Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Volhardend

Door William Marrion Branham

1 Dank u, broeder Borders. U kunt gaan zitten. Sorry, dat ik laat ben, maar ik was... Er was een kleine zieke baby die ik probeerde te bedienen toen ik aankwam, en de ouder was daar, helemaal overstuur erover. Ik was dus aan het bidden voor de kleine baby, en enkele zakdoeken waarvoor ik was... die mij werden gebracht om over te bidden. U gelooft in die bediening, bidden voor...? [De samenkomst zegt: "Ja." – Vert] Ja, zeker geloven wij daarin.

2 Nu, wij achten dit inderdaad een groot voorrecht om deze week bij u, fijne mensen, hier te zijn op dit eiland, uit alle... uit Port Alberni en van hier in Victoria. En ik was zo dankbaar gisteravond... Het deed mij pijn in mijn hart – dat wij slechts drie dagen hadden om hier te zijn, nog één dag – toen ik zag wat er hier gisteravond gebeurde, om de hele groep hun fouten te zien belijden en naar voren te zien komen om het in orde te maken.

     Nu, dat betekent dat er een grote mogelijkheid is dat er een grote overweldigende opwekking hier over dit eiland kan komen, die God zou kunnen toestaan. Ik geloof dat Hij het zal doen als wij Hem slechts zullen geloven, en geloof zullen hebben dat Hij dat zal doen.

3 Nu, ik dank broeder Byskal, Eddie, zoals ik hem ken, een echt dierbare jongen. Ik kreeg deze jonge knaap echt lief toen ik hem daar bij Dawson Creek ontmoette. Mijn eerste keer was in Grande Prairie, maar hij was in die tijd bij Dawson Creek en ik ontmoette hem daar. En hij vertelde mij hoe hij bezig was als zendeling onder de Indianen.

     En ik zei: "Eddie, ik zal een dezer dagen weer naar Canada komen, en ik zal langskomen om je vrienden te ontmoeten."

     Hij zei: "Heel fijn." Dus hij zei tegen mij: "Enige broeders zullen misschien langs Victoria komen, laten we daar vandaan de data verdelen." En hij zei: "Maar ze gaan daar een samenkomst houden, een conventie."

     Ik vond dat spijtig. Maar ik wil zeggen, dat ik mijn excuses ervoor aanbied dat wij in die tijd zijn gekomen, broeder Borders en ikzelf, en wij allemaal. Mochten er enigen van de broeders aanwezig zijn, wij wilden niet indringen, of helpen... uw conventie hinderen, maar enkel voor de zieken bidden terwijl wij langskomen. En ik wil zeggen dat u hier enige fijne mensen hebt. Wij hebben het gewaardeerd.

4 Dit is het einde van een reeks van elf diensten voor mij zonder enige rust, en mijn stem is bijna weg. Hij is zover weg dat... Hier is de context waarover ik vanmiddag van plan was te spreken: Paradox. En toen ik daar vandaan kwam, zei iets: "Je hebt gewoon geen stem om dat te doen." Dus toen koos ik iets anders.

     Dit is sinds mei dat ik in samenkomsten ben geweest. Ik was in Green Bay, Michigan, en vandaar door naar Chicago, Illinois; verder naar het zuiden naar Southern Pines in North Carolina; door naar Columbia, South Carolina; daarna naar het Cow Palace in Los Angeles. En vandaar noordelijk naar Santa Maria; vandaar naar Grass Valley; van Grass Valley naar Spokane; van Spokane terug naar Salem; van Salem hierheen, en hier. Zie? Ik word moe.

     Nu, alleen maar prediken stoort mij niet. Ik word een beetje hees, ik denk van het vele spreken. Maar het zijn de visioenen die mij last bezorgen. Eén van die betekent meer dan wanneer je tien uur zou prediken op het uiterste van je stem: slechts één doet al zoveel aan je.

     Het is de eerste keer dat ik bij u ben, en ik ben u zeker dankbaar voor uw grote geloof waarmee u daarop reageert. God zegene u altijd.

5 Ik weet het niet. Er waren wat kosten aan de samenkomst verbonden, geloof ik. En ik vertelde Eddie om gewoon... Toen ik hierheen kwam, zei ik: "Nu, broeder Eddie, heb het zelfs niet over een offer." Ik zei: "Onze gemeente thuis zal ervoor zorgen, want wij zijn vreemden... en om ervoor te zorgen." Nu, ik heb begrepen dat hij een offer ophaalde en... of zoiets, en wilde... En ik zei: "Als je dat hebt gedaan, gebruik het dan gewoon voor de kosten." Wij willen geen schulden achterlaten. Dat hebben we nog nooit gedaan.

     Wij geloven er helemaal niet in om bij de mensen om geld te bedelen. Wij... Ik ben bijna tweeëndertig jaar in de bediening geweest en heb nooit in mijn leven een offer opgehaald. Dat is juist. Want... En tegenwoordig krijg ik honderd dollar per week betaald door mijn gemeente. En u begrijpt hoe wij daarbij moeten leven.

     Maar bedenk, onze Heer had geen plaats om Zijn hoofd neer te leggen. Dat is juist. Zie? Hij had dus één kledingstuk toen Hij hier was. Iemand gaf het aan Hem. En ik denk daarom dat het niet betamelijk is dat Christenen zich proberen te meten met de wereld. Om, weet u, opschepperig te zijn zoals wij dat noemen in de Verenigde Staten, met een heleboel uiterlijk vertoon, en om het allerbeste te hebben. Wel, ik geloof dat als wij altijd het minste zouden kunnen nemen, dat dat de beste manier is. Hij deed het. Hij was de God der heerlijkheid, kwam neer zonder een plek om Zijn hoofd neer te leggen. En ik denk dat dat de manier is waarop wij willen leven.

6 En veel mensen begrijpen dat je met dit soort bediening... My, als je een afvallige zou zijn, zou je een... wel, je zou een multimiljonair kunnen zijn. En ik zou bang zijn om u vanmiddag een cheque uit te schrijven van mijn persoonlijke rekening van meer dan twee- of driehonderd dollar. Hij zou zeker geweigerd worden; dat zeg ik u. Maar de zaak is, dat wij niet hier zijn voor geld; wij zijn hier om te proberen het Koninkrijk te helpen.

     Ik ben hier niet om welke kerk of organisatie of wat dan ook te veroordelen. Vaak hoort u ze mij hard bekritiseren. Maar het is niet de organisatie die ik bekritiseer; het is die zonde daarbinnen. Dat is wat ik fors bekritiseer.

7 Als ik u een rivier af zou zien gaan in een kleine boot, en die boot lekte, en er was een grote waterval stroomafwaarts, stroomversnellingen, en ik wist dat de boot die waterval niet zou doorstaan, die stroomversnellingen; en als ik dan naar u schreeuwde en u zou berispen, proberend u eruit te halen, is het niet omdat ik niet van u houd; het is omdat ik wel van u houd. Ik heb u lief. Zie? Geloof en liefde zijn corrigerend. Ziet u? Het corrigeert.

     Als uw kleine hier op straat zou zitten, en u weet dat het verkeer daar voorbij raast, zou u dan zeggen: "Junior, lieverd, ik denk dat je binnen zou moeten komen"? Dat is zo ongeveer hoe sommige predikers hun samenkomst proberen te corrigeren. Wel, als u een echte moeder of vader was, zou u daar naar buiten gaan en hem van daar naar binnenhalen. En als hij weer naar buiten zou gaan, zou u de volgende keer een stok in uw hand hebben wanneer u achter hem aan zou gaan. Dat toont niet dat u niet van het kind houdt. Het toont aan dat u het kind liefhebt, weet u.

     En ik schreeuw niet naar u. Ik weet dat de boot het niet zal redden in de stroomversnelling daar, en ik probeer vat op u te krijgen. Daar gaat het mij om. En dat is hoe ik denk over georganiseerde godsdienst. Niet dat ik iets tegen de individuen heb, het is het systeem, het systeem dat de broederschap uit elkaar houdt. Ze zeggen: "Ik ben Presbyteriaan, en wij hebben niets te maken met..."

8 Ik ben in het ziekenhuis geweest en begon... op een afdeling en begon te bidden. Ik zei: "Mensen, zou u uw hoofd willen buigen?"

     "Wij zijn Methodisten."

     Ik zei op een keer tegen een vrouw: "Bent u een Christen?"

     Ze zei: "Ik geef u te verstaan dat ik elke avond een kaars brand", alsof dat iets met christendom te maken heeft.

     En iemand zei: "Wat?" Een vrouw zei: "Een Christen?" Ze zei: "Ik ben een Amerikaanse." Dat is geen erg goed getuigenis voor het christendom zou ik zeggen. En dat heeft er dus niets mee te maken.

     Jezus zei: "Tenzij een mens wederom geboren wordt, kan hij zelfs het Koninkrijk van God niet zien." (Dat is, begrijpen.) En ik ben zeer ijverend voor de mensen. Ik ben ijverend voor de gemeente. Wanneer ik verdraaiingen zie, organisaties die door verdraaiingen de mensen uit elkaar halen en hen doen scheiden, hen anders maken, om vervolgens te zien dat diezelfde groep begint af te koelen ten opzichte van het Woord van God en dergelijke dingen, dat... Ik heb niets tegen hen. Ik probeer het Woord te nemen om het weer bij elkaar terug te schudden.

9 Eens werd ik verordineerd in de Zendingsbaptistenkerk. Daarna, toen ik hier in de bediening werd geroepen om... Ik heb gewoon... Omdat de Zendingsbaptisten... het is geen organisatie, het is slechts een gemeenschap. Je behoort er alleen toe. Het is zoals interkerkelijk. Je kunt alles prediken wat je wilt. Zolang je een rein leven leeft, kun je een Zendingsbaptist zijn. U... Immoraliteit is het enige wat u eruit zet. Zolang... En dan, hun doop, zij geloven dat het water u doopt in de gemeenschap, en dat de Geest u in het lichaam doopt. En daarom moet u dus, ongeacht hoe u bent gedoopt, herdoopt worden om een Baptist te zijn, omdat men zo in de gemeenschap komt. Zie?

     En nu... En toen kwam ik erachter, toen ik dit aan mijn broeders vermeldde over de Engel des Heren, wel, dat zij dachten dat ik mijn verstand verloren had. Maar ik zei: "Als God mij heeft gezonden om zoiets te doen, dan is er iemand om het te ontvangen."

10 En toen ik daarna onder de Pinkstermensen kwam, was het als het aandoen van een handschoen over een koude hand. Zie? Het paste gewoon precies. Daarna, toen ik erachter kwam dat zij in organisaties uiteengevallen waren die onder elkaar ruzie maakten, wilde ik tot geen van hen toetreden, maar ik stond precies in de bres en zei: "Wij zijn broeders." Zie? "Wij zijn broeders. Wij behoren geen ruzie met elkaar te maken." Wel, zolang wij met elkaar ruzie maken, zit de duivel lachend achterover. Hij heeft ons. Laten wij samen onze schouders en inspanningen eronder zetten, zoals 'Voorwaarts Christenstrijders'; dat al de organisaties samen staan voor één ding: het Woord van God. Dat is het. Laat, onder het bloed van Zijn Zoon Christus Jezus, die banier wapperen.

11 Ik weet dat ik gisteravond, en verschillende keren, geprobeerd heb om de boodschappen gewoon zo eenvoudig te houden als ik maar kon, om hen ertoe te krijgen het te zien. En als zij slechts die kleine eenvoudige boodschap zullen geloven, zal God hen verder leiden.

     En ik krijg een... Mensen denken dat ik opgewonden raak wanneer ik ga prediken, maar ik ben niet opgewonden. Ik weet precies waar ik sta, maar ik begin mij gewoon goed te voelen. En dus, als een knaap zegt: "U bent gek." Wel, als ik het ben, laat me gewoon met rust. Ik voel me beter op die manier dan op de andere manier, dus... Het herinnert mij even aan... Sommigen zeggen: "Wel, wij zijn de oude kerk. Wij waren de eerste. Wij..."

12 Ja, ik heb een verhaaltje van vroeger over mijn kinderen. Ik ben een vader en ik heb mijn kinderen lief. De moeder van Billy, mijn zoon, stierf toen hij nog maar een klein kereltje was. En ik ben zowel papa als mama voor hem geweest. Ik droeg hem met me mee en hij huilde om een moeder, en er was geen moeder om aan hem te geven. En dat duurde verscheidene jaren totdat hij oud genoeg was om naar school te gaan. En ik was weg in de samenkomsten; ik kon niet voor hem zorgen. Dus hertrouwde ik. En we hebben drie kinderen gekregen.

     Ik heb twee kleine meisjes en een kleine jongen. Rebekah, enkele jaren geleden, zij is de oudste. Ze is een beetje mager, met lange benen. En Sarah kwam daarna; zij is een beetje kort. En Becky is blond; en Sarah is een brunette. Becky heeft grote blauwe ogen en blond haar; en Sarah, meer als haar moeder, een beetje donker van haar en donkere ogen. En dus... Maar ze zijn allebei papa's meisjes.

     Ze zaten dus op mij te wachten – nog steeds – wanneer ik thuis kom. En ik was weg geweest naar samenkomsten en ik was zo moe. Maar ze zaten te wachten. Bij elk vliegtuig dat overvloog, zeiden ze: "Nu komt papa." Maar het werd te laat. Na een poosje hadden ze – was het zandmannetje in hun ogen gekomen, weet u. Dus deed moeder ze in bed. Zij wachtte, en het vliegtuig was vertraagd. Ik kwam pas om ongeveer één uur 's nachts thuis. Nadat ik van dit soort samenkomsten vandaan kom, word ik zo moe dat ik niet kan slapen.

13 En ik had Billy onderweg verteld... Hij zei: "Papa, u ziet er zo moe uit."

     Ik zei: "Maar Billy, ik moet al mijn energie erin stoppen."

     Hij zei: "Waarom gaat u daar niet heen en spreek gewoon niet tot de mensen. Zeg eenvoudig: 'Ik zal voor de zieken bidden', en dan houdt u de gebedsrij zoals u hun beloofd hebt, en spreek niet."

     Ik zei: "Billy..."

     Hij zei: "Er zijn daar niet veel mensen, papa; een heel kleine samenkomst."

     Ik zei: "Ik zou me daar hetzelfde inspannen als wanneer er honderdduizend waren." Ziet u? Ik zei: "Want ik ben het door de liefde van God verplicht, die mij aan Zijn gemeente verplicht." Ziet u?

14 En ik heb vaak gedacht wat ik zou doen met twee druppels van het letterlijke bloed van Jezus Christus in een glas. Wat... hoe ik het zou bewaren. Ik zou het zeker niet willen verspillen. Ik zou het tegen mijn borst houden, en bij mijn hart, en zeggen: "Here God, hoezeer waardeer ik dit bloed." Maar in Zijn ogen heb ik iets groters vanmiddag. Ik heb het gekochte door Zijn bloed voor mij. Hij hield meer van u dan van Zijn eigen leven.

     Hoe zou ik u dan moeten behandelen? Eerlijk, oprecht. En ik moet het tegen zonde uitroepen, ongeacht hoe erg het u of mij pijn doet. Ik moet alles doen wat ik kan om eerlijk en oprecht, en een dienstknecht van Christus te zijn.

15 Terug naar mijn verhaal. De kleine meisjes, ze hadden... Ik kon niet slapen. Daarom stond ik maar op, liep naar de woonkamer en ging op een stoel zitten. En rond zonsopgang hoorde ik in de kinderkamer dat het bed een beetje kraakte, en Becky werd wakker. Ze keek naar buiten en ze zag dat er daglicht was. Weg ging de deken, en door de hal kwam zij heel snel aanlopen. Ze zag mij daar zitten. En kleine Sarah werd wakker toen Becky opstond. En Sarah was toen nog maar heel klein, ongeveer vier jaar oud; en Becky was ongeveer acht, negen. Dus Sarah...

     Onze kinderen dragen afdankertjes. Weet u, een van de oudsten krijgt iets, dan gaat het verder de familie door. Dus Sarah droeg Becky's pyjama; en het was zo'n pyjama met konijnenvoeten, grote... En dat kleine voetje van Sarah in de pyjama met grote voeten van Becky... En zij kon haar dus niet bijhouden. En die grote konijnenvoeten flapperden, weet u.

     En Becky versloeg Sarah om bij mij te komen. En toen sprong ze op mijn schoot, sloeg beide armen om mijn nek, en begon te roepen: "Papa!" Natuurlijk laat dat je hart opzwellen. En zij draaide zich om, en Sarah kwam er net aan, die kleine donkere ogen kwamen aan zetten, weet u, net zo hard als zij kon. En zij zag dat Becky haar had verslagen, en het arme kleine ding leek zo teleurgesteld. Ze keek zo om zich heen.

16 Becky keek om; ze zei: "Sarah, mijn zus, ik wil je iets laten weten." Ze zei: "Ik was hier eerst." Dat is wat de grote kerk ons probeert te vertellen. "Ik was hier eerst. En ik heb alles van papa, en er is niets meer over voor jou."

     O my. Arme kleine Sarah, het deed haar zo'n pijn, weet u. Haar lipjes begonnen te trillen, haar grote donkere ogen verkleurden een beetje. Zij begon zich om te draaien. En ik gebaarde met mijn vinger naar haar, op die manier, en stak mijn been uit. Dus hier kwam ze. Haar ogen vrolijkten op, en zij kwam en zat schrijlings op mijn been. Maar zij zat een beetje wankel, zoals wij het daarginds noemen. Zij... haar... Zij was hier nog niet zo lang, zoals de jonge gemeente, weet u. Zij was wat uit balans. Dus ik... Om te voorkomen dat zij viel, deed ik mijn arm om haar heen en drukte haar dicht tegen mij aan.

     Ze lag daar eventjes, en draaide toen haar hoofdje, keek omhoog naar haar zus. Ze zei: "Rebekah, mijn zus." Zei: "Het mag waar zijn dat jij alles van papa hebt. Maar ik wil dat je één ding weet: Papa heeft alles van mij." [Broeder Branham en de gemeente lachen – Vert]

     Dus dat is hoe ik mij erover voel. Ik heb misschien niet de opleiding, de kwalificatie die een prediker zou moeten hebben. Maar één ding weet ik... ik ben misschien een beetje uit evenwicht, maar ik wil dat Hij alles van mij heeft. Zolang Hij mij vasthoudt, is dat goed genoeg voor mij.

17 En nu, dank u voor uw fijne ondersteuning. Het wordt laat. Nu, ik weet dat u uw diensten hebt vanavond. God zegene u. En nu, als ik u ooit van dienst kan zijn, schrijf mij. Ik probeer niet uw adres te krijgen. Nee. Vaak is dat een publiciteitsstunt die... Ik heb niet eens... Ik heb één secretaris, en één klein bureau, geplaatst aan het einde van een caravan. En dat is hoe wij proberen om brieven te beantwoorden. Maar het gaat erom of wij u kunnen helpen. Ga niet... Gebedsdoekjes; ik vind het fijn om u er een op te sturen, of wat ik ook kan doen. Geen kosten, er zijn nergens kosten aan verbonden.

     En vaak, wij weten het... ze zeggen: "Schrijf mij." En dan, het eerste wat u weet, men blijft doorgaan, doorgaan. U weet hoe het is op die manier, want er zijn mannen die die ondersteuning van de mensen nodig hebben om televisie- en radio-uitzendingen te maken. Ik heb geen enkele van die dingen. Ik heb geen geld nodig. Ik...

18 Nu, hoe had een man zoals onze allerfijnste broeder Oral Roberts ooit naar een samenkomst zoals deze kunnen komen, wanneer hij elke dag ongeveer tien- tot vijftienduizend dollar nodig heeft? Hoe zou hij het kunnen doen? Hij zou het niet kunnen. Dat is alles. Hij zou het niet kunnen doen.

     Dus daarom dank ik de Here. Nu, Hij heeft nooit... Hij... Hij is knap. En Hij heeft alle wijsheid. Ik ben niet pienter genoeg om dat te doen. Daarom blijf ik gewoon... wil ik gewoon broeder Bill blijven, en daarheen gaan waarheen Hij mij leidt. Als het een heel klein plekje is waar niets is, wel, dan ga ik daar naartoe.

     Als Hij mij naar Afrika zou leiden... Ik ging daarheen voor twee- of driehonderdduizend mensen; ging naar India toe, vijfhonderdduizend. Maar op de een of andere manier komt er iemand langs die het betaalt, en dan gaan we op weg. Dus ik leef enkel door geloof; dat is alles. En daarom kan ik overal heengaan waar Hij mij roept. Ongeacht waar het is, ik kan gaan (zie?), want Hij is... ik heb... Wel, als ik mij zorgen moest maken over het inzamelen van vijftien- of vijfentwintigduizend dollar per dag (whew), my, dan zou ik nog kaler zijn dan nu.

19 Over kaal zijn gesproken, klein grapje over mijn vrouw... Hier niet lang geleden, was ik die twee of drie haren aan het kammen, weet u. En ze zei: "Billy, je bent bijna helemaal kaal."

     Ik zei: "Maar ik heb er geen een verloren."

     Ze zei: "Vertel mij dan waar ze zijn."

     Ik zei: "In orde, lieverd, dat zal ik doen. Wanneer jij mij vertelt waar ze waren voordat ik ze kreeg, waar ze toen ook waren, ze wachten daar totdat ik naar ze toe kom." [De samenkomst lacht – Vert] Want de Bijbel zei, heeft Hij niet... "De haren van ons hoofd zijn geteld. Hij zou alles doen opstaan en niets zou verloren gaan."

20 Ik geloof in een God Die ons in de laatste dagen zal doen opstaan. Beslist. O, wat zou ik daar vanmiddag graag een ogenblik tot u over willen praten, om uw geloof eenvoudig op die opstanding te richten en te kijken naar dat grote beeld dat daarin ligt, hoe mooi het is: hoe de ouderen weer in jong veranderen; en hoe God een belofte deed, en die bevestigde door Sara en Abraham door ze allebei terug te veranderen in een jonge man en vrouw. Het toont wat Hij gaat doen voor al hun zaad na hen. En daarom... O, het is prachtig.

     En een dezer dagen, zo God wil, en als u het niet erg vindt, en wilt, en u mij terug zult laten komen, zou ik graag terug willen komen op het eiland om ergens een tent op te zetten, en vier of vijf weken blijven of zoiets, zodat wij genoeg tijd zouden kunnen hebben. Dus, dan... [De samenkomst applaudisseert – Vert] Dank u.

     Heel hartelijk bedankt. Dat maakt dat ik mij zo welkom voel. En ik zou alles willen doen...

21 Kijk, veel mensen begrijpen Goddelijke genezing niet helemaal goed, en ik zou precies hier kunnen zijn. Maar omdat we zo snel weer weggaan, zullen er voordat je het weet, de ongelovigen rondom de gelovigen komen die het proberen weg te verklaren, enzovoort, weet u. En het eerstvolgende is dan dat ziekte een persoon treft. Ze weten gewoon niet... Nadat er voor hen gebeden werd, denken ze: "O, wel, ik ben mijn genezing kwijt." Soms is dat precies het teken dat u het kreeg. Zie? En u... En ze weten niet hoe ze er een houvast op moeten nemen. En als wij slechts zouden kunnen gaan zitten en... Wanneer de ziekte opnieuw optreedt of zoiets, zou u terug kunnen komen. Wij zouden voor de Here kunnen gaan zitten op een speciale plaats, waar elk individu... We zouden dan kunnen zien wat er gebeurt.

     Deze visioenen die hier gebeuren, u doet dat zelf. Dat zijn gewoon kleine tijdelijke visioenen doordat u Hem aanraakt. Maar de echte visioenen zijn wanneer God laat zien wat er zal zijn, en wat er is geweest, wat gaat komen, enzovoort op die manier.

     Nu, moge de Heer u altijd zegenen en u gezond en gelukkig maken. En bid nu voor mij. Laten we onze hoofden buigen terwijl wij Gods zegeningen vragen. Ik ben van plan deze middag om voor alle zieke mensen te bidden in een rij die voorbijkomt. Hebt u verzoeken die u bekend zou willen maken door uw hand omhoog te steken? Dank u, en God zegene u.

22 Onze hemelse Vader, wij zijn U zo dankbaar voor de gemeenschap en tijd die wij samen hebben gehad in deze lieflijke samenkomst met de gemeente van de levende God, met degenen uit verschillende denominaties en levenswijzen die zich samen hebben vergaderd om U opnieuw te aanbidden deze namiddag. Wij zijn hier dankbaar voor; dat het geloof, dat eens aan de heiligen werd overgeleverd, hersteld zou mogen worden in de laatste dagen, zoals het is geprofeteerd.

     Wij bidden Uw zegeningen over ieder en elk verzoek. God, zegen deze mensen. En moge ziekte geheel en al van hen weggaan. Mogen de herders de komende weken hun gemeenten horen getuigen dat de maagproblemen, en pijnen, en ziekten die ze hadden, weggegaan zijn; zij hebben ze niet meer. Hoe dankbaar zullen wij daarvoor zijn, Here. En U hebt het altijd gedaan. En ik weet dat U geen aanziener bent van plaats of persoon. U zult het opnieuw doen.

     Zegen ons nu. En terwijl wij Uw Woord benaderen, moge de Heilige Geest ons de dingen openbaren die daarin geschreven staan. En geef geloof voor de aankomende samenkomst, Here, de gebedsrij die gevormd zal worden in de komende ogenblikken. Wij bidden het in Jezus' Naam. Amen.

23 Nu, als u met mij wilt opslaan voor slechts een kleine korte boodschap. En ik zou graag tot u willen prediken vanmiddag, maar ik mijn keel is echt hees. En ik zou... was dankbaar om nog te kunnen praten na al deze samenkomsten, en allerlei soorten tocht, en alles wat door de gebouwen gaat.

     Nu, ik wil dat u Mattheüs 15:21–28 opslaat. Ik wil een flink deel ervan lezen hier, en ik wil dat u mij volgt, als u wilt. Het eenentwintigste vers:

     En Jezus van daar gaande, vertrok naar de delen van Tyrus en Sidon.
     En ziet, een Kananese vrouw, uit dat gebied komende, riep tot Hem, zeggende: Heere! Gij Zoon van David, ontferm U mijner! mijn dochter is deerlijk door de duivel bezeten.
     Doch Hij antwoordde haar niet één woord. En Zijn discipelen, tot Hem komende, baden Hem, zeggende: Laat haar van U; want zij roept ons na.
     Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.
     En zij kwam en aanbad Hem, zeggende: Heere, help mij!
     Doch Hij antwoordde en zeide: het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen, en de hondjes voor te werpen.
     En zij zeide: Ja, Heere! doch de hondjes eten ook van de brokjes die er vallen van de tafel van hun heren.
     Toen antwoordde Jezus, en zeide tot haar: O vrouw! groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt. En haar dochter werd gezond van diezelfde ure.

24 Ik wil hier graag een tekst uit halen, één woord gebruiken. En dat woord is: Volhardend. En het woord volhardend betekent 'vasthoudend zijn'. Webster zegt dat het is 'vasthoudend zijn om een doel te bereiken'. Proberen iets te doen, en er vasthoudend in zijn, u wordt volhardend.

     Mannen van alle tijdperken die geloof hebben in wat ze proberen te bereiken, zijn volhardend geweest. U moet geloof hebben in wat u doet.

25 Ik heb opgemerkt, en het is zeer opmerkelijk geweest gedurende de dertig jaren, eenendertig jaren, liever gezegd, achter de preekstoel; en ongeveer zestien jaar nu voortdurend in gebedsrijen over de hele wereld, en lettend op mensen... Mensen zullen altijd, zullen nooit... wij vinden zelden één die zal bekennen dat ze geen geloof hebben; ze hebben altijd al het geloof.

     Maar, ziet u, geloof is anders dan wat u denkt dat het is; of niet wat u – ik bedoel de gemiddelde persoon – zou denken. Meestal is het hoop in plaats van geloof. U hebt een verstandelijke voorstelling van geloof, wat het betekent, en verstandelijk gesproken hebt u geloof. Maar u moet dieper gaan dan dat. Zie? Ga dieper. Geloof is zeker. Het is de vaste grond. Het is geen mythe, geen intellectuele verbeelding, maar het is een vaste grond. En vaste grond is iets waaraan u zich vast kunt houden. Zie? Het is "een vaste grond der dingen die men hoopt, en het is het bewijs der zaken die men niet ziet", in Hebreeën, het eerste... elfde hoofdstuk, eerste vers. Nu, dat geloof is niet...

26 Nu, u hebt vijf zintuigen in uw lichaam gekregen. God gaf u deze vijf zintuigen om contact te hebben met uw aardse huis. Dat is zien, proeven, voelen, ruiken, horen. Maar dat heeft niets met God te maken. Er is er niet één die God zal verklaren, niet één ervan. Nee, want ze zijn alleen aan u gegeven om contact te krijgen met uw aardse huis. Zie? Zien, smaken, voelen, ruiken, horen (zie?), dat heeft helemaal niets met God te maken. En mensen vertrouwen echt op ze. Maar u... u moet dat niet doen.

     Geloof is iets anders. Geloof is het zesde zintuig waarmee u contact maakt met God. U kunt alleen contact met God krijgen door het zesde zintuig, wat geloof is. "Die tot God komt, moet geloven dat Hij is, en een Beloner is van degenen die Hem ernstig zoeken." Zie?

27 Nu, het is een erg vreemde zaak. Nu, bijvoorbeeld hier. Ik ga nu luid spreken. [Broeder Branham keert zich van de microfoon af – Vert] Nu, hier staat een muziekinstrument. Hoe weet u dat het een muziekinstrument is? Omdat ik een zintuig heb dat er contact mee zal maken; dat is mijn gezicht. Ik zie het instrument. Ik hoor, ruik, voel of proef het niet. Maar er is slechts één zintuig dat er contact mee maakt.

     Nu, u hebt de oude uitdrukking gehoord: "Ik kom uit Missouri. U moet het mij laten zien." Zie? O, het wordt de "toon-het-mij-staat" genoemd. Nu, laat mij u tonen hoe belachelijk die opmerking is. Nu, het is absoluut onmogelijk voor mij om het gezichtszintuig te gebruiken om te weten of dat instrument daar nog steeds staat. Iemand mag gekomen zijn en het van achter mij weggenomen hebben. Het is onmogelijk... Ik zie het niet. Het is achter mij. Maar het is daar.

     Nu, zien is niet geloven. Zie? Zien is niet geloven, omdat ik een ander zintuig heb wat gevoel is. En voelen is hier geloven. En het is precies even werkelijk als zien, omdat het het instrument is. Ik voel de hals ervan; ik voel de snaren erop, ik voel de stemknoppen waar de snaren aan opgewonden zijn. Zie? En daarom is zien niet geloven. Ik geloof gewoon net zozeer dat het daar is als wanneer ik er naar keek. Ziet u wat ik bedoel?

     Nu, hetzelfde met welk ander zintuig ook. Nu, wanneer mensen zeggen: "Zien is geloven", dan is het belachelijk ten opzichte van hun eigen verklaring. Zie? Het is een... het is een beschaming voor hun intelligentie om te denken dat zien geloven is; dat zet al de andere zintuigen aan de kant.

28 Nu, bijvoorbeeld, zeg dat dit een parfumflesje was. Stel gewoon dat dit parfum was. Goed. Nu, ik zie het, en ik voel het natuurlijk met mijn handen. Maar wat als ik het niet kon zien en het niet kon voelen. En toch zou iemand het oppakken, en ik kon het niet zien en niet voelen, en het kwam dichtbij mij. Ik zou u kunnen vertellen dat het daar was omdat mijn reukzintuig actief wordt (zie?), wanneer mijn andere zintuigen het niet zullen verklaren. Nu, begrijpt u wat ik bedoel?

     Nu, "geloof is de vaste grond der dingen die men hoopt, het bewijs der zaken die men niet ziet, proeft, voelt, ruikt of hoort." Zie? Het is werkelijk een zintuig, zodat u het weet. Er is geen ontkennen mogelijk. U bent er zeker van. Dan gaat er iets gebeuren wanneer u dat heeft.

29 Zoals ik vaak heb opgemerkt, wat als ik daarbuiten zou staan op een van deze bergtoppen, stervend van de honger, en niemand zou mij wat geld willen geven, en een brood zou mijn leven redden. En u zou langs komen en medelijden met mij hebben, en u zou mij een brood geven. Of, misschien, laten we zeggen dat u mij vijfentwintig dollarcent zou geven (laten we zeggen dat dat de koopprijs is van het brood); u zou mij vijfentwintig dollarcent geven. Wel, ik kan even gelukkig zijn met de vijfentwintig cent in mijn hand als dat ik kon zijn met een brood in mijn hand. Waarom? Ik heb de koopkracht voor het brood. Het enige wat ik moet doen, is naar de winkel lopen en een brood voor mezelf kopen. Maar nu, precies nu, heb ik de koopkracht voor het brood. Dat betaalt een brood. Dat is geloof.

     Geloof kijkt nooit en zegt: "Ik voel mij helemaal niet beter. Ik zie helemaal niet beter. Ik hoor helemaal niet beter." Zie? Het verheugt zich, omdat u de koopkracht van uw genezing al hebt. Zie? U bent net zo blij, net zo... u weet net zo goed als wat dan ook dat u het al hebt, want u hebt de aankoopprijs ervan, wat geloof is. Zie? Geloof laat nooit los.

30 Nu, ik zal teruggaan naar mijn tekst. In orde. Maar ik dacht gewoon dat ik dit ertussen zou schuiven zodat u kunt zien dat het dieper is dan wat mensen maar oppervlakkig zeggen: "O, ik... ik geloof het." U gelooft het intellectueel. Maar als u het echt gelooft, is alles in deze Bijbel van u. Zie? Het is van u. Geloof koopt het. Zie? Hier is het, de goederen liggen hier: God Zelf in lettervorm. En geloof in dat Woord koopt die zaak voor u, doet het geschieden, brengt het tot leven.

31 Nu, ik was in een... Ik sprak in een Kiwanis Club enige tijd geleden. En er was een dokter die mij vertelde dat... Zei: "O, ik geloof, Billy." Ik had het over een bepaalde patiënt die hij had opgegeven en die de Here genas. Hij zei: "O, ik geloof in geloof... een geloof..."

     En ik zei: "Nu, wacht even. Over welk soort geloof spreekt u?"

     Hij zei: "Gewoon een geloof." Zei: "Ik denk dat als die man hier naar buiten zou lopen en zijn hand op de boom zou leggen, en geloven dat hij gezond zou worden, hij evengoed gezond zou worden als wanneer iemand voor hem had gebeden."

     Ik zei: "Nu, wie... Vertel mij, dokter, u ziet er eruit als een intelligente man. Hoe zou een man ooit geloof kunnen hebben dat hij door zijn hand op een boom te leggen gezond zou worden? U moet ergens geloof in hebben. En de Bijbel zegt: "Geloof komt door het horen, het horen van het Woord van God." Dat geeft het een basis. Uw geloof heeft een fundament omdat God het heeft beloofd."

32 Zoals Abraham... Wel, toen hij... Zijn vrouw was vijfenzestig jaar oud, en hij was vijfenzeventig. Wel, ze hadden samen geleefd... Zij... Ze trouwden toen zij zestien, zeventien jaar oud was. Hij was tien jaar ouder dan zij. Zij was zijn halfzus. En nadat ze al die jaren als man en vrouw hadden geleefd... Laat eens kijken, vijfenzestig, zij was tien, vijftien jaar voorbij de menopauze.

     Nu, hier was Abraham, vijfenzeventig, een oude man. En God verscheen aan hem, en zei: "U zult de baby krijgen." Wel, my. Dat was net zo goed voor Abraham als om de baby te hebben. Hij had hem al, wat dat betreft. Het kon...

     Welnu. Soms zal geloof u vreemd doen handelen in de ogen van de wereld. Nu, zou u zich zo'n oud echtpaar kunnen voorstellen dat naar het ziekenhuis gaat om een kamer te reserveren? Ze zouden zeggen: "U kunt beter die oude kerel opsluiten. Er is iets mis met hem. Hij moet naar een psychiater of zoiets."

33 Maar Abraham had geloof in wat God zei. Nu, de eerste dagen gingen voorbij, de gewone tijd van achtentwintig dagen. Ik kan hem naar Sara zien gaan en zeggen: "Hoe voel je je, schat?"

     "Er is helemaal geen verschil."

     "Wel, glorie voor God, wij zullen hem hoe dan ook krijgen." Zie? "Maak alle sokjes klaar, en de spelden, en luiers. Maak alles klaar, want wij zullen de baby krijgen."

     "Hoe weet je dat?"

     "God zei het. Dat maakt het vast." Tien jaren gingen voorbij. "Hoe voel je je, schat?"

     "Geen verschil."

     "Glorie voor God. Het is een tien jaar groter wonder dan als het toen was gebeurd. Het zal hoe dan ook gebeuren." Vijfentwintig jaren gingen voorbij. Nu is hij honderd en zij is negentig jaar. "Hoe voel je je, schat? "

     "Geen verschil."

     "Glorie voor God. Wij gaan hem hoe dan ook krijgen. God zei het, dat maakt het vast. God zei het."

34 Nu, kijk, de Bijbel zegt: "Abraham twijfelde niet aan de belofte van God door ongeloof, maar was sterk, God prijzend." Nu, wij... als wij in Christus zijn, zijn wij Abrahams zaad, en zijn met hem erfgenamen overeenkomstig de belofte. Is dat waar? Hoe zou dan een waar zaad van Abraham de belofte van God hier kunnen zien, en dan klagen over het hebben van buikpijn, of dat uw hand nog niet rechtgetrokken is, terwijl God de belofte heeft gedaan? Amen. Als u vijftig jaar wacht, wat maakt het uit? Abraham was in staat om de titel van vader van volkeren te bereiken en het kind te hebben, omdat hij geloofde en volhardend was met zijn geloof. Wel, hij kon volhardend zijn. God had het beloofd. En God is... Hij was volledig overtuigd dat God in staat was om te volvoeren wat Hij had gezegd. O my. Hmm.

     Hoe kan het zaad van Abraham, het koninklijke zaad van Abraham, de gemeente van de levende God, op een belofte zien, en het dan niet geloven? Gods eeuwige Woord: "Ik ben de Wijnstok; gij zijt de ranken." Zie? "Indien gij in Mij blijft, en Mijn Woord in u, vraag wat u wilt, en het zal u geschieden." Zie? O, wat een beloften geeft Hij ons. Wij zouden ze kunnen citeren, maar u kunt alleen volhardend zijn wanneer u een houvast op het Woord hebt.

35 Nu, iemand komt langs en zegt: "Glorie voor God. Voel dit. Halleluja. Ik heb het in mijn handen." Nu, ik zou daar niet erg volhardend over zijn (zie?), want er is niemand die u kan genezen. Geen medicijn, geen dokter, niets heeft ooit iemand genezen dan God.

     Ik wil dat u mij de dokter toont die beweert dat hij een genezer is. Ik wil dat u mij een geneesmiddel voorschrijft dat ook maar iets zou doen om te genezen. De Mayo's zijn de beste die we hebben. Ik ben daar twee keer geïnterviewd. Ze zeiden: "Wij beweren niet genezers te zijn, meneer Branham. Wij beweren alleen de natuur te helpen. God is de Genezer."

     Zij kunnen op een plaats snijden, maar er is schepping voor nodig om weefsel op te bouwen om het weer te genezen. Zij... "Nu," zegt u, "veroordeelt u dokters?" Zeker niet. Als u uw arm breekt, de dokter heeft geleerd hoe hij die arm in het gips moet zetten; maar hij kan hem niet genezen. God moet hem genezen. Hij moet het calcium produceren en alles wat in het bot gaat, en dat samenvoegen en het genezen. Hij is de Enige Die hem zet.

     Als u uw arm had gebroken en naar de dokter ging en zei: "Genees hem, dokter, ik wil mijn afwas kunnen afmaken", zou hij zeggen: "U hebt geestelijke genezing nodig." Dat zou ongeveer juist zijn. Zie? Maar u moet... De dokter zet hem, maar God is de Genezer.

36 U kunt Gods Woord niet laten liegen. Hij zei: "Ik ben de Here uw God, Die al uw krankheden geneest." En ze hebben nooit een geneesmiddel gehad dat zou kunnen genezen. Geen dokter beweert dat het geneest. Het doodt alleen ziektekiemen terwijl God geneest. Het reinigt alleen de wond, of iets dergelijks.

     Of neem uw hand. Een arts werkt op twee zintuigen, wat hij met zijn handen kan voelen of met zijn ogen zien. Hij kan een gezwel voelen. Hij zou zeggen: "Ja, u hebt daar een gezwel. Ik zal het eruit snijden." Nu, hij snijdt daar een gat in, en snijdt het af. Nu, hij heeft het niet genezen. Hij sneed er een gezwel uit. Wie geneest? Hij hecht het. Maar als God niet... als God het niet geneest, dan zal het altijd zo blijven. Zie? Het zal altijd zo blijven. Hij kan een tand eruit trekken, maar wie gaat de plaats genezen waar hij uitkwam? Hij kan een arm zetten, maar wie gaat hem genezen? God is de Geneesheer.

     Dus u ziet, als u het Woord van God in u krijgt, met geloof om dat Woord te geloven, dan zal er iets gaan gebeuren, en u zult het nooit loslaten. Juist.

37 Ik denk aan de vader van onze natie, die George Washington wordt genoemd. Ik heb altijd een groot respect gehad voor meneer Washington, omdat hij een Christen was. En voorafgaande aan Valley Forge, toen hij de hele nacht had gebeden in de sneeuw totdat hij nat was tot boven zijn middel... en van zijn soldaten had tweederde zelfs geen schoenen aan... Zij hadden hun voeten omwikkeld met alles waarmee zij ze maar konden omwikkelen, terwijl het hard vroor en de rivier bevroren was.

     Die nacht bad hij totdat hij helemaal tot op zijn middel nat was. Hij ontving de visie van God. En de volgende dag was hij zeer volhardend. Hij stak de rivier over, ongeacht de... De ijskloven stopten hem niet. En drie musketkogels werden door zijn jas geschoten, en hij ging voort tot overwinning. Waarom? Hij was volhardend. Hij bad totdat hij een houvast op God kreeg en wist wat God had gezegd. Dat is het. Hij kon volhardend zijn voor het resultaat.

     En in de eerste plaats komt uw resultaat alleen door uw motief en uw doel. Uw motief moet juist zijn en uw doel moet juist zijn. Als uw doel juist is en uw motief is verkeerd, dan zal het niet gebeuren. U moet het juiste doel hebben en u moet het juiste motief hebben. En neem het dan overeenkomstig de leiding van de Heilige Geest in uw hart en blijf erbij. God zal het doen gebeuren.

38 Noach, een groot man van God, was zeer volhardend in zijn dagen. Hij leefde in een knapper tijdperk dan waarin wij leven, een wetenschappelijker tijdperk dan waarin wij leven, omdat zij in die dagen een piramide bouwden. Wij kunnen die niet bouwen.

     In ben in Egypte geweest bij de piramiden. De sfinx, wij zouden die niet kunnen reproduceren als we het moesten. Sommige ervan... En die piramide is zo geografisch geplaatst in het centrum van de aarde dat er nooit een schaduw rondom is, ongeacht waar de zon is. Zie? En nog iets, er zijn daarin grote steenblokken, hoog in de lucht, waarvoor wij geen machinerie hebben, geen benzinekrachten die ooit die grote steenblokken daar naar boven kunnen heffen. Zie?

     Maar zij bouwden hem. Zij konden hem maken. Ze hadden een manier om het te doen; misschien atoomkracht, of waterstofkracht, of zoiets. Maar wat betreft benzinekracht en elektrische kracht, u zou geen machine groot genoeg kunnen maken om het daar naar boven te heffen. Dus, hoe kregen zij het daarboven? En het is zulk perfect metselwerk dat u geen scheermesje kunt steken tussen de plaatsen waar zij samen gezet zijn, honderden en honderden tonnen. Hoe deden zij het? Hoe bouwden zij ze?

     Ze konden een mummie maken, een lichaam nemen en balsemen dat vandaag nog steeds gelaatstrekken heeft die er goed uitzien. Na ongeveer bijna vierduizend jaar ziet het er nog steeds natuurlijk uit. Een verfstof die wij helemaal niet kunnen namaken. Ze waren knap, intelligent. Jezus zei: "Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn bij de komst van de Zoon des mensen."

39 Wist u dat intelligentie en knapheid een merkteken is van zonde en vernietiging? Volg de lijn van Chams kinderen. Kijk naar Kaïns kinderen. Zij werden het allemaal tot aan de antediluviaanse tijd. Het waren knappe, slimme, intelligente mensen, en het waren wetenschapsmensen. Zij... En bewerkers van ijzer, enzovoort... Maar Seths kinderen waren nederige boeren die een Henoch en een Noach voortbrachten. Maar deze anderen waren wetenschappelijke mensen, opgeleid, knap, schrander.

     Zei Jezus niet dat de kinderen van de nacht slimmer zijn dan de kinderen van de dag? Hij vergeleek Zijn mensen met lammeren. Hoedde ooit iemand schapen? Een lam is, wanneer het verloren is, totaal verloren. Hij kan zijn weg helemaal niet vinden. Hij moet een leider hebben. En dat is de wijze waarop wij zijn. Wij worden niet verondersteld veel te weten, net genoeg om voor God te leven. En God is onze Leider Die ons voortleidt. Maar wij willen het Hem niet laten doen. Wij trekken ons terug zoals een geit, en gaan onze gang. Zie? Maar wij... Het... dat zijn merktekenen.

40 En in de dagen van Noach, toen Noach naar buiten kwam en zei: "Het zal gaan regenen..." Hij predikte honderdtwintig jaar dat er water uit de lucht zou vallen. Er was daarboven nooit enig water geweest (zeker niet), er was nooit water in de lucht geweest. Kunt u zich die wetenschapsmensen van die dagen indenken? Dat paste niet bij hun wetenschappelijke specificatie. Evenmin past de Heilige Geest bij de wetenschappelijke specificatie. Noch passen de wonderen en tekenen van God bij hun wetenschappelijke – wat zij denken dat juist zou zijn – specificaties, zou ik zeggen. Dat maakt geen enkel verschil. God sprak het, en het is zo hoe dan ook. En het geloof dat er een houvast op kan krijgen, houdt eraan vast.

41 Let op Noach. Ik zie een groot geleerde langskomen die zegt: "Weet u, er is een oude man daarboven op de heuvel die een of ander soort ding bouwt, een enorme oude schuur of zoiets daar bovenop de heuvel. Hij zei dat het zal regenen, waardoor het zal wegdrijven. Er zal water neergelaten worden uit de hemel."

     Als u er naartoe gaat, zeg: "Noach, laat mij u aantonen dat u een waanbeeld hebt. Er is iets verkeerd met u. Ik kan mijn instrument hier nemen en hem naar de maan schieten. Ik kan mijn radar nemen (en dingen die zij hadden in die dagen, omdat Jezus zei: 'Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn bij de komst van de Zoon des mensen.') en er is geen water daarboven. Vergeet het, oude kerel. Ga maar terug naar uw landbouw. Vergeet het. Er is geen water daarboven. U zwoegt tevergeefs."

     Maar Noach zei: "God zei dat het zou komen."

     "Wel, hoe gaat God (nu, luister) iets daarboven krijgen, terwijl er niets daarboven is om het mee te krijgen?"

     Hij zei: "Als God zei dat er regen zou zijn, dan is Hij in staat om daarboven regen te plaatsen, omdat God het zei."

     Het stopte hem totaal niet. Hij was volhardend. Hij bouwde gewoon voort aan dat ding, omdat... hij zette het ding in elkaar omdat hij volhardend was, omdat hij wist dat God het had gezegd. En hemelen en aarde zullen voorbijgaan, maar Zijn Woord kan het niet. Hij zal Zijn doel bereiken om diegenen te redden die gered wilden worden. Zeker.

42 Mozes, wel, hij was een man van de wetenschap. Het Egyptische mensenras was het knapste volk in heel de wereld in die dagen. Maar Mozes kon zelfs de Egyptenaren wijsheid leren. En hij beproefde zijn militaire strategie om de kinderen van Israël te bevrijden. Het werkte niet. Hij vluchtte. Toen zijn wetenschappelijke militaire strategie niet werkte, vluchtte Mozes weg van de tegenwoordigheid van het volk waarheen God hem had gezonden om het te bevrijden.

     Op een keer aan de achterkant van de woestijn was er een struik die brandde, en Mozes stopte om te zien wat het was. En een stem kwam daaruit vandaan en zei: "Doe uw schoenen uit, Mozes, want de grond waarop u staat is heilige grond." En Mozes trad naderbij voor de Here, en de Here haalde de Schrift aan: "Ik ben de God van Abraham, Izak en Jakob, en Ik gedenk Mijn belofte aan Abraham. En de tijd is nabij, en Ik hoor hun verzuchtingen daar in Egypte, en ben neergekomen. Ik zend u daarheen om hen te bevrijden."

43 God werkt altijd door tussenpersonen: mensen. De mens is altijd Gods tussenpersoon: geen geloofsbelijdenissen, geen denominaties, maar de mens. Zie? God werkte nooit door machinerie en werkte nooit door denominaties. Zij sterven zodra zij zich organiseren. Dat bezegelt het voor altijd. Vertel mij... Ik wil dat er een historicus opstaat die mij vertelt waar een kerk zich ooit organiseerde die niet verviel tot stof: altijd. Dat is precies juist. Elk ervan, Hij legt ze op de plank. Het zijn allemaal producten van de Katholieke kerk, de eerste organisatie.

44 De overleden paus, de huidige paus, deze Johannes XXII, geloof ik dat zij hem noemen, vaardigde een proclamatie uit. Ik vermoed dat uw Canadese kranten het vermeld zullen hebben. Hij zei: "Alle kerken, kom terug naar waar de kerk begint, in Rome."

     Ik wil dat welke man ook, welke historicus ook, mij aantoont waar de kerk in Rome begon. De denominatie begon in Rome, maar de gemeente begon in Jeruzalem op de Pinksterdag; daar begon de gemeente. Als u terug wilt gaan naar het begin, ik ben gereed om met de paus terug te gaan naar het begin (dat is precies juist), als u terug wilt gaan naar waar de gemeente begon.

     Maar nu, de organisatie, de Rooms-katholieke kerk is de eerste georganiseerde kerk in de wereld, en zij is de moeder van alle andere. En Openbaring 17 zei dat zij een hoer was, en haar dochters prostituees, hoerendochters, en dat zij allen vernietigd zullen worden. Dat is precies juist. Nu, dat is het Woord van de Heer. Bediscussieer dat met Hem (zie?), niet met mij, want ik citeer alleen wat Hij zei. Merk op, dat is waar. En dan omarmen wij die dingen, en, wel, het is verschrikkelijk.

45 Toen Mozes dat visioen van God had, en de Heer aan hem verscheen, en Hij Zijn Woord van belofte opnieuw citeerde, ging Mozes regelrecht op weg ernaartoe. Nu, soms wanneer u God gelooft, maakt het dat u verschrikkelijk dwaas handelt in de ogen van de mensen. Zou u zich nu een oude man kunnen indenken; hier is Mozes, tachtig jaar oud nu, en hij verbergt zich daar in de woestijn, weg van de taak waarvoor God hem had gezonden. Maar toen hij eenmaal kwam op die heilige gronden waar wetenschapsmensen het niet van hem weg konden verklaren...

     Geen mens behoort het Evangelie te prediken totdat hij eerst God ontmoet heeft op de heilige gronden waar geen mens het van hem kan wegnemen. De duivel kan deze heilige gronden niet betreden. U was daar toen het gebeurde, en u weet waar u het over hebt, en u geeft er niet om hoezeer dit wetenschappelijk is, en hoeveel dat.

46 Wat als Mozes zou hebben gezegd: "Ik geloof dat ik ernaartoe zal gaan en wat bladeren van de boom zal afplukken, en naar het laboratorium gaan om ze te laten onderzoeken om te zien waarom zij niet verbranden"? God zou nooit tot hem gesproken hebben. Maar hij ging gewoon zitten en sprak ermee.

     Dat is de wijze om het te doen. Ga gewoon zitten en spreek met God. Hij zal u antwoorden. O, soms, wanneer u dat doet, veroorzaakt het dat u vreemd handelt voor de rest van de wereld.

     De volgende dag is hier nu een oude man, tachtig jaar oud, met bakkebaarden die zo neerhingen en zijn kale hoofd dat glom, zijn vrouw die schrijlings op een muilezel zat met een jongen op haar heup, op die manier, en met een stok in zijn hand. Hier gaat hij op weg, roepend: "Glorie! Halleluja! Ik ga naar Egypte om het over te nemen."

     "Waar gaat u naartoe, Mozes?"

     "Ga op weg om Egypte over te nemen." Een eenmansinvasie... Dat is dwaas. Maar wat was het?

     "Mozes. Zeg, broeder Mozes, waar ga je naartoe?"

     "Ga naar Egypte, ga erheen om het over te nemen." Zoals een eenmansinvasie om Rusland over te nemen. Zie? Dat machtige land had de hele wereld verslagen, maar: "Ik ga erheen om het over te nemen", met een stok in zijn hand.

     "Waar ga je het mee doen, Mozes?"

     "God zei: 'Houd deze stok vast en ga voort.' Dus hier ga ik." Een eenmansinvasie; belachelijk voor het vleselijke verstand. Maar hij deed het. Waarom? God zei het. Dat is genoeg.

47 Ik kan enkele priesters zien stoppen, de Midianieten, die zeggen: "Nu, wacht even, broeder Mozes. U bent hier een groot succesvol schaapherder geweest. U moet niet zo belachelijk handelen."

     "Maar, ziet u," zei hij, "ik ontmoette God. En God vertelde mij om het te gaan doen." En hij deed het. Waar zijn wetenschappelijke onderzoeken en alles hadden gefaald, kon Gods Woord niet falen. Daarom was Mozes volhardend. Hij had één Egyptenaar gedood en was gevlucht vanwege de bedreiging van de mensen. En daarna ging hij erheen en doodde een hele natie met een kromme stok in zijn hand.

     Kijk, God doet dingen zo dwaas voor het vleselijk verstand dat niets van God weet, hoewel zij denken van wel. Zie? Wel, God lacht om hun onwetendheid. Maar Hij neemt de nederige van hart die zal luisteren en aandacht schenken aan wat Hij zegt. Het was belachelijk, maar God deed het. Mozes was volhardend.

48 Hem stoppen? Hij wierp zijn staf neer, waar we het gisteravond over hadden, en hij veranderde in een slang. En toen wierpen die andere kerels hun staven neer en zij veranderden in slangen. Hij was volhardend. Stond daar gewoon en zei: "Mijn God zond mij. Hij is in staat om dat in orde te maken." Zijn slang verzwolg de andere. En hij zei: "Daar heb je het." Amen.

     Ja, meneer. Hij was volhardend omdat hij God gehoord had. Hij had geloof in wat God had gezegd dat de waarheid was, omdat het de Schrift was. God had dat beloofd door de Schrift.

     Wanneer u ziet dat God iets belooft en Zich dan omkeert en bevestigt wat Hij beloofde, dan kunt u volhardend zijn. Mm, wat zou er kunnen gebeuren? Als mensen ooit een houvast zouden kunnen krijgen en hun verdoofde gevoelens opzij konden zetten voor God, en omhoog komen in de Heilige Geest, en een houvast op Hem krijgen, en daar zien dat het God is, dat Hij het beloofde...

49 Sommigen hebben zelfs geen beetje dapperheid. Dat is juist. Mensen, zij, sommigen zullen gewoon... Zij geloven dat eenvoudig niet. Er is geen manier voor u om het hun te vertellen, omdat zij voorbestemd waren tot die veroordeling. De Bijbel zei het in Judas, waar staat: "Mensen van ouds, voorbestemd tot deze veroordeling, veranderen de genade van God in ontuchtigheid." Exact. Zou het niet verschrikkelijk zijn te weten dat u de Bijbel las en de Bijbel tot u hoorde prediken, en het dan niet te geloven? Wat een verschrikkelijk iets om... Dat is het verschrikkelijkste waarvan ik weet, mensen die Gods Woord niet zullen geloven.

50 Nu, David... David was daar ergens een kleine slingerjongen. Hij had een slinger in zijn hand, en hij hoedde de schapen van zijn vader. Er kwam een leeuw die er een pakte en ermee wegliep. En hij vertrouwde God en doodde de leeuw met een slinger. Een beer kwam en greep er een. Hij doodde de beer.

     En op een dag was hij daar bij het leger van de Heer; hij had wat rozijnen enzovoort meegenomen voor zijn broers om te eten, wat hartige taarten misschien, die zijn moeder had gemaakt. En terwijl hij daar was, stonden de Filistijnen aan de overzijde. En zij hadden daar een Goliath, een geweldige reusachtige man met vingers van zesendertig centimeter, die daarbuiten stond en zei: "Ik zal u een voorstel doen."

     Dat is de manier waarop de duivel handelt wanneer hij denkt dat hij de overmacht over u heeft.

     Hij zei: "Ik zal jullie een voorstel doen, makkers. Laten we geen bloedvergieten hebben. Nu, laat iemand naar voren komen en met mij vechten. Als zij mij doden, dan zal mijn hele land u dienen. En dan, als ik hen dood, dan zal uw land ons dienen." O, zeker. Satan vond het fijn om een dergelijk goedkoop voorstel te doen, want hij wist dat niemand het zou doen.

51 En daar stond Saul, een goed getrainde speerdrager, een krijgsman van zijn jeugd af aan die met hoofd en schouders boven zijn leger uitstak, helemaal achteraan, te bang om hem tegemoet te gaan. Maar op een dag maakte hij... durfde hij het, toen de juiste persoon erbij stond, een kleine voorovergebogen (zegt de Bijbel), er wat rossig uitziende jongen die daar stond, David.

     En hij keerde zich tot hen. Hij zei: "Bedoelen jullie mij te vertellen dat jullie, het leger van de levende God, daar zullen staan en die onbesneden Filistijn de legers van de levende God laten tarten?" Zei: "Ik zal met hem vechten. Als jullie de moed niet hebben, zal ik gaan." God heeft altijd ergens een man die moed heeft, die op zal staan en de waarheid zal vertellen en erachteraan zal gaan. Hij zei: "Ik... ik zal met hem gaan vechten."

     "Wel," zeiden zij, "je bent nog maar een jongen, en hij is een... Kijk, wel, je bent amper zo groot als zijn arm."

     Hij zei: "Dat maakt geen enkel verschil."

52 Dus hij ging naar Saul toe, en Saul trad naar voren. Hij zei: "Nu, David," zei hij, "ik bewonder je moed, zoon. Maar je hebt geen enkele ervaring met duels. Daarom kun je misschien beter mijn pantser aandoen." Deed hem zijn uitrusting aan, en het gewicht ervan drukte kleine David neer...

     Het doet mij denken aan... Hij kwam erachter dat zijn kerkelijke jas een man van God niet paste. Dat is hoe het vandaag is. Studeren voor uw Ph.D. en uw L.L.D., en hoe je moet duelleren, de geloofsbelijdenissen en dergelijke. Hij zou nooit met hem gevochten hebben.

     "Nee," zei hij, "neem dat ding van mij af." Hij zei: "Dat heb ik nog nooit beproefd. Laat mij gaan met dat waarvan ik weet dat God het heeft gezegend." Amen.

     God is verplicht aan Zijn Woord. Juist. Laat mij gaan met Gods Woord. God beloofde Zijn Woord te zegenen, en het zal niet ledig tot Hem terugkeren. Ongeacht hoe velen u proberen eruit te schoppen, blijf daar precies bij dat Woord. God beloofde dat Hij zorg zou dragen voor de situatie.

53 David zei: "Ik zal hem bevechten." O my. Hij was volhardend.

     Zijn broers zeiden: "Ik weet dat je ondeugend bent. Ga maar terug naar je papa en naar die schapen daar op de heuvel."

     Maar David wilde het niet doen, omdat God het verankerd had. Hij zei...

     "Wel," zei hij, "die man zal zijn speer door je heen gooien", en wat hij allemaal zou doen, en al dat soort dingen.

     Hij zei: "Maar ik hoedde de schapen van mijn vader, en God hielp mij om een lammetje uit de muil van een leeuw te halen, en van een beer", enzovoort. En hij zei: "De God Die zou nemen... laten... mij bevrijdde uit de klauw van die leeuw en de klauw van die beer, hoeveel te meer zal Hij mij de overwinning geven over die onbesneden Filistijn, die uitdaagt en zegt: 'De dagen van wonderen zijn voorbij.'"

     Die geweldig grote kerkleer die probeert Gods wonderen daar ver in het verleden te plaatsen, en Goddelijke genezing daar in het millennium wanneer u onsterfelijk zult zijn. God is Dezelfde gisteren, vandaag en voor eeuwig. Als God er ooit was, is Hij nog steeds God. Daar stond hij. En u weet wat er gebeurde in het verhaal. Ja.

54 Toen Johannes de Doper kwam... Nu, er staat niet veel geschreven over Johannes. Hij was de zoon van een priester, maar hij volgde nooit de denominatie van zijn vader. Dat deed hij niet. Hij had een belangrijke taak. Hij zou degene zijn die in de geschiedenis werd genoemd om de Messias aan te kondigen. Hij bleef in de woestijn totdat hij zeker was, totdat God hem ontmoette. Hij ging daar niet heen om rond te hangen bij hun geloofsleren enzovoort die zij hadden om voor priester te leren en dat alles. Hij ging de woestijn in en leefde van sprinkhanen en wilde honing. En hij vroeg nooit iets aan iemand, maar hij bleef daar.

     En God sprak op een dag tot hem en zei: "Nu, u zult deze Messias kennen. Nu, wanneer Hij komt, zal degene waarop u de Geest ziet nederdalen en in blijven, Degene zijn Die Ik geroepen heb. Hij zal Degene zijn Die zal dopen met de Heilige Geest en vuur."

55 Nu, als Johannes daarheen was gegaan, en zijn seminarie-ervaring had gehad en alles, en binnengekomen was met een geweldige D.D., weet u. Sommige doctors in de godgeleerdheid zouden zeggen: "Johannes, wij begrijpen, overeenkomstig uw geboorte daar, dat u in uw moeder werd ontvangen toen zij een oude vrouw was, enzovoort. En nu, u weet ongetwijfeld dat u degene zult zijn die de Messias zal introduceren. U zei dat u de 'stem moest zijn van een die roept in de woestijn'. Denkt u niet dat dr. Jones hier de juiste kerel is? O, kijk naar hem, hoe hij gewoon kan..." O, zie? Wel, hij had misschien overtuigd kunnen worden, maar Johannes bleef weg van al die onzin. Hij bleef buiten in de woestijn totdat hij het van God had gehoord.

     O, als mensen slechts zouden weggaan van al die onzin: "Dagen van wonderen zijn voorbij, er is niet zoiets als Goddelijke genezing", en ergens alleen zouden zijn om bij God te blijven totdat u die stem hoort zeggen: "Ik ben de Here uw God, Die al uw ziekten geneest; Dezelfde gisteren, vandaag, en in eeuwigheid." Dat is waar u God vindt.

     Nu, hij was zo zeker, zo volhardend, dat hij dit zei. Hij wist dat de Messias in zijn generatie zou verschijnen. Hij zei: "Er staat nu Eén onder u waarvan u niet weet." Hij wist dat Hij precies toen op aarde was, omdat hij Hem zou introduceren. O, hij was volhardend. Beslist.

56 Kleine Simson was volhardend toen hij daarbuiten kwam, en daar... Iemand heeft Simson... Ik zag eens een afbeelding van Simson in een Grieks museum; en van de schepping. Het was belachelijk, het toont wat het vleselijk verstand kan denken wanneer het niet tot Christus bekeerd is: zoals Eva daar stond, het meest afzichtelijk uitziende beest dat ik ooit heb gezien. Wel, denkt u dat God zoiets zou scheppen? Beslist niet. En Adam, hij leek op een prehistorische reus. Ik heb nog nooit zoiets gezien. Weet u, God maakte hem perfect. God maakte... Eva was de knapste vrouw die ooit leefde. Zij was God vroegste voorbeeld van vrouwelijkheid. Zeker was ze dat.

     En daar hadden zij Simson met schouders ter grootte van schuurdeuren. Nu, het zou voor mij geen mysterie zijn om een man met zulke schouders te zien – met armen met ongeveer zo'n omtrek – die zich bukte en een leeuw greep en hem aan stukken scheurde. Zeker niet. Hem de poorten van een stad te zien oppakken en ermee weglopen: wel, drie keer groter dan de poorten. Hij behoorde in staat te zijn geweest om ermee weg te lopen, zeker, als je er zo naar keek. Maar Simson, als u het wilt weten, was gewoon een nietig garnaaltje, een moedersjongetje met zeven kleine krullen die op zijn rug hingen. Maar hij was een Nazarener voor de Here. Amen.

57 Nu, toen de leeuw tevoorschijn kwam en tegen Simson brulde, was hij hulpeloos. Maar de Geest des Heren kwam op hem, een kanaal waarin God kon werken. Hij was geen intellectuele reus. Hij liep er eenvoudig naartoe onder de kracht van God en scheurde hem aan stukken. Nu, dat is een mysterie hoe hij dat kon doen, zo'n kleine kerel.

     En op een dag was hij buiten op het veld en duizend Filistijnen omringden hem. Nu, die helmen zijn van ongeveer vier centimeter dik koper, die over hun gezicht hangen. Die hele grote jassen, wat zij een maliënkolder noemen, bestonden uit overlappend metaal, soms anderhalve centimeter of meer dik, elkaar overlappend tot helemaal beneden toe. Dat is hoe ze gekleed waren, enorme beschermplaten hier voor hun benen, enzovoort. Reusachtige... O, er zou een reus van een man voor nodig zijn om ze te dragen. En daar stonden er duizend. En ze omsingelden Simson.

     Het enige wat hij hoefde te doen, was naar achteren reiken en dat verbond met God voelen. Amen. Dat is het. En hij zocht naar iets. En daar lag een kaakbeen van een muilezel [Leeg gedeelte op de band – Vert] ... Filistijnen. Hij was volhardend. Waarom? Hij wist dat God hem gezegend had. Hij wist dat de Geest van God op hem was. Wat hij in zijn hand had, gebruikte hij.

     O, als het zaad van Abraham vandaag – de kinderen van God – dat beetje geloof zouden kunnen nemen dat u hebt en er volhardend mee zijn, dan zal God het gebruiken. Ja. O, het... (Ik, ik begin te praten, ik raak van mijn tekst af.)

58 Deze Griekse vrouw, zij hoorde. "Geloof komt door wat? Horen, het horen van het Woord van God." Nu, zij was een Griekse, bedenk dat. Maar weet u, geloof vindt een bron die niemand anders ziet. Geloof vindt zijn bron die het menselijk oog niet ziet; maar vindt die hoe dan ook. Zijn Woord is een scherp tweesnijdend zwaard (Hebreeën 4:12), en het is geloof dat dit zwaard vasthoudt.

     Nu, kijk. Er is hier van alles om u weg te houden van elke zegening van God. Nu, iemand zou het geloof kunnen oppakken van de kleine... van het zwaard met een kleine zwakke hand en er nog een klein beetje van afhakken om een belijdenis te doen.

     Vandaag horen we zoveel over beslissingen. We nemen zoveel beslissingen. Beslissingen zijn stenen, zoals Petrus, beslissingen. Maar wat goed doet een hoop opgestapelde stenen als u daar geen steenhouwer hebt met een scherp tweesnijdend zwaard om ze tot zonen en dochters van God te hakken?

59 Dat is de reden waarom Billy Graham in Louisville zei... Hij ging daarheen en ging tekeer tegen die predikers toen ik daar precies zat tijdens zijn ontbijt. Hij zei: "U, luie predikers; ik kom in de stad," en hij zei, "ik heb een opwekking en krijg dertigduizend bekeerlingen. Ik kom terug na zes maanden; ik kan er geen dertig vinden." Hij zei: "Wat is er aan de hand?" Zei: "Paulus ging een stad in en had één bekeerling, en kwam zes maanden later terug en had er vijftig door die ene." Zei: "Hij kreeg achter-achter-achter-achter-kleinkinderen, als het ware, terug." Hij zei: "Het komt door u, luie predikers."

     O, ik wilde iets zeggen tegen de grote evangelist, maar ik was maar een domoor. Dus ik bleef gewoon stil zitten.

     Dan wil ik iets vragen. Welke luie prediker faalde om Paulus' bekeerling te nemen? Als het luie predikers zijn met hun voeten op hun bureau die de mensen niet gaan bezoeken die hun beslissingskaarten ondertekenden, is het omdat... Paulus nam die beslissing en bleef erbij totdat hij het in de vorm van Jezus Christus had gehakt door de doop van de Heilige Geest. En deze werd zo vurig dat hij zelf maakte dat anderen... Geen beslissingen, om slechts te zeggen: "Ik neem een beslissing", en regelrecht doorgaan met de rest van de wereld...

60 Nu, Billy zei dat hij er uit dertigduizend soms geen dertig kon vinden. Dat komt omdat... Het enige wat u doet, is stenen voortrollen. U kunt ze evengoed op het veld laten als u ze niet gaat afhakken om ze te laten passen in het gebouw van God, om zonen en dochters van ze te maken in de... Het Woord van God is scherper dan een tweesnijdend zwaard, en het snijdt. En wat betekent besnijdenis? Snijdt het overtollige vlees eraf, de wereld. Het Woord besnijdt het, snijdt het weg.

     Geloof hanteert dat zwaard. Sommigen kunnen genoeg afsnijden om tot een kerk toe te treden. Sommigen kunnen in diepere dingen gaan. En sommigen kunnen helemaal door snijden tot Goddelijke genezing. Het hangt af van de sterke arm van geloof die dat zwaard hanteert. Dat is juist. Het hangt af van...

61 Zij had veel obstakels, deze vrouw. O my. Ik zou meer dan een dozijn of twee kunnen aanhalen die ik hier heb opgeschreven die haar konden hinderen. Maar haar geloof had geen hinderpaal.

     U kunt misschien hinderpalen hebben. Uw voorganger heeft misschien gezegd: "Als u een dergelijke samenkomst bijwoont, zal ik u uit de kerk zetten." In orde. Daar is uw hinderpaal. Misschien zei uw man wel: "Ik zal je verlaten." Uw vrouw zei misschien: "Ik zal niet... Ik zal nooit... ik... ik zal, ik zal van je scheiden." U kunt een hoop hindernissen hebben. Maar als u geloof hebt, heeft dat geen enkele hindernis. Het kent niets anders dan het Woord van God en blijft daarbij. Dat is juist. Het Woord van God...

     Misschien hebben ze tegen haar gezegd: "U bent een Griekse. Die man behoort niet tot uw organisatie. U bent een Griekse." "Wel, onze groep sponsort hen niet", wat het ook was.

     Misschien ontmoette een andere groep haar, die zei: "Wel, de dagen van wonderen zijn voorbij. Zoiets is er niet. Die groep heilige rollers daarginds weten niet waarover zij spreken, die Joden. Wij zijn Grieken. Wij zijn knap. Wij zijn geleerd. Wij weten dingen. Maar... Wij zijn intelligente mensen, maar kijk naar die groep mensen daarginds. Alles waar zij over spreken is over een bovennatuurlijke God Die iets op deze manier doet, door een Rode Zee heengaan of iets dergelijks." Zie? "Maar u bent een Griekse. U bent wel wijzer."

     Maar geloof had een houvast, en zij was volhardend. Zij wandelde er gewoon aan voorbij. Zij geloofde het.

62 Dan ontmoette zij wellicht een groep vrouwen. En ze zeiden: "Weet je wat, lieverd? Martha Luella," (ik hoop dat er hier niemand is die zo heet. Ik noemde een vreemde naam), "weet je, Martha Luella, wat er gaat gebeuren? Je man zal je verlaten – want hij is een zakenman van de stad – als je op bezoek gaat waar dat gaande is."

     Wat maakt dat uit? Man of geen man, zij was vastbesloten; zij was volhardend. Ze wist dat ze behoefte aan Christus had, en ze wilde Hem gaan zien, want ze had gehoord dat Hij een Geneesheer was. Ze ging om het te gaan zien. Zeker.

     Misschien zou een ander... De volgende zei: "In orde. Als je daarheen gaat, word je uitgelachen. De hele stad zal je een slechte naam geven. Ze zullen je heilige roller noemen, of een Pinkstergelovige, of zoiets. Als je je daar bij hen voegt, zul je zeker gebrandmerkt worden."

     Ze was volhardend. Ze ging gewoon door, broeder. Niets zou die vrouw kunnen stoppen. Beslist.

     Dan de andere. Hier kwam de priester, als laatste. Zei: "Als u gaat, gaan wij u uit de kerk zetten en u excommuniceren."

     Dat hield haar helemaal niet tegen. Geloof komt door het horen. Ze had een nood. Ze liep gewoon door. Ze was volhardend. Zij ging Jezus ontmoeten.

63 Nu, veel mensen denken dat zodra ze Jezus zien, het allemaal voorbij is. "Glorie voor God. Ik heb de doop van de Heilige Geest. Nu zal ik gewoon gaan liggen en het rustig aan doen." U bent nog geen onderdaan van de Heilige Geest. Luister, als u de Heilige Geest hebt gekregen, is het precies daar waar u tegen uw problemen aanloopt. Daar beginnen de problemen. Precies. Daar is het waar u moet gaan vechten. Dat is waarom het aan u gegeven wordt. Het is een zwaard. Dat klopt. Dan begint uw gevecht.

64 Nu, zij ging door totdat zij eindelijk daar aankwam waar Jezus was. Nu, zij had zich door al deze obstakels heen gevochten, volhardend. My, hier kwam zij, terwijl zij haar pad hakte door: "De dagen van wonderen zijn voorbij, ze lachen je uit, je man zal je verlaten, je wordt uit de kerk gezet, wat al meer, je zal een heilige roller worden genoemd", of wat nog meer. Ze is gewoon volhardend. Ze komt eraan. Nu komt ze bij Jezus aan en zegt: "Nu heb ik het. Nu ben ik in Zijn tegenwoordigheid."

     En merk op, zodra Hij... zij Hem ontmoette, kreeg zij nóg een teleurstelling. Ja. Hij zei: "Ik ben niet tot uw ras gezonden." O, juist de God Die zij respecteerde, en waarvoor zij haar kerk en alles wat ze had, had opgegeven...

65 Zij had een dochter die er erg slecht aan toe was; had epilepsie. En zij probeerde bij Jezus te komen, want zij wist dat Hij anderen had genezen. Dus waarom zou Hij haar dochter niet kunnen genezen? Dus zij... Nadat zij alles wat zij had, had achtergelaten en bij Hem was gekomen, kwam de teleurstelling: opnieuw afgewezen. "Ik ben niet gezonden tot uw ras. Ik ben alleen tot de kinderen van Israël gezonden."

     Maar weet u wat? Dat stopte haar geloof niet. Beslist niet. Zij hield opnieuw aan. Zij had Hem aangesproken als "Zoon van David". Hij was geen "Zoon van David" voor haar. Maar toen zij "Heer" zei, was het anders. Toen kwam zij op de juiste manier. "Heer, ontferm U over mij."

     Hij zei... Nog iets, Hij zei: "Jullie zijn niets anders dan een stelletje honden. Ik ben niet tot u gezonden." Kijk naar wat dat arme vrouwtje gedaan had, de dingen die zij had meegemaakt, alles waar zij zich doorheen moest drukken om bij Hem te komen. En toen zij dan bij Hem kwam, zei Hij: "Ik ben niet tot uw ras gezonden, en u bent niets anders dan een stelletje honden." Hmmm. My, my.

     Nog steeds was zij volhardend. Zeker. Waarom? Zij had geloof. O, nadat Hij...

66 Dat zou niet werken bij een groep Canadezen, nietwaar? of bij een groep Amerikanen. Noem hen een "hond" of iets dergelijks, wel, "u bent het een of ander". U bent een "stelletje Anglicanen, jullie zijn waardeloos", zoiets. My, nee maar, u zou ontploffen als een kikker die hagel eet. En u zou, u zou niet... Wel, my. U zou niet hoeven te... (Neem me deze ervaring... uitdrukking niet kwalijk. Ik had dat niet moeten zeggen. Vergeef mij.) Maar u had... u zou dat heel erg hebben gevonden.

     Als Jezus had gezegd: "Ik ben niet gezonden tot u Anglicanen. Ik ben niet tot u Pinkstermensen gezonden. U, stelletje... U bent 'Assembly of God', u 'Church of God', u... wat u ook bent. Ik werd niet tot u gezonden. U bent niets anders dan een stel honden." O my.

     Ik had die teleurgestelde blik kunnen zien toen u zei: "Wel, ik wil helemaal niets met Hem te maken hebben. Het was niet juist om mee te beginnen. Ik zal gewoon teruggaan naar mijn eigen kerk."

     Maar zij niet. Zij had geloof. Zij was geen kasplantje, een kruising, zoals sommigen vandaag die zichzelf gelovigen noemen, die geen minuut stil kunnen zitten voor het Evangelie. Dat is wat wij vandaag hebben, een groep kasplantjes. U moet hen heel de tijd vertroetelen, hen blijven besproeien om de kevers van hen weg te houden. Dat is juist. U moet hen koesteren als een jong katje, haar pels één kant op wrijven, dan zal hij spinnen; maar wrijf hem eens terug, dat laat zien wat er in hem is. Dat is juist. Dat is zeker waar.

     Zij was geen kas... geen kruising. Alles wat een kruising is, is schandelijk. Een kruising heeft geen...

67 Wel, zij... Ik zag... ik las pasgeleden een artikel in "Reader's Digest", waarin stond dat als men zo zou doorgaan met het kruisen van graan en dat soort spul, dat vrouwen zelfs niet meer in staat zouden zijn om baby's te krijgen binnen twintig jaar vanaf vandaag. Het scheurt het menselijk ras gewoon in stukken, veroorzaakt kanker en al het andere. Het is bastaarding. Het is waardeloos. Ze zeggen: "O, neem Funk", of wat het ook is, een bastaardgraan. Het ziet er mooi uit, een enorm groot fijn graan, maar het stelt niets voor. Plant het opnieuw, en het zal zelfs niets doen, het kan zich niet reproduceren, niets wat gekruist is.

     Neem een muilezel. Een muilezel is een bastaard. Wat is hij? Zijn vader was een mannetjesezel. Zijn moeder was een merrie. En dat... Hij is het meest onwetende ding dat er is. Hij zal heel zijn leven wachten om u een schop te geven voordat hij sterft. U kunt hem niets vertellen. U kunt hem niets leren: zit daar gewoon met die grote lange oren: "Haw, haw." Begint te spreken over "de dagen van wonderen zijn voorbij. Haw, haw, haw." Zij hebben niets om door te geven. Zie?

68 Maar, o, een goed volbloed paard... Ja, meneer. Er is te veel muilezel-godsdienst vandaag, een groep die zelfs niet weet waar zij vandaan komen. Wat... "Bent u een Christen?"

     "Ik ben Methodist; ik ben Presbyteriaan: ik ben Pinkstergelovige. Ik ben dit, dat of wat anders." Bastaard. Kan zichzelf niet voortplanten. Elke denominatie is een bastaard. Zij kan zichzelf niet voortplanten. Zij is dood wanneer ze dat doet.

     Maar een goed volbloed stamboekpaard kan u vertellen wie zijn papa was, wie zijn mama was, wie zijn grootvader, grootmoeder was, helemaal terug. En een echt goed stamboek, uit de Heilige Geest wedergeboren Christen, kan regelrecht teruggaan naar de dag van Pinksteren. Halleluja. U kunt... u kunt zeggen: "Jezus Christus Dezelfde gisteren, vandaag en voor eeuwig." Die volbloed zal roepen: "Amen! Halleluja."

69 Bastaard, bastaardreligie, o, het ziet er mooier uit, zeker. Geweldig grote fijne kerken waar miljoenen dollars in zitten, en al dat soort dingen. En een prediker kan opstaan en spreken, slechts ongeveer vijftien minuten over dat onderwerp waarover u wilt dat hij spreekt, de bloemen, of iets anders, of wat politiek, om dan naar huis te gaan. En u kunt tot de kerk behoren en kaartspelen, korte broekjes dragen, alles doen wat u maar wilt, leven zoals de wereld, en u denkt dat dat in orde is. Dat is uw bastaarding. Maar wanneer het op leven aankomt, is het er niet.

     Want een wedergeboren Christen, een wedergeboren man, zal nooit één woord van God uit de weg gaan. Een wedergeboren Christen zal heel dicht blijven bij wat dat Woord zegt.

70 Zij was geen bastaard. Zij was geen kasplantje dat vertroeteld moest worden. En als de prediker meer dan tien minuten predikt... Sommigen zullen naar de kerk gaan en in een samenkomst gaan zitten, en wanneer je één ding zegt dat zij niet geloven, dan: "Hm, ik zal hier meteen weggaan."

     Dat is zelfs geen normaal fatsoen. Dat is juist. Dat toont waaruit u gemaakt bent. Dat toont het soort mensen. Als ik naar een Rooms-katholieke kerk ging, of naar waar ik ook heen ging, zou ik het fatsoen hebben om te zitten luisteren tot de zaak voorbij was. Dat is juist. Maar de bastaarden vandaag (zie?), zij beweren God te kennen. Jezus zei: "Hebbende een vorm van godzaligheid maar de kracht daarvan verloochenend: keer u af van dezulken. Want zij zijn het soort dat van huis tot huis gaat, en dwaze vrouwen leiden die door menigerlei begeerlijkheden gedreven worden", allerlei soorten vrouwen.

71 Een vrouw vertelde mij daar in Amerika iets, hier niet lang geleden. Ik was op de kerk aan het hakken over de wijze waarop zij handelen. Zij... Kleine oude jurkjes, die er zo immoreel uitzien, en zij zei: "Welnu, luister hier, meneer Branham." Ze zei: "Ik ben een Amerikaanse, en dat is mijn door God gegeven voorrecht."

     Ik zei: "Het mag uw door Amerika gegeven voorrecht zijn, maar het is niet uw door God gegeven voorrecht."

     Ze zei: "Wel, je kunt geen andere kleren kopen dan deze."

     Ik zei: "Laat mij u iets vertellen, zuster. Men verkoopt nog steeds naaimachines en stoffen. Dus daar komt u niet onderuit." Zie?

     Het is gewoon omdat de lust in het hart van de mensen is. Als zij wedergeboren waren, zouden ze die zaak niet willen doen. Als wij predikers in de kansel hadden die ernst zouden maken met de geestelijkheid, en het Woord daar eruit zouden gooien, en hun de waarheid vertellen, die de spaanders ervan af zouden hakken om ze te laten vallen waar ze maar willen... De zaak is dat wij... Dat is juist.

72 Dat is de reden waarom wij geen tekenen en wonderen zien. En wanneer zij verschijnen, verbaast het de kerken. Ze weten niet wat ze moeten doen, en trekken zich terug zoals zij deden in die dagen. Zij zeiden: "Het is Beëlzebul, de duivel." Zie? Ze weten het gewoon niet.

     Ik kan beter stoppen en hiermee verdergaan. Wel, hoe dan ook, ik wil u niet kwetsen, maar ik wil u gewoon een beetje afscheren, zodat u zult weten waar u staat. Wanneer u mij ontmoet bij de oordeelsbalie zult u het moeten verantwoorden. Bedenk slechts dat u zich moet verantwoorden, omdat ik u het Woord vertel, het gehele Woord van God.

73 Nu, zij gaf toe dat Hij niet tot haar ras gezonden was. Zij gaf toe dat zij niets was dan een hond.

     O, zouden wij dat doen? O, nee, beslist niet. U zegt: "Ik doe wat ik wil." Ga uw gang. Ga gewoon door met naar de kerk te gaan. Als u dat wilt, is dat in orde. Maar bedenk, u zult het op een dag weer ontmoeten. De wereld is bedorven door afvalligheid, de hele zaak; de Bijbel zegt het. Opleiding, beschaving kwam binnen.

74 Toen u, Indianen, dit land voor uzelf had, waren er geen problemen onder u. Nee. U leefde een goed, lang leven, en alles ging gewoon normaal voort. Kleine stammentwisten maakte u in orde door ernaartoe te gaan en het onder elkaar uit te vechten. Maar toen de blanke binnenkwam, bracht hij vrouwen binnen, whisky, drinken, zonde. En een bedorven beschaving brengt dat altijd. Wat hebt u gekregen? Afvalligheid, moorden, diefstallen, stelen, homoseksuelen, allerlei soorten spul in deze laatste dag, precies wat de Bijbel zei dat er zou gebeuren. Maar hier hebben we het. Zie?

     Geen wonder dat een persoon niet volhardend kan zijn. Ze weten niet waar ze staan. Hoe zou een bastaard volhardend kunnen zijn als hij zelfs niet weet wie zijn vader en moeder zijn. Zie? U zou het niet kunnen.

75 Nu, laat mij u iets vertellen, dame. Luister hier gewoon naar, zuster, hier binnen. U gaat uw gang en handelt op de wijze waarop u wenst. Maar u kleedt zich in die vulgaire kleding en gaat hier buiten de straat op, u laat uw dochters daar zo naar buiten gaan, en een man kijkt naar haar op de verkeerde manier... U mag zo zuiver zijn als een lelie. U kunt zo eerbaar zijn voor uw man als u maar kunt zijn, of voor uw vriend. Maar op de dag des oordeels zult u zich moeten verantwoorden voor het plegen van overspel; want Jezus zei: "Een ieder die naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft reeds overspel met haar gepleegd in zijn hart." Wie is schuldig? U presenteerde uzelf. U bent schuldig.

     En dan staat die bastaardpriester in de kansel, en als hij beschaamd is om het hun te vertellen, dan is het een maaltijdbon. Zij moeten dat doen om hun denominationele rechten te behouden en hun grote kerken, en dergelijke.

     Wat wij vandaag nodig hebben, zijn echte mannen van God die op dat Woord blijven staan en de waarheid erover vertellen. Dat is juist. Bedenk dat er hoe dan ook slechts weinigen gered zullen worden. Jezus zei: "Zoals het was in de dagen van Noach, waarin acht zielen werden gered, zo zal het zijn bij de komst van de Zoon des mensen."

76 Nu, let op. Zij gaf toe... Het echte ware geloof geeft altijd toe dat het Woord gelijk heeft. Nu, let op... Geeft altijd toe dat het Woord gelijk heeft: "Waarlijk, Here, ik ben niets dan een hond. De Waarheid, Here. U zond nooit... U werd nooit tot mijn ras gezonden. Dat is de waarheid."

     Zij wilde niet zien wat dit was, of dat was. Zij gaf gewoon toe dat het Woord juist was. En de Geest des geloofs geeft altijd toe dat het Woord gelijk heeft. Merk op. "Dat is waar, Here. Ik ben niet uit op het brood der kinderen. Maar laat mij slechts de kruimels nemen die van de tafel van de meester vallen, slechts de kruimels."

     Dat raakte Hem. Dat deed het. Hij zei: "Om deze uitspraak, uw... Ga naar huis. Uw dochter is genezen." Geloof geeft de waarheid toe. Hetzelfde nu. Geloof gaat altijd samen met het Woord. Ze was volhardend, en ze kreeg wat zij gevraagd had, ongeacht de omstandigheden.

77 Martha, in de tegenwoordigheid van Jezus, was volhardend. Zij stond daar en zij geloofde. En ongeacht... hoewel haar broer zelfs al vier dagen dood was en nu stonk, zei ze: "Here, hij is dood. Hij stinkt. Maar zelfs nu, wat U God ook vraagt, dat zal God U geven." Zij was volhardend.

     Dat is waarom wij niets krijgen. Wij zijn niet volhardend. Wij hebben het geloof niet. Wij houden er niet aan vast.

     De Sunamietische vrouw was volhardend bij Elia. Ze zei: "Waar, dat is juist." Ze zei: "U zegende mij en de baby kwam. De baby is dood." Maar ze zei: "Nu zal ik u niet verlaten. Zo zeker als dat uw ziel nooit sterft, en de Here uw God leeft, ik zal u niet verlaten." Totdat zij het antwoord kreeg voor haar kind, was zij volhardend. Geloof houdt zich vast aan het Woord.

78 Micha stond daar voor vierhonderd profeten, allen goed gevoed, en in vol ornaat, en hun uniformen dragend, en gekleed. En Micha... Daar kwam Josafat. Hij was een gelovige, een man van God, die met Achab mee kwam. Hij had beter moeten weten dan dat te doen. Maar toen hij het deed, zei hij: "Behoort Ramoth-Gilead niet aan ons?" Nu, let op de reden. Ramoth-Gilead...

Jozua had bij de verdeling van het land dat aan Israël gegeven. De Filistijnen waren gekomen en hadden het van hen afgenomen. En nu zei Achab: "Behoort Ramoth-Gilead niet aan mij?" Die lauwe grensgelovige zei: "Behoort het niet aan ons?" En hij zei: "Dat is van ons."

     En Josafat, in het verkeerde gezelschap, zittend in de verkeerde menigte waar geen geloof is, geen geloven in het Woord van God, zei: "Wel, het ziet ernaar uit." Maar hij zei: "Behoorden wij niet de Here te raadplegen?"

     "O," zei Achab, "zeker. Ik heb vierhonderd profeten hier." Bracht hen allen naar voren, goed gekleed, en fijne profeten. Hebreeuwse profeten, ik bedoel geen profeten van een afgod. Zij beweerden werkelijk godsdienstig te zijn voor de God die zij dienden: profeten.

79 Kijk even hier. Ik ga hier een ogenblik mijn tijd voor nemen. Echte profeten, Hebreeuwse profeten, daar kwamen zij en allemaal profeteerden zij. En ze zeiden: "Trek op, want de Here zal met u gaan. Dat land behoort absoluut aan ons. En dat graan dat daar geteeld wordt, behoort onze kinderen te voeden. In plaats daarvan voedt het onze vijand. Trek op en verdrijf hen van het land."

     Nu, klinkt dat niet redelijk? God had beloofd dat dat hun land was. En dus... Maar toen zei Micha...

     Wel, zij zeiden... Ten eerste, dit... Zei: "Kunt u... Is er niet één meer die wij zouden kunnen raadplegen? Is er niet nog een profeet?"

     Hij zei: "Er is er één, Micha, de zoon van Imla. Maar ik haat hem." Zeker. Elke man die hem de waarheid zou vertellen en hem zou uitschelden voor zijn zonden, haatte hij. Zei: "Ik haat hem."

     Hij zei: "Laat de koning zo niet spreken."

80 En toen ging de predikersassociatie naar hem toe en zocht hem op en zei: "Micha, al deze predikers... U bent nu uit de organisatie gezet. Al deze predikers zullen u er weer in opnemen als u hetzelfde zult zeggen als zij."

     Hij zei: "Zo waarachtig als dat de Here God leeft, ik zal slechts zeggen wat God in mijn mond legt." Dat is het. Daar is een man van God. Hij kwam daarheen, en hij zei: "Geef mij vannacht." Hij sprak met de Here; de Here vertelde het hem. En toen vergeleek hij zijn visioen met het Woord.

     Vergelijk altijd uw gedachten en uw visioenen met het Woord. Als het met het Woord in overeenstemming is, dan heeft God het gezegd. Als het niet met het Woord in overeenstemming is, kunt u maar beter voorzichtig zijn.

81 Hij vergeleek het dus met het Woord. God vertelde het, zei dat hij een visioen zag. Hij zag het heer des hemels samen zitten. En ze zeiden allemaal: "Hoe kunnen wij Achab daar naartoe krijgen om hem te doden om het Woord van God te vervullen?" Want de profeet Elia had gezegd dat de honden zijn bloed zouden likken en Izebel opvreten, en dat zij over het veld verstrooid zou worden.

     En, wel, zeker. Ze zeiden: "Hoe kunnen wij dat voor elkaar krijgen?"

     En een leugengeest kwam op van beneden en zei: "Ik zal naar beneden gaan en in die profeten komen, omdat zij het Woord hoe dan ook niet kennen. Dus ik zal naar beneden gaan en in die profeten komen en veroorzaken dat zij een leugen profeteren om hem daarheen krijgen."

82 Toen keerde Micha zich om en zag dat dat gewoon precies overeenstemde met het Woord van God. Hij ging er dus heen en stond voor hem, en hij vertelde hem dat. En dus, weet u, Micha... Die geweldige bisschop kwam naar voren en sloeg hem in het gezicht, zei: "Langs welke weg is het Woord van God, de Geest van God, gegaan toen Hij uit mij wegging?"

     Hij zei: "U zult het zien wanneer u zich verbergt achter de muren daarginds."

     Toen zei hij: "Neem hem en zet hem in de gevangenis", zei Achab. En hij zei: "Wanneer ik terugkom, zal ik zorgen voor deze kerel."

     Hij zei: "Indien gij al terugkomt, heeft God niet door mij gesproken."

     Waarom? Stond daar waar hij doodgeschoten had kunnen worden. Maar hij was volhardend. Hij had het Woord van God. Hij wist wat het betekende. Jazeker, hij wist wat het betekende.

     Filippus was volhardend toen hij Jezus hoorde vertellen waar hij was voordat hij hem riep. Petrus was volhardend toen Hij hem vertelde wat zijn naam was. O my. De vrouw bij de bron was volhardend.

83 Hier niet lang geleden, hield ik ginds in Mexico een samenkomst en daar was een kleine Mexicaanse vrouw die... Ik denk dat vier- of vijfduizend buitengewone dingen gedaan waren. De avond tevoren was er een oude blinde Mexicaan op het podium gekomen. Ik was daar slechts – net als bij deze samenkomst hier – voor drie avonden. En wij hadden die grote stierenarena, en er waren daar duizenden keer duizenden samengedromd. Sommigen van u van de Assembly of God, ik zeg u wie voor mij vertaalde, een van uw mensen, broeder Espinosa, daar in Californië, de Mexicaanse vertaler. En wij stonden daar.

     Ze moesten via de achterkant komen. Er waren er daar zoveel binnen, dat ze een touw om mijn armen deden om mij neer te laten aan de achterzijde van de grote stierenarena. En toen wij daar op het podium stonden... Het regende, had de hele dag geregend. Die arme Mexicanen, geen plaats om te gaan zitten; ze leunden gewoon tegen elkaar aan. En wij kunnen geen vijf minuten zitten. Wij worden veroordeeld. Dat is alles. Zeker. Zij konden niet... Ze hadden daar heel de dag gestaan, tegen elkaar aanleunend.

84 Die avond, toen de gebedsrij begon en ik begon te bidden, was er een oude Mexicaanse man die kwam die haveloos en blind was. En ik keek naar hem. En mijn schoenen, ik zou ze hem gegeven hebben, maar zij zouden hem niet passen. En de arme oude makker had waarschijnlijk nog nooit een goede maaltijd in zijn leven gehad. En ik legde mij arm om hem heen en bad voor hem, omdat je voor de mensen moet voelen. Als je het niet doet, kun je hen evengoed met rust laten. Dus ik bad voor hem. Zijn gezichtsvermogen kwam terug. O my.

85 De volgende dag was er een kleine vrouw in de spreekkamer van de dokter. Haar baby had longontsteking opgelopen in die regen daarbuiten. En zij, een kleine dame, ging ermee naar de dokter, heel zware longontsteking. En hij stierf die morgen om negen uur in de spreekkamer van de dokter. En die avond, om halfelf, stond zij in die regen; stond daar buiten en probeerde die baby in de rij te krijgen om voor gebeden te worden nadat hij die morgen stierf.

     Nu, dit werd opgeschreven met de ondertekende verklaringen van de dokter. Het blad van de Christen Zakenlieden nam het op. De "Stem" van de Christen Zakenlieden nam het artikel pas onlangs op. U hebt het waarschijnlijk gelezen. En dus... Maar om een document te maken... Om een dergelijke verklaring af te leggen, kunt u het maar beter juist gedocumenteerd hebben, want ze kunnen u daarover in de problemen brengen. Deze dingen zijn dus waar.

     En daar die avond kwam Billy naar mij toe en zei: "Papa, die man die die gebedskaarten uitgeeft, heeft ze allemaal uitgegeven. En zij hebben daar een kleine vrouw staan." Hij zei: "Ik heb driehonderd zaalwachters hier, en zij kunnen haar zelfs niet tegenhouden." Zei: "Zij loopt tussen hun benen door en overal." Zij was volhardend. Zij was ook Katholiek om mee te beginnen. En daar was zij.

86 En na een poosje zei ik: "Wel, broeder Jack Moore..." Ik zei... (Velen van u kennen broeder Jack Moore.) Ik zei: "Ga naar beneden en bid voor de vrouw. Zij kent mij niet. My, zij heeft mij nooit gezien; zoveel mensen die zo opeengepakt zijn."

     En ik zei: "Zoals ik zei, geloof..." En ik keek, en voor mij bevond zich een kleine baby zonder tanden hier, een kleine Mexicaanse baby, die naar mij keek, glimlachend: een visioen. Ik zei: "Wacht even. Zeg de zaalwachters om aan de kant te gaan, en vraag de dame om hier te komen." Hier is mijn Bijbel. Ik moet God op een dag ontmoeten. Dat is juist.

     En dus brachten zij de kleine baby boven op het podium. Zij begon te roepen: "Padre, padre." (Dat betekent 'vader', weet u.) Ik zei haar... Broeder Espinosa verzocht haar om op te staan. Ze had een deken over de baby liggen, druipend van het water; neerhangend haar. Een echt lieflijke, netjes uitziende kleine vrouw. En zij liep zo roepend naar mij toe, en haar baby...

87 En ik ging er gewoon heen en legde mijn handen op de baby. Ik zei: "Hemelse Vader, als dat visioen U was Die mij vertelde om te bidden voor de baby, ik weet het niet. Maar ik leg gewoon mijn handen erop om te bidden in de Naam van Jezus Christus." En toen ik dat zei, deed de kleine baby: "Wah, wah", en begon te schoppen op die manier en te springen. En daar was die kleine baby.

     En ik zei: "Broeder Espinosa, laat nu iemand met die vrouw meegaan. En u zet dat niet, plaatst dat niet in de getuigenissen, totdat een arts de verklaring ondertekent." Dus, de volgende dag... Ze hadden er een bode heen gestuurd die meeging naar de dokter, en de dokter keek naar de baby, en zei: "Ik heb die baby onderzocht en verklaard dat hij dood was. Hij stierf vanmorgen aan longontsteking. De ademhaling stopte, alles, in mijn kantoor om negen uur." Hij zette zijn naam eronder, op die manier.

     En daar was het, de baby leefde omdat een kleine moeder volhardend was geweest. Katholieke kerk of geen Katholieke kerk, of wat het ook was dat haar probeerde weg te houden, zij was... had gezien dat die blinde man de avond daarvoor zijn gezichtsvermogen kreeg, en zij was volhardend. Waarom? Zij wist dat als God de ogen van de blinden kon openen, God ook bederf kon behandelen. Dezelfde God Die de ogen van de blinden opent, kan leven teruggeven, want Hij is een Hersteller van leven. Zeker. Zij geloofde. Zij was volhardend.

88 God zij genadig. Kunnen wij niet volhardend zijn vanmiddag om tot Jezus Christus te komen, wanneer wij Hem precies in ons midden zien komen zoals dit, en dingen doen die nog nooit gedaan zijn sinds de dagen van de apostelen? Waarom kunnen wij niet volhardend zijn en onszelf daarin drukken? Zeker. Als ons geloof ooit een houvast neemt, en wij echt overtuigd zijn dat het God is, zullen wij volhardend zijn.

89 Dank u. Het is tijd voor mij om te vertrekken, en ik wil bidden voor al de zieke mensen. Ik kan ze niet een voor een op het podium brengen en voor ze bidden onder een visioen. Ongeveer na vier of vijf visioenen zouden ze mij naar buiten moeten dragen. U weet dat. Hoeveel van u begrijpen dat? De Bijbel onderwijst dat.

     Jezus, het eerste... Die kleine vrouw raakte Zijn kleed aan (dat soort visioen), en Hij zei: "Ik bemerk dat kracht is uitgegaan; Ik werd zwak." Dus ik, weet u, wij kunnen dit niet verdragen.

     Maar gelooft u dat Jezus Christus de Zoon van God is? En Hij onderwees ons: "Deze tekenen zullen degenen volgen die geloven; als zij de handen op de zieken leggen, zullen zij herstellen. De werken die Ik doe, zullen zij ook doen", enzovoort. Als u dat gelooft met alles wat in u is, zal God u belonen voor de dingen die u vraagt om gedaan te worden. Gelooft u dat?

90 Nu, voordat we een gebedsrij vormen in het gebouw, wil ik slechts een ogenblik uw eerbied. Geloof. Soms moet je haast alles met het Woord behakken. Maar wanneer ik u ontmoet op de dag des oordeels, zal niemands bloed op mij zijn. Zie? Ik wil dat u weet dat ik u recht uit het Woord de waarheid vertel. En als God die waarheid niet bevestigt, dan is het de waarheid niet, is het God niet. Als God die waarheid bevestigt, dan is het de waarheid en moet u ernaar luisteren.

     Voordat ik daar naartoe loop om handen op de zieken te leggen, wil ik dat sommigen van u hier zullen geloven met uw hele hart dat Jezus Christus, de Zoon van God, net zoveel de Zoon van God is als dat Hij ooit was. En het is Zijn Geest, en ik vertel u dit, en dit is Zijn Woord. Gelooft u het? Dank u voor uw geloof.

91 Nu, zodat ik er zeker van zal zijn dat de zalving van de Here op mij is voordat u opstaat van uw zitplaatsen, wil ik dat u zegt: "Here God (in uw hart, zoals dit), ik weet dat die man die daar staat mij niet kent. Ik weet dat hij mij deze twee avonden bewezen heeft dat U deze dingen in de laatste dagen beloofde, en dat de ongelovige erbij vandaan loopt. Maar ik, ik ben een gelovige, Here. Ik geloof het. Laat mij de zoom van Uw kleed aanraken. Antwoord door die prediker daarboven en doe hetzelfde werk als dat U deed toen U hier op aarde was door Uw gemeente, dan zal ik weten dat ik in die gemeente thuis hoor, omdat ik door één Geest in dat lichaam gedoopt ben." Ja, inderdaad. Zeg dat, en geloof het.

     Nu, laat iedereen een ogenblik eerbiedig zijn, en nog even een ogenblik rustig blijven zitten. God zegene u. Als ik er niet toe kom u te zien... Als de Geest mij misschien treft, en ik er niet toe kom om "tot ziens" te zeggen voor ik vertrek... Ik zal niet "good-bye" zeggen, ik zal het Duitse woord ervoor gebruiken: "Auf Wiedersehen". Dat betekent: "Wij zullen elkaar weer ontmoeten." Wij zullen elkaar ergens ontmoeten; als het hier niet is dan is het voorbij de rivier. Wij zullen u aan die zijde zien. Wanneer ik daar sta op de dag des oordeels, en deze dag flitst op, op het scherm van Gods oordeel daar, dan zult u zien dat ik de waarheid heb verteld. Ik ben eerlijk met u geweest. Ik heb niets achtergehouden. Ik heb het precies geplaatst op de wijze dat het Woord het zegt, en daar is het.

92 Nu, almachtige God, kom op het toneel, en laat deze mensen weten dat Uw dienstknecht hier niet is voor enig ander doel, maar omdat U hem zond. Nu, Vader, ik heb van U gesproken. Spreekt U van mij dat ik de waarheid heb verteld. In de Naam van Jezus Christus vraag ik dit.

     Nu, heb geloof in God. Twijfel niet. In orde nu, kijk deze kant op en geloof. Geloof, alstublieft. Zeg in uw hart: "Here God..." Bid gewoon. Zie of God mij kan vertellen waarvoor u bidt. Zie of het de Heilige Geest is of niet.

93 Deze kleine kerel hier aan het einde, die hier zit aan het eind van de voorste rij hier, hield zijn hoofd naar beneden en bleef bidden. Hij bidt. Hij probeert God te vragen om van die astma af te komen. Als u gelooft... Is dat juist? Steek uw hand omhoog als dat juist is. Wel, u... het heeft u net verlaten. Amen. Nu dus, als dat niet Dezelfde is gisteren, vandaag en voor eeuwig, wat is Jezus Christus dan? Is dat juist?

     Kijk naar deze man die hier zit en naar mij kijkt. Hij bidt voor een schoonzuster die heel ernstig ziek is. Dat is juist. Als u met heel uw hart gelooft, kunt u hebben waarom u vraagt. Amen. God zegene u. Dat is juist. U ziet dat Hij hier is. Weet u dat niet?

     Kijk naar deze dame die hier zit, een wat oudere dame die daar zit. Zij bidt omdat er iets aan de hand is met haar nek. Pijnen en dingen blijven door haar nek trekken, wat haar last bezorgt. Dat is juist, dame, is het niet? Als dat juist is, steek dan uw hand omhoog. In orde, ontvang uw genezing. Ga, en wees genezen.

94 Ziet u dat Hij hier is? Gelooft u het? Nu, kunt u niet volhardend zijn om daar te staan en te zeggen: "Als de tegenwoordigheid van Jezus Christus hier is en zelfs het geheim van het hart kent..."? En de Bijbel zegt dat "het Woord van God krachtiger is dan een tweesnijdend zwaard, en een Onderscheider van de overleggingen van het hart." Hoe zou dat het Woord van God kunnen zijn? "Als gij in Mij blijft, en Mijn Woord in u..." (ik werd in Zijn lichaam gedoopt. Zijn Woord blijft hierbinnen), "vraag dan wat u wilt en het zal voor u worden gedaan." Amen. Waarom kunnen wij niet volhardend zijn, met heel ons hart geloven?

     Hoeveel van u mensen hierbinnen hebben gebedskaarten in deze rij hier en willen dat er voor u gebeden wordt? Steek uw hand omhoog. In orde. Hoe velen hebben er geen gebedskaarten en willen dat er voor hen gebeden wordt?

95 Tussen haakjes, hoeveel predikers zijn hier vandaag die godvruchtige mannen zijn, die geloven in Goddelijke genezing? Ik vraag u nu niet tot welke denominatie u behoort. U kunt behoren tot elke denominatie die u maar wilt. Maar als u gelooft in Goddelijke genezing, en u bent erin geïnteresseerd dat God de mensen geneest, proberend om het leven een klein beetje beter voor hen te maken, om de pijnen te verzachten als zij voortreizen, en u gelooft in Goddelijke genezing, steek dan uw hand op, predikers. In orde.

     Ik ga u vragen om hier te komen staan en met mij een rij te vormen, zodat, wanneer ik weg ben, de mensen zullen zien dat ik het niet ben. U hebt gewoon evenveel recht om voor de zieken te bidden als ik. Elke prediker van God die verordineerd is van God heeft een recht. Jezus zei: "Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. Deze tekenen zullen degenen volgen die geloven; wanneer zij hun handen op de zieken leggen, zullen zij gezond worden." Wat? Predikers prediken het Evangelie tot ieder schepsel.

     Ik wil dat de predikers hier komen en precies hier een dubbele rij vormen. Ik ga tussen u in staan, hier beneden. Wij zullen de zieken en aangevochtenen hier nu doorheen laten gaan.

96 En de mensen die komen, wanneer u komt, kom niet naar een van ons. U komt in gehoorzaamheid, alsof u het doopwater inging. Kom hierheen. En wanneer deze predikers u de handen opleggen samen met mij, geloof dat u genezen zult worden en gezond zult zijn.

     Nu, wij willen alleen predikers, predikers van het Evangelie, slechts predikers. In orde. Ik wil dat zij precies hier een dubbele rij vormen, een soort van gangpad makend tussen hen in, een kleine weg tussen hen in, de predikers van het Evangelie. Dank u, mijn broeders, voor uw fijne medewerking. U bent het neusje van de zalm. Ik waardeer u als mijn broeders en zusters in Christus. Nu, bedenk, u bent erin geïnteresseerd dat deze mensen genezen worden. En u bent gekomen om uw geloof in God te tonen, dat u gelooft, en gelooft dat Goddelijke genezing juist is.

97 En nu, ik... Iedereen hier die tot deze samenkomsten behoort, behoort trots te zijn op hun prediker, behoort dankbaar te zijn voor een dienstknecht die hier zal staan, en die Christus vertegenwoordigt te midden van strijd, en het nog steeds gelooft, want zij weten dat de God Die zij liefhebben en dienen Degene is Die het hart kent. En mocht u hierna ziek worden, of iets anders, uw voorganger heeft een recht om voor u te bidden.

     Hebt u God lief? In orde. Nu wil ik dat broeder Borders hier naar de microfoon komt. En ik ga naar beneden tussen de mensen staan. Hij zal de samenkomst leiden, hoe zij door de rij moeten komen. U mensen gaat aan deze kant beginnen, loopt er gewoon door, terwijl predikers voor u bidden en u de handen opleggen. Dan deze rij hier; hij zal u vertellen hoe u uit het vak moet komen en aansluiten. Kom langs één kant, zodat we niet in de war komen. En voor iedereen die verlangt naar voorbede, kan gebeden worden.

98 Laten we nu onze hoofden buigen. Nu, mijn prediker broeders, bid met heel uw hart.

     Onze hemelse Vader, sta dit nu toe. Het grote ogenblik is gekomen. Ik heb mijn uiterste best gedaan, Here, om te proberen de mensen te tonen dat de mensen in de Bijbel die volhardend waren, degenen waren die de zegeningen van God verkregen, omdat zij geloofden dat zij de belofte hadden. Zij geloofden de belofte en zij gehoorzaamden de belofte. En niets hield hen ervan weg.

     Nu, zeer genadige Vader, deze mensen hebben vanmiddag stil gezeten. Zij die hier binnen zijn, hebben geluisterd omdat zij een reden hebben. Zij zijn gekomen om Uw barmhartigheid te vinden. U bent voor ons verschenen in een groot fenomeen en hebt getoond dat U nog steeds Jezus bent en dat U hier bent.

     En de gemeente ontvangt haar laatste waarschuwing. Vader God, ik weet dat het vele malen herhaald is voor de mensen. Zij hebben het gehoord. Maar eens zullen zij het voor de laatste keer horen. Hoe weten wij dat het niet vandaag zal zijn? Er zitten hier mensen vandaag, misschien zijn hier vandaag mensen binnen geweest die dood zullen zijn vóór morgenochtend. Hoe zal die stem in hun oren schallen door de eindeloze eeuwigheid daarginds, hoe zij weg wandelen van de waarheid van God.

99 O, ik bid, Vader, dat deze dierbare gelovigen die hier nu zijn, genezen zullen worden, ieder van hen. Ik bid dat deze mannen van God, Uw dienstknechten, die... U hebt vijf ambten in de gemeente. U zei dat U in de gemeente verordineerd hebt, ten eerste apostelen, dan profeten, leraars, herders en evangelisten. God, U plaatste hen in de gemeente. Misschien kunnen zij niet profeteren en dingen zeggen. Zij hebben misschien geen onderscheiding. Maar zij zijn mannen die leraars en voorgangers zijn. Ik predik hard, maar zij staan hier om te zeggen dat het de waarheid is. Zij herkennen het. Zij geloven het. God, eer deze mannen. Eer hen, zegen hun samenkomsten. Moge een ouderwetse opwekking uitbreken in elk ervan, Here. Sta het toe. En krijg die voorbestemde zaden die hier verspreid liggen op het eiland voordat het voor altijd te laat is. Wij weten dat U het zult toestaan.

     Nu, als we naar beneden gaan, eer hun gebeden als zij bidden. Wanneer zij hun handen op hen leggen, Here, predikershanden, die opzij gezet zijn voor het Koninkrijk van God, moge U horen en gebed beantwoorden. Moge elke zieke die door deze rij gaat, deze rij uitgaan en God prijzen zoals Abraham. "Het zal hoe dan ook gebeuren, omdat God het zei." "Het gebed des geloofs zal de zieke behouden, en God zal hem oprichten. Als zij handen leggen op de zieken, zullen zij gezond worden." God zei het. En zo zal het zijn. Iemand zal genezen worden. In Jezus Christus' Naam vragen wij het. Amen.

100 Ik wil dat de organiste, als zij wil, wil spelen met haar hele hart, met alles wat u kunt, en maak het... Nu, de samenkomst zingt Only believe, all things are possible, only believe. Broeder Borders zal nu leidinggeven aan de gebedsrij. God zegene u. [Broeder Branham verlaat het podium om te gaan bidden voor de zieken. Broeder Borders zegt: "Nu, als ik u zou kunnen..." Leeg gedeelte op band – Vert]

... dingen zijn mogelijk, geloven alleen.

101 Ik was handen aan het controleren bij het doorkomen. Mensen, merkte u op dat ik uw hand vatte en die zo omhooghield? Herinnert u zich, u Canadezen, de eerste keer dat ik u ooit zag? En dat ik het alleen kon weten door mijn handen te leggen op de handen van de persoon? Hoeveel herinneren zich dat? Bedenk, deze gave werd voor het eerst bij mij gemanifesteerd in Canada, in Regina, bij broeder Ern Baxter die avond, toen ik profeteerde en u vertelde dat Hij mij had verteld dat ik op een dag, als ik op deze manier eerbiedig zou zijn, zelfs het geheim van hun hart zou kennen. Hoeveel herinneren zich dat ik dat jaren geleden zei? De Bijbel zegt: "Als er iemand onder u is die geestelijk is of een profeet, en wat hij zegt komt te geschieden, hoor hem dan." Hoor mij. Jezus Christus heeft u allen lief.

     En ik controleerde die handen bij het doorkomen, en bij een groot percentage van hen was de vibratie reeds gestopt tegen de tijd dat zij hier bij mij kwamen. Toen die predikers hun handen op hen gelegd hadden, waren zij reeds genezen voor zij zelfs bij mij kwamen.

102 Broeder Byskal, God zegene u. Ik herken u nu pas, dat u er bent, broeder Eddie's vader. God zegene u. Moge eeuwige genade van God altijd bij u blijven tot wij elkaar weerzien. En dan zouden wij willen zeggen:

Tot wij elkaar ontmoeten! Tot wij elkaar ontmoeten!

     Laten wij nu onze handen opheffen. Bid voor mij. Ik heb uw gebeden nodig. Ik heb u lief met onsterfelijke liefde. Wanneer ik tot u spreek op de wijze dat ik het doe, is het in liefde, omdat ik u liefheb.

Tot wij elkaar ontmoeten! (God zegene u, broeders, voor uw fijne...?... Broeder Eddie?) ... ontmoeten!
God zij met u tot wij elkaar weer ontmoeten!

     [Broeder Branham vraagt aan broeder Eddie: "Ga jij afsluiten?" – Vert]

     Laten wij nu onze hoofden buigen. Ik ga broeder Eddie vragen of hij niet hier wil komen, en te zeggen wat er ook op zijn hart is. Ik zal nu vrij spoedig vertrekken naar overzee. Kan ik erop rekenen dat u voor mij bidt? Doe dat. Met goddelijke liefde, ik zal Victoria nooit vergeten, zal mij dit eiland blijven herinneren. God zegene u tot ik u weer zie. Broeder Eddie.