Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
audioE-BookPrint
AudioAudio
mp3 Download mp3mp3 is een populaire audioformaat dat op vrijwel alle mediaspelers te beluisteren is. meer info...
m4b Download m4bM4B is een Audiobook formaat voor Apple apparatuur (iPod, iPhone etc...) Uw plek wordt bewaard e.d. meer info...
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Het eerste Zegel

Door William Marrion Branham

1 Laten wij nu onze hoofden buigen voor gebed. Onze hemelse Vader, wij danken U vanavond voor deze nieuwe gelegenheid om U te komen aanbidden. Wij zijn dankbaar dat wij levend zijn en dat wij deze grote openbaring hebben van eeuwig leven dat in ons woont. En wij komen vanavond, Vader, om samen Uw Woord te bestuderen – deze grote verborgen geheimenissen die verborgen zijn geweest sinds de grondlegging der wereld, en het Lam is de Enige Die het ons kan openbaren. Ik bid dat Hij vanavond onder ons zal komen en van Zijn Woord zal nemen om het ons te openbaren, opdat wij mogen weten hoe wij betere dienstknechten voor Hem kunnen zijn in deze eindtijd. O God, wanneer wij zien dat wij nu in de eindtijd zijn, help ons dan onze plaats te kennen, Here, en dat wij zwakke wezens zijn met de zekerheid dat de Here spoedig komt. Wij vragen het in Jezus' Naam. Amen.

2 Ik geloof dat het David was die zei: "Ik was verheugd, toen men mij zeide: Laten wij naar het huis des Heren gaan." Het is altijd een groot voorrecht om te komen; en het samen bestuderen van het Woord geeft ons deze grote hoop.

3 Nu, er zijn velen die staan, en ik zal gewoon zo snel mogelijk voortmaken. Maar ik vertrouw dat U zich deze laatste paar keren net als ik verheugd hebt in de tegenwoordigheid van de Heilige Geest. En vandaag overkwam mij iets wat mij lange tijd niet meer overkomen is. Ik was op deze openbaring hier aan het studeren, op de opening van de zegels.

4 Jaren geleden nam ik het hier door, ongeveer zo'n twintig jaar geleden schat ik, of zoiets dergelijks, maar op de één of andere manier was ik nooit echt helemaal voldaan. Het scheen alsof er enige speciale dingen in deze zegels waren, omdat die zegels het gehele Boek zijn. Zij zijn het Boek. Het gehele Boek is één Boek dat verzegeld is. Het begint...

5 Als ik bijvoorbeeld hier iets had – ik zal u laten zien wat ik bedoel. Hier is één zegel. Dat is één... En u rolt het zo op – op de manier dat het opgerold werd. En u rolt het op deze manier op, en aan het eind steekt een klein stukje er zo uit. Dat is het eerste zegel. Goed. Dan is dat het eerste gedeelte van het Boek. Het volgende zegel wordt dan op deze manier opgerold, precies ernaast, en het wordt op deze manier, zoals hier, opgerold en dan precies hier aan het einde steekt er een ander uit, en dat maakt twee zegels. En op die wijze werd de gehele Bijbel geschreven – in rollen. En zo worden dus, door deze zegels te verbreken, de geheimenissen van het Boek geopend.

6 Bent u eraan toegekomen om in Jeremia te bestuderen hoe hij dat schreef? Velen van u hebben het gisteravond genoteerd. Hoe die zegels geschreven en weggelegd werden om bewaard te worden totdat hij na 70 jaar terugkeerde uit de gevangenschap; hij was teruggekeerd en claimde zijn bezitting. En ik zou nadrukkelijk willen stellen: u kunt het niet... Er bestaat geen manier om het allemaal uit te drukken, want het is een eeuwig Woord. Het is een eeuwig Boek.

7 Daarom moeten wij slechts zo'n beetje de hoogtepunten aanroeren. En vandaag heb ik bij het bestuderen vele Schriftgedeelten opgeschreven, zodat u het kunt bestuderen. En ook op de banden zal er veel van geopenbaard worden als u zich erin verdiept.

8 Er zijn zovele dingen. Als ik hier maar op het podium zou kunnen staan en het u openbaren op de wijze dat het mij in mijn kamer geopenbaard is, o! Het zou wonderbaar zijn. Maar wanneer je hier komt sta je onder druk, en je springt gewoon zo'n beetje over de dingen heen en probeert gewoon het hoofddeel aan de mensen te brengen, opdat zij Het mogen zien.

9 Ik waardeer werkelijk dat lied dat broeder Ungren zojuist zong: "Neergekomen uit Zijn heerlijkheid." Als Hij niet uit Zijn heerlijkheid was neergekomen, waar zouden wij allen dan zijn, vanavond? Dus wij zijn dankbaar dat Hij neergekomen is om ons te helpen.

10 Nu, met velen die staan, zullen wij er hier snel doorheen gaan, zo goed als wij kunnen. Ik zeg niet dat wij er haastig doorheen zullen gaan, maar ik bedoel dat wij zo snel mogelijk zullen beginnen.

11 En nu, laten wij opslaan, nadat... Wij hebben het eerste hoofdstuk, het tweede, derde, vierde en gisteravond het vijfde gehad en vanavond gaan wij beginnen met het zesde hoofdstuk van Openbaring. Terwijl wij dit hoofdstuk nu bestuderen verwijzen wij naar verschillende plaatsen uit zowel het Oude als het Nieuwe Testament, want het gehele Boek is de openbaring van Jezus Christus. Dat alles samen is de openbaring van de Here Jezus – de openbaring van Jezus Christus. Het is God die Zichzelf openbaart in het Boek – die Zichzelf door Christus in het Boek openbaart. En Christus is de openbaring van God. Hij kwam om God te openbaren, want Hij en God waren Dezelfde. God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende.

12 Met andere woorden, u zou nooit echt weten wat God was totdat Hij Zichzelf openbaarde door Christus; dan kunt u het zien.

13 Jaren geleden placht ik te denken dat God wellicht boos op mij was, maar dat Christus mij liefhad. Maar ik kwam tot de ontdekking dat zij dezelfde persoon zijn. Christus is het hart van God Zelf.

14 En nu terwijl wij dit bestuderen; wij vergelijken het nu de eerste drie boeken in de Bijbel van Openbaring (die wij behoorlijk grondig hebben uitgekamd) zijn de gemeente-tijdperken – de zeven gemeente-tijdperken. Nu, er zijn zeven gemeente-tijdperken, zeven zegels, zeven bazuinen en fiolen en onreine geesten als kikvorsen, en dit alles gaat samen. O wat zou ik graag een hele grote kaart hebben en het er helemaal op uittekenen zoals ik het zie, weet u; gewoon hoe elkeen zijn plaats inneemt. Ik tekende het op een klein blaadje papier uit, maar weet u... en tot zover is gewoon alles precies juist. En met de tijd en tijdperken zoals zij gekomen en gegaan zijn, en alles paste gewoon volmaakt juist in elkaar. Daarom, het mag dan misschien niet in alle opzichten juist zijn, maar het is hoe dan ook het beste wat ik ervan weet. Ik weet, als ik mijn best doe en ik maak een vergissing, terwijl ik probeer mijn best te doen en het naar mijn beste weten is, dat God mij zeker de fout die ik gemaakt hebt zal vergeven.

15 Nu die eerste drie boeken zijn de eerste zeven gemeente-tijdperken, en dan bemerken wij in het vierde hoofdstuk van Openbaring, dat Johannes is opgenomen. Wij zien de gemeenten... Er wordt niet al teveel over de gemeente-tijdperken gezegd. Ik geloof dat mensen daar zo verbaasd over zullen zijn. Zij plaatsen de gemeente ver weg in de verdrukking tot waar die dingen gebeurden. En zoals ik zondag (gisteren) zei: "Het eerste wat u weet is dat die verdrukkingen aanbreken, en u zult zich afvragen waarom niet eerst de opname was gekomen. En het zal zijn zoals het geweest is; het is voorbij en u hebt het niet geweten."

16 Nu, er is niet teveel beloofd aan die gemeente – die Heidengemeente – de bruid.

17 Nu, ik wil dat u in gedachten houdt dat er een gemeente en een bruid is. U moet het altijd in drieën laten lopen, (in vieren is fout, drieën) – in drieën, zevens, tienen, twaalven, vierentwintigen, veertigen en vijftigen – deze ongebroken getallen. De Bijbel is... En God laat Zijn boodschappen in Bijbelse cijfers, in deze getallen, verlopen. Krijgt u iets dat wegschiet bij één van deze getallen vandaan, dan kunt u maar beter uitkijken. Het zal niet goed uitkomen bij de volgende zaak. U moet het hiernaar terugbrengen waar u van uit bent gegaan.

18 Broeder Vayle, broeder Lee Vayle – ik denk dat hij hier is. Wij spraken onlangs over mensen die uit het spoor geraken. Het is net als schieten op een schietschijf. Als dat geweer precies uitgebalanceerd is, precies gericht en ingesteld, dan zal het de schietschijf moeten treffen tenzij de loop beweegt, draait of trilt waardoor hij uit de koers raakt en waar... of een windstoot. Waar het ook maar bij begint, er is maar één manier om te handelen en dat is terug te komen naar waar hij het spoor verliet en opnieuw beginnen, wil hij de schietschijf raken. Zo niet, wel, dan zal hij de schijf gewoon niet raken.

19 En dat is de wijze, geloof ik, om de Schrift te bestuderen. Als wij bemerken dat wij hier iets begonnen zijn en het komt niet goed uit, ziet u, dan hebben wij ergens een vergissing gemaakt, en dan moet je terugkomen. U zult er nooit met uw verstand uitkomen. Het is gewoon niet... Wij hebben juist vanuit de Schrift uitgevonden dat er geen mens in de hemel, op aarde of onder de aarde is, of ooit geweest is, of er ooit zal zijn, die dat kan. Alleen het Lam kan het. Dus een seminarie-uitleg, wat die ook moge zijn, betekent gewoon niets. Het Lam is nodig om het te openbaren. Dat is alles. Dus vertrouwen wij dat Hij ons zal helpen.

20 Johannes werd opgenomen in het vierde hoofdstuk om de dingen te zien die waren, die zijn en die moeten komen. Maar de gemeente eindigt in het vierde hoofdstuk, en Christus neemt de gemeente op, opgenomen in de lucht om Hem te ontmoeten, en verschijnt niet eerder dan in het negentiende hoofdstuk, wanneer Hij terugkomt als Koning der koningen en Here der heren met de gemeente. En nu... O, ik hoop dat wij daar ooit nog eens helemaal doorheen kunnen komen, misschien voordat Hij komt. Zo niet, dan zullen wij het hoe dan ook zien; dus het maakt niet uit.

21 Nu in dit vijfde hoofdstuk, het verbreken van deze zegels. Het zevenmaal verzegelde Boek... Eerst willen wij het eerste zegel lezen. Gisteravond (om het gewoon iets meer achtergrond te geven) zagen wij dat, toen Johannes keek, hij dat boek nog steeds in de handen van de oorspronkelijke eigenaar – God – zag. Herinnert u zich hoe het verloren was gegaan? Door Adam. Hij verbeurde het Boek des levens voor de kennis van Satan en verloor zijn erfenis. Hij verloor alles, en er was geen weg tot verlossing.

22 Toen kwam God, gevormd in de gedaante van een mens, neer en werd een Verlosser voor ons om ons te verlossen. En nu vinden wij uit dat deze dingen, die in vroeger dagen verborgen waren, in de laatste dagen voor ons moeten opengaan.

23 Nu wij zien hier ook in dat zodra Johannes deze aankondiging hoorde dat de bloedverwant-verlosser moest voortkomen om Zijn aanspraken te maken, er geen mens was die het kon doen. Geen mens in de hemel, geen mens op aarde, geen mens onder de aarde – niemand was waardig om zelfs maar naar het Boek te kijken. Denkt u dat gewoon in! Er was zelfs geen enkele persoon waardig er zelfs maar naar te kijken. En Johannes begon gewoon te wenen.

24 Hij wist dat allen... Dan was er geen kans op verlossing. Alles zou falen. Maar wij merken dat zijn wenen snel stopte, omdat het bekend werd gemaakt door één van de ouderlingen. Eén van de ouderlingen zei: "Ween niet Johannes, want de Leeuw uit de stam van Juda heeft overwonnen." Met andere woorden: "overwonnen en gezegevierd."

25 Johannes draaide zich om en zag een Lam tevoorschijn komen. Het moet bloedig, gestriemd en gewond zijn geweest. Het was geslacht – een Lam dat was geslacht, en het was natuurlijk nog bloedig. Als het lam was gestriemd en gedood, zoals dat Lam het in ieder geval was, werd het in stukken gehakt aan een kruis, speren in de zijde, spijkers in de handen en voeten, en doornen over het voorhoofd. Hij bevond zich in een afschuwelijke toestand. En dit Lam kwam naar voren en ging naar Hem Die op de troon zat, die de complete eigendomsakte van Verlossing bezat; en het Lam ging en nam het Boek uit de hand van Hem die op de troon zat en nam en opende de zegels; en opende het Boek.

26 Toen dat gebeurde, ontdekken wij dat er iets groots moet hebben plaatsgevonden in de hemel, want de ouderlingen, de vierentwintig ouderlingen, de beesten en al wat in de hemel was begon te roepen: "Waardig", en daar kwamen de engelen en zij goten de schalen uit met de gebeden der heiligen. De heiligen onder het altaar riepen uit: "Waardig zijt gij, o Lam, want Gij hebt ons verlost, en nu hebt Gij ons koningen en priesters gemaakt, en wij zullen heersen op de aarde." O! En zo was het toen Hij dat Boek opende.

27 Ziet u, het Boek werd feitelijk ontworpen en geschreven voor de grondlegging der wereld. Dit Boek – de Bijbel werd werkelijk geschreven voor de grondlegging van de wereld. En Christus, zijnde het Lam, werd geslacht voor de grondlegging van de wereld. En de leden van Zijn bruid – hun namen werden voor de grondlegging der wereld in het Boek des levens van het Lam gezet, maar het werd verzegeld. En nu is het bezig geopenbaard te worden – wier namen erin stonden, alles. Wat een groot iets! En Johannes zei toen hij het zag: "Alles in de hemel, alles onder de aarde, alles hoorde hem zeggen: 'Amen, lof en eer.'" Hij had gewoon werkelijk een geweldige tijd, want het Lam was waardig.

28 En nu, het Lam staat nu vanavond terwijl wij op dit zesde hoofdstuk ingaan – Hij heeft het Boek in Zijn hand en begint het te openbaren. En o, ik zou vandaag absoluut... en ik hoop dat de mensen geestelijk zijn. Ik zou daar een vreselijke fout mee hebben gemaakt als niet vandaag om ongeveer twaalf uur de Heilige Geest de kamer binnen was gekomen om mij in iets wat ik opschreef om te zeggen, te corrigeren.

29 Ik nam het uit een oude context. Ik had er niets over. Ik wist in geen enkel opzicht wat het tweede zegel was, maar ik had nog enkele oude verbanden van iets waar ik verscheidene jaren geleden over sprak, en die ik had opgeschreven, en ik verzamelde deze verbanden – en dr. Smith en vele grote voortreffelijke leraren die ik samenbracht, en zij allen geloofden dat – dus schreef ik het op. Ik maakte mij klaar om te zeggen: "Wel, nu zal ik het vanuit dat standpunt bekijken." En daar, ongeveer twaalf uur op de dag, streek de Heilige Geest gewoon rechtstreeks neer in de kamer, en de hele zaak werd gewoon helemaal voor mij opengelegd, en daar was het: de opening van dit eerste zegel.

30 Zo zeker als ik hier vanavond sta, weet ik dat dit de Evangelie-waarheid is die ik u vanavond ga laten zien. Ik weet het gewoon. Want als een openbaring in tegenspraak is met het Woord, dan is het geen openbaring. En u weet, er zijn sommige dingen die er zo absoluut waar uit kunnen zien en toch niet waar zijn. Het lijkt zo te zijn, maar het is het niet.

31 Nu, wij vinden nu het Lam met het Boek. En nu lezen wij in het zesde hoofdstuk:

     En ik zag, toen het Lam een van de zegels geopend had, en ik hoorde een uit de vier dieren zeggen, als een stem van een donderslag: Kom en zie!

     En ik zag, en ziet, een wit paard, en die daarop zat, had een boog; en hem is een kroon gegeven, en hij ging uit overwinnende, en opdat hij overwon!

32 Nu, dat is het eerste zegel. Degene die wij vanavond door de genade van God gaan proberen te verklaren. Zo goed als... en ik besef dat een man die dat probeert uit te leggen op gevaarlijke grond loopt, als je niet weet wat je aan het doen bent.

33 Daarom, als het tot mij gekomen is door een openbaring, dan zal ik het u zeggen. Als ik het slechts door mijn eigen gedachten heb dan zal ik u dat zeggen voordat ik erover spreek. Maar ik ben er zo zeker van als dat ik hier sta vanavond, dat het vandaag kersvers van de Almachtige tot mij is gekomen! Ik ben niet geneigd om zomaar dat soort dingen te zeggen wanneer het gaat om dit gedeelte van de Schrift. Ik hoop dat u weet waar ik nu over spreek.

34 Weet u, je kan niet zeggen dat iets verondersteld wordt hier te liggen, voordat het gebeurt. Je kan het niet zeggen tot iets het daar legt. Ziet u? Begrijpt u; luistert u naar iets?

35 Nu, het met zeven zegels verzegelde en opgerolde Boek wordt nu losgemaakt door het Lam. Wij naderen die plaats vanavond. God helpe ons. Wanneer de zegels verbroken en losgemaakt zijn dan zijn de geheimenissen van het Boek geopenbaard. Nu, u ziet, dit is een verzegeld Boek. Wij geloven dat, nietwaar? Wij geloven dat het een verzegeld Boek is. Nu, wij wisten dit vroeger nooit, maar het is zo. Het is verzegeld met zeven zegels; dat wil zeggen, op de achterzijde van het Boek is het Boek verzegeld met zeven zegels.

36 Als wij zouden spreken over een soort boek als dit, dan zou het zijn alsof er een sluitband over zou worden gelegd – zeven sluitbanden. Maar het is geen boek als dit; het is een rol. Dan wanneer de rol afgerold wordt is dat er één; precies binnenin de rol ligt dan nummer twee, en er staat hier precies wat het is – maar het is een geheimenis. Toch hebben wij het doorvorst, maar herinner u, het Boek is verzegeld, en het Boek is een Boek van verborgenheid van openbaring. Het is de openbaring van Jezus Christus – een Boek van openbaring. En nu weet u dat de mensen het hele tijdperk het doorvorst hebben en geprobeerd hebben om daar uit te komen. Wij allen!

37 En toch, ik herinner mij een keer... Mocht meneer Bohannon of een van zijn mensen hier toevallig aanwezig zijn, ik bedoel het geenszins als een belediging. Meneer Bohannon is een boezemvriend en hij was de directeur van Openbare Werken toen ik daar werkte. Toen ik net was gered, vertelde ik hem dat ik in het boek Openbaring had gelezen en hij zei: "Ik heb dat geprobeerd te lezen." En meneer Bohannon was een fijne man, en hij was lid van de kerk. Ik weet niet precies waar hij toe behoorde, maar hij zei: "Ik denk dat Johannes die avond een maaltijd met rode peper moet hebben gehad en met een volle maag naar bed is gegaan."

38 Ik zei tegen hem (hoewel het mij mijn baan had kunnen kosten): "Schaamt u zich niet om dat te zeggen?" Ik was nog maar een jongen, maar ik zei: "Schaamt u zich niet om dat over het Woord van God te zeggen?" Toch, ik was nog maar een knaap van niet meer dan net misschien eenentwintig, tweeëntwintig jaar oud, en werk was schaars, en het was een tijd van economische crisis, maar toch was er daar binnen een vreze wanneer ik ook maar hoorde afgeven op het Woord van God. Het is de Waarheid! De gehele Waarheid!

39 Dus, het was zelfs niet een droom of een nachtmerrie; het lag niet aan wat Johannes had gegeten. Hij was op het eiland Patmos omdat hij het Woord van God in boekvorm probeerde te brengen en daar door het Romeinse bestuur heen verbannen was; en hij was op het eiland op de Dag des Heren, en hoorde achter zich een stem als van vele wateren, keerde zich om om te zien, en hij zag zeven gouden kandelaren. En daartussen stond de Zoon van God.

40 Nu, er is een openbaring in het Boek. Een openbaring is iets dat bekend gemaakt wordt van iets – iets wat geopenbaard is. En let nu op zodat u het niet zult vergeten: Het is gesloten tot de laatste tijd. Het gehele geheimenis ervan is gesloten tot de laatste tijd. Wij vinden dat hier in de Schrift.

41 Nu, de geheimenissen van het Boek worden geopenbaard wanneer de zegels worden verbroken. En wanneer de zegels volkomen verbroken zijn dan is de tijd van verlossing voorbij, omdat het Lam de middelaarsplaats heeft verlaten om uit te gaan en te nemen waarop Hij aanspraak maakt. In de tussentijd is Hij een Bemiddelaar, maar wanneer de werkelijke openbaring op de zegels plaatsvindt wanneer zij beginnen te verbreken, dan komt het Lam uit het heiligdom naar voren. Het is in overeenstemming met het Woord. Wij lazen het gisteravond. Hij kwam vanuit het midden en nam het Boek. Dus is Hij geen middelaar meer, want zij noemden Hem zelfs een leeuw, en dat is de koning – en Hij is dan geen middelaar.

42 Hoewel de acteurs van deze zegels beginnen in het eerste gemeente-tijdperk... Nu, onthoudt dit opdat u de achtergrond ervan grondig zult krijgen, zo grondig mogelijk, als we kunnen. De acteurs – ik stel het op die wijze omdat een acteur een man is die van masker verandert.

43 In deze akte vanavond zullen wij gaan zien dat het Satan is die zijn masker verandert. En alle spelers – Christus speelde de rol die Hij had toen Hij van Geest tot mens werd, Hij trok alleen een acteursgewaad aan – menselijk vlees – en kwam neer in de vorm van een man teneinde een bloedverwant-verlosser te zijn.

44 Nu, ziet u, het is slechts een acteursgedaante. Dat is de reden waarom zij allen in gelijkenissen zijn en op de wijze dat zij hier zijn: als beest, dieren enzovoort; het is in een akte. En deze acteurs beginnen in het eerste gemeente-tijdperk, want het was Christus die Zichzelf aan de zeven gemeente-tijdperken openbaarde. Begrijpt u het? Goed. Ziet u? Christus die Zichzelf aan de zeven gemeente-tijdperken openbaarde. Daarna is er gedurende deze gemeente-tijdperken een grote warboel ontstaan. En dan moet aan het eind van het gemeente-tijdperk de boodschap van de zevende engel deze verloren gegane geheimenissen opnemen, om ze te geven aan de gemeente. Nu, wij zullen dat bespreken.

45 Maar... toen niet in hun ware gedaante geopenbaard. Nu in de Bijbelse tijd waren daar de geheimenissen, en zij zagen deze dingen gebeuren op de wijze dat Johannes het hier zag. Nu, hij zei: "Er is een witte ruiter." Maar wat het geheimenis ervan is... er is een geheimenis dat samengaat met die ruiter. Nu, wat het was wisten zij niet; maar het moet geopenbaard worden. Het moet worden geopenbaard nadat het Lam de troon des Vaders, van Zijn middelaarschap als bloedverwant-verlosser, verlaat.

46 Ik wil hierbij een kleine opmerking maken. Nu, als iemand deze banden krijgt... Iedereen kan zeggen wat hij wil. Hij heeft er recht op, alles waarvan hij overtuigd is. Maar weet u, als een prediker dit niet onder zijn mensen wil hebben, zeg hem dan dat hij het niet moet nemen. Maar dit is onder mensen waartoe ik gezonden ben om te spreken, daarom moet ik openbaren wat Waarheid is.

47 Nu, hier terug in de tijd van middelaarschap, wist het Lam dat daar namen in waren die daar van de grondlegging der wereld af in geplaatst waren, en zolang hun namen nog nooit op aarde gemanifesteerd waren, moest hij daar blijven als middelaar. Begrijpt u het? Volmaakt – voorbestemming.

48 Goed, Hij moest daar blijven, omdat Hij was gekomen om voor diegenen te sterven die God had voorbestemd tot eeuwig leven. Door Zijn voorkennis zag Hij hen, niet door zijn eigen wil. Zijn wil was dat niemand verloren zou gaan, maar door Zijn voorkennis wist Hij wie wel en wie niet verloren zou gaan.

49 Daarom moest Christus, zolang er nog één naam was die nog nooit op aarde was bekendgemaakt, daar als middelaar blijven om zorg te dragen voor die naam. Maar zodra die laatste naam in die Chlorox of bleekmiddel was geplonsd, dan waren Zijn dagen van middelaarschap voorbij. "Die vuil is, dat hij nog vuil worde; die heilig is, dat hij nog geheiligd worde." En Hij verlaat het heiligdom, en dan wordt het een rechterstoel. Wee dan degenen die buiten Christus zijn.

50 Nu merk op: Maar het moet geopenbaard worden wanneer het Lam Zijn middelaarsplaats verlaat bij de Vader vandaan. (Nu, dat is Openbaring 5.) Nu, Hij neemt het Boek der zegels – het Boek der zegels of een Boek, verzegeld met zegels – verbreekt ze en toont ze, (kijk) aan het eind nu van het tijdperk, nadat het middelaarschap voorbij is; de gemeente-tijdperken zijn dan voorbij. Hij kwam in het eerste tijdperk, het tijdperk van Efeze, openbaarde en zond de boodschapper. Let op wat er gebeurt terwijl wij verder gaan.

51 Hier is het ontwerp ervan: Het eerste wat gebeurt is: eerst een aankondiging in de hemelen. Wat gebeurt er dan? Een zegel wordt geopend. Wat houdt dat in? Er wordt een geheimenis ontvouwen. En wanneer een geheimenis zich ontvouwt, dan klinkt er een bazuin. Het kondigt een oorlog aan. Er valt een plaag, en een gemeente-tijdperk breekt aan. Ziet u? Waarom is die oorlog er? De engel van de gemeente ontvangt het geheimenis van God, nog niet volkomen geopenbaard, maar dan ontvangt hij dit geheimenis van God en gaat dan uit naar het volk – nadat hem het geheimenis is gegeven gaat hij uit naar de mensen. Wat doet hij daar? Hij begint die boodschap te verkondigen, en wat begint daardoor? Een oorlog! Een geestelijke oorlog.

52 En dan neemt God Zijn boodschapper met de uitverkorenen van dat tijdperk en legt hen weg ter ruste, en Hij laat een plaag neerkomen op degenen die het verwierpen – een tijdelijk oordeel.

53 En dan, nadat dat voorbij is, gaat het door en zij vormen een denominatie, en zij voeren denominaties in, en beginnen met dat mensenwerk zoals bij Wesley en zij allen, en dan komt het allemaal weer in een warboel terecht en vervolgens komt er een ander geheimenis naar voren. Wat gebeurt er dan? Een nieuwe boodschapper komt op aarde voor een gemeente-tijdperk.

54 Dan wanneer hij komt, klinkt de bazuin. Hij verklaart de oorlog. En wat gebeurt er dan? Dan wordt hij tenslotte weggenomen. En wanneer hij is weggelegd valt de plaag en vernietigt hen. Geestelijke dood treft de gemeente en het is gedaan met haar – met die groep. Dan gaat het verder naar een volgend tijdperk.

55 O, het is een groot plan totdat het komt tot die laatste engel. Nu, hij heeft geen bepaald geheimenis, maar hij verzamelt alles wat in die andere tijdperken verloren is gegaan – al de waarheden die nog niet waarlijk geopenbaard waren, ziet u – wanneer de openbaring komt. Dan openbaart hij die dingen in zijn dag. Als u het wilt lezen, het staat hier: Openbaring 10:1–4. U hebt het. Goed.

56 Hij neemt het Boek der zegels, breekt die zegels en toont de zevende engel, want dit alleen – de geheimenissen van God – is de bediening van de zevende engel! Nu, wij hebben juist de gemeente-tijdperken doorgenomen, met zelfs de geschiedenis om dat te bewijzen. Het is de boodschap van de engel van de zevende gemeente.

57 Goed. Hij openbaart alle verborgenheden die er in het verleden geweest zijn – alle dingen in het verleden. Openbaring 10:1–7. Zo moet het zijn.

58 Nu bedenk, in de dagen van de zevende engel – zijn uitbazuinen, het uitstoten op de Evangeliebazuin – hij zal alle verborgenheden Gods vervullen. Precies zoals hier in de vroege gemeente-tijdperken (wij komen daar straks nog op) een leer opkomt; eerst wordt het dan een gezegde, daarna een leer, en dan wordt het een statuut; dan wordt het een kerk en gaat door de donkere Middeleeuwen, en uit de donkere Middeleeuwen kwam de eerste Reformatie met Luther. En hij bracht allerlei verborgenheden met zich mee die tijdens dat gemeente-tijdperk gebeurden (bracht dat alles toen daarin terug), maar hij heeft het nooit voleindigd.

59 Vervolgens kwam Wesley met heiliging en hij kreeg er iets meer van – doch heeft het toch nooit voleindigd – liet overal losse eindjes over zoals besprenkelen in plaats van dopen, en Luther nam 'Vader, Zoon, en Heilige Geest' in plaats van de 'Here Jezus Christus' – al deze verschillende dingen.

60 En vervolgens kwam het pinkstertijdperk met de doop van de Heilige Geest, en zij 'kapselden' zich daarmee in. Nu, er kunnen niet méér tijdperken zijn. Dat is alles – dat is het Laodicéa-tijdperk. Maar toen bemerkten wij bij het bestuderen van de Schrift dat de boodschapper aan het tijdperk iedere keer juist aan het eind van het tijdperk kwam. Paulus kwam aan het eind van het tijdperk. Wij vinden uit dat Irenaeus aan het eind van het tijdperk kwam. Martinus kwam aan het eind van het tijdperk. Luther aan het eind van het Katholieke tijdperk; en wat? – Wesley aan het eind van het Lutherse tijdperk; en pinksteren aan het eind van het tijdperk van heiliging, door de doop van de Heilige Geest.

61 En aan het eind van het pinkstertijdperk worden wij verondersteld te aanvaarden dat wij, overeenkomstig het Woord, en God helpe mij vanavond om het u hierdoor te laten zien, een boodschapper moeten ontvangen die alle losse eindjes daaruit zal nemen en het gehele geheimenis Gods zal openbaren voor de opname van de gemeente.

62 Dan komen er zeven geheimenisvolle donderslagen die zelfs helemaal niet geschreven staan! Dat is waar! En ik geloof dat door deze zeven donderslagen, in de laatste dagen geopenbaard zal worden wat nodig is om de bruid te verzamelen voor opname-geloof; want met wat wij op dit moment hebben zouden wij er niet toe in staat zijn. Iets moet naar voren komen, want wij kunnen nauwelijks genoeg geloof opbrengen voor goddelijke genezing. Wij moeten genoeg geloof hebben om veranderd te worden in een ogenblik om van deze aarde af weggevaagd te worden, en wij zullen dat over een poosje vinden, zo de Here wil – vinden waar het staat geschreven.

63 Dan zullen alle oordelen van deze boosdoeners – nu, door de tijdperken heen werden deze zegels verbroken, totdat nu het laatste zegel wordt verbroken. En nu, terwijl zij in afwachting waren van deze zegels en slechts een veronderstelling hadden van wat zij deden, zullen nu aan het eind der tijdperken, der gemeente-tijdperken, al deze boosdoeners geplaatst worden en opgaan in de verdrukking.

64 Al deze boosdoeners van de zeven zegels hebben op een verborgen wijze gewerkt in de gemeente, en wij zullen over een ogenblik zien dat het zelfs werkte in naam van een kerk. Zij noemen zichzelf 'De Kerk'! Kijkt u gewoon of dat niet waar is! Geen wonder dat ik steeds zo tegen denominaties ben geweest, niet wetend waarom.

65 Zij eindigen met... Nu, het begint daar terug in een zachtaardige vorm en blijft gewoon slechter en slechter worden, tot het... en de mensen lopen er regelrecht in en zeggen: "O ja, dit is gewoon fijn." Maar in de laatste dagen zullen deze dingen bekend gemaakt worden. Zij zullen uiteindelijk zo verdorven worden dat zij recht de verdrukkingsperiode ingaan.

66 Hoe kan iemand zeggen dat de bruid van Christus in de verdrukking gaat? Ik kan het niet begrijpen! Zij wordt weggenomen van de verdrukking. Als de gemeente geoordeeld is, en zij hebben zichzelf geoordeeld en het Bloed aanvaard, hoe kan God dan een man oordelen die volmaakt en volkomen zondeloos is? U zegt: "Zo iemand is er niet." Elke wedergeboren gelovige, ware gelovige, is volmaakt, absoluut zondeloos voor God. Hij vertrouwt niet op zijn werken, en het Bloed van Jezus waar zijn belijdenissen indruppelen... De Bijbel zegt het. Ziet u?

67 "Hij die uit God geboren is zondigt niet, want hij kan niet zondigen." [I Johannes 3:9 – Vert] Hoe kunt u een zondaar van iemand maken wanneer het bleekmiddel van het Bloed van Jezus Christus tussen hem en God is? Dat moet de zonde verdrijven tot er niets meer van over is. Hoe kan dat reine Bloed van Christus daar ooit een zonde doorlaten? Dat kan niet.

68 Jezus zei: "Weest gij dan volmaakt, gelijk uw vader, die in de hemelen is, volmaakt is." [Matthéüs 5:48 – Vert] En hoe zouden wij maar zelfs op de gedachte kunnen komen volmaakt te zijn, maar Jezus vereiste het. En als Jezus het heeft vereist dan moet Hij er een weg voor banen – en dat hééft Hij – Zijn eigen Bloed.

69 Hij openbaart al de geheimenissen die in het verleden verloren zijn gegaan. Nu, de gedachte is dat hier in de eindtijd de geheimenissen die ver terug, lang geleden, begonnen zijn en door de gemeente-tijdperken heen gekomen zijn, hier geopenbaard moeten worden bij het breken van de zegels hier in het laatste tijdperk, nadat de tijd van bemiddeling tegen die tijd nagenoeg voorbij is.

70 Dan wachten de oordelen voor diegenen die achter zijn gebleven. Zij gaan door, dat tegemoet. Dat is nadat de bruid van het toneel is weggenomen. O, laten wij gewoon een Schriftgedeelte lezen. Zoudt u allen graag enkele Schriftgedeelten opschrijven? Laten wij II Thessalonicensen eens voor een ogenblik nemen en hier gewoon even naar kijken. Het geeft hier zo'n prachtig beeld. Ik houd ervan. Laten wij eens zien. Ja, II Thessalonicensen, en ik wil het tweede hoofdstuk nemen van II Thessalonicensen en het zevende vers. Even zien, II Thessalonicensen 2:7. Ik geloof dat dat klopt. Nu, ik had dit beverig en trillerig opgeschreven.

     Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt reeds gewerkt; alleen, Die hem nu weerhoudt, Die zal hem weerhouden, totdat Hij uit het midden zal weggedaan worden.

71 Wie? Hij Die weerhoudt. Ziet u, een verborgenheid... het verborgenheid der ongerechtigheid ver terug in dat allereerste gemeente-tijdperk, hier. Hier schrijft Paulus, zeggende dat de verborgenheid der ongerechtigheid... Wat is ongerechtigheid? Ongerechtigheid is iets waarvan u weet dat u het niet behoorde te doen, maar wat u toch doet. En Paulus zei dat er vandaag dezulken op aarde zijn, werkers der ongerechtigheid. O, als u... Wij zullen ertoe komen... Laten wij gewoon dat stuk lezen – een stukje verder beginnen – het derde vers.

     Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want die (dag) komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de (m-e-n-s) mens der zonde, de zoon des verderfs; (dat is waar.)

     Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzo dat hij in de tempel Gods als een God zal zitten, zichzelf vertonende, dat hij God is. (Zonden vergevend.)

     Gedenkt gij niet, dat ik, nog bij u zijnde, u deze dingen gezegd heb? (Ik zou graag bij enige van die onderwijzingen hebben gezeten. U niet?)

     En nu, wat hem weerhoudt, weet gij, opdat hij geopenbaard worde op zijn eigen tijd.

72 Niet toen, ziet u! Niet toen, maar op zijn tijd. Ziet u, bij het breken van dat zegel. Wij weten precies wat het was. Wie is deze man der ongerechtigheid? Wie is deze mens der zonde? Deze kerel die ongerechtigheid werkt en die op zijn eigen tijd geopenbaard zal worden?

     Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt reeds gewerkt;... (misleiders, ziet u, die het volk ergens in misleiden) alleen Hij (God) Die hem nu weerhoudt, Die zal hem weerhouden, totdat Hij (de gemeente – Christus, de bruid) uit het midden zal weggedaan worden.

     En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden,... (bij het verbreken van het zegel, op zijn tijd. Paulus zei: "Niet in mijn tijd, maar in de tijd waarin hij zal worden geopenbaard." Ziet u?) die de Heere verdelgen zal door de Geest Zijns monds, (daar zullen wij straks op komen) ...de Geest Zijns monds, (let op wat dat is) en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;

     Hem, zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans... (hem, hem, een man wiens werk is naar de werking des satans) in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen;

     En in alle verleiding der onrechtvaardigheid... (de mensen verleidend door onrechtvaardigheid) in hen, die verloren gaan;... (niet deze bruid, in hen die op zoiets uit zijn) daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben,... (en Christus is de Waarheid, en Christus is het Woord – maar zij wilden liever een geloofsbelijdenis hebben) om zalig te worden.

     En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de [In het Engels staat 'een' – Vert] leugen zouden geloven; (Het zou daar veranderd moeten worden als ik kijk in de lexicon 'DE leugen' – niet 'EEN leugen'; 'DE leugen' – dezelfde die hij aan Eva vertelde.)

     Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.

73 Wat een bewering! O! Nadat de bruid weggenomen is, zal deze mens der zonde zichzelf openbaren. Zij, de ware bruid van Christus, is uitverkoren uit elk gemeente-tijdperk.

74 Nu, onlangs deed ik een bewering dat de bruid naar huis kon gaan, en dat u er nooit iets over zou horen. Dat is waar. Iemand zei: "Wel, broeder Branham, dat zou een machtig klein groepje zijn." Jezus zei: "Zoals het was in de dagen van Noach." Nu, bespreekt u dat maar met Hem "waarin acht zielen behouden werden door het water, zo zal het zijn bij de komst van de Zoon des mensen."

75 Als er achthonderd waren die vanavond in de opname zouden gaan, dan zou u er morgen nooit een woord over horen, noch de volgende dag, noch enige andere tijd. Zij zouden weg zijn en u zou er niets van weten. Het zou precies hetzelfde zijn.

76 Wat probeer ik te zeggen? Ik probeer u niet bang of bezorgd te maken. Ik wil dat u startklaar bent. Wees gereed, wakend, iedere minuut. Stop met uw onzin. Kom gewoon terzake met God, want het is later dan u denkt.

77 Nu, herinner u, de ware bruid... Nu er is een valse bruid. Wij zien dat in Openbaring 17. Zij zegt: "Ik ben een weduwe en heb aan niets gebrek" – gezeten op een scharlakenrood beest, enzovoort, een beest, maar de ware bruid zal worden gevormd uit duizenden maal duizenden mensen, maar het zullen de uitverkorenen uit elk gemeente-tijdperk zijn. Iedere keer dat er een boodschap uitging en de mensen Het geloofden en het accepteerden in het volle licht ervan, werden zij verzegeld tot die dag der verlossing.

78 Sprak Jezus niet hetzelfde toen Hij zei: "Het geluid komt in de zevende wake?" Dat is het laatste gemeente-tijdperk. Ziet u? En Hij zei: "Ziet, de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet."

79 Toen kwam de slapende maagd, wreef haar ogen uit en zei: "Ik vermoed dat ik ook wat van die olie zou moeten hebben; misschien zou je maar beter wat kunnen hebben."

80 De echte ware bruid zei: "Wij hebben net genoeg om zelf binnen te gaan. Wij kunnen jullie niets geven. Als jullie er wat van willen, bidden jullie er dan maar voor."

81 En terwijl zij weg was, kwam de bruidegom, en de bruid ging binnen. En toen werd het overblijfsel daar, degenen die absoluut deugdzaam waren – de kerk, buiten gelaten. En Hij zei: "Daar zal zijn wening en geweeklaag en knersing der tanden." Ziet u? Maar dat zijn de uitverkorenen. En toen het geluid klonk: "De bruidegom komt", toen ontwaakte een ieder van degenen die door die tijdperken heen geslapen had – een ieder!

82 Kijk het is niet zo, zoals wij denken, dat God een paar duizend mensen voor zich opspoort uit dit tijdperk en hen neemt. Het zijn juist de uitverkorenen uit ieder tijdperk! En dat is de reden dat Christus daar op de middelaarszetel moet blijven als een middelaar totdat die laatste binnenkomt in het laatste tijdperk. En dan breken deze openbaringen van wat het geweest is open voor de mensen, en zien zij wat er is gebeurd. Begrijpt u het nu?

83 Goed. Merk op, de rest van de doden – kerkleden – werd niet meer levend tot er duizend jaren voorbij waren. De kerkleden – de Christenen – de gemeente – leefden niet meer tot het eind van de duizend jaren, en dan komen zij op om te staan voor de bruid. Dat is juist – te staan voor de Koning en de Koningin. Glorie!

84 Er is vandaag een kerk die zich 'De Koningin des hemels' noemt. De koningin des hemels is de uitgekozen bruid van Christus, en zij komt met Hem.

85 Daniël zag het en zei: "Tienduizend maal tienduizenden dienden Hem." Nu, wanneer u daar eens op dat Schriftgedeelte in Daniël let; het oordeel was bereid en de boeken werden geopend.

86 Nu denk eraan, toen Hij kwam, kwam Hij met Zijn bruid. De vrouw dient haar man. En tienduizenden maal tienduizend duizenden dienden Hem. Het oordeel was bereid en de boeken werden geopend, en een ander boek werd geopend, namelijk het Boek des levens. De bruid in geen geval! Zij was opgenomen geworden en terug gekomen en stond daar in het oordeel over die generaties die de Evangelieboodschap hadden afgewezen.

87 Zei Jezus niet dat de koningin van het zuiden met deze generatie van haar dagen zal opstaan in het oordeel en deze generatie zal veroordelen, want zij kwam van het uiterste deel van de wereld om de wijsheid van Salomo te horen; en méér dan Salomo is hier!

88 Daar stond het oordeel, de koningin van Scheba uit het zuiden stond daar in het oordeel, en haar eigen getuigenis... Zelfs geen Jood kwam op met die generatie van Joden, en zij waren verblind en misten Hem; want zij keken naar Hem uit, maar Hij kwam zo eenvoudig dat zij er zo regelrecht overheen keken. En daar vernederde die grote koningin zichzelf, en kwam en aanvaardde de boodschap. "En zij zal staan in het oordeel", zei Hij, "en die generatie veroordelen."

89 Nu, u ziet altijd de drie klassen. Het boek waaruit de doden werden geoordeeld; een ander boek, het boek des levens – zij die hun naam in het Boek des levens hadden. U zegt: "Als uw naam in het Boek des levens staat is het zeker in orde?" Nee meneer! Kijk, Judas Iskariot had zijn naam in het Boek des levens. Nu, zegt u, dat is fout! Jezus gaf hen – Matthéüs 10 – macht om duivelen uit te werpen en zond hen uit om de zieken te genezen, de melaatsen te reinigen en om de doden op te wekken. En zij gingen uit en keerden terug – Judas hoorde ook bij hen – en zij wierpen duivelen uit en deden allerlei wonderen, keerden terug en zeiden: "Zelfs de duivelen zijn ons onderworpen."

90 Jezus zeide: "Verblijdt u daarin niet, dat de duivelen u onderworpen zijn; maar verblijdt u, dat uw... namen... geschreven... zijn... in... de... hemelen", en Judas was bij hen! Maar wat gebeurde er? Toen het erop aankwam dat de uitverkoren groep daar naar Pinksteren moest gaan om werkelijk de Heilige Geest te ontvangen, toen toonde Judas zijn ware gelaat. Hij zal daar in het oordeel zijn. En de boeken werden geopend en het Boek des levens werd geopend, en aldus werd ieder mens geoordeeld. Nu, de bruid staat daar met Christus om de wereld te oordelen.

91 Zegt Paulus niet [In I Korinthe 6:1–2 – Vert]: "Durft iemand van u (sprekend tot de bruid) die enige zaak of grief heeft tegen een ander, naar de onrechtvaardige wet te gaan? Weet gij niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen?" Daar bent u er. De heiligen zullen de aarde gaan oordelen en haar overnemen. Dat is waar! U zegt: "Hoe ter wereld zal een dergelijk klein groepje...?" Ik weet niet hoe het gedaan zal gaan worden, maar Hij zei dat het zal gebeuren; dus dat maakt het vast voor zover ik weet.

92 Nu merk op, de overigen der doden (de kerkleden – dode kerkleden) werden niet weer levend, tot na de duizend jaren, en toen, na de duizend jaren, werden zij verzameld – er kwam nog een opstanding, welke is de tweede opstanding – en zij werden verzameld; en Christus en de gemeente, de bruid, (niet de gemeente, de bruid), Christus en de koningin, (niet de kerk) Christus en de bruid stonden daar, en zij werden gescheiden als schapen van de geiten. Dat is waar! Daar komen de kerkleden naartoe. En als zij de Waarheid gehoord hebben en de Waarheid hebben verworpen, wat zal er dan gezegd gaan worden wanneer die grote zaak over het doek ontvouwen wordt, wanneer zelfs uw eigen gedachten daar zullen zijn? – wat u ervan dacht. Hoe zult u ontkomen, terwijl het daar recht op het doek van de hemelen, en op Gods grote 'televisie' is; en daar zijn uw eigen opstandige gedachten – uw eigen gedachten zullen tegen u spreken in dat uur!

93 Dus als u iets zegt en wat anders denkt, zou u dat maar beter kunnen stoppen. Richt uw gedachten op God. Houd ze rein en blijf daar precies bij, en spreek altijd hetzelfde. Zeg niet: "Wel, ik zal zeggen dat ik het geloof; maar ik moet het nog zien." U moet het geloven! Amen.

94 Let op, dit type – de reden dat zij sterven; zij gaan door de reinigende beproeving van de verdrukking, omdat zij niet werkelijk onder het bloed zijn! Zij beweren het, maar zij zijn het niet. Hoe kunnen zij door een beproeving gaan om hen te louteren terwijl het bleekmiddel, het bloed van Jezus Christus, elk symptoom van zonde en vuil van u wegneemt? En u bent reeds dood, en uw leven is door God verborgen in Hem en daarin verzegeld door de Heilige Geest; waar zult u voor veroordeeld gaan worden? Waar zult u uw loutering gaan krijgen? Waar moet u nog van gereinigd worden wanneer u volmaakt bent in Christus? – zondeloos! Waar is het oordeel voor? Maar het is dat slapende stel, wat die mensen niet kunnen onderscheiden.

95 Nu, zij hebben dat jaren niet gekund, ziet u, maar dit is het uur van openbaring dat wordt geopenbaard, juist bij het komen van de bruid, de laatste afwikkeling, de laatste dingen komen... Het komt tot een eind, vrienden, dat geloof ik. Wanneer? Ik weet het niet. Ik kan het u niet vertellen, maar alles... ik wil vanavond zo leven, dat wanneer het vanavond was, ik klaar zou zijn. Hij zou vanavond kunnen komen; maar misschien komt hij pas over twintig jaar. Ik weet niet wanneer Hij zal komen, maar wanneer het ook zal zijn... En mijn leven zou vanavond afgelopen kunnen zijn. Dan is alles wat ik hier gedaan heb op dat uur ten einde; ik moet Hem in het oordeel ontmoeten naar de wijze dat ik hier beneden heb gewandeld. Een boom valt in de richting waarin hij overhelt.

96 Herinner u dat zij, toen zij weggingen om olie te kopen... "O", zegt u, "wacht een ogenblikje nu, broeder Branham, daar weet ik niets van." Zij gingen weg om olie te kopen en toen zij terugkwamen was de bruid weg; en de deur was gesloten; en zij klopten en zeiden: "Laat ons binnen, laat ons binnen", maar zij waren buiten in buitenste duisternis.

97 Nu als u daar een type van wilt hebben, kijk hier: "In de tijd van Noach", zei Jezus (Hij verwees ernaar). Nu in Noachs tijd gingen zij in de ark, maar zij werden er gedurende de tijd van het oordeel overheen gedragen. Maar dat typeerde niet de bruid van Christus; Henoch typeerde de bruid.

98 Henoch... Noach ging door de bruid... ging door de verdrukkingsperiode, leed, werd dronken, en stierf. Maar Henoch wandelde vijfhonderd jaar voor God en had een getuigenis; hij behaagde God met opnamegeloof en begon gewoon regelrecht weg te wandelen, ging omhoog door de lucht en ging naar Huis zonder zelfs de dood gesmaakt te hebben. Hij stierf helemaal nooit!

99 Dat is een type van: "Wij die levend zullen overblijven zullen datzelfde type mensen die ontslapen zijn niet voorgaan of hinderen", degenen die zijn ontslapen vanwege de menselijke leeftijd en de gesteldheid van een menselijke leeftijd. Zij stierven daar vroeger, maar zij zijn niet dood. Zij slapen! Amen! Zij zijn in slaap – niet dood! En het enige dat nodig is, is de Bruidegom om hen wakker te maken. "En wij die levend overblijven zullen niet voorkomen hen, die reeds ontslapen zijn, want de bazuin Gods zal klinken en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden en zullen de Here ontmoeten in de lucht." "En de overigen der doden werden niet levend gedurende duizend jaar." Daar bent u er! Zij gingen door de verdrukkingsperiode. Wat was het? – zoals Henoch.

100 Weet u, Noach lette op Henoch, want toen Henoch vermist werd, wist hij dat het oordeel aanstaande was. Hij bleef rondhangen bij de ark, maar Noach ging niet omhoog. Hij kwam slechts een klein stukje omhoog en dreef over de verdrukkingen. Hij werd door de verdrukkingsperiode gedragen, om daarna de dood te sterven. Ziet u? Noach werd er doorheen gedragen; Henoch werd veranderd zonder dood – een type van de gemeente die wordt opgenomen met diegenen die ontslapen zijn, om de Here te ontmoeten in de lucht, en de overigen der gemeente worden verder gedragen in de verdrukkingsperiode. Ik kan er zelf niets anders van maken! Henoch werd opgenomen – geen dood.

101 Nu, laten wij nu een beetje beginnen te studeren. Kijk, hier... als wij daar op doorgaan zullen wij nooit op deze zegels ingaan. Nu, let op. Laten wij nu – want wij krijgen een lange... (misschien morgenavond of de volgende avond) – zullen zo nu en dan een bazuin aanroeren, want de bazuin klinkt tegelijkertijd met de zegels. Het is gewoon hetzelfde – het gemeente-tijdperk begint – het is gewoon hetzelfde.

102 Nu een bazuin kondigt altijd oorlog aan of anders politieke onrust. Dat doet de bazuin. Een politieke onrust, en dat veroorzaakt oorlog. Wanneer u een warboel gaat krijgen in de politiek, en het komt helemaal in de knoei, zoals wij het nu hebben, kijk dan uit! Oorlog is op handen!

103 Maar kijk, het koninkrijk behoort nog steeds aan Satan. Hij heeft dit deel nog steeds in zijn hand. Waarom? Het is verlost door Christus, maar Hij volvoert nu het deel van de bloedverwant-verlosser en neemt Zijn onderdanen, totdat de laatste naam die in dat Boek is gezet, het reeds ontvangen heeft en verzegeld is. Nu, hebt u het begrepen? Dan komt Hij van Zijn troon, Zijn Vaders troon, loopt naar voren, neemt het Boek uit de hand van God, van de troon, en eist Zijn rechten op. Als eerste roept Hij Zijn bruid. Amen! Wat neemt Hij dan? Hij neemt Zijn tegenstander, Satan, en bindt hem, en werpt hem daarginds in het vuur met zijn gehele gevolg.

104 Nu bedenk, het was niet Rusland! Nee, de antichrist is een beschaafde jongen. Let er gewoon op hoe beschaafd hij is. Hij is knap. Jazeker. Daar is gewoon de Heilige Geest voor nodig, het enige wat hem kan overtreffen.

105 Kijk, bazuinen betekenen een politieke beroering, oorlog. In Matthéüs 24 sprak Jezus ervan. Hij zei: "Gij zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen..." Ziet u, door alle tijden heen. U herinnert zich dat Jezus dat sprak. Oorlogen, geruchten en oorlogen, en geruchten en oorlogen, en zo maar door tot het einde. Nu, dat is het klinken van een bazuin.

106 Nu, wanneer wij op een bazuin terechtkomen, zullen wij daar teruggaan en elk van deze oorlogen opnemen en u tonen dat zij deze gemeenten volgden. Wij zullen u tonen dat zij deze zegels volgen. Oorlogen en geruchten van oorlogen. Maar een bazuin duidt op politieke beroering, terwijl zegels met een religieuze beroering te maken hebben.

107 Een zegel wordt geopend en een boodschap komt neer. En dan is de gemeente altijd zo gevestigd in haar eigen politieke wegen en al het andere, en al haar waardigheidsbekleders, dat wanneer die echte boodschap neerkomt, de boodschapper uitgaat en hen aan stukken schudt. Dat is waar! Het is een religieuze beroering wanneer er een zegel wordt geopend. Dan gebeurde er dat.

108 Zij raken helemaal op hun gemak in Sion. De kerk raakt helemaal gevestigd en... "Wij hebben het helemaal gemaakt." Net als de Kerk van Engeland – zij waren geheel ingeburgerd; de Katholieke kerk – geheel gevestigd, en daar kwam Luther. Er ontstond een religieuze beroering. Jazeker, zeker! Wel, de gemeente ging verder door met Zwingli, en na Zwingli kwamen er verder verschillenden en kwam Calvijn; na een tijdje vestigde de Anglicaanse kerk zich, en ze was echt op haar gemak; en daar kwam Wesley! Er kwam een religieuze beroering. Dat is waar! Ziet u, het wijst altijd op een religieuze beroering.

109 Nu, het zegel. Laten wij het nu eventjes lezen. Ik wil dit nemen; we zullen lezen... ik begin te praten.

     En ik zag, toen het Lam een van de zegels geopend had, (wat gebeurde er?) en ik hoorde... als een stem van een donderslag...

     O, wat zou ik daar graag een paar minuten bij stil willen staan! Ik hoop nu dat alle mensen die deze dingen weten en die wachten op de troost van de Here het nu aandachtig zullen opnemen, en ook op de banden, dat u hieraan zult denken. Het eerste wat er gebeurde toen dat Lam dat eerste zegel brak, was dat er een donder rolde.

110 Nu, dat heeft een betekenis; het heeft een bedoeling. Er is een bedoeling mee. Niets gebeurt zonder een bedoeling. Goed, een donderslag, er rolde een donder. Ik ben benieuwd wat die donderslag was.

111 Nu, laten wij een klein stukje lezen. Laten wij Matthéüs opslaan... nee, laten wij eerst Johannes nemen. Johannes, het twaalfde hoofdstuk, en dat gewoon even vasthouden. Johannes, het twaalfde hoofdstuk, en laten wij beginnen met het drieëntwintigste vers, van Johannes 12. Nu luister hiernaar, heel aandachtig nu; dan hoeft u zich niet meer af te vragen wat het is.

     Maar Jezus antwoordde hun, zeggende: De ure is gekomen, dat de Zoon des mensen zal verheerlijkt worden.

112 Kijk, u bent daar aan het eind van een tijdperk. Zijn bediening is geëindigd. "...De ure is gekomen, dat de Zoon des mensen zal verheerlijkt worden." Hoe staat het met het uur dat daar komt wanneer Zijn bruid weggenomen moet worden? Of dat de ure is gekomen dat er geen tijd meer zal zijn? De engel is gereed om één voet op het land en de andere op de zee te zetten, met een regenboog boven Zich, en te zeggen: "De tijd is tot een einde gekomen." En behalve dat hief Hij Zijn hand op en zwoer dat er geen tijd meer zou zijn wanneer dit gebeurde. Wat is het volmaakt – een gezworen beëdigde verklaring aan de gemeente! "De ure is gekomen, dat de Zoon des mensen zal verheerlijkt worden."

     Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt, en sterft, zo blijft het alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort.

     Die zijn leven liefheeft zal het verliezen; en die zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren tot het eeuwige leven.

     Zo iemand Mij dient, die volge Mij; en waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn. En zo iemand Mij dient, de Vader zal hem eren.

     Nu is Mijn ziel ontroerd;...

113 U zegt: "Wel, Hij komt aan het einde van de weg, en ben je dan ontroerd?" Wat moet je denken wanneer er een groot geestelijk iets gebeurt dat u verontrust? O!

     Nu is Mijn ziel ontroerd; en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hierom ben Ik in deze ure gekomen.

     Vader, verheerlijk Uw Naam. Er kwam dan een stem uit de hemel, zeggende: En Ik heb Hem verheerlijkt, en Ik zal Hem ook verheerlijken.

     De schare dan, die daar stond, en dit hoorde, zeide, dat er een donderslag geschied was...

114 Toen nu het Lam het Boek nam en dat eerste zegel brak, sprak God van Zijn eeuwige troon om te zeggen wat dat zegel moest openbaren. Maar toen het Johannes werd voorgelegd, was het in een symbool. Toen Johannes het zag was het nog steeds een geheimenis. Waarom? Het was toen zelfs nog niet geopenbaard. Het kan niet geopenbaard worden tot, wat Hij hier zei, in de eindtijd. Maar het kwam in een symbool.

115 Toen het donderde... Herinner u, de luide geluidsklap van een donderslag is de stem van God. Dat zegt de Bijbel – een donderslag. Zij dachten dat het een donderslag was, maar het was God. Hij begreep het, want het was hem geopenbaard. Het was een donderslag.

116 Merk op, het eerste zegel werd geopend... het eerste zegel; toen het werd geopend in symboolvorm, donderde het! Nu hoe zal het dan zijn wanneer het in werkelijke vorm wordt geopend?

117 Het donderde zodra het Lam het zegel wegsloeg. En wat openbaarde het? Niet alles ervan. Eerst was het God, vervolgens wordt Het een symbool en dan wordt Het geopenbaard – drie dingen. Het komt voort van de troon. Eerst kan het niet gezien of gehoord worden, niets. Het is verzegeld. Het bloed van het Lam betaalde de prijs. Het donderde toen Hij het uitsprak. En toen Hij dat gedaan had, kwam er een witte ruiter tevoorschijn. En het was nog steeds een symbool.

118 Let nu op. Hij zei dat het bekend zou zijn in de laatste dagen, maar het komt naar voren in een gemeente-symbool. Begrijpt u het, gemeente? Het komt naar voren als een symbool van een gemeente; zij weten dat er een zegel is, maar wat het echter precies is weten zij niet, want het is een witte ruiter.

119 En het kan alleen geopenbaard worden in de laatste dagen, wanneer dit feitelijke zegel wordt verbroken. Verbroken voor wie? Niet voor Christus, maar voor de gemeente. Kijk, nu... O, dat doet mij gewoon beven! Ik hoop dat de gemeente dit waarachtig begrijpt; ik bedoel u, mensen. Ik ga u Bruid noemen. Begrijpt u het?

120 De stem is een donderslag. Waar kwam de stem vandaan? Van de troon die het Lam zojuist verlaten had als Middelaar. Nu staat Hij hier om Zijn plaats en Zijn aanspraak te nemen. Maar de donderslag kwam van de binnenkant van de troon – en donderde naar buiten! En het Lam stond hierbuiten. De donder, waar het Lam vandaan was gegaan. Waar Hij des Vaders troon verlaten had om Zijn eigen troon te gaan innemen. Glorie! Nu, mis het niet, vriend.

121 Wij allen weten, als Christenen, dat God aan David zwoer dat Hij Christus op zou wekken om op Zijn troon te zitten, en Hem een eeuwigdurend koninkrijk hier op aarde zou geven. Hij deed het. En Jezus zei: "Hij, die de antichrist en alle dingen van de wereld overwint zal met Mij zitten op Mijn troon, zoals Ik overwonnen heb en gezeten ben op Mijn Vaders troon."

122 Nu, op een dag staat Hij op van de troon des Vaders om Zijn eigen troon in te gaan nemen. Nu komt Hij naar voren om Zijn onderdanen te roepen. Hoe zal Hij hen gaan opeisen? Hij heeft het Boek der Verlossing reeds in Zijn hand. Glorie! O, ik zou wel een lied willen zingen:

Spoedig zal het Lam Zijn bruid nemen,
Om voor immer te staan aan Zijn zijde.
Alle hemelscharen zullen vergaderd zijn; (om dat gade te slaan)
Het zal een heerlijk schouwspel zijn,
Al de heiligen in smetteloos wit;
En met Jezus zullen wij feesten in eeuwigheid.

123 0! Gesproken over het zitten in hemelse gewesten nu. Wat zal het zijn, als wij ons al zo kunnen voelen terwijl wij hier nog beneden op aarde zitten voordat de opname is gekomen, in deze toestand waarin wij ons nu bevinden, en wij ons erin kunnen verheugen; rechtop staand rondom langs de muren en in de regen, alleen om dit te horen. Wat zal het zijn wanneer wij Hem daar zien zitten? O, mensen! O, het zal een glorieuze tijd zijn!

124 Hij verliet de troon van de Vader; kwam naar voren, Zijn Zoon, om te worden de... Hij is de zoon van David. Israël dacht dat Hij dat toen zou doen. Herinnert u zich dat de Syro-fenisische vrouw zei: "Gij Zoon van David?" En herinnert u zich de blinde Bartimeüs: "Gij Zoon van David?" En Jezus wist wat het plan was, doch zij wisten het niet; zij probeerden Hem te dwingen, om Hem de troon te laten nemen, en zelfs Pilatus vroeg Hem erover. Maar Hij zei: "Als Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, dan zouden Mijn onderdanen vechten. Mijn Koninkrijk is boven." Maar Hij zei: "Wanneer gij bidt, bid dan: Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde." Amen. Hoe heerlijk is dit grote gebeuren.

125 Hij verliet de troon des Vaders om Zijn eigen troon te nemen. Hij is nu vanuit Zijn middelaarswerk naar voren gekomen om Zijn eigen troon en Zijn verloste onderdanen op te eisen. Om dat te doen kwam Hij naar voren van de troon. Op dat moment sprak het schepsel gelijk een leeuw tot Johannes: "Kom en zie." Kijk! Leest u het?

     ...een van de zegels..., en ik hoorde een uit de vier dieren zeggen, als een stem van een donderslag:...

126 U weet wat de dieren waren. Wij hebben ze doorgenomen. Eén gelijk een leeuw, één gelijk een rund, één gelijk een mens en één gelijk een arend. Nu, het eerste dier zei... Merk op dat er iedere keer een ander dier is, totdat die vier ruiters voorbij zijn. Er zijn vier dieren, en er zijn vier ruiters.

127 Let op, elk van die dieren doet een aankondiging: Matthéüs, Markus, Lukas en Johannes. Wij zullen daarop terugkomen en aantonen welke Matthéüs is, welke Markus en welke Johannes, zoals elk van hen kwam.

128 Nu merk op dat één van de dieren zegt: "Kom en zie." Hij hoorde het geluid van een donderslag, en één van de dieren zei: "Kom en zie." Met andere woorden, hier staat het Lam, en Johannes staat daar buiten en ziet het gebeuren. Het Lam komt van de troon naar voren alsof Hij was geslacht – helemaal onder het bloed. Hij was Degene die waardig was bevonden, en toen Hij Zijn hand uitstak en het Boek nam, begon alles het uit te roepen, te schreeuwen en tekeer te gaan, ziet u, want zij wisten dat de verlossing betaald was.

129 Nu, Hij is gekomen om Zijn eigendom op te eisen. Dus Hij neemt het Boek – staat daar voor Johannes – en Hij trekt het los, verbreekt het zegel, en trekt het zegel neer; en wanneer Hij het zegel neertrekt, slaat er een donderslag door die plaats. En toen de donder sloeg was Johannes ongetwijfeld misschien in de lucht gesprongen, toen er een donderslag rolde; en toen zei één van de vier dieren: "Nu, kom en zie wat het is, wat hieronder geopenbaard wordt." (O!) "Johannes, schrijf op wat u ziet."

130 Dus gaat Johannes kijken wat het was. Johannes ging zien wat de donder had gesproken. Op dat moment zegt dit schepsel tegen Johannes: "Kom en zie wat het geheimenis is dat onder het eerste zegel ligt." De donder, de stem van de Schepper heeft het gesproken. Nu, Hij behoorde te weten wat daarin lag. O!

131 Maar bedenk, hij schreef dit op, maar toen hij die andere zeven donderslagen begon op te schrijven, zei Hij: "Schrijf het niet op." Hij had opdracht gekregen om alles op te schrijven wat hij zag. Maar toen deze zeven donderslagen in Openbaring 10 hun stemmen gesproken hadden, zei Hij: "Schrijf er niets van op." Het zijn geheimenissen. Wij weten nog niet wat zij zijn, maar naar mijn mening zullen zij weldra geopenbaard worden. En wanneer zij het worden, dan zal het geloof geven voor die opname-genade voor die gemeente. Wij nemen gewoon alles door wat wij maar weten; wij hebben door alle tijdsbedelingen heen op alles gelet. Wij hebben verborgenheden Gods gezien. Wij hebben het verschijnen gezien van het grote 'tezamen vergaderd worden' van de bruid in de laatste dagen, maar toch is er daar iets in waar wij onszelf gewoon geen licht op kunnen geven. Er is één of ander iets. Maar ik stel mij voor dat toen die geheimenissen voort begonnen te komen, God zei: "Houd het nu achter. Wacht een ogenblik. Ik zal het in die dag openbaren. Schrijf er niets van op, Johannes, want het zal hen doen wankelen. Laat het gewoon gaan. Maar Ik zal het in die dag openbaren, wanneer zij een reden hebben om te zien."

132 Zij spraken nooit tevergeefs. Bedenk, zoals het kleine inktdruppeltje, is alles met een doel. Alles is met een reden. Merk op, de Schepper sprak, en hij hoorde deze stem, en hij ging kijken.

133 Maar nu toont het Lam Johannes, in het symbool van een geschrift aan de gemeente (opdat de gemeente het weet), wat hij moet opschrijven. Hij komt gewoon deze avond: "Vertel dit niet, wat het precies is. Ga niet heen, Johannes, zeggend: 'Nu dit betekent precies dit, of wat er onder dit zevende zegel is.' Vertel dat niet rond, want wanneer Ik Johannes dat vertel, dan zal gedurende het gehele tijdperk het volledige plan verstoord worden – het is een geheim." Hij wil gewoon... Zijn komst...

134 Hij zei: "Niemand zal weten wanneer Ik kom; Ik kom gewoon." Dat is alles. Het zijn mijn zaken niet te weten wanneer, ik zal gewoon klaar zijn, ziet u?

135 Toen zei Hij: "Nu Johannes,..." Hij ging verder en dacht: "Nu zal ik het te zien krijgen", en wat deed hij? Toen Johannes verder ging... wat moet hij doen? Nu, hij moet dit opschrijven voor het gemeente-tijdperk. Dat wordt hij verondersteld te doen – het te schrijven aan de gemeente-tijdperken. Schrijf wat u ziet van deze zeven gouden kandelaren aan het begin, schrijf aan deze gemeente en vertel het hun.

136 Goed, en er weerklonk een donderslag. Johannes wist dat het de stem van God was. En toen zei het schepsel gelijk een leeuw: "Kom en zie wat het was", en Johannes ging nu voort met zijn pen om op te schrijven wat hij zou gaan zien.

137 Nu, hij heeft nooit exact gezien wat het was. Hij heeft het nooit begrepen, maar wat hij zag was datgene wat God aan de gemeente zond voor 'een tijd'. Nu Hij moet... Hij zal het, zoals Hij altijd doet, duidelijk maken wanneer het tijd is om het duidelijk te maken. Maar Hij maakte het toen nog niet duidelijk. Waarom? Omdat Hij het geheim zou houden tot de laatste dagen, en het bazuinen van de boodschap van de laatste engel was om deze geheimenissen te verzamelen, om het duidelijk te maken.

138 Maar toen Johannes keek zag hij slechts een wit paard uitgaan met een ruiter erop; dus dat schreef hij op. Dat had hij gezegd: "Kom en zie", dus Johannes ging kijken wat hij kon zien om aan de gemeente te schrijven, en toen hij ging zag hij een wit paard, en die daarop zat had een boog, en hij ging uit overwinnende en opdat hij overwon. En er werd hem een kroon gegeven. En dat nu, is alles wat Johannes zag, dus schreef hij dat gewoon op.

139 Nu kijk, dat is in symboolvorm. Dat is de wijze waarop de gemeente het heeft ontvangen; maar met de belofte dat Hij het in de laatste dag zou openbaren – zou tonen wat het is. God helpe ons het te begrijpen.

140 Gemeente-tijdperken... maar het wordt niet volledig bekend gemaakt tot de zevende boodschap van dit laatste gemeente-tijdperk.

141 Merk op, hij, deze boodschapper van het zevende gemeente-tijdperk, als u erop let, begint hij geen denominatie zoals de anderen. Herinner u dat, hij begint geen... Nee, u zult bemerken dat hij er tegen is. Was Elia er tegen? Zeker was hij dat. Was Johannes er tegen (met de geest van Elia)? Wat voor een soort geest had Elia op zich toen hij leefde...? Niemand weet veel over hem. Hij was gewoon een man, maar hij was een profeet. Hij werd gehaat. Mensen! In welke tijd trad hij op? Juist in de tijd dat Israël populair was en toen zij allen werelds werden, en hij ging daar uit en hij was een vrouwenhater. Dat was hij zeker. En hij hield van de woestijn. Dat was zijn natuur.

142 Dan hadden die mensen het moeten weten, toen die kerel daar aan kwam, met diezelfde geest op zich. Toen deze Johannes eraan kwam; niet helemaal opgetooid zoals de grote mannen, zoals ik gisteravond zei. Zij kussen de baby's, trouwen, begraven enzovoort, maar deze man kwam als een man van de woestijn. Wat was hij? Hij hield van de woestijn. Hij had verder dat hij de denominaties haatte. Hij zei: "Begint u nu niet te zeggen: 'Wij behoren tot dit of dat', want ik zeg u dat God bij machte is om uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken." Hij was niet iemand die compromissen sloot. Jezus zei: "Bent u uitgegaan om een riet te zien, bewogen door de wind?" Niet Johannes! Zeker niet.

143 Wat deed hij ook? Net als Elia had gesproken tot Izebel, sprak hij tot Herodias. Hij stapte regelrecht tot voor het aangezicht van Herodes en zei: "Het is niet rechtmatig dat u haar hebt." Zij hebben hem zijn hoofd ervoor afgehouwen. Zij probeerde Elia te krijgen. Diezelfde geest die in Izebel was, was in die vrouw. En het is vandaag hetzelfde in de 'Izebel'-kerk. Hetzelfde. Nu, let hierop. Wat vinden wij hierin een grote les. En nu, het lijkt alsof die mensen het geweten zouden hebben. Johannes begon die mensen uit te foeteren, en stond daar, en schijnbaar zouden zij geweten hebben dat dat de geest van Elia was. Zij hadden moeten begrijpen dat dat het was.

144 Nu, wij bemerken, en hebben door de gemeente-tijdperken heen gezien dat ons overeenkomstig de Schriften een terugkeer van die geest is beloofd, vlak voor de eindtijd. Is dat waar? Nu, u zult diens natuur opmerken. Nu, hij zal niet een nieuw gemeente-tijdperk beginnen, zoals Luther, Wesley en al die anderen. Hij zal geen nieuwe kerk stichten, want er zullen geen gemeente-tijdperken meer komen. Er zullen er geen meer zijn, dus hij moet er tegen zijn; want zijn geest zal gewoon precies zo zijn als zij daar terug waren... dezelfde geest. Zoals ik gisteravond zei: "Het behaagde God hem drie verschillende keren te gebruiken." Dat is Zijn getal, drie – niet twee – drie! Hij heeft hem al tweemaal gebruikt, nu gaat Hij hem opnieuw gebruiken. Hij zei het. Hij beloofde het.

145 Nu, merk nu op toen Hij het deed... Hij zal geen nieuwe denominatie beginnen, want het Laodicéa-gemeente-tijdperk is het laatste tijdperk, en de boodschapper van de zevende engel, die de zevende boodschapper is aan het zevende gemeente-tijdperk, is de man die, door de Heilige Geest, al deze verborgenheden zal gaan openbaren, die zullen... Hoevelen waren hier gisteravond? Laat mij uw hand zien. Ik hoef dat gewoon niet te lezen. U weet waar het staat. (Het tiende hoofdstuk, ziet u?)

146 De hervormers kwamen om het laatste gevallen gemeente-tijdperk dat aan hen vooraf ging te hervormen. Dan, nadat de hervormers gekomen waren en het gemeente-tijdperk hervormd hadden van waar het was, en het weer teruggegaan was in de wereld, dan begonnen zij een nieuw gemeente-tijdperk. Dat deden zij altijd. Altijd. Nu, wij hebben dat doorgenomen, ziet u.

147 Met andere woorden, er was een Katholiek gemeente-tijdperk geweest, van de Rooms-katholieke kerk. Toen kwam Luther, een hervormer. Hij wordt een hervormer genoemd. En wat doet hij? Hij begint zich daar los te hameren, en dan... Hij protesteerde tegen de kerk – en u weet, wat doet hij als eerste? Hij bouwt hetzelfde als wat hij was komen verdrijven – een andere kerk. Dan hebben zij een ander gemeente-tijdperk.

148 Dan is het eerste wat u weet, dat hier – het gemeente-tijdperk ligt zo overhoop – John Wesley verschijnt, een andere hervormer. Hij bouwt een nieuw gemeente-tijdperk. Snapt u wat ik bedoel? Een nieuw gemeente-tijdperk werd opgebouwd. Zij waren allen hervormers.

149 Let hierop. Deze laatste boodschapper aan het laatste gemeente-tijdperk is geen hervormer, hij is een profeet! Hij is niet een hervormer! Toon mij waar ooit één profeet een gemeente-tijdperk begon! Hij is geen hervormer, hij is een profeet! De anderen waren hervormers, maar geen profeten. Als zij het geweest waren... het Woord des Heren komt tot de profeet; dat is de reden dat zij door bleven gaan met de doop in Vader, Zoon en Heilige Geest, en al deze andere dingen – omdat zij hervormers waren en geen profeten. Maar toch waren zij grote mannen van God die de nood zagen van de dag waarin zij leefden, en God zalfde hen, en zij werden daar uitgezonden en scheurden die dingen aan stukken. Maar het volle Woord van God kwam nooit tot hen, omdat zij geen profeten waren. Zij waren hervormers.

150 Maar in de laatste dagen zal het een profeet moeten zijn, om de geheimenissen van God op te nemen die zij zouden... omdat de geheimenissen alleen door profeten gekend zouden worden. Dus deze kerel moet komen. Ziet u nu wat ik bedoel? Hij kan geen hervormer zijn; het moet een profeet zijn, want het moet iemand zijn die begiftigd is, die daar zit en het Woord opvangt.

151 Nu, die hervormers wisten dat er iets verkeerd was. Luther wist dat het brood niet het lichaam van Christus was, en daarom predikte hij: 'De rechtvaardige zal door geloof leven', en dat was zijn boodschap.

152 En toen John Wesley kwam, zag hij dat er een heiliging was, dus predikte hij heiliging. Dat was zijn boodschap.

153 De Pinkstermensen brachten de boodschap van de Heilige Geest, enzovoort. Maar in de laatste dagen, in dit laatste tijdperk, zal de boodschapper niet een bepaalde hervorming beginnen, maar hij zal al de geheimenissen die die hervormers overlieten moeten nemen, ze bijeenzamelen en ze oplossen voor de mensen. Laat mij het gewoon nog eens lezen. Het klinkt mij zo goed in de oren, ik houd ervan het te lezen. [Openbaring 10:1–7 – Vert]

     En ik zag een andere sterke Engel, afkomende van de hemel, die bekleed was met een wolk; een regenboog was boven Zijn hoofd; en Zijn aangezicht was als de zon, en Zijn voeten waren als pilaren van vuur.

154 Nu, wij hebben hetzelfde gezien, hetgeen Christus was. En wij weten dat Christus altijd de boodschapper is aan de gemeente. Hij wordt de Vuurkolom genoemd, de Engel des Verbonds, enzovoort.

     En Hij had in Zijn hand een boekske, dat geopend was;... (Nu, de zegels zijn hier geopend! Wij verbreken ze nu, maar hier is het geopend.) en Hij zette Zijn rechtervoet op de zee, en de linker op de aarde.

     En Hij riep met een grote stem, gelijk een leeuw brult; en toen Hij geroepen had, spraken de zeven donderslagen hun stemmen.

     En toen de zeven donderslagen hun stemmen gesproken hadden, zo zou ik ze geschreven hebben; en ik hoorde een stem uit de hemel, die tot mij zeide: Verzegel, hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben, en schrijf dat niet. (Schrijf ze niet op!)

     En de Engel, die ik zag staan op de zee, en op de aarde, hief Zijn hand op naar de hemel;

     En Hij zwoer bij Hem, Die leeft in alle eeuwigheid, Die de hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is, en de aarde en hetgeen daarin is, en de zee en hetgeen daarin is, dat er geen tijd meer zal zijn. (Kijk! Vergeet dit nu niet, terwijl wij doorgaan.)

     Maar in de dagen van de stem van de zevende engel,...

     Die laatste engel – de aardse engel. Déze Engel kwam af van de hemel. Maar dat was hij niet. Hij kwam neer van de hemel, maar hier spreekt Hij van de stem van de zevende engel. De engel betekent een boodschapper. Iedereen weet dat. En een boodschapper aan het gemeente-tijdperk...

     Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, zo zal de verborgenheid... (zeven zegels, alle – al de verborgenheden) Gods vervuld worden, gelijk Hij Zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft.

155 De gehele verborgenheid is ontvouwen. Dat is de bediening van die engel. Ziet u, het is zo simpel dat mensen er gewoon over vallen. Maar hier zal het overal volmaakt worden betuigd. Het zal gewoon volmaakt betuigd worden. Een ieder die het zien wil, kan het zien. Dat is juist. Maar diegenen... Jezus zei, toen Hij sprak bij Zijn komst: "U hebt ogen en kunt niet zien, zoals Jesaja van u gezegd heeft. U hebt oren en kunt niet horen." Dus wij zien dat...

156 Ik schrok daarvan; ik keek daar achter naar die klok en ik dacht dat het tien uur was. Maar... het is zelfs nog geen negen uur. Goed. O! Laat ons het nu vatten!

157 Merk op, (ik houd hiervan) de anderen waren hervormers, maar... zij waren grote mannen van God die de nood van de dag zagen, en zij brachten hervorming teweeg. Maar in Openbaring 10 staat dat zijn boodschap zou openbaren, niet hervormen – de geheimen zou openbaren, geheimen openbaren. Het is het Woord in de man. Hebreeën 4 zegt dat het Woord van God scherper is dan een tweesnijdend zwaard, dat doordringt zelfs tot... scheiding van die... en een openbaarder is van de geheimen van het hart. Deze man is niet een hervormer, hij is een openbaarder. Openbaarder van wat? De geheimenissen van God. Daar waar de gemeente alles heeft vastgelegd en zo, zal hij optreden met het Woord van God en er openbaring over geven, want hij moet het geloof van de kinderen terugbrengen (herstellen) tot de vaderen. Het oorspronkelijke Bijbelse geloof moet hersteld worden door de zevende engel. Nu, o, wat houd ik hiervan! Alle geheimenissen van de zegels die de hervormers nooit ten volle hebben begrepen...

158 Nu, kijk even een ogenblik naar Maleachi 4. Tekent u het gewoon aan. Hij is een profeet en herstelt het oorspronkelijke geloof tot de vaderen. Nu, wij zien er naar uit dat die persoon op het toneel zal verschijnen. Hij zal zo nederig zijn dat tientallen miljoenen maal tientallen miljoenen het zullen... Wel, er zal een kleine groep zijn die het zal begrijpen.

159 Denk terug aan die andere dag waarin Johannes verondersteld werd te komen. Er was geprofeteerd van een boodschapper voor de komst van Christus, een stem van één die roept in de woestijn; Maleachi zag hem. Kijk, het derde hoofdstuk van Maleachi is de komst van de Elia die zou komen om de komst van Christus vooraf te gaan. U zegt: "O, nee, nee, broeder Branham. Het is het vierde hoofdstuk." Neem mij niet kwalijk. Jezus zei dat het het derde hoofdstuk was.

160 Nu, neemt u Matthéüs, het elfde hoofdstuk, vers 6. Hij zegt dit... (Het elfde hoofdstuk – ik geloof vers 6; het vierde, vijfde of het zesde, ergens in de buurt.) Hij zei: "Indien gij het kunt ontvangen, (toen Hij over Johannes sprak) deze is het, van wie geschreven staat: Ik zend Mijn boodschapper voor Mijn aangezicht." Lees nu Maleachi 3.

161 Sommigen proberen het toe te passen op Maleachi 4. Nee meneer! Dat is het niet! Let op Maleachi 4, zodra die boodschapper heengaat, wordt de wereld volledig verbrand, en de rechtvaardigen trekken uit het Duizendjarig Rijk in, over hun as. Dus u ziet dat als u dat betrekt op hem, daar in het verleden, de Bijbel u dan iets vertelt wat niet zo was. Wij hebben tweeduizend jaar gehad en de wereld is nog niet verbrand, en zo dat de rechtvaardigen er al op leven. Dus het moet in de toekomst liggen.

162 O! Als u hier in Openbaring kijkt en ziet wat die boodschapper aan het eind van dit tijdperk verondersteld wordt te doen, dan zult u zien wat het is. Hij moet een profeet zijn. Hij moet deze eindjes die deze hervormers niet zagen opnemen en het daarin plaatsen.

163 Hoe kan Matthéüs 28:19 de vergelijking met Handelingen 2:38 doorstaan zonder de geestelijke openbaring van God? Hoe kunnen deze mensen zeggen dat de dagen van wonderen voorbij zijn, en zo maar door? – zonder openbaring van God; de enige wijze waarop men ooit zal weten, weten of het goed is of verkeerd. Ziet u? Maar zij zijn door seminaries gekomen... Ik hoop dat wij tijd hebben om daarop in te gaan. Ik wil voortmaken, want ik wil u hier niet langer dan een week houden (u weet wat ik bedoel) voor dit openen van deze zegels. Ik heb één dag, en op die dag zou ik voor de zieken willen bidden als het zou kunnen.

164 Nu kijk, Maleachi 4 – hij is een profeet en herstelt het oorspronkelijke geloof van de vaderen. In de eindtijd, wanneer de verdrukkingsperiode komt – nu hier is een dingetje waar wij even een moment naar zullen terugverwijzen wanneer de drieëneenhalf jaar... of, de zeventig weken van Daniël... (De laatste helft van de zeventigste week van Daniël, wat drieëneenhalf jaar is...) Nu, we... Hoevelen herinneren zich dat van de gemeente-tijdperken? Er waren zeventig weken bestemd – zie hoe volmaakt het is – 'dan zal de Messias komen, en Hij zal worden uitgeroeid als een offerande in het midden van de week, en het dagelijks offer zal ophouden!'

165 Dan wachten er nog steeds drieëneenhalf jaar voor de Messiaanse leer aan de Joden, en God handelt niet tegelijkertijd met de Joden en de heidenen. Hij handelt met Israël als een natie – met de heidenen als enkelingen. Hij neemt niet 'de heidenen' als Zijn bruid, Hij neemt een volk uit de heidenen. Nu, Hij handelt met Israël als een natie. En zij zit daar nu precies weer als een natie.

166 Ik kreeg vandaag een brief van Paul, Paul Boyd, en hij vertelde mij: "Broeder Branham, het is zo waar, deze Joden hebben nog steeds een vreemd gevoel jegens de heidenen, ongeacht wat er gebeurd is." Dat zal zeker. Zij behoren dat te hebben.

167 Maarten Luther verkondigde dat alle Joden uitgewezen zouden moeten worden en hun gebouwen afgebrand, omdat zij antichristelijk waren. Ziet u? Maarten Luther deed die bewering zelf in zijn geschriften.

168 Nu, Hitler vervulde gewoon wat Maarten Luther had gezegd. Waarom zei Maarten Luther dat? Omdat hij een hervormer was, niet een profeet. God handelde met die profeet – zegende Israël. Hij zei: "Zo wie u zegent, die zij gezegend, en vervloekt zij, wie u vervloekt." Hoe kan de ene profeet opstaan en ontkennen wat de andere profeet gezegd heeft? Dat kan niet.

169 Het moet met elkaar in harmonie zijn. Om die reden classificeren zij... Kijk, Duitsland wordt geacht een Christelijk land te zijn, maar de manier waarop zij Israël hebben behandeld, wordt hen nog steeds kwalijk genomen; maar u kunt hen geen verwijt maken. Maar herinner u gewoon, als er hier soms enige Joden zitten: weest u niet bezorgd; uw dag is komende! God kan hen nooit vergeten. Zij werden verblind terwille van ons.

170 Noach, deze profeet, zei – de profeet riep het uit en zei: "Zult Gij Israël vergeten?"

171 Hij zei: "Neem die maatstok; hoe hoog is de lucht? Hoe diep is de zee?"

172 Hij zei: "Dat zou ik niet kunnen meten." Hij zei: "Nimmer zou ik Israël kunnen vergeten." Dat is Zijn volk, Zijn dienstknechten. En er wordt slechts een gering aantal uit de heidenen genomen om Zijn bruid te zijn. Precies juist! Dat is de bruid.

173 Nu, deze zeventig weken waren bepaald, volmaakt, zoals Daniël zei dat de Messias zou komen en in het midden van de week zou worden uitgeroeid. Jezus profeteerde drieëneenhalf jaar. In het midden nu van deze drieëneenhalf jaar van Daniël, in het midden ervan werd Hij uitgeroeid. En nu is het laatste deel de verdrukkingsperiode, waarin de heidengemeente is... O, dit is geweldig! Nu mis dit niet. De bruid gaat binnen met de Bruidegom. Daarna het duizendjarig rijk, lopen over de as van de goddelozen.

174 Laat mij u hier iets aantonen. Terwijl wij het juist in gedachten hebben; laat mij u gewoon aantonen wat er staat – wat de Bijbel zegt. En wij kunnen niet ontkennen dat dit het Woord van God is. Als wij het doen, dan zijn wij een ongelovige. Zie, wij moeten het geloven. U zegt: "Ik begrijp het niet." Ik ook niet, maar ik verwacht Hem om het te openbaren. Kijk:

     Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen,... (zoals de Amerikanen enzovoort) en al wie de goddeloosheid doet, een stoppel zijn, (het zal verbranden) en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heerscharen, die hun noch wortel noch tak laten zal.

175 Hoe komt u daarin dan aan een eeuwige hel? Ziet u, het zijn de laatste dagen, wanneer deze dingen geopenbaard worden. Er is geen plaats in de Bijbel waar staat dat de hel eeuwig is. Als de hel eeuwig zou zijn, dan zou u eeuwig leven moeten hebben om daar te blijven. Er is slechts één vorm van eeuwig leven, en dat is waar wij voor strijden. Alles wat een begin heeft gehad, heeft een eind. De hel werd geschapen voor de duivel en zijn engelen, en zal verteerd en weggedaan worden. Dat is waar. Ziet u? Maar wanneer dit plaats vindt, laat het hun wortel noch tak.

     U daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.

     En gij zult de goddelozen vertreden: want zij zullen as worden onder de zolen van uw voeten, te dien dage, die Ik maken zal, zegt de HEERE der heerscharen.

     Waar zullen de goddelozen zijn na de verdrukking? – as!

     Gedenk de wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hem bevolen heb op Horeb aan gans Israël, de inzettingen en de rechten.

     Ziet, Ik zend u de profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal.

176 Amen! Hier besluit het Oude Testament op die wijze, en hier besluit het Nieuwe Testament met precies dezelfde zaak. Hoe zult u dat weg doen blijven? Nu kijk: "Ik zend u de profeet Elia, eer dat die dag komt." [Maleachi 4.]

     En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen terug brengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen: opdat Ik niet kome, en de aarde met de ban sla.

177 Daar hebt u het. Dat is het Woord des Heren. Hij heeft het beloofd. Het moet komen. En nu, als u oplet hoe dit gebeurt – het is prachtig, hoe God het doet. De bruid gaat heen met de bruidegom, en dan, daarna, worden de goddelozen verbrand met onuitblusbaar vuur. En nadat de wereld gezuiverd is; zichzelf reproduceert... Alles moet dat doen – moet door een toestand van zuivering gaan. Vulkanen zullen uitbarsten in die grote, laatste tijd, en de wereld zal barsten en het uitbraken, en voortgaan, en al deze beerputten van zonde en alles wat op de aarde is zal in het niet wegsmelten. Het zal branden met zo'n vurige hitte, dat het zal zijn als dat bleekmiddel dat de kleur van de inkt terugbrengt tot zijn oorspronkelijke scheppingsvorm; zo zal het vuur van God zo heet zijn dat het elke vuiligheid tot zijn toestand zal terugbrengen, wanneer Satan en alle zonde en alles opgebrand zijn. En dan zal zij voortkomen, even prachtig als zij was in de Hof van Eden. Dat is juist. O, dat grote uur ligt vlak voor ons!

178 Gedurende de verdrukkingsperiode... Ik wil dat u hier nu op let, een klein ding dat ik hier tussen heb gezet: gedurende deze verdrukkingsperiode, nadat de bruid is weggeroepen en wanneer de gemeente door de verdrukkingsperiode gaat, worden de 144.000 geroepen door de twee getuigen van Openbaring 11. Nu kijk, zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed.

179 Nu, wij weten dat deze Romeinse kalender... Wij hebben soms 28 dagen, dan 30 en 31 dagen, maar eigenlijk telt de kalender dertig dagen voor iedere maand. Juist! En neem duizendtweehonderdzestig dagen en doe daar dertig bij, en kijk wat u hebt gekregen. Precies drieëneenhalf jaar op de dag af. Dat is de tijd – dat is de toebedeelde tijd dat de Messiaanse boodschap aan Israël moet worden gepredikt, net zoals het daar vroeger was.

180 Wanneer Hij terugkomt en Zichzelf in een symbool bekend maakt, zodat wanneer Hij komt...

181 Toen Jozef uit het land werd weggevoerd en door zijn broeders werd verstoten, omdat hij een geestelijk man was – hij kon visioenen zien en dromen uitleggen, en toen hij dat deed werd hij weggevoerd naar het land en verkocht voor bijna dertig zilverstukken.

182 Hij beeldde Christus precies uit, want het was de Geest van Christus in hem. Let op wat er toen gebeurde. En merk op dat hij, toen hij dit deed, in een gevangenis werd gezet, en één man werd gered en de ander ging verloren – precies als bij Jezus, toen Hij in de gevangenis was aan het kruis; één dief werd gered en de andere ging verloren. Precies! Hij werd in een graf geworpen en verondersteld dood te zijn, en werd omhoog gebracht en klom op tot aan de rechterhand van Farao, zodat niemand tot Farao kon komen zonder eerst Jozef te ontmoeten. Jezus zit ter rechterhand Gods, en niemand kan tot de Vader komen dan door de Zoon! Dat is juist!

183 En kijk, telkens wanneer Jozef uitging – wanneer Jozef opstond vanuit die rechterhand van die troon... Wat? Glorie! Daar zat Jozef aan de rechterhand van Farao. En wanneer Jozef opstond om die troon te verlaten, weerklonk de bazuin. Buig uw knieën, iedereen! Jozef komt!

184 Wanneer dat Lam de troon daarginds verlaat en Zijn dagen van middelaarswerk voorbij zijn, wanneer Hij de troon daar verlaat, dat Boek van verlossing neemt en naar voren loopt, dan zal elke knie zich buigen! Daar is Hij!

185 Let op, Jozef, verworpen door zijn broeders, werd een heidense vrouw gegeven. Potifar gaf hem... of, Farao had hem een heidense vrouw gegeven, en hij bracht heidense kinderen voort – half heidens, half Joods. Zij vormen een groot symbool, want toen Jakob hen zegende – Efraïm aan de ene kant en Manasse aan de andere – kruiste hij zijn handen en gaf het jongste kind de zegen; en de twee kinderen werden toegevoegd aan de twaalf stammen, wat in die tijd nog slechts tien stammen waren, en Jakob zelf zegende hen in; en Jozef, zijn profeten-zoon, stond daar en zei: "Vader, u deed het verkeerd. U hebt uw rechterhand ter zegening op het jongste kind gelegd, terwijl hij op de oudste had moeten gaan."

186 Hij zei: "Ik weet dat mijn handen gekruist waren, maar God had ze gekruist." Waarom? Israël, die de rechten had om een bruid te worden, verwierp ze en verkocht zijn geboorterecht, dat van de oudste zoon, Israël, overging op de nieuwe, heidense; en de zegeningen gingen van daar, door het kruis, over op hen.

187 Maar bemerk, daarna, zie, door die... toen alle... Hij had zijn bruid genomen. Maar toen die jongens daar kwamen om voedsel te kopen – o, het is zo'n prachtig beeld. Ik ben weg bij het zegel, maar ik moet het gewoon zeggen, want ik geloof dat u het beeld beter zult begrijpen.

188 Kijk. Nu, toen zij daar kwamen om voedsel te kopen, weet u, herkende Jozef hen dadelijk. En Jozef was de zoon des voorspoeds; ongeacht waarheen hij ging, hij was altijd voorspoedig. Wacht tot Hij opnieuw op aarde komt – wacht tot onze Jozef komt. De woestijn zal bloeien als een roos, en de Zoon der gerechtigheid zal opstaan met genezing onder Zijn vleugelen. O! Al die cactussen rondom Arizona zullen zich ontvouwen tot prachtige bomen. Het zal prachtig zijn.

189 Let op, hier komt hij tevoorschijn, en hij neemt hen daar een beetje beet. En hij staat op en zegt: "Leeft mijn vader nog?" Ziet u? Hij wilde weten of de vader van die jongen leefde.

190 Hij zei: "Ja." (Hij wist dat dat zijn broeder was.)

191 Maar hebt u opgemerkt dat toen hij zich gereedmaakte om zichzelf aan zijn broeders te openbaren, en hij kleine Benjamin vond, die geboren was nadat hij weggegaan was... En dat vertegenwoordigt deze Joden, die honderdvierenveertigduizend die zich daar nu precies verzamelen, nadat Hij is heengegaan. En wanneer Hij weerkeert... hij zei – hij keek naar Benjamin; zijn hart dreigde te breken. En bedenk, zij wisten niet dat hij Hebreeuws kon spreken. Hij had een tolk genomen; hij deed alsof hij een Egyptenaar was. Ziet u?

192 En toen het dan bekend werd gemaakt – hij wilde zichzelf bekend maken – bleef hij kijken naar de kleine Benjamin. En bedenk, hij stuurde zijn vrouw weg. Zij was in het paleis toen hij zichzelf bekend maakte aan zijn broeders. En de heidenbruid, de vrouw – nadat Jezus afgewezen werd door Zijn eigen volk, heeft Hij een heidenbruid genomen. En Hij zal haar hier vandaan nemen naar het paleis, naar Zijn Vaders huis in de heerlijkheid voor het bruiloftsmaal, en zal terug naar beneden glippen om Zichzelf bekend te maken aan Zijn broederen, de honderdvierenveertigduizend. Daar staat Hij! En onthoud, kijk naar de symbolen; volmaakt!

193 En toen hij terugkwam tot waar dit gebeurde, keek hij op hen neer en zei... begon te kijken... en zij begonnen te praten. Zij zeiden: "Nu Ruben, je weet dat het ons nu te wachten staat. Want je weet toch wat we hebben gedaan? Wij hebben deze jongen in de put gegooid. Nu, wij hadden onze broer niet moeten verkopen." Dat was hun broer die daar stond, die machtige vorst, en zij wisten het niet.

194 Dat is de reden dat Israël Hem vandaag niet kan begrijpen. Het is het uur nog niet om het te weten. En verder, hij zei dat hij geen Hebreeuws kon verstaan, maar hij stond ondertussen wel naar hen te luisteren.

195 Zij zeiden: "Nu wacht ons wat." En Jozef, toen hij er naar keek, kon hij het niet langer verdragen. En herinner u, zijn vrouw en zijn kinderen waren in het paleis op die tijd – de heiligen zijn weggegaan uit hun tegenwoordigheid – en hij zei: "Ik ben Jozef, uw broeder."

196 En hij rende erheen en greep de kleine Benjamin vast, viel hem om de hals, en begon te huilen. En hij maakte zichzelf bekend.

197 Toen zeiden zij: "Nu weten wij wat er voor ons te wachten staat, want wij hebben hem verkocht. Wij zijn het die hem verkochten. Wij zijn het die hem trachtten te doden. Nu weten wij dat hij ons zal doden."

198 Hij zei: "Nee, maak uzelf geen verwijten, jullie hebben het alleen gedaan om leven te behouden. Daarom heeft God mij hier naartoe gezonden." En wanneer Hij Zichzelf bekend maakt, zoals de Bijbel zegt (wanneer wij er toe komen), wanneer Hij Zichzelf daar aan de honderdvierenveertigduizend bekend maakt – de kleine Benjamin daar van vandaag en het overblijfsel van die Joden die daar achter waren gelaten – wanneer Hij Zichzelf bekend maakt zullen zij zeggen: "Waar liep U die littekenen op? Wat doen die in Uw handen?"

199 Hij zal zeggen: "O, die kreeg Ik in het huis van Mijn vrienden."

200 O, dan zullen zij beseffen dat zij de Messias hebben gedood. Maar wat zal Hij zeggen? Hetzelfde wat Jozef zei: "U deed het om leven te behouden. Maak uzelf geen verwijten." Want de heidenen zouden niet binnengebracht zijn als de Joden niet die verblinde streek hadden uitgehaald. Zo redde Hij het leven van de gemeente door de dingen die zij hebben gedaan. Daar bent u er. Dat is de reden dat zij het vandaag niet kunnen begrijpen – het is het uur niet. Net zomin als wij deze dingen konden verstaan tot de tijd gekomen was om het te begrijpen. O!

201 De zeven donderslagen van Openbaring. Moge Hij de bruid tonen hoe zij zich moet voorbereiden voor groot opnamegeloof. (Nu, laten wij opschieten, want wij hebben nog maar ongeveer vijftien of twintig minuten.)

202 Nu, wat betekent dit 'witte paard'? Laat mij dit lezen. Ik ben er zover van afgedwaald. Neem mij niet kwalijk dat ik van mijn onderwerp ben afgeweken, maar ik zal het vers opnieuw lezen, de twee verzen.

     En ik zag, toen het Lam een van de zegels geopend had, en ik hoorde één uit de vier dieren zeggen, als een stem van een donderslag: Kom en zie!

     En ik zag, en ziet, een wit paard,... (nu, wij gaan naar het tweede vers) en die daarop zat, had een boog; en hem is een kroon gegeven,... (hij had er toen geen) en hij ging uit overwinnende, en opdat hij overwon. (Dat is alles erover. Dat is een zegel.) [Openbaring 6:1–2]

203 Laat ons nu de symbolen onderzoeken. Wij hebben gevonden wat de donderslag betekent. Dat is volmaakt, dat weten wij. De donderslag was de stem van God toen het zegel geopend werd.

204 Nu, wat betekent het witte paard? Nu, op dit punt komt de openbaring. Ik ben hier net zo zeker van als dat ik hier sta en weet dat dit het Woord is. Ik heb elk boek erover gelezen dat ik kon vinden. En met een... De laatste keer dat ik probeerde om het door te nemen en het te onderwijzen, ongeveer dertig jaar geleden, nam ik het boek... Iemand had mij verteld dat de Adventisten het meeste licht op de tweede komst van Christus hadden van alle mensen die zij kenden, dus zocht ik enige van hun goede boeken uit om die te lezen. Ik kreeg het boek van Smith over Daniëls Openbaring. Hij zei dat dit witte paard dat uitging wit was, en dat het een overwinnaar symboliseerde, en bij dit overwinnen... Velen van u, Adventisten-broeders hier kennen het boek en ook vele anderen van u zullen het gelezen hebben. En andere – ik las er twee of drie. Ik las ze... ik kan ze niet noemen... las nog twee boeken, en beide mannen stemden overeen dat dat juist was. Zij waren fijne leraren, en werden geacht enigen van de besten te zijn met het beste licht. Dus dacht ik: "Wel, als ik het niet weet, zal ik maar gewoon zeggen wat zij zeiden, en het op hun manier proberen te onderwijzen." Zij gaven er een erg goede uitleg van, wat het in werkelijkheid betekende.

205 En hij zei: "Nu, hier is een wit paard, en een wit paard is een macht – een strijdros." En hij zei: "Die man die op dat witte paard zat was de Heilige Geest, Die uitging in het vroege tijdperk, en dat tijdperk veroverde voor het Koninkrijk van God. Hij had een boog in Zijn hand, hetgeen een betekenis had als 'Cupido'. Hij schoot de pijlen van liefde in de harten van de mensen – de liefde van God, en Hij overwon."

206 Nu, dat klinkt heel goed, maar het is niet de waarheid. Nee, zeker niet. Wit betekent rechtvaardig. Dat beseffen wij. Het wit betekent rechtvaardig, en de leraars hebben geleerd dat het de Heilige Geest was die overwon in het eerste tijdperk. Maar mijn openbaring ervan door de Heilige Geest is zo niet!

207 Mijn openbaring door de Heilige Geest is: Christus en de Heilige Geest is één en dezelfde Persoon, alleen in een verschillende vorm. Dus, hier staat Christus, het Lam. Wij weten dat Hij het Lam was. Hij staat hier met het Boek in Zijn hand, en daar gaat de witte ruiter. Ziet u? Dus het was niet de Heilige Geest.

208 Nu, dat is één van de geheimenissen van de laatste dagen, hoe Christus de drie personen in Eén kan zijn. Het zijn niet drie verschillende mensen – Vader, Zoon en Heilige Geest – wat drie goden zijn, zoals de belijders van de drieëenheid het ons proberen te vertellen. Het zijn drie manifestaties van dezelfde Persoon; u zou het ook drie ambten kunnen noemen. Als je spreekt tot predikers, gebruik je liever niet 'ambt' – want ik dacht er toevallig net aan dat het op de band komt. Dus zal ik u zeggen... Natuurlijk kon Christus niet zeggen: "Ik zal Mijn ambt bidden, en Hij zal u een ander ambt zenden." Wij weten dat. Maar als u wilt maken dat het... het zijn drie eigenschappen [Oorspronkelijk: attributen] van dezelfde God. Niet drie goden – drie eigenschappen van dezelfde God. En hoe zou Christus dan daarginds op een wit paard kunnen zitten en overwinnen, en hier staan met een Boek in Zijn hand? Zo is het niet; het is Christus niet.

209 Let nu op, de Heilige Geest – de openbaring van Christus is: de Heilige Geest is Christus in een andere gedaante. Dat is juist. Kijk, het is een Lam dat het Boek opent, en het Lam is Christus; en Christus wordt van die tijd af niet meer gezien, maar in het boek Openbaring, hoofdstuk 19, wordt Hij gezien, komende op een wit paard. Als u het zou willen lezen, laten wij dan Openbaring 19:11–16 opslaan. Laten wij het heel vlug gaan lezen, terwijl wij nog genoeg tijd hebben (hoop ik) om het gewoon wat duidelijker voor ons te maken. (19:11) Te beginnen bij het elfde vers en verder lezen tot en met het zestiende vers.

     En ik zag de hemel geopend; en ziet, een wit paard,... (niet op aarde, in de hemel) en Die erop zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid.

     En Zijn ogen waren als een vlam vuur, en op Zijn hoofd waren vele koninklijke hoeden;... (kijk naar deze diademen) en Hij had een naam geschreven, die niemand wist, dan Hijzelf.

210 Ik wilde dat ik daar een ogenblikje bij stil zou kunnen staan. O! Ik kreeg een goed idee, maar misschien...?... niemand weet hem. Hebt u ooit geweten dat de naam Jehova niet juist is? Iedereen weet dat. Dr. Vayle, u weet dat dat waar is. De vertalers konden dat nooit vertalen. Het wordt J-V-H-U gespeld. Het is niet Jehova. Zij konden er niet aan raken. Zij weten niet wat het is. Zij hebben het Jehova genoemd, maar het was niet Zijn Naam. Kijk. Iedere keer dat er een overwinning behaald wordt of dat er iets gebeurt, wordt er een naam veranderd.

211 Kijk naar de dagen van Abraham. Eerst was hij Abram, en hij kon die baby nooit krijgen tot zijn naam veranderd was in Abraham. En Saraï, S-a-r-a-i kon niets anders hebben dan een dode schoot tot haar naam was veranderd in S-a-r-a.

212 Jakob betekent voetlichter – bedrieger, en zo deed hij. Hij trok een schaapsvacht over zich en misleidde zijn vader, de profeet, om het geboorterecht te nemen. Hij deed populierstokken in het water, bespikkelde ze, maakte het vee bang wanneer zij drachtig waren van hun jongen, om gespikkeld vee en schapen te krijgen. Hij was niets anders dan een bedrieger, maar op een nacht kreeg hij houvast aan iets werkelijks. En hij wist dat het werkelijk was, en hij bleef erbij en hield aan totdat hij overwon, en zijn naam werd veranderd en werd Israël, wat betekent: Een prins met kracht voor God. Is dat waar? Elke overwinnaar...

213 Simon was een visser; maar toen zijn geloof houvast kreeg en hij wist dat dat Jezus was – toen Hij hem vertelde dat Hij de Messias was, en hem zei wat zijn naam was en wat de naam was van zijn vader, werd hij overwonnen en veranderd van Simon in Petrus.

214 Saul, een goede naam. Saul was eens een koning in Israël, maar Saul paste niet bij een apostel. Het zou goed kunnen zijn voor een koning, maar niet voor een apostel. Dus Jezus veranderde zijn naam, van wat? Van Saulus in Paulus. Let op de zonen des donders en zo verder.

215 En Jezus, Zijn Naam op aarde was Verlosser – Jezus. Toen Hij op aarde was, was Hij de Verlosser, dat is waar. Maar toen Hij dood en hel had onderworpen, en ze had overwonnen en opklom in de hoogte, ontving Hij een nieuwe naam. Dat is de reden waarom zij zo schreeuwen en niets ontvangen – het zal geopenbaard worden in de donderslagen.

216 Let op het geheimenis. Hij komt, rijdend... Er zal iets moeten zijn om deze gemeente te veranderen, u weet dat. Er moet iets zijn! Let op. Niemand wist hem dan Hijzelf. Nu merk op, niemand wist hem dan Hijzelf.

     En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed gekleurd was; en Zijn naam wordt genaamd het Woord Gods. (Merk op.)

     En de heerlegers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed met wit en rein fijn lijnwaad.

     En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de toorn en van de gramschap van de almachtige God.

     En Hij heeft op Zijn kleed en op zijn dij deze Naam geschreven: KONING DER KONINGEN, EN HEERE DER HEREN.

217 Daar komt de Messias: Daar is Hij – niet deze kerel hier terug op dit paard. Kijk wat een verschil. Hier staat Hij met het Boek in Zijn hand! Het verlossingswerk is... Hij heeft Zijn plaats nog niet ingenomen!

218 Dus, het was niet de Christus die uitging – de Heilige Geest. Niet om te verschillen met die grote mannen. Nee, dat doe ik niet. Ik zou dat niet willen, maar dit is mijn openbaring ervan. Als u iets anders hebt, wel, dat is goed, maar voor mij is het niet goed. Ik geloof het op deze manier.

219 Kijk. Christus wordt vanaf deze tijd hier niet meer gezien. Maar Hij zit op een wit paard; dus als deze kerel een wit paard berijdt, is hij slechts een nabootser van Christus. Hebt u dat begrepen? Merk op, de ruiter op het witte paard heeft geen enkele naam. Maar Christus heeft een Naam! Wat is die? Het Woord van God! "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God." En het Woord is vlees geworden.

220 De ruiter heeft geen naam, maar Christus wordt 'Het Woord van God' genoemd. Dat is Hij. Zo wordt Hij genoemd. Nu heeft Hij een Naam gekregen die niemand weet, maar Hij wordt 'Het Woord Gods' genoemd. Deze vent wordt niets genoemd, maar hij zit op een wit paard.

221 De ruiter heeft geen pijlen voor zijn boog. Heeft u dat opgemerkt? Hij had een boog, maar er wordt niets gezegd over enige pijlen; dus moet hij een bluffer zijn. Dat is juist. Misschien heeft hij een heleboel donder en geen bliksem, maar u zult ontdekken dat Christus zowel bliksem als donder had; want uit Zijn mond gaat een scherp tweesnijdend zwaard, en Hij slaat de volkeren, en deze vent kan niets slaan, maar hij speelt de rol van een huichelaar. Hij rijdt uit op een wit paard, uitgaande om te overwinnen.

222 Christus had een scherp zwaard, en kijk! Het komt uit Zijn mond – het levende Woord! Dat is het Woord van God, geopenbaard aan Zijn dienstknechten, gelijk Hij sprak tot Mozes: "Ga daar staan en strek uw stok uit en roep om vliegen", en daar waren vliegen. Zeker! Wat hij ook zei, dat deed Hij, en het kwam te geschieden. Hij is het levende Woord. God en Zijn Woord zijn één en dezelfde Persoon. God is het Woord!

223 Wie is deze geheimzinnige ruiter van het eerste gemeente-tijdperk dan? Wie is het? Laten wij er eens over nadenken. Wie is deze geheimzinnige ruiter, die uitrijdt in het eerste gemeente-tijdperk en regelrecht doorrijdt de eeuwigheid in; die gaat tot het einde?

224 Het tweede zegel komt tevoorschijn en gaat uit, regelrecht tot het einde. Het derde zegel komt tevoorschijn en gaat regelrecht uit tot het einde. Het vierde, vijfde, zesde en zevende – elk ervan komt hier in het einde tot een afsluiting.

225 Nu, in de eindtijd worden deze Boeken, die al deze tijd opgerold zijn geweest, en waarin deze geheimenissen staan, verbroken. Dan komt het geheimenis tevoorschijn, zodat gezien wordt wat het is. Maar feitelijk gingen zij uit in het eerste gemeente-tijdperk, want het eerste gemeente-tijdperk ontving de boodschap, gelijk dit.

226 De witte ruiter ging uit. Wie is hij? Hij is machtig in zijn overwinnende kracht. Hij is een groot man in zijn overwinnende kracht. Wilt u dat ik u vertel wie hij is? Hij is de antichrist. Dat is hij precies!

227 Nu omdat, ziet u, als een antichrist... Jezus zei dat de twee zo dicht bij elkaar zouden komen dat het de uitverkorenen zelf, de bruid, zou verleiden als het mogelijk ware antichrist! Het is de geest der antichrist.

228 Herinner u dat wij in de gemeente-tijdperken, toen wij het eerste gemeente-tijdperk openden, daar terug, ontdekten dat de Heilige Geest tegen een zeker iets was dat zijn begin vond in dat gemeente-tijdperk en dat de 'werken der Nikolaïeten' genaamd werd. Herinnert u het zich? Niko betekent overwinnen. Laïeten betekent de gemeente – de leken. Nikolaïeten – het overwinnen van de leken. Neem de Heilige Geest uit de gemeente en geef alles aan één heilige man. Laat hem overal de baas over zijn. U hebt dat doorgenomen – Nikolaïtisme. Let op, Nikolaïtisme was een gezegde in de ene gemeente, en het werd een leer in het volgende gemeente-tijdperk. In het eerste gemeente-tijdperk was het een kracht; en zij hielden het Concilie van Nicéa. Toen werd het tot een leerstelling gemaakt in de gemeente.

229 Wat was het eerste wat er gebeurde? Er kwam een organisatie uit tevoorschijn! Klopt dat? Vertel mij waar de eerste georganiseerde kerk uit voortkwam! – De Rooms-katholieke kerk. Zeg mij of Openbaring... Staat er niet in het boek Openbaring, hoofdstuk 17, dat zij een hoer was, en dat haar dochters hoeren waren? Dat is hetzelfde dat zij zich organiseerden gelijk zij – hoeren! Zij hebben de gruwelen, de vuilheid van hun overspeligheden, tot leer genomen; als leer lerende de geboden van mensen.

230 Let op, kijk, hij trekt uit om te overwinnen. Kijk, hij heeft geen kroon. (Ik spreek hier van de ruiter op het witte paard.) Een boog en een kroon werden hem naderhand gegeven. Hij had geen kroon om mee te beginnen, maar er werd hem een kroon gegeven. Let op, later werd hem een kroon gegeven. Hij had er drie – drie op één. Dat was driehonderd jaar later bij het Concilie van Nicéa, toen hij uittrok als een geest van Nikolaïtisme om een organisatie te vormen onder de mensen, en daarna bleef het doorgaan en doorgaan, en het werd een gezegde, en daarna werd het een leer.

231 U herinnert zich dat Christus daar tot de gemeente terug sprak. Hij zei: "Gij haat de werken van deze Nikolaïeten, welke Ik ook haat." Trachtend te overwinnen, en de Heilige Schrift te laten nemen door één heilige man; en hij kon alle zonden daarin vergeven. En wij lazen net, waar Paulus daarvan sprak, dat die er in de laatste dagen zou zitten, en hij kon niet geopenbaard worden tot de laatste dagen. Dan zal Hij, Die hem nu weerhoudt, de Geest van God daaruit wegnemen, en hij zal zichzelf openbaren.

232 Vandaag is hij onder de dekmantel van een wit paard. Let erop hoe hij na enige ogenblikken verandert van dat witte paard. Hij wordt niet alleen een wit paard, maar hij wordt ook een beest met vele hoofden en hoornen. Ziet u? Het witte paard – hij is een verleider. Nu, en dat is de reden waarom de mensen het al deze tijd niet hebben geweten. Zij dachten het, maar hier is het nu; het zal door de Schrift geopenbaard worden.

233 Merk op, toen het Nikolaïtisme, ziet u... de antichrist wordt tenslotte... hij wordt vleesgemaakt in een man; dan wordt hij gekroond. Wanneer hij uittrekt als een Nikolaïetische geest in de gemeente, is hij een geest. Een geest kan niet gekroond worden, maar driehonderd jaar later werd hij een paus! Toen kroonden zij hem! Hij had aanvankelijk geen kroon, maar hij kreeg later een kroon toen die geest vleesgeworden was. Hij werd een man. De Nikolaïetische leer werd een man en toen konden zij hem kronen. Zij konden het niet doen, omdat hij slechts een leer was. Glorie!

234 En kijk, wanneer deze Heilige Geest Die wij hebben, vleesgemaakt wordt voor ons; Degene Die nu in ons midden is in de vorm van de Heilige Geest – vlees gemaakt wordt voor ons in de Persoon van Jezus Christus, dan zullen wij Hem kronen als Koning der Koningen...?... Dat is juist.

235 Nu, herinner u dat omstreeks de tijd dat Christus op de troon kwam, ook de antichrist op de troon kwam – Judas. Omstreeks de tijd dat Christus de aarde verliet, verliet Judas de aarde. Juist ongeveer ten tijde dat de Heilige Geest terugkwam, kwam de antichrist terug.

236 U weet dat Johannes hier zei: "Kinderkens, ik wil niet dat gij onwetend zijt van de antichrist, die reeds gekomen is en werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid." De antichrist begon toen – daar was het – daarin de Nikolaïetische geest te vormen om een organisatie te maken.

237 Geen wonder dat ik die zaak haatte! Daar hebt u het. Niet ik was het; het was iets hier binnen. Daar is de zaak, het is naar buiten gekomen. Ziet u het? Ik heb alle kanten ervan bekeken, maar ik kon het niet zien tot nu; nu weet ik het. Daar is het – die Nikolaïetische geest die God haatte, en nu werd die geest vleesgemaakt en zij kroonden hem. En hier is het, precies wat de Bijbel zei dat zij met hem zouden doen – volmaakt. O!

238 Vleesgemaakt – hij werd een man en toen kroonden zij hem. Lees, let op... of liever, lees, hoe Daniël zei dat hij de koninkrijken der kerk zal overnemen. Zou u het willen lezen? Wij hebben nog tijd om dat te doen, nietwaar? Laten wij gewoon een ogenblikje teruggaan naar Daniël. Sla terug tot het boek Daniël, en wij zullen even een moment lezen, en wij zullen het niet langer meer maken dan misschien zo'n vijftien of twintig minuten nog, of dertig of zoiets. Goed, laten wij Daniël, het elfde hoofdstuk, nemen, en laten wij het eenentwintigste vers nemen. Hier is Daniël. Daniël spreekt er nu over, hoe deze kerel het zal gaan overnemen.

     Daarna zal er een verachte in zijn plaats staan,... (sprekend van Rome) wie men de koninklijke waardigheid niet zal geven; (nu, let op) doch hij zal in stilheid komen, en het koninkrijk door vleierijen bemachtigen.

239 Dat is precies wat hij gedaan heeft – wat Daniël zei dat deze antichrist zou doen. Hij zal zich stellen op de plaats van de mensen. Hij zal in het menu van deze tijd voor de kerken passen. Want in dit gemeente-tijdperk willen zij niet het Woord, Christus, maar zij willen 'kerk'. Het eerste... zij vragen niet of u een Christen bent. "Tot welke kerk behoort u?" "Welke kerk?" Zij willen niet Christus, het Woord. Gaat u hen vertellen van het Woord en hoe zij zich in orde moeten maken – zij willen dat niet.

240 Zij willen iets waarbij zij kunnen leven op elke manier die zij willen, en toch tot de kerk behoren en hun getuigenis verwerven. Dus hij past gewoon precies in het menu. En bedenk dat hij tenslotte 'zij' genoemd werd; in de Bijbel. En zij was een prostituée en had dochters. Het past gewoon in het programma van de dag – wat de mensen willen. Daar is het.

241 God heeft het beloofd; wanneer het Woord wordt afgewezen, dan worden zij aan hun verlangens overgegeven. Laten wij Thessalonicensen nog eens lezen. Ik wil dat u hier even een ogenblik naar kijkt. Wij lazen het daarnet, II Thessalonicensen 2:9–11. Er staat dat zij de Waarheid zouden afwijzen en verwerpen, en dat zij overgegeven zouden worden aan een verwerpelijk denken en een leugen zouden geloven, en daardoor veroordeeld zouden worden. Dat zei de Heilige Geest.

242 Nu, is dat niet het verlangen van de kerk van vandaag? U probeert de mensen te vertellen dat zij dit, dat of wat anders moeten doen; en zij laten u onmiddellijk weten dat zij Methodisten, Presbyterianen of wat ook zijn en dat zij niet in uw boot hoeven roeien. Ziet u? Zeker! Dat willen zij. En God zei: "Als zij het willen, zal Ik het ze gewoon laten hebben. En Ik zal hen werkelijk doen geloven dat dat de waarheid is, want Ik zal hen een verwerpelijk denken geven betreffende de Waarheid."

243 Nu, kijk hier wat de Bijbel ook zegt: "Gelijk Jannes en Jambres Mozes wederstonden..." zo zullen deze lieden het in de laatste dagen met een verwerpelijk denken over de Waarheid, en zij zullen de genade van onze God veranderen in wellust en de Here God ontkennen. Nu, u ziet waar het aan toe is! Niet alleen Katholieken, maar Protestanten. De hele zaak; alles; het is de gehele georganiseerde wereld.

244 Dat is die ruiter op het witte paard, op een wijze als een witte, rechtvaardige kerk. Ziet u? Maar een antichrist het moet er uitzien als... zelfs op een paard, gelijk Christus komt op een paard. Geheel anti – zo dichtbij dat het de uitverkorenen zelf zou kunnen verleiden...

245 Hier is hij. Hij is de antichrist. Hij begon te rijden in het eerste gemeente-tijdperk. Nu rijdt hij almaar door, almaar door door elk tijdperk. Nu, let op hem.

246 U zegt: "Helemaal terug tot zelfs in de tijd van de apostelen?" Hij werd daar Nikolaïet genoemd. Daarna, in het volgende gemeente-tijdperk, werd hij een leer in de gemeente. Eerst was hij slechts een zegswijze, daarna werd hij een leer.

247 Opgeblazen, beroemde mensen, goed gekleed, hoog ontwikkeld, en beschaafd – zij wilden al dat tekeer gaan in de gemeente niet. Nee, zij wilden al die Heilige Geest-onzin niet. Het moest een kerk zijn... "En wij zullen allemaal door het Concilie van Nicéa heengaan, enzovoort, op Rome aan." En toen zij daar kwamen namen zij de kerk, namen heidendom, (Rome en... heidendom) het heidense Rome en enig bijgeloof, en zij namen Astarte, de koningin des hemels, en veranderden haar in Maria, de moeder... maakten bemiddelaars van dode mensen enzovoort, en namen die ronde hostie, wat daar nog steeds rond wordt gegeven, en noemden het het lichaam van Christus, omdat het de moeder des hemels vertegenwoordigt. Wanneer een Katholiek voorbij gaat, slaat hij een kruis, omdat dat licht dat daarbinnen brandt, de hostie verondersteld wordt te zijn die in God wordt veranderd door de kracht van de priester, terwijl het niets anders ter wereld is dan puur heidendom!

248 Ik begrijp het gewoon niet! Ja, toch wel. Ik begrijp het door de genade van God. Nu, let op. O, hoe kunnen zij dat doen! En hun verlangen wordt hun gegeven. Nee, dat is waar, u hoeft dat niet te doen. O nee. Als u het niet wilt doen, dan wordt u niet gedwongen het te doen. Als u niet overeen wilt stemmen met Gods wijze van leven en dergelijke, en aanbidding, dan hoeft u dat niet te doen. God dwingt niemand dat te doen. Maar laat mij u iets vertellen. Als uw naam in dat Levensboek van het Lam was gezet voor de grondlegging der wereld, dan zult u zo blij zijn het te kunnen doen, dat u geen minuut kunt wachten om het te doen.

249 U zegt: "Ik geef u te verstaan dat ik net zo religieus ben als..." Wel, dat mag waar zijn. Wie kan zeggen dat die priesters niet religieus waren in de dagen van de Here Jezus? Wie kan zeggen dat Israël niet religieus was in de woestijn?

250 Zelfs toen het... "God heeft mij zo vaak gezegend..." Ja, dat deed Hij hun ook. Zij hoefden zelfs niet te werken voor een bestaan. Hij voedde hun uit de hemel en Jezus zei: "Zij zijn allen verloren, heengegaan en omgekomen."

251 "Onze vaderen", zeiden zij, "aten manna ginds in de woestijn, veertig jaar lang."

252 Jezus zei: "En zij zijn allen dood – voor eeuwig afgescheiden." Hij zei: "Maar ik ben het Brood des levens dat van God komt uit de hemel. Als een mens dit brood eet, zal hij nimmer sterven." Zie, Hij is de boom des levens.

253 Let gewoon op hoe... en toen Jezus kwam, kwamen die priesters daar, erg religieus. Tjonge, niemand kon zeggen dat zij geen nette mensen waren. O, zij wandelden in lijn met die wet. Alles wat die kerk zei, deden zij. Als zij dat niet deden, werden zij gestenigd. En weet u hoe Jezus hen noemde toen zij uitliepen? Johannes noemde hen: "Jullie stel slangen in het gras. Denk niet dat u, omdat u tot die organisaties behoort, iets te doen hebt met God." En Jezus zei: "Gij zijt uit uw vader, de duivel." Hij zei: "Elke keer dat God een profeet zond – wat gebeurde er? U stenigde hem en wierp hem in het graf, en nu gaat u daarheen om zijn graf te versieren."

254 Is dat niet hetzelfde wat de Katholieke kerk heeft gedaan? Kijk naar Jeanne d'Arc, Patricius en al die anderen. Zij zijn het die hen er in hebben gebracht, en daarna het lichaam van Jeanne d'Arc hebben opgegraven en het enige honderden jaren later in de rivier hebben gegooid, en haar verbrandden als heks. "Gij zijt uit uw vader de duivel, en zijn werken doet gij." Dat is precies juist. Het zal over de gehele wereld gaan.

255 Nu, dat is wat Jezus zei; en u denkt dat het in orde is. Het ziet er heel mooi uit, dat witte paard; maar kijk wat u hebt gekregen. Dat is precies wat hem berijdt.

256 Nu, maar Hij zei dat zij het wilden, zodat Hij hun sterke dwalingen zou geven. Bedenk dat deze prostituée van Openbaring 17 het geheimenis Babylon is, de moeder van hoeren. Johannes bewonderde haar, zoals deze man schreef... (Wacht tot wij hierop komen en let erop hoe hij dit paard gadeslaat, hier.) Ziet u, maar u hebt opgemerkt dat zij... wat er gebeurde was dit: dat hij haar bewonderde met grote verwondering, maar het geheimenis was dat zij het bloed van de martelaren van Christus dronk. Een prachtige kerk – zat daar getooid in purper en goud, en zij had een drinkbeker in haar hand, van de onreinheid van haar hoererij.

257 Wat is hoererij? Het is onrechtmatig leven. Dat is haar leer, die zij uitgaf. Het Woord van God nemend, en het krachteloos makend met enige 'Wees gegroet, Maria's' en al dat andere soort gedoe, en het uitgevend; en de koningen der aarde hoereerden met haar.

258 U zegt: "Wel, dat is de Katholieke kerk." Maar zij was een moeder van hoeren! Hetzelfde wat zij was! Daar bent u er! Wat gebeurde er? Toen de hervormer stierf en zijn boodschap uitstierf, toen organiseerde u het en nam daar een stel 'Ricky's' in op, en draaide de zaak regelrecht terug om te kunnen leven op de wijze die u maar wilde. U wilde niet blijven bij het Woord. In plaats van recht door te bewegen met het Woord, bleven zij daar staan – "Dit is het." Doet u dat niet. Dat is het – Hem daar.

259 Kijk, (Dat is één ding. Wij willen gewoon nog een paar plaatsen meer aanstippen voordat wij sluiten.) hij is de vorst die Daniëls volk zou vernietigen. Gelooft u dat? Nu, ik zal dit, als u gewoon helpt en mij nog enkele minuten ter wille bent, gewoon zo vlug doen als ik kan, maar ik wil het volkomen vastmaken! Want de Heilige Geest heeft mij dit gegeven, zo zeker als dat ik hier sta.

260 Nu kijk, laten wij nemen... weer teruggaan naar Daniël, voor slechts een ogenblik. Ik wil iets lezen. Natuurlijk, als u niet terugslaat is het ook goed. Ik zou Daniël 9 willen lezen – Daniël 9, en ik wil vers 26 en 27 lezen van Daniël 9. Let erop of hij degene is die Daniëls volk zal vernietigen – wat hij zal gaan doen.

     En na tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden,... (Ziet u, dat zijn de tweeënzestig weken, dan zal hij uitgeroeid worden van de zeventig weken.) maar het zal niet voor Hemzelf zijn; en een volk van de vorst,... (dat is de hiërarchie hier) dat komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastbesloten verwoestingen.

261 Ik wil u mensen, iets vragen. Waardoor werd, nadat Christus van de aarde was uitgeroeid in de drieëneenhalf jaar van Zijn bediening, de tempel verwoest? Wie verwoestte hem? Rome! Zeker. Constantijn, (of, neemt u mij niet kwalijk) Titus, de Romeinse generaal. Hij verwoestte de vorst. Nu, let op. Kijk hoe deze kerel direct opkomt. Houd hem in de gaten.

262 Toen Jezus werd geboren, stond de rode draak in de hemel voor de vrouw om haar kind te verslinden zodra het geboren was. Klopt dat? Wie was het die het kind trachtte te verslinden toen het was geboren? – Rome! Daar is de rode draak! Hier is uw vorst. Hier is uw beest. Daar zijn ze, allemaal, precies hetzelfde – om het kind te verslinden. God nam het op in de hemel en zette het op Zijn troon. Daar is Christus nu tot de bestemde tijd. Nu, let op wat hij gaat doen.

263 Ik geloof dat ik met iemand hier sprak. Het kan broeder Roberson vandaag geweest zijn, of iemand met wie ik hierover sprak. (Niet over dit hier, maar gewoon over dezelfde zaak.) Ik geloof dat ik er hier niet lang geleden over heb gepredikt, wat er met deze Verenigde Staten zal gebeuren, over deze geldsituatie. Ziet u? Wij betalen nu onze belastingschulden die pas veertig jaar vanaf nu afbetaald zullen zijn. Zo ver zijn wij achter.

264 Heeft u ooit 'KAIR' daarginds of 'Lifeline' [=levenslijn] aangezet en ernaar geluisterd, uit Washington? Wel, wij zijn volkomen bankroet. Dat is alles. Wat is er aan de hand? Al het goud is opgeslagen, en de Joden bezitten de contracten. Het zal Rome gaan worden.

265 Nu kijk. Wij weten wie de grote warenhuizen in eigendom hebben, maar Rome heeft het grootste deel van de rijkdommen der wereld. De rest ervan hebben de Joden. Nu let hierop. Luister hier nu gewoon naar, hoe de Heilige Geest dit voor mij deed uitkomen.

     En hij zal velen het verbond versterken, één week; en op de helft van de week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastbesloten zijnde, zal uitgestort worden over de verwoeste.

266 Kijk! O, wat is hij uitgekookt! Hier is hij. Nu, wij hebben onze voorstelling en weten dat hij Rome is, wij weten dat hij de ruiter op het witte paard is. Wij weten dat hij uitging als een leer. Wat gebeurde toen met het heidense Rome? – werd bekeerd tot pauselijk Rome en gekroond.

267 Let nu op. In de eindtijd, – niet in de dagen vanouds toen Christus predikte, maar in de eindtijd – het laatste deel van de week, zoals wij zojuist de zeventig weken van Daniël namen... en Christus heeft drieëneenhalf jaar geprofeteerd, en er zijn nog drieëneenhalf jaar besloten. Is dat zo? En deze vorst moet in die tijd een verbond sluiten met het volk van Daniël, en dat zijn de Joden. Dat gebeurt wanneer de bruid is weggenomen. Zij zal het niet zien.

268 Let op. In de laatste helft van Daniëls week, sluit het volk het verbond – deze vorst sluit een verbond met Rome; sluit een verbond met hen, ongetwijfeld voor de rijkdommen, want de Katholieken en de Joden bezitten de rijkdommen van de wereld.

269 Ik ben in het Vaticaan geweest. Ik heb de drievoudige kroon gezien. Ik zou een interview met de paus gaan hebben. Baron von Blumberg had het voor mij geregeld op een woensdagmiddag om drie uur. Toen zij mij bij de koning brachten sneden zij de omslagen van mijn broek. Dat is in orde. Zij zeiden mij dat ik hem nooit de rug mocht toekeren en van hem vandaan lopen. Dat is best. Maar ik zei: "Wat moet ik voor deze kerel doen?"

270 Zij zeiden: "Ga gewoon naar binnen en kniel neer op één knie en kus zijn vinger."

271 Ik zei: "Dat is uitgesloten. Nee meneer." Ik zei: "Ik zou iedereen een broeder willen noemen die een broeder wil zijn. Ik zal hem eerwaarde noemen als hij die titel wil hebben, maar een man aanbidden... dat behoort alles aan Jezus Christus." Niemand kan voor zoiets instaan. Nee, zeker niet.

272 Dus, ik deed het niet, maar ik moest door heel het Vaticaan heengaan. O, u zou het nog voor geen honderd miljard dollar kunnen kopen. En denk er gewoon aan, "De rijkdommen der wereld", zegt de Bijbel, "werden in haar gevonden." Denk slechts aan de grote plaatsen, de miljarden keren...

273 Waarom is het Communisme hier in Rusland opgekomen? Ik word er gewoon misselijk van om zoveel predikers te horen schreeuwen over communisme, en zij weten niet eens waarover zij kraaien. Dat is waar. Het communisme stelt niets voor. Het is een werktuig in de hand van God om vergelding over de aarde te brengen voor het bloed van de heiligen. Dat is juist.

274 En nadat de gemeente is weggenomen zullen Rome en de Joden een verbond met elkaar sluiten. De Bijbel zegt dat zij dat zouden doen met het heilige volk. En let nu op; waarom zullen zij het sluiten? Deze natie zal financieel inklappen, en de rest van de wereld, die afhankelijk is van de goudstandaard, is bankroet. U weet dat. Als wij leven boven de belastingbedragen, met verschuldigde rekeningen voor veertig jaar vanaf nu, waar zijn wij dan aan toe? Er kan maar één ding gedaan worden. Dat is het muntstelsel in te vorderen en de verplichtingen af te betalen, en dat kunnen wij niet. Wall Street heeft het in eigendom, en Wall Street wordt beheerd door de Joden; de rest ervan is in het Vaticaan, en de Joden hebben er het overige van in Wall Street, met de handel van de wereld.

275 Wij kunnen het niet invorderen. En als wij het konden, denkt u dan dat deze whisky-lui en al deze tabaks-mensen, met miljarden maal miljarden dollars per jaar, die al hun inkomstenbelasting afschrijven op oude vulgaire schilderijen en dergelijke dingen – zij gaan uit naar Arizona daar, en kopen duizenden hectaren land, graven die grote bronnen voor 50.000 dollar en betalen ze af met inkomstenbelasting. En zij zetten u in de gevangenis als u de uwe niet betaald. Maar zij schrijven het af, blazen bronnen op en zenden er bulldozers heen.

276 En wat doen zij? Zij zetten daar woningprojecten op, en als volgende wending met het geld dat zij verdienen, (zij moeten een investering doen) het neerzetten van huizen, dergelijke projecten, en ze verkopen ze voor miljoenen dollars. Denkt u dat deze lieden een schikking zullen treffen om het geldstelsel te veranderen?

277 Zoals deze kerel hier in... hoe heet hij – Castro, deed. Hij deed de enige knappe zet die hij toen ooit kon doen, toen hij de obligaties vernietigde – ze afbetaalde en ze vernietigde. Kijk, maar wij kunnen dat niet doen. Deze kerels zullen het ons niet toelaten.

278 De rijke zakenlieden van de wereld bezitten het, en er valt maar één ding te doen: De Katholieke kerk kan het afbetalen. Zij is de enige die het geld heeft; zij kan het doen en zij zal het doen.

279 En om dit te kunnen doen zal zij een schikking treffen met de Joden en een verbond sluiten en wanneer zij dit verbond sluit met de Joden... Nu, bedenk, ik haal dit uit de Schrift! Nu, wanneer zij dit doet en dit verbond sluit, bemerken wij in Daniël 8:23–25 dat hij het bedrog zal doen gedijen – en bedrog is fabriceren – in zijn hand.

280 En hij sluit dit verbond met de Joden, en temidden van deze drieëneenhalf jaar verbreekt hij zijn verbond, zodra hij deze zaak in handen krijgt en het geld van de Joden heeft vastgezet. En wanneer hij dat doet, o, mensen, wordt hij de antichrist genoemd tot het eind van het gemeente-tijdperk, want hij en zijn kinderen zijn tegen Christus en het Woord. Deze man wordt de antichrist genoemd. Nu, hij zal het geld gaan beheren. En langs die weg geloof ik dat hij binnen zal komen. Nog een ogenblik, dan zal ik dit zeggen. Ik wil er over een ogenblik op terugkomen.

281 Hij wordt de antichrist genoemd en zal de antichrist genoemd worden in het aangezicht van God tot aan de eindtijd. Nu, maar dan zal men hem iets anders noemen.

282 Nu, wanneer hij het geld allemaal onder controle heeft, zal hij dit verbond met de Joden verbreken, zoals Daniël hier zei dat hij zou doen, in het midden van de laatste helft van de zeventigste week van Daniël. Wat broeder, zal hij dan doen? Hij zal heel het bedrijfs- en handelsleven van de wereld bezitten – een verdrag met de wereld, want hij zal de rijkdommen der wereld volkomen in zijn hand hebben!

283 En in die tijd zullen die twee profeten op het toneel verschijnen en die honderdvierenveertigduizend roepen. Wat zal dan plaats vinden? Dan zal het merkteken van het beest van Openbaring 13 intreden, want hij beheerst de gehele handel, het bedrijfsleven en alles op de wereld. En wat zal dan gebeuren? Dan zal het merkteken van het beest van kracht worden zodat niemand kan kopen of verkopen dan die het merkteken van het beest heeft. Dank God; de gemeente zal een geweldige drieëneenhalf jaar genieten in de heerlijkheid. Wij zullen daar niet doorheen hoeven te gaan.

284 Nu merk op, in de eindtijd – aan het eind van de gemeente-tijdperken – worden hij en zijn kinderen de antichrist genoemd, omdat alles wat tegen Christus is, antichrist is. En alles wat tegen het Woord is is tegen Christus, omdat Christus het Woord is. Nu, hij is antichrist. Dan, in Openbaring 12:7–9, wanneer Satan wordt uitgeworpen... (De aanklager.) Noteert u dat als u wilt, want wij hebben nu geen tijd, omdat het kwart voor tien is. Maar in Openbaring 12:7–9 wordt Satan, de geest, de duivel, die nu daarginds is, de beschuldiger van onze broederen... Klopt dat? De gemeente is opgenomen – dan wordt Satan uitgeworpen. Wanneer de gemeente opgaat, komt Satan neer. Dan belichaamt Satan zichzelf in de antichrist en wordt hij het Beest genoemd.

285 Dan stelt hij in Openbaring 13 het merkteken in. Zie, wanneer Hij Die weerhoudt – het Christendom is nu nog in haar reinheid op de aarde gelaten, alleen omdat Hij die weerhoudt... Herinner u hier terug uit Thessalonicensen, dat hij in de tempel Gods zit en zichzelf God noemt; zonden vergevend op aarde, en dat zal doorgaan, en ongerechtigheid zal overvloedig zijn, want hij zal nog niet herkend worden tot zijn tijd gekomen is om geopenbaard te worden. Dan zal de gemeente worden weggenomen. Wanneer die weggenomen is, dan verandert hij zichzelf van een antichrist... Nu, o, de gemeente, de grote gemeente en... Nu wordt hij het beest! Ik wilde dat ik kon maken dat de mensen dat zagen!

286 Nu, denk eraan, de antichrist en het beest zijn één en dezelfde geest. Daar is die drieëenheid. Jazeker. Het zijn drie stadia van dezelfde duivelse macht. Bedenk, het Nikolaïtisme moest vleesgemaakt worden voordat het kon worden gekroond. Nu, let hierop! Drie stadia; het eerste stadium wordt hij antichrist genoemd; als tweede stadium wordt hij valse profeet genoemd; in het derde stadium heet hij het beest.

287 Kijk, Nikolaïtisme, de antichristelijke lering, die begon in de dagen van Paulus tegen Gods Woord – antichrist. Dan wordt hij opnieuw de valse profeet genoemd; namelijk, toen de lering een man werd, was hij een profeet van de leer van de hiërarchie (priesterheerschappij) van de Katholieke kerk. De paus was de profeet van het valse woord, en dat maakte hem een valse profeet.

288 Het derde stadium is een beest. Een man die gekroond wordt in de laatste dagen met alle kracht die het heidense Rome ooit had, omdat het zevenkoppige beest – de draak – uit de hemel werd geworpen en vlees werd in de valse profeet. Hier, hij had zeven kronen, en was uitgeworpen en op de aarde geworpen... en op de zee. Goed.

289 Wat zeggen wij? Wie is deze rijder – deze ruiter? Weet u wie het is? Het is Satans superman.

290 Ik ging onlangs met twee broeders, die nu in deze gemeente zitten (broeder Norman, daar achter, geloof ik, en broeder Fred) mee en wij waren daar om een man over de antichrist te horen onderwijzen. Een bekend man – één van de beste die de Assemblies of God hebben. En zijn interpretatie van de antichrist was dat men een bepaald soort vitamine uit een man zou nemen en dit leven uit een man zou overbrengen in een groot beeld, dat in één stap een huizenblok aflegt. Zou u zich een man, vervuld met de Heilige Geest (of die het beweert te zijn), kunnen voorstellen met zulke waanvoorstellingen als dat? Terwijl hier de Bijbel is, die zegt wie de antichrist is. Het is geen... Het is een man!

291 Merk op, deze ruiter is niemand anders dan Satans superman – die vleesgeworden duivel! Hij is een ontwikkeld genie. Nu, ik hoop dat u uw oren open heeft. Zij probeerden niet lang geleden één van deze kinderen uit, in een televisie-uitzending, om te zien of hij niet knapper was dan de volgende man die kandidaat was voor het presidentschap; hoe dan ook hij heeft een hoop wijsheid – zo ook Satan! Hij probeert het te verkopen. Hij verkocht het aan Eva, en hij verkocht het ons. Wij hebben een superman gewild, wij hebben hem gekregen. Goed. De gehele wereld ziet uit naar een superman en men zal hem krijgen. Wacht slechts tot de gemeente opgaat, en Satan is uitgeworpen. Hij zal zich belichamen. Dat is juist. Zij willen iemand die de taak werkelijk kan uitvoeren, en hij zal het doen.

292 Ontwikkeld... Dit is de superman van Satan met ontwikkeling, met wijsheid, met kerktheologie van zijn eigen woord, van zijn eigen makelij, en hij berijdt dit witte denominatie-paard om de mensen te verleiden. Hij zal elke religie van de wereld overwinnen, omdat zij allen in de Raad van kerken gaan en in de Wereldraad van kerken. Zij hebben hun gebouwen al gebouwd en alles klaar en precies in de lijn. Er ontbreekt niet één ding meer aan. Elke denominatie is er rechtstreeks bij aangesloten – de Raad van kerken. En wat zit erachter? – Rome! En de paus roept het nu uit: "Wij zijn allen één. Laten wij tot elkaar komen en samengaan."

293 En deze mensen – zelfs sommigen van u, Volle Evangelie mensen – ontkennen... u moet uw evangelische onderwijzing verloochenen om zo'n stap als dat te doen. Zij zijn zo blind geworden voor die denominatie-zaak. U hebt waarheid afgewezen. En waarheid was voor hen gezet, en zij liepen er bij weg en verlieten het, en nu zijn zij overgegeven aan een sterke dwaling, opdat zij een leugen zouden geloven en erdoor veroordeeld zouden worden. Dat is het precies, en de antichrist zal alles nemen. En de Bijbel zegt dat hij a-l-l-e-n op de aardbodem verleidde, wier namen niet onder die zegels geschreven waren van voor de grondlegging der wereld! Nu, als de Bijbel zegt dat hij het deed, dan deed hij het.

294 Zij zeggen: "Wel, ik behoor tot..." Daar bent u. Dat is het nu precies. Het is dezelfde instelling van prostitutie. Het is hetzelfde systeem dat begon in de beginne, hetwelk antichrist is door alles heen. Ik zal er nog wel van horen vanwege dit, maar dat is de Waarheid. Ik verwacht het.

295 Let op, hij zal overwinnen en heeft het nu op dit moment bijna in zijn greep, maar hij is nog steeds antichrist, voordat hij het beest kan worden. U spreekt over een wrede straf. Wacht u maar! Bezie eens waar diegenen die hier op aarde achtergelaten worden, doorheen zullen moeten gaan. Er zal wening, weeklacht en knersing der tanden zijn. Want de draak, Rome, spoot water uit zijn mond om het overblijfsel van het zaad van de vrouw, dat op de aarde was achtergelaten nadat de bruid uitgekozen en opgenomen was, oorlog aan te doen. En de draak voert oorlog met het overblijfsel. Het wilde niet binnenkomen, maar werd in het nauw gedreven. En de ware gemeente zou daar doorheen gaan als het mogelijk ware, maar ziet u, zij zijn onder dit bloed gesteld door de genade van Christus, en het is niet mogelijk. Zij hebben geen verdrukkingsperiode. Het volgende voor de gemeente is de opname! Amen en amen!

296 O, wat houd ik hiervan! Laat mij u wat vertellen. Wij hebben het erover wat een verovering hij zal doen, en hij zal werkelijk gaan veroveren; hij heeft het al gedaan! Het is gewoon al vastgezet, dat is alles! Hij zal het geld vastzetten – vuil gewin. Precies. Zij houden meer van geld dan van God. Alles waar zij nu over denken is hoeveel geld zij hebben. Wat is het? U weet dat er vele malen wordt gezegd: "Geef de kerk het geld, en zij zal een revolutie in de wereld teweeg brengen." "Geef de kerk het geld, en zij zal evangelisten over de hele wereld zenden." "En wat zal zij doen? Zij zal de wereld veroveren voor Christus."

297 Laat mij u iets vertellen, mijn arme, blinde vriend. De wereld wordt niet gewonnen door geld, maar door het Bloed van Jezus Christus. Geef God mannen die dapper zijn, die op dat Woord zullen staan, leven of sterven – die zullen overwinnen. Er zal slechts één ding zijn dat kan overwinnen – diegenen van wie de namen zijn geschreven in het Levensboek van het Lam vanaf de grondlegging der wereld. Dat is het enige dat het zal horen. Geld zal er niets mee te maken hebben – het zendt hen verder in de denominatie-tradities.

298 Ja, hij zal een ontwikkeld genie zijn. Hij zal knap zijn. O, o, o, en al zijn kinderen rondom hem zullen knap zijn Dr., Ds., Mr., titels van A-B-C-D-E-F tot en met Z; ze zullen ze allemaal hebben. Knap. Waarom? Het is naar de orde van Satan. Alle schrander bedrog dat tegen de Bijbel is, is van Satan. Dat is precies waar hij Eva mee pakte. Eva zei: "O, er staat geschreven... God zei ons dat niet te doen." Hij zei: "Maar wacht. Zeker, God zal het niet doen, maar ik zal uw ogen openen en u wat wijsheid geven..." Zij kreeg het. Wij hebben het gewild, en wij hebben het ook gekregen – deze natie.

299 Merk op, hij zal de gehele religieuze wereld overwinnen. Hij zal overwinnen... een verbond maken met Daniëls volk. Hier is het verbroken voor de heidenen en voor Daniëls volk – de Joden in de laatste week – en hier zijn wij; het is zelfs uitgetekend op borden, en u hebt het volmaakt gezien, daar is het. Dank God. Daar is hij. Dat organisatorische systeem is van de duivel. En daar hoeft men geen doekjes om te winden ook. Precies. Het is de wortel van de duivel – nu, niet de mensen... niet de mensen erin. Zij zijn mensen van God, velen van hen. Maar weet u wat? Wanneer wij hier komen tot waar wij deze klinkende bazuinen krijgen en de volgende tijd zal komen – deze bazuinen weerklinken, en herinner u dat toen de laatste engelen... die derde engel opkwam: "Komt uit van haar, mijn volk!" Wanneer die engel vuurt, valt tegelijkertijd die boodschap hier voor de laatste bazuin, de boodschap van de laatste engel. Het laatste zegel wordt geopend. Het gebeurt allemaal tegelijkertijd. En het wordt alles verzegeld en gaat over in de eeuwigheid.

300 Nu kijk uit, in dezelfde tijd dat deze kerel aan het overwinnen is, (dan zal ik sluiten) dan gaat God ook iets doen. Laten wij niet slechts alle eer hier aan Satan geven. Laten wij niet voortdurend over hem praten. Terwijl deze grote dingen daarginds aan de gang zijn... dit grote systeem dat uitdraait op deze organisaties en het verbond, zodat zij zichzelf kunnen verenigen om stand te houden tegen het Communisme – en zij weten niet dat God het Communisme heeft verwekt om hen te overwinnen. Zeker. Wat deed het Communisme opstaan in Rusland? Het was vanwege de onreinheid van de Roomse kerk en van de andere kerken. Zij namen al het geld dat er in Rusland was, lieten de mensen sterven van de honger en gaven hun er niets voor in de plaats dan een leven, gelijk aan de rest van de wereld.

301 Ik was niet lang geleden ginds in Mexico, en ik heb die arme kleine kinderen gezien. Geen enkel Katholiek land is zelfs in staat in eigen behoeften te voorzien – er is er niet één! Toon mij waar die zijn. Ieder land dat door het Katholicisme wordt geregeerd kan zichzelf niet eens bedruipen. Frankrijk, Italië, en zij allemaal, Mexico, waar u ook heengaat, zij kunnen niet in eigen behoeften voorzien. Waarom? De kerk nam alles wat zij hadden. Dat is de reden waarom Rusland hen eruit heeft geschopt.

302 Kijk wat er plaats vindt. Ik weet dit zelf. Ik stond daar, en je zou denken dat het gouden jubeljaar was aangebroken, te horen aan het luiden van de klokken. En hier komt een arm vrouwtje de straat af, met slepende voeten, en de vader droeg haar baby, en twee of drie van hen waren aan het huilen. Zij deed boete voor één of andere dode vrouw die zij daar hadden, en dacht dat zij daardoor naar de hemel zou gaan. O, wat een jammerlijke zaak!

303 Toen zag ik daarginds iets... Hier komt... Hun economie is zo armzalig uitgebalanceerd; de kerk neemt alles wat zij hebben. Hier is Pancho, stel, Pancho Frank. Hij komt eraan, en hij is een metselaar en verdient twintig peso per week, maar hij zal alle twintig peso's nodig hebben om zich een paar schoenen te kopen. Zo is hun economie. Maar nu hier, hoe staat het met hem: Hij is een steenhouwer en metselaar en verdient twintig peso per week. (Ik zeg dat zomaar, ik weet niet wat hij verdient, maar laten wij zeggen dat het zo'n soort huishouding is, met een dergelijke balans.)

304 Kijk nu, terwijl hij nog twintig peso per week verdient, komt hier Chico, wat 'kleintje' betekent, en hij werkt daar voor ongeveer 5 peso per week, en hij heeft tien kinderen te onderhouden. Maar daar zal iemand op zijn deur kloppen om vijf van die peso's, of in ieder geval vier ervan, te nemen om één of andere vetkaars te betalen die op een gouden altaar van een miljoen dollar moet branden voor zijn zonden. Daar hebt u het! Dat is hun economisch evenwicht. Op die wijze zijn hun landen. Die zaak neemt alles. De kerk neemt het allemaal.

305 Zij heeft het gewoon in haar handen, dat is alles. Zij, met dat geld van de Joden en dat verbond; de Bijbel zegt dat zij de hele zaak zullen overnemen, en dan wordt hij een beest en breekt zijn verbond, en hij berooft en ontwortelt de rest van dat vrouwenzaad zoals dat, en spuit water uit zijn mond; voert oorlog en er zal wening, geweeklaag en knersing van tanden zijn, en tezelfdertijd trouwt de bruid in de heerlijkheid. Mis dit niet, vrienden. God help mij; ik wil daar zijn. Het maakt mij niet uit wat het kost. Ik wil daar zijn.

306 Let op, in dezelfde tijd dat dit bezig is – vlak voor dat dit plaatsvindt, liever, op de aarde, HEEFT GOD BELOOFD... terwijl al die angstvallige denominaties argumenteren over de verschilpunten in hun geloofsbelijdenissen, heeft God beloofd dat Hij ons een ware profeet van het ware Woord zou zenden, met een boodschap om terug te keren tot het oorspronkelijke Woord van God en het geloof van de vaderen, om de kracht van de Heilige Geest neer te brengen onder de mensen: de kracht die haar boven deze dingen uit zal tillen en haar binnen zal brengen.

307 Hetzelfde Woord zal betuigd worden door Jezus Christus, dat Hij Dezelfde is, gisteren, heden en in eeuwigheid. "Ziet, Ik ben altijd met u, ja tot de voleinding toe. En de werken die Ik doe, zult gij ook doen. Ik zal geheel met u zijn. Nog een korte tijd en zij zullen Mij niet meer zien, want zij zullen zichzelf organiseren en verstrooid worden, maar gij zult Mij zien, want Ik zal met u zijn. Ik zal zelfs in u zijn tot aan de voleinding." Wanneer steden... verontwaardiging zal worden uitgegoten na de voleindiging. Daar bent u er! O God! Wie is die ruiter op het witte paard? U bent niet blind. U ziet wie het is. Het is die antichrist, en die misleidende geest die nu uitgegaan is en is binnengeslopen.

308 Ziet u, God blijft het gewoon herhalen. Hij toonde daar dat de man uitging met een wit paard en met zijn boog zonder pijlen. Hij is een bluffer. Hij heeft geen kracht. U zegt: "De kracht van de kerk." – Waar is die dan? Wat doen zij? Zij zeggen: "Wij zijn de oorspronkelijke kerk." De oorspronkelijke kerk wierp duivelen uit, genas de zieken en wekte de doden op; zij zagen visioenen en al het andere. Waar is het nu? Het is bluf – een boog zonder pijlen. Dat is waar.

309 Maar ziet u, als Christus komt: een zwaard ging uit van Zijn mond als een bliksemflits. Het ging uit en verteerde Zijn vijanden en wierp de duivel uit. Het sneed al het andere weg en kwam; Zijn gewaad was gedoopt in bloed en op Zijn dij stond geschreven: "Het Woord van God." Amen. Hier komt Hij met Zijn leger, komend uit de hemel. Die ruiter op het witte paard is de hele tijd in het land geweest. Hij zal zich veranderen van antichrist. Hij doet dat en wordt dan een valse profeet.

310 Zie, eerst begon hij als een antichrist, de geest; dan wordt hij een valse profeet. Dan later, wanneer de duivel uitgeworpen is, wordt hij vervolgens vleesgemaakt met de duivel. Drie stadia: Ten eerste, aanvankelijk is hij een duivel – een geest van de duivel; dan wordt hij een valse profeet, een leraar in een valse leer; vervolgens komt hij als de duivel zelf in eigen persoon, vleesgemaakt. Daar is hij. Tezelfdertijd dat deze duivel uit de hemel valt en vleesgemaakt wordt in een man, gaat de Heilige Geest omhoog en komt neer om in de mens te incarneren. O! Wat een tijd.

311 Morgenavond, zo de Here wil, het tweede zegel. Hebt u Hem lief? Gelooft u het? (Ik sluit gewoon de band af.) Ik zal daarvan te horen krijgen, (u weet dat) maar ik verwacht het. Laat mij u iets vertellen, broeder. Ik weet nu juist voor eens en altijd in mijn leven waarom de Geest mij altijd gewaarschuwd heeft tegen die organisaties.

312 Ik ben de Here God dankbaar dat Hij mij deze dingen heeft getoond. Ik weet dat het de waarheid is. Daar is het, daar precies geopenbaard. Hier rijdt hij recht door het tijdperk heen en komt precies uit en geeft zich hierin gewoon op de meest volmaakte wijze bloot. Dat is hem. Nu, wij zijn daar niet in misleid. Nu, hebt u uw ogen open. Blijf weg bij dat soort rommel. Heb de Here lief met uw gehele hart, en blijf vlak bij Hem. Jazeker. Kom uit van Babylon!

     [Leeg gedeelte op de band. Laatste gedeelte van deze prediking is later aangevuld – Vert]

     406 Drie dingen: bewezen door het Woord, getoond dor een foto, gemanifesteerd door de werken van de Geest, betuigend dat het het Woord is.

     407 Laat het Woord op deze zakdoeken komen, Here. Genees de zieken. Genees iedere zieke die hier aanwezig is, Here, en degenen die daar buiten zijn, die ons schrijven en bellen.

     408 Vader, in dit uur is er een andere genezing die nu zou moeten plaatsvinden, en wij gaan over naar de genezingsdienst. Maar, Here, het is die ziel; die willen wij in orde hebben, Here. En deze dingen moeten komen.

     409 Wij bidden, God, dat U deze woorden nu zult nemen die gesproken zijn, en ze werkelijk zult maken voor de mensen. Laat hen het zien, Here. Terwijl we weinig tijd hebben, en U weet het, Vader, dus bid ik dat er genoeg is gezegd en dat de Heilige Geest het zal nemen en openbaren in harten. Degenen die de Schriftplaatsen opschrijven, mogen zij ze bestuderen. Degenen die banden maken, of de banden horen, mogen zij het bestuderen; niet hun eigen interpretatie eraan geven nu, maar gewoon het Woord bestuderen. Sta het toe, Vader. In Jezus' Naam draag ik het allemaal aan U op, en tot Uw glorie. Amen.

     410 [Een broeder profeteert (ongeveer weergegeven): "Ja, Ik spreek tot u, Mijn volk, vanavond; Ik zeg dat Mijn Woord waarlijk is uitgegaan. Het is uitgegaan in Waarheid, want Ik heb hem geopenbaard van Mijn verbond, dat zal ...?... sprekend door Mijn gezalfde lippen vanavond. Ik zeg dat waarlijk het Koninkrijk van God nabij u is gekomen vanavond. Ik zeg, dat Ik het van u zal eisen in die dag, en Ik zal eisen dat u Mij gediend hebt en u volkomen ...?... nu u het hebt horen uitgaan. En Ik gebied u, Mijn volk, vanavond, dat u meer dan ooit nader komt tot Mij en Mij dient, en goede werken voortbrengt voor Mij, en dat u getrouw zult zijn aan Mij, de almachtige God." De samenkomst verheugt zich – Vert] Amen. O, dank U! [De samenkomst blijft zich verheugen.] Oh!

     411 Als er hier iemand is die Hem niet kent, in barmhartigheid, doe het nu. Hoor die directe, sterke vermaning. Als u ooit verwacht naderbij te komen, doe het nu, voor dagen na deze.

     412 Wat als dat het breken van dat zegel was? Wat als dat de engel was die daar was uitgezonden, die mij (bijna) van de grond blies, pas geleden, toen ik daarginds stond, terwijl drie getuigen er vlakbij stonden. Dat ik u vertelde voordat ik ging: "Er zou een explosie zijn die mij bijna zou lanceren." En ik werd opgevangen door zeven engelen, en kwam naar het oosten. De zaak leek mij van de grond te schudden.

     413 Klopt dat, broeder Norman, broeder Fred Sothmann, die bij mij stonden toen het gebeurde, boven Tucson? En de... Ik zat daar en plukte de klitten van mijn kleren, precies wat het visioen zei. En het was ten zuiden van... in de richting van Tucson. Als dat juist is, steek jullie hand op, broeder Fred, broeder Norman. Daar zijn ze. Ga staan, zodat de mensen kunnen zien dat jullie daar waren als getuigen. Ik heb nog nooit in mijn leven zoiets gehoord.

     414 En, onmiddelijk, zij hebben de rest van de dag niet meer gejaagd. Ik smeekte Fred de volgende ochtend. Hij weet dit niet. Ik smeekte hem om te gaan jagen en bleef zeggen: "Doe het. Doe het."

     415 Maar Hij had gezegd, Hij had me daar gezegd: "Hij zal het niet doen. Jij gaat nu direct naar het oosten."

     416 En die zeven engelen! Bij de eerste klap, ging zij open. Ja. Wat als het dat is? We zijn in het laatste uur. Zie?

Ik heb Hem lief...

     Laten we Hem aanbidden.

Ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad.

     Laten we gaan staan.

En mijn redding kocht,
Aan het kruishout van Golgotha.

     417 Laten we ons hart nu reinigen, broeders, terwijl we ons hoofd buigen. Mijn zusters, ik heb vreselijk tot u gesproken, maar ik heb het gedaan in goddelijke liefde. Ik heb het gedaan omdat ik u liefhad; over het dragen van lang haar, en u goed te kleden en te gedragen. Ik heb het gedaan vanwege goddelijke liefde. Laten we ons geweten nu reinigen terwijl... met de Clorox van God.

     418 Morgenochtend kan het te laat zijn. Hij zou naar voren kunnen stappen. Dat deze dingen zo naar voren komen, broeders, zou het eind kunnen zijn van de middelaarsbediening. Hebt daar ooit aan gedacht? Wel, ik weet niet of het zo is. Ik zeg niet dat het zo is. Maar wat als het zo is? Wat als het zo is? Wat dan? Dan is er geen verlossing meer; het is voorbij in die tijd. Ik hoop van niet, maar er is een mogelijkheid dat het zo is.

Ik heb Hem lief, ik...

     Reinig ons, Here.

... heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad,
En mijn redding kocht
Op het kruishout van Golgotha.

     419 Gezegend zij de Naam van de Here! Glorie voor God! Ik houd van dat lieflijke gevoel. Voelt u dat niet? Gewoon de Heilige Geest, als een bad om u heen, ermee rondlopend. O, wat wonderbaar! O, denk aan Zijn genade!

Ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad,
En mijn redding kocht
Op het kruishout van Golgotha.

     420 Vergeet het niet, vriend. Vergeet het niet. Neem het met u mee naar huis. Blijf erbij. Houd het op uw kussen. Vergeet het niet. Blijf erbij. God zegene u nu.

     Broeder Neville, uw voorganger.