Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Stoom afblazen

Door William Marrion Branham

1 Om hier deze morgen opnieuw te zijn en gerekend te worden onder een groep als deze. [Leeg gedeelte op de band – Vert] Broeder Shakarian... De Here spaarde zijn leven. Ik wist er niets van toen ik er over hoorde. Maar ik ben zo blij dat datgene waarover wij prediken ook onder ons werkt, om te zien dat God de zieken en aangevochtenen geneest.

     En wij hebben slechts enkele ogenblikken en ongeveer twee minuten om te spreken. En dan zou ik graag willen bidden voor degenen die naar de radio luisteren en voor degenen die een nood hebben.

2 Wij hebben zojuist Southern Pines, North Carolina, verlaten, waar de Here een groot wonder deed. Toen wij op een avond binnenkwamen... Het was te laat voor een kleine dame die binnenkwam met een baby met een waterhoofd om een gebedskaart te krijgen en in de gebedsrij te komen. Maar zij stond daar achter de gordijnen met dit dierbare kleine kind, terwijl de tranen over haar wangen stroomden zoals alleen maar moederliefde voor een baby kan doen. En het kleine hoofdje was in zo'n opgezwollen toestand dat zijn oogjes uitpuilden, grote, dikke aderen lagen op zijn hoofd en de arts moest hem iedere dag een soort injectie geven om die dag te kunnen overleven.

3 En toen ik voorbijkwam, keek ik daarheen en zag de moeder met de kleine baby, en ik zei tegen Billy, mijn zoon: "Dat arme kleine ding..."

     En hij zei: "En, papa, zij vroeg mij om een gebedskaart, maar zij was te laat, ik had ze allemaal al weggegeven."

     Ik zei: "Wel, zeg gewoon tegen hen om het lied opnieuw te zingen (Geloven alleen) en laat mij er snel naar toegaan en voor de baby bidden."

     En ik ging erheen en bad voor de kleine kerel en vroeg onze Here om er genadig voor te zijn. En de dame nam het kereltje die avond mee naar huis. En toen ze de volgende morgen opstond, keek zij naar de kleine vent en tot haar verbazing waren de gezwollen aderen verdwenen. Het hoofd was praktisch normaal.

     Toen haastte zij zich naar de dokter, en de dokter was zo verbaasd, en hij zei dat het... Hij onderzocht het bloed, of wat hij ook maar moest doen voor deze injectie. "Wel," zei hij, "hij heeft het helemaal niet meer nodig."

4 En het veroorzaakte nogal een opschudding door het land. Opnieuw een getuigenis voor de glorie van God, om te weten dat Hij gebed beantwoordt als de harten oprecht zijn en Hem willen geloven. Dan is er niets te groot voor Hem om te doen. En ik geloof dat Hij daar gewoon van houdt om dat te doen voor Zijn mensen.

     Nu zullen ze mij over een ogenblik een aantal verzoeken gaan geven voor degenen die door de telefoon om gebed hebben gevraagd. En ik wil dat u daar aan de radio klaar bent en in afwachting bent. En volhardend bent om vast te gaan houden aan de belofte van God, omdat het gelovig gebed de zieke zal redden, en dat God hen zal oprichten. Dat is de Schrift.

5 En als u alleen maar in deze hemelse atmosfeer zou kunnen staan waarin ik deze morgen sta, hier in Clifton's Cafetaria, waarin hier letterlijk honderden mensen zitten samengepakt, en alle gelovigen geloven om zich in gebed met mij te verenigen voor u en voor uw geliefden. Wat het ook is, waarom zou u het nu niet eenvoudig voor God houden en geloven dat God ons gaat horen en gebed beantwoordt?

6 Nu, u moet doorgaan met het geloof dat u hebt als u voelt dat de tegenwoordigheid van God bij u is. Nu, veel mensen vragen zich af wat er gebeurt als zij... het schijnt dat zij genezen zijn, en dan na een poosje voelen zij zich niet meer zo. Maar het is, omdat, wanneer het gebed gedaan is en de tegenwoordigheid van de Here met u is, er dan geloof oprijst. En als het geloof dan weggaat, wel, dan is er iets met u gebeurd. U moet bij dat geloof blijven. Laat dat gevoel u nooit verlaten. Blijft u zich altijd herinneren dat God u geantwoord heeft. Het is Zijn Woord. Hij kan daar eenvoudig niet op terugkomen. Hij moet Zijn Woord houden. En om u te bemoedigen, wetend dat God de belofte heeft gedaan...

7 En ik geloof dat de Bijbel God in geschreven vorm is. Wij weten dit: "In den beginne was het Woord, en het Woord was met God, en het Woord was God, en het Woord werd vleesgemaakt en woonde onder ons." En dit zijn Zijn beloften. Hij gaf ze aan ons, en wij moeten ze koesteren. En nu, er bestaat slechts één ding wat dit Woord levend zal maken: dat is de Heilige Geest. Hij brengt leven naar het zaad. En als de... Hij Zijn Geest op de aarde uitgiet, zoals Hij in deze laatste dagen gedaan heeft, op wat voor soort zaad die Geest ook wordt uitgegoten... Hetgeen de wateren zijn, net zoals...

     Christus werd geslagen zoals de rots in de woestijn voor een stervend volk dat omkwam, wat water nodig had, zo werd Christus geslagen zodat het water des levens over hen uitgestort kon worden.

     Nu, als u die aan de radio bent de gemeente alleen maar kon zien staan. Wees nu gereed voor gebed. Leg uw handen op elkaar, op de radio, of op de plek waar u ziek bent, en laten we dan gezamenlijk bidden.

8 Onze genadige hemelse Vader, terwijl wij nu Uw troon van genade naderen in die algenoegzame Naam van de Here Jezus... En wij komen gelovend met al degenen hier, en leggen onze gebeden en ons geloof op het altaar voor degenen in het land die deze morgen ziek en behoeftig zijn. Hemelse Vader, het lijkt opnieuw op Handelingen 4, toen de mensen baden en het gebouw werd geschud waar zij bijeen waren, en de kracht van God op de mensen bewoog.

     Moge Satan deze morgen elke gebonden persoon van de luisteraars aan de radio loslaten. Mag er zo'n manifestatie onder hen zijn totdat het net zo zal zijn als het getuigenis dat wij zojuist gegeven hebben over de kleine baby met het waterhoofd. Moge elke aandoening van de mensen wijken. Moge de kracht die Jezus van de dood opwekte, en die Hem na tweeduizend jaar aan ons levend heeft getoond, moge die kracht elke zieke persoon verkwikken en hen gezond maken. Sta het toe, Vader. Wij dragen hen nu aan U op met onze gebeden, met het offer van Christus dat voor ons uitgaat, in de Naam van de Here Jezus Christus, en voor Zijn glorie. Amen.

     [Een broeder leidt het lied Geloven alleen. – Vert]

     Nogmaals.

     [De broeder leidt het lied opnieuw – Vert]

     [Leeg gedeelte op de band – Vert]

9 De Schrift zegt dat er een vroege regen en een late regen zal zijn. Welnu, het Hebreeuwse woord (ik kan er nu net niet opkomen), maar vroege regen betekent 'een planten van zaad'. Zie? Het zaad is nu dus geplant en het begint allemaal uitgeplant te worden door al deze organisaties heen.

     Nu, als de Geest in deze grote mate begint te vallen, zal het voortbrengen naar zijn aard. Laten we daarom bidden dat de Heilige Geest de zaden wil planten door al die organisaties heen, zodat wanneer de grote stromen zullen komen, er een oogst uit voort mag komen.

10 Laten we bidden. Onze hemelse Vader, onze harten zijn deze morgen bewogen met grote emoties vanwege dit grote voorrecht om de mensen binnen te zien komen in dit uur, terwijl de avondlichten beginnen te schijnen. Mag de grote kracht van God door deze Zevende Dag Adventisten organisatie heen zwiepen. Mag de Heilige Geest op hen uitgestort worden en vanaf de leiders tot aan de minste, kleinste kerk gaan, Here. Mogen zij door het land heen een Pinksteren ontvangen en een groot aantal zielen voor het Koninkrijk van God. Sta het toe, Here, over de wereld. Zalf deze mensen... [Leeg gedeelte op de bandEen zuster geeft een boodschap in tongen. Hierna volgt een afwachtende pauze. Een broeder zegt: "Laten we de Here een lofoffer geven. Glorie voor God." Daarna geeft een zuster een uitlegging: "Ja, zonen van God; ja, Ik zeg u, dat alleen de Heilige Geest van de levende God Zijn volk kan volmaken. Ja, Ik zeg u: keer u niet naar links en niet naar rechts, maar als een...?... tot de Here, uw God. Aanbid Hem in Geest en in Waarheid. Word geleid door Zijn Heilige Geest en ja, Ik zal doen en laten geschieden wat Ik beloofd heb in Mijn Woord." – Vert] [Leeg gedeelte op de band.] [Een trompetsolo van Het strijdlied van de Republiek en Als de heiligen binnenmarcheren. Een broeder zingt een solo: Ik kan de Here niet teleurstellen en Hoe groot zijt Gij, gevolgd door een mondharmonicaduet van het lied O liefde Gods.]

11 Dank u. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik ben gewoon sprakeloos. Ik heb zoveel gehoord dat ik helemaal vol ben. Is dat niet wonderbaar? Hoe onze Here... Dat is net... Ik ben zo blij. Ik geloof dat ik geleid werd om deze morgen hier te komen. Zo goed om hier te zijn, zittend in hemelse plaatsen in Christus Jezus.

     Wij zijn zo blij om te horen hoe broeder Harold... Ik kan niet op zijn achternaam komen, daarom kan ik alleen maar Harold zeggen. Om te horen hoe de Here hem geleid heeft naar die grote plaats en wat zij aan het doen zijn.

     In verband hiermee wil ik beslist zeggen dat wanneer je naar andere landen gaat, dat bij deze mensen daar een boodschap van Pinksteren nodig is om die mensen wakker te schudden. Zie? Ze hebben al de theologie en al de traktaten, enzovoort, maar zij moeten God in actie zien, dat is wat hen trekt. Bij mijn laatste samenkomst in Durban, bij één altaaroproep, registreerden we er dertigduizend die in één keer als primitieve heidenen tot Christus kwamen (Zie?), omdat zij iets zagen wat echt was.

12 Ik wilde graag met betrekking op dit, dit zeggen van de grote zendeling voor India, Hudson Taylor. Op een morgen kwam er een jonge Chinese jongen die zei: "Dr. Taylor," zei, "ik heb zojuist Christus in mijn hart ontvangen en mijn ziel staat in vuur met de Geest van God in mij." Zei: "Zal ik studeren... naar welke school zal ik gaan om te studeren en mijn titel van bachelor te halen en dergelijke?"

     Meneer Taylor zei: "Wacht niet tot de kaars half is opgebrand om licht te geven."

     Dat is juist. Zo denk ik er ook over. Als... Dat is het probleem. De mensen wachten en zij brengen hen in deze seminaries naar binnen en halen alles eruit wat God in hen heeft gelegd. Ziet u?

     Ik denk dat men moet gaan zodra de kaars is aangestoken. Als u er niet veel over weet, vertel hun hoe hij is aangestoken. Dat is alles wat zij moeten weten. Vertel hun eenvoudig hoe hij is gaan branden, en laat hen vurig worden. Dat zal voor de rest zorgdragen. Ga eenvoudig. Vertel hun hoe de kaars werd aangestoken, en laat hen aangestoken worden, en zij zullen het aan iemand anders vertellen. En de tijd van het kaarsen aansteken is nu. Dat is waar, dat is juist. Nu, ik zou dwaas zijn om te proberen te prediken na zoiets. U weet dat.

13 Zoals ik op een keer op een fijne school kwam en iemand zei: "Broeder Branham, u heeft enkele boeken geschreven. Ik zou u graag een doctorsgraad verlenen."

     Ik zei: "Daar ben ik te wijs voor."

     Zei: "Waarom denkt u dat?"

     Ik zei: "Zij kennen mijn oude Kentucky manier van spreken: 'his' en 'hain't' en 'tote', en... Zo zou ik praten, en dan zeggen dat ik een doctor was? Mensen weten wel beter. Dus ik ben gewoon te wijs om dat te doen." Want wij kennen onze mogelijkheden.

     Maar het is goed om hier bij deze fijne groep te zijn. En terwijl ik luisterde naar het vreugdegeluid in elk hart, kwam er een klein Schriftgedeelte in mijn gedachten wat ik slechts gedurende vijftien minuten of zoiets zou willen gebruiken, broeder. Hij... Ik voel me echt klein, en verontschuldig mij voor broeder Harold. Ik kwam hier deze morgen binnenzetten precies op de tijd dat hij zou gaan spreken en toen... daar voor de mensen. Toen riepen zij mij hier naartoe. Ik voel mij echt slecht en verontschuldig mij voor broeder Harold, ik... [Broeder Harold zegt: "Kan ik hierover even iets zeggen?" – Vert] Ja, u kunt iets zeggen. [Broeder Harold spreekt tot het gehoor: "Weet u, het eerste wat tot mij kwam, vanmorgen... Ik moest er gewoon aan denken, dat nog maar een paar jaar geleden deze ervaring werkelijk zo'n schande voor mij scheen te zijn, en het maakte mij een zonderling-karakter, en veracht en naar het scheen uit de gunst geraakt; dat ik nu juist voor die zaak... dat God deuren opent voor de bediening, door het hele land. En toen ik deze geestelijke reuzen hier zag zitten, en zag dat ik tussen hen zou mogen zitten, kwam het woord tot mij, dat Hij de bedelaar van zijn mestheuvel heeft gehaald, en hem onder prinsen heeft gesteld." – Vert]

14 Nederigheid is de weg tot succes. Dat is juist. Ik nodig u uit voor de samenkomst vanavond ginds bij de... Ik noemde het het "Cow Palace" en bracht daarmee iedereen in de war. Zij vertelden mij eens dat het het "Cow Palace" was en ik ontdekte dat het helemaal in San Francisco staat. [Iemand zegt: "Great Western Fairgrounds." – Vert] Great Western Fairgrounds. [Groot Westers Kermisterrein – Vert] En wij zullen met een groep broeders daar een geweldige tijd hebben. Wij zullen, wel, net zoals een klein plaatje dat ik eens heb gezien.

15 Ik was daarboven in het noordwesten aan het vissen en ik had een zetlijn (veel van u broeders hier zijn vissers), en in de bepakking op mijn rug zat een klein tentje. En ik was daar ver achterin de bergen en ik had een klein tentje en wat uitrusting bij me, weet u. En ik was forellen aan het vangen. En ik zou slechts genoeg voor een maaltijd vangen en dan de rest van ze vrijlaten. En ik houd ervan om in deze kleine beek te vissen.

     En er was een eland wilgenbosje achter mij waar heel de tijd mijn lijn in vast kwam te zitten. 's Morgens dacht ik: "Wel, ik ga terug en haal mijn bijl en hak deze wilgenbosjes om, zodat mijn kleine hengel niet in de bosjes blijft vastzitten."

16 En ik verliet de tent en ging naar beneden en hakte het om; en ik legde mijn bijltje neer, en ving mijn vis, en ging terug. En een oude berin en haar jongen waren mijn tent ingegaan en hadden alles vernield.

     En dus, een beer is net zoals... U heeft gehoord van een beer in een Chinese badkamer. Het is niet wat zij stukmaken... niet wat zij eten; het is wat zij vernielen. Ik had een kleine kachelpijp en ze had die helemaal in stukken geslagen alleen maar om hem te horen rammelen.

     En toen bemerkte ik... En ik houd van... Nu, is er hier iemand uit Kentucky? Ik houd van "flapjacks", weet u. U noemt ze hier pannenkoeken, geloof ik. En ik... ik houd er dus van om er stroop op te doen. En ik doe niet... ik besprenkel ze niet; ik doop ze. Want ik giet het er werkelijk overheen, weet u, daarom moest ik genoeg... genoeg stroop hebben.

17 En het vreemde ervan was, dat toen ik daar kwam de oude berin naar één kant wegrende, en zij riep naar haar kleintjes, en één kleintje rende met haar weg. Het andere kleintje bleef daar precies zitten, met zijn rug toegekeerd; het was een heel klein kereltje, in het voorjaar. En ik wist wel beter dan de kleine kerel te dicht te naderen omdat de moeder mij zou kunnen krabben. Dus ik... En zij bleef hem maar roepen. En ik lette op: "Wat is er met de kleine kerel aan de hand?"

     En ik keek heen en weer, en hij had zijn kopje zo helemaal naar beneden, weet u. Hij bewoog zijn hand op en neer. Ik dacht: "Wat heeft hij daar?" Ik wandelde er omheen, bleef een boom in gedachten houden, zodat ik in de boom kon klimmen voordat zij bij mij kon komen. En ik liep er omheen en deze kleine kerel had mijn stroopemmer te pakken gekregen, en hij had het deksel er vanaf gekregen. En hij wist natuurlijk niet hoe hij het moest drinken daarom stak hij zijn pootje er zo in, en smeerde het zo over zijn gezicht. En zij houden van zoetigheid, en hij zat onder de stroop vanaf de bovenkant van zijn hoofd tot aan de onderkant van zijn voeten. En dan likte hij het af.

18 En ik schreeuwde: "Ga hier weg." En hij schonk geen enkele aandacht aan mij. En zijn moeder riep hem; nog steeds besteedde hij geen enkele aandacht aan mij. Ik dacht: "Wel, hij heeft iets zeer goeds gevonden." Toen hij dus om zich heen keek, kon hij zijn ogen niet open krijgen... gewoon dichtgeplakt met stroop, weet u: het allergrappigst uitziende kereltje.

     Ik dacht: "Ja, er is geen veroordeling voor hen die in die toestand zijn. Dat is zeker waar." Ik dacht: "Net zoals bij een echte ouderwetse Pinkstersamenkomst zoals vanmorgen", zo houden wij onze handen zover als wij maar kunnen in de stroopemmer, en likken.

     Weet u wat er gebeurde toen hij de emmer uiteindelijk liet vallen en naar hen toerende die te bang waren om daarheen te komen en het te halen? Toen likte de rest van hen hem... likten de stroop van hem af.

     Dus dat is wat wij deze morgen zo ongeveer aan het doen zijn: stroop aflikken van deze getuigenissen.

19 Ik verheugde me in zuster Shakarians getuigenis. En over deze kleine Stevie, hoe hij hier is opgegroeid. Gewoonlijk tikte ik bij hem op zijn hoofd en nu kan hij bij mij op mijn hoofd tikken. My, hij is opgegroeid en zo'n fijne jongen geworden, en hij volgt... Geen wonder, want hij heeft een goede achtergrond, iets wat erachter staat. Ik zie hier broeder Demos achter dit alles staan, en broeder Williams, en o, zovelen hier. Ik weet gewoon niet hoe ik het moet zeggen, maar ik ben dankbaar om hier te zijn en deze fijne tijd van gemeenschap te hebben. En dit zijn het soort plaatsen die voor mij net hemels lijken, om eenvoudig zo bij elkaar te zitten en grote vreugde te hebben. Nu, nadat wij ons verheugd hebben, kunnen... Een paar minuten geleden kwam er een Schriftgedeelte in mijn gedachten. En vlak voordat we dit Schriftgedeelte benaderen, zouden wij dan even voor een ogenblik kunnen bidden?

20 Genadige Vader God, wij komen nu door middel van genade in Uw tegenwoordigheid, door de uitnodiging van onze Here, Die zegt: "Vraag de Vader iets in Mijn Naam en Ik zal het doen." Wij weten dat het gegeven zal worden. Wij zijn U dankbaar vandaag voor deze vergadering in deze opperkamer. O, als deze blinde wereld alleen maar de vreugde kon zien en voelen, dan zou iedere dronkaard uit de steeg komen, o God, als zij alleen maar wisten wat werkelijke vreugde was. Zij proberen het door sterke drank te nemen, en velen liggen op de stranden, en gaan naar danszalen, proberend iets te krijgen in plaats van deze grote vreugde die God voor hen op aarde bracht om te ontvangen. God, ik bid dat hier vandaag licht vanuit zal gaan, hetgeen velen tot deze reddende kennis zal brengen, waardoor de vreugde van God in hun harten zal zijn.

     Dank U, Vader. Als ik deze paar woorden aanhaal, zegen ze bij het voortgaan van de dienst. In Jezus' Naam. Amen.

21 In het boek van Jesaja zou ik graag voor een paar ogenblikken één tekst willen aanhalen. Jesaja 32:2: "En de Naam des Heren is een machtige toren. Hij is een Rots in een dor land, een Schuilplaats in de tijd van storm."

     Ik zou graag hier over willen nadenken: "De Rots in een dor land." En ik... Als ik naar deze groep kijk, doet mij dit aan iets denken. Dat is – zo zou ik het willen benoemen, of als tekst willen geven – om dit te zeggen: "Stoom afblazen." Ik denk dat dat deze morgen is gebeurd.

     U weet dat de wereld onder druk staat. Alles gaat met razende snelheid, en ze weten niet waar ze heengaan. Zij gaan de weg op met honderdveertig kilometer per uur om bij een café te stoppen om twee uur te drinken voordat ze naar huis gaan. En er lijkt gewoonweg zoveel druk te zijn: iedereen is geërgerd, duwend, dringend. En ik vraag me af wat het geneesmiddel is.

22 Zo herinner ik mij van een paar dagen geleden, dat onze voorganger... Ik was thuisgekomen en ik was laat met mijn telefoongesprekken, en mensen waren overal vandaan gekomen, weet u, internationaal, en zaten in hotels en motels en dergelijke te wachten. En daarbij was de voorganger uitgeput. Op sommige telefoonoproepen kon hij niet ingaan en sommige waren noodgevallen. Daarom nam ik enkele van hem over en ging naar enigen in het Stadshospitaal.

     En de... kamer 331 was het nummer, geloof ik. Ik zou naar een vrouw gaan die voor een operatie stond. En ik ging naar 331 en de vrouw was daar niet. Dus ging ik weer terug, en daar stond een verpleegster die met haar voet stond te wippen. En ik zei: "Hoe gaat het met u?" Ik zei: "Kunt u mij vertellen waar Mevrouw Zo-en-zo is?" Ik zei: "Zij wordt verondersteld in 331 te zijn."

     Ze zei: "Wel, als zij verondersteld wordt in 331 te zijn, dan is zij daar."

     Ik dacht: "O my." Ik zei: "Ja, mevrouw. Dank u."

     Ik ging weer terug naar 331 en ze zeiden: "Wel, misschien is het 332, aan de overkant van de hal."

     "Nee." Zeiden: "Zij is hier niet, misschien was het 231."

     Dus ging ik de trap af en daar zat een kleine dokter aan het bureau, een kleine man. De eerste die ik ooit zag die net zo breed als groot was. Hij zat daar dus aan het schakelbord en ik kwam langs en ik zei: "Hoe maakt u het?" Hij keek mij wat vreemd aan, en ik dacht: "Uh-huh, ik wil het hem niet vragen."

23 Daarom liep ik verder de kamer in en daar was een dame die uit de operatiekamer kwam (een dame met een masker over haar gezicht) met de verpleegster van die afdeling. Ze liep naar het bureau, en ik zei: "Dame, ik ben een beetje in de war." Ik zei: "Ik ging naar boven om een dame te zien op 331, en zij was daar niet. En ik kon niet vinden... Ze zeiden dat ze misschien in 231 was."

     Ze zei: "Wel, kijk dan in 231."

     Ik zei: "Wel, dank u." My.

     Ik kon 231 niet vinden. Ik liep toen verder een soort hal in. De kleine dokter liep voorbij met zijn stethoscoop in zijn hand, hem zo ronddraaiend. Ik zei: "Goedenavond, meneer." Ik zei: "Ik zoek naar 231. Kunt u het mij vertellen?"

     Hij zei: "Deze kant op en die kant."

     Ik zei: "Dank u voor uw informatie." Wat is het?

     Ik ging terug, en daar zat een andere dame aan het bureau, en ik dacht dat zij behoorlijk kalm leek, dus ik zei: "Dame, kunt u het mij vertellen?" Ik vertelde haar mijn verhaal. Ik zei: "Ik ben een beetje in de war. Ik ben een prediker. Ik ben hier vanwege een oproep."

     Ze zei: "Even een ogenblik, meneer." Ze stond op, ging in de boeken kijken, en zei: "Ja. Ga daar de hoek om. Zij is... En zij is in 241."

     Dus dacht ik: "Wel, prijs God, iemand die de stoom had afgeblazen."

24 Zie? Het is gewoon opgebouwde druk. Het is het tijdperk waarin wij leven: een neurotisch tijdperk waarin de mensen niet weten wat ze moeten doen, waar ze heengaan. En de doktoren hebben er geen antwoord op, omdat de psychiaters onder behandeling van de psychiaters zijn. Daarom hebben zij het antwoord niet.

     Maar er is zeker ergens een antwoord. Wij zouden dit gedurende uren kunnen behandelen. Maar ik dacht er nu aan dat God het antwoord heeft. Als zij slechts konden zitten in een plaats zoals deze, die de druk wegneemt (zie?), met mensen die ingegaan zijn in de eeuwigheid. Wij gaan er niet in; wij zijn er reeds in. Dat is juist.

25 Gisteravond sprak ik over... Ik zeg nooit iets wat de moeite waard is, maar soms geeft de Here mij iets. En als ik dat doe, denk ik dat het diepgaand is omdat Hij het me geeft. En ik dacht eraan (ik sprak er gisteravond over in de samenkomst) hoe Gods kinderen eens slaven waren, niets te eten hadden, en in de toestand waarin zij waren. En ginds uit de woestijn vandaan kwam een profeet die hun vertelde van een land dat overvloeide van melk en honing.

26 En nu waren zij nog nooit naar dat land geweest. Zij wisten er niets over, maar zij volgden hem. Uiteindelijk kwamen zij bij Kades-Barnéa. En toen ging de grote strijder Jozua (wat 'Jehova-Redder' betekent) daar over de Jordaan en bracht het bewijs mee terug dat dat land daar was, waar een mens in vrede kon leven, zijn gezin kon grootbrengen en een natie zijn, en God zou hen zegenen. En hoe hij toen het bewijs mee terugbracht dat God niet tegen de mensen gelogen had, dat het land daar was. En het was een goed land. Het was overvloeiende van melk en honing. Zij brachten een tros druiven mee terug die twee mannen moesten dragen.

     Toen, na een poosje, moest de mens sterven. Natuurlijk, nadat hij had geleefd en zijn kinderen had grootgebracht, moest hij de begraafplaats onder ogen zien. Tenslotte werd dit grote land een... Al de heuvels (of veel van de heuvels, moet ik zeggen) werden begraafplaatsen, en de gezegende mensen lagen in deze graven.

27 Toen kwam er eenmaal een andere grote Strijder: Jezus van Nazareth, Jehova vleesgemaakt en onder ons wonend. Hij kwam neer en vertelde ons: "In Mijn Vaders huis zijn vele woningen." Ofschoon u een land hebt, u uw huizen kunt neerzetten en uw kinderen kunt opvoeden, uw oogsten binnenhalen en... Maar er is een land waar mensen niet sterven, waar u niet oud hoeft te worden en te sterven. En Hij was de Jozua in onze... voor ons, en Hij kwam tot Zijn Kades-Barnéa, de oordeelstroon, want Kades was de oordeelstroon. En daar was Calvarie Kades-Barnéa voor Hem, waar Hij al onze zonden droeg.

28 En toen stak Hij over, wat wij de Jordaan (dood) noemen, en kwam terug op Paasmorgen, ons het bewijs brengend dat mensen na de dood kunnen leven. Toen bracht Hij ook een tros druiven mee, en Hij vertelde hun daar te wachten tot de Pinksterdag. Zij kregen er allen een hap van en kregen het bewijs dat mensen opnieuw kunnen leven, en wij leven opnieuw. Wij zijn opgestaan uit de dingen van de dood tot nieuw leven, en nu zitten wij alreeds tezamen in Christus Jezus, reeds in de eeuwigheid, omdat wij een deel van Zijn leven worden, eeuwig leven. En eeuwig leven is Gods leven, van God, omdat wij zonen en dochters van God zijn. Alles wat een begin had, heeft een einde. Het zijn dus de dingen die geen begin hadden, die geen einde hebben, en dat was God alleen. Wij worden dus een deel van Zijn leven.

29 Denk daar aan. God, die Vuurkolom, verdeelde Zich op de dag van Pinksteren en tongen van vuur zetten zich op een ieder van hen, God scheidde Zichzelf in... verdeelde Zichzelf onder Zijn mensen. Wij worden Gods eigen leven in ons. Dan zijn wij dood voor de dingen van de wereld, en zijn opgestaan met Christus en zitten in hemelse plaatsen, terugkijkend vanwaar wij gekomen zijn. Het is genoeg dat wij daaraan kunnen denken.

     En het laat de stoom ontsnappen, het neemt de druk weg wanneer wij de positie herkennen die wij nu in Christus bezitten door het ontvangen van de Heilige Geest... Gods eigen leven (het Griekse woord Zoë, dat 'Gods eigen leven' betekent), wonend in u. En u kunt evenmin sterven als God kan sterven. Wij zijn eeuwig met de eeuwigen (amen), wachtend op die glorieuze tijd van verlossing van het lichaam.

     En wij zijn nu reeds dood, en onze levens zijn verborgen in God door Christus en verzegeld door de Heilige Geest. De duivel is helemaal uit beeld. En als wij dan zoals dit, tezamen gezeten zijn in hemelse plaatsen met Christus, in Hem, dan kunnen wij zeker stoom afblazen.

30 Ik neem als voorbeeld die geweldige nacht ginds in Egypte (waar wij allen aan denken, die nacht van dat geweldige paasfeest) toen heel Egypte gekweld werd. Iedereen rende van huis naar huis en schreeuwde terwijl zij overal heenliepen. Maar Israël kon te midden van de moeite kalm neerzitten. Ze hoefden maar één ding te doen: het bloed aanbrengen aan de deurpost en daar zou... dan kon je rustig blijven. En als Israël naar de deurpost kon kijken met het aangebrachte bloed, en wist dat de dood voorbij zou gaan (dat was figuurlijk het bloed van het Lam), hoeveel te meer kunnen wij dan verzekerd rusten als God...

31 Niet om tegen mijn Baptistenbroeders in te gaan... Zoals een broeder pas zei; ze zeiden: "Wij ontvingen de Heilige Geest toen wij geloofden." Paulus zei: "Hebt u de Heilige Geest ontvangen sinds u geloofde?"

     Een belangrijke Baptistenbroeder ontmoette mij niet zo lang geleden en hij zei tegen mij, hij zei: "Broeder Branham, terwijl u nog wel een Baptist bent," zei hij, "klinkt het ongeloofwaardig voor u om te zeggen dat wij de Heilige Geest niet ontvangen als wij geloven." Hij zei: "Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend."

     Ik zei: "En God gaf hem het zegel van de bevestiging. Hij had zijn geloof ontvangen, toen gaf Hij hem het zegel van de besnijdenis. Daarom is de besnijdenis nu de Heilige Geest. Het besnijdt ons hart, en wij weten dat we zijn overgegaan van dood in leven. Wij zijn opgestaan met Christus in de opstanding." Ik zei: "Nu wij dat weten, kijken wij terug in ons leven en zien wat we waren."

32 Als hier gekleurde mensen zijn, vergeef mij dan deze uitdrukking. Maar, zoals de gekleurde dame die een keer het getuigenis gaf in de conventie, ze stond op en gaf haar getuigenis. Ze zei: "Wel, ik wil dit zeggen," zei ze, "ik... ik ben niet wat ik behoor te zijn, en ik ben niet wat ik wil zijn. Maar ook dit: ik weet dat ik niet meer ben wat ik ben geweest." Dus dat was... dat was het.

     Wij weten dus dat wij zijn overgegaan van dood in leven omdat wij levend zijn. Wij zijn niet meer wat wij geweest zijn. O, het is wonderbaar om te weten dat de stoom kan worden afgeblazen. Dat is alles. "De Naam des Heren is een machtige toren waar de rechtvaardigen heen ijlen. En Hij is een Rots in een moeizaam land"; een Rots in een moeizaam land.

33 Ik las enige tijd geleden over een grote adelaar. Ik predikte een keer in de conventie over een adelaar, want de enige manier waarop ik weet hoe ik moet spreken, is door op de natuur te letten, en God leeft in de natuur. Lettend op de arend zie je zijn karaktertrekken. En hier in de tempel, predikend over het Lam en de duif, over hun natuur... En kijk, al deze dingen zijn gewoon God Die tot ons spreekt.

     En er is een bepaald soort arend – er zijn veertig verschillende soorten – wat 'die met zijn snavel verscheurt' betekent. En bij deze arend komt, wanneer hij oud wordt, een korst over zijn hoofd. En als hij oud wordt, wordt hij bijna blind, en hij kan zich bijna niet meer verplaatsen.

34 Uiteindelijk, wanneer hij vermoeid wordt, en al zijn veren los zijn gaan zitten, zodat hij niet meer hoog kan vliegen, dan gaat hij hoog de bergen in totdat hij een zekere rots vindt. Daar zit hij dan nu bij de rots. Wat hij nu moet doen, is zijn hoofd tegen de rots slaan totdat de gehele korst er vanaf vliegt. En ze zeggen dat hij zal slaan en slaan totdat zijn hoofd zal bloeden. Hij zal zichzelf bijna doden. Hij zal terugkomen en opnieuw slaan totdat de hele korst eraf is. Als die hele korst van zijn hoofd afgaat, dan heeft hij – ofschoon hij bloedt en gewond is – de verzekerdheid. Hij zal opstaan en met de veren die hij nog heeft op en neer slaan en het uitschreeuwen. Hij blaast stoom af. Waarom? Hij weet dat, zo gauw die hele korst verdwenen is, hij zijn leven weer gaat vernieuwen. Hij wordt weer vernieuwd. Nieuw leven zal zeker komen als de gehele korst eraf is gegaan.

35 En als ik eraan denk wat... hoe groot God is om gedachtig te zijn aan die arend, om die arend een manier te geven om zijn leven te vernieuwen als hij oud is. Het enige wat hij moet doen, is de korst eraf te slaan. En dat is een geweldig iets.

     Maar o, ik ken een andere Rots waarop iemand de gehele korst van de wereld kan afslaan, totdat alle ongeloof er vanaf gevallen is, en elke schaduw en elke keten er vanaf gevallen is, totdat hij de hele wereld uit zich geslagen heeft, al het ongeloof uit hem geslagen is, al de trots uit hem geslagen is, al de vormelijkheid uit hem geslagen is. Dan zal het nieuwe leven zeker komen. Dan kunt u stoom afblazen en beginnen met u te verheugen omdat het nieuwe leven zeker zal komen.

     Zolang u het ongeloof uit u kunt slaan: de dingen kunt nemen en geen dogma's, een geloofsleer of zoiets die iemand heeft bedacht; neem slechts het onvervalste Woord van God, en geloof het en blijf daar totdat het een werkelijkheid voor u wordt. Ik vertel u dat de nieuwe geboorte onderweg is. Dat is juist. Dan kunnen wij stoom afblazen, omdat de nieuwe geboorte onderweg is.

36 Ik predikte op een keer in de bergen van Kentucky en ik deed een altaaroproep. En daar was een flinke, grote kerel die zou terugkomen om mij uit de samenkomst te gooien. Het was in de tijd dat het maïs werd afgesneden en hij had zojuist zijn broekspijp opengescheurd en hij had hem met een spijker dichtgemaakt. En hij was van plan daar naartoe te gaan om deze kleine heilige roller prediker eruit te gooien. Zij vertelden mij dus dat hij zou komen. En toen hij bij de deur kwam (vier of vijf grote, zware vechtersbazen met hun armen zo gevouwen), bleef ik gewoon doorgaan met prediken. En hij wachtte een beetje te lang. Hij kon niet snel genoeg bij het altaar komen. Hij viel midden op de grond en begon zijn handen ophoog te steken, huilend: "God, wees mij zondaar genadig", het uitroepend bij het altaar.

37 En toen dan de Heilige Geest neerkwam en openbaarde en hem vertelde wat hij had gedaan, daar staande... Dat is wat hem aangreep. Terwijl hij daar stond, werd hem verteld dat hij er met een andere vrouw vandoor was gegaan (en daar zat zijn vrouw, en twee kinderen zaten daar), tot zijn eigen schande, vanwege de handeling die hij had verricht. Hij wist dat er meer dan een mens voor nodig was om dat te doen. God was er voor nodig om iets dergelijks te doen. En hij riep het uit, komend naar het altaar, huilend: "Wees mij zondaar genadig, God. Ik ben een zondaar."

38 De volgende dag kwam hij terug en hij zei: "Broeder Branham, ik had gisteravond een droom dat ik een konijn was die in het veld zat." En hij zei: "Er kwam een grote hond achter mij aan." En hij zei: "Ik begon met alles wat in mij was weg te rennen, en ik wist niet waarheen te gaan." En zei: "En ik keek omhoog naar de berg en daar was een grote rots en daar was een opening in." Hij zei: "Ik dacht dat als ik ooit bij die rots kon komen, ik de stoom zou kunnen afblazen." Hij zei: "De hond was zo dichtbij dat ik zijn adem op mijn hielen kon voelen." Hij zei: "Maar toen ik erin was, ging ik zitten en blies stoom af."

     Dat is een goede zaak om te doen. Er is een Rots waar wij kunnen vinden... Hij is een Rots in een moeizaam land, daar waar wij kunnen neerzitten en stoom afblazen.

39 En nu, vrienden, is het elf uur, en ik weet dat van ons wordt verwacht dat wij nu vertrekken. En ik ben zo blij om deze morgen hier te zijn met al de stoom afgeblazen en om onder mensen zoals deze te zitten. De Here zegene u werkelijk, werkelijk goed, en bid voor mij. God zegene u. [Een broeder spreekt tot de gemeente: "Laten we allemaal gaan staan. We gaan sluiten, en rondom... handen opleggen." – Vert] Amen. Dat is erg...?... "Ik zou zeker wensen dat handen op mij zou leggen..." [Leeg gedeelte op de band – Vert]

40 U hebt allemaal begrepen dat ik pas geleden bijna gedood werd. U wist dat, over een geweer dat ontplofte, een van de... Meneer Weatherby, hier in de buurt, had een geweer uitgeboord. Het was een opnieuw uitgeboord geweer en het was een Winchester. Ik heb altijd al een Weatherby Magnum willen hebben omdat ik heb gejaagd. En dat is de enige ontspanning die ik heb. En broeder Art Wilson gaf mijn zoon een .270; neem me kwalijk, het is een .257 Roberts. [257 is het aantal kaliber – Vert] En Billy is linkshandig dus kon hij het geweer niet gebruiken omdat het een "bolt-action" model 70 was [een speciale techniek van vergrendelen]; u broeders die met geweren geschoten hebben... En dat is... dat was mijn...

41 Mijn moeder, weet u, die pas naar de hemel is gegaan een paar weken geleden, was een half Indiaanse, en ik houd gewoon van het buitenleven. En daar komt het schieten vandaan.

     En ik kon nooit... Ik heb vrienden die voor mij een Weatherby geweer hebben meegebracht. Dat is waar, die heb ik. Maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen dat ik een vriend een Weatherby geweer zou laten kopen en er zoveel geld voor zou laten uitgeven, terwijl ik zendeling-vrienden heb die geen schoenen aan hun voeten hebben. Dat kon ik niet doen. Nee, dat kon ik gewoon niet doen.

     Dus zei een broeder: "Ik zal dat geweer voor je laten uitboren, Billy, en het zal in orde zijn."

42 Meneer Weatherby boorde hem uit. Toen ik hem mee terugbracht, deed ik het patroon erin en hield hem zó omhoog om te vuren, en hij ontplofte in mijn gezicht. Het blies de loop van het geweer vijfenveertig meter voor mij uit, en de lade die kant op. En de... alles wat ik zag, was rood vuur dat zo hoog als dit plafond omhoog ging, en het bloed spatte overal heen. En ik stond rustig op. Ik dacht dat ik was heengegaan. En het was zo'n verschrikkelijke zaak.

43 Ik kreeg daar een kleine boodschap uit. Kijk, dat geweer was niet vanaf het begin een Weatherby. Als het van het begin af aan een Weatherby was geweest, zou het goed zijn geweest, omdat het staal het zou hebben gehouden. Het kreeg druk vanaf het begin. Meneer Weatherby is zo aardig. Hij onderzocht het geweer. Hij kon niet vertellen wat er gebeurd was, maar ik dacht dat het teveel ruimte achter het patroon was wat de oorzaak was. [Engels: "headspace" – Vert]

     Nu (zie?), als dat geweer vanaf het begin een Weatherby was geweest, zou het nooit ontploft zijn.

44 En luister nu, vrienden, laat mij dit tot u zeggen. Als u het christendom daarbuiten belijdt, volsta dan niet met een idee erover van u opnieuw bekeren. U zult vroeger of later ontploffen. Probeer niet iemand anders na te bootsen. Kijk. Ga er niet iets van maken en u bij de kerk aansluiten, of liederen zingen. U moet wederom geboren worden en bij het begin beginnen. Dan zal het drukbestendig zijn zolang u het zo vasthoudt dat het niet zal ontploffen. God zegene u. En ik ben dankbaar als u nu allemaal voor mij bidt. God...