Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
audioE-BookPrint
AudioAudio
mp3 Download mp3mp3 is een populaire audioformaat dat op vrijwel alle mediaspelers te beluisteren is. meer info...
m4b Download m4bM4B is een Audiobook formaat voor Apple apparatuur (iPod, iPhone etc...) Uw plek wordt bewaard e.d. meer info...
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Het zesde Zegel

Door William Marrion Branham

1 Laten wij onze hoofden nu even een ogenblik buigen. Here, wij vergaderen ons opnieuw voor de dienst. En wij denken aan de tijd in vroegere dagen, toen zij allen opgingen naar Silo voor de zegeningen van de Here.

     En nu zijn wij vanavond hier vergaderd om Uw Woord te horen. En zoals wij gestudeerd hebben in dit bepaalde gedeelte van deze Schrift, was het Lam de Enige, die de zegels kon openen of losmaken. En wij bidden, dat als wij vanavond dit grote zesde Zegel beschouwen, Hemelse Vader, dat het Lam het vanavond voor ons zal openen, daar wij hier zijn om het te verstaan. En toen niemand op aarde noch in de hemel waardig was, werd alleen het Lam waardig bevonden.

     Dus moge de Algenoegzame komen en het zegel voor ons openen vanavond, zodat wij even achter het gordijn van de tijd mogen kijken. Wij geloven dat het ons zal helpen, Vader, in deze grote, donkere, zondige dagen waarin wij leven; het zou ons helpen en moed geven. Wij vertrouwen nu, dat wij genade vinden in Uw ogen. Wij vertrouwen onszelf met het Woord aan U toe, in de Naam van Jezus Christus. Amen.

2 Goedenavond, vrienden. Het is een voorrecht om vanavond hier weer te zijn, te zijn in de dienst van de Here. Ik ben wel een beetje laat. Ik ging juist naar... voor een spoedgeval van een stervende man, een lid van deze gemeente. Zijn moeder komt hier. En zij zeiden dat de jongen juist toen stervende was, dus ging ik erheen om slechts een schaduw van een man op bed te zien liggen, stervend – een man van ongeveer mijn leeftijd. En in een ogenblik tijds zag ik de man opstaan, de Here prijzend.

     En zo is God, als wij gewillig zullen zijn om onze zonden te belijden en te doen wat recht is en vragen om genade – Hem aanroepen – God is gewillig en wachtend om het ons toe te staan.

     En nu, ik weet dat het hier binnen vanavond warm is (nee, ik geloof dat de verwarming helemaal uitgedraaid is) en wij zijn... Ik merkte op dat gisteravond of vandaag mijn zevende dag is in een kamer zonder licht (alleen maar elektrisch licht, ziet u?) studerend en biddend tot God om deze zegels te openen.

     En bij die hoeveelheid vragen gisteravond waren er zoveel opgeschreven, die min of meer eigenlijk geen vragen zijn; het ging erover dat men een genezingsdienst hoe dan ook wilde – dat men nog een extra dag wilde blijven om een genezingsdienst op maandag te hebben. Dus ik zou willen... Ik zou het inderdaad kunnen doen als dat de wil van de mensen zou zijn, dat ze dat zouden willen doen. U kunt erover denken en het mij laten weten, als u dus wilt blijven en bidden voor de zieken, omdat ik al deze tijd volledig voor deze zegels heb bestemd en mijzelf gewoon afgezonderd heb voor de zegels. Dus u kunt erover denken en erover bidden en het mij dan laten weten.

     En ik zal, zo de Here wil, ik kan... Mijn volgende afspraak is voor Albuquerque, New Mexico, en dat zal nog maar een paar dagen zijn en ik moet naar huis voor een paar zaken in verband met het gereedmaken van een andere conferentie in Arizona. En dus dan als het de wil van de Here is – bidt u erover en ik zal hetzelfde doen – dan zullen wij er een beetje later meer over weten.

     En ik ontdek juist nu – ziet u, je gaat spreken over ziekte en daar komt het, ziet u. Deze dame die hier zit, als iets haar niet helpt, zal zij hier maar even kunnen blijven. Zo dan, we bidden gewoon, dat God zal... Daarvoor bent u hier. U bent van ver weg gekomen... dus u ziet, dat de Heilige Geest gewoon alles weet; maar ik heb geprobeerd deze tijd te bestemmen voor deze zegels, omdat wij deze tijd daarvoor bepaald hadden, ziet u. Maar als er een...

     Hoevelen zijn er hier eigenlijk ziek, die kwamen om voor zich te laten bidden? Laat mij uw handen zien – overal in het rond. O my! Wel, hoevelen geloven dat het goed is en dat het de wil van de Here zou zijn om te blijven en de maandagavond te nemen om te bidden voor de zieken, om een genezingsdienst te hebben op maandagavond? Zou u willen dat wij dat doen? Zou u kunnen? Wel, zo de Here wil, zullen wij het dan doen. We zullen een gebedsdienst hebben voor de zieken op maandagavond, en bidden voor de zieken.

     Nu, ik hoop dat dit niet een inbreuk betekent op de groep waarmee ik terugga naar Arizona. Broeder Norman, is hij hier ergens? Stoort dat uw programma of iets anders, broeder Norman? Broeder Fred en de rest van u, is dat goed? In orde, dan bidden wij, zo de Here wil, maandagavond voor de zieken. Slechts één avond daar helemaal voor apart gezet, alleen maar bidden voor de zieken. Nu, er zullen dan geen zegels meer zijn. Moge de Here gewoon deze zegels openen en dan zullen wij bidden voor de zieken op maandagavond.

     O, ik heb hier werkelijk ontzettend van genoten, om de Here te dienen onder deze... hebt u ervan genoten? Nu, wij zijn nu... sprekend vanaf het vijfde zegel... of liever gezegd het zesde zegel en dat loopt nu van het twaalfde vers van het zesde hoofdstuk tot en met het zeventiende vers. Het is één van de lange zegels, omdat hierin heel wat dingen gebeuren.

     En nu een kleine terugblik op gisteravond – om het elke keer weer wat op te halen. En zeg, ik wil ook iets zeggen. Ik vond in die bus vier of vijf zeer belangrijke dingen voor mij. Men vertelde mij, dat... en ik wil mij zeker verontschuldigen (staan de banden aan?), ik wil mij verontschuldigen voor mijn prediker-broeders en voor u mensen hier.

3 Men zei, dat toen ik onlangs sprak over Elia, dat uur toen zij waren... Hij dacht dat hij de enige was, die in de opname zou gaan of de enige die gered zou worden; en ik zei zevenhonderd in plaats van zevenduizend. Is dat juist? Wel, dat spijt mij erg, mensen. Ik wist wel beter. Het was gewoon een spreekfout, omdat ik wist dat het zevenduizend was. Ik zei het gewoon niet juist. Ik dank u en dat betekent...

     Ik ben blij dat u let op wat ik zeg, omdat het zevenduizend is. Ik heb er twee of drie briefjes over. Er stond op: "Broeder Branham, ik geloof dat u abuis was." Er stond op: "Waren het er niet zevenduizend in plaats van zevenhonderd?"

     En ik dacht: "Ik heb toch zeker geen zevenhonderd gezegd." En toen... Billy... En weet u, het eerste wat ik deed, ik pakte een ander briefje en daar stond op: "Broeder Branham, ik geloof dat u zei zevenhonderd."

     En één persoon zei: "Broeder Branham, was dat een geestelijk visioen, dat het alleen maar een type zou zijn en dat u het typeert met de zeven...?" Het maakt de mensen gespannen als je over deze dingen gaat denken en dat is het gewis. Het maakt mij gespannen.

4 Er gebeurde vandaag iets toen dit zegel geopenbaard werd, dat ik helemaal naar buiten de tuin in moest lopen, gewoon regelrecht even in de tuin wandelen. Zo is het. Het benam mij bijna totaal de adem. Ziet u? Dus, spanning – o my! En nog iets, u houdt vast aan dat wat ik zeg en God houdt mij verantwoordelijk voor wat ik u vertel. En dus moet ik er absoluut zo zeker van zijn als zeker maar zeker kan zijn over deze dingen, omdat dit een geweldige tijd is, waarin wij leven.

     Ik dacht over de genezingsdienst voor maandagavond. Zou dat u niet in de wielen rijden, broeder Neville? Dierbare broeder Neville – ik vertel u... zij maakten er juist één. Ik denk dat zij het patroon zijn kwijtgeraakt. Hij is zeker een echte kameraad en vriend voor mij geweest, dat vertel ik u.

5 De Tabernakel is nu gebouwd en heeft nu de zondagsschoolvertrekken en alles gereed en op orde hier. En sommigen van u mensen van hier rondom, hier in Jeffersonville, die naar de gemeente willen komen, u hebt een mooie zaal gekregen en een plaats om naar de zondagsschool te komen en fijne onderwijzers en broeder Neville hier voor de volwassenenklas, en een echte herder. Ik zeg dat niet om hem een pluim te geven, maar ik zou hem liever nu een kleine roos geven dan een hele krans nadat hij is heengegaan. En broeder Neville – ik heb hem gekend sinds ik nog maar een jongen was, en hij is geen greintje veranderd. Hij is nog steeds Orman Neville, precies zoals hij altijd was.

6 Ik herinner mij een bezoek... Hij had zelfs genade genoeg om mij achter zijn kansel te vragen, toen hij nog een Methodistenprediker was hier in de stad. En wij hadden een aardige samenkomst daarginds in Clarksville. Ik geloof dat het daar Howard Park heet... Harrison Avenue Methodist Church. Ik denk dat hij u daar moet hebben gevonden, zuster Neville. Daarginds, omdat zij daar vandaan kwam.

7 Ik kwam weer terug en zei tegen de gemeente hier: "Dat is een van de fijnste mannen en een dezer dagen zal ik hem dopen in de naam van de Here Jezus." Het gebeurde. Hier is hij en nu is hij mijn kameraad, dicht aan mijn zijde, en is zo'n eerbare, respect afdwingende man. Hij heeft mij altijd bijgestaan net zoals... net zo dicht als hij maar kon. Wat ik ook zeg, hij blijft gewoon bij mij en houdt vol. Zelfs toen hij pas binnenkwam, hij begreep de Boodschap toen niet, maar hij geloofde het en hij bleef er precies bij. Dat siert, dat is respect. Voor zo'n broeder kan ik niet genoeg zeggen en nu, de Here zegene hem.

     Goed nu, een kleine terugblik op gisteravond bij het verbreken van het vijfde zegel. We zullen niet helemaal teruggaan vanavond, net ver genoeg om het vijfde zegel te begrijpen.

8 Nu, wij zagen dat daar de antichrist was, die uitreed en zich ontwikkelde vanuit drie machten, die alle uitliepen op één macht, en hij bereed het vale paard, de Dood, naar een bodemloze put, naar het verderf waar hij vandaan komt. En dan zien wij, dat de Schrift zegt, dat als de vijand opkomt als een vloed, de Geest des Heren er een standaard tegen opricht.

9 En we zagen het gisteravond volmaakt bevestigd in het Woord. Want er waren vier dieren, als antwoord op de vier keren dat deze ruiter reed. En hij bereed iedere keer een ander paard – een wit paard en daarna een rood paard en een zwart paard en vervolgens een vaal paard. En we vonden uit wat deze kleuren inhielden en wat zij deden; en brachten het toen regelrecht weer terug in de gemeente-tijdperken en dat is precies wat het gedaan heeft, gewoon volmaakt.

     Daarom, ziet u, als het Woord van God samenpast, betekent dat dat het juist is. Ziet u, ik geloof dat alles wat aansluit bij het Woord van God, altijd amen is.

10 Zoals een persoon zei, dat zij een visioen hadden en zij zeiden dat het was... O, zij weten dat de Here het gaf, omdat het met grote kracht kwam. Wel, het visioen moge in orde zijn, maar als het niet overeenkomstig het Woord maar tégen het Woord is, is het niet juist.

11 Het zou kunnen zijn, dat hier enkele Mormoonse broeders en zusters aanwezig zijn en misschien krijgen sommigen deze banden, en ik wil niet zeggen dat... Enkelen van de fijnste mensen, die ik... die u zou willen ontmoeten, zouden de Mormonen zijn – een zeer fijn type mensen; en dan hun profeet, Joseph Smith, die de Methodisten hier in Illinois doodden, op hun reis over... en zo, toen die fijne man... En het visioen, ik twijfel er helemaal niet aan dat hij het visioen had. Ik geloof dat hij een oprecht man was, maar het visioen dat hij had, was tegen de Schrift; daarom moesten zij een Mormonen-Bijbel hebben om het te laten kloppen. Deze is het hier voor mij. Dat is de reden. Alleen het Woord; dat is het.

12 Op een keer kwam hier een prediker uit het buitenland, en ik zag hem daar buiten rondrijden in een auto met een dame (wat zij niet is). En zij kwamen naar een samenkomst. En ik ontdekte dat zij twee of drie dagen hadden gereden (gewoon hij en zij in de samenkomst) om samen naar de samenkomst te komen; en de vrouw was drie of vier keer getrouwd geweest. En deze prediker wandelde de foyer binnen van het hotel waar ik was en stak over en schudde mij de hand en ik schudde hem de hand en stond op en sprak met hem.

     Ik vroeg hem: "Als u vrij bent, zou ik dan in mijn kamer even een ogenblik met u kunnen spreken?"

     Hij zei: "Zeker, broeder Branham."

     Ik nam hem mee naar de kamer en ik zei tegen de prediker: "Eerwaarde heer, u bent een vreemdeling in dit land." Ik zei: "Maar deze dame heeft nog al een naam." Ik zei: "Komt u helemaal uit die plaats naar deze plaats?"

     Hij zei: "Ja mijnheer."

     En ik zei: "Bent u niet bang, dat dat nogal zal... ik betwijfel u niet, maar gelooft u niet dat dat een blaam zal werpen op uw reputatie als prediker? Gelooft u niet dat wij een beetje beter voorbeeld dan dat zouden moeten geven?"

     En hij zei: "O, deze dame is een heilige."

     Ik zei: "Ik betwijfel dat niet, maar", zei ik, "broeder, de zaak is dat iedereen die naar haar kijkt geen heilige is. Zij kijken naar wat u doet." En ik zei: "Ik geloof dat u maar beter voorzichtig kunt zijn. Ik spreek gewoon als de ene broeder tot de andere." Ik zei: "De dame is nu al vier of vijf keer getrouwd."

     Hij zei: "Ja, ik weet dat."

     Ik zei: "U leert dat toch niet in uw gemeente thuis, is het wel broeder?"

     Hij zei: "Nee, maar weet u, ik had er een visioen over, broeder Branham."

     Ik zei: "Wel, dat is fijn."

     Hij zei: "Hebt u er iets op tegen? Ik geloof dat ik u enigszins in uw leer daarover zou kunnen rechttrekken."

     En ik zei: "In orde." En ik zei: "Ik zou het graag willen weten, meneer."

     Hij zei: "Wel, weet u, in dit visioen", zei hij, "sliep ik."

     En ik zei: "Ja." (Ik zag toen dat het een droom was.)

13 En hij zei: "Mijn vrouw had geleefd met een andere man en ze liep van mij weg." En hij zei: "Daarna kwam zij weer naar mij toe en zei tegen mij: 'O lieveling, vergeef mij; vergeef mij.' Zij zei: 'Het spijt mij dat ik dat deed. Ik zal van nu af aan trouw zijn.'" Hij zei: "Natuurlijk hield ik zoveel van haar, dat ik haar gewoon vergaf en zei: 'In orde.'" En hij zei: "En toen, weet u wat? Toen kreeg ik de uitlegging van dit visioen." Hij zei: "Dat was deze vrouw." Hij zei: "Zeker is zij getrouwd geweest enzovoort, al deze keren." En hij zei: "Het is in orde voor haar om te trouwen, omdat de Here haar zozeer lief had, dat ze kan trouwen zo dikwijls als zij dat wenst."

     Ik zei: "Uw visioen was machtig liefelijk, maar het is ver weg van het begane pad hier." Ik zei: "Dat is verkeerd, ziet u. U behoorde dat niet te doen."

14 Dus dat is het... Zie... Maar als u Schrift met Schrift als een zwaluwstaart in elkaar ziet passen, het tot een voortdurende samenhang makend waar zij tezamen komen, de Schriftplaatsen... Waar deze ene hier ophoudt, komt de andere erbij en past erin en tekent het hele beeld uit. Zoals bij het samenvoegen van een legpuzzel. U vindt het stukje dat erin past. Er is niets anders dat erin past; dan krijgt u het beeld compleet. En er is er maar Eén die dat kan doen; dat is het Lam en dus zien wij naar Hem op.

15 Maar wij zien dat wanneer deze ruiter... Het was één ruiter, die op deze paarden reed en toen volgden wij hem verder en zagen wat hij deed en alles, en vonden in de gemeente-tijdperken terug, dat dat precies is wat hij deed.

16 En als hij uitreed op een zeker dier en bepaalde dingen deed, zagen wij, dat er één gezonden werd om te bestrijden wat hij deed. Er werd er één gezonden voor het eerste tijdperk, een leeuw. Dat was het Woord natuurlijk – Christus. De volgende was het rund, gedurende de tijd van de donkere eeuwen, toen de kerk zich georganiseerd had en leerstellingen in plaats van het Woord had aangenomen.

17 En bedenk, de hele zaak is gebaseerd op twee dingen: het ene is een antichrist, het andere is een Christus. Het is nog steeds hetzelfde vandaag. Er bestaat geen halve Christen. Er is geen dronken-nuchtere man, geen zwart-witte vogels, nee, nee! – geen zondaar-heilige. Nee, u bent òf zondaar òf heilige. Er is geen tussenweg.

18 U bent òf wederomgeboren òf u bent niet wederomgeboren. U bent òf vervuld met de Heilige Geest òf u bent niet vervuld met de Heilige Geest. Het doet er niet toe hoeveel sensaties u had, als u niet vervuld bent met de Heilige Geest, bent u er niet mee vervuld. En als u ermee vervuld bent, toont uw leven het. Het gaat er regelrecht mee samen, ziet u. Niemand hoeft iemand erover te vertellen; zij zien het, omdat het een verzegeling is.

19 We zagen hoe deze beesten iedere keer uitreden. De één werd uitgezonden met zijn bediening in politieke machten, godsdienstige en politieke machten tezamen verenigend. We zagen hoe God Zijn machten uitzond om het te bestrijden. We gingen terug en zagen wat het gemeente-tijdperk was en keken terug en daar was het gewoon precies op die wijze.

20 En toen ontdekten wij dat er weer een tijdperk kwam, en de vijand zond de antichrist uit onder de naam van godsdienst, onder de Naam van Christus, onder de naam van de kerk (Jazeker!); ging uit onder de naam van de kerk. "Dat was de ware kerk", zei zij. De antichrist is niet Rusland. Dat is de antichrist niet. De antichrist lijkt zoveel op het echte Christendom, dat de Bijbel zegt dat het ieder zou verleiden, die niet voorbestemd was.

21 De Bijbel zegt, dat in de laatste dagen alles wat niet voorbestemd was – de uitverkorenen... zegt dat de uitverkorenen... Laat iedereen dat Woord nemen en het opslaan in uw kanttekeningen en u ziet wat het betekent. Er staat de uitverkorenen – voorbestemd. Het zal elk van hen verleiden, wier namen niet waren in het Boek des Levens des Lams vanaf de grondlegging der wereld.

22 Toen het Lam werd geslacht, werden de namen in het Boek geplaatst. Hij staat vanavond in de heilige plaats in de heerlijkheid als Middelaar, bemiddelend voor elk van die zielen, wier naam in dat Boek staat. En niemand kent die naam behalve Hij. Hij is Degene, die het Boek in Zijn hand heeft. En Hij weet dat wanneer die laatste binnenkomt, de dagen van Zijn middelaarschap voorbij zijn. Hij komt dan tevoorschijn om datgene op te eisen, waarvoor Hij bemiddeld heeft. Hij doet nu het werk van de bloedverwant Verlosser en treedt naar voren om de Zijnen te ontvangen.

23 O wonderbaar! Dat behoorde elke Christen tot onderzoek van zichzelf te brengen en zijn handen voor God te doen houden en te zeggen: "Reinig mij, o Here; kijk in mijn leven en laat mij zien waar mijn slechte zijde is en laat mij het heel snel uit de weg krijgen." Want als de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt, waar zal dan de zondaar en de goddeloze verschijnen? Het is onderzoekingstijd.

24 En als u het wilt plaatsen en dit Woord wilt geven... (Nu, ik wil niet dat u mij hierover een vraag stelt, omdat u mij dan weer totaal op wat anders brengt... Ik bedoel bij het opschrijven van uw vragen. Ik geloof dat de vragen toch al binnen zijn.) Dit is de tijd van het onderzoekings oordeel. Zo is het. (Nu, we zullen dat krijgen bij de bazuinen als wij daar aan toekomen, wanneer de Here daarin voorziet, of de fiolen.) En wij zullen het uitvinden over dat onderzoekingsoordeel, net voordat de weeën begonnen, en we zien dat dat waar is. En de drie engelen die de aarde sloegen, riepen uit zoals u weet: "Wee, wee, wee over degenen die de aarde bewonen."

25 We leven in een verschrikkelijke tijd. De tijd, dat... Ziet u, de dingen waar wij nu mee bezig zijn, die we juist nu aan het bestuderen zijn, gebeuren nadat de gemeente is weggenomen. Deze dingen zijn de verdrukkingsperiode. En ik geloof dat het werkelijk vast zou moeten staan in het hart van elke gelovige, dat deze gemeente nooit de verdrukkingsperiode zal meemaken. U kunt nergens de gemeente in de grote verdrukking plaatsen. U kunt de gemeente daar plaatsen, maar niet de bruid.

26 De bruid is weggegaan, omdat, ziet u, zij geen enkele zonde heeft – niet één ding tegen haar. De genade van God heeft haar overdekt en het bleekmiddel heeft elke zonde zo ver weggedaan, dat er zelfs geen gedachtenis meer van is. Niets dan zuiverheid – volmaakt in de tegenwoordigheid van God. O, dat moest de bruid op haar knieën doen gaan en het doen uitroepen tot God.

27 Ik denk aan een klein verhaal, als ik nu niet teveel tijd van u neem in dit voorwoord. Ik doe dit met een doel, totdat ik voel dat de Geest gewoon klaar is om te beginnen. Dit is een heilige zaak. Zie, wie weet die dingen daar? Niemand dan God en zij worden niet verondersteld geopenbaard te worden en er wordt door de Bijbel bewezen dat zij niet eerder geopenbaard zullen worden dan in deze dag. Zo is het precies. Er werd naar gegist, maar nu worden wij verondersteld precies de Waarheid te krijgen – de bevestigde Waarheid.

28 Let nu op, er was een meisje in het Westen en zij werd verliefd op een man, die op haar verliefd was geworden. Hij was veekoper en hij kwam daar voor de Armour company. En zij hadden een groot... De baas kwam op zekere dag (de zoon van de baas uit Chicago) en natuurlijk trokken zij een echte "western frontier" aan. De meisjes daar smukten zich op. Elk van haar wilde stellig deze jongen hebben, weet u. Het was de zoon van de hoofdbaas. Dus kleedden zij zich in hun "western frontier" [wild-westkleding], en...

29 Zij doen dat daarginds in het Westen. Ze hadden juist één van die episodes achter de rug, en broeder Maguire (ik geloof dat hij hier nu is), ze pakten hem ginds in de stad zonder zijn western kleding aan en wierpen hem in de gevangenis en brachten hem voor het Hof van Kangaroo en lieten hem ervoor betalen; toen lieten zij hem gaan om een western-uitrusting te kopen. En ik zag de rest van hen rondlopen met revolvers, ongeveer zo lang, om hen heen hangend. Ze lopen daar gewoon als een stel wilden rond. Ze proberen in iets van voorbijgegane dagen te leven.

30 En dan in Kentucky, u probeert te leven in de voorbijgegane dagen van het Oosten hier. Ga maar naar Renfro Valley en zo. U houdt ervan om terug te gaan naar de oude dagen. Er is iets wat dat veroorzaakt, maar als het er op aan komt om terug te gaan naar een Evangelie in het oorspronkelijke, wilt u dat niet. U wilt iets moderns.

31 En wat laat een man verkeerd handelen? Wat laat hem drinken en tekeer gaan of wat laat een vrouw verkeerd handelen? Het is omdat zij probeert te... Er is iets in haar, dat dorst – iets in hem dat naar iets dorst. En zij proberen die heilige dorst te lessen met de dingen van de wereld, terwijl God die Dorstlesser zou moeten zijn. Hij maakte u zó, dat u zou dorsten. Dat is de reden dat u dorst naar iets. God maakte u zó, dat u zich met die heilige dorst tot Hem zou wenden. Maar als u probeert die dorst te lessen... Hoe durft iemand dat te doen? U hebt geen recht om dat te doen: om te proberen die heilige dorst van u met iets anders te lessen. Dan richt u deze op de wereld – probeert deze met de wereld te verzadigen. U kunt het niet. Er is maar één ding dat deze zal vervullen, en dat is God. En Hij maakte u op die wijze.

     Dus deze jonge meisjes trokken een echte western-uitrusting aan voor deze jongen toen hij daar kwam. En elk van haar was zeker, dat zij deze jongen zou krijgen.

32 Er was een nichtje daar op de boerderij, en zij was een wees. En zij deed gewoon al het werk voor deze meisjes, omdat zij de nagels van hun vingers in orde moesten houden, weet u; en zij konden de borden niet wassen vanwege hun handen en zo; en zij deed al het echt zware werk.

     En toen tenslotte de jongen kwam, gingen zij naar buiten en ontvingen hem in een oude western stijl... met een open rijtuig, en zij kwamen binnen, terwijl zij hun pistolen afschoten en tekeer gingen, weet u, om de aandacht te trekken.

     Die avond hielden zij daar een grote danspartij, een ouderwetse dans, en al de boeren uit de omtrek kwamen om met hen mee te dansen enzovoort. En het eerste, weet u, wel, dit ging zo door, dit jubelfeest, gedurende twee of drie dagen.

33 Toen, op een avond, ging deze jongen buiten de plaats, gewoon om een poosje te rusten van het dansen en ging bij deze meisjes vandaan, en toevallig keek hij bij het weggaan naar de kraal. Daar liep een meisje, dat er wat haveloos uitzag, en zij had een afwaspan vol water. Ze had de borden gewassen. En hij dacht: "Ik heb haar nooit eerder gezien. Ik vraag mij af waar zij vandaan komt." Dus besloot hij gewoon om zijn weg te vervolgen langs de zijkant van het slaaphuis en kwam terug aan de zijkant van de kraal en ontmoette haar.

34 Zij was barrevoets. Ze stond stil. Zij hield haar hoofd naar beneden, zij had gezien wie het was en zij was erg verlegen in de nabijheid van deze grote persoon. En zij was maar een nicht van deze andere meisjes. Hun vader was voorman bij deze grote hoeve van Armour, dus zij... Zij bleef naar beneden kijken. Zij schaamde zich dat zij op blote voeten liep.

     Hij zei: "Hoe heet je?" Zij vertelde het hem. Hij zei: "Waarom ben je daar niet, waar al de anderen zijn?" Zij maakte een soort verontschuldiging.

     En de volgende avond keek hij weer naar haar uit. Tenslotte, terwijl hij daar buiten op het hek van de kraal zat en zij allemaal tekeer gingen en zo, lette hij op of zij het afwaswater zou komen weggooien. En hij zag naar haar uit en zei tegen haar: "Weet je wat mijn eigenlijke doel is waarvoor ik hier ben?"

     Zij zei: "Nee mijnheer, dat weet ik niet."

35 Hij zei: "Mijn doel waarvoor ik hier ben, is om een vrouw te zoeken." Hij zei: "Ik vind een karakter in jou, dat zij niet hebben." (Ik dacht aan de gemeente.) Hij zei: "Wil je met mij trouwen?"

     Zij zei: "Ik? Ik? Ik kan mij zoiets niet indenken. Ik?" Zie, dat was de zoon van de hoogste baas. Hij bezat al de maatschappijen en boerderijen door het hele land, en alles, ziet u.

     Hij zei: "Ja, ik kon er niet één in Chicago vinden. Ik wil een echte vrouw. Ik wil een vrouw met karakter. En datgene wat ik zoek, zie ik in jou." Hij zei: "Wil je met mij trouwen?"

     Zij zei: "Wel..." (Het verraste haar.) Zij zei: "Ja."

     En hij zei: "Wel..." (vertelde haar dat hij terug zou komen.) Hij zei: "Nu, maak jezelf klaar en vandaag over een jaar zal ik terugkomen om je te halen en zal ik je hier vandaan meenemen. Je zult niet meer op deze manier behoeven te werken. Ik zal je meenemen, en ik zal naar Chicago gaan en een huis voor je bouwen zoals je nog nooit hebt gezien."

     Zij zei: "Ik heb nooit een tehuis gehad. Ik ben een wees."

     Hij zei: "Ik zal een thuis voor je bouwen – een echt." Hij zei: "Ik zal terugkomen."

     Hij bleef in contact met haar gedurende de tijd van een jaar. Zij deed alle werk, dat ze maar kon doen om genoeg geld te sparen van haar dollar per dag of wat zij kreeg bij haar werkgever, om haar bruiloftskleed te kopen – een volmaakte type van de gemeente. Zij maakte haar kleding gereed. Weet u, toen zij dit bruiloftskleed liet zien, zeiden haar nichten: "Wel, jij arm, dwaas kind. Denk jij nou dat zo'n man iets met jou te maken wil hebben?"

     Zij zei: "Maar hij beloofde het mij." Zij zei: "Hij beloofde het en ik geloof zijn woord."

     "O, hij maakte gewoon gekheid met jou." Zij zeiden: "Als hij iemand had willen hebben, dan zou hij een van de anderen genomen hebben."

     Zij zei: "Maar hij beloofde het mij. Ik verwacht hem." Amen. Ik ook.

     En dus werd het later en later. De dag brak tenslotte aan. Op een zeker uur moest hij daar zijn; dus deed zij haar bruiloftskleed aan. En ze had zelfs niets van hem gehoord, maar zij wist dat hij daar zou zijn. Dus kleedde zij zich aan in haar bruiloftskleding en maakte alles klaar. En toen lachten zij werkelijk, omdat de hoogste baas bij de voorman was geweest en geen van de meisjes had er iets over gehoord. Dus was het alles maar een geheimzinnige zaak voor hen.

     Dat is het ook; zeker is het dat. Maar dit meisje grondde het allemaal op basis van zijn woord, dat hij voor haar terug zou komen. Dus zij begonnen te lachen en pakten elkaar bij de handen en dansen in het rond en zeiden: "Ahhh ahhh," (zo lachend, weet u) en zeiden: "Arm klein, dwaas kind."

36 En zij stond daar gewoon – zonder ook maar enigszins te blozen. Ze hield haar bloemen vast en haar trouwjurk helemaal in orde. Zij worstelde, weet u. (Zijn bruid heeft zichzelf gereed gemaakt.) Zij hield haar bloemen vast, terwijl zij wachtte. Zij zeiden: "Nu, ik vertelde je toch, dat het verkeerd was. Zie, hij komt niet."

     Zij zei: "Ik heb nog vijf minuten." Zij zei: "Hij zal hier zijn."

     O, zij lachten gewoon. Maar precies omtrent de tijd, dat de oude klok de vijf minuten vol tikte, hoorden zij de paarden galopperen en het zand onder de wielen rollen. Het oude rijtuig hield stil.

37 Zij sprong tussen hen uit, de deur uit en hij sprong uit het rijtuig en zij viel in zijn armen en hij zei: "Het is nu allemaal voorbij, liefste"; zij verliet haar kleine, oude nichten (denominaties), die daar zaten te kijken, en ging naar Chicago naar haar huis.

38 Ik weet ook van nog een andere, grote, dergelijke belofte: "Ik ben heengegaan om voor u plaats te bereiden en Ik kom terug om u te ontvangen." Zij mogen dan zeggen dat wij gek zijn, maar broeder, ik persoonlijk kan nu, terwijl deze zegels zo gebroken worden onder deze bovennatuurlijke zaak, bijna het geluid horen van die tijd-klok, die wegtikt in de eeuwigheid daar.

39 Ik kan bijna die engel daar zien staan en zeggen aan het slot van die Boodschap van de zevende engel: "Er zal geen tijd meer zijn." Die kleine, trouwe bruid zal wegvliegen in de armen van Jezus een dezer dagen, als Hij haar meeneemt naar het huis des Vaders. Laten wij aan deze dingen denken als wij nu verder gaan.

     Let op, de bediening van de leeuw, het Woord, de os, het arbeidende offer, de schranderheid van de hervormers; dan komt het arend-tijdperk binnen om deze dingen te openbaren en op te pikken en ze te laten zien.

     Nu, wij zagen ook in de dienst van gisteravond het grote geheimenis geopend bij dit zegel, dat absoluut tegengesteld was aan mijn vroeger begrip – gewoon veronderstellend, dat het juist was.

40 Ik heb er altijd mee ingestemd dat die zielen onder het altaar de eerste Christelijke martelaren waren, maar wij zagen gisteravond, toen de Here God dat zegel voor ons verbrak, dat het absoluut onmogelijk is. Zij waren het niet. Zij waren al de heerlijkheid ingegaan, volslagen aan de andere kant. En daar waren zij...

41 We zagen dat het Joden waren, die op zouden komen gedurende de tijd dat... vanaf het uitroepen van de 144.000, waar wij vanavond op in zullen gaan en morgen, en tussen het zesde en het zevende zegel worden de 144.000 geroepen. En toen zagen wij dat zij martelaren waren, die gedood waren en toch hadden zij nog geen witte klederen aan, maar hun namen waren in het Boek des Levens des Lams geweest en hun werden witte klederen gegeven, aan een ieder van hen.

42 En wij namen dat door en ik geloof niets anders ter wereld, dan dat die groep Joden zijn, die door een vóór-verdrukkingsperiode gingen. Toen zij gedurende deze laatste oorlog waren... zij moeten door iedereen gehaat worden. En Eichmann doodde miljoenen van hen in Duitsland (u hoorde pas het proces), miljoenen onschuldige mensen werden gedood. Joden, alleen maar omdat zij Joden waren, om geen andere reden.

43 De Bijbel zegt hier, dat zij gedood werden om hun getuigenis van God... van het Woord van God en het getuigenis waar zij aan vasthielden. Nu, we zagen dat de bruid het Woord van God was, met het getuigenis van Jezus Christus. Dezen hadden geen getuigenis van Jezus Christus.

     En we zagen dat de Bijbel zegt, dat geheel Israël, het voorbestemde Israël, zalig zal worden. (Romeinen 11.) Nu, dat weten wij. En daar zagen wij die zielen...

     Zie nu hoe dichtbij. Waarom kon dit niet eerder zijn? Omdat het niet eerder gebeurd was. Nu kunt u het zien. Ziet u het? Zie, de grote Heilige Geest zag dat deze dingen zouden komen door de eeuwen en tijden heen, en nu wordt het geopenbaard, en dan kijkt u daar en ziet dat het de Waarheid is. Zo is het daarmee.

44 Het waren de martelaren in de kwelling van de vóór-verdrukkingen van Eichmann. Nu, zij zijn alleen maar een type van de martelaren van de 144.000, die binnenkwamen tussen het zesde en het zevende zegel; en het zevende zegel is maar één ding, dat is alles – en er was stilte in de hemel gedurende de tijd van een half uur. En God alleen kan dat openbaren. Het is zelfs nergens gesymboliseerd. (Dat is voor morgenavond. Bidt voor mij.)

     We merken nu op als we het zesde zegel ingaan... Moge de Hemelse Vader ons helpen als wij ons nu gereedmaken voor dit zesde zegel. Nu, het twaalfde vers van het zesde hoofdstuk

     En ik zag, toen het Lam het zesde zegel geopend had, en ziet, er werd een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.

     En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij door een grote wind geschud wordt.

     En de hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen.

     En de koningen der aarde en de groten en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen, en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelf in de spelonken en in de steenrotsen der bergen;

     Let daar op. Kijk naar die machtige mannen. Wat hebben zij gedaan? Zij hadden ontvangen de wijn van de toorn van de hoererij van de hoer. Dat is precies dezelfde klasse, die dronk van haar wijn

     En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons en verbergt ons van het aangezicht van Hem, Die op de troon zit, en van de toorn van het Lam.

     Want de grote dag van Zijn toorn is gekomen, en wie kan bestaan?

45 Wat een inleiding tot... Zie de ruiters nu – de ruiters, het dier en het antwoordende dier heeft opgehouden. Dan zijn wij opgenomen. Wij zien de martelaren onder de troon. Nu, dit... vanaf de tijd... Deze martelaren zijn de echte orthodoxe Joden, die stierven in Christelijk geloof... of, in godsdienstig geloof, omdat zij geen Christenen konden zijn.

     Herinner u, dat God hun ogen verblindde. En zij zullen blind zijn gedurende een lange tijd, totdat de heidengemeente uit de weg is genomen. Omdat God niet met die twee volken tegelijkertijd handelt, omdat het helemaal tegen Zijn Woord is.

46 Bedenk dat Hij altijd met Israël als een volk handelt. Het is de natie Israël. De heidenen zijn individuen – mensen genomen uit de heidenen. En het moest... De heidenen moesten gevormd worden uit alle volkeren der wereld, terwijl er zo nu en dan een Jood inkomt, ziet u. Net als de Arabieren en de Ieren, de Indianen en wat al meer. Het zijn al de volkeren der wereld, die deze boeket bruid vormen.

47 Maar nu, als het gaat over het handelen met Israël, in dit laatste gedeelte van de zeventig weken, dan handelt Hij met hen als een natie. Het is met de heidenen afgelopen. Het uur zal spoedig komen (en misschien nog deze avond) dat God Zich helemaal van de heidenen af zal keren. Precies! Hij heeft het gezegd. "Zij zullen de muren van Jeruzalem vertreden totdat de heiden-bedeling is afgelopen." De tijden zijn voorbij. Jazeker! En dan: "Laat hij die vuil is, vuil blijven. Laat hem die rechtvaardig is, rechtvaardig zijn."

48 Er is helemaal geen bloed meer op de troon van de... in het heiligdom. Er is geen bloed meer op het altaar. Het offer is verwijderd; en er is niets dan rook en bliksem en oordeel daarin. En dat is nu net precies wat hier vanavond uitgegoten wordt.

49 Het Lam heeft Zijn middelaarswerk beëindigd. Het middelaarswerk is geëindigd van boven op de troon en het offer, zoals wij Hem volmaakt getypeerd hebben – de bloedverwant Verlosser, het bloedige Lam, dat tevoorschijn kwam, het Lam dat gedood was (een bloedig Lam, gedood, verbrijzeld) kwam tevoorschijn en nam het boek uit Zijn hand. Dat is... De dagen zijn ten einde gekomen. Nu komt Hij om op te eisen wat Hij verlost heeft! Amen! Dat doet gewoon iets door mij heen gaan.

50 We zien nu, dat Johannes zei: "Ik zag, toen Hij het zesde zegel geopend had, dat er een grote aardbeving was." Toen werd de hele natuur verstoord. God heeft grote dingen gedaan, zoals het genezen van de zieken en het openen van de ogen van de blinden en grote werken, maar wij zien hier dat de natuur een buiteling maakte. Ja, de hele natuur...

51 Zie wat er plaatsvond – de aarde beefde, de zon werd zwart en de maan wilde zijn licht niet geven en de sterren schudden en vielen; wel, van alles gebeurde (ziet u?) ten tijde van het openen van dit zesde zegel. Dan vindt het plaats; direct na het aankondigen van die martelaren. Het was voor de martelaren afgelopen.

52 U ziet dat we nu heel dicht bij dat uur zijn. Het zou elk ogenblik kunnen zijn, omdat de gemeente zo ongeveer klaar is om haar vlucht te maken. Maar bedenk, als deze dingen geschieden, zal de bruid hier niet zijn. Bedenk slechts, de bruid is weg. Zij hoeft door niets van dat alles heen te gaan! Dit is een tijd van verdrukking tot reiniging van de gemeente. Het is haar opgelegd om er doorheen te gaan. Niet de bruid; Hij neemt Zijn liefste uit de weg. Jazeker! Hij heeft haar verlost. Het is een soort... Dat is Zijn eigen verkiezing, Zijn eigen keuze, zoals iedere man zijn bruid neemt.

     Nu, de aardbeving... Laten we de Schriftplaatsen nu met elkaar vergelijken. Ik wil... Hebt u pen en papier bij u? Ik wil dat u iets voor mij doet. Als u wilt schrijven, schrijf dit dan op, omdat het is... tenzij u de banden gaat nemen.

     Ik wil dat u met mij meeleest als u dit doet. Vergelijk de Schriftplaatsen over deze grote gebeurtenis waarvan wij zullen zien dat dit grote geheim of deze verborgenheid onder het zesde zegel was van het boek der verlossing.

     Bedenk nu, dit zijn verborgen geheimenissen. En het zesde zegel is helemaal één heel groot boek – gewoon zes rollen in elkaar gerold, en deze ontrollen het hele boek der verlossing. Dat is hoe de hele aarde verlost werd.

53 Dat is de reden waarom Johannes weende, omdat als niemand dat boek kon nemen, de hele schepping, alles verloren was. Ze zou gewoon eenvoudig teruggekeerd zijn tot de atomen en moleculen enzovoort, en kosmisch licht en er zou zelfs geen schepping, persoon of iets anders zijn, omdat Adam de rechten op dat boek verloor. Hij verbeurde het toen hij naar zijn vrouw luisterde, en zij luisterde naar Satans redeneringen in plaats van naar het Woord van God.

54 Het was verbeurd. Toen kon het niet teruggaan in de vuile handen van Satan, die haar verleid had van de weg af te gaan, dus daarom ging het terug naar zijn oorspronkelijke Eigenaar, zoals het met elke koopakte zou gaan – regelrecht naar zijn oorspronkelijke Eigenaar, en dat was God, de Schepper, die het maakte. En Hij houdt het vast.

     En er is een prijs en dat is verlossing. Er was een bepaalde prijs voor de verlossing en er was niemand die hem kon voldoen. Dus zei Hij... Maakte Zijn wetten – Zijn eigen wetten van een bloedverwant verlosser.

55 Toen konden zij niemand vinden. Ieder mens was geboren door sex – geboren na sexueel verlangen. Hij was in de oorspronkelijke zonde: Satan met Eva, dus hij kon het niet doen. Er is niets in hem, geen heilige paus, priester, doctor in de godgeleerdheid of wie hij ook moge zijn; niemand was waardig. En het kon geen engel zijn, omdat het een bloedverwant moest zijn. Het moest een mens zijn. Toen werd God zelf een Bloedverwant door menselijk vlees aan te nemen door de maagdelijke geboorte.

56 En Hij vergoot Zijn Bloed. Dat was geen bloed van een Jood; het was niet het bloed van een heiden. Het was het Bloed van God. De Bijbel zegt dat wij gered zijn door het Bloed van God. Het kind neemt het bloed van de vader aan. Wij weten dat. Iets in de mannelijke sexe produceert de hemoglobine. Dus wij zien...

57 Wanneer de hen het ei legt – zij kan een ei leggen, maar als de haan, het mannetje, niet bij haar geweest is, zal het niet uitkomen. Het is niet vruchtbaar. De vrouw is slechts een uitbroedster, die het ei draagt, maar het ei komt... de kiem komt van het mannetje, en in dit geval was de man God zelf.

58 Dat is waarom ik zeg dat boven, beneden is en groot, klein. God was zo groot, dat Hij Zichzelf zelfs vormde in zo'n klein ding, tot een kleine, nietige kiem in de schoot van een maagd. En daar omheen ontwikkelde Hij de cellen en het bloed, en werd geboren en opgevoed op aarde; en vanaf dat soort begin – onvervalst, helemaal geen sexueel verlangen er naar...

59 En toen gaf Hij dat Bloed, omdat Hij een bloedverwant van ons werd, en Hij was de bloedverwant Verlosser. En Hij vergoot dat Bloed vrijwillig. Hij hoefde het niet. Hij gaf het vrijwillig om te verlossen. Dan gaat Hij op het altaar van God en wacht daar, terwijl God het boek der verlossing in Zijn hand houdt en het bloedige Lam staat op het offer-altaar. Daar is het Lam om verlossing te bewerken, voorspraak doende.

60 Hoe durft iemand dan te zeggen dat Maria of Jozef of enig ander sterfelijk wezen een middelaar zou kunnen zijn! U kunt niet bemiddelen tenzij er daar bloed is. Ja, er is één Middelaar tussen God en de mens, en dat is Christus Jezus. Dat is wat de Schrift zegt. Daar staat Hij totdat de laatste ziel verlost is, en dan komt Hij naar voren om op te eisen wat Hij verlost heeft.

61 O, wat een groot Vader is Hij. Nu, bedenk, ik heb altijd onderwezen "dat in de mond van twee of drie getuigen alle woord vaststaat" en de Schriften...

     Evenals u niet één Schriftplaats kunt nemen en niets kunt bewijzen tenzij er iets anders is, dat ermee overeenstemt. Zie, ik kan één Schriftplaats nemen en zeggen: "Judas ging heen en verhing zich", en een andere nemen en zeggen: "Ga gij heen en doe hetzelfde." Maar ziet u, dat zou niet kloppen met de rest.

     En ik dacht onder dit zesde zegel, toen de Heilige Geest het verbrak, toen ik zag wat het was, toen dacht ik dat het een goede zaak zou zijn om de klas vanavond iets anders te geven, omdat het misschien vermoeiend zou zijn om al de tijd maar naar mij te luisteren. Dus dacht ik dat wij het een beetje anders moesten doen.

62 Let nu op. Deze grote gebeurtenis werd verzegeld onder het boek van het geheimenis der verlossing. Nu heeft het Lam het in Zijn hand en staat op het punt om het open te breken.

     Laten we kijken naar Mattheüs, het vierentwintigste hoofdstuk, waar het Lam zelf spreekt. Nu, ieder weet, dat Christus de Auteur is van het hele Boek voor zover het dat betreft, maar dit is Zijn toespraak hier of Zijn prediking tot het volk, tot de Joden.

63 Nu wil ik dat u uw boek op deze wijze vasthoudt: Mattheüs 24 en Openbaring 6, op deze manier en laten wij hier even een klein beetje vergelijken. Dus kijk hier nu goed naar en u kunt precies zien hoe het zit. Zie wat het Lam hier precies toont in symboolvorm, wat Hij hier zei in het Woord – het precies doende. Dus dat maakt het juist. Dat is alles wat ermee is. Hier is het ene; Hij spreekt erover en hier gebeurt het. Het is gewoon een volmaakte betuiging.

64 Laten we nu kijken naar het vierentwintigste hoofdstuk van Mattheüs en Openbaring 6, en dit laatste vergelijken met het vierentwintigste hoofdstuk van Mattheüs. Wij weten allen, dat dat het hoofdstuk is waar iedere geleerde, iedere persoon naar toe gaat, als hij spreekt over de verdrukkingsperiode. Het komt uit het vierentwintigste hoofdstuk van Mattheüs. En nu, laten wij...

65 Als dat zo is... Nu... want wij weten dat dit zesde zegel het oordeelszegel is. Het is het oordeelszegel – dat is het precies. Nu, ik geloof... we hebben gehad dat de antichrist reed, hebben de gemeente zien gaan – nu is het voorbij, ze is omhoog gegaan. Toen zagen wij de martelaren van die Joden daar onder het altaar. Nu hier is het uitbreken van de oordelen over het volk, en uit dit verdrukkingsoordeel zullen de 144.000 verloste Joden voortkomen. Ik zal u bewijzen dat het Joden zijn en geen heidenen. Ze hebben niets met de bruid te maken, geen enkel ding. De bruid... We hebben gezien dat de bruid weggegaan is. U kunt dat nergens anders plaatsen – zij komt niet eerder terug dan in het negentiende hoofdstuk van Openbaring.

66 Let nu op, want het zesde zegel is het oordeelszegel van het Woord. Laten wij hier nu beginnen te lezen uit het vierentwintigste hoofdstuk van Mattheüs. Ik zou u graag hier iets willen geven, waar ik gewoon naar uitgezien heb om het te vinden. Nu, Mattheüs van 1 tot 3, dat is wat we eerst zullen lezen

     En Jezus ging uit en vertrok van de tempel; en Zijn discipelen kwamen tot Hem, om Hem de gebouwen van de tempel te tonen.

     En Jezus zeide tot hen: Ziet gij niet al deze dingen? Voorwaar zeg Ik: Hier zal niet één steen op de andere steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.(Nu, het derde vers.)

     En toen Hij op de Olijfberg gezeten was, gingen de discipelen tot Hem alleen, zeggende: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk zal het teken zijn van Uw toekomst, en van de voleinding der wereld?

67 Laten wij daar nu stoppen. Deze drie verzen... Dit gebeurde in werkelijkheid op dinsdagmiddag, 4 april van het jaar 30 na Christus. En de eerste twee verzen vonden plaats in de namiddag van 4 april 30 A.D., en het derde vers vond plaats op dinsdagavond van dezelfde dag.

68 Zij kwamen naar de tempel en zij vroegen Hem deze dingen: "Hoe staat het hiermee en hoe is het hiermee? Kijk naar deze grote tempel, is hij niet wonderbaar?"

     Hij zei: "Er zal niet één steen op de andere gelaten worden."

     Toen ging Hij de berg op en zat neer (als Hij daar begint, is het in de middag) en toen zij dat deden, vroegen zij hem daarboven: "We willen over enkele dingen wat weten."

69 Let nu op, hier zijn drie vragen, die door de Joden, Zijn discipelen, worden gesteld. Er worden drie vragen gesteld. En let op. Ten eerste: "Wanneer zullen deze dingen zijn?" (Wanneer er niet één steen op de andere gelaten zal worden.) "Wat zal het teken van Uw komst zijn..." (Tweede vraag.) "en van het einde van de wereld?" Ziet u het?

     Er zijn drie vragen en daar maken veel mensen hun vergissing. Zij betrekken dan deze dingen hier op het een of andere tijdperk, terwijl u ziet dat Hij drie vragen beantwoordt. Let nu op hoe mooi het is.

     Het derde vers nu, de laatste zin daar van het derde vers: "En wat zal het zijn..." Eerst riepen zij Hem naar de Olijfberg persoonlijk... "Vertel ons, wanneer zullen deze dingen zijn?" (Vraag nummer één.) "Wat zal het teken zijn van Uw toekomst..." (Vraag nummer twee.) "en van het einde van de wereld?" (Vraag nummer drie.) Zie, er worden drie verschillende vragen gesteld.

     Nu wil ik dat u omslaat en opmerkt hoe Jezus hun hier over deze dingen vertelt. O, het is zo prachtig! Het doet me gewoon... ik word... Wat was dat woord, dat wij onlangs gebruikten? De opwekking door openbaring!

     Let op, laten wij ons nu wenden tot het eerste van de zegels van dit boek en dit eerste zegel vergelijken met deze eerste vraag, en elke vraag vergelijken en zien of hij niet hand in hand loopt, precies zoals wij gedaan hebben met al deze andere, die geopend werden voor de gemeente-tijdperken; en alles was precies hetzelfde. Daar is het zegel dan volmaakt geopend.

70 Let nu op, we zullen gaan lezen, eerst voor de... "Toen antwoordde Hij hun..." En dan begint Hij hun te antwoorden en wij willen het vergelijken met de zegels. Let nu op, het eerste zegel is Openbaring 6:1–2; nu lezen wij hoofdstuk 6:1–2

     En ik zag, toen het Lam een van de zegels geopend had, en ik hoorde een uit de vier dieren zeggen, als een stem van een donderslag: Kom en zie!

     En ik zag, en ziet, een wit paard, en die daarop zat, had een boog; en hem is een kroon gegeven, en hij ging uit overwinnende en opdat hij overwon!

     Wie hebben wij gezien, dat deze knaap was? – de antichrist. Mattheüs 24 nu, vers 4 en 5

     En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ziet toe, dat u niemand verleide.

     Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden.

     Ziet u het? – de antichrist. Daar is uw zegel. Hij heeft het hier gesproken en hier openen zij het zegel, en hier was Hij – gewoon volmaakt.

71 Nu, het tweede zegel: Mattheüs 24:6, Openbaring 6:3–4. Let nu op. Mattheüs 24:6. Laat mij nu zien wat er staat

     En gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen; ziet toe, wordt niet verschrikt; want al die dingen moeten geschieden, maar nog is het einde niet.

     Goed. Laten wij het tweede zegel nemen, Openbaring 6:3–4. Let op wat Hij zegt

     En toen Het het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie!

     En een ander paard ging uit, dat rood was; en hem, die daarop zat, werd macht gegeven de vrede te nemen van de aarde; en dat zij elkander zouden doden; en hem werd een groot zwaard gegeven.

     Volmaakt – helemaal precies. O, ik houd ervan om de Schrift zelf te laten antwoorden, u ook? De Heilige Geest schreef het allemaal, maar Hij is in staat om het te openbaren.

72 Laten wij nu zien naar het derde zegel. Nu, dit is een hongersnood. Nu, Mattheüs 24, vers 7 en 8

     Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen zijn hongersnoden, en pestilentiën, en aardbevingen in verscheidene plaatsen.

     Doch al die dingen zijn maar een beginsel der smarten.

     Zie, dat is nu aan het opkomen. Nu, Openbaring 6. We gaan het derde zegel openen. Het wordt gevonden in Openbaring 6:5 en 6

     En toen Het het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en ziet, een zwart paard, en die daarop zat, had een weegschaal in zijn hand.

     En ik hoorde een stem in het midden van de vier dieren, die zeide: Een maatje tarwe voor een penning, en drie maatjes gerst voor een penning; en beschadig de olie en de wijn niet.

     Honger, ziet u? Precies hetzelfde zegel! Hetzelfde als wat Jezus zei.

73 Goed, het vierde zegel – pestilentie en dood. Let op, Mattheüs 24, we zullen het achtste vers lezen; het zevende en het achtste vers, geloof ik, gaat over het vierde zegel, dat ik hier heb. In orde. Nu... Wat las ik daarnet? Las ik iets verkeerds? Ja, ik had dat aangetekend. Ja, daar zijn wij nu. Daar gaan wij dan. Goed.

     Laten wij hier nu beginnen bij het zevende vers van dit vierde zegel en bij het zesde, zevende en achtste vers van het andere, van Openbaring. Laten wij nu zien naar het zevende en achtste vers van Mattheüs 24. In orde

     Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen zijn hongersnoden, en pestilentiën, en aardbevingen in verscheidene plaatsen.

     Doch al die dingen zijn maar een beginsel der smarten.

     Nu, het vierde zegel, zoals wij het hier lazen, was... Het vierde zegel was... het begint bij het zevende en achtste vers aan deze andere kant

     En toen Het het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier, die zeide: Kom en zie!

     En ik zag, en ziet, een vaal paard...

     Nu, wacht eens, ik heb dit verkeerd opgeschreven. Even een ogenblikje, 7 en 8, laten wij eens zien. Mattheüs 24:7 en 8, laten we zien. We zullen dat krijgen. Dat is de derde opening, is het niet? Mattheüs 24:7 en 8. Het spijt mij. Nu, dat opent de regen... of de hongersnood, het opent de hongersnood.

     Goed, nu de pestilentiën en de dood... Jazeker, nu komen wij er; 7 en 8 – nu, dat zou het vierde zegel zijn. Laten wij zien waar wij het vierde zegel krijgen. "En toen het Lam het vierde zegel geopend had..." Ja, dat is de ruiter op het vale paard, de dood, ziet u

     En ik zag, en ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood; en de hel volgde hem na. En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel der aarde, met zwaard, en met honger, en met de dood, en door de wilde beesten der aarde.

     Zie, dat was de dood!

74 Nu, het vijfde zegel. Mattheüs 24:9–13. Laten we zien of ik dat nu weer juist heb, ziet u

     Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking, en zullen u doden,... (Daar hebt u het!) en gij zult gehaat worden door alle volken, om Mijns Naams wil.

     En dan zullen er velen geërgerd worden, en zullen elkander overleveren, en elkander haten.

     En vele valse profeten zullen opstaan, en zullen er velen verleiden.

     En omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zo zal de liefde van velen verkouden.

     Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.

     Wij zijn nu bij het vijfde zegel, en dat was gisteravond. Ze zouden u overleveren, elkander verraden, enzovoort.

     Kijk nu aandachtig naar het vijfde zegel, 6:9–11. Laten we dat nu nemen: Openbaring 6:9–11

     En toen Het het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die gedood waren om het Woord Gods, en om het getuigenis, dat zij hadden.

     En zij riepen met grote stem, zeggende: Hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen? (Nu...)

     En aan een ieder werden lange witte klederen gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een kleine tijd rusten zouden, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders zouden vervuld zijn, die gedood zouden worden, zoals zij.

     U ziet, dat wij hier onder het vijfde zegel martelaarschap vinden. En hier in Mattheüs 24:9–13 ontdekken wij ook dat het martelaarschap was: "Zij zullen u overleveren en u doden", enzovoort, ziet u, hetzelfde zegel dat geopend is.

     Nu komen wij tot het zesde zegel. Mattheüs 24:29–30... 24, en laten we nemen 29 en 30. Dat zijn ze. We zullen ook gaan naar Openbaring 6:12–17. Dat is precies wat we zojuist gelezen hebben.

     Luister nu hier naar. Dat is wat Jezus zei in Mattheüs 24:29 en 30

     En terstond na de verdrukking van die dagen,... (Wat... Wanneer deze verdrukking, deze 'amateur' verdrukking... Zij zijn hier doorheen gegaan, ziet u.) zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.

     En alsdan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen de Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid.

     Lees nu hier in Openbaring, het zesde zegel, datgene waar het nu over gaat

     En ik zag toen Het het zesde zegel geopend had, en ziet, er werd een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.

     En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgeboom zijn oprijpe vijgen afwerpt, als hij door een grote wind geschud wordt.

     En de hemel is weggeweken, als een boek, dat toegerold wordt; en alle bergen en eilanden zijn bewogen uit hun plaatsen.

     En de koningen der aarde, en de groten, en de rijken, en de oversten over duizend, en de machtigen, en alle dienstknechten, en alle vrijen, verborgen zichzelf in de spelonken, en in de steenrotsen der bergen;

     En zeiden tot de bergen en tot de steenrotsen: Valt op ons en verbergt ons van het aangezicht van Hem, Die op de troon zit, en van de toorn van het Lam.

     Want de grote dag van Zijn toorn is gekomen, en wie kan bestaan?

     Het is volmaakt. Sla nu weer terug en zie wat Jezus hier zei in Mattheüs 24:29. Luister. Na deze Eichmann zaak, enzovoort

     En terstond na de verdrukking van die dagen, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden. (Let nu op.)

     En alsdan zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen; en dan zullen al de geslachten der aarde wenen, en zullen de Zoon des mensen zien, komende op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid.

     En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste daarvan.

     Ziet u, helemaal precies als u het vergelijkt met wat Jezus zei in Mattheüs 24 en wat de Openbaarder hier opende in het zesde zegel, het klopt precies, en Jezus sprak over de verdrukkingsperiode. Ziet u?

75 Ten eerste vroegen zij wanneer deze dingen zouden zijn, wanneer de tempel zou worden weggenomen. Hij beantwoordde dat. Het volgende wat zij vroegen, was: wanneer de tijd zou komen – wanneer het martelaarstijdperk zou komen; en wanneer dit zou zijn, wanneer de antichrist zou opstaan en wanneer de antichrist de tempel zou wegnemen.

76 Daniël – hoe zouden we terug kunnen gaan en Daniël daar oppikken, toen hij zei dat deze vorst, die zou komen... U, lezers, weet dat. En wat zou hij doen? Hij zou het dagelijks offer wegnemen en wat allemaal gedurende die tijd zou plaats vinden.

77 Jezus sprak er hier zelfs over, onderstreepte het. Hij zei: "Als u de gruwel der verwoesting ziet, waarvan gesproken is door de profeet Daniël, staande in de heilige plaats..." Wat is dat? De moskee van Omar stond op de plaats van de tempel toen zij de tempel hadden afgebrand. Hij zei: "Laten zij die op de bergen zijn, laten zij die op het dak zijn, niet naar beneden komen om dingen uit het huis te halen. Laten zij die in het veld zijn niet terugkeren, want het zal een tijd van verdrukking zijn." Ziet u? En al deze dingen zouden plaats vinden en zijn daarna ook op hen gekomen en bevestigd, terug naar deze opening van het zesde zegel.

78 Nu, ik wil dat u opmerkt dat Jezus... (ongeveer morgenavond hierover) het onderwijs over het zevende zegel wegliet. Het staat hier niet bij. Let op, Hij gaat nu hierna direct over op gelijkenissen. Ook Johannes liet het zevende zegel weg – het zevende, het laatste – het zevende zegel. Dat zal een grote zaak zijn. Het is zelfs niet opgeschreven. Beiden lieten dit zevende zegel weg. En de Openbaarder, toen... God had juist gezegd... Johannes zei: "Er was stilte in de hemel..." Jezus zei er nooit een woord over.

79 Let nu op, terug naar het twaalfde vers. Merk op, geen dier – dat is het twaalfde vers, om met ons zegel te beginnen en het geopend te zien worden. Ook hier waren geen op een dier gelijkende levende schepselen vertegenwoordigd, evenals bij het vijfde zegel. Waarom? Dit gebeurde aan de andere kant van het Evangelie-tijdperk, in de verdrukkingsperiode.

80 Dit zesde zegel is de verdrukkingsperiode. Dat is wat er plaatsvindt. De bruid is weg. Ziet u? Er is geen levend schepsel, niets daar om het te zeggen. Het is gewoon... Nu, God handelt niet meer met de gemeente. Het is voorbij. Hij handelt met Israël. Ziet u? Dit is de andere kant. Dit is als Israël de Boodschap van het Koninkrijk ontvangt door de twee profeten van Openbaring 11.

81 Bedenk, Israël is een natie – Gods dienstknecht natie. En als Israël binnen gebracht wordt, zal het een nationale zaak zijn. Israël, het tijdperk van het koninkrijk, waar David... de Zoon van David op de troon zit.

82 Dat is de reden waarom die vrouw riep: "Gij Zoon van David." En David is de... Zoon van David. God zwoer hem, aan David, dat Hij zijn zoon zou verwekken die zijn troon zou nemen en het zou een eeuwigdurende troon zijn. Hij zou geen einde hebben. Salomo gaf het in een type in de tempel. En Jezus had hun hier juist verteld, dat er geen steen op de andere steen gelaten zou worden. Maar wat probeert Hij hun hier te vertellen? Dat Hij terugkomt.

     "Wanneer komt U terug?"

     "Deze dingen zullen plaats vinden voordat Ik terugkom." En hier zijn zij.

83 Het was nu de tijd van de verdrukkingen. Bedenk, als het koninkrijk op aarde gevestigd wordt... Nu, dit mag misschien een beetje schokkend zijn en als er een vraag is, kunt u mij nog vragen, als u de vraag op wilt werpen, omdat ik het slechts even aantip, als u het nog niet weet. In de tijd van het duizendjarig rijk is Israël een natie. De twaalf stammen zijn een natie, maar de bruid is in het paleis. Zij is nu Koningin. Zij is getrouwd. En de hele aarde zal in de stad, Jeruzalem, komen en zal de heerlijkheid ervan daarin brengen. En de poorten zullen des nachts niet gesloten zijn, omdat er helemaal geen nacht zal zijn. De poorten zullen altijd geopend zijn; en de koningen der aarde (Openbaring 22) brengen hun eer en heerlijkheid in deze stad, maar de bruid is daar binnen met het Lam.

     O wonderbaar! Ziet u dat? Daarin... De bruid is daar niet buiten aan het werken in de wijngaard. Zeker niet! Zij is de bruid. Zij is de koningin van de Koning. Het zijn de anderen die daar buiten werken. De natie, niet de bruid. Amen.

84 In orde, let nu op deze boodschappers... deze boodschappers van Openbaring 11, deze twee profeten. Zij zullen prediken: "Het koninkrijk is nabij!" Het koninkrijk der hemelen moet worden opgericht. De tijd, de laatste drie en een half jaar van Daniëls zeventigste week, die is beloofd aan de Joden, Zijn volk.

85 Bedenk nu, om dat te bewijzen, dat dit Daniëls laatste gedeelte is van de zeventigste week... Ik kreeg daarover een vraag voor morgen. Nu, zeventig weken waren beloofd, hetwelk zeven jaar inhield per week. En in het midden van de zeventigste week moest de Messias worden afgesneden om tot een offer gemaakt te worden. Hij zou drie en een half jaar profeteren en dan afgesneden worden als een offer voor het volk, en er is nog een besluit dat er nog drie en een half jaar bestemd zijn voor Israël.

86 In die tijd dat de Messias afgesneden werd, werd de Jood verblind, zodat hij niet kon zien dat dat de Messias was. En toen de Messias werd afgesneden, kwam het Evangelie en het genade-tijdperk tot de heidenen. En zij kwamen, en God trok er één van hier vandaan en daar vandaan en hier en daar, en haalde hen weg onder de boodschappers, en van hier en van daar en hier en daar haalde Hij hen weg onder de boodschappers. Hij zond de eerste boodschapper uit en hij predikte en de bazuin klonk (zoals we dat over een poosje zullen behandelen) en vervolgens verklaarde de bazuin een oorlog.

87 De bazuin wijst altijd op oorlog. De boodschapper, de engel, komt op aarde – de boodschapper van het uur – zoals Luther, zoals elk van de boodschappers waar wij over spraken. Wat doet hij? Hij arriveert en een zegel wordt geopend, geopenbaard; een bazuin klinkt en de oorlog wordt verklaard, en weg gaan zij. En dan sterft de boodschapper. Hij verzegelt deze groep die binnengebracht is, en een plaag valt over hen die het verwierpen! En dan gaat het verder, vervolgens organiseren zij zich en krijgen weer een organisatie. (Wij hebben dat juist behandeld.)

88 Dan komen zij hier uit met een andere macht, ziet u, een andere macht, een ander gemeente-tijdperk en een andere bediening. En dan als hij dat doet, komt God met Zijn bediening, terwijl de antichrist met de zijne komt. Zie, anti is tegen. Zij gaan zij aan zij.

89 Ik wil dat u één dingetje opmerkt. Precies omtrent de tijd dat Kaïn op aarde kwam, kwam Abel op aarde. Ik wil dat u opmerkt, precies omtrent de tijd dat Christus op aarde kwam, kwam Judas op aarde. Omtrent de tijd dat Christus de aarde verliet, verliet Judas de aarde. Precies omtrent de tijd dat de Heilige Geest viel, viel de anti-christelijke geest. Precies omtrent de tijd dat de Heilige Geest Zichzelf hier aan het openbaren is in de laatste dagen, toont de antichrist zijn kleuren, opkomend door deze politiek en zo; en precies omtrent de tijd dat de antichrist zich ten volle op het toneel beweegt, beweegt God Zichzelf ten volle om ons te verlossen. Ziet u, het loopt gewoon precies tezamen, en zij gaan beiden zij aan zij.

     Kaïn en Abel, de kraai en de duif in de ark, Judas en Jezus, en zo maar door. U kunt het gewoon nemen...

90 Hier waren Moab en Israël, allebei. Moab was geen heidense natie. Zeker niet! Zij offerden hetzelfde offer als Israël offerde. Zij baden tot dezelfde God. Precies! Moab kwam van één van Lots dochters die bij haar vader sliep en een kind kreeg, en dat kind werd Moab genoemd en uit hem kwam het Moabietische ras voort, het land Moab. En toen zij zagen dat Israël, hun verloste broeder, kwam...

91 Zij waren fundamentalisten. Zij waren een grote denominatie. Israël had geen denominatie; zij woonden gewoon in tenten en waar ze maar konden gaan; maar Moab had hoogwaardigheidsbekleders, koningen enzovoort. En zij hadden Bileam daar, een valse profeet. Zij hadden dit alles en toen kwamen zij daar om hun kleine broer te vloeken, die op weg was naar het beloofde land, gaande naar zijn belofte.

     En hij ging en vroeg hun: "Kan ik door uw land passeren? Als mijn koeien water drinken, zal ik ervoor betalen. Als zij gras vreten, zullen wij ervoor betalen."

     Hij zei: "Nee, jullie zullen hier in de omtrek geen dergelijke opwekking houden." Zo is het. "Jullie houden iets dergelijks hier in de omgeving niet."

92 En dan let op wat hij deed. Hij kwam precies terug in de Izebel-vorm en hij kwam neer door die valse profeet en liet de kinderen van God dwalen en liet Israël met Moabietische vrouwen trouwen en overspel bedrijven.

     Hij deed hetzelfde in datzelfde tijdperk op de weg waarop wij zijn, naar het beloofde land. Wat deed hij? De valse profeet kwam en trouwde en liet de Protestantse kerk komen en deed denominaties ontstaan – helemaal precies wat zij daar deden.

93 Maar het kleine oude Israël ging evenwel recht door. Zij trok gedurende een lange tijd om in de woestijn, want al die oude vechters moesten sterven, maar zij ging regelrecht het beloofde land binnen. Ja. Zie hoe zij allen in het geweer zijn, net voordat ze de Jordaan oversteken. Ik houd daarvan. En nu zijn wij, precies nu op dit moment, op weg naar dat tijdperk, nu hier.

94 Let nu op, we vonden uit, dat de tijd duurt... Ik zei drie en een half jaar van Daniëls zeventig weken. Laat mij dat nu een beetje nader verklaren, omdat ik zie dat er hier iemand is die daar altijd op gelet heeft, en ik wil proberen mijzelf duidelijk uit te drukken – een leraar. Let op, als de zeventig weken binnenkomen... Toen Daniël het visioen zag van de komende tijd en het einde van de Joden... Hij zei echter dat er zeventig weken (dat is elk zeven jaar) bestemd waren. In het midden ervan, wel, zou de Messias hier zijn en als een offer worden afgesneden.

95 Nu, dat is precies wat er heeft plaats gevonden. Vervolgens handelde God met de heidenen totdat Hij er een volk had uitgenomen voor Zijn Naam. En zodra de heidengemeente eruit is genomen, neemt Hij de gemeente op. En toen Hij dat deed, werd de slapende maagd, de gemeente zelf... De bruid ging omhoog en de gemeente zelf werd geplaatst in de buitenste duisternis, waar wening en knersing der tanden is en tegelijkertijd valt de grote verdrukking over dat volk.

96 En terwijl de verdrukking valt, komen daar deze twee profeten van Openbaring 11 binnen om het Evangelie tot hen te prediken. En zij prediken 1260 dagen. Ziet u? Wel, dat is precies, bij dertig dagen per maand, zoals de echte tijdrekening het heeft, drie en een half jaar. Dat is Daniëls laatste gedeelte van de zeventigste week.

97 Zie, God handelt in deze tijd niet met Israël. Volstrekt niet! Niet lang geleden vroeg een broeder mij: "Zou ik gaan naar...?" Een broeder hier in de gemeente, een dierbare, geliefde broeder zei: "Ik wil naar Israël gaan. Ik geloof dat er daar een ontwaken is."

     Iemand zei tegen mij: "Broeder Branham, u moest nu dadelijk naar Israël gaan. Zij zouden het zien." Zie, u kunt dat niet doen. Ik stond precies daar en ik dacht...

98 Die Joden zeiden: "Als deze Jezus hier de Messias is, wel laat ons Hem dan het teken van de profeet zien doen. Wij zullen onze profeet geloven." Want dat worden zij verondersteld te doen.

99 "Wat een kans", dacht ik. "Hier ga ik." Toen ik daar was, er heel dicht bij... juist... ik was... wel, ik was in Caïro en ik had mijn kaartje voor Israël in mijn hand. En ik zei: "Ik zal gaan zien indien zij dat vragen, of zij een teken van een profeet kunnen zien; we zullen zien of zij Christus zullen aannemen."

100 Lewi Pethrus van de Stockholm Gemeente zond hun een miljoen Bijbels en die Joden kwamen daar terug... U hebt de film gezien; ik heb hem hier nu achter op de filmrol: "Drie minuten vóór middernacht." En die Joden komen daar terug vanuit de gehele wereld, overal vandaan, en beginnen zich daar te verzamelen.

101 Nadat Engeland daar binnengekomen was, gedurende de tijd van generaal Allenby (het staat in "De afloop van de Wereldoorlog", in het tweede deel geloof ik dat het is), gaven de Turken zich over. En toen gaven zij het terug aan Israël en zij is als een natie gegroeid. Nu is zij een volmaakte natie, met haar eigen geld, valuta, vlag, leger en al het andere.

102 En deze Joden, die terugkwamen naar het thuisland, waren... Het eerste dat zij vroegen, toen men naar Iran ging om hen te halen, was... Zij zeiden dat ze hen mee terug wilden nemen naar Israël om hun daar te geven... om ze mee te nemen naar hun land, Palestina, waar zij verondersteld werden te zijn. En bedenk, zolang Israël buiten dat land is, is het buiten de wil van God. Zoals bij Abraham aan wie het gegeven werd. Zij wilden niet in dat vliegtuig stappen. Zij hadden nooit zoiets gezien. En een oude rabbi kwam naar voren en zei: "Onze Profeet vertelde ons, dat als Israël naar huis zou gaan, het zou zijn op de vleugels van een arend", op het vliegtuig weg naar huis.

     Daar is zij nu aan het bouwen, de vijgeboom herstellend. Amen! De oude zespuntige ster van David waait

De dagen van de heidenen zijn geteld,
Door verschrikking bezwaard...

     De verdrukkingsperiode is dicht nabij, precies hier staande, en de zegels zijn geopend en de gemeente is gereed om haar vlucht in de lucht te maken, en de verdrukkingen treden in. Dan komt God neer en trekt de 144.000 eruit. Amen!

103 O, het is volmaakt! U ziet hoe de zegels het nu uitbrengen, het openen. Nu, dit zijn de laatste drie en een half jaar voor het volk. Als u er op let, zult u ook zien, dat het de tijd is dat God die 144.000 Joden zal roepen in deze laatste drie en een half jaar.

     Zie, Hij heeft helemaal niet met hen gehandeld. Zij hebben geen profeet gehad. Zij zouden niets anders geloven dan een profeet. U kunt hen niet voor de gek houden. Dus zullen zij naar een profeet gaan horen, jazeker, en dat is alles. God vertelde hun dat daar in het begin en zij zijn er precies bij gebleven.

104 Hij zei: "De Here uw God zal u een profeet verwekken gelijk mij." Mozes zei dat. Hij zei: "Naar Hem zult gij horen. En ieder die niet naar die Profeet zal horen, zal van onder het volk worden uitgeroeid." Zo is het. En u ziet dat hun ogen verblind moesten worden, anders zouden zij Hem herkend hebben. In plaats daarvan werden zij verblind en kreeg Satan vat op hen en zij zeiden: "Hij is een waarzegger – Beëlzebub. Laat zijn bloed over ons komen; wij weten dat er niets met hem is." Ziet u? En de arme mensen werden verblind.

105 Dat is de reden waarom de Eichmann-groep en die hele groep die daar toen werd gedood, een recht had om binnen te komen; hun eigen Vader moest hun ogen verblinden, zodat Hij ons zou kunnen nemen. Dat is bijna het meest aandoenlijke in de Schriften. Denk daar eens even aan, dat de Joden het Bloed van hun eigen Vader over zich uitriepen – hun eigen God, die daar bloedend hing!

106 Kijk, "Daar kruisigden zij Hem" zegt de Bijbel. Dat zijn vier van de grootste woorden... Kijk. Daar, Jeruzalem, de heiligste stad ter wereld; kruisigden, de meest wrede dood ter wereld; zij, het heiligste volk ter wereld; Hem, de belangrijkste Persoon ter wereld.

107 Waarom? Het godsdienstige volk, de grootste godsdienst ter wereld, de enige ware godsdienst ter wereld, stond daar en kruisigde diezelfde God, waarvan hun Bijbel zei dat Hij zou komen. Waarom zagen zij het niet? De Bijbel vertelt ons dat God hen verblindde, zodat zij het niet konden zien.

108 Hij zei: "Wie van u kan Mij beschuldigen van zonde?" Met andere woorden: "Als ik niet precies gedaan had wat over Mij voorspeld was dat Ik zou doen, vertelt u het Mij dan." Zonde is ongeloof. Hij deed precies wat God Hem verteld had, maar zij konden het niet zien.

109 Nu, als u tegen mensen spreekt, is het net als water gieten op de rug van een eend. Ziet u wat ik bedoel? Het is een jammerlijke zaak. Als u deze natie ziet en de wijze waarop de mensen handelen, zo vormelijk en godsdienstig... Maar zegt de Heilige Geest ons niet dat zij roekeloos zullen zijn, opgeblazen, meer liefhebbers der wellusten dan liefhebbers Gods, onverzoenlijk en achterklappers, onmatig en verachters van hen die goed zijn? "Zij hebben een gedaante van godzaligheid, maar verloochenen de kracht van het Evangelie." Hij zegt: "Hebt een afkeer van dezen."

110 Hier zijn wij waar deze denominationalisten het in de war brengen. Zij nemen al de heerlijkheid en macht en plaatsen het terug tot de apostelen en de rest ervan in het duizendjarig vrederijk.

     Het is net als een mens, zoals ik al eerder gezegd heb, die God prijst voor wat Hij gedaan heeft en uitziet naar wat Hij zal doen, maar verloochent wat Hij juist nú doet. Zo is het precies. De mens doet nog altijd hetzelfde.

     Daar stonden die Joden en zeiden: "Prijst God!" Wel, zoals het zesde hoofdstuk van Johannes zegt: "Onze vaderen aten manna in de woestijn."

     En Jezus zei: "Zij zijn allen dood."

111 Zij dronken water uit de rots in de woestijn en... Hij zei: "Ik ben die Rots." Hij zei: "Maar Ik ben het Brood des Levens, dat van God uit de hemel komt – die Boom des levens, van destijds in Eden. Als een mens dit brood eet, zal hij niet sterven. Ik zal hem opwekken in de laatste dagen." O, zij konden het niet zien. Zo is het.

112 De ware Messias stond daar en sprak de ware woorden van hun hart en dergelijke dingen – tonend dat Hij de Messias was, precies wat de Messias werd verondersteld te doen. En zij stonden daar met hun handen achter zich: "Nee, het kan niet. Nee, nee. Hij kwam niet in de juiste orde. Zie, Hij kwam uit Bethlehem en hij is niets dan een onwettig kind, en dat is de duivel die met hem werkt. Wij weten dat hij gek is. Hij is krankzinnig en heeft een duivel."

     Zie, hun ogen werden daar werkelijk voor verblind. Maar zij zien uit naar hun profeet; en zij zullen het gaan ontvangen – ze zullen er twee ontvangen. Zo is het.

113 Let nu weer op. Ook toen deze Joden... ik zal u nog een klein symbool geven, zodat u beseffen kunt dat het hier over Joden gaat aan deze zijde van de opname. Let op wat er plaats vindt. Het wordt ook gesymboliseerd (we zullen geen tijd nemen om dat te doen, omdat we buiten dit onderwerp komen), wordt ook gesymboliseerd in wat genoemd wordt Jakobs benauwdheid.

     Nu kijk, deze Joden hier hebben... Let op! O, ik zal hier gewoon een beetje tijd nemen. Het maakt mij zenuwachtig als het zo bij elkaar begint te komen, ziet u.

114 Merk op. Ik wil dat u dit ziet. Wel, God zal het u laten zien, daar ben ik zeker van. Kijk! Jakob had het eerstgeboorterecht. Is dat juist? Maar hij was er zeker een kleine bedrieger mee. Ziet u? Hij ging heen en bedroog zijn vader; hij bedroog zijn broer; hij deed van alles, maar toch, wettig gesproken had hij het, omdat Ezau het verkocht had.

     Maar dan gaat hij daarginds werken voor zijn schoonvader, hij deed die populier-stokken in het water om te maken dat dat bevruchte vee en zo gespikkelde kalveren zou voortbrengen; en u weet alles wat hij zoal deed, alleen om geld te verdienen.

115 Let nu op. Hij was verjaagd van zijn volk. Dat is een type van de Joden nu. Hij is een geldwolf. Het kan mij niet schelen hoe hij het krijgt, maar hij zal het hebben. Hij zal u levend villen om het te krijgen. Wel, u weet dat. Hij is een kleine bedrieger, dat is alles. Jongen, handel niet met hem. Hij zal je krijgen, jongen. Jazeker! Waarom? Hij moet dat zijn. Dat is het soort geest dat overheerst.

116 Precies zoals die hervormers dit Woord niet konden begrijpen, omdat dat de geest van de mens was, die tot hen gezonden werd. Het is het arend-tijdperk dat het Woord krijgt en de openbaring. Allen die dat verstaan, steekt uw handen omhoog, zodat ik kan... Dat is goed. Dat is fijn. Zie, dat is goed.

     Nu, als u hier onder deze zegels kunt terugkomen, als zij ooit kunnen... wanneer zij worden geopend, kunt u precies zien wat God doet, wat Hij heeft gedaan, wat Hij zal gaan doen. Hier is het precies, en de reden waarom de mens op die wijze handelt, is, omdat dat de geest is, die voorspeld is om in dat tijdperk op hen te zijn. Zij konden niets anders doen. Niets kon...

117 Johannes, Paulus en de anderen destijds – die leeuwgeest daar, L-e-e-u-w die daar stond, het Woord zelf... Paulus hield zich regelrecht aan dat Woord en zei: "Ik weet dit, dat er valse broeders onder u zullen opstaan. Ze gaan rond en zij zullen denominaties en al dat andere onder u maken. En wat zij zullen doen; zij zullen doorgaan tot de laatste dagen en verschrikkelijke tijden." Waarom? Hij was een profeet. Daar stond dat Woord in hem, hoe het daar ver weg zou eindigen.

     Hij zei: "Valse mannen zullen onder u opstaan en dingen spreken, waarmee zij de broeders zullen aftrekken, die discipelen zijn. Dat is precies de antichrist." Dat gebeurde precies zo.

118 Let op, nadat het door de donkere eeuwen ging, de verdrukkingen, wat was het? Er was niets wat zij konden doen. Rome bezat de godsdienstige macht en had de politieke macht. Er was niets anders wat zij konden doen dan werken om in leven te blijven en zichzelf geven als slachtoffer. Het was een rund. Dat is alles wat zij konden doen. Dat is de soort geest die zij hadden. De Geest van God – het rund.

119 Dan komen hier de hervormers, het hoofd van een mens, scherpzinnig, wijs: Maarten Luther, John Wesley, enzovoort; Calvijn, Finney, Knox en de anderen. Hier komen zij tevoorschijn en toen ze dat deden waren zij hervormers. Zij kwamen naar voren om te hervormen – de mensen eruit te brengen. En zij keerden zich weer precies eender om zoals zij dat in het verleden deden en trouwden weer regelrecht terug met het denominationele systeem. Dat is het precies. De Bijbel zegt het. Zij was een hoer en zij had hoerendochters. Helemaal precies.

120 En God zei: "Ik gaf haar tijd om zich te bekeren en zij deed het niet, dus ga Ik haar en haar nakomelingen nemen en ze daar werpen waar ze behoren." Zo is het precies. En dat is... God zei dat onder dit zegel – onder het zegel. Nu, daar was zij. Wij zien dat Hij dat doet, en Hij zal het doen. En zij koersen daar elk op aan.

121 Maar de... allen, die hun namen hebben in het Boek des Levens, zal God roepen en zij zullen het horen. "Mijn schapen horen Mijn stem", zei Jezus. Het enige wat wij moeten doen, is een schapenroep laten horen. Geiten zullen deze niet kennen!

122 Let op. Maar u ziet de schapenroep. "Mijn schapen horen Mijn stem." Waarom? Wat is een stem? Ik wil u vertellen wat een stem is. Een stem is een geestelijk teken.

123 Hij zei tegen Mozes: "Als zij de stem van het eerste teken niet zullen horen, zullen zij de stem van het tweede teken horen. Mijn schapen horen Mijn stem."

124 Als deze dingen worden verondersteld plaats te vinden in de laatste dagen, schapen van God herkennen dat. Zij herkennen het. "Mijn schapen kennen Mij en een vreemde zullen zij niet volgen." Zij zullen die vreemden niet volgen. Het moet een bevestigd teken van de dag zijn, en zij zien het.

125 Merk nu op. Jakob, als hij nu opkomt, weet u, het eerste wat hij heeft, is een verlangen om waar naar toe te gaan? – terug naar het thuisland. O, dat is precies wat Israël deed. Dat is Israël. Jakob is Israël. Zijn naam was zojuist veranderd, weet u. Ziet u? En hij is daar buiten en hij nam al het geld dat hij had en dat hij kon krijgen, hij nam het op elke wijze dat hij maar kon, van zijn familie of wie dan ook. Zo bedriegend en stelend, liegend en op welke wijze hij het ook maar krijgen kon, nam hij het. Ziet u? Hij deed het.

126 En toen hij naar huis begon te gaan, begon hij een gevoel van heimwee in zijn hart te krijgen. Toen hij echter terugging, op de terugweg, ontmoette hij God. Toen werd zijn naam veranderd. Maar in deze tijd was hij zo vermoeid, omdat hij bang was dat Ezau hem achterna zou jagen. En let op het geld – het geldvoorstel. Precies zoals de Jood zal proberen dit verbond met Rome te sluiten, met hun geldvoorstel.

     Let erop. Toen had Ezau zijn geld niet nodig. Rome evenmin; ze heeft de rijkdom van de wereld in haar handen, ziet u? Maar het werkte niet. Maar we zien nu dat Israël in die tijd van benauwdheid, toen hij Jakob was, worstelde met de... kreeg een houvast aan iets dat echt was.

127 Daar kwam een man aan. Jakob deed zijn armen om hem heen en hij bleef daar. En de man zei: "Ik moet nu gaan. Het daglicht breekt aan." O, dat aanbreken van de dag! "Het is bezig dag te worden."

128 Maar Jakob zei: "Ik laat U niet gaan. U kunt niet gaan. Ik zal hier bij U blijven. Ik wil dat hier dingen veranderd worden." Dat zijn die 144.000, die groep geldmakers en dergelijke dingen. Als zij het echte, waarachtige zien om houvast op te krijgen, staat daar Mozes en staat daar Elia. Amen! Zij zullen worstelen met God totdat 144.000 van de stammen van Israël daar worden uitgeroepen.

129 Dat is juist vóór de verdrukkingsperiode. O, wat wonderbaar! Jakobs benauwdheid. Hier worden de 144.000 eruit geroepen. Zij, de predikers, die twee profeten, zij prediken evenals Johannes de Doper: "Het Koninkrijk der hemelen is nabij. Bekeert u, Israël!" Bekeren van wat? Bekeert u van uw zonden, uw ongeloof, en keer terug tot God.

130 Laten wij nu hier iets bedenken. Deze grote gebeurtenissen in de natuur hebben al eerder plaats gevonden. In dit twaalfde vers hier, ziet u? De zon werd zwart als een haren zak. Vergelijk nu dit... Bedenk nu dat dit niet gebeurt in de tijd der heidenen. Het is Israël!

     Laat mij u dat tonen. Herinner u, dat ik zei dat het het uitroepen is van de 144.000. Ziet u? Deze keer nu is het wanneer... de verdrukkingen moeten het veroorzaken. En dit vertelt wat er in deze verdrukking gebeurt.

131 Laten we nu Exodus 10:21–23 opslaan en hier opmerken, dat de Exodus er was toen Israël er uit kwam – er uit geleid zou worden. Exodus, het tiende hoofdstuk, het eenentwintigste tot en met het drieëntwintigste vers. Ik ben zo opgewonden en juichend als ik deze aantekeningen opschrijf, dat ik ze soms door elkaar haal. Goed, Exodus 10:21–23. In orde, daar gaan we dan – 21 en 23

     Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar de hemel, en er zal duisternis komen over Egypteland, dat men de duisternis tasten zal.

     Toen Mozes zijn hand uitstrekte naar de hemel, werd er een dikke duisternis in het ganse Egypteland, drie dagen.

     Zij zagen de een de ander niet; er stond ook niemand op van zijn plaats, in drie dagen; maar bij al de kinderen Israëls was het licht in hun woningen.

     Let op, gewoon precies als... Nu, kijk nu hier: "... en de zon werd zo zwart als een haren zak..." Ziet u? Hetzelfde – deze gebeurtenissen in de natuur. Wat was het? Als dit met de natuur gebeurt, wat is het dan geweest? God, die Israël roept. God roept Israël. Nu, "... de zon zo zwart als een haren..." God stond op het punt om Israël daar te bevrijden, (in orde) om ze uit te leiden uit de handen van hun vijand, wat in die tijd Egypte was. Nu is Hij hier om hen uit de Roomse handen uit te leiden, met wie zij hun verbond hadden gesloten.

132 Hetzelfde gebeurde. Dat zijn de plagen. In de tijd dat deze plagen zullen vallen, zullen zij deze groep heidenen plagen. Als wij de tijd hadden, zou ik kunnen laten zien wat er gaat gebeuren met die heidengemeente. De Bijbel zegt dat de draak, Satan, toornig was op de vrouw (de Jood, Israël); en hij spoot water uit zijn mond: dichtheid en menigten van mensen, die oorlog gingen voeren met het overblijfsel van het vrouwenzaad. (Openbaring 13.) Ziet u dat nu? Wij hebben dat. En dat is als Rome haar leger achter het overblijfsel aan zendt, het overblijfsel van het zaad van de vrouw.

133 Nu, let op. De eerste keer dat zij in Zijn handen waren, toen Hij hen uitleidde, veranderde de zon in een haren zak of werd zij zwart als een haren zak. Nu, dit is de tweede keer, het einde van de verdrukkingsperiode.

     Als we tijd hadden, zouden wij het in Daniël 12 kunnen lezen. In Daniël, het twaalfde hoofdstuk, zei Daniël: "Ieder, die bevonden werd geschreven te zijn in het Boek, zal verlost worden."

134 Nu bedenk, dat Daniël nu spreekt over deze periode, als dit verondersteld wordt te gebeuren, als Israël bevrijd moet worden, als het einde van de zeventigste week... En dat is wanneer zij verondersteld worden bevrijd te worden. Nu, laten we even een moment naar Daniël 12 gaan

     En te dier tijd zal Michaël opstaan, die grote vorst, die voor de kinderen uws volks staat,... (Zie, dat zijn de Joden.) als het zulk een tijd der benauwdheid zijn zal, als er niet geweest is, sinds dat er een volk geweest is, tot op die tijd toe;...

     Nu, vergelijk dat nauwkeurig met wat Jezus zei in Mattheüs 24. Er zal een tijd van benauwdheid zijn, zoals er nooit geweest is sedert er een natie was. Kijk naar het zesde zegel. Ziet u? Hetzelfde, een tijd van benauwdheid. Let op

     ... sinds dat er een volk geweest is, tot op die tijd toe; en te dier tijd zal uw volk... (in dit laatste gedeelte van het zeventigste jaar) ... zal uw volk verlost worden, al wie gevonden wordt geschreven te zijn in het boek.

     De uitverkorenen, ziet u, die geschreven zijn in het Boek des Levens des Lams, zullen in die tijd verlost worden

     En velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en tot eeuwige afgrijzing.

     De leraars nu zullen blinken, als de glans van het uitspansel, en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren, altoos en eeuwig.

     Toen zei Hij Daniël het boek te verzegelen. Want hij zou rusten in zijn lot tot die tijd. Nu zie, het maakt geen enkel verschil of u leeft of dat u sterft; u zult hoe dan ook tevoorschijn komen. Ziet u? Het sterven is niets voor een Christen. Hij sterft hoe dan ook niet. Ziet u?

135 Daniël 12 zegt, dat ieder die bevonden werd geschreven te zijn in het boek, verlost zou worden. Hier staat God op het punt om Zijn tweede zoon, Israël, na de verdrukkingen te bevrijden. Zie, de tweede keer wordt Israël... Israël is Zijn zoon, dat weet u. Israël is Gods zoon. Dus Hij gaat hem hier bevrijden in de verdrukkingsperiode op precies dezelfde wijze als Hij het in Egypte deed.

136 Laten we hier nu weer stoppen en iets anders nemen, naar waar Hij hen naar huis brengt. Nu, let hier op deze twee profeten. Kijk wat ze gaan doen – precies eender als Mozes en zij destijds deden. "Er werd mij een rietstok gegeven..." (Het derde vers van het elfde hoofdstuk.)

     En Ik zal Mijn twee getuigen macht geven, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, met zakken bekleed.

     Dezen zijn de twee olijfbomen,... (Herinnert u zich, dat Zerubbabel enzovoort, de tempel zou opbouwen.) en de twee kandelaren, die voor de God der aarde staan.

     En zo iemand die wil beschadigen, een vuur zal uit hun mond uitgaan,... (Herinner u, dat uit de mond van Christus het zwaard komt – het Woord.) en zal hun vijanden verslinden; en zo iemand hen wil beschadigen, die moet alzo gedood worden.

137 Wij weten uit het negentiende hoofdstuk, waar sprake is van vuur bij het komen van Christus, dat Zijn zwaard uit Zijn mond ging, hetwelk het Woord was. Was dat juist? – het Woord. O, als u dit materiaal nu neemt voor dat zegel morgenavond. Het is door het Woord, dat God Zijn vijand slaat.

     Nu, kijk hier. Als deze profeten profeteren, als iemand hen mishandelt, hen beschadigt, komt er vuur uit hun mond, Heilige Geestes-vuur – het Woord. Het Woord is God. Het Woord is vuur. Het Woord is de Geest: het komt uit hun mond.

138 Kijk naar Mozes. Laten we zien wat er uit zijn mond kwam. Israël was... de wijze waarop zij daar deden... ik bedoel Egypte. Zij mishandelden deze Joden. Mozes... Zij wilden hen niet laten gaan; Farao wilde het niet. God plaatste de woorden in de mond van Mozes. Het waren Gods gedachten die in Mozes' hart gingen; hij ging er nu toe over om ze uit te drukken en toen werd dat het Woord. Hij strekte zijn hand uit en zei: "Laten er vliegen zijn!" en hier komen de vliegen. Kijk hier. "En als iemand hen wil beschadigen, zal er vuur uit hun mond uitgaan en zal hun vijanden verslinden." Daar is het. Zij kunnen spreken wat zij willen en daar gebeurt het. Amen! En als iemand hen beschadigt, die moet alzo gedood worden.

139 Broeder, God komt hier het toneel oprijden. Zij hebben macht om de hemelen te sluiten, opdat het niet zal regenen in de dagen van hun profetering. – Elia! Hij weet hoe hij dat doen moet. Hij heeft het eerder gedaan. Amen. Mozes weet hoe hij het moet doen. Hij heeft het eerder gedaan. Dat is de reden waarom zij teruggezonden worden. Amen!

140 Ik zou juist hier iets vreselijk goeds kunnen zeggen, maar ik veronderstel, dat ik het beter kan bewaren tot morgenavond. Ziet u? In orde. En zij hebben macht over de wateren om die in bloed te veranderen, en de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen. Wat is het? Wat kan deze dingen tevoorschijn brengen anders dan het Woord? Zij kunnen met de natuur handelen op elke wijze die zij willen.

141 Hier is het. Zij zijn degenen, die dit zesde zegel tot stand brengen. Zij leggen het bloot en openen het. Het is de macht van God om de natuur te onderbreken. Zie, het zesde zegel is volledig een verstoring van de natuur.

142 Begrijpt u het nu? Daar is uw zegel. Wie doet het? Het zijn de profeten aan de andere kant van de opname. Met de kracht van God, het Woord van God, veroordelen zij gewoon de natuur. Zij kunnen aardbevingen zenden, de maan in bloed veranderen, de zon laten ondergaan of wat dan ook, op hun verzoek. Amen!

143 Daar hebt u het. Daar hebt u het, zie. Ziet u hoe de zegels daar geopend werden in het gemeente-tijdperk, hoe het de martelaren liet zien? En nu zijn hier deze twee profeten die hier staan met het Woord van God om alles met de natuur te doen wat zij maar willen, en zij doen de aarde schudden. Het toont precies wie het doen. Het zijn Mozes en Elia, omdat daar hun bediening weer verpersoonlijkt wordt – in beide mannen. O wonderbaar! Ziet u het nu? Ziet u wat het zesde zegel is? Het zijn die profeten.

144 Let nu op. Laat het u niet benauwen, maar let op wat dat zegel opende: profeten. Ziet u? Amen! Daar bent u er. O, wij leven in de arend-dag, broeder. En het is nu onder ons! Zij openden dat zesde zegel. Zij hebben macht om het te doen! Amen! Daar is uw zesde zegel dat open komt. Ziet u?

145 We gaan nu terug, terug waar Jezus sprak dat het zou plaats vinden; ver terug ginds in het Oude Testament, in Ezechiël. Terug in de oude profeten, zij spraken dat het zou plaats vinden. En hier wordt het zesde zegel geopend en men zegt: "Wel, dat is een geheimzinnige zaak. Wat deed het?" Hier is het geheim ervan: de profeten, omdat de Bijbel het hier zo zegt. Zij kunnen het openen elk ogenblik, dat zij... Zij kunnen alles met de natuur doen wat zij willen. En zij doen hetzelfde als wat zij vroeger deden (Amen.), omdat zij weten hoe het moet. Amen! Glorie!

     Toen ik dat zag, stond ik gewoon op uit mijn stoel en begon heen en weer te lopen. Ik dacht: "Here, hoe dank ik U, Hemelse Vader." Daar is het. Dat is het. Zij openden dat zesde zegel. Amen!

     Let op hen. Als iemand hen wil beschadigen, komt er vuur uit hun mond, het Woord. De Heilige Geest kwam op de apostelen, ziet u; vuur kwam uit hun mond.

146 Merk nu op, dat wij in Openbaring 19 hetzelfde zien, en een groot zwaard komt uit Zijn mond: het Woord. Ziet u het? Christus komt en Hij slaat Zijn vijanden ermee. Klopt dat? Nu, Hij is onderweg. Let nu op Hem. In orde.

147 Dezen hebben macht om de hemelen te sluiten, zodat het niet regent in de dagen van hun profeteren. Jongen, dat is onderbreking van de natuur! Nu, voor hoe lang sloot deze man, Elia, de hemelen? [De samenkomst antwoordt: "Drie en een half jaar!" – Vert] Daar hebt u het, precies! Hoe lang is er over in Daniëls zeventigste week – het laatste gedeelte van de zeventig weken? [De samenkomst antwoordt: "Drie en een half jaar." – Vert] Daar bent u er, precies.

148 Wat deed Mozes? Hij veranderde de wateren in bloed en hij deed al dit soort wonderen, helemaal precies zoals hier onder dit zesde zegel is voorzegd. En hier zijn zij in Openbaring 11, hetzelfde doende. Amen! Er zijn drie verschillende plaatsen in de Schrift, die de zaak echt tezamen verbinden. Dat is de opening van het zesde zegel. Precies daar is het. Amen! Glorie!

149 Let nu op

     Deze hebben macht de hemel te sluiten, opdat geen regen regene in de dagen van hun profetering; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderen, en de aarde te slaan met allerlei plaag, zo menigmaal als zij zullen willen.

     O wonderbaar! Daar hebt u het. Laten we nu hier de plagen opslaan. De hele natuur wordt verstoord in deze zesde plaag, of... het openen van het zesde zegel. Dat is precies wat er gebeurde.

150 Kijk nu. Zie, hier staat God op het punt Zijn zoon Israël te verlossen, na dezelfde wijze van verdrukkingen als Hij toen deed. Hij zond Mozes erheen en verloste Israël. Is dat juist? En hij deed precies deze zelfde dingen.

151 Hij zond Elia naar Achab en zevenduizend kwamen eruit. Klopt dat? Hij zendt hen hier weer terug in de tijd van de grote verdrukking en roept de 144.000 eruit. Nu kijk, merk op, dat tussen het zesde en het zevende zegel, het zevende hoofdstuk van Openbaring hen rekenkundig precies tezamen past.

152 Evenals Amerika nummer dertien is – het begon met dertien staten, dertien sterren in de vlag, dertien koloniën, dertien strepen – alles dertien, dertien, en verschijnt precies daar in het dertiende hoofdstuk van Openbaring. Zo is het. Zij is dertien en een vrouw.

153 Nu, toen Hij op het punt stond om Zijn eniggeboren Zoon over te geven, Dewelke Zijn eniggeborene was... Jakob is Zijn zoon, maar dit is Zijn eniggeboren Zoon.

     Mattheüs 27, laten wij zien wat Hij daar deed. Mattheüs, het zevenentwintigste hoofdstuk. Nu bedenk, Zijn Zoon was geslagen en verdrukt en ze hadden de spot met Hem gedreven en Hij hing nu aan het kruis, om drie uur, op Goede Vrijdagmiddag – net omtrent de tijd dat het plaats zou vinden. Mattheüs 27:45, geloof ik dat het is

     En van de zesde ure aan werd er duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe.

     Nu, let nu heel goed op wat Hij hier nu deed in dit. [Openbaring 6:12.]

     En ik zag, toen Het het zesde zegel geopend had, en ziet, er werd een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.

154 Donkerheid, duisternis; Egypte – donkerheid, duisternis. God, die Jezus overgaf aan het kruis, vlak voordat Hij Hem tevoorschijn bracht uit de opstanding. Eerst, duisternis; de zon ging onder op het midden van de dag en de sterren wilden niet schijnen. Twee dagen daarna zou Hij Hem opwekken met een machtige triomf. Nadat de zon en maan en sterren en alles in Egypte, al deze dingen hadden plaats gevonden, verloste Hij Israël voor het beloofde land.

     Hier is het in de verdrukkingsperiode en hier staan die profeten, die de heerschappij hebben over het Woord dat God hun geeft. Zij kunnen alleen maar spreken naarmate God hun het Woord geeft.

     Zij zijn geen goden. Tijdelijk, bij wijze van amateur, zijn zij het, omdat Jezus zei dat zij het waren. Hij zei: "U noemt hen goden, tot wie het Woord van God komt."

155 Wel, kijk. Dat is degene tot wie God het Woord brengt. En als hij het spreekt, gebeurt het. Dat is alles. En hier is hij met een opdracht van God om de aarde te slaan, zoals hij maar wil. O! Om de hemelen te sluiten en hij doet het. Wat is er aan de hand? Hij staat op het punt om de 144.000 eruit te nemen om hen te verlossen, uit het boek der verlossing. En dat is onder het zegel van de verlossing, in het zesde zegel. Dat is het, mijn dierbare vrienden. Dat is dat zesde zegel, dat zo geheimzinnig is geweest.

     Laten we even nemen... We hebben nog tien minuten. Laten we er gewoon nog een beetje van nemen. Ik heb twee of drie bladzijden. Wel, ik heb... U kunt het hier gewoon zien. Wel, ik geloof dat het ongeveer... over dat ene, geloof ik, had ik nog ongeveer vijftien bladzijden over om te behandelen.

     O, er is daar zoveel over. Wonderbaar, je zou gewoon door kunnen gaan van plaats tot plaats, maar ik ben bang dat ik u in verwarring breng wanneer ik het teveel verspreid neem. En ik ben niet... ik kan het niet bij elkaar houden zoals ik zou moeten.

156 In Jesaja, laten wij dit nemen. Jesaja, de profeet, zag dit zesde zegel geopend en sprak erover. En dat is of het nu belangrijk is of niet, ziet u. Wel, het hele verlossingsplan ligt onder deze zegels – het hele Boek.

     Nu bedenk, we zagen dat Jezus het zag. Klopt dat? Ziet u? Jezus zag het. En wij vinden anderen die het hadden gezien. Wij vinden het getypeerd in Jakob. Wij zien het getypeerd in Egypte. Wij zien het getypeerd aan het kruis.

     Laten wij nu teruggaan naar Jesaja. Ik heb hier nog heel wat meer profeten opgeschreven. Laten wij gewoon... Ik houd van deze uit Jesaja. Laten wij hier teruggaan naar het dertiende hoofdstuk van Jesaja. Ik houd ervan...

157 Jesaja is de volledige Bijbel in zichzelf, weet u. Wist u dat? Jesaja begint met de schepping, in het midden van het boek brengt hij Johannes en aan het einde brengt hij het duizendjarig vrederijk. Er zijn 66 boeken in de Bijbel en 66 hoofdstukken in Jesaja. Het is zelf een complete encyclopedie.

158 Let op, het dertiende hoofdstuk van Jesaja nu. Laten wij hier beginnen bij het zesde vers

     Huilt gij, want de dag des HEEREN is nabij; hij komt als een verwoesting van de Almachtige.

     Let op dit zesde zegel dat hier nu opengaat – het was hier wel 713 jaren voordat Christus kwam. Hij is hier nu 2000 jaar; dan zou het dus ongeveer 2700 jaar geleden zijn, dat Jesaja dit zegel daar zag hangen. In orde

     Daarom zullen alle handen slap worden, en het hart van alle mensen zal versmelten.

159 Wat zei Jezus: "En omdat de ongerechtigheid zal toenemen, zal de liefde van velen verkillen... en de harten der mensen zullen bezwijken van vrees; de zee zal groot geluid geven." Ziet u? Het hart van de mensen zal bezwijken

     En zij zullen verschrikt worden, smarten en weeën zullen hen aangrijpen, zij zullen bang zijn als een barende vrouw; een ieder zal over zijn naaste verbaasd zijn; hun aangezichten zullen vlammende aangezichten zijn.

     Neem hier notitie van. O, hun aangezichten, schaamrood. Wij zullen daar binnen een minuut toe komen. Wij zullen dat vasthouden, zie

     Ziet, de dag des HEEREN komt, gruwelijk, met verbolgenheid en hittige toorn, om het land te stellen tot verwoesting, en zijn zondaars daaruit te verdelgen; (Het land – dat is alles, broeders. Ziet u? Let op.)

     Want de sterren van de hemel en zijn gesternten zullen hun licht niet laten lichten; de zon zal verduisterd worden, wanneer zij zal opgaan en de maan zal haar licht niet laten schijnen.

     Want Ik zal over de wereld de boosheid bezoeken, en over de goddelozen hun ongerechtigheid; en Ik zal de hoogmoed der trotsen doen ophouden, en de hovaardij der tirannen zal Ik vernederen.

160 Zie daar, helemaal precies. Jesaja zag hetzelfde als waarvan Jezus sprak, wat de zeven zegels openbaarden, als Hij het land reinigt met verdrukkingen, Dat is de verdrukkingsperiode – dit zesde zegel. Ja, hij was een profeet en het Woord van God werd aan hem bekendgemaakt. Dat is 2700 jaar geleden.

161 Waarlijk, ik wil gewoon dit zeggen: de gehele wereld, zoals Jesaja hier... Zoals een vrouw die baart, is de hele schepping in barensnood. Waarvoor is al dit kreunen en deze barensnood, zoals een vrouw die moeder wordt? De aarde zelf, de natuur...

162 Wel, deze stad hier... Laten wij onze eigen stad nemen met zijn kroegen en prostitutie en vuil en uitschot, net als elke andere stad. Wel, ik geloof dat God beter af zou zijn om ernaar te kijken op de wijze dat Hij het duizend jaar geleden had. Toen de Ohio daar stroomde hadden zij geen waterkreken met stilstaand water en overstromingen. Ze hadden geen zonde in de vallei. De buffel zwierf hier rond en de oude Cherokee Indianen joegen op hem en hadden een behoorlijk bestaan. Er was helemaal geen moeite. Maar de mens kwam binnen en daar is het waar de zonde binnenkomt. Toen de mensen zich begonnen te vermenigvuldigen op de aarde, kwamen zonde en geweld binnen. Zo is het – altijd de mens. Wel, ik geloof dat het een schande is.

163 Ik stond onlangs in wat nu mijn thuisland is, in Arizona. En ik las toen ik een jongen was over Geronimo en Cochise en die oude Apachen, omdat ik daar tot hen predikte. Fijne mensen – en enkele van de fijnste mensen die u zou willen ontmoeten zijn de Apache Indianen. En toen ging ik daar naar Tombstone, waar zij al die oude overblijfselen en zo uit de oorlog hebben. En ik keek... Zij hebben altijd... U weet dat zij Geronimo altijd hebben beschouwd als een afvallige. Voor mij is hij een roodbloedige Amerikaan. Absoluut! Hij vocht alleen maar voor zijn rechten zoals iedereen zou doen. Hij wilde die bezoedeling niet in zijn land, en zie wat het nu is – zijn kinderen, zijn dochters, zijn veranderd in prostituées en al het andere, omdat de blanke man daar kwam. De blanke man is een schurk.

164 De Indiaan was een behoudend persoon; hij was een conservatief iemand. Hij ging uit en doodde een buffel en de hele stam at alles op wat ervan overbleef. Zij gebruikten de huid voor kleding en tenten en al het andere. En de blanke komt en gebruikt de buffel als schietschijf. Wel, het is zo'n schande!

165 Ik las een artikel in de krant, dat in Afrika, dat grote land vol met groot wild, men deze kerels heeft zoals Arthur Godfrey en dergelijke, die daar deze olifanten en zo gaan schieten vanuit helikopters, enzovoort. Eén foto toont een oude wijfjes-olifant die probeert te sterven, en het is alsof de tranen over haar gezicht stromen, en twee grote mannetjes-olifanten proberen haar overeind te houden om te blijven... Wel, het is een zonde. Dat is geen sport!

166 Toen ik daarginds buiten in het veld stond, waar ik jaag en zo, en zag waar die blanke jagers waren geweest om die herten te schieten en er een achterbout vanaf te snijden, en soms acht of tien kleine wijfjes doodden en ze daar zo lieten liggen, en haar jongen daar rondliepen om hun mammie te vinden; meent u dat dat sportiviteit is? Dat is puur wrede moord in mijn boek!

167 Ik hoop dat daar in Canada nooit wegen komen zolang ik leef, zodat die afvallige Amerikanen eruit blijven. Zo is het. Zij zijn de armzaligste sportlui die ik in mijn leven gezien heb. Nee, niet allen. Er zijn enkele echte mannen, maar er is er slechts één op de duizend te vinden. Zij schieten op alles wat zij maar zien, op elke wijze die zij willen (zo is het); dat is een moordenaar. Zo is het. Hij is harteloos. Hij zal buiten het seizoen schieten.

168 Toen ik daarboven in Alaska was, was ik daar met een van die gidsen. Hij zei: "Ik pikte op... Als ik daar nu uit zou gaan, zou ik hele kudden van die heel grote elanden... of geen elanden, maar 'moose' [Amerikaanse elanden] vinden, die daar liggen met 50 kaliber machinegeweer-kogels door hun horens, die deze Amerikaanse piloten daar in Alaska vanuit hun vliegtuig op hen afschoten – een kudde Amerikaanse elanden." Dat is pure moord!

169 Zij wisten heel goed, dat als zij de buffel konden doden, zij de Indianen konden krijgen, zij zouden verhongeren. Dat is de reden waarom Cochise zich moest overgeven – al zijn vorsten en de rest van hen, zijn kinderen, en heel zijn volk stierf de hongerdood. Zij gingen daar uit in grote hoeveelheden, Buffalo Bill en die vlaktebewoners schoten al die buffels af – veertig of vijftig in een middag. Zij wisten dat als zij die doodden, zij van de Indianen af zouden komen. O, het is een smet op de vlag, zoals zij die Indianen behandelden. Daar hebt u het. Maar bedenk, dat de Bijbel zegt: "Het uur is gekomen dat God hen zal vernietigen, die de aarde vernietigen." En de hele wereld...!

170 Kijk naar die valleien. Ik stond daar onlangs en keek neer op de vallei te Phoenix. We waren de South Mountain opgegaan, mijn vrouw en ik zaten daar en zagen uit over Phoenix, en ik zei: "Is het niet verschrikkelijk?"

     En zij zei: "Verschrikkelijk? Wat bedoel je?"

171 Ik zei: "De zonde. Hoeveel overspel, drinken, vloeken en ijdel gebruiken van de Naam des Heren is er in die vallei daar, van ongeveer 140.000 of 150.000 of misschien 200.000 mensen?" En ik zei: "Vijfhonderd jaar geleden of duizend jaar, was er niets anders dan de cactus, de muskiet en de oude prairiewolven, die op en neer liepen langs de zandbanken van de rivier." En ik zei: "Dat is de wijze waarop God het maakte, maar de mens komt erbij en wat doet hij? Hij verzadigde de grond met vuiligheid. De straten zijn vol van gal; de riolen en de rivieren zijn verontreinigd door vuiligheid." Zij konden niet... Wel, je kunt maar beter geen druppel of iets van dat water drinken. Je kunt er van alles van krijgen.

172 Kijk ernaar. Niet alleen hier, maar over de hele wereld. De zaak is verontreinigd, en de wereld, de natuur... God, heb genade! De hele wereld is in zijn geboorteweeën. De wereld is in barensnood. De wereld zwoegt; zij is in barensnood. Jesaja zei het. Wat is er aan de hand? Zij probeert een nieuwe wereld voort te brengen voor het duizendjarig vrederijk, waar al de zonde is uitgezuiverd, trachtend een nieuwe wereld te baren voor een nieuw volk dat niet zal zondigen noch haar verontreinigen. Zo is het. Zij is in barensnood.

173 Dat is de reden waarom wij in barensnood zijn – Christus om de bruid voort te brengen. Alles is in barensnood, zuchtend. Zie, er staat iets op het punt te gebeuren. En deze zesde plaag laat haar gaan!

174 Broeder, de aardbevingen barsten los en de sterren schudden, vulkanen zullen uitbarsten en de aarde zal zichzelf vernieuwen. Nieuwe lava zal uitbraken vanuit het centrum van de aarde en zij zal helemaal afbrokkelen in het rond en rond en rond als zij ginds in de rondte draait.

175 Ik vertel u, dat op een morgen als Jezus en Zijn bruid terugkomen naar de aarde, er een paradijs van God zal zijn daar dat... O wonderbaar! Die oude krijgers in de strijd zullen daar wandelen met hun vrienden en geliefden; de lofzangen zullen de lucht vervullen, met hemelse heirscharen: "O, het was welgedaan, Mijn goede en getrouwe dienstknecht, ga in in de vreugde des Heren die voor u is bereid, die u daarginds ver terug had moeten hebben, voordat Eva de bal van de zonde begon te laten rollen." Amen!

     Ja, het zesde zegel gaat iets doen. Jazeker! Waarlijk, de hele wereld zucht in pijnlijk verlangen naar het duizendjarig vrederijk-tijdperk.

176 De wereld is nu zo doorspekt van vuiligheid. Zoals ik hier niet lang geleden predikte – ik geloof dat ik het predikte in de Tabernakel: De wereld is bezig uit elkaar te vallen. Dat is het precies. Kijk wat er in de wereld uit elkaar valt. Alles ervan valt. Het is zeker zo. Het moet uit elkaar vallen. Jazeker. Kijk naar haar raamwerk. Laat mij u de reden tonen waarom de wereld het moet doen. Het raamwerk van deze wereld; het ijzer en het koper en de materialen van deze aarde zijn er uit getrokken, uit haar raamwerk, voor de oorlog en de industrie, totdat ze nu zo ongeveer op het punt staat...

177 Wel, we hadden nooit een aardbeving in dit deel van het land, tot onlangs, ziet u. St. Louis en daar beneden. De aarde wordt zo dun. Ze hebben er alles uitgehaald. Ziet u?

     Haar politici zijn zo verdorven, dat er bijna geen eerlijke onder hen is, ziet u, in haar systemen. De moraal is zo laag, dat ze er gewoon geen meer hebben. Dat is alles. Zeker. Haar godsdienst is verkankerd. Beslist!

178 Het is spoedig de tijd dat het zesde zegel geopend zal moeten worden en als dat gebeurt, o my – het einde! De bruid is weggegaan. De koningin is heengegaan om haar plaats in te nemen. Ze is nu getrouwd met de Koning, terwijl dit aan de gang is. En het overblijfsel van Israël is verzegeld en gereed om te gaan en dan laat de natuur zich gaan. O, wat een tijd!

179 Let op het laatste vers toen het zesde zegel openging. Zij die hadden gelachen om de prediking van het Woord, van het betuigde Woord van de levende God... Toen die profeten daar stonden en wonderen verrichtten, de zon verduisterden en al het andere, en helemaal het tijdperk door... Zij riepen tot de rotsen en de bergen om hen te verbergen – hen te verbergen voor het Woord waar ze om gelachen hadden, omdat zij Hem zagen komen. "Verbergt ons voor de toorn van het Lam." – Hij is het Woord, ziet u.

180 Zij hadden gelachen om het Woord en hier was het Woord geïncarneerd; en zij maakten er gekheid mee, hadden erom gelachen, de draak met hen gestoken en het vleesgemaakte Woord was naar beneden gekomen. Waarom bekeerden zij zich niet? Zij konden het niet – zij waren toen te ver gegaan. Dus zij wisten dat de straf... Zij horen het. Zij hebben in samenkomsten als deze gezeten en wisten ervan, en zij wisten dat de dingen die die profeten voorspeld hadden, hen nu recht in het gezicht keken.

     Door de zaak die zij hadden verworpen, hadden zij de genade voor de laatste keer versmaad. En als u genade afwijst, blijft er niets anders over dan oordeel. Als u genade afwijst – denk daar even aan.

181 En daar waren zij. Zij hadden geen plaats om naar toe te gaan, geen wijkplaats. En de Bijbel zegt hier: "Zij riepen tot de steenrotsen en de bergen om op hen te vallen en hen te verbergen voor het aangezicht en de toorn van het Lam." Zij hadden geprobeerd zich te bekeren, maar het Lam was gekomen om de Zijnen op te eisen. En zij schreeuwden tot de steenrotsen en de bergen; ze baden, maar hun gebeden waren te laat.

     Mijn broeder, zuster, de goedheid en de goedertierenheden van God strekten zich uit tot de mensen. Terwijl Israël hiervoor verblind werd – zo ongeveer 2000 jaar – om ons een kans te geven om ons te bekeren. Hebt u die genade afgewezen? Hebt u dat afgewezen? Wie bent u eigenlijk? Waar kwam u vandaan en waar gaat u naar toe? U zou het de dokter niet kunnen vragen. U zou het niemand ter wereld kunnen vragen en er is geen boek dat u zou kunnen lezen dat u zou vertellen wie u bent en waar u vandaan komt en waar u naar toe gaat behalve dit Boek.

     Nu weet u, dat zonder... u hebt het Bloed van het Lam om in uw plaats te handelen; u ziet waar u voor bestemd bent. Dus als God dat voor u deed, is het minste wat wij zouden kunnen doen: te accepteren wat Hij gedaan heeft. Dat is alles wat Hij ons vroeg te doen. En op grond hiervan...

     Als ik iets verder ga, zal ik regelrecht terecht moeten komen bij die plaag – dat is voor de samenkomst van morgenavond, en ik kan het niet doen, ik kan niet verder gaan. Ik heb het hier aangetekend, een kruis: stop hier. Dus dan moet ik wachten tot morgen.

     Laten wij nu onze hoofden slechts een minuut buigen. Als u, mijn dierbare vrienden, nog niet de liefde van deze God aangenomen hebt, waarover ik spreek... Als u hebt... (Luister hier nu aandachtig naar.) Als u Zijn liefde en genade niet hebt aangenomen, zult u Zijn oordeel en toorn moeten ondergaan.

182 Nu, u bent vanavond in dezelfde plaats, als waar Adam en Eva in waren in de Hof van Eden. U hebt een recht; u hebt een eigen vrije wil om te kiezen. U kunt naar de Boom des Levens gaan, òf u kunt het plan van het oordeel nemen. Maar vandaag, terwijl u voor rede vatbaar bent, met uw volle verstand en gezond genoeg om op te staan en het te accepteren, waarom zou u dat niet doen, als u het nog niet gedaan hebt?

     Zijn er hier binnen mensen, die dat tot op heden nog niet hebben gedaan? Als dat zo is, zou u dan even uw hand op willen steken en zeggen: "Bid voor mij, broeder Branham. Ik wil het nu doen. Ik wil niet dat dit mij overkomt."

     Nu, bedenk vrienden... (God zegene u. Dat is goed.) Dit zijn niet mijn ideeën hierover; dit is niet wat ik heb bedacht. Dit staat helemaal buiten mij. Zo helpe mij, de Heilige Geest weet het.

183 En wacht u; zo de Here wil, wil ik u morgenavond een geheimenis laten zien, dat heel de tijd door precies hier in deze samenkomst is geweest. Ik betwijfel heel erg of u het ooit gezien hebt of niet, wat heeft plaats gevonden. Het is iets geweest dat hier recht vóór u gelegen heeft en ik heb er elke avond naar uitgezien of er iemand zou opstaan die zou zeggen: "Ik zie het." Wijs het niet af, alstublieft. Ik vraag u, als u geen Christen bent, als u niet onder het Bloed bent, als u niet wederomgeboren bent, vervuld met de Heilige Geest, als u nooit een openbare belijdenis voor Jezus Christus hebt gedaan door u te laten dopen in Zijn Naam, om getuigenis af te leggen van Zijn dood, begrafenis en opstanding, die u hebt aanvaard, dan is het water gereed. Zij wachten. Doopkleding is voorradig en alles is gereed. Christus staat klaar met uitgestrekte armen om u te ontvangen.

     Binnen een uur vanaf nu zou genade misschien niet meer aan u bewezen kunnen worden. U zou het voor de laatste keer kunnen afwijzen, en het zal uw hart nooit meer raken. Terwijl u kunt, terwijl u kunt, waarom zou u het niet doen? Nu, terwijl...

     Ik weet dat de gewone, gebruikelijke wijze is om de mensen bij het altaar te brengen. Wij doen dat, en dat is volmaakt in orde. Deze keer zijn we hier binnen echter zo opeengepakt, hier rondom het altaar, dat ik dat niet zou kunnen doen, maar ik zou dit willen zeggen: in de dagen der apostelen zeiden zij: "Zovelen er geloofden, werden gedoopt." Gewoon als u echt diep in uw hart kunt...

184 Dat is alles. Het is geen emotie, ofschoon emoties ermee gepaard gaan. Precies zoals ik zei: roken en drinken is geen zonde, het zijn de eigenschappen van zonde. Het laat zien dat u niet gelooft. Maar als u werkelijk in uw hart gelooft en u weet dat... op grond waarvan u daar zit en u het aanneemt met uw hele hart, gaat er iets gebeuren, precies daar. Het zal gebeuren. Dan kunt u er als getuige voor staan, dat er iets gebeurde.

     Dan wandelt u naar het water en zegt: "Ik wil het de samenkomst tonen, ik wil het bewijzen, ik wil mijn getuigenis vastmaken, dat ik mijn plaats met de bruid zal innemen. Ik sta hier nu om gedoopt te worden."

     Ik weet dat er vanavond vele vrouwen in de wereld zijn, fijne vrouwen, maar ik verlang er verschrikkelijk naar om er één te zien. Die ene is mijn vrouw. Zij gaat met mij naar huis. In het begin was zij mijn vrouw niet, maar hoe werd zij mijn vrouw? – zij nam mijn naam aan.

185 Hij komt. Er zijn heel wat vrouwen – gemeenten – in de wereld, maar Hij komt voor Zijn vrouw. Zij wordt genoemd met Zijn Naam. Zij die in Christus zijn, zal God met Hem brengen. Hoe komen wij erin? "Door één Geest zijn wij allen in één lichaam gedoopt."

     Nu, terwijl wij bidden, bidt u ook, binnen of buiten. Er zijn grote groepen mensen in de ruimten, en die rondom buiten staan, daar buiten in de straten. Maar nu, terwijl u bent... Wij kunnen u niet naar dit altaar oproepen, maar maak van uw hart het altaar. En zeg, precies daar in uw hart: "Here Jezus, ik geloof dit. Ik heb hier buiten in deze avondlucht gestaan. Ik heb staan smoren in deze kleine ruimte; ik zit hier binnen onder deze mensen. Ik wil niet zijn... ik kan het niet missen; ik kan het mij niet veroorloven."

     Alles, zoals ik u gisteravond vertelde... En zo helpe mij de Here, die weet dat ik de Waarheid vertel. "Ik lieg niet", zoals Paulus zei. Dat visioen of wat het ook was, ik stond daar te kijken en betastte die mensen die zijn heengegaan. Het is net zo werkelijk als ik hier sta.

     Mis het niet, mijn arme broeder en zuster, mis het niet. Ik weet dat u hebt horen prediken, dat u dit en dat en allerlei verhalen gehoord hebt – dat allemaal, maar luister nu even naar mij. Ik weet dat het de Waarheid is! U... gewoon... ik kan het niet duidelijker maken. Mis het niet. Het is allemaal voor u. Laten wij nu bidden.

186 Here Jezus, hier vóór mij staat een doos met zakdoeken, die de zieken vertegenwoordigen. Ik bid daarover, terwijl ik mijn handen erop leg, zoals de Bijbel zegt: "Zij namen van het lichaam van Paulus zweetdoeken en gordeldoeken, en onreine geesten voeren uit de mensen", en er werden grote tekenen gedaan, omdat zij Paulus zagen, waarvan zij wisten dat de Geest van God in hem was. Zij wisten dat hij een vreemde man was, dat de dingen waarover hij sprak, over het Woord...

     Hij kon het oude Hebreeuwse Woord nemen, van de Hebreeuwse gemeente, en het tot leven brengen en het in Christus plaatsen. Zij wisten dat God in de man was. Zij zagen toen dat God vreemde en machtige dingen door hem werkte, dingen voorspellend en het gebeurde op die wijze, en zij wisten dat hij Gods dienstknecht was.

187 Here, ik bid dat U deze mensen zult eren vanwege hun respect voor het Woord en hen zult genezen om Jezus' wil. En hier buiten in het gehoor zitten mensen, net als diegenen die luisterden naar de apostel Petrus op de dag van Pinksteren, hoe hij terugging in het Woord en het Woord kreeg, zeggende: "Joël zei dat in de laatste dagen deze dingen zullen plaats vinden, en dit is dat." En de drieduizend geloofden het en werden gedoopt.

     En Vader, vandaag staan wij hier door Uw genade, en het is niet omdat dit een bijzonder volk is, maar het is omdat... precies als in de dag van de leeuw, of de os, of de mens, het is de tijd van de arend. Het is de zalving van het uur; het is de tijd waarin wij leven. Het is de werking van de Heilige Geest voor deze speciale tijd om te bewijzen dat Jezus niet dood is – de dingen waarvan Hij zei dat Hij ze zou doen net voordat de avondlichten uitgingen. En hier hebben wij Hem dat zien doen langs de weg.

188 We hebben het neer zien komen in het wetenschappelijk onderzoek en Hij liet Zijn foto nemen, de grote Vuurkolom, die de kinderen Israëls leidde, die Paulus ontmoette op de weg... En wij weten dat deze zelfde Vuurkolom, die Mozes daar leidde in de woestijn – dat hij door deze zelfde Vuurkolom verscheidene boeken van de Bijbel schreef, want hij was met het Woord gezalfd.

     Door deze zelfde Vuurkolom, die op Paulus kwam op de weg naar Damascus, schreef hij vele boeken van de Bijbel, genaamd het Woord van God. En nu, Here, diezelfde Vuurkolom, door het bewijsteken van het Woord en door wetenschappelijk onderzoek, zien wij hier, openbarende het Woord des Heren.

     God, laat de mensen spoedig wakker worden, Here, snel! Zij wier namen geplaatst zijn in het Boek des Levens, als dit over hun pad flitst, mogen zij het zien, zoals de kleine slecht bekendstaande vrouw bij de bron die dag. Zij herkende het snel en zij wist dat het de Schrift was.

     En nu, Vader, bid ik dat allen die U zullen ontvangen, het deze keer in hun harten voor altijd zullen vastmaken in dit uur, dat zij ophouden met zondigen, dat zij zullen opstaan en nu voorbereidingen zullen treffen voor een openbare belijdenis door de doop in de Naam van Jezus Christus tot vergeving van hun zonden, om te laten zien dat zij geloven dat God hen vergeven heeft en zij de Naam van Jezus Christus aannemen.

     Giet dan, Vader, de Heilige Geest van Olie op hen, zodat zij geplaatst kunnen worden in de dienst van de Here God, dat zij werkers mogen zijn in deze laatste boze dag. Want wij beseffen dat wij slechts een korte tijd hebben en dat de gemeente elk ogenblik kan heengaan.

189 Het Lam kan elk ogenblik het heiligdom daarboven verlaten, of de troon der offerande, tevoorschijn komen vanaf de troon van God waar het offer lag, en dan is het voorbij. Er is dan geen hoop meer voor de wereld, het is met haar gedaan. Dan gaat zij teniet in grote, plotselinge uitbarstingen van aardbevingen en grote schuddingen, zoals het was bij de opstanding.

     En, zoals Christus opstond uit het graf, zo zal, als de heiligen opstaan, hetzelfde plaatsvinden, Here, en het zou elke minuut kunnen gebeuren. Wij zien uit naar het komen van die blijde dag. Neem Uw kinderen nu onder Uw arm, Vader. Trek Uw kleine lammeren aan Uw boezem. Sta het toe, en voed ze met het Woord, totdat zij krachtig zijn voor de dienst.

190 Wij bevelen hen nu bij U aan, Here. Beantwoord dit gebed. U zei, Vader, in het elfde hoofdstuk van Markus: "Als gij bidt, staat te bidden, geloof dan dat u zult ontvangen waarom u vraagt en u zult het hebben." En met mijn gehele hart naar Hem, die deze dingen door de jaren heen geopenbaard heeft, en deze zegels hier in deze laatste week, geloof ik U, Here God, dat dit het uur is, dichtbij nu, dichter bij Uw nadering dan wij eigenlijk geloven.

     Laat mijn gebed alstublieft verhoord worden. En moge elk geroepen kind van God, dat op hoorafstand van hier is of bij wie de banden zullen terechtkomen, moge ik hen op die tijd opeisen voor het Koninkrijk van God, op grond daarvan dat wij weten dat dit het Woord is dat geopenbaard wordt. Laat de avondlichten schijnen, Vader. Ik beveel hen bij U aan in Jezus' Naam. Amen.

     Nu, allen binnen of buiten die geloven en nog nooit uw openbare belijdenis hebt gedaan, dat u opgehouden hebt met zondigen, en u hebt de goedertierenheden van God nodig en u hebt ze aangenomen in Jezus Christus, het doopbasin... Zij zullen gereed staan om ieder te dopen, die gedoopt wil worden; vandaag of morgen of nu meteen, wanneer dan ook.

     Hebt u van het zesde zegel genoten? Ziet u nu waar het geopend is? Hebt u het geloofd? Er staat: "Wie heeft onze prediking geloofd en aan wie is de arm des Heren geopenbaard?" Als u de prediking gelooft, dan wordt de arm des Heren geopenbaard – de arm – het Woord van God wordt geopenbaard.

     Zo de Here wil, zal ik morgenochtend mijn best doen om die vragen te beantwoorden. Ik zal waarschijnlijk het overige van de nacht, of het grootste deel ervan, besteden aan gebed erover. Ik slaap ongeveer één tot drie uur per nacht. Ik ging gisteravond niet eerder naar bed dan om één uur en om drie uur was ik weer aan het studeren. Zie, ik zal hiervoor verantwoording moeten afleggen. Zo is het. Wij zijn te dicht bij alles, dan dat wij ons enige dwaasheid of veronderstelling of enig compromis kunnen veroorloven. Ik moet het eerst zien. En dan als ik het zie, moet het ook in het Woord zijn. En tot dusver zijn zij door de genade van God volmaakt... Ik heb het daaruit helemaal doorgenomen, u weet dat, en het past gewoon precies in elkaar.

191 Het moet "ZO SPREEKT DE HERE" zijn, want ik zeg het niet alleen zoals ik het zelf weet, maar het Woord van de Here is "ZO SPREEKT DE HERE". En hier is het Woord, nemend wat Hij mij gegeven heeft en het tezamen passend en het u tonend, zodat u zelf zult weten dat het "ZO SPREEKT DE HERE" is.

     Het Woord hier zegt het zo, en dan de openbaring die Hij mij geeft, die tegengesteld is aan wat iemand van ons ooit heeft gedacht; ja, tegengesteld aan wat ik dacht, omdat ik er nooit zo op in ben gegaan. Maar nu zien wij dat het precies tezamen past en wat is het? Het is "ZO SPREEKT DE HERE". Dat is het precies. Het is een plaats geweest die geopend werd, daar vastgehouden tot dit uur, en dan komt de Here en duwt het er precies zo in. Dus u ziet, daar is het. Het is de Here. O, ik heb Hem lief. Ik heb Hem lief met mijn gehele hart.

192 Herinner u, wij konden u niet naar het altaar laten komen. Verscheidenen hielden hun handen omhoog. Nu zie, het is een persoonlijke zaak van u. Het is wat u maar wilt doen. Het uur is zo dichtbij; u moest er vaart achter zetten, zo snel als u kunt – niet getrokken behoeven te worden. Gewoon vaart zetten, proberend binnen te komen. "Here, laat mij niet buiten. Laat mij niet buiten, Here. De deuren gaan sluiten. Als ik maar binnen kan komen..."

193 God zal de deur op zekere dag sluiten. Hij deed het in de dagen van Noach, en zij sloegen op de deur. Is dat juist? Nu, bedenk dat de Bijbel zegt dat in de zevende wake – klopt dat? Sommigen vielen in slaap in de eerste wake, de tweede, de derde, de vierde, vijfde, zesde, zevende; maar in de zevende wake komt er een proclamatie – een geroep: "De Bruidegom komt; ga uit Hem tegemoet."

     De slapende maagden zeiden: "Zeg, ik zou nu wel wat van die olie willen hebben."

     De bruid zei: "Ik heb net genoeg voor mijzelf – net genoeg. Als je het wilt, ga er dan om bidden."

194 Ziet u de slapende maagden nu niet? Kijk naar de Episcopalen, Presbyterianen, Lutheranen en alles, proberend om te... En de moeilijkheid ervan is: in plaats van te proberen de Heilige Geest te ontvangen, proberen zij in tongen te spreken. En velen van hen spreken in tongen en schamen zich om naar deze gemeente te komen om voor zich te laten bidden. Zij willen dat ik naar hun huis kom en voor hen bid. En u noemt dat de Heilige Geest? Dat is spreken in tongen zonder de Heilige Geest. Ziet u?

195 Nu, ik geloof dat de Heilige Geest in tongen spreekt. U weet dat ik dat geloof, ziet u, maar er is ook namaak van. Jazeker! De vruchten van de Geest bewijzen wat het is. De vruchten van een boom bewijzen wat voor soort boom het is – niet de schors, maar de vrucht.

     Let nu op. Toen zij dan kwam in dat laatste uur, en toen zij daar binnenkwamen, gingen zij heen en zeiden: "Wel, ik geloof dat ik het nu heb. Ik geloof dat ik het heb gekregen. Ja, wij hebben het."

     Ik kan dit maar beter niet zeggen, omdat het misschien verwarring zou veroorzaken. Toen ik onlangs vertelde over de opname, hoe zij zou komen... Nu, als u zegt dat u dat zult halen, in orde. In orde, dat is voor u. Toen de slapende maagden, die dachten dat ze genoeg gebeden hadden om terug te komen... was de bruid weg.

196 Zij was gegaan en zij wist het niet – als een dief in de nacht. Toen begonnen zij op de deur te bonzen en wat gebeurde er? Wat gebeurde er? Zij werden geworpen in de verdrukkingsperiode. De Bijbel zegt: "Daar zal wening zijn en knersing der tanden." Klopt dat?

197 Wanneer zal het zijn, broeder, zuster? Ik weet het niet. Maar... dit zou ik hier gewoon kunnen zijn, ziet u. Dit is mijn gedachte. Ziet u? Ik geloof dat het zo dichtbij is, dat ik... Elke dag wil ik... Ik probeer zo zacht te wandelen als ik kan. Wanneer... En weet u, er gebeurde vandaag iets, en ik heb iets zien opkomen. Ik kon bijna niet meer ademen. Daar was Hij, daar staande, en dat kleine Licht stond daar precies, en hier was het. Ik weet dat het de Waarheid is.

     Ik dacht: "God, ik zou dat niet kunnen zeggen. Ik kan het niet zeggen. Ik kan het niet." Ik wandelde gewoon de kamer uit, ging naar buiten en wandelde daar heen en weer. Ik dacht: "O, wat kan ik doen? En ik moet gaan vissen of zoiets en ik... Here, U..." Ik kan het u niet vertellen.

     We hebben een goede tijd, is het niet? Prijs de Here! Amen. Wij zijn in een geweldige tijd, want mijn hart vloeit over van geluk en vreugde! Maar wanneer ik denk aan deze wereld en de duizenden, waarvan ik weet dat zij verloren zijn – zwarte schaduwen – dan bloedt je hart gewoon. Wat kun je doen? Wat kun je...?

198 Je kunt gewoon de Heilige Geest het voelen uitschreeuwen in je hart. Zoals het geweest moet zijn in onze Here, toen Hij over Jeruzalem keek, Zijn eigen volk, en zei: "Jeruzalem, Jeruzalem, hoe menigmaal heb Ik u willen vergaderen als een hen haar kuikens, maar gij hebt niet gewild." Je voelt dat de Heilige Geest zegt: "Hoe dikwijls heb ik u willen vergaderen, maar gij hebt niet gewild."

199 Wij zijn hier precies bij iets, vrienden. Wat het ook is, God weet het. Niemand, niemand weet wanneer het gaat gebeuren. Dat is een geheim. Niemand weet wanneer het gaat gebeuren, maar Jezus vertelde ons: "Wanneer gij deze dingen ziet..." Al deze dingen. Net als wat ik nam, het zesde zegel vergelijkend met wat Hij zei in Mattheüs 24. Nu, bedenk wat Hij zei: "Als u ziet, dat deze dingen beginnen te geschieden, dan is de tijd nabij."

200 Let op het direct daaropvolgende vers – het dertigste en het eenendertigste vers en zo door met het tweeëndertigste en het drieëndertigste vers. Hij zei: "En Hij zal Zijn engelen uitzenden naar de vier hoeken der hemelen, de vier winden, om Zijn uitverkorenen te verzamelen." Klopt dat? Hij zei: "Nu, leer..."

     Nu, bedenk dat Hij precies daar stopte. Hij ging nooit verder na dat zesde zegel. Hij zei niets over het zevende. Hij sprak over het eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, en zesde zegel, maar Hij stopte daar – zei nooit iets over...

201 Let op het volgende wat Hij zei: "Leer nu een gelijkenis." Ziet u? Dan begint Hij met gelijkenissen. Hij zei: "Deze dingen zullen er zijn." Hij beantwoordt hun drie vragen. "Wat zullen deze tekenen zijn en wat zal het teken van Uw komst zijn, wat zal het teken zijn van het einde der wereld?" En het zesde, daar was het einde van de wereld. En het bazuinen van de zevende engel hief de handen omhoog en zwoer bij Hem die leeft voor immer en immer, dat er geen tijd meer zal zijn.

     De aarde doet een nieuwe geboren worden. Het is voorbij en hier bevinden we ons precies aan de deur. O, ik huiver! En wat moet ik doen, Here? Wat kan ik anders doen? En dan, denk eens aan het zien van die plaats en die dierbare mensen.

202 Ik stond daar en keek naar mijzelf en ik dacht: "O God, wat... Zij kunnen dit niet missen. Ik behoorde hen te duwen; ik moest mij eigenlijk uitstrekken naar het gehoor en hen pakken en duwen." U kunt dat niet doen! "En niemand kan komen tenzij Mijn Vader hem trekke."

203 Maar er is hier één vertroosting die wij hebben: "Al wat de Vader Mij gegeven heeft, zal komen." Maar de rest van hen, die zó op die organisaties steunen... Ziet u? En "Hij verleidde allen, die woonden op de aarde, wier namen niet stonden geschreven in het Boek des Levens des Lams, geslacht van vóór de grondlegging der wereld."

     Dus u ziet dat het een droevige zaak is, en het enige wat u kunt doen is, gewoon precies bij het Woord blijven en gewoon letten op wat Hij ook zegt om te doen en dat dan te doen. Wat Hij ook zegt om te doen, doe dat en u kijkt daar uit en zegt: "O my!" Zij doen dit en dan... O, het is gewoon... U beseft niet wat een spanning!

204 Nu, ik wil dit zeggen. Ik veronderstel dat de banden afstaan. Heel wat mensen zeggen: "Broeder Branham, met zo'n soort bediening..." Ik moet opletten, omdat de mensen die banden gewoon nemen en proberen ze af te kammen, weet u. Dus als zij zeggen: "Broeder Branham, wij wensten zo'n bediening te hebben..." U weet niet wat u zegt. Eerlijk, u weet niet wat ermee gepaard gaat, broeders en zusters. O, en dan de verantwoordelijkheid, als u mensen hebt die hangen aan wat ú zegt. Bedenk, als u het hun verkeerd verteld, zal God hun bloed van uw handen eisen. Denkt u daar eens aan. Het is een verschrikkelijke zaak.

205 Dus wees liefelijk. Heb Jezus lief met uw gehele hart. Wees heel eenvoudig. Probeer nooit iets uit te knobbelen, wees slechts eenvoudig voor God, omdat hoe meer u probeert het uit te knobbelen, hoe verder u van Hem weg raakt. Geloof Hem slechts eenvoudig.

     U zegt: "Nu, wanneer zal Hij komen?" Als Hij vandaag komt, goed. Als Hij over 20 jaar komt vanaf nu gerekend, is het nog in orde. Dan zal ik precies de weg gaan, die ik nu ga – Hem volgend. Here, als U mij ergens kunt gebruiken, hier ben ik, Here. Als het over 100 jaar is vanaf vandaag, als mijn achter-, achter-, achter-, achterkleinkinderen nog leven om Hem te zien komen, Here, ik weet niet wanneer het zal zijn, maar laat mij vandaag slechts recht wandelen, alleen met U. Ik wil niet... omdat ik op die dag evengoed zal opstaan alsof ik ergens een klein dutje heb gedaan.

206 Als ik daar kom, in dat heerlijke paleis daarginds, dat Koninkrijk van God daar, waar al de ouden jong zullen zijn, waar men de witte klederen al aan heeft, de mannen en de vrouwen veranderd zijn in de schoonheid, echt kunstig als een knappe man en een liefelijke vrouw – staande daar in al de schoonheid en gestalte van een jonge vrouw en een jonge man, daar staande en nooit oud wordend, die nooit meer zondig kan zijn, nooit meer iets kan zijn van jaloers of hatelijk of zoiets. O wonderbaar!

     Ik geloof dat de banden nu afstaan, en ik heb nog ongeveer drie of vier minuten, waarin ik tot u wil spreken. Is dat in orde?

207 Nu, dit is gewoon persoonlijk, ziet u. Omdat morgen, dat zal zo geweldig zijn, geloof ik, dat ik beter nu kan zeggen wat ik wil gaan zeggen. Dit is slecht voor ons nu. Ik was gewoon... U weet dat ik een vrouw heb, waarvan ik houd, en dat is Meda. En ik wilde haar zelfs niet trouwen vanwege mijn liefde voor mijn eerste vrouw. En toch, hoeveel ik ook om haar gaf, zou ik haar niet getrouwd hebben, als God mij niet verteld had om het te doen.

     En u kent de geschiedenis ervan, hoe zij ging bidden en ik ook, en toen vertelde Hij mij precies wat ik moest doen en dat ik haar moest trouwen en Hij bepaalde de tijd ervoor. Zij is een liefelijke vrouw en zij bidt voor mij vanavond. Het is nu acht uur thuis en waarschijnlijk bidt zij nu.

     Let nu op. Op een dag zei zij tegen mij: "Bill, ik wil je gewoon een vraag stellen over de hemel."

     En ik zei: "Goed, Meda, wat is het?"

     Zij zei: "Je weet dat ik van je houd."

     En ik zei: "Ja." Het was net nadat dit hier boven gebeurde.

     Zij zei: "Je weet dat Hope ook van je hield."

     En ik zei: "Ja."

     En zij zei: "Nu, ik geloof niet dat ik jaloers zou zijn, maar Hope was het wel." En zij zei: "Als wij nu naar de hemel gaan... en je zei, dat je haar daar gezien hebt."

208 En ik zei: "Zij was daar; ik heb haar gezien. Ik zag haar twee keer daar. Zij is daar en zij wacht daar op mij, totdat ik daar zal komen; en zo is het ook met Sharon. Ik zag haar net zoals ik naar jou kijk. Ik zag haar daar." En ik zei...

     Zij zei: "Welnu, als wij daar komen, wie zal dan je vrouw zijn?"

     En ik zei: "Jullie beiden. Geen van beiden zal het daar zijn (ziet u?) en toch zullen jullie het beiden zijn."

     Zij zei: "Ik kan het niet begrijpen."

     En ik zei: "Nu liefste, ga zitten en laat mij je iets verklaren." Ik zei: "Nu, ik weet dat je mij liefhebt en je weet hoe ik jou liefheb, met respect en eer. Nu, bijvoorbeeld, wat als ik mij aankleedde en naar de stad ging en de een of andere kleine prostituée – werkelijk knap – zou komen en haar armen om mij heen slaan en zeggen: 'O, broeder Branham, ik houd werkelijk van je.' En ze zou beginnen haar armen om mij heen te slaan en mij te omhelzen. Wat zou je denken?"

     Zij zei: "Ik geloof niet dat ik dat erg fijn zou vinden."

209 En ik zei: "Ik wil je iets vragen. Van wie houd je het meeste als het tot een beslissing zou komen – van mij of van de Here Jezus?" (Nu, dit is onder ons.)

     En zij zei: "De Here Jezus." Zij zei: "Ja Bill, hoeveel ik ook van je houd, voordat ik Hem zou opgeven, zou ik jou opgeven."

     Ik zei: "Dank je, liefste. Ik ben blij je dàt nu te horen zeggen." En ik zei: "Nu, wat zou het zijn als diezelfde kleine vrouw tot Jezus zou komen en haar armen om Hem heenslaan en zeggen: 'Jezus, ik heb U lief.' Wat zou je daarvan denken?"

     Zij zei: "Ik zou mij daarover verblijden."

210 Zie, het verandert van phileo in agapao. Het is een hogere liefde. En daar is niet zoiets als man en vrouw om kinderen te verwekken; het is allemaal voorbij.

211 De vrouwelijke en mannelijke sexe, de klieren zijn allemaal... Ze zijn daar allemaal hetzelfde. Er is er niet één meer over. Er zijn daar helemaal geen sex-klieren – helemaal niet. U bent gewoon... Denk aan uzelf zonder een sex-klier. De reden waarom ze in ons werden geplaatst, was om de aarde te bevolken, ziet u. Maar daar, daar zal er niet één meer zijn. Er zullen noch mannelijke noch vrouwelijke klieren zijn; dat is voorbij. Maar de gestalte naar het beeld van God zal daar zijn. Dat is precies juist. Maar we zullen waarlijk echt zijn. Helemaal geen phileo, alles agapao.

     Daarom zal een vrouw niet meer zijn dan het een of ander liefelijk iets, dat van u is en zij... U behoort aan elkaar. Er is niet zoiets als echtgenoot... Nee, het is zelfs niet...

212 Zie, het phileo gedeelte is daar zelfs helemaal niet. Zie, er kan daar niet zoiets zijn als jaloersheid. Er is niets om jaloers op te zijn. Er is daar niet zoiets. U zult daar nooit zoiets als dat kennen – gewoon lieflijke jonge mannen en jonge vrouwen om te leven.

     En daarna zei zij: "Ik begrijp het nu, Bill."

     Ik zei: "Ja."

     Ik wil u iets vertellen wat gebeurde. Dit was een droom en ik sliep. En ik heb dit nooit eerder in het openbaar verteld. Ik vertelde het aan een paar mensen, maar nooit in publiek voor zover ik weet.

     Ik droomde ongeveer een maand daarna, dat ik op zekere dag daar stond en de grote tijd gadesloeg, dat... Niet het oordeel nu. Ik geloof niet dat de gemeente ooit daartoe komt... ik bedoel dat de bruid naar een oordeel gaat. Maar ik was daar toen de kronen werden uitgegeven.

     En de grote troon werd daar geplaatst en Jezus en de engel die alles optekende en allen stonden daar. En er was iets als traptreden die deze kant uit neer schenen te komen, van wit ivoor (neerdalend in een cirkelvorm en het bood een aanblik zoals dit en verdween), zodat heel deze grote legerschare die daar stond, kon zien wat er gebeurde.

213 En ik stond daar achteraan, ver weg aan één kant. En ik stond alleen maar en had nooit een idee dat ik die trap zou moeten opwandelen. Ik stond daar en zag die registrerende engel een zekere naam noemen, en ik kende – herkende die naam. En ik keek en ver daar vandaan kwam die broeder aanlopen, of de zuster, en liep hier zo naar boven en de registrerende engel stond daar aan de zijde van Christus – slechts een droom nu – en ik lette op en hun namen stonden daar. Zij werden gevonden in het Boek des Levens; dan zag Hij op hen en zei: "Wel gedaan, Mijn goede en getrouwe dienstknecht. Ga nu naar binnen."

     Ik keek om waar zij heengingen en daar was een nieuwe wereld van vreugde. Hij zei: "Ga in in de vreugde van de Here, die voor u bereid is sedert de grondlegging van de wereld."

     En o, ik dacht: "Zij gaan hier door en ontmoeten elkaar en verblijden zich gewoon terwijl zij over bergen en geweldige grote plaatsen gaan." En ik dacht: "O, is dat niet wonderbaar? Glorie! Halleluja!" (Gewoon op en neer springend.)

     En dan hoorde ik nog een naam, die genoemd werd en ik zei: "O, ik ken hem. Ik ken hem. Ik... Daar gaat hij. Let op hem daar boven..."

     "Ga binnen in de vreugde des Heren, Mijn goede en..."

     "O," zei ik, "prijs God! Prijs God!"

     Net alsof ze zouden zeggen: "Orman Neville", ziet u. En dan zou ik zeggen: "O, broeder Neville, daar is hij." En daar komt hij uit de menigte en gaat naar boven.

214 En ik hoor Hem zeggen: "Ga binnen in de vreugde des Heren, die voor u bereid is van vóór de grondlegging der wereld. Ga binnen."

     En de oude broeder Neville veranderde gewoon en begon daar gewoon naar binnen te gaan, al schreeuwend en juichend. Jongen, ik juichte gewoon en zei: "Glorie voor God!" Ik stond daar en had een wonderbare tijd, terwijl ik mijn broeders daar naar binnen zag gaan.

     En een registrerende engel stond op en zei: "William Branham."

215 Ik had nooit gedacht dat ik zo zou moeten lopen. Dus toen was ik bevreesd. Ik dacht: "O my, zal ik dat moeten doen?" Dus liep ik daarheen en iedereen klopte mij gewoon op de schouder, zeggende: "Hallo, broeder Branham." "God zegene u, broeder Branham", terwijl zij mij op de schouder klopten toen ik verder liep langs een heel grote schare mensen. En zij bogen allen naar mij toe en klopten mij zó op de schouder. "God zegene u, broeder." "God zegene u, broeder."

     En ik liep maar door en zei: "Dank u, dank u, dank u", zoals wanneer men uit een samenkomst komt of zoiets; u kent dat en ik moest deze grote ivoren treden oplopen.

216 En ik begon daarop naar boven te gaan en juist toen ik de eerste stap deed, hield ik stil en dacht... en ik keek naar Zijn gezicht en ik dacht: "Ik wil Hem eens goed zien van deze kant", en ik hield stil. Ik had mijn handen op deze wijze en ik voelde hier iets in mijn arm glijden. Het was de arm van iemand anders. En ik keek rond en daar stond Hope. met die grote zwarte ogen en dat donkere haar hangend langs haar rug – met een wit kleed aan, zo naar mij opziend.

217 En ik zei: "Hope!" En ik voelde iets deze arm raken, keek om en daar was Meda – met die donkere ogen opziende en dat zwarte haar neerhangend en een wit kleed aan. En ik zei: "Meda!" En zij keken naar elkaar, weet u, op deze manier. Ik nam hen mijn armen en daar liepen we samen verder.

     Ik werd wakker. Ik ontwaakte, stond op en ging in een stoel zitten, terwijl ik huilde, weet u. Ik dacht: "O God, ik hoop dat het zo gebeurt." Beiden verenigd met mij in het leven en ze brachten kinderen voort en zo, en hier wandelen wij de nieuwe wereld in, o wonderbaar, waar volmaaktheid en alles is. Nee, niets...

     Wel, het zal een wonderbare zaak zijn. Mis het niet; mis het niet! Door de genade van God, doe alles wat u kunt en dan zal het aan God zijn om voor de rest te zorgen. Dan

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij het eerst liefhad,
En mijn redding kocht
Aan het kruis van Golgotha.

     Laten wij het nog een keer zingen met ons hele hart nu. Laten wij onze ogen tot God opheffen

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij het eerst liefhad,
En mijn verlossing kocht
Aan Golgotha's kruis.

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij het eerst liefhad,
En mijn redding kocht
Aan Golgotha's kruis.

     [Broeder Branham verlaat het podium en begeeft zich in het gehoor om te bidden voor een vrouw in een rolstoel – Vert]

218 In orde nu. Men had niet verwacht dat zij het einde van de samenkomst levend mee zou maken. Zo is het, en daar is zij, met haar beide handen in de lucht, God prijzend. Dat is de reden waarom ik hier een lange tijd talmde. Ik vertel u wat ik deed. Ik sprak over Meda en zo. En ik lette op om te zien wat... Ik bleef naar dat licht kijken, dat heen en terug bleef cirkelen en toen boven haar ging hangen. En ik dacht: "Dat is het." O, is Hij niet wonderbaar

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst liefhad,
En mijn redding kocht
Aan Golgotha's kruis.

     Nu, met onze harten: [Broeder Branham neuriet: "Ik heb Hem lief" – Vert] Denk gewoon aan Zijn goedheid en genade

Ik heb Hem lief,...

     Amen! Nu, ziet u hoeveel beter het is? Amen! Denk slechts, Hij maakte u gezond. De genade van God is aan u verschenen om u gezond te maken. Amen

Aan Golgotha's kruis.

     O, glorie voor God! Goed, uw herder.