Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
audioE-BookPrint
AudioAudio
mp3 Download mp3mp3 is een populaire audioformaat dat op vrijwel alle mediaspelers te beluisteren is. meer info...
m4b Download m4bM4B is een Audiobook formaat voor Apple apparatuur (iPod, iPhone etc...) Uw plek wordt bewaard e.d. meer info...
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Wij zouden Jezus willen zien

Door William Marrion Branham

1 Dank u, broeder Borders. U mag gaan zitten. Zeker acht ik dit vanavond een groot voorrecht om hier te zijn. En ik weet niet of ik de naam goed kan uitspreken: Santa Maria? Ik denk dat het zo wordt uitgesproken. En het is mijn eerste gelegenheid om hier in deze mooie stad te zijn en te genieten van de atmosfeer van goede gemeenschap en fijn weer.

     We kwamen pas door Phoenix toen het ongeveer 44 graden Celsius was. Toen wij hier aankwamen, kon ik bijna mijn overjas opzoeken. Is het klimaat het hele jaar door zoals dit? Iemand zei dat het praktisch de hele tijd zo was. Hebt u hier geen leeg huis in de buurt dat u voor een poosje zou willen verhuren? Dit is hier een echt fijne plaats om te wonen met dit soort weer. Ik...

2 Iemand vertelde mij vandaag in het restaurant: "Wel, onze heetste tijd van het jaar is rond december." Hij zei dat ze dan met Kerstmis in de achtertuin aan het barbecuen waren. Nu, als je uit mijn land kwam en je zou in de achtertuin barbecuen, dan zou je een overjas aan hebben, en oorwarmers, en ergens op een ijsbonk zitten om te barbecuen.

     Het is fijn dat God deze aarde zo heeft gemaakt dat wij allen gelukkig kunnen zijn, als we gewoon proberen op die wijze te zijn: gelukkig te leven en Hem dankbaar te zijn voor wat wij hebben. Ik ben er absoluut zeker van dat één van de grote fouten van ons is, dat wij niet dankbaar genoeg zijn voor wat wij hebben. Hij is zo goed voor ons geweest door ons zoveel goede dingen te geven, maar we schijnen het niet zo te waarderen zoals wij zouden moeten.

3 Ik heb de gelegenheid gekregen om een aantal keren rondom de wereld te kunnen reizen, en zag in de andere landen hoe de bevolking moest leven, enzovoort. Er is een oud gezegde: "Het is heerlijk om een Amerikaan te zijn." Wel, het is ietsje meer dan een gezegde. Dat is waar. Dat is werkelijk een feit; jazeker, omdat wij overvloedig te eten krijgen, en in vrede leven, en onze kleine zorgen gering zijn. En we leven bijna in een millennium. Als wij de zonde konden weg krijgen, geloof ik dat het dan een millennium zou wezen.

     We zijn echter blij dit land te hebben. We weten niet hoeveel langer we het hier op deze wijze nog kunnen hebben, maar we vertrouwen erop dat het zo zal zijn totdat de Here Jezus komt. Dit is ons laatste geweldige bolwerk van beschaving, naar wij geloven. Als we andere naties zien, hoe zij opkwamen en vielen, en we zien hoe de onze dezelfde weg opgaat, dan zijn we daar bedroefd over. Maar toch weten wij dat het er slechts van spreekt dat wij een stad en een natie hebben... [Leeg gedeelte op de band... – Vert] die nooit zal vergaan.

4 Niet lang geleden ging ik naar een boom waar ik als jongen gewend was naartoe te gaan, en het was zo'n prachtige grote boom. Het was wat wij daar in het oosten, midden-oosten, een beuk noemen. En het is een boom van lange levensduur, en heel mooi wanneer zij afzonderlijk staan, waar zij niet verstikt worden door andere bomen en een andere vorm aannemen. En ik dacht: "Die boom zal daar verscheidene generaties staan." Maar weet u dat het nu alleen nog maar een stomp is, en ik herinner mij [Leeg gedeelde op de band – Vert]... toen ik zeven of acht jaar oud was. Daar beneden hem was een bron. Ik ging altijd drinken uit die bron. Zelfs de bron is opgedroogd. De boom is verdwenen.

5 Ik herinner me het oude huis waar wij in woonden. Het was een blokhut. We hadden een kleine... Mama had een stukje van een spiegel als spiegel aan een boom bevestigd, waar wij op een bankje een kleine wasgelegenheid hadden. En wij kwamen dan uit het veld en wasten ons, en hadden als handdoek een oude meelzak die mama daarvan had gemaakt. Ik weet niet of u mensen ooit zo hebt moeten leven. Maar wij Kentuckiërs hadden een behoorlijk harde tijd.

     En zo herinner ik mij dat zij aan de onderkant de draden lostrok en er kleine franjes van maakte die naar beneden hingen. En die ruwe handdoek... Wanneer wij kinderen dan een bad kregen (Whew!) en daarmee afgedroogd moesten worden, werd je huid er bijna van afgeschuurd.

6 En ik zag mijn vader, een kleine man, maar toch sterk. Hij was een houthakker. En als hij thuiskwam, rolde hij zijn mouwen op om zich te gaan wassen. Hij was toen, denk ik, in de twintig, vijfentwintig of dertig jaar oud en had geweldige dikke spierbundels; hij was sterk.

     Ik hoorde een man mij vertellen... Het was verleden jaar. En man die toen voor ons werkte, zei dat hij had gezien hoe hij een blok essenhout van vierhonderd kilo alleen oplaadde. En ik dacht aan de armen van die man, en ik zei: "My, hij zal wel honderdvijftig jaar leven." Maar weet u, hij stierf op tweeënvijftigjarige leeftijd.

     Het laat zien dat wij hier geen blijvende stad hebben, maar wij zoeken er één die komt. Dat is waar. Wij zoeken er één die voor altijd zal blijven.

7 En Christenvrienden, dit is nu de eerste keer dat ik hier bij u in uw stad ben. En ik acht het een groot voorrecht dat uw voorgangers mij hebben uitgenodigd om te komen. En ik ben hier om al wat ik kan te doen voor het Koninkrijk van God. En ik stel niet veel voor als prediker, ik ben een... maar ik heb de Here lief. Als een goede prediker Hem nog meer liefheeft dan ik met mijn onkunde, dan vraag ik mij af hoe zij ermee om kunnen gaan, het voor elkaar krijgen om het te verdragen, omdat ik soms zoveel liefde in mijn hart voor Hem krijg dat ik bijna niet stil kan staan.

     En dit is niet iets omdat ik oud begin te worden. Dit begon toen ik nog een jongen was. Als kleine jongen gaf ik mijn leven aan de Here Jezus en sindsdien heb ik Hem gediend. En elke dag – terwijl ik weet dat ik de kust aan de andere zijde nader – wordt het elke dag heerlijker. Ik heb Hem gewoon lief, terwijl de jaren voorbijgaan.

8 En ik kom om mijn broederschap bij die van u, broeders en zusters, te voegen, zodat wij allen samen zullen binnenhalen voor het Koninkrijk van God. Om de zegeningen van God bij ons te hebben; en om de kleine Boodschap te brengen die de Here aan mij voor u gegeven heeft. En om uw boodschap te horen die God via u teruggeeft aan mij. En we zullen voor de zieke mensen bidden en zien of er iemand is die tot deze heerlijke gemeenschap wil toetreden, geen denominatie, enkel een gemeenschap met Christus. Ziet u? Wij vertegenwoordigen geen enkele denominatie. Wij zijn vóór hen allen, niets tégen een van hen. Maar wat ons betreft, staan we onafhankelijk. En zoals ik onlangs zei, we werpen hier gezamenlijk ons sleepnet uit. Nu, de...

9 Jezus heeft gezegd: "Het Koninkrijk van God is gelijk een man die een visnet nam en het in de zee wierp. En toen hij aan het net trok, het net binnenhaalde, had hij allerlei soorten." Natuurlijk had hij goede vis, en aaseters, en rivierkreeft, en schildpadden, en slangen, en kikvorsen, en van alles wat in het water is. Maar dat is wat de opwekking vangt. Zie? Zo is het.

     Zo hebben onze broeders hier op hun hoek het net uitgeworpen en dan weer op de volgende hoek gevist. En nu kom ik mijn sleepnet bij die van hen zetten, zodat wij ver om ons heen kunnen reiken, helemaal rondom (ziet u?), om al wat wij kunnen binnen te halen. En daarvoor zijn wij hier, om gezamenlijk binnen te halen om te zien... Wij kunnen ons niet veroorloven om... Maar wij kunnen ons niet permitteren – nadat we weten wat wij omtrent Christus weten – om niet iedere inspanning aan te wenden die we maar kunnen. Wij willen niet dat iemand die glorieuze plaats die Hij aan het gereedmaken is, zal missen. (Pardon) [Broeder Branham kucht – Vert] En wij zijn hier om te helpen. Welnu, ik wil proberen...

10 Ze zeggen dat geen van de broeders van de grote evangelisten, zoals broeder Billy Graham, Oral Roberts en die grote evangelisten, hier zijn geweest. Ik dacht van niet. En ik wenste... Waarschijnlijk hebben enigen van u hen gehoord. En ik denk, daar het een klein stadje is, dat er heel wat geldelijke steun mee gemoeid gaat, met een dergelijke grote samenkomst. En ik geloof dat broeder Roberts' financiën elke dag oplopen tot meer dan tien-, twaalfduizend dollar per dag voor zijn televisie, radio, enzovoort. En ik geloof dat Billy Grahams' onkosten zoveel zijn, of misschien nog meer. Nu, hoe zouden die mannen naar een kleine plaats zoals deze kunnen komen? Zij zouden het niet kunnen. Zie?

     Maar toen de Here mij riep, Hij... Weet u, ik ben nooit met enige radio- of televisieuitzendingen begonnen, of wat dan ook, zodat ik gebonden zou zijn, weet u, zodat ik overal zou kunnen gaan waar de Here mij riep, omdat ik geen geld nodig heb. Ik hoef dus geen programma's te sponsoren of iets dergelijks, en kan gewoon gaan om gemeenschap met de mensen te hebben, waarheen de Here mij ook zou roepen om te gaan. En ik heb...?... had grote voorrechten.

11 Ik predikte kortgeleden een opwekking van twee avonden in een kerk van twintig mensen. En ik was in Bombay, India, waar wij vijfhonderd duizend in één samenkomst hadden; en Durban, Zuid-Afrika, ongeveer tweehonderdvijfentwintig duizend, waar ik dertig duizend pure heidenen Christus als Redder zag aannemen in één altaaroproep.

     En ik zag dat zij ongeveer zeven grote vrachtwagens hadden volgeladen met rolstoelen, krukken, en voorwerpen waarmee de inboorlingen elkaar uit de rimboe hadden meegedragen (en deze vrachtwagens, my, die zouden een Jeep zijn vergeleken met hun grote Afrikaanse transportwagens daar).

12 En toen de volgende ochtend Sidney Smith, de burgemeester van Durban mij opbelde, zei hij: "Ga naar het raam en kijk naar buiten in de richting van de zeekust." En hier kwam een rij van mensen aan met... waar vijfentwintig duizend wonderen waren geschied door één gebed. En daar waren zij met hun krukken en rolstoelen. En de inboorlingen die een week van tevoren nog in oorlog met elkaar waren, kwamen daar aangelopen – ze hadden op die draagbaren en in beugels gelegen, enzovoort – en liepen daar de volgende dag in vrede met de armen om elkaars schouder te zingen: "Alle dingen zijn mogelijk, geloven alleen", in hun eigen inlandse taal.

     Dit is wat de hele wereld vanavond behoorde te doen...?... wij allen, één van hart en één van zin, gewoon het heerlijke Evangelie zingend van de Here Jezus.

13 En nu, in de Boodschap die ik heb, wil ik proberen het zo eenvoudig mogelijk te houden omdat het de eerste keer is dat u... Misschien zijn er mensen in de samenkomsten geweest. En het mag eerst misschien een beetje vreemd voor u lijken. En als dat zo is, vraag ik u of u mij een beetje wilt verdragen (zie?), en onderzoek altijd wat ik zeg. Als het niet precies met de Schrift klopt, geloof het niet (zie?), omdat...

     Nu kan God dingen doen die niet in de Bijbel geschreven zijn. Hij is God. Hij kan alles doen wat Hij wil. Zie? Maar zolang ik Hem zie doen wat Hij beloofd heeft, zal dat voor mij mooi genoeg zijn. Dat is in orde. Dan weet ik dat ik op het juiste pad ben; want zolang het in de Schrift staat, heeft God beloofd om het te doen. En de manier waarop Hij het deed, en de manier waarop Hij het doet, en ik geloof... Hier is wat ik geloof: als Hij ooit God was, is Hij nog steeds God. Zie? En als Hij niet dezelfde God is Die Hij was, dan was Hij God niet. Zie? Want als Hij God is, moet Hij oneindig zijn. En dan, als Hij oneindig is, is Hij perfect.

14 En als God ooit iets doet (zie?), als Hij... Bedenk nu dat als God ooit iets doet, en de manier waarop Hij het doet, dat Hij die manier nooit kan veranderen, omdat Hij perfect is, ziet u. Nu kan ik iets doen, en u kunt iets doen, en volgend jaar krijgen we een beetje beter idee (zie?), omdat we wat meer hebben geleerd. En na tien jaar zijn wij wellicht veel knapper dan we waren. Maar God niet, Hij is oneindig. Hij is volmaakt van de aanvang af.

     Als God ooit werd gevraagd om een beslissing te nemen... En de beslissing die Hij neemt, zal voor eeuwig zo moeten blijven. Hij kan het niet de ene keer op deze manier doen, en de andere keer op die manier; deze nemen en die andere weigeren. Als Hij niet elke keer handelt op de wijze waarop Hij de eerste keer handelde, dan heeft Hij de eerste keer verkeerd gehandeld (zie?), omdat Hij God is. Hij kan nooit Zijn manier veranderen, omdat Hij God is. En vervolgens is Hij oneindig, alomtegenwoordig, almachtig; en teneinde God te zijn, moet Hij al deze dingen zijn. Wij geloven dat dus.

15 En nu zal ik de Schriftgedeelten proberen te lezen en uiteen te zetten, en alles zo eenvoudig mogelijk te maken voor zover ik weet hoe het te doen. En volg het dan nauwkeurig met de Schrift. En dan wil ik u vragen mij te ondersteunen met gebed, want... En zou het niet wonderbaar zijn als er precies in dit stadje Santa Maria een grote opwekking zou losbreken en al de kerken zouden... En mensen zouden van overal over de bergen en van over de heuvels binnenstromen om de heerlijkheid van God te komen zien, al de kerken in vuur en vlam voor God, en de kleine geschillen weggeduwd, en dat iedereen één van hart en één van zin zou zijn. O, het zou geweldig zijn. En denk eens in, dat het het kleine Santa Maria zou zijn, langs de oevers van het meer, dat de opwekking zou hebben.

     Nu is het niet slechts waarschijnlijk, maar het is mogelijk dat het zou kunnen gebeuren; het hangt af van onze houding die wij aannemen. Welnu, God zendt altijd Zijn gaven en dingen naar de generaties en in de kerken; en welke resultaten zij krijgen, hangt af van welke houding de mensen aannemen. Dat weten wij. God dringt Zich aan niemand op. U moet Hem willen hebben.

16 Nu kan niemand God verklaren. U moet God aannemen door geloof, want als het geen geloof is, dan is het God niet. Als ik God kon verklaren, dan zou ik gelijk zijn aan God. En dat kunnen wij niet. Wij wagen het niet. Maar met de kleine dingen die Hij ons heeft gegeven, nemen wij gewoon Zijn belofte en geloven die, en zien erop toe dat het precies uitwerkt op de wijze waarop Hij zei dat het zou uitwerken. En als wij dit doen, ben ik ervan overtuigd dat wij de glorie van God zullen zien.

17 Nu wil ik u 's avonds niet te laat houden. Ik weet dat u werkmensen bent, en ik heb heel mijn leven gewerkt, daarom weet ik wat het is om naar huis te moeten gaan en 's morgens vroeg op te staan, na 's avonds in een samenkomst te hebben gezeten. En ik heb er een paar verschrikkelijk lange van gehad, dus... Maar wij zullen proberen iedere avond klaar te komen om ongeveer...

     Het is nu al twintig minuten voor negen, en ik denk dat uw dienst gewoonlijk rond half tien uitgaat. En dat zal u de tijd geven om naar huis te gaan en uw rust te krijgen om morgenavond terug te komen. Pak de telefoon en bel iemand op, en krijg de zieken en aangevochtenen binnen. En kom niet binnen alsof u haast zou hebben, om dan weer snel weg te gaan. U zult er dan honderd mijl naast zitten. Ziet u? Zie?

18 Als u naar de Mayo Broeders moest gaan, weet u, voor een onderzoek om uit te vinden wat er verkeerd met u was, dan was het eerste wat u zou moeten doen, opbellen om een afspraak te maken. En het zou wellicht twee of drie maanden duren voordat u een afspraak had. En dan gaat u daarheen en moet daar misschien een week of tien dagen in het ziekenhuis blijven. En zij doen niets anders dan u onderzoeken.

     En wanneer u dan door alles bent heengegaan, na maanden van zweet, en onderzoek, en medicijnen (o my), en van alles, dan vertellen zij slechts wat er verkeerd met u is. Zie? Zo is het. En toch komen de mensen van overal vandaan om te ontdekken wat er verkeerd met hen is, terwijl dat, als u God alleen met heel uw hart wilt geloven, in een minuut voorbij zal zijn (zie?), als u slechts... Zie? Dat is waar. En het... U moet het echter geloven. En bedenk nu dat wij het alleen door geloof geloven en het zien werken.

19 En dan, de Schriftgedeelten die ik elke avond gebruik... Soms schrijf ik hier verscheidene Schriftplaatsen op om naar te verwijzen. En ik verwijs naar deze teksten. Als het voor u onecht schijnt te zijn wat u ziet plaatsvinden, ga dan naar huis en toets het met de Bijbel. Dan bent u mij verschuldigd, als het niet Gods belofte is, terug te komen en mij erover te vertellen. Leg het hier op mijn lessenaar en zeg: "Broeder Branham, dat is niet juist. Dit is niet schriftuurlijk." Zie? En als het schriftuurlijk is, dan bent u aan uzelf verschuldigd het te geloven, want het is... omdat het God is.

20 Voordat wij nu teveel tijd in beslag nemen, wil ik mijn broeders opnieuw bedanken. Ik veronderstel dat degenen die hier zitten predikers enzovoort zijn. Ik waardeer het, en u leken, en leden van andere delen van het lichaam. Wij zijn hier bijwoners, wij zijn pelgrims. En we komen u, die hier tijdelijk vertoeft, bezoeken. Wij wachten op de komst van de Here. We hebben hier geen blijvende stad. We gaan van plaats naar plaats en wachten op het komen van de Here. Wij worden van dag tot dag ouder en weten niet – of wij jong of oud zijn – op welk ogenblik ons leven zal worden afgesneden. Dan moeten wij God ontmoeten en daar... Dit is onze voorbereidingstijd. Laten wij ons daarom nu voorbereiden om de Here te ontmoeten wanneer Hij komt.

21 Laten we nu onze hoofden buigen en tot de Auteur spreken voordat we Zijn Woord lezen. Met onze hoofden gebogen en onze harten eveneens, vraag ik mij vanavond af of er hier in het gebouw zijn die hun hand naar God zouden willen opsteken en zeggen: "God, gedurende deze samenkomst heb ik een nood. Zou U in mijn nood willen voorzien, Here? Ik ga mijn hand opsteken en daarmee..." God zegene u, overal. Nu, Hij ziet wat onder uw hand in uw hart is.

22 Onze hemelse Vader, wij naderen nu de troon van Uw genade. Wij zouden niet voor de troon van gerechtigheid willen komen, want als wij gerechtigheid zouden krijgen, zouden wij allen sterven. Wij zouden niet bij de troon van oordeel kunnen komen, maar ons is verzocht om te komen voor de troon van genade, met de belofte die onze Heer ons vertelde: "Indien u de Vader iets vraagt in Mijn Naam, zal Ik... zal het worden toegestaan." Wij weten nu dat dit waar is. Het moet waar zijn; het is het Woord. En wij geloven dat deze Bijbel Uw onfeilbare Woord is. Elk woord ervan is van God. En wij klemmen ons eraan vast en koesteren het met heel ons hart.

     Gij weet hoe wij deze tijd van gemeenschap waarderen hier in deze lieflijke kleine stad, met deze fijne broeders en zusters. Wij worden herinnerd aan de vroegere dagen toen de apostelen elkaar ontmoetten en hun aantallen nog gering waren, maar hoe de Heilige Geest in hun midden kwam en zeer bijzondere dingen deed, omdat de gemeente zich vergaderd had. Dit was de vroegere apostolische katholieke gemeente, ver terug vanaf het begin van Pinksteren.

23 Wij bidden, hemelse Vader, dat, zoals deze apostolisch katholieke gemeente zich hier vergaderd heeft, dat U vanavond wilt terugkeren in de vorm van de Heilige Geest. Tweeduizend jaar geleden sinds Uw kruisiging voor onze redding, de verzoening voor onze ongerechtigheid, werd voorzien in een water van afscheiding door het afwassen van het water door het Woord. En nu, om Uw Woord levend te maken, verkwik het en laat het gebeuren. Er is een levende, opgestane God voor nodig om dat te doen.

     En nu, hemelse Vader, zouden wij willen vragen dat Uw tegenwoordigheid vanavond zo heerlijk onder ons zal zijn, dat wanneer wij vanavond dit gebouw verlaten, zelfs op de eerste avond van deze kleine vergadering, wij mogen zeggen zoals diegenen die uit Emmaüs kwamen, die keer na de opstanding die ochtend... U had de hele dag met hen gewandeld, met hen gesproken, en toch herkenden zij U niet. En, Vader, ik ben er zeker van dat sommigen van ons, en velen van ons, en praktisch allen van ons hier met U hebben gewandeld, en U hebt met ons gewandeld, en toch waren wij het ons niet bewust.

24 Maar toen de avondtijd kwam, toen de dagelijkse arbeid was geëindigd, toen bracht U hen naar binnen en de deuren werden gesloten, en toen was U met hen ingesloten. Toen deed U iets zoals U voor de kruisiging had gedaan, en zij herkenden door de manier waarop U het deed dat U dat was. En zij... Toen verdween U voor hun ogen en zij renden terug naar hun andere kameraden en zeiden: "De Here is waarlijk opgestaan!"

     Zou u niet, Vader, terwijl wij ons vergaderd hebben en de deuren rondom ons gesloten hebben in ons midden willen verschijnen, en vanavond iets doen zoals U deed toen U wandelde in Galilea, en Kapernaüm, en verscheidene delen van de wereld, zodat dit kleine gehoor, met ons allen tezamen, het bewijs van de opstanding mogen zien: dat de grote Messias van God leeft na tweeduizend jaar van critici en donkere plaatsen. Maar toch kunnen zij Hem nooit meer doden. Hij leeft voor immer. Sta het toe, Vader.

     En mogen wij, terwijl wij vanavond langs onze wegen naar huis gaan, zeggen: "Brandden onze harten niet binnenin ons toen Hij tot ons sprak langs de weg?" Want wij vragen het in Jezus' Naam en ter wille van Hem. Amen.

25 In het Evangelie van Johannes, het twaalfde hoofdstuk, vers 20, lezen wij nu als een kleine achtergrond en samenhang.

     En er waren sommige Grieken uit hen, die opgekomen waren, opdat zij op het feest zouden aanbidden;
     Dezen dan gingen tot Filippus, die van Bethsaïda in Galilea was, en baden hem, zeggende: Heer, wij wilden Jezus wel zien.

     En dan in Hebreeën 13:8: (excuseer mij). [Broeder Branham kucht – Vert]

     Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in eeuwigheid.

     Welnu, dit is nogal een tekst. En als een kleine achtergrond zouden we kunnen zeggen dat deze Grieken dezelfde nieuwsgierigheid hadden die ik vanavond heb, en die wij, geloof ik, allen hebben.

26 Er is niemand die ooit over Jezus heeft gehoord dan die ernaar verlangt om Hem te zien. Als ik vanavond tot dit kleine gehoor zou zeggen: "Hoevelen van u zouden graag Jezus willen zien?" denk ik dat iedere hand hier omhoog zou gaan. Beslist. Laten we het even toetsen. Hoevelen zouden Hem graag willen zien? Laat ons zien. Kijk daar? Zeker. U hebt van Hem gehoord. "Geloof komt door het horen, het horen van het Woord van God."

     Wij zouden Hem allemaal graag willen zien, zeker. Ik zou Hem graag willen zien. Welnu, als Hij... Dat zou ons in dezelfde positie plaatsen als waarin deze Grieken waren. Zij kwamen tot Jezus en zeiden... kwamen naar de apostelen en zeiden: "Heer, heer, wij wilden Jezus wel zien. Wij..." Dat was hun verlangen. "Wij zouden Jezus willen zien." En Filippus nam hen mee (hij, met nog een andere apostel) en bracht hen naar Jezus, en zij kregen Jezus te zien.

27 Nu zegt Hebreeën 13:8 dat Hij Dezelfde is gisteren, heden, en in eeuwigheid. En als wij verlangen Hem te zien, waarom zouden wij dan niet hetzelfde voorrecht kunnen hebben als wat zij hadden? Nu, ziet u, de Schriften kunnen niet liegen. Zij moeten waar zijn. Zie, zij moeten waar zijn. Als de Bijbel nu zegt dat Hij Dezelfde is, dat... Hij moet Dezelfde zijn. Ik geloof niet dat de Bijbel er voor enige eigen uitlegging is. Ik geloof dat het precies zo is als het geschreven staat.

     Ik geloof dat God een standaard zal moeten hebben waarmee Hij de wereld zal oordelen. Nu, ik... U weet allemaal dat ik, daar ik een Ier ben, dat ik afkomstig ben uit een Katholieke familie. En toen ik een jonge knaap was... Natuurlijk trouwden mijn vader en moeder zowel zonder kerk als buiten de Katholieke kerk, en daarom hebben zij nergens bij gehoord. En u hebt misschien mijn levensgeschiedenis gelezen. Als u het niet hebt gelezen, de boeken zijn hier. Een broeder heeft die hier te koop, en nog meer.

28 Nu, en in die situatie, toen ik een roeping van God kreeg, begon ik mij af te vragen, nu... Toen ik dan naar de kerk ging, zei de kerk dat God de wereld zal oordelen door de kerk. Welnu, ik kwam erachter dat er ongeveer negenhonderd verschillende kerken waren. En de ene zegt dat zij juist zijn, en dat de andere verkeerd is; zij zijn de ware en de andere is verkeerd. Nu, het is op die manier tamelijk verwarrend. Als de Lutheraan juist is, dan is de Baptist verkeerd. Als de Baptisten juist zijn, dan zijn de Methodisten fout. En dan hebben zij zoveel verschillen. Dus toen zag ik dat het in het geheel genomen een warboel was.

     Hoe kon God ooit laten... dan mensen tot een vonnis brengen dat zo perfect is en dan met zoveel verschillende uitingen? Eén die richting, en de ander die richting. Eén zegt: "Dit is in orde"; de ander zegt: "Nee, dat is het niet." En deze gaat deze weg en die... Het zou nogal verwarrend zijn. En ik kon niet geloven dat een goede, hemelse Vader zoiets zou doen.

29 Dus toen dacht ik: "Welnu, waarmee legde Hij de eerste keer oordeel op de mensen? Hoe gaf Hij hun..." Dat was in de... We moeten teruggaan naar Genesis, naar... Genesis is het zaadhoofdstuk, wat 'begin' betekent.

     En het eerste wat God voor de mens plaatste, was om Zijn Woord te gehoorzamen. En slechts één foutje, niet een heel groot hoofdstuk, maar slechts door verkeerde uitlegging van het Woord, het een klein beetje verdraaien (dat deed Satan) met redeneren, en het veroorzaakte de hele... Elk hartzeer dat er ooit was, elke ziekte, elke dood, elke kleine zieke baby, elk graf op de helling, door slechts één woordje niet te geloven... Niet precies door het te verwerpen, maar door het eenvoudig verkeerd uit te leggen, door het te beredeneren. "Het zou toch onredelijk zijn dat God zoiets zou doen?" Maar God zei dat Hij het doen zou. Zie?

30 En dan, als God al deze zesduizend jaren van lijden liet komen door slechts één woord te nemen en dat verkeerd uit te leggen – waardoor dit alles werd veroorzaakt – hoe zal Hij ons dan terug laten komen met een ander woord dat helemaal wordt verdraaid? Daarom, met negenhonderdzestig en nog meer verschillende denominaties, hoe kunnen wij daarmee oordelen? Terwijl ze allemaal zeggen dat het op deze manier moet, of die manier?

     Toen las ik in het boek waar... In het laatste deel van het boek van de Bijbel wordt gezegd: "Wie iets uit dit boek zal wegnemen of één ding eraan zal toevoegen, zijn deel zal uit het boek des levens worden weggenomen." Dit betreft de geestelijkheid, denominaties, enzovoort, die het Woord onjuist aanhalen, of dogma's instellen in plaats van de Schrift, enzovoort, en eigen menselijke gedachten terwille van hun eigen succes. Het moet nauwkeurig Gods Woord zijn, gewoon precies de manier waarop Hij het heeft gezegd.

31 Nu weet ik dat velen van ons geen geloof hebben, en ik heb geen geloof om ál Zijn beloften waar te maken... te laten gebeuren. Maar ik zou zeker niet iemand in de weg willen staan die wel dat soort geloof heeft. Zoals ik vaak heb gezegd: "Ik wenste dat ik genoeg geloof had zoals Henoch dat had om een kleine middagwandeling te maken en met Hem omhoog naar huis te gaan. Ik wou dat ik dat soort geloof kon hebben." Maar ik... als ik het niet heb, zou ik nooit iemand anders in de weg willen staan die het wel heeft. Ik zou zeggen: "Dank God voor die dierbare broeder of zuster die geloof heeft om zonder te sterven regelrecht uit dit leven weg te wandelen." Dat zou heerlijk zijn.

     Maar wij geloven dat er een tijd zal aanbreken dat er een dergelijke middag- of ochtendwandeling zal zijn, en dat er velen op aarde weggeraapt zullen worden in de opname bij de komst van de Here. En ik geloof dat wij die tijd naderen.

32 Nu, de Bijbel zegt dat Hij Dezelfde is... Dat is wat ik naar u toe probeer te brengen dat u dit moet beseffen, dat de Bijbel heeft gezegd: "Jezus Christus is Dezelfde, gisteren, vandaag, en in eeuwigheid." En de Grieken wilden Hem zien en zij werden naar Hem toegebracht door één van Zijn discipelen. Zou het dan niet mogelijk zijn, als Hij Dezelfde is, dat een andere ware discipel u naar Hem toebrengt om ons Hem te laten zien?

     Het is de schreeuw van het menselijke hart geweest sinds het aanbreken van de tijd om God te zien. Job, het oudste boek in de Bijbel, waarvan beweerd wordt dat het geschreven werd nog voor Mozes Genesis schreef... Nu, deze Mozes... of, Job riep uit: "O! of ik mocht weten (met andere woorden), weten waar Hij woont, dat ik op de deur kon kloppen en met Hem zou kunnen spreken. (Zie?) Als ik maar kon zien waar ik ergens heen kon gaan om op de deur te kloppen, dan zou ik het graag met Hem willen bespreken." Ieder mens probeert achter dat gordijn te kijken en weet dat hij ergens vanuit de duisternis is gekomen, weet dat hij hier in menselijk vlees is, en dat hij daar weer ergens doorheen terug moet gaan. Daarom probeert ieder mens uit te vinden wat de deur is, en hoe te... waar wij vandaan komen, en waar wij heengaan. Het is altijd de schreeuw van het menselijke hart geweest.

33 En toch, als we voor een ogenblik kunnen stoppen, Hij is zo reëel om ons heen, dat er... Wel, Hij is gewoon overal. God is... Hij leeft in elk schepsel dat leven in zich heeft. Daarin leeft Hij. In elke plant, elke bloem, in al het andere leeft God.

     Maar nu, in plaats van daarop in te gaan, wat we misschien later doen, wil ik deze kwestie bij u brengen: als Jezus nu vanavond in Santa Maria was, naar welk soort persoon zou u uitkijken? Nu weten wij dat Zijn vleselijke lichaam geboren werd uit de maagd Maria, dat het werd gekruisigd en stierf, werd begraven en de derde dag opstond en opvoer naar de rechterhand van de Majesteit in de hoge, en daar vanavond zit als Hogepriester Die voor altoos leeft om voorbeden te doen op onze belijdenis. En Hij is ook een Hogepriester Die kan worden aangeraakt door het voelen van onze zwakheden. Precies nu is Hij dit soort Hogepriester Die aangeraakt kan worden door het voelen van onze zwakheden.

34 Welnu. De enige manier... Als ik aan u Lutheranen vraag: "Hoe denkt u over Hem?" Wel, "Hij zou een Lutheraan zijn." Alle Katholieken? "Hij zou Katholiek zijn." De Pinkstermensen? "Hij zou een Pinksterman zijn", en zo verder. Laten we even... De enige echte manier om het te ontdekken, is door uit te vinden wat Hij gisteren was. En als u kunt zien wat Hij gisteren was, dan moet Hij vandaag Dezelfde zijn, en zal dat voor eeuwig zijn. Leg eenvoudig het kerklichaam opzij, hun ideeën erover, en laten we dan uitvinden wat Hij gisteren was.

     Wij herinneren ons nu dat Hij een belofte heeft gedaan. Sinds de hof van Eden, van de allereerste dag af dat zonde binnenkwam in de hof van Eden, en God Adam en Eva ter verantwoording riep, beloofde Hij dat het Zaad van de vrouw de kop van de slang zou vermorzelen. Een Redder.

35 Bij de volgende belangrijke beweging zien we Mozes, de grote... Welnu, hij was een type van Christus: een wetgever, een priester, koning, enzovoort. We ontdekken dat hij een volmaakt type van Christus was: geboren in de tijd van vervolging door de vijand; verborgen in de biezen evenals Christus; en toen hij eruit kwam, leidde hij de kinderen uit, enzovoort. En dan zien wij dat Mozes daar, toen hij aan het einde van zijn weg was gekomen, zei: "Na mijn heengaan zal de Here, uw God, een profeet verwekken zoals ik."

     Nu weten wij dat heel Israël, allen in het Oude Testament, altijd op hun profeten vertrouwden. Hebreeën 1 zei: "God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Christus Jezus." Zie?

     Nu, de Hebreeën, de wijze waarop zij konden vertellen... ons is geleerd in Deuteronomium, ongeveer het achttiende hoofdstuk: "Indien er iemand onder u is die geestelijk is of een profeet, zal Ik, de Here God, Mij aan hem bekendmaken in visioenen en tot hem spreken in dromen. En als wat deze profeet zegt komt te geschieden, hoor dan naar hem. Maar als het niet komt te geschieden, luister dan niet naar hem." Zie? Want... "Vrees die man niet, omdat Ik hem nooit heb gezonden."

36 Dat is gewoon redelijk. Als God iets zendt, steunt God wat Hij zendt. Dus, God zendt Zijn Woord; God steunt Zijn Woord. Wel, iemand kan binnenkomen en u van alles vertellen. Maar wanneer God iets zegt, dan ondersteunt Hij nauwkeurig wat Hij zegt dat Hij zal doen, omdat Hij dit moet doen teneinde God te zijn. Hij zou geen belofte kunnen doen en er Zich niet aan houden en dan God blijven. Dat zou Hij niet kunnen doen. Zie? Hij moet Zich aan Zijn belofte houden.

     Wij ontdekken dan dat wij... De eerste keer dat wij Hem op het toneel zien verschijnen... Daarin is heel veel wat wij gedurende de week zullen oppikken en erin zullen verweven zodat u er een beter begrip van zult krijgen. Maar laten we eerst beginnen met het leven van Christus.

37 Wij weten nu dat Hij uit de maagd geboren werd. Op dertigjarige leeftijd werd Hij door Johannes de Doper gedoopt, ging de woestijn in en werd veertig dagen en nachten door de duivel verzocht, kwam eruit en begon toen Zijn bediening. Het eerste wat wij opmerken nadat Hij daaruit kwam, wel, was dat Johannes een teken boven Hem zag als een licht. Een vorm van een duif kwam uit de hemel naar beneden, en een stem kwam van die vorm van een duif (de Geest van God), een stem die van de Geest van God kwam, die... de duif was de Geest van God, Die zei: "Dit is Mijn geliefde Zoon in Wie Ik Mijn welbehagen heb." Nu, dat is de King James vertaling. In de originele vertaling is dat ongeveer hetzelfde. Daar staat: "In Wie Ik behagen heb om te wonen", en God woonde in Christus. Dat weten wij.

     Hij zei: "Ik ben het niet Die de werken doe. Het is Mijn Vader Die in Mij woont, Hij doet de werken." In het Evangelie van Johannes, hoofdstuk 5:19, zei Hij: "Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: de Zoon kan niets van Zichzelf doen tenzij Hij de Vader dat ziet doen: desgelijks doet de Zoon."

38 Nu was God in Christus om de wereld met Zichzelf te verzoenen. Nu, dat geloven wij allemaal. God was in Christus. Hij drukte uit wat God was. Hij was het uitgedrukte beeld van God. God was in Christus om de wereld met Zichzelf te verzoenen.

     Nu vinden we uit hoe de mensen Hem kenden toen Hij hier was. Het waren allemaal Joodse gelovigen waar Hij naartoe ging. Hij kwam naar de Zijnen.

39 Nu zijn er slechts drie mensenrassen in de wereld. Laten ze maar zeggen wat ze willen; er zijn drie rassen: van Cham, Sem, en Jafeth, want zij waren het nageslacht van Noach uit de ark. Er zijn drie rassen van mensen. En dat waren dan de Joden, heidenen en Samaritanen, waarvan wij ontdekken dat de Pinksterboodschap naar deze drie groepen uitging, en Petrus had de sleutels, en van toen af aan was het voor iedereen. Nu zien wij dat Petrus op de Pinksterdag naar de Joden ging, en het ging verder naar de Samaritanen toen Filippus daar heenging en tot hen predikte, en vervolgens kwam het in het huis van Cornelius. En dat was het dan. (Zie?) De wereld had het, had het Evangelie.

40 Laten we nu heel opmerkzaam zijn terwijl we er nu op ingaan. We zien Hem nu uit de woestijn komen. Onmiddellijk beginnen de vonken van Zijn bediening rond te vliegen, er vinden genezingen plaats en geweldige dingen gebeuren. En daar was iemand, Andreas genaamd, en hij had een broer die Simon heette. Ik nam de geschiedenis van zijn vader en van Petrus door, zoals wij hem vanavond kennen. Zijn naam was toen Simon. En Andreas haalde hem over om mee te gaan en om Jezus te zien en vertelde hem dat Hij de Messias was. Hij was grondig overtuigd dat dit de Messias was.

     En toen hij bij Jezus kwam, keek Jezus naar hem. Herinner u nu dat Hij de Messias is, en hier is het wat Hij gisteren was. En zodra Hij naar Petrus (of Simon) keek, zei Hij: "Uw naam is Simon en u bent de zoon van Jonas." Dat... Onmiddellijk herkende Simon het en accepteerde Hem. Welnu, waarom zou die man op die voorwaarde... Alleen omdat Jezus deze dingen zei: "Uw naam is Simon en u bent de zoon van Jonas", en hij herkende Hem onmiddellijk als de Messias. Waarom zou hij dit hebben geaccepteerd? Zie?

41 Kijk, hij was door zijn vader in de Schrift onderwezen dat op een dag de Messias zou komen en er een grote verwarring onder de mensen zou zijn. Voordat er iets echts gaat gebeuren, verschijnt er altijd een hoop valse namaak omheen. Dat weten wij. Altijd is het de duivel die het probeert na te bootsen. En onthoud, dat wanneer u een vervalsing ziet, onthoud, dat het spreekt van een komende waarheid. Ziet u? Dat gaat altijd zo. Zie?

     Nu. Ik kan Jonas horen zeggen: "Simon, mijn zoon", Jonas, met grijs haar. Zei: "Ik heb altijd gedacht dat ik de dag zou zien wanneer de Messias zou komen. Maar ik word nu oud en zal het waarschijnlijk niet zien. Maar, zoon, jij en Andreas zijn hier. Vergeet het niet. De Messias... Er zal een hoop gedoe oprijzen in jullie dag. Jullie zullen Hem wellicht zien. Wij hebben nu al vierduizend jaar naar Hem uitgekeken, maar Hij kan in jullie generatie komen. En vergeet niet dat onze Bijbel niet kan falen. Onze Schriften kunnen niet falen. Hij zal een profeet zijn, want Mozes, degene die wij al deze jaren geloofd hebben, degene die ons uit Egypte heeft geleid, vertelde ons dat de Here onze God ons een profeet zou geven, precies zoals hij. En Hij zal een God-profeet zijn, en jullie zullen Hem daaraan kennen."

42 En zodra Simon deze Jezus van Nazareth zag, Die zei: "Uw naam is Simon, en de zoon van Jonas", die godvruchtige oude vader die hem had onderwezen... Daar was het volmaakte teken dat het de profeet was. Zie?

     Weet u dat ze tegen Hem zeiden: "Zijt Gij de Christus? Zijt Gij die profeet die verondersteld werd te komen?"

     Nu maakte Hij Zich bekend aan de man die Hij de sleutels van het Koninkrijk gaf, die het hoofd van de gemeente in Jeruzalem werd, door hem te vertellen wie hij was en wat zijn vaders naam was. Nu, dat was de wijze waarop Hij Zich aan Simon Petrus bekend maakte, en Petrus herkende Hem als de Messias.

43 Filippus stond daar. En het ontroerde hem zo, omdat Filippus een godvruchtige man was. Hij was aan het wachten en opletten. God... Luister, vergeet dit niet. Hij zal alleen aan diegenen verschijnen die naar Hem uitzien; geen ander. Dat is de reden dat Johannes dat Licht zag, en hij was de enige die het zag. Johannes getuigde met te zeggen: "Ik zag het." Niemand anders zag het. Toen Paulus ditzelfde Licht zag, sloeg het hem neer. Paulus zag het Licht; niet de mannen die bij hem waren. Zie, zie? Bedenk dat het naar degenen komt die ernaar uitzien, die het geloven. Dat is de enige manier waarop God Zichzelf openbaart... altijd heeft gedaan en altijd zal doen. Let erop.

44 Welnu, Filippus stond daar toen hij dat zag gebeuren. Hij wist van een man die... Zij hadden samen Bijbelschool gehad en zij waren orthodox. Zij waren echte gelovigen in de Schriftrollen en zij zagen uit naar iets wat zou gebeuren. En om de berg heen... Als iemand van u ooit in Palestina is geweest, het was ongeveer vierentwintig kilometer er omheen waar hij zijn vriend Nathanaël vond.

     Nathanaël had een olijfboomgaard. Hij liep dus naar de deur en klopte aan. En zijn vrouw vertelde hem dat hij buiten in de tuin was. Dus loopt hij de tuin in en daar is Nathanaël.

45 Laten we even inbreken en zien waarover hij bad. Ik kan me voorstellen hem te horen zeggen: "Vader, wij hebben naar de Messias, de Verlosser, verlangd, om ons van dit Romeinse gezag te bevrijden. O, Vader God, zal ik leven om de dag te zien wanneer deze Messias Zich aan ons bekend zal maken? Ik heb in Uw Schriften gelezen hoe Hij zou komen. Mozes vertelde ons dat de Here God voor ons een profeet zou doen opstaan zoals hij, en dat wij hem zouden kennen. En Vader, ik verlang ernaar en wacht op die tijd. Ik heb de Schriften bestudeerd. Ik heb me er dag en nacht in verdiept."

     En net tegen de tijd dat hij "Amen" zei en opstond, zei Filippus: "Kom kijken Wie wij gevonden hebben. Wij hebben Hem gevonden: Jezus van Nazareth, de Zoon van Jozef."

46 Wel, ik kan mij Nathanaël voorstellen... Nu, ik maak hiervan een klein toneelstukje. Ik kan me Nathanaël voorstellen die zegt: "Nou, Filippus, ik heb je gekend als een zeer evenwichtig mens. En ik... Je bent toch niet met het een of ander te ver doorgeslagen?" Zoals wij vandaag zouden zeggen, weet u. "Nou, Filippus, wij hebben samen teveel de Schrift bestudeerd. Nu kom je mij vertellen dat de Messias hier is? Nou, jij weet goed genoeg dat als die Messias komt, Hij alleen naar ons Farizeeërs komt, onze groep, en die alleen. Want Hij zal... ze zullen de galerijen naar beneden laten komen, en Hij zal op de tempel nederdalen, op de grote tempel die Mozes bouwde, en Hij zal Zichzelf voorstellen aan Kajafas de hogepriester als: 'Ik ben de Messias waar u naar uitziet.'"

47 Kijk, dat is de wijze waarop zij het allemaal uitgedacht konden hebben. Maar God heeft Zijn eigen manier om dingen te doen. Zie, ziet u? Hij kwam precies volgens de Schrift, maar zij hadden de Schrift verkeerd uitgelegd. Ik vraag me af, als Hij vanavond zou komen, of niet heel wat van ons het verward hebben gekregen. Maar de hoofdzaak is om gereed te zijn wanneer Hij komt. Dat is de kwestie. Het geeft niet op welke manier God Hem zendt, laat Hem komen zoals Hij is, op de wijze waarop Hij Zich voorgenomen heeft om te komen. Sommigen van ons laten Hem op een witte wolk komen, sommigen op een wit paard. Het maakt mij niet uit hoe Hij komt, als ik maar gereed ben wanneer Hij komt. Ik... ik wil Hem zien. En ik studeer hard om nauwkeurig en precies te weten wat de Schrift zegt, zodat ik Hem zal kennen wanneer Hij verschijnt. Ziet u? Let op wat de Schrift over Hem zegt.

48 Nu, hij zei: "Kom kijken Wie wij gevonden hebben." Natuurlijk ging het gesprek verder, en laten we meeluisteren terwijl we langs de oever lopen. Het duurt vanaf daar... Hij ging waarschijnlijk in één dag om de berg heen en kwam de volgende dag terug. De volgende dag op de terugweg zei... Ik kan Filippus tegen Nathanaël horen zeggen: "Nathanaël, weet jij nog van die keer toen jij die vis kocht van die oude makker, Simon?"

     "O ja, Jonas' zoon. Zeker."

     "Weet je nog dat hij zelfs niet voldoende scholing had om de kwitantie van jou voor die vis te ondertekenen?"

     "Ja."

     Kijk, de Bijbel zei dat Petrus onwetend en ongeleerd was. Hoevelen weten dat? Jazeker. Hij had geen opleiding gehad. Hij was geen seminarieleerling, en hij was een onwetende en ongeleerde man.

49 En hij zei: "Hij kon die bon niet ondertekenen. Welnu, toen hij op uitnodiging van zijn broer Andreas met hem meeging en hij voor deze, waarvan wij weten dat Hij de Messias is, verscheen... En ik ga je nu vertellen waarom ik dit weet. Nu Nathanaël, je weet dat jij en ik weten dat de Schrift zegt dat Hij een profeet zoals Mozes zal zijn. En zodra hij in de tegenwoordigheid van Jezus liep, zei Jezus: 'Uw naam is Simon en u bent de zoon van Jonas.' Nu, hoe zou Hij dit weten als Hij geen profeet was?"

     En ik hoor Filippus zeggen: "Weet je, Nathanaël, het zou me niets verbazen als Hij, wanneer jij voor Hem verschijnt, zou zeggen: 'Goedenavond, Nathanaël.'"

50 "O," kan Nathanaël hebben gezegd, "laat mij erheen gaan om het zelf te gaan zien." Dat is een goed idee, weet u. En eerst kon hij het haast niet geloven, en hij werd uitgenodigd om zelf te komen kijken. Had gezegd: "Zou er iets goeds uit Nazareth kunnen komen? Die groep heilige rollers, zoals u weet, die mensen daar?" Excuseer mij. "Zou daar iets goeds vandaan kunnen komen?"

     Hij zei: "Kom zelf kijken." Blijf niet thuiszitten om het te bekritiseren. Kom, en ontdek het. Kom en zie. En neem niet alleen het woord van de mens, onderzoek het en kijk of het schriftuurlijk is of niet. Zie? "Kom, en zie voor uzelf."

51 En onderweg daar naartoe spraken zij. Tenslotte arriveerden zij daar waar Jezus een genezingsdienst hield. Nathanaël kan in de gebedsrij zijn geweest, ik weet het niet, hij kan in het gehoor hebben gestaan. Maar toen hij voor het eerst Jezus zag, en Jezus naar hem keek, zei Hij: "Zie daar, een Israëliet in wie geen bedrog is." Dat nam hem, om zo te zeggen, de wind uit de zeilen. Hij... Wel, hij kon niet... hij kon het niet begrijpen.

     Hij zei: "Rabbi (wat leraar betekent), hoe heeft U mij ooit gekend? Dit is de eerste keer dat wij elkaar ontmoeten. Hoe zou U mij kennen?"

     En Hij zei: "Wel, voordat Filippus u riep, toen u onder de boom was, zag Ik u." Vierentwintig kilometer om de berg heen, wat een ogen! "Zag Ik u."

52 Snel herkende die man dat dat... Zij hadden gedurende vierhonderd jaar geen profeet gehad, weet u, en hij herkende onmiddellijk dat Hij het was. Dus rende hij naar Hem toe en zei: "Rabbi, Gij zijt de Zoon van God. Gij zijt de Koning van Israël." Is dat juist?

     Hij zei: "Omdat Ik u dit vertelde, geloofde u?"

     Waarom? Nu, dat was Jezus gisteren. Als Hij vandaag Dezelfde is, zou Hij hetzelfde doen. Zie? Als Hij gisteren Dezelfde was... Dat is de wijze waarop Hij Zichzelf aan Zijn volk bekendmaakte. Dat is hoe zij Hem herkenden: niet door Zijn onderwijzing, maar door Zijn werken. Zie?

     Jezus zei: "Onderzoek de Schriften. Zij zijn het die van Mij getuigen. Daarin denkt u eeuwig leven te hebben; en zij zijn het die van Mij getuigen. En als Ik niet de werken van Mijn Vader doe, geloof Mij dan niet. Maar als Ik de werken van Mijn Vader doe, en u kunt Mij niet geloven, wel, geloof dan de werken die Ik doe. Dat is datgene wat van Mij getuigt." Het werk is een bevestiging van het Woord. Dat is wat getuigt. Wel, zou dat vandaag niet hetzelfde zijn? De werken getuigen. Hier is wat het Woord zegt, en hier zijn de werken die van het Woord getuigen. Nu, Hij kan niet veranderen. Hij moet Dezelfde zijn.

53 Nu. O, daar stonden zij dan, jazeker, stonden daar achteraan, de voornamen, de hogepriester, en priesters van de synagogen, en zij allen stonden daar te kijken, en natuurlijk moesten zij een antwoord geven aan hun samenkomst. Het... Het werk was gedaan.

     Weet u wat zij zeiden? Ze zeiden: "Hij is Beëlzebul, waarzegger, een duivel."

     En Jezus keerde Zich om en zei dit tegen hen: "Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u (zie?), dat u dat tegen de Zoon des mensen zegt, zal Ik u vergeven. Maar dan zal op een dag de Heilige Geest komen om hetzelfde werk te doen, en om één woord daartegen te spreken zal nooit vergeven worden in deze wereld, noch in de wereld die komt."

     Nu, zie, zie, let op die profetie, die slaat op onze dag. Zie? Eén woord ertegen te spreken, zal nooit vergeven worden in deze wereld noch in de wereld die komt.

54 En hier waren Filippus, Petrus en degenen die daar stonden, deze Joden, die zeiden: "Hij is de Zoon van God, de Koning van Israël", omdat Hij voor hun ogen die dingen deed. En die verondersteld werden orthodox te zijn, zeiden dat Hij Beëlzebul, de duivel, een waarzegger, was. Zie?

     En Jezus getuigde dat dit in een andere dag zou komen door de Heilige Geest, omdat de Heilige Geest toen nog niet was gegeven. Hij was nog niet geofferd. Dus de Heilige Geest zou komen, en om het dan tegen te spreken... Wat betekent het? Om de Geest van God Die de werken van God doet een onreine geest, een duivel te noemen. Ziet u? Nu, het is door Jezus Christus geprofeteerd dat het op die manier zou gebeuren. Het moet op die wijze gebeuren.

55 Laten we nu achtslaan op Hem. Bedenk nu dat er drie mensenrassen zijn. Dat waren die van Cham, Sem en Jafeth. Onze kleuren veranderden door de landen waarin wij leefden, en zo meer. En dat heeft niets te maken met... God schiep alle naties uit één bloed. Of zij Chinees, Japans, Afrikaans, of Angel-Saksisch zijn, of wat hij ook was, zij zijn van één bloed. Allen komen van Adam (zie?) en ze zijn grootgebracht in verschillende delen van het land en in de tropen.

56 Je kunt van alles nemen en daar gebeurt hetzelfde mee. Als je bijvoorbeeld een prairiewolf neemt ginds in Mexico en hem laten leven op die rode zandgrond, dan wordt hij roodkleurig; breng je hem hier op de witte zandgronden, dan is hij witkleurig, wat bruinig. Neem je hem helemaal mee naar boven in het noorden, helemaal in Brits Columbia, dan is hij sneeuwwit, precies dezelfde prairiewolf.

     Een hert zal eenzelfde kleurverandering hebben van rood, bruin en zwart. Jazeker. Het hangt af van het land waarin hij leeft, het voedsel dat hij eet, enzovoort. Nu, dat is hoe onze kleuren en dingen veranderd zijn, maar wij komen allemaal van één ras. Dat is het menselijke ras (Dat is juist.), allemaal van die ene boom.

57 Nu, daar waren de Joden. Hij kwam naar die Joden omdat zij uitkeken naar een Messias. We hebben daar nog verschillende anderen waar we in de loop van de week dieper op in zullen gaan. En we zullen die de rest van de week ertussen plaatsen, enzovoort. Maar nu nemen we alleen deze twee, Petrus en deze man Nathanaël. En dat is de wijze waarop zij wisten dat Hij de Messias was.

58 Welnu. Op een dag voelde Hij Zich genoodzaakt om langs Samaria te gaan. Nu, dat is de Samaritaan, wat een ander ras mensen is, en Hij moest gaan naar... Hij was op doorreis naar het zuiden, naar Jericho. Maar Hij ging naar de omgeving van Sichar, in Samaria, en stopte bij een stad, Sichar. En Hij zond Zijn discipelen daarheen om voedsel te kopen.

     En terwijl zij daar waren, kwam er een vrouw... Wel, wij zouden haar in dit land een vrouw van slechte zeden noemen. Zij was verschillende keren getrouwd geweest, enzovoort. En zij kwam de stad uit om naar de bron te gaan om ongeveer, ik denk rond twaalf uur, omdat Hij ze had weggestuurd voor de lunch, en zij kwam naar de bron toe.

59 En daar is een... De bron is er nog steeds. Het is iets panoramisch zoals dit, met overhangende druivenranken. En het is een publieke stadsbron waar de mensen water komen putten. En toen zij uitging naar deze bron, ongeveer om elf uur, en misschien was al haar... U weet hoe de dames hun krullen omhoog hadden gestoken, weet u, en van alles... Zij was misschien, zou misschien heel de nacht zijn uitgeweest en was net wakker geworden; ik weet niet wat het geval was, maar zij kwam eraan.

     En u moest die vrouwen daar eens zien, hoe zij dat water kunnen vervoeren. Ik heb gezien hoe zij een kruik van vijf gallon [ongeveer 19 liter] bovenop hun hoofd zetten en één op elke heup, en al pratend over straat lopen zoals alleen dames dat kunnen doen, weet u, al knikkend naar elkaar zonder één druppel te morsen. Over perfect lopen gesproken.

60 En deze vrouw kon niet met de overige vrouwen meegaan (zie?), omdat zij gemerkt was. In ons land wordt het niet gedaan, maar daar wel. Zij kunnen... Zij kan niet omgaan met andere vrouwen zolang zij op die wijze leeft. Dus kon zij niet op dezelfde tijd komen als de maagden.

     Daarom kwam zij er om ongeveer elf uur aan. En daar is een put met een zwengel en zij had... De haken gaan aan deze grote kruik... Hij heeft er handvatten aan. Wij noemen het een kruik; zij noemden het een emmer, denk ik. Haakte hem vast en liet hem zo naar beneden zakken. En ze hoorde Iemand zeggen: "Vrouw, breng Mij wat te drinken", en zij keek naar de muur en daar zat een Jood van ongeveer middelbare leeftijd.

     Nu weten wij dat Hij in werkelijkheid volgens de Schrift nog geen drieëndertig jaar was, maar Hij moet er wat oud hebben uitgezien. Weet u, in Johannes, het zesde hoofdstuk [Johannes 8:57], spraken zij tegen Hem en zeiden: "U bent een man van nog geen vijftig jaar oud, en u zegt dat u Abraham hebt gezien? Nu weten wij dat u een duivel hebt."

     Hij zei: "Eer Abraham was, BEN IK." Zie, zie? Hij mag er als zodanig als vijftig hebben uitgezien, maar Zijn werk kan veel van Hem gevergd hebben.

     En Hij, Die tegenover de bron zat, zei: "Breng Mij wat te drinken."

61 Wel, de vrouw... niets denkend, weet u... waarschijnlijk was zij dat soort vrouw, zei: "Meneer, het is niet de gewoonte voor U als Jood, aan mij, een Samaritaanse vrouw, iets te vragen, omdat wij geen omgang met elkaar hebben", afscheiding. Zie?

     En Hij liet hen snel weten dat er geen afscheiding bij God is. En dus sprak Hij tegen haar en zei: "Als u wist tegen Wie u sprak, zou u Mij om drinken hebben gevraagd. Ik zou u water geven dat u hier niet komt putten."

     Ze zei: "De put is diep, en U hebt..."

     Wat was Hij aan het doen? Hij nam contact op met haar geest. Zie? Hij ving... Nu had Hij gezegd dat Hij genoodzaakt was daarheen te gaan. De Vader zond Hem, daarom moest Hij daar langs gaan. Nu, hier is de persoon in kwestie, maar Hij weet niet wat Hij zal gaan doen, omdat Johannes 5:19 zei, dat Hij niets deed totdat de Vader het Hem toonde.

62 Maar nu moest Hij uitvinden wat er met deze vrouw was... Waarschijnlijk had de Vader Hem getoond om daarheen te gaan, en daar is Hij nu. Hij weet niet wat Hij moet doen, maar hier komt een vrouw aan. Hij moet nu contact met haar geest opnemen. O, ik hoop dat u het ziet. En zo spreekt Hij met haar, voert een conversatie.

     En tenslotte begonnen ze over de plaatsen van aanbidding te spreken en hun verschillende stammen, of denominaties, enzovoort. En Hij zei: "O, de Vader zoekt zulken die Hem aanbidden in Geest en Waarheid." Dus tenslotte ontdekte Hij wat haar moeite was. En Hij zei tegen haar: "Ga uw man halen en kom hier."

     Ze zei: "Ik heb geen man."

     Hij zei: "U hebt het goed gezegd, want u hebt er vijf gehad, en degene waarmee u leeft, is niet de uwe." My.

     Kijk. Kijk naar het verschil tussen deze slecht bekendstaande vrouw en die priesters. Deze priesters zeiden, toen dat werd gedaan: "Hij is Beëlzebul, een waarzegger."

     Maar deze kleine slecht bekendstaande vrouw, zei: "Meneer, ik bemerk dat U een profeet bent. O, wij, wij Samaritanen weten dat er een Messias zal komen Die de Christus wordt genoemd. En wanneer Hij komt, zal dit Zijn teken zijn. Dat is wat Hij zal doen."

63 Bedenk dat Hij het nooit één keer voor de heidenen heeft gedaan. Zij zagen niet uit naar een Messias. Dit is hun dag. Zie? De Joden en Samaritanen keken uit naar een heiden, want de Jood was... Alleen half-Jood en heidenen vormden de Samaritanen.

     Dus zei Hij... Nu, kijk. Hij zei tot deze... "Ik bemerk dat gij een profeet zijt. Wij weten dat wanneer de Messias komt, welke de Christus wordt genoemd, dat dit Zijn teken zal zijn. Hij zal ons deze dingen tonen wanneer Hij komt."

     En Jezus zei: "Ik ben Hem, Die met u spreek."

     Weg snelde zij, de stad in, en luister naar haar boodschap: "Kom, zie een Man Die mij de dingen heeft verteld die ik gedaan heb. Is dit niet de Messias?" Wel, als Hij Dezelfde is gisteren, vandaag, en in eeuwigheid... Is het niet zo? En de Schrift zegt dat de mensen... Hij deed het nooit nog een keer. De Schrift zegt dat de mensen Hem geloofden op de uitspraak van de vrouw, daar zij wisten dat dit het teken van de Messias was. En Hij is Dezelfde, gisteren, vandaag, en in eeuwigheid. Dat is waar. Nu, is Hij... Zij zag dat dat het teken van de Messias was. De Joden zagen dat dat het teken van de Messias was.

64 Het kost ongeveer vijf minuten extra om er nu nog iets tussenin te plaatsen. Jezus zei dat er voor de komst van de Zoon des Mensen een dag zou komen zoals het in de dagen van Sodom was.

     Bedenk nu en houd dit altijd in gedachten: God is in drieën. U kent Zijn numeriek. God is volmaakt in drieën, zoals Vader, Zoon en Heilige Geest, enzovoort. Nu, merk op: drie. Er zijn altijd drie klassen van mensen, zoals Cham, Sem en Jafeth. En er zijn drie klassen van mensen die gewoonlijk bijeen zitten: dat zijn gelovigen, schijngelovigen en ongelovigen. U hebt dat in elke plaats. Dat heeft u. Nu, er is altijd geweest een... Kijk hier, Jezus neemt Sodom als voorbeeld zoals het was, dat het zo zal zijn bij de komst van de Zoon des mensen.

65 Nu, kijk. Lot was een bloedverwant, een neef van Abraham. Misschien gaan we deze week in op Abraham en op iets van zijn werk. En we zien dat Lot wegtrok en de wereld inging om in Sodom te wonen, o, met de dingen van de wereld. Hij werd de voornaamste man van de stad, misschien de burgemeester, of wat ook... Hij was een rechter, zat in de poort en oordeelde de mensen. Zijn vrouw behoorde in de stad bij elk genootschap dat er was. Toch had hij een aanraking van God. Dit is een type van de kerk in de eindtijd die in de wereld is, die nog steeds leeft in de dingen van de wereld, de natuurlijke kerk. Toen waren daar Sodomieten, waarvan u mensen hier weet wat zij waren.

66 Nu, daar waren... Abraham was een type van de eruit geroepen gemeente: was niet in Sodom, maar zat daar ver weg op de dorre vlakten van de bergen, boven de rijkdommen en zorgen van de wereld. Daar zijn uw drie klassen. Abraham eruit geroepen, en het woord gemeente betekent 'uitverkoren'. Abraham, de uitverkoren gemeente. Wij weten dat er een uitverkoren gemeente is. We weten dat de gemeente heeft voorbestemd. Ze zal voor Hem verschijnen zonder vlek of rimpel. Dat heeft Hij gezegd. Ik hoop dat ik er een lid van ben. En ik weet hoe je er lid van wordt: door te sterven aan jezelf, en eruit geboren te zijn. Dat is alles. Maar de uitverkoren gemeente...

     De Bijbel zegt, dat in de laatste dagen de antichrist zelfs de uitverkorenen zou verleiden indien het mogelijk was. Maar het is niet mogelijk. Zie? "Indien het mogelijk ware." Nu, merk op. Daar zijn de Sodomieten; daar is Lot, de lauwe; en hier is Abraham, die hier op deze onvruchtbare vlakte zit.

67 Nu, er kwamen op een dag drie Bezoekers, en die drie Bezoekers zagen eruit als mannen. Zij hadden stof op hun kleding. Zij kwamen bij Abraham zitten, en Abraham slachtte een kalf, en haalde wat maïsbrood en wat melk en wat kalfskarbonades en kwam naar buiten en gaf deze engelachtige Wezens voedsel, en zij aten het. Merk op. En hier waren zij. En twee van hen gingen naar Sodom om tot Sodom te prediken. Degene Die achterbleef, sprak tot Abraham.

     Laten we nu even deze dag nemen. Is het niet vreemd dat de natuurlijke kerk, buiten in de denominationele wereld, een grote zwiep heeft gehad; twee grote predikers? Is het niet vreemd dat in heel de wereld A-b-e-r-h-a-m en G-r-a-h-a-m nooit eerder werden aangetroffen? Dan kregen wij een broeder Oral Roberts, nog een groot man. En herinner u, zoals G-r... Of deze engelen die naar Sodom afdaalden; zij hebben geen enkel wonder verricht, behalve op een nacht toen zij met blindheid werden geslagen. En de prediking van het Woord slaat de ongelovige met blindheid. Hij wordt verblind door het Woord.

68 Laten we nu op Deze letten Die predikte tot de uitverkoren gemeente. Let op. Ongeveer een dag of twee eerder werd Abrams naam veranderd van Abram in Abraham, en Saraï (S-a-r-a-ï) in (S-a-r-a) Sara, prinses. En toen... Degene Die bij Abraham bleef, had Zijn rug naar de tent gekeerd, en Hij zei: "Abraham, waar is uw vrouw Sara (S-a-r-a)?" Het is Sara, prinses.

     Hoe wist Hij dat Hij, dat God zijn naam een dag of twee daarvoor had veranderd van Abram in Abraham, en haar naam van Saraï in Sara? Zie? Merk op. En hoe wist Hij dat hij zelfs getrouwd was? En hoe wist Hij dat hij een echtgenote had? Vrouwen van toen renden niet naar binnen om de plaats van hun man in te nemen zoals zij vandaag doen. Zij bleven in de keuken waar zij behoren te zijn. Maar toen... Maar sindsdien is er heel wat veranderd, en daarom...

69 Wij ontdekken dan dat zij achterin de tent was. Zei: "Waar is Sara, uw vrouw?"

     En herinner u, dat Abraham nu speciaal zei: "Zij is in de tent achter U."

     En Hij zei: "Abraham, Ik ga u bezoeken", dat Ik, dit persoonlijke voornaamwoord laat daar precies zien Wie Hij was. "Ik ga u bezoeken overeenkomstig de tijd des levens."

     Nu zijn wij een gemengd gehoor. U luistert naar uw dokter; ik ben uw broeder. Zij waren oud. Abraham was honderd jaar en Sara was negentig. De verhouding als man en vrouw was misschien al sinds tien, vijftien, of twintig jaar opgehouden. Zij hadden geen omgang meer met elkaar als man en vrouw.

70 En Sara, zoals wij het in Kentucky noemen, grinnikte. U noemt het hier glimlachen of zoiets. Lachte in zichzelf, is denk ik de uitdrukking. "Ik (niet hardop), ik," zei ze, "een oude vrouw, en mijn heer (welke Abraham, haar man was), ook oud, zouden wij weer genoegen met elkaar hebben?" Als jonge mensen, weet u. "Ik, een oude vrouw als zodanig, en hij zo oud?"

     En de Engel, met Zijn rug naar de tent gekeerd, zei: "Waarom heeft Sara gelachen?" Sprekend over...?... Wat voor soort telepathie is dat? Kijk. God zou Sara's leven ter plekke genomen hebben, maar Hij kon het niet omdat zij een deel van Abraham was. En dat is hetzelfde met de gemeente vandaag. Kijk, door al ons ongeloof en dingen had Hij ons van de aarde moeten wegnemen. Maar dat kan Hij niet; wij zijn een deel van Christus. Ziet u? Daarom vergeeft Hij ons onze zonden. Zie? Hij had haar moeten wegnemen. Wij zullen later dieper op deze dingen ingaan omdat onze tijd verstrijkt. Maar let op.

71 Nu, Jezus zei... Nu zegt u: "Wat was die man? Wie was hij?" Abraham behoorde het te weten. Abraham noemde Hem Elohim (Is dat juist?), 'De in Zichzelf Bestaande', God, Zelf vleesgemaakt. En het laat zien dat God in de laatste dagen...

     Hij zei: "Zoals het was in de dagen van Lot, zo zal het zijn bij de komst van de Zoon des mensen." God zou Zelf, in de vorm van de Heilige Geest, zo in Zijn gemeente zijn, zo volledig, dat Híj in de gemeente zou bewegen en werkzaam zijn: God in menselijk vlees (zie?), Die hetzelfde doet.

72 Als nu de Joden dit teken van de Messias aan het einde van hun tijd kregen, en de Samaritanen aan het einde van hun tijd, omdat zij ernaar uitzagen... Wij hebben tweeduizend jaar van prediken en theologie gekregen, en het is nooit eerder in de kerk geweest. En nu, hier in de laatste dagen, bij de sluiting, met de belofte van Christus en nog honderden of meer beloften van deze dingen die zouden gebeuren, dan, als wij Hem zouden willen zien en willen weten Wie Hij is, zal Hij gisteren, vandaag en in eeuwigheid Dezelfde moeten zijn. Dat is waar. Het moet hetzelfde zijn, Jezus beloofde dat dit hetzelfde zou zijn.

     En: "Heren, wij zouden Jezus willen zien." Hoe zou u Hem kennen?

73 Als ik vanavond Santa Maria zou binnengaan en een persoon tegenkwam die gekleed was zoals Hij, met sandalen aan, en misschien met een gewaad, en littekens over zijn hele gezicht, en spijkerafdrukken in zijn handen, zou dat de grootste huichelaar kunnen zijn die er in het land was. Iedereen zou dat kunnen nabootsen. Beslist.

     Maar waaraan herken je een boom? Wat zei Jezus waaraan je ze zou herkennen? Aan hun vruchten. Nu, u mensen hier in de omgeving bent citruskwekers. Nu, wat als u... Als u al het leven uit een sinaasappelboom kon halen en het over bracht in een... En al het leven uit een grapefruitboom haalt en het leven van een sinaasappelboom in de grapefruit plaatst, wat zou het dan voortbrengen? Sinaasappels. Jazeker. Het is het leven daarin wat het produceert. Is dat juist? Ik bedoel nu niet enten. Ik bedoel het leven eruit nemen. Dat is er vandaag aan de hand. U hebt teveel inenting en niet genoeg uitsterving en het leven eruit, en het nieuwe leven erin geboren. Dat is het.

74 Maar als nieuw leven... Als u het leven uit een pompoen haalt en het in een wijnstok doet, en het leven uit de wijnstok haalt, dan zou de wijnstok pompoenen dragen, omdat dat het leven daarin is. Dat zou het beslist. Het is het leven dat binnenin zit. Het leven in de gemeente produceert wat het is. Zie?

     Nu is in deze laatste dagen Zijn leven in Zijn gemeente, en Jezus Christus is Dezelfde, gisteren, vandaag, en in eeuwigheid. Wij geloven dat, is het niet? Nu, als Hij in deze gedaante gekomen is om hier bij de heidengemeente te verschijnen die uitziet naar Zijn komst...

     Als Hij nu de gemeente gewoon laat binnengaan op theologie alleen, dan deed Hij iets voor de Joden en Samaritanen dat Hem vandaag anders maakt. Dan bezocht Hij ons niet op die wijze. Dat kan Hij niet doen. Kijk, Zijn eerste beslissing hoe Hij Zichzelf bekend zal maken, is de manier waarop Hij het de tweede keer heeft gedaan, en dat is de manier waarop Hij het de derde keer zal doen, want Hij is Dezelfde, gisteren, vandaag, en in eeuwigheid. Dat is waar. Gelooft u het?

75 Ik zou wel de hele avond kunnen spreken. Het is al tijd voor mij om te eindigen, maar we zullen het tijdens de andere avonden brengen.

     Onderzoek die Schriftgedeelten wanneer u naar huis gaat. Kijk of God het heeft beloofd. Kijk of dat de manier is. Toon mij een manier waarop Hij Zich heeft bekendgemaakt op enige andere wijze dan op die manier, want de Bijbel verklaarde dat Hij een profeet zou zijn.

     Nu, ik geloof dat de Heilige Geest heden op de gemeente is gekomen. Ik geloof dat Hij kwam om alles te herstellen wat de rups en de kever, en zo verder, door de donkere eeuwen hebben afgevreten. En nu is het opgebouwd totdat het hier nu precies in de hoofdtijd is gekomen, want de avondlichten zijn de belofte van de profeet: namelijk dat het licht zal zijn in de avondtijd. [Zacharia 14:7 ]

76 De beschaving is met de zon meegereisd. De zon rees op in het oosten, en dezelfde zon, z-o-n, die opkomt in het oosten, is dezelfde z-o-n die ondergaat in het westen. Zoals de Bijbel zei, hebben wij een sombere dag gehad, die noch dag noch nacht genoemd kan worden, net genoeg om bij een kerk te behoren, goed te doen, enzovoort. Maar het zal licht zijn in de avondtijd. En dezelfde Z-o-o-n, Zoon van God, Die ginds in het oosten opging over het oosterse volk en Zijn zegeningen en kracht heeft getoond... Het is een sombere dag geweest, maar nu is er aan de Westkust... Als wij nog verder gaan, gaan wij weer terug naar het oosten naar China, terug naar het oosterse land.

     Wij zijn aan de Westkust, en de Z-o-o-n verschijnt vóór Zijn komst. Onthoud dat verschijning en komst twee verschillende woorden zijn. Zie? Hij verschijnt nu in de gemeente, Zich levend tonend na tweeduizend jaar. "Heren, wij zouden Jezus willen zien."

77 Nu, als u gelovigen... Hoeveel gelovigen zijn hier? Als... Ik zou het niet kunnen doen. Ik kan Hem niet brengen. Wij zijn allemaal nodig om dat te doen. Ik ben slechts een deel van Hem, en u bent een deel van Hem. Maar als u ziek en behoeftig bent; ik ben uw broeder. En zij... God heeft in de gemeente geplaatst... Nu, er zijn negen geestelijke gaven die in elk lokaal lichaam voorkomen, namelijk tongen, vertolking van tongen, en profetieën, enzovoort. Maar er zijn vijf voorbestemde bedieningen van de gemeente: apostelen, profeten, leraars, herders en evangelisten. Dat is wat God in de gemeente heeft geplaatst. De Heilige Geest... Dat is een bediening.

     De Heilige Geest zou misschien vanavond op één mogen vallen die in tongen spreekt, en de ander geeft de profetie, enzovoort. En de volgende avond zou het op iemand anders kunnen zijn, en op iemand anders, op die manier. Dat zijn lokale gaven in het lichaam om ons op orde te houden.

     Maar in de gemeente zijn slechts vijf bedieningen: apostelen (wat zendelingen betekent), apostelen, profeten, leraars, herders en evangelisten, welke God in de gemeente plaatst.

     Maar laten wij nu met heel ons hart geloven dat door deze bedienende gaven de grote God des hemels vanavond Christus onder ons zal zenden, zodat wij Jezus zullen zien. Laten we nu bidden terwijl wij onze hoofden buigen.

78 Hoogst genadige Vader, tot Wie wij zijn gekomen om in Zijn tent te wonen, om in de grote economie van God hier op aarde te leven, en om hier geleid te worden zoals het in de hemel is, moge het Koninkrijk van God komen en de wil van God vanavond onder ons worden gedaan. Sta het toe, Vader. En... Slechts een paar woorden van U, of één woord van U, nadat ik vanavond zoveel van Uw beloften heb aangehaald... Maar de mensen wachten er enkel op om te zien dat U het zegt. Uw Woord zal het bewijzen, Vader. Nu, mijn woorden; ik kan slechts zeggen wat U hebt gezegd. Maar nu, als U alleen maar wilt zeggen dat het de waarheid is, Here, door het Woord te bevestigen, dan zullen wij vanavond hier vandaan gaan zoals degenen die van Emmaüs kwamen, zoals wij in ons eerdere gebed reeds hebben gevraagd, zeggend: "Brandden onze harten niet binnenin ons?"

79 Nu, Vader, ik bid, terwijl wij tezamen vergaderd zijn, dat U in de volgende paar minuten deze zelfde dingen onder ons wilt doen die U tweeduizend jaar geleden deed vóór Uw kruisiging, toen U op aarde was. Dan zullen wij weten dat U Dezelfde bent, gisteren, vandaag, en in eeuwigheid, en weten dat er geen macht, geen tijd, geen tijdperk, nee niets ooit onze opgestane Christus kan doden. Hij leeft voor eeuwig en heeft de sleutels van dood en hel, en giet de wateren des levens vrijelijk uit, want wie wil, mag komen en drinken. Schenk het, Vader.

     Vergeef ons nu onze zonden en trek ons, als het ware, dicht aan Uw zijde. Omhul ons met Uw tegenwoordigheid en schenk ons deze dingen waarover wij vanavond gesproken hebben ter bevestiging van Uw eigen Woord. In Jezus Christus' Naam vragen wij het voor Gods glorie en voor de opbouw van Zijn gemeente, en voor degenen die tijdelijk rondom deze stad verblijven. In Jezus' Naam bidden wij. Amen.

80 Welnu, alstublieft... Billy, heb jij wat kaarten uitgedeeld? Nu, elke dag... Ik neem aan dat zij... dat broeder Borders aan ons heeft uitgelegd wat we moeten... de manier waarop wij het doen. We komen elke dag hierheen en delen de gebedskaarten uit als u ze wilt. De jongen komt hier voor u staan, schudt deze gebedskaarten en geeft ze aan ieder die er een verlangt. En dan daarna; niemand weet vanaf waar de oproep zal starten. Met kleine samenkomsten zoals deze zou het wellicht weinig verschil maken.

     Maar wanneer je grote bijeenkomsten hebt, lopen ze elkaar bijna onder de voet en dergelijke, en dat willen we niet. Het is geen... Hoewel het eruit ziet als een arena, is het nu toegewijd aan het Koninkrijk van God. Het is een kerk. En wij zijn hier om eerbied en orde te hebben. En wij zien uit naar de komst van de Here Jezus en Zijn tegenwoordigheid onder ons, en we moeten eerbiedig zijn.

     Nu, ik bedoel er niet mee om niet de Here te prijzen. Ik geloof, o my: "Als zij zwijgen, zullen de rotsen het ogenblikkelijk uitroepen." Ziet u? Zij... Ik geloof erin om de Here te aanbidden. Maar wij moeten met eerbied voor Hem verschijnen in Zijn tegenwoordigheid.

81 Nu, ik geloof... Was het niet 1 tot 100, of...? Hij zei net dat er hier niet zoveel waren om kaarten aan uit te delen, daarom roepen we voor een ogenblik onze kaarten op, daarna zullen we... Daar zij gebedskaarten kregen... En als zij zijn geweest, dan kunnen we...

     Deze dingen komen niet alleen voor in samenkomsten zoals deze. Er zitten hier enkele mensen die met mij meegaan naar samenkomsten. O my. Thuis kunnen ze u vertellen... Duizenden en tienduizenden gebeurtenissen, en niet eenmaal heeft het ooit gefaald; het zal nooit, en het kan niet. Zolang het God is, kan het niet falen.

82 Laten we oproepen... Wie heeft kaart nummer 1, kijk waar die is. Zij kunnen... Gebedskaart nummer 1? Nummer 2, gebedskaart nummer 2? Nu kan het zijn dat iemand doof is, of iemand die Spaans spreekt. Wie kan Spaans spreken? 2? Goed. 1, 2, kom direct hierheen.

     Laten we hier voor enkele minuten een kleine rij opstellen, een kleine gebedsrij. 1, 2. Steek uw hand op wanneer ik uw nummer oproep. 2, 3? Wie heeft 3, gebedskaart nummer 3? O, daar? Kom gelijk hierheen.

     Als u niet kunt opstaan, zullen we u dragen. Nummer 3, nummer 4? Wie heeft 4? 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. Goed, 5. Wie heeft 5? Goed meneer. Nummer 6, nummer 7. Nummer 7 zag ik niet. Pardon. Nummer 7, waar? Precies daar.

     Luister nu heel aandachtig, zodat we... Kijk, soms wanneer zij de samenkomst verlaten, zeggen ze: "Broeder Branham, ik..." Schrijven mij een brief, bijvoorbeeld: "Ik was doof. Niemand vertelde het mij. Mijn nummer werd geroepen en ik ben daar niet boven gekomen."

     U hoeft niet hierboven te komen. U moet geloof hebben. Maar soms heeft iemand iets in zijn leven gedaan wat het veroorzaakt heeft. Nu, als u bang bent dat uw zonden worden uitgeroepen, kunt u maar beter uit de gebedsrij vandaan blijven. Zie?

83 Welnu, 7, 8, 9. 8, wie heeft 8, gebedskaart 8? Goed, deze dame hier. 9, wie heeft 9? Gebedskaart nummer 9? Hoe zeg je dat in het Spaans?...?... 9? 10? Iemand kwam misschien binnen en ging naar huis. 10? Nee. Had u 10, dame? 11? 11?

     Zeg, luister, vriend. Wanneer u voor een kaart komt, neem de kaart dan niet tenzij u hem gaat gebruiken. Laat iemand anders hem hebben die hem verlangt (ziet u?), om in een gebedsrij te komen. Laten we daar even stoppen. Wij bidden gewoon voor dezen hier.

84 Hoevelen zijn hier die geen gebedskaart hebben, en u verlangt van God om u te genezen? Steek even uw hand op. Goed. Het lijkt erop of het praktisch overal is, daar achterin.

     Nu kijk. Er was eens een kleine vrouw. Zij had geen gebedskaart, maar zij geloofde in Hem. En ze zei: "Als ik maar de zoom van Zijn kleed kan aanraken, dan zal ik gezond worden." Is dat juist? Welnu, en zij raakte Hem aan.

     Bedenk nu, dat Hij niet wist wat haar moeite was, maar Hij zei: "Wie heeft Mij aangeraakt? Wie raakte Mij aan?"

     En Petrus berispte Hem, zei: "'Wie raakte Mij aan?' Wel, iedereen raakt U aan."

     Hij zei: "Maar Ik bemerk dat deugd..." Dat is kracht. "Ik werd zwak." Hij zei: "Deugd is van Mij uitgegaan. Wie raakte Mij aan?"

     Hij keek over het publiek heen totdat Hij tenslotte de kleine vrouw vond die Hem had aangeraakt. Zij kon wel ver achteraan hebben gestaan of hier ergens. En Hij vertelde haar over haar bloedvloeiing en zei dat haar geloof haar gered had. Hoevelen kennen die geschiedenis? In orde. Nu, luister nu aandachtig. Houd het in de Schrift.

85 Als Hij Dezelfde is, gisteren, heden, en in eeuwigheid, dan zegt de Bijbel... Deze geestelijken, uw voorgangers hier, zullen... Zegt de Bijbel niet dat Hij precies nu een Hogepriester is Die kan worden aangeraakt door het voelen van onze zwakheden? Is dat waar? Hoe zou Hij dan handelen? Als Hij dezelfde Hogepriester is, zou Hij op dezelfde manier handelen. Is dat juist? Hoevelen geloven dat nu? Hij zou op dezelfde manier handelen. Raakt u Hem dan aan met het gevoel van uw zwakheden.

     Zeg: "Ik... Here, ik geloof U en ik wil dat U mij geneest. Ik weet dat die man die daar staat mij niet kent, maar laat mij Uw kleed aanraken. Vader God, wees mij genadig. Nu vertelde hij mij dat U Dezelfde was, en U bent de Geest Die hier is, Degene Die wij niet zien. Maar ik geloof dat ik een gelovige ben, en ik heb U lief, en laat mij Uw kleed aanraken. Spreekt U dan terug door onze broeder evenals U deed door Uw Zoon. En... en dan zal ik... Het zal aan mij bevestigen dat U Dezelfde Here Jezus bent."

     Zou dat niet fijn zijn als Hij dat deed? Nu, geloof het, en zie of Hij het niet zal doen. Geloof het slechts.

86 De eerste man die nu komt... Dit is een man, nu, een man waarschijnlijk jonger dan ik. Ik ken hem niet, heb hem nooit in mijn leven gezien. Hij is gewoon een man. Ik veronderstel dat wij vreemden voor elkaar zijn. En nu, zodat de toehoorders mogen weten dat wij vreemden voor elkaar zijn, houden wij onze ... Steek uw hand zo op om te tonen dat wij vreemden voor elkaar zijn.

     Nu, voor zover ik weet, heb ik hem nog nooit gezien. Hij heeft mij misschien ergens in samenkomsten gezien. Als hij in andere samenkomsten of zoiets is geweest, kan hij mij hebben gezien. Maar om te zeggen dat ik hem ken, nee. Ik weet niets over hem. Maar God kent hem wel. Welnu, hier zijn twee mensen die elkaar voor het eerst in hun leven ontmoeten.

87 En nu, als die man ziek was en ik iets zou kunnen doen om hem te helpen, dan zou ik het zeker doen. Ik zou hem helpen. Ik zou alles willen doen wat ik maar kan om hem te helpen. En als ik hem kon genezen, zou ik het zeker snel doen.

     Maar genezing ligt niet in mij. Genezing is iets wat reeds gedaan is. "Door Zijn striemen werden wij genezen." Elke zonde werd vergeven toen Jezus aan het kruis stierf. Elke zondaar werd vergeven. Als het niet zo was, zou God de hele wereld vernietigen. Het is het bloed van Jezus Christus dat nu als een bumper de wereld bijeen houdt. Maar op een dag zal dat bloed worden weggenomen.

     En dan, als u sterft in uw zonden en deze verzoening niet accepteert, staat u voor God als een zondaar. Zie? Maar zover het uw zonden betreft, die zijn u reeds vergeven; maar u moet het accepteren. En genezing is reeds volbracht. "Door Zijn striemen," zei Petrus, "werden (verleden tijd) wij genezen." Nu, u zult uw genezing moeten accepteren.

88 Nu, uw voorganger vertelt u erover. Broeder Roberts komt langs en bidt en legt handen op de mensen, en zo, op die manier. Dat is bevestiging. Nu bijvoorbeeld tot deze man hier... Als ik zou zeggen: "Meneer, wat is uw probleem?" Hij zou het mij waarschijnlijk vertellen, en misschien komt hij niet voor zichzelf; misschien staat hij hier voor iemand anders. Misschien is hij... misschien heeft hij financiële problemen; misschien huiselijke problemen; misschien heeft hij iets gedaan in zijn leven wat hem weerhoudt. Ik weet het niet. Hij staat daar gewoon. Hij is een man.

     Maar de Heilige Geest weet alles over hem. En als de Heilige Geest hem kan vertellen wat geweest is, zal hij weten of dat juist is of niet. Zeker zou Hij hem kunnen vertellen wat zal zijn. Als Hij hem kan vertellen wat geweest is, weet hij of het wel of niet waar is. Dan kan hij weten wat Zijn belofte zal zijn, het zal op die manier zijn. Het moet eenvoudig zo zijn. Gelooft u dat?

89 Nu, moge de Here uw verzoek toestaan. Jezus, Dezelfde, gisteren, heden, en in eeuwigheid. "Heren wij zouden Jezus willen zien." Onze liefderijke Heer Die hier is in de vorm van de Heilige Geest – vertrouwend dat Hij op deze man is, op mij, en door uw eigen geloof in een Goddelijke gave gezonden door God – sta het verzoek toe. Ik vertrouw erop. U niet kennend, niets over u wetend, volkomen vreemdelingen, en als de Here mij wil vertellen waarvoor u hier bent, of iets over u...

     Nu, als u zegt... wat als... Iemand daarginds vraagt zich af wat hij nu aan het doen is? Precies wat Jezus deed met de vrouw bij de bron. De Vader zond mij naar Santa Maria. Nu ben ik hier. Ik weet niet waarvoor. Maar hier is de eerste persoon die voor mij verschijnt, daarom spreek ik met hem zoals Hij deed met de vrouw bij de bron. Het is om contact met zijn geest te krijgen.

     U zegt: "Nu, wat is dat?" Wacht even een ogenblik. Laten wij dit nu uiteenzetten. Ik voel daar vandaan iets binnenkomen. Zie?

90 Kijk. "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. En het Woord is vleesgeworden en heeft onder ons gewoond." Is dat juist? Hebreeën 4:12 zegt: "Het Woord van God is scherper en krachtiger dan een tweesnijdend zwaard, scheidt merg en been vaneen, en is een onderscheider van de gedachten en overleggingen van het hart." Is dat juist? Het Woord van God... "Indien gij in Mij blijft en Mijn Woord in u..." Ziet u wat ik bedoel? Het is het Woord vleesgemaakt onder ons (zie?), het Woord. En dat Woord dat daar voorheen was, dat niet kan veranderen, is hetzelfde Woord vanavond wat Dezelfde Messias zou verklaren (niet mij, maar Hem), dezelfde Messias. Ik geloof dat deze man dit gelooft.

91 Ik ga wat dichter bij de microfoon staan, want soms wanneer visioenen komen, weet ik niet wat ik zeg. Het is gewoon ergens anders. Ziet u? Kunt u mij goed horen, iedereen? Nu weet ik niet of Hij hem iets zal vertellen of niet, maar ik geloof dat Hij het zal. Welnu, als ik kracht had om u te genezen dan zou ik het doen. Maar ik maak u slechts bekend dat u al genezen bent als u genezing nodig hebt of wat er ook verkeerd is.

92 Maar gelooft u dat ik Zijn dienstknecht ben? Dat is wat Hij mij vroeg, de engel die... Hebt u die foto van de Vuurkolom gezien? Zij hebben hem hier nu. Zie? Ziet u die foto? Hebt u het op die foto gezien? Dat staat nu precies tussen u en mij in, precies nu. U hebt een maagkwaal, had een operatie... Dat is waar, is het niet? Gelooft u? Nu. "Wij zouden Jezus willen zien."

     Ik kan u nu niet precies vertellen wat Hij heeft gezegd. Dat was ik niet. Ik weet niets over de man. Wat het ook is, ik zal dat terugvinden op de bandrecorder. Ik weet niet eens wat ik hem heb verteld. Het was ergens anders. Ik zag iets gebeuren, maar ik kan u nu niet vertellen wat het was. Zie? Dat was Hij.

93 Waarom is het bij het begin van de samenkomsten dat je altijd iemand hebt die zegt: "Hij raadt dat." Ik raadde dat niet. Dingen die miljoenen keren zo perfect zijn, raad je niet. Hier, als u denkt dat het een raden was, wacht even. Kijk mij weer aan, meneer. Laat me even zien. Jazeker. Maagkwaal, een operatie. Dat is... dat is juist. Dat is waar. U komt niet hier vandaan. U komt uit Bakersfield. Dat is waar. Dat is uw vrouw die daar zit. Zij is ook ziek, wil dat er voor haar gebeden wordt. Gelooft u dat God mij vertellen kan wat haar kwaal is? Blaaskwaal. Is dat zo? Steek uw hand op als dat waar is. Goed. Meneer Ackley, u kunt naar huis terugkeren. U wordt beiden gezond. Jezus Christus maakt u gezond. Geloof met heel uw hart.

94 U zegt: "Hoe weet u zijn naam?" Wel, het is dezelfde Messias. Kunt u het niet zien? Niet ik; Hij. Gelooft u nu? Nu, als u wilt zeggen: "Prijs de Heer", kunt u het zeggen. Zeg: "Prijs de Heer." God is een voorwerp van aanbidding. Wij moeten met heel ons hart geloven.

     Hoe maakt u het, dame. Ik ben een vreemde voor u, ken u totaal niet. Maar God kent u. Gelooft u dat, als God mij kan vertellen wat uw kwaal is, of iets wat op uw hart ligt, gelooft u dat u in orde zult komen? Ja? U bent in een ernstige toestand, dame, overschaduwd met de dood (zie?), een donkere schaduw: had kanker, operatie, maag, bent in een zeer slechte toestand. Dat is waar. Maar als u God zult geloven met uw gehele hart, is dit de enige gelegenheid, het enige wat u hebt om gezond te worden.

95 Op een avond zaten enige melaatsen bij de poort die zeiden: "Als wij naar binnengaan, betekent het dood daarbinnen, omdat ze elkanders kinderen opeten." De Syriërs hadden hen belegerd. "Als wij hier blijven zitten, sterven wij. Maar als we naar het kamp van de vijand gaan, zouden ze ons kunnen sparen." Zie?

     Maar ik zie die donkere schaduw over u. Nu, u wordt niet gevraagd om naar het kamp van de vijand te gaan; u wordt gevraagd en verwacht bij de troon van de liefhebbende Vader. Wilt u Hem geloven? Kom even hier. Laat mij uw hand pakken. Hemelse Vader, terwijl de Heilige Geest hier is, deze boosdoener die deze vrouw aan het doden is... Zij kan niet veel langer meer leven. Moge de kracht van de almachtige God die vijand vervloeken, en mag zij leven. Terwille van het Koninkrijk van God vraag ik het in Jezus' Naam. Amen. God zegene u. Twijfel nu niet. Ga in geloof.

     Nu, u moet geloof hebben om te geloven. "Indien gij kunt geloven, zijn alle dingen mogelijk."

96 Hoe gaat het met u? Gelooft u met uw hele hart? U weet dat ik u niet ken. Wij zijn vreemden voor elkaar, maar God kent u. U bent hier niet voor uzelf. U bent hier voor iemand anders, twee mensen. Een van hen is hier in Californië, en de ander is in Arkansas. Geloof met heel uw hart: een met een oog, de ander...?... problemen. Geloof met heel uw hart en zij zullen beiden gezond worden. Amen. Moge God u zegenen. Heb geloof.

     Gelooft u? Twijfel helemaal niet. Dat trof u, nietwaar, zuster? Vooral toen ik 'kanker' zei... Vrees niet. U hebt Hem aangeraakt. Wie heeft zij aangeraakt? De kleine dame lijdt daar aan huidkanker. Het komt steeds bij haar terug. Als dit waar is, steek dan uw hand op. Geloof. God zegene u. Het ding zij vervloekt. Als u genoeg geloof hebt om de zoom van Zijn kleed aan te raken, zodat Hij door mij terug wilde spreken en mij vertelde waarover u sprak; heb dan geloof. Gelooft u? Heb geloof in God.

97 "Heren, wij zouden Jezus willen zien." Dat is Hem, de Lieflijke, Die u hier heeft gered. Hier is Hij, precies hier in de laatste dagen, vlak voordat de gemeente wordt binnengebracht, Zichzelf precies hier bewijzend als Dezelfde gisteren, heden, en in eeuwigheid. Denk u eens in! Wat Hij al heeft gedaan, wat Hij reeds heeft gedaan, is veel meer dan wat Hij lang geleden in de eerste gemeente heeft gedaan. Denk daaraan. Precies wat de Schrift beloofde, omdat Hij het niet kon doen tot op deze tijd. Ik sla nu de mensen gade. Wees heel eerbiedig, overal waar u bent. Bid, geloof God. God zal het u schenken.

98 Gelooft u dat God u geneest van die beenkwaal? Er is iets verkeerd met uw been. Geloof met heel uw hart. Nu, wat raakte zij aan? Kijk, zij heeft Hem aangeraakt. Zie, zo werkt het. Zie? Twijfel niet. Het zal gezond worden. U moet nu bij hetzelfde geloof blijven dat u nu hebt. Als u ooit uw geloof laat varen, zal het terugkomen. Blijf geloven. Dat is alles. Blijf bij hetzelfde geloof. Petrus liep zolang hij geloofde, maar toen hij begon te twijfelen, begon hij te zinken. Doet u dat nu niet. U hebt er genoeg geloof voor. Bent u overtuigd dat Jezus Christus met ons is? Hier of daar in het gehoor, u hoeft geen gebedskaarten te hebben. U moet alleen geloof hebben. Is Hij niet dezelfde Messias?

99 Wij hebben nog een dame hier op het podium. Laten we even met haar praten. Nu, beseft u dat alles nu om mij heen rond en rond wervelt? Zie? Als één persoon die Zijn kleed aanraakte de Zoon van God zwak maakte, wat dan met mij, een zondaar gered door genade? Zie, zie? Daniël zag één visioen en had gedurende vele dagen last van zijn hoofd. Nu kunt u zich voorstellen wat het bij je doet.

100 Wat probeert het... wat probeert Hij te doen? Dat u allen Hem gaat geloven. Hij is hier. Zijn tegenwoordigheid is hier. Het maakt niet uit wat uw probleem is. Geloof Hem. Betwijfel het niet. Heb alleen geloof.

     Kijk hier, zuster. Gezien de vibratie van de geest die bij u vandaan komt, bent u een gelovige. Kijk, u gelooft. Ik ben een gelovige. En wij staan hier voor de eerste keer, neem ik aan, in een ontmoeting in dit leven, zover als ik weet. U zou mij ergens in samenkomsten of zo gezien kunnen hebben. Of is dit de eerste keer dat wij elkaar ontmoeten? Hebben wij elkaar eerder ontmoet? Maar ik ken u niet. Nee, ik ken u niet. Goed. Natuurlijk zijn er zoveel mensen die de samenkomsten bijwonen in verschillende plaatsen, dat ik het niet zou kunnen weten.

101 Maar als de Here mij kan vertellen waarvoor u hier bent, of iets over u, dan zou het zeer overtuigend zijn dat Hij er alles van weet, zou het niet? Zou het dat voor u allen zo zijn? Ze schijnt een aardige persoon te zijn, en toch zou zij een bedriegster kunnen zijn terwijl ze daar staat. Als dat zo is, let op wat er gebeurt. Wij hebben ze gehad die dit deden.

     Welnu, de dame is ziek. Zij heeft ook een maagkwaal: twee zweren, echt nerveuze complicaties, gewoon... Dat is waar. Erg, erg ziek. Gelooft u dat Hij u zal genezen? Zijn deze dingen waar die net gezegd zijn? Steek uw hand op als dit waar is. Nu, gelooft u?

     Zij is zo'n aardige persoon, ik denk dat ik wat meer met haar zal praten. Natuurlijk, hoe meer je spreekt, hoe meer het vertelt, hoe zwakker je wordt. Daar zij zo'n... goed geloof schijnt te hebben... Ik weet dat u dat hebt, zuster. Uw moeder is ook ziek. Gelooft u dat Hij mij kan vertellen wat er verkeerd is met uw moeder? Bloedingen in de darmen. Dat is juist. Uh-huh. Uw vader in het ziekenhuis, blaasoperatie. En uw man daar heeft spataders in zijn benen, hij...?... Nu, geloof alleen en ga...?...

102 Kom, geloof Hem nu met geheel uw hart. In orde, meneer. Kom. Gelooft u dat God die rugkwaal van u kan genezen, u gezond kan maken? Ga verder over het podium en zeg: "Dank U, Here Jezus, ik ben..." Goed, meneer.

     Vertel hem om die andere kant op te gaan, Paul. Of, kom deze kant op, als u wilt. U weet, meneer, dat Hij een hartkwaal evengoed kan genezen als dat Hij iets anders kan genezen. Gelooft u dat? In orde, meneer. Loop gewoon verder dit podium af en zeg: "Dank U, Heer, voor mijn genezing en gezondmaking." Uh-huh. Amen.

103 Natuurlijk ziet iedereen hoe stijf hij is. Zou u de zalving van de Heilige Geest geloven als ik gewoon handen op u leg, zodat u gezond wordt? Kom even hier. Zie? Onze hemelse Vader, in de Naam van Jezus Christus bid ik dat U hem gezond maakt. Amen. Betwijfel het nu niet. Ga nu in geloof. Heb geloof.

     Dat is goed, dame, kom gelijk voorwaarts. Goed. U bent nerveus, hebt een hartprobleem, haperingen, van alles, hoofdzakelijk nadat u gegeten hebt en gaat liggen. Het is eigenlijk niet uw hart. Het is een zenuwgesteldheid. Als u... U hebt een nerveus hart. Als u met heel uw hart gelooft, zal de zaak stoppen, zal het u niet meer lastig vallen. Gelooft u dat? Dan, ga uws weegs en zeg: "Dank U, dierbare God", en wees gezond.

     Het is een conditie van het bloed, bloedarmoede. Maar gelooft u dat God u vanavond een transfusie van Golgotha kan geven? U accepteert dat? Ga nu en geloof met uw gehele hart, en mag...?...

104 Gelooft u, iedereen hierbinnen, gelooft u met heel uw hart? "Heren, wij zouden Jezus willen zien." Beseft u, vrienden, dat dit hier Zijn tegenwoordigheid is? Bent u het zich bewust? Herkent u dat echt lieflijke, zachte nederige gevoel? Welnu, opnieuw, hoevelen van u zijn nu gelovigen, en geloven het met heel uw hart?

     Nu, ik wil u vertellen wat de Bijbel hier zegt. In de laatste opdracht die Jezus aan Zijn gemeente gaf, zei Hij: "Deze tekenen..."

     Ik zag daar achteraan iets gebeuren. Die nierkwaal heeft u verlaten. Vergeet het gewoon.

     "Deze tekenen zullen degenen volgen die geloven." Terwijl de Heilige Geest nu tegenwoordig is, en u genezen wilt worden: "Deze tekenen zullen degenen volgen die geloven: als zij hun handen op de zieken leggen, zullen zij herstellen." Is dat juist? Nu, leg uw handen op iemand die naast u zit. Leg even uw handen op iemand die naast u zit. Bid nu niet voor uzelf, bid voor hen, want zij bidden voor u. Zie? En laten wij nu bidden dat God iedereen in het gebouw zal genezen.

105 Onze hemelse Vader, ik offer mijn gebed vanavond voor degenen die in nood zijn. Zij hebben hun handen op elkaar gelegd. Gij zijt altijd aanwezig om te genezen. Wij zouden U, Heer, niet meer kunnen betwijfelen. U bent hier. Wij weten dat deze mensen dat niet zouden kunnen; noch zou ik het kunnen. Wij zijn ons allen bewust dat het God is Die onder ons is, de grote Vader God in de vorm van de Heilige Geest. De grote Jehova is in ons midden.

     Hij heeft gezegd, toen Hij hier in de gedaante van de Here Jezus was, Hij zei: "Deze tekenen zullen degenen volgen die geloven. Als zij hun handen op de zieken leggen, zullen zij genezen. Het gebed des geloofs zal de zieke redden en God zal hen oprichten. Als zij zonde hebben gedaan, zal het hun vergeven worden."

106 O, God des hemels, vergeef ons ongeloof. Wij weten dat de enige zonde die er is, de zonde van ongeloof is. En moge de Heilige Geest precies nu zo op elk persoon komen dat zij niet meer ongelovig zullen zijn vanwege de tegenwoordigheid van Christus vanavond, Die Zich na tweeduizend jaar levend vertoont, het Woord Zelf hier staande onder ons en in ons, Zijn Woord openbaar makend.

     Satan, jij die deze mensen hebt ziek gemaakt, hun lichamen hebt verwond, ze hebt aangetast, je bent een verslagen wezen. Onze Here Jezus Christus heeft je op Golgotha verslagen. Je bent verslagen. Je hebt totaal geen macht. En wij komen gelovend met ons geloof open voor God. Verlaat ieder van hen. In de Naam van Jezus Christus, kom uit deze toehoorders. En mogen zij naar huis gaan, vrij van alle ziekten en kwalen.

107 Met onze hoofden gebogen terwijl u doorgaat met bidden, is hier een zondaar, man of vrouw, jongen of meisje, die Christus niet kent als zijn Redder, en u gelooft dat deze handeling van de Heilige Geest overeenkomstig het Woord van God is, en u wilt gered worden? Zou u vanavond hier naar dit kleine altaar toe willen komen, en dat ik uw hand schud en met u bid? Zou u nu willen komen? Sta dan op van uw stoel.

     Ik houd er niet zo van om aan te dringen. Als de Heilige Geest niet door Zijn werken kan overtuigen, dan hoef ik u niet te overreden. Maar als u... Als u zich bewust bent dat u niet in orde bent met God, en u zou verlangen dat wij voor u bidden, dan zijn wij hier om dat te doen. Wij zijn de openbare dienstknechten van de Here Jezus Christus. Ik en deze predikers hier samen zijn hier om u te helpen, om u aanwijzingen te geven hoe u Jezus als uw Redder kunt vinden.

108 Als u zou willen komen, kom dan nu, terwijl wij dat lied neuriën wat hij daar speelt: "Bijna bewogen", als u ons een akkoord daarvan kunt geven, broeder. En terwijl elke Christen in gebed is, en het de tegenwoordigheid van de Heilige Geest is... Zijn hoofddoel is om iemand te redden, iemand gered te krijgen. Nu, terwijl wij onze hoofden gebogen hebben, laat iedereen nu voor elkaar bidden...

Bijna bewogen nu te geloven;
Bijna bewogen Christus te ontvangen;
Het schijnt nu...

109 Wilt u niet komen terwijl we nu wachten? Als u niet onder het bloed van Christus bent, hoe zou u daar kunnen staan en het werk van God zien – wat u uit de Bijbel is verteld en hier onder ons is geopenbaard – om daarna weg te lopen zonder Hem te kennen? Wilt u niet komen? Wij nodigen u nu uit. Nog eenmaal, terwijl wij het neuriën. Wij allen tezamen. [Broeder Branham en de gemeente neuriën het lied – Vert]

     Nu, denkt u dat Hij niet weet waar u aan denkt? Jazeker. Ik kan het precies hier zien. Twijfel niet meer. Kom. Waarom leven in verwarring? Kom. Wees zeker, want morgen kan het te laat zijn. Dit zou uw laatste dag op aarde kunnen zijn. Geloof nu en kom. Zou u niet willen?

     Nu, met onze hoofden weer gebogen.

Bijna...

     Iedereen in gebed nu, elke Christen. God zegene u. Ik bid met u. Bid dat God u zal redden, u zal genezen en u gezond zal maken, u gezondheid en kracht zal schenken.

Het schijnt dat een ziel zegt:
"Ga, Geest, ga Uw gang..."

     Hoe zou u een geschiktere dag kunnen vinden die geschikter is dan deze, met Zijn tegenwoordigheid hier, Die zelfs weet wat u denkt?

U zal ik aanroepen.

110 Onze hemelse Vader, wij zijn dankbaar voor Uw tegenwoordigheid. Hier in deze kleine arena vanavond, waar misschien basketbal wordt gespeeld en oefeningen van het leger zijn, bent U vanavond ook soldaten aan het oefenen en trainen, Here. Het grote leger des heils van God, hen trainend in geloof om te geloven, om van hieruit weg te gaan als echte zielenwinners, die de telefoon zullen pakken en de buren opbellen om de mensen binnen te krijgen, om degenen die geen Christenen zijn binnen te brengen, zij die ziek zijn en aangevochten.

     Vader, ik bid dat elke persoon die ziek of gekweld deze zaal binnenkomt, genezen zal worden; en elke zondaar die door deze deuren binnenkomt totaal geen vrede zal hebben totdat hij naar U toe komt; dat elke gelovige die deze deuren binnengaat gedoopt zal worden met de Heilige Geest, en dat grote tekenen en wonderen mogen worden gedaan, Here. Wij danken U, Heer.

111 Na tweeduizend jaar zien wij het onfeilbare bewijs dat we nog steeds Jezus kunnen zien. Hij verschijnt in ons midden. Net voor Zijn komst brengt Hij Zijn verschijning in Zijn gemeente, het laatste teken dat Hij deed voor de Joden totdat Hij met hen was geëindigd. Het laatste teken dat Hij heeft gegeven voordat de heidenen worden beëindigd, is getoond. Wij weten dat dit het laatste teken was dat Abraham kreeg eer Sodom verbrandde. Het is het laatste teken.

     Wij beseffen dat de predikers daarbuiten vanavond in Sodom zijn; er zijn grote opwekkingen gaande door Chicago en over de wereld. Grote tekenen en wonderen vinden plaats, predikers die prediken, schreeuwen het uit, voorgangers pleiten en smeken, grote wonderen worden over de gehele wereld verricht door de Heilige Geest: genezingen, tekenen, wonderen...

112 God, U zendt nooit deze dingen... U zendt nooit een oordeel tenzij U eerst hebt gewaarschuwd, en wij zien dat het waarschuwingssignaal omlaag staat. Het rode licht flitst. O God, mogen mannen en vrouwen bezorgd om elkaar zijn, mogen zij bekommerd zijn over deze verdorven generatie van mensen die verloren gaan, hier weggaan zonder God te kennen, die in zonde zullen sterven. En o, hoe... wat een verschrikking zal het op die dag zijn wanneer zij het geschrei en geweeklaag horen. Er zal nooit nog een gelegenheid zijn die zij ooit zullen zien.

     Vader, als de president vanavond naar deze stad zou komen, zouden de vlaggen gehesen zijn, de bloemen zouden op de straten zijn uitgestrooid, en er zou een groot feest worden gevierd. Maar Here, U komt naar de stad in de vorm van de Heilige Geest, en, o God, U moet zoeken en trekken en smeken en overtuigen om mensen gereed te krijgen om naar de hemel te gaan. Wat een dag waarin wij leven, Heer.

113 Wij bidden nu dat Uw grote barmhartigheden bij ons zullen blijven. Zegen deze voorgangers en hun gemeenten. O God, ontsteek een ouderwetse opwekking in ieder van hen, Here, opdat de opwekkingsvuren branden door de hele vallei. Sta het toe, Vader. Wij zijn Uw dienstknechten. Ontvang ons, vergeef ons onze traagheid, onze vijandigheid. Vergeef ons, Heer, onze nalatigheid. Wij bidden of U ons slechts wilt vergeven, en help ons terwijl wij verder reizen.

     Moge de Geest elke avond dieper en sterker komen, iedere avond grotere tekenen en grotere wonderen voor ons verrichten, avond na avond, Here, totdat het onweerstaanbaar voor hen wordt.

114 En wij weten, Here, dat U in Uw Woord hebt gezegd: "Al wat de Vader Mij gegeven heeft, zal komen." En wanneer dit Licht over dat voorbestemde zaad flitst, vindt er iets plaats. Zoals met die arme, kleine overspelige vrouw, over wie wij vanavond hebben gesproken, zij was ziek en moe van de wijze waarop men deed. Zover wij weten behoorde zij nergens toe, maar zij was bekend bij God. En zodra zij dat Licht zag flitsen, zelfs vlak voor die priesters van die dag die niet wisten wat het was...

     Zoals de blinde man nadat hij zijn gezichtsvermogen had ontvangen, hij zei: "Het is een vreemde zaak. U bent de leiders van de dag en toch weet u niet waar deze Man vandaan komt, en Hij doet deze dingen?"

     Heer, zo is het vandaag. Ik bid dat U ons in beweging wilt zetten, Here. O God, schud ons, want dit is het sluitingsuur. Sta het toe, Here. Wij dragen nu alles aan U op ter wille van het Koninkrijk van God. In Jezus' Naam. Amen.

Tot wij elkaar ontmoeten, tot wij elkaar ontmoeten! (Goed, broeder voorganger...)
Tot wij elkaar ontmoeten...

     Welnu, u predikers hier zullen deze dienst hierna overnemen. Ik hoop u morgenavond te zien. Kom vroeg en ontvang uw gebedskaarten, en maak u gereed voor de gebedsdienst van morgenavond. Broeder, voorganger...