Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Een getuigenis op zee

Door William Marrion Branham

1 Laten we vanavond even blijven staan, en laten we onze hoofden buigen om te bidden – in gebed voor onze Heer. Ik vraag me vanavond af, terwijl we nu ons hoofd gebogen houden, of we enige verzoeken hebben die nog niet beantwoord zijn en waarvan u wilt dat de Here ze vanavond beantwoordt, steek dan uw hand op. Laten we bidden.

2 Onze heilige Vader, wij naderen vanavond tot U in de Naam van Uw Zoon, de Here Jezus Christus, en we komen door Zijn uitnodiging naar de grote, eeuwige troon van Gods genade. En wij bidden, Vader, dat U ons de verzoeken die wij aan U vragen, wilt toestaan.

     Nu, Vader, iedereen maakt zijn verzoek aan U bekend op zijn eigen manier. En ik wil het mijne aan U bekendmaken, God, dat U elk van hun verzoeken wilt beantwoorden; dat is het mijne. En ik leg mijn gebed met het hunne op het offeraltaar waar ons offer ligt. En in de Naam van Jezus Christus, antwoord vanavond, Here. Geef aan ons allen de geloofsvoldoening dat wij ontvangen waarom wij vragen.

     Red de verlorenen. Geef vreugde aan degenen die als pelgrims wachten op de komst des Heren. Genees de zieken en die aangevochten zijn. Verkrijg heerlijkheid en eer voor Uw Naam. Nu, met ons gebed, en met het lezen van het Woord, en met onszelf, dragen wij dit op aan U. Wij zijn in Uw handen. Gebruik ons zoals het U behaagt.

     Vader, wij weten dat er veel mensen zijn die de Bijbel niet zullen lezen, maar U hebt van Uw gemeente geschreven brieven gemaakt: het Woord van God dat wordt gemanifesteerd. En mensen kunnen naar levens kijken en zien wat het Woord van God is, omdat het leven van een Christen het Woord uitdrukt. Welk type Christen behoorden wij dan te zijn, Here? Help ons om Bijbelse Christenen te zijn, zodat de werken en het leven van Jezus Christus bekend mogen worden gemaakt door ons heen. In Zijn Naam vragen wij het. Amen. U mag gaan zitten.

3 Wat is het een geweldig voorrecht om deze drie avonden te hebben met u mensen. Ik wil ten eerste broeder Eddie bedanken dat hij mij hier heeft uitgenodigd, en dat hij deze andere fijne broeders hierheen heeft laten komen om mee te helpen. Evenals de musici en de zuster die op de piano speelde, en de broeder en zuster die zongen. U dacht dat ik het niet hoorde, maar ik deed het wel. Ik zat precies daar in de auto, nadat ik was aan komen rijden, en ik hoorde het zingen. Het waren de indiaanse vrienden die voor ons zongen, en de jongeman die deze special zong. En ik wil daar een bandopname van. Die wil ik hebben voor eigen gebruik. En ik heb banden van mensen die zingen van over de wereld, en ik wil mijn indiaanse vrienden die gezongen hebben op de band.

     Wij danken u allen, en eveneens de meneer die ons deze gehoorzaal heeft gegeven. En wij zijn zeer dankbaar. En ik vertrouw erop dat dit zal... Drie avonden was min of meer een manier om geïntroduceerd te worden, slechts om met u bekend te worden. En ik hoop op een dag terug te komen, als de Here wil, en als u wilt dat ik terugkom, zodat we een lange tijd kunnen blijven.

4 Ik had deze middag het voorrecht om naar uw reservaat te rijden, ginds bij de rivier (ik dacht dat ze het een kleine inham, schiereiland noemen, ginds waar het reservaat is) met een broeder, een christenbroeder, in zijn boot. We visten en kwamen terug.

     Ik kreeg enkele broeders te zien op het meer, of op de zee, die met hun boten aan het vissen waren. En terwijl ik daarbuiten was, dacht ik: "Ik wenste dat ik vanavond tijd had om een prediking te prediken over: 'Here, wij hebben de hele nacht gevist en niets gevangen. Evenwel op Uw Woord zullen wij het net neerlaten.'" Werp het uit aan de andere kant van de boot.

     Maar terwijl ik sprak met deze broeder, die zelf een indiaan is... En hij gelooft dat het fijn zou zijn dat ik, wanneer ik misschien terugkom, naar het reservaat zou komen om daar een poosje te wonen, om dan van plaats naar plaats te gaan onder de mensen, om daar met hen te spreken en met hen te bidden. Je...

5 Eerlijk gezegd doe je de samenkomst onrecht aan om het op de manier te doen zoals wij hier doen: net naar binnen gerend, en u kijkt ernaar en verwondert u, en het is weer voorbij. Zie? En ik ging zitten en legde vandaag aan deze indiaanse broeder uit (ik ben zijn naam alweer vergeten. Hoe was zijn naam?) broeder Johnson... Robert Johnson. Misschien kan hij tot u spreken en er meer over vertellen. We zaten in de kajuit.

     En terwijl ik het hem aan het uitleggen was, zei ik: "Broeder Robert..." we zouden iets gaan vragen. En hij had mij verteld hoe de Here gebed beantwoord had, en hem zijn zoontje gegeven had, enzovoort, hoe zijn vrouw in de Geest van God was geraakt en met tongen had gesproken en in zijn taal had gesproken terwijl zij en hij van een verschillende stam zijn, en hoe de Here hen gezegend had, en van alles. En toen zei ik: "Nu zullen we de Here om iets vragen." En toen zei ik: "Dan zult u, broeder Robert, hieraan weten dat u het aan de mensen moet vertellen." En toen we het aan de Here vroegen, kwam Hij regelrecht naar beneden en openbaarde het.

     En precies op dat moment schudde de boot heen en weer. En ik zei: "Denkt u dat we een boomstam hebben geraakt?" En hij keek me aan. Ik zei: "Nee, dat was Hij Die dat ons liet weten." En het... We keken heel goed achterom. Er lagen helemaal geen boomstammen of iets om tegenaan te botsen. Het was midden op zee. Want kijk, nadat zij gebeden hadden, werd de plaats bewogen waar zij tezamen vergaderd waren. Zie? En hij zal zich dit altijd herinneren, evenals ik – de tegenwoordigheid des Heren – terwijl de overigen op het dek lagen te slapen. Wij hadden dus samen wat gemeenschap. En ik hoop dat ik weer terug kan komen.

6 U kent mij ternauwernood, en u hebt het recht een beetje achterdochtig te zijn. Alleen ben ik dankbaar dat u dat niet bent. Misschien dat de anderen dat zijn. Maar ik dacht dat er misschien... Ik heb er op een bepaalde manier naar uitgezien dat de Here zo iets bijzonders zou doen, dat het zou veroorzaken dat de anderen daarginds zouden zien wat er was gebeurd. Ik vertrouw daar dus op. En mij werd verteld dat er gedurende de dienst iets was gebeurd, en ik vertelde aan broeder Robert wat hij aan de ouder van de persoon moest vertellen, en hoe ze moesten doorgaan als Satan zou proberen terug te komen. Dus nu...

7 En ik wil de blanke mensen bedanken voor uw fijne medewerking door hierheen te komen om te... bij uw indiaanse broeders en anderen, om samen te staan en mee te helpen het te ondersteunen, om uw schouders eronder te zetten, zoals wij dat noemen, om op volle kracht met ons mee te duwen. En God heeft u ook beloond, want er zijn er velen door de Geest... Vele keren ging de Geest van God door de samenkomst heen en raakte dezen aan en genas hen. En ik wil u bedanken, het is zeer vriendelijk van u. God zegene u voortdurend.

8 En nu, of morgenavond, zijn we in Victoria. Ik neem aan dat ze hebben aangekondigd waar het is, waar de samenkomst zal zijn; als enigen van u daar vrienden hebben, wilt u ze dan opbellen als ze ziek zijn. We zouden blij zijn als ze kwamen. Nu, wat ik zou willen doen als ik terugkom, is gewoon een lange tijd nemen (zie?), en niet om te proberen 's avonds zo lang te blijven, maar om dan misschien een ochtenddienst te houden voor instructies en om te vertellen wat de vijand zal doen. En laat degenen van wie de vijand is uitgeworpen, daarna keert hij terug... We ontdekken dat als de onreine geest van een mens is uitgegaan, hij door dorre plaatsen gaat en dan terugkeert met zeven andere duivelen. En vele mensen denken soms dat omdat ze ziek zijn, dat dat een teken is, wel... Laten we als voorbeeld nemen, gewoon even een moment van instructie, want het is heet hier, en ik weet dat het beroerd is. Maar nu, bijvoorbeeld zoals... Laat me eens zien wat we... In orde, laten we als voorbeeld een tumor nemen.

9 Nu, wat is een tumor? Wat is kanker? Het is een vermenigvuldiging van cellen die van een kleine teruggevallen cel vandaan komen. Nu, u werd ook gemaakt vanuit één kleine cel. Nu, door het heilig huwelijk – uw moeder en vader hadden te maken met uw komst op aarde. Eerst komt het zaad. Of, in feite komt het eitje door de vrouw, en de zaadkiem komt door de man. Nu, de hen kan een ei leggen, of een vogel kan een ei leggen zonder zelfs bij de mannelijke vogel geweest te zijn. Maar het zal nooit uitkomen. Het is niet vruchtbaar. Kijk, het moet in contact zijn geweest met het mannelijke om vruchtbaar te zijn. Nu, en daarom...

10 Daarom hebben sommige mensen – in het geval van Christus – gezegd dat Hij een Jood was. Wij willen geloven dat Hij een indiaan was. Anderen willen geloven dat Hij Angelsaksisch was. Sommigen zeggen dat Hij een heiden was. Hij was geen van allen. Hij was God. Hij was noch Jood, noch heiden. Zie? De bloedcel komt van de mannelijke sekse. En in dit geval overschaduwde de Heilige Geest de maagd en schiep die bloedcel, die... God is noch Jood, noch heiden, en Hij was het bloed van God, Zijn Vader. Zie?

11 Want wij zijn allemaal geboren door seksueel verlangen, en het bloed in ons is zondig bloed, want het kwam door een bedorven manier om kinderen ter wereld te brengen. God sprak slechts en Adam kwam voort. En de... Want de vrouw was niet in de oorspronkelijke schepping. Zij is een bijproduct van een man. Hij nam van zijn zijde een rib. En hij... In de geest was Adam zowel man als vrouw, zowel vrouwelijk als mannelijk in de geest. En God scheidde het mannelijke van het vrouwelijke, en plaatste het vrouwelijke in de vrouw en het mannelijke in de man. En kijk, in zowel lichaam als geest zijn zij één.

     Daarom, toen Sara lachte om de Engel en zei dat ze zo niet kon zijn, had God die vrouw daar ter plekke kunnen doden. Maar Hij kon haar geen kwaad doen, omdat zij een deel was van Abraham. Hij zou Abraham kwaad doen als Hij Sara zou wegnemen.

     Zo is het met onze zonden vandaag, wij zouden allen veroordeeld worden, maar God kan ons niet wegnemen, want als Hij dat doet, treft Hij Christus. Wij zijn een deel van Hem. Wij zijn de bruid, ziet u dat niet? Zo staat het ervoor. Dus genade houdt ons vast in onze fouten, totdat we een beter begrip hebben gekregen. Daar zijn we zo dankbaar voor.

12 Nu, die bloedcel die komt... Nu, wij weten waar we vandaan komen. Nu, als ik hier een man zou kunnen nemen en hem cel voor cel zou afbreken, dan zou het van de miljoenen cellen terugkomen tot één kleine cel in de schoot van zijn moeder. En die cel begint zich te vermenigvuldigen. En ieder zaad brengt voort naar zijn aard: van een hond een hond; van een vogel een vogel; van een mens een mens, enzovoort. En het bracht de mens voort. Hij begint te groeien, groeien, cellen op te bouwen, totdat hij tot een bepaalde plaats komt. Dan stopt hij en is hij volgroeid.

13 Nu, wij weten waar uw lichaam vandaan komt. Maar in u is bijvoorbeeld een kanker, of een tumor, of grauwe staar, of een cyste. Waar kwam die vandaan? Vanwaar kwam dat ding? Kijk, om te beginnen kan de duivel niet scheppen. Dat is de reden waarom de duivel niet kan genezen. Er is slechts één Schepper; dat is God.

     Maar de cel die terugvalt, beschadigd is... Zoals er op de borst van een vrouw soms een roze kanker komt. Het komt door de baby, of een beschadiging op haar borst. En die kleine beschadiging, de cel breekt, en een ander leven komt in het huis van de cel. Wanneer de cel beschadigd is, komt het leven van de kanker daarin en begint cellen te vermenigvuldigen.

     Nu, kijk, hier is een kanker of de tumor die steeds een beetje groter wordt, cellen vermenigvuldigend. Wat doet hij? Uw bloedstroom opzuigen, u doden, u vergiftigen. Tenslotte zal hij u te pakken nemen. Soms kan de dokter opereren als hij er in een vroeg stadium bij kan en het weghalen, de hele zaak eromheen wegsnijden. Maar als er één klein stukje achterblijft, zal het gewoon weer doorgroeien.

14 Nu handelen wij met Goddelijke genezing niet met dat gezwel, maar wij handelen met het leven in dat gezwel. Nu, als u bijvoorbeeld een kanker was op aarde, dan zou ik niet slechts met uw lichaam handelen. Ik zou met de geest handelen. Als ik die geest uit dat lichaam kan krijgen, zal het automatisch naar het stof terugkeren. Wel, als je het leven uit de kanker kunt krijgen, zal het ervoor zorgen... zal de natuur er zelf zorg voor dragen.

     Let nu op. Wanneer de kanker sterft, of de tumor, wat gebeurt er dan? Hij krimpt onmiddellijk, zoals bij staar over het oog. Alles wat sterft, krimpt. Wij weten dat. Vraag het aan uw begrafenisondernemer. Let op hem als hij een kunstoog of een kunstgebit eruit haalt. Het zal krimpen.

15 Nu, zoals bij u broeders hier die jagen. Vanavond doodt u het hert. U brengt het naar huis, legt het op een weegschaal en gaat de anderen vertellen: "Dat hert woog precies honderdvijfendertig kilo." Wees voorzichtig in de morgen, het zal heel wat kilo's minder wegen. Het krimpt. Maar laat het daar eens een paar dagen liggen en leg het dan opnieuw op de weegschaal, het zal zwaarder zijn dan het de eerste keer was. Waarom? De cellen zwellen op. Ze zijn aan het rotten (Dat klopt.), beginnen te verrotten.

     Wel, dat is hetzelfde wat die tumor doet. Eerst ondervinden de mensen verlichting, ze zeggen: "Tjonge, ik voel me beter. My, ik... Goed. Ik kan zien. Prijs God, ik kan zien." Wat gebeurt er binnen ongeveer tweeënzeventig uur? Dat begint te... Bederf zet in. Bij het menselijk lichaam valt de neus in. Zie? Het begint te rotten. Wel, die tumor doet hetzelfde binnen in u. En wanneer hij dat doet, begint hij op te zwellen. Dan zegt u: "O, ik ben mijn genezing kwijtgeraakt. Ik ben mijn genezing kwijtgeraakt." Dan brengt uw ongeloof die zaak regelrecht weer terug. Zie?

16 Zoals geloof het doodde, brengt ongeloof het weer tot leven. Wanneer de onreine geest eruit is gegaan, wandelt hij in dorre plaatsen zoekende rust. Dan keert hij weer terug met zeven andere geesten. Zie? Nu, als de huiseigenaar daar niet is om hem te verjagen (dat geloof) wanneer hij terugkeert... "Het kan me niet schelen hoeveel ik voel, hoe het ermee is, ik weet dat ik genezen ben", dan houdt dat hem buiten de deur.

     Nu, misschien wordt u heel erg ziek; hoe komt dat? Het is als een infectie in uw lichaam. Het gezwel sterft en daarna verrot het. En elke keer wanneer het hart klopt, gaat het bloed rond en wordt het gezuiverd. Wij weten dat. Het bloed pakt deze infectie op, want u hebt koorts en bent ziek, en het wordt erger met u dan u was in het... En de mensen denken dat ze hun genezing kwijt zijn geraakt, terwijl dat in feite een bewijs is dat ze het hebben ontvangen.

17 Nu, er gaat gewoon zoveel mee gepaard. Ik heb geen tijd om het uit te leggen. Zie? Maar onthoud slechts, wanneer u... De reden waarom ik geen tijd neem om het nu uit te leggen, is omdat, als u het werkelijk gelooft, er niets zal zijn wat u in de weg zal staan. U zult het hoe dan ook krijgen. Zie? En dan nog iets wat betreft de Heilige Geest, wanneer Hij aangeeft dat er iets moet worden gedaan, let dan op. Hij zal vertellen wat er is geweest. Wacht dan even, en Hij zal vertellen wat er zal gebeuren. Zie? Loop niet te snel weg. Wacht. Als Hij dat doet, spreekt Hij Zelf. Dat was ik die door middel van een gave sprak. Dit andere is ZO SPREEKT DE HERE, hetgeen Híj spreekt. Geloof met heel uw hart.

18 Nu, karakter... U, altijd... Al u mensen van de gemeente Gods, leef goed, leef juist. Mensen letten op de manier waarop u leeft. En als er vandaag iets bestaat wat een hindernis is voor christendom, dan is het wel de manier waarop belijdende Christenen leven: oneerlijk, oneerbaar en levend op elk soort manier. Doe dat niet. Wij zijn Christenen.

     Er is iemand die op u let, dat is juist. Wees eerlijk. Laat dat aan iedereen bekend zijn. Laat uw handelwijze eerlijk en oprecht zijn, en neem niets weg wat u niet toebehoort. Zeg niets dan de waarheid. En als u iedere keer de waarheid kunt vertellen, dan zal God de waarheid eren. En doe altijd wat juist is. Behandel iedereen goed. Als zij u niet goed behandelen, dan behandelt u hen hoe dan ook goed. Zie? Jezus behandelde ons goed toen wij Hem niet goed behandelden. En Zijn Geest in ons...

19 Hier past een klein verhaal goed bij. Ginds in het zuiden waren ze gewend om slaven te verkopen. U Canadese mensen hebben erover gelezen, de slavernij in het zuiden. Wel, ze trokken gewoonlijk zo rond, kochten hen als tweedehands auto's op een verkoping, hadden een koopbrief, verkochten menselijke wezens.

     Ik heb er nooit in geloofd dat een mens een slaaf moest zijn. God maakte de mens, en de mens maakte slaven. Niemand behoort een slaaf te zijn onder de ander. Wij zijn broeders. Wij stammen af van één grote familiestamboom, Adam en Eva in de hof van Eden. Nu, geestelijk zijn wij geboren uit God. Dat verandert ons karakter.

     Maar om te... Deze slaven werden door de Boeren overgebracht vanuit Afrika, en naar de eilanden bij Florida gebracht en naar binnen gebracht, binnengesmokkeld en verkocht als slaven. En o, het is hartverscheurend hoe zij werden behandeld. En zij waren bedroefd. Ze zouden nooit meer naar huis terugkeren.

     Ze zouden een heel grote, sterke man nemen die misschien een vrouw en een paar kinderen had, en hij zou bij die vrouw worden weggehaald om hem te verkopen, om hem, zoals met vee, gemeenschap te laten hebben met een flinke vrouw om grotere slaven te krijgen zodat ze een zwaardere last konden trekken, enzovoort. O, precies zoals bij dieren... En het was niet juist, was niet juist, het was niet één keer juist; was het nooit en het zal ook nooit juist zijn.

     En daardoor, door zo te doen, waren de mensen bedroefd. En ze zouden hen met zwepen slaan om ze te laten werken, want ze wilden niet werken. Ze waren weg van huis. Ze zouden hun geliefden nooit meer zien, misschien, hun kinderen, hun vader of moeder. En toen was er één...

20 Ze zouden rondtrekken, opkopers zouden rondtrekken en deze slaven kopen en ze doorverkopen zoals je met auto's doet of zoiets. Op een dag kwamen ze op een plantage, een opkoper, en hij zei: "Hoeveel slaven hebt u hier?"

     Hij zei: "Ongeveer honderdvijftig."

     Zei: "Ik zou ze willen bekijken."

     En hij merkte op dat ze sommigen moesten slaan om ze te laten werken. Maar er was daar één jongeman die ze niet hoefden te slaan. Broeder, z'n schouders waren kaarsrecht en z'n kin fier omhoog, heel punctueel (o, my), wat een andere slaaf.

     En de opkoper zei: "Ik wil die slaaf kopen."

     Maar de eigenaar zei: "Hij is niet te koop."

     Wel, hij zei: "Is hij de baas over de overige slaven?"

     Zei: "Nee. Hij is niet de baas. Hij is gewoon een slaaf."

     Wel, hij zei: "Misschien voedt u hem beter dan de anderen?"

     Hij zei: "Nee. Hij eet ginds in de schuur met de andere slaven."

     Zei: "Wel, hoe komt het dat hij zo anders is dan de anderen?"

     En de eigenaar zei: "Weet u, ik heb me dat ook eenmaal afgevraagd, totdat ik op een dag ontdekte dat ginds in het thuisland zijn vader de koning van de stam is, de leider, de koning van de stam." En hij zei: "Hoewel hij een vreemdeling is, weg van thuis, weet hij nog steeds dat hij de zoon van een koning is, en hij gedraagt zich als zodanig."

21 Wat een les voor u en mij. Hoewel we onder zondaren zijn, en vreemdelingen voor de wereld hier – de ongelovigen – toch zijn wij zonen en dochters van God; van de Koning, God. Laten we ons dan gedragen als zodanig, en zijn als zonen en dochters van God; handelen als zonen en dochters van God, zodat we niet in het rond gedreven hoeven te worden, en gedwongen moeten worden om het Woord te geloven. Geloof het Woord. Gods zonen geloven Zijn Woord. Gods dochters geloven Zijn Woord. En daarom moeten we ervoor zorgen dat ons karakter dat van zonen en dochters van God is, en de Heilige Geest vormt ons tot gelovigen.

22 Dank u zeer. God zegene u. En ik hoop dat de Heilige Geest iets voor u heeft gedaan waardoor u Hem nooit zult vergeten en Hem altijd zult liefhebben. En als ik niet terugkom om u weer te zien, God zij met u. Ik zal u ontmoeten aan de andere kant.

     Ik ga nu spreken tot mijn indiaanse vrienden. Ver weg bij deze nooit eindigende wildsporen daar in de heerlijkheid zal ik u ontmoeten. Ik zal het wildspoor af wandelen. Ik zal iedereen die ik liefheb ontmoeten. Zij zullen daar zijn. Weet u, dat is het indianengebed bij het sterven. Ik zal u dus boven ontmoeten bij het wildspoor.

     Tot u blanke mensen: Moge Degene Die de maan helder laat schijnen zodat wij weten hoe we in het donker verder moeten gaan, moge Hij u eveneens op uw pad geleiden. Wij zullen elkaar ontmoeten in dat heerlijke land.

23 Onze hemelse Vader, wij dragen onszelf nu aan U op. Open het Woord voor ons. Sta het toe, Vader. We zitten vanavond in deze hete plaats, de mensen waaien zich koelte toe. Zij komen hier niet naartoe om te zien hoe ieder zich kleedt. Zij komen hierheen omdat zij U liefhebben. Velen van hen hebben hun geld opgespaard, hebben hun geld bij elkaar gelegd en zijn naar de samenkomst gekomen. Hoezeer danken wij U, onze Vader. God, zegen hen. O, als ik genade heb gevonden in Uw ogen, Here, beantwoord dan mijn gebed voor iedere ziel die in deze samenkomst is. Sta het toe, God. En sta aan degenen die aanwezig zijn geweest, en aan hun geliefden, hun verzoek toe, Vader. Ik bid, als Uw dienstknecht, met heel mijn hart, in Jezus' Naam. Amen.

24 Ik zou vanavond willen lezen, slechts een beetje... Ik dacht, toen ik hierheen kwam, dat ik over een ander onderwerp zou spreken. En ik dacht: "Wel..." Terwijl ik buiten in de auto zat te wachten, dacht ik na.

     Hier is het nu al ongeveer twaalf minuten voor negen. In werkelijkheid zouden we over vijfendertig minuten al uit moeten zijn (zie?), gezien de planning. En ik... U bent zo fijn om tegen te spreken dat ik gewoon geen plaats kan vinden om te stoppen. Ik blijf gewoon maar doorpraten. Bidt u dus.

     Ik zal gedurende een paar minuten gaan spreken over iets anders. Dan denk ik dat ik een gebedsrij zal oproepen om voor ieder persoon die hier binnen is te bidden die voor zich wil laten bidden, bidden voor iedereen. Dus voor degenen die aanwezig zijn, en misschien geloven, en die voor zich willen laten bidden, voor die zal ik bidden. Zie? En ik wil dat u gelooft. Nu, we zullen nu proberen een beetje geloof op te bouwen zodat het een beetje vaster komt te zitten voor de samenkomst, en luistert u heel goed.

25 En nu zal ik iets gaan lezen uit het Evangelie van Mattheüs, het twaalfde hoofdstuk, het zesentwintigste en zevenentwintigste vers; een kleine tekst, bekend, passend bij de boodschap. Ik wil mijn indiaanse broeders en zusters niet met vier of vijf verschillende dingen bezighouden. In deze korte tijd is het beter dat ik precies in dezelfde lijn blijf. Ze zullen dat voldoende begrijpen, ze zullen het snappen. En ze geloven het; nu, als ik kan weten waar ze aan denken. Ik kan dat zeggen, omdat ik weet dat ze het geloven. Ik weet dat ze dat doen. Nu... [Mattheüs 14 – Vert]

     En de discipelen, ziende Hem op de zee wandelen, werden ontroerd, zeggende: Het is een spooksel! En zij schreeuwden van vrees.
     Maar Jezus terstond... Maar terstond sprak Jezus hen aan, zeggende: Weest goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet.

     Nu, mijn onderwerp vanavond is: Een getuigenis op de zee, precies zoals wij vandaag deden, broeder Robert, als u hier bent. Een getuigenis op de zee, en mijn tekst vanavond is: "Ik ben het, wees niet bevreesd." Moge de Here nu Zijn zegeningen toevoegen aan het Woord.

26 Ik wil het brengen in de vorm van een klein toneelstukje als van een getuigenis. Hoevelen houden van getuigenissen? O, my. Broeder Eddie vertelde me iets, hij zei: "Weet u, broeder Branham, wanneer ginds de samenkomsten voorbij waren, dan zeiden mijn indiaanse broeders dat ze bij elkaar zouden komen om te getuigen, en dan gingen ze allemaal..." En hij zei: "Dan worden ze na een tijdje rustig; dan staat er iemand anders op en getuigt, en daar begint de samenkomst weer." En hij zei: "Ze blijven daar gewoon. Zolang de Geest daar is, blijven ze."

     Dat is echt goede, gezonde filosofie; geen filosofie maar goed verstand, om bij de Geest te blijven. U weet dat waar de Geest van God ook naartoe bewoog, die Vuurkolom, waarheen Hij ook bewoog, dat de kinderen Israëls ermee meegingen. En toen Hij honderden jaren geleden uit de Katholieke kerk vandaan bewoog, zag Luther het en hij ging ermee mee. Maar toen bouwde hij er een organisatie onder. God bewoog regelrecht uit die organisatie vandaan.

     En toe zag Wesley het in Engeland, en hij bouwde een kerk genaamd de Wesleyaanse kerk. Na zijn dood bouwden hij en Whitefield en Asbury en anderen de organisatie, en God bewoog er regelrecht uit vandaan. En een groep mensen genaamd de Pinkstermensen zagen het, en daar gingen ze. Maar wat hebben ze gedaan? Ze hebben dezelfde zaak gedaan: bouwden er een organisatie vlak onder. En God beweegt regelrecht uit de organisatie vandaan, blijft verdergaan. Volg het vuur. Nu, ik bid dat Gods rijke zegeningen op u zullen zijn.

27 Het moet ongeveer deze tijd van de avond zijn geweest. De zon begon onder te gaan. Het was een geweldige dag geweest, en deze sterke visser met zijn brede schouders duwde die boot van de oever af. En toen hij de achtersteven had los gekregen, klom hij aan boord en ging naast zijn broer Andreas zitten.

     Nu, in die dagen hadden ze geen boot zoals wij vandaag hebben met een motor erin die meehielp. Ze hadden roeispanen, en ze noemden het een schip. Soms werd er een zeil gehesen. En als de winden bliezen, konden ze zeilen en overstag gaan, zoals u vissers weet.

     Maar voor mij is het altijd een raadsel geweest hoe je met dat zeil de wind onder controle kunt krijgen. Je gaat recht tegen de wind in en die laat je vooruitgaan terwijl je er tegenin gaat. Het hangt er helemaal vanaf hoe je je zeilen zet. Zo is het ook met geloof. Als je maar weet hoe je je geloofszeilen om je heen moet optrekken, dan zal dat iets voor je doen vlak in het aangezicht van de moeilijkheden, het zal je er regelrecht doorheen voeren, als je maar weet hoe. Nu, u zeelieden hier weten waar ik het over heb. Merk op.

28 Toen pakte hij zijn roeispanen... Ze hadden heel lange roeispanen en ze roeiden hun boot. En ze zouden neerzitten en een paar slagen roeien om dan te wuiven naar de oever, naar de mensen op de oever. Ze hadden zojuist die middag een geweldige samenkomst gehad. O, dat was een wonderbare samenkomst geweest. Er waren grote dingen gebeurd, en de mensen waren zo blij dat zij op de oever stonden te schreeuwen: "Dag allemaal. Kom terug en bezoek ons opnieuw!"

     Hebt u niet... Wanneer je zo'n goede samenkomst hebt gehad, broeder, haat u dat niet om die te verlaten? Precies zoals ik het haat om eraan te denken dat dit onze laatste avond is gedurende een tijd. Ik vind het gewoon vreselijk om weg te gaan. Wenste dat we ongeveer twee of drie weken hadden om hier te blijven. En toen zij vertrokken, voelden zij hetzelfde over die broeders, en ze wuifden: "Dag allemaal. Breng Hem terug. Kom terug en blijf weer bij ons. Wij willen u hier weer zien."

29 En ze staken de zee over. O, die was erg rustig en glad, en de riemen dompelden in het water, hetgeen muziek is voor de oren van een schipper, om deze riemen in het water te horen plonzen. En ze zwaaiden gedag en trokken een paar keer en zwaaiden gedag. En terwijl de kleine boot verderging, zakte de zon steeds verder weg. Na een tijdje werden de mensen op de oever kleiner en kleiner, en de kleine boot werd kleiner voor hen. Na een poosje konden ze hen niet meer zien zwaaien, noch konden ze hen nog "goedendag" tegen hen horen zeggen.

     En ze zeiden: "We moeten opschieten." En daarom roeiden ze gedurende de hele reis stevig door totdat de zon onderging. Toen begon het af te koelen op het meer van Galilea. En het moet de jonge Johannes zijn geweest... Hij was een jonge kerel. Hij moet snel vermoeid zijn geworden, omdat hij geen oude zeerot was zoals de andere kerels die aan deze boten gewend waren, en hoe ze moesten vissen enzovoort. Ze waren allen vissers, daarom wisten ze hoe ze aan die riemen moesten trekken; Simon en Andreas en zij allen.

30 Maar Johannes was jong. Ik hoor hem zeggen: "Tjonge. My. Broeders, hum, laten we even uitrusten. Ik begin moe te worden." Ze trokken de riemen dus wat omhoog en de jonge Johannes stond daar even met zijn hoofd naar beneden, met zijn donkere haar dat over zijn ogen hing. En hij borstelde het naar achteren.

     Hij zei: "Ik zou graag een getuigenissamenkomst willen hebben. Dat is een goede zaak terwijl we uitrusten. Ik zou een getuigenisdienst willen houden. En ik zou graag de eerste willen zijn om te getuigen."

     Weet u, als je iets hebt om te vertellen, kun je je gewoon niet stilhouden. Je moet het zeggen. Als je barstensvol zit, moet je het zeggen.

     "Ik zou graag een getuigenissamenkomst willen hebben," zei de jonge Johannes, "en ik zou graag met deze getuigenissamenkomst willen beginnen. Broeders," (want hij stond rechtop in de boot, weet u), "broeders, ik zou dit willen zeggen. Vanaf deze dag kan het me niet schelen hoeveel mensen ons vertellen dat we fout zijn, ze zullen nooit meer in staat zijn me dat te vertellen. Ik heb gehoord dat ze onze Meester een waarzegger noemden, een duivel, Beëlzebul, allerlei soorten namen. Maar ik weet dat ze fout zijn. Want wat ik Hem vandaag zag doen, dat heeft het wat mij betreft voor altijd vastgemaakt."

31 Nu, hij zei: "Weet je, toen ons volk voor het eerst hierheen kwam vanuit Egypte, toen trokken we door Palestina en kwamen in dit land. Vroeger woonde ik op de heuvel vlak boven Jericho. En als kleine jongen, een kleine Joodse jongen, rende ik over de heuvels heen en speelde daar. En 's middags, nadat mijn moeder mij mijn lunch had gegeven, wel, dan zou ze mij binnenroepen en me op de veranda laten zitten. En als het voorjaar was, zou ik een handvol bloemen plukken en die aan haar geven. En gewoonlijk zat mijn kleine knappe Joodse moeder daar en streelde mijn hoofd en streek mijn haren weg en vertelde me dan Bijbelverhalen totdat ik in slaap viel. O, ik kan me die Bijbelverhalen herinneren."

     Het is erg jammer dat wij onze kinderen zoveel over Davy Crockett vertellen of iets dergelijks, in plaats van over Christus. Wij vertellen allerlei andere soorten verhalen behalve de Bijbelverhalen.

32 En dan, weet u, was het eerste wat hij vertelde: "Mijn moeder vertelde mij elke dag een verhaal. Ze zou tegen me zeggen: 'Johannes, hier vlak bij de rivier, in de maand april, sprak Jozua, die grote strijder, tot God, en God ommuurde de rivier, en Israël stak over op droge grond terwijl de Jordaan overstroomd was.

     En toen hij was overgestoken, ontmoette hij de Hoofdkapitein van de legerscharen des Heren bij de poort van Jericho. En hoe God ons volk vanuit die woestijn heeft uitgeleid!

     Nu, Johannes, vergeet dat nooit. God, door een profeet, Mozes, onder een grote Vuurkolom, leidde ons volk uit naar dit beloofde land. En je weet, Johannes, mijn kleine jongen...'"

     En hij zei: "Ik zou naar het gezicht van mijn moeder kijken als ze zei: 'Johannes, weet je, God vertelde aan ons volk: "Je hoeft niets mee te brengen om te eten. Ik zal jullie gaan voeden terwijl je in de woestijn bent." En Hij bracht iedere nacht brood naar beneden en legde dat allemaal netjes neer op de grond. En al onze mensen hoefden de volgende morgen niets anders te doen dan naar buiten gaan en dat brood oprapen en het eten.'"

     En hij zei: "Weten jullie wat ik tegen mijn moeder zei? 'Moeder, wat deed God? Wie was dat die dat brood naar beneden bracht?'

     'God. Hij bracht dat brood naar beneden en legde het neer zodat ons volk kon eten, en Hij bracht het iedere nacht naar beneden voor hen.'"

     "En ik herinner me, broeders," zei hij tegen de overigen, "ik herinner me dat ik dan tegen mijn moeder zei: 'Moeder, heeft God dan een hele rij ovens daarboven en een heleboel engelen die 's nachts werken? En legt Hij dan al dat brood in de ovens en bakt Hij het en haast Hij Zich dan naar beneden en verspreidt het over de grond?'"

     "Ze zei: 'Nee, Johannes. Je bent nog maar een kleine jongen. Je begrijpt het niet. Kijk, God is een Schepper, en God heeft geen ovens nodig. Hij spreekt slechts, en Hij schiep het brood.'"

33 Toen zei hij: "Broeders, toen ik Hem vandaag deze twee visjes zag nemen en vijf koeken, een beetje brood, en toen Hij dat brood brak en er vijfduizend mee voedde, toen wist ik dat dit dezelfde Jehova was Die ons volk voedde. En hier voedt Hij hen vandaag nog. Er bestaat geen enkele vraag in mijn gedachten dan dat dit...

     Kijk naar Zijn gezicht, hoe Hij eruitzag. Hij was totaal niet opgewonden. Hij wist precies wat Hij moest doen. Je herinnert je dat Hij ons vertelde dat Hij deed wat de Vader Hem liet zien. En daar stond Hij, terwijl er honderden en vijfduizend hongerige mannen en vrouwen en kinderen waren die de hele dag onderweg waren zonder voedsel, lopend door het stof om slechts een paar woorden van Zijn dierbare lippen te horen.

     Vermoeid zat Hij op een rots, en daar was een kleine jongen die van school aan het spijbelen was (u weet wel, een spijbelaar), die was gaan vissen. En hij hoorde Jezus en kwam kijken. Hij was degene die de lunch bij zich had."

34 Nu, luister, kleine jongens, kleine indiaantjes en blanke mensen, wat u ook bent: ziet u, die kleine jongen had slechts vijf kleine koeken en twee stukjes vis. Het betekende niet erg veel voor hem zolang het in zijn hand was. Maar toen hij dat beetje dat hij had aan Jezus gaf, toen werden er vijfduizend mee gevoed. Kijk, wij hebben niet erg veel. Maar dat beetje dat we hebben, als we dat slechts aan Hem geven, dan zal Hij het vermenigvuldigen (zie?), en ervoor zorgen dat er grote dingen mee worden gedaan.

     Dat beetje geloof dat u hebt, leg dat op Hem en zeg: "Hier is alles wat ik heb, Here, maar daarmee zal ik gaan geloven." Let op wat Hij ermee gaat doen. Let goed op wat er gebeurt. Blijf er precies bij. Let op hoe Hij u om iedere bocht heen leidt en u rechtstreeks naar de belofte brengt die Hij u heeft gedaan. Ja, Hij weet de weg. Welnu.

35 "En toen ik Hem daar zag staan en deze vijfduizend zag voeden, zo kalm als Hij maar kon zijn, en dat brood brak... En ik klom achter Hem omhoog en kwam op de rots en keek over Zijn schouder om te zien hoe Hij het deed. Hij pakte dat brood vast en Hij brak het, deelde het uit aan iemand. En toen Hij Zijn hand weer uitstrekte, was het er opnieuw."

     Ik zou u iets willen vragen, broeder, wetenschappers, of wie er mag zijn: welk soort atoom maakte Hij los?

     Elke keer... Niet alleen graan en melk dat in het brood gaat, maar het was reeds opgegroeid, gebakken, en klaar om op te dienen. Elke keer als Hij Zijn hand ernaar uitstrekte, was het er. Scheurde dat brood eraf, deelde het uit, reikte ernaar, daar was weer een nieuw brood. Bleef afscheuren, deelde het zo uit. Elke keer als Hij deze vis oppakte, kleine vis (kleine witvis zouden wij het noemen, misschien een kleine soort haring, ongeveer zo lang), die gebakken was. Hij brak het stuk er dus vanaf, deelde het uit en strekte Zijn hand uit, en daar was een andere haring die ook al gebakken was. Amen. O, my. Nu, dat is de waarheid. Het staat in de Bijbel. En daar was hij. Hij liet die haring groeien, liet hem vet worden en kookte hem, en bakte hem, en had hem klaar voor gebruik. Zodra Hij Zijn hand uitstrekte en hem opnieuw afbrak en ernaar reikte, bleef die kleine haring gewoon doorgroeien terwijl Hij hem zo afbrak.

     Elke keer als Hij een koek had, zou Hij eenvoudig zeggen: "Hier, koek, groei weer aan. Alstublieft, alstublieft."

36 "En ik stond daar," zei de jonge Johannes, "en mijn hart sprong binnen in mij op, omdat ik wist dat in dat kleine omhulsel Jehova was. God was daarin, want dat is dezelfde God waar mijn moeder me vroeger over vertelde; Degene Die brood in de hemel kon scheppen. En hier is Hij op aarde hetzelfde aan het doen." Amen. O!

     En hij begon te juichen. Andreas zei: "Wacht even, Johannes. Je laat de boot schommelen. Je kiept ons er allemaal uit. Word niet zo opgewonden." Hij sprong gewoon in het rond, roepend: "Glorie voor God." En hij zei: "Ga zitten, Johannes. Je bent in een boot. Je laat ons omslaan."

37 En Simon zat daar met het zweet in z'n hals: "Schiet op, Johannes. Ik heb iets te zeggen." O, my. Weet u, op die manier doen wij tijdens een getuigenissamenkomst. "O, ik wenste dat hij niet zoveel zei. Ik wou dat hij zich stilhield. Als ik iets zou kunnen zeggen..." Dat is wanneer... O, het borrelt gewoon over, weet u. De Bijbel zei dat er fonteinen van water zouden opborrelen (amen), je kunt je gewoon niet stilhouden.

     Jezus vertelde aan de vrouw bij de bron dat het water dat Hij zou geven fonteinen zouden zijn die zouden opspringen. Tjonge! My! En ik vertel u dat, nadat ze die dag die samenkomst hadden gezien, ze allemaal aan het opborrelen waren daar op die zee.

38 En kleine Johannes moest tenslotte gaan zitten, omdat grote Simon opstond. Hij zei: "Weet je, mijn broer Andreas hier... Nu, zit stil. Toen Andreas mij kwam vertellen over het feit dat hij de Messias had gevonden, kon ik dergelijk spul niet geloven, want ik was een Bijbellezer. Ik weet wat er in de Bijbel staat. Dus op een dag – nadat we onze netten hadden uitgespoeld en binnen waren gekomen – werd ik in de tegenwoordigheid van Jezus gebracht. En ik herinner me dat mijn oude vader op een dag... Jullie kennen hem allemaal, o, de Farizeeër, echt een sterke gelovige. We hadden geen voedsel meer. We hadden niets te eten. En we waren vissers, we woonden aan de kust. En onze vader had ons geleerd te vissen in de zee voor ons levensonderhoud. Hij had ons jongens opgevoed en geleerd eerlijk te zijn en te doen wat juist is. En ik kan mijn oude vader voor me zien met die grijze neerhangende haren.

     En toen we die dag gingen... En mama was naar de heerlijkheid gegaan, en wij waren er nog: Andreas, en ik, en vader. En we waren een paar rekeningen schuldig. En die morgen, voordat we vertrokken, o, ik kan mijn oude vader daar zien neerknielen naast die boot, en hij zei: 'Grote Jehova, U hebt gezegd dat we niemands schuldenaar moeten zijn, en ik sta in het rood. Ik ben niet in staat geweest enige vis te vangen. Niemand van de anderen hier langs de kust vangt enige vis. Ze trekken niet. Maar, God, U bent de Schepper, ik heb de vis hard nodig. Wilt U mij vandaag niet helpen om vis te vangen?' En die dag vingen we een fantastische lading vis."

39 "En ik herinner me, nadat we waren aangekomen en we onze netten hadden uitgespoeld, dat vader ging zitten en z'n armen om me heen sloeg en zei: 'Simon, mijn kleine jongen, papa begint oud te worden. Ik zal me spoedig bij ons volk moeten voegen. Mijn hele leven, jongens... Kom hier, Andreas, en zit op mijn knie. Mijn hele leven heb ik geloofd dat ik de Messias zou zien. Ik geloofde dat ik de Christus zou zien, waar ons hele volk op heeft gewacht gedurende deze duizenden jaren. En ongetwijfeld zal ik Hem nu niet meer zien, want mijn dagen zijn zo ongeveer voorbij. Maar jullie jongens zien Hem misschien.

     Nu wil ik niet dat jullie helemaal in de war en geïndoctrineerd zullen raken met de moderne trend van de wereld, maar ik wil dat jullie jongens je zult herinneren dat wanneer de Messias komt, wanneer Hij komt, dat je eraan zult denken dat de Schrift zegt dat Hij een Profeet zal zijn zoals Mozes.'

     En ik dacht aan mijn oude vader, herinner me hoe we hem wegbrachten.' (Andreas knikt met zijn hoofd dat het klopt.)' En toen Andreas en ik naar Jezus toe liepen, keek Hij mij aan en Hij zei: 'Uw naam is Simon, en u bent de zoon van Jonas.' O, dat maakte het toen vast voor altijd. Ik wist dat dit die Profeet was, want Hij kende niet alleen mij, maar Hij kende die godvruchtige, oude vader van mij die mij had ingeprent om altijd Gods Woord te geloven, en dat de Messias een Profeet zou zijn. Zodanig kenden we Hem. Dat maakte het voor mij vast."

40 Natuurlijk keek Filippus op dat moment om naar Nathanaël, lachend, weet u, en hij zei: "Is het goed, Nathanaël?"

     Hij zei: "Ga je gang, broeder Filippus."

     "Wel, weet je, toen ik dat gedaan zag worden, rende ik om de heuvel heen om Nathanaël ginds op te halen. En hoe ging het toen verder, Nathanaël?"

     Hij zei: "Laat mij het vertellen. Laat mij het vertellen."

     "Wel, schud die boot niet heen en weer. Zit stil."

     Hij kwam overeind, stond op en begon te spreken, weet u. Hij zei: "Wel, ik heb altijd... Filippus en ik hebben de Schriften bestudeerd, en we wisten dat de moderne kerk al lang niet meer de toon aangaf, want ze zagen uit naar een of andere klasse die uit de hemel moest komen. En zij geloofden niet dat God zou komen, maar wij geloofden dat God mens zou worden."

41 Dat behoorde indruk te maken. Toen God Zijn rol veranderde, toen God één van ons werd om ons te redden, toen had Hij... In het Oude Testament moest je, voordat je kon verlossen, een bloedverwant verlosser zijn. Het verhaal van Ruth legt dat prachtig uit. Zie? Moest een bloedverwant zijn, en God moest familie van ons worden, één van ons worden. Denk aan Jehova God in een voerbak, huilend als een baby. Denk aan Hem, spelend als een jongen. Denk aan Hem, een huis bouwend van het hout dat Hij Zelf had geschapen. Amen.

42 Zij geloofden dat Hij dat zou zijn en dat Hij die grote Profeet zou zijn. En Nathanaël zei: "Toen ik tot vlak bij de Here Jezus liep, enigszins sceptisch over wat Filippus mij had verteld... Want Filippus had mij verteld: 'Wel, Hij zou je zelfs kunnen vertellen wie jij bent als je daar komt; het zou me niet verbazen.'"

     Maar hij zei: "Toen ik tot vlak bij Hem gekomen was, zei Hij: 'Zie, een Israëliet in wie geen bedrog is.' En ik zei tegen Hem: 'Rabbi, vanwaar kent U mij?' Zei: 'Voordat Filippus u riep, toen u onder de boom zat, zag Ik u.' Dat maakte het vast.

     En weten jullie wat ik gedaan heb, broeders? Jullie waren erbij. Ik rende naar voren en viel neer aan Zijn voeten en zei: 'Rabbi, Gij zijt de Zoon van God. Gij zijt de Koning van Israël.' En daarginds stond mijn voorganger met... sprong bijna uit z'n vel, ginds naar me kijkend. Maar dat maakte me toen helemaal niets uit, omdat ik de echte zaak had gezien. Ik rende er hoe dan ook rechtstreeks naartoe en geloofde het, omdat ik wist dat de Bijbel had gezegd dat dit precies was wat Hij zou doen."

43 O, zouden wij geen getuigenisdienst kunnen beginnen vanavond? Hetgeen God heeft gezegd wat Hij in de laatste dagen zou doen, zien we gedaan worden. Amen. Het maakt helemaal niets uit wat iemand anders zegt. Als zij Presbyteriaan willen zijn, Anglicaan, of wat ze ook maar willen zijn, dat is in orde. Dat is hun zaak. Maar wij hebben iets gezien. Wij hebben in de Schrift gezien wat Hij in de laatste dagen zou gaan doen, en we zagen Hem Zijn Geest uitgieten op de plaats (halleluja), en zien dat tekenen en wonderen voltrokken worden, zien hoe de echte tegenwoordigheid van de levende Christus Hem manifesteert. En nu zien we het door de Schrift heen hoe Hij aan een generatie Zijn laatste teken toonde waarmee ze eindigde. En hier zien we het laatste teken van de generatie, zoals Hij zei dat het zou geschieden in de avondtijd.

44 Welnu. O, ze moeten een echt getuigenis hebben gehad. Andreas zei: "Broeders, kan ik even wat zeggen? Ik zou graag iets willen zeggen. Herinneren jullie zich de keer dat we naar Sichar gingen, en dat we de stad werden ingestuurd om wat voedsel te kopen? En toen we terugkwamen... Onze Meester wilde niet met ons de stad ingaan, maar Hij was gaan zitten om uit te rusten. En toen we terugkwamen, hoorden we iemand spreken. En we slopen om de bosjes heen en keken over de bosjes, en daar was een slecht bekendstaande vrouw, een slechte vrouw, een prostituee, met onze Meester aan het spreken. Herinneren jullie je nog hoe verbaasd we waren? We dachten: 'Een dergelijke vrouw spreekt tot onze Meester? Hij zal haar wel uitfoeteren. Hij zal haar wel uit Zijn tegenwoordigheid wegjagen.'" Dat denken ze nog steeds. Dat doet Hij niet.

     "Maar we kwamen erachter dat Hij haar om een gunst vroeg. Hij zei: 'Breng Me wat te drinken.' Wel, wij weten dat geen rabbi, of niet een van onze Farizeeën een dergelijke vrouw ooit zoiets zou vragen om dat voor hem te doen. Maar hier was onze Meester, de God der schepping, Die hier in een lichaam van vlees zat, en aan een vrouw van slechte zeden vroeg om Hem wat te drinken te brengen, om Hem een dienst te bewijzen." Amen.

45 Dat is wat Hem God maakt voor mij, omdat Hij Zichzelf vernederde. God is nederigheid. Vergeet dat nooit. Nederigheid is God. Nooit opschepperig, noch... het is altijd nederigheid.

     "En we luisterden naar Hem. We dachten: 'Hij zal zeker binnen een paar ogenblikken een stok pakken en haar de stad injagen waar ze thuishoort.' Maar Hij zei: 'Breng Me wat te drinken', en ze begonnen over godsdienst te praten. Ze zei: 'Wij aanbidden op deze berg. U zegt in Jeruzalem', enzovoort. En Hij sprak een poosje tot haar. En na een poosje zei Hij tegen haar: 'Ga heen, haal uw man en kom hier.' En ze keerde zich om en zei: 'Ik heb helemaal geen man.' Herinneren jullie je dat?"

46 Mattheüs zei: "Ja, ik herinner me dat." (Hij is degene die dat opschreef, weet u.) "O ja, ik herinner me dat. Mijn hart stond stil. Ik dacht: 'My, my, uh-huh. Nu heeft onze Meester het een keer fout', (zie?), omdat Hij haar vertelde dat ze een man had – om haar man te gaan halen – en dan zegt ze dat ze geen man heeft. En toen keerde Hij Zich om en zei: 'U hebt de waarheid verteld.' Toen waren we allemaal verbijsterd. Hier zegt Hij: 'Ga uw man halen', en zij zegt: 'Ik heb geen man', en dan zegt Hij: 'Dat klopt.'"

     Kijk. "Ga uw man halen."

     "Ik heb geen man."

     "U hebt gelijk."

     Welnu. "O, we waren allemaal stomverbaasd, en onze harten bonsden, en we kwamen achter de bosjes achter Hem omhoog om te zien wat Hij vervolgens zou zeggen. O, Hij had het verkeerd. Ze zei: 'Ik heb geen man', en toch geloofden we dat Hij de Messias was. Hoe kon dat geweldige, Messiaanse teken verkeerd zijn? En we wisten dat Hij de Messias was, omdat Hij het teken van de Messias deed. Daarom..." (Messias is God, de Gezalfde. En de Gezalfde is het Woord. En het Woord werd gemanifesteerd. Zie?) "Wij wisten dat Hij de Messias was. En hier was Hij. Het was elke keer precies juist geweest, behalve deze keer. Maar nu had het gemist, want Hij zei tegen de jonge vrouw: 'Ga uw man halen', en ze zei: 'Ik heb er geen.' Hij zei: 'Gij hebt de waarheid verteld. U hebt het goed gezegd, want u had er vijf, en degene met wie u nu leeft, is uw man niet.' O!

     En we letten erop wat die vrouw zei. Ze keerde zich met grote ogen om en ze zei: 'Meneer, ik bemerk dat U een profeet bent.'" Nu, dat... In werkelijkheid is het verkeerd vertaald in de King James. Het is in orde. Het is goed op die manier. Maar als u hierover in uw kantlijn zult lezen, en dat terugvoert naar het oorspronkelijke Grieks (en velen van de geleerden hier hebben het gelezen), dan staat er: "Gij zijt die Profeet." Zie? Dat leest u in de kantlijn. "Gij zijt die Profeet. Ik bemerk dat Gij die Profeet zijt." "Nu, wij weten dat wanneer de Messias komt, genaamd de Christus (die Profeet, Messias, Christus, allemaal dezelfde Persoon), wanneer Hij komt, dan zal Hij ons al deze dingen vertellen.

     En Jezus zei: 'Ik ben Diegene, Die tot u spreekt.'

     En die vrouw rende de stad in en begon aan alle mensen te vertellen: 'Kom, zie een Mens Die mij de dingen verteld heeft die ik heb gedaan,' (Let nu op) 'me de dingen vertelde die ik heb gedaan. Is dat niet de Messias?' En jullie weten dat we allemaal de stad ingingen om te ontdekken wat er gebeurde. En iedereen in die stad geloofde het getuigenis van de vrouw. O, het was een geweldige tijd."

47 Ongeveer op die tijd zei Mattheüs: "Wacht...", of hij zei: "Wacht even. Ik wil... ik heb iets wat ik wil zeggen. Laat me heel snel getuigen." (Het begon een beetje laat te worden, weet u.) "Laat mij getuigen." Zei: "Herinneren jullie je die keer dat onze zuster Rebekka... Ze woonde in Jericho. En onze Here ging erheen om ginds in Jericho te eten, en we gingen de stad binnen.

     En herinneren jullie je hoe Rebekka getuigde? O, jullie weten nog dat ze in iedere samenkomst vroeg: 'Bid dat mijn man gered zal worden. Bid dat mijn man gered zal worden.'" Zijn naam was Zacheüs, de kleine man. Hij was een zakenman. Laten we aannemen dat hij een restaurant had en dat hij heel veel compositie... concurrentie had, liever gezegd; en hij was tamelijk gefrustreerd, omdat Jezus bij een andere plaats ging eten, alsof zijn plaats niet goed genoeg zou zijn.

48 "En Rebekka bad voortdurend. Ze zei: 'Zacheüs, het kan zo zijn dat je veel concurrenten hebt, en dat je een goede verstandhouding hebt met rabbi Levinski, de priester, de rabbi die je komt halen en met je eet (bij de Kiwanisclub, of zoiets). Het mag zo zijn dat je het goed met hem kunt vinden. Maar laat mij je iets vertellen. Deze Man is een Profeet. En Hij...'

     'Wel, weet je wat onze rabbi mij vertelde? Dat we sedert vierhonderd jaar geen profeet hebben gehad, want Maleachi was onze laatste profeet. En wil je mij vertellen dat die kerel, die daar bij de zeekust is geboren in een van die kleine hutjes daarginds, dat die ooit een profeet zou zijn? Ach, Rebekka...' [Leeg gedeelte op de band – Vert]

     Wij weten, dat wanneer hij ooit was gaan zitten om met Jezus te spreken, hij overtuigd zou zijn geweest." (En dat is vandaag hetzelfde. Als u slechts wilde gaan zitten om een paar minuten tot Hem te spreken, zult u het weten.) "Herinneren jullie je nog wat Rebekka ons vertelde? Nu, ik zal Rebekka's getuigenis gaan herhalen", zei Mattheüs.

49 "Nu, weet je, gedurende de hele nacht was onze kleine Zacheüs rusteloos geweest." Weet u, wanneer je voor iemand begint te bidden, komt hij in een tamelijk slechte toestand. Als u wilt dat iemand gered wordt, of dat er iets wordt gedaan, begin gewoon voor hen te bidden. Dat is de reden waarom we niet... Gebed is de grootste zaak die ooit in iemands handen werd gelegd. Gebed verandert zelfs God. Eens sprak God de dood uit over een man. Hij keerde zijn gelaat naar de wand en bad, en God spaarde hem nog vijftien jaar. Juist. Het is waar.

     "We ontdekken dus dat de kleine Rebekka de hele tijd bad. En die nacht kon ze niet slapen. Ze keek vanuit haar ooghoek. Ze zei... Zacheüs was rusteloos. Ze zei: 'Here, ik weet dat U met hem bezig bent. Ik weet dat U met hem bezig bent. Nu, Jezus de Profeet komt hier in de stad naar deze samenkomst en ik zou Hem zo graag willen zien. Here, maakt U nu een weg. Laat hem zich ellendig voelen. Maak hem zo dat hij niet kan slapen.'

     Zo verging het hem. Hij kon niet slapen. Dus dat was in orde; dat was fijn. Dus de volgende morgen... Ze was weer ingedommeld, had de hele nacht gebeden."

50 En als u nu wilt dat uw man wordt gered, doe dan hetzelfde als wat Rebekka deed. Begin gewoon voor hem te bidden. En weet u, als hij daarbuiten op die zee is om te vissen, of daarginds in zijn zaak, hij zal zich zo veroordeeld gaan voelen dat hij zelfs niet kan slapen. Beslist. Dat is waar. Hij wordt gewoon... En als u wilt dat uw vrouw wordt gered, doet u dan hetzelfde, en ze zal vandaan blijven van ieder kaartpartijtje en al het andere waartoe ze behoort. Ze kan het gewoon niet meer. Zie? Ze zal het zeker doen. Jazeker. O, er ligt eenvoudig grote kracht in gebed.

     "En ze zei dat ze bad, en toen viel ze tegen de morgen in slaap. Opeens werd ze wakker. Vlak voor het aanbreken van de dag was Zacheüs al opgestaan. Trok zijn beste kleding aan, en ze zei: 'Dank U, Here. Ik weet het. Ik weet dat U met hem bezig bent.' En toen draaide ze zich om. Ze zei: 'O, schat, waarom sta je zo vroeg op?'

     'O,' zei hij, 'zomaar. Ik dacht er gewoon aan om naar buiten te gaan voor wat frisse lucht.' (U weet hoe je allerlei excuses kunt bedenken, nietwaar?) 'Ik geloof dat ik even naar buiten zal gaan voor een heleboel frisse lucht. Weet je, het is nogal stoffig in de kamer.'"

51 "'Wel,' dacht ze, 'we zijn vijfentwintig jaar getrouwd en zoiets heeft hij hiervoor nog nooit gedaan. Er moet nu dus ergens iets verkeerd zijn. En we weten dat... En Jezus wordt hier ieder moment verwacht. Ik zal me dus zo gedragen alsof ik niet geïnteresseerd ben. Maar hij gelooft niet dat Jezus een Profeet is. Als hij dus ooit kan worden overtuigd dat Hij een Profeet is, dan zou hij het Woord des Heren herkennen, want hij is een Jood, en hij weet dat het Woord tot de profeten komt. Dan weet hij dat Hij het Woord des Heren heeft.'

     Ze lette dus op hem, en hij knapte zich heel netjes op, kamde zijn baard uit en deed zijn haar naar achteren en zette zijn mooiste tulband op. En hij begint de stoep af te lopen, achterom kijkend of Rebekka hem nakijkt. En ze staat bij een ander raam en gluurt zo tussen het latwerk door om te kijken wat hij gaat doen.

     Ze ging op haar knieën en zei: 'Dank U, Here, dank U. Hij gaat er rechtstreeks naartoe om het te zien. Ik weet dat U mijn gebed gaat beantwoorden.'"

     Op die manier moet u geloven: dat God het voor u gaat doen.

52 "Hij begint dus naar buiten te gaan, weet je, en loopt de straat af, en hij kijkt om zich heen. Nu, als Hij dit zal gaan doen, dan zal Hij hier onder de bomen door komen. Maar in plaats daarvan ging hij regelrecht naar de zuidpoort waar Jezus naar binnen kwam. Zie?

     Hij kwam daar aan. Hij dacht: 'Ik zal daar vroeg naartoe gaan', hij getuigde later dat hij dat in zichzelf zei. 'Ik zal daar vroeg naartoe gaan, en dan zal ik deze valse, zogenaamde profeet van Galilea zien. Wanneer Hij voorbijkomt, zal ik Hem wel eventjes mijn mening geven.'" Uh-huh. U beseft het niet. Kijk, wanneer ze echt prikkelbaar worden, bedenk slechts dat God nog steeds met hen handelt. Zie? Hij weet hoe Hij het moet doen.

53 "Maar weet je wat? Toen hij daar aankwam, was de straat reeds vol met mensen die daar de hele nacht op Hem hadden staan wachten. Je weet dat Hij ook vrienden had. En hij kwam daar aan en hij was zo klein... Misschien dat hij groot was in zijn eigen samenkomst, maar in deze was hij gewoon een ander iemand."

     Weet u, ik houd van deze ouderwetse godsdienst. Die zal maken dat een smoking en een overall hun armen om elkaar slaan en "broeder" zeggen. Die zal maken dat een bontgedrukt katoentje en een zijden jurk hun armen om elkaar slaan en "zuster" zeggen. Er is geen aanzien des persoons. U bent gewoon een ander iemand. Ongeacht wat je bezit of wie je bent, je bent gewoon een ander persoon. Er zijn geen hoge pieten onder ons. We zijn allemaal Gods kinderen. Dat is zo. Uh-huh. O, my.

54 "En daar loopt hij en hij dacht: 'Wanneer ze mij zien aankomen, Zacheüs, de grote koopman van deze stad, dan zullen ze allemaal opzij stappen, en zeggen: "Ga uw gang, meneer."' Maar ze ontdekten dat hij maar een gewoon iemand was. En toen hij daar aankwam, was hij zo klein temidden van hen, dat hij... niemand... hij Jezus niet kon zien. Hij zei: 'Weet je wat? Nu, dit... Hij komt binnen... Dit is de Glorie Avenue. Nu, Hij moet daar wel het Halleluja Kruispunt oversteken, naar de straat die de Halleluja Avenue wordt genoemd.'"

     Hij gaat altijd door die straten: Glorie, en Halleluja, en Amen, en Prijs God. Hij reist altijd via die straten. Blijf daar gewoon staan. Na een poosje krijgt u dat.

55 "En hij holde langs de straat zo hard als hij kon, en hij kwam bij de Halleluja Avenue aan. En hij zei: 'Nu zal ik precies hier gaan staan, precies op de hoek.' Toen begon hij te denken, weet je: 'Er is zo'n gedrang en het wordt steeds erger. En tegen de tijd dat Hij hier is, zullen ze me gewoon onder de voet lopen. Dus weet je wat ik geloof dat ik zal doen? Ik denk dat ik hier in deze wilde vijgenboom zal klimmen en dan zal ik een goed zicht op Hem hebben.'

     Dus hij sprong omhoog. Hij was te kort, kon niet bij de tak komen. Dus keek hij om zich heen en de stadsreinigingsdienst had de vuilnis nog niet opgehaald. Toen strekte hij zich uit en pakte het vuilnisvat op, en hier komt hij aan." (O, weet u, wanneer je vastbesloten bent om Jezus te zien, dan zal Hij maken dat u dingen doet waarvan u nooit gedacht had die te zullen doen.) "O, my. Hier komt hij aan, de zakenman van de stad die het vuilnisvat draagt."

     En ongeveer op de tijd dat hij daar aankwam, zag zijn concurrent hem. (Vraag me af of hier vanavond iemand zit die ook zo te kijk staat. Gewoon, o, te kijk staat. Vraag me af of dat zo zou kunnen zijn, door daar te zitten. "O, my. Ik zou niet willen dat iemand mij hierbinnen zag." Maar weet u, Hij weet precies waar u bent.)

     "Hij zette de kleine ton dus neer en de concurrent zei: 'O, ik zie dat hij van positie veranderd is; van een koopman is hij nu een vuilnisman geworden.'

     Maar hij besteedde er geen enkele aandacht aan; z'n gezicht was rood geworden. Want hij was vastbesloten Jezus te zien. Zie je? Hij wilde een blik op Hem werpen. Hij geloofde niet dat Hij een Profeet was. En als Hij geen Profeet was, zou hij er meteen op af gaan en het Hem haarfijn vertellen; dat was alles. Zou gaan zeggen: 'Wel, U bent een bedrieger. U behoort niet in deze stad te zijn.'

     Hij klom dus bovenop de vuilnisbak en begon erop te klauteren." (O, o. U gebruikt dat woord klauteren hier niet, nietwaar? Dat is een zuidelijke... dat betekent een boom inklimmen, weet u, en je vastklemmen met je knieën. We noemen het daar de boom in klauteren.) "Klom tegen de boom op en daar kwam hij boven, en hij ontdekte een plaats waar twee takken zo bij elkaar kwamen. En hij ging precies boven op ze zitten."

     Daar is het waar we allemaal toe komen: waar twee wegen samenkomen, de uwe en die van God; daar is het waar u uw beslissing neemt.

     "Daar zat hij, kijk eens aan, keurig verzorgd, de vuilnis van hem af te schrapen, de splinters uit zijn handen te trekken. Wat een toestand. Maar hij wilde Jezus zien."

56 Het zal maken dat u in een knoeiboel terechtkomt. Dat is er vandaag met de mensen aan de hand. Ze houden niet van de nieuwe geboorte. Ze proberen er iets anders van te maken. Ze willen een hand geven, zeggen: "Ik geloof in de almachtige God, de Vader. Ik geloof in de heilige Rooms-Katholieke kerk, de gemeenschap der heiligen; en ik neem Hem aan als mijn Redder. Ik ben wedergeboren." Uh-huh, nee, nee, nee.

     Luister, broeder. De nieuwe geboorte is meer dan dat. Luister. Ik wil u iets vertellen. Elke geboorte is een knoeiboel. Het maakt me niet uit of het in een varkensstal is of dat het in een ziekenhuiskamer is. Elke geboorte is een knoeiboel. En laat me u vertellen dat de nieuwe geboorte niets minder is. Het is een knoeiboel. U zult brullen en blèren, en al de verf van uw gezicht afwassen met uw tranen. Maar als... U zult moeten sterven, maar het brengt nieuw leven. Dat is de hoofdzaak. Het zal nieuw leven brengen en u zult een ander schepsel zijn. Het zal een knoeiboel van u maken, maar u... u zult dat moeten doen om wedergeboren te worden. U moet een knoeiboel worden (zie?), maar het zal nieuw leven brengen.

57 "En hier zat hij dan de vuilnis van zich af te schrapen. En weet je, hij zei: 'Nu, Rebekka vertelde mij...' En zij was thuis op en neer aan het springen, zeggende: 'God, ik weet dat U gebed beantwoordt. Halleluja. Hij zal het vandaag ontvangen. Dat is gewoon alles, want hij is niet teruggekomen. Als hij wat frisse lucht had willen hebben, zou hij buiten op de stoep hebben gelopen en teruggekomen zijn. Maar hij liep zo hard als hij kon, en ik zag hem in de richting van de Halleluja Avenue gaan, net zo hard als hij maar kon. Ik weet het, Here. Dank U reeds voor het beantwoorden van gebed.'

58 Dus wat gebeurde er toen? Hier zat de kleine Zacheüs daar bovenin, en hij zei: 'Weet je, Rebekka zei dat Hij een Profeet was. Nu, er zou iemand kunnen zijn die me hierboven ziet en die mij aanwijst voordat ik een goede gelegenheid krijg om Hem te vertellen hoe ik over Hem denk.' Dus reikte hij om zich heen en pakte de takken en trok die helemaal om zich heen en camoufleerde zichzelf, zat daar teruggetrokken in een... weet je, zoals een kraai die in een boom zit. Zat daar zo teruggetrokken en camoufleerde zichzelf.

     Hier had hij een heel groot vijgenblad en maakte daar een venster van. Hij kon het optillen en kijken en dan weer naar beneden doen. Zie? En meteen hoorde hij lawaai." (Weet u, er is iets eigenaardigs. Bijna overal waar Jezus heengaat, is er een heleboel lawaai.) "Hij hoorde... Hij zei: 'Wel, Hij moet er aankomen. Veel lawaai.'"

59 "En na een poosje komt Hij de hoek om. En wanneer Hij de hoek omslaat, kijk daar eens: menigten omringen Hem, vier of vijf mannen houden de mensen bij Hem vandaan, en dan loopt Hij de hoek om. Hij zei: 'Die kleine Kerel?'"

     U weet dat er in de Bijbel staat: "Er was geen schoonheid aan Hem dat we Hem zouden begeren." Hij zag er niet uit als een grote koning of priester, of zoiets. Hij was een nederige, kleine Man, Die daar voortliep met Zijn hoofd naar beneden; met Zijn hoofd naar beneden liep Hij rechtstreeks door totdat Hij onder de boom kwam. En hier zit die Zacheüs daar bovenin, weet u, met dat blad omhoog zo te kijken.

     "En precies op de tijd dat Hij onder de boom komt, met Zijn hoofd naar beneden, keek Hij naar omhoog en zei: 'Zacheüs, kom naar beneden. Ik ga met u mee naar huis voor het middageten.'" Glorie.

     Was Hij een Profeet? Amen. Dat was Hij beslist. Niet alleen wist Hij dat hij in de boom zat, maar Hij wist dat zijn naam Zacheüs was. Amen. Glorie.

60 Het moet Nathanaël zijn geweest die zei: "Wacht even. Herinneren jullie je die keer toen die oude Farizeeër kwam en Hem vroeg om bij hem te komen eten?"

     "Ja."

     "Ze nodigden ons niet uit, en we konden zonder uitnodiging niet komen. Maar Hij ging, en ze lieten Hem daarbinnen zitten met ongewassen voeten. Herinner je je die kleine vrouw die haar paar Romeinse denarii ging halen en op weg ging om die albasten fles te kopen, en ze glipte daar naar binnen. En daar stond ze bij Zijn voeten. En daar zat Jezus met vuile voeten." O, het klinkt heiligschennend om dat te zeggen, maar dat deden zij.

61 Weet u, wanneer je daar in hun huizen komt, dan is het eerste wat ze doen... ze halen de voetenwasjongen. Nu, dat is de laagstbetaalde man van de groep, de voetenwasjongen. Hij gaat naar buiten, en wanneer er een gast binnenkomt, tilt hij zijn voeten op. En hij trekt zijn sandalen uit en wast zijn voeten, want ze hadden... Ze liepen over een weg, en de dieren liepen over deze weg, begrijpt u, waar de dieren waren, en ze gingen door het stof. En terwijl ze liepen droegen ze een lang kleed en dat pakte dat stof op en dat plakte aan hun ledematen en dergelijke. En o, de stank van de dieren. En daarom was het niet fijn om een huis binnen te gaan.

     Daarom hadden ze een voetenwasknechtje. Hij was de laagstbetaalde van de groep. En hij zou naar buiten gaan en hun voeten wassen, en dan, zodat ze zich welkom zouden voelen (ziet u?), en hij zou hun een paar schone sandalen aandoen. En Jezus werd een voetenwasknechtje, de laagste baan op aarde. En iemand verzuimde om Zijn voeten te wassen.

62 En dan is het volgende wat ze doen... De directe stralen van die Palestijnse zon zijn echt heet, dus ze verbranden hun nek en gezicht. En ze zouden hun een bepaalde zalfolie geven en deden dat op hen, en ze veegden hun gezicht er zo mee af. En het verkoelde, was verkoelend zoals menthol. En het werd verkregen uit een rozenknop die ze heel hoog in de bergen vonden. De koningin van Scheba bracht er een heleboel van mee naar Israël toen ze in Salomo's dag daar aankwam. En daarna veegden ze het af.

     En daarna... Dan was het volgende dat ze hun gast welkom kusten. (Kom hier, broeder.) Op deze manier deden ze dat. Ze pakten elkaars hand vast op deze manier, en als ze binnengingen, en welkom waren, pakten ze elkaar op deze manier, en gingen... Dan verwisselden ze hun handen op die manier aan deze kant. En dat doen ze nog steeds: kussen hen op de nek, heten hen welkom (zie?), kussen hen welkom.

63 Wel, hier zat Jezus. Hier is deze grote, oude rabbi, die daar staat, weet u, met al zijn wijn en met al zijn fijne voedsel daarginds. En de arme mensen konden niet komen. En ze zouden dat aroma ruiken, gebraden ram... lam, weet u, en o, my, wat wilden ze graag komen. Maar ze konden niet komen. Het water liep hun in de mond.

     O, die rabbi's. Ze verdienden veel geld en ze konden zich rijk voedsel veroorloven. Dus... En Jezus was binnengekomen en al de anderen waren welkom. En Hij had zijn drukke schema verlaten om te komen, en ze heetten Hem zelfs niet welkom; lieten Hem daar zitten, vuil.

     En weet u wat die oude rabbi Levinski daar zei? Hij zei... En deze vrouw keek die kant op, en ze kwam en zag Hem daar zitten. Ze zei: "O, Wie is dat? Weten jullie Wie dat is?"

     En iemand zei: "Er wordt aangenomen dat Hij die Profeet is. Hij is geen profeet. De rabbi gaat vandaag bewijzen dat Hij geen profeet is. Daarvoor heeft hij Hem hierheen laten komen."

64 Onthoudt u maar, dat wanneer een van die knapen Jezus uitnodigt, hij iets in zijn schild voert. Hij heeft ergens een kaart verstopt. Hij had niets van doen, hij had niets te maken met Jezus. Het was een doorgestoken kaart of zoiets. Daarom had hij al de andere priesters uitgenodigd. Hij zou gaan bewijzen dat Hij geen profeet was.

     Maar Jezus komt altijd. Ongeacht hoeveel Hij... dat u probeert er iets aan te doen, of probeert Hem aan de kaak te stellen; als u Hem uitnodigt, zal Hij komen. Hij komt Zijn afspraken altijd na. Hij stelt nooit teleur. Dus daar was Hij.

65 Daar zat Hij die avond... die dag. En deze kleine vrouw zei: "Als Hij dat is, dan is het die Man. Ik geloof dat Hij een Profeet is en dat Hij Degene is Die Maria Magdalena vergaf – die vrouw die net zo slecht is als ik – en haar zonden vergaf."

     Snel liep ze de stad in, een klein steegje in, en ze liep de krakende trap op in een klein oud huisje; strekte zich uit en haalde dat beetje geld tevoorschijn dat ze bijeen had gekregen door haar verkeerde manier van leven. Ze trok hem tevoorschijn, deze geldzak. En ze zei: "Ik kan dit niet doen. Hij... Hij is een Profeet. En Hij zal weten hoe ik aan dit geld kom. Hij... Maar het is alles wat ik kan doen. Het is alles wat ik heb. En ik moet Hem ontmoeten. Ik ben een zondares. Ik moet Hem vragen mij te vergeven."

66 En daar ging ze de straat op en kocht een albasten fles met zalfolie. Ze glipte de bijeenkomst binnen. Ik begrijp niet hoe ze daar ooit is binnengekomen. En ze keek, en daar zat Jezus. En toen ze bij Hem kwam, begon haar hart te bonzen terwijl ze naar Hem keek.

     En ze viel aan Zijn voeten neer en ze keek omhoog. En ze was zo schuldbewust dat de tranen langs haar gezicht begonnen te lopen en op Zijn voeten drupten, weet u. En ze probeerde ze af te drogen. Ze was zo bevreesd dat ze iets verkeerds zou doen. Ze probeerde ze af te drogen en dan... [Broeder Branham maakt een kussend geluid – Vert] en kuste Zijn voeten, en keek omhoog, en de tranen stroomden naar beneden. Ze strekte zich en pakte haar haar, en daarmee veegde zij ze af.

     En ze verbrak de albasten fles en goot het op ze uit, huilend, omdat ze wist dat ze een zondares was. En weet u, ze dacht... Als Jezus een voet had bewogen, was ze daar weggerend. Maar, ziet u, het doet er niet toe wat het is, als u probeert Hem een dienst te bewijzen dan zal Hij u het laten doen. Hij houdt ervan wanneer u Hem een dienst wilt bewijzen.

     En ik kan Hem daar gewoon zien zitten kijken naar haar. En ze is bezig Zijn voeten te wassen en ze huilt: "Ik weet dat ik een zondares ben. Ik ben niet waardig om dit te doen. Maar, Here, ik kan het niet verdragen om U daar te zien zitten met Uw voeten die helemaal vies zijn en zo stinken. Dat is niet juist", zo Zijn voeten wassend; hysterisch.

67 En de oude, van zichzelf overtuigde Farizeeër keerde zich opgewonden om en zei: "Hum, hum. O, als Hij een Profeet was, zou Hij wel weten welk soort vrouw Zijn voeten wast; als Hij een Profeet was. Dat bewijst dat Hij geen profeet is."

     Jezus zat gewoon stil totdat ze tenslotte haar dienst beëindigd had. Op die manier doet Hij het bij u of bij mij. Ga door en bewijs uw dienst. Toen Hij dan schoon was, stond Hij op en keek haar aan. En ze deinsde terug. Wat zal Hij gaan zeggen? Hij zei nooit tegen haar...

     Hij keerde Zich om en keek naar de Farizeeën, en Hij zei: "Simon, Ik heb u iets te vertellen. U hebt Mij hier uitgenodigd en Ik ben gekomen. Maar toen Ik kwam, hebt u Mij helemaal geen water gegeven voor Mijn voeten. U hebt Mijn verschroeide hoofd hier nooit gezalfd met zalfolie. U hebt Me nooit een kus gegeven." (Wanneer u iemand uit Palestina een kus op zijn nek geeft, betekent dat: "U bent welkom. Kom binnen. U bent een broeder. U kunt naar de koelkast lopen en er iets te eten uithalen; en uw schoenen uitdoen en op de chesterfield gaan liggen, en doen wat u maar wilt." U kunt zich thuis voelen als u welkom wordt gekust.) Maar Hij zei: "U hebt Mij nooit welkom gekust."

     "Maar deze vrouw," (Hij keerde Zich naar haar toe.) zei Hij, "deze vrouw heeft vanaf het moment dat Ik hier ben, vanaf het moment dat zij binnenkwam, voortdurend Mijn voeten gekust en ze gewassen met de tranen van haar ogen." (Wat een prachtig water: tranen van berouw die Hem een dienst bewijzen.) "O, ze heeft Mijn voeten voortdurend gewassen met haar tranen. Ze heeft Mijn voeten gekust, niet Mijn nek, Mijn voeten, vanaf dat Ik hier binnen ben."

68 En ze vraagt zich af wat Hij zal gaan zeggen. Haar mond is helemaal vettig van de zalfolie; haar grote bruine ogen wijdopen; haar haar hangt naar beneden, de... Haar gezicht is nu bevlekt, en ze vraagt zich af. Dan keert Hij zich om en kijkt naar haar. Nu, kijk of Hij een Profeet is of niet. "En Ik zeg tot haar, dat haar zonden die vele waren, haar allemaal vergeven zijn." (Dat is wat ik Hem wil horen zeggen.) "Haar zonden die vele waren, zijn haar allemaal vergeven." Amen. Was Hij een Profeet?

69 Iemand zei: "Herinneren jullie je," (iemand anders daar stond op) "herinneren jullie je ook, toen Hij die dag door de poort ging, toen Hij Jericho verliet, dat daar een blinde man zat, wat hij vertelde over het gesprek dat hij had gehad? Zijn naam was Bar-Timeüs. Herinneren jullie je zijn getuigenis?"

     "Ja."

     "Hij zei dat een menigte mensen een heleboel lawaai begon te maken, en hij vroeg: 'Waarvoor is al dat lawaai?' terwijl de mensen hem onder de voet liepen."

     Weet u, er is nog steeds een hoop lawaai wanneer Jezus komt. En er was... ik kan... Hij zei dat hij hoorde dat het hoofd, de opperrechter, het hoofd van de vereniging van predikers er aankwam om die opwekking te stoppen. "Zij kunnen een dergelijke opwekking hier niet houden." En daarom stuurden ze Hem de stad uit.

     En ze liepen achter Hem aan en zeiden: "Hé, we hebben begrepen dat U een man uit de dood hebt opgewekt, genaamd Lazarus. We hebben er hier een begraafplaats vol van. Kom mee en wek ze op. Dan zullen we U geloven." Ziet u, maar God speelt voor niemand clown.

70 Op een andere keer was er een andere groep die niet geloofde dat Hij een Profeet was. Ze deden een lap over Zijn gezicht in de Romeinse hof, en namen een stok, deden een lap over Zijn gezicht en sloegen Hem op Zijn hoofd, en zeiden: "Als U een Profeet bent, vertel ons dan wie U sloeg, dan zullen we U geloven. Vertel ons wie U sloeg." Maar Hij deed Zijn mond niet open en zei geen woord. Natuurlijk wist Hij wie het deed, maar Hij speelt geen clown voor de duivel. Hij doet alleen dingen om de Vader te verheerlijken. Dat is hetzelfde... Ja: "Als U een Profeet bent..." Ze betwijfelden het allemaal. Dat is waar. Ze betwijfelden het allemaal.

     Zacheüs zei dat hij twijfelde, maar toen werd hij een gelovige. Hij werd lid van de Volle Evangeliebroederschap, en bleef daar geheel trouw aan, omdat hij geloofde dat Hij een Profeet was.

71 Dan ontdekken we dat de oude, blinde Bar-Timeüs daar buiten stond en dat er een jongedame voorbijkwam. En hij was helemaal... Hij was naar één kant opzij gedrukt en ze trok hem omhoog. Ze zei: "Meneer, wat is er gebeurd?"

     Hij zei: "Jongedame, vertel me alsjeblieft Wie er voorbijkomt."

     "O, weet gij dat niet? Gij zijt een Jood, en weet u niet de dag en het uur waarin wij leven?"

     "Nee, lieftallige dame. Ik weet niet Wie dat zou zijn."

     "Ik ben Zijn volgeling."

     "Wie is Hij?"

     "Het is Jezus van Nazareth."

     "Ik heb nog nooit over Hem gehoord."

     "Wel, Hij is de Profeet van Galilea, over Wie de Schriften gesproken hebben."

     "O, de Messias, de Zoon van David?"

     "Ja."

     "Waar is Hij nu?"

72 Nu, als u ooit in Jericho bent geweest, merk dan op waar blinde Bar-Timeüs zat, en merk dan op waar Jezus was toen Hij hem hoorde. Het was onmogelijk voor Hem om hem te horen, terwijl de één zei: "Gezegend zij de Profeet. Glorie aan God in de hoogste hemelen", enzovoort, en iemand anders zei: "Jaag Hem de stad uit. Hij is een valse profeet. Wek de doden op; toon ons hier iets"; een gemengde menigte. Je kon niet... Hij kon het niet horen. Hij kon zijn natuurlijke stem niet hebben gehoord.

     Maar de oude blinde Bar-Timeüs ging op zijn knieën en zei: "O, Jehova God..."

     En toen hij dat deed, stond Jezus stil. Ik zou daar graag over willen prediken: Toen stond Jezus stil. Hij stond stil en zei: "Breng hem hier."

     Zijn geloof, het geloof van die blinde bedelaar, stopte de Zoon van God onderweg naar Jeruzalem met de zonden van de hele wereld op Hem liggend, op weg naar Golgotha om gekruisigd te worden. En het geloof van één bedelaar op zijn knieën die het uitriep – zijn geloof – Hij voelde zijn geloof. Zeker was Hij Gods Profeet.

73 O, wat een getuigenissamenkomst. Ik zou willen dat we tijd hadden om ermee doorgaan, maar dat hebben we niet. We moeten de getuigenissamenkomst beëindigen en afsluiten. O, het is misschien al wat later geworden en het is donker geworden. O, de oude boot schommelde gewoon van de ene kant naar de andere, terwijl ze riepen: "Glorie. Halleluja." O, ze waren bevredigd. Ze wisten dat Hij de Messias was.

     Ongeveer op die tijd, ginds achter de heuvels van Galilea, kwam de duivel overeind. Hij zei: "Uh-huh. Ik heb ze precies waar ik ze hebben wil. Ze zijn vertrokken zonder Hem. Nu zal ik ze krijgen."

74 En ik vraag me af, broeders, of onze kerken niet hetzelfde hebben gedaan. In de opwinding van de opwekking proberen we uit te vinden wie de grootste kerk kan hebben, en de best geklede organisatie, de best geklede gemeente, liever gezegd, en de grootste organisatie, meer leden. Ik vraag me af of we met dit alles niet een beetje zijn weggegleden zonder Hem (zie?), Hem achterlatend, plaatsend... Alleen omdat we een betere groep hebben gekregen, en een grotere kerk, en...

     Dat is de reden voor mijn angst voor mijn Pinksterkerk waarvoor ik ijver, dat zij die werkelijke kern, dat ware Koninkrijk van God zal missen. Onthoud, broeder, zuster, Pinksteren is geen organisatie. Pinksteren is een ervaring voor Methodisten, Baptisten, Anglicanen, voor eenieder die wil. Pinksteren; u kunt Pinksteren niet organiseren, want dat is de Heilige Geest. Zie? En dat kunt u niet. Het is een ervaring die alle mensen aangaat.

75 En toen zagen ze Hem. Ze waren weggegaan zonder Hem, daarom zei hij: "Dit is mijn kans om ze tot zinken te brengen." Dus begon hij zijn vergiftigende adem op hen te blazen. Whe-e-e-ew. De grote zee begon... Zei: "Ik zal ze daar nu tot zinken brengen midden op zee. Ik heb ze daar waar ze zichzelf niet kunnen helpen." Whe-e-e-ew. Golf na golf...

     Wat zegt hij vandaag met zijn golf na golf? "De dagen van wonderen zijn voorbij. Whe-e-e-ew. Er is niet zoiets als Goddelijke genezing. U Pinkstermensen moeten zich daar niet in begeven. U behoort zich bij de grote oecumenische kerken aan te sluiten. U behoort zich... U behoort toe te treden tot de Wereldraad van kerken. Whe-e-e-ew." Golven van twijfel stromen door de kerk.

76 Het eerste wat er gebeurde was dat hun scheepje volliep met water. De mast brak. De roeiriemen braken. De kleine... U weet wat het betekent wanneer een boot vol water loopt. Ze staat op het punt om naar de bodem te gaan. En zo was het: alle hoop was vervlogen. De kleine... ze moesten haar gewoon laten drijven.

     De golven... en de duivel zat op iedere golf en zei: "Ha. Bij de volgende zullen we hem te pakken nemen. Bij de volgende zullen we ze laten zinken. Ze zijn discipelen van Christus. We zullen ze laten zinken, omdat ze zijn weggegaan. Ze zijn bang voor Hem geworden. Ze zijn weggegaan. Daarom zullen we ze nu pakken; we zullen ze krijgen."

     En zo verging het hun; ze gingen heen en weer, en de duivel zei: "Ik zal ze vervolgens verdrinken."

77 Maar weet u wat? Toen zij Hem verlieten, verliet Hij hen niet. Hij beklom de hoogste heuvel die er in het land was, zodat Hij hen kon gadeslaan, op ze kon letten waar ze heengingen. En u weet dat toen Hij op Golgotha stierf, Hij ons nooit heeft verlaten. Hij stond weer op en Hij ging omhoog, omhoog tussen Mars, Jupiter en Venus door, voorbij de maan, sterren en de Melkweg tot in de hemel, en ging nog veel hoger dan de hemel. De Bijbel zei dat Hij omhoog ging. Zelfs de hemel is Zijn voetbank. Waarom? Hoe hoger u komt, des te verder kunt u zien. En Zijn oog is op het musje, en ik weet dat Hij precies nu aan het opletten is.

     Toen moeite kwam opzetten, zag Hij hen in moeite, en het eerste wat er gebeurde, weet u, is dat Hij naar ze toe komt lopen op de zee; lopend. En het droevige deel van dit verhaal gaat als volgt. Precies hier is het bedroevendste gedeelte. Ze stonden op het punt om te zinken. En als onze kerken niet weer terugkeren naar een opwekking, terug naar de Heilige Geest, terugkeren, en niet doorgaan in die richting waarin de denominationele kerken gaan, dan zullen we gaan zinken. Dat is juist. We gaan regelrecht terug, want God heeft iedere kerk die zich ooit heeft georganiseerd op de plank gelegd. En ik wil dat er een geschiedkundige is die mij vertelt waar ze ooit opnieuw is opgestaan. In heel de geschiedenis is het nooit voorgekomen.

     En ik heb de Raad van Nicea, de Raad voorafgaand aan Nicea, de Nicea Vaderen bestudeerd, Hislops Twee Babylons, de Vroegere Eeuwen van Pember. O, er is nergens een plaats waar de kerk zich organiseerde of God legde die op de plank om nooit meer te gebruiken, maar Hij nam iets anders en ging daarmee door. Dat is waar. "God is bij machte om uit deze stenen..." Precies daar ligt vanavond ons probleem. Het ligt vanavond daar.

78 En hier komt Jezus op de zee aan lopen en ze dachten dat Hij een spook was. Ze waren bang voor Hem. Ze zeiden: "O..." Ze schreeuwden het uit: "O, het ziet er spookachtig uit. Ik ben bang dat het een geest is." Voor het enige wat hen kon redden, waren ze bang.

     Nu, blijf heel rustig. Dezelfde zaak vindt plaats. Waar je ook heengaat, wanneer ze de Heilige Geest zien onderscheiden – precies wat Hij heeft gezegd, bewijzend dat Hij de Messias is Die in Zijn mensen werkt – daar zeggen de mensen: "Het is telepathie. Wel, die knaap is een waarzegger." Zie? Precies hetzelfde als hoe zij dat noemden. Zie?

     Voor het enige wat hen kan redden, zijn ze bang. Dat is waar. Maar wat zei Jezus? "Vrees niet. Heb goede moed. Ik ben het." Amen. "Wees niet bang. Ik ben het. Wees niet bevreesd." Moge Hij dat vanavond tot onze harten zeggen, vrienden.

79 Wanneer we door deze gebedsrij heen komen, laten we dan bedenken: "Vrees niet." Nu, als u een beetje bijgelovig bent, er een beetje achterdocht in uw hart is... Vergeef me dat ik mijn woorden door elkaar gooi. Dit is de elfde samenkomst op rij voor mij met ongeveer vijftienhonderd onderscheidingen in de laatste twee maanden. Ik ben bijna helemaal op. Ik heb nog drie avonden en ik moet een beetje rust nemen, anders kan ik hier niet blijven. Alles... Ik zit met mensen te praten. Het lijkt erop of het nog steeds een visioen is. Zie? Daarom ben ik vermoeid. U beseft niet waar ik doorheen ga. Maar ik moet werken. Spoedig zal de zon onder zijn gegaan, en dan zal er geen licht meer zijn. Dan zal het donker zijn.

80 Ze zeggen dat het communisme de wereld zal veroveren. Gelooft u dat niet. Het communisme zal helemaal niets doen. Toon mij één plaats in de Bijbel waar het communisme het ooit zal overnemen. De Bijbel zegt dat het Romanisme het zal overnemen, niet het communisme. Kijk naar Daniëls visioen. Zie? Niet het communisme; het is een marionet in Gods handen om het Romanisme te vernietigen.

     Maar vreest u het Romanisme, niet het communisme. Het is niets, het stelt niets voor. Je hoort over Rusland dat het alleen uit communisme bestaat. Ik ben daar geweest. Heb daar enigen van de fijnste mensen ontmoet die ik ooit in mijn leven heb ontmoet. Slechts één procent van heel Rusland bestaat uit communisten. Wat Rusland nodig heeft... Ze hebben de zwakheid van de Katholieke kerk gezien, en de manier waarop zij handelden, dat ze niets deden. Ze pakten al het geld van het land af en werden communist. Zo is het precies. Ze hadden die standaard hoog moeten houden...

     Rusland heeft een opwekking nodig. Toen ginds in Finland die kleine jongen werd opgewekt uit de dood, stond ik daar met honderden van die communistische soldaten, met dat communistische saluut, en tranen liepen langs hun wangen. Toen dat door het hele land ging, zeiden ze: "Wij zullen een God ontvangen Die de doden kan opwekken." Jazeker. Beslist. Ze willen een op-... Ze hebben een opwekking nodig.

81 Wat we nodig hebben is één... God heeft slechts één man nodig die Hij volledig onder controle kan nemen. Dat is alles wat Hij nodig heeft. Broeder, Christus is hier vanavond. Wees daar niet bang voor. Het is Christus. Wanneer u door deze rij heen komt, bedenk dan dit: dat het Christus is. Ik zal de samenkomst laten opstaan en voor hen bidden. Ik wil mijn predikerbroeders hier hebben die in Goddelijke genezing geloven, dat ze hierheen komen.

     Dikwijls laten mensen... Er zal een prediker de stad inkomen, en misschien heeft hij een goed ontwikkeld geloof, en doet al het spreken en al het bidden voor de zieken, zelfs het dopen van de mensen. Wat gebeurt er dan? Wanneer dan de evangelist is vertrokken, lijkt het erop of de arme herder ergens op de achterste rij zit met niets. Tenslotte is dat uw herder. Dat is de man die u tot zover heeft gebracht. Ga door met hem te vertrouwen.

82 En ik wil dat u allemaal weet dat u niet hoeft te wachten totdat er een speciale gave voorbijkomt. Als u een nood hebt voor geestelijke zaken, raadpleeg dan uw herder. Hij was degene die u tot dusver veilig heeft geleid, hij zal u verder helpen. Dat is juist. Gods dienstknecht...

     En ik wil dat u weet dat... Onlangs 's avonds stond ik in een rij met nog ongeveer dertig of veertig herders, en ik liep snel naar het andere einde van de rij en ving daar de mensen zo op. En een groot, het grootste percentage van hen was reeds genezen voordat ze daar kwamen waar ik stond; door deze met de Heilige Geest vervulde herders die hun handen op hen legden. Dat waren Methodisten, Baptisten en Pinkstermensen, alles bij elkaar daar. Ze geloofden. Zij hadden de Heilige Geest en zij geloofden het (dat is waar), en ze kregen het werk gedaan. Dat is waar.

83 En wees niet bevreesd voor deze onderscheiding. God heeft het beloofd. En deze paar korte avonden, gelooft u het? Heb geloof in God. Laten we nu bidden, terwijl we onze hoofden buigen. Nu, we staan op het punt om te sluiten. Binnen de volgende twintig tot dertig minuten zullen we elkaar gedag zeggen.

     Als ik volgend jaar terugkom, zullen er enigen van ons hier niet zijn. U weet dat. Misschien ben ik hier zelfs niet. Misschien bent u hier niet. Dit zal onze laatste ontmoeting zijn op deze aarde. Toch zullen we elkaar opnieuw ontmoeten. Dat zal bij het oordeel zijn, of bij de oordeelstroon van Christus. U zult daar gerechtvaardigd staan of ongerechtvaardigd. Dan zal het te laat zijn. U zult er niets aan kunnen veranderen. En u weet en gelooft dat God, door deze Bijbel hier, het telkens weer heeft bewezen dat Zijn tegenwoordigheid hier is.

84 Bent u geen Christen? Ik zal u niet gaan vragen om naar een altaar te komen; ik ga u alleen een vraag stellen. Ik wil dat u mij een antwoord geeft vanuit uw hart. Als u geen Christen bent, en u wilt dat ik voor u bid dat u een Christen wordt, zou u dan uw hand willen opsteken, terwijl iedereen zijn hoofd gebogen houdt? Zeg: "Bid voor mij, broeder Branham. Ik ben geen..." God zegene u, dame. Iemand... God zegene u. Nog iemand? Zeg... God zegene u, dame. En God zegene u, broeder. God zegene u, hier. God zegene u, meneer. God zegene u, jongeman. God zegene u.

     "Ik ben geen Christen. Ik wil een Christen zijn. Ik steek mijn hand op." God zegene u, daar achteraan, meneer. Onthoud nu dat ik deze vraag niet zou hebben gesteld als het niet kwam doordat de Heilige Geest mij trof. Daarom ging ik bij de boodschap vandaan. Hebt u op de verschillende toon gelet toen ik de voeten van die vrouw waste, of de vrouw die Jezus' voeten waste? Dat Licht vloog recht over mij heen en staat hier nu vlak voor mij. Zie? Daarom doe ik slechts wat Hij mij vertelt om te doen. "Vertel hun hun handen op te steken."

     God zegene u. God zegene u, broeder. God zegene u, ja. Ik zie uw hand. Iemand anders? God zegene u. "Wees mij genadig, God. Ik wil gered zijn." God zegene u, dame. "Ik wilde... ik wil gered zijn en Jezus een dienst bewijzen. De wereld giet opnieuw vuil op Hem, het vuil van de wereld. Ze noemen Hem 'heilige roller'. Ze noemen hen een stel gekke mensen. Ik wil mijn standpunt innemen. En met mijn leven – dat ik heilig zal leven in deze huidige wereld – wil ik het vuil van Zijn voeten afwassen. De kritiek die zij geven op Zijn heilige gemeente, dat vuil wil ik van Zijn voeten afwassen met mijn tranen van berouw." God zegene u, zoon. God zegene u. God zegene u, dame. Dat is goed.

     O, ik zie heel wat van de blanke mensen met hun handen omhoog. God zegene u. God zegene u. Zegene u. Dat is wonderbaar. Geloof slechts. Alles is mogelijk voor degenen die geloven. Heb slechts geloof. In orde.

85 Hemelse Vader, U zag deze handen. Ik ben... Als Uw dienstknecht claim ik hen. Ik claim deze dierbare mensen. Sommigen van hen zal ik nooit meer terugzien. Maar, God, ze hebben alle wetenschappelijke regels nu gebroken. Ze hebben hun handen opgestoken. Nu, volgens de wetenschap moeten onze handen naar beneden hangen. De zwaartekracht houdt ze naar de aarde toe. Maar het laat zien dat ze een geest in zich hebben die beslissingen kan nemen, en ze hebben hun handen opgeheven naar hun Schepper, aantonend dat er een geest binnen in hen... En er is er Eén Die aan de buitenkant tot hen spreekt, en ze geven antwoord terug aan die Geest, Die de Heilige Geest is.

     En, Jezus, ik wil Uw Woord aanhalen. Hemelen en aarde zullen voorbijgaan, maar zij niet. U zei in de geschriften van de gezegende Bijbel, in Johannes 5:24: "Die Mijn woorden hoort..." En ik heb vanavond eenvoudig Uw Bijbel aangehaald: "Die Mijn woorden hoort, en in Hem gelooft Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven, en zal niet in het oordeel komen maar is overgegaan van de dood in het leven." U hebt het beloofd, Here. Zij hebben hun handen opgestoken. Zij geloven U. Zij geloven in Hem Die U gezonden heeft. Zij hebben Uw Woord aangenomen, en ik claim hen. En Satan kan niet meer om hen heen hangen. Ik claim hen voor het Evangelie.

     En Jezus geeft hen aan Zijn Vader als liefdeoffers. "En niemand kan hen rukken uit Mijn Vaders hand." Zij zijn de Uwen, Here. Ik geloof van hen, dat zij ergens naar een christelijke kerk zullen gaan, een goede Volle Evangeliekerk, en gedoopt zullen worden met een christelijke doop, en de Heilige Geest zullen ontvangen. En wanneer een dezer morgens de mist van de dood voor hen verschijnt wanneer hun hart stopt, dan zal dat oude schip van Sion langskomen om zijn passagier op te pikken om hen daar veilig te doen landen. Sta het toe, Here. Ik geloof het, vertrouwend in Jezus' Naam. Amen.

86 Ik geloof Hem. Gelooft u Hem? Nu, iedereen die zijn hand heeft opgestoken... Nu, ik geloof in het doen van altaaroproepen. Dat doe ik beslist. Maar de werkelijke... Dat is niet apostolisch. De Bijbel zei: "Zovelen als er geloofden, werden gedoopt." Zie? Gebedssamenkomsten zijn geweest... Zeker, we zijn begonnen met het doen van altaaroproepen, naar voren komen en bidden, in de dagen van de Methodisten, de vroegere kerk in Engeland, toen ze de zondagsschool organiseerden, enzovoort. Hetgeen fijn was. Ik geloof erin wanneer Christenen rondom het altaar komen bidden, zondaren en wat dies meer zij. Maar op dit moment (zie?), is er helemaal geen plaats voor, hier staan instrumenten en van alles.

     Maar ik geloof dat u dat meende. En als u het niet meende, zou het u toch niet helpen. Zie? Maar als u het meende, bent u overgegaan van dood in leven. Dat is precies wat Hij heeft gezegd. Dat is juist; als u het meende. Er zijn dertig, veertig handen.

87 Nu, ziet u deze voorgangers hier? Dat zijn uw broeders. Vind uw weg naar hun kerk en word gedoopt. En laat... vraag hun hoe u de Heilige Geest moet ontvangen. Zij zullen u instrueren hoe het gedaan moet worden. Nu, als wij voor u bidden, wil ik er zeker van zijn dat de Geest van God op ons is. In orde.

     Ik wil u vragen: gelooft u? Ziet u die foto daar, die Vuurkolom Die op de foto staat? U hebt het gezien. Nu, ik heb dat gezien sinds ik een kleine jongen was. Het is overal bevestigd. De eerste keer dat het ooit werd gefotografeerd, vermeldde de Canadese krant het, eenendertig jaar geleden, het ging door het hele gebied van Canada, het gehele platteland, de staat Canada. Er stond: "Een mystiek Licht verschijnt boven een prediker terwijl hij doopt in de rivier." Dat was in 1930, beneden aan Spring Street bij Jeffersonville, Indiana, terwijl daar ongeveer tienduizend mensen stonden. En ik doopte mijn zeventiende persoon.

     Ik zei: "Hemelse Vader..." En ik was een jonge Baptistenprediker, en ik zei: "Hemelse Vader, ik kan hem slechts dopen met water tot de gemeenschap van deze gemeente. Maar ik bid dat U hem zult dopen met de Heilige Geest." En terwijl ik dat zei, zei Iets: "Kijk omhoog." Ik hoorde het de derde keer zeggen: "Kijk omhoog."

     En ik keerde me om en keek, en er brak een geweldig gebrul los boven de menigte, en hier kwam dat Licht naar beneden cirkelen, en het stond vlak boven mij waar ik mij bevond. En er kwam een stem uit vandaan die zei: "Zoals Johannes de Doper was gezonden om de eerste komst van Christus vooraf te gaan, zo zal uw boodschap de tweede komst voorafgaan." Kijk ernaar vandaag. Er brak daarna een opwekking uit en het ging rondom de wereld, een opwekking van Pinksteren, van de Heilige Geest. Nu ontvangen Lutheranen, Presbyterianen, Katholieken en zij allen de Heilige Geest, overal, en de gemeente maakt zich gereed om naar binnen te gaan. De boodschap begint aan het einde te komen. Zie? Zo staat het er voor.

88 Nu weten we allemaal dat de Engel des verbonds, dat die Vuurkolom de Engel des verbonds was, hetwelk Christus was. Gelooft u dat? Uw broeders zullen dat geloven, de predikers, zeker. Zie? Hij was... Mozes gaf Egypte op, de versmaadheid van Christus van grotere rijkdom achtend dan die van Egypte. Zie? Het was... Nu, dat was Christus in die Vuurkolom toen Hij Zich neerzette op de berg.

     Nu, toen Hij hier op aarde kwam, zei Hij: "Ik kwam van God en Ik ga terug naar God." Klopt dat? En na Zijn dood, begrafenis en opstanding, na Zijn hemelvaart, was Saulus, die later Paulus werd genoemd, onderweg naar Damaskus om de mensen te arresteren die deze weg volgden. En precies midden op de dag verscheen die grote Vuurkolom voor hem en wierp hem ter aarde, en verblindde zijn ogen. En een stem sprak... Nu, niemand zag de Vuurkolom behalve hij.

     Gelooft u dat de wijzen een ster volgden? Geen enkel observatorium of zoiets zag het, hoewel ze allemaal naar de hemel keken. Zij zagen het nooit, omdat ze er niet naar uitzagen. Zie? Hij verschijnt alleen aan degenen aan wie Hij dat wil.

     Nu, Saulus werd neergeslagen. Zij... zij zagen geen Vuurkolom, maar het was voor Saulus zo werkelijk dat het zijn ogen verblindde. En er kwam een stem uit vandaan, die zei: "Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij?"

     Hij zei: "Wie bent U? Wie is deze Vuurkolom?"

     Hij zei: "Ik ben Jezus. Ik kom van God. Ik ga naar God."

     Nu, Hij... Alles wat God was, goot Hij uit in Christus. Hij was de volheid van de Godheid lichamelijk. En alles wat Christus was, goot Hij uit in Zijn gemeente. "In die dag zult gij weten dat Ik in de Vader ben, de Vader in Mij, Ik in u, en u in Mij." Zie? Het is God. Het was God boven ons, God met ons, God in ons. Begrijpt u wat ik bedoel? Zo is het: dezelfde God.

89 Welnu, als dat Licht niet dezelfde werken doet als die het deed toen het in de Zoon van God was, dan is het niet hetzelfde Licht. Dat is het dan niet. Maar als het dezelfde werken doet... Precies zoals ik heb gezegd, als je al het leven uit een appelboom zou kunnen halen, elk beetje leven, en het leven van een perenboom kon overbrengen in een appelboom, dan zou hij peren voortbrengen (zie?), omdat dat leven erin is. Dat is wat hij draagt. De vruchten zitten uiteraard in het leven.

     En dat is hetzelfde hiermee. Als je het leven van Christus neemt, en haalt het leven van een zondaar eruit, dan moet hij eerst sterven. En wanneer dan het leven van Christus in hem komt, dan zal hij het leven van Christus voortbrengen omdat dat hetgeen is wat in hem leeft. Zie? Als... "Die in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen", omdat Zijn leven in hem is.

90 Nu, uw broeders, uw voorgangers, zouden niet in staat mogen zijn om te profeteren en dingen te voorzeggen, omdat profeten als profeten geboren worden. Er bestaat een gave van profetie in de gemeente, maar profeten worden altijd als profeten geboren. Zie? De stem van profetie in de samenkomsten, de gave van profetie moet worden beoordeeld.

     Maar merk op. Welnu, maar er is meer dan een... Er zijn apostelen, profeten, herders, leraars, evangelisten. Zie? Dat zijn allemaal bedieningen. En deze broeders... Ik ben geen leraar of prediker (zie?), omdat ik hun bediening niet kan uitoefenen. Zij kunnen de mijne niet uitoefenen. Maar God heeft in de gemeente geplaatst... Deze mannen zijn eveneens mannen Gods en hebben evenveel recht om voor iemand te bidden. En ik ben slechts hier...

     Kijk, wij zijn allemaal zoals... (zodat mijn indiaanse vrienden het zullen snappen), we zijn allemaal aan het vissen. Dat doen we. En er zijn slechts zoveel vissen in dit meer die gevangen moeten worden, en dat is alles. Het Koninkrijk van God is gelijk aan een man die een net nam, het net inwierp, het eruit trok en kikkers had, hagedissen, insecten, slangen, en vis. Maar zij waren vis om mee te beginnen; zij waren kikkers om mee te beginnen. Het duurt maar even of de kikkers zullen terug hoppen naar het water, en de slangen zullen zich terug haasten; de waterspinnen zullen zich terugtrekken en de rivierkreeften zullen snel ergens onder kruipen. Maar de vis is voor de Meester.

91 Nu, deze broeders vissen op verschillende plaatsen van Gods grote meer. Nu kom ik hierheen naar deze kleine stad om mijn net met dat van u te verbinden, zodat we ver kunnen reiken, uit één hoek vandaan, of uit één gemeenschap, heel ver reiken, en dan optrekken. Het zijn al onze netten bij elkaar. Ziet u het niet? Wij zijn broeders. Misschien dat we het niet met elkaar eens zijn. Als ik broeder Byskal hier over een bepaalde theologische zaak zou vragen, dan zou hij... dan zouden we het oneens kunnen zijn. En ik heb nog nooit een fijnere man in mijn leven ontmoet. Zie? We zouden het oneens kunnen zijn. Maar...

     Mijn kinderen ginds... Ik heb drie kinderen thuis. Als ik een ijsje ga halen, moet ik drie verschillende soorten meenemen. Eén wil vanille, één wil aardbeien, en één wil chocola. Wel, als ik aankom met de ijsjes lijkt het wel een regenboog. Maar kijk. Het is allemaal ijs. De smaak telt niet mee. Zo staat het er voor, broeders. Ik ...?... Dat klopt. We eten allemaal ijs.

92 Door één Geest zijn we allemaal gedoopt in hetzelfde lichaam. En zo kunnen we hier vanavond zitten; een regenboog is een verbond. God is een God van verscheidenheid. Gelooft u dat niet? God heeft niet alles zoals het Sears and Roebuck Harmony House. [Serviesgoed met één en hetzelfde kleine motief – Vert] Zeker niet. God is een God van verscheidenheid. Hij maakt grote bergen. Hij maakt kleine bergen. Hij maakt woestijnen. Hij maakt zeeën. Hij maakt kleine mensen, grote mensen. Hij maakt witte bloemen, zwarte bloemen, blauwe bloemen, roze bloemen. Hij is een God van verscheidenheid. En dat is de manier waarop Hij het wil.

     Maar de... Nu, wat als de witte bloem moet samengaan met de rode bloem en zegt: "Huh, ik wil niet in dit boeket van God gaan. Beslist niet, omdat ik geen... omdat jij geen rode bloem bent." Nee, ze voegen zich gewoon samen voor de Meester. Amen. Op die wijze doen we het, ons samenvoegen voor de Meester. Dat is juist.

93 Nu, de Heilige Geest is hier, en Jezus zei: "Als Ik de werken van Mijn Vader niet doe, geloof Mij dan niet." Klopt dat? Ze konden niet geloven dat Hij, een man zijnde, God kon zijn. Ze konden gewoon niet zien dat dat iets kon betekenen. Zeiden: "U maakt Uzelf gelijk aan God, de Zoon van God zijnde." Nu weten wij dat Jezus Zoon was. Hij zei: "De Zoon kan niets uit Zichzelf doen, slechts hetgeen Hij de Vader ziet doen."

     Thomas zei: "Toon ons de Vader en het is ons genoeg."

     Hij zei: "Ik ben al zolang bij u geweest, en kent u Mij niet? Die Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Ik ben het niet Die de werken doet, het is Mijn Vader Die in Mij woont." God is een Geest, Jezus was de man. Hij was een tabernakel waar God in woonde. Zie?

     Nu, Hij had de Geest zonder mate, zoals al dat water daar buiten in de zee. Zo was het in Hem. Maar in ons is er slechts een lepel vol van. Wij hebben het met mate. Maar onthoud, dezelfde chemicaliën die in de hele zee zijn, zitten in de lepel, niet zoveel ervan, maar dezelfde soort. Amen. Zie? Dat is waar. Daarom zei Hij: "Die in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen."

     Welnu, toen Hij Zijn Messiaanse teken toonde, was dat voor enigen. Hij was een Leraar. Hier zien we ze. Hier zijn verschillende dingen, wat Hij allemaal heeft gedaan. Hier worden ze vertegenwoordigd in Zijn gemeente. Hij is hier om u te helpen, en wij zijn hier om het Woord te prediken, om alles te doen wat we kunnen om u te helpen.

94 Nu, als ik de waarheid heb verteld dan is God verplicht Zich te houden aan Zijn waarheid. Is dat zo? Nu, voordat we hier naar boven komen... En u kent uw voorgangers, u weet dat zij leraars zijn. U weet dat zij krachtige mannen van God zijn in het Woord. En nu, opdat God zou mogen spreken of ik de waarheid heb verteld of niet, hoeveel hierbinnen zijn er nu ziek? Steek uw handen op. Voordat wij bidden, steek even uw hand op en zeg: "Ik ben ziek. Ik wil dat u voor mij bidt." In orde. Nu, er zijn allerlei handen. Natuurlijk kan ik niet weten wie wie is. Laten we nu in ons hart bidden.

     Nu, de Bijbel zei dat Jezus Christus een Hogepriester is Die kan worden aangeraakt door het voelen van onze zwakheden. Als dat waar is, zeg dan: "Amen." Precies nu is Hij een Hogepriester. En als u Hem hebt aangeraakt... En in Hebreeën 13:8 staat dat Hij Dezelfde is gisteren, vandaag en in eeuwigheid. Dan zou Hij op dezelfde manier moeten handelen. Zie? Hij is in de vorm van Heilige Geest. Als u dus Zijn kleed aanraakt – zoals die vrouw deed – met het gevoelen van uw zwakheden, dan zal Hij rechtstreeks terug spreken, want hier is een deel van Zijn gemeente in de vorm van leraars, en uitingen, en kanalen (zie?), en kijk dan of Hij niet God is. Laat de mensen hier binnen weten dat Hij God is. Hij is God, en Hij blijft Dezelfde gisteren, vandaag en in eeuwigheid.

95 Laten we nu zachtjes bidden, iedereen, voor onze zwakheden. Laat iedereen op zijn eigen manier bidden. Geloof slechts. Zeg: "God, wees genadig. Laat mij Uw kleed aanraken, Vader. Ik belijd mijn zonden. Ik ben verkeerd. En, Here God, als U slechts laat..."

     En u mensen daar, die Hem zojuist hebben aangenomen, zeg: "Here, de man wist beslist dat hier binnen zondaren waren, anders zou hij zo'n oproep niet hebben gedaan. En ik heb mijn hand opgestoken. Ik heb nog nooit eerder iets dergelijks gedaan zien worden. Ik heb hem horen vertellen over die getuigenisdienst. Als ik dat kan zien gebeuren, dan zal ik ook een getuigenisdienst beginnen; ik zag het worden gedaan omdat ze zeiden dat U Dezelfde bent." Nu, u, bid en zeg: "Vader, laat mij Uw kleed aanraken. In Jezus' Naam. Amen."

96 Kijk nu deze kant op. Geloof. Laten we sectie voor sectie nemen, zodat ik me op één sectie kan concentreren. Gelooft u nu met geheel uw hart. Laat nu de Heilige Geest... Ernstig nu, laat iedereen zo eerbiedig en rustig zijn als u maar kunt. En ga niet... Kijk naar mij, maar ga niet...

     Zoals Petrus en Johannes zeiden toen ze door de poort kwamen: "Kijk naar ons." Dat betekende om aandacht te besteden aan hetgeen ze zeiden. Zeiden: "Zilver en goud heb ik niet. Maar wat ik heb, geef ik u."

     Nu, als ik iemand van u zou kunnen genezen dan zou ik het komen doen. U weet dat. Ik geloof dat u gelooft dat wanneer ik het zou kunnen... Maar ik kan het niet. Niemand anders kan het. Zelfs God kan het niet. Hij heeft het reeds gedaan. Het enige is dat Hij u laat weten dat Hij hier is om te bevestigen dat wat Hij gezegd heeft juist is. Hoevelen begrijpen dat? Dat Zijn tegenwoordigheid bevestigt dat...

97 Kijk eens hier. Wel, hoeveel te groter zou het zijn om hier een persoon te zien die je nog nooit in je leven hebt gezien en diens leven te openbaren of iets dergelijks over hen, dan dat het zou zijn om eenvoudig handen op de zieken te leggen en te zien dat ze herstellen? Het is een wonder dat we gedurende tweeduizend jaar niet hebben gezien in de kerk.

     Maar het werd beloofd in de avondtijd en hierin bevinden wij ons, niet voor de formele kerk, maar slechts voor de uitverkoren gemeente, alleen Abrahams zaad. Geloof nu.

     Als iemand niet gelooft dat het God is, kom dan hier naar boven en neem mijn plaats in. Heb geloof.

98 Er zit hier een klein, aardig meisje naar me te kijken, een klein indiaans meisje. Er is iets verkeerd met je, zuster. En beneden in jouw kleine kinderhart maakte je contact met Iets. Ik wil je iets vragen, zuster. Je voelt een echt lieflijk gevoel om je heen, vanaf het moment dat ik met je begon te spreken, nietwaar? Dat Licht kwam precies boven jou. Je lijdt aan een eczeem dat niet wil weggaan. Dat is juist, nietwaar? Als dat zo is, steek dan je hand op. Het zal je nu gaan verlaten. Zie? Jouw geloof doet dat. Lieverd, had je een gebedskaart? Je had er een. Je zult hem nu niet hoeven te gebruiken. Ik keek naar beneden. Ik dacht dat ik iets in haar hand zag. Wees slechts eerbiedig.

     Hier, een blanke vrouw, die daar helemaal achteraan naar me zit te kijken. Zij lijdt aan iets wat verkeerd is in haar keel en in haar borstkas. God, laat ze het niet missen. Hemelse Vader, help ons, alstublieft. Mevrouw Alexandra, geloof met uw hele hart. Gelooft u? Steek uw hand op. In orde.

     Luister, luister hiernaar. Toen ik eerst sprak, dacht u dat u het was, maar u was niet zeker. Dat klopt. Toen werd u heel erg ongerust, bang. Dat Licht ging bij haar vandaan en kwam toen terug. Zie? Toen het dat deed, zag ik haar met iets in haar hand, komend van de post, en er stond 'Alexandra' op. In orde. Ga door. Uw geloof redt u. Amen. Gelooft u Hem? Dat is alles wat u moet doen: Hem vragen en ontvangen.

99 Hoe zit het met iemand hier? Hier. Hier is een man die zich ongeveer in de leeftijd bevindt tussen middenbejaard en bejaard in. Hij kijkt me recht aan. Hij vraagt zich in feite af of ik tot hem spreek. U bent het. U lijdt aan een bepaald iets in uw gezicht, zoiets als een afstervende zenuw. En het is... het begon in een ziekenhuis of zoiets, of met iets wat u had gedaan. En u kunt niet slapen, zoveel last bezorgt het u. Als dat waar is, steek dan uw hand op. Nu, geloof, en het zal u geen last meer bezorgen.

     Uw vrouw die daar zit, de dame naast u met de stippeltjesjurk aan, zij was er zo ontroerd over dat ze niet meer wist wat te doen. Dat klopt. Ik ken u niet, dame, nietwaar? Gelooft u dat ik Gods profeet ben? Wilt u mij aanvaarden als Zijn profeet? Als ik u zou vertellen – en u bent een vreemde voor mij – en vanaf hier zou vertellen dat u een gelovige bent vanwege wat er met hem gebeurde, als u mij gelooft met uw hele hart, en ik kan aan u openbaren wat uw moeite is, dan zult u weten of het de waarheid is of niet. Nu, u bent ernstig ziek. Het is een hartkwaal. Als dat waar is, steek dan uw hand op. Nu, geloof nu met alles wat in u is, en het zal u verlaten. "Vrees niet. Ik ben het. Heb goede moed."

100 Hier is een indiaanse dame, die daarginds naar me zit te kijken. Ze legt haar hand om haar hoofd, veegt over haar gezicht. Ze heeft last van haar arm. O God, moge ze het nu niet missen. Indiaanse zuster, ik spreek tot u. Mevrouw Jacobson, geloof mij met uw hele hart. Dat doet het. Dat is het. Amen.

     Gelooft u? Nu, gelooft u dat dit de Heilige Geest is? Steek uw hand op. Merk op. Als die zalving dan nu op mij is, en u gelooft mij als ik zeg dat ik de waarheid spreek, en God bevestigt dat het de waarheid is, dan is diezelfde Heilige Geest op deze mannen, alleen in een andere bediening, op ons allemaal. Nu, we zullen hier gaan staan, allemaal gezalfd met de Heilige Geest, en laat ieder persoon in het gebouw voorbij komen, en wij zullen bidden en u de handen opleggen.

     En in de Bijbel staat: "Deze tekenen zullen degenen die geloven, volgen." Hen volgen: dat zijn ik en u samen, u en zij samen. Zie? U gelooft. Wij zullen u handen opleggen en voor u bidden als u voorbij komt. Vertrek uit dit gebouw terwijl u zich verheugt en blij bent, en laat het nooit meer los, en u zult gezond worden.

101 Nu, als u gelooft dat ik een ware dienstknecht van God ben... Ik heb tot u het Woord van God gesproken. God is neergekomen en heeft het Woord van God bevestigd, en dan spreek ik tegen u en laat zien dat het God is, en Gods Woord belooft dit aan eenieder van u. Wat kan Hij nog meer doen? Niets. Hij kan u niet genezen, omdat Hij dit reeds heeft gedaan.

     Het enige wat u moet doen, is hier voorbijkomen. En zodra u het water inging en werd gedoopt, zei u: "Ik ben een Christen, want ik heb me bekeerd en ben gedoopt." Als u dan hier voorbijkomt en u worden handen opgelegd, zeg dan: "Ik ben genezen, want God heeft gezegd dat het gebed des geloofs de zieke zal redden." Ga hier vandaan; loop hier bij vandaan zoals wanneer u langs Golgotha gekomen zou zijn, juichend en God prijzend. Het is over. Gelooft u het? Amen. Ik heb Hem lief, u niet? Amen.

Er is een bron gevuld met bloed,
Komend uit Immanëls aderen,
Waarin zondaars, ondergedompeld in die vloed,
Al hun schuldige vlekken verliezen.

De stervende dief verheugde zich
Om die bron te zien in zijn dag.
Daar mag ik, zo vuil als hij,
Al mijn zonden wegwassen.

Nadat ik door geloof die stroom ooit zag,
Voorzien Uw stromende wonden;
Verlossende liefde is mijn thema geweest,
En zal dat zijn totdat ik sterf.

Dan zal ik met een meer edel en lieflijk lied,
Zijn reddende liefde bezingen,
Terwijl deze armzalig fluisterende, stamelende tong
Stil ligt in het graf.

     Halleluja! Ik geloof Hem. Er is plaats bij de bron voor ons allemaal. O, wanneer wij ons onderdompelen in die genezende stroom, die door geloof door God wordt uitgegoten vanuit de hemel, op de mensen uitgegoten om hun Zijn tegenwoordigheid te tonen... Hij is hier nu. Hij houdt van u. Hij houdt van u allen.

102 Hoeveel van u hebben nu gebedskaarten? Steek uw hand op. Laten degenen die in deze rij gebedskaarten hebben, deze sectie, aan die kant bij de muur gaan staan. Iedereen met gebedskaarten, ga aan die kant staan. En laat iedereen met gebedskaarten in deze sectie in het middenpad gaan staan. En zodra ze bij het einde zijn gekomen, gaat u er dan achteraan. En zodra al de gebedskaarten op zijn, laat dan deze sectie aan die kant gaan staan. En deze sectie die geen gebedskaarten heeft, sluit u erachter aan. Broeder Borders zal een microfoon pakken en instructies geven.

     En nu, kom hier, mijn broeders. (Dank je, broeder Eddie.) Waar kunnen we het best gaan staan, daar beneden? Ik vraag het me af. Goed. Dat is zo. Er zouden enigen van hen kreupel kunnen zijn. Ik vertel u wat we zullen gaan doen. We zullen naar beneden komen. Laten we nu meteen naar beneden gaan. Dat kunnen we nu direct doen. Goed. Kom gewoon. Kom nu hierheen, hier beneden, ieder van u broeders. Ga daar staan. [Leeg gedeelte op de band – Vert]

... ontmoeten! Totdat we weer ontmoeten!
Totdat we elkaar ontmoeten aan Jezus' voeten.
Totdat we ontmoeten! Totdat we ontmoeten!
God zij met u, totdat we elkaar opnieuw ontmoeten!

103 Is Hij niet wonderbaar? Hoeveel geloven er dat u gezond en wel zult worden? Amen. Hoe wonderbaar, wonderbaar. God zegene u. Laten we onze ogen nu sluiten terwijl we uiteen gaan. Ik hoop u terug te zien. En totdat ik u zie, zal ik voor u bidden. Bidt u voor mij. Zult u dat doen? Ik zal Port Alberni nooit vergeten. Het enige is dat ik meer tijd had willen hebben om te blijven. Ik heb u lief met onsterfelijke, christelijke liefde. Als ik u ooit een gunst kan bewijzen, zullen de nachten niet te lang duren en zal de regen niet te hard vallen. Bel me op. Ik zal te allen tijde voor u bidden. Al het mogelijke wat ik voor u kan doen om u ter wille te zijn, totdat wij elkaar opnieuw ontmoeten.

Totdat we ontmoeten! Totdat we weer ontmoeten!
God zij met u, totdat we elkaar opnieuw ontmoeten!

     Dat is het. [Broeder Branham begint te neuriën – Vert] Neurie het alleen. O, hoe wonderbaar. Hoe lieflijk is het wanneer broeders in eenheid tezamen wonen, het is zoals de kostelijke zalfolie die op Aärons baard was, die doorliep tot op de zomen van zijn kleed. Ik vind het vreselijk om u te verlaten. God zegene u. Laten we het opnieuw zingen, is dat goed?

Totdat we ontmoeten! Totdat we ontmoeten!
Totdat we elkaar ontmoeten aan Jezus' voeten (Totdat we ontmoeten!).
Totdat we ontmoeten! Totdat we ontmoeten!
God zij met u, totdat wij elkaar opnieuw ontmoeten!