Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Een bazuin geeft een onzeker geluid

Door William Marrion Branham

1 Hartelijk bedankt, broeder Demos. Het is een groot voorrecht om vanavond hier te zijn in deze christelijke vergadering, hier in dit ijzige land. Ik belde net naar huis, en daar ver in het noorden is het ongeveer twintig graden warmer dan hier. Ik had dat met me meegenomen moeten hebben. Ik zal maken dat ik zo snel mogelijk weer terugga. Al de planten zijn aan het bevriezen. Wat denkt u daarvan, Creechy? Het is een... [De broeder zegt: "Het is koud." – Vert] Dat is het zeker.

2 En zo blij om vanavond deze fijne voorganger te ontmoeten en u mensen te zien. Ik ben net een paar ogenblikken geleden aangekomen. Ik kom uit Tucson vandaan, waar ik vandaag moest zijn. Gisteravond reed ik erheen en ik bereikte Tucson rond half drie vanmorgen. En toen was ik daar de hele dag. En ben pas enige ogenblikken geleden... Wel, ik ben ongeveer anderhalf uur geleden hier aangekomen, denk ik, zoiets dergelijks. En ik heb dus niet veel kunnen slapen. Maar ik zal proberen hier niet in slaap te vallen. Maar we zijn... we zijn blij om hier te zijn.

3 Deze kleine jongen, die hier zit te spelen met deze microfoons. Ik zat daar achteraan op de... op een van de stoelen van de kleine kinderen. Een kleine jongen kwam naar mij toe, keek mij echt vreemd aan. Ik zei: "Wij kinderen kunnen allemaal bij elkaar zitten, nietwaar?" Nu, ik heb die kleintjes zeker lief.

4 En het is, o, het is echt fijn om hier vanavond te zijn, en omringd te zijn door deze fijne toehoorders. En ik vertrouw erop dat broeder Williams u allemaal erover verteld heeft – en broeder Rose hier – over de komende conventie. Ik veronderstel dat u er goed mee bekend bent. Om in de Ramada te zijn, direct hierna, voor de conventie van de Zakenlieden. En we verwachten een fijne tijd daar. Broeder Velmer Gardner, een wonderbare, krachtige spreker, en andere predikers, Oral Roberts en velen zullen daar zijn. En we verwachten een geweldige tijd in de Here.

5 Ik hoop dat we bij een van die keren op die plaats een genezingsdienst kunnen houden. Uh-huh. Ik zou het fijn vinden wanneer broeder Oral en wij zouden kunnen samenwerken. Jazeker. Zou dat niet fijn zijn? Dat zou een echte voorbereiding zijn, nietwaar? Een genezingsdienst ginds in de Ramada, dat zou fijn zijn. Wij... We zouden dat kunnen doen, weet u. De Here zou daar misschien voor ons in willen voorzien, dat wij een genezingsdienst houden. We zullen dus... We trekken nu rond van kerk naar kerk om te proberen de goede tijdingen te verspreiden en om met elkaar om te gaan, en gemeenschap te hebben in al de verschillende kerken. Daar geloven wij in, dat we één zijn in Christus.

6 Ik sprak een paar dagen geleden met een dokter. Ik sta op het punt om naar overzee te vertrekken, en dan moet je een lichamelijk onderzoek ondergaan. Daarom was ik daarbinnen voor een onderzoek. En hij verbond mij met een van die golf-... ik... Vraag me niet wat het is. En hij ontdekte iets vreemds. En hij kwam terug en hij kon er niet achter komen, en hij vroeg raad aan een aantal dokters, en hij kon dat gewoon niet begrijpen. Hij zei: "Ik heb dat nooit eerder gezien." En toen toonde hij mij de foto ervan, daar waar gewoonlijk het bewustzijn is, en je hebt een onderbewustzijn, en zij zitten heel ver van elkaar. Maar hij merkte op dat ze bij mij allebei precies bij elkaar zaten. Hij zei: "U bent echt een vreemde kerel."

     Ik zei: "Dat heb ik altijd geweten. Iedereen weet het."

7 Hij zei: "Dit hebben we nog nooit gezien." Toen begon hij het aan mij uit te leggen.

8 Ik zei: "Wel, weet u, ik denk dat de goede Heer, wanneer Hij ons maakt, ons een beetje verschillend maakt. We lijken niet op elkaar, en soms handelen we ook niet als een ander. Maar Hij maakt het voor Zichzelf, met Zijn eigen manier om het te maken. Wij gaan gewoon in de grote vormmachine, en als we maar rustig blijven, zal Hij ons vormen op de wijze waarop Hij wil dat we zijn."

9 En ik ken niemand die iets anders zou willen zijn dan wat hij is. Het enige wat wij allen kunnen verlangen... Nadat we gered zijn en de kinderen van God zijn geworden, dan is het enige wat wij willen een dichtere wandel elke dag. Dat is waar wij naar verlangen, naar die geweldige gemeenschap. Wat is die wonderbaar! Heeft u ooit een moment genomen om eens na te denken over wat wij zouden doen als we dat niet hadden? Wat... Als die geweldige hoop niet in ons rustte, wat zouden wij doen?

10 Ik zei in één van de kerken, mag ik... Eerst op de ene plaats, dan op een andere, en door het hele land maak ik soms een opmerking, en ik denk dat ik het wellicht in dezelfde kerk herhaal. Maar ik ging het gebouw uit waar ik net tamelijk streng had uitgehaald tegen deze mensen die hier tegenwoordig deze nieuwe dans doen die zij hebben; zij noemen het de twist of zoiets. En ik zei: "Ik begrijp gewoon niet waarom in de wereld, mensen, hun benen willen breken en zich op die manier gedragen."

11 Nu, er was een jongeman, rond de zesentwintig, zevenentwintig jaar oud, die mij achterin ontmoette, en hij zei: "Een ogenblikje, meneer Branham."

     Ik zei: "Ja, meneer?"

     Hij zei: "Weet u, u begrijpt het gewoon niet."

     Ik zei: "Ik hoop dat ik het nooit begrijp."

12 Toen zei hij: "Wel," zei hij, "ik kan uw standpunt begrijpen." Zei: "U bent een man van vijftig jaar oud. Maar als u mijn leeftijd zou hebben, zou het anders zijn."

13 Ik zei: "Wacht even." Ik zei: "Ik predikte het Evangelie toen ik tien jaar jonger was dan u. Ik geloof nog steeds hetzelfde Evangelie. Ik vond iets wat die plaats inneemt, en heb meer vreugde in het dienen van de Heer dan in al de dingen die de duivel waar dan ook zou kunnen produceren." Het is een... Het geeft een voldoening.

14 Weet u, David zei eens: "Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijn ziel tot U, o God." ["schreeuwt" is in het Engels: thirsts: "dorst" – Vert]

15 En als u ooit een van deze kleine makkers hebt gezien wanneer hij gewond is; misschien hebben de honden hem te pakken gekregen en een groot stuk uit zijn zijde gerukt of zoiets. Hij bloedt. En hij, de hond, kan zijn spoor volgen. Hij is niet zoals een mens. En hij kan achter dat hert aanjagen of het bloedt of niet. En daarom is de enige manier... Als dat hert bloedt, is de enige manier om te overleven door ergens te komen waar water is. En als hij ooit daar kan komen waar water is, dan zal hij dat water drinken. Het laat het bloeden stoppen en hij kan ontsnappen. Hij is erg slim.

16 Maar nu kunt u het zich voorstellen, als u een van deze kleine makkers ziet die gewond is en bloedt, hoe hij zijn kopje opricht, en met het zintuig van zijn neus gespitst is om water te ruiken. Hij moet het water vinden of omkomen. En nu betekent het leven of dood voor hem. Hij, met gewoon elk... elk beetje reuk dat hij heeft, probeert hij het, verlangend. Hij moet het vinden.

17 Nu, zo dorstend zouden wij moeten zijn naar God. Zie? "Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijn ziel naar U, o God." Ergens bij Hem verborgen te zijn, dat is het verlangen van mijn hart. En ik vertrouw erop dat dat het verlangen is van allen die hier vanavond aanwezig zijn.

18 En nu, avond na avond, en ik zie dit graag. Gezichten die je op de ene plaats hebt gezien, zie je op een andere. Ik houd ervan. U toont uw gemeenschap, en u drukt uit waarom we hier zijn.

19 En, o, ik zou zeker graag in Phoenix een ouderwetse opwekking willen zien. O my! Dat woord Phoenix heeft mij altijd geboeid sinds de allereerste keer dat ik erover las: Phoenix, Arizona. Ik, als jongeman, dacht: "Als ik ooit op die plek zou kunnen komen! Als ik ooit daar in Phoenix zou kunnen komen!" En nu zien wij het; en terwijl we hier zijn, ontdekken we dat het diep in zonde is gezonken, net als alle andere plaatsen, toeristen die binnenkomen; en drinken, dronkenschap, immoraliteit, en alles wat er gebeurt.

20 Maar toch, te midden van dat alles vindt u enige echte juwelen die God uit deze woestijn hier te voorschijn heeft gehaald, die blinken in de kroon van Gods glorieuze volk. En dat is waarom ik hier vanavond ben, om mij bij u, broeders en zusters, te voegen, om te proberen het licht van de Here Jezus naar anderen te laten schijnen, zodat zij misschien ook gevonden worden in deze grote verwarring. En velen zijn nog steeds daarbuiten. Ik ben ervan overtuigd. Er zijn er nog meer die moeten binnenkomen, en we moeten alles doen wat we kunnen om hen daar te brengen waar zij een leven leiden dat Christus zal weerspiegelen.

21 Nu, voordat wij een kleine tekst uit de Schrift lezen... Ik ben zo laat aangekomen dat ik maar een paar notities heb opgeschreven, in ongeveer vijf minuten tijds. En de rijksinkomstenbelasting heeft me net enkele aangifteformulieren toegestuurd, die ik onmiddellijk moest opsturen, en het moest aangetekend zijn, ik geloof misschien vandaag nog. Daarom moest ik naar het postkantoor gaan. En toen ik terugkwam, zei Billy: "U moet opschieten." En dus hier...

22 Ik had het helemaal gehad met die knapen. My, o my! Ze praten over gerechtigheid, het staat op de deuren van de rechtszaal. Ik vraag mij af waar het is. Ja. Ik heb nog nooit zoiets gezien. En zij wilden dat ik inkomstenbelasting zou betalen over elke cheque die ik in de laatste vijftien jaar ontvangen had om de kosten van de campagnes te betalen, met boete er bovenop, ziet u: 355.000 dollar.

23 Ik zei: "Schiet me maar neer." Hoe zou ik dat ooit kunnen? Ik zei: "Ik heb amper meer dan vijfenvijftig cent." Ik zei: "Hoe zou ik dat ooit kunnen?" En ze hebben me vijf jaar met die zaak beziggehouden.

24 Het gaat over mensen die geld geven. Bijvoorbeeld wanneer wij een campagne hebben, en de mensen weten dat mijn naam William Branham is, dan schrijven ze eenvoudig een cheque uit voor de uitgaven. De predikers zorgen ervoor. Ik heb nooit in mijn leven een offer opgehaald. En zo nemen ze... Ik ontvang een salaris van mijn gemeente: honderd dollar per week.

25 En dit offer... Maar elk ervan, zie, die zij daarin deden... En de volgende ochtend kwam dan degene die aan het hoofd van de financiële commissie stond, en zei: "Broeder Branham, u moet deze cheques ondertekenen." En, wel, ik tekende ze gewoon. Hij bracht ze naar de bank. En toen hebben zij dat allemaal gecontroleerd, en ik heb geen enkele cent ooit voor mijzelf uitgegeven. Maar omdat ik de cheque ondertekend had, zeiden ze dat hij van mij was. De mensen hadden het aan mij gegeven, en daarna gaf ik het aan de kerk. O my!

26 Ik voelde me in het begin echt slecht; toen ontdekte ik dat elke man in de Bijbel, geloof ik, die ooit een geestelijke bediening voor God had, iets te maken had met de federale regeringen. Controleer het zelf en ontdek het. Dat is juist. Mozes, Daniël, Johannes de Doper, Jezus Christus, ze stierven door de hand van de federale regering, onder de doodstraf. Petrus, Jakobus, Johannes, Johannes de Openbaarder, allemaal, ieder... Allen leden vervolging.

27 Waarom? Het is de zetel van Satan. Weet u dat? Weet u dat Satan Jezus mee naar boven nam en Hem alle koninkrijken, de wereld, in een ogenblik toonde? En hij zei: "Zij behoren mij toe. Ik kan ermee doen wat ik wil. Zie? En ik zal ze aan U geven als U zult neervallen om mij te aanbidden." Dus, ziet u aan wie zij behoren? We vinden het niet fijn om zo over de onze te denken, maar het is zo.

28 Toen zei Hij, Jezus zei: "Ga achter Mij, Satan." Hij wist dat Hij er de Erfgenaam van zou worden in het millennium. Hij wist dat ze van Hem zouden zijn. Wanneer... Als deze landen door God geregeerd zouden worden, zou het nu het millennium zijn. Maar er zal een tijd komen.

29 Ze hebben de Verenigde Naties en de Volkenbond, en van alles, die proberen vrede te brengen. Maar zolang Satan daar aan het hoofd staat, evenals bij de politiek, wat zal er gebeuren? Ze zullen vechten zo zeker als de wereld bestaat.

30 Maar er zal een tijd komen wanneer alle wapens opgeborgen zullen worden. En de trommelsignalen zullen klinken, en de eeuwige morgen zal aanbreken, helder en klaar. Onze Koning zal Zijn troon innemen. O! Er zal gezongen worden, er zal gejuicht worden. En er zal één vlag, één volk, één natie zijn, dat één taal spreekt, de hemelse. Amen. Ik verlang naar die tijd. En ik druk door naar dat einddoel, op God vertrouwend, dat ik op een dag als het voorbij is, kan zeggen... Ik Hem kan horen zeggen: "Kom hogerop."

31 Ik ben hier vanavond in Phoenix in de Naam des Heren. Ik wil niet proberen om uit te leggen wat er is gebeurd. Velen van u die de banden nemen, neem beslist die ene: "Hoe laat is het, meneer?" Dat was net voordat ik van huis vertrok. Een visioen heeft mij hierheen gestuurd, ja. Ik weet niet wat... ik doe niet... ik ben geen verkoper van banden, en ik benadruk deze dingen niet. We nemen ze op, en we verzenden banden over de hele wereld. Tot ver in de jungles en overal; ze hebben kleine dingetjes die zij in hun oren doen, dat hebben ze, en zij kunnen het op de band bij de opname opnemen, en ze staan daar en vertalen het direct in hun taal. En het gaat de wereld rond.

32 En... maar één die ik opnam was: "Hoe laat is het, meneer?" of: "Is dit de tijd, meneer?" Sommigen... Ik... Zaterdagavond, drie weken geleden, in de gemeente. Hoewel ik mijn hele leven visioenen heb gezien, heb ik nooit eerder in mijn leven iets dergelijks gehad. En ik weet niet wat het is. Ik ben gewoon hier, omdat Hij mij hier naartoe heeft gestuurd. Ik weet niet wat het betekent. Ik ben gewoon... Ik ben eenvoudig hier.

33 En ik moet eerlijk en oprecht zijn, en dat is de enige manier waarop wij ooit ergens zullen komen bij God, dat is door oprecht te zijn. Want de mensen zullen het weten. God weet vanaf het begin dat u het niet bent, dat u het bent of niet. En de mensen zullen het weten. Want er was ooit een man die probeerde te profeteren. En God vertelde... Of, de echte profeet zei tegen hem: "Laten wij bedenken dat er profeten voor ons zijn geweest. De profeet wordt alleen gekend als zijn profetie wordt vervuld." Daarom kunnen we er beter zeker van zijn dat we weten dat God het heeft gezegd, voordat we er iets over zeggen. Wees eerlijk en oprecht.

34 Laten we nu onze hoofden buigen voor een moment van gebed. Laten we nu alle zorgen opzij zetten gedurende de komende paar ogenblikken. Ik vraag mij af... Ik weet dat in deze lieflijke kleine groep mensen hier vanavond van die juwelen zitten, die Jezus op een dag zal komen halen, en die uit het stof zullen ontwaken.

35 En misschien zijn er hier enigen die er niet helemaal zeker van zijn of zij daar zullen zijn of niet. U heeft misschien andere dingen nodig. Als er een nood in uw leven is vanavond, laat het bij God bekend worden, terwijl u uw hand omhoog steekt en eenvoudig zegt: "God, U weet wat ik nu bedoel. En zegen mij. Ik, ik ben ziek. Ik heb genezing nodig. Ik, ik ben afgedwaald. Ik moet terugkomen tot gemeenschap. Ik wil terugkomen. Ik, ik ben verkeerd gegaan. Ik kom terug. Ik wil dat U mij helpt vanavond om terug te komen." God zegene u.

36 Hemelse Vader, terwijl wij nu Uw troon naderen, door middel van het bloed. Want... En wanneer Aäron naar binnen ging tot voor de genadetroon, dan nam hij eerst het bloed in zijn hand en trad daarna naar voren. En wij, door geloof vanavond, ontvangen het bloed van de Here Jezus, en wandelen vrijmoedig naar de troon van God, wetend dat wij een recht hebben om te komen, niet in onze eigen rechtvaardigheid, maar in de Zijne. Het bloed vertegenwoordigt onze reiniging. En ik bid, hemelse Vader, dat U ons verzoek zult toestaan.

37 Ten eerste zouden wij U willen vragen om ons genadig te zijn en ons al onze overtredingen te vergeven, terwijl wij onze verkeerde dingen belijden, en onze kleine fouten, en onze geheime zonden, en onze onbekende zonden. En wij als predikers belijden ook – omdat wij priesters zijn – de zonden van de mensen. Samen, Here, staan wij. Wij hebben de mensen lief. Wij voelen ons als Mozes, toen hij zichzelf in de bres wierp, om de toorn van God voor de mensen af te wenden. En hoe werd daar de gerechtigheid van Christus uitgebeeld, zoals Christus Zichzelf in de bres wierp om de mensen te redden.

38 En, Vader, wij, als Zijn dienstknechten met Zijn Geest in ons, en elke Christen hier vanavond, wij pleiten voor de zondaar: "God, wees hun genadig." Wij roepen voor de zieken en de hulpbehoevenden, voor die dierbare handen, sommigen oud en sommigen jong, en sommigen van middelbare leeftijd, die hun handen omhoog heffen. U weet er alles over, Here. Wij bidden dat U het zult beantwoorden overeenkomstig Uw rijkdommen in de heerlijkheid.

39 Mogen er velen zijn vanavond, Here, die van hier weggaan, die ziek zijn binnengekomen, mogen zij gezond en genezen weggaan. Dat er iets zal plaatsvinden wat zij zelfs niet kunnen uitleggen, maar dat zij weten dat ze gezond zijn.

40 Mogen degenen die afgedwaald zijn, gerechtvaardigd weggaan, Here, wetend dat zij teruggekomen zijn en dat zij Christus weer opgepakt hebben waar zij Hem verlaten hadden. Mogen zij gaan en het in orde maken. Sta het toe, Here, dat degenen die nog nooit gekomen zijn, die dierbare vrijheid van vrij te zijn zullen vinden, dat zij uit de kooi bevrijd worden, niet meer gebonden door de dingen van de wereld en de zorgen van dit leven, maar dat zij vrijgemaakt zijn geworden in Christus. Sta het toe, Vader.

41 Zegen alles wat wij nu nodig hebben, en zegen Uw Woord en dienstknecht, en wij zullen U prijzen. In Jezus' Naam vragen wij het. Amen.

42 Welnu, we zullen een tekst uit de Schrift lezen, of eerder een Schriftplaats als tekst: 1 Korinthe, het veertiende hoofdstuk, het achtste vers, waar het volgende staat, in 1 Korinthe 14:8:

     Want ook indien de bazuin een onzeker geluid geeft, wie zal zich tot de krijg toebereiden?

43 Dit zou voldoende tekst zijn om er de komende twee weken over te kunnen prediken zonder nog maar in de buurt ervan te geraken. Er is iets met het Woord dat geïnspireerd is. Je blijft voortdurend bij die ene tekst. Je kunt daarmee de hele Bijbel verbinden. Dat is juist.

44 Op een dag vroeg een man mij, hij zei: "Hoe kunt u dezelfde tekst nemen?"

     Ik zei: "O my! Je kunt uit alles wel een onderwerp maken."

45 Ik raapte een klein klavertje-drie op dat op de grond lag en hield het omhoog. De man zit hier vanavond, uit Tucson. En wij waren ginds in Pasadena, Californië. En ik zei: "Ik zou dit klavertje-drie kunnen nemen en er vijfentwintig jaar over kunnen prediken: hoe het een leven is dat daarin zit, hoe de drie blaadjes de drie-eenheid zijn in Eén. En o, o, er zijn gewoon zoveel dingen die we daarover zouden kunnen zeggen."

46 En wat met een Schriftgedeelte? Het is Gods Woord. Het is eeuwig. Het had... Het heeft geen einde. Het blijft gewoon maar door en doorgaan. Het is een schuilplaats voor ons.

47 En nu, vanavond wil ik hierover spreken: Een bazuin geeft een onzeker geluid.

48 Toen ik eraan dacht, enkele ogenblikken geleden, toen ik aan die kwestie van de inkomstenbelasting aan het denken was, dacht ik: "Er is vandaag nauwelijks iets dat zeker is. Bij alles is er zo'n onzekerheid." En iets wat onzeker is, kan men niet vertrouwen. Iets wat onzeker is, kan niet vertrouwd worden. U blijft ervan weg als het niet zeker is.

49 Als u een bedrijf heeft – terwijl er zakenlieden aanwezig zijn, misschien wel velen. Als u een zaak leidt die niet zeker is, dan gaat u er niet erg veel in investeren, want de opbrengst is onzeker, en u zou er geen grote investering in doen. Of, als u een goede, slimme zakenman bent, gaat u wachten en onderzoeken, als u wat geld heeft om te investeren, totdat u iets vindt wat zeker is, iets wat betrouwbaar is, iets waarop u kunt vertrouwen. Want u wilt dat beetje geld niet verliezen wat u heeft opgespaard, omdat u daarvan moet leven, van de dividenduitkering die de investering opbrengt. Want u moet iets hebben om van te leven.

50 En stop dit beetje geld dat u gespaard heeft niet in uw zak om het daar te laten, want dieven zullen het stelen. Zie? Doe dat, doe dat niet. Als u het heeft, investeer het ergens in. En dan wilt u overtuigd zijn van de zekerheid van uw investering. Als u het niet bent, wel, investeer het dan helemaal niet.

51 Maar de zaken staan er vanavond beslist niet goed voor. Praktisch iedere zaak in de wereld staat er niet goed voor, omdat de wereld er niet goed voorstaat. Je kunt je eenvoudig niet permitteren om te...

52 "Nu, ik ga zoveel geld sparen om ergens een fijn klein huis voor mezelf te bouwen." Dat is, dat is behoorlijk onbetrouwbaar. Ik vertel u dat het dat is, want de regering zou het van de ene op de andere dag allemaal kunnen overnemen.

53 O, de dingen die onze democratie zo verdorven hebben, totdat ze echt aan het wankelen is! We konden vroeger veel vertrouwen stellen in onze democratie. Waarvan ik geloof dat het de beste vorm van bestuur is. Maar nochtans is onze democratie onbetrouwbaar. Want, wij, deze natie, ons volk, wij hebben een grondwet, en deze grondwet is onze hoogste maatstaf. Maar toch blijkt onze grondwet onbetrouwbaar, want hij werd reeds vele keren geschonden. Wijlen meneer Roosevelt maakte er een puinhoop van. Dus, kijk, u ziet dat het geschonden kan worden. U kunt er niet veel vertrouwen in hebben.

54 Politiek, o my, wat onbetrouwbaar! Mensen blijven maar argumenteren, argumenteren en argumenteren over politiek. En buren zullen er ruzie door krijgen, en ook mensen die ooit goede vrienden waren. Een president zal opstaan, of iemand zal zich kandidaat stellen voor sheriff of zoiets, en iemand anders aan de andere kant van de politieke muur, en ze zullen met elkaar redetwisten totdat zij er ruzie over hebben gekregen, de politiek. En ik wil niet... ik hoop dat ik niemands gevoelens kwets, maar ik geloof dat de hele zaak bedorven is. Ziet u? Jazeker. Dus, waarom zou u redetwisten en ruziemaken over iets wat toch slecht is? Dat is juist. Het is gewoon verschrikkelijk slecht.

55 Onlangs sprak iemand met mij; hij zei: "Bent u van plan om te stemmen in deze verkiezing?"

     Ik zei: "Ik heb al gestemd."

     Hij zei: "O, in deze verkiezing?"

56 Ik zei: "Ik heb voor Jezus gestemd." Ik zei: "Ik zal het u vertellen. Er waren twee mensen die voor mij stemden." Ik zei: "God heeft vóór mij gestemd, en de duivel heeft tégen mij gestemd. En ik heb voor God gestemd, dus ik heb juist gestemd." Het hangt er vanaf waar u op stemt hoe het met u afloopt.

57 Dus merk op, nog maar kort geleden – om u een klein dingetje te tonen – en dan zullen we ermee stoppen. Bij deze laatste presidentiële verkiezing werd het absoluut bewezen in Chicago en op andere plaatsen, dat de machines die ze gebruiken om te stemmen door de Democratische partij gemanipuleerd waren, waardoor u iedere keer dat u voor meneer Nixon stemde, tegelijkertijd voor meneer Kennedy moest stemmen. Dus u hebt geen kans. En het werd bewezen!

58 En u hoorde pas geleden op een avond de Monitor, toen zij door het hele land, vanaf de Mississippi in het oosten, een onderzoek hadden gedaan. Meneer Nixon had stemmen via de telefoon gekregen, vier tegen een. Hoe kan een man winnen? Als het meneer Kennedy was geweest, was het hetzelfde geweest. Ik ben voor geen van de twee partijen.

59 Mijn partij is in de hemel, en ik ben nu hier vanavond bij hen. Wij zitten in hemelse plaatsen, sprekend over onze Koning.

60 Maar, ziet u, ik probeer u te vertellen dat deze dingen van de aarde aan het wankelen zijn. Wat die dingen betreft, daar kunt u geen vertrouwen in hebben. Ze zijn onzeker. En alles wat onzeker is, daar zou ik liever van wegblijven. Ik houd niet van dat negatieve. Ik houd er niet van met de negatieve kant verbonden te zijn. Ik houd van het positieve, om aan de positieve kant te staan.

61 Nu, het familieleven is onzeker geworden. Weet u, ik las onlangs een stukje ergens in een krant, dat het Amerikaanse echtscheidingspercentage hoger ligt dan in enig ander land ter wereld. En wij worden beschouwd als een religieuze natie. Ja, dat zou kunnen, religie, precies, maar het is niet de juiste soort. Zie? Religie is slechts een bedekking. Het is moeilijk te zeggen waaruit wij onze bedekking maken. Adam probeerde iets te maken uit vijgenbladeren, maar het lukte niet. Het werd akelig onbetrouwbaar toen hij moest komen om God te ontmoeten. Daarom is religie niet afdoende. Maar kunt u zich voorstellen dat ons echtscheidingspercentage hoger ligt dan in alle andere landen, ons echtscheidingspercentage? We zien hoe de immoraliteit hand over hand toeneemt in onze huizen.

62 Het was verbazingwekkend om te ontdekken hoe hoog het percentage was in het onderzoek van de natie. En in de... Ik geloof dat het in Ohio was dat er een onderzoek werd gedaan naar het Christendom, en het was alarmerend welk percentage zelfs niet naar de kerk ging. En dan, van degenen die naar de kerk gingen, wist rond de tachtig procent niet waarom ze gingen. Ze weten niet waarom ze gaan. Ze gaan gewoon naar de kerk.

     "Waarom gaat u?"

63 "Wel, moeder nam ons mee toen we kinderen waren, en wij blijven gewoon gaan." En dan, nu, een ander percentage daarvan zei dat ze alleen gingen om, o, om hun buren te ontmoeten en een poosje te praten. Zie?

64 Wel, het is alarmerend! Geen wonder dat het familieleven weg is, zie, elk familieleven dat niet stabiel is.

65 Elke vrouw die met een man gaat trouwen, terwijl zij niet zeker is van die man, kan hem beter laten gaan. En elke man die met een vrouw gaat trouwen, en niet zeker is, zou haar beter kunnen laten gaan. U kunt er maar beter over doorbidden, totdat God u het antwoord geeft. En laat dan, wat God samenvoegt, geen mens dat scheiden. Maar wij moeten er eerst over doorbidden. Ja.

66 Nu, wij ontdekken dat we hebben geprobeerd de wereld te bekeren door een opleidingsprogramma, en we hebben er beslist een knoeiboel van gemaakt, dat is zeker. U kunt de wereld niet door opleiding tot Christus bekeren. Opleiding trekt hem weg van God, meer dan het hem naar God toe trekt, omdat hij probeert te denken dat hij slimmer is en dat hij meer weet dan een ander. Hoe goed opleiding ook is, Christus heeft nooit aan Zijn kerk de opdracht gegeven om de wereld op te leiden. Hij heeft hen nooit opgeleid om seminaries te maken. Hij heeft nooit opgel-... O, ze zijn goed. Hij heeft hun nooit verteld ziekenhuizen te gaan bouwen. Dat is in orde.

67 Maar het werk van de gemeente is om het Evangelie te prediken. "Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie tot ieder schepsel." Zie? Maar alles wat daarvan verschilt, begint te wankelen, omdat het buiten Gods programma is.

68 Het nationale leven is onzeker. Wel, de wereld is onzeker. We leven gewoon op een plaats waar de hele wereld tot een nerveuze machteloosheid is gekomen, zo ziet het eruit, omdat alles wankelt. Iedere natie, allen, iedereen is bang voor de ander. Zij praten over vrede.

69 Er was een tijd dat men zei: "O, om de Eerste Wereldoorlog uit te vechten, moeten al onze jonge mannen daar naartoe gaan, en dat zal de oorlogen doen ophouden." Wel, de kanonnenrook was nog niet uit de lucht weggewaaid of er was alweer een andere.

70 Toen hadden ze de Volkenbond, en dat ging de wereld bewaken, en het stortte in elkaar. Nu heeft men de Verenigde Naties, en het is precies eender. Het is al in elkaar gestort. Het stelt niets voor.

71 Alles is aan het wankelen: nationaal leven, politiek leven, stemapparaten. O my! Ze zijn gewoon... De hele zaak is door elkaar geschud; alles.

72 Nu wil ik het een beetje dichterbij huis brengen. Zie? Het kerkleven is door elkaar geschud en onzeker. Nu, dat is waar Paulus over sprak. Zie? Dat is waar hij op doelde: "Als een bazuin een onzeker geluid geeft." Het kerkleven is door elkaar geschud. De mensen weten nauwelijks wat ze moeten doen. Ze gaan zwervend van kerk tot kerk om te proberen te ontdekken welke de juiste zaak heeft; van het kastje naar de muur, proberend te ontdekken wat juist is, waar de juiste leer is. En iemand komt kijken, en ze kunnen het juist uitleggen tot bijna in de puntjes van hun geloofsleer. En dan, al heel snel ontdekken ze daar zoveel bederf in, dat ze een andere kerk proberen om te zien wat hun geloofsbelijdenis is, hun leer. O, dan ontdekken we in dit alles dat we onszelf door deze dingen hebben opgebroken in honderden verschillende kerkgenootschappen. Nu, daar is niets tegen. Dat is alleen maar zodat zij vervolgens de andere dingen kunnen doen die zij doen, en er moeten ergens enige goeden uitkomen.

73 Maar, ziet u, u kunt er uw vertrouwen niet in stellen door te zeggen: "Ik behoor tot de Methodistenvereniging van kerken, en ik ben in orde omdat ik daartoe behoor. Ik behoor tot de Baptistenvereniging, en ik ben in orde." U kunt dat niet doen.

74 U kunt het zelfs niet doen wanneer u zegt dat u "tot de Pinkstervereniging van kerken behoort." U kunt dat niet doen. U moet dat niet doen, omdat het niet zo is. Wij ontdekken dat toen onze eerste Pinkstervereniging, de Algemene Raad, werd opgericht, het niet lang duurde voordat zij daar vandaan begonnen weg te trekken, en hier vandaan weg te trekken, en kwesties, en leringen. En kijk er nu eens naar, overal. Zie? Het bewijst alleen dat het onzeker is. Degenen die alleen op organisatie vertrouwen: het is onzeker.

75 Nu, u zou zeggen: "Broeder Branham, u brengt ons hier op een groot zijspoor. U schildert een verschrikkelijk donker beeld." En dat was ook mijn bedoeling. Ik wilde dat doen.

76 Ik heb het met een doel gedaan, opdat ik dit zou kunnen zeggen. Is er iets zeker? Ja. Er is één ding dat zeker is. O, ik ben daar zo blij om, dat er één ding is waar u uw vertrouwen in kunt stellen, en zeker van kunt zijn dat het juist is. O, wanneer al het andere weg is, zal Dit staande blijven. Als u wilt lezen in Mattheüs 24:35, daar zei Hij: "De hemelen en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan." God heeft een vast fundament.

77 Een oude man zei eens, een oude donkere kerel uit het zuiden. Hij droeg een Bijbel bij zich, en hij kon niet lezen. En ze zeiden: "Waarom draag je hem bij je, Sam?"

78 Hij zei: "Het is de heilige Bijbel." Zei: "Het staat erop geschreven." En hij zei: "Ik geloof het van kaft tot kaft, en ik geloof de kaft ook," zei hij, "omdat er 'Heilige Bijbel' op staat."

79 En de man die met hem sprak, zei: "Je gelooft toch niet alles wat erin staat?"

     Zei: "Ja, meneer. Dat doe ik zeker."

80 Hij zei: "Welnu, bedoel je dat je alles zou doen wat de Bijbel zei om te doen?"

     Hij zei: "Ja, meneer."

81 Zei: "Wat als de Bijbel zou zeggen dat Sam door die stenen muur daar moet springen? Wat zou je doen?"

     Hij zei: "Ik zou springen."

82 Hij zei: "Welnu, hoe kun je door de stenen muur heengaan zonder dat er een gat in is?"

83 Hij zei: "Als de Bijbel zou zeggen dat Sam moet springen, dan zou er daar een gat in zijn als Sam daar komt." Dus, dat, dat is ongeveer juist. Er zou daar een gat zijn.

84 Het enige wat u moet doen, is uw standpunt innemen op Gods Woord, en God zal een weg banen voor het overige. O, dat grote fundament.

85 Ik geloof dat Hij zei, ik geloof dat het in Lukas was – toen Hij van de berg af kwam – dat Hij tot de discipelen zei: "Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen ben?"

     En één zei: "Jeremias" en "de profeten", enzovoort.

     En Hij zei: "Maar wie zegt u dat Ik ben?"

86 Toen deed Petrus die opmerkelijke uitspraak: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God."

87 Hij zei: "Zalig zijt gij, Simon, Bar-Jona! want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is, heeft dit aan u geopenbaard. En op deze rots zal ik Mijn gemeente bouwen; en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen." [Mattheüs 16:13-18 – Vert]

88 Wat is het dan? Op de geopenbaarde waarheid van Gods Woord. Want "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond." En het werd aan Petrus geopenbaard dat dat Gods betuigde Woord was. Amen.

89 Dat is waarom Hij kon zeggen: "Wie kan Mij veroordelen vanwege zonde? Wie kan Mij aanklagen? Alles wat het Woord over Mij geschreven heeft, heb Ik uitgevoerd." God had betuigd dat Hij het Woord was. O, dat is het. God gemanifesteerd. Het Woord zegt het, en dan maakt God het werkelijk, doet het gebeuren, toont het.

90 Jaren geleden, toen zij tegen de kerk zeiden: "Er bestaat niet zoiets als de doop van de Heilige Geest. Dat is slechts een emotie waar mensen zichzelf ingewerkt hebben." Maar degenen die het ontvingen, wisten dat dat de waarheid was. Zij wisten dat God echt was. En het is bewezen dat de Pinksterbeweging van God vandaag door de naties heen er meer tot Christus heeft gebracht dan al de andere bij elkaar.

91 "Onze Sunday Visitor", niet lang geleden, de katholieke krant, zei, ik geloof dat het twee jaar geleden was, of vorig jaar, dat "de Katholieke kerk slechts een half miljoen bekeerlingen in haar registers heeft bijgeschreven, terwijl de Pinkstermensen er anderhalf miljoen ingeschreven hebben." Amen.

92 Wat is het? Het is iets wat groeit, Gods Woord dat zich verspreidt. Wat zouden wij dankbaar moeten zijn! Het is zoveel, dat nu zelfs de Anglicanen, de Presbyterianen, Lutheranen en allen komen om er een deel van te halen. U merkt het op in de samenkomst van de Zakenlieden, u hoort hen spreken over verschillenden: de Anglicanen, Lutheranen, Presbyterianen. Nu, u hoort zelden van iemand uit Pinksteren die nog wel eens iets doet. Dat is juist. Het zijn al de anderen. Waarom? Zij hebben de zwakte van hun geloofsbelijdenissen ingezien, en zij zijn tot het Woord teruggekeerd. Daar vindt u een fundament, iets wat niet bewogen kan worden.

93 Daarin vindt u de Heilige Geest Die Zijn leven leeft in menselijke wezens, Die Zichzelf manifesteert aan de wereld. En het maakt dat mensen naar Hem dorsten: onwankelbaar, onweerlegbaar, het Woord van God dat zich manifesteert en zichzelf toont, het Woord zelf dat uitgedrukt wordt door het menselijk leven. Wat een wonderbaar iets! Daar is niets onzekers aan. U kunt zien waar God een belofte heeft gedaan, en hier wordt het gemanifesteerd. Honderden jaren geleden hebben de profeten ervan gesproken, en hier zien we het in vervulling gaan.

94 Ondanks de kritiek, ondanks de verschillen, ondanks de geloofsbelijdenissen, hoe zij geprobeerd hebben dat Woord van God eruit te werken! Hoe zij hebben geprobeerd het door opleiding te vervangen. Zij hebben geprobeerd het te vervangen door een denominatie te maken. Ze hebben zichzelf in verwarring gebracht. En ondanks dit alles staat het Woord van God er nog even helder en stralend bij als ooit tevoren. Wat is het? Het is datgene wat zeker is. God zei: "Zowel hemelen als aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen niet voorbijgaan." Dan is dat iets wat zeker is. U wilt uzelf verankeren. Veranker dat Woord in uw hart.

95 David zei dat hij het in zijn hart verborgen had, opdat hij niet zou zondigen. Hij schreef Zijn wetten op de bedstijl, en bond ze aan zijn handen en overal, plaatste Zijn Woord voortdurend voor zich. Dat is de manier. Houd uw gedachten voortdurend...

96 God zei tegen Jozua: "Wijk daarvan niet, ter rechter- noch ter linkerhand. Dan zult gij uw wegen voorspoedig maken. Dan zult u goed succes hebben."

97 En wanneer de gemeente zich geheel verenigt – bij haar belijdenissen vandaan – en op het Woord van God gaat staan, dan zal de gemeente voorspoed hebben. Dat is wat het communisme eruit zal schoppen.

98 Wat veroorzaakte communisme, deze zaak? U denkt "communisme", omdat het hun propaganda aan het verspreiden is, en het halsoverkop groeit, bij de miljoenen, en de mensen zijn er bang voor. Dit communisme zal verzwakken en sterven. Het kan niet anders. Communisme, zij mogen dit doen, zij mogen dat doen. Ik geloof dat God het evenwel zal gebruiken, dat is juist, net zoals Hij deed met Nebukadnezar. Hij zal al het onkruid uitroeien, het wegdoen, door communisme. Daar zullen we het nu bij laten. Maar, kijk. Maar het communisme op zich zal een einde hebben. Communisme zal tot een einde komen.

99 Maar het Woord van God heeft geen einde, omdat het geen begin had. Amen. Het is eeuwig met God. En als u verankerd bent, en het Woord in u verankerd is, bent u eeuwig met het Woord. Amen.

100 Het moet tot zijn einde komen. Al deze dingen zijn aan het wankelen. Het maakt niet uit hoe groot men een pilaar bouwt, hij moet neervallen. Alle dingen die niet van dat Woord zijn, die er tegen of er mee in tegenspraak zijn, zullen moeten gaan. Het zal moeten wijken, omdat het Woord triomfantelijk komt. Er is niets wat het kan stoppen. Want God heeft het gezegd.

101 Wanneer Hij het spreekt – hemelen en aarde zullen voorbijgaan – maar dat zal nooit voorbijgaan. Verberg dat Woord in uw hart, zo moet u dat Woord nemen en laten groeien. Bewaar het altijd in uw gedachten, omdat het nooit zal falen. Gods Woord zal nooit falen, omdat Hij zei dat het niet zou falen. Daarom willen we daarbij blijven.

102 Nu, Paulus vergeleek het in de Schriften met een soldaat die getraind wordt, een soldaat die een klank leert. Nu, een soldaat moet de klanken van zijn... van de bugel of de trompet leren kennen. Hij weet niet, als de trompet blaast, of hij moet aanvallen of terugtrekken. Als hij het verschil niet kent, wat voor een verward leger zou je krijgen? De vijand zou zeker de overwinning hebben over een stel soldaten dat niet beter getraind was dan dat. Amen.

103 Dat is wat er tegenwoordig mis is met onze kerken. Wij hebben ze op geloofsbelijdenissen getraind, die met elkaar verschillen.

104 We moeten verenigd worden. We moeten een bazuin kunnen herkennen. "Welke bazuin dan?" zeggen ze. De Evangeliebazuin, dat is het. Het Woord van de levende God is de bazuin. Meng er niets mee.

105 Laat niet de een op een Franse harp spelen en de ander op een bugel blazen. Dan weet niemand wat hij moet doen. Het brengt verwarring.

106 En Paulus sprak over het trainen van een man op een geluid. En precies zoals dat geluid is, weet hij exact wat hij moet doen, omdat de bugelblazer zijn bevelen van de hoofdkapitein heeft ontvangen. En wanneer hij op deze bazuin blaast, weet het leger precies op welke plaats ze moeten aanvallen, of waarheen ze moeten terugtrekken, en of ze naar links of naar rechts moeten keren, of wat zij moeten doen, naar gelang het geluid van de bazuin.

107 Nu, een leger, oorlog; het is altijd oorlog geweest. We hebben ons nooit bij de gemeente gevoegd, of zijn in de gemeente gekomen om naar een picknick te gaan. We moeten beseffen dat we naar een gevechtsterrein toe komen.

108 Ik kom nooit opdat de mensen mij op de rug zullen kloppen en zeggen: "Broeder Branham, u bent een wonderbare persoon." Beslist niet. Ik kom daar met een schild aan. Daarvoor heb ik geen schild nodig. Ik kom met een helm en een wapenrusting. Ik kom om te vechten, om voor elke centimeter te vechten.

109 God zei tegen Jozua: "Elke plaats waar u uw voet zet, geef Ik u." Dus, voetstappen betekenden bezitting.

110 En wanneer de kerk tot een plaats komt dat het een compromis sluit met belijdenissen, en een compromis sluit met het Woord, en een compromis sluit met de wereld, bedoel ik, dan verliest ze terrein. Ze verzwakt.

111 Wat wij vanavond nodig hebben, zijn soldaten die elke Goddelijke belofte van deze Bijbel die God aan de gemeente beloofd heeft in bezit nemen, de hele wapenrusting Gods, om stand te houden. Dat is wat wij nodig hebben: soldaten; niet een uniform gaan halen voor een militaire parade; het is altijd anders. Wanneer iemand...

112 Elke natie, in elke natie hebben we spionnen. Wij hebben Duitse spionnen hier. Wij hebben Engelse spionnen hier. Wij hebben spionnen daarginds in Engeland. Wat proberen ze te doen? Ze proberen te ontdekken welk soort materiaal, welk soort bom de ander heeft. De FBI heeft zich in bijna elke natie gevestigd. Ze letten op, kijken. Dat is hoe ze overleven. Ze letten op en zien wat voor soort bom de ander krijgt. Dan komen ze eraan en maken hem iets beter, of maken iets om hem tegen te houden. Ze vertrouwen elkaar niet, in de naties, en dat laat zien dat de naties aan het wankelen zijn. Wel, Engeland zou ons in een uur opblazen als wij hun pad zouden kruisen, of wij zouden hen opblazen. Alles wat nodig is, is dat iemand aan het hoofd daarvan een drankje of twee teveel op heeft, of ruzie maakt met iemand, en daar gaat het.

113 Hier niet zo lang geleden, tijdens de oorlog, als er op een klein artikel "Made in Japan" stond, dan zouden ze het op de vloer gooien, en patriottisch heen en weer lopen. En nu moet u er een hogere prijs voor betalen dan voor alles wat u in het land kunt kopen. Wat is er gebeurd? Kan dat de levens van die jongemannen die daarginds stierven compenseren? Zeker niet.

114 Wat is het? Het interesseert mij niet hoeveel u voor de materiële dingen vecht; als u sterft, betekent het niets. Het zal wankelen. Maar er is een strijd waarin u betrokken kunt worden en terrein kunt winnen dat nooit van u afgenomen kan worden. Dat is het Evangeliegeluid van de bazuin van Gods Woord, dat de gaven en beloften in bezit heeft genomen die Hij aan de gemeente gegeven heeft. Zo is het beslist. Nu, wij ontdekken dat deze bazuinklank wordt gegeven.

115 Nu, elke natie probeert zijn jongemannen te bewapenen met de allerbeste verdediging die ze maar kunnen hebben. Nu weet ik dat deze uitrustingen soms niet zo gemakkelijk zijn om te dragen.

116 Ik had een broeder, "Rookie" noemden zij hem, die daarheen ging, en het leger gaf hem een rugzak van 45 kilo. En dat was niet ver van zijn eigen gewicht. Ze gaven hem een schop om een gat in de grond te graven; een geweer, en een heleboel handgranaten. En, o, ik heb nog nooit zo'n rugzak gezien! De arme kleine kerel kon zich nauwelijks bewegen. En zij lieten hem een weg afleggen van acht kilometer. Het doodde hem bijna. Hij vroeg: "Waar is deze onzin voor nodig? Waarom heb ik deze vreselijk grote helm nodig?" Nu, kijk. Het leger weet dat hij dat op een dag nodig zal hebben. "Waarom moet ik met een schop hier op de grote weg lopen?" U kunt er maar beter aan wennen om die te gebruiken. U zou hem nodig kunnen hebben.

117 De regering zal niets verstrekken tenzij u weet dat zij weten dat u het zult moeten gebruiken. U moet daarvoor trainen. Zij vinden de beste dingen die zij kunnen vinden om u te beschermen, omdat zij in de natie geïnteresseerd zijn. Ze zijn erin geïnteresseerd om u zo goed mogelijk tegen de kogels te beschermen. Het is altijd zo geweest.

118 Het begon in de hof van Eden. En God traint Zijn gemeente. En de...

119 U weet dat we altijd vooruitgang moeten boeken. Nu, de oude vliegtuigen die wij vroeger tijdens de Eerste Wereldoorlog of de Tweede Wereldoorlog gebruikten, wel deze kleine gevechtsvliegtuigen in de lucht werden helemaal voorbijgestreefd toen zij deze mooie grote supervliegtuigen die ze hadden de lucht in stuurden. Wel, toen betekenden ze niets meer. En nu, die zij pas in deze laatste oorlog gebruikten, zijn nu verouderd. Ze hebben ze niet meer nodig. Ze hebben straaljagers. En kijk, men probeert altijd te verbeteren, de dingen die ons verdedigen te verbeteren.

120 Maar weet u wat? God hoeft Zich niet te verbeteren. God gaf Zijn kinderen, Zijn soldaten, het allerbeste wat aan hen gegeven kon worden. Toen Hij het aan hen gaf, wat gaf Hij hun? Hij gaf hun Zijn Woord in de hof van Eden, en de mens moest zich achter het Woord van God versterken, zo kon geen duivel hem pakken. Blijf in het Woord.

121 Nu, de vijandelijke spion, Satan, probeerde te ontdekken wat hij kon doen om daar in te breken. En hij wist dat hij niet gewoon te voorschijn kon komen om haar te overbluffen; daarom was het enige wat hij kon doen haar te laten redeneren. En wat God vandaag gebruikt om Zijn gemeente te versterken, is Zijn Woord. En Satan komt langs met de kracht van redenatie. Satan wist dat dat de zwakke plek was. Dat was de plaats waar mensen het gemakkelijkst gebroken konden worden, door redenatie.

122 U zegt: "Nu, laat mij even met u overleggen. Is het wel noodzakelijk?"

123 Als God zegt dat het noodzakelijk is, is het noodzakelijk; of wij nu moeten huilen en snikken, en al dit soort dingen. Als God zegt dat de doop van de Heilige Geest nodig is, maakt het mij niets uit hoe moeilijk het is, en hoeveel van de wereld u moet opgeven. U zult het een dezer dagen moeten gebruiken om in leven te blijven. De enige manier van overleven.

124 "Welnu, zouden we Goddelijke genezing in praktijk moeten brengen, terwijl we de beste dokters ter wereld hebben?"

125 God heeft u Goddelijke genezing gegeven omdat Hij weet dat u het moet gebruiken. Hij gaf u de gaven van de Geest.

126 En zodra Satan bij Eva in de buurt kwam, begon hij met haar te redeneren. Nu, "Zeker, zeker, God zou dat niet doen."

127 De mensen zeggen vandaag: "Er is niet zoiets als de hel." Velen vertellen u dat. Zie? "O, zeker zou God Zijn kinderen niet verbranden."

128 Zeker verbrandt Hij Zijn kinderen niet. Maar de duivel wel de zijnen. Wiens kind bent u? Dat is het volgende. De hel werd geschapen voor de duivel en zijn kinderen, niet voor Gods kinderen. Niet een van hen zal daar heengaan. Dat is juist. Het hangt ervan af wiens kind u bent.

129 Nu, God gaf Zijn Woord aan Eva en Adam, en Hij heeft het nooit veranderd. Hij had altijd... De Christen, of de gelovige, zijn verdediging is het Woord.

130 Hemelen en aarde zullen voorbijgaan. Elke geloofsbelijdenis zal voorbijgaan. Elke denominatie zal falen. Elke natie zal zinken. Maar Gods Woord zal standhouden tot in eeuwigheid. Er zal een tijd komen wanneer de morgenster niet meer zal schijnen. Er zal een tijd zijn dat de zon niet meer zal schijnen, en de maan niet meer zal schijnen, en de wereld in haar baan zal draaien.

131 Maar Gods Woord zal voor altijd hetzelfde blijven. Ja. Dat is iets wat niet bewogen kan worden, iets waarop u kunt steunen. Het is zeker. Als God iets zegt, is het zeker dat het gebeurt.

132 Toen Hij in de hof van Eden over een Verlosser sprak, dat Hij de Messias zou zenden, moest het zeker komen. Alhoewel zij vierduizend jaar moesten wachten, kwam Hij daar. Hij moest komen omdat het een beloofd Woord van God was.

133 God heeft beloofd om Hem terug te sturen. Hij zal hier zijn. Het maakt mij niet uit hoeveel ongelovigen en sceptici zullen opstaan, wat zij ook doen, hoezeer het communisme zich verspreidt. Jezus Christus zal komen en zal een gemeente krijgen die in het bloed gewassen is, en zal haar op een reis door de lucht meenemen naar de hemel. Waarom? Het zal zeker zo zijn. Gods Woord heeft het gezegd.

134 "Indien gij kunt geloven, zijn alle dingen mogelijk." Dat is zeker. God zei het, en het kan niet van positie veranderen, het kan niet aan het wankelen gebracht worden. God zei het, als u er nu maar gewoon bij blijft. En heb er geloof in, geloof het.

135 Het is geen onzeker geluid. God kan geen onzeker geluid geven. Geloofsbelijdenissen kunnen een onzeker geluid geven. Denominaties kunnen een onzeker geluid prediken. Maar God kan geen onzeker geluid uitbrengen. En dit Woord is God. En daar is geen onzekerheid over. Het is in alle opzichten zeker.

136 Nu, de grote gemeente is bewapend door het Woord. Nu, toen Jezus kwam, gebruikte Hij toen dezelfde wapenrusting? Dat deed Hij zeker.

137 Toen Satan tot Hem kwam in al zijn kracht, en zei: "Als u de Zoon van God bent, doe deze en die bepaalde dingen";

138 Toen zei Hij: "Er staat geschreven..." Rechtstreeks terug naar het Woord. Satan stelde Hem iets zwaarder op de proef. Maar Jezus kwam rechtstreeks met het Woord: "Er staat geschreven..."

139 Daar bleef Hij bij, bij dat Woord, het aan ons tonend als een voorbeeld. Zoals Hij zei in I Korinthe, het eerste... Johannes 14:13: "Ik heb u een voorbeeld gegeven." En dat is een voorbeeld dat wij nadrukkelijk zouden moeten navolgen; wij zouden ons vertrouwen volkomen op het Woord van God moeten stellen. Laat al het overige een leugen zijn. [Leeg gedeelte op de band – Vert]

140 Dat is één ding dat zeker is. God heeft de belofte gedaan. God zal de belofte houden. Ze zeggen: "Hoe kan dit gebeuren? Hoe kan Hij een groep mensen samen krijgen met opnamegenade om omhoog te gaan?" Ik weet niet hoe Hij het zal doen. Het is niet mijn zaak om te vragen hoe Hij het zal doen. Het is mijn zaak om er gereed voor te zijn. Hij heeft het beloofd. Het zal gebeuren. Hij versterkte Zijn gemeente door het Woord.

141 En het eerste was redenering. Nu zeggen ze: "Zou het nu niet redelijk zijn als ik tot deze kerk behoor, is die niet even goed als die kerk?"

142 Er is maar één kerk waartoe u kunt behoren. Daar zult u zich nooit bij voegen. U mag misschien tot de loge toetreden: de methodistenloge, en een presbyteriaanse loge, en de baptistenloge, en de pinksterloge. Maar u wordt geboren in de gemeente van Jezus Christus; dus, dáár is de kerk.

143 Dit zijn loges waar mensen samenkomen, zoals kraaien die op de ene tak, en duiven die op de andere tak zitten, enzovoort. Dat is de gemeenschap die je samen hebt als je hetzelfde voedsel eet.

144 Maar als het komt tot de gemeente van Jezus Christus is er maar één weg. Dat is geboorte. Geboorte!

145 Het is net als een persoon – zoals ik vaak heb gezegd – als een merel die op een tak zit, proberend pauwenveren in zijn vleugels te steken, en zegt: "Ziet u, ik ben een pauw die rond paradeert." Zie? Hij stak die veren er zelf in. Als hij een echte pauw was, zou zijn natuur dat soort veren produceren.

146 Als de gemeente van de levende God de gemeente van de levende God is, zal zij het Woord van de levende God te voorschijn brengen. U hoeft nergens pauwenveren aan toe te voegen. En elke veer daarin zal van de pauw zelf zijn. Dat kunt u aannemen. En elke veer die in de gemeente van God hoort, zal het Woord van God zijn. Hij zal nooit iets anders injecteren dan het Woord. Amen. Omdat de natuur van de Geest alleen het Woord produceert. Amen. Ik begin mij religieus te voelen. Juist.

147 Niet iets wat u kunt proberen, niets wat u kunt produceren. U kunt niet produceren. U kunt redding niet produceren. U kunt de gaven niet produceren. U moet de gaven dragen. Zeker. Zie? Het schaap doet dat niet, hij produceert geen wol. Hij hééft wol omdat hij een schaap is. Hij draagt gewoon wol. De kersenboom produceert geen kersen. Hij draagt gewoon kersen, omdat het leven daarvan zo is.

148 En de gemeente van de levende God injecteert dit niet door te proberen zichzelf eruit te laten zien als iets. Ze zijn reeds wat ze zijn door de genade Gods. En het Woord van God heeft Zich met hen verenigd, en zij zijn met het Woord verenigd. En de werken die werden voortgebracht in die Volmaakte, Jezus Christus, God gemanifesteerd in vlees, zullen zich manifesteren door elke wedergeboren gelovige. Hij zei het. Amen. Niets anders. Nu, dat is iets wat zeker is.

149 Nu, het zou een beetje verwarrend zijn voor een man als hij nog nooit de echte klank van de bazuin had gekend. Nu, de man die nooit voor de bazuin is getraind, en hem nooit heeft gehoord, wel, hij zou een beetje verward kunnen zijn wanneer hij een klank hoort die anders klinkt dan wat hij heeft gehoord. Hij heeft altijd gehoord: "Treed toe tot de kerk. Breng uw papieren hierheen en hierheen." Dat zou in orde kunnen zijn. Dat is alles wat hij weet.

150 Maar dan, als u terugkomt op de doop van de Heilige Geest, spreekt over de kracht van God en de dingen die Hij doet; en hoe het maakt dat zowel de vrouwen als de mannen zich reinigen van een leven van zonde; hoe het hen doet wandelen op een godvrezende en eerlijke manier. En de dingen die het doet: het brengt de doop voort, spreken in tongen, het genezen van de zieken, het uitwerpen van duivels, profeteren, gaven, o, visioenen, alles in de gemeente. Halleluja! Dat is juist. Als het weerklinkt, dan is het een beetje verwarrend voor degenen die nog nooit zo'n soort bazuin hebben gehoord.

151 "Wel," zegt u, "mijn kerk leert dat niet." Dan blaast die niet de Evangeliebazuin. Glorie! Juist.

152 Maar voor die getrainde soldaten, halleluja, wanneer zij die bazuin horen klinken, dan weten ze hoe ze in het gelid moeten staan. "Voorwaarts, Christenstrijders!" Glorie! O, dat is zeker!

     "Hoe weet u dat het zeker is?"

     Het is op het Woord.

     "Wel," zegt u, "onze kerk leert dat niet."

153 Maar de bazuin blaast het. Ik wil niet voor een kerkbelijdenis getraind worden, omdat die zal wankelen en vallen. Maar als u voor het Woord getraind bent: hemelen en aarde zullen voorbijgaan, maar dit Woord zal nimmer voorbijgaan. Elke geloofsbelijdenis, al het andere zal vallen. Maar dit Woord zal nooit falen. Amen. Dat is de klank. Dat is de klank die ik horen wil. Jazeker.

     "O," zegt u, "hoe weet ik dat?"

154 Jezus zei: "Mijn schapen horen Mijn klank. Zij kennen Mijn bazuin." Hij zei in Johannes, het veertiende hoofdstuk en het twaalfde vers: "Die in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen." Nu, Hij zei dat.

     Als iemand zegt: "Wel?"

155 Hebreeën 13:8 zei: "Jezus Christus is Dezelfde gisteren, vandaag, en voor eeuwig."

     "O," zeggen ze, "op een bepaalde manier."

156 Nu, een echt schaap zal zeggen: "Uh, oh. O, iets snerpte daarin. Dat klonk niet juist. O, dat moet een Franse hoorn zijn geweest. Dat was geen bazuin, want de Bijbel geeft geen onzeker geluid."

157 Er staat: "U zult de Heilige Geest ontvangen." Niet: "U zult misschien." "U zult, iedereen." Hoelang? "Voor uw kinderen, en voor de kinderen van uw kinderen, en degenen die veraf zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal." Het zal de bazuin doen klinken bij ieder ras en in iedere generatie, en zij zullen Zijn stem horen. Zij zullen het geloven, degenen die verordineerd zijn tot leven. Amen. Zij zullen het geloven, omdat zij weten dat het de Evangeliebazuin is die klinkt. Het is niet onzeker. Elke soldaat weet zijn plaats.

158 Nu, u zag Petrus en Johannes, Jakobus, en de vroegere kerk op deze manier voorwaarts marcheren, omdat de bazuin, Jezus, zei: "Gaat heen in de gehele wereld, en predikt het Evangelie." Markus 16, ziet u: "Deze tekenen zullen hen volgen die geloven." Wij zien Petrus, Jakobus, Johannes en de overigen van hen zich opstellen en daarheen marcheren.

159 En keren wij ons een andere kant op, daarbij vandaan? Gaat er een voorwaarts, en een ander achterwaarts? Iemand die zegt: "Wel, dat was voor iemand anders. Dat, die klank, was voor iemand anders." O, nee. Dat kan het niet zijn.

160 Het hele christelijke leger hoort de bazuin. God zei dat dat de bazuin was. Hij kan het niet veranderen. Dat is het geluid waarvan Hij zei dat het zou klinken. "Dit zullen alle mensen weten", en weg gaat de gemeente.

161 Sommigen geloven niet in Zijn letterlijke komst. De Bijbel heeft gezegd dat Hij zal komen, daarom kijken wij uit naar Zijn komst. Als Hij hier vanavond niet is, zullen we uitkijken in de morgen. Als Hij hier in de morgen niet is, zullen we morgenavond naar Hem uitkijken. En wij zullen blijven uitkijken. Als wij ontslapen, of als wij niet tevergeefs zijn bezweken. "Want de bazuin Gods zal die laatste bazuin doen bazuinen, en de doden in Christus zullen opstaan. Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden, de Here tegemoet in de lucht, om voor eeuwig aldaar te zijn." Dat is het geluid van de bazuin. Of ik leef of dat ik gestorven ben, het maakt niet uit. Ik zal het geluid horen. Ik zal opstaan. Glorie aan God! Opstaan, O ja. Ja.

162 Jezus zei: "Mijn schapen horen Mijn stem." Hij was het gemanifesteerde Woord. Toen de... Dat is hoe Zijn schapen Hem kennen.

163 Nu, kijk naar de Farizeeën en anderen in die dag. "O," zeiden ze, "deze Man is Beëlzebul." Toen Hij de vrouw bij de bron vertelde waar... over haar zonden, haar echtgenoten die zij had; toen Hij Nathanaël vertelde waar hij was, onder de boom waar Filippus hem riep, daar biddend onder de vijgenboom. Nu, de leraars van die dag zeiden: "Deze Man is Beëlzebul. Hij is een duivel. Hij is een waarzegger."

164 Maar dat was niet zo met Petrus, Jakobus, en Johannes, en de overigen. Zij wisten het. Waarom? Ze wisten dat God had gezegd, dat wanneer de Messias zou komen – door de geïnspireerde stem van Mozes – Hij een profeet zou zijn. En toen ze zagen dat de dingen die Hij gezegd had, gemanifesteerd werden en volmaakt gedaan, wisten ze dat dat schapenvoedsel was. Ze wisten dat dat de bazuin was. En ze begonnen het te volgen. "Mijn schapen begrijpen het", omdat ze het Woord van God gemanifesteerd zagen worden.

165 Nu, de mensen vandaag geloven niet dat er zoiets is als de doop van de Heilige Geest. Ze komen hier of ergens binnen waar ze de Heilige Geest hebben, en ze zien de belofte van God die helemaal precies vervuld wordt, omdat "Mijn schapen Mijn stem horen". Zij kennen de klank van die bazuin omdat het de Bijbel is. "Jezus Christus Dezelfde gisteren, vandaag en voor eeuwig." Hij is nog steeds Hebreeën 13:8; precies.

166 Het kan me niets schelen, nu, het maakt geen enkel verschil hoeveel kerkhoorns er blazen. We hebben een heleboel kerktoeterhoorns, weet u, die van alles rond toeteren en zeggen: "O, de dagen van wonderen zijn voorbij. Er is niet zoiets als Goddelijke genezing."

167 O, de echte schapen schenken daar geen aandacht aan. Maar ze luisteren om die bazuin te horen, dat zekere geluid.

168 De kerkhoorn kan van alles rondbazuinen. U mag... Kijk wat ze vandaag hebben, de kerkhoorns. De ene loopt deze kant op, en de ander loopt die kant op. En de duivel zit achterover en zegt: "Tjonge, ze vechten gewoon met elkaar. Dat is alles. Ik hoef zelfs mijn hand niet uit te steken."

169 Maar, broeder, laten ze zich eens allemaal bewapenen, en terugkomen tot de bevelen van hogerhand. O my! Dan gaat u een "Voorwaarts Christenstrijders" zien, juist, niet luisterend naar de hoorns, maar luisterend naar de bazuin.

170 Laten we even een moment stoppen en teruggaan, en nu naar een paar mensen kijken. We staan op het punt te sluiten, omdat ik u hier niet zolang wil houden. Maar laten we teruggaan en naar sommigen kijken die dit geluid hoorden. Laten we nemen... En zij waren zeker. Nu, ik heb u aangetoond dat al het andere onzeker is. Laten we even één oud karakter nemen.

171 Laten we de profeet Job nemen. Nu, die man ging door een beproeving, maar hij wist dat God een brandoffer vereiste. Dat is wat God vereiste, en dat was alles wat Hij vereiste. En ongeacht hoeveel rampen zijn huis troffen... God doet niet altijd...

172 Wanneer u iets verkeerd ziet gaan voor iemand, dan betekent dat niet dat hij door God geslagen wordt. Het hoeft niet zo te zijn dat hij uit de wil van God is. Hij weet in zijn hart of hij naar de bazuin luistert of niet.

173 God vereiste dit brandoffer, en Job bleef daar standvastig op staan. Dat is alles. Ze zeiden: "Job, je bent een geheime zondaar. Je hebt iets verkeerds gedaan." Maar hij wist beter. Hij bleef precies daar, omdat hij het geluid van de bazuin had gehoord, en hij bleef er precies bij.

174 En tenslotte, op het allerlaatste moment, toen hij was... De duivel was op hem losgelaten en had zijn gezin genomen, en hij had zijn kinderen genomen, zijn kamelen genomen, en al zijn rijkdom genomen, en hem zijn eigen gezondheid afgenomen. Hij zat op de ashoop. Het zag eruit alsof alles verloren was. Maar hij zei nog steeds: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft. In de laatste dagen zal Hij op de aarde staan. Alhoewel de huidwormen dit lichaam vernietigen, toch zal ik in mijn vlees God zien." Daar was niets onzekers aan, is het niet? Niet: "Ik-ik-ik-ik denk wel dat Hij leeft." Hij zei: "Ik weet dat Hij leeft, en Hij zal in de laatste dagen op de aarde staan. Alhoewel de huidwormen dit lichaam vernietigen, toch zal ik in mijn vlees God zien." O my! Het gebeurde. Hij was heel zeker.

175 Abraham, die op een dag ergens op het veld wandelde, hoorde God zeggen: "Abraham, Ik ga..." Hij ontmoette Abraham vóór het geschreven Woord, en Hij zei: "Abraham, Ik ga u een zoon geven door uw vrouw, Sara." En zij was toen vijfenzestig jaar oud, en Abraham vijfenzeventig. En ze maakten zich er klaar voor, en hij was niet beschaamd om te getuigen. Hij wist dat hij de zoon zou krijgen.

176 En de Bijbel zegt: "Hij twijfelde niet aan de belofte van God door ongeloof, maar was volledig overtuigd." Amen. Volledig overtuigd, dat betekent dat hij het ultimatum heeft bereikt. Dat is het. Het ultimatum is het einde van de weg. Het is het laatste. Het is alles.

     Hij zei: "Ik ben er volledig van overtuigd dat God in staat is om uit te voeren wat Hij heeft beloofd."

177 Bent u vanavond, bent u volledig overtuigd dat dit de Heilige Geest is? Bent u er volledig van overtuigd dat dit de weg is? Bent u er volledig van overtuigd dat Hij een Geneesheer is? Bent u er volledig van overtuigd dat Hij opnieuw zal komen? Bent u er volledig van overtuigd dat Hij Dezelfde is gisteren, vandaag, en voor eeuwig? [De samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Amen. Volledig overtuigd! Ja.

178 Laten we een ander naar voren brengen, Elia, die daar bovenop de berg staat. Hij had ruzie gemaakt met Izebel met haar opgemaakte gezicht, en hij begon er een beetje moe van te worden. Over al die vrouwen die de vrouw van de president nadoen, met misschien van die waterhoofdkapsels of wat zij ook in die dag hadden. Hij was er zoveel tegenin gegaan dat het hem bijna gedeprimeerd had gemaakt.

179 Onmiddellijk zei God tegen hem: "Ga daarheen. Je weet dat het hier ongeveer twee of drie dagen per week regent. Maar je moet voor Achab gaan staan en tegen hem zeggen: 'ZO SPREEKT DE HERE. De dauw zal niet van de hemel vallen totdat ik erom roep.'" O my!

180 Hij zei niet: "Nu, Achab, misschien, het kan zijn dat het op die manier zal uitwerken." O, nee. Hij was volledig overtuigd, geen enkele onzekerheid. "De dauw zal niet vallen, de regen zal niet komen, totdat ik erom roep." Amen. Glorie! O, waarom? Hij had de bazuin gehoord. Het was zeker. Hij kende zijn God. Hij wist iets. Toen God dat woord sprak, hadden alle hemelen en aarde wel voorbij kunnen gaan, maar het zou gebeuren. Het zou moeten gebeuren. Hij was stellig overtuigd.

181 Nu, Hij zei: "Elia, Ik wil dat je daar naar de droogste plaats van het land gaat, helemaal bovenop de berg waar geen bronnen zijn. Maar Ik heb er een voor jou daarboven."

182 Hij was volledig overtuigd. Hij klom de berg op en ging zitten bij de beek Krith. "En nu, wat ga ik hierboven doen?"

     "Ik heb de raven reeds bevolen je te voeden."

183 "Nu, hoe gaan die raven... Nu, een ogenblikje, Heer"? Nee, nee. De bazuin had geklonken. Dat was genoeg. Hoe gaat het gebeuren? "Dat weet ik niet. Het maakt mij niet uit. Zie? Het is niet voor mij om me er zorgen over te maken. Dat is Gods zaak. Hij zei dat Hij de raven had bevolen."

184 "Wel, Heer, zou U het alstublieft aan mij willen uitleggen en mij vertellen waar die... naar welke school de raven zijn geweest om Hebreeuws te leren spreken? Wat voor soort... Koken ze op gasbranders, of hebben ze een houtvuur, of hoe doen ze het? En waar zullen ze... Welke diersoort zullen ze doden? Het zijn maar kleine vogels. Hoe gaan ze een rund voor mij doden, om mij een boterham met rosbief te brengen?" Zie? Zie? Daar werd niet naar gevraagd.

185 God, de bazuin van God, Zijn stem had geklonken en gezegd: "Ik heb!" Niet: "Elia, Ik ga het misschien doen"; "Ik heb het gedaan. Ik zal het doen. Ik heb het reeds gedaan." Amen.

186 Dat is onze God vanavond. Niet: "Hij zal het doen." Hij heeft het reeds gedaan. Amen. Hij heeft het reeds gedaan. Amen. Niet: "Hij zal; Hij zal misschien; Hij zal waarschijnlijk." Hij heeft het reeds gedaan. "Ik heb de raven bevolen."

187 Hij gaf Zijn Geest bevel naar alle mensen toe te gaan. Hij heeft Zijn zegeningen bevolen. Hij is ten hemel opgevaren en gaf gaven aan de mensen. Iemand gaat het ontvangen. Iemand zal het afwijzen. Het is niet mijn zaak hoe het komt. Het gaat er alleen om dat het er komt. God zei dat het zo zou zijn, en het is zo. Petrus zei op de Pinksterdag: "Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen." Hoe zal dat komen? Dat weet ik niet. "U komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen die daar verre zijn, zovelen als er de Heere, onze God, toe roepen zal." [Handelingen 2:38 en 39 – Vert] Nu, u kunt dat niet weg verklaren. De bazuin heeft geklonken, en ik geloof het. Ik heb het gehoorzaamd en het ontvangen. Amen. Nu, probeer mij er maar eens uit te argumenteren. Amen. O, ik ben niet perfect. Nee.

188 Zoals die avond de oude kleurlingenzuster zei: "Oudste, mag ik een getuigenis geven?"

     "Ja, zuster."

189 Ze zei: "Ik wil dit ene ding zeggen." Ze zei: "Ik-ik ben niet wat ik wil zijn." En ze zei: "Ik ben niet wat ik behoor te zijn. Maar er is één ding dat weet ik, ik ben niet meer wat ik vroeger gewoon was te zijn."

190 Dus, dat, dat is hoe wij ons er nu over voelen. Ik ben niet wat ik vroeger was, omdat ik vanavond gered ben door de genade van God, en de doop van de Heilige Geest heb ontvangen, omdat dat de opdracht was. Het werd uitgestort op de dag van Pinksteren, de belofte werd gegeven, en ik geloofde het. Niets onzekers. Ik hoorde het geluid. Ik gehoorzaamde het, en ik ben er zeker van dat dat het is. Zeker. Ik weet het zeker. Beslist.

191 Simeon, een oude wijze man van ongeveer tachtig jaar oud, die honderden jaren nadat er een profeet op aarde was geweest rondwandelde met een zeer goede reputatie. De Heilige Geest had op een dag tot hem gesproken en gezegd: "Simeon, weet je, je zult niet sterven totdat je het heil des Heren hebt gezien." Glorie!

192 Misschien had de hogepriester een paar keer over zijn baard gestreken, en gezegd: "Simeon, je zou je baard aan de andere kant eens moeten kammen."

     Hij zei: "Dat interesseert mij niet."

     "Hoe weet je dat je gelijk hebt?"

     "De Heilige Geest vertelde het mij. Ik zal niet sterven."

193 "Wel, Simeon, wel, je bent... Wel, je staat op het punt om te sterven."

194 "O, het maakt mij niet uit wat u zegt. Maar God vertelde mij dat ik de dood niet zou zien totdat ik Zijn Heil had gezien. Niets onzekers. Ik zal niet sterven. Ik kan de dood niet zien totdat ik Hem zie." Amen. Dat is het.

     "Hoe ga je dat doen, Simeon?"

     "Ik, dat is mijn zaak niet."

     "Waar is Hij dan, Simeon?"

     "Dat weet ik niet."

     "Hoe weet je dat je Hem gaat zien?"

195 "God zei het. Dat is het. Het is het Woord. Ik zal de dood niet zien totdat ik Hem zie." O my!

196 "O, arme oude man. Natuurlijk, hij is niet meer goed bij zijn hoofd, weet je. Laat hem maar met rust."

197 Maar hij zag Hem hoe dan ook. Jazeker. God maakt een weg voor die mensen die Zijn Woord zullen nemen.

198 Toen Jezus hier op aarde was, stond Hij daar naast het graf van Lazarus.

199 Of nog daarvoor, toen Hij in gesprek was met de mensen, en aan het vertellen was hoe Hij, nog geen vijftig jaar oud zijnde, Abraham had gezien. Hebt u opgemerkt hoe positief Hij was? Hij zei: "Voordat Abraham was, BEN IK. BEN IK." Niet: "Ik was", of "Ik zal zijn." Maar: "IK BEN. Ik ben er positief over."

200 Toen zei Hij, bij het graf van Lazarus... Voordat Hij ernaartoe ging, zei Hij, vertelde Hij Martha; Hij zei: "Ik ben de Opstanding en het Leven." Niet: "Ik zou het moeten zijn, of Ik zal het zijn." Maar: "IK BEN." Amen.

201 "Mijn broeder zou niet gestorven zijn als U hier geweest was. Maar zelfs nu, Here, wat U God ook vraagt, zal God U geven."

     Hij zei: "Uw broeder zal weer opstaan."

202 "O, hij zal in de laatste dagen opstaan, in de algemene opstanding. Hij was een goede jongen. Ja, ik geloof dat hij zal opstaan."

203 Maar Jezus richtte Zich een beetje op en zei: "Maar Ik ben de Opstanding en het Leven." Niet: "Ik zal zijn; Ik zou het moeten zijn", enzovoort. "IK BEN." Er is daar niets, er is niets wat daarover wankelt of beeft. Niets onzekers. Het was positief.

204 "Ik ben de Opstanding; Leven. Die in Mij gelooft, al ware hij dood, toch zal hij leven. Een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal nimmermeer sterven." Nu niet: "Misschien zullen ze niet; waarschijnlijk gaan ze niet." "Zij zullen niet." Niets, geen enkele onzekerheid daarover. Zij zullen niet sterven.

205 "Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven." [Johannes 5:24 – Vert]

206 "Ze zouden niet in het oordeel hoeven komen"? Zij zullen níet in het oordeel komen. Amen. Hij nam mijn oordeel op Zich. Ik heb daar niets meer mee te maken. Amen. Zo is het. "Overgegaan van de dood in het leven." O!

207 Nu zei ze dat zij het geloofde. Nu, Jezus zei nooit: "Wel, weet je, omdat je dat gelooft, en je weet dat Ik het Woord ben, en... en Ik... Je weet dat Ik Degene ben Die moest komen. Je hebt dat beleden. Je gelooft het. Ik zal je vertellen wat wij misschien kunnen doen. Laten we de oudsten bijeen roepen en daarheen gaan en zien of we er iets aan kunnen doen." Nee, nee. Hij zei: "Ik zal daar niet heengaan om te kijken of Ik hem kan doen opstaan. Ik gá hem opwekken." Amen. Niet: "Ik zal het proberen." "Ik zál." Niets onzekers. Dat was geen onzeker geluid toen Hij zei: "Ik zal. Ik zal."

208 En Dezelfde Die zei: "Ik zal", deed u een belofte. Halleluja! O my! Amen.

     "Ik zal gaan en hem opwekken."

209 Opnieuw zei Hij: "Vernietig deze tempel, en Ik zal zien wat Ik er aan kan doen"? "Vernietig deze tempel en Ik zal hem in drie dagen weer oprichten." Niets onzekers. "Nu, Ik zal het proberen. U kunt er allemaal omheen komen staan en zien of Ik het kan doen of niet"? O nee. "Ik zal hem oprichten." Niets onzekers. "Ik zal hem oprichten. U vernietigt hem, Ik zal hem weer oprichten." O my!

210 Waarom? Hij wist dat Hij die Persoon was in de Schrift waarvan David sprak: "Ik zal Zijn ziel in de hel niet achterlaten, noch zal Ik toestaan dat Mijn Heilige de verderving ziet." En Hij wist dat Hij in die Schriftuurlijke belofte inbegrepen was, dus daarom was Hij er zeker van.

211 Nu, kunnen wij niet zo positief zeker zijn? Wij nemen Hem als voorbeeld voor andere dingen. Zolang Gods Woord het zegt, kunnen wij dan niet even zeker over het Woord zijn als dat Hij er zeker over was?

212 "Ik ben de Opstanding en het Leven." "Ik zal hem weer oprichten." Amen. Waarom? Hij wist dat het Woord ervan sprak en Hij was er zeker van dat Hij zou herleven.

213 Als ik die persoon ben, ginds in Johannes 5:24: "Die Mijn woord hoort, en gelooft in Hem Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en Ik zal hem weer opwekken ten jongste dage. Hij zal niet in het oordeel komen, maar is overgegaan van de dood in het leven." Dan zijn wij dat. En waar zijn we dan bang voor? Wat is er aan de hand?

214 Wat maakt het uit welk merk u draagt? U noemt uzelf een dit, dat of het andere. Wij zijn kinderen van God, door de genade van God. Wij zijn vervuld met de Heilige Geest, door de genade van God. Wat maakt het eigenlijk uit of deze dat is of dat; of hij een Presbyteriaan is, Methodist, Baptist? Als hij vervuld is met de Heilige Geest, heeft hij opstandingsleven in zich. Amen. Ja. Nu, op de dag van Pinksteren...

215 Jezus vertelde hun in Lukas 24:49: "Zie, Ik zend een belofte." Niet: "Misschien doe Ik het. Ik zal zien wat Ik eraan kan doen." "Ik zal de belofte van Mijn Vader op u zenden. Maar gaat heen naar de stad Jeruzalem en wacht totdat u bent aangedaan met kracht."

216 Nu, wat als zij, laten we zeggen, o, zes dagen gewacht hadden, en gezegd hadden: "Waar wachten we eigenlijk op? Ik geloof dat we het door geloof behoorden te aanvaarden. Denken jullie niet?"

217 Wat als Jakobus op de negende dag had gezegd: "Simon, kom even hier. Weet je, onlangs had ik een soort eigenaardig gevoel. Zie? En weet je wat ik geloof? Ik-ik geloof dat Hij niet wil dat wij hier ergens wachten. Ik geloof dat we... dat we het al hebben. Denk je ook niet? Laten wij voortgaan met ons werk. Laten wij verdergaan met onze bediening"? O, het zou nooit gebeurd zijn.

218 Waarom? Zij wisten wat de profeet had gezegd. Luister nu. De profeet zei: "Het moet gebod op gebod zijn, regel op regel, hier een weinig en daar een weinig." "Houd vast aan wat goed is." "Want met stamelende lippen en met andere tongen zal Ik tot dit volk spreken. En dit is de rust, de sabbat." Zij wisten dat er iets moest gebeuren wanneer het kwam.

219 "Ik zal Mijn Geest uitstorten in de laatste dag." Joël 2:28: "Het zal geschieden in de laatste dagen, zei God, dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees, en uw zonen en dochters zullen profeteren. Op Mijn dienstmaagden en dienstmeisjes zal Ik van Mijn Geest uitstorten in die dag. Ik zal wondertekenen geven in de hemel boven, en op de aarde beneden: vuur, en rook, en damp."

220 Zij wisten dat er een ervaring moest zijn die met die komst van de Heilige Geest gepaard zou gaan. Zij zouden geen onzeker geluid aanvaarden. Maar toen zij voelden dat er iets bewoog, en het Bijbelse bewijs zagen hetgeen ermee samenging, toen waren zij niet onzeker. Meteen gingen zij naar buiten de straat op. Neem me niet kwalijk. O my! Zij waren er zeker van dat het de Heilige Geest was.

221 Weet u hoe zeker ze waren? Zozeer dat Petrus, die kleine ongeletterde kerel, op een boomstronk of op een kist, of ergens opsprong en zei: "U, mannen van Judéa", z'n kleine borst vooruitgestoken als een vechtlustige haan. Hij zei: "U, mannen van Judéa, u die in Jeruzalem woont! Een ogenblik geleden was ik bevreesd voor u; nu niet meer. Laat dit aan u bekend zijn, en luister naar mijn woorden. Dezen zijn niet dronken zoals u veronderstelt. Maar dit is dat..." "Wij hopen dat dit dat is; wij geloven dat dit dat is"? Hij zei: "Dit is waarvan gesproken werd door de profeet Joël." Halleluja! Niets onzekers daarover. "Dit is waarvan gesproken werd door de profeet Joël." O my!

222 Jezus sprak in Markus 16, waar Hij Zijn gemeente de opdracht gaf: "Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie." "Deze tekenen behoren er wellicht bij; zij zullen het af en toe, misschien"? "Zij zullen diegenen vergezellen die geloven. Deze tekenen zullen de gelovigen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen. Zij zullen met nieuwe tongen spreken. Als zij een slang opnemen of iets dodelijks drinken, zal het hun niet schaden. Als zij hun handen op de zieken leggen, zullen zij herstellen." Niet "misschien." Zij zullen. "Deze tekenen zullen degenen volgen die geloven."

223 Laat me het samenvatten door dit te zeggen, broeder, zuster, voor de komende paar minuten. Ik geloof het. Ik geloof dat al het andere, alles wat daarmee in tegenspraak is, niet juist is. Ik geloof dat alles wat daartegen is, zal vallen. Ik geloof het, het maakt me niet uit hoeveel soorten communisme er bestaan, of hoeveel van deze ismen en dat isme, en kerkelijkheid en Romanisme, en al het andere, Amerikanisme en al het andere, het zal falen.

224 Maar dat Woord zal eeuwig standhouden, omdat het een Woord is. En voordat het een Woord was, moest het een gedachte zijn. En een woord is een uitgedrukte gedachte. En het kwam bij God, in de eeuwigheid, in Zijn gedachten. Hij drukte Zijn gedachten uit. Het werd een Woord, en het Woord moet bekend gemaakt worden.

225 Dat is de reden dat toen Hij sprak over een Messias er een Messias moest komen. Hij sprak dat er een gemeente zou zijn in de laatste dagen, zonder vlek of rimpel, en daar zal een gemeente zijn. Halleluja! Hij zei het. Ik neem Zijn Woord. Ik geloof het.

226 Ik geloof dat Hij de Heilige Geest beloofde aan elke gelovige die zou geloven. Ik geloof Petrus, toen hij op die Pinksterdag die opmerkelijke prediking predikte, en hun allemaal vertelde zich te bekeren en zich te laten dopen, en dat deze tekenen zouden komen, en dat "Eenieder die de Naam des Heren zou aanroepen, gered zou worden." Ik geloof dat dat de Waarheid is; ik stond erop. Ik heb het gemanifesteerd zien worden.

227 Ik weet dat ik erom strijd. En ik weet dat ik een voetstap probeer te maken. Voor ik een voetstap zet, moet ik elke wirwar, slingerplanten en al het andere, loshakken om het uit de weg te krijgen. Maar elke keer dat u een stap zet, komt u vooruit. Amen. Neem gewoon het mes en hak erop los.

228 Velen van u herinneren zich Paul Rader, een erg dierbare vriend. Ik was nog maar een jonge prediker, een kind. Ik ging vroeger naar Fort Wayne, luisterde naar hem in de Redigar Tabernakel. Een grote kerel! Hij ging achteruit staan, trok z'n broek op, stak z'n hand omhoog en gromde als een beer, en dan dacht ik dat hij door de kansel heen zou springen. Als hij... En als hij met een tekst begon, ja, in Genesis, dan liet hij het eindigen in Openbaring, helemaal heen en terug. Paul was een echte man.

229 Op een dag vertelde hij: "Vroeger was ik een houthakker in Oregon", waar hij vandaan kwam. Hij zei: "Op een dag, weet u," zei hij, " was ik ergens ver weg in de zendingsvelden." Ik vergeet nu waar het was. En hij deed zendingswerk.

230 Hij geloofde in God, geloofde in Goddelijke genezing. En precies hier waar de wereldkerk vandaag staat, zei Paul: "Als ik mijn boodschap van genade had gebracht aan de gloeiend hete Pinkstermensen, in plaats van te doen wat ik hier met uw groep heb gedaan," zei hij, "wat veroorzaakt heeft dat ik grote problemen heb, dat ik vele duizenden dollars schuld heb. Ik heb me zoveel zorgen gemaakt dat ik kanker heb gekregen en nu stervende ben. Had ik mijn boodschap van genade aan de gloeiend hete Pinkstermensen gebracht, dan zou God mij er rijkelijk voor gezegend hebben." Juist.

231 Hij vertelde dat hij ginds in de oerwouden was en zwartwaterkoorts [een acute vorm van tropische malaria – Vert] of zoiets gekregen had. Het was verschrikkelijk. En hij bevond zich ergens ver in het oerwoud, en hij was een overtuigd gelovige in Goddelijke genezing. En hij zei dat hij zieker en zieker werd. Hij bad en hij bad. En sommigen van de zendelingen zeiden dat zij een boot zouden nemen om een dokter te halen. Wel, het zou ze dagen kosten om een dokter te halen. En hij zei: "Ik... Doe dat niet. Laat het maar zo." Zei: "Als God mij niet geneest, dan kom ik naar huis."

232 Hij vertelde dus dat zijn vrouw bij hem in de kamer was gebleven. Het werd steeds donkerder en donkerder. En hij zei dat hij zijn vrouw riep en zei: "Schat, houd mijn hand vast." Zei: "Blijf gewoon voor me bidden. Het wordt donker nu." Zei: "Ik geloof dat de schaduwen rondom mij vallen." Hij zei: "Houd... Houd gewoon mijn hand vast en bid, terwijl ik heenga." Hij bereidde zich voor om God te ontmoeten.

233 Hij viel in een soort trance. En hij vertelde dat hij droomde dat hij weer hier in Oregon was, als een jongeman, en hout aan het hakken was. En hij zei dat de baas van het kamp tegen hem zei: "Paul, ga daar een bepaalde kant van de heuvel op en vel een bepaalde boom van een bepaalde grootte."

234 Hij zei dat hij de heuvel op rende met zijn jonge benen, en de boom omhakte, de takken eraf haalde en de bijl erin stak. Hij vertelde hoe zijn scherpe, grote, dubbele bijl zo fijn in dat zachte dennenhout ging. En hij zei dat hij hem oppakte en dacht: "Wel, ik zal hem gewoon de heuvel afdragen."

235 Deze sterke man zei: "Ik trainde mezelf vroeger om mijn knieën tegen elkaar te houden, en hem met mijn rug op te tillen, het sterkste deel van een man." Zijn spieren zaten in zijn rug en schouders, en de achterkant van zijn benen. Zei: "Ik tilde gewoon een grote stam op", legde hem op zijn schouder en liep weg. Maar hij zei: "Dit was maar een gewone stam." Maar hij zei: "Ik kon alleen..." [Broeder Branham botst tegen de microfoon – Vert] Sorry. Zei: "Ik kon die stam gewoon niet in beweging krijgen." Sorry.

236 Hij zei: "Ik kon de stam gewoon niet in beweging krijgen." Hij zei: "Ik worstelde en ik worstelde en ik probeerde hem op te tillen, maar ik kon het gewoon niet." Hij zei: "Ik putte me helemaal uit." Hij zei: "Ik kon die grote stam gewoon niet in beweging krijgen." En zei: "Tenslotte werd ik zo zwak, dat ik maar tegen die boom aan ging zitten en het zweet van mij begon af te vegen. Ik was helemaal uitgeput."

237 En hij zei: "Na een poosje hoorde ik de stem van mijn baas. Het was de lieflijkste stem die ik ooit heb gehoord." Hij zei: "Toen ik mij omdraaide, zei de stem tegen mij: 'Paul.' En ik zei: 'Ja, baas, wat is er?' Zei: 'Waarom trek je er zo hard aan?'" Hij zei: "Wel, u beval mij om hem naar beneden naar het kamp te brengen, en ik heb mij daardoor helemaal uitgeput. Ik kan het gewoon niet, baas." Hij zei: "Paul, zie je die waterstroom niet die daar loopt?" Zei: "Ja." Zei: "Die stroom komt precies beneden uit bij het kamp. Waarom gooi je hem niet eenvoudig in het water, spring je erop en vaar je erop tot in het kamp?" Hij zei: "Daar heb ik helemaal niet aan gedacht."

238 Toen rolde hij hem het water in, sprong erop en zei: "O my!" Hij liet het water rondspatten, begon zo hard als hij kon te springen en te schreeuwen, terwijl hij over de golfjes en door het water en van alles naar beneden ging, naar beneden varend op deze stam, roepend: "Ik vaar erop! Vaar erop!"

239 Hij zei dat het eerste was waarvan hij zich bewust werd toen hij tot zichzelf kwam, dat hij zich helemaal in het midden van de kamer bevond en dat zijn vrouw ook stond te roepen. Hij riep: "Ik vaar erop! Ik vaar erop! Ik vaar erop!" Broeders!

Naties breken, Israël ontwaakt,
De tekenen die de Bijbel voorzegde;
De dagen der heidenen zijn geteld, met moeiten belast.
"Keer terug, o verstrooiden, tot het uwe."

240 Deze boodschap van Gods Woord is de Waarheid. Leven of sterven, ik vaar erop. Ik maak niet... Ik twist er niet over. Ik probeer er niet over te twisten. Ik nam het gewoon aan en ik vaar erop. Laat de critici opstaan. Ik zal over elke zandbank heengaan. Ik kom in het kamp een dezer dagen, varend op het Woord van God. Amen. Ik ben er zeker van dat ik daar aankom.

     Laten we bidden.

241 Waarom zou u met uw zondelast willen rondzeulen? Waarom zou u in de toestand blijven waarin u bent, niet wetend waar u staat, gaande van kerk naar kerk, en van plaats naar plaats? Waarom zou u het vanavond niet eenvoudig vastnagelen aan het kruis, en varen op het Woord? Waarom neemt u niet gewoon Gods belofte vanavond en vaart gewoon weg, uit de warboel vandaan, totdat u in de heldere blauwe hemel kijkt? Worstel er niet mee. Tob er niet over. Geloof het eenvoudig, aanvaard het. Het is een Koninkrijk dat niet bewogen kan worden. Vaar erop.

242 Als u ziek bent vanavond, neem Gods belofte: "Ik ben de Here, Die al uw krankheden geneest."

243 "Hoe zal ik beter worden, broeder Branham? De dokter zegt dat ik een hartkwaal heb, kanker heb, dat ik dit heb, dat, wat dan ook. Ik ben doof, stom. Ik ben blind." Wat, wat maakt het uit? Aanvaard gewoon Gods belofte en vaar erop.

244 Laten we een heel grote stok nemen, en hem hier erin slaan, en schrijf erboven: "Het gebed des geloofs is vanavond gebeden. Ik ga erop varen. De Bijbel zegt: 'Het gebed des geloofs zal de zieke behouden, en God zal hem doen opstaan. Als hij gezondigd heeft, het zal hem vergeven worden.' Ik vaar erop. Ik geloof het."

245 Als u iets verkeerds hebt gedaan, als u vanavond teruggevallen bent: "Die zijn zonde bedekt, zal niet voorspoedig zijn. Maar die zijn zonde belijdt, zal barmhartigheid ontvangen." Waarom het niet belijden?

     "Wel, wat moet ik doen, broeder Branham?"

246 Het belijden, en dan erop varen. God zei het. Het zal u direct bij uw zonden vandaan halen.

247 Is die persoon vanavond hier, die nog nooit echt zijn vertrouwen op God heeft gesteld voor de redding van uw ziel, en u wilt dat er aan u gedacht wordt in gebed terwijl wij afsluiten? Zou u uw hand willen opsteken, en zeggen: "Bid voor mij, broeder Branham. Ik wil mijn zorgen wegwerpen." God zegene u. God zegene u. "Ik wil die werpen..." God zegene u, mevrouw. "Ik wil mijn zorgen wegwerpen." God zegene u, broeder. God zegene u daarginds, meneer. God zegene u, jongedame. In orde. Dat is goed. God zegene u. "Ik wil mijn zorgen op Hem werpen en nu simpel op Zijn belofte varen. Ik geloof dat Hij beloofde: 'Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.'"

248 Niet hoe ik me voel: "Er werd gisteravond voor mij gebeden, broeder Branham; ik voel me helemaal niet beter." Dat heeft er niets mee te maken. Ik vaar niet op mijn gevoelens. Ik vaar op Zijn Woord. Het is Zijn belofte.

249 "Broeder Branham, ik ben vier of vijf keer naar het altaar gekomen om te proberen de Heilige Geest te ontvangen. Het is nog nooit gelukt."

250 Dat betekent helemaal niets. Blijf gewoon op de boomstam, hij zal u rechtstreeks naar het kamp brengen, in het kamp van de eerstgeborenen, in het kamp van de heiligen. U zult daar aankomen. Blijf gewoon op uw stam, en schreeuw en roep de lofzangen Gods uit zo hard als u kunt. Dat is de manier om het te doen.

251 Terwijl wij onze hoofden buigen, wilt u er echt op varen? Dan, omdat er iets kleins zachtjes tegen uw hart aantikt, zou u dan hier willen komen en even voor het altaar willen gaan staan? Laten we bidden en de handen op u leggen. Wij zouden blij zijn als u zou komen.

252 Laten we dat kleine iets nemen dat vanavond rondom uw hart werd geplaatst, wat zegt: "Weet je, je bent verkeerd. Steek nu je hand omhoog." In orde.

253 U bent op de stam gestapt, de stam van Zijn belofte; de boom, het kruis dat werd neergeveld. Sla uw armen nu rondom dit kruis. Loop hierheen en zeg: "Nu ga ik erop varen. Precies nu ga ik het geloven. Ik ga het aanvaarden. Ik geloof het. Ik zal nooit veranderen. Ik zal precies bij dat Woord gaan blijven, totdat die ene is bevestigd. En dan, nadat die ene bevestigd is, zal ik mij uitstrekken om op een andere te komen, en begin ik verder te varen." Zie?

254 En woord voor woord, stap voor stap, gaat u alles bezitten wat God u heeft beloofd. "Want alle dingen zijn mogelijk", voor degene die erop wil varen. Vaar op Zijn belofte, want die zal u zeker naar het kamp brengen. Hij zal u in de tegenwoordigheid van God brengen.

255 Zou u nu willen komen terwijl wij onze hoofden hebben gebogen? En ik vraag of er iemand is die bij het altaar zou willen komen staan voor een moment voor gebed.

256 "Ik vaar erop, Here. Here, ik geloof. Al mijn twijfels zijn in de bron begraven. Here, ik kom. Ik geloof het. Ik stap vanavond rechtstreeks op het Woord, en ik ga het geloven met heel mijn hart. Ik neem U op Uw Woord."

257 Een dierbare vrouw staat hier bij het altaar, om aan God te betuigen dat zij het echt meent. Zou u niet willen komen, die uw hoofd had gebogen, en uw handen had opgestoken, en in gebed gedacht wilde worden? Zou u hier naartoe willen komen? God zegene u. Kom gewoon naar voren. Dat is het. Kom gewoon naar voren en ga hier staan. Zeg: "Ik ga erop varen. God, U deed de belofte, iets klopte aan mijn hart, en ik kom nu direct om daar op te varen. En ik ga er precies op blijven tot het mij rechtstreeks naar het kamp brengt. Ik kom rechtstreeks naar het kamp van de heiligen van de Allerhoogste." God zegene u. Dat is goed. Kom nu direct, u die erop wilt varen. Gewoon zoals u bent: "Zoals ik ben, zonder enige pleitgrond."

258 Denk hieraan. U zegt: "Is dat een boom?" Ja. Op een keer werd er een boom geveld, en hij werd op Golgotha weer teruggezet. Spring vanavond eenvoudig op die boom, met de beloften van God, het Woord Dat aan de boom hing.

259 Ik vaar erop. Ik ga het geloven met heel mijn hart. Ik wil zoveel doen als hier komen en de hand van mijn broeders schudden.

260 God zegene u voor uw moedige daad. Ik wil dat u hier even blijft, terwijl we bidden. God zegene u, mijn broeder. Mijn dierbare zuster, God zegene u. De Here Jezus ...?... God zegene u, mijn broeder. God zegene u, zuster. "Leid mij." Leidt u over de rivier.

261 Bedenk, als een dienstknecht van Christus ben ik verantwoordelijk voor het prediken van het Woord. Ik ben verantwoordelijk voor mijn getuigenis. En zou ik hier vanavond staan...

262 En een man van vijfenvijftig jaar, of drieënvijftig jaar oud, zal vierenvijftig worden in april, en ik sta hier en weet, precies door dit laatste visioen, dat het mijn laatste dagen op aarde kunnen zijn. Ik zou u binnen enkele dagen kunnen verlaten. Ik weet niet wat het betekent. Luister gewoon naar de band en trek uw eigen conclusie. Ik weet niet wat het betekent. Zou ik hier staan, half gelovend dat het mijn laatste boodschappen zouden kunnen zijn die ik ooit zal prediken, precies hier in Phoenix, en dan iets zeggen wat verkeerd was, wetend dat mijn bestemming daarginds ligt, en dat ik voor mijn woorden geoordeeld zal worden?

263 Mijn broeders, laat mij dit tot u zeggen, en mijn zusters. U bent in de samenkomsten geweest. U weet ervan, de onderscheiding en de dingen. Heb ik ooit iets tot u gezegd in de Naam des Heren, dan dat het gebeurde? Ik vraag het aan iedereen. Nee, meneer. Rondom de wereld, en de duizenden visioenen, dat is nooit gebeurd. En ik vertel u de waarheid vanavond, het bloed van Jezus Christus is volledig toereikend zodat het elke vlek wegveegt; en zo zou het zijn.

Er is een bron gevuld met bloed (en u staat er nu naast),
Vloeiend uit Immanëls aderen (het enige zekere dat op aarde overgebleven is),
Waarin zondaars die zich onderdompelen in die vloed,
Al hun schuldige smetten verliezen.

264 Ik ga nu aan deze predikers en broeders vragen om hier naar deze mensen toe te lopen. Eenieder die... Is dat de manier, dat u predikers oproept om met de mensen te bidden? Alle predikers hierbinnen dan, die willen, die erin geïnteresseerd zijn om zielen gered te zien worden, kom hier staan als een gebedsgroep, waar we een eenheid kunnen vormen, weggaan van al het andere en onszelf afscheiden. Dit zijn mannen en vrouwen die vanavond hun bestemming verzegelen door het bloed van Jezus Christus, die Hem op Zijn Woord nemen, regelrecht tot in Zijn tegenwoordigheid varen, op Zijn Woord, en die zeggen: "Hier ben ik, Here. Ik heb niets aan te bieden dan mezelf, en neem mij aan." Wilt u bij hen komen staan, als u wilt? Ieder die wil, kom erbij staan. God zegene u, mijn broeders. Dat is erg fijn. Ik houd ervan om mannen te zien die dapper zijn, die in zielen geïnteresseerd zijn. Ik vind dat fijn, mijn broeders. Stel u gewoon rondom op. Dat is goed. Sta eromheen. Laten we nu...

265 Als de pianiste naar de piano wil komen, als ze wil, laat ons dit koor zingen, lieflijk nu, sober, eerbiedig.

266 Wij komen niet tot iets mythisch. Wij komen niet tot iets dat slechts een schijngeloof is. Maar wij komen in de tegenwoordigheid van God, de almachtige Jehova God, Die heeft beloofd: "Waar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar zal Ik in hun midden zijn." Praat met Hem zoals u zou doen met uw vriend, en zeg: "Here, het spijt mij. Ik heb gezondigd." En wij gaan zingen.

Er is een Bron gevuld met bloed,
Vloeiend uit Immanëls aderen,
Waarin zondaars die zich onderdompelen in die vloed,
Al hun schuldige smetten verliezen.

Die stervende dief verheugde zich
Om die Bron te zien in zijn dag;
Daar mag ik, ofschoon even vuil als hij,
Al mijn zonden wegwassen.

Sinds ik ooit door geloof die stroom zag,
Waar Uw vloeiende wonden in voorzagen,
Is verlossende liefde mijn thema geweest,
En dat zal het zijn totdat ik sterf.

267 Wees nu echt klein. U bent niets. Geen van ons is iets. En nu geheel oprecht, met heel uw hart, buig nu uw harten en hoofden, overal, door het hele gebouw.

268 Onze hemelse Vader, ik weet dat Uw woorden zo waar zijn. Zij kunnen niet falen. Zij zijn het Woord van God. Zij zijn God. En U zei: "Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen." En deze mannen en vrouwen, onder overtuiging, wetend dat zij niet in orde zijn, zijn vanavond naar voren gekomen, Here, om te belijden dat zij verkeerd zijn, wetend dat zij door een innerlijke beweging aangeraakt zijn, die hen aanspoorde om naar de Bron te komen. En hier staan zij, met hoofden en harten gebogen, om van de wateren des levens te drinken, vrijelijk, zoals beloofd werd door God. Ontvang hen, Vader, in Uw Koninkrijk. Zij zijn de Uwen.

269 U zei: "Niemand kan tot Mij komen tenzij Mijn Vader hem eerst trekt. En al wat de Vader Mij gegeven heeft, zal tot Mij komen." En het laat zien dat God dezen aan Christus heeft gegeven als een liefdesgeschenk. En hier staan zij, Here. "Niemand kan hen uit Mijn hand rukken." En ik bid, God, dat U hen vanavond in veiligheid zult brengen terwijl zij hier staan, en hun de doop van de Heilige Geest zult geven terwijl zij hier bij het altaar staan.

270 Moge de grote kracht van Christus hun levens nu zo doordrenken! Ze hebben hun belijdenis gedaan. Ze zijn naar voren gekomen. U zei: "Die Mij voor de mensen zal belijden, zal Ik belijden voor Mijn Vader en de heilige engelen." Wij weten dat dit werk gedaan is.

271 Nu, Here, verzegel hen in het Koninkrijk van belofte, van de Heilige Geest. Sta het toe, Here. Stort Uw Geest op hen uit, en vul hen met de Geest van de levende God, opdat zij levende getuigenissen mogen zijn, al de dagen van hun leven, voor het Koninkrijk van God.

272 Laat nu het gehoor opstaan. Iedereen in gebed nu. Wij gaan bidden dat deze...

273 Nu, ieder van u die vanavond naar voren is gekomen en voelde dat u zonde op uw hart had, welnu, er is niets wat u kunt doen dan dat te geloven. De Heilige... U aanvaardt dit door geloof. Dit is geloof, dat u het aanvaardt. Jezus zei: "Niemand kan tot Mij komen tenzij Mijn Vader hem eerst trekt. En allen die tot Mij komen", zal Hij ontvangen. Hij kan niets anders doen, omdat Hij het beloofde. Zie? Steun nu niet op een sensatie. Steun op Zijn Woord. Zie? Het Woord zei het.

274 "Die Mijn woorden hoort en gelooft in Hem Die Mij gezonden heeft; heeft", tegenwoordige tijd, "eeuwig leven en zal niet in het oordeel komen, maar is overgegaan van de dood in het leven." De Heilige Geest is een ervaring van te zijn gevuld en aangedaan met kracht voor dienst. Maar belijdenis en Christus ontvangen, betekent geloof te hebben en uw belijdenis te doen, en u vrij te voelen omdat God u vergeven heeft voor uw zonden.

275 En op basis van Zijn Woord, zei Hij: "Niemand kan komen tenzij Mijn Vader hem eerst trekt." Zie? Nu, God trok u eerst. "En wie tot Mij wil komen, zal Ik geenszins uitwerpen." Zie? Zie? U, u heeft het ontvangen. Het enige is, u moet...

276 Hij, Hij stierf voor u. Uw zonden werden u negentienhonderd jaar geleden vergeven. U komt nu eenvoudig om te aanvaarden wat Hij voor u heeft gedaan. Zie? En gelooft u dat Hij voor uw zonden stierf? Wilt u Hem aanvaarden als uw verzoening? Met andere woorden, u aanvaardt Hem omdat Hij uw zonden wegnam.

277 Kunt u blij zijn en Hem danken omdat Hij uw zonde wegnam? Gelooft u dat Hij dat deed? Steek dan even uw hand omhoog en zeg: "Ik geloof dat Hij mijn zonde wegneemt," amen, "mijn zonde wegneemt." In orde.

278 Nu, u bent nu een kandidaat voor de doop van de Heilige Geest.

279 Als u de christelijke doop niet heeft ontvangen, een van deze mannen zal ervoor zorgen dat u de christelijke doop ontvangt.

280 "Maar nu, terwijl Petrus nog deze woorden sprak – voordat zij werden gedoopt – terwijl Petrus deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op hen." Waarom? Zij hadden allemaal een grote verwachting. Nu heeft u een verwachting. U wilt nu iets dat u zal verzegelen in het Koninkrijk Gods, iets wat echt voor u zal zijn. U wilt ont-... Wilt u niet de Heilige Geest ontvangen, ieder van u? Wilt u het niet? Zeker, u wilt het. Dat is uw bewarende kracht. Zie?

Zij waren in de opperzaal,
Biddend in Zijn Naam, de...
Gedoopt met de Heilige Geest,
En kracht voor dienst kwam.

281 Zie? O, dat is wat u nu wilt. En u kunt het hebben, precies nu. Het is voor u, precies nu.

282 Nu, broeders, kom hier naartoe. Laten we, iedereen nu, onze handen op deze broeders leggen en bidden dat zij de Heilige Geest ontvangen. Kom hier direct naartoe, broeders. Kom nu meteen.

283 Nu, de hele samenkomst, hef uw handen nu omhoog, iedereen! ...?...

284 Onze hemelse Vader, in de Naam van de Here Jezus Christus, vul ieder hart hier met de doop, de Heilige Geest.

285 Ontvang de Heilige Geest. Ontvang de Heilige Geest, deze mensen die hier staan te wachten op de tegenwoordigheid en de kracht van God om hun leven te doordrenken.