zij het zouden kunnen, om hem van de straat af te krijgen. Maar denkt u dat je hem daar zou kunnen houden? O nee, je kunt het Woord van God niet in een kooi opsluiten. Nee, nee! Het zal hoe dan ook tevoorschijn komen. De gevangenisdeuren gingen op een nacht open toen zij probeerden Het in een kooi op te sluiten. Een Licht kwam binnen en verloste hem eruit. Nee, hij zou het zeker oneens zijn met onze organisatie. Goed.

98 Wat zou hij beginnen te doen? Het afbreken! Waarom? Hij is een dienstknecht van God. Hij zou regelrecht naar het fundament gaan om zijn campagne te beginnen, regelrecht terug en elke belijdenis ervan afbreken en teruggaan naar het fundament. Wat is het fundament? Op Gods Woord. Juist! "Hemelen en aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn Woord niet."

99 Dus zou hij elke denominatie afbreken, elke geloofsbelijdenis, elke leerstelling eruit, en het aan de kant werpen; hij zou het de eeuwigheid in blazen. Denkt u, dat de Pinkstermensen hem zouden ontvangen? Beslist niet! De Baptisten, de Presbyterianen? Beslist niet! De Nazareners, de Pelgrim Heiligheidsmensen? Ze zouden hem haten. Zeker.

100 Denkt u dat zij uit zouden gaan en hem ontmoeten in een limousine en hem de stad inbrengen? Ze zouden bidden dat de zon hem daar zou verzengen. Ze zouden een barricade opwerpen om hem uit de stad te houden. Wel, er zouden meer predikers-samenkomsten zijn over heel de stad dan u ooit in uw leven gezien hebt. "Houdt die zonderling uit deze stad!" Maar toch had hij ZO SPREEKT DE HERE! Zie? Dat is de weg van een ware profeet.

101 Hij zou veracht worden. Zeker! Hij zou voor zijn campagne regelrecht naar het fundament gaan. Hij zou niet behoeven... Hij zou niet zeggen: "Nu, ik wil dat u allen, Methodisten, mij komen helpen. Ik wil dat u, Baptisten, ik wil dat u allen, mensen van hier in de buurt... U allen, Pinkstermensen, u die beweert dat u de laatste groep bent die God bezig is te roepen; ik wil dat u allen naar mij komt en ik wil dat u mijn campagne ondersteunt."

102 "Hoe doopt u? Wat is het uiteindelijke bewijs van de Heilige Geest?" Die vragen zouden hem in zijn gezicht geslingerd worden en als hij terug zou komen met de Bijbelse Waarheid, zouden zij hem afwijzen. Maar dat is de weg van een ware profeet. Hij moet daar allemaal mee geconfronteerd worden. Zie?

103 Zeker, we zouden hem niet ontvangen. Beslist niet! Onze... We zouden geen van zijn campagnes hier in ons land willen hebben. Nee, inderdaad! Wel, we zouden hem niet willen hebben. Beslist niet! Maar hij zou komen en de gemeente terugbrengen naar het Woord, want Dat is de fundering. En als iemand een ander fundament legt, is het zinkend zand. Op dit fundament alleen bouwt God Zijn Gemeente, op de leer van de apostelen.

104 Zoals ik onlangs zei, dat er iemand was die sprak over het vagevuur en verwees naar velen zoals St. Franciscus en St. Cecilia, en zij bidt voor zekere mensen en - het vagevuur uit en geeft er een dergelijke autoriteit aan. Dat is onschriftuurlijk gezag; het zijn mensen die geen autoriteit hebben. De apostelen hadden het Schriftuurlijk gezag en als het in tegenspraak met hen is, is het een leugen voor zover het mij betreft.

105 Ik geloof in een vagevuur, maar ik geloof dat het nu is. U reinigt uw eigen ziel. Vagevuur betekent "uitzuiveren". Als u ziet dat u iets verkeerd gedaan hebt, stap daar uit en reinig het uit u, door belijdenis, en wenen en vasten en gebed. Iemand lachte zelfs om mij toen de Here hier niet lang geleden kwam en mij een visioen gaf over het binden van die slang, wat ik altijd wilde zien. Ik vroeg mij altijd af hoe of ik zo zou uitstappen, terwijl dat het was wat ik mijn hele leven wilde. Toen begon ik te vasten en te bidden. Hij zei: "Waar zou je dat voor doen?" Ik zei: "Hij zei daarin dat ik niet oprecht genoeg was." Ik moest nu komen om mijzelf te zuiveren. Niet wachten totdat je sterft en de een of andere priester laat proberen je te zuiveren. Zuivert uw zielen uit!

106 Maar ziet u, zij namen het uit het gezaghebbende Woord en plaatsten het in de handen van een door mensen gemaakt dogma, om geld in de kerk te brengen, omdat zij naar wereldse dingen kijken, een wereldse kerk, grote machten in de wereld, politieke machten. Maar God kijkt naar Zijn Woord. En elk woord dat tegengesteld is aan Gods Woord is verkeerd. Voor zover het mij betreft is het het Woord of niets. Jazeker! Jazeker!

107 Hij zou regelrecht naar het fundament gaan. Hij zou de zaak aan flarden scheuren. Hij zou het wel moeten; hij zou niets anders kunnen doen als Amos hier vandaag was. Hij zou niets anders kunnen doen, want bedenk dat hij een ware profeet van God is tot wie het Woord komt. Hij zou niets anders kunnen doen dan naar het Woord teruggaan. Het doet er niet toe of al de Pinkstermensen in het land zich verzamelden en zeiden: "Meneer Amos, wij geloven dat u een profeet bent, maar u bent buiten het Woord; wij willen u recht trekken", hij zou bij het Woord blijven. Er is niets anders wat hij zou kunnen doen, omdat hij een profeet is. Hij behoefde hun medewerking niet. Hij had een boodschap te geven en "al wat de Vader Mij gegeven heeft, zal tot Mij komen", en hij zal het Woord gaan prediken. En hij zal het Woord gaan prediken precies zoals het in de Bijbel zou zijn; en daarvoor zouden wij hem afwijzen. Zo is het. Het doet er niet toe wat het zou zijn, het Woord van God komt tot de profeet, de uitlegging van het Woord, de juiste uitlegging.

108 Israël raakte altijd uit de pas en God zond hun een profeet met tekenen en wonderen, om dat Woord uit te leggen; en hoe wist hij het? Hij zei: "Als deze profeet spreekt en het komt te geschieden, dan is dat juist." Hij bevestigde Zijn profeten, dat zij gelijk hadden. Jezus zei: "Hij die in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen. Hierbij zult u het weten: deze tekenen zullen volgen degenen die geloven."

109 En hoe kunnen zij beweren een profeet des Heren te zijn en het Woord van God ontkennen? Hoe kan een man dopen in de Naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest, deze titels, en de Naam van Jezus Christus verloochenen, terwijl er geen Schriftplaats in de Bijbel is om hun theorie te ondersteunen? Ik mag misschien hard zijn en kritisch, maar het wordt tijd om het zo te doen. Echt waar. Hoe kunnen de mensen vandaag van zichzelf beweren dat ze Christenen zijn en hier naar van alles toe rennen en de vrouwen met polka haar lopen en shorts dragen en sigaretten roken en naar de bioscoopvoorstellingen rennen (welke soort van voorstelling ook) en zich aanstellen. Vertelt u mij dat dat de Heilige Geest is? Vertel mij dat nooit. U maakt God misselijk als er zoiets gedaan kon worden. Ik ben er zeker van dat u het begrijpt. Jezelf zoiets te noemen. Hoe kan er zoiets bestaan? Aan hun vruchten worden zij gekend.

110 Hij zou het tegen elke vrouw met afgeknipt haar uitbazuinen en haar veroordelen. Hoe zou hij iets anders kunnen doen. Hij is een profeet. En dat is het Woord. Hij zou zeggen: "Jullie Izebels!" Hij zou hen ruw behandelen. Waarom? Hij is een profeet. Hij zou bij het Woord moeten blijven. Zo is het. Denkt u dat zij ermee op zouden houden? Zeker niet! Zij zouden zeggen: "Het is fanatiek. Hij is net zo erg als die Paulus in de Bijbel, een vrouwenhater." Jullie - de groep bedrieglijke, zogenaamde Christenen.

111 "Het doet er niet toe hoe heilig u probeert te leven, dat heeft er niets mee te maken. Zolang u Gods Woord verloochent en er niet mee overeenstemt, bent u een zondaar, een ongelovige." Dat zou Hij zeggen. Hij zou de bijl regelrecht aan de wortel van de boom leggen; hij zou niets sparen. Hij is een profeet en dat is de weg van een ware profeet. Zij blijven bij dat Woord ongeacht voor wie het is; als het hun eigen moeder of vader is, het maakt geen verschil; Jezus deed het. Hij wilde haar zelfs geen moeder noemen; zij was het niet. Hij was God; God heeft geen moeder. Als Hij er een zou hebben, wie is dan Zijn Vader?

112 Hij zou het tegen hen uitbazuinen en hen veroordelen. Hij zou elke denominatie veroordelen, omdat geen van hen op het Woord gebouwd is. Ik kan er niet één van hen vinden. En zodra zij een denominatie worden, zijn ze op dat moment tegen het Woord. Dus hoe kan de - een profeet zegenen wat het Woord veroordeelt? Toch wil hij het niet doen om zijn broeder te kwetsen, maar nochtans moet hij het doen, omdat hij een profeet is. En hij is de vertegenwoordiging van het ware Woord van God en wijkt er op generlei wijze vanaf - voorschrift op voorschrift en regel op regel. Ziet u wat ik bedoel? De weg van een ware profeet.

113 Als u bij mij komt en zegt: "Here, ik wilde dat U mij een profeet maakte." Hij doet dat niet. Nee, Hij doet dat niet.

114 Hij zou elke immorele handeling van de kerken veroordelen, deze bingo-partijtjes en al die dingen die zij hebben, kaartpartijtjes, soepmaaltijden. Hij zou elk ervan veroordelen; hij zou ze naar de hel vervloeken, waar zij vandaan komen. Denkt u dat men hem ontvangen zou? Nee! De kerk van vandaag zou hem niet ontvangen. Zou Pinksteren hem ontvangen? Als hij daar binnen zou lopen en zeggen: "Jullie groep Izebels met afgeknipte haren, weten jullie niet wat ZO SPREEKT DE HERE betekent? Jullie lopen hier met een japon aan die eruit ziet als een vlies, weten jullie niet dat jullie elke dag schuldig zijn aan overspel met honderden mannen?" Dat is wat hij zou zeggen.

115 U zou misschien zeggen: "Wel, die oude benevelde, kaalhoofdige, grijs-uitziende kerel, zet hem uit die preekstoel. Laten we met de beheerdersraad gaan spreken. Diakenen, zet hem eruit! Wij willen..."

     "Jullie stel ellendige huichelaars." Zo is het. Amos zou het uitroepen.

     En uzelf dan noemen: "Wij zijn... Wij behoren tot deze groep."

     "En wij behoren tot die groep."

     U bent van uw vader de duivel, want hij is degene die het Woord verloochent.

     U zegt: "Ik sprak in tongen", en dan uw haar afknippen!

     "Glorie voor God! Halleluja!"

116 De Bijbel zegt dat het een ordinaire zaak voor een vrouw is om te bidden met haar hoofd op die wijze gekapt. En dan uzelf een Christin noemen. Schande over u! Kruip ergens weg in een hoek en kom in orde met God.

117 U trekt die kleine, rare korte kleren aan en gaat daarmee hier buiten op het erf, en strekt uzelf uit, terwijl u heel goed weet dat u elke dag overspel bedrijft met zo'n honderd man. U zegt: "Ik..." Jezus zei het: "Wie een vrouw aanziet om haar te begeren heeft overspel met haar gedaan." Zij was degene die zichzelf presenteerde en u deed het in uw...

118 U behoort dood te zijn voor de dingen van de wereld; u bent daaruit opgestaan, zoals ik in het begin al zei. U draait uw hoofd in schaamte om. Uw ogen vernauwen zich bij een dergelijke, verschrikkelijke zondige zaak, in plaats van naar vrouwen te kijken om hen te begeren. "U man die zoiets doet en uzelf een Christen noemen!" Dat is wat hij u zou vertellen. Ik probeer zijn woorden vanmorgen te nemen. Het zouden zijn woorden zijn, want hij - bedenk, dat hij een echte profeet is; hij zou bij dat Woord moeten blijven. En ik haal gewoon zijn woorden aan, dat is alles, omdat als u hem haalde, hij het Woord is; dan is het Woord Zelf hier. U mag dan de man niet hebben, maar u hebt zijn woord, omdat hij het Woord des Heren zou hebben.

119 Elke leer door mensen gemaakt zou hij veroordelen, zoals de doop in de Naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest. Hij zou die zaak volslagen terugwerpen in de eeuwigheid. Hij zou het veroordelen, zodat er geen reuk van over zou blijven. Jazeker! Hoevelen van de gemeente zouden hem vanmorgen daarop ontvangen? Dan zouden zij, deze Jezus' Naam groep, zeggen: "O, wij zouden hem daarop aannemen", en dan uw organisatie, daar zou hij dadelijk tegen tekeer gaan. Zo is het. Uw vrouwen met afgeknipte haren en u die dat duldt. Zo is het. Uw mannen, de wijze waarop zij doen en handelen. Zo is het.

120 Heel wat mensen zeggen: "Het is fijn om een profeet te zijn." Het is zo, als u bereid bent om alles wat van de wereld is los te laten en bij God en bij Zijn Woord te blijven.

121 Nee, we zouden hem geenszins ontvangen, onze denominaties van vandaag. Wij zouden stellig niets met hem te doen willen hebben.

122 Luister hoe hij het uitbazuint. Hij zei: "De God waarin gij beweert te geloven, zal u vernietigen." Wat zouden ze daarmee doen? Dezelfde God waarin Pinksteren gelooft, die God zal vanwege de zeer onzedelijke handelingen en dergelijke die zij doen en toestaan te doen, oordeel brengen over die organisaties. Dat is precies wat Amos tot hen zei.

     "O", zeiden ze, "wij hebben Abraham. Wij hebben dit. Wij hebben de Wet. Wij hebben de priesters. Wij hebben de profeten."

123 O broeder, die ogen werden nauwer terwijl hij naar hen keek en dat Woord in hun midden lanceerde. Jazeker! Zeker zouden zij hem niet ontvangen. Beslist niet! Hij zei: "Zij zullen u vernietigen met uw door mensen gemaakte leerstellingen." Dat is wat hij u vandaag zou vertellen. Hij zou hetzelfde zeggen als hij toen deed. Hij zei: "De God, voor wie jullie kerken bouwen (misschien door miljoenen dollars te betalen), de tempels die jullie voor Jehova bouwen, die jullie beweren lief te hebben, die God zal jullie vernietigen; omdat jullie Zijn Woord verwerpen."

124 Zo is het vandaag! Dezelfde God die Amerika beweert te dienen, zal oordeel brengen over de natie en het vernietigen. Ik hoop dat het zo diep gaat, dat u er nooit uit zult bewegen. Degene die u beweert lief te hebben, en met uw eigen door mensen gemaakte dogma's en onzedelijk leven en het bederf dat u in u hebt, afgeweken van het Woord van God, zal u op de een of andere dag vernietigen. Dat is ZO SPREEKT DE HERE! Er blijft voor hen niets anders over.

125 Stel u op met het Woord, predik het Evangelie aan hen, doorkruis de natie, vertel hun de Waarheid; de predikers maken zich druk en schreeuwen en gaan hun gang; de man wordt veroordeeld; de organisaties wijzen u af. De vrouwen schudden hun hoofd en willen dat haar voor geen enkele prijs laten groeien, dragen hun kleding gewoon precies eender, jaar na naar. Ze zijn als water dat op de rug van een eend wordt uitgegoten. "En dan beweert u dat u God liefhebt?" zei hij.

126 Jezus zei: "U hebt uw tradities genomen en de geboden van God krachteloos gemaakt." Dat is de weg van een ware profeet. Zie? Het is geen gemakkelijke weg. Het is niet wat iedereen denkt dat het zou kunnen zijn, op en neer springen en schreeuwen en dat iedereen u op de schouder klopt; dan is dat een teken, dat u geen ware profeet bent. Dat is een van de eerste tekenen, dat u niet hebt waarover u spreekt.

127 Wanneer klopten zij hem ooit op de schouder tenzij zij een bijl hadden om te slijpen. Ondertussen moest hij zich omkeren en hen veroordelen! Juist. Ze konden Amos geen schouderklopjes geven; zij konden Elia geen schouderklopjes geven; hij gaf niet om dat gedoe. Zeker niet! Hij vertelde hun de Waarheid van God. En als de Hemel zo groot is en waar wij naar toe gaan, als wij dan niet onze kleine nietige dingen in orde kunnen maken, hoe zullen wij ons daar dan naar de Geest richten? U moet zich richten naar het Woord. En dat is de weg van de ware profeet. Ofschoon het hem aan stukken scheurt om het te zeggen, hij moet er een natie mee aan stukken scheuren. Dat is juist. Maar dat is de weg.

128 Hij moet het uitbazuinen. Weet u wat hij tegen hen zei? De opschudding, als u hier op let. Hij zei: "Het is niet in uw regering, het is in u!" Dat zei hij. "Opschudding in de kerk, uw vorm van godzaligheid, dat veroorzaakte de moeite.

129 De reden waarom het communisme zich vandaag snel over het land verspreidt, is niet vanwege het communisme; het is vanwege de kerk; het is vanwege de mensen. Vandaag noemen zij zichzelf een Christen; zij zingen als engelen, geschoolde stemmen, en spreken met zodanige welsprekendheid alsof zij aartsengelen waren en geloven Gods Woord niet, zoals duivels. Zo is het. Zingen als een aartsengel, kleden zich als een - ik weet niet wat, en verloochenen Gods Woord.

130 Een man, een prediker in de preekstoel, die daar zal staan en Doctor, Weleerwaarde, genoemd wordt, vraag hem: "Sprak de Bijbel over de Doop in de Naam van de Here Jezus Christus, of Vader, Zoon en Heilige Geest?" En hij zal u in uw gezicht uitlachen en nemen: "Vader, Zoon en Heilige Geest." En dan uzelf een kind van God noemen! Vrouwen die, wetend dat de Bijbel hen veroordeelt om zekere dingen te doen, en hun haar kort knippen en handelen als de wereld en onzedelijke kleding dragen en dergelijke dingen en zij zullen het voortdurend hoe dan ook doen, en spreken in tongen, en springen op en neer, en juichen en hebben oude dameskransen en naaikringen, en zenden zendelingen naar het veld. Het is een stank in het aangezicht van God geworden. En ZO SPREEKT DE HERE! Hij zal de hele zaak vernietigen! Hij zal het doen.

131 Het is geen gemakkelijke zaak, maar dat is de weg van een echte, ware profeet: bazuin het uit en zeg het of het kwetst of niet.

     Johannes was een ware profeet. Hij zei: "De bijl is aan de wortel van de boom gelegd." Dat is hun manier.

132 Zeker, de moeite zit in haar; zingen als engelen, dansen daar als duivels, danspartijen, gaan tekeer, spelen kaart, bevinden zich op de racebaan. Pinkstermensen gaan naar de plaatsen van vermaak, de bioscopen zitten vol met hen. Elke plaats, ieder soort van oude voorstelling of iets anders, zij gaan er regelrecht heen - en racewedstrijden en al het andere, en noemen zichzelf Christenen, en staan op en juichen, en spreken in tongen en nemen voetwassing en Avondmaal. Wel, het is "als een hond die terugkeert naar zijn uitbraaksel", zei de profeet, "zo doen zij." Als die zaak van de wereld was en uit u gestoten moest worden, waarom keert u er weer naar terug? Goed.

133 Twisten buiten op straat, men noemt het rock and roll, afgeknipt haar, shorts dragend, o my! Ze noemen zichzelf Christenen. Zou u ooit... Nee, ik zeg het maar liever niet. Daarom veroordeel ik hen. Als ik van plan ben bij dit Woord te blijven, als dit Woord tot mij komt, blijf ik bij dit Woord. Dit is wat tot mij komt, het Woord. Veroordeel het. Zij beweren geleid te worden door de Heilige Geest en doen zulke dingen.

134 Zou u zich een vrouw kunnen indenken, die geleid wordt door de Heilige Geest, en haar haar laat afknippen, terwijl de Heilige Geest Zelf het veroordeelt? Wat voor soort Persoon is de Heilige Geest dan? Zou u zich dat in kunnen denken? Zou u zich een prediker kunnen voorstellen, die in de preekstoel staat en iemand daagt hem uit om hem één plaats te laten zien waar iemand ooit werd gedoopt, gebruik makend van de titels Vader, Zoon en Heilige Geest en je in je gezicht uitlacht en je een fanatiekeling noemt om te dopen in de Naam van Jezus Christus en zegt dat hij geleid wordt door de Geest en zegt dat hij de Heilige Geest heeft? Zou de Heilige Geest Zijn eigen Woord verloochenen? Beslist niet! Ziet u het? Ik hoop dat u het begrijpt.

135 Nu, ik weet niet hoeveel tijd... De volgende ontploffing zal mij kunnen treffen, maar totdat dit gebeurt, zal ik daar regelrecht blijven staan met het Woord. Wanneer ik u ginds bij het oordeel ontmoet, zal ik mij precies aan dat Woord houden; dat is wat ik geloof de Waarheid te zijn. Nee, u doet dergelijke dingen niet en dan de Heilige Geest hebben.

136 Ik ging eens naar een vrouw van een prediker, die daar zat met een japon aan die verschrikkelijk was om naar te kijken. U zegt: "U hebt daartoe geen recht." Ik heb een recht; dat is het Woord. Predik Het geheel. U laat die dingen gaan, heel wat verwijfde predikers, omdat zij niet de durf hebben... misschien zijn zij in de eerste plaats niet eens geroepen om te prediken. Amen! Maar een ware dienstknecht van God zal precies bij dat Woord blijven. Zo is het. De vrouw van een prediker, helemaal samengeperst in een japon, met hangende oorringen, en make-up en kort afgeknipt haar, terwijl God de hele zaak als vuil veroordeelt. En dan te zeggen dat je de Heilige Geest hebt.

137 Niet lang geleden predikte ik hier in Phoenix over iets dergelijks; en de vrouw van de prediker zat op de preekstoel met zo'n jongensachtige polka haarstijl, helemaal opgekruld en met een jurk aan, die niet kon verhinderen dat haar onderjurk er doorheen scheen. Ze kon de jurk niet over haar knieën krijgen, terwijl zij daar zat, hij zat ongeveer tien of twaalf centimeter boven haar knieën en ze sprong op en neer terwijl ze de zangdienst leidde. Ik ging er tegen tekeer zo hard als ik kon. Natuurlijk zal hij mij niet meer uitnodigen om terug te komen. Ik verwacht niet dat hij het zal doen, maar hij weet wel wat goed en kwaad is. Als ik in het oordeel sta, is het niet meer aan mijn handen. Dan weggaan en zeggen...

138 Een man, een zogenaamde leraar (hetwelk ik niet zeg, want hij ìs het niet) maakte onlangs een opmerking tegen sommigen van mijn vrienden in een zekere stad, waarin ik geweest was. U kent de broeder. En deze broeder kwam binnen en zei...

     Ze zeiden: "Wij hadden broeder Branham eens hier" (een zekere stad daar in het Westen).

     En deze man zei: "O, broeder Branham is een goede man" (zie? Hij wist wel beter dan iets op het karakter te werpen) en zei: "Broeder Branham, maar luister niet naar zijn banden, omdat ze je in verwarring zullen brengen."

139 En toevallig stond daar een van mijn vrienden en zei: "Een ogenblikje, meneer! Ik was in verwarring totdat ik de banden hoorde." En dat is het verschil. Hij zei: "Ik kon niet begrijpen hoe een heilig God zich met zulke dingen, zoals jullie allen doen, zou willen bezig houden."

140 Dezelfde persoon met een ander bij zich, stond op een zekere plaats niet lang geleden, en zei: "Broeder Branham is een profeet; hij kan dingen onderscheiden en dergelijke, maar", zei hij, "luister niet naar zijn leer, omdat hij niet juist is."

141 De krankzinnigheid! Zo'n zonderlinge uitdrukking; weet u niet dat de - als het een... Ik ben geen profeet, maar als het Woord van God waar is, komt Het tot de profeet. Het Woord des Heren kwam tot de profeten. Zij waren degenen die het Woord uitlegden. Dan ziet u, dat het zelfs kant noch wal raakt. Alleen maar om je te verbergen achter de een of andere minderwaardige denominatie. Een dezer dagen zullen zij verbreken en met aarde bedekt worden en vergaan in de hel, maar het Woord van God zal voor immer bestaan. Op die Rots bouw ik mijn hoop voor immer, op het Woord des Heren. En laat al het andere zinken. Als ik elke vriend, al het andere verlies, mijn vriendschap is in Christus.

Mijn hoop is gebouwd op niets anders
Dan Jezus' Woorden met gerechtigheid;
Als alles rondom mijn ziel bezwijkt,
Dan is Hij al mijn hoop en steun.

142 Dat geweer explodeerde onlangs, en ik zag... Ik dacht dat ik dood was. Ik had een vredig gevoel. Ik keek om mij heen, ik dacht: "Wel, dit is het." Wat voor goeds zou een denominatie mij dan doen? Wat voor goeds zou een organisatie mij dan doen? Ik zou daarginds in de vurige oordelen van God moeten staan om door dit Woord geoordeeld te worden. Hoewel ik misschien vele mensen zou moeten aanvallen, verbuigen en verwringen en uiteen scheuren, maar ik hoop de echte kern van het Woord van God voor de dag te krijgen en daar een ziel voor de eeuwigheid te bouwen. Dat is juist. Laat God het in Zijn handen nemen en er een gehoorzaam kind van bouwen.

143 Hoe zou een man, die door de Heilige Geest geleid wordt, iets dergelijks kunnen doen, of een vrouw met de Heilige Geest dergelijke dingen kunnen doen? Nee, Hij is heilig; en als Zijn Leven in u is, bent u hetzelfde. U zult net als Hij zijn.

144 Israël dacht, evenals wij, dat, omdat zij voorspoed hadden door hun verbond met anderen, Gods goedkeuring er op was. Weet u dat wij dat vandaag denken? Niet lang geleden sprak ik met enige mannen hier in een hotel, een paar dagen geleden, grote mannen op godsdienstig gebied. En ze zeiden tegen mij: "God bewijst dat Hij met ons is. Wel, we namen toe het vorige jaar, broeder Branham, met honderden." (Ik vergat hoeveel).

145 Ik zei: "Dat is niet het geringste bewijs." Zo is het. De prostitutie nam het vorig jaar toe met dertig procent. Toont dat aan dat God met prostitutie is? Dat argument is niet goed. Nee, u kunt dat niet doen. Beslist niet! God staat met Zijn Woord. Ieder ander mens zal aan de zijde van Zijn Woord staan, als hij eerlijk is. Goed!

146 Zij dachten, omdat zij een verbond hadden... Nu, hier zullen wij binnen een ogenblik op de regeringszaken komen. Onze natie heeft het Woord van God verworpen, net als Israël. Zij verwierpen het Woord van God, en hun mensen, hun priesters en profeten, enzovoort, profeteerden goed tot hen, en zij... Wat kunnen we anders dan het kwade profeteren, omdat het tegen het Woord is. Zij is verdoemd, onze grote, geliefde natie, gebaseerd op de ervaring van onze voorouders, ga dan terug naar wat zij hadden.

147 Zeker, Israël was een grote natie. Kijk naar hun voorvaders, maar God spaarde hen niet. Die oude, kaalhoofdige profeet wierp het Woord naar hen en het gebeurde precies op de wijze waarop hij het zei. Lees uw geschiedenis hier en vind uit of het niet juist is. Het gebeurde precies op de wijze waarop hij het zei.

148 En hij veroordeelde hen, toch stonden zij daar, die heilige priesters met heilige kleding aan, dit besprenkelend, en zouden geen hand op deze of die wijze bewegen, omdat het iets was op deze wijze, traditie of zoiets. Jezus zei: "Jullie zijn van jullie vader, de duivel, en zijn werken zullen jullie doen."

149 En zij namen Hem en veroordeelden Hem en hingen Hem aan een boom en doodden Hem. Dat is precies juist. God wekte Hem weer op. Jazeker!

150 Nee, men zou Amos vandaag niet willen geloven, helemaal niet. En vandaag hebben wij een verbond gesloten. Wij hebben wat wij vandaag noemen... Wij denken dat het Gods goedkeuring heeft, omdat de - onze organisaties toenemen en alles op de wijze gaat zoals het is; wij denken dat dit Gods goedkeuring daarop is. Weet u, ik geloof dat ze ongeveer twee- of drie miljoen Protestanten meer erbij hebben gekregen en de Katholieken verscheidene miljoenen meer. Zie? Zij denken dat dit Gods goedkeuring is dat zij Katholieken zijn. De Protestant denkt dat het Gods goedkeuring is dat zij Protestanten zijn. Het is onzin, het is kanonnevoer; het is atoom-as; het is de toorn van God, die opgebouwd wordt om te ontploffen. Dat is precies juist.

151 U, luister naar mij; ik zal u het Woord des Heren vertellen! Amen. Kijk naar ons. Kijk naar de wereld - kijk naar onze natie. Wij hebben ons verenigd met de Verenigde Naties. Wat is daarin? Een troep goddelozen. En wij met de onbeschaamdheid om zelfs geen gebed te hebben voordat onze zittingen beginnen. Las ik niet zojuist hier: "Hoe kunnen twee tezamen gaan, tenzij zij het eens geworden zijn?" God doet niets tenzij Hij het openbaart aan Zijn dienstknechten, de profeten. Hoe kunnen twee tezamen gaan tenzij zij het eens geworden zijn, als we Mohammedanen, Boeddhisten, Atheïsten, goddelozen, zelfzuchtigen, en al het andere erin hebben? Denkt u dat God in zoiets dergelijks zou kunnen wonen?

152 "Wel", zegt u, "wel, we hebben een verbond met hen. We hebben heel de Westerse bescherming." Zij hadden al de naties rondom zich ter bescherming, maar die profeet zei: "God zal u vernietigen, dezelfde God die u dient, zal u vernietigen voor uw dwaasheid." Hij zou vanmorgen hetzelfde zeggen.

153 Hij zou het uitschreeuwen vanaf het Witte Huis tot de arme boerderij. Hij zou het zeker doen. Hij zou hen vernietigen met het Woord van God. Hij zou het zeker doen. Dat is de weg van een ware profeet.

     "Kijk naar ons, de kerken. O, wij zijn de grote, heilige Roomskatholieke kerk."

     De Bijbel spreekt erover als een hoer.

     "Wij zijn de patriarchen van de vaderen, de Protestantse kerken zijn allen tezamen verenigd en zij worden genoemd de Wereldraad van Kerken."

     Prostituées van de hoer, zegt de Bijbel. Dat is precies wat het Woord zegt. En toch denken wij dat nu: alle kerken gaan samen.

     Meneer Collins, een vriend van mij (een broeder in Californië-Arizona daar), Elmer.

     Ik zei: "Wel, ik veronderstel dat je naar een zekere fijne, kleine Methodistenkerk gaat."

     Hij zei: "Ik ging eruit toen zij zich daar bij de Raad van Kerken aansloten."

     Ik zei: "God zegene je. Je bent dicht bij het Koninkrijk, broeder."

154 Jazeker! Een dogma, afhankelijk van de vereniging met mensen en van hun door mensen gemaakte leer en het Woord van God, is verlaten. Wat wij nodig hebben is een profeet om dat woord erin te bazuinen. Zo is het precies. Ja!

155 Zij hadden veiligheid onder hen verkregen. "O, wij sluiten ons aan... Wij Pinkstermensen? Zeker, wij hebben ons bij de Wereldraad van Kerken aangesloten, omdat wij daarin gemeenschap hebben. Wij zullen hen voor ons winnen." Zoals een vrouw die naar de bar gaat om met haar man dronken te worden, om hem voor God te winnen. Eerder nog, de man die tegenwoordig met de vrouw naar de bar gaat om dronken te worden om haar voor God te winnen. Onzin. Blijf bij de grond van de duivel vandaan. Als iets het Woord ontkent, ben ik er tegen. En dat maakt mij tegen elke organisatie, omdat het tegen het Woord is. Elke gelovige zou het op die wijze moeten voelen.

     "Wel", zeggen ze, "maar bedenk dat wij..."

156 Ik heb een groot stuk uit de krant dat iemand mij uit Arizona toezond, over hoe deze patriarch zus en zo onlangs zei: "Paus Johannes XXII (of hoe zij hem ook noemen) is een fijne man. Hij is de enige man die ooit sprak over het verenigen van de kerken, de Katholieken en de Protestanten tezamen." Hij zei: "Het zal misschien niet in onze dagen komen, maar de volgende vijftien of twintig jaar zal het hier zijn."

     Ik dacht: "Jongen, jij als patriarch profeteert en weet het niet."

157 "Het is later dan wij denken", de knaap die het mij schreef, schreef dit boven aan de bladzijde. Het is later dan wij denken. Hij had ook naar banden geluisterd. Jazeker! Hij zei: "Het is later dan wij denken." Hij zei: "Broeder Branham, zei u dit niet jaren geleden?"

     Ik zei: "Zeker." Jazeker! Het zal komen te geschieden, omdat het het Woord des Heren is; het moet. Zeker.

     Ja, ze zeggen: "Wel, vindt u niet dat deze heilige patriarch iets meer dan dat behoorde te weten?"

158 Beslist niet! Als hij Gods Woord verloochent en er op die wijze in kijkt, kan hij het niet. Het maakt mij niet uit hoeveel pausen, profeten of wat u ook onder u hebt. Als u buiten het Woord bent, bent u buiten het Woord. Zo is het.

159 Hoe zou God ooit zo'n zaak als die kunnen zegenen, zolang zij het Woord van God verloochenen? Hoe kan Hij iets zegenen buiten Zijn Woord? Iets dat tegengesteld is aan Zijn Woord, hoe kan Hij Het verloochenen? Hoe kunt u een kanker zegenen, die u opeet? Hoe zou u een elektrische draad die u vasthoudt kunnen zegenen en er tegen zeggen: "O, houd mij vast en brand mij op?" Dat zou krankzinnig zijn. Hoe kan God iets zegenen dat tegen Zijn Woord is? Kom dus terug naar het Woord. Jullie groep predikers, als jachthonden, wat is met jullie aan de hand? Jullie gaan hier uit en verkopen jullie geboorterecht voor een schotel linzenmoes om rond te rijden in de een of andere Cadillac of zoiets, of in het een of ander groot, hoog huis ergens te wonen en een grote kerk van een miljoen dollar en al zulke dergelijke dingen te hebben en verkoopt uw geboorterecht en bent beschaamd en bang om het Woord van God tot uw samenkomsten te prediken. Zeg, bent u niet beschaamd over uzelf? En u noemt zich een dienstknecht, een profeet van God, die uw geboorterecht verkoopt voor een schotel van de wereld? Wat zult u uitbroeden? Hetzelfde als Ezau deed. O, wat een schande!

160 O nee, een heilig God, Die waakt over Zijn Woord om Het te bevestigen, zou niet iets kunnen zegenen dat tegen Zijn Woord is. Hoe... (Luister nu! Ik weet dat ik het wel een beetje laat maak en misschien laat ik u schrikken dat het uw adem beneemt, maar zie, ik wil u iets vragen). Hoe zou een heilig God, Die Zijn Woord sprak en zei: "Nu, zowel hemelen als aarde zullen voorbijgaan, maar Dat zal niet voorbijgaan, niet één woord Ervan." Nu, hoe zou Hij iets kunnen nemen dat er tegengesteld aan is en het zegenen? Hoe zou Hij het kunnen doen? Kijk! Hij bewijst Zichzelf; Hij bevestigt Zijn Woord. Hij zegt wat juist is, niet door lidmaatschap.

161 Kijk naar Moab. Moab had ook Zijn Woord, Moab. Israël had Zijn Woord, en Moab had een vorm van godzaligheid met Zijn Woord. Zij offerden zeven offeranden, rein, stieren op zeven altaren, het volmaakte getal, het volmaakte offer. Dan nam hij behalve dat zeven rammen, ervan sprekend dat zij geloofden in de komst van de Zoon van God, en offerde ze daar boven in tegenwoordigheid van hun hoge aartsbisschop. Al hun hoogwaardigheidsbekleders, al hun priesters en hogepriesters, al het andere stonden er omheen met hun koningen en presidenten en wat al meer, en offerden dit, net zo godsdienstig als zij maar konden zijn, tégen Israël. En daar beneden was Israël, een kleine groep afvalligen, zoals het leek. Maar wat was er met Israël? God was in hun campagne. Hij bewees Zichzelf, dat Hij met hen was. Zie?

162 Het doet er niet toe hoeveel patriarchen ze zouden hebben gehad, pausen of wat al meer. God kan niet met hen zijn totdat Hij Zichzelf bewijst met hen te zijn. En zolang zij buiten het Woord zijn en zijn Woord ontkennen, hoe kan Hij met hen zijn? Geen tekenen van de Levende God onder hen.

163 Hoe zou God onder de Verenigde Naties kunnen zijn, wanneer twee niet kunnen wandelen zonder dat zij het eens zijn. Nu, kijk hier. Daar is ze 'Church of Christ', zogenaamd, aangesloten bij de Pinkstermensen. De Pinkstermensen zeggen dat zij geloven in spreken in tongen; zij geloven in het bewijs van de Heilige Geest, het spreken in tongen. Zij zeggen dat zij in dit, dat en het andere geloven; zij geloven in tekenen en wonderen. De Church of Christ lacht om hen en zegt: "Jullie stel domkoppen, dat was in de voorbij gegane dagen." Hoe kunnen twee tezamen gaan, tenzij zij het eens geworden zijn? En zij verenigen zich. Wat doen zij? Zij zoeken veiligheid bij elkaar. Weg met dat gedoe! Mijn veiligheid is in Christus en in Zijn Woord, want Zijn Woord is Hijzelf. Zo is het.

164 Helemaal geen tekenen van de Levende God. Dit is wat Jezus zei: "Als Ik het Woord niet manifesteer, geloof Het dan niet. Als God niet spreekt en profeteert door Mij, en zegt door Mij, en doet door Mij, precies wat de Messias verondersteld wordt te doen, geloof Mij dan niet." En dan zegt een knaap dat hij een profeet is, die door God gezonden is en verloochent het Woord. God zij zulk spul genadig. Hoe kan God ooit zoiets doen?

165 Laat mij dit nu vragen. Ik weet niet wanneer ik weer tot u spreek, dat is aan God. Ik sla alleen voedsel op, zoals Hij mij die keer in dat visioen vertelde, en doe het in vaten.

166 Misschien zou u mij willen vragen: "Hoe kon Amos voorzien wat met hen zou gaan gebeuren?" Wel, het zag er goed uit. Kijk! Nu, kijk hier. Luister aandachtig nu, omdat dit alles op de band is en het zal wereldwijd gaan. Zie?

167 Nu, hoe... kijk hier! Daar was Israël, hun bijbelscholen waren in een betere toestand dan zij ooit waren. Er was niemand die hen hinderde. Ze hadden hun eigen godsdiensten. Niemand zei: "Jullie kunnen Jehova niet aanbidden."

     "Ga door", zeiden de heidense naties, "aanbid. We hebben een afspraak met elkaar."

     Die profeet zag daar doorheen. Zie? Zo zou een profeet het vandaag doorzien. Zie? "Ga door."

168 En Israël zei: "Wel, laat ons eten, drinken en vrolijk zijn." Dus hadden zij een groep bij elkaar en maakten voor hen enkele geloofsbelijdenissen, organisaties, denominaties en zo, en regelden het allemaal; en hun vrouwen leefden gewoon in weelde en zonde daar buiten, jongen, zij hielden zich op in cabarets en al dergelijke, half gekleed met kleine, zijde-achtige rokken aan. Als u ooit iets las over de geschiedenis van die dagen, hoe zij eruit zagen, o bijna éénderde zo slecht als zij vandaag doen! Echter niet helemaal, omdat zij het niet konden. Ja, en hoe zij handelden en hun gang gingen, en de koningen en de priesters en ieder ander. Jezus zei: "Jullie eten de huizen der weduwen op, jullie huichelaars." Hij zei het! En al deze dingen die zij deden... Die profeet stond daar en keek neer op zo'n natie, geen wonder dat zijn hart verscheurd werd. Jazeker!

169 Nu, u zegt: "Hoe wist hij wat er zou gaan gebeuren? Hoe kon hij het van tevoren zien? Hoe? Het leek allemaal goed. Wel, ze hadden overvloed van eten; ze hadden een overvloed om te dragen; zij hadden hun grote kerken; zij hadden voorspoed; het geld lag overal voor het oprapen. Weelde, danspartijen op straat, onzedelijkheid, en al het andere ging gewoon door, en alles ging fijn! Net als Amerika vandaag. De televisie is vol van vuile moppen, half ontklede vrouwen en al het andere. Alles wat u ziet is alleen maar vuiligheid en zonde. U behoeft niet eens naar een televisie te kijken, open slechts uw ogen en kijk overal. Meisjes, jongens, mannen en vrouwen, rokend, drinkend, die Izebels die zichzelf Christinnen noemen, de vuile duivels, die zichzelf Methodist, Baptist, Presbyteriaan, Katholiek en van Pinksteren noemen. Geen wonder dat zijn ogen samenknepen toen hij keek! Zo is het.

170 Alles ziet er goed uit. Hoe kunt u het redden als wij gaan... Hoe - hoe... "Kijk eens. O, we hebben er een miljoen meer. We hebben... Onze gebouwen, onze kerken zijn zo groot, dat we nieuwe kerken moeten bouwen! Wel, we hebben zoveel geld, dat we niet weten wat we ermee moeten doen! Wel, we bouwen gewoon de beste gelegenheden in de natie. Wij bezitten de grootste kerken die er zijn, en we hebben nog steeds geld in overvloed. Denkt u niet dat God ons gezegend heeft?"

     Nee! U bent buiten Zijn Woord.

     "En broeder Branham, bedoelt u dat God dit gaat vernietigen?"

     Ja! Elk van hen!

     "Hoe weet u het?"

171 Amos, hoe wist u het? Net als een dokter die een diagnose vaststelt. Als hij de ziekte vindt, die de patiënt heeft, weet hij wat hij moet doen; hij weet wat de patiënt heeft. Hij weet hoever het gevorderd is en hij weet wat er gaat gebeuren. Zo is het met een profeet, een ware profeet. Als hij ziet... Het kan me niet schelen wat u doet... Als hij zonde ziet toenemen, is het een opetende kanker; en het is zover gevorderd bij de Pinkstermensen en heel de rest van hen, dat het niet meer is te keren! Het is in een vergevorderd stadium. Zij staan op het punt om te vergaan.

172 Zo kon Amos de diagnose van het geval vaststellen. Hij deed het door het Woord van God. Zo stelt een echte profeet de diagnose van een geval vast en zegt tot die vrouwen: "Probeert nooit naar het oordeel te gaan met afgeknipt haar, als u beter weet." Hij zegt tot u, mannen, de rest van u, en jullie predikers, die het Woord verloochenen en een vorm van godzaligheid hebben en zich bij organisaties aansluiten om de beslissing te ontduiken, terwijl u beter weet. U kijkt naar hetzelfde Woord, waar de ware profeten naar keken. De diagnoses van het geval zeiden: "Dood, afscheiding."

173 Net zoals een dokter kent hij het geval. Hij weet wat voor soort symptomen er zijn. Kijk naar deze natie. Als u zegt dat het met Pinksteren gedaan is, zullen zij u zelfs niet naar hun samenkomsten laten komen, omdat u tot de vrouwen predikt over hun afgeknipt haar; en de Bijbel veroordeelt het. Bang dat u iets zult zeggen over...

174 Toen ik hier onlangs aan de Westkust enkele campagnes vaststelde (Roy Borders deed het), brachten zij tot hem - tezamen, een groep predikers (ik neem aan ongeveer veertig of vijftig van hen, waarmee ik een grote samenkomst had) en ze zeiden: "Meneer Borders, ik wil u iets vragen." Ze zeiden: "Is het waar dat broeder Branham de Naam van de Here Jezus Christus gebruikt om in te dopen?"

175 Meneer Borders, een zeer edele heer (zoals u weet, broeder Borders van hier) zei: "Heren", zei hij, "Als broeder Branham daar buiten zijn campagnes heeft, dan predikt hij niet; hij gaat gewoon zijn gang en bidt voor uw zieken. Dat is ongeveer wat hij doet."

     "Dat is niet wat ik u vroeg", zei de oudste. Hij zei (nu, zij hadden de banden, zij wisten het): "Dóópt hij in de Naam van Jezus Christus?"

     Hij zei: "Ja, in zijn eigen gemeente. Dat is de enige plaats waar hij doopt, in zijn eigen gemeente."

     Hij zei: "Dat is het; dat is alles wat ik wilde weten. Wij willen hem niet. Wij willen die ketterij niet onder onze mensen."

176 En onlangs toen mijn goede vriend Ed Daulton een brief kreeg van de Baptisten kerk, zei hij: "Wij sluiten u uit van de Baptistengemeenschap, omdat u zich verenigd hebt met de ketterij van gedoopt te zijn in Jezus' Naam."

177 Ik houd ervan om met Paulus te staan, "In wat de wereld ketterij noemt, dat is de wijze waarop ik God aanbid, omdat het Zijn Woord is." Jazeker! Ja.

178 O zeker, de dokter stelt de diagnose van het geval; hij ziet wat er aan de hand is. Een echte profeet stelt de diagnose van het geval vast door het Woord. Wat doet hij? Een dokter stelt de diagnose vast door middel van de symptomen. Klopt dat? Hij kijkt naar de symptomen en hij ziet wat er met de patiënt aan de hand is. Hij ziet hoever het gevorderd is en zegt: "Er kan niets meer aan gedaan worden." En een ware profeet neemt het Woord van God en stelt de diagnose van de gevallen, werpt het medicijn erin en de mensen werpen het in zijn gezicht terug. Wat gaat er gebeuren? Omkomen, dat is alles! Een stel genotliefhebbers doorspekt met de wereld van zogenaamde huichelarij! Maar dat is de weg van een ware profeet. O my!

179 Hij ziet de ziekten. Hij zag dat zij van het Woord waren afgeweken. Hij zag het Woord en hij kende de gevolgen die zouden komen. Hij zag de weelde waarin zij leefden; Hij zag de wijze waarop die vrouwen handelden. Hij zag de wijze waarop die priesters het deden, hoe zij afweken van de ware aanbidding van God en dergelijke dingen. Er is... Hij had het antwoord; hij zei: "Die God die jullie beweren te dienen, zal jullie vernietigen."

     "Waarom?"

180 "Jullie hebben Mijn geboden niet gehouden." En toch dachten zij, dat ze het hadden. Las ik het niet zojuist hier? Het 2e hoofdstuk, het 4e vers: "Omdat Ik u verkoos om... Uit al de families op aarde verkoos Ik u, en toch weigert u in Mijn geboden te wandelen."

181 Denkt u dat die kleine kaalhoofdige profeet, die daar door zijn grijze baard stond te strijken terwijl zijn ogen vuur schoten toen hij tot die groep priesters en zo sprak en zei: "De God, die jullie, huichelaars, behandelen alsof jullie Hem dienen, Diezelfde God zal jullie vernietigen", denkt u dat hij samenwerking kreeg? O my! Hij zou... Laat hem het vandaag proberen en zie of hij het zou hebben. Nee, maar wat zou hij? Dat is de weg van een ware profeet. Hij had het Woord; hij wist wat Het was.

182 Net als Micha vanouds (de kleine baby die ik opdroeg), ik sloeg zojuist iets ervan over, omdat ik me haast vanwege de tijd. Maar Micha, toen hij daar vóór Achab stond, hij keek naar hen. Hij kende het Woord. Micha sprak het Woord tot hen. Waarom? Micha beoordeelde zijn visioen, zijn leer, met het Woord van God; en hij zag dat zijn leer en het Woord hetzelfde waren, omdat het Woord zei dat hij Achab zou vervloeken en dat hij de honden zijn bloed zou laten oplikken. Dat is wat het Woord zei.

183 Dus Micha had een visioen; hij was een profeet. "Zie hoe het Woord tot mij komt." En hij bad: "O Here God, wat moet ik doen? Wat moet ik tegen die groep predikers zeggen die daar staan? Hier zijn al de organisaties; ieder in het land heeft zich tegen mij verzameld, Here. Hier sta ik voor de koning, wat moet ik zeggen?" En hij geraakte in een visioen en zei: "Trekt op! Gaat door", zei hij, "maar ik zag Israël verstrooid als schapen die geen herder hebben."

     Die districts-oudste liep naar hem toe en sloeg hem op de mond en zei: "Waar is het Woord van God, de Geest van God heengegaan toen Het uit mij - uit hem ging?"

184 Weet u wat God zei? Hij liet de duivel afdalen en onder hen komen, omdat zij buiten het Woord waren om mee te beginnen. De Bijbel zegt, dat als zij het Woord niet zouden geloven, Hij hun sterke misleidingen zou geven om een leugen te geloven en daardoor veroordeeld te worden. Dit is precies wat deze organisaties en het volk van deze natie heden doen: een leugen geloven om daarmee veroordeeld te worden. "Want er is geen andere Naam onder de Hemel gegeven waardoor gij gered moet worden." Stelt u daarmee op één lijn, organisatie-mensen, enzovoort... Ja.

185 Nu, wat deden deze anderen - waar keken deze andere profeten naar? Zij waren profeten. Jazeker! Zij waren profeten, maar als zij waren stil blijven staan en hun profetie met het Woord hadden onderzocht! Als de Methodisten vandaag zouden blijven stilstaan en hun profetie onderzoeken, zouden zij nooit iemand meer besprenkelen; zij zouden de Heilige Geest ontvangen; zij zouden iedereen onderdompelen in de Naam van Jezus Christus. Als de Assemblies van God vandaag zouden blijven stilstaan en naar hun profetie zouden kijken, zouden zij terugkeren naar het Woord. Als de Eenheidsmensen vandaag zouden blijven stilstaan en hun profetie onderzoeken, zouden zij terugkeren naar het Woord. Maar, ziet u, als die profeten zouden hebben gestopt en hun profetie onderzocht... Zij redeneerden; zij zeiden: "Dat behoort aan ons, dus zullen wij optrekken naar Ramoth Gilead en wij zullen het innemen, omdat het ons toebehoort. Jozua gaf het aan ons."

     Maar Micha zei: "Dat klinkt redelijk."

186 Maar zo is het. Je wilt niet redeneren; je wilt geloven wat God zei. Beredeneer niets.

187 Wat als Abraham zou hebben geredeneerd? Hoe zou hij ooit zijn land hebben verlaten? Hoe zou hij, honderd jaar oud zijnde, nog steeds God prijzen en een baby krijgen door Sara, terwijl zij negentig jaar was? Werp redenering terneer; geloof alleen.

     Je laat de duivel je vertellen: "Weet je, broeder Branham is niets anders dan een huichelaar."

     "Nu, ik... Nu wacht, laten wij eens kijken of hij juist leert. Laten wij teruggaan naar de Bijbel."

188 "Nee doe dat niet!" Hij zal u dat niet laten doen. Nee, nee! Zie? Maar hij zal iets slechts over mij zeggen (waartoe hij misschien een recht heeft) dan gaat u dat gewoon vasthouden, en stopt en begint te redeneren: "Ja! Hij behoorde dit niet gedaan te hebben; hij behoorde dat niet gedaan te hebben.

189 U begint naar míj te kijken, wel, u hebt er gewoon een overvloed van. En u gaat naar de Here Jezus kijken en u kunt er genoeg vinden. Kijk slechts voor een ogenblik naar Hem. Ik ga een ieder van u als een prediker plaatsen. Nu, wij gaan vergeten, dat Hij ooit op aarde was. Hier is een jongen, die door de hele natie heen bewezen is een als bastaard geboren kind te zijn; Zijn moeder had Hem voordat zij en zijn vader ooit getrouwd waren; het is bewezen. Nu, men gaat niet naar het Woord: "Een maagd zal zwanger worden", men gaat slechts te rade met wat men hoort. Zie? Een onwettig kind. Vertelden zij Hem niet dat Hij geboren werd in zonde en probeerde hen te onderwijzen? Zie?

190 En kijk naar wat Hij deed. Hij scheurde eigenlijk elke kerk die er in het land was aan stukken. Was dat juist? Organisaties en al het andere. Wat was Hij? Slechts de een of andere uit zijn krachten gegroeide jongen, die zo rondging, een jonge knaap, geen denominatie... "Vertel mij tot welke kerk je behoort. Wie is je vader? Zeg je dat Jozef je vader niet is?"

     "Jozef is Mijn Vader niet", zou Hij zeggen.

     "Wel, wie is je vader?"

     "Gòd is Mijn Vader!"

     "Wel, jij fanatiekeling! Dat is precies wat je bent. Jij, die een mens bent en dan zeggen, dat God je Vader is?"

191 Als zij het onderzocht zouden hebben door het Woord... Halleluja! Ziet u het niet, het Woord moest vleesgemaakt worden. Zij onderzochten hun visie niet met het Woord.

192 Dat is het; dit is er vandaag aan de hand. U onderzoekt uw visies, uw profetie en uw leer niet met Gods Woord. Als iemand probeert u de Waarheid te vertellen, dan valt u tegen hem uit. Net als Amos deed, u zou hetzelfde doen.

193 Nu, zie hier, hij is in deze toestand. Nu, u zou hem veroordeeld hebben, misschien (dat is juist), als u niet naar het Woord teruggegaan was. Zij doen hetzelfde, zij veroordelen Hem vandaag.

194 Wat als u vrouwen hier, hier binnen... Ja! Waarom zou u niet uw idee over uw geknipte haar onderzoeken met het Woord en zien wat Het zegt? Waarom doet u die dingen niet?

195 Waarom onderzoekt u uw doop van Vader, Zoon en Heilige Geest en die valse zogenaamde "drieëenheid" niet, die niets anders ter wereld is dan drie bedieningen van één God, titels. Geen naam van Vader, er is niet zoiets als een naam, Vader, Zoon en Heilige Geest - Naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest, welke is de Here Jezus Christus. Onderzoek uw doop met de wijze waarop iedereen in de Bijbel werd gedoopt.

196 Als u uw gedachte met het Woord zou onderzoeken, zou u terugkomen en gedoopt worden in de Naam van de Here Jezus Christus. Dat is wat Paulus hun vertelde te doen en zei, dat als iemand anders iets anders leerde, hij vervloekt zou zijn, zelfs als een Engel neer zou komen...

197 Weet u dat heel wat keren Engelen naar beneden komen. Mensen, hoe zou Pinksteren daarvan smullen! Hoe staat het dan met St. Martinus die daar stond en hier stond een groot, schitterend wezen vóór hem; een man die gedoopt was in Jezus' Naam, die geloofde in de Heilige Geest en het Woord hield. En de Roomsen gooiden hem eruit en deden van alles met hem om te proberen hun dogma's en hun door mensengemaakte leerstellingen erin te krijgen; die man stond op het Woord. En op zekere dag in zijn kracht... De duivels kwamen naar hem toe en probeerden met hem te spreken. Hij wilde gaan aandacht aan hen schenken. Op zekere dag kwam Satan als Christus, gekroond, gouden slippers aan, hij stond daar met vlammen van vuur om zich heen en zei: "Herkent u mij niet, Martinus? Ik ben uw Here; aanbid mij."

     Martinus keek naar hem; er was daar iets verkeerds.

     Hij zei: "Martinus, kunt u mij niet herkennen?" Hij zei: "Ik ben uw Here en Verlosser." Hij zei: "Aanbid mij."

198 En hij zei dat drie keer, en Martinus keek om zich heen; hem was bekend dat Christus bij de komst gekroond zou worden door Zijn volk; Hij zou geen gouden slippers dragen. Hij zei: "Ga weg van mij, Satan!" Tjonge, zouden de Pinkstermensen daar niet van smullen mensen, een helder schitterende engel!

199 Die vrouw, die uit Chicago kwam (waar ik heenga) zei: "Broeder Branham, de predikers daar zeiden, dat als de Engel des Heren u vertelde te dopen in Jezus' Naam, zij het zouden aannemen; maar aangezien het uw eigen gedachte is..."

     Ik zei: "Als de Engel des Heren iets zei in tegenstelling daarmee, zou het niet de Engel des Heren zijn." Zie?

200 Als enige Engel iets zegt, dat tegengesteld is aan dit Woord, laat het een leugen zijn. En als een man u vertelt, een boodschapper van God (zegt, dat hij van God is) en u vertelt, dat het juist is om gedoopt te worden in de Naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest, laat hem een leugenaar zijn. Als een man u vertelt, dat het voor u in orde is om afgeknipt haar te dragen en dergelijke dingen, dat u een hoed moet dragen in de gemeente, als een hoofddeksel, om een bedekking te zijn, hij zij een leugenaar en het Woord van God de Waarheid. Elk van deze dingen die tegen het Woord zijn, laat het een leugen zijn. Het is het Woord, dat de Waarheid is. Het zal standhouden.

201 Daarom kon Micha weten, dat zijn profetie van God kwam, omdat het één was met het Woord van God. Beslist! Zijn visioen kwam precies overeen met het Woord van God.

202 O, als Amos hier was, zou hij bij het Woord blijven. Zo is het. Maar u ziet wat de moeite vandaag bij ons is zoals het was bij hen. (Ik sta op het punt om te eindigen). De moeite met ons is zoals het was met hen. Zij waren onderwezen bij het Fundament vandaan. Jezus zei: "Jullie hebben het Woord van God krachteloos gemaakt door jullie tradities."

     En die valse doop, dat valse teken van het ontvangen van de Heilige Geest... Sommigen van hen zeggen: "Schud een hand."

     Sommigen van hen zeiden: "Spreek in tongen."

203 Ik heb duivels in tongen horen spreken en ook handen zien schudden. Jazeker! Dat is geen teken Ervan. Nu, kijk, al zulke dingen, al die dingen... Zie? U gaat bij het Woord vandaan om die tradities te onderwijzen. Zo is het.

204 Nu, hij zou u terug moeten brengen naar het Woord. Maar wij hebben - onze leraars van vandaag hebben de mensen onderwezen, weg van het Fundament van Gods Woord. Nu, luister aandachtig. Dit is wat zij daar gedaan hebben; dit is wat Amos hun vertelde. "De God, die jullie beweren te kennen, Hij is Degene die jullie zal vernietigen."

205 Nu, waarbij vandaan hebben wij hen onderwezen? Het Fundament van het geloof dat eens werd overgeleverd aan de Pinkstervaderen. Jawel! De Bijbel. Zij leerden een vals vagevuur, leerden een valse doop, alles vals, vals, vals, zich afscheidend van het oorspronkelijke. U gelooft het niet, kom terug naar de Bijbel en neem uw vagevuur, uw Vader, Zoon en Heilige Geest, en besprenkeling en al dat spul, en kom terug en zie of het Schriftuurlijk is. Dat is de manier. Ontdek of het op het Fundament staat.

206 Zie, ze zijn bij het Fundament vandaan, waarvan Paulus zei dat de Bijbel... De Bijbel spreekt dat de Gemeente van God gebouwd is op de Leer der apostelen en de profeten. De profeten en apostelen moeten eender zijn. Zeker. Wat? We gingen bij het Fundament van het Woord vandaan naar denominationele fundamenten.

207 Luister nu bij het sluiten. Zet uw geestelijk gehoorapparaat aan. Luister, we zijn bij het Fundament van het Woord vandaan gegaan en gekomen op het fundament van een denominatie. Hoe lang zou ik daarbij kunnen blijven stilstaan? Nog wel drie uur. Van het Fundament van het Woord vandaan, naar het fundament van wereldse genoegens, wereldsgezindheid, onzedelijkheid die de gemeente binnensluipt, bij het Woord vandaan naar geloofsbelijdenissen. Het zou mij drie weken kosten om dat voor de helft te prediken, die vier aantekeningen daar. Weg van het Woord naar een denominatie. Denominatie en Woord... Zodra de gemeente een denominatie wordt, is zij precies dan bij het Woord vandaan.

208 Er rest maar één ding: kom precies terug waar je het verliet en ga opnieuw... kom terug naar het Woord. Zo is het. Bekeren betekent "gaan - terugkeren, een totale ommekeer"; je gaat de verkeerde weg. Goed.

209 Denominatie van genoegen. Denominatie van - een fundament bedoel ik, van genoegen, een fundament van wereldsgezindheid, een fundament van geloofsbelijdenissen, en dat alles tezamen broedde een onzedelijke, geestelijke verdorvenheid uit.

210 Daar hij een echte profeet is, zou hij in ons precies zien wat hij in hen zag. Als hij vandaag hier op dit podium zou staan en ik zou zeggen: "Broeder Amos, grote profeet van God, u die zonder vrees bent, kom hier en neem mijn plaats in." Hij zou dit Woord prediken. Hij zou het wel moeten; hij is een profeet. Goed. Hij zou het helemaal precies prediken op de wijze dat Het geschreven is, precies wat wij nu zeggen! In orde. Hij zou in hen zien wat hij in ons ziet; een onzedelijk verval.

211 Kijkt slechts, vrienden. Hoevelen hier in deze huidige gemeente, hier nu, zien dat de wereld in een onzedelijk verval is? Wel, wij weten dat het zo is. Wel, wat is er aan de hand? Het is bij het Woord vandaan. Dat is juist. Goed.

212 Amos gaf nooit de regering de schuld. Hebt u hem hier opgemerkt (als u het leest wanneer u naar huis gaat?) Hij verweet nooit de regering; hij gaf de gemeente de schuld vanwege het kiezen van zulk een regering. Hmm! U politici! Laat mij dat een poosje in u laten inwerken, hier en over de wereld, waar het heen zal gaan.

213 De gemeente verkoos zo'n zaak als Jerobeam. Ik vraag mij af of wij niet ongeveer hetzelfde hebben gedaan? Laten we zeggen dat het een goede regering is. De regering kan geen huis op een rots bouwen, als de mensen een huis op het zand kiezen. Kan het? Zeg niet, "Onze regering, onze regering", u bent het, de natie; het zijn de mensen. Hoe kunnen wij...

214 Een prediker zei tegen mij: "Broeder Branham, kijk! Ik weet dat u daarin gelijk hebt, maar", zei hij, "als ik dat zou prediken, zou mijn denominatie mij eruit schoppen, mijn mensen zullen mij uit de gemeente werpen." Hij zei: "Ik zou nooit meer één prediking houden."

     Ik zei: "Predik hem hoe dan ook!"

215 Jazeker! Het is Gods Woord. U bent verantwoordelijk, als u een profeet van God bent, een echte, zult u bij het Woord blijven; zo niet, dan zult u blijven bij uw denominatie. Het hangt er vanaf waar u vandaan komt.

216 Kijk! Nee, wij kunnen niet - de regering kan geen huis bouwen op een vaste rots, als de mensen stemmen voor een huis van genoegen op zinkend zand.

217 Kijk wat wij willen. Laten we nu nog even een minuut nemen. Of... ik hoop, dat ik u niet uitput. Maar laten we een ogenblik zien wat wij willen. Ik kan aan deze aantekening, deze notitie, niet voorbijgaan. Kijk wat wij willen.

218 Kijk naar onze televisie. Dat is wat wij willen. Wij willen dat er een paar van die komedianten opstaan en allerlei soorten vuile moppen vertellen, en wij blijven thuis van de gebedssamenkomst op woensdagavond, of de prediker eindigt zo vroeg dat je ernaar kunt gaan kijken; de een of andere, vuile, smerige, vijf- of zesmaal getrouwde prostituée, die vuile moppen tapt, sexy gekleed is en op allerlei wijze flirt, en u houdt daar meer van dan u van het huis van God houdt. Het laat zien wat voor soort geest in u is.

219 Wij staan het toe, wij mensen... Als de mensen van deze natie brieven zouden schrijven naar onze regering (laten we zeggen dat er een honderd miljoen brieven bij de regering zouden komen binnen vliegen), "Stop die vuile programma's", ze zouden het moeten doen. Wij zijn de mensen, maar wij, het volk, willen vuiligheid; dus dat is wat we krijgen.

220 Kijk naar de radio-programma's. O my! Ze draaien Rots der Eeuwen op twistmuziek, Het Oude, Ruwe Kruis op swing-muziek en rock and roll erbij - Het Oude, Ruwe Kruis, ja, zeker! Op onze radio's, televisie, al de...

221 Niet lang geleden namen die kleine meisjes hier die hoepelrokken. Alles net zo onzedelijk als zij het maar kunnen hebben, dat is waar wij van houden. Waardoor wordt het financieel gesteund? Bier, whisky, sigaretten, het geld van de natie. Wat doen zij? Ze nemen hun belastinggeld, dat naar de regering zou moeten gaan voor de belastingen en betalen voor de vuile, smerige televisie-programma's, die zij opvoeren.

222 De Pinkstermensen plachten niet naar die vuile, smerige films te gaan toen zij zulke voorstellingen hadden. De duivel plaatste er een op u en zette de televisie in uw huis.

     Een weg van een ware profeet is tamelijk hard, maar laten wij bij de Waarheid blijven. Jazeker!

223 Kijk naar onze advertentieborden. Er staan vrouwen op met sigaretten in hun hand, elke kleine Izebel in het land... Wel, ik ging naar de... Onlangs zag ik een vreemde zaak; daar was één vrouw die (ik ging naar de school daar om de kinderen af te halen) - die geen korte broek aanhad, en het was vriezend weer. Elk van hen had een sigaret aan... zodra zij daar zijn aangekomen, als zij geen sigaret hadden, zouden zij er heel snel één opsteken en [broeder Branham maakt een geluid als het uitblazen van rook] "Ziet u hoe ik het maak?" Terwijl ze die hand buiten de deur houden op deze wijze, met een sigaret in hun hand. En als u iets tegen hen zegt, dan vliegen zij op. Zeker!

224 Als u iets zegt tegen Ricky of Elvis of een van hen daar buiten, zullen zij op u schieten. En de regering zou achter hen staan, omdat het nog maar teenagers zijn. "Wel, dat is in orde. Zij waren - zij begrepen het niet. Het zijn teenagers; zie het door de vingers."

     Ziet u nu wat een ware profeet betekent? Zijn weg?

225 Kijk naar deze vuile dromers in de kerken met hun denominatie, ze zouden u regelrecht in uw rug schieten. Het enige wat hen weerhoudt om het te doen, is de barmhartigheid van God, totdat de Boodschap is uitgegaan. De duivel zal u doden als hij het zou kunnen doen. Zo is het. Maar de Boodschap moet voortgaan. "Ik de Here, zal herstellen." Zo is het. "Ik zal in staat zijn om het uit deze stenen op te wekken. Dat is juist. Goed.

226 Onze films, onze aanplakborden, onze genotminnende zondaars die zichzelf Christenen noemen, mensen die zich Christenen noemen, liefhebbers van genot, lustzoekers, vrouwen die onzedelijk gekleed zijn, mannen die naar hen kijken, die naar hen fluiten, terwijl zij zichzelf Christenen noemen, die uitgaan... Wel, zij hebben zelfs... Het is een grote zaak in Florida, Californië, waar zij nu grote sleutelclubs hebben; al de mannen komen en gooien hun sleutels bij elkaar en de vrouwen komen binnen en pakken een van de sleutels eruit; en wie het ook is, hij brengt zijn "vrouw" naar huis; zij wonen een week samen en komen dan terug en gooien hun sleutels er weer in. Zie? Het zijn clubs. Bastaard geboren kinderen en al het andere, het zwijn eet het zwijn, de hond eet de hond. Wat is er aan de hand? Het is omdat zij het Woord hebben verlaten.

227 Zij weten niet wat fatsoen betekent. Lopen buiten met een strakke jurk aan en dergelijke, en mannen hebben begeerte naar hen, en ze denken dat zij fatsoenlijk zijn. U mag dan niets verkeerd hebben gedaan, zuster, maar laat mij u iets vertellen; u bent een werktuig van de duivel. En bij het oordeel, ZO SPREEKT DE HERE, zult u verantwoording moeten afleggen voor overspel, en uw ziel zal verloren zijn. U weet beter; u weet het nu in ieder geval.

228 Onze hele situatie is verdorven en verrot. Het zijn onze mensen, wat zij willen. Zoals een goede heer des huizes. Wel, als een man een goede heer des huizes is, onze regering de schuld geven... Dat is wat onze jongens hier uitzendt en kanonnevoer van hen maakt (zo is het) vanwege onze eigen verdorvenheid. Als we de Here liefhadden en de Here dienden en de juiste soort regering kozen en al het andere, zou het een wonderbare plaats zijn. Zo is het. We zouden geen oorlogen hebben. Nee. God is onze Toevlucht en Sterkte.

229 Wij zenden onze jongens uit en laten hen doden en afslachten en al het andere. Het is omdat onze eigen actie het heeft laten geschieden. God zegt het zo in de Bijbel en Hij verandert niet; Hij is precies Dezelfde. Het is de wil van hun eigen mensen.

230 Zoals een goede heer des huizes, wat als hij een goed man is? Hij wil recht doen en voor God leven en hij heeft een gezin dat het genot en de onzedelijkheid liefheeft. Wat gaat een man doen als zijn vrouw zich wil kleden met shorts en sexueel uitziende kleding wil dragen en uitgaan, en handelen als een Izebel, en zijn dochters en al zijn kinderen, zij allemaal? Zijn pappa... zijn zoontje die hij opvoedde en liefhad en droeg en kuste en naar bed bracht en voor hem bad, staat op en zegt: "Mijn ouwe heer is gek, alles waar hij over denkt, is de Bijbel." Wat kan die man doen met zijn gezin?

231 Dat is hetzelfde wat onze regering hier heeft met haar volk. Geef de regering niet de schuld, geef de schuld aan deze teruggevallen kerken, die zulke dingen in hun beleid voeren. Zij willen het! En dat is de reden waarom zij er voor stemmen, en dat is de reden waarom zij het hebben; en dat is de reden waarom het oordeel van God op hen is; en zij gaan oogsten wat zij zaaiden. Zij zaaien nu en zullen later oogsten.

232 Let op! O, we zijn met krankzinnigheid geslagen (o ja!) terwijl wij proberen onze weg in Rusland te kopen, proberen onze weg met het communisme te kopen, proberen te... Wel, geld... U kunt deze gaven van God niet kopen!

233 Er was een knaap, Simon, die het eens probeerde, en Petrus zei: "Uw geld zij met u ten verderve." Wij spelen de rol van Simon, de tovenaar, daar wij proberen een gave van God te kopen.

234 Kom terug naar het Woord; kom terug naar God; kom terug naar Christus; en maak u dan geen zorgen over het communisme. Wij zullen op de juiste man stemmen, we zullen nog een man hebben als Abraham Lincoln, George Washington of iemand die een echte man was. Geef die regering daarginds niet de schuld, laten wij onszelf verwijten. Dat is wat Amos zou zeggen en dat is wat elke ware profeet van God zou zeggen als hij het Woord van God kent. Als hij een echte profeet is, kent hij het Woord, omdat Het tot hem komt.

235 Israël in hun verbond met wat eens hun vijand was. Eerst moesten zij afwijken van het Woord van God, voordat zij een verbond met hun vijand konden sluiten. En voordat wij ooit een verbond met onze vijanden en dergelijke zouden kunnen sluiten, moeten wij afwijken van het Woord van God.

236 Hetzelfde is nu het geval, we laten het door Rome overnemen. Wel, we doen het nog steeds. Zij heeft de regering genomen; zij neemt de plaatsen in; zij neemt de mensen; nu neemt zij de kerken. Wat doen wij? Stil zitten, het met hen eens zijn. "O, het maakt geen enkel verschil of het op deze manier of op die manier is; het is allemaal God hoe dan ook."

237 Jullie arme, ellendige, teruggevallen, zogenaamde profeten. Wat is er met jullie aan de hand? Ze kennen het Woord omtrent God in deze dingen niet. Zij bestuderen het Woord niet. Zij beseffen het niet. Zij zeggen dat het communisme de wereld gaat overnemen. Nee, dat is niet zo! Het Romanisme gaat de wereld overnemen. En het doet dit onder de naam van Christendom! Zei de Bijbel, Jezus, niet dat het zo dicht bij elkaar zou zijn, dat het de uitverkorenen zou verleiden, als het mogelijk was?

238 Wat wij vandaag nodig hebben... (Laat mij eindigen met dit te zeggen. Nu, ik ga sluiten). Wat wij vandaag nodig hebben is opnieuw een ware profeet. Amen. Wij hebben een man nodig tot wie het Woord van God komt. Ja broeder! Hij zal verworpen worden, verjaagd en uitgeworpen worden; maar hij zou het zeker met kracht uitbazuinen. Hij zou het kunnen. Hij zou zeker zulke zaden zaaien, totdat de uitverkorenen het zouden vinden. Zo is het. Wij hebben een profeet nodig! Wij hebben een man nodig, tot wie de juiste uitleg van het Woord komt, waardoor God spreekt en het Woord bevestigt om Het waar te maken. Dat is wat wij nodig hebben, en, broeder, ons is er één beloofd... volgens Maleachi 4. Om wat te herstellen? Het geloof van de mensen terug naar de Bijbel. Er is ons één beloofd; hij zal het doen.

239 Amos wist het (jazeker!) - Amos kende Israël, haar goddeloze minnaars zouden hen spoedig vernietigen. En hun goddeloze minnaars van vandaag zullen hen spoedig vernietigen. De denominationele geloofsbelijdenissen en dergelijke, waarmee zij zichzelf verbonden hebben (u Pinkstermensen), dat is de zaak die u gaat vernietigen - uw geloofsbelijdenis en denominatie. U bindt uzelf ginds door het merkteken van het Beest te nemen en u weet het zelfs niet, u trekt het regelrecht over uw ogen. Zeker is het een boycot. Wat probeert u te doen? U behoort daartoe of u behoort er niet toe. Zie? Wacht slechts. Wacht slechts een beetje langer. Dan zegt u: "Ik zal er dan uitgaan."

240 Nee, dat zult u niet; u bent er nu al in; u bent al gemerkt; u bent gevangen met het merk op u.

241 Het doet er niet toe of Ezau bitter weende toen hij beter wist; maar hij weende bitter terwijl hij probeerde een plaats te vinden om zich te bekeren en het niet kon vinden. U zult daar dan blijven. Het is nu de tijd om te vluchten.

242 Amos wist dat hun goddeloze minnaars haar spoedig zouden vernietigen, want zij, de kerk, had Hem, God en Zijn Woord, de weg des levens, verlaten. Zij waren afgeweken van Gods wijze van leven en maakten hun eigen wijze. O, het Woord was een struikelblok voor hen en Het is hetzelfde vandaag. Het Woord van God is een struikelblok voor de zogenaamde Christen. Vertel hem over de waterdoop in de Naam van Jezus Christus. Vertel hem over de heilige God, die zal maken...

     Wel, zij zeggen: "Wel, wij hebben de Heilige Geest."

243 Waarom draagt u dan nog geknipt haar? Waarom doopt u nog steeds in de Naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest? Waarom gelooft u nog steeds in deze andere dingen, die u gelooft en handelt u op de wijze zoals u doet? Het zal laten zien dat uw vruchten het bewijzen. Jezus zei: "Aan hun vruchten zult u hen kennen." Zie, dat zal u laten zien, dat u spreekt over iets waarvan u niets weet. Jazeker!

244 Ja! Als Amos hier was, zou hij het tegen hun systemen uitschreeuwen. Weet u dat?

245 Nu ga ik één vers lezen, voordat wij sluiten. Het 8e vers van het 3e hoofdstuk en laten wij lezen:

     De leeuw heeft gebruld, wie zal niet vrezen? de Here... heeft gesproken, wie zal niet profeteren?

246 Luister! Bij het sluiten nu wil ik dit zeggen. Het spijt me u een half uur te lang te hebben gehouden, maar kijk, ik wil dit zeggen: "Ik ben een jager; ik jaag." Ik ben blij, dat God mij zoiets geeft. Onlangs toen het geweer afging, ging ik direct weer kijken of ik weer zou kunnen schieten. Ik wil niet, dat het mij bevreesd maakt. Als ik daar buiten op de weg een ernstig ongeval zou hebben, zou ik niet ophouden met auto-rijden. Als ik over de vloer loop en mijn teen aan het vloerkleed stoot, zodat ik door de ruit viel, zou ik niet ophouden met lopen. Zie? Nee, nee. God gaf mij een duidelijke oefening; dat was Satan; dat was God niet. Zie? Dat was Satan.

247 Nu, ik weet de geestelijke toepassing ervan. Er zijn er nu net drie van ons in deze ruimte die weten wat het is, en het zou de haren op uw hoofd doen rijzen. Maar ik zou het niemand willen vertellen, (zie) alleen aan deze drie mensen voor een bevestiging. Nu, het is allemaal in orde. Het is alles... God wist er alles van, en waarschuwde van tevoren, en al het andere; en wij weten het - het is gedeeltelijk mijn fout, en ik had iets... Ik had het eens voor iemand opgenomen, terwijl ik het niet voor hem had moeten opnemen. Ik zou gewoon de lever uit hem geschud kunnen hebben. Zie? In plaats van dat te doen, moest ik ervoor betalen. Dus toen... Dus wij... Dat is in orde; ik ben het en het is nu vergeven, en wij zullen doorgaan. Zie?

     Ja, Amos, dit 8e vers: "Als een leeuw brult, wie zal niet vrezen?"

248 Ik heb in de Afrikaanse oerwouden gejaagd. Ik ben in de omgeving geweest waar leeuwen waren. Hij is de koning van de beesten. Ik heb bij nacht in de oerwouden gelegen en hoorde het gekrijs van de hyena's, het lachen, het huilen en de verschillende dieren. En dan maakten sommige van die hyena's - het stolt gewoon je bloed als zij schreeuwen. En daar waren luipaarden en - een gejank en al het andere, en kevers en apen en bavianen en duizendmaal duizenden piepen en krijsen. Loop waar je wilt, je kunt allerlei dingen horen gebeuren, maar laat een leeuw brullen, zelfs de kevers houden zich dan stil. Het is een dodelijke stilte. Zij houden zich stil. Wat? Hun koning heeft gesproken. Amen.

249 Als een leeuw brult, wie zal niet vrezen? Als God spreekt, wie kan dan weerhouden om te profeteren? Als God spreekt, roept de profeet uit. Weet u wat ik bedoel? De ware profeet roept uit. Vrienden, Hij heeft gesproken. Laat dan elk schepsel van Zijn Koninkrijk acht nemen op wat Hij zei. Als een leeuw kan herkennen dat er iets verkeerd is, wanneer hij brult, zwijgt alles in zijn koninkrijk. Zij luisteren. Zelfs de kleine kevers, ze zijn toch in het koninkrijk van die leeuw. Dat snerpend gehuil van de hyena, wat je bloed doet stollen, hij sluit zijn bek. Die olifant daar, die de leeuw zou kunnen oppakken en hem in de rondte draaien met zijn [broeder Branham maakt een geluid als van een olifant]; en laat een leeuw brullen, hij zal zijn bek houden en stilstaan. Laat de kaapse buffel, die kan snuiven dat het lijkt of er vuur uit zijn neus komt, als een leeuw hem zou bespringen, zou het hem zelfs niet beschadigen... Laat de neushoorn met zijn zeven ton gewapende priem en zijn grote snuit, laat een leeuw brullen, hij staat terstond stil. Wat is er aan de hand? Zijn koning heeft gesproken. Zie? Hij wil horen wat er gezegd gaat worden.

250 En als God spreekt, roept de profeet het uit; en laat dan Zijn koninkrijk acht geven op wat Hij zegt. God heeft gesproken; laat elk schepsel van Zijn koninkrijk luisteren naar wat Hij zegt. Laten wij bidden.

251 O, Leeuw van de stam van Juda, sta op en brul. U brult in deze laatste dag. Uw ogen zijn vernauwd; U ziet neer. U ziet de zonde van deze zogenaamde Christelijke natie en wereld. U ziet de zonde van deze natie, terwijl deze gekocht is met kostbaar Bloed. U ziet hoe de denominaties over Uw Woord heen lopen, ziet hoe de valse profeten liegen; Gods Waarheid ontkennen zij.

252 Brul, o Leeuw van Juda; laat Uw profeten het uitschreeuwen! Als God spreekt, wie zou dan niet profeteren? Het is het Woord van God, dat uit de Bijbel komt en zich beweegt door de profeet. Hoe kan hij zich stilhouden? Als hij het deed, zou hij uit elkaar springen.

253 O God, laat Uw profeet brullen, Heer. Brul Uw Boodschap uit, God, en laat elk schepsel van Uw koninkrijk er acht op slaan. Mogen zij stilhouden. Mogen de vrouwen stoppen en zichzelf onderzoeken. Mogen de mannen stoppen en zichzelf onderzoeken. Moge elke prediker, die luistert naar deze band, stoppen en zichzelf onderzoeken, want de Leeuw van de stam van Juda brult, en het ware Woord, dat tot de profeten komt, spreekt, roept uit: "Bekeert u en keert terug, voordat het te laat is."

254 God, ik beveel de boodschap op de band en in dit zichtbare gehoor vanmorgen bij U aan, want - vertrouwend dat U het zult goedkeuren en elke zoon en dochter van God zult roepen, die ooit deze band zal horen of onder het geluid van de stem zal zijn, dat zij terug zullen keren met berouw, voordat het te laat is.

255 En ik geloof, Here, dat als U Amos hier zond, hij hetzelfde zou uitroepen; want hij kon niet schreeuwen... Maar als hij een profeet des Heren is, is hij een bekendmaker van het Woord. Hij wordt uitgezonden door het Woord, met het Woord, en hij is het Woord. Nu Here, laat het gedaan worden in de Naam van Jezus Christus. Amen.