Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

De invloed van een ander

Door William Marrion Branham

     Dank u, broeder Neville. De Here zegene u.

1 Goedenavond vrienden, het is heel fijn hier vanavond weer te zijn in de tabernakel, om opnieuw over onze Heer en Redder te spreken, van Wie we, daar ben ik zeker van, allemaal houden, anders zouden we niet hier in dit hete gebouw zitten, op elkaar gepakt zoals vanavond, als we Hem niet liefhadden. Want dat is ons doel waarom we hier zijn, om aan Hem uit te drukken dat we Hem liefhebben. En onze verwachtingen zijn hooggespannen als we denken aan Zijn spoedige komst. Terwijl wij de tekenen van Zijn komst zien verschijnen, verlangen we naar dat grote uur waarop we Hem zullen zien.

2 Sinds ik hier vorige week zondag was, zijn er enigen heengegaan om Hem te ontmoeten. Een van hen was mevrouw Ford, mevrouw Levi Ford. Ze was tachtig jaar oud, een dierbare vrouw. Haar man overleed enige tijd geleden. Hij was een veteraan uit de Spaans-Amerikaanse oorlog. En in mijn levensverhaal noemde ik de naam van haar zoon. Hij was degene die dat pak voor mij zou bewaren, weet u wel, nadat hij het had afgedragen, het pak van een - ik geloof dat het een padvinderspak was. En hij... Toen ik er heenging om het deel ervan te halen, was er nog maar één pijp van over.

3 Misschien is Lloyd hier vanavond, de betreffende jongen. En ik hield deze week de begrafenisdienst van zijn moeder. En hij vroeg mij, zei: "Billy, ik zou graag willen dat je over iets zou spreken, dat bewijst dat mijn moeder weer opstaat." En de Here gaf me er een boodschap voor, over een juist, positief... Wanneer de Bijbel, de hele natuur, alles wat God schiep erover spreekt, moet ze opnieuw opstaan. Wie zal dit dan kunnen tegenspreken? God zegt het, bewijst het door Zijn natuur, bewijst het door Zijn Woord, bewijst het door haar leven, al het andere, ze moet wel opstaan, ziet u. Er is geen manier, er is niets... Hemelen en aarde mogen falen, maar dat zal niet falen. Ze moet opnieuw voortkomen.

4 Dan stierf eergisteren plotseling de vrouw van meneer Baxter, een manager die gewoonlijk bij me was, (velen van u herinneren zich hem; hij sprak regelrecht vanaf dit podium) aan een hartaanval. En het heeft hem zeer aangegrepen en hij is erg bedroefd; en ik hoop - vertrouw dat u broeder Baxter in uw gebeden zult gedenken als u bidt, want hij is een van onze broeders. Hij woont in Vancouver, Brits Columbia. Hij is nu al een paar jaar niet meer bij me geweest. En ik hoorde dat z'n vrouw een soort zenuwinzinking of iets dergelijks had gehad en toen kreeg ze plotseling een hartaanval en was overleden. We weten eenvoudig niet wanneer het de tijd is voor de oproep. En als Hij dan roept, moeten we gereed zijn. Dat is de reden waarom we vanavond hier zijn.

5 Ik zat in de studeerkamer, of liever in het kantoor, te praten met meneer Moore. Hij wilde me overhalen... ik had...?... ik probeerde de Dankdag te ontlopen; ik wilde hier een dienst houden voor Dankdag en daarna naar Shreveport gaan. Natuurlijk zou ik het nauwelijks voor elkaar kunnen krijgen. En tenslotte zei hij: "Als u nu drie diensten neemt en die Zeven Zegels neemt u later, dan kunt u ons in ieder geval die ene dag geven." Dus tenslotte hebben we hem die vrijdag, zaterdag en zondag gegeven. En nu, ik beloofde hem toen donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag. Pinksteren zal vijftig jaar oud zijn in Louisiana op de Dankdag. Het kwam vijftig jaar geleden neer in Louisiana.

6 Nu, morgenochtend willen we nadrukkelijk zeggen, dat iedereen die geen zondagsschool heeft om naar toe te gaan... ik zie hier onze dierbare broeder Don Ruddell en ik weet dat hij 's morgens zondagsschool heeft. En misschien zitten hier nog andere predikers uit de buurt die zondagsschool hebben. Nu, we willen dat u naar uw eigen zondagsschool gaat als u er een heeft. Maar als u geen zondagsschool hebt en u zou bij ons willen zijn, ik wil 's morgens spreken en een schoolbord neerzetten en over De gestalte van een volmaakt mens onderwijzen en het op het bord uittekenen en de vereisten van God aantonen en hoe we komen tot de volmaakte gestalte van een perfect mens voor God.

7 En dan morgenavond, zo de Here wil, wil ik spreken over het onderwerp Mijn Gids. Als er dus enigen van u van buiten de stad zijn... We willen proberen deze diensten vroeg te laten beginnen als... ik heb er nog niet met de herder over gesproken, maar ik zou graag willen dat de zondagsschool 's morgens heel vroeg begint. En de dienst zal morgenavond, indien mogelijk, om half zeven of zoiets beginnen. Dat zal de mensen de mogelijkheid geven als ze willen blijven.... Misschien kunnen we om half negen uitgaan, dan kunnen sommigen van hen...

8 Ik ontmoette vandaag een dame die drie of vier uur rijdt, ongeveer... Ze zei, als we om acht uur of half negen uitgaan, zou ze ongeveer half drie, of drie uur de volgende morgen thuiskomen, haar man moest naar z'n werk... We willen dus niet zomaar wat rondhangen, laten we daarom vroeg naar de kerk komen. En we hebben geen... Weet u, we hoeven hier geen vorm over te hebben; God is zonder vorm, weet u, de Bijbel...?... We hopen dus dat u hier allen zult zijn, en dat allen die kunnen, er zijn.

9 Nu, als u uw eigen diensten hebt, onthoudt, dit is een interdenominationele tabernakel waar...?... mensen komen. En de meeste mensen van onze groepen komen van buiten de stad.

10 Als hier misschien een vreemdeling zit, ik wil u iets tonen. Ik ben zojuist het podium opgewandeld en ik zie geen tien mensen die ik ken. Hoeveel mensen hier zijn van buiten de stad Jeffersonville, steekt uw hand op. Zie, negenennegentig procent. Zie, ziet u? Het zijn gewoon vrienden. Hoeveel zijn er hier van honderd mijl ver, steekt uw hand op. Dat is vijftig procent, van meer dan honderd mijl. Hoeveel zijn er van meer dan tweehonderd mijl ver, steekt uw hand op. Driehonderd mijl ver, steekt uw hand op. Kijk daar eens! Vierhonderd mijl ver, steekt uw hand op. Kijk eens hier! Vijfhonderd mijl ver, steekt uw hand op. Kijk daar eens, meer dan een derde van de samenkomst van meer dan vijfhonderd mijl ver! Ziet u, het zijn echt vrienden die tezamen komen van overal...?... we zullen hier zijn. We zijn dus dankbaar voor u en we zijn hier om u te helpen. We zijn hier om alles wat we kunnen voor u te doen.

11 Nu, ik las daarstraks een brief die mijn zoon me overhandigde van een dame die zei, dat als ze deze keer kwam het de vijfendertigste keer zou zijn dat ze kwam, in de hoop dat er voor haar gebeden zou worden. Vijfendertig keer reed ze honderden mijlen, vijfendertig reizen.

12 En bedenk dan dat er ongeveer zeshonderd en nog wat wachten op onze wachtlijst van over de wereld om in de gelegenheid te komen voor gesprekken. Ziet u, 't is tamelijk gecompliceerd. Als we aan deze plaats denken is het niet zoveel. We konden zojuist horen dat... Ziet u, het is wereldwijd. We zijn dus...

13 Ik vraag me af of die dame in het gebouw is vanavond (vijfendertigste reis), die een brief schreef dat ze hier morgen zou zijn? Vijfendertig keer is ze hier geweest zonder dat er voor haar gebeden werd. Ik veronderstel dat ze niet in het gebouw is, misschien kwam ze er niet toe om te komen. Maar ik las daar zojuist haar brief.

     Nu, ik heb altijd geprobeerd om, als ik hierheen kom om... Wanneer ik op...?... om niet slechts over iets te praten om te praten, of over iets dat de mensen zou behagen... ik heb geprobeerd te spreken over iets dat God zou behagen en de mensen zou helpen (ziet u?) een hulp, zodat wij allen, ongeacht tot welke kerk u behoort, welke denominatie, dat u geholpen kon worden in een dichtere wandel met God. En dat is onze reden dat wij hier zijn: een dichtere wandel met God.

14 En dan ontdekken we dat de dag laat is en het terugkeren van de Here.... Ik zei vandaag tegen mijn vrouw: "Als ik niet ergens een opwekking krijg, zal ik nog omkomen; ik kan het niet verdragen. Binnenin mij brandt gewoon iets."

15 O! We komen juist terug van een hele reeks diensten waar duizenden mensen naartoe kwamen. En het doet er niet toe of u twee of drie miljoen mensen had, als er geen opwekking is; zoals we dat in Kentucky gewoonlijk noemden: een langdurige samenkomst. Weet u, we gaan allemaal naar een langdurige samenkomst, zoals we dat noemden. We willen een opwekking waar de Geest van de Here onder de mensen beweegt en waar mensen worden gered en grote dingen worden gedaan om iets tot stand te brengen voor het Koninkrijk van God.

16 Nu, gewoonlijk in de gebedsdiensten... U kunt wel zien waarom we hier geen gebedsrij kunnen houden. Ziet u, het is zo volgepakt, u zou het niet kunnen doen. Maar meestal ontdekken de mensen die in de gebedsrij komen dat de Here zo werkelijk is. En we ontdekken dat de Here Jezus totaal niet is veranderd. Zoals Hij was, is Hij vandaag en zal Hij altijd zijn. En de Bijbel zegt in Hebreeën 13:8 dat Hij Dezelfde is, gisteren, vandaag en voor immer. Misschien konden de mensen in die dagen, in de samenkomsten die zich verzamelden om Hem te horen, niet in de gebedsrij komen, maar ze zouden geloof hebben om te geloven. En onze Here zou Zich omkeren als hun geloof Hem zou aanraken, zou Zich omkeren en de mensen vertellen dat daar enige zaken verkeerd waren met hen, die ze hadden gedaan en dat ze moesten gaan en gezond zouden worden, of iets gaan doen, iets in orde maken of zoiets.

17 We weten het over de vrouw bij de bron en de vrouw met de bloedvloeiing en o, zo velen, blinde Bartimeüs, dat hun geloof Hem aanraakte. En vanavond is Hij nog steeds de Hogepriester van onze belijdenis en net zo groot als Hij altijd was. We moeten ertoe komen om Zijn dienstknechten te willen zijn. Hij is de Wijnstok, de bron van Leven. Wij zijn de takken die dat Leven ontvangen. En de tak draagt de vruchten, niet de wijnstok. Nu, Christus werkt door Zijn gemeente. Dan, als wij onszelf op zodanige wijze kunnen overgeven dat de Heilige Geest volledig controle over ons kan krijgen door ons geloof in Christus, dan zal Hij hetzelfde doen, omdat het Christus is.

18 En als u hier vreemd bent bij ons... Nu, gewoonlijk...?... de mensen hier in de tabernakel... Onze voorganger hier bidt praktisch iedere avond voor de zieken en er wordt voor u gebeden door onze dierbare en geliefde herder, broeder Neville, een man wiens gebeden God verhoort en beantwoordt, broeder Orman Neville. En broeder Don Ruddell en deze andere broeders die voor de zieken bidden. En broeder Jackson, ik meen dat hij hier ergens zit, van de andere zustergemeente in Howard Park.

19 Op dit moment is het zo overvol, als u slechts God gelooft, wat u ook nodig hebt... En als u een vreemdeling bent en ik ken u niet, vraag God dan en zie of Hij niet Dezelfde is, gisteren, vandaag en voor immer. Kijk of Hij niet regelrecht kan spreken... Hij kent u; Hij weet wat er verkeerd is met u; het enige wat u moet doen is Hem geloven. Dan zal Hij u voor het ene instrument gebruiken en mij voor het andere. Jezus zei in Johannes 14:7 "Hij die in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen." Nu, dat is een toegewijd vat.

20 Nu, morgen zullen we onderwijzen hoe u dat vat wordt, zodat God de Heilige Geest door u kan werken. God was in een Vuurkolom, daarna woonde Hij in Zijn Zoon, Christus Jezus; nu in Zijn gemeente. Eerst werd Hij de Vader genoemd, toen de Zoon, nu de Heilige Geest. Het is God, die Zichzelf aan de wereld uitdrukt. De enige manier waarop Hij in de gemeente kon komen was om eerst voor de gemeente te sterven om haar te heiligen, zodat Hij Zichzelf door Zijn gemeente zou kunnen uitdrukken. Toen zei Hij in Johannes 15: "Ik ben de Wijnstok, gij zijt de ranken" en alleen de rank brengt vrucht voort. De Here zegene u.

21 En nu, voordat we... Voor de les vanavond... Ik wil u niet te lang houden omdat ik de mensen zie opstaan en iemand neemt zijn plaats in en dan gaat een ander zitten, enzovoort. Wij doen ons uiterste best om toestemming te krijgen voor ongeveer drie- of vierhonderd zitplaatsen erbij, maar de stad schijnt ons daarvan te willen weerhouden, omdat we onvoldoende parkeerruimte hebben. We hebben van Indianapolis toestemming gekregen, maar de stad... We moeten parkeerruimte hebben. O, als we er hier vier mensen bij doen, moeten we genoeg ruimte hebben om buiten een auto neer te zetten. En dit parkeerterrein hier behoort eigenlijk tot de stad, dus u ziet, zij... De grens van onze kerk loopt op nog geen halve meter van de stadsgrens vandaan. En echt, de hoofdweg, de reden waarom het daar werd aangelegd.... Uiteraard zullen enigen van u mensen, jonge mensen hier, dit niet begrijpen, maar dit was vroeger een vijver. Ik herinner me dat we, toen ik een jongen was, hier naartoe reden en dat we er daar in het veld omheen moesten gaan en om de vijver heengaan. Ze legden de weg aan om de vijver heen.

22 En ik kocht deze plek hier. Ik bad precies waar dit is, de Here vertelde me het te kopen, ongeveer dertig jaar of tweeëndertig jaar geleden, denk ik dat het is. Precies hier in een groot moeras met onkruid tot boven mijn hoofd. Ik kocht het terrein voor honderdzestig dollar precies, deze hoek hier en bouwde de kerk.

23 Nu, de Here zegene u. Ik wilde (als het een tekst genoemd kan worden, voor enigen van de...) enige teksten lezen vanaf notities; ik zou vanavond graag tot het gehoor willen spreken over het onderwerp De invloed van een ander. En voordat we het Woord lezen of erover spreken, laten we onze hoofden buigen en spreken tot de Auteur van het Woord.

24 En nu, met onze hoofden gebogen en onze harten eveneens in Zijn heilige eerbied, vraag ik me af of er iemand is vanavond die een verzoek heeft, dat brandt in uw hart, zodat u uw hand zoudt willen opheffen voor God en in uw gebed zeggen: "Here Jezus, ik heb een nood. Spreek vanavond tot mij. Genees mij. Help mij in mijn financiële nood", of wat het mag zijn. Hij voorziet in al onze noden. God zegene u. Ongeveer negentig procent van de samenkomst.

25 Onze hemelse Vader, wij naderen tot U. Terwijl wij nu deze kleine tabernakel van klei waarin wij wonen verlaten, dit kleine schip dat zeilt over de ernstige levenszee, stijgen we door geloof uit voorbij Mars, Jupiter, Venus, de maan, de sterren, de melkweg en komen door geloof aan bij de troon van de Vader. Zien Hem daar zitten met Zijn doorstoken handen en voeten; moge dat bloed nu voor ons bemiddelen als we onze gaven op het gouden altaar bij Zijn troon leggen.

26 Wij danken U in de eerste plaats voor Jezus, Die al deze dingen waar we om zullen vragen mogelijk maakte voor ons door ons geloof. U zag de handen, U wist wat bewoog beneden in de harten van de mensen. En ik leg mijn geloof, Here, op het offer dat op het grote gouden altaar van God ligt, waar de wierook dagelijks wordt verbrand. Ik bid dat U hun gebeden zult horen en beantwoorden, Vader. Geef hun de verlangens van hun hart.

27 En nu zijn wij vanavond tezamen gekomen, Here, voor deze drie samenkomsten, we zijn hier vanavond in dit hete gebouw met geen ander doel dan een dichtere wandel met U. Wetende wat te doen... Here, wat te doen... Zoals de profeet zei: "Zij die wachten op de Here zullen hun kracht vernieuwen. Zij zullen opstijgen met vleugels als een arend. Zij zullen hardlopen en niet vermoeid worden; zij zullen wandelen en niet bezwijken." Heer, leer ons te wachten nadat we gevraagd hebben en mogen we geloof hebben om te weten dat U hoorde en in Uw eigen goede tijd zult U ons antwoord regelrecht vanaf de gouden treden vanuit de hemelse gangen in onze zielen zenden. En we zullen ontvangen waar we om vroegen, want we geloven het.

28 Heilig onze oren vanavond om te horen en onze harten om te ontvangen; en mogen we, wanneer de dienst voorbij is, mogen we, zoals zij die van Emmaüs kwamen, zeggen: "Was ons hart niet brandende in ons toen Hij tot ons sprak langs de weg." Want we vragen het in Zijn Naam. Amen.

29 Ik zou vanavond graag een gedeelte uit de Schrift willen lezen dat gevonden wordt in het boek van Jesaja. Morgen moet u beslist papier bij u hebben want ik wil dat u... Ik zal hier een kaart of bord hebben om de les enigszins uit te tekenen. En ik wil dat u het overneemt indien u in staat bent, zodat u het kunt bestuderen nadat u bent thuisgekomen.

30 Jesaja het zesde hoofdstuk, ik wil enige verzen uit dit hoofdstuk lezen als achtergrond voor deze avond.

     In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Here zitten op een hoge en verheven troon en Zijn zomen vulden de tempel.

     Serafs stonden boven Hem; ieder had zes vleugels: met twee bedekte hij zijn aangezicht, met twee bedekte hij zijn voeten en met twee vloog hij.

     En de een riep de ander toe: Heilig, heilig, heilig is de HERE der heerscharen, de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol.

     En de dorpelposten beefden van het luide roepen en het huis werd vervuld met rook.

     Toen zeide ik: Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een man onrein van lippen en woon temidden van een volk dat onrein van lippen is, en mijn ogen hebben de Koning, de HERE der heerscharen gezien.

     Maar één der serafs vloog naar mij toe met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar genomen had;

     hij raakte mijn mond daarmede aan en zeide: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt, nu is uw ongerechtigheid geweken en uw zonde verzoend.

     Daarna hoorde ik de stem des Heren, die zeide: Wien zal Ik zenden en wie zal voor ons gaan? En ik zeide: Hier ben ik, zend mij.

31 Dit is eigenlijk een waagstuk als we bedenken wat het zal betekenen wanneer we dit visioen van Jesaja bestuderen. Ik heb altijd van Jesaja gehouden. Hij was een van de hoofdprofeten. Jesaja schreef de gehele Bijbel. Er zijn zesenzestig boeken in de Bijbel en Jesaja schreef zesenzestig hoofdstukken. Hij begint met het begin van de schepping; in het midden van het boek brengt hij het Nieuwe Testament naar voren en Johannes de Doper; en in het zesenvijftigste en zestigste hoofdstuk eindigt hij in het Duizendjarig Rijk: van Genesis via het Nieuwe Testament tot in Openbaring. Een groot man, deze Jesaja. Tenslotte stierf hij de doodstraf als martelaar.

32 Iedere geestvervulde man in de Bijbel stierf of werd vervolgd door de federale regering. Ieder van hen die u kunt bedenken: Mozes, de Hebreeën-kinderen en Daniël en Jesaja. Jesaja werd met een zaag aan stukken gezaagd. En zo verder, Johannes de Doper, al de apostelen, Jezus Zelf, allen stierven de doodstraf of werden gestraft door de federale regering. En ten gevolge van de wijze waarop dingen aan het toenemen zijn, zullen er meer getuigenissen worden toegevoegd aan die van hen uit die dagen. Ziet u? En als er ooit een tijd is geweest waarin wij dicht bij elkaar moeten blijven, is het nu wel.

33 Ik veronderstel dat u hebt gehoord van de vergadering die bezig is in Rome en ze hebben daar een geweldige tijd. Ze zullen een opwekking beginnen. Het zal een wereldwijde opwekking zijn, zeker.

34 Terug naar ons onderwerp (we zullen dat in de Zeven Zegels behandelen) - naar dit onderwerp van, te worden beïnvloed.

     Koning Uzzia was een herdersjongen. Hij was opgevoed... hij hield van het platteland. Hij regeerde gedurende de tijd van Jesaja's profetie. Jesaja werd onderwezen door een van de andere hoofdprofeten. Ik geloof dat het Zacharia was die een profeet was toen Jesaja op het toneel verscheen, waardoor Jesaja begrip kreeg. En Jesaja werd geroepen en hij was een profeet. Profeten worden niet door mensen aangesteld; profeten worden als profeet geboren.

35 Nu, er is een gave van profetie die de gemeente binnenkomt, zodat mensen een profetie geven. Vele leden van het Lichaam van Christus kunnen dat doen, dat is onder inspiratie. Maar een profeet is in de gemeente door God gezet, voorbestemd met de gave om een profeet te zijn, niet een profeteerder.

36 We ontdekken nu dat deze jongeman de troon overneemt. Als u enige van de Schriftplaatsen wilt noteren, het is II Kronieken, het zesentwintigste hoofdstuk. U kunt lezen waar wordt verteld dat koning Uzzia, nadat zijn vader A-m-a-z-i-a, Amazia stierf, die een rechtvaardig man was geweest en van de Here was afgeweken en door zijn eigen volk werd omgebracht - dat Uzzikia zijn - of Uzzia liever, zijn plaats als koning innam. En hij besteeg de troon en werd gezalfd op zestienjarige leeftijd, nog maar een jongen, maar hij was de opvolger van de koning al was hij nog maar een knaap. En hij deed het goed. De Bijbel vertelt ons dat hij een godvrezende vader en een godvrezende moeder had en met zo'n invloed kon hij nauwelijks iets anders zijn dan een godvrezende jongen, want dat was hetgeen hem voortdurend werd voorgehouden.

37 Weet u wat ik denk? Iedereen heeft zijn eigen mening. Maar een van de grootste en naar mijn mening de grootste president die we ooit in deze natie hebben gehad, is Abraham Lincoln. Niet omdat hij Republikein was, maar omdat hij was wat hij was, een godvrezend man. En hij werd opgevoed om God te dienen. Hij zei: "Als er iets is dat ik zou willen prijzen, of waardoor mijn leven werd beïnvloed, dan was het wel door een godvrezende moeder die mij leerde te bidden en mij leerde Jezus te kennen als mijn Redder."

38 O! Uw familie is wat u bent. Als u uw kind opvoedt in een bepaalde omgeving heeft het achtennegentig procent meer kans de juiste weg te gaan dan wanneer u het op de verkeerde wijze zou grootbrengen: "Breng een kind groot op de wijze dat het zou moeten gaan en wanneer het oud is, zal het er niet van afwijken." Word juist opgevoed, onderwijs uw kinderen het goede te doen: om eerlijk te zijn, recht-door-zee, zelfs wanneer ze op school zijn.

39 Nu, kinderen zijn er vaak toe geneigd bij elkaar af te kijken en te proberen hun weg door de school heen te drukken. Maar, weet je, ik denk, dat wanneer je het zelf hebt verdiend, dat het zo is, dat je je goede rapport kunt waarderen.

40 Weet je, als je de volgende dag een proefwerk hebt, in plaats dat je de hele avond rondrent en 's morgens opstaat en denkt: "Wel, ik ga naast die-en-die zitten, zij zijn knap, dan kan ik van hen afkijken", als je voordat vader gaat danken aan de ontbijttafel zegt: "Vader, denk vandaag aan mij, ik moet een scheikunde-proefwerk maken", of wat het ook is. Vader, als u bidt, zeg dan: "God, zegen Jan, Maria, vandaag met hun proefwerk." Ik vertel u dat dit het getij zal doen keren.

41 Onthoud, we kunnen hebben wat we willen als we het met geloof vragen. Jezus zei: "Alle dingen zijn mogelijk voor degenen die zullen geloven. U hebt niet omdat u niet vraagt en u vraagt niet omdat u niet gelooft." Hij zei: "Vraag overvloedig opdat uw blijdschap volkomen zij." Daar houd ik van.

42 Onze juiste onderwijzing: Zeg het juiste; doe het juiste; denk het juiste; denk altijd juist. En ik heb een kleine lijfspreuk:

     Doe goed, dat is uw plicht ten opzichte van God. Denk goed, dat is uw plicht ten opzichte van uzelf; en u zult zeker goed uitkomen.

43 U kunt niet tegelijkertijd oostwaarts en westwaarts gaan, evenmin kunt u tegelijkertijd goed en verkeerd gaan. Het doet er niet toe hoezeer u denkt dat u de andere kant opgaat, als u niet precies naar het westen gaat... U gaat niet oostwaarts als u westwaarts gaat.

44 Deze jonge koning werd dus door zijn vader beïnvloed toen hij een jongeman was en hij leerde Israël de inzettingen van God. En opeens keerde hij zich af in zijn laatste dagen en leerde tegen God in. En zijn eigen volk... Hij werd door zijn eigen volk gedood. Het zag ernaar uit dat dit een grote les voor Uzzia was geweest. Maar we ontdekken dat, toen Uzzia de troon besteeg, dat hij goed begon precies zoals zijn vader had gedaan, door de dingen van God te herstellen, Israël terug te brengen tot de dienst van God. Hij maakte zichzelf krachtig.

45 Ik wil altijd dankbaar zijn voor hem in zijn jeugd, omdat hij zich nooit aan enige politiek overgaf. Hoewel de politiek hem mag hebben tegengewerkt, bleef hij toch geheel in het spoor van God. En het ontroerde deze jonge profeet zo, dat hij een held werd. Hij was voor de profeet Jesaja een voorbeeld.

46 Jesaja ging naar het kasteel om bij hem te blijven, naar het paleis van de koning. Hij riep hem bij zich; hij hield van Jesaja. Jesaja was ook jong en hij... Ze waren boezemvrienden van elkaar. Die koning zou... Wanneer hij ergens heen wilde gaan en sommigen van de politici zouden bij hem komen en zeggen: "We moeten zo-en-zo doen", zou koning Uzzia de Here zoeken. "Here, is het Uw wil dat we het zo-en-zo doen?" God, geef ons zo'n president, niet alleen dat, maar geef ons predikers. "Zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid en al het andere zal worden toegevoegd."

47 Dit moet een grote invloed zijn geweest omdat Jesaja van hem hield, want hij zag dat hij een groot man was en hij stond ferm en vastberaden voor God. En bedenk, elk moment van de dagen die wij leven, in de dingen die we doen, onthoud, het publiek kijkt niet alleen naar de voorganger, hoe hij er uit ziet - leeft, ze kijken ook naar de leden.

48 O, het is te erg als we aan de kerk denken. Soms behoort de voorganger tot een zekere organisatie of een groepering en deze organisatie stuurt hem naar een zekere gemeente en soms wordt die voorganger vastgehouden door die organisatie. En de jongeman wil de Here dienen en hij denkt - is onderwezen dat hij dit eigenlijk maar op één manier kan doen en dat is door zijn organisatie te dienen. Als hij zou opstaan en prediken wat het Woord zegt, zou de gemeente hem wegstemmen; dan is hij bevreesd dat hij daarna geen kans meer heeft om het Evangelie te prediken.

49 Maar o, wat we vandaag in de preekstoelen nodig hebben zijn mannen zoals Uzzia was. Ongeacht de politiek van zijn kerk of de politiek van iets anders, hij bleef op de hand van God. Hij wachtte tot hij ZO SPREEKT DE HERE vond, dan deed hij het.

     Die kleine profeet (jonge knaap op zijn leeftijd) ging met hem de tempel binnen, ze zouden samen neerknielen en bidden, zonder twijfel, en de wil des Heren vragen en het dan met de wetten van de Bijbel vergelijken. Als het dan in orde was nam Uzzia het aan; als het niet in orde was veroordeelde hij de politici erover. God, geef ons er meer van zulke! En dat ontroerde Jesaja omdat hij een geboren profeet was.

50 Uzzia werd een held voor Jesaja. Vanwege zijn ingenomen standpunt voor God werd hij in de ogen van de rechtvaardige een held. En misschien waren er niet al te veel rechtvaardigen. Ziet u? Maar de zaak die we willen doen is, dat ons leven telt bij God. Iemand let op u.

51 Ik ging onlangs iemand opzoeken. In een bepaalde buurt hadden ze een... Een grote denominatie-kerk hield hier een groot rock-en-roll feest en ze dansten tot ongeveer één uur 's morgens. En ze hadden iemand die naar de tabernakel komt geplaagd en gezegd dat het heilige rollers waren die hierheen kwamen, omdat wij geen denominatie zijn. En o, dat gaf me een mooie gelegenheid. U kunt zich wel ongeveer voorstellen wat er gebeurde. Maar de zaak is... Nu, deze mensen... Ongetwijfeld zou de jongedame die de uitspraak deed, als ze slechts geweten had wat de Waarheid was,...

52 Een paar weken geleden was ik in de bergen. En voordat ik naar huis zou gaan, gingen we (mijn familie en ik) naar een plaats om wat uit te rusten, waar we, zo de Here wil, volgende week weer heen zullen gaan. En daar zag ik op een avond een visioen. Het was een lieflijke, knappe vrouw, zag een jonge vrouw meedoen aan een wedstrijd; ze hield haar hand hier, en ze stierf aan een hartaanval, een mooie vrouw. En ze viel neer en ze was dood. De Engel van de Here zei: "Nu, wanneer u dit hoort, onthoud, ze zullen zeggen dat ze zelfmoord pleegde, maar ze stierf aan een hartaanval. En het is bijna vier uur, dus u zegt dat het vier uur was", en toen verliet Hij mij.

53 Ik maakte mijn gezin niet wakker in het kleine kampement (of waar de cowboys verblijven, waar we naar terug zullen gaan om het vee te verzamelen), ik liet ze tot 's morgens toe slapen. Dan, de volgende dag vertelde ik het en ik zei: "Er zal een jonge vrouw, heel aantrekkelijk, sterven aan een hartaanval." En twee dagen later kwam het onderweg over de radio, over deze 'miss' (ik kan niet op haar naam komen, Monroe, mevrouw Monroe. Ik denk dat het haar artiestennaam was, of wat het ook was; haar naam was anders.) Ze was gestorven en ze zeiden dat ze zelfmoord had gepleegd.

54 Nu, het zal geen enkel verschil maken hoeveel ik het zeg; ze zullen blijven zeggen dat ze zelfmoord pleegde. Maar het kind deed het niet; ze stierf aan een hartaanval! En als u zou opletten, ze hield haar hand, proberend bij de telefoon te komen - de telefoon in haar hand. Ze heeft een hartaanval gehad. Ze zeiden dat er slaappillen waren; ze had ze een maand of meer uit dat flesje ingenomen. Ze stierf aan een hartaanval en ze stierf ongeveer vier of vijf seconden voor vier uur 's morgens, precies.

55 Ik las over haar levensgeschiedenis in de krant hoe dat ze... Ze was een buitenechtelijk kind en ze had stapels borden gewassen en haar moeder zat in een krankzinnigeninrichting; en ze had er naar verlangd (ik vermoed dat ze de vrouw was met het meest volmaakte lichaam ter wereld) maar ze had naar iets verlangd dat niet voor geld te koop is. Ik dacht: "O, ik wou dat ik bij haar had kunnen komen! Ik weet wat ze nodig had!" Zo is het!

56 Misschien leden van beroemde kerken, de fijnste bekendste uit Hollywood, waar al de decoratie is en de glinstering... Maar ze zag deze mensen... Ze kon zien dat ze geen ander leven leefden dan zij. Het heeft invloed! De kracht van de opstanding van Christus is nodig onder de mensen, zodat ze zien dat Christus niet een stenen beeld is dat in een gebouw hangt, maar dat Hij een levend Wezen is in de vorm van de Heilige Geest, levend in mannen en vrouwen, vrede brengend en voldoening en geluk. O, als we maar bij de jongedame hadden kunnen komen voordat ze de wereld verliet.

57 Nu, invloed. We ontdekken dat Uzzia's leven van grote invloed was op deze profeet in zoverre dat Ukkia of Uzzia liever gezegd, muren bouwde en zichzelf versterkte en de grond en bezittingen die aan hen toebehoorden terugbracht van de Filistijnen, enzovoort, totdat zijn roem tot in Egypte doordrong. En ik vertel u dat in al de kronieken van de koningen er niet één was, behalve Salomo, die zo voorspoedig was als Uzzia. Waarom? Omdat hij het voorbeeld gaf. Hij bleef bij God, ongeacht wat zijn volk dacht, wat iemand anders dacht, waarmee zijn politici hem probeerden te beïnvloeden. Hij bleef dicht bij God en God zegende hem. Het was een grote hulp voor deze jonge profeet.

58 Hoe zegent God een man die getrouw bij het Woord van God blijft. Nu, misschien is hij niet erg populair, maar hij zal gezegend zijn. Mensen moeten hun keuze maken, of u wilt handelen zoals de rest van de mannen of dat u door God wilt worden gezegend. Nu, u kunt uw keuze maken. Wanneer u gaat leven zoals de rest van hen, zult u door hen worden gezegend; maar indien u al uw verlangens op God richt, zult u door God worden gezegend. Dus u moet "Heden kiezen wie gij dienen zult", zoals de profeet zei. "Denk altijd eerst aan uw Schepper."

59 Toen deze koning tot een plaats kwam, nadat hij zo'n groot man was geworden en Jesaja en natuurlijk de rechtvaardigen van zijn koninkrijk, had beïnvloed, kwam hij tot een plaats waar hij zich zelfverzekerd begon te voelen. En daar maakt u uw fout. Daar bijten zoveel rechtvaardige mannen in het stof van de schande, bijten in het stof van de nederlaag, omdat ze zich zelfverzekerd beginnen te voelen. U begint te denken dat u zolang voor Christus hebt geleefd, dat u, ongeacht wat Hij u voorstelt, uw keus zult maken of u het wel of niet wilt. U behoort door te gaan met God te dienen. Het doet er niet toe wat u tien jaar geleden was, het gaat erom wat u nu bent.

60 De koning kwam tot een plaats, dat hij bij zichzelf dacht dat hij iets geweldigs was. Trots kwam in zijn hart. En dat gebeurt met ons. Als u mij deze uitspraak wilt vergeven, dat is er gebeurd met onze kerken door heel het land. Er zitten fijne mensen in; sommigen van de besten ter wereld gaan naar de kerk. Ik denk dat de besten ter wereld naar de kerk gaan. Maar de kwestie is, dat het georganiseerde systeem zich begint te verheffen. Dat is gebeurd met de Methodisten; dat is gebeurd met de Baptisten; dat is gebeurd met de Nazareners, met de Pelgrim Heiligheid, met de Pinkstermensen - verheven, eigen wil, egocentrisch, trots, zodat u ze niets meer kunt vertellen. God kan geen manier vinden om in hun hart te komen. Het komt omdat ze zo betweterig zijn geworden dat niemand hun nog iets kan vertellen. Door zichzelf met broeders sterk te maken in redenatie, maken ze zichzelf sterk in hun leerstelling. En als ze dat doen, laten ze God achter zich.

61 Dat is wat er met dokters gebeurt. Als ze zo egocentrisch zijn geworden dat ze geen enkele hulp van God nodig hebben, wil ik niet dat er een met mij solt. Als u God ergens buitensluit wil ik dat u mij er ook buiten laat. Ziet u? Want u moet altijd eerst aan God denken! Hij werd hoogmoedig.

62 Velen vandaag... Neem een gezin van mensen, die beginnen naar de kerk te gaan. God zal het gezin gezond maken. Hij zal ze zegenen en hun de Heilige Geest in hun leven geven. De kleine kinderen zullen aan tafel bidden; ze zullen voor het naar bed gaan bidden. Moeder en vader zullen elkaar de hand geven en bidden. En zolang ze op die manier blijven, zullen ze een familie blijven; maar als u ze laat... In het begin, weet u, hadden ze niets, een oude verroeste auto misschien om in rond te rijden, of misschien liepen ze wel. Tenslotte krijgen ze een goede auto, een beter huis. En het eerste, weet u, is dat ze - wat de wereld zo noemt - tot een betere klasse mensen willen behoren. Ze verhuizen naar een andere buurt en daar ontdekken ze dat ze door de verkeerde invloed worden beïnvloed. U moet altijd blijven waar het Koninkrijk van God is en waar de glorie van God wordt uitgestort. Blijf daar waar u dag en nacht geestelijk gevoed kunt worden. Dan zullen ten eerste scheidingen het huis binnenkomen, weet u, en wereldsgezindheid en ze worden hoogmoedig. Uzzia deed dat; hij werd hoogmoedig, erg trots.

63 We zien wat hij probeerde te doen. Nu, wat er echt met hem gebeurde toen hij zich in zijn hart verhief (het wordt in de Bijbel verteld, in Kronieken 26 - we vinden het in II Kronieken 26), we ontdekken dat hij de tempel des Heren binnenging met een schaal in zijn hand om aan de Here reukwerk te offeren. En toen hij dat deed, volgde de dienaar van de tempel hem met tachtig andere dienaren en zei tot hem: "Doe dat niet; u mag dat niet. U bent geen prediker. U bent een koning, geen prediker."

64 En hij was woedend en hij vloog op. Zijn drift kreeg de overhand, hij deed vuur in de schaal om toch te gaan. En God sloeg hem precies daar waar hij stond in zijn boosheid met melaatsheid, en hij stierf als een melaatse. Ze moesten hem uit de tempel wegbrengen.

65 Daar willen we nu lering uit trekken. Als deze man, die God in zijn bekwaamheden had gezegend... Maar hij was daar niet mee tevreden, hij wilde de plaats van iemand anders innemen. U kunt niets zijn... Zoals congreslid Upshaw (u herinnert zich hem, degene die achtenzestig jaar kreupel was geweest en daar in de samenkomst werd genezen, u weet het. Hij was congreslid bij de Verenigde Staten), hij zei: "U kunt niet zijn wat u niet bent." Zo is het wel ongeveer. U moet in uw roeping blijven, waarin God u heeft geroepen.

66 Nu, zolang hij koning bleef, - hij was een zegen voor het volk als koning. Maar toen hij dacht dat hij een prediker was, toen... Omdat God hem had gezegend, dacht hij dat hij alles kon zijn wat hij maar wilde. Maar hij was een zegen voor het volk als koning, maar geen zegen als... Hij werd een vloek voor hen toen hij probeerde de plaats van de prediker in te nemen. Daar hebben we er heel veel van. Iedereen wil de bal pakken. Ziet u?

67 Als u een balspel speelt (als het voetbalseizoen is) is de zaak die we willen, dat niet iedereen probeert de bal af te pakken van de man die hem heeft; maar we proberen die man te beschermen. Bescherm hem; laat hem doorgaan. We proberen een doelpunt te maken. Ziet u?

68 Maar kunt u zich een koning voorstellen die zo ongetraind is dat, wanneer hij één man - hun eigen man - met de bal over het veld naar het doel ziet rennen, dan in plaats van de vijand - de tegenpartij - bij hem vandaan te slaan en je eigen man die de bal heeft ermee vandoor te laten gaan, dat iedere man probeert de bal uit z'n hand te pakken? Wel, u bent bestemd om te verliezen.

69 Vandaag hebben we hetzelfde. Als we God op het toneel zien komen en zien dat Hij een bepaald iets begint te zegenen, laten we dan alle vijanden erbij vandaan houden. Laten we onze invloed aanwenden als verdedigers, niet als aanvallers, verdedigers die de loper verdedigen, laat hem de bal er doorheen brengen, omdat er geen tegenstand is, het enige wat u hebt te doen is doorrennen. Wij zouden verdedigers moeten zijn.

70 U weet dat ik wereldwijd spreek voor de Volle Evangelie Zakenlieden, afdelingen oprichtend. Niet lang geleden, ik geloof dat het in Kingston, Jamaica was, waar Castro en dergelijke in de samenkomst waren (of we waren in zijn plaats, zo was het) en de geestelijkheid en iedereen van het eiland was erbij, en deze zakenlieden probeerden het Evangelie te prediken. Hij staat niet op zijn plaats. Wij predikers hebben het al moeilijk genoeg om het in balans te houden. En ze gebruiken elke kleine invloed die ze maar weten te vinden en elke kleine techniek op deze manier en die manier en maken er zo'n warboel van dat je niet weet wat je er aan moet doen.

71 Vaak - in een gemeente - er kan een opwekking aan de gang zijn in een kleine gemeente; iemand wil daar uitgaan en een gebedssamenkomst leiden. Dan krijgt hij een ander idee over wat de Bijbel werkelijk zegt, maar hij gelooft het hoe dan ook op die wijze, hij begint invloed te krijgen en trekt anderen erbij vandaan. De zaak die moet worden gedaan is deze Boodschap beschermen op de wijze waarop deze uitgaat, blijf er bij en sla alles erbij vandaan, als we ooit over de grenslijn van het doel willen komen.

72 Ik zei: "Broeders, er is iets verkeerd. U mannen bent zakenlui. In de eerste plaats begrijpt u de benadering niet. U begrijpt de benadering tot de bediening niet, omdat de bediening een door God-geroepen gave is." God heeft in de gemeente gezet, ten eerste apostelen, profeten, leraren, evangelisten en herders. God heeft hen daarin geplaatst voor de volmaking van de gemeente. Zakenlui zouden moeten getuigen. Vrouwen, huisvrouw, het doet er niet toe of u het dienstmeisje bent in iemands huis: getuig. Doe alles wat u kunt voor het Koninkrijk, maar voeg er nooit uw ideeën aan toe; zeg slechts wat de Boodschap zegt en ga door (ziet u?) en daarna zoudt u wat invloed kunnen hebben. Probeer niet te prediken totdat God u roept. Blijf precies bij uw getuigenis, omdat, wanneer u het niet doet, u de verkeerde richting opgaat en dan maakt u er een warboel van. Zo is het. Het behaagt God helemaal niet. Dit hier bewijst het.

73 Toen deze koning... Hij werd bestraft en de dienaar van het gebouw vertelde hem de waarheid en probeerde hem te vertellen dat hij verkeerd deed, dat God slechts de nazaten van Aäron had geroepen, zij waren de enigen die tot die dienst waren gewijd... Dat was hun enige verplichting, zij waren daarvoor gewijd. En ongeacht hoe rechtvaardig een koning was, of hoedanig God hem had gezegend, hij had geen recht om het reukoffer te branden. Hij nam de plaats in van de priester en dat behoorde hij niet te doen. En toen hij werd bestraft, werd hij woedend, zijn drift kwam omhoog en onmiddellijk nadat z'n drift omhoog kwam, verscheen er melaatsheid op zijn gezicht. De melaatsheid brak uit, toen wierp hij het reukoffer neer en rende het gebouw uit. Ziet u? Proberend iemand na te doen, we zouden dat niet moeten doen.

74 In zijn boosheid deed hij het verkeerd en hij werd geslagen. O, het was zeker een les voor deze jonge profeet om dit te zien, nu, het doet er niet toe hoe groot de man was, hij moest bij zijn roeping blijven.

75 Ik ben me ervan bewust dat dit op de band wordt opgenomen en ik weet dat dit over de wereld gaat, ver in de wildernis, naar de Hottentotten, enzovoort. Deze boodschap van vanavond zal in talen worden vertaald. Maar ik zeg dit met heel mijn hart, hoe kan... Veel mensen zeggen: "Waarom behoort u niet tot bepaalde organisaties? Waarom doet u niet mee met de Pinkstermensen? Waarom doet u niet mee met deze groep? Waarom laat u deze kleine dingetjes niet eenvoudig gaan?" Hoe kan ik dat doen? Ik moet bij die Boodschap blijven!

76 Bedenk dat de Engel des Heren verscheen in dat Licht, zoals u daar ziet, boven de rivier en dat het is bewezen door de regering en anderen, door wetenschappelijk onderzoek, dat het de waarheid is... Hij vertelde me te blijven staan met dit Woord. Hoe zou ik het dan kunnen ruilen voor een leerstelling? Als deze mannen daarbuiten dat willen doen, laten ze het maar doen. Maar wij zijn geroepen om het Woord te prediken! Sluit geen compromis; sta op het Woord!

77 U ziet nu dus de reden dat het gevaarlijk is om te proberen een compromis te sluiten en iets anders te doen, of om te proberen zelfverzekerd te worden en te zeggen: "O, ik kan dit doen en meer geld verdienen. Ik kan dit doen en alle broeders zullen met mij instemmen." Ik kan compromissen sluiten met dit Woord totdat negenennegentig procent van de predikers overstag zal gaan: "Dat is fijn, dat is goed." Ik weet dat velen van hen opbellen... Wat is het? Brood en vis, ze zien dat mensen worden genezen en de onderscheidingen en de krachten van God, enzovoort, gemanifesteerd. Ze halen je daarheen om samenkomsten te houden om mensen in hun kerken te krijgen en dergelijke; maar wanneer het er op aankomt met het Woord overeen te stemmen, gaan ze erbij vandaan. Ziet u? Dat kunt u niet doen. Blijft bij het Woord!

78 Nu, dit was een les voor deze jonge profeet, dat ongeacht wat hij probeerde te zijn, hij in zijn roeping moest blijven. O my, hij leerde Gods orde ten opzichte van mensen. Gods orde voor de mens is om op zijn plaats te blijven. Gods orde voor vrouwen is ook om op hun plaats te blijven. U kunt niet de plaats van een man innemen. Ze proberen het te doen, maar doe het niet. Mannen, neemt niet de plaats in van de vrouw, kleedt u niet als een vrouw. En vrouwen, kleedt u niet als een man. De Bijbel zegt dat het verkeerd is om dat te doen. De Bijbel zegt: "Een vrouw die een kledingstuk aantrekt dat aan een man toebehoort, is vuil voor God, een verfoeilijk iets." Ziet u? Maar u kunt nu nauwelijks het verschil zien tussen hen beiden. Wel, wat zoudt u anders kunnen doen dan het er tegen uitroepen? Maar als u dat doet...

79 Zag u deze week die rechtszaak hier in Indiana? Wat een schande! Minder dan vijftien jaar geleden was er een familie in Port Fulton (ik denk dat enigen van de familie hier vanavond zitten), hier in Port Fulton, zij stuurden een meisje van school naar huis omdat zij een short droeg op school. En deze week probeerden ze een meisje aan te klagen en van school te sturen (en ze deden het) die weigerde op school een korte broek te dragen. Wat is er met onze natie aan de hand? Ik dacht dat dit een land van vrijheid was; ik dacht dat we een recht hadden - godsdienstvrijheid.

80 Deze vader stond op en zei: "Het is tegen onze godsdienstige overtuiging om onze kinderen shorts te laten dragen, ons meisje van zestien, zeventien jaar, om korte broeken te dragen; het is tegen onze godsdienstige overtuiging." En ze stuurden het kind weg, zetten haar de school uit.

81 Ik heb begrepen dat iedereen die niet zal instemmen en zal toetreden tot de internationale samenwerking van deze gemeenschap die ze proberen te vormen en waarin alle kerken zich zullen verenigen, de federatie van kerken, dat allen die er niet in willen komen en zich ermee willen verenigen, dat zij voor hen een kleine provincie zullen maken; ze zullen hen naar Alaska sturen. U mag zich wel op koud weer voorbereiden, want het ziet ernaar uit dat het eraan komt. Dus, wat een schande!

82 Mijn vriend van kindsbeen af, Jim Poole, zijn zoon staat vanavond hier. Ik zou graag willen dat zijn vader zou komen en doen wat zijn zoon deed. We spraken vandaag met elkaar over de telefoon en hij haalde iets aan over, ik geloof dat het het commentaar op het nieuws was, of iets dergelijks (ik herinner me nu niet wie het was), maar hij zei: "Gewoonlijk namen de Amerikanen eens in de week een bad en baden elke dag, nu nemen ze iedere dag een bad en bidden eens per week." Ik geloof dat ik het liever zonder bad zou doen. Maar het toont hoe we zijn gevallen. Wat gebeurde er met deze natie?

83 Ongeveer vijf jaar geleden was ik in Ohio en ik had daar een samenkomst in... Wat is de naam van die plaats waar ik dat had? [Iemand zegt: "Chatauqua"] Chatauqua. Ik luisterde naar een nieuwsuitzending in het hotel en er werd gezegd: "De bloem van vrijheid stierf deze middag hier in een rechtbank in Ohio."

     De Amish mensen geloven er niet in om hun kinderen naar deze openbare scholen te sturen. Ze hebben hun eigen scholen. En in deze bepaalde buurt waar ze woonden, hadden ze geen enkele middelbare school. Volgens de wet van Ohio en Indiana (ik denk dat het een nationale wet is) moeten alle kinderen tot hun zestiende jaar naar school. Deze man had een paar kinderen, een jongen en een meisje, die nog geen zestien waren en ze weigerden hen naar de openbare scholen te sturen waar ze de leer van Darwin onderwijzen (dat de mens is ontstaan uit één enkele cel, eerst een aap is geweest; dat is alles wat hij is, slechts een veredelde aap en...) Dus, ze stemden daar niet mee in en ze wilden niet dat hun kinderen het hoorden. Dus de rechtbank dagvaardde hen. En deze slimmerik van een rechter zei tegen de vader, met zijn ouderwets geknipte haar en zijn overall aan, en de moeder die al op leeftijd waren: "Meneer, deze staat Ohio heeft een wet die zegt dat het kind de school moet bezoeken tot het zestien jaar is." En hij zei: "U weigert uw kinderen naar school te sturen. Wat is uw antwoord?"

84 Hij zei: "Edelachtbare, ik respecteer de wetten van deze lieflijke staat waarin ik ben geboren." Hij zei: "Maar wij kwamen hier jaren geleden naartoe, onze voorouders, voor vrijheid van godsdienst en daarom zijn wij hier, voor vrijheid van godsdienst. Onze godsdienst leert ons dat wij niet geloven dat we van dieren afstammen om mensen te worden, die... Wij geloven dat we werden geschapen in het beeld van God. Daarom is het tegen ons religieus geloof om onze kinderen naar een school te sturen die zulke zaken onderwijst. En we hebben geen enkele middelbare school hier voor onze kinderen om naartoe te gaan. Het is niet omdat we u niet respecteren; we respecteren wat u gelooft; maar wat ons betreft, wij geloven dat niet en we willen niet dat het aan onze kinderen wordt onderwezen.

     Hij zei: "Of u stuurt uw kinderen naar school, of u en uw vrouw zullen twee jaar doorbrengen in de staatsgevangenis. Wat is uw beslissing?"

     Hij zei: "Moeder en ik zullen daar twee jaar doorbrengen." Ze draaiden zich om en begonnen naar buiten te gaan.

     De oude rechter moet zich een beetje veroordeeld hebben gevoeld, want hij zei: "Bedenk, zegt uw Bijbel niet: 'Geef de keizer wat des keizers is'?"

     De vader keerde zich om en hij zei: "En aan God...?"

     De man van het nieuws zei: "De vrijheid..."

     En de rechter zei: "Ik veroordeel u tot twee jaar."

     Hij zei: "Toen stierf deze middag de bloem van vrijheid in die rechtszaal."

85 Toegegeven, de Dunkards- of de Amish mensen liever, geloven in heilig leven, ongeacht hoe eigenaardig ze zijn. Er is nergens in de Verenigde Staten één enkel geval bekend waar zij ooit last hadden van jeugdcriminaliteit. Niet één persoon, één kind van hun geloof was ooit een jeugdmisdadiger. Laat ze eigenaardig zijn zoveel ze willen; ze worden juist opgevoed. Ik veroordeel hen niet.

86 Maar luister, de bloem stierf toen precies daar, maar stond ongeveer tien minuten later weer op. De officier van justitie en anderen schoven hun boeken opzij en zeiden: "Dan nemen wij ontslag, want als u dat grondwettelijke recht breekt, zullen ze ook de rest ervan breken."

87 Hebt u onlangs opgemerkt wat die oude wijze Methodisten bisschop zei over dat - het opzeggen van dat gebed in de kerk, in school? Dat was de Methodisten kerk niet. Die bisschop was wijs genoeg om dat te weten. Dat was een andere groep die wilde zien hoever ze konden gaan om een bepaald gebed erdoor te krijgen op school. Als ze daartoe overgaan, zouden ze het andere er net zo snel door kunnen krijgen. Ze proberen iedere uitweg die ze maar weten. Maakt u niet bezorgd, ze zullen hem vinden.

88 O! Wij willen het kruis. We willen Christus nu we het nog kunnen! Word niet door mensen beïnvloed, die u misschien wat meer soep kunnen opscheppen. Word niet beïnvloed door mensen die u een betere machine zullen geven om in te rijden, of een beter huis om in te wonen, om uw geboorterechten ten opzichte van Christus te laten verkopen. Doet u dat niet! Let op wat u doet. Volg altijd degene die wordt beïnvloed door God en wordt bevestigd, waarvan u weet dat God met hen is. Volg geen verkeerde invloed. Ja! In orde. Probeer niet de plaats van een ander in te nemen.

89 In het visioen in de tempel zag hij God, verheven op een troon, God hoog verheven. U ziet dat deze koning... Hij had voor Jesaja als voorbeeld gediend en Jesaja had gezien dat God hem - zodra die koning uit zijn roeping vandaan was gegaan - met melaatsheid had geslagen. Toen dacht Jesaja: "Wat moet ik doen?" Uzzia was dood, hij had zwaar op zijn arm geleund. Hij dacht dat dit het einde voor hem betekende; wat moest hij doen? Het leven scheen bijna op te houden voor hem. Wat deed de jonge profeet dus? Hij ging naar de tempel om te bidden. Hij viel bij het altaar neer en riep het uit.

90 Soms slaat God alles onder ons vandaan. Soms laat Hij ziekte toe om ons te slaan. Hij laat teleurstellingen toe, moeite om ons te slaan. Hij doet dat soms om u daar te krijgen waar u door het Evangelie zult worden beïnvloed. Wees zo verstandig om dat te vatten. Wees niet zo dom om erbij vandaan te lopen.

91 Merk op, Jesaja wist dat hij iets anders moest vinden. Wat deed hij dus? Hij ging naar de tempel, hief zijn handen omhoog en riep het uit tot God. En hij kreeg een visioen. Toen hij het visioen kreeg zag hij God, niet hier beneden op een troon, maar ver omhoog, verheven. O my! De zomen van Zijn kleed volgden Hem en vervulden de hemelen. En hij zag door de hele tempel van voor naar achter serafs vliegen. O my! Seraf, het betekent "hij die doet branden", dat betekent het woord seraf. Zij staan het dichtst bij het altaar. Eigenlijk is de seraf degene die het offer aanneemt en de aanbidder reinigt en hem dan aan God voorstelt, dat doet de seraf. Nu, deze serafs zijn engelachtige wezens en zij zijn degenen die het dichtst bij God staan, vlakbij het altaar. Zij ontvangen het offer. Het toont de rechtvaardigheid van God, dat zonde niet in Zijn tegenwoordigheid kan komen tenzij er verzoening heeft plaatsgevonden. Ziet u? En deze serafs...

92 Herinnert u zich in de Zeven Gemeentetijdperken hoe zij deze Evangeliën bewaakten, aan iedere kant één? Herinnert u zich dat we teruggingen naar Genesis naar de hof van Eden waar zij stonden met een flikkerend zwaard? Zij bewaken het altaar.

93 Toen Jesaja, die grote profeet in de Geest geraakte zag hij eerst God zitten, ver weg in de hemel, boven iedere aardse koning. Zei: "Ik zag de Koning zitten, de Here hoog en verheven (toen zag hij de echte Koning) en Zijn zomen volgden Hem."

94 En hij zag serafs door het gebouw vliegen. Ze hadden vleugels over hun aangezicht, vleugels over hun voeten en ze vlogen met twee vleugels. En ze riepen: "Heilig, heilig, heilig, Here God almachtig! Heilig, heilig, heilig, Here God almachtig!" Wat een muziek, wat een maatslag! U zegt: "Ze zullen het wel heel zachtjes hebben gezegd, 'Heilig, heilig, heilig, Here God almachtig'." [Broeder Branham doet het na]

95 Jesaja zei: "Toen zij spraken, beefden de pilaren van het gebouw door hun stem."

96 Ze zeiden niet slechts: "Heilig, heilig, heilig." [Broeder Branham doet het na] O, wat een stem. Hij zei: "De pilaren bewogen en beefden door hun stem." Ze waren aan het schreeuwen. Deze engelachtige wezens die het dichtst bij God staan, schreeuwden: "Heilig, Heilig, Heilig, is de Here God Almachtig!" Wat een visioen! Oei! O my!

97 Let nog eens op, Jesaja die op Uzzia's arm had geleund en hem onder het oordeel van God had zien sterven, zag toen deze heilige wezens die het dichtst bij God waren, de serafs die riepen: "Heilig, Heilig, Heilig, Here God Almachtig!" En deze heilige engelen bedekten hun aangezicht. Heilige engelen bedekten heilige gezichten in de aanwezigheid van een heilige God, wie zijn wij dan eigenlijk?

98 O, u Methodist en Baptist en Presbyteriaan en Pinksterman, wie zijn wij? Als heilige engelen hun heilige gezichten verbergen onder een vleugel om in de tegenwoordigheid van God te staan, wanneer engelen, een wezen dat eigenlijk boven engelen staat... De engelen staan daar niet, alleen de serafs. Zij staan boven engelen. En God is zo heilig dat zij hun gezicht bedekten in de tegenwoordigheid van een heilig God. Het enige wat ze konden zeggen was: "Heilig, Heilig, Heilig is de Here God Almachtig!" Oei! Een speciale bedekking voor hen om in de tegenwoordigheid van God te staan... Welke soort bedekking hebben wij nodig? Ze moesten bedekt zijn.

99 Welnu, ik wil dit nu direct zeggen: het bloed van Jezus Christus is algenoegzaam. Ziet u? Christus stierf nooit voor deze serafs. Nee, nee! Maar zij waren geschapen wezens. Hij stierf nooit voor engelen; Hij stierf voor zondaren. Hij stierf nooit voor heilige mensen; Hij stierf voor onheiligen. En zolang u denkt dat u heilig bent, heeft Hij nooit iets voor u betekend. Maar wanneer u beseft dat u niets bent, dan stierf Hij voor u. Ziet u? Wanneer u beseft dat u niets bent, dan is Hij Degene - dan bent u degene waar Hij voor stierf. God is helemaal heilig. Hij is niets anders dan heilig; dat is alles, zuiverheid.

100 Laten wij nu deze vleugels eens voor een paar minuten bezien. We ontdekken dat hij twee vleugels had om zijn aangezicht mee te bedekken. Denkt u in! Zelfs heilige engelen bedekten hun heilige gezichten in de tegenwoordigheid van een heilig God. En het enige wat ze konden zeggen was: "Heilig, heilig, heilig is de Here God Almachtig! Heilig, heilig, heilig, Here God Almachtig!" Ons wordt verteld dat zij dag en nacht riepen. Dat is de eerste stap om God naderbij te zien komen. Dag en nacht, onophoudelijk. En u denkt dat wij een hoop herrie maken. Wat denkt u van miljoenen van hen om de troon met een stem die de pilaren van de tempel deed schudden als slechts één van hen riep: "Heilig, heilig, heilig?" Als zijn stem de tempel schudde, bedenk wanneer miljoenen van hen roepen om de troon van God: "Heilig, heilig, heilig, Here God Almachtig! Heilig, heilig, heilig, Here God Almachtig", met vleugels over hun aangezicht, vleugels over hun voeten, met vleugels in eerbied, respect. O my!

101 Nu is er geen eerbied meer of respect voor iets dat van heiligheid spreekt. Als u spreekt over heiligheid wordt u een heilige roller genoemd. Er is geen eerbied, noch respect zowel voor God, Zijn volk als voor Zijn Woord.

102 Nu, waar zal dit stel belanden? (Ik denk dat je gelijk hebt, Ben. Je sloeg die keer de spijker op z'n kop, zoon. Ja, zo is het wel ongeveer). Waar zal dit oneerbiedige stel belanden (dat is het!), degenen die totaal geen respect hebben voor God?

103 Weet u, vroeger respecteerde men het wanneer een vrouw of man zei dat ze christen waren; maar vandaag houden ze ervan er zoveel mogelijk lol over te kunnen maken. Ziet u? Oneerbiedig stel! My! Waarom? Weet u waarom? Dit is de reden. Ze zijn zich er niet van bewust dat dit de Waarheid is. Ze zijn zich niet bewust van God. Ze herinneren zich niet dat de Bijbel zegt, dat "Gods engelen zich legeren rondom hen die Hem vrezen." Ze komen niet slechts om hen te bezoeken; zij plaatsen hun tenten daar. Amen! "Gods engelen zijn gelegerd om hen die Zijn Naam vrezen." Zij blijven daar dag en nacht.

     De oude kleurling broeder zong dat lied: "De engelen blijven over mij waken." Zei:

     De hele dag, de gehele nacht, houden engelen de wacht over mij...

104 Zo is het. De hele dag en de gehele nacht houden engelen over mij de wacht. Jezus zei over die kleinen: "Pas op dat u niet een van hen ergert, want hun engelen zien voortdurend het aangezicht van Mijn Vader die in de hemel is." Ziet u? Zij zijn altijd rondom gelegerd, hen gadeslaande. En goddeloze mensen geloven dat zelfs niet. In de ochtenddienst zullen we erop ingaan wat goddelijkheid en goddeloosheid is, als de Here het toestaat.

105 Let nu op, zij geloven dat zelfs niet. Ze hebben alle betamelijkheid, alle respect, alle eerbied verloren, toch gaan ze naar de kerk. Het meest oneerbiedige stel dat er is, zijn zij die naar de kerk gaan. Zo is het.

106 Als u tegen een oude dronkaard, dranksmokkelaar, praat die de straat afkomt, daar wat rondloopt, halfdronken en u praat met hem over de Here, zal hij blijven staan en tegen u spreken. Sommigen van deze conservatieve zogenaamde gelovigen, kerkleden zullen je midden in je gezicht uitlachen, want u behoort niet tot hun organisatie. Beslist! Ze zijn oneerbiedig. U moet bedenken dat u tot hun kleine groepering moet behoren, anders woont u zelfs niet aan hun kant van de straat. Ziet u? Het is de waarheid. Oneerbiedig.

107 Nu, deze engelen waren, toen zij in Gods tegenwoordigheid waren... Ik geloof het... David zei (u herinnert het zich toen we het er een paar avonden geleden over hadden) - David zei: "Ik plaats de Here te allen tijde voor mij, opdat ik niet bewogen worde. Want zo doende zal mijn vlees in veiligheid wonen." Ja meneer! "Omdat ik weet dat.... Hij zal mijn ziel niet in de hel achterlaten, noch toestaan dat Zijn Heilige ontbinding ziet. Want de Here staat altijd voor mij."

108 Waar u ook heengaat, plaats God. Als iemand boos wordt en tekeer gaat tegen u, plaats God tussen u en hem. Als een knaap u een heilige roller noemt, plaats God tussen u en hem. Als uw vrouw boos op u wordt, plaats God. Als uw man boos wordt, plaats God. Als de kinderen u ergernis bezorgen, plaats God. Ziet u? Wat u ook doet, plaats God. Als pappa en mamma je een beetje slaan en je corrigeren, plaats God. Herinner je je wat God daarover zei? "Voed een kind op, op de wijze dat het zou moeten gaan." Zie je? Onthoud altijd: plaats God. Plaats God voor u en u zult eerbied hebben voor God en respect voor Hem. Dat is waar.

109 Let nu op! Met twee vleugels bedekte hij zijn aangezicht en met twee vleugels... Dat betekende eerbied, eerbied voor God, boog - bedekte zijn gezicht. Nu, wij hebben geen vleugels om ons gezicht mee te bedekken, wij buigen ons hoofd voor Zijn voeten, buigen onze hoofden en bidden in eerbied, respect. Jazeker! Besef dit. En met twee vleugels bedekte hij zijn voeten. Zijn voeten... Bedekte zijn voeten... het duidde op nederigheid en respect.

110 Zoals Mozes, Mozes in de - het respect van God vertelde hem dat hij op heilige grond was, hij deed zijn schoenen uit. Ziet u? Hij deed iets met zijn voeten. Toen Paulus uit respect voor God, uit eerbied... Toen de Engel des Heren voor hem verscheen in die Vuurkolom viel hij op zijn aangezicht op de grond. Respect! Johannes de Doper had zoveel respect toen hij Jezus zag komen, dat hij zei: "Ik ben zelfs niet waardig om Zijn voeten aan te raken." Ziet u? De voeten, respect tonend.

111 O! Wees er van bewust, er is hier slechts één ding waar u zich van bewust moet zijn: uw nietigheid. Als u ergens wilt komen met God, maak uzelf dan heel klein. Maak uzelf niet groot zoals Uzzia. Hij ging daar naar binnen en hij zei: "Ik zal dit hoe dan ook doen, of ik ook... U hoeft mij niets te vertellen." Ziet u? Hij had zich moeten vernederen. "Ja, dienaren van Christus, vergeef me." Dan zou hij nooit melaats zijn geworden. Nee! "Ik weet dat het uw werk is; God riep u. Dat is uw bediening. Ga uw gang en doe het, heren. Het spijt me heel erg." Als hij dat had gedaan zou er een ander verhaal zijn opgeschreven in dit Boek. Maar toen hij werd gecorrigeerd, werd hij boos.

112 U kunt mensen over iets corrigeren of hun iets vertellen over wat ze verkeerd doen, ze zullen de kerk verlaten. Ze willen... ga naar iemand toe, vertel vrouwen dat ze geen kort haar behoren te dragen: "Wel, ik ga ergens heen waar ze het wel kunnen dragen."

113 Enige tijd geleden ging een dame... ik stuurde mijn vrouw erheen. We waren in een samenkomst; ze had geen tijd om haar haar te wassen en zij... ik zei tegen haar dat ze naar een van die salons moest gaan om haar haar te laten wassen. Ze ging er naar toe en die dame wist zelfs niet hoe ze haar haar moest vasthouden. Ze moest het boven haar hoofd wikkelen. "Kom nou", zei ze, "ik heb nog nooit iemand met lang haar gewassen." Ze wist er niets over. Ik weet het niet. O my! Ziet u het?

114 Ze weten niet waar het om gaat. Waarom? Het komt door de slapheid in de preekstoel waar ze onder zitten (precies!), de slapheid in de preekstoel, die de waarheid niet wil vertellen. Ze maken er compromissen mee. Het zou beter zijn dat u het wel zou horen... En als u er met een van hen over zou spreken, zouden ze opstaan en opvliegen en zeggen: "Ik wil nooit meer naar die heilige roller luisteren." Ziet u? Ga uw gang, Uzzia. Zo is het!

115 Melaatsheid, wel, ik zou liever altijd melaats zijn dan dat soort melaatsheid; dat is melaatsheid van de ziel. Als u opstaat en wegloopt... U zult daar opnieuw geslagen worden met melaatsheid - zonde, hetwelk erger is dan melaatsheid. Het is een melaatsheid van de ziel.

116 Uzzia ging waarschijnlijk heen en ontsliep bij zijn vaderen, zei de Bijbel. Wat betekent dat hij gered was, omdat hij slechts iets fout deed. Maar als u het doet en u weet beter, breekt bij u melaatsheid van de ziel uit. En u weet dat er geen manier is voor een melaatse ziel om binnen te komen.

     Maak uzelf dus klein. Verneder uzelf voor God. Erken het. Word niet opgeblazen en aanmatigend; onderzoek de Schriften en kijk of het goed is.

117 Niet lang geleden zei ik tegen iemand... Ze zeiden: "Broeder Branham, heb ik het goed begrepen dat u behoort bij de 'Jezus Alleen' groep?"

     Ik zei: "Dat hebt u verkeerd begrepen." Ik zei: "Ik behoor niet bij 'Jezus Alleen'."

     Zeiden: "Maar u doopt in Jezus' Naam."

118 Ik zei: "Dat maakt van mij geen 'Jezus Alleen'." Ik zei: "De leerstelling van 'Jezus Alleen' is dat zij dopen tot wedergeboorte. Daar geloof ik niet in. Ik geloof niet dat je ziel - je zonden zijn vergeven zodra je bent gedoopt in Jezus' Naam; ik geloof dat Petrus zei: 'Bekeer u eerst; keer u om, u hebt het doel gemist; ga terug'." Bekeer u en toon dan aan de wereld dat u bent gedoopt. Ik geloof dat... Ik geloof niet dat wederomgeboren zijn de doop van de Heilige Geest is. Het is niet de doop van de Heilige Geest; het is opnieuw geboren worden. We worden opnieuw geboren door het Bloed. De bloedcel komt van de - ik bedoel, de levenskiem komt door het Bloed. U wordt door de Heilige Geest in het Lichaam gedoopt, maar u wordt geboren door het Bloed. Absoluut. U wordt geboren door het bloed van uw vader. Ik ben wederom geboren door het Bloed van mijn Vader en door de uwe - onze Vader, Christus. Ja meneer!

119 Ziet u, wij geloven niet in dat spul. Omdat wij dopen in de Naam van Jezus Christus maakt ons dat geen 'Jezus Alleen'; helemaal niet. Beslist niet!

120 Jazeker! Mozes vernederde zich in de tegenwoordigheid toen hij die stem van God hoorde uitgaan die zei: "Doe uw schoenen uit." Mozes bukte zich meteen en trok zijn schoenen uit. Zo is het.

121 Toen dat Licht Paulus tegen de grond sloeg... Hij zei : "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?"

     Zei: "Here, wie zijt Gij?" Daar op de grond liggend. "Wie is het?"

     Zei: "Ik ben Jezus (die Vuurkolom) - Ik ben Jezus. Het valt u hard tegen de prikkels te slaan."

     Zei: "Here, wat moet ik doen?" Hij was bereid.

122 Johannes de Doper zag Hem komen. Eén van de grootste mannen. Jezus zei dat er nooit een man, uit een vrouw geboren, zo groot was als Johannes. En toen Johannes Hem zag, besefte hij dat hij zo klein was dat hij zei: "Ik ben niet waardig Zijn schoenen los te maken." Amen!

123 Bedenk altijd dat een groot man zichzelf vernedert. De weg omhoog is altijd naar beneden. Maak uzelf klein en God zal u verhogen. "Hij die Zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar die zichzelf vernedert zal verhoogd worden." Ik houd daarvan.

124 Maak uzelf klein; wees altijd klein. Wees niet de hoge piet; wees de eenvoudige jongen. God is hoe dan ook de enige Grote onder ons. Zo is het.

125 U zult niet zeggen: "Het is een heilige kerk, de heilige mensen." O nee! Het is een heilige God (zo is het) en een onheilige kerk en onheilige mensen. Zo is het. Er is niet zoiets als een heilige kerk; het is een heilige God in de gemeente. Het zijn geen heilige mensen; het is de Heilige Geest in de mensen. Dan spreekt u niet over de mensen; u spreekt over de Heilige Geest die in de mensen is. Amen, amen! Dat is het juiste woord! Amen! Dat kwam thuis; ik voelde hem. Jazeker! Hij hield daarvan; ik weet dat. Glorie! Ja, meneer! In orde.

126 Maak uzelf klein. Hij bedekte zijn gezicht met twee, eerbied. Hij vernederde zichzelf door zijn voeten te bedekken. En ten derde, met twee vloog hij. Hij kwam met twee ervan in actie. Hij was eerbiedig voor God. Hij was nederig voor God. Niet alleen dat, hij zat daar niet slechts, maar hij kwam in actie. Over een gemeente gesproken. Amen! Kwam in actie. Ongeacht wat hij had, hij stond klaar om ermee te gaan handelen. Jazeker! Het enige wat hij kon zeggen was: "Heilig, heilig, heilig is de Here God Almachtig!", maar hij kwam daarmee in actie. Dat is waar! Hij kwam in actie. Dat heeft de gemeente vanavond nodig, ten eerste eerbied, vervolgens nederig zijn en dan in actie komen. Jazeker!

127 Hij toonde de profeet... Toen Hij de profeet toonde hoe Hij Zich Zijn dienstknechten voorstelde, wat Hij ging doen; wat deed deze man, deze engel? Deze profeet zag hoe zijn stem de pilaren in de tempel deed schudden toen hij riep: "Heilig, Heilig, Heilig, Here God Almachtig." En het gebouw schudde en de... Hij riep weer: "Heilig, Heilig, Heilig, Here God Almachtig" en het gebouw schudde.

128 Jesaja zei: "Wee mij!" Een profeet, een betuigde profeet, een geboren profeet, de hoofdprofeet van de Bijbel; hij zei: "Wee mij, want mijn ogen hebben de glorie van God gezien." Kijk hoe die profeet zichzelf vernedert, een profeet, de man tot wie het Woord van God kwam. Maar toen hij een visioen zag plaatsvinden, zei hij: "Wee mij, want ik sta zo dichtbij dat ik de tegenwoordigheid van God kan zien."

129 Onze moderne Amerikaanse mensen kunnen dat zien, wegwandelen en erom lachen. Zo is het.

130 Toen hij zag dat een visioen plaatsvond, een zich manifesterend visioen (o God, heb genade voor deze zondige wereld!) - een zich manifesterend visioen, riep hij uit: "Wee mij, want ik ben een man van onreine lippen en ik woon temidden van een volk met onreine lippen. Ik deug nergens voor; er is niets goeds aan mij."

131 Wel, u zegt: "Prijs God, ik behoor tot de Presbyterianen, Methodisten, Baptisten, Pinkstermensen; ik hoef daar niet te gaan zitten en naar zulk spul te luisteren." Wat is daar een verschil, wat een verschil.

132 Onthoud hoe deze profeet was geroepen vanaf zijn geboorte en betuigd, voorbestemd tot zijn bediening en zoekend naar Waarheid en hoe hij bij een koning was geweest. Hij had de werken van God openbaar zien worden, maar toen een open visioen kwam, verhief hij zich niet maar in plaats daarvan zei hij: "Wee mij. Ik ben verloren. Ik verga, mijn ogen hebben de glorie van God gezien."

133 En wij kunnen de glorie van God zien en wij lopen erbij vandaan en zeggen: "Een groep heilige rollers, mensen die gek zijn." Geen wonder dat we nergens uitkomen.

134 Nu, u herinnert zich dat ik u vertelde, dat als ik hier heen kwam om iets te zeggen, dat het de mensen zou helpen. Ja, we moeten het eerbiedigen. We moeten het werkelijk al ons respect geven, zoveel als we maar kunnen, als we zien hoe God spreekt door een open visioen, wetende dat het de Waarheid is.

135 "Wee mij", zei Jesaja. "Ik ben hier vanavond (of vandaag, of wat het ook was) in een gebouw en ik zie de glorie van God. Ik zie een engel spreken en ik zie iets bewegen. En ik keek daar omhoog en ik zag God hier openlijk. Wee mij, want ik ben een man van onreine lippen en ik woon temidden van onreine mensen."

136 Kijk wat er gebeurde. O, wat deed Hij? Hij liet aan de profeet Jesaja zien dat de mens eerbaar moet zijn, eerbiedig moet zijn in Zijn aanwezigheid. Eerbiedig en nederig en dan in actie komen. Zo is het! Regelrecht in actie.

137 Zoals de vrouw bij de bron, broeder, toen zij iets zag gebeuren, broeder, had ze twee vleugels. Ze ging er daarmee snel vandoor. Ze was naar de bron van Jakob gekomen om wat van dat bedorven water te halen, waar ze over twistten; maar toen ze een slok kreeg uit die Fontein des Levens, kwam ze snel in actie. Ze zei niet: "Meneer, vertel me alstublieft waar u uw opleiding kreeg. Waar haalde u dit spul vandaan? Hoe leerde u dat?" of: "Hoe wist u dat ik vijf mannen had? Hoe wist u wat verkeerd met mij was? Hoe wist u dat ik een vrouw ben uit Samaria? Hoe wist u deze dingen?" Zij stelde nooit vragen; ze zei: "Meneer, ik bemerk dat U een profeet bent. We weten dat wanneer de Messias komt Hij ons deze dingen zal vertellen." O my! Zij herkende het door de Schrift. En toen zei ze: "Ik weet dat als de Messias komt Hij ons deze dingen zal vertellen."

     Hij zei: "Ik ben Hem."

138 Ze kwam in actie. Ze rende regelrecht de stad in, zo hard als ze kon, zei: "Kom en zie een Man, die mij alles wat ik heb gedaan, heeft verteld. Is deze niet de Messias!" Toen zij de Waarheid zag, probeerde zij niet de bal af te pakken, maar ze was er zeker van het een heleboel respect te geven. En ze was er zeker van het goed te ondersteunen, want ze ging de stad in en zei: "U, komt en ziet. Als u het niet gelooft, gaat met mij mee." Glorie!

139 Ik voel me vanavond als een heilige roller. Jazeker! Tjonge, als dat de wijze is waarop je je voelt als heilige roller, laat me er dan een zijn. Jazeker! Ik weet dat Hij gelijk heeft. Ik weet dat Hij hier is. Ik weet dat diezelfde Messias, ik weet dat diezelfde God, diezelfde Christus hier vanavond in dit kleine hete gebouw is. Ik kan het aan u bewijzen. Amen!

140 Kijk naar die Engel des Heren die daar staat in de hoek boven een man die hier zit. Zijn naam is... Hij is een eerwaarde. Meneer Witt. Hij komt uit Virginia (juist!) en lijdt aan een zenuwinzinking. Als u met uw hele hart gelooft, kunt u naar huis gaan en gezond worden. Gelooft u het, meneer? In orde, ga naar huis en word gezond; uw zenuwinzinking is beëindigd.

141 ...?... die daar zit, zijn naam is Morriah. Hij komt uit Illinois. Hij heeft problemen met zijn endeldarm. Als u dat gelooft, meneer... Gelooft u dat? Ik ben een vreemdeling voor u. Gelooft u dat? Als u dat kunt geloven zal het u verlaten. Halleluja!

Toen de kool van vuur de profeet had aangeraakt,
Hem zo rein makend als rein maar kan zijn;
Toen de stem van God zei: "Wie wil voor ons gaan?"
Antwoordde hij snel: "Hier ben ik; zend mij!"

142 Ongeacht de vervolging, ongeacht het kruis: "Zend mij, Here; hier ben ik!" Ongeacht hoevelen u verwerpen, hoevelen dit, dat of wat anders: "Zend mij!"

143 Hij is diezelfde Messias. Hij is hier nu precies. Ik zie Hem weer. Amen! Wat is het?

144 Die vrouw kwam in actie. Ze nam haar vleugels en begon te vliegen. Ze kwam heel snel in actie.

145 Zoals de apostel Petrus, toen hij op een dag bij de zee God op Zijn Woord nam... Hij had de hele nacht gevist en had niets gevangen. En Jezus kwam naar hem toe; Hij zei: "Werp je net uit aan de andere kant van het schip."

146 Hij zei: "Here, ik ben een visser; ik weet wanneer ze bijten en wanneer niet. Ik weet waar ze zitten en waar ze niet zijn. Maar ik heb de hele nacht gevist en zelfs nog geen spierinkje gevangen. Nu, als U zegt het daar uit te werpen... Ik weet dat daar geen vis is, maar op Uw Woord, Here, zal ik het net laten zakken." Wat deed hij? Hij kwam in beweging. Amen!

147 Er is hier een bad vol water. Als u nog nooit bent gedoopt in Jezus' Naam, is het tijd om in actie te komen. Als u slechts een kerklid bent en God niet kent door de doop met de Heilige Geest, is het tijd om in actie te komen. Of niet? Bedek uw gezicht in eerbied. Bedek uw voeten in eerbied en buig uw knieën en kom in actie. Als u God niet kent, kom in actie.

148 Toen Jezus sprak tot de blinde man die niet kon zien en op wat aarde spuugde en het op z'n ogen smeerde en hem wegstuurde om hem te genezen, toen Hij dat deed, kwam hij in beweging. Hij verbreidde Zijn roem. Hij trachtte niet de bal af te pakken; maar broeder, hij verbreidde Zijn roem door de gehele streek. Wat deed hij? Hij kwam in beweging.

     Eens werd een blinde man genezen en men zei: "Die man is een zondaar; u kent Hem zelfs niet!"

149 Hij zei: "Of Hij een zondaar is of niet weet ik niet; maar er is één ding dat ik weet, ik was eens blind, maar nu kan ik zien." Wat deed hij? Hij kwam in actie.

150 Dat is wat de gemeente nodig heeft. In actie komen! We hebben teveel vormelijkheid gekregen, we hebben teveel wereldse waardigheidsbekleders gekregen; we moeten in actie komen. Amen! Hij verbreidde Zijn roem overal.

151 De mensen op de Pinksterdag wisten niet zo erg veel. Sommigen konden hun eigen naam niet schrijven. Ze waren bevreesd. Ze gingen de opperzaal in. Maar wat deden ze daar op een dag? Ze waren in gehoorzaamheid aan Zijn Woord daar naar boven gegaan. Ze namen Zijn Woord. O, als de mensen vandaag slechts Zijn Woord zouden nemen, dan zouden ze in actie komen. "Wacht u in de stad Jeruzalem." Lukas 24:49.

     "U zult de Heilige Geest ontvangen nadat de belofte... nadien zal de Heilige Geest op u komen; dan zult gij Mijn getuigen zijn." Handelingen 1:8.

152 Lukas 24:49 zei: "Zie, Ik zend de belofte van de Vader op u; maar wacht in de stad Jeruzalem totdat u wordt aangedaan met kracht van omhoog." Hoe lang? Eén uur, twee uur, tien dagen, vier maanden, zes maanden, het maakte geen verschil. Totdat! Hoe lang is dat? Gewoon totdat! Als u God om iets vraagt, blijf daar precies totdat. Amen! Zie wat Hij zal doen! Blijf staan totdat. Totdat wat? Totdat het gebeurt. Claim het! Geloof het! Houd eraan vast! Ga in actie! Getuig erover! Getuig! Wees niet bevreesd. Kom in actie!

153 Wat waren ze in de opperkamer aan het doen? God aan het loven en prijzen. Waarvoor? De belofte; zij wisten dat het moest gebeuren. Dat is de manier; kom in beweging. Begin God te prijzen totdat de belofte is vervuld. U hebt de belofte gekregen.

154 Als u gelooft dat God geneest, blijf in beweging. Als u gelooft dat Hij u er nu zal uitroepen, houd u aan Hem vast, blijf actief. Amen! Blijf actief! U hebt twee vleugels gekregen, gebruik ze dus. Blijf actief! Beweeg ze heen en weer. "Heer, ik geloof; Heer, ik geloof." U hoeft niet te roepen: "Heilig, heilig, heilig"; u moet zeggen: "Heer, ik geloof!" Blijf actief! Amen!

155 Ze bleven in beweging totdat er van de hemel een geluid kwam als een machtig ruisende wind. Toen kwam er echt beweging in. Toen werden ze actief.

156 Broeder, zuster, wat we in deze laatste dagen hebben zien gebeuren zou ons in beweging moeten brengen. Amen! We zouden in beweging moeten zijn. Zo is het precies. We hangen rond alsof het iets... Mensen, Pinkstermensen hangen rond, wel, de Here zal iets bewerkstelligen; ze zeggen: "Um! Dat is niet slecht!" O my! Dat lijkt niet veel op een seraf die dicht bij God leeft. Zo is het. Een boodschapper, die zelfs nog dichter bij God leeft. U wordt Zijn kind voorbij het koperen altaar.

157 De serafs bij het koperen altaar. Maar u als zoon of dochter komt direct in de tegenwoordigheid van God. U hoeft niet te komen via een priester en al die dingen. Híj is uw Priester. Ziet u? Regelrecht in Zijn tegenwoordigheid als zonen en dochters. Broeder, ik geloof dat we meer gekregen hebben dan vleugels. Amen! Wij hebben de Heilige Geest. Zo is het.

158 Maar we zouden in actie moeten zijn met eerbied en nederigheid, niet in actie om te proberen iemand iets op te dringen, maar met zoveel eerbied en nederigheid dat we tot actie kunnen overgaan en zeggen: "Wee ons, we hebben de tegenwoordigheid van de Almachtige gezien. We hebben visioenen zien plaatsvinden, zoals Hij zei. 'De werken die Ik doe, zult gij ook doen. Meer dan deze zult gij doen, want Ik keer terug tot Mijn Vader'."

159 We hebben meer zien gebeuren dan ooit werd opgeschreven in... Wel, we hebben in één samenkomst met deze dingen meer zien gebeuren dan in de Bijbel is opgeschreven. Zo is het. Meer in één samenkomst dan werd opgeschreven in de drieëndertigeneenhalf jaar van Zijn leven. Dat is waar. Denk daaraan. We zien het met onze ogen. We zien het gebeuren. We zien wat is voorspeld plaatsvinden, let er op. Lammen, blinden, kreupelen, verschrompelden, dingen die zijn voorspeld gebeuren recht voor ons. Het faalt nooit. Broeder, dat zou ons in actie moeten brengen met nederigheid en eerbied.

160 Regelrecht vanuit de Bijbeltijd, toen de Vuurkolom boven Israël hing en het werd vleesgemaakt en woonde onder ons... "Ik kom van God en keer terug tot God." Paulus zag het en viel op zijn aangezicht. Een groot leraar zoals Paulus, onderwezen door Gamaliël, wentelde zich in het stof en riep: "Here, Here, Wie zijt Gij? Ik ben gereed om te gaan." Hij was een geleerde, een groot man en hij vernederde zich omdat hij de Vuurkolom zag. Wij zien niet alleen met onze ogen dat Hij onder ons beweegt, maar we hebben het wetenschappelijk bewezen. Dat behoorde ons in actie te zetten.

161 We zien Het dezelfde dingen doen die Het daar terug ook deed. Het doet het vandaag nog. De belofte van de Vader. My, wat is het? Het is gekomen om het Woord te betuigen, te bewijzen dat het Woord zo is. Dat behoorde de gemeente in beweging te zetten, denkt u niet?

162 In eerbied bedekte hij met twee zijn aangezicht. Met twee bedekte hij zijn voeten en met twee ging hij aan het werk. Weg ging hij, zette het in beweging.

163 Nu, we zouden uit respect voor het Woord in actie moeten komen. We zouden het aan de mensen moeten vertellen.

164 De tekenen van Zijn spoedige komst, overal zien we hoe het Woord wordt uitgedrukt. We horen de Heilige Geest zekere dingen aan ons vertellen die zullen gaan plaatsvinden.

165 Niet meer dan twintig jaar geleden werd er vanaf deze plaats in dit gebouw gesproken van president Kennedy die zou opkomen. Er werd precies verteld wat zou plaatsvinden, dat de vrouwen, enzovoort, deze kerel zouden binnenhalen en precies hoe hij zou zijn. We wisten het al lang en vertelden precies wat zou gebeuren. En hier is het vandaag. En hier komt deze conferentie op, de Federatie van kerken en zij komen allen tezamen. Waarom brengt ons dat niet in beweging? Zo is het!

166 Woord voor woord, zoals Hij sprak, is regelrecht bij ons vervuld. Het zou ons in beweging moeten zetten.

167 Zoals de profeet hebben wij het wegglijden zien aankomen, de ontkenning, de verheffing van de denominaties, hoe ze hun plaats verliezen.

168 Zoals Jesaja daar stond, hij was zelf een man uit de denominatie om mee te beginnen. Hij leunde op de koning omdat hij een goede man was. Maar hij zag wat zelfverheffing bij hem uitwerkte. Het dreef hem weg voor altijd. En we hebben gezien wat zelfverheffing van de denominaties heeft uitgewerkt voor de gemeente. Het heeft de zogenaamde denominationele gemeente voorgoed buiten spel gezet. Vertel me wanneer er ooit één is opgestaan nadat zij viel. Waartoe is het gekomen? Kijk terug in de geschiedenis en bezie een kerk die ooit viel. Zodra zij zich organiseerde, viel zij en kwam nooit meer terug. Uzzia keerde nooit meer naar de tempel terug. Hij was de rest van zijn dagen melaats en werd als melaatse begraven. Zeker!

169 Nu, de profeet zag wat dit bewerkstelligde. Hij zag wat er uit zelfverheffing voortkwam. "Hoezo, wij zijn...", of: "Bijna iedere... Niemand kan toetreden tot onze denominaties tenzij hij bij de psychiater een test heeft ondergaan om te zien of zijn I.Q. goed is of niet. Hij behoort een doctorsgraad te hebben voordat hij zelfs met ons kan komen praten. Onze kerkeraden zullen hem niet toelaten als hij dat niet heeft." O my! "Het beste gezelschap in het land komt naar... Kijk naar de auto's die om onze gebouwen staan, het zijn Cadillacs en Rickenbackers, enzovoort."

170 We hebben die zaak zien sterven. We zien dat het dood is, de hele zaak is vol etterende zweren geworden, zoals de Bijbel het noemt. Het zit helemaal vol met zweren. Het stinkt. Dat is waar. (Ik zeg dit geestelijk gesproken, ziet u?)

171 We zien hoe ze hun greep op het Woord kwijtraken en leerstellingen verheffen. Wat zien we het veroorzaken? Geslagen worden met melaatsheid, ongeloof. My, o my!

     Zoals Uzzia die probeerde zijn gezalfde bediening opnieuw in te nemen nadat hij geslagen was en ontdekte dat hij het was kwijtgeraakt. En wij hebben gezien hoe deze kerken proberen de plaats in te nemen van de gezalfde bediening om het Woord van God te prediken en zijn er in verwarring door gekomen. Ze weten niet wat ze ermee aan moeten. Stel het Woord voor hen, ze weten niet wat ze moeten doen. Het is verschrikkelijk. "Wij geloven dat het voor een andere dag was." Wat is het? Ze zijn in de war. Hoe kunt u een door God gezalfde bediening hebben en Zijn gezalfde Woord ontkennen, hetwelk Hijzelf is in Woordvorm? Hoe kunt u ontkennen dat het Woord juist is en toch nog zeggen dat u met de Geest bent gezalfd?

172 Het enige dat het Woord van God zal manifesteren is de Heilige Geest Zelf. "Wanneer Hij, de Heilige Geest zal komen, zal Hij deze dingen van Mij nemen en ze aan u tonen." Zo is het. Hoe kunt u de plaats innemen van een gezalfde bediening en tot een leerstelling of denominatie behoren? Ze zijn dood! De zaak die moet worden gedaan is neervallen en uitroepen: "Here God, ik ben een man van onreine lippen." Jazeker!

173 Die denominaties proberen de plaats in te nemen van de heilige gemeente. "Wij geloven in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde en in Jezus Christus Zijn Zoon. Wij geloven in de heilige Roomskatholieke kerk", en al deze verschillende zaken. "Wij geloven in de gemeenschap der heiligen."

174 Ik geloof in de gemeenschap met Christus. Jazeker! Natuurlijk geloof ik dat de heiligen in de heerlijkheid zijn. En ik geloof dat wij één Middelaar hebben tussen God en de mens. Jazeker! Gieten dat spul... Hier, de Bijbel spreekt dat tegen. Ze zeggen: "Wel, dat is de Bijbel." Dat is God! Het Woord was God en het Woord is vlees geworden en woonde onder ons. Nu is het Woord in ons vlees, maakt Zichzelf bekend, gezalfd door de Heilige Geest. Het is tijd om in beweging te komen. Zo is het.

175 Het gevolg van het visioen voor de profeet (o my!) was, dat hij beleed een zondaar te zijn (een gezalfde profeet). Hij zei: "Ik ben een man met onreine lippen, ik ben verkeerd, ik heb verkeerd gedaan. Ikzelf ben onrein." Hij was een zondaar. Hij beleed zijn zonden. Ja meneer! Het gevolg was, dat een profeet van God beleed dat hij een zondaar was; dat deed het visioen. Een of andere hooggeleerde zal erom lachen. Hij wordt verondersteld in een of andere kerk een hoogwaardigheidsbekleder te worden.

176 Hoorde u wat de kardinaal vandaag zei in dat nieuwsbericht? Hij zei: "Er zijn sommigen die leren dat de komst van de Here nabij is." Hij zei: "Maar we moeten natuurlijk proberen van dat stel af te komen. Wij willen de wereldgodsdienst verenigen." Precies juist. U mensen, val nu niet in slaap. De zaak is dichterbij dan u denkt. Deze kerel is zo ongeveer als diegene die Jozef niet kende, weet u wel.

177 Let op, het komt net zo sluw binnen als het maar kan. Ze hebben dat houvast gekregen in die laatste positie waar zij er een beeld voor zullen vormen door de Federatie van Kerken te nemen en zullen het laten spreken zoals het beest deed en er macht aan geven om alle godvrezende mensen te vervolgen en het zal de tijden en wetten van God veranderen. Precies zoals het er staat. We zullen er later op komen; het is vanavond te laat, maar u weet het hoe dan ook. Ja, beslist.

178 Het veroorzaakte dat hij beleed een zondaar te zijn... Wel, als het vandaag een zogenaamde zou zijn, zou hij zeggen: "Wel, ik ben doctor Zo-en-Zo."

     Ik hoorde een bisschop zeggen: "Weet u wat ik ga doen als ik in de hemel kom? Ik ga naar Jezus toe en zeg: 'Weet u wie ik ben? Ik ben bisschop Zo-en-zo'."

     Hij zei: "Ja, ik heb mijn moeder over u horen spreken."

     Zei: "Mensen die de Bijbel geloven zijn als degenen die door modderig water waden; je weet niet waar je terechtkomt."

179 Denk dat niet. Hij is mijn Gids. (Ik predik daar morgenavond over). Jazeker! Hij leidt u door al het modderige water dat er maar is, door al de gevaarlijke zandbanken en alle hoge plaatsen en lage plaatsen. Waar het ook is, Hij zal me door de doodsrivier leiden. Amen! O, ja meneer! Hij zal leiden. "Wanneer de dood komt zal ik geen kwaad vrezen want Gij zijt met mij. Ja, al wandel ik door de vallei van de schaduw des doods, ik vrees geen kwaad; Gij zijt daar."

180 "Al zou ik mij te slapen leggen in de hel", zei David, "Hij is daar." "O, wanneer ik wegvloog met de vleugels van de dageraad, zou Hij daar zijn. Hij is altijd voor mij, daarom zal ik niet bewogen worden." Amen! O my! Neem die vleugels en kom nu in beweging. Jazeker!

181 Deze profeet kwam ook snel in actie; hij ging op z'n knieën. En hij zei: "Ik ben een man van onreine lippen." Zodra hij belijdenis deed kwam daar de reiniging. U moet eerst belijden.

182 Ik wil dat u opmerkt, dat toen deze profeet.... Denk eraan... Een man in dienst van de federale regering, een betuigde profeet, zodra hij dat eerste visioen zag... Daarvoor had hij nooit visioenen gehad; het kwam op een andere manier. Hij zou de leiding van God voelen en gaan in overeenstemming met het Woord. Maar deze keer was het een open visioen en hij schreeuwde: "Ik ben een man van onreine lippen en al deze mensen zijn onrein. Wee mij, want ik zie de glorie van God gemanifesteerd." En wij kijken er gewoon naar. We behoorden weg te vliegen. Ziet u? Zie?

183 "Ik ben een man van onreine lippen." Hij knielde neer bij het altaar en hij zei: "Ik ben een man van onreine lippen, Heer. Wat kan ik doen, wat kan ik doen, want ik heb U hier gemanifesteerd gezien? Ik zag hoe een engel de zaak schudde. Ik zag hem spreken en daar bewoog zich iets." Amen! (Ik hoop dat u niet slaapt.) O my! Spreken en iets gebeurde. Glorie. Wat gebeurde er?

184 We ontdekken dat hij zijn zonden beleed en zodra hij dat deed, vloog degene die met deze machtige stem gesproken had naar omlaag, pakte met zijn hand de tang, raapte een kool op, plaatste die op zijn hand, kwam hem op Jesaja's lippen leggen en reinigde hem.

185 Merk op, dat hij hem nooit wegstuurde om een doctorstitel te halen. Hij gaf hem nooit een boek met regels om te leren; maar Hij - God toonde de profeet dat Zijn reinigende kracht komt door vuur van het altaar. Amen! Gods reinigende kracht vandaag is niet het opzeggen van een geloofsbelijdenis of het zich voegen bij een kerk; het is de kracht van de Heilige Geest en vuur dat neerkomt en een man reinigt van al zijn ongeloof. Amen!

186 Gods wijze om een profeet te reinigen is door vuur, niet door een geloofsbelijdenis. Wat zou een profeet moeten afweten van een geloofsbelijdenis? Hij staat op het punt door God gebruikt te worden. Het Woord stond op het punt door hem te worden gemanifesteerd. Hij kon hem dus geen geloofsbelijdenis geven. Hij zou dan aan die geloofsbelijdenis vasthouden. Daarom nam hij het vuur van het altaar en reinigde de profeet.

187 Eerst belijdenis, daarna reinheid door het vuur. Glorie voor God! O, let op! Eerst: belijdenis, ten tweede: reiniging en als derde: de opdracht. Amen! Daar bent u er. Eerst belijdenis: "Ik ben verkeerd!" Dan reiniging. Rechtvaardiging, heiliging en de doop met de Heilige Geest. Ziet u? Belijdenis, reiniging, opdracht: "Ga in de gehele wereld en predik het Evangelie. Deze tekenen zullen hen volgen die geloven." Amen!

188 Na de belijdenis komt reiniging. Na de reiniging komt het opdrachtgeven. Predik het Evangelie, genees de zieken. Het doet er niet toe wat de mensen zeggen dat hij...

189 Tenslotte stierf deze dierbare kleine profeet onder vervolging, hij werd met een zaag in stukken gezaagd.

190 Bedenk dat het gebeurde toen Jesaja beleed dat hij fout was. Hij had het helemaal verkeerd gedaan omdat hij geleund had op zijn geloofsbelijdenis, geleund had op de mens, een mensengemaakte aangelegenheid. Hij had een koning gezien die een groot man was; hij was een godsdienstig man. Maar hij zag dat alle mensen zullen falen. Ziet u? Maar toen hij dat veranderde en omhoog keek en een visioen zag Wie God was, toen zei hij: "Ik wil belijden dat ik verkeerd ben. Deze oude geloofsbelijdenissen zullen niet meer werken omdat ze gestorven zijn en hebben gefaald. Ze zijn met melaatsheid geslagen, maar ik heb de glorie van God gemanifesteerd gezien." Een geloofsbelijdenis kan dat niet naar voren brengen. Een geloofsbelijdenis kan het op die manier niet zeggen. Een geloofsbelijdenis kan het op die wijze niet doen. Het behoeft Christus om het op die wijze te doen. En zodra hij dat zag, zei hij: "Nu Here, ik ben helemaal verkeerd!" En toen kwam de reiniging; toen kwam de opdracht. O my!

191 Toen werd de gereinigde Jesaja... Toen God vroeg: "Wie zal voor Mij gaan", was het Jesaja die zei: "Heer, hier ben ik, zend mij!" De gereinigde profeet.

192 O, ziet u dat niet? Invloed! Kom niet onder de invloed van Marthela. (Ik hoop niet dat het een naam is van iemand hier). Kom niet onder de invloed van een of ander meisje dat met jou naar de middelbare school gaat, of de basisschool, of van de buurvrouw die haar haar afknipt en korte broeken draagt; kom niet onder die invloed. Kom niet onder de invloed van een voorganger die geloofsbelijdenissen leert en het Woord van God zal ontkennen en u een geloofsbelijdenis wil geven; kom niet onder die invloed. Maar blijf daar staan totdat u de glorie van God ziet vallen, zie hoe iets beweegt door het effect daarvan, en zie het gebeuren op de wijze waarop God het zei. Roep het dan uit: "Wee mij, Here, ik ben fout. Here, reinig mij nu. Reinig mij! Geest van de levende God val fris op mij."

Toen de kool van vuur de profeet had aangeraakt,
Hem zo rein makend als rein maar kan zijn;
Toen de stem van God zei: "Wie zal voor ons gaan?"
Antwoordde hij snel: "Meester, hier ben ik, zend mij!"

     (Hij was gereed. Hij zag iets. Jazeker!)

Miljoenen sterven nu in zond' en schande;
Luister naar hun droef en bitter geschrei.
Haast u broeder, haast u tot hun redding;
Antwoord snel: "Meester, hier ben ik!"

193 Er moet iets worden gedaan. Het is later dan we denken dat het is. Moge het visioen van God de mensen zo beïnvloeden, dat ze kunnen zien dat dezelfde God die in de tempel bij Jesaja was, dezelfde God is die vandaag in Zijn heilige plaats is. Hij is in de heilige plaats van de Heilige Geest. Hij is de Heilige Geest. Eenmaal was Hij vlees; nu is Hij Geest, bewegend onder Zijn volk, Zichzelf levend betonend, geen dode geloofsbelijdenis, maar een levende Christus, dezelfde gisteren, vandaag en voor immer. O, Jesaja antwoordde snel: "Meester, hier, zend mij."

     Laten we bidden. Met onze hoofden gebogen...

Toen de kool van vuur de profeet had aangeraakt,
Hem zo rein makend als rein maar kan zijn;
Toen de stem van God zei: "Wie wil voor ons gaan?"
Toen antwoordde hij: "Hier ben ik, zend mij!"

Spreek, mijn Heer; spreek, mijn Heer.
Spreek en ik zal U snel antwoorden.
Spreek, mijn Heer; spreek, mijn Heer.
Spreek en ik zal antwoorden: "Heer, zend mij!:"

194 Nu, het mag uw buurman zijn; het mag de vrouw zijn met wie u samenwerkt, de man met wie u samenwerkt, maar er zijn...

Miljoenen sterven nu in zond' en schande; (In geloofsbelijdenissen en denominaties)
O, luister naar hun droef en bitter geschrei.
Haast u, broeder, haast u tot hun redding;
Antwoord snel: "Meester, hier ben ik!"

Spreek mijn Heer; spreek mijn Heer (Ik zag een visioen van de Here; ik zag het plaatsvinden).
Spreek en ik zal snel antwoorden (Hij heeft nu al gesproken).
Spreek, mijn Heer; spreek, mijn Heer.
Spreek en ik zal antwoorden: "Heer, zend mij!"

195 Nu, met uw hoofden gebogen, vraag ik me vanavond af, ik vertelde u, dat als ik hierheen zou komen dat ik zou proberen iets te bestuderen waarvan ik dacht dat het u zou helpen. U hebt die profeet gezien; hij was een groot man. Hij werd geboren voor het doel om een profeet te zijn. Hij ontdekte dat hij de verkeerde weg had genomen; hij leunde op de arm van Uzzia, een koning. Hij zag dat je niet op een arm van vlees kunt leunen. Het is vergankelijk. Het is verkeerd. Maar kijk omhoog en zie God zitten op Zijn troon. Kijk omhoog naar Jezus; Hij zei: "Ik ben dezelfde gisteren, vandaag en voor immer." Laat Hem u in de Geest opnemen. Let op en zie of Hij niet dezelfde is gisteren...

196 Toen die kleine Jesaja Gods visioen in die tempel zag neerkomen, was hij bereid zijn fouten te belijden. Hij was bereid te belijden dat hij niets goed had gedaan. Zien we hem daarna wegvliegen naar de natie, zien we hem daarna alles doen wat goed was? Alles wat hij maar kon doen, totdat hij uiteindelijk zijn getuigenis bezegelde met zijn bloed.

197 Ik denk dat dat ons aller gevoelen zou moeten zijn. Hoevelen hebben het gevoel dat ze zouden willen zeggen... willen God horen zeggen - dat u graag zou - u zou tot God willen zeggen: "Hier ben ik, zend mij!" Steek uw hand op. "Hier ben ik, laat mij getuigen tot de melkboer. Laat mij getuigen tot een ieder tot wie ik kan, om iets te doen. Laat mij iets doen. Heer, ik ben geen - vraag niet om een prediker te zijn. Dat vraag ik niet, Heer, maar als ik een boer ben, maak van mij een boer die kan getuigen tot mijn buurman boer. Laat mij een boer zijn die, wanneer ik mijn graan verkoop, kan getuigen tot de graanopkoper. Laat mij een boer zijn." "Als ik een vrouw ben, laat mij getuigen tot de verzekeringsagent. Laat mij getuigen tot de melkboer, de krantenjongen. Laat mij iets doen, Here. Laat mij in de buurt de gunst verwerven van mijn zuster die naast mij woont, die boos en slecht is. Laat mij haar een getuigenis geven met liefelijkheid. Laat mij mijn gezicht bedekken met mijn vleugels van nederigheid; laat mij mijn voeten eveneens zo bedekken. Laat mij eerbiedig zijn in Uw tegenwoordigheid, maar zend mij, Here, met twee andere vleugels snel naar iemand toe: 'Hier ben ik, zend mij, zend mij'!"

198 Laten we dan allen in dit respect opstaan en voor onszelf een toewijdingsdienst houden voor God. De Almachtige is hier. Gelooft u het? Wij zijn in Zijn goddelijke tegenwoordigheid. Vergeet dat nu niet. Zijn tegenwoordigheid is hier nu net zo werkelijk als het was... Eerlijk gezegd, sinds ik hier sta zag ik al vier of vijf visioenen plaatsvinden. Dat is waar. Dat is waar. Het was boven twee of drie mensen die hier tot deze gemeente behoren, ik zei niets, maar Het is hier evengoed. In orde.

     Wat we nu willen doen is, ieder van u op uw eigen wijze, laten wij ons toewijden aan God.

Wij zien het teken verschijnen van Zijn gezegende komst;
Zie en merk op, de vijgebladeren worden nu groen.
Het Evangelie van het Koninkrijk ging naar iedere natie,
En wij zijn vlakbij; het einde kan worden gezien. (Dat is waar. Is dat waar?)

Dan verheugd op weg; wij bazuinen de Boodschap
Van Zijn gezegende verschijning uit;
Spoedig komt Hij in glorie om aan ieder en allen te vertellen,
Wordt wakker dan, gij heiligen van de Here,
Waarom sluimeren als het einde in zicht is,
Laten we gereed staan voor die laatste roep. (Amen!)

Naties breken; Israël ontwaakt; (Zij is een natie, nu).
De tekenen door de profeten voorzegd,
De heidendagen geteld,
Met verschrikkingen bezwaard (U ziet het regelrecht opkomen, niet slechts naties maar ook kerken).
Keert terug, o verstrooiden, tot het uwe.

De dag van verlossing is nabij;
De harten der mensen bezwijken van angst;
Weest vervuld met Zijn Geest,
Uw lampen gereinigd en helder;
Kijkt omhoog, uw verlossing is nabij.

Valse profeten liegen;
Gods waarheid vervalsen zij,
Dat Jezus, de Christus, onze God is. (U weet dat zij dat doen).
... Maar wij zullen wandelen waar de apostelen hebben gelopen.
Want de dag der verlossing is nabij;
De harten der mensen bezwijken van vrees;
Weest vervuld met de Geest,
Uw lampen gereinigd en helder;
Kijkt omhoog, uw verlossing is nabij.

199 Wrijf die denominatierook er af. Wrijf dat wereldse roet er af. Het bloed van Jezus Christus is meer dan toereikend om u te reinigen. Kijk omhoog! Laat uw lichten schijnende zijn. Neem deze vleugels en vlieg rechtstreeks naar iemand toe.

     Laten we nu onze handen opheffen en zeggen: "God, hier ben ik, zend mij."

200 Hemelse Vader, ik wijd mijzelf met deze gemeente vanavond aan U toe, Here, na deze strenge, harde prediking: "Hier ben ik, Heer; zend mij." Hier is mijn gemeente, Here. Mogen zij hun gezicht bedekken met eerbied. Mogen zij hun voeten bedekken in nederigheid. Mogen zij de moed hebben om snel met deze Boodschap naar iemand anders toe te vliegen. Sta het toe, Here. Mogen zij met liefelijkheid getuigen, het zout der aarde zijn met de smaak ervan daarin. Here God, dit is ons offer. Dit is onze gave. Dit is onze dankzegging. Hiernaar verlangen wij, Here. Zend ons vanavond tot iemand die verloren is. Mogen wij hen ergens de kerk binnentrekken. Mogen wij hun de weg des Heren leren. Mogen zij worden gered, Here, want het is later dan we denken. Sta het toe, Here.

201 Mogen wij dit menen met ons hart. En Heer, als we dit uitspreken, neem een kool van vuur van de Heilige Geest af van het altaar op Golgotha; raak ieders hart en lip aan vanavond, Here, zodat wij geen leugens zullen spreken, maar dat wij de Waarheid zullen spreken. Neem ons vanavond, Heer, gewoon zoals we zijn. We zijn niet allemaal predikers. Wij zijn niet allen profeten. Wij spreken niet allen in tongen. Wij verrichten niet allen wonderwerken; maar wij hebben allen iets te doen. Toon ons waar het is, Heer. Getuigen, Uw lof bezingen. En als brood op het water, zal het op een heerlijke dag terugkeren. Geef het, Here. Hier zijn wij. Zend ons naar onze naasten waar mogelijk, naar onze medemens en laten we hun vertellen van het komen van de Here. Sta het toe, Vader.

202 Zegen ons nu. Mogen we vannacht een goede nachtrust hebben voor onze lichamen. Mogen we opstaan en 's morgens naar de kerk komen; en wilt U morgen zo krachtig spreken dat de onderste steen boven komt, dat iedere persoon zal weten hoe hij dit moet benaderen. Onderwijs ons, Here. Wij wachten. Onderwijs ons in de morgen hoe we kunnen komen tot deze volle maat waardoor wij zonen en dochters van God kunnen zijn. Wij wachten op U, Here, op de kool van vuur die gereed ligt om op onze lippen geplaatst te worden. Wij wachten, Vader, in Jezus' Naam.

203 Nu, met onze hoofden gebogen. Ik wil de herder vragen om naar voren te komen om de dienst te beëindigen. God zegene u. Ik hoop u in de morgen terug te zien. God zij met u en geneze al de zieken en aangevochtenen onder ons, make dat ieder van u... Ik voel me precies nu vervuld met de Geest. Ik voel de Heilige Geest. Ik voel Zijn tegenwoordigheid. Ik weet dat Hij hier is. Ik ben er positief zeker van dat Hij hier is. Ik zie Hem; ik weet dat Hij hier is. Ik zie Hem bewegen, die grote Vuurkolom. Glorie! Ik zie de manifestatie van Zijn Wezen, de goddelijkheid van Zijn tegenwoordigheid...?... Zijn verheven Wezen. God, zweef over deze mensen; laat niet één van hen verloren gaan, bid ik. Glorie voor God!