Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Hij zorgt. Zorgt u?

Door William Marrion Branham

1 Dank u, broeder. Laten we nu even een moment blijven staan voor gebed. Nu, met onze hoofden gebogen, zijn er enige uitgesproken verzoeken, of bekend gemaakt door even uw hand op te steken? Als u dan even uw hand zo opsteekt, houd gewoon uw verzoek vast.

2 Onze hemelse Vader, wij naderen U opnieuw voor deze verzoeken, waarvoor zij hun hand hebben opgestoken. Zij zijn behoeftig deze morgen, Here, met betrekking tot vele dingen. Gij weet wat ze denken in hun hart, omdat U het Woord bent, en het Woord is een onderscheider van de gedachten en de overleggingen van het hart. Ik bid U, allergenadigste God, dat U ieder van hen zult beantwoorden overeenkomstig hun noden, dit wetend dat Gij het zult doen overeenkomstig hun geloof. Geef ons dan geloof als wij Uw Woord spreken, Here, moge het hun geloof brengen. Help mij om Uw Woord te spreken, want Uw Woord is Waarheid, opdat het geloof zou mogen brengen om antwoord te geven op deze verzoeken. En wanneer er hier sommigen zouden zijn, Heer, die afgedwaald zijn van dat smalle pad, die niet meer wandelen in de Waarheid van de weg, dan bidden wij, Vader, dat er iets zal worden gedaan vandaag en bekend gemaakt, opdat ze weer vlug terug zullen komen op dat pad van gemeenschap met Christus. De dagen lopen ten einde, het kwaad is aan alle kanten, er is een grote afval. En wij bidden U, Vader, dat U Uzelf aan ons bekend zult maken vandaag door de zieken in ons midden te genezen en wonderen te doen. Niet dat U het moet doen, Here, om ons te laten weten dat U God bent, maar omdat U beloofde het te doen. En wij weten dat U ons Uw beloften zult toestaan, als wij ze slechts zullen geloven en weten dat ze waar zijn. Wij vragen deze gunsten in Jezus Christus' Naam. Amen. U kunt gaan zitten.

3 Ik nam even een ogenblik om een paar van de verzoeken die hier liggen te lezen. Het zijn er twee of drie en één ervan is een verzoek om gebed. Natuurlijk liggen hier vele zakdoeken waarvoor we zo dadelijk graag zullen bidden wanneer we voelen dat de tegenwoordigheid van de Heilige Geest op zijn hoogtepunt is. Dat is wanneer ik hierover probeer te bidden, wanneer heel de samenkomst, allen, gezalfd zijn met Zijn tegenwoordigheid.

4 Het spijt ons u last te bezorgen, dat er zovelen moeten staan en er geen plaats voor hen is om te zitten. En dit is de tijd dat het heet is, het weer is nu op z'n heetste punt. We hebben ongeveer honderd procent luchtvochtigheid en ongeveer achtendertig graden, dus het is erg drukkend en heet.

5 Ik gaf deze morgen op als een genezingssamenkomst, of niet... En de reden dat ik deze genezingsdiensten houd is omdat ik mijn geloof stel in wat Hij heeft beloofd. Ziet u? Nu, ik kan niet zeggen dat Hij het zal doen, maar ik geloof na het horen van Zijn Woord en ons geloof baserend op wat Hij heeft beloofd, dat we dan een recht hebben om Zijn beloften van genezing op te eisen, evenals we doen met Zijn beloften van redding.

6 Deze paar vragen, ik weet niet of ze hier de recorders al voor hebben aanstaan of niet. Het zou misschien goed zijn. Wel, ik vermoed dat dit goed is voor de buitenwacht, het publiek, om dit te horen. Het is een verzoek.

     Hebt u geprofeteerd dat er een miljoen negers zouden worden gedood op de... Of kondigde u alleen aan dat dit zou gebeuren?

7 Nu, kijk, ik heb u altijd gevraagd om voorzichtig te zijn met waar u naar luistert. Ziet u? Er is zoveel van wat alleen de menselijke kant is. Maar altijd als er iets is wat uitgaat, zal het luiden: "Het is ZO SPREEKT DE HERE", zelfs wat visioenen betreft of wat anders ook. De visioenen op het podium, in de zaal, u doet dat zelf. Het is God niet, úbent het. Ziet u? God brengt dat visioen niet voort, u doet het zelf door uw geloof in een goddelijke gave.

8 Zoals de vrouw die Zijn kleed aanraakte. Hij wist niet wie ze was of wat er verkeerd met haar was, maar zij deed dat zelf, ziet u? Nu, dat was niet ZO SPREEKT DE HERE. Het was ZO SPREEKT DE HERE toen Jezus antwoordde en haar vertelde dat haar geloof haar had gered. Maar, ziet u, u moet het in het oog houden.

9 Nee, ik sprak gewoon over Martin Luther King, over deze grote ramp, die ze in het Zuiden hebben met de gekleurde mensen. Ik zei: "Als deze mensen slaven waren, dan zou ik mijn gemeente nemen en naar het Zuiden gaan om die mensen te helpen uit de slavernij te komen." Ik zou het zeker doen, omdat de mens slaven maakt, God niet. Wij zijn allen van één bloed. Wij komen allen van één boom, en dat was van Adam. God heeft, door één bloed, alle naties gemaakt. En of we nu bruin of zwart of geel of rood gekleurd zijn of wat het ook mag zijn, wij zijn allen schepselen van de Almachtige, ziet u, en er behoorde geen enkel verschil bij ons te zijn.

10 De vraag daar is: "scheiding van scholen." Nu, ik was daar bij de eerste opstand en ik hoorde het en ik weet waar ik over spreek. De gekleurde mensen hebben fijne scholen, soms veel beter dan de andere scholen. In Shreveport bijvoorbeeld, kregen ze fijnere scholen dan de school voor de blanken. Maar het is het idee van iemand, die ze inspireert dat ze zich samen behoorden te gaan vermengen. Hetwelk, naar ik geloof in orde is, maar zolang de mensen er tegen protesteren, deze mensen uit het Zuiden, wat maakt het hoe dan ook uit?

11 En ik geloof dat Martin Luther King communistisch geïnspireerd is, wat ongeveer een miljoen mensen in een absoluut dodelijke val zal lokken. Ziet u? Ik zeg niet dat de Here mij dat zei. Ik geloof dat, ziet u? En ik geloof dat het niet behoorde te worden gedaan. Ik geloof dat de mensen Christenen behoorden te zijn en elkaar behoorden te erkennen als broeders. Maar ik geloof gewoon omdat...

12 Deze Verenigde Staten, deze regering vertelt mij nu dat ik zelfs geen cheque kan tekenen die aan mij persoonlijk is gegeven. Ziet u? Dat zijn grondwettelijke rechten die van mij worden afgenomen. Maar wat kan ik er aan doen? Gewoon doorgaan, dat is alles. Ziet u? Het moet via een ander systeem gaan, voordat ik als burger van de Verenigde Staten een cheque kan innen. Het moet via deze gemeente komen, ik kan hem niet innen. Ziet u? En dat is niet juist, dat is ongrondwettelijk. Maar wat kan ik er aan doen? Niets. Deze belastingontvanger hier is degene die mij vertelde dat ik het niet kon, dus goed, zo ligt het. Als het zo is, wat ermee te doen? Laat het maar gewoon gaan.

13 Ik geloof dat het precies zo behoorde te zijn wat betreft mijn gekleurde broeders en zusters in het Zuiden. Ze behoorden het niet tot een gewapende opstand te laten komen tegen hun broeders en dergelijke, over zo'n onbetekenende zaak als dat. Wat voor verschil maakt het toch uit naar wat voor school je gaat, waar of wat? Ik zag een fijne kleurlingdame die morgen toen ze die opstand daar in Shreveport hadden. En er was daar een oude kleurlingprediker die de militairen bleef zeggen: "Laat mij tot ze spreken." Het was een godvruchtige, oude man. Hij stond daar en zei: "Ik heb mij nooit geschaamd voor mijn kleur." Hij zei: "Mijn Maker heeft mij gemaakt wat ik ben en ik heb mij er nooit voor geschaamd, tot deze morgen." Hij zei: "Toen ik jullie echter zag, mijn volk, dat zich zo gedroeg, toen schaamde ik mij dat ik een kleurling ben." De militairen werden geroepen, en ze schreeuwden hem naar beneden.

14 Dus toen stond er een of andere fijn uitziende ontwikkelde kleurlingdame op, met een buitengewone intelligentie. Ze zei: "Ten eerste wil ik niet dat mijn kinderen worden onderwezen door een blanke vrouw."

     Ze zeiden: "Waarom?"

15 Ze zei: "Omdat ze niet de aandacht aan mijn kinderen zullen schenken, die een gekleurde leraar ze zou geven." En ze zei: "Kijk naar onze scholen hier. Waar schreeuwen jullie zo over? Wij hebben zwembaden en alles in onze scholen en zij hebben het daar niet." Ze zei: "Nu, waar schreeuwen jullie mensen zo over?" En ze schreeuwden haar naar beneden, ziet u.

16 Het is geïnspireerd door het verkeerde, ziet u, zie, zij, die mensen. En dat is de reden dat ik dat zeg, niet dat er enige profetie is die daar op betrekking heeft. Ik heb daar niets over van de Here. En wees er nu zeker van; als ik zoiets zeg wat van de Here is, om het u te vertellen, is het altijd... Ik ben nu aan het spreken. Maar wanneer Hij spreekt, zeg ik: "Ik ben het niet, het is ZO SPREEKT DE HERE." En ik kan het niet zeggen, tot Hij het mij vertelt. Ik zou helemaal verkeerd kunnen zijn in mijn gedachten over Martin Luther King. Ik weet het niet, ik kan het niet zeggen. Dat is slechts mijn mening. Alles wat moeite doet opkomen, dat is wat er wordt verondersteld te zijn in de laatste dagen. En het wordt allemaal geïnspireerd door Satan, om onze republiek te verbreken en alles wat we ook maar hebben, alles wat op die manier opkomt. Dus ik ben voor die mensen daar, denkt u nooit dat ik dat niet ben. Ik ben voor vrijheid en voor alles, maar de mensen hebben die situatie niet onder... Nu, maar wat zal het veroorzaken? Ik geloof dat er een nieuwe revolutie door ontstaat; als er niet iemand is die het stopt. Ziet u, het zijn de communisten die onder die mensen werken.

17 Ik was in Afrika toen ze hetzelfde deden. Ziet u? En ik weet dat daar communisten waren binnengekomen die de gekleurde mensen daar vertelden: "O, u bent dit, dat en nog veel meer. Jullie zijn zus en zo en nog veel meer." En het eerste wat het veroorzaakte, weet u, is dat er duizenden van hen werden gedood. En waar bracht het ze? Nergens, ziet u, nergens.

18 Ik heb het menselijk leven lief. Laten wij de Here dienen. Ons Koninkrijk is van boven; het heeft niets te maken met deze zaak hier. Zolang we eten en drinken en dit kunnen hebben, wat wenst u nog meer? Zie? Dus ik weet wat het zou worden. Ik besef dat het alleen maar moeilijkheden veroorzaakt.

     Nu, er is hier nog een vraag.

     Toen Johannes de Doper Jezus ontmoette, waarom zei Hij toen: "Aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen"? Wat betekende dat?

19 Wel, ik herinner mij Dr. Roy Davis, een persoonlijk vriend van mij, die mij doopte, de enige keer dat ik ooit werd gedoopt. En hij zei dat Johannes bedoelde (ik herinner mij dit uit hun school), hij zei: "Johannes wist dat hijzelf nooit gedoopt was, dus hij... Jezus... Johannes stond toe dat Jezus hem doopte." Wel ik verschil daarin van mening met deze grote doctor daar.

20 Niet om hem tegen te spreken, maar terwille van de Waarheid zou ik dit mogen zeggen. Nee, er waren twee mannen, de twee leiders van het uur; de Messias en Zijn profeet ontmoetten elkaar in het water. Nu, herinner u, Johannes doopte niet voor vergeving van zonden, maar tot bekering. Niet voor vergeving van zonden, omdat het offer nog niet was gebracht. Ziet u? Er was geen Offer. En het Offer kwam tot hem in het water. Nu, let op. Johannes keek op, en toen hij Jezus zag zei hij: "Ik heb van node om door U gedoopt te worden. Waarom komt Gij tot mij?"

21 Jezus zei: "Laat dat thans geworden" (hetgeen er gebeurde). "Laat het thans geworden, want aldus betaamt het ons, of past het ons, om al de gerechtigheid te vervullen." Toen Johannes, die een profeet was tot wie het Woord van de Here kwam, het komt alleen tot de profeet... Johannes, die een profeet was, begreep dat dát het Offer was. En overeenkomstig de wet moest het offer gewassen worden, voordat het werd aangeboden en dat is de reden dat hij Hem doopte. Ziet u? Hij zei: "Aldus betaamt het ons om alle gerechtigheid te vervullen." Het Offer, wat Hij was, moest worden gewassen in het wasbekken, voordat het werd aangeboden als offer. En Jezus was het Offer; en Johannes wist het, en hij wist dat Hij moest worden gewassen alvorens te worden aangeboden. En onmiddellijk daarna werd Hij aan het publiek ter beproeving aangeboden en werd Hij het Offer voor al het menselijke leven. De Here zegene u.

22 Nu zullen we een korte boodschap hebben, en vertrouwen dat de Here ons Zijn zegeningen zal toestaan. Nu, waarschijnlijk als ik terugkom... Ik vertrek aanstaande week om de kinderen mee te nemen op een kleine vakantie boven in de heuvels. En als ik dan op tijd terugkom, willen we volgende zondagochtend spreken, als God het toestaat en de herder hier. We zullen het u later in deze week laten weten, u, die buiten de stad woont, door middel van een brief. Ik wil over een onderwerp spreken van waarom wij precies de dingen geloven die we geloven over Christus, waarom het op deze manier moet zijn en niet op enige andere manier kan zijn. Ziet u? En het bewijzen door de Schriften. Nu, zo de Here wil. Als ik niet kan, zal ik proberen u deze winter te bezoeken of de volgende zomer, één van beide, wanneer we terugkomen, indien de Here vertoeft. We gaan nu terug naar huis, naar Arizona, zodat we de kinderen naar school kunnen laten gaan.

23 Nu, vanmorgen, voor het gebed voor de zieken, zullen we iets van Gods Woord gaan lezen. Want we weten dat het zonder dit Woord onmogelijk is dat er iets kan worden gedaan. En alleen het Woord kan deze zegeningen voortbrengen die wij vragen voor de zieken en de behoeftigen. En nu wil ik iets lezen uit 1 Petrus, het vijfde hoofdstuk, te beginnen met het eerste vers. En vervolgens uit Hebreeën, ik wil lezen Hebreeën 2:2– 4.

     De ouderlingen, die onder u zijn, vermaan ik, die een medeouderling en getuige van het lijden van Christus ben, en deelachtig de heerlijkheid, die geopenbaard zal worden:
     Weidt de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit dwang, maar gewillig, noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed;
     Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren, maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.
     En als de overste Herder verschenen zal zijn, zo zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen.
     Evenzo gij jongen, weest de ouden onderdanig; en weest allen elkander onderdanig; weest met de ootmoedigheid bekleed; want God weerstaat de hovaardigen, maar de nederigen geeft Hij genade.
     Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te Zijner tijd.
     Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.

24 In Hebreeën hoofdstuk 2 lezen we deze woorden. Nu, ik ga als tekst nemen: "werpt uw bekommernis." Mijn tekst is: Hij zorgt. Zorgt u? Ik wil nu dit gedeelte lezen, terwijl u Hebreeën 2 opslaat, opdat u de werkelijke betekenis van deze woorden zou mogen zien, wat deze tekst betekent.

     Daarom moeten wij ons te meer houden aan hetgeen van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien.
     Want indien het woord, door de engelen gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft;
     Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? Welke, begonnen zijnde verkondigd te worden door de Heere, aan ons bevestigd is geworden door degenen, die Hem gehoord hebben;
     God bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen van de Heilige Geest, naar Zijn wil.

25 Ik wil hier het onderwerp gebruiken van: Hij zorgt. En u ook? Toen Hij hier op aarde was, zorgde Hij voor de mensen. De gedachte daaraan komt in mij op, voordat ik begin te spreken of voor de zieken ga bidden, niet wetend wat voor soort gebedsrij we zullen hebben.

26 Ten eerste, en om dit te benaderen, moet het gehoor gezalfd zijn met geloof. Als u geen geloof hebt, dan is het zelfs niet nodig om voor gebed te komen, omdat uw geloof en mijn geloof tezamen nodig zullen zijn; mijn geloof om Hem te geloven, en uw geloof om Hem te geloven. Dus vergeet dit nu niet terwijl we verder gaan. We moeten iets hebben wat duidelijk is, met bewijs, bedoel ik, zodat we ons geloof kunnen baseren op wat we proberen te doen. Want als een mens iets benadert wat hij wil doen zonder voldoende geloof, dan is hij gedoemd te falen. Maar als hij het kan benaderen met voldoende geloof, dan moet hij zeker slagen, als het in overeenstemming is met Gods wil en doel, om dat te doen.

27 Nu, ik dacht eraan dat Hij zorg droeg. Gisteravond werd ik op een of andere vreemde wijze door de Heilige Geest geleid, terwijl ik wachtte op een paar mannen die broeder Wood zouden komen helpen om een aanhangwagen, die hij gebouwd had, achterop zijn vrachtauto te laden. Ik wist niet waarom, maar ik probeerde mijn goede vriend broeder Evans te vinden, en ik ging heen en sloeg de hoofdweg in. Mijn vrouw en mijn gezin, die daar achterin zitten, weten dat het waar is. Op een of andere vreemde wijze keerde ik om en ging ik terug naar een plaats, een motel.

28 En o, wat een ontroering gaf het mij om daar binnen een paar minuten zoveel van mijn vrienden bijeen te zien, zodat de rijweg werd versperd, de auto's konden er niet meer langs, gewoon echte vrienden, die honderden kilometers rijden uit Georgia, Tennessee, Alabama en overal vandaan, alleen om een dienst te horen. Toen kwam die gedachte in mij op: "Wat zal ik die mensen dan moeten zeggen, wetend dat ik mij in de dag van het oordeel zal moeten verantwoorden voor wat ik hun vertel?" En ook ik heb dit geweldige leven dat zal komen lief en ik wil daar zijn.

29 En toen, op één of andere vreemde wijze, ging ik ergens heen, waar ik een vreemde bocht maakte. In plaats van daar omheen te rijden, reed ik door om te keren. De lichten flitsten over een liefelijk paar aan de kant, twee fijne jongedames, die ik juist had getrouwd, met twee fijne jonge predikers. En Satan, nadat hij de prediker had gezien, één van hen, wiens bediening vast stond, en hij nam hier bij dit altaar een levensgezellin. Toen zij gelukkig op huwelijksreis waren besprong de vijand deze jongeman. Ik zeg dit om tot uitdrukking te brengen wat ik ga spreken over: "Zorgt Hij?" Op de een of andere manier, met geloof dat geen "nee" wilde aanvaarden, keerden ze om, terug hierheen, wetend nadat ze hier helemaal in het oosten ergens waren op hun huwelijksreis, keerden ze terug en ze zaten te wachten. Ik kwam binnen, een fijne, knappe jongeman; zijn vrouw zat daar buiten te huilen, zij en hun kleine metgezel. En de andere man en de andere broeder kwamen er aan lopen, hij is een vriend van deze jongeman, en ze zeiden: "O, broeder Branham dit en dat is er gebeurd."

30 Ik ging erheen en zag deze knappe jongeman daar zitten, net in de bloei van zijn leven, een leider van jonge mensen. Hij zat daar, en Satan had hem gebonden. Hij merkte het nimmer op, maar ik nam mijn hand (de linker) om hem de rechterhand te schudden, om te zien of hij een of andere ziekte onder de leden had. Maar er was geen enkel teken van trilling. Ik kwam rechtstreeks uit de kamer waar ik had gebeden en gevast en op de Here had gewacht, de zalving van de Heilige Geest was daar en daarom leidde Hij ons, ziet u. En toen zag ik deze duistere schaduw over hem. Ik zei nooit wat ik deed. Maar in minder dan een paar momenten was het allemaal voorbij, de kilheid van zijn handen was verdwenen. Hij jubelde en prees God om in een paar ogenblikken weer tot zichzelf te komen. En hier zitten ze vanmorgen in de zaal. Kijk hoe Satan aan het proberen was om die jongeman in verwarring te brengen, door zijn gedachten te bepalen bij een of ander complex dat hij had opgebouwd, wat de Heilige Geest wist, en wat ik zag door het visioen van de Here. Maar God zorgde voor die man. God zorgde voor die jonge knaap.

31 Een paar ogenblikken geleden kwam hier een dame binnen. Ik zie haar hier in het pad zitten, zonder... Zij heeft gewoon ergens een plaats gevonden en ging zitten. Ze zei: "Broeder Branham, ik heb negen jaar geprobeerd u een keer te pakken te krijgen." Ze zei: "Ik ben zo wanhopig! Ik kwam hier te laat en kon zelfs geen gebedskaart meer bemachtigen om in de rij te komen."

32 Natuurlijk is het Billy's opdracht om er op toe te zien dat ik niet gehinderd wordt als ze mij hier binnen brengen of uitlaten. Heb geen kwade gevoelens over Billy, hij heeft opdracht van deze raad van beheerders om dat te doen. En als hij het niet deed, zou ik niet in staat zijn om tot de gebedsrij te komen, of om hier binnen te komen. U kunt zich dat indenken. Zie, er moet een systeem zijn bij wat we ook doen. We moeten dat hebben, ziet u. Maar hij zei: "Kom pappa, schiet op." Dit...

33 De dame stapte achteruit. En ze zei: "O, broeder Branham, mag ik even een woord met u wisselen?" Terwijl ik daar stond, kwam er een visioen over deze fijn uitziende jonge vrouw, en ik zag dat er een geweldige last op haar hart drukte. En zij probeerde door werken aan de kost te komen en er was een zeer ingrijpend iets gebeurd, heel lang geleden in de tijd dat haar ouders nog leefden, wat veroorzaakt had dat deze ingrijpende zaak haar was overkomen. En de Here Jezus openbaarde het en toonde wat het was. En daar werd het in een oogwenk van de vrouw afgenomen en zij ging in grote blijdschap heen. Nu zit zij hier in de zaal bij ons, zich verheugend onder tranen, terwijl zij nu de tranen uit haar ogen wist, wetend dat de waarheid van de zaak aan het licht werd gebracht. En dat, wat... die arme, kleine, neurotische vrouw. Ze was zo nerveus dat zij niet meer wist wat zij met zichzelf aanmoest, en zij dacht dat het met haar afgelopen was, en dat er geen Heilige Geest was en dat dit haar laatste dag was. Negen jaar lang had zij het al geprobeerd, en zij was zowat aan het eind van de wanhoop. God zorgde voor die kleine vrouw voor wie niemand zorgde. Ziet u? Wat een tijd! Hij zorgt zeker.

34 Toen Hij hier op aarde was, zoals ik zei, zorgde Hij zozeer voor de mensen dat Hij hun zieken genas, hun harten troostte, hun vertelde over een plaats waar Hij heen zou gaan en die Hij voor hen zou toebereiden, en dat Hij weer terug zou komen om hen tot Zich te nemen. Hij zorgde voor hen. En let op, Hij had zo'n zorg voor hen, dat Hij, toen Hij wist dat Hij heen moest gaan, teneinde deze geweldige zaak aan ons te brengen, zei: "Ik zal u niet ongetroost achterlaten, maar Ik zal de Heilige Geest zenden en Hij zal Mijn zorg voor u voortzetten", totdat Hij terugkeert. Er is niemand die zorgt als Jezus. Wetend dat Zijn lichaam, als Hogepriester in het middelaarswerk dat Hij nu doet, dat lichaam moet elk ogenblik in de tegenwoordigheid van God zijn, ter bemiddeling, zodat God de zonde van de zondaar niet kan zien; Hij ziet alleen het bloed van Zijn eigen Zoon. En dat wetend, zond Hij de Heilige Geest terug om door te gaan met Zijn volk te troosten. Zorgt Hij? Zeker zorgt Hij. Nu, Hij ging door met voor de mensen te zorgen, voor Zijn volk hier op aarde, op dezelfde manier als waarop Hij voor hen zorgde toen Hij hier was. Want Hij zei in Johannes, het vijftiende hoofdstuk, als u het wilt opschrijven... Ik heb hier aantekeningen liggen van deze Schriftgedeelten waar ik naar verwijs, Johannes 15:26 en 27.

35 Ik zie dat velen van u de Schriftgedeelten opschrijven, dus kan ik hier misschien veel naar de Schrift verwijzen, als u het niet weet. Ik schrijf het Schriftgedeelte op en dan weet ik waarvan ik hier spreek, omdat het altijd in het Woord van de Here is. Ziet u?

36 Hij zei dat wanneer de Heilige Geest is gekomen, Die de Vader zou zenden in Zijn Naam, Hij van Hem zou getuigen. Met andere woorden: Hij zou hetzelfde doen als wat Hij had gedaan. De Heilige Geest, werkend via een tabernakel die Hij had geheiligd, zou hetzelfde doen als wat Hij had gedaan. Nu, wat behoorde ons dat te doen! Dan weten we dat wij hier in ons midden vandaag dezelfde troostende Here Jezus hebben in de vorm van de Heilige Geest, een andere bediening waarin God Zelf werkt.

37 Hij was een troost voor Israël toen zij omhoog konden kijken naar de Vuurkolom en de profeet de woorden hoorden spreken die waarheid waren, en die God betuigde. Dat was hun troost.

38 Hij was een troost toen Hij hier als mens op aarde was, God vlees gemaakt. God Die Zichzelf voorstelde, Zichzelf tot uitdrukking bracht door een Man, Christus Jezus, Die beloofde: "De werken die Ik doe, zult gij ook doen. En Ik ga tot de Vader en zal de Heilige Geest terugzenden, Welke Ikzelf zal zijn in Geestvorm. En Ik zal met u zijn en in u wonen. En dezelfde dingen die Ik hier heb gedaan, die zal de Heilige Geest opnieuw doen in Mijn Naam, wanneer Hij komt." Ziet u? Daarom zei Hij: "Daar tegen te spreken", nadat nu de verzoening reeds is gemaakt, dat dit een onvergeeflijke zonde was, om "de Heilige Geest te lasteren".

39 En Hij zou het op dezelfde wijze doen, zodat we zouden weten of het een troost was vanuit een aards standpunt, of dat we zouden weten of het een troost was van een of ander ouder persoon, die gewoon zijn armen om ons heen zou kunnen slaan en ons wat koesteren en maken dat we ons goed zouden voelen, of de een of andere theologische uitspraak van een denominatie die zou zeggen: "Nu hoort u bij ons en wij hebben het; en hoor niet bij de rest van hen want zij hebben het niet."

40 Hij stelde dit zonder omwegen vast, ziet u: "Hij zal in Mijn Naam spreken. De werken die Ik doe zult gij ook doen, wanneer Hij op u is." Ziet u, Hij zou op dezelfde wijze troosten, door al onze zonde te vergeven, al onze ziekten te genezen, door tot ons te spreken van de vertroosting van het Koninkrijk dat zal komen. Ziet u, Zichzelf onder ons bewijzend, zoals God Zichzelf onder ons bewees door Jezus Christus. En in II Timotheüs... I Timotheüs 3:16 staat het op deze wijze over God geschreven: "Ontegenzeggelijk beseffen wij dat de verborgenheid der godzaligheid groot is; want God is gemanifesteerd in het vlees." We zagen God in vlees. Dat was Gods troost, dat wij weten dat Hij is gekomen. Hij gaf zoveel om ons, dat Hij één van ons werd. God gemanifesteerd in het vlees. Niet slechts een ander persoon, maar God Zelf!

41 En om nu nog een stap dichterbij te komen, zendt Hij de Heilige Geest om zorg te dragen voor onze vertroostingen en Hij woont in ons. O, Hij zorgt zeker!

42 Nu moeten wij hier naar een ander Schriftgedeelte gaan, of een andere gedachte die dit ondersteunt. Voor ik dit doe, zou ik dit willen zeggen: niet iedereen heeft deze Trooster. Ze hebben Hem niet. De reden dat zij Hem niet hebben, is omdat ze Hem niet accepteren. Het is voor hen, maar ze accepteren Hem niet. Nu, ik hoop dat u geestelijk genoeg bent om op te vangen wat ik zeg. Ziet u? Ik spreek tot een groep mensen waarvoor binnen een paar ogenblikken moet worden gebeden. En wij hebben deze troost in de Heilige Geest, Die als Trooster werd gezonden, maar niet alle mensen zullen dat aanvaarden. Ze geloven er niet in. Ziet u? En om dat te doen, halen ze hun troost uit een andere bron, een ander middel. Als zij de door God gegeven Trooster niet aanvaarden, dan moeten ze een andere trooster krijgen, ziet u, want u kunt niet leven zonder iets om voor te leven.

43 En ik hoop dat ieder van u dat begrijpt, vooral u mensen waarvoor zal worden gebeden, die er vanmorgen zo ongemakkelijk voorstaat met misschien kwalen waarop de dokters geen vat kunnen krijgen.

44 En wij geloven dat doktoren mensen helpen. Ik geloof dat God geneest door medicijnen. God geneest door operatieve ingrepen. God geneest door begrip. God geneest door liefde. Slechts een klein beetje liefde reikt héél ver. Laat iemand maar eens helemaal van streek zijn en toon ze gewoon dat u om ze geeft. Ziet u? God geneest door liefde. God geneest door gebed. God geneest door wonderen. God geneest door Zijn Woord. God geneest! Wat voor bron het ook is, God geneest erdoor. Het is God Die geneest, want Hij zei: "Ik ben de Here, Die al uw krankheden geneest." Dus alles ervan zou moeten samenwerken, en mannen in verschillende bedieningen behoorden daarvoor samen te werken. Ziet u? Nu... Maar ze doen het niet, omdat het hun soms verboden is bepaalde standpunten in te nemen op grond van Gods Woord, omdat hun bepaalde denominaties hun niet toestaan dat te doen. Maar dat houdt de Waarheid geenszins tegen. God gaat evengoed door met genezen.

45 Dus men probeert troost te putten uit een andere bron. Laten we eerst spreken over de ziel.

46 We ontdekken dat vele mensen proberen troost te vinden door te drinken. Weet u, we hebben een gezegde dat tamelijk goed bekend is onder ons tegenwoordig, dat vele predikers drinken; soms voordat ze naar de preekstoel gaan, nemen ze een stevige slok sterke drank. Het is bekend dat men predikers op het podium ziet, die zelfs wankelen onder de invloed van sterke drank. Dat behoorde niet zo te zijn. Het behoorde niet zo te zijn. Het is misschien omdat wij vele keren de man veroordelen, terwijl we dat niet behoorden te doen. We behoorden na te gaan wat de moeilijkheid is. Velen van hen werden bekeerd van alcohol. En we ontdekken, als ze in die toestand zijn, dat het een schande is en een smaad. Maar het is geen grotere smaad dan het zou zijn wanneer men zou liegen, stelen of vrouwen begeren of welk ander ding dat in de geboden staat. Ziet u? En misschien is een mens geboren met sterke driften en hij ziet deze moderne striptease op straat, en hij is voortdurend in moeilijkheden. Ziet u? Hij... Die man is zo geboren.

47 Nu, wat hij behoorde te doen, de prediker die drinkt, of de vrouw die rookt of zich immoreel kleedt, die probeert haar troost te putten uit het feit dat zij zo goed gebouwd is, dat zij wil dat de mannen naar haar kijken... Er is geen andere reden. Zij is gedeeltelijk krankzinnig. Ziet u? Geen zinnige vrouw zou er aan denken zichzelf voor de mannen te ontkleden, als zij bij haar volle verstand was. Ziet u? Er is helemaal geen reden voor. Maar zij probeert om... deze jonge meisjes die vandaag de straat op gaan, ze zijn werkelijk... Wel, vergeeft u mij de uitdrukking. En bedenk, deze band gaat niet alleen naar deze mensen hier, hij gaat de hele wereld rond. Ziet u?

48 En een vrouw die zich van haar kleren zou ontdoen, ze weet dat dat heter is. Loop daar eens naakt buiten in de zon, en loop dan weer naar buiten met kleren aan, en wat is het koelste? De Indianen daarginds in de Papagos en Navajo; de Papagos speciaal, en die uit het reservaat, die vrouwen komen naar buiten met grote geweven dekens om zich heen en zitten daar buiten in de zon, om koel te blijven. Waarom? Zij transpireren en de wind die waait veroorzaakt een luchtcirculatie. Ziet u? En deze vrouwen hebben geen andere reden dan gewoon... Ze weten het niet, ze beseffen het niet. Ik zeg niet dat ze het beseffen. Velen van hen zijn fijne vrouwen, en ik zeg dit niet om ruw te zijn. Ik zeg dit om ze te proberen wakker te schudden. Ziet u?

49 Het is niets anders dan Satan, ziet u? U beseft dat de andere sexe, de mannelijke sexe daar naar kijkt, het geeft hen zo'n invloed dat ze met gillende banden komen aanrijden en op hun vingers fluiten. En waarom doen ze dat? De vrouwen doen het om de mannen ertoe te krijgen dat te doen. Waarom gaat u naar buiten precies op het heetst van de dag, om vier uur in de middag, om het gras te maaien, als de mensen van hun werk terugkomen, en dat soort dingen? Het toont dat het een geest van krankzinnigheid is. En ik weet dat velen van hen misschien een IQ mogen hebben dat een miljoen keer hoger is dan het mijne, maar ik... Test uw IQ met Gods Woord en zie waar het uitkomt. Ziet u? Dat is modern IQ, maar het ware bewijs en de vruchten van het leven bewijzen het. Dus zij proberen dáár troost in te vinden.

50 Velen van hen zeggen: "Wel, ik doe dat niet." Maar u... Kleden zichzelf zo aantrekkelijk om te proberen moderner te zijn dan de vrouw die de volgende morgen naast hen gaat zitten in de kerk, dragen een betere hoed of net wat betere kleding, omdat u het zich kunt veroorloven om dat te doen. Ziet u? Ziet u, zonde reikt heel ver. En zij proberen troost te vinden door zoiets te doen. En ze hebben...

51 Het is zo'n zaak geworden dat het absoluut het land in zijn geheel heeft getroffen, niet alleen het land, maar de gehele wereld. Vele dingen zou ik hier kunnen zeggen, maar om tijd te sparen, de genezingsdienst die zo aanvangt... Ik zou hier uitgebreid over kunnen spreken, maar dat zal ik niet doen. Ik ben zeker dat u zult begrijpen wat ik bedoel. Dit... Het trof de politieke wereld, het politieke leven, het sociale leven, het morele leven van de natie, van de mensen rond de wereld. Het is zover gekomen dat de mannen politicus willen zijn alleen om de naam te hebben een politicus te zijn. Ze hebben genoeg geld, kunnen stemmen vergaren en machines huren om het te doen enzovoort, gewoon voor de naam, en het kost miljoenen en miljoenen dollars, ziet u, alleen om de naam te hebben een of andere grote politicus te zijn. Er is daar genoeg over gezegd, u weet waar ik over spreek.

52 En het sociale leven! De mensen proberen bijeen te komen in dit krankzinnige sociale leven. Vertel mij niet dat de wereld niet krankzinnig is, terwijl ze op deze wijze handelt. Dat is zij zeker. Het is een neurotische wereld. En de genade van God is de enige wijze waarop we het zullen ontsnappen. Let op, in dit sociale leven zijn de mensen tot een plaats gekomen dat ze kleine sociale kliekjes vormen, en zij komen daarin en denken: "Wij zijn beter dan die andere groep." Ziet u, zo wordt het gewoon gedaan. En de moraal, het heeft de moraal van de mensen zo aangetast dat, eerlijk vrienden, ik zelfs niet geloof dat (de wereld...) het woord moraal nog wordt herkend onder negentig procent van de mensen van dit land. Ze weten zelfs niet wat (de wereld...) het woord "moraal" betekent. Het is hun ontschoten en het is zo listig gebeurd.

53 Satan is erg listig, ziet u, en hij doet het zo zachtjes aan, zo listig, gewoon een heel klein beetje hier en een beetje daar, en laat het betijen. Hij heeft tijd genoeg, dus doet hij hier een beetje in en daar een beetje, en voor je het weet gaan de mensen er gewoon geleidelijk in mee. Wat zou er zijn gebeurd als een vrouw, vroeger toen ik een jongen van een jaar of zestien was, als zij door de straat gelopen had zoals zij tegenwoordig doet in deze stripteasevorm? Wel, ze zouden haar in de gevangenis hebben gezet. Wel, als het toen verkeerd was, dan is het nu ook verkeerd. Ziet u? Maar, ziet u, Satan begint gewoon met de rokken een beetje af te knippen en ze korter te maken, en dan zal het gebeuren dat iemand er een zal ontwerpen die nog een klein beetje verder gaat dan de mikini of bikini, of hoe je dat ding noemt, tot een vijgenblad. Herinnert u, dat is waar. Het zal regelrecht teruggaan en het is praktisch al zover.

54 En nu ontdekken we, dat al die dingen gebeuren omdat de mensen troost proberen te vinden. Ze proberen iets te vinden wat hun... En bedenk, uw troost is uw religie, en u maakt van die dingen uw religie. Ziet u? Wat jammerlijk als u beseft dat de dood regelrecht voor u ligt. Ziet u? Totdat... Dit alles is gebeurd, zodat het lijkt alsof er geen stevig fundament in het land is overgelaten om iets op te bouwen.

55 Laat mij u eens iets vragen. U kunt nauwelijks nog iets anders geloven dan de Bijbel. We hebben nog steeds Christus; God zij gedankt. U kunt niet alles maar geloven. U gaat... Als u bijvoorbeeld uw televisietoestel aanzet (u die zoiets hebt), wanneer u uw televisietoestel aanzet en die reclamefilms ziet, wel, als iemand zou proberen te leven door een honderdste van die reclamefilms, zou hij binnen een week sterven. Ziet u, u zou het niet kunnen doen. En precies hetzelfde ding, dat een bedrijf zal afkraken, een product, waarvan ze zeggen: "Dit hier is het, en koopt u dit hier niet", hetzelfde bedrijf verkoopt ook datzelfde product. Dan komt er een andere reclamefilm en die neemt dit aan deze kant en dat niet, en het is hetzelfde bedrijf. Het Amerikaanse volk valt voor zulk gedoe, totdat de hele zaak verrot is geworden, totdat er totaal geen hoop meer over is. Niemand weet wat te geloven. Maar ik zal u dadelijk vertellen wat te geloven als u troost wilt, zo de Here wil.

56 De mensen, ze liegen, bedriegen, stelen, zodat ze bijna een schuldbekentenis moeten opmaken om vijf dollar van iemand te lenen. Het is een... Weet u dat de Bijbel dat zegt, dat er geen liefde zal zijn in de laatste dagen, dan alleen onder de uitverkorenen? Dat is waar. De Schrift spreekt daarvan, dat man tegen vrouw zal opstaan en de vrouw tegen de man, kinderen tegen ouders. Alleen bij de uitverkorenen van de Here zal er nog enige liefde overblijven.

57 De kerken zijn in hetzelfde terecht gekomen als het sociale leven. Ze brachten het in de kerk, hun sociaal leven en hun politiek en hun andere dingen, zodat ze de kerk zo in verwarring gebracht hebben, dat ze niet meer weet wat te doen. Ze brachten de politiek in de kerk. Ze brachten ook het sociale leven, hun sociale leven in de kerk, hun sociale activiteiten, bingo of bunco, of hoe ze dat ook noemen, en deze etentjes en dansfeesten enzovoort, in het huis des Heren. Wel, dat is jammerlijk.

     Ze zeggen: "Wel, nu dat is niet zo, dat is in het bijgebouw."

58 Bedenk, het was ook het bijgebouw waar Jezus de kooplui uitsloeg met hun handelswaar en zei: "Er staat geschreven: Mijn Vaders huis zal een huis van gebed zijn, maar gij hebt het tot een rovershol gemaakt." Ziet u? Het is verkeerd. Het maakt mij niet uit waar het is, zolang de kerk... De kerk is niet zozeer het gebouw, het zijn de mensen in het gebouw. En als die mensen hier deel aan hebben, wel, het is fout. En zij hebben dat in praktijk gebracht.

59 Nu ontdekken we dat ook de kerken altijd iets beloven, net zoals de televisie enzovoort, en dat ze nooit toekomen aan hetgeen ze beloven. Zoals ik al dikwijls heb gezegd, een oude aanhaling: "Een mens prijst altijd God voor wat Hij heeft gedaan, prijst God voor wat Hij zal doen (vooruitziende naar wat Hij zal doen) en ontkent dan wat Hij op dit moment doet." Ziet u, ze falen. En dat is de manier waarop zij na een poosje de geschiedenis in zullen gaan, met degenen die verdorven zijn, ziet u, omdat ze falen het núte herkennen! U kunt spreken over de troost die Christus eens gaf en zeggen wat een troost Hij zal geven in de eeuwen die nog zullen komen, maar de troost weigeren die Hij hier núvoor u heeft. Ziet u? We ontdekken dat het op dezelfde basis is. Wel, het is een grote zaak geworden. Nu, vind uit dat zij... zij komen...

60 Het is zelfs zo geworden in Pinksteren, in de kerken. Het is in de Pinksterkringen gekomen, dat ze altijd iets beloven waar ze nooit aan toekomen. Het is steeds zo dat iedere knaap een andere sensatie heeft, en ze maken die, of het nu schriftuurlijk is of niet, en ze beloven iets waar ze in werkelijkheid nooit aan toe zullen komen, totdat het er op lijkt dat het tot een toestand is gekomen dat er totaal geen oprechtheid meer is. De mensen stoten niet door tot de werkelijke kern van oprechtheid. Het verloor de... Het Engelse woord oprechtheid zelf, heeft zijn waarde voor de mensen verloren. Of, door de manier waarop de mensen leven, heeft het zijn oprechtheid voor hen verloren. Nu, ze lijken het niet te begrijpen.

61 Zelfs bij onze belijdenissen! Nu, ik wil dat u mensen die hier komt, of die op de band, ik wil dat u nu een ogenblik aandachtig luistert naar deze aanhaling. Het...

62 Tenzij u uiterst oprecht bent! En u kunt niet oprecht zijn tenzij u zeker bent, begrijpt u? Als u veronderstelt of vermoedt of het maar hoopt, dan kan er niet die diepe oprechtheid zijn, die God vereist. Geloof is niet een "ik hoop het", of "het zou wel eens zo kunnen zijn". Het moet absoluut: "Amen!" zijn. Het is uw uiterste. Het is uw absoluut. Het is de zaak waaraan u gebonden bent. Ziet u? U bent tot uw uiterste gekomen, dat het de waarheid is en niets anders dan de waarheid, en het zo móét zijn! En als u dat dan beseft in uw verstand, dan moet u het benaderen met uw hele leven, ziel en lichaam. Alles wat in u is, geeft er zich gewoon volledig aan over. Zoals Jezus ons zo goedgunstig onderwees van de man die parels kocht en hij die ene van grote waarde vond en al die andere verkocht om deze te krijgen. Al de waarheden en alles wat hij had; hoewel het goede parels waren, hij... Deze ene betekende alles voor hem. En wanneer u Gods ultimatum vindt, Zijn Woord, een belofte over een bepaalde zaak, dan moet u eerst weten dat het Gods Woord is, dat de zaak die u gedaan ziet worden van God is. Er is niet: "Misschien zou het wel zo kunnen zijn, het lijkt dat het zo zou kunnen zijn." "Het is God!" Wanneer u dan tot die plaats komt, dan is dat de parel van grote waarde, en u moet zich ontdoen van alles wat wie dan ook zegt wat daarmee in tegenspraak is. U moet niet zien op dat wat mensen hebben bereikt. U moet zien op dat wat God heeft gesproken, en wat Hij heeft beloofd, en het Hem zien doen, dan is dát daar uw ultimatum. En dan moet alles wat u bent, alles wat u was, alles wat u hoopt te zijn, hierop gevestigd worden, alsof het op dat moment voor u op dood en leven was.

63 Ik denk dat één van de dingen die onze mensen ervan weerhoudt genezen te worden een gebrek aan schuldbelijdenis is, het ontbreken van een oprechte belijdenis. Nu, bijvoorbeeld, dit mag wat lelijk klinken, maar ik bedoel dat niet zo. Maar als ik naar mijn vrouw kijk die daar zit... Als ik hier vandaag naar buiten zou gaan en mijn armen om een andere vrouw zou slaan en haar zou beminnen... en dan ik zou weten, nadat ik dat had gedaan, dat ik fout was, o zo fout. Nu, natuurlijk zou mijn Trooster mij ervan weerhouden dat te doen. Zie? Zie? Maar ik bedoel als ik dat had gedaan, en het was gebeurd dat ik dat had gedaan, of wat er ook maar mee gelijkgesteld kan worden, dan weet ik dat ik het eerst tegen mijn vrouw moet zeggen, voordat ik tot God zou kunnen zeggen: "Vergeef mij", want ik zondigde tegen haar. Als u naar het altaar komt en bedenkt dat u iets hebt, ga dat dan eerst in orde maken, voordat u uw offer brengt. Dus ik behoor naar haar toe te gaan. Ik geloof in iets belijden en ook in het in orde maken van iets. Het is geen werkelijke belijdenis, tenzij dat wordt gedaan.

64 Wat als ik nu zou zeggen: "Ik zal gaan belijden dat ik verkeerd heb gedaan en ik zeg: 'Goede Here, o, Vriend van mij, U weet dat ik U heel goed ken. Prijs God! Halleluja! Ik geloof dat U een goede oude Man bent. Vergeef mij. U weet, oude, oude Vriend, dat ik het niet zo bedoelde.'" Ziet u?

65 Nu, u zegt: "Dat klinkt heiligschennend." Dat is het ook. Om op die manier iets te belijden, is heiligschennend.

66 Maar wat als ik ga zeggen: "Here, ik bedoelde het niet zo te doen, en helpt U mij dat ik het niet weer zal doen"? Hij zal mijn offer weigeren, totdat ik het eerst recht ga maken met mijn vrouw.

67 Wat dan als ik bij haar kom met dezelfde oneerbiedigheid en zeg: "Zeg beste meid, oude vriendin van mij, beste moeder van mijn kinderen en beste lieverd, je weet dat we al voor lange tijd oude kameraden zijn geweest. Zeg, wat als ik mijn arm om een andere vrouw sla? Wat zou je ervan zeggen, m'n kind, zou je me vergeven?"

68 Ik stel mij voor hoe ze zou kijken. Ze zou denken: "Wat is er met mijn man gebeurd?" Ziet u? Nu, ten eerste zou ze niet weten of ik een grapje maakte of niet.

69 En u gaat niet op die manier iets belijden aan uw naaste of aan God. U gaat met de diepste oprechtheid, met goddelijk berouw van uw zonde. Ten eerste moet u er spijt van hebben. Ik moet haar vertellen: "Lieveling, kom hier, de rest van ons huwelijksleven kan er vanaf hangen. De vrouw waar ik mee leef, dat is mijn lieveling, en wat heb ik je al deze jaren liefgehad. Maar misschien ga je mij nu wel verlaten hierna, misschien blijf je wel niet bij me, misschien accepteer je mij niet meer. En ik weet dat. Maar toch moet ik het recht zetten, ik moet in het reine komen." Ik moet het haar zeggen vanuit de bodem van mijn hart.

70 Dan moet ik het God op dezelfde wijze zeggen. En het zowel haar als God zeggen met alle oprechtheid, dat ik het nooit weer zal doen, door Gods genade. Ziet u? Ga niet maar gewoon... Nu, misschien ben ik in staat het voor haar te verbergen, zodat ze het niet merkt. Misschien zou het zijn dat mijn spreken haar zou overtuigen, maar mijn spreken zal God niet overtuigen. Hij ziet in mijn hart en Hij weet het. En tenslotte, gewoon nog een paar jaar met haar, zo God het toestaat, en we zullen worden weggenomen uit deze wereld. Maar bij God is het eeuwigheid, dus ik moet bij God uiterst oprecht zijn. En als ik oprecht ben, dan zal Hij mij horen. Maar als ik niet oprecht ben, is het niet nodig dat ik Gods tijd verspil om naar mij te luisteren.

71 En daartoe is het vandaag gekomen onder de mensen, er schijnt niet meer die diepte van oprechtheid te zijn, die men behoort te hebben.

72 En ik geloof dat een man of een vrouw die komt om voor zich te laten bidden, allereerst alles behoorden te belijden wat ze hebben gedaan, en alles in orde moeten maken. Omdat, ziet u, u merkt het heel vaak op het podium als u oplet, dat u ziet hoe ver het ZO SPREEKT DE HERE weg is. Zie? Ziet u? De mensen... Het visioen zal zich natuurlijk verwezenlijken met hun geloof. God beloofde dat door een gave. Maar de genezing is iets anders, ziet u; dan erkent God het. Zie?

73 Nu, we merken op dat als de mensen iets belijden het moet komen met diepe oprechtheid. Ik heb hier – ik heb geen tijd om het te lezen – maar het gebeurde in Binghamton, New York, geloof ik. Of heb ik dat fout? Ja, Binghamton, ik geloof dat dat klopt. Daar waar de Endicott Schoenenfirma is. Binghamton, het wordt geloof ik Binghamton genoemd, Binghamton, dat klopt, in New York. We waren daar in de Endicott-Johnson Schoenenfirma, een grote gehoorzaal, en we hadden daar een samenkomst. Op een morgen, Billy Paul was vlak bij mij in de buurt, het was werkelijk koud, met harde wind. En ik ontdekte onder de mensen een gebrek aan oprechtheid, zo leek het. En ik vroeg mij af waarom. Hier was een man die werd genezen, ik bedoel, ik spreek over één man in het bijzonder. Die man had een zware aandoening en hij werd die avond genezen, terwijl hij daar stond. En voordat we weggingen, vijf dagen later, had hij de aandoening weer terug. Ziet u? Want, in de tegenwoordigheid van de Heilige Geest nam Die dat bij hem weg. Precies zoals Hij een tijdje geleden hierbuiten bij deze jonge vrouw in de tuin deed, de jongeman gisteravond, ziet u. Maar er moet een diepe oprechtheid zijn om te weten dat de God Die dat nu van u af kan nemen, het met diezelfde zalving bij u weg kan houden. Ziet u? En toen sprak de Heilige Geest op een morgen tot mij, tegen het aanbreken van de dag, en zei: "Ga het podium daar ergens op, en haal deze mensen naar voren en laat ze alles belijden wat ze hebben gedaan, voordat u voor hen bidt." Ziet u? De diepte van oprechtheid.

74 Tenzij de wereld zich bekeert, zal zij moeten vergaan. Ziet u? En schuldbelijdenis is wat de wereld vandaag nodig heeft, eerlijke belijdenis.

75 Het is als een medicijn voor een ziekte. Wij kunnen allemaal op de fles lezen wat voor medicijn het is en welke ziekte het dient te genezen. Maar, weet u, het lezen van de gebruiksaanwijzing, ik zal dat toe gaan passen zoals bij de Bijbel, onze scholen en seminaries kunnen het hele Woord lezen. Maar, weet u, alleen de gebruiksaanwijzing lezen en hoe het ingenomen moet worden, geneest de ziekte niet. Ziet u? Er is een medicijn voor, dus het moet worden ingenomen! Dus een man kan zeggen: "Ik ben een theoloog. Nu, u hoeft mij over zus-en-zo niet te spreken, ik ken de Schriften. Ik weet dat de Bijbel zo-en-zo zegt."

76 "Hij die Mijn Woord hoort", Johannes 5:24 bijvoorbeeld. "Hij die Mijn woorden hoort, en gelooft in Hem Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven." De King James vertaling zegt daar "immerdurend", wat eigenlijk "eeuwig" is. "Hij heeft eeuwig leven omdat hij heeft geloofd." Veel mensen zeggen dat ze geloven. Nu, dat is waar. De Schrift is correct. Ik lees het Recept, ik lees wat het Recept is, en het tegengif voor mijn zonde, maar kan ik het innemen? Kan ik geloven? Ik mag misschien zeggen: "Ik geloof", maar geloof ik werkelijk? Dat is het volgende. Het gewoon te lezen en het gebruiksvoorschrift te kennen, geneest de ziekte niet. De moeilijkheid is dat wij, in ons geval, niet willen nemen wat het Geneesmiddel voorschrijft. Wij hebben het Geneesmiddel, maar we willen het niet nemen. We zéggen dat we het doen, omdat we het kunnen lezen; maar we gaan niet zover dat we het werkelijk némen. Ziet u, het Evangelie is in dit geval net als een medicijn. Als de patiënt... Wanneer bewezen is, dat het geneesmiddel de patiënt geneest en de patiënt leest alles over de ontdekking van dit middel, en ze weten precies hoeveel gram medicijn er in zit en kennen al de namen van de geleerden die dit bepaalde middel hebben uitgevonden, zoals het Salk vaccin enzovoort; als we het gehele woord erover kennen, maar weigeren om het te nemen, zal het ons niet helpen. Ziet u, het zal ons niet helpen.

77 Maar als we dan zeggen: "We hebben het genomen!" En als u zegt dat u het innam en er zijn bij de patiënt geen resultaten te zien, dan heeft hij het níét genomen. Dat is alles. Als die klok daar aan de muur niet zo'n bemoeial was, dan zou ik hier willen blijven en het heel sterk voor onze mensen naar voren brengen, omdat het Evangelie deze dingen heeft bewezen! En ze beweren dat ze het nemen, terwijl ze tonen dat ze het níét nemen! Hoe kan een persoon de Schrift lezen, over die kleine kwestie waar ik van spreek, van vrouwen met afgeknipt haar en het dragen van korte broeken en meer van dat soort dingen, hoe kunnen zij zich Christenen noemen, terwijl het Medicijn zelf zegt dat het anders is! Ziet u? Hoe? U zegt: "Maar ik danste in de Geest, ik sprak in tongen." Dat betekent helemaal niets. Uw eigen leven bewijst dat u het níét hebt genomen! Ziet u? U zei dat u het nam, maar u nam het niet! Want u toont nog steeds al de verschijnselen die het Medicijn zou moeten genezen. En het Medicijn, in de lijn van het Evangelie, is een gegarandeerd geneesmiddel! Dat moet het zijn. Nu, ziet u, u moet resultaten tonen.

78 Neem een persoon die zegt dat ze het zijn: "Ik ben het. Ik ben een gelovige, ik geloof." Laat het Evangelielicht op hen vallen, broeder, ze nemen het op hetzelfde moment! En ze zullen resultaten te zien geven, zeker. U zult die man niet meer zien in een of ander goklokaal. U zult hem hier buiten niet meer zien met een sigaret in zijn hand. U zult hem niet zien drinken. O nee. U zult hem niet zien flirten met andere vrouwen. Nee, nee, nee. Het kan mij niet schelen hoezeer ze hun vrouwelijk vlees voor hem uitstallen, hij zal zijn hoofd naar de hemel keren en opzien naar Christus. Wat is het? Het toont dat het Geneesmiddel effect had. En als het geen resultaat geeft, zegt u: "Wel, ik weet dat ik het nam", wel, waar staat u vandaag dan? U bent stervende. U toont het! Ik kijk naar u, terwijl ik de diagnose van uw geval stel door de Bijbel, dat u nog steeds in zonde leeft. En het loon der zonde is de dood. Ik denk niet dat het nog duidelijker gemaakt hoeft te worden. Ziet u, uw eigen handelswijze bewijst, uw eigen daden bewijzen dat u het niet hebt ingenomen. U dácht dat u het deed. Amen. U mag misschien helemaal oprecht geweest zijn in het te doen, maar u hebt het níét gedaan! Want als u het deed... God beloofde dat het effect op u zou hebben. En de oude zonde is er nog steeds, de oude Adam natuur hangt daar nog rond, het oude ongeloof. Toch probeert u uzelf zo voor te doen bij uw naaste en zegt: "Ik ben een gelovige. O, glorie voor God! Ja, ik ben een gelovige!" Maar, ziet u, het hielp u helemaal niets.

79 Misschien was de patiënt zelf helemaal niet voorbestemd voor het Medicijn. Als hij dat niet is, dan zal het nooit uitwerking hebben. Dat is waar. Ziet u?

80 Maar kijk naar die kleine immorele vrouw. Toen het licht haar trof lag daar iets om zich te bekommeren over haar toestand. Ziet u? Als wij geloven en oprecht belijden, dan heeft dit Geneesmiddel van Gods manier uitwerking. God heeft een voorziene weg voor deze dingen.

81 Nu kijk, de mensen zullen heengaan en zeggen: "Ik trad toe tot de kerk. Daarmee is het voor mij klaar." Dat is niet Gods voorbeschikte weg.

82 Gods voorbeschikte weg is bekering, belijdenis en het tonen van een resultaat, vrucht voortbrengend die aan de bekering beantwoordt, oprechtheid tonend. Als u, mensen waar voor gebeden zal worden, dat deze morgen gewoon zult doen! En u, mensen die deze band hoort over heel de wereld, en nadat deze band is gedraaid en de voorganger of de persoon die hem afspeelt in de samengekomen groepen daarginds in de oerwouden, of waar u ook bent waar hij wordt afgespeeld, als u eerst uw belijdenis duidelijk maakt, en dán komt met helemaal niets in uw hart dan geloof, en voor u laat bidden, zal het Medicijn uitwerking hebben.

83 Jezus zei: "Bekeert u, een ieder van u!" Ik bedoel, Petrus zei dat op de dag van Pinksteren: "Bekeert u en wordt gedoopt in de Naam van Jezus Christus, voor de vergeving van zonden, en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen." Wanneer u zich volkomen bekeert en gelooft in de Here en gedoopt wordt in de Naam van Jezus Christus, dan maakt u God tot een leugenaar, als u de Heilige Geest niet ontvangt. Als... Jezus zei dit, als laatste opdracht aan Zijn gemeente: "Deze tekenen zullen hen volgen die geloven. Als zij de handen op de zieken leggen dan zullen ze herstellen." En als u ziet dat deze tekenen een gelovige volgen, en u komt en deze gelovige legt u de handen op, en er vindt niets plaats, dan is er iets verkeerd met uw geloof. Ziet u? "De gelovige!" God beloofde een voorbeschikte weg.

84 Wij proberen troost te vinden door te zeggen: "Ik hoef niet te luisteren." Nee, dat is waar, u hoeft niet te luisteren.

85 Maar als u voorbestemd bent tot eeuwig leven, zult u er naar luisteren en zult u zich er in verheugen. Het is uw troost. Het is de zaak waar u heel uw leven naar hebt verlangd. Het is die parel waarvoor u bereid bent alles te verzaken. Ziet u? U wilt het, omdat u weet dat het Gods liefhebbende zorg voor u is. Het is iets wat het zondevraagstuk oplost, wat het ongeloof oplost; wat alles voor u oplost als u het wilt. Degene die werkelijk ziek is en weet dat hij ziek is, die zoekt naar een dokter. Ziet u? Niet hij die niet ziek is, die heeft er geen nodig, zei Jezus. Maar het zijn degenen die ziek zijn. Als u uw toestand kunt beseffen, dan moet u handelen zoals Hij zei te doen. Dan moet het plaats vinden, of God zei iets wat fout was. Ziet u?

86 Bij vele mensen is dat soms in genezingsdiensten, dat u niet van de bodem aan begint. U moet een opgeruimd leven krijgen, u moet in die conditie zijn, u moet werkelijk zeggen: "Ja, ik geloof het", en dat moet uit uw hart komen. Dan hebt u niemand nodig om u als een baby te koesteren en te zeggen: "Nu, o beste broeder, lieve zuster, u behoort dit te doen, u behoort dat te doen." U bent een gelovige. Er is niets dat het bij u weg kan nemen. Het kan mij niet schelen wat iemand anders ook zou zeggen, wat enige troost, wat enige trooster, wat enige dokter, wat enig ziekenhuis, wat welke diagnose ook zou zeggen, u gelooft het toch niet. U wéét het gewoon! Het is niet nodig om er iets anders over te zeggen, u weet het. Nu, dat is de waarachtige zaak.

87 Wij hebben zoveel nabootsing in alle dingen. Het moet op die manier zijn. Voel u er niet slecht over. Het moet er zijn. Het is altijd zo geweest en het zal zo blijven. Maar ik vertel u vanmorgen wat de waarheid is en wat de feiten zijn. We zijn in de eindtijd. We moeten deze zaak terug brengen tot de Waarheid, ziet u, en laten weten wat de waarheid is.

88 Nu, we ontdekken dat de mensen Gods manier hierin niet willen aannemen. Zij willen... God heeft een voorbestemde weg voor uw vertroosting. God heeft een weg voorzien voor al deze dingen. Maar de mensen willen het niet, de mensen zoeken naar andere wegen, en telkens als ze dat doen, op een andere manier dan Gods wijze, halen zij de wraak van God op zich, elke keer als zij het doen. Goed.

89 En al deze dingen waar ik over gesproken heb, het brengt ons tot dit: de wereld, al dit jagen naar wetenschappelijke successen, jagen naar kerkelijke successen, jagen naar verschillende dingen, heeft ons tot het eind van de wereld gebracht. Wij zijn aan het einde. Er is geen enkele hoop overgebleven. Wij zijn zonder hoop op overleving. We hebben zelfs geen enkele kans om het te overleven. Laat mij dit hier nu even enkele minuten uiteenzetten en het gewoon aan u bewijzen.

90 En een ieder van u, geloof het, als u het niet gelooft dan zou u een medisch tijdschrift moeten nemen. U zou "Het Beste" maar eens moeten nemen, enzovoort, waar u leest over deze successen. Nu om te maken...

91 Een prediker hier zendt deze Boodschap rond de wereld. Om zo'n bewering te doen, dat we zonder hoop zijn, dat we voorbij verlossing zijn, dat we de grens tussen verlossing en oordeel zijn overgestoken, moet ik de samenkomst nu enige grond geven om deze bewering op te baseren. Er moet een of andere reden zijn dat iemand, als hij bij zijn volle verstand is, zoals ik denk dat ik ben, een dergelijke bewering zou doen, om zijn natie te vertellen, om zijn samenkomst te vertellen, om de mensen te zeggen, terwijl het door de wereld zal gaan in misschien wel dertig of veertig verschillende naties, de wereld rond, naar volken en talen, dat wij in de eindtijd zijn, dan past het ons om daar een verklaring van af te leggen, of er wat van uit te leggen, tot we vanmorgen op onze eigenlijke tekst komen.

92 Kijk, laten we nu eens kijken waartoe wetenschap en opleiding ons hebben gebracht. Dat is precies de zaak die de mens heeft geaccepteerd in plaats van het Woord van God, een wetenschappelijke goedkeuring. En de wetenschap heeft altijd moeten terugnemen wat zij hebben gezegd. Enige tijd geleden las ik dat een Franse geleerde ongeveer twee- of driehonderd jaar geleden zei dat als men een bal over de aarde zou rollen... Hij zei, dat als deze bal, met zo'n snelheid, of als de wereld ooit zoiets zou uitvinden waardoor het sneller zou reizen dan met een snelheid van ongeveer vijftig kilometer per uur of zoiets, dat hij wetenschappelijk had bewezen dat het vanwege zijn gewicht zou worden losgemaakt van de zwaartekracht van deze aarde. Ziet u? Nu, denkt u dat de wetenschap nog ooit zou terug verwijzen naar die man? Zeker niet. Dat is verleden tijd voor hen.

93 Nu, laten we nu even nadenken. Wij willen allemaal zeggen: "Ik wil het wetenschappelijk bewezen hebben." Dat is wat heel veel denominaties van religieuze mensen vandaag zeggen. Ze willen een wetenschappelijk bewijs. Wel, ik zou het regelrecht kunnen omdraaien en zeggen: "Bewijs mij wetenschappelijk dat God in uw samenkomst is, bewijs mij iets, wetenschappelijk, wat werkelijk is. Bewijs het!"

94 Wat is werkelijk? Leven. Ik wil dat u mij er dan wat van haalt voor een kwartje, of laat mij dan alles verkopen wat ik heb, om dat stukje leven te krijgen. En is leven werkelijk? Als het dat niet is, waarom zijn we hier dan allemaal?

95 Leven, geloof, liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, zachtmoedigheid, geduld. De wetenschap kan het niet aanraken. En dat is het enige echte blijvende wat er is. De hele christelijke wapenrusting is zien op het ongeziene. De zintuigen verklaren die dingen echter niet, maar ze zijn er wel. Dat is ook de reden dat er geloof nodig is om het te geloven, en het brengt in u voort wat geloof heeft verklaard dat er daar buiten is. Het brengt het naar u toe, goddelijke genezing en die dingen. Ze kunnen niet bewijzen wat er goddelijk geneest, maar ze weten dat er goddelijke genezing bestaat. Ik... Ze kunnen niet bewijzen wat redt van de zonde, maar ze weten dat er mensen worden gered van de zonde. Dus het kan niet wetenschappelijk worden bewezen, maar het is wetenschappelijk op de manier waarop God het bekijkt.

96 Nu, wat heeft wetenschap ons gebracht? Nu, het mag u misschien even een schok geven. De wetenschap heeft ons ziekte gebracht, dood en kwalen. Nu, er is u slechts één kant van het beeld onderwezen, maar er zijn twee kanten aan. U zegt: "De wetenschap heeft dit uitgevonden en dat en nog veel meer." Wel, we zullen u dat voorrecht gunnen. Maar laten we de andere kant eens bekijken. De wetenschap heeft ons ziekte gebracht. De wetenschap heeft ons kwalen gebracht, dood.

97 Kijk! Wetenschappelijke bastaarding heeft dood gebracht aan de generatie, van voedsel en dergelijke dingen. Het heeft de mensen zo slap gemaakt en zo, dat mannen en vrouwen zijn samengesteld uit een hoop slijk, en er is geen... Er zit geen stevigheid meer in. Het is een stel weke kwallen geworden. Ze kunnen niet meer leven zonder een airco, anders komen ze om. Ze kunnen geen honkbalspel meer spelen, want als er een van hen ergens een tik krijgt dan doodt het hem, ook in de boksringen, en wat al meer. Het is zo week dat mannen en vrouwen, wel, het is hen aan het bederven.

98 En ze injecteren deze verbastering op het vee, wat nu op de mensheid is teruggekomen, volgens de wetenschap zelf, en het maakt hen tot verdorvenheid. Want, wanneer een koe een bastaard is, of enig voedsel verbasterd is, dan vormt dat voedsel bloedcellen, en de bloedcellen zijn uw leven. Ziet u wat het teweegbracht? En dan in vlees, ze spuiten het vlees in en nu is het bewezen dat deze injecties invloed hebben op het menselijk ras. Wetenschappelijk!

99 Ze bespuiten de velden met deze DDT, ik zag het onlangs, en nu hebben wij achthonderd zieke mensen in deze gemeenschap vanwege het eten van eieren. Herinnert u zich jaren geleden toen ik voor het eerst... Toen we hier dat kleine gebouwtje hadden en ik profeteerde en zei: "Het zal komen te geschieden in de laatste dagen; woon niet in een dal en eet geen eieren." Ik heb het in mijn boek. Ik dacht dat er iets over in stond en ik ging het opzoeken. "Eet geen eieren." Dat was lang geleden in 1933. Er zit nu iets in de eieren en ik zie dat de wetenschap zegt dat een man boven de vijftig nooit een ei behoorde te eten, omdat het 't zwaarste is voor het hart wat maar kan worden gegeten. Ziekten!

100 Melk, het was zo dat ons meest uitgebalanceerde dieet melk was. De dokters zullen u zeggen: "Laat het staan!" U krijgt er voorhoofdsholteontsteking van en al het andere. Het is hetzelfde menselijke wezen dat gewoon was het te drinken en jaren leefde en nooit voorhoofdsholteontsteking kende, maar het onderling kruisen enzovoort heeft de structuur van het menselijke wezen afgebroken, totdat het niets meer is dan een hoop slijk, een bonk van ziekte. Wat heeft het gedaan? De wetenschap!

101 Kijk! Het heeft veroorzaakt dat de genen tussen de man en de vrouw verzwakt zijn, de lichamelijke zwakheid van het menselijk wezen, door de genen. En de toename van spastische kinderen is zo'n dertig procent. Het downsyndroom neemt enorm toe. En deze verzwakking door het kruisen van de voedingsmiddelen die wij eten om te leven, verzwakken het lichaam, wat kanker veroorzaakt, geestelijke stoornissen, en allerlei soorten ziekten die vat krijgen op het menselijk lichaam, omdat het zo zwak is. Wetenschappelijk, zichzelf vernietigend, uit Gods plan weggaand.

     Hij zei: "Laat elk zaad voortbrengen naar zijn aard."

102 Ziet u waar we aan toe zijn? Ik zou wel door kunnen gaan, maar onze tijd verstrijkt. Maar let op, wat veroorzaakt het? Wetenschap heeft dood, ziekte en vernietiging gebracht.

103 En onlangs zag ik, toen ik aan het spreken was met mijn goede vriend doctor Vayle, die hier zit, dat er een artikel was geschreven, dat mensen werden gedood door penicilline. In werkelijkheid is het niet de penicilline, het is het vuil dat ze er in laten komen, wanneer ze de penicilline fabriceren. Het is een hebzuchtig geldprogramma. Dokters geven het soms terwijl ze zelfs de formule van een aspirine niet kennen. En hun vader zendt ze weg om een specialist te halen voor het een of ander, en ze weten zelfs niet hoe ze een buikpijn van een klein kind kunnen genezen. Maar wat hebben we gekregen? Hebzucht, om wat voordeel of zoiets. Ze hebben nauwelijks nog zo'n ouderwetse plattelandsdokter, die gewoon was om langs te komen om met u te spreken en u te troosten en die van alles deed. Ze laten God gewoon buiten beschouwing, omdat ze het op hun eigen manier doen. Teneinde God uit het beeld te krijgen, verklaren zij Hem direct weg. Daar zijn we aan toe.

104 Dat hebben wij gedaan door kruising. Ziet u, het lichaam... In een gezonde plant kan nauwelijks een kiem binnendringen. Het zijn deze kasplantjes, deze gekruiste planten, die u heel de tijd moet besproeien. Velen van u hebben mijn boodschap gelezen over Bastaardreligie. U blijft hem maar besproeien en vertroetelen enzovoort. Let op, maar de werkelijke echte plant hoeft niet besproeid te worden, want hij is oorspronkelijk.

105 Hoe komt het dat ziekte in een menselijk lichaam komt? Het is het lichaam... Zoals mij werd verteld door een dierbare vriend van mij die dokter is, ik zou zijn naam op dit moment niet willen noemen, maar hij is een erg fijne broeder. Hij las mij onlangs voor uit een medisch tijdschrift, een boek uit zijn kantoor, waar hij al deze fijne boeken bewaart, met het laatste snufje over medicijnen. Het is zwakte. U merkt dat iemand die echt... U merkt als uw lichaam verzwakt is, dat u heel snel kou vat. Hoe komt het? Door de zwakte van uw lichaam wordt uit uw klieren een soort slijm geproduceerd. En daarin nestelt zich die verkoudheidskiem en u krijgt een kou. Maar als dat lichaam sterk was, dan zou het die verkoudheidskiem eruit gooien, zodat hij geen vat zou krijgen.

106 Dus u ziet, toen God in den beginne een mens bouwde, was hij immuun voor elke ziekte. Ziet u? Maar ongeloof en wetenschap, wetenschap en opleiding was het eerste dat een mens van God af bracht. En het brengt hem nog steeds van God af.

107 Kijk gewoon wat sigaretten en drinken en deze striptease enzovoort hebben gedaan aan het verval van deze generatie. Ik vermoed dat u zich altijd afvraagt... Ik zal hier een verklaring gaan doen. Ik zou het niet gaan doen, maar ik geloof dat ik het toch doe.

108 Ziet u, men vraagt zich soms af, en ze zeggen mij steeds: "Broeder Branham, wat is het dat u altijd zo op deze dingen hamert? U hoort het niet... Als u naar iemands gemeente gaat, wel, als ik het vrouwelijk deel van ons meebreng, kunnen ze zelfs niet op hun gemak zitten terwijl u spreekt. U gaat altijd tegen hen tekeer, over hun korte haar, over het dragen van kleren die aan een man toebehoren en al deze dergelijke dingen. Waarom doet u het?" Nu, ik ben...

109 Dit is misschien mijn laatste boodschap tot de volgende zomer, weet u, maar ik wil het u vertellen. Hier is het. Het is de Geest van onderscheiding voor deze laatste dagen, die weet dat dat voor God een vervloekte zaak is. Ik vraag mij soms af of predikers wel enige onderscheiding hebben over de laatste dagen? Dezelfde God Die hier op het podium uw toestand vertelt en wat u hebt gedaan en wat u zou gaan zijn en wat voor moeilijkheden u hebt, diezelfde Geest binnenin u ziet ernaar uit en kan de tekenen der tijd onderscheiden, en het kan niet anders dan het uitroepen. Het is de Geest van onderscheiding, omdat de Heilige Geest Zelf zegt dat die zaak zonde is, en wie er deel aan heeft zal vergaan. En hoe kan ik dan gerechtvaardigd zijn in Gods ogen als ik mijn zusters en broeders zie in een dergelijke toestand en het er niet tegen uitroep? Zelfs als zij boos op mij worden, moet ik het er nog steeds tegen uitroepen. Het is onderscheiding. Soms hebben ze andere opvattingen over het Woord en het komt door gebrek aan onderscheiding. Zie het onder ogen met het Woord. Ziet u? Zie, we weten dat het juist is. Wel, het is zo, weet dat het de waarheid is. Het is de onderscheiding van de laatste dagen.

110 Nu, we zien het over de wetenschap. Ik wil daar verder niet op doorgaan, mijn tijd vliegt gewoon weg. Laten we nu een tweede blik werpen op opleiding en zien wat dat heeft veroorzaakt. Ziet u? Nu, we hebben over het algemeen genomen twee gemeenten.

111 Nu, we beseffen dat dat het was, dat het redenering was, gewone redenering, die in de eerste plaats de bal van de zonde aan het rollen heeft gebracht. Wat voor redenering was het? Het was redenering tegen het Woord van God. Toen God Adam en Eva vertelde: "Ten dage dat gij daarvan eet, zult gij sterven", stond dat vast, dat was alles. Hij verschanste hen tegen de vijand achter Zijn Woord. Maar toen Eva luisterde naar Satans redeneringen, ziet u, cultuur, begrip, opleiding, vooruitgang, ziet u, stapte zij daar achter vandaan en luisterde naar Satans redeneringen en deed datgene wat God zei niet te doen. En als één redenering, het luisteren naar één redenering tegen het Woord, de oorzaak was van heel deze chaos, dan zal opnieuw één redenering tegen het Woord u niet weer terugbrengen naar diezelfde toestand. Want hoe dwaas zou het zijn van God om de mens terug te halen op dezelfde basis als waarvoor Hij hem wegzond. Ziet u? Zie? U zult moeten komen tot het gestorte bloed van Christus. Uw denominatie zal niet werken en uw redeneringen zullen niet werken. Het is het bloed en de geboorte, en het brengt een nieuwe schepping in u voort: Christus, en u leeft naar de gezindheid van Christus, omdat het tegengif dat u neemt toont dat het de zonde van ongeloof doodt, tegen alles behalve het Woord van God.

112 Opleiding geeft ons... Deze morgen hebben we dus twee kerken. Eén is de gemeente van Pinksteren, die door de Heilige Geest werd georganiseerd op Pinksteren; de tweede is de kerk van de Rooms-katholieken, die georganiseerd werd in Nicéa, Rome. De ene is een geestelijke geboorte; de andere is een intellectueel lidmaatschap. Vanuit die kerk kwamen alle Protestanten, kwamen alle denominaties. Dat was de eerste denominatie. Alle denominaties komen uit die ene en zijn verwant aan die ene. Openbaring 17 zegt het zo: "Zij was een hoer en zij was de moeder van de hoeren." Dat is waar. Dus er is geen... De pot kan de ketel niet verwijten dat ze zwart ziet; omdat het waar is, het is er gewoon één. Het is georganiseerd, ze is vergaan, het is in Rome. Het kan mij niet schelen wat het is, het is afgelopen. De Bijbel, we hebben pas die gemeentetijdperken doorgenomen, om dat te bewijzen. De ene is gebaseerd op geestelijke onderscheiding, de andere is gebaseerd op een aangeleerde en intellectuele opvatting.

113 Nu, dat brengt ons regelrecht weer terug in de Hof van Eden, precies weer terug op dezelfde plek. De vrouw (de kerk) was degene die luisterde, niet Adam, de vrouw! Nu, ze willen de moederkerk zijn, ga maar door! Het is precies juist. Er is niets uit de tijd. Zij stellen hun eigen belijdenis op; ziet u. Zie, regelrecht terug naar hetzelfde, het betwijfelen van het Woord van God! In Nicéa, Rome, toen de vraag opkwam over de waterdoop, over meer van dergelijke dingen, en over de doop van de Heilige Geest, organiseerden de bisschoppen tezamen wat men de Rooms-katholieke kerk noemde, welke een 'koninklijke' Roomse kerk genoemd werd. Ik nam het net gisteren door uit de geschiedenis, beluisterde het en keek het nog eens door. En het zou voor Rome alleen zijn, in Rome was de koninklijke kerk. De andere waren slechts kleine zusterkerken ervan, alleen Katholiek genaamd.

114 Onze gemeente is ook de katholieke, de universele gemeente, wat een algemeen geloof is van al de gelovigen. De één is geboren uit de Geest van God en heeft de Heilige Geest in zich en ze bewijst door haar leven, leer en handelingen dat de Heilige Geest daarin is, omdat het de Trooster is Die Christus beloofde, werkend in Zijn gemeente, Die hetzelfde doet als wat Hij deed in het begin. Zo werkte het tegengif van Christus' redding in den beginne en zo werkt het vandaag, het brengt hetzelfde voort.

115 De andere is een intellectuele opvatting van een denominatie, gevormd door een groep mensen die een 'gedaante van godzaligheid' hebben, zoals de profeet ons vertelde, 'en verloochenen deze Waarheid van kracht'. Nu, dat is zo duidelijk als ik het maar weet te maken.

116 Nu, daar zijn de twee kerken. De ene werd geboren in Nicéa; de andere werd geboren op Pinksteren. En die ene is altijd tegen de andere geweest. We namen de gemeentetijdperken door om het te bewijzen, de ene is tegen de andere. De ene is een fijne, waardige, intellectuele kerk met fijne geleerden enzovoort; de andere wordt beschouwd als "een stelletje heilige rollers". Zij bestond in den beginne uit "dronken, ongeletterde vissers", en het is vandaag hetzelfde, zij wordt nog steeds in dezelfde categorie geklasseerd. Eén is wetenschappelijk; de andere is geestelijk. De ene wordt wetenschappelijk gereguleerd; de andere wordt geestelijk geïnspireerd door het Woord. De ene wordt wetenschappelijk geregeld door wat groepen mannen zeggen, intellectuele bisschoppen. De andere is absoluut geboren uit de Geest van God en leeft door de Geest van God en volvoert en maakt dat de Woorden die God beloofde, gebeuren. Het toont wat voor tegengif u neemt. Hebt u een tegengif van opleiding? Hebt u het Heilige Geest tegengif? Ziet u? Goed.

117 O, die listigheid van Satan! Hoe hij dat beeld kan schilderen; op een intellectuele manier kan hij maken dat een man die niet uit de Geest van God geboren is gewoon heen en weer geslingerd wordt! En er is geen manier om hen op het intellectuele vlak te verslaan. Er is geen manier.

118 Het is een onderscheiding door geloof, ziet u, een onderscheiding. Wij zien wat het Woord zegt en wij geloven het.

119 "Dan, broeder Branham, ze zeggen dat zij de onderscheiding hebben." Laat dan de Heilige Geest precies voortbrengen wat Hij beloofde, dan zullen wij het geloven. Ziet u? Daar is het bewijs ervan.

120 Hoe werkte het tegengif toen het de persoon trof? "Deze tekenen zullen hen volgen, die geloven", zei Hij. Als het tegengif dat uitwerkt, dan is het goed. Ziet u? Dus ze brengen ons...

121 Dit brengt ons nu, tot slot, voor de volgende paar ogenblikken, dit brengt ons van Abel en Kaïn naar het oordeel in de tijd van Noach, vanaf datzelfde tevoorschijn komen van de dagen van Noach. Luister nu aandachtig voor wij aan de gebedsrij beginnen terwijl ik hier een paar Schriftgedeelten doorneem om over een kleine tekst te spreken.

122 Wij ontdekken, nadat de wereld haar intellectuele opvatting over het Woord had aangenomen, dat die mannen grote mannen werden, vermaarde mannen. De Bijbel zegt het, Genesis 6:4. Vermaarde mannen die achter werkelijk knappe vrouwen aanliepen en dat soort dingen, zoals we er over de hele wereld hadden. We namen het pas door in "De flitsende rode lichten". We spraken er onlangs 's avonds over hoe de vrouwen in de laatste dagen knapper zouden worden; hoe mannen, bekende mannen... Zoals dat schandaal in Engeland en de Verenigde Staten. Het zal een dezer dagen nog worden ontdekt. Ziet u, u weet niet wat al deze 'callgirls', en al dat andere, te betekenen heeft. Zie? Wist u dat er drie barmeisjes zijn tegen één meisje op de middelbare school, drie barmeisjes tegen één meisje op de middelbare school? Weet u, een bepaald percentage, ik kan het nu niet noemen, want ik heb het niet voor me, ik heb het niet opgeschreven, maar van bijna een derde van de middelbare scholieren, over het hele land genomen, is bewezen dat ze of immoreel zijn, of terug naar huis moesten om moeder te worden. Weet u dat het innemen van penicilline om geslachtsziekte terug te dringen alleen maar een verderf onder de mensen heeft teweeg gebracht, omdat die zaak niet dood is. Maar toch, zie... God zei dat Hij het zou bezoeken aan het vierde geslacht. Het veroorzaakt het downsyndroom en al het andere, en kinderen zijn... O, hoe zondig, hoe listig is het! Hoe die mensen, die predikers, zullen staan en niet prediken tegen die stripteases op de straat en ze laten zingen in het koor en allerlei dergelijke dingen, en te zien dat het juist dat is wat onze natie naar de hel zendt, ons geslacht naar de hel zendt. Dat is waar. Dus nu ontdekken we, nadat God er genoeg van had, zoals ik geloof dat Hij het vandaag ook heeft...

123 Nu kom ik tot mijn tekst. Ik heb een vreemde manier om het te brengen. Ik houd ervan om een heleboel dingen op te bouwen en dan op mijn tekst te komen. Nu, we ontdekken dat in de dagen van Noach, toen God de wereld ging oordelen, toen het precies zover kwam als het nu is, want Jezus zei dat het zo was, bekommerde Hij Zich erom? Bekommerde Hij Zich erom? Dat deed Hij zeker. Waar bekommerde Hij Zich om? Nu, nadat Hij al wist dat het oordeel op handen was, en het oordeel had uitgesproken, zorgde Hij voor diegenen die zich erom bekommerden. En dat is precies hetzelfde vandaag. Hij zorgde voor diegenen die gewillig waren zich erom te bekommeren. En we ontdekken dat Hij hun een profeet zond om hen te leiden, om Zijn uitverkoren volk te leiden op de toebereide weg voor hun ontsnapping. Hij is Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer. Ziet u? We ontdekken dat God zorgde voor Zijn volk. [Leeg gedeelte op de band – Vert]

124 Wij zijn aan het einde en we zien dat we aan het einde zijn! Er is geen manier om te bouwen op die verdorvenheid. Hoe kunnen wij een stad bouwen op de verkoolde ruïnes van een Sodom en Gomorra? Hoe kunnen we dat doen? Er is maar één feniks overgebleven en dat is het komen van de Here Jezus; o my, een reiniging door de verdrukkingsperiode, om een wereld opnieuw te herstellen voor een volk dat in Gods ogen rechtvaardig is en leeft door Zijn Woord.

125 Let op, Hij zorgde voor diegenen die erom gaven om te ontsnappen in de dagen van Noach, en Hij zond hun een profeet. En deze profeet leidde hen naar Gods toebereide weg. Nu, dat is Gods wijze om dingen te doen. Ziet u? God sprak tot Noach, die het Woord was (toen was er geen geschreven Woord) en Hij vertelde Noach om een ark te bereiden om het volk te redden en om al de mensen te waarschuwen, dat Hij maar één weg had tot verlossing. En deze man was een betuigde profeet, die hun de weg ter ontkoming bewees. Let op, de nederigen en oprechten hoorden naar deze man en geloofden hem, en zij ontsnapten. Zij ontkwamen aan wat? Aan de dood van de wereld der zonde die in die dag werd vernietigd. Zij ontkwamen aan de dodelijke weg waarop de hele wereld zich bevond. God bekommerde Zich zo! (O God, help dat dit nu diep doordringt, voor wij met de gebedsrij beginnen.) God bekommerde Zich erom!

126 Hij kijkt nu naar de wereld vandaag en Hij heeft geroepen en geroepen en ze verachtten het en wezen het af. Er was een kans voor bekering in den beginne. Toen God Jesaja vertelde om heen te gaan en Hizkia te vertellen dat hij zou gaan sterven, toen bekeerde Hizkia zich en er was genade. Toen God tegen Jona zei naar Ninevéte gaan en het uit te roepen, omdat Hij binnen veertig dagen de stad zou vernietigen, riepen ze het uit om genade, en ze bekeerden zich, maar als zij het verwerpen dan is er niets overgebleven dan oordeel! En de natie heeft Christus verworpen. Ze bleven in gebreke om naar de roep te luisteren, dus is er niets overgebleven dan het oordeel onder ogen te zien.

127 Nu, zorgt God voor degenen die zich hebben bekeerd? Heeft Hij een weg voor hen bereid? Nu zullen wij gaan bezien wat Hij in het verleden heeft gedaan.

128 In Noachs tijd zorgde Hij! Hij zond de profeet en Hij bracht de weg en Hij toonde hun de weg en Hij maakte hun een weg ter ontkoming, en ze ontkwamen aan het oordeel. Hij zorgde ook voor hen. We ontdekken dat Hij hen naar een plaats brengt waar Hij, in de laatste dagen, voordat het grote oordeel komt, zóvoor hen zorgde, dat Hij een weg bereidde waar ze in konden komen en vrij zouden zijn van al de oordelen die zouden komen.

129 Nu, Hij deed dat aan de uitverkorenen. Nu, dat weten we. Hij deed dat aan de uitverkorenen, alleen voor de uitverkorenen! Zij waren degenen die deze levenskiem hadden aanvaard. Zij waren degenen die voorbestemd waren om het te zien. Zij waren diegenen. Wij allen, als wij de Bijbel geloven dan moeten we in voorbestemming geloven. Ziet u? Zo is het. Niet dat God wil dat iemand zou lijden, maar Hij wist wie het zouden ontvangen en wie niet.

130 Ook in de dagen van de vernietiging van Egypte zorgde Hij voor Zijn uitverkoren volk. Zij waren daar in Egypte en waren slaven geworden. In de dagen van Mozes zorgde Hij voor het volk. En wat zond Hij hun? Opnieuw een profeet. Is dat waar? En Hij scheidde Zijn volk af van de ongelovige wereld, van het komende oordeel van die dag. Deed Hij het? Hij zorgde, toen Egypte haar zonden zo hoog had opgehoopt dat God oordeel moest zenden, want Hij had al tegen Abraham gezegd: "Ik zal met dat volk handelen." Dus in plaats van Zijn wraak op allen uit te gieten, gaf Hij Zijn zorg aan hen. Hij zond hun Zijn Trooster. Hij zond Zijn Woord tot hen. En Hij zendt altijd Zijn Woord door Zijn profeet, zoals Hij in Noachs tijd deed. Hij deed hetzelfde in de dagen van Noach. We ontdekken dat Hij in Mozes' dagen hetzelfde deed. Hij zond hun Zijn profeet, en zij scheidden zich af van ongeloof. Nu, dat is het soort dat eruit kwam. Dat is het soort dat het geloofde. Zij geloofden Mozes, dat hij een... In de ogen van Farao was hij een fanatiekeling, was hij een tovenaar, was hij een huichelaar, hij was iets verschrikkelijks. Maar voor het volk dat uitverkoren was, dat eruit kwam overeenkomstig Gods Woord: "Ik zal hen uitleiden", voor hen was hij een profeet. Hij was Gods voorziene weg. En Hij... Let op, zij geloofden hem en ontkwamen aan het oordeel van die dag. Zij geloofden Mozes en ontkwamen.

131 Hij zorgde ook voor hen om hen uit te leiden en Hij zorgde voor hen op de reis nadat ze er uitgekomen waren. Amen. Zoals dat in het natuurlijke was, is dit in de geestelijke sfeer. Hij zorgde! Waarom? Hij voorzag in alles wat zij nodig hadden terwijl ze op reis waren. Deed Hij dat? Hij genas hen terwijl ze ziek waren. Hij voorzag in genezing, Hij voorzag in een middel voor hun ziekten. Hij voorzag in een koperen slang, waar ze naar op konden zien, die koperen slang, een symbool van de zonde, om genezen te worden. Hij voedde hen terwijl ze onderweg waren. Terwijl er geen brood was, liet Hij brood uit de hemel regenen. Hij voedde hen. Niet alleen dat, maar Hij kleedde hen, tonend dat Hij zorgt voor diegenen die zorg dragen.

132 Als men bereid is om te belijden, en zich te bekeren, te geloven en te aanvaarden, dan bekommert God Zich erom! Maar u moet zich er eerst om bekommeren, u zult moeten accepteren wat Hij u zond. Hij zorgde zo voor hen dat ze er zeker van zouden zijn, dat ze geen vergissing zouden maken. Hij betuigde Zijn profeet door een teken van een Vuurkolom, om de mensen te laten zien dat het niet alleen maar deze man was die hier rondliep, maar dat het God was, recht boven hem. Hij was Degene Die de weg wees. God zorgt voor mensen die zich erom bekommeren. God zorgt voor degenen die om Hem geven. Dus betuigde Hij deze man en bewees Hij dat hij Gods dienstknecht was, door hun een Vuurkolom te zenden om hen naar dát land te leiden... En zij wisten dat zolang dit teken van dit Vuur, een Wolk- en Vuurkolom, hen volgde... Hij zei dat Hij "de Wolk- en Vuurkolom niet wegnam". Hij bleef jarenlang bij hen in de woestijn, veertig jaar. Klopt dat? Die Vuurkolom leidde hen! Wij zijn nu in ons drieëndertigste jaar, dat is nog zeven jaar als het op dezelfde wijze getypeerd zou worden. Goed, een Vuurkolom leidde hen. Hij zorgde voor hen. En Hij zorgde zoveel voor hen dat Hij hun liet weten dat het niet iets wetenschappelijks was, dat het niet iets was wat per ongeluk gebeurde, maar Hij betuigde de Boodschap, Hij bewees het.

133 Hij zorgde zelfs zo voor een vrouw die een buitenstaander was, geen Israëlitische. Zij behoorde niet tot de groep, maar zij was een buitenstaander, Presbyteriaan, Methodist of zoiets, zij stond aan de andere kant. Maar toen zij hoorde! Haar naam was Rachab, zij leefde... Zij was een hoer. Maar toen zij hoorde hoe God in een Vuurkolom was en hen leidde, riep zij het uit tot God en ze bewees genade aan de spionnen die daar waren gekomen om het land te verspieden. En omdat zij zorg droeg voor zichzelf en haar volk, zorgde God voor haar. In zoverre dat deze hoer haar leven aan Christus wilde geven, voor de zaak, omdat zij het teken van een bovennatuurlijk God had gezien, hoewel ze haar goden diende in haar eigen denominatie. Maar toen ze dit grote bovennatuurlijke teken zag, riep ze het uit en vroeg om genade, en om genade voor haar familie, en God zorgde zo voor haar dat de hele stad in elkaar stortte, het één op het ander, maar dat er van haar huis niet één steen van zijn plaats kwam. Hij zorgt! Hoewel zij een buitenstaander was en niet tot de groep behoorde in die tijd, maar Hij zorgde! Hij zorgt altijd.

     Hij zorgde voor Elia, toen hij, en hij alleen, zich bekommerde om God.

134 Halleluja! Daar komt het op aan. "Werpt uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u." Petrus, sprekend tot de uitverkoren oudsten, de oudsten en de anderen in de gemeente, hij zei: "Werpt uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u." Breng daar alles, want u bent rein voor God. U wandelt als dienstknechten van God.

135 God zorgde voor Elia, omdat Elia zich om God bekommerde. Al de andere predikers hadden de visie van die dag verloren. Ze hadden de wil van God verloren en de liefde van Zijn Woord, ze werden allemaal modern. Maar het geeft niet hoe modern Izebel ze had, de eerste vrouw van het land, ongeacht hoe die andere predikers die vrouwen zich lieten gedragen en lieten doen. Elia riep het daar tegen uit in de Naam van de Here. Hij bekommerde zich om wat God zei, en God zorgde toen voor wat Elia zei, want hij sprak het Woord van de Here. God zorgt wanneer u zorgt, maar u moet er eerst zorg voor hebben. Ja.

136 Let op, Hij zorgde toen Hij Elia riep, door Zijn Woord, bij de denominaties vandaan. Het leek erop dat hij van honger zou moeten omkomen, omdat hem geen tienden en giften meer zouden worden gegeven. Maar Hij zorgde zo voor Elia, dat Hij hem niet liet omkomen van de honger gedurende die tijd dat hij gehoorzaam was aan het Woord van God. Hij beval de raven om hem te voeden. Hij zorgde voor Elia, omdat Elia zich om Hem bekommerde, en Hij is het Woord.

137 Hij zorgde voor Daniël, toen Daniël genoeg zorg had voor Gods Woord om ernstig te bidden. Het gaf niet of de koning zei: "Ik wil niet meer dat dát wordt gedaan." Elia [Broeder Branham bedoelt Daniël – Vert] gooide gewoon de luiken open en hij keek in de richting van Jeruzalem en hij bad. Elia bekommerde zich om God en God zorgde voor Elia. Daniël had zorg voor Gods Woord en God had zorg voor Elia. Hij zond een Vuurkolom om de leeuw bij hem weg te jagen en die bleef daar de hele nacht lang. God zorgde, omdat Daniël zorgde. Jazeker. Hij bad ernstig, hoewel hij wist dat het zou gaan betekenen dat hij in de leeuwenkuil zou worden gegooid als hij niet gehoorzaam was aan de orders van de denominaties. Maar hij knielde neer bij het venster, niet vrezend wat een mens zei. Hij deed de ramen open, omdat het een bevel van God was, en hij bad elke dag ernstig en oprecht tot zijn God. Hij bekommerde zich om God en Zijn gebod en omgekeerd zorgde God voor Daniël en (zijn gebod,) zijn standvastigheid. Daniël zorgde voor God en Zijn Woord en God zorgde voor Daniël en zijn standhouden voor het Woord. Hij zal het elke keer doen. Amen.

138 Hij zorgde voor de Hebreeënkinderen toen zij oprecht respect hadden en zorg droegen voor het geloof dat eens aan hen was overgeleverd, het Woord van God. Hij zorgde zóvoor ze dat toen men op de bazuin blies... Zij hadden een gebod van God: "Buig niet voor enige heidense god, geen enkel beeld. Buig er niet voor en aanbid ze niet." Dat was het gebod. En toen men de bazuin blies en zei: "Wij zullen iedereen die niet buigt in de oven werpen", droegen ze zóeen zorg dat zij hun rug naar het beeld toekeerden. Zo is het. God zorgde zóvoor hen, dat toen de hitte opkwam, Hij de vierde Man naar beneden stuurde in de vurige oven om ze koel te houden. Hij zorgde omdat zij zorg droegen.

139 Als u wilt vasthouden aan een of andere geloofsbelijdenis, geeft God niet om wat u doet. Als u dat wilt doen, zal Hij nooit voor u zorgen, omdat u doet wat de mens zegt. Maar als u zult vasthouden aan Gods Woord, aan uw ware oprechte belijdenis, en gelooft dat God een Geneesheer is, Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer, dan zal Hij voor u zorgen.

140 Hij zorgde toen voor hen, Hij zorgde voor de Hebreeënkinderen en Hij zond hun de vierde Man om hen te bevrijden, Welke Christus was. We weten dat.

141 Toen die melaatse riep: "Here!" Tien melaatsen kwamen en ze riepen oprecht: "Here, heb medelijden met ons." Ze hadden er genoeg van om te zorgen voor hun eigen noden, maar Hij had kracht om voor hen te zorgen. Hij zorgde voor de melaatse omdat de melaatse zorg droeg, om hun belijdenis te doen, en Hem "Here!" te noemen.

142 Hij zorgde, toen de Romeinse hoofdman over honderd zich genoeg bekommerde over zichzelf om Jezus te hulp te roepen. Toen de hoofdman toonde dat hij door zijn geloof zijn afgoden van Rome verwierp en er genoeg om gaf (door een openbaar getuigenis) Hem te laten komen om zijn zoon te genezen, toen gaf Jezus genoeg om hem, om hem te genezen. Hij draagt zorg wanneer u zorg draagt. U moet zich er echter eerst om bekommeren. Hij droeg zorg.

143 Hij droeg zorg, toen Jaïrus zich genoeg bekommerde om Jezus. Hij was een gelovige in het verborgene. Hij geloofde dat Hij gelijk had, maar vanwege zijn positie in de denominatie kon hij er niet voor uit komen en het belijden. Maar toen zijn dochtertje ziek werd en stierf, toen wist Jaïrus, bij het zien van de dood van zijn dochter, hoe zijn zorg tot uitdrukking te brengen. Hij bekommerde zich genoeg om tegen de ongelovigen die hij rondom zich had in te gaan, hij zette zijn kleine voorgangershoed op, ging heen en vond Jezus. Toen Jaïrus toonde, dat hij er om gaf, toonde Jezus dat Hij genoeg om hem gaf om te komen en haar uit de doden op te wekken. Werp uw bekommernissen op Hem, want Hij draagt er zorg voor! Het geeft niet wat het is, Hij zorgt!

144 Hij droeg genoeg zorg toen er zelfs niet een gebod zoals dat was, er was niet zoiets gezegd, Hij had er nooit over gesproken, maar Hij droeg zorg omdat een kleine vrouw niet in de gebedsrij kon komen en ze zei: "Indien ik slechts de zoom van Zijn kleed kan aanraken, geloof ik Hem." Hij droeg zorg voor het geloof dat zij daarin had, in zoverre dat Hij zich omkeerde en haar tussen de menigte vandaan riep, en haar vertelde dat haar geloof haar had genezen. Hij zorgde, omdat de vrouw er om gaf.

145 Hij droeg zorg toen de zenuwpatiënt, genaamd Legioen, er genoeg om gaf, onder tegenstand, zich onder die grafstenen van duivels vandaan te wringen en heen te gaan om Jezus te ontmoeten, en zichzelf aan Zijn voeten te werpen. Toen, Legioen! Die duivels zouden er nooit uit zijn gekomen als Legioen zich daar geen weg uit had gebaand om Hem te ontmoeten. En toen hij er genoeg om gaf om die poging te doen, dat standpunt in zijn geloof in te nemen, toen droeg Jezus genoeg zorg om dit legioen van duivels uit hem te werpen, en zijn zenuwziekte was verdwenen. Hij zorgt als u zorgt. Jazeker. Hij zorgt als u zich erom bekommert.

146 Nu, toen die blinde man daar bij de poort van Jericho riep: "O Jezus!" Hij die een orthodoxe Jood was, goed aangeschreven in de synagoge. Maar toen hij zei: "Wat is dat geluid dat daar voorbij trekt?"

     Ze zeiden: "Jezus van Nazareth gaat voorbij, een Profeet."

147 Hij zei: "Jezus, Gij Zoon van David!" O, wat een berisping was dat voor zijn voorganger en priesters die erbij stonden. Maar het maakte hem niet uit wat de voorganger of de priester of wie anders ook zei, hij was geïnteresseerd! En hij gaf er genoeg om om zijn gezichtsvermogen terug te krijgen, dus riep hij het uit! En toen die blinde man gereed was en er genoeg om gaf het uit te roepen, toen droeg Jezus genoeg zorg om hem te genezen. Hij is Dezelfde gisteren, vandaag, en voor immer! Hij zorgt wanneer u zorgt, maar u moet eerst zorgen. U moet bewijzen dat u erom geeft.

148 Hij zorgde zozeer dat, toen een vrouw, die met zes mannen leefde, Zijn Messiaans teken van onderscheiding identificeerde en wist en herkende, Hij er genoeg voor zorgde om elke zonde te vergeven en haar water te geven waarvoor zij niet was gekomen om te putten, omdat zij het herkende. Ze zei: "Heer, ik bemerk dat Gij een profeet zijt", toen Hij haar vertelde wat er verkeerd met haar was. En zij, zij had uitgekeken naar die dag die zou komen. Zij was echter helemaal opgegaan in die kerkgroepen, zij had helemaal geen kans gehad om het te doen. Maar toen zij een Man zag, Die haar kon vertellen wat er fout met haar was, zei zij: "Heer, ik bemerk dat Gij een Profeet zijt. Ik weet wanneer de Messias zal komen, dat Hij deze dingen zal doen."

     Hij zei: "Ik ben Hem."

149 Dat was genoeg! Zij gaf erom. Zij liet haar waterkruik staan en ging de stad in en zei: "Kom, zie een Man, Die mij de dingen vertelde die ik heb gedaan. Is dit niet de ware Messias?" Zij was net zoiets als Rachab. Zij zorgde, totdat zij de hele stad had gealarmeerd. Zij gaf erom, omdat er iets was gedaan, de betuigde Schrift was tot vervulling gekomen en positief zeker gemaakt, en zij bekommerde zich erom! Zij gaf niet om wat de mensen zeiden of wat iemand anders zei; zij had het gezien, zij was erbij toen het gebeurde. Zij zorgde. En zij bekommerde zich om haar volk, totdat zij het ze allemaal had verteld, en het veroorzaakte dat de hele stad in Jezus Christus geloofde. Zij droeg er zorg voor en Hij droeg er zorg voor. Zeker deed Hij dat.

150 Jezus droeg genoeg zorg voor de Boodschap van vandaag, om deze zelfde dingen te laten gebeuren zoals Hij had gezegd, dat Hij stierf en weer opstond om hen door de Heilige Geest de Trooster te zenden om vandaag in Zijn bediening te tonen dat Hij nog steeds leeft. Hij zorgde genoeg. Zullen wij er dan geen zorg voor dragen? Dat is de zaak. Zullen wij geen zorg dragen? Hij stierf voor deze bediening. Hij stierf opdat de Heilige Geest hier in deze dag kon zijn om deze dingen te tonen. Hij zorgde voor u, Hij zorgde ervoor om het hier te brengen. Hij zorgde ervoor om de verklaring af te leggen. Hij zorgde ervoor, omdat Hij u liefhad. Hij had genoeg zorg om het te doen, om de Heilige Geest hier heen te zenden, om deze bediening vandaag vorm te geven.

151 Dat is hoe Hij bewees dat Hij zorgde in die dag, omdat Hij kwam om te betuigen wat God zei dat Hij zou zijn. Dat is de reden dat de vrouw Hem herkende. Zij zei: "Ik weet, wanneer de Messias komt, dat Hij een profeet is. Wanneer de Messias komt, zal Hij ons deze dingen vertellen." Ziet u, Hij droeg genoeg zorg over het Woord van God om het aan haar te betuigen. Amen.

152 Nu, Hij zond de Heilige Geest opdat Hij in deze dag van intellectuele opvattingen, door dezelfde Heilige Geest, door ons heen zou bewijzen dat Hij nog steeds de Messias is. Het op dezelfde wijze bewijzend, dat Hij Dezelfde is gisteren, heden en voor immer. Nu is de vraag: Bekommert u zich erom? Hoe denkt u erover? Het is hier; het is steeds weer bewezen. Geeft u er genoeg om, om het te geloven? Bekommert u zich er genoeg om, om uw zonden te belijden, dat u fout bent? Belijd uw ongeloof en aanvaard het! Geeft u er genoeg om, om het te aanvaarden? Hij gaf er genoeg om, om te sterven en weer op te staan, om het tot u te brengen. Trekt u het zich genoeg aan om het te aanvaarden? Ik denk dat het heel de tijd door bewezen is, vanaf Noachs tijd, helemaal terug vanaf Genesis, helemaal door. We hebben geen tijd om het allemaal door te nemen. Maar u ziet dat Hij zorgt, en Hij stierf opdat u erom zou kunnen geven, opdat u een weg zou mogen hebben. En Hij heeft die weg gebracht. Hij zei precies wat die weg zou doen. En nu is Hij hier vandaag tonend dat het de Waarheid is. Nu, in dit kwade uur waarin wij leven, trekt u het zich genoeg aan om het met heel uw hart te geloven?

153 Of u nu in een gebedsrij komt, of wat het ook is. Dat is het niet. Geeft u erom? Werp uw zorgen op Hem, Hij zorgt voor u. Wees er oprecht over. Weest u bekommerd genoeg om oprecht te zijn, want Hij heeft bewezen door Zijn betuigde Woord dat Hij zorg draagt. Hij beloofde het te zenden. Hij heeft het gedaan! Hij beloofde het in het Woord, hier is het! Hij zorgt, nu, hoe zit het met u? U bent nu aan de beurt om zorg te dragen.

154 Hij zorgde genoeg, Hij droeg genoeg zorg om elke vijand voor u te overwinnen, zodat alles wat u hebt te doen is, oprecht te zijn en het te geloven. Hij overwon de dood. De dood hoef ik niet meer te overwinnen, hij is al overwonnen. Ziekte hoef ik niet te overwinnen, Christus hoeft het niet te overwinnen, het is reeds overwonnen. Ik moet er slechts zorg genoeg voor hebben om het te geloven. Bent u bang voor wat iemand anders u heeft verteld? Bent u bang voor de diagnose van de dokter? Bent u bang voor wat de kerk tegen u zal zeggen? Bent u bang om de duivel in het aangezicht te treden en te zeggen: "Ik heb mijn zonden beleden, ik heb alles aan de kant gezet. Ik heb elk Woord geloofd. Hier ben ik, Here. Schep in mij een zorg. U droeg zorg voor mij, ik heb zorg voor U."

155 Ik denk aan dat heerlijke, oude lied: "Hij zorgt voor u. Door zonneschijn of schaduw, Hij zorgt voor u."

     Laten we onze hoofden nu buigen, we kunnen gewoon niet verder gaan.

Hij zorgt ook voor u,
Hij zorgt ook voor u,
Door zonschijn of schaduw,
Hij zorgt ook voor u.

     Laten wij het voor Hem zingen, met onze hoofden en harten gebogen.

Hij zorgt ook voor u... (Laten we kijken naar wat Hij allemaal heeft gedaan.)
Hij zorgt ook voor u,
Door zonschijn of schaduw,
Hij zorgt ook voor u.
Hij zorgt... (Nu, als u zorg draagt, steek dan uw hand op terwijl u dat zingt.)
Hij zorgt ook voor u,
Door zonschijn of schaduw,
Hij zorgt ook voor u.

156 Hemelse Vader, op dit moment in het late uur van de dag, belijden wij uit de diepte van ons hart dat we nu weten, door het Woord, dat U altijd hebt gezorgd voor de Uwen. Maar de moeilijkheid is, Here: geven wij erom? Willen wij gewoon een opleiding volgen en zeggen: "Wel, ik heb een doctorsgraad, of een titel in de rechtsgeleerdheid?" Dat is het kennen van het voorschrift, dat is niet het innemen ervan.

157 God, ik bid vandaag dat ieder van ons de smarten van Christus in ons eigen hart zal nemen, Zijn lijden op ons nemen, om te beseffen dat ook wij de smaad van Zijn Naam moeten dragen, dat wij moeten lijden. En mogen wij zijn als de discipelen vanouds, om verheugd terug te keren dat we bevoorrecht werden geacht om de smaad van Zijn Naam te dragen. Sta het toe, Vader.

158 Ik zal voor de zieken gaan bidden, Here, hen de handen opleggen. Ze hebben hun handen opgestoken, velen van hen, en voor velen zal gebeden worden. Ze hebben gebedskaarten. En sommigen hierbinnen kwamen niet op tijd om gebedskaarten te krijgen, maar zij gaan geloven, Here. Ze konden hun handen opsteken, Here, naar het mij lijkt de hele samenkomst. Velen van hen zijn ziek. Hier liggen deze zakdoeken en Uw Goddelijke tegenwoordigheid voelend door het gezalfde Woord, genees hen, Here. Sta toe dat hun verzoek beantwoord zal worden.

159 En nu van de zakdoeken naar de toehoorders, de menselijke wezens die daar zitten te lijden. O, de tegenwoordigheid van de Here, laat het komen, Vader, en genees hen allen. Wilt U het vanmorgen doen in goddelijke genade, wanneer wij belijdenis doen, Here? Ik, Uw dienstknecht, belijd een onbekwaamheid. Ik heb zelfs geen enkel ding, Here, dat ik U kan aanbieden als verdienste. Wij zijn onwaardig. Niemand van ons kan dat doen, Here. Wij zijn de dingen niet waardig, die wij gaan vragen. Maar, Heer, wij weten dat Jezus heenging in de heerlijkheid om daar een plaats voor ons te bereiden om ons bij Zich te ontvangen. En Hij vertelde ons dat Hij ons een Trooster zou zenden, wat de Heilige Geest zou zijn, en Hij zou Zijn werk doen en voor immer bij ons blijven.

160 O, Heilige Geest, Geest van God, kom opnieuw deze morgen op ons en betuig Uw tegenwoordigheid, Here, op dezelfde wijze als U het deed toen U hier op aarde wandelde, opdat dit gehoor mag weten dat U hier bent in deze laatste dagen om Uw Woord te bevestigen en te bewijzen dat "zoals het was in de dagen van Lot, het zo zal zijn bij het komen van de Zoon des mensen". Heer, het is tot Uw eer en glorie dat wij dit vragen, als wij onszelf aan U toewijden met onze belijdenis. Reinig ons door Uw bloed, Here. Was ons door het water van het Woord en reinig ons in het bloed. En stel ons, Here, zoals Petrus zei, in de tekstlezing deze morgen, als voorbeelden voor de ongelovige wereld. Want wij vragen het in Jezus Christus' Naam. Amen.

161 Ik zal de zuster bij de piano nu gaan vragen, even een ogenblik... We mogen misschien een beetje laat zijn vandaag, maar o, ik kom niet al te dikwijls. Hebt u gewoon even geduld met ons, laat iedereen nog even een ogenblik blijven. We zullen nu voor iedereen gaan bidden. Billy, Billy Paul, waar is hij, is hij hier? Heb je gebedskaarten uitgegeven? Welke waren het? B, één tot honderd. Laten we er enkele van de B nemen en zien of Hij ons de onderscheiding zal geven. Hoe zit dat? Zie of Hij hier bij ons is. Vraag het Hem gewoon, gelooft u dat Hij het zal doen? Ik heb gepredikt en ik was gezalfd, maar nu heb ik me daarbij weggepredikt, ziet u.

162 En laat die mensen opstaan. Wel, we zullen, hoe dan ook, voor hen allen bidden, begin gewoon bij nummer 1. Wie heeft B, nummer 1? Sta op, wie de gebedskaart heeft. Nee, ik zal ze zo hier rond laten komen, ze komen uit dit gangpad en zo weer terug. Laat B, nummer 1 komen. Wie heeft gebedskaart nummer 1? Bedoelt u dat hij niet in het gebouw is? Goed, we zullen beginnen... O, het spijt me, dame. Goed, in orde. B nummer 2, als we dan al bij 1 zijn begonnen. B nummer 2, wie heeft deze, wilt u zo uw hand opsteken zodat we het kunnen zien? Kom hier dame, hierheen. 3, wie heeft 3? Nu, laten we onze rij opstellen, helemaal langs de muur, die kant ergens opgaand. Goed zo, gebedskaart nummer 3, wie komt? Is dit de dame, die eraan komt? Ik zag uw hand niet, neem mij niet kwalijk, zuster. Nummer 4, wie heeft gebedskaart nummer 4? Wilt u uw hand opsteken zodat ik kan zien wie u bent? De man daar achter, de gekleurde broeder, zou u hierheen willen komen, meneer, nummer 4. Nummer 5, wie heeft nummer 5? Die heer achteraan, zou u alstublieft hierheen willen komen? Nummer 6, wie heeft gebedskaart 6, wilt u uw hand opsteken? Hier, goed, 6, meneer. 7. Nu, dit is opdat u niet gaat dringen. 7, goed, kom hierheen, 7. Nu nummer 8, zodra u bent... Zou u willen komen, meneer. Nummer 9. Goed meneer. Nummer 10. Goed, kleine jongen.

163 Terwijl we daaraan denken, het allerliefste; toen ik binnenkwam, een kleine jongen, het overstelpt me bijna als ik eraan denk. Een kleine jongen stond daar zojuist, hij zei: "Broeder Branham, wilt u iets voor mij doen?" Ongeveer even groot als deze kleine knaap.

     Ik vroeg: "Wat is het, zoon?"

164 Hij zei: "Bid voor mijn moeder. Ze gebruikt Gods Naam ijdel, en zij heeft zo'n verschrikkelijk leven."

     Ik zei: "Waar woon je? Hier in de stad?"

     Hij zei: "Ja meneer."

165 Hij wilde dat zijn mammie een goede vrouw zou zijn. En geen wonder dat Jesaja zei: "Een kind zal hen leiden."

166 Nummer 10, is dat niet nummer 10? Goed, nummer 11. Goed, nummer 12, nummer 12. In orde, nummer 13, 14. Goed, 15. 15, ik zie nummer 15 niet. 16. Goed, kom hierlangs, meneer, als u wilt, 16. 17, 18. 18 zie ik niet. In orde, dame, of zuster, 18. Goed, die kant op, dame, als u wilt, gaat u die kant op. Nu kijk, dat is genoeg voor de gebedsrij om tegelijk op te stellen.

167 Als de gebedsrij minder begint te worden, laat dan Billy Paul of enkelen hier op het podium... Broeder Neville, broeder Neville, laat broeder Neville na een poosje, wanneer u ze ziet... Nu, wanneer u ziet dat broeder Neville de gebedsrij ziet... zal hij zo gebaren, want ik zal bidden voor de Heilige Geest...

168 Nu, deze man in de rolstoel, hebt u een gebedskaart, meneer? Hij heeft zijn gebedskaart. Goed, u kunt hem meteen in de gebedsrij plaatsen. Nu, is er hier iemand anders die niet kan opstaan? Laat iemand hen helpen als hun beurt komt, ziet u. Nu, bedenk gewoon, begin waar ik ben gestopt, rond 18 of 20, daaromtrent. Begint u dan bij 21, 22, u weet uw plaats als u komt.

169 Nu draagt u zorg? Gelooft u dat Hij altijd zorg gedragen heeft? Gelooft u dat Hij nu zorgt? Als Hij eens zorgde, zal Hij altijd zorgen. Gelooft u dat? [De samenkomst zegt: "Ja." – Vert] Ik wil dat iedereen nu héél eerbiedig is, blijf op uw plaats en bid. Nu, u in het gehoor, bidt u ook. Nu, hoe zorgde Hij? Omdat Hij niet méér kon zorgen, en ook geen mens en geen profeet, niemand anders, kan buiten de grenzen gaan van Gods beloofde werk. Is dat waar? Nu, het maakt mij nu niet uit, u bent misschien al honderd keer door gebedsrijen gegaan, maar u staat nu hier en ook u die zit, als er zonde in uw leven is, ongeloof, belijd het op ditzelfde moment. Waag het niet om hier zonder dat te komen. U zou hierheen kunnen komen en ongeacht hoezeer een man was gezalfd en hier zou staan en u de handen zou opleggen, u zult het zeker een honderd mijl missen, tenzij u het gelooft. U moet het geloven. U moet het belijden. U moet het. Ziet u, dan als u hier kijkt, hoe er... Ik hoop dat u het beeld hebt begrepen. Ziet u? Het is totaal onmogelijk dat God Zijn Woord aan u niet houdt, als u uw woord aan God hebt gehouden. Ziet u? Als u het werkelijk gelooft dan is er niets wat u eraan kan laten twijfelen. Tijd, afstand, niets anders kan u eraan laten twijfelen. U gelooft het. Gelooft u het? [De samenkomst zegt: "Ja, Amen!" – Vert]

170 Nu, ik zal langs deze gebedsrij gaan kijken. Voor zover ik weet, behalve deze man hier, hem ken ik en ik weet dat, ik ken ook Gene Slaughter daarginds, hem ken ik. Maar buiten die... en ik weet niet waarvoor ze daar staan. Ik heb geen idee waarvoor ze daar zijn, God weet het wel. En nu, als u allen weet dat ik niets over u weet, steek dan even uw hand op, u, die daar staat. Hoevelen in dit gehoor weten dat ik niets over u weet? Steek even uw hand op. Nu, hoevelen zijn zich bewust dat Jezus Christus alles over u weet?

171 En hoevelen zullen gewillig zijn dit te zeggen: "Ik geloof – met heel mijn hart – dat Jezus – mij genas – toen Hij werd gekruisigd – op Calvarie." [De samenkomst herhaalt het – Vert] Zo is het. Ziet u, nu, als Hij het reeds heeft gedaan, dan is het uw geloof om het te aanvaarden. Hij had genoeg zorg om het te doen. Zorgt u genoeg om alle twijfel opzij te leggen, en het te geloven? Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u.

172 Nu, als u ziek bent, als u aangevochten bent, ik heb, weet u, wel tienduizenden maal duizenden dingen gezien die de Heilige Geest heeft gedaan. U weet dat; spastische mensen, zelfs tot doden toe.

173 Ongeveer drie weken geleden viel hier een man dood neer vlak voor ons op het podium. Zijn vrouw is een gediplomeerd verpleegster en zit hier. En de man viel neer. Hij zit hier nu ergens. Hier zit zijn vrouw en hij is nu hier boven ergens. Ja, hij staat hier. Zijn ogen draaiden weg, hij werd zo donker. Hij viel en ik ging erheen. Zij onderzocht hem, geen hartslag, geen polsslag. Ik legde mijn handen op hem (hij was overleden) en riep gewoon om zijn geest, in de Naam van Jezus Christus, en hij stond op. Ziet u? Ziet u?

174 Wat is het? Hij is de Opstanding en het Leven. Dat was ik niet. Dat was de Trooster Die handelde, de Heilige Geest Die voorspraak voor ons doet. Ziet u? Wij hebben Hem aangenomen en nu is het aan Hem om de voorspraak te doen. Hoeveel kon ik dan... Zou God u kunnen redden tegen uw wil? Zeker niet. Hij kan u niet genezen tegen uw wil. U moet het geloven.

175 Nu, wat zou dit zijn, als Hij kan bewijzen, als God mij u door een Goddelijke gave laat tonen, dat Jezus Christus hier bij ons is, dat deze Trooster Jezus Christus is, Hij is het Woord. "In den beginne was het Woord." Klopt dat? "Het Woord was God en het Woord werd vlees gemaakt en woonde onder ons." En de Bijbel zei in Hebreeën 4: "Het Woord van God is scherper dan een tweesnijdend zwaard, een onderscheider van de gedachten des harten." Is dat juist? En dat is wat Jezus deed om te bewijzen dat Hij het gezalfde Woord was, de Messias. O! Ziet u dat niet? Wat is de Messias? De Gezalfde. De Gezalfde wat? Het gezalfde Woord! "En het Woord werd vlees gemaakt." Hij was dat gezalfde Woord! Ziet u dat, broeder Vayle? Ziet u, Hij is het gezalfde Woord!

176 En wanneer u zich nu aan Hem toewijdt dan gebruikt Hij u boven hetgeen u weet, bewijzend dat Hij nog steeds het gezalfde Woord is, een onderscheider van de gedachten des harten. O, hoe kan er nog iemand twijfelen? Geloof slechts. Twijfel niet. En nu, voor u die daar buiten zit, ik had dit onderwerp deze morgen genomen. Toen een kleine vrouw bekommerd was, dat zij misschien niet in de gebedsrij kon komen, maar zij raakte de zoom van Zijn kleed aan en Hij keerde Zich om. Gelooft u dat? Gelooft u dat het vandaag opnieuw kan worden gedaan? Ja. Nu, hoe zou u dat willen aanraken?

177 De Bijbel zegt dat Hij de Hogepriester is, precies nu een Hogepriester, gezeten aan de rechterhand van de majesteit Gods, om voorspraak te doen op onze belijdenis. Wij belijden dat wij Hem geloven, en wij willen de Hogepriester aanraken. En als we Hem aanraken, hoe zou Hij dan handelen? Hij is hier in de vorm van de Heilige Geest. Dan zou Hij regelrecht terugspreken en het u helemaal precies vertellen. Klopt dat? Nu geloof dat, blijf gewoon zitten, blijf rustig, blijf eerbiedig en let op. Nu, als Hij het ten minste driemaal zal doen, dan zal het voldoende zijn, nietwaar? Als Hij het drie keer zal doen. Een, twee, drie, als Hij het zal doen.

     Hoe maakt u het?

178 Nu, even een ogenblik, terwijl we gewoon bidden. Zie, dit is iets wat ik niet... Dit is iets wat nu even iets anders is; ik heb gepredikt, en nu richt ik me hier op. Ik heb de Here hier lange tijd niet voor aangeroepen, maar de Here God kent mijn hart, en moge Hij uw verzoek toestaan. En ik geloof dat Hij het zal doen.

179 Nu, hier staat een vrouw, we zijn vreemden voor elkaar. Voor zover ik weet, heb ik haar nooit in mijn leven gezien. Misschien heeft zij ergens in het gehoor gezeten of kende ze mij door wat literatuur, maar de hemelse Vader weet, dat voor zover ik weet, ik haar nog nooit in mijn leven heb gezien. Zij is een vreemde.

180 Nu, als Hij Dezelfde is... Hier zijn een man en een vrouw die elkaar hier ontmoeten, zoals Jezus een vrouw bij de bron ontmoette, waarover ik daarnet sprak. Hij zorgde voor haar. Nu, deze vrouw is misschien niet schuldig aan dezelfde zaak als die vrouw, maar er is iets fout. Maar Hij draagt gewoon evenveel zorg voor haar als Hij bij die vrouw deed. Ziet u, Hij zorgt. Nu, en toen zij dat zag, herkende zij het. Nu, hier staan wij beiden evenzo. Ik heb haar nimmer gezien.

181 Nu, als de grote Heilige Geest, de Ongeziene, als nu de zintuigen van geloof Hem aan mij zullen verklaren... Hij heeft de geloofszintuigen gebracht, en Zijn Woord heeft het zo nabij gebracht in deze laatste dagen, dat Hij de foto ervan heeft gegeven. Hij bracht het zo nabij onze zintuigen, zalfde het, is heengegaan en is gezien hier binnenkomend en rond bewegend in die vorm van een Vuurkolom. Heeft Hij het niet gedaan? Nu is Hij hier, ik weet dat Hij hier is. Mijn geloof zegt dat Hij hier is. Nu, als Hij Zich hier slechts genoeg kan materialiseren om het leven van deze vrouw te vatten, ziet u, zoals Hij beloofde te doen. De Heilige Geest zou hetzelfde werk doen als Hij.

182 Nu, ik, daar ik heb gepredikt, wil ik gewoon een minuut met u spreken om het even te bezien.

183 Zoals Hij deed met de vrouw bij de bron; Hij zei: "Geef mij te drinken." Weet u, Hij zat daar waarschijnlijk te denken aan hen die voedsel waren gaan halen, en toen moest Hij even met haar spreken, weet u. De Vader had Hem daarheen gezonden. Hij moest. Hij was op weg naar Jericho; en Hij ging naar Samaria, dat is de berg op, Hij had een behoefte om daarlangs te gaan.

184 Wel, op de een of andere wijze werd ik gedrongen, de Vader zond mij van Arizona hierheen, en u bent gekomen. Dus het is helemaal hetzelfde. Niets gebeurt bij toeval, het gebeurt alles met een reden. Genade van God, zo is het.

185 Nu, ik ken u niet en u ziet er werkelijk gezond uit, en misschien bent u daar niet voor hier. Het kan wat anders zijn. Het kan een of andere geliefde zijn, het kan in het gezin zijn, financieel. Ik heb geen manier om dat te weten, u weet dat. Maar als Hij aan mij zal verklaren waarvoor u hier bent, zult u weten of het de waarheid is of niet. En zal het gehoor dan één van hart geloven? Nu, u hoort ons en het wordt op de band opgenomen en we staan hier gewoon op het podium.

186 Ik zie de dame haar hoofd zo ophouden. Ze heeft hoofdpijnen die haar kwellen, zoals migraine. Het zijn aanhoudende hoofdpijnen die steeds opkomen. Dat is waar. Als dat juist is, steek uw hand op. Ziet u? Dat is juist. Nog iets, ze heeft het aan haar schildklier, dat is haar verteld, hoe dan ook, u hebt daar last van, en hij heeft gelijk, het is de schildklier. En dan hebt u complicaties, er zijn gewoon veel dingen verkeerd met u; nerveus, verward, krijgt opvliegingen, "vraag me soms af waar ik sta, en of ik erbij ben of niet". En zo is het. Het is de waarheid. Nu, Hij kent u, u zou u nu niet kunnen verbergen als u het moest. Ziet u? Gelooft u dat Hij mij kan zeggen, wie u bent? Wel, Viola, keer terug naar huis, Jezus Christus maakt u gezond.

     Gelooft u?

187 Ik weet het niet. Jezus Christus weet alle dingen. Het is een andere vreemde voor mij. God kent ons beiden. Gelooft u dat ik Zijn profeet ben, Zijn dienstknecht? Gelooft u dat deze dingen die ik heb gepredikt uit dit Woord de waarheid zijn? Dat doet u? Als de Here Jezus mij zal vertellen waarvoor u hier bent, gelooft u dan dat ik Zijn dienstknecht ben? Hij doet dit omdat Hij voor u zorgt. Hij, Zijn zorg is voor u. Hij doet dat omdat Hij om u geeft. Hij zorgt ook voor deze anderen die in de rij zijn gekomen. Hij zorgt voor hen. U hebt moeilijkheden gehad, een ongeluk, een auto-ongeluk. U bent er helemaal over in de war. Dat is waar. U hebt last van uw benen. Zo is het. Het zal in orde komen en de nervositeit zal u verlaten. Ga gewoon naar huis en dank de Here, en zeg: "Prijs de Here!"

     "Indien gij kunt geloven, zijn alle dingen mogelijk." Goed.

188 Gelooft u? Ik ken u niet, u bent een vreemde voor mij. Maar God kent u. Gelooft u dat Hij mij de reden kan vertellen waarom u hier bent, of iets anders over u? Zou u het geloven? [De vrouw zegt: "Ja." – Vert] Daar is een andere vrouw, het was u niet. Nee, het is niet zo. U bent het, u bent hier voor iemand anders. U bent hier voor iemand, het is uw moeder. Dat is waar. Zij heeft ook iets aan haar been. Dat is waar. Zij is niet hier. Zij is in de buurt van een plaats, die mij zo'n beetje Engels toeschijnt, ergens daarginds. Dat is waar. Gelooft u? Goed, ga heen. Zij is genezen. Ga gewoon door.

189 Er waren twee vrouwen. Eén van hen was een stuk ouder, dus ik vroeg mij af waar het was. Ik keek om te zien waar het zich bevond. De Here God weet alle dingen, nietwaar? En Hij kan alle dingen doen. Gelooft u dat? Amen. Is Hij niet wonderbaar? Ik heb Hem lief. Hij is mijn Leven. Hij is alles wat ik heb. Hij is alles wat ik wil. Ga gewoon voort, Hij maakte u gezond, meneer.

190 De zalving volgde die dame. Daar zit nog een dame die last heeft van zenuwen, en zij heeft een gezwel onder haar arm. Is dat waar? Toen zij haar handen op u legde, toen voelde u een heel vreemd gevoel. Was dat niet zo? Toen genas Hij u. U zult gezond zijn. Jezus Christus. Kijk waar zij is. De vrouw die aan het bidden was, of hier, ziet u. Hebt u opgemerkt, toen zij bad, en ik voor haar bad, wat er gebeurde? Ziet u? Ik zag een andere vrouw en ik keek die kant op. Er was een geweldig medegevoel. Zij moeten elkaar kennen of zoiets, of ze zijn bekenden van elkaar, want deze vrouw had een medegevoel met die vrouw hier. Toen liep deze vrouw daarheen en raakte haar aan, en toen ze dat deed, keek ik en ik zag ginds iets, en daar stond ze, precies daar. Ik had die vrouw nog nooit in mijn leven gezien. God in de hemel weet dat. O, my! Waarom zou u twijfelen?

191 Indien gij kunt geloven, kan Hij zelfs gewoonten van u afnemen. Gelooft u dat? Gelooft u dat Hij u gezond zal maken? Ga dan heen, stop er nu direct mee en rook er nooit meer één. Ga heen en geloof met heel uw hart. Heb geloof in God, twijfel niet.

192 Gelooft u? Hebben we er al drie gehad? Heb geloof in God. Twijfel niet, geloof alleen. Gelooft u dat er hier nu een zalving is? [De samenkomst zegt: "Ja. Amen." – Vert] Amen. Twijfel niet. Geloof!

193 Ik ga u de handen opleggen, en geloof. Zult u met mij geloven? [De man zegt: "Ja, meneer." – Vert] In de Naam van Jezus Christus, laat deze broeder genezen zijn. Amen. Heb geloof nu, twijfel niet. Even een ogenblik.

194 Er is iets gebeurd daar achteraan in het gehoor en ik kon het niet zien, het is hier achteraan. Ik denk dat het nu voor mij verborgen is. Hier is het. Ik zie het in een schaduw. Het is een man, en hij lijdt aan nervositeit. Hij heeft een jongen die epilepsie heeft. Geloof met heel uw hart, meneer. Doet u dat? Dat is het. Goed, leg uw hand op die jongen daar en hij zal in orde zijn. Amen. Prijs de Here.

195 Gelooft u? Die duivel dacht dat hij zich daarvoor kon verbergen, maar hij faalde erin. Gelooft u? Die zaak beweegt zich nog steeds ergens. O my, wat een genade en zorg! Er is hier ergens nog een epilepticus. Ja, hier is het, precies hier. Gelooft u? Heb geloof. Gelooft u dat God u kent? U kunt terugkeren naar Ohio, en genezen zijn, meneer Nelson T. Grant. Dat is uw naam. Als u zult geloven, zullen die dingen u verlaten en u nooit meer last bezorgen. Ik heb de man nooit eerder in mijn leven gezien, ik weet niets van hem af.

     U kunt het nu niet verbergen, de Heilige Geest is hier!

196 Laten we onze hoofden buigen en God loven. Here Jezus, we danken U. U bent Dezelfde gisteren, heden en voor immer. Uw genade faalt nooit, Here, die is altijd dezelfde. Ik bid dat Uw grote barmhartigheid en goedheid op de mensen zullen rusten. U droeg er genoeg zorg voor, Here, om te komen en Uzelf te betuigen. U bent God. U bent de grote Heilige, de grote Heilige Geest. Nu, mogen deze mensen geloven, Here, als zij hier langs komen, en moge elk van hen genezen worden. Terwijl Uw zalving hier is, buig ik mij over deze zakdoeken. Ik bid, Here, dat U deze verzoeken zult toestaan, Vader. Sta het toe, Here, zowel hier als in het gehoor.

197 En moge iedere persoon die in Goddelijke tegenwoordigheid is genoeg zorg hebben om te geloven, dat U genoeg zorg droeg om op te staan in de laatste dag onder Uw volk, en om het te bewijzen! U kunt ze niet genezen, Here, U kunt niet doen wat u reeds hebt gedaan. U hebt hen reeds genezen. En dit is het enige wat gedaan kan worden om hen te doen geloven. En U zorgt genoeg; ondanks het vele ongeloof waar wij doorheen strompelen, zorgt U toch genoeg om Uzelf levend en opgewekt uit de dood te vertonen onder ons. Mogen we onze bekommernissen op U werpen, en elkeen in Goddelijke tegenwoordigheid worden genezen, zowel hun ziel als lichaam, door Jezus Christus' Naam. Amen.

198 Goed, kom langs deze kant hierheen, laat de mensen hier langs komen. Goed, Billy zal ze afroepen, sectie voor sectie. Laten we nu niet meer praten, de zalving is op mij, ziet u. Ik wil u de handen opleggen terwijl Dit hier is. Ziet u? Ik kan niet blijven stilstaan bij die onderscheiding. Als ik het doe... Hoevelen zijn hier voor gebed, steek uw hand op. Ongeveer 70%. Ziet u? Het is nu tien voor één. De doopdienst is hierna. Ik kan het niet doen, maar u kunt geloven. Als Hij genoeg zorgt om Zich te tonen, behoorde u genoeg zorg te hebben om te geloven. Is dat waar? Goed, laat het hele gehoor bidden. En Billy, of broeder Neville, één van hen, zal deze gebruiken, zal deze microfoon gebruiken. Laten we onze hoofden gebogen houden en bidden terwijl ze door de gebedsrij gaan. Nu, ik zal voor een ieder van u gaan bidden, u de handen opleggen en vragen of elke bezetenheid van de boze die u hebt, van u zal weggaan als u deze gezalfde plaats voorbij gaat, op dit moment, als ik het zo moet stellen. De zalving is daar achter precies als hier. Maar ik zeg dit omwille van uw geloof. Laat nu iedereen bidden.

199 In de Naam van Jezus Christus, laat dit jongetje worden genezen. Amen. God, in de Naam van Jezus Christus, laat onze broeder genezen zijn. In de Naam van Jezus Christus. Ik gehoorzaam Uw gebod, Here. U zei: "Deze tekenen zullen de gelovigen volgen." Gelovigen, ons beiden. "Indien zij de zieken de handen opleggen, zullen ze herstellen." In Jezus' Naam doe ik dat. In de Naam van Jezus Christus leg ik deze broeder de handen op. Amen. In de Naam van Jezus Christus leg ik onze broeder de handen op voor zijn genezing. Amen.

200 Hij zorgt voor u, zuster. Ik zorg ervoor u de handen op te leggen. Zorgt u genoeg om te geloven? Amen. In de Naam van Jezus Christus, laat het zo zijn dat onze zuster genezen zal zijn.

201 In de Naam van Jezus Christus, laat onze broeder genezen zijn. In de Naam van Jezus Christus, laat onze broeder genezen zijn. In de Naam van Jezus Christus, laat onze zuster genezen zijn. In de Naam van Jezus Christus, laat onze broeder genezen zijn. In de Naam van Jezus Christus, laat onze broeder genezen zijn. In de Naam van Jezus Christus, laat onze zuster genezen zijn. In de Naam van Jezus Christus, laat onze broeder genezen zijn. In de Naam van Jezus Christus, laat onze broeder genezen zijn. In de Naam van Jezus Christus, laat onze broeder genezen zijn. In de Naam van Jezus Christus, laat onze zuster genezen zijn. In Jezus' Naam, genees deze, mijn zuster, Here. In Jezus' Naam, genees deze, mijn zuster. In de Naam van Jezus, genees mijn broeder. In de Naam van Jezus Christus, genees deze, mijn zuster. In de Naam van Jezus Christus, genees mijn zuster. In de Naam van Jezus Christus, genees mijn zuster. In de Naam van de Here Jezus Christus, genees mijn zuster.

     Broeder, Hij zorgt. U ook? In Jezus' Naam, genees!

202 Iedereen in gebed nu, een ieder bid. Dit is uw volk dat hier door komt.

203 In Jezus' Naam, genees mijn zuster. In Jezus' Naam, genees deze, mijn broeder. Amen. In de Naam van Jezus Christus, genees deze, mijn broeder. In de Naam van Jezus Christus, genees mijn zuster. In de Naam van Jezus Christus, genees mijn zuster. In Jezus Christus' Naam, genees mijn zuster. In Jezus' Naam, genees mijn zuster. In de Naam van Jezus Christus, genees deze, mijn zuster. In de Naam van Jezus Christus, genees deze, mijn zuster, Here. In Jezus' Naam, genees deze, mijn zuster. In de Naam van Jezus Christus, genees deze, mijn zuster, mijn broeder. Genees deze, mijn zuster. Genees deze, mijn zuster, Here. Genees deze, mijn zuster, bid ik in Jezus' Naam. Genees mijn zuster, Vader, in Jezus' Naam. Genees mijn zuster, in Jezus' Naam.

204 Zuster, Hij zorgt. Zorgt u? In Jezus' Naam, ontvang uw genezing. In Jezus' Naam, ontvang uw genezing, zuster. In Jezus' Naam, ontvang uw genezing. In de Naam van Jezus Christus, ontvang uw genezing. In de Naam van Jezus Christus, genees deze, mijn zuster. Genees deze, mijn zuster, Vader, in Jezus' Naam. Genees deze, mijn broeder, in Jezus' Naam. Genees deze zuster, in Jezus' Naam. Genees onze zuster, in Jezus' Naam. Genees mijn broeder, Here, in de Naam van Jezus Christus. Genees mijn zuster, Vader, in Jezus' Naam. Genees deze, mijn broeder, in Jezus' Naam. Genees mijn zuster, in Jezus' Naam. Genees mijn zuster, in Jezus' Naam. Genees de kleine jongen, in Jezus' Naam. Genees broeder Creech, Here, In Jezus' Naam. Genees deze, onze zuster, in Jezus' Naam. Genees deze, onze zuster, in de Naam van Jezus Christus. Genees hen, Vader, in Jezus Christus' Naam. Amen.

205 God zegene u, broeder. Is dat uw kind? Wel, ik wist dat niet. De Here zegene u, broeder. Genees deze, mijn broeder, in Jezus' Naam. Genees deze, mijn zuster, God, in Jezus' Naam. Genees deze, mijn zuster, in Jezus' Naam. Genees deze, mijn broeder, in Jezus' Naam. Genees deze, mijn zuster, in de Naam van Jezus Christus. Genees deze, mijn broeder, Here, in de Naam van Jezus Christus. Genees deze, mijn zuster, in Jezus Christus' Naam. Genees deze, mijn broeder, in de Naam van Jezus. Genees hen, Vader. In Jezus' Naam.

206 Ik bied mijn oprecht gebed aan, voor een ieder. Zorgt u nu. Jezus zorgt. Jezus zond de Boodschap. Jezus zond Zijn Geest. Jezus zond Zijn Woord. Jezus zond Zijn dienstknecht. Wij zorgen allen. Nu, en u? Als u zorgt, geloof het, aanvaard het met oprechtheid, het zal u geworden.

     In Jezus' Naam, genees mijn broeder. In de Naam van Jezus, genees deze, mijn zuster. In Jezus' Naam, genees mijn zuster. In Jezus' Naam, genees mijn broeder. God, in de Naam van Jezus Christus, genees deze, mijn zuster. Sta het toe, Vader. In de Naam van Jezus Christus, genees mijn dierbare...?... In Jezus' Naam, genees deze, mijn zuster. In de Naam van Jezus Christus, genees mijn zuster. Heer, in Jezus' Naam, genees haar. O God des hemels, heb erbarmen met de mensen, sta het toe, Heer. Moge vlees en sterkte komen in de Naam van Jezus Christus. God, in de Naam van Jezus Christus, genees deze, mijn broeder. God, onze zuster hier in deze stoel, ik bid dat u haar geneest en haar gezond maakt, Heer, in Jezus' Naam. God, genees onze zuster hier in haar fijne handeling van liefde, die ons helpt...?... in Jezus' Naam. God, in de Naam van Jezus Christus, genees deze, mijn zuster. God, genees mijn broeder, bid ik, in de Naam van Jezus. God, in de Naam van Jezus Christus, genees deze, mijn...?... In de Naam van Jezus Christus, genees...?... In Jezus' Naam genees...?... In de Naam van Jezus Christus, genees deze, mijn zuster. In Jezus' Naam, genees...?... Heer. In Jezus' Naam, genees mijn broeder. In Jezus' Naam, genees deze, Heer. In de Naam van Jezus Christus, genees mijn...?... Heer. In de Naam van Jezus Christus, genees deze, mijn zuster. In Jezus Christus' Naam, genees...?... Genees mijn broeder in de Naam van Jezus Christus. Genees broeder in de...?... [Leeg gedeelte op de band – Vert]

206a Kom met alle oprechtheid; betwijfel niets, geloof alleen. En iedereen zij in gebed nu. Dit zijn onze mensen die hier langskomen, Gods kinderen. Geloof. Genees onze kleine zuster, Vader, in Jezus' Naam. Genees mijn dierbare...?... Here God, hij heeft zo lang gewacht, moge dit precies het uur zijn wanneer...?... In Jezus' Naam, genees deze...?... In de Naam van Jezus...?... In Jezus' Naam, genees haar, Vader. In de Naam van Jezus, genees...?... In Jezus' Naam, genees haar, Vader. In Jezus Christus'...?... In de Naam van Jezus, leggen wij onze handen op...?... In Jezus' Naam, genees haar...?... In de Naam van Jezus Christus, genees mijn zuster. Genees mijn zuster, Vader, in Jezus' Naam. In Jezus' Naam, genees mijn broeder. In Jezus' Naam, genees deze, mijn broeder, Heer. Hij...?... In de Naam van...?... God, genees mijn...?... God, in de Naam van Jezus Christus, genees mijn zuster. God, in de Naam van Jezus, neem...?... van mijn broeder en maak hem gezond, Vader...?... God, in de Naam van Jezus, genees deze, mijn broeder. In Jezus' Naam, genees deze, mijn zwager, bid ik. In Jezus' Naam, genees deze, mijn zuster, Heer, en God, genees haar...?... in de Naam van Jezus. Genees onze zuster, Vader, in de Naam van Jezus Christus...?... dienstknecht...?... O God, wanneer ik hoor van sommige verzoeken, sta toe dat het zo zal wezen. Laat het zo zijn in Uw Naam, Heer...?...

206b Nu, dat is de manier om het te ontvangen, broeder. Nu, daarvoor heeft de Heer het gedaan. Prijs de Heer. Zie of dat kind niet is...?... Nu, Hij laat me weten wat er verkeerd is met u. Ik roep het gewoon niet uit...?... in de Naam van Jezus Christus... O God, hier staat...?... Ik bid voor haar zoals zij hier staat voor Edith. We denken aan dat kleine ding, Heer. Zij is daarnet zeker voorbij geduwd. Haar zuster staat in haar plaats, Heer. Sta toe, o God, sta deze verzoeken toe, in Jezus' Naam, aan haar. God, heb barmhartigheid met onze broeder en genees hem, Vader, in Jezus...?... God, in de Naam van Jezus Christus, raak deze, mijn dierbare broeder, aan en maak hem gezond, Vader. In de Naam van Jezus Christus, genees onze zuster. In de Naam van Jezus Christus, Heer, genees onze zuster. Genees onze broeder, Vader, in de Naam van Jezus Christus. In de Naam van Jezus Christus, genees deze, onze zuster. O God, in de Naam van Jezus Christus, genees deze...?... God, genees deze kleine jongen, in de Naam van Jezus Christus. In de Naam van Jezus Christus, genees onze broeder, Heer. In Jezus' Naam, genees onze...?... O God, in de Naam van Jezus Christus, genees onze zuster. In de Naam van Jezus Christus, genees deze christenbroeder. Genees onze zuster...?... in Jezus' Naam. O God, genees deze, onze zuster, bid ik, in Jezus' Naam. God, genees onze zuster, want ik bid het in Jezus' Naam. God, maak haar gezond; sta het toe, Heer, in Jezus' Naam.

206c God, raak onze broeder aan. Het is Uw Woord. U beloofde het, Heer, en wij komen, gelovend dat...?... in Jezus' Naam. In de Naam van Jezus Christus, genees onze zuster, Heer. Zij komt met oprechtheid, gelovend nu. Moge zij gaan en gezond zijn. In Jezus' Naam, mag zij gaan en genezen zijn, Heer. God, leg Uw genezende hand op deze...?... Vader, moge zij naar haar huis terugkeren met haar verzoek. O God, sta de genezing toe, Heer. Genees onze zuster, Vader, in Jezus' Naam. Genees mijn zuster, in Jezus' Naam. God des hemels, genees mijn broeder, in de Naam van Jezus Christus. En mijn zuster, in de Naam van de Here Jezus. Genees deze...?... Heer, in Jezus' Naam. Genees deze, mijn schoonzuster, in Jezus' Naam. Genees mijn zuster, Vader, in de Naam van Jezus. Genees mijn broeder, Heer, in Jezus' Naam.

     Nu, Hij draagt er zorg voor; doet u dat ook, broeder. Geef Hem lofprijs en dank Hem en geloof met...?... Sta het toe, Heer; zijn lasten zijn vele geweest, verlicht ze nu, Vader. In de Naam van Jezus Christus, genees onze broeder.

206d Moge u...?... Sta het toe...?... God, sta haar genezing toe...?... de dierbare heiligen die wachten, de Heilige Geest rondom haar. God, moge zij gaan en U geloven. Sta het toe, Vader. In Jezus' Naam, moge hij vrij gaan, Vader. God, in de Naam van Jezus Christus...?... In Jezus' Naam...?... en genees haar. In Jezus' Naam, genees deze, mijn zuster. God, in de Naam van Jezus Christus, genees mijn broeder. God, in de Naam van Jezus Christus...?... God, maak mijn broeder gezond, in de Naam van Jezus Christus. God...?... kom langs...?... kracht zal hem gezond maken. O God, genees onze zuster, en toon haar, Heer, een plaats hier. Laat het naar beneden zakken, Heer, en moge zij...?... de kracht van God voelen, in Jezus' Naam...?... haar verzoeken...?... God, genees onze broeder, Heer, en moge hij gezond zijn. In de Naam van Jezus Christus, genees onze zuster, God. God, genees...?... maak hem...?... zoveel. Sta nu toe dat zij allen zullen...?... Genees onze Heer. Ik bid om barmhartigheid, dierbare Here Jezus...?... God, genees deze, mijn zuster, en maak haar gezond, Vader...?... Heer, en vele zijn haar smarten geweest en we delen ze. Nu, moge zij...?...

206e In Jezus' Naam, genees deze, mijn zuster, Heer. Genees mijn broeder, in de Naam...?... God, genees deze, mijn broeder, en maak hem gezond...?... Genees onze zuster, Heer, in Jezus Christus'...?... Genees mijn zuster in Jezus' Naam. Genees mijn kleine broeder, in de Naam van Jezus Christus. God, genees deze, mijn broeder, in de Naam van Jezus Christus. God, in de Naam van Jezus Christus, genees mijn broeder. God, genees mijn zuster. In de Naam van Jezus Christus, moge zij genezen worden. God, genees deze, mijn broeder. Moge in de Naam van Jezus Christus...?... O Vader, genees hem, in Jezus Christus' Naam. Genees...?... deze zuster hier, Heer, in de Naam van Jezus Christus, moge zij gaan en...?... God, sta haar verzoek toe, in Jezus Christus' Naam. Ik bid dat U dat verzoek toestaat. God, zuster Spencer, laat de genade en barmhartigheid van God... moge zoals zij op dit uur gewacht heeft, deze tijd waar zij het kan neerwerpen...?... En moge zij gezond gemaakt worden. God, broeder Ungren...?... God, laat het gaan...?... het Evangelie uitbazuinend. Houd hem gezond, God. Sta het toe in de Naam van Jezus. God...?... hier roept Uw Naam...?... Ik bid dat Uw kracht haar nu vrij zal zetten...?... Deze kleine moeder hier met oprechtheid...?... Is het niet precies voor zeven dagen dat zij zou...?... Sta het toe, Vader, in Jezus' Naam. God, voor haar kinderen. O God, zij zwerven en velen van hen zijn ziek, en dat meisje is ziek en zij heeft niet...?... O God, ik bid dat U het zult toestaan, door Jezus Christus' Naam. Ik ben zo dankbaar voor broeder Tom, Heer. Ik bid dat U hem zult genezen en hem zult helpen. Gezegend zij de Naam...?... Er is een man hier beneden...?... U wilt dat er ook voor u gebeden wordt, broeder? Here Jezus...

206f [Leeg gedeelte op de band – Vert]

Hij zorgt ook voor u,
Hij zorgt ook voor u,
Door zonschijn of schaduw,
Hij zorgt ook voor u.
Hij zorgt ook voor u, (werp dan gewoon uw zorgen op Hem)
Hij zorgt ook voor u;
Door zonschijn of schaduw,
Hij zorgt ook voor u.

207 Geeft u om Hem? Geeft u om Zijn Woord? Amen. De Here zegene u. Laten we een ogenblik onze hoofden buigen. Ik geloof dat ik deze verzoeken heb beantwoord. Ik heb de verzoeken voldaan, nietwaar, ieder van u.

208 Een poosje geleden maakte ik een foutje in de samenkomst. Ik ben er zeker van dat iemand het heeft opgemerkt. En de Here wees het mij nu ergens aan. Ik zei iets over iemand, toen ik het uitsprak voor iemand anders. Ik kan de betrokken persoon niet zien, maar het was iemand op wie ik een zegen plaatste die voor iemand anders was. En ik... Ze kwamen erg snel door en ik bemerkte het niet. En ik heb niet... Ja, het was, ik zie het nu. Het zijn deze man en vrouw die hier zitten. Als ik me niet vergis, schudde ik hen gisteravond de hand in een motelkamer of zoiets, een motelparkeerplaats, hier bij de Jefferson Villa. Ik zei iets tot de man, noemde het "zuster" in plaats van "broeder", toen u langs kwam. Bemerkte u dat? Ik bedoelde dat voor uw vrouw. Nu, zij heeft al een poosje last, last van haar ingewanden, al een lange tijd. U komt uit Illinois. Mevrouw Mongaland, dat is juist, dat is uw naam. Nu, u weet dat ik u niet kende, maar u bent nu regelrecht in contact. Gelooft u met heel uw hart en het zal volkomen verdwijnen, gewoon normaal zoals het altijd was, als u zult geloven. Opdat u mocht zien dat heel de tijd, nu ik...

209 Het enige wat ik weet, ik herinner mij dat ik gisteravond aan de man dacht, ik vond dat hij zulk prachtig haar had, met de scheiding in het midden, deze man met grijs haar die hier zit. Ik keek toevallig en daar was dat Licht dat zo boven hen en rond hen scheen. En dat was het. Toen zag ik het visioen doorbreken. Ik weet niet wie ze waren noch iets ervan. De dame was daar gisteravond en ik vroeg: "Komt u naar de samenkomst?" Zij zei: "Ja." Maar de genade van God trok het weer regelrecht terug, en dat is wie het waren. Bemerkte u het in de gebedsrij broeder, dat er iets werd gezegd dat verwisseld was? Het was voor de zuster in plaats van voor u. Zo was het, het ging naar de zuster daar.

210 Nu, opdat u mocht weten, dat gedurende die gebedsrij die Engel des Heren daar was. Hij zou het kunnen noemen. Maar als u het noemt, wordt u zwakker, zwakker, zwakker. Ziet u? Dus Hij zorgt voor u, en ik zorg voor u. Ik zou er misschien nog vier of vijf meer hebben kunnen uitroepen, en dan, voor u het wist, had Billy mij hier uit de preekstoel weg moeten halen. Maar ik dacht, zeker, ik heb al deze jaren hier bij u gewoond, en heb het land doorkruist, u weet dat ik u liefheb. O, ik heb u lief alsof jullie mijn eigen kinderen zijn, en jullie zijn mijn kinderen in het Evangelie. Ik heb u verwekt voor Christus, door het Evangelie. En nu denk ik dat deze verzoeken, enzovoort hier, dat ik ze heb beantwoord.

211 Nu, ik heb u lief. En ik dacht dat als ik u de handen zou opleggen, en u zag dat de Heilige Geest dat aan het doen was, en toen kwam er enige aarzeling in de samenkomst, zo in de gebedsrij. Ik miste het, ik ging er zo snel doorheen en riep de ene zegen uit na de ander, en toen keerde de Heilige Geest Zich, nadat de samenkomst voorbij was, terug en toonde het regelrecht opnieuw aan. Ziet u? Ziet u niet dat Hij zorgt! Zorgt u nu? Zorgt u genoeg om te zeggen: "Vanaf dit moment is er iets in mijn hart wat me zegt dat mijn kwalen voorbij zijn. Ik ben gezond, ik zal gezond worden!" Gelooft u het? Steek uw handen op: "Ik geloof dat!" God zegene u.

Door zonschijn of schaduw,
Hij zorgt ook voor u.

212 Dit is gewoon een geweldig groot liefdesfeest. Laten we het zingen en elkaar de hand schudden.

Hij zorgt ook voor u,
Hij zorgt ook voor u,
Door zonschijn of schaduw,
Hij zorgt ook voor u.

213 Ik heb u vanmorgen zo lang gehouden dat ik... Mijn herder predikt niet zo lang als ik. Hij zal proberen u vanavond de boodschap te brengen, en wij zullen u laten weten of er komende zondag een dienst zal zijn onder die titel. Als ik er niet ben, zullen er evengoed samenkomsten zijn. Dus de Here zegene u allen, iedereen. Ik denk dat er nu direct een doopdienst komt.

214 Dus als u een moment wilt opstaan, voor het uitgaan. Laten we dat opnieuw zingen. "Werpt uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u." En nu, als u om Hem geeft, laten we zeggen: "Here, ik..." Als u dit doet, legt u deze verklaring af: "Here, ik weet dat U voor mij zorgt. En ik steek mijn handen op, ik draag zorg voor U." Laten we nu onze handen omhoog houden in dit liefdesfeest der liefde, terwijl we zingen.

Hij zorgt ook voor u,
Hij zorgt ook voor u,
Door zonschijn of schaduw,
Hij zorgt ook voor u.

215 Nu, terwijl we onze hoofden buigen, zeg... [Broeder Branham neuriet "Hij zorgt ook voor u"] O, die lieflijkheid van mijn Here. Voelt u niet dat Zijn liefde u dicht bij Hem trekt? Zeg: "Here, ik heb U lief. Ik heb u lief. U zorgt voor mij, Here. U gaf zoveel om mij dat U voor mij stierf toen ik nog een zondaar was. U werd verwond om mijn overtredingen, door Uw striemen werd ik genezen."

Hij zorgt ook voor u,
Hij zorgt ook voor u,
Door zonschijn of schaduw,
Hij zorgt nog altijd voor u.

216 Bedenk dat nu terwijl u uw hoofden buigt. Ik zal broeder Edwards hier vragen of hij met ons wil eindigen in gebed. Maar laten we het eerst nogmaals neuriën. [Broeder Branham begint te neuriën "Hij zorgt ook voor u"] Bedenk, zonschijn of schaduw, Hij zorgt nog steeds. Hij zorgde. Zorgt u? Zeg: "Ja, Here, ik beloof zorg te dragen. Ik ga nu voorwaarts. Van nu af aan zorg ik. Ik draag zorg voor mijn getuigenis." [Broeder Branham neuriet verder: "Hij zorgt ook voor u"] "Hij zorgt voor u." Broeder Edwards.