Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Waarom het kleine Bethlehem

Door William Marrion Branham

1 Fijn om hier te zijn vanmorgen. Ik geloof dat broeder Williams mij meedeelde dat wij iets speciaals zullen krijgen door iemand uit zijn gemeente. [Een zuster zingt: "Vul mijn beker, Heer"] Daarvoor zijn we hier deze morgen, om onze beker omhoog te houden: "Vul het, Heer." Dit is de enige tijd dat wij de gelegenheid hebben dit te vragen. Er zal een tijd komen dat we aan de andere zijde zullen zijn en dan hebben wij die gelegenheid niet meer. Dus zolang we het kunnen en bij ons gezonde verstand zijn denk ik dat één van de verstandigste dingen die iemand kan doen, zolang God ons de gelegenheid daartoe geeft, is hem te vullen. Laat onze bekers nu gevuld worden met Zijn liefde en genade.

2 Er is iemand die lang geleden bij ons zat, eigenlijk niet zo lang geleden, en hij is overleden. En er is een groot verdriet in ons hart voor broeder Williams. Het is de vader van broeder Williams, onze afdelingspresident hier. Hoe oud was uw vader, broeder Williams? Achtentachtig. Dat is ongeveer achttien jaar, denk ik, voorbij de... nee, het zou moeten zijn, ja, achttien jaar voorbij de beloofde tijd. Een dapper man. Het is nog niet zo lang geleden sinds ik in de samenkomst tegen hem zei, en zonder broeder Williams te geringschatten, ik zei: "U ziet er jonger uit dan uw zoon, Carl." Het laat gewoon zien dat wij vandaag hier zijn en morgen zijn we niet meer hier. We weten niet wanneer die tijd aanbreekt, wanneer het komt, maar we weten dat het zal komen. Ik bedacht, dat het leven een geweldig iets is, het leven biedt veel kansen.

3 We hebben net iets zeer tragisch meegemaakt, met iemand die al zo lang naar onze gemeente komt, uit Chicago, een moeder werd onlangs bij het naar huis gaan gedood. Zij was dichtbij, ik denk dicht bij de zeventig, en zij en haar man reden naar Kansas, Missouri en een sneeuwstorm stak op. Een man die daar reed, had z'n auto niet meer onder controle en haar nek werd op slag gebroken. En we weten niet wanneer dit ons overkomt. Toen ik... zij telefoneerden mij om mij erover te vertellen en ik belde al de kinderen op, overal door de Staten verspreid om het hun te vertellen. Natuurlijk, omdat ik hun herder ben, was ik eigenlijk degene om hen ervan in kennis te stellen. Denk eens in hoe snel wij heen kunnen gaan en dan staat daar een doos met snoep die zij voor mij heeft neergezet, die zij een week geleden voor me gemaakt heeft en mij gegeven heeft. Gewoon te zien hoe snel we weggenomen kunnen worden. Maar als dit leven het enige was waarop wij onze hoop gesteld hadden, zouden wij een diep ongelukkig stel mensen zijn. Job zei in het 14e hoofdstuk: "O, dat Gij mij in het graf zou willen verstoppen en mij bewaren in de geheime plaats."

4 Hebt u ook opgemerkt hoe de natuur van God getuigt? We zien de bomen, de bladeren vallen van de bomen en het leven in de boom gaat naar beneden de grond in, zoals in het graf, en blijft daar tot de wraak van de winter voorbij is, keert dan weer terug om nieuw leven voort te brengen. Het is een bewijs dat wij opnieuw zullen leven. De zon gaat 's morgens op, net een kleine baby, het is zwak; na een poosje is zij in de tijd dat zij op school is, middelbare school; dan om twaalf uur is zij in haar kracht; dan gaat ze in de middag de andere kant op; dan wordt ze in de avond weer zwakker en sterft. Maar dat is niet het einde van de zon, zij komt de volgende morgen weer op om aan een andere generatie te bewijzen dat er een leven, dood, begrafenis en opstanding is.

5 Zelfs de natuur spreekt overal over Hem. En de natuur is een geweldige getuigenis, op een andere manier, namelijk dat wij dit opstandingsleven niet kunnen hebben tenzij het Gods doel dient. Als nu een zaad geplant is en dat zaad wordt bevrucht brengt het een nieuwe bloem voort. Maar als het niet bevrucht wordt, zal het geen nieuwe bloem voortbrengen, als het Gods doel niet dient. Toch komt het niet op omdat het een bloem is, maar omdat het Gods doel dient. De reden dat de zon opkomt is omdat zij Gods doel dient. En wij staan op wanneer we Gods doel dienen.

6 Ik geloof dat broeder Williams in het leven Gods doel diende, een echte vader. En ik zie zijn geliefde metgezel, mevrouw Williams, hier zitten. Een ware echtgenoot, dat is één van Gods bedoelingen. Een vader, één van Gods bedoelingen. En hij werd bevrucht voor God, door de Heilige Geest, Gods hoofddoel. Dus met te zeggen dat broeder Williams niet zal opstaan en weer bij ons zal zijn, zouden we moeten zeggen dat er geen neerdaling van het sap en geen opgang van de zon bestaat. Alles spreekt van zijn wederopstanding, om weer bij ons te zijn, alles. Allereerst de zon, de bloemen, de natuur, plantaardig leven, alles spreekt ervan. En dan spreekt het Woord van God nog voor hem. En bovendien klopt datzelfde geloof in ons hart dat wij hem weer zullen zien. God geve zijn ziel rust. Laat ons, als een kleine saluut aan hem die eens bij ons zat, voor een moment gaan staan.

7 Hemelse Vader, we hebben nooit geprobeerd een bijeenkomst als deze te houden met de bedoeling om gezien of gehoord te worden. Wij zijn altijd samen gekomen tot opbouwing van Uw Zoon, Jezus Christus, om getuigenis te geven aan diegenen die zonder Hem zijn, opdat zij Hem vinden mogen. Wij en onze harten zijn bedrukt over degenen die achtergebleven zijn door het afscheid van onze broeder, één die niet lang geleden bij ons zat, vele malen in deze zelfde afdeling heeft gezeten. Maar wij geloven dat U hem een goed, krachtig leven liet leiden en zijn ziel is heden bij U. Geef hem rust, o God, tot die dag wanneer wij hem terug zullen zien. Zegen zijn zoon hier, zijn overige kinderen, zijn geliefde vrouw en diegenen die hem liefhadden, en dat zijn wij allemaal, Vader. En mogen wij er aandacht aan schenken dat ook wij broos zijn en op een dag moeten gaan, dus laten wij ons voor dat geweldig uur gereedmaken. En als er hier vanmorgen sommigen mochten zijn die voor deze gebeurtenis niet zijn voorbereid, moge dit de dag zijn dat zij "ja" zeggen tegen de Here Jezus en voor Hem bevrucht worden door de Heilige Geest, want wij vragen het in Jezus' Naam. Amen. U kunt gaan zitten.

8 Nu, we willen een paar bekendmakingen aankondigen. Ik vertelde aan mijn vrouw die daar vanmorgen achterin zit, ik zei: "Lieveling, ik zal met het ontbijt geëindigd zijn..." We moesten de stad in om enkele dingen te doen. En ik zei: "Ik zal tegen tien uur eindigen." Ze keek me aan. Ik zei: "Als ik om tien uur niet uit ben, koop ik je drie nieuwe japonnen van jouw keus." Dus weet ik wat er gaat gebeuren, ik ben nu al drie japonnen schuldig, omdat het nu al twintig voor tien is. Maar ik zal me zo snel mogelijk proberen te haasten.

9 We zijn blij hier in Jericho vanmorgen met u, broeders, te zijn en wij nodigen u maandagavond uit om naar Jeruzalem, te Tucson, te komen, voor het banket dat daar gehouden wordt. Ziet u, Phoenix ligt in de vallei, zoals Jericho. Tucson, waar ik woon, ligt op de berg, dat is Jeruzalem. Waar ben je, Tony? Waarom zegt niet iemand hier "amen". Hier zit ìk nu in een valstrik, Tony is niet eens komen opdagen. In ieder geval is morgen, of maandagavond, het banket in Tucson en we zouden zeker blij zijn, als u in de buurt bent, dat u binnenwipt om ons te bezoeken. Mijn onderwerp die avond, zo de Here wil, is: "Wij hebben Zijn ster in het Oosten gezien en zijn gekomen om Hem te aanbidden."

10 En de negentiende van deze maand, of volgende maand liever, negentien januari, begin ik hier met een opwekking, hier in deze ruimte, het Ramada Hotel hier, en wel de negentiende, twintigste en eenentwintigste. En dan de tweeëntwintigste, geloof ik, begint de... drieëntwintigste, ik heb vier avonden hier voor een opwekking. Velen van u prediker-broeders, we zijn zeker blij u vanmorgen bij ons te hebben en we nodigen u hartelijk uit uw mensen mee te brengen. Speciaal degenen, die u hier in de stad kent en waarvan u weet dat zij de Here Jezus niet als hun Redder kennen. En dan verder, voor degenen die ziek zijn en geloven dat God gebed beantwoordt; we streven ernaar voor de zieken te bidden gedurende die tijd net voorafgaand aan de grote Nationale Conventie die hier gehouden wordt en de tweeëntwintigste begint. Ik ben er zeker van dat u dit wilt horen, omdat er vele buitengewone sprekers komen en ik ben er zeker van dat u een geweldige tijd zult hebben.

11 Nu, vanmorgen heb ik erover gedacht hier tot deze afdeling te spreken. Phoenix heeft altijd een plaats in mijn hart ingenomen. Ik houd van Phoenix. Ik was hier toen ik een jongeman was, hier bij Wickenburg, net daarboven. En woonde hier ter hoogte van de Zestiende straat in Henshaw: Het was toen nog een woestijn. Maar ik zie dat het nu midden in de stad ligt, en wel, eigenlijk in het hart van de stad. Het laat zien dat de tijden veranderen. Maar er is iets waarover ik vanmorgen wil spreken, dit is de Onveranderlijke, dat is God. God in Zijn programma, Zijn Woord, het verandert nooit. Tijd verandert, mensen veranderen, systemen veranderen, maar God verandert nooit, Hij blijft immer dezelfde.

12 En ik dacht, daar wij de Kersttijd naderen, dat ik misschien zou spreken over een Kerstboodschap. En nu, als u uw Bijbels hebt en wilt meelezen, zoals sommige mensen graag doen bij een evangelist of spreker, wil ik een gedeelte van het Woord lezen uit het Evangelie van Mattheüs, het 2e hoofdstuk.

     Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem in Judéa, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem,

     en vroegen: Waar is de Koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben Zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem te aanbidden.

     Toen koning Herodes hiervan hoorde, ontstelde hij en geheel Jeruzalem met hem.

     En hij liet al de overpriesters en schriftgeleerden van het volk vergaderen en trachtte van hen te vernemen, waar de Christus geboren zou worden.

     Zij zeiden tot hem: Te Bethlehem in Judéa, want aldus staat geschreven door de profeet:

     En gij Bethlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder de vorsten van Juda, want uit u zal een Leidsman voortkomen, die Mijn volk Israël weiden zal.

13 Moge de Here Zijn zegeningen toevoegen aan het lezen van Zijn Woord. En nu, met enkele aantekeningen hier en sommige er naar toe verwijzende Schriftverzen, zou ik graag voor een poosje uw onverdeelde aandacht willen hebben bij het onderwerp: Waarom het kleine Bethlehem.

14 Weet u, met Kerstmis, ik geloof dat wij allen, te veel van ons, ik zou niet willen zeggen àllen, maar al te veel van ons raken de werkelijke waarde kwijt van wat Kerstmis inhoudt. Zoals ik hier opgemerkt heb zijn zelfs de palmbomen versierd en in het Oosten is het altijd de denneboom of de altijd groene boom. En maanden, of weken liever, misschien een maand of zes weken voor Kerstmis eigenlijk begint, is het altijd één schittering en het grote... Men maakte er een handel van in plaats van wat het eigenlijk betekent.

15 Ik geloof niet dat Christus op 25 december geboren is. Ik geloof dat totaal niet. Het zou onmogelijk zijn vanwege de dingen die gebeuren moesten. De heuvels van Judéa zijn dan bedekt met sneeuw, wel, de sneeuw reikt daar tot je middel in de maand december, boven in Judéa. Maar wij beseffen bij het bestuderen van de geschiedenis dat Christus waarschijnlijk in het voorjaar geboren werd, waarschijnlijk omstreeks april of mei, in die buurt. Maar toen dit veranderd werd, wat men deed, toen het Christendom werd omgekeerd in Romanisme, stelden zij de zonnegod's geboortedag in, wat van de zon was op de vijfentwintigste, van de eenentwintigste tot de vijfentwintigste december, wanneer het ondergaan van de zon bijna nauwelijks verandert. En toen was dat de verjaardag van de zonnegod, dus veranderde men het in de Zoon van God.

16 Maar bedenk, wat voor dag het ook mag zijn, toch nemen wij de heiligheid niet weg van wat het hoort te zijn. Waar Satan ons hiervan beroofd heeft, er een grote handel van heeft gemaakt en Sinterklaas alles van de aanbidding gestolen heeft. En het is een dag zoals Pasen geworden, met paashazen en roze eendjes. Wat heeft dat met Pasen te maken? Wat heeft dat met de opstanding van Christus te maken?

17 Het is precies als de wereld vandaag, zij, de kinderen op straat kunnen u meer over Davey Crockett vertellen dan over Jezus Christus. Ze kunnen u meer over een bandiet, een of andere misdadiger van vroeger vertellen dan over de Vorst des Levens die negentienhonderd jaar geleden werd geboren. Maar dat neemt de ware zaak van ons Christenen niet weg.

18 Licht, ziet u, schijnt altijd op z'n best in de duisternis. Het bliksemlicht aan de zwaar bewolkte avondhemel toont dat er licht in duisternis kan wezen. En wanneer het licht schijnt zie je geen... Als de zon schijnt hebt u de lampen niet zoveel nodig. Maar hoe donkerder, hoe kleiner het licht, des te helderder zal het schijnen in de duisternis. Hoe donkerder hoe beter het zichzelf toont. En dit is min of meer zoals wij Christenen zouden moeten getuigen voor de eer van God, die Zijn Zoon aan ons geeft. Dit Kerstfeest behoort iets buitengewoons te zijn. Wij Christenen behoren... Het geeft niet hoedanig het eruit ziet, het zal het des te beter laten schijnen. De hele wereld heeft een onecht schijnsel. Wij hebben Christus. En dàt zouden wij moeten laten schijnen in dit duistere uur waarin we nu leven.

19 Wij denken erover hoe God dingen doet op ongebruikelijke wijze, omdat Hij Zelf ongewoon is. God is niet gewoon. Hij is de Bovennatuurlijke, de Oneindige, waarin wij eindigen. Dus alles wat Hij doet is zo ongewoon. En God is zo groot, dat Hij de onherkenbare dingen van de aarde neemt om Zich daardoor te laten herkennen.

20 Laten we hier opmerken in mijn onderwerp, van 'Waarom klein Bethlehem', die kleinste van heel Judéa, van de vorsten van de andere steden van Judéa - waarom verkoos God Zijn Zoon naar die plaats te zenden? Hierover willen wij spreken. God neemt de dingen van de wereld, ik geloof dat de Schrift zegt: "Door de dwaasheid der prediking behaagde het God de onherkenbare dingen te nemen." Wat wij groot maken noemt God dwaas. Waar wij zoveel eer aan geven, daar zegt God van: Het is niet goed. En aan wat wij denken dat niet goed is geeft God eer.

21 Ik dacht eraan dat net voor de geboorte van onze Heer, toen alle profeten, enzovoort, hadden gesproken van de voorloper die zou komen, "hoe elke berg vlak gemaakt zou worden en de dalen hoog en de bergen huppelen zouden als lammeren en de bladeren in hun handen zouden klappen." En het was een prediker, een profeet met de naam van Johannes die uit de woestijn kwam, niet eens van een theologische school, bakkebaarden langs zijn hele gezicht, in een stuk schapevacht, niet in een geestelijk gewaad, die verscheen en aankondigde: "Het Koninkrijk van God is nabij!" En de mensen konden zo'n uitrusting nauwelijks begrijpen, die kwam zonder herkenning van een systeem, iets waartoe hij behoorde, een gemeenschapskaart of een denominatie die hem steunde. De boodschap was te geweldig, hij kon geen mens nemen, God onderwees hem daar in de woestijn. Zijn boodschap ging niet over zekere theologische termen. Hij sprak over slangen en bijlen en bomen en daar was hij aan gewend, in de gaten houdend hoe de natuur werkte. En dat was zijn manier van benaderen. Niet als een predikant, maar als een natuurmens.

22 En de mensen konden hem nauwelijks begrijpen. Hij had niet eens een preekstoel en was waarschijnlijk in geen enkele welkom, maar hij predikte aan de oevers van de Jordaan, stond waarschijnlijk tot aan zijn knieën in de modder. Maar de mensen, zij die oprecht van hart waren, liepen uit om het te horen. Zij wilden luisteren omdat het iets anders was, er zat een klank van Waarheid aan.

23 Vandaag zou het zo moeten zijn bij de benadering van de geboorte van Christus, onze Boodschap, dat het een klank van Waarheid zou moeten hebben die de mensen dorstend zou maken om Hem te vinden.

24 God nam deze eenvoudige man, zonder opleiding, niet één dag op school, en toch werd er gezegd dat hij de grootste was onder al de profeten die ooit hebben geleefd, omdat God Zich vereenzelvigt in onherkenbare dingen.

25 Zo was het toen Jezus zijn discipelen koos. Menig man was beter bekwaam voor de taak dan die discipelen, zij waren predikanten, hij riep er niet één. Er waren predikanten in die dagen, grote mannen, priesters, opgeleide mannen, beroemde mannen, maar Hij heeft ze nooit geroepen. Hij nam vissers, tollenaars, enzovoort, om Zijn boodschap uit te zenden. Hij doet dat altijd.

26 In de dagen van Noach, koos Hij een boer, enkel een gewone boer om de vernietiging van dat tijdperk aan te kondigen. Enkel een gewone boer, geen geestelijke, gewoon een boer!

27 In de dagen van Mozes, nam Hij een weggelopen slaaf, geen geestelijke. En Hij liet hem het land verlaten tot Hij tevreden was, liet hem achterin de woestijn om zijn opleiding kwijt te raken en verscheen hem in een brandende struik en zond hem heen met een kromme staf in zijn hand om een natie over te nemen waaruit Hij hem had laten wegvluchten.

28 God neemt de simpele dingen, ziet u, om Zichzelf daar in te identificeren. Ziet u, Hij neemt Zijn... het is gewoon Zijn Woord. Hij maakte de wereld uit de dingen die niet waren verschenen.

29 Enkele dagen geleden was ik in de Morris gehoorzaal, in één van onze grote campagnes in New York, en ik luisterde naar een lezing over Einstein, die ging over de melkweg, die vertelde dat er honderdvijftig miljoen lichtjaren nodig zijn om erheen te gaan en honderdvijftig miljoen jaren om terug te keren. En dan, denk eens in, honderdvijftig miljoen lichtjaren, dat zou driehonderd miljoen lichtjaren worden. En wanneer u dan hier weer terugkwam zou u slechts vijftig jaar weg zijn geweest. Denk eens in, hoe snel het licht reist, honderdzesentachtig duizend mijl per minuut en denk eens in hoeveel biljoenen en triljoenen jaren het zou kosten om daar heen te gaan en terug te komen. Honderdtwintig... driehonderd miljoen lichtjaren. En dat is alleen maar één melkweg in het sterrenstelsel dat God eenvoudig uit Zijn hand blies en dan maakte Hij de eeuwigheden van tijd in lichtjaren daaraan voorbij, en Hij kijkt vandaar op hen neer.

30 En dan zei deze Rus die ongeveer honderdvijftig, tweehonderd mijl hoog in de lucht was, dat hij totaal geen God of engelen gezien had. Hoe onnozel kan een mens worden! En denk dan aan al die biljoenen en triljoenen jaren; en slechts vijftig jaar hier vandaan. Wat deed hij? Brak de Eeuwigheid binnen.

31 Men zegt dat deze astronaut die pas omhoog gegaan is, zoveel uren boven was, hij ging zoveel..., zeventien keer de wereld rond, of wat het ook was, men zei dat het zelfs niet... het was nog geen seconde in zijn leven. Hij reisde met de tijd mee. Dus ziet u dat u overgaat in Eeuwigheid. Dat is de grootheid van God.

32 Ons verstand kan niet bevatten hoe groot Hij is. En toch wanneer Hij zich gereedmaakt om Zichzelf te openbaren, maakt Hij het zo eenvoudig, neemt de eenvoudige dingen om het te doen, de eenvoud ervan.

33 David, hij scheen de... Van alle zeven zonen van Jesse, was hij de laatste die voor de profeet werd gebracht. Zelfs zijn eigen ouders konden wel gelachen hebben, zij konden zich een kleine rossige David, een rossig uitziende man met wat gebogen schouders, niet voorstellen als de man die de koning van Israël zou zijn. Hij mocht er voor deze mensen niet als een koning hebben uitgezien, maar hij moest voor God er stellig wel zo hebben uitgezien, omdat zij... Hij zalfde hem in ieder geval tot koning. Hij nam de eenvoudigste van Davids familie, of van Jesse's familie, om hem koning te maken. Iets wat de wereld afgewezen had, de... hij dreef hem of zond hem terug om voor de schapen te zorgen. Hij bracht zijn eerste zoon, een groot, sterk, statig uitziend man, hij kon waarschijnlijk kaarsrecht staan en er uitzien als een koning van Israël en dat was degene waarvan zij dachten dat hij er goed uit zou zien met een kroon op zijn hoofd, met de koningsmantel, en hij zou de staf kunnen dragen, of wat men ook aan een koning doet. Hij zag er voor de ogen van de mensen goed uit.

34 Maar de profeet met de zalfolie in zijn hand zei: "Hebt u geen andere?" En hij had ze één voor één laten komen tot hij tenslotte zei: "Hebt u er niet nog één?"

35 Hij zei: "Ik heb er nog één, maar misschien zou hij niet geschikt zijn. Hij is een wat zwijgzame jongen, wij laten hem daarginds schapen hoeden."

36 Hij zei: "Laat hem halen." En zodra de gezalfde profeet hem in het oog kreeg, goot hij de olie op zijn hoofd, en zei onmiddellijk: "Dit is degene die God koos." Zie? Ziet u, het is niet altijd het klatergoud van de wereld. Het is Gods keus.

37 En door genade koos Hij ons, dus zijn wij daar vanmorgen dankbaar voor. En het zijn niet die grote opzichtige dingen van de wereld. De nederigste kan een dienstknecht van Christus zijn, iemand die gewillig is te worden gebruikt.

38 God zalfde hem, begrijpt u, Hij neemt de geringe dingen. Nu, waarom nam Hij het kleine Bethlehem? Ogenschijnlijk waren er grotere plaatsen waar de Koning, de grote Koning der koningen geboren had kunnen worden.

39 Gewoonlijk, wanneer we hier op aarde een evenement regelen, proberen wij het meest vooraanstaande, meest schitterende ding dat we kunnen bedenken te krijgen, we brengen het naar de voornaamste plaatsen en besteden het meeste geld, en de meest uitgebreide dingen. Zo doen wíj het.

40 Maar God doet het niet op die manier. Hij neemt iets dat niets is, zodat Hij kan laten zien dat Hij machtig is, dat Hij kan... Als Hij een hogepriester had genomen of een goed opgeleide man, in de dagen toen Hij de apostelen riep, als Hij die genomen had in plaats van een onontwikkelde, ongeleerde visser, die zijn eigen naam niet eens kon schrijven, had men kunnen zeggen: "O, dat, zie, uw opleiding komt goed te pas." Maar God nam een man die zelfs zijn naam niet kon schrijven, zodat Hij iets kon nemen wat Hij in Zijn hand kon krijgen, iets waarvan Hij iets kon maken, om te tonen dat Hij God is. Wanneer we zo ver komen dat we beseffen dat wij niets zijn, zorg dan in Gods hand te komen en Hij kan u kneden en vormen zoals Hij wil dat u bent. Maar zolang wij vinden dat we belangrijk zijn, dan zult u niets bereiken. Men kan zelfs niet in de handen van God komen, tot we beseffen dat we niet belangrijk zijn.

41 Een van mijn kleine meisjes vroeg mij onlangs over belangrijkheid. Ik zei... Wel, sprekend over een gewichtig man, het was de president die net vermoord was, en ons hart was er bedroefd over. En ik zei: "Welnu, hij was een belangrijk man." De kranten schreven erover en de televisie nam het op, en het heeft de regering biljoenen en biljoenen dollars gekost om dat uit te zenden. Wat in orde is, dat is hun zaak. Maar ìk zei... Deze kleine Pinksterprediker daar in Carolina, waarbij een man binnen kwam lopen, een dronken man met zijn jachtgeweer, die riep om zijn vrouw, schoot de man regelrecht uit de kansel, schoot toen zijn vrouw en schoot zichzelf; een klein stukje op de achterpagina van de krant, ongeveer zó groot. Laat me u zeggen, broeder, het maakt niet uit wie we zijn. "Wil je weten hoe belangrijk je bent?", zei ik tegen mijn kleine meid, "Steek je vinger in een emmer met water en haal hem eruit en probeer het gat te vinden." We zijn niets. Er is slechts Eén belangrijk en dat is God. We moeten niet vergeten dat het om Hem gaat.

42 Het zag ernaar uit dat als de mens een plaats voor de Koning had moeten vaststellen om geboren te worden, er dan wel grotere religieuze en historische plaatsen voor de Koning waren dan dit kleine Bethlehem. Plaatsen, bijvoorbeeld zoals Silo. Silo was waar de ark het eerst werd opgezet, dat weten we als we de Jordaan overgaan aan deze kant van Palestina, waar de ark voor haar eerste aanbiddingsplaats werd opgezet. Of Gilgal; Sion, Sion een grote plaats; Gilgal eveneens.

43 Of de trotse grote hoofdstad Jeruzalem, waar de leiders van alle organisaties vergaderden, hun hoofdkwartier, het leek erop of men in Jeruzalem een plaats voor de grote Koning in orde gemaakt had om daar geboren te worden, als men een plaats verlangde, een historische plaats of een zeer bijzondere plaats. Daar waren de religieuze hoofdkwartieren van hun godsdienst, waar de Koning naar toe kwam. Hij kwam hun godsdienst vertegenwoordigen. En toen Hij kwam, in plaats van dat zij voor Hem een plaats bereidden in Jeruzalem, of in van die grote historische plaatsen, in plaats daarvan werd Hij geboren in Bethlehem, de geringste van alle steden. "Zijt gij niet de minste onder de vorsten van Judéa? Maar uit u zal een Vorst komen die Mijn volk zal regeren." En dit grote trotse Jeruzalem en alle andere steden werden verworpen.

44 Of misschien had men enkele van de vrijsteden kunnen nemen, de voorname plaatsen zoals Hebron, Kades, of Ramoth-Gilead, één van die grote vrijsteden, omdat Hij onze Vrijstad zou zijn. Als wij naar onze eigen gedachten tewerk zouden gaan, zouden wij waarschijnlijk genomen en gezegd hebben: "Welnu, als deze grote Koning komt, die onze toevlucht zal zijn, zou Hij in één van deze grootste gedenkwaardige vrijsteden geboren moeten worden, zoals Ramoth-Gilead, of Kades, of één ervan." Wij zouden het op die manier in onze gedachten geprobeerd hebben te regelen.

45 Maar God heeft andere wegen om de dingen te doen, ziet u. Hij weet hoe Hij iets goed moet doen. En nu met de gezindheid van God en de hulp van God, zullen we proberen te zeggen waarom dit gebeurde, omdat alles precies goed uitwerkt in Gods grootse programma. En ik wil dat u mensen hier in Phoenix en omgeving probeert dit te vatten. Vergeet dit niet, dat God weet wat Hij doet. Zie? En Hij neemt eenvoudige middelen om het te doen. Want als Hij iets doet door iets geweldig bijzonders, dan... God doet nooit zulke dingen, Hij heeft het in heel de geschiedenis van de Bijbel nooit gedaan. God handelde nimmer, heeft nooit, in geen enkele tijd, een groep mensen genomen om iets te doen. God neemt een individu. U bent degene, u, één persoon. En God verandert Zijn programma nooit. Vanwege Zijn eerste programma moet Hij altijd bij dat programma blijven.

46 In de dagen van Noach had Hij één man, Noach. In de dagen dat Hij Israël uitleidde had Hij één man, dat was Mozes. Wij weten dat Dathan en velen van die anderen probeerden te denken dat zij dezelfde autoriteit hadden, enzovoort. U weet wat er met hen gebeurde. In de dagen van de komst van de Here, de dagen van Johannes de Doper, en verscheidene anderen, heeft Hij één individu waarmee Hij werkt. En Hij handelt met ons vandaag als één individu, niet als een groep. Eén persoon! Het komt er voor u en mij op aan hoe wij voor God staan. Omdat Hij met u en mij handelt als individuen, niet met een groep waarin wij zijn en niet als de denominatiekerk waartoe wij behoren, maar u en ik als individuen.

47 Welnu, Jozua gaf bij de verdeling van het land deze kleine plaats aan Juda. Velen van u... ik heb hier enkele plaatsen genoteerd, waar het gevestigd is, maar wij zijn ons er allemaal van bewust in welke hoek het geplaatst is. En Jozua gaf eenvoudig deze kleine plaats bij de verdeling van het land, aan de stam van Juda.

48 En toen nu Israël over de rivier de Jordaan kwam, probeer dit te vatten, toen Israël naar het land, het beloofde land, overstak was daar een heidense vrouw die wij kennen als Rachab, de hoer. En zij vroeg om genade en zij ontving genade; zij ontving genade zolang zij onder dat scharlaken koord bleef. En dat was de enige manier waarop zij genade kon hebben. Het was een sein, een teken dat haar gegeven werd.

49 Vandaag hebben wij ook een teken en wij zijn veilig zolang wij onder ons scharlaken koord, het Bloed van Jezus Christus, blijven. Als een individu, niet als een groep, als een enkeling; elk van ons moet onder dat scharlaken koord van het Bloed van Jezus Christus blijven.

50 En toen kreeg deze Rachab, nadat zij gespaard werd, al haar naaste familie binnen, alles wat onder het koord was werd gered. Net zoals God toen in Egypte... toen alles wat onder het bloed was werd gered. Alles wat onder het scharlaken koord was werd gered. Al wat onder het Bloed van Jezus is wordt gered, alles wat daar buiten is is verloren en gereed voor vernietiging. En wij zien nu doordat zij dit deed... begrijpen we uit de geschiedenis dat zij in de gunst van een generaal kwam, ik weet zijn naam op het moment niet, van het leger van Israël. Tenslotte huwde zij deze man. En zij vestigden zich hier, nabij deze kleine plaats en haar zoon, Salmon, was degene die Bethlehem stichtte. Ziet u, allereerst is een heiden ermee verbonden, een heidin, Rachab de hoer.

51 We zien nu dat Salmon dit stadje Bethlehem stichtte. En hij verkreeg Boaz. En Boaz was degene die Ruth trouwde, nog een heidin. En we volgen nu dit geslacht. Ruth, zij was een Moabietische en ze trouwde Boaz, en kwam in dit stadje in de gersteoogst. O, als we vanmorgen daarvoor de tijd hadden,... zou ik mijn vrouw na afloop zes japonnen schuldig zijn. Maar hoe fijn om bij dit onderwerp te blijven!

52 Naomi, die de orthodoxe kerk vertegenwoordigde, was weggegaan wegens een hongersnood, ging naar het land van Moab; zoals de verstrooiing van Israël over alle naties verspreid. En toen zij terugkeerde bracht zij Ruth mee, de Moabietische, en ze keerde net bij de gersteoogst terug, precies bij het binnenhalen van de eerste gerst. Daarom keert de heidenkerk weer terug tot God precies in het gerstseizoen. Wat een schitterend beeld! Vervolgens trouwden zij en Boaz en hun vermaarde zoon, Obed, werd daar verwekt en ook geboren. En zijn zoon of kleinzoon, Jesse, kwam voort uit Obed. Daarna verwekte hij David, zijn zoon, koning David verschijnt.

53 Kijk wat hier nu naar voren komt. Van Rachab de hoer, haar zoon die het stichtte. Hieruit komt Boaz, die nog een heiden binnenbracht. En dan uit Boaz komt Jesse. En hier Jesse, uit Jesse werd David geboren. En David werd hier precies in ditzelfde kleine Bethlehem gezalfd door de profeet van God als koning van Israël. Al deze geestelijke dingen, verborgen voor de ogen van de wereld, gebeurden hier in dit stadje Bethlehem. Ziet u, zo doet God het.

54 Ik vertrouw dat de Heilige Geest nu aanwezig zal zijn om u nauwkeurig begrip te geven dat God zich niet in die grote dingen beweegt. Het is door de Geest. "Niet door kracht, niet door macht, maar door Mijn Geest", zegt de Heer. Ziet u? God, werkend in de Geest onder het volk. Ziet u, deze geweldige achtergrond, Hij kon alleen maar naar deze stad komen. Dit is de enige plaats waar Hij geboren kon worden. God volgt Zijn zelfde lijn. Dat doet God altijd. God volgt de lijn van Zijn Woord. Hij kan niet van Zijn Woord afwijken, in geen geval, en dan God blijven. Hij moet bij het Woord blijven - Hij kan dàt nooit verlaten. Onze tradities, enzovoort, halen ons heden weg van het Woord en we hebben geloofsbelijdenissen en dergelijke die wij in het Woord injecteren, wat de hele zaak verontreinigt. Maar God kan nooit de lijn van Zijn Woord verlaten. Zijn Woord is waar, altijd, omdat Hij het Woord is. God en Zijn Woord zijn hetzelfde.

55 We zien hier dit kleine Bethlehem, een tot nog toe onopgemerkt stadje, voor de buitenwereld niet al te bekend, een van de kleinste der steden, waaraan door niemand enige aandacht werd geschonken. Maar toch had God in Zijn bedoeling dat dáár al deze dingen zouden gebeuren. Welnu, het geestelijke verstand zou dat oppikken, omdat de profeet hier zei, ziet u, de profeet zei: "Gij Bethlehem van Judéa, zijt gij niet de minste onder vorsten? Maar uit u zal een Leidsman komen die Mijn volk Israël zal regeren." De profeet, de gedachte van een profeet werd het bewust.

56 Let op dat geestelijke, de Heilige Geest vandaag die deze dingen leidt. Het maakt geen enkel verschil wat de wereld zegt in al haar valse schijn. Let op de Heilige Geest in het Woord, dáár komt het op aan.

57 En wat met Job, toen hij stierf en zijn begraafplaats in bijzonderheden bepaalde? Voorts kwam Abraham; Abraham kocht het stuk grond om zijn vrouw Sara te begraven. En Abraham, toen hij stierf, wilde bij Sara begraven worden. Abraham gewon Izaäk. Izaäk wenste, wanneer hij stierf, bij Abraham begraven te worden. Izaäk gewon Jakob. Jakob stierf helemaal in Egypte, maar hij liet Jozef (zijn profetenzoon) met zijn hand op zijn manke heup zweren, dat hij hem niet daar in Egypte zou begraven. Waarom? Hij had gezegd: "Neem mij mee naar het land en laat mij daar begraven worden." En Jozef, toen hij daar in Egypte stierf, maakte melding van het vertrek, en Israël trok uit overeenkomstig de profetie, maar hij zei wel: "Neem mijn beenderen mee uit dit land." Waarom? Zij wisten dat de eerstelingen der wederopstanding zouden opkomen uit dat land, omdat Job heeft gezegd: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft en in de laatste dagen zal Hij op de aarde staan; en hoewel de huidwormen dit lichaam vernietigen, zal ik toch in mijn vlees God zien."

58 Zij wisten dat die eerstelingen der opstanding uit het beloofde land moesten komen, niet uit Egypte. Zij waren geestelijk, zij waren profeten. En toen Jezus op Goede Vrijdag stierf en de volgende zondagmorgen op Paasmorgen opstond, zei de Bijbel: "Velen van de heiligen die in het stof der aarde sliepen stonden op en kwamen uit de graven en gingen de stad in om met Hem mee te gaan in Glorie." Waarom? Het waren die profeten, die precies wisten waar men begraven moest worden, betreffende de plaats en de tijd. Het is voor de ogen van de wijzen verborgen. Maar zij wisten wat het was, zij keken naar de geestelijke zijde. De eerstelingen van de wederopstanding zouden uit Palestina komen, niet uit Egypte.

59 Zo is het heden, vrienden. Zoveel mensen houden vast aan de dingen van de wereld of aan een geweldig systeem of iets dergelijks. Begraaf mij in Jezus, want degenen die in Christus zijn zal God in die wederopstanding met Zich meebrengen. En ik geef er niet om wat de wereld heeft te vertellen, hoezeer zij alles proberen op te sieren. Het is in Christus, zij die in Christus zijn zal God met Zich meebrengen. Het geestelijke verstand vangt deze geestelijke dingen op.

60 De profeet zei hier: "Klein Bethlehem, zijt gij niet de geringste onder alle vorsten van Juda? Maar uit u zal deze Leidsman komen", niet uit de grote, zogenaamde hoofdstad, niet uit enkele geschiedkundige, kerkelijke overwegingen of iets dergelijks, waarmee Methodist, Baptist, Presbyteriaan, Pinksterman, of wie nog meer, begonnen. "Maar uit de geringste van deze, uit een kleine, onbetekenende plaats, wil Ik Mijn heerser van het volk, voortbrengen."

61 Maar vandaag willen we zeggen: "Onze vaderen deden dit en onze vaderen deden dat." Kijk, God negeert elk ding ervan. God doet wat Hij wil. Let op de gedachtengang van de Geest, let op de wijze waarop de Schrift het zegt. Zij waren onwetend daarover. Maar, ziet u, de Schrift is waar! God heeft altijd gelijk.

62 David werd door deze grote profeet tot koning gezalfd. Ongetwijfeld wist Samuël, die grote profeet, deze dingen van te voren. En dáár was het dat zijn voorname, beloofde, geestelijke zaad... want God zwoer met een eed, dat Hij Christus op zou wekken om op de troon van David te zitten. Waar zou Christus anders geboren kunnen worden? Hier was Zijn vader geboren, Zijn grootvader, Zijn overgrootvader, over-over-over-over-overgroot en verder terug. Ziet u, Zijn volk in de reeks van de heidenen binnengebracht. En nu zei de Bijbel, dat "In Zijn Naam zullen de heidenen vertrouwen."

63 Ziet u, dit alles moet binnengebracht worden, opdat u het kunt zien. We zouden er een poosje bij stil willen blijven staan en u tonen waarom het heidenen waren, maar ik ben er zeker van dat het geestelijke verstand dit direct zal opvangen; omdat het de moeders zijn en niet de vaders, omdat het een vrouw was, de Bruid. De heiden zal worden gevormd..., de Bruid zal worden gevormd uit de heidenen. Uit de heidenen: "Hij zal een volk nemen uit de heidenen terwille van Zijn Naam." Dat is Zijn Naam. Hij nam een vrouw, ziet u, uit de heidenen. En daarom moesten het vrouwen zijn die binnenkwamen, kerk, en zij... Het waren heidenen, de grootmoeders terug in de lijn van het zaad.

64 Net zoals Izaäk nu, andersom, in de lijn van het zaad was. Let hier nu op, dan zien wij dat David deze belofte van een zoon had. We merken hoe dat weer parallel loopt met Israël. Toen Israël... of Abraham beloofd werd dat zijn zaad, wat het zou zijn, dat uit zijn zaad deze geweldige Redder zou komen en hij zou vader van de volkeren zijn. Zijn natuurlijke zaad was Izaäk natuurlijk en het faalde. Maar zijn geestelijke Zaad, door het geloof dat hij had, kwam in Christus, waarin alle volken werden binnengebracht.

65 Welnu, hetzelfde loopt hier weer parallel. Davids natuurlijke zaad was Salomo en hij werd afvallig evenals het andere zaad van Abraham. Hij viel weer terug in zonde. Zo werd Salomo afvallig. Hij kreeg te veel vrouwen en het eerste wat gebeurde: zij trokken zijn hart van God af. En op die manier, zoals hij terugviel in zonde, stierf hij, in zonde. Israël stierf op dezelfde manier, teruggevallen in zonde.

66 Maar we ontdekken dat dit geestelijke Zaad, dat beloofd werd door het natuurlijke zaad als een geslachtslijn van mensen die door Abraham heen kwamen, wat betreft het koningschap echter door de geestelijke belofte van David kwam. En David werd in Bethlehem geboren. En hij werd in Bethlehem gezalfd. En we ontdekken dat toen zijn echte Koninklijke Zaad, erfgenaam van zijn troon, werd geboren, het in deze zelfde stad, het kleine Bethlehem, was. "Gij zijt gering onder alle vorsten van Juda, maar uit u zal een Leidsman komen die Mijn volk regeren zal."

67 In dit stadje, kleine stal, "stedelijke-stal" daar op de rotshelling, was een grot achterin de rotswand en daaruit trad door haar kleine deuren de Vredevorst tevoorschijn, geboren in een stal, in een kleine bak met stro die daar ergens stond, tussen de mest die was opgestapeld in de schuren, enzovoort, maar daaruit kwam die grote Prins voort, het Zaad van de vrouw, daaruit kwam de Redder der wereld voort, daaruit kwam Jehova Zelf, in de vorm van een man, Hij kwam uit die kleine nederige stal in Bethlehem. Hij kwam niet in een koninklijk paleis, geboren met koninklijk gezag; maar Hij kwam uit die nederige plaats, vlakbij een mesthoop en werd in doeken gewikkeld. Zoals de traditie zegt, waren ze genomen van het juk van een os, waarmee zij geploegd hadden.

68 Arme mensen! Jozef en Maria, beiden heel arm en hier waren zij in deze kleine stal. Hoe nederig maakt God Zichzelf! En dan proberen wij iets geweldigs van onszelf te maken. Kunt u niet zien hoe God Zich vernedert en de dingen die niks zijn neemt, opdat Hij Zijn grote beloften tot stand kan brengen. Hoe de kleine Jehova in een kribbe lag, gewikkeld in een doek die afgenomen werd van de achterkant van een juk, de hals van een juk, waar de ossen onder gelopen hadden. En daarin werd de Vredevorst gewikkeld! My! Wie zijn wij dan? Wat verdienen wij? Als God Zich zo kan vernederen, zouden wij dan niet in staat kunnen zijn ons te vernederen om Zijn dienstknechten te worden, als Hij zulke dingen deed? Kunnen we niet onze grote waardigheid en de dingen van deze wereld vergeten en daar afstand van doen en ons voor Hem vernederen dit Kerstfeest? En Hem onze waardering tonen omtrent deze geboorte en die nederigheid, door ons te vernederen en Zijn Woord te ontvangen. Het geeft niet wat de traditie zegt, het is Zijn Woord dat telt. Dit is wat Hij zal nemen, Zijn Woord en dat alleen.

69 Nu ontdekken wij dat het in deze kleine stal was waar ooit het eerste kerstlied op aarde gezongen werd en het werd door engelen gezonden. Denk eens in! Het eerste kerstlied werd niet daar bij Kajafas gezongen, niet in een of andere geweldig mooie kerk waar een wonderbare voorganger was, maar in een stal in Bethlehem, de geringste onder alle. Maar het eerste kerstlied werd gezongen door engelen-wezens in het stadje Bethlehem. Ziet u wat ik bedoel?

70 Het geeft niet hoe arm u bent, hoe klein of onbeduidend u ook bent,God kan u gebruiken als u het Hem maar toestaat. God wil ú hebben. Hij wenst u niet... u hoeft niet bij een grote vereniging te behoren, een grote orde, een broederschap, of wat het ook mocht zijn; dat betekent niets voor God. God wil ú hebben! En als u meent dat u geweldig bent, krijg dat gevoel uit u weg. U moet het eruit krijgen. U zegt: "O, wel ik heb een doctorsgraad, zus en zo." Dat brengt u des te verder van God. Vergeet de zaak. Keer terug naar God. Keer terug tot de nederigheid van de Geest en heb God lief en neem Zijn Woord.

71 "En indien gij in Mij zijt en Mijn Woord in u, vraag dan wat u wilt, en het zal voor u gedaan worden." God beloofde dat. "Indien u zegt tot deze berg: 'Wordt bewogen' en niet twijfelt in uw hart maar gelooft dat wat u hebt gezegd, zal gebeuren, kunt u hebben wat u zei." "Die in Mij gelooft, de werken die Ik doe zal hij ook doen. Zelfs groter dan deze zal hij doen, want Ik ga naar Mijn Vader." Wat een beloften!

72 Iets ontbreekt er ergens. Wat wij proberen te doen is het te verdraaien en het tot iets geweldigs daar bovenuit te maken, brengen er fleur en glans aan, maar wij verontreinigen het evenals de volken met Kerstmis hebben gedaan. Zo is het! Kregen wij de valse schijn van de dingen maar weg en de nederigheid terug in het menselijk hart! Konden wij maar de nederigheid terugbrengen naar Kerstmis, naar wat het behoorde te zijn! Geen handelsdag! Geen lichtjes en Santa Claus! Maar terug tot de aanbidding van de God der schepping die kwam in een stal en werd geboren als een baby, God vleesgemaakt, en onder ons woonde! Als wij daarnaar terug konden keren, weg konden komen van de valse schijn en de grote dingen. God heeft er zelfs niets mee te doen.

73 U zegt: "O, ik behoor tot de grootste organisatie." Dat brengt u des te verder van God. U zegt: "Ik doe dit en dat." Dat brengt u des te verder van God.

74 U moet zich vernederen tot u dat ziet, tot: "Indien gij in Mij blijft en Mijn Woorden in u blijven, vraag dan wat u wilt." Wat wij proberen te doen is, zodra God ons een kleine stroom van zegeningen geeft, dan trachten wij het helemaal zo te draaien dat we waardigheidsbekleders binnenhalen, die een geweldige naam gaan maken waarmee men de ander overtreft. De een start op deze manier en de ander op die manier. God verlaat de hele zaak. Wat wij vandaag nodig hebben is een nieuwe uitstorting van de Heilige Geest op harten die nederig zijn. Wij hebben een echt Kerstfeest, een plaats van geboorte, nodig. Als u zou kunnen beseffen dat u niets anders dan een stal bent! God ging niet naar Jeruzalem, naar Silo of Ramoth-Gilead, Hij kwam naar een smerige stal. Wanneer u God toestaat, wordt u zich bewust dat u niets dan een stinkende stal bent. Maar verwelkom Hem, open uw deuren, wanneer deze grote geweldige plaatsen en herbergen Hem wegsturen, open uw deuren van de kribbe van uw hart en laat Jehova daarbinnen komen en let op wat er plaats vindt, want Hij is het woord. Hij heeft gezegd: "Indien gij in Mij blijft en Mijn Woorden in u." Hij is het Woord. Laat Hem in u komen en let op wat er plaats vindt. Vraag dan wat u wilt en het zal voor u gedaan worden.

75 Ja, daar werd het eerste Kerstlied vele jaren geleden door engelen gezongen. En toen Hij...

76 [Een broeder spreekt in een andere taal. Iemand geeft een uitlegging] Amen. Nu, we weten dat de boodschap heel belangrijk moet zijn dat God dàt wilde zeggen, Hij zou anders niet de boodschap op die manier onderbroken hebben. "Verneder u onder de handen van God" was de boodschap ervan. Onze Hemelse Vader, wij weten dat Gij alle wijsheid zijt en alles precies goed doet. We bidden dat U nu wilt toestaan dat dit een boodschap mag zijn aan het volk, dat zij zich werkelijk moeten vernederen, wij allen, en komen onder de hand van de machtige God. Wij vertrouwen onszelf aan U toe, Vader, dat U ons dit toestaat. In Jezus' Naam, Uw Zoon. Amen.

77 Nu, om verder te gaan, ik sprak erover, dat toen het eerste Kerstlied gezongen werd, het werd gezongen door engelen in klein Bethlehem. Daar werden al deze grote mannen geboren. Daar werd de Koningsbelofte geboren. De beloofde Koning kwam daar naartoe. Nu, het Woord... om snel te zijn zodat ik u niet te lang zal houden. De belofte, dit was het woord: het woord "Bethlehem". Laten we dat eens uitzoeken. Ik heb hier een paar aantekeningen overgeslagen vanwege de tijd. Bethlehem. Het woord B-e-t-h betekent "huis". E-l betekent "God", in het Hebreeuws E-l-h-e-m is "brood". Bethlehem: "het huis van Gods brood." Dàt betekent het woord.

78 Woorden, namen, ze hebben betekenis. Veel mensen geloven dat niet, maar dit is waar. Als namen geen betekenis hebben, waarom moest Abrams naam dan in Abraham veranderd worden? Waarom moest Saraï veranderd worden in Sara? Waarom moest Saulus in Paulus veranderd worden? Waarom moest Simon worden veranderd in Petrus? Ziet u, deze hebben allemaal betekenissen, alles heeft een betekenis.

79 En de naam Bethlehem betekent "het huis van Gods Brood." Wat toepasselijk is dit nu op Jezus, het Brood van Eeuwig Leven. Christus is het Brood des Levens. Dat geloven wij allemaal, is het niet? Hoe passend is Bethlehem daar, het broodcentrum van de wereld, het was het broodcentrum van Eeuwig Leven. Daarom moest de Koning daar geboren worden. Hij zei in het Evangelie van Johannes 6:35: "Ik ben het Brood des Levens dat van God uit de Hemel komt. Uw vaderen aten manna in de woestijn en stierven allen. Maar dit Brood, indien een mens dit Brood eet zal hij voor eeuwig leven." Dan is Jezus het Brood des Levens, dus moest het Brood des Levens in Bethlehem komen. Hij is ons Brood des Levens voor de reis, zoals Israël. God gaf Israël brood uit de hemel voor hun reis, toen zij reisden van Egypte naar het beloofde land. Brood regende iedere nacht uit de hemel neer. En God gaf ons het Brood des Levens voor onze reis, in Bethlehem gekomen. Gods huis van Brood. Ziet u hoe het moest zijn? Het moet zijn waar die naam Bethlehem wordt genoemd, "het huis van Gods Brood." Hoe kon Hij dan in Jeruzalem worden geboren? Hoe kon Hij in Ramoth-Gilead worden geboren? Hij kwam, ziet u, waar zijn Naam was, "huis van Gods Brood."

80 O, merk op dat Israël elke nacht opnieuw een vers brood dat uit de Hemel kwam ontving voor hun reis. Christus is ons Leven. Brood des Levens, en elke dag ontvangen wij een verfrissing van Christus uit de hemel, de Heilige Geest die elke dag neerkomt op de gelovige. Vers!

81 De ervaring van gisteren, velen van ons leven op een ervaring van gisteren. Dat moeten we niet doen. Het gaat om de ervaring van vandaag! Dat is er met onze denominaties aan de hand, zij leven op de ervaring van John Wesley, op de ervaring van Dwight Moody, Finney, Sankey, Knox, Calvijn, velen van die van vroeger. Zij leven op die ervaring. Maar vergeet niet, het brood dat viel en wat men probeerde te bewaren werd bedorven, de wormen kropen erin, kleine wriemelbeestjes. En dat is er vandaag aan de hand, bedorven waterreservoirs, levend op oud geworden brood dat bedorven is.

82 Wij moeten iets vers van Christus hebben, zijn Woord heden voor dit uur. Ziet u? Hij is onze verfrissing, ons Brood dat iedere dag uit de hemel op de gelovige valt. Hij is ons Bethlehem, Gods huis van Eeuwig Leven-Brood. Christus werd in Bethlehem geboren en werd Gods huis van Eeuwig-Leven-Brood. Hij is het Brood des Levens. Hij is ons Bethlehem. Christus is ons Bethlehem. Natuurlijk brood wordt het "brood des levens" genoemd. Wij noemen het natuurlijke brood, zoals ons lichte brood en het soort dat wij krijgen, het brood des levens. Jezus is Gods Brood, Brood des Levens, voor Eeuwig Leven. Zoals een 'brood des levens' brood wordt genoemd, is Jezus, die het Brood des Levens ìs, Gods Brood van Eeuwig Leven. Ziet u?

83 We kunnen er niet voortdurend zijn, iets moet sterven zodat wij kunnen eten. Vanmorgen toen u at, hebt u een dode substantie gegeten. Als er iets niet sterft, dan kunt u niet leven, omdat u alleen maar leeft van dode stoffen. Als u vlees eet, stierf het zwijn. Eet u varkensvlees dan stierf het varken, natuurlijk. En als u rundvlees eet, stierf de koe. U zegt: "Maar ik eet brood." Dan stierf de tarwe. "Wel, ik at bladgroenten!" De groente stierf. U leeft alleen van dode stoffen en dit is de enige manier waarop u kunt leven.

84 Wanneer u dan slechts natuurlijk kunt leven van dode stoffen, dat iets sterven moest om natuurlijk te kunnen leven, hoeveel te meer moest er Iets sterven zodat u eeuwig leeft! Christus stierf opdat wij eeuwig mochten leven. En Hij werd het huis van Gods Eeuwig Leven-Brood, dat wij ieder uur van de dag vers opvangen, neerkomend van God uit de hemel in de vorm van de Heilige Geest, wat onze hongerige zielen voedt als wij tezamen zitten in hemelse gewesten. Hij is ons Bethlehem.

85 Dan zijn alle ware, gelovige, zonen van God met Hem in Bethlehem geboren. Als Christus het Brood des Levens moest worden om in Bethlehem geboren te worden, wat Broodhuis van Leven betekent, dan is elke echte gelovige in Christus geboren in Christus, zij zijn in Gods Bethlehem geboren. Amen. Wanneer dan Jezus in Bethlehem geboren werd, werd ik in Bethlehem geboren, werd u in Bethlehem geboren. Hoe deed u het? Regelrecht in Phoenix, Arizona, in de Ramada vanmorgen kunt u in Gods Bethlehem wedergeboren worden, het huis van Eeuwig Levensbrood. Eet het en leef voor eeuwig!

86 Waarom klein Bethlehem? Zo is het vandaag, "Waarom een stel van die heilige rollers? Waarom dit, dat, of nog wat?" De mensen weten niet wat het allemaal betekent.

87 Maar de Geest openbaart het. Het Woord toont het. Het is de manifestatie van Gods Woord. Wij hebben Leven door Christus en door Hem alleen. Onze organisaties, onze denominaties, onze verschillen scheiden ons alleen maar van God. Wij hebben één toegang tot God en dat is door Jezus Christus. Er is geen andere weg dan dat wij door Hèm kunnen komen; door geen priester, geen prediker, geen systeem, of iets anders; slechts Jezus Christus en Die gekruisigd. Hij is Gods Brood des Levens. En wij zijn in Hem geboren. En als Hij Gods Brood des Levens is, dan is Hij Bethlehem. En daar wij in Christus geboren zijn, zijn wij uit God geboren, in Bethlehem, in Christus Jezus, en zitten gezamenlijk in hemelse gewesten van Hem te eten. Eten van Hem! Wie is Hij? Hij is het Woord. "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God." En wanneer wij kunnen zitten met één doel, het Woord van God, en ons daarmee voeden, dan zijn wij in Gods geestelijk Bethlehem en eten Gods geestelijk Brood en onze zielen bekrachtigen ieder Woord dat Hij gesproken heeft met een "Amen!" Wij genieten van dit hemelse engelenvoedsel.

88 Wanneer er staat: "Deze tekenen zullen degenen die geloven volgen." De geloofsbelijdenis of denominatie zegt: "O, dat is niet zo." Maar de echte man die in Bethlehem is geboren zegt: "Amen!"

89 "De werken die Ik doe zult gij ook doen." De denominatie zegt: "Het is een hoop opgewerkte emotie." Maar de echte Bethlehem bewoner zegt: "Amen." Omdat hij zeker weet dat het engelenvoedsel is.

90 "Indien gij in Mij zijt en Mijn woorden in u, vraag wat u wilt en het zal u geworden." Amen.

91 O, de hogen en verstandigen zullen het nooit zien. Wij hangen zozeer aan onze tradities van de oudsten, zozeer dat wij kaarten moeten meenemen en van alles om in een preekstoel te komen. Dàt is het niet! U kunt in Gods preekstoel komen door u te vernederen. Kom in het Huis van het Brood des Levens, Jezus Christus, en leef voor eeuwig in Zijn tegenwoordigheid, opgeheven in hemelse gewesten in Christus Jezus, en smullend van het Woord. Dat is Gods Bethlehem.

92 Hoevelen van ons zijn daarin vanmorgen? Hoevelen zijn bereid uw tradities te vergeten, hoevelen zijn bereid uw geloofsbelijdenis die niet overeenstemt met het Woord te vergeten? Waarom hebben wij geen opwekking gekregen? Waarom hebben wij deze dingen niet in werking? Wat is er met de Pinkstermensen aan de hand? Zij organiseerden zich. Zo is het. U kunt Pinksteren niet organiseren! U kunt een organisatie vormen. Maar Pinksteren is een zegen, het is de kracht van God. En als het een echt Pinksteren is, zal het nooit aan het Woord voorbijgaan terwille van een geloofsbelijdenis. Het zal het Woord nemen. Dat is waar, omdat het afgesneden is van de wereld en de dingen van de wereld. Het staat slechts op het Woord van God en gelooft het. Wij zijn in Bethlehem, kandidaten voor het Koninkrijk van God. Wij eten Gods Eeuwig-Leven-Brood. Geboren, Gods Brood, geboren in Bethlehem, om het geestelijk Brood des Levens te worden, van Eeuwig Leven, in het huis van God. O my! Geboren in Bethlehem, zijn wij, vanmorgen, wanneer wij in Christus geboren zijn, want Hij is Gods Bethlehem. Jezus is Gods Huis van Eeuwig-Leven-Brood.

93 Ook is Hij ons water voor de reis. Nu weten we dat Hij het water is. Zoals ook Israël op hun reis, zij sloegen een rots en hun brood kwam uit de hemel neer, een rots werd echter geslagen zodat zij ervan konden drinken voor de instandhouding van hun leven op de reis. God sloeg een rots, of liet het Mozes doen, Zijn profeet sloeg de rots. Wat gebeurde? De rots ging open. Als... De rots was Christus. Gelooft u het? Goed. Als dan de profeet de rots opende zodat leven naar buiten kon komen, dan, als het de rots is vandaag, hebben wij de Heilige Geest nodig in een man, die deze Rots zal slaan, amen, en het Woord naar buiten laat komen, omdat Hij het Woord is.

94 Wij zijn er aan voorbijgegaan met geloofsbelijdenissen en met het drinken van stilstaand water uit waterbakken. Wat wij nodig hebben is een openen van het Woord dat leeft, dat Hij gisteren, heden en voor immer Dezelfde is. Hij kan niet falen. Men kan het verstandelijke telepathie noemen, men kan zeggen wat men ook wil, of spiritist, of een duivel, zolang dat Woord onbelemmerd stroomt en precies voortbrengt wat het zei dat het zou doen, is het opnieuw een springader in het huis van David, daar in Bethlehem, waar Jezus Christus voor Zijn Bethlehem-bewoners Dezelfde is gisteren, heden en voor altijd. Leef ermee, leef erin, het is voor ons het levende water op de reis, zoals Israël had.

95 Eén van de geweldige ervaringen van de grote David, als u erover wilt lezen in II Samuël 23, te beginnen bij vers 15, lezen wij dat David, die geboren was in Bethlehem, toch een vluchteling werd. O, wat een schouwspel! De Filistijnen waren in die tijd in het land gelegerd, omdat Saul, de grote man die heel Israël tot zonde bracht, van God was afgeweken en tot vijand van God was geworden en belegerd werd, de Filistijnen waren gelegerd rond Bethlehem. En David die naar zijn huis probeerde terug te keren, kon dit niet doen, maar was in de woestijn omdat hij een vluchteling voor de mensen was geworden, of, daar uit verbannen was.

96 Wat een prachtig beeld is dat vandaag van Christus, de voortvluchtige. Dat is Hij! Nu zegt u: "Dat kan niet." Wel, als u de Bijbel gelooft is het zo. De Bijbel zei in het gemeentetijdperk van Laodicéa, dat Christus aan de buitenkant van de kerk stond te kloppen, proberend om terug te keren naar Zijn eigen kerk. Een voortvluchtige is iemand die geweigerd, verworpen wordt. En het Woord en de Heilige Geest worden verworpen. Dat is waar. U kunt daar niet binnengaan. Als u Hem ooit wilt ontvangen, zult u daar uit moeten gaan om Hem te krijgen. U moet naar Hem toe, naar buiten gaan. Hij kan niet binnenkomen, zij zijn zo gesteld op hun geloofsbelijdenissen dat zij u deze dingen niet willen laten prediken, zij willen u die dingen niet laten geloven. Er wordt gezegd: "Gelooft u dat Hij Dezelfde is?"

97 "O, tot op zekere hoogte is Hij Dezelfde." Nu, dat is niet wonen in Bethlehem. Nee, nee. Dat is drinken uit een stilstaand waterreservoir, ver terug, oud bedorven brood dat verscheidene jaren geleden viel. "Wat heeft Zus-en-zo erover gezegd?" Ze konden in hun dagen misschien gelijk hebben gehad. Maar dit is een andere dag. Dit is de Dag des Heren! Dit is een ander gemeentetijdperk, niet dat van Filadelfia. Dit is het Laodiceaanse. Het is verworpen en Christus is een voortvluchtige in Zijn eigen kerk, uitgestoten. Hij is een vreemdeling.

98 Hij kan regelrecht neerkomen en onder de mensen werken en dezelfde dingen doen die Hij hier deed, daar Hij zei dat Hij het in de laatste dagen zou doen, dezelfde tekenen geven en dingen die Hij zei te doen, zoals het was in de dagen van Sodom. Wij weten wat Hij daar aan de gemeente gedaan heeft.

99 Wij zien Billy Graham, zoals het was. En deze boodschappers die de kerkdenominaties ingingen en daar predikten en ze daaruit riepen door hun te vertellen het Woord te geloven en uit Sodom te komen.

100 Abrahams groep was niet in Sodom, zij waren er reeds uitgeroepen. Let op de Engel, wat voor een teken Hij daar voor hen deed, opdat zij het wisten. En hetzelfde kan worden gedaan, en de mensen zeggen: "O, wel, geloof het niet." Waarom? Waarom? Omdat zij Christus tot een voortvluchtige voor hun organisatie hebben gemaakt. Ze zijn er zo van vervreemd, Pinksteren en alles bij elkaar. Welnu, dat is gewoon precies de waarheid. Ik weet dat dit steekt. Maar luister, als iets niet... Indien het de waarheid is, zal het steken. En zo is het. Het moet de waarheid zijn.

101 Nu, let op David. Toen hij daarginds was dacht David aan zijn machtige overwinningen. Hij was achter in een grot, en ver weg, ongeveer vijftien mijl buiten de stad. En hij kwam eruit en hij bemerkte dat daar zijn eigen geliefde stad was waar hij geboren was en waar hij tot koning was gezalfd, enzovoort.

102 De bewoners in Israël, in die dagen, het was ongeveer net eender als vandaag in Duitsland. Zij hebben kleine steden. En dan wonen zij in de steden voor bescherming en dan nemen zij hun schapen en hun vee mee naar buiten het land in en voeden ze daar en drijven ze weer terug. En tegen de avond worden ze in de kralen gezet.

103 En David, bij het neerkijken op de stad, begon zich de machtige daden te herinneren die God door hem had gedaan, de geweldige, machtige overwinningen die God door hem had verkregen. Hoe er eens, terwijl hij zijn schapen in de bergen hoedde en daar neerlag aan grazige weiden, enzovoort, een beer kwam en een van de lammetjes pakte en het meenam. En hij ging er achteraan en doodde de beer. God gaf hem de overwinning omdat zijn vader hem speciaal had aangewezen om voor die schapen te zorgen. Dat was zijn taak, de schapen hoeden!

104 O voorganger, dat is uw taak! En zij eten schapevoedsel, geen 'almanakken'. Schapevoedsel, Gods Woord!

105 En iemand komt binnen en grijpt er een uit. Iemand kwam binnen, greep er een en ging ermee vandoor; hij ging het achterna. Een leeuw kwam binnen en greep er een; hij ging het achterna. Hij was niet tevreden tot hij het had.

106 Dat gaf hem op een dag die grote overwinning toen hij Israël helemaal teruggedreven zag. Kijk, Israël had alle geloofsbelijdenissen, enzovoort, aangehoord. Zij hadden alles, gingen allen naar de kerk. Zij waren allen besneden. Zij gingen allen naar de priester en kregen hun zegen voor zij ten strijde trokken. Maar toen het kwam tot de ontmaskering, van het bovennatuurlijke, waren zij, niemand uitgezonderd, lafaards omdat zij zagen dat er iets tegenstand bood. En zij hadden niet de moed, zij hadden niet wat wij tegenwoordig noemen, de volksuitdrukking, zij hadden niet het lef! Er ontbrak iets. Zij konden die reus daar niet tegemoet treden. Waarom? Toch waren ze allemaal door de priester gezegend. Zij hadden de heilige zegeningen op zich en ze hadden geknield en waren waarschijnlijk gezalfd met wijwater en wat het ook maar was en daar stonden zij allen aangetreden. Maar toen de tegenstand zo groot werd bezaten zij het niet. Daar stond Saul, de generaal overste of de bisschop, die daar met hoofd en schouders boven zijn leger uit stak.

107 En Goliath deed een uitdaging en zei: "Als ik hem dood, dan dient u ons. Maar als hij mij doodt, dan zullen wij u dienen." Maar de tegenstand was te groot. Hij had vingers van vijfendertig centimeter lang, dat zou zeventig centimeter over de breedte van zijn hand moeten zijn. Kijk eens wat een hand hij had! Zijn spies was als een weversboom. En denk eens in hoe groot zijn hoofd zou moeten zijn, als een ton. En hij had een koperen helm op van twee tot vijf centimeter dik, die over zijn hoofd hing. Kijk naar het harnas, pantserdelen als één van die vensterluiken, waardoor hij kon ademhalen en zich kon bewegen, zo werkten die harnassen. Met zo'n grote maliënkolder van koper over zich heen, die misschien wel honderd of tweehonderd pond woog, hangend over zijn borst. Met een spies, een speer in zijn hand van misschien wel tien meter lang.

108 Wat de vijand kan doen wanneer hij denkt dat hij de overmacht over u gekregen heeft! Als hij denkt wat te kunnen doen, wat zal hij bluffen! "De dagen van wonderen zijn voorbij. Daar kunt u niet mee aankomen."

109 Maar daar kwam een kleine, rossig uitziende man aan die geen theologische ervaring had gehad, maar met een ervaring dat God nog steeds God bleef. God houdt Zijn Woord. En daar kwam hij aan. En Saul zei: "Wacht, ik zal je een doctorsgraad geven."

110 Hij zette hem zijn helm op en het deed hem bijna in elkaar zakken. Hij wist daar geen raad mee en zei: "Ik heb geen verstand van dat soort dingen." Hij zei: "Ik ken dit niet. Maar één ding weet ik, en u bent bevreesd tegen die reus te gaan vechten? En u staat hier en noemt zich de kerk van de levende God en laat die onbesneden ongelovige daar zo staan bluffen?" Hij zei: "Ik zal hem bevechten!"

111 O, zulke mannen hebben we vandaag nodig, mannen die een ervaring hebben gehad!

112 Wat deed hij, wat deed die kleine David van Bethlehem? Hij trok uit om de reus te bestrijden. De reus vervloekte hem in de naam van zijn goden; goden, meervoud, vervloekte hem in de naam van zijn reuzen, of zijn goden en liep op hem af en zei: "Vandaag zal ik je aan mijn speer spiesen en je dode lijk daar in de boom hangen om de vogels het te laten opeten."

113 Hij zei: "U treedt mij tegemoet als een Filistijn in de naam van een Filistijn, met harnas en speer, maar ik treed u tegemoet in de Naam van de HEERE God van Israël." Wat was het? Het Woord! Het Woord, "ik treed u tegemoet met het Woord." En zei: "Vandaag zal ik uw hoofd van uw schouders afhakken." Die reus lachte en ging op hem af. En David week niet terug, hij ging ook op hem af. Er was slechts één plekje en God richtte zijn steen.

114 David, die zich als een vluchteling teruggetrokken had, dacht daarover hoe die grote overwinning was geweest. Toen moet hij zijn gaan nadenken over de psalmen, hoe hij soms daar in de bergen geslapen had en over God had gemediteerd. Hij zei, dat hij Zijn geboden aan zijn bedsponden en zijn vingers bond, overal waar hij ging. "Ik heb de HEERE gedurig voor mij, altijd, en ik zal niet bewogen worden." Hij hield God voor zich. En de grote overwinningen die hij kreeg! Toen hij zo geïnspireerd werd, hij was een psalmist, was hij opgesprongen, had zijn pen genomen, de psalmen opgeschreven en ze gezongen. Hij ging dan in de Geest en danste en danste en danste in de Geest. Hoe hij zo wegraakte in de Geest dat hij danste in de Geest bij het schrijven van deze psalmen. En hij moet zijn gedachte over de verschillende psalmen hebben laten gaan, "De HEERE is mijn herder, mij zal niets ontbreken. Hij doet mij nederliggen in grazige weiden", Psalm 23, "Hij voert mij aan zeer stille wateren. Hij verkwikt mijn ziel. O, Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid om Zijns Naams wil. En zelfs al ga ik door de vallei van de schaduw des doods, ik zal niet vrezen. Gij zijt bij mij."115 En terwijl hij aan die dingen dacht, moet het een hete dag geweest zijn; hij had het warm, begon te zweten en kreeg dorst. Hij kon vanaf de top van de berg ver beneden in het dal kijken, was aan de oostzijde of de westzijde, of oostzijde is het, van de stad, toen hij neerkeek en zag waar de Filistijnen daar allen beneden, duizenden van hen, gelegerd lagen. Hij zag die oude bron waar hij eens uit gedronken had. O, hij begon te denken aan hoe hij 's morgens als hij zijn schapen meenam om ze te laten weiden, altijd langs deze oude waterput kwam, omdat het een grote plaats met water was. En dan ging hij daar altijd heen en dronk water, en dronk en liet zijn schapen drinken. Kijk daar, Bethlehem, waar hij zijn schapen liet drinken.

116 Dat is precies waar God Zijn schapen vandaag weer water geeft, precies terug in Bethlehem. Het is koel, fris water.

117 Hij riep uit: "Als ik maar weer een dronk van die bron had!" Ik ga nu eindigen, luister nauwkeurig. "Als ik slechts een dronk had!" Binnen in hem riep het uit: "Als ik slechts nog een keer van die bron in Bethlehem kon drinken." Zijn verlangens waren een bevel voor diegenen die hem liefhadden. Herinner, zijn ziel schreeuwde om een dronk van dat water. En voor degenen die hem liefhadden, was zijn geringste verlangen een bevel. Ons wordt verteld dat een... drie van die mannen kwamen bijeen, geweldige mannen. Eén doodde er achthonderd, helemaal alleen. De ander sprong in een diepe kuil en doodde een leeuw. Een ander nam een stok en sloeg een speer uit de hand van een Egyptenaar en doodde hem met zijn eigen speer en ging zo op een linzenveld staan en doodde er driehonderd om zich heen. Geweldige mannen! Het waren heidenen. Let op waar zij vandaan kwamen.

118 David is hier een beeld van Christus, Bethlehem, omdat Christus Davids Zoon is. Hier staat hij daar schreeuwend om een dronk van dat water. En zijn verlangen was een bevel, zei ik, voor degenen die hem liefhadden. Drie van die mannen trokken hun zwaard en vochten zich door de menigte, vijftien mijl lang naar die stad. Terwijl anderen vochten, beschermend... Het waren dappere vechters, die Filistijnen, sommigen van hen waren tweemaal zo groot als zij, maar zij waren dappere mannen die vechten konden. Eén van hen versloeg met blote hand en doodde achthonderd man om zich heen, in één dag. Ze waren geweldige mannen, zij vertrouwden God. Zij hadden geloof in hun leider. En zij baanden zijn weg er doorheen tot sommigen van hen er doorheen braken en een emmer water haalden en zij hun weg terug baanden door nogmaals vijftien mijl soldaten en brachten het naar David zodat hij het drinken kon.

119 Christus wordt hier in, beide als koning en als krijgsman voorgesteld, omdat Hij Zijn weg er doorheen baande. Hij verbrak de vijandelijke linies van de dood. Hij verbrak de vijandelijke linies, zodat wij Eeuwig Leven konden hebben, de wateren van Eeuwig Leven. Hij kwam zelfs door de dood heen en nam de dood op Zich en stierf de dood en kwam terug, opdat wij Eeuwig Leven konden hebben. Hij is zowel de Koning als krijgsman. Wij overwonnen niet, het is reeds overwonnen! Wij hebben nooit de dood overwonnen, Hij overwon de dood voor ons! Hij is onze David voor deze dag. Hij overwon de dood. Bethlehems Brood en Water.

120 Bethlehem was het centrum. U geschiedkundigen weet dat dit het centrum was. Het was daar een belangrijk graancentrum, door de irrigatie en dergelijke, zij konden grote tarweoogsten hebben. En er was ook het beste water. Het was het broodcentrum en het watercentrum van Palestina.

121 En vandaag maakt het niet uit hoeveel organisaties wij hebben, hoeveel andere zogenaamde broeders en welke richting het mag zijn, nog steeds is Christus het Bethlehem van de gelovige. Hij is de plaats van brood en water. Methodist, dat is goed voor u, dat is goed voor u, Baptist, u Pinkstermensen en de rest van u. Het is allemaal één plaats, dat is Bethlehem, waar brood en water des Levens vandaan komt. Jazeker.

122 Hier is Hij ons brood, Gods brood en water voor ons. Hij is het middelpunt, de enige plaats waar u kunt komen om het te halen, is bij Hem. Gods Huis, in de persoon van Jezus Christus, ons Bethlehem, het brood en water van Eeuwig Leven. En Hij is het vleesgemaakte Woord. Hier is het Woord, het brood en water van Leven. Hebreeën 13:8 zegt: Hij is gisteren, heden en voor immer Dezelfde." Dat maakt Hem ons Bethlehem, onze plaats van brood en water, de enige plaats van Eeuwig Leven.

123 Let op David, toen hij dit water kreeg, heeft hij het nooit opgedronken. Hij zei: "God verhoede mij. Dit is het bloed van deze mannen die hun leven in gevaar brachten", om heen te gaan en hem die dronk te brengen. Let op! Hij goot het op de grond als een plengoffer aan God. Amen! Mannen broeders, laat uw geloof nu een ogenblik rijzen. Hij weigerde het zelf te drinken. Hij goot het op de grond als een plengoffer aan God.

124 Hoe passend is dit met Johannes 3:16, toen God de wereld zo lief had dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gaf. Jezus, de Vorst des Levens, kwam hier en hoefde niet te sterven. Hij overwon Zelf de dood en goot Zijn eigen Levensbloed op de aarde uit, amen, als een offerande voor onze zonde. Hij is onze geslagen Rots. Op de aarde, Zijn dierbaar door God gegeven Bloed.

125 Ik hoorde onlangs 's avonds iemand in een boodschap zeggen, er werd gezegd dat zij kwamen naar.... Ik geloof dat het Billy Graham was, gisteravond, ik keek naar hem toen hij zei dat hij naar Israël gegaan was, en hij ging naar Palestina en hij zei: "Ik kom om uw volk te geloven", zoiets in die trant. En zeker bewonderde ik hem zoals hij gisteravond op dat wereldse programma verscheen. Velen van u hebben de man de rug toegekeerd, omdat hij dit deed. Maar kijk eens, hij kwam toen voor de hele natie te staan. En hij trok het nooit terug, hij stond precies op wat hij geloofde. En ik bewonder hem er zeker voor. En hij zei: "Ik ging naar Israël en vertelde hun, 'Ik aanbid één van uw kinderen', in die trant.

126 Ik dacht: "Billy, dat is prachtig, ik zou graag die Godgegeven kracht die u hebt willen zien om daar midden in al die Hollywoodschittering te staan en een getuigenis van Jezus Christus te geven, maar Hij was geen Jood." Jezus was God, geen Jood. Vergeet niet dat de bloedcel van het mannelijk geslacht komt. En Hij was geen man, Jood of heiden, Hij was God geschapen in vlees. We zijn niet gered door het bloed van een Jood of het bloed van een heiden, we zijn gered door het Bloed van God. Hij was God, niets minder. Hij was Jood noch heiden. Gods scheppende Bloed was in Hem; wij worden... Als Hij een Jood of een heiden was, waren wij verloren. Hij was God in vlees. Zo is het.

127 Ik aanbid geen Jood, ik aanbid God wanneer ik Jezus Christus aanbid. Ik aanbid geen verdichtsel, of een of ander historisch iets. Ik aanbid Jezus Christus, de tegenwoordigheid van Jezus Christus nú, wat Zijn Woord is, dat gemanifesteerd is in dit tijdperk.

128 God heeft Zijn Woord vanaf de beginne in elk tijdperk toebedeeld en telkens wanneer een van deze tijdperken voorbijkwam, zond God een gezalfde profeet voor dat tijdperk. In de dagen van Noach, en de dagen van heel de rest ervan, toen Hij de beloften deed. Het maakt me niet uit in wat voor toestand de kerk verkeerde, dat doet Hij altijd, Hij zendt een gezalfde man. Want het Woord van God komt tot de profeet. En hier stond hij, elke profeet, en werd veroordeeld door de organisaties van die dag, maar hij stond op het Woord en deed het Woord leven.

129 Jezus was de volheid van Gods Woord, want Hij was de volheid van de Godheid lichamelijk en in Hem woonde de volheid van God. God leefde in Jezus Christus. God was in Christus en verzoende de wereld met Zichzelf. Geen Jood of heiden, maar God! Daar stond Hij, Zichzelf makend... Hoe passend! En Gods eigen Bloed moest op de grond gestort worden, vanaf het onschuldige bloed van Abel en zo verder, om ons te redden. Hij nam niet Zijn eigen Leven, Hij bewaarde niet Zijn eigen Leven; Hij zei: "Vader, is het mogelijk dat deze beker aan Mij voorbij kan gaan? Maar nochtans, niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede." Hij gaf zich gewonnen aan het Woord.

130 Vandaag kunnen wij hetzelfde doen. U kunt of uw leerstellingen nemen, uw dit en dat nemen, en er overal mee naar toegaan; of u kunt zeggen: "Niet mijn wil, maar de Uwe geschiede." Keer terug naar dat Woord van God. Neem uw schitterend Kerstfeest en doe er mee wat u wilt, maar geef mij Jezus Christus in mijn hart. Het maakt niet uit hoevelen van deze mensen er om lachen of wat ze doen. Let op de aard ervan, kijk of het net zo doet als Hij deed. Zo niet, en komt het niet overeen met het Woord, laat het gaan, het is Christus niet; omdat Christus het Woord is.

131 Nu ontdekken we hoe passend het was, onze Rots, geslagen, Zijn bloedend Leven uitgestort op de grond, een zondoffer voor de zondaar. Ons Bethlehem, water, brood en Leven, geofferd voor reiniging voor ons, onreine zondaren.

132 O, mijn zondaarvriend, hoe kunt u zo roekeloos zo'n offer weigeren, wanneer God Zijn enig geboren Zoon gaf, een zondoffer, opdat een ieder die in Hem gelooft, in Hèm, niet zal vergaan maar Eeuwig Leven zal hebben? Hoe komt u in Hem? Door één Geest worden wij allen gedoopt in één Bethlehem, het Woord van God, hetwelk Christus is gemanifesteerd voor dit tijdperk.

133 En elke belofte die de Bijbel over dit tijdperk geeft... Hij wacht op een zekere profeet die op het toneel zal verschijnen om dat te manifesteren, wat Hij beloofd heeft overeenkomstig Maleachi 4. Het zàl gebeuren. Het geeft niet hoe dwaas de mensen het zullen vinden, het zal toch gebeuren! God zei het! Hij kan het van deze stenen! Onze leerstellingen zullen het niet ontvangen. Als onze kerken het niet ontvangen willen, kan God naar de stal terugkeren, Hij kan gaan waarheen Hij wil. Maar er zal iemand opstaan voor dit Woord, dat voor deze dag gesproken is. Iets moet het manifesteren. Het zal ook geen groep zijn, is het nooit geweest.

134 O zonen, krijgsmannen, terwijl ik sluit. Ik wil u hier niet te lang houden. Ik ga nu dadelijk sluiten, zo de Here wil. Vijf minuten voor elf, of zes minuten, beter. Merk op, o krijgszonen, u mannen hier die beweert zonen te zijn! Wist u wat David vertegenwoordigde? David stelde Christus voor, Hij, Christus, was de Zoon van David. Nu luister, terwijl ik sluit. Die heidense krijgslieden, velen van hen, merk op dat ze overal vandaan kwamen, maar zij wisten dat die voortvluchtige gezalfd was. Zij wisten dat David door zijn eigen volk was verworpen. Zij zagen dat de zalving op hem was. Zij konden het zien. Dus stonden zij pal aan zijn kant, op leven en dood! Het waren dappere mannen, het gaf niet hoezeer de buitenwereld het niet geloofde.

135 Zijn eigen mensen schopten hem eruit. Zij wensten niets met hem te maken te hebben. Saul had hem verdreven, het hoofd van de denominatie schopte hem eruit en wilde er niets mee te maken hebben, de raad schopte hem eruit en hij werd een voortvluchtige. Zij moesten gaan waarheen hij ook maar gaan kon. Daar was hij boven in de bergen, maar er was een groepje mannen gevormd van heidenen, enzovoort, en zij keken naar die man en wisten dat hij koning zou worden.

136 Zo is het vandaag met echte dappere geloofsstrijders van dat Woord, die weten dat dit Woord belooft dat Jezus Christus zal terugkeren. Wij zijn niet geïnteresseerd in miljoenen dollars hiervan en miljoenen dollars daarvan. Ik ben geïnteresseerd in de terugkomst van Christus Jezus. O, krijgszonen van God, wat is er met u aan de hand, hoe is het vandaag met u gesteld? Wanneer we zien dat de Bijbel voorzegt dat Hij heden een voortvluchtige is, uit Zijn gemeente geworpen, uit de organisaties gezet. En u weet het. Het is niet nodig het onder stoelen of banken te schuiven, het is de waarheid. De Bijbel zei dat het zo zou zijn. Kom uit die merktekens van het beest vandaan!

137 Kijk naar die mannen! Zij trokken hun zwaard. Wat was het? Zijn verlangen was een dronk koel water. David! Wat een type van vandaag! Onze David, Christus, wij weten dat Hij een 'heilige roller' wordt genoemd, Hij is aan de kant gezet, in alles een fanaticus, door de kerk verworpen. Zij hebben hun geloofsbelijdenissen en dergelijke opgesteld in dit Kerstfeest, zoals zij gedaan hebben bij het eerste. Dat weten wij, maar we weten dat dit Woord altijd waar blijft en het zal vervuld worden. En het verlangen van Christus gaat uit naar mannen, krijgslieden die op zullen treden! Amen!

138 O, komt aan mijn zijde staan, ik verkeer in een verschrikkelijke positie. Ik daag u uit vandaag! Deze geluidsbanden gaan over de wereld. Ik daag een man uit, een strijder die Jezus Christus liefheeft, die weet dat deze dingen heden vervuld moeten worden, broeders, komt aan mijn zijde staan en neemt het Woord van God. Vergeet die opgedroogde waterbakken en geblokkeerde denominaties waarin u leeft. Trek het verse Woord van God uit de schede en laat ons een goede dronk van fris pinksterwater aan Jezus geven! Dat is nu Zijn verlangen, terug naar het oorspronkelijke Pinksteren, terug naar het Woord! Het is in Maleachi, het 4e hoofdstuk, geprofeteerd, dat wij dit zouden doen: "Het Geloof van de kinderen weer teruggekeerd naar de vaderen!" Wie wil vanmorgen stand houden, zoals David?

139 Wij weten dat David zal komen in kracht. Jezus Christus zal de wereld overnemen. Hij erft de aarde, Hij zal Koning over de aarde zijn. Hij is nu verworpen, Hij is een voortvluchtige onder Zijn mensen. Natuurlijk is Hij een voortvluchtige voor de wereld, altijd geweest. Maar nu is Hij een voortvluchtige voor Zijn eigen kerk, zij verwierpen Hem, zij houden van hun geloofsbelijdenissen en voorname waardigheidsbekleders in plaats van van het Woord. Men wil niet dat Hij gemanifesteerd wordt. Men wil niet dat Hij gepredikt wordt in Zijn kracht. Zij hebben zich ervan afgesneden, zoals de Bijbel in Openbaring 17 heeft gezegd dat zij zouden doen. Wat doen ze? Trekken vandaag op en gaan allen in deze Raad van Kerken. Katholicisme en Protestantisme verenigen zich en vormen het merkteken en het beeld van het beest. En Protestanten volgen en zijn er dadelijk voor, Pinkstermensen overal. Waardigheidsbekleders van Pinksteren trekken naar Rome en zeggen bij hun terugkomst: "Hoogst geestelijke plaats!" En in Texas en overal maken zij hun deuren open en geven hun opvattingen over de geestelijke posities, enzovoort, terwijl men weet dat het leerstellingen zijn die in dit Woord zijn geïnjecteerd.

140 O, u inwoners van Bethlehem! Halleluja! Ik roep mannen, krijgsmannen op die onbevreesd zijn. Het kan mij niet schelen of er achthonderd aan de ene en tienduizend aan de andere kant staan, ik wil krijgslieden die met mij mee willen gaan om een gat in deze linie van ongelovige Filistijnen te hakken, de Wereldraad heeft zich om het Woord van God heen gelegerd, proberend zich leerstellingen te maken om het volk te voeden. Er is een Bron, er is een Fontein open in het Huis van David. Bethlehem!! ... Onze zonde en onreinheid! Onze zonde is ongeloof in Zijn Woord!

141 Welke krijgsman kan het Duizendjarig Rijk zien aankomen? Welke krijgsman kan deze grote Heilige Geest zien komen in de vorm van Jezus Christus, het letterlijke lichaam van Christus, om opnieuw de macht over te nemen, en aan mijn zij staan? Sta mij bij! Laten we een gat door deze denominationele leerstelling hakken. Laat ons daar binnengaan! Hij schreeuwt om een goede frisse dronk van Pinksterwater, oorspronkelijk Pinksteren, niet een stel dat tekeer gaat, gilt en schreeuwt. Ja, ik bedoel een onvervalste doop van de Heilige Geest die het Leven van Jezus Christus voortbrengt terug in de persoon.

142 Vergeef me als ik u zeer doe. Nee, doet u dat niet! Ik doe dit in de Naam van Jezus Christus! Komt terug! Houdt stand, gij dappere mannen, die David daar ziet staan! Jezus Christus, een vluchteling van Zijn kerk, uitgesloten door hun leerstellingen. Er is een frisse Fontein die daarginds hangt. Amen. Er is kracht om dit Woord opnieuw te laten leven. Het is geprofeteerd dat het in deze dag zal geschieden. God zei dat het gebeuren zou. Het moet gebeuren. U zult het nooit doen in het leger waarin u nu bent. U bent zelf omsingeld, Pinkstermensen, vlak om u heen met de rest van de organisaties, u versnijdt het tot een leerstelling.

143 O, man van God, waar is dat Zwaard? Onze Heer verlangt een frisse dronk. Het kan me niet schelen of het is op leven en dood, laten we ons door deze zaak heen hakken. Het valt zo zwaar alleen te staan! Ik roep mannen op om mij bij te staan, te staan met het Woord! Wat dat Woord zegt, doe zoals het Woord zegt. Ik geef er niet om wat er ook gezegd wordt, blijft erbij, want dit is het enige dat zal snijden. Laat ons naar Bethlehem gaan, het echte Water van God.

144 "Als iemand in Mij blijft en Ik in hem, als gij in Mij blijft en Mijn Woorden in u." Blijven, niet overspringen van plaats tot plaats en uw lidmaatschapskaart verruilen van enigheid tot een tweeënigheid en een drieënigheid en terug tot een Presbyteriaan, Lutheraan. "Blijft in Mij", en Hij is het Woord, als "Mijn Woorden in u blijven! Wees niet bang voor achthonderd of achtmiljoen, Ik zal aan uw zijde staan. Ik verlang weer naar een dronk uit die Bron."

145 God zal een volk hebben dat zal drinken uit die Bron! Halleluja! U zou mogen denken dat ik gek ben en misschien ben ik het, dan ben ik gek op Jezus Christus en Zijn Woord. Als ik een dwaas genoemd moet worden, laat mij een dwaas worden genoemd voor Zijn Woord. Ik ben in die organisaties nooit tegen mensen geweest, ik ben tegen dat systeem dat het Woord van God buitensluit. Laten we doorhakken, krijgsmannen, blijft er trouw aan! Laat ons in die Bron gaan, Hij is ons Bethlehem.

146 Deze oude waterbakken, de Wereldraad van Kerken, organiseren nu. Laten we het verse Woord van God herstellen, niet een denominatie. Laten we geen geloofsbelijdenis nemen, dit zijn oude stilstaande waterbakken, dat viel veertig jaar geleden, twintig jaar geleden, dertig jaar geleden, of misschien ook verleden jaar. Ik wil Gods Woord dat voor vandaag beloofd is. Dat is de dronk die Hij mij wenst te geven, dit Woord vandaag! Het is een klein Bethlehem, het is verworpen.

147 Het is, ik weet het, het is precies zoals u denkt: "Wel, als mijn..." Ja, dat is waar, zij dachten dat Hij in Jeruzalem geboren moest worden. Zij dachten dat Hij moest worden geboren waar hun denominatie-hoofden waren. Maar Hij omzeilde dat alles. Hij kwam naar de naam, Bethlehem, want dit is wat Hij was. Halleluja! Hij komt niet voor Methodist, Baptist, Presbyteriaan of Pinkstermensen. Hij komt voor de Bruid, Jezus Christus. Daarvoor komt Hij. Het mag vreemd voor u lijken, maar geloof het!

148 Ziet u deze typen, zij kunnen op geen andere manier komen dan door het Woord. De enige plaats waar Hij geboren kon worden is door dat Bethlehem. Daarom moest het die kleine nederige plaats zijn. Zo zal het vanmorgen moeten zijn, het zal dezelfde manier moeten zijn door het beloofde Woord. Jazeker. De Filistijnse Raad van Kerken organiseert zich nu, legert zich overal om ons Bethlehem heen. Rondom deze Kerstmis, ze zijn overal gelegerd, het is alles versierd met wereldse schittering. "O, wij brengen wereldvrede." Paus Luther, Johannes, of hoe zijn naam ook is, hij zal bijeen komen en alle grote bisschoppen van de kerk, de Verenigde Raad van Kerken en de Wereldraad komen allemaal bijeen. Hoe kunnen twee samengaan tenzij men het eens is? Amen!

149 Er is slechts Eén waarmee u kunt wandelen, dat is Jezus Christus. Hoe kunt u met Hem wandelen? Wanneer u het eens bent met Wie Hij is, het Woord! Laat dat u niet verlaten.

150 Ik geef er niet om hoeveel schittering ze hebben gekregen: "U moet dit doen of wij gaan uw kerk waartoe u behoort sluiten." Het maakt mij niet uit wat zij sluiten en het heeft niets met het Woord te maken. Jazeker. Waar gaat u naartoe? Precies wat het Woord zei dat u zou doen, regelrecht teruggaan, geheel gekleed in wereldse schijn, met allerlei wereldse beloften, maar het is een miljoen mijlen van het Woord vandaan. Zo is het vandaag weer Kerstmis om ons van de belofte van het Woord af te houden. Maar het zal vervuld worden. God is in staat om uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken. O, om te proberen de echte, ware Bethlehembewoners weg te houden van Eeuwig Leven, dat is hun bedoeling.

151 Sta op, gij zonen en krijgsmannen, laten we ons terughakken tot ons oorspronkelijk Bethlehem! Herinner, toen David naar zijn troon kwam. Deze mannen stonden hem bij, omdat zij wisten dat hij op de troon zou komen. Zij wisten dat David op de troon moest komen, het maakte niet uit hoezeer hij uitgeworpen was. Hij was de ergste vluchteling in het land. En zo is het echte Woord van God vanmorgen, het is een vreemdeling voor organisaties. Kijk wat ze gedaan hebben. Het wordt vlak voor u getoond.

152 Mensen proberen te zeggen: "Broeder Branham, u bent de kerk aan het afkammen." Ik kam hun systémen af. De Kerk is Jezus Christus, geen systeem.

153 En vandaag, kijk wat ze gedaan hebben, kijk wat ze doen. En je kunt zien wat ze doen, ze proberen de mensen ervan af te houden. Zij leggen hun garnizoen steeds dichter om die Bron heen om zeker te zijn dat niemand ervan zal drinken. O, krijgslieden van God, ik geloof dat Jezus Christus op een dag zal komen in glorie, ik geloof dat Hij komt en op de troon van zijn vader David zal zitten. Hoewel Hij, Zijn Woord, vanmorgen, een voortvluchtige is, door Zijn eigen volk afgewezen zoals David, de organisaties wezen Zijn Woord af, zij sturen het weg, wanneer God komt en Zijn zuivere Woord bewijst. U hoeft het mij niet te vertellen! Jarenlang heb ik het land doorkruist, en men wijkt er steeds verder vanaf.

154 Ik vertelde onlangs over Jacqueline Kennedy, hoeveel keer heb ik u vrouwen, niet berispt voor het knippen van uw haar, het dragen van make-up, u Pinkstervrouwen die uw haar afknipt, waarvan God zegt, dat u zichzelf een straathoer maakt, wanneer u dat doet. En, volgens God, heeft uw echtgenoot geen recht nog langer met u te leven. Een vrouw die haar haar knipt onteert haar hoofd, hetwelk haar echtgenoot is. Zo is het precies. Wat zegt u daarvan? En u daagt mij hierover uit, ik krijg de brieven binnen, "U oude zonderling!" In orde, men noemde Elia hetzelfde. Ze noemden elk Woord van God zo, telkens wanneer het Woord betuigd wordt noemt men het zo!

155 Iemand zei onlangs: "Wel, wij geloven dat u een profeet bent."

156 Ik zei dat nooit, ik vertel het niet. Ik ben geen profeet, ik ben alleen maar Gods dienstknecht die u hier de waarheid probeert te vertellen. Dat is alles. Laat mij u zeggen dat het Woord van God daarvoor instaat! Hij zei: "De dochters van Sion, de tak die in die dag ontsnapte aan al het bederf, het zal glorieus zijn in Gods aangezicht." Hakt u er doorheen, vrouwen, u hebt uw plaats om u erdoor te hakken, door werelds Hollywood en filmvoorstellingen en al die televisierommel die u probeert na te bootsen, u sexy-gekleed op straat laat lopen.

157 En iemand zei: "Wel, de mensen willen dat u hen onderwijst hoe ze de Heilige Geest moeten ontvangen en hoe..."

158 Zeggen dat u de Heilige Geest hebt en dan het Woord ontkennen? Uw eigen leven bewijst dat u het niet hebt. Ziet u? Nu, ik ben niet boos, ik vertel u alleen wat de waarheid is. Kijk naar uzelf en vind het uit. Paulus zei: "Indien een engel uit de hemel iets anders onderwees, die zij vervloekt", Galaten 1:8. Zo is het.

159 Wat als Jacqueline Kennedy... Zij was de gangmaakster van de vrouwen met al die waterhoofdkapsels en dergelijke die men heeft, al die sexy-kleding, rare zwangerschapskleding en dergelijke. Elke vrouw in het land wil ze dragen, ook u Pinkstermensen. Kijk, Jacqueline Kennedy heeft nog nooit een boodschap zoals deze gehoord. Als ze het gehoord had, kon zij zich misschien allang bekeerd hebben. Maar u Pinkstervrouwen hoort het dag en nacht en jaar in jaar uit en nog steeds doet u er niets aan! Halleluja! God zal er een dezer dagen genoeg van krijgen! God zal het zat worden. Ja, ik weet dat u denkt dat ik waanzinnig ben. Ga uw gang, het is in orde. Ze hebben dat door alle tijdperken heen al gedacht toen het Woord... Zie?

160 O krijgsmannen, trekt het Zwaard, laat ons partij kiezen voor alles waar het Zwaard voor staat! Laat ons bij die Bron komen waar een Fontein is gevuld met Bloed dat vloeit uit Immanuëls aderen. Geen Jood. Immanuëls aderen, God met ons, waar zondaren zich werpen in die vloed en al hun schuldvlekken kwijt raken.

161 "En er zal een Heerser voortkomen uit Bethlehem die over Mijn volk zal regeren." De Heilige Geest vandaag heerst over de mensen, en de Heilige Geest is het Woord. Is dat juist? Nu, eerbiedig, terwijl wij sluiten. Hij regeert de mensen. Het geeft niet wat u denkt; u voldoet aan het Woord. Doet u het niet, dan is de Heilige Geest er niet; en u getuigt met uw eigen getuigenis, het maakt niet uit wat u zegt. U zou op en neer kunnen springen, in tongen spreken, door de zaal kunnen rennen, met nog steeds kortgeknipt haar en de dingen doen die u doet; het getuigt tegen u, dat het niet zo is.

162 Bethlehem-bewoners, God zegene u. Laat ons dóórgaan! Christus wil een echte kerk. Hij wil een Bruid. Laten we ons een weg banen. Ga weg hier, doe die geloofsbelijdenis weg, zodat de echte drinkers terug kunnen keren en een slok kunnen krijgen van het echte, koele Pinksterwater dat eens uit die grote Bron vloeide. Het vloeit nog steeds. wilt u vandaag niet komen en dit met heel uw hart geloven, terwijl we onze hoofden voor een ogenblik buigen.

163 Ik had hier vele dingen waarover ik moest spreken. De tijd staat het me niet toe, het is nu elf uur. Ik vraag mij af hoeveel krijgsmannen hier aanwezig, u predikers, Methodist, Baptist, Presbyteriaan, Katholieke priester, wat u ook mocht zijn, bent u overtuigd? U weet dat ik geen geestelijke ben. Ik kon wel uit de woestijn zijn gekomen, met m'n van de hak op de tak springen, maar dit is het Woord. En u gelooft dat het zo is en u gelooft dat het het Woord is; dit is het Bethlehem. Jezus zei: "De mens zal door brood alleen niet leven, maar van èlk Woord dat uit de mond van God komt." En het Woord is hier, de Bijbel. De mens zal daardoor leven en Hij is dat Woord.

164 O krijgsman, wilt u het zwaard van God trekken en zeggen: "Ik heb afgedaan met deze tradities, ik keer terug naar het Woord, ik keer terug naar de waarheid?" Vrouwen, mannen! Vrouwen, bent u niet beschaamd over uzelf, de manier waarop u geweest bent. Bent u vanmorgen op dit Kerstfeest gewillig terug te keren om de echte Jezus Christus te weerkaatsen?

165 Met uw hoofden gebogen en elk oog gesloten nu, zou u uw hand willen opsteken en zeggen: "Bid, broeder Branham, in mijn hart wil ik dat werkelijk doen, ik ben... ik geloof het?" God zegene u. My, predikers, vrouwen, overal!

166 In Bethlehem, Bethlehem, de plaats van het brood en water van God, Christus, ons glorierijk Bethlehem. Hoe komen we ìn Hem? 1 Korinthe 15: "Door één Geest worden wij allen gedoopt in het mystieke Lichaam van Jezus Christus."

167 Wij voeden ons met Zijn Woord, niets anders, alleen schapevoedsel! Dit Woord! Niets anders. U kunt er geen geloofsbelijdenis in plaatsen, we zullen daar niet naar luisteren. Nee, meneer. U zult zeggen: "Wel, het is op deze manier." Als de Bijbel zegt dat het op déze manier is, is dat de wijze waarop wij het wensen. We willen het niet naar onze smaak kruiden. We willen het gewoon zoals het is.

168 O God, onze Vader, er zijn vandaag nog steeds hongerige harten op de aarde overgebleven. Waarom klein Bethlehem. Op mijn gebrekkige, ongeletterde manier, Heer, heb ik getracht deze kleine groep te leiden, die mij liefheeft, ik weet dat ze dit doen, Heer. En ik heb hen lief. En ik heb ze zodanig lief Heer, dat ik ijverig over hen ben. Ik wens hen niet gemengd te zien in deze geweldige zaken en dan te worden afgesneden wanneer het te laat is en die arme zielen daarginds in de gevangenis te zien en te weten dat ze eens de gelegenheid kregen.

169 Here God, het maakt niet uit wat de grote Jeruzalem's denken en wat de Gilead's en de Ramoth-Gilead's en wat verder nog meer, Silo's, en de grote aanbiddingsplaatsen, waar het ook is. Er is een Bethlehem. "Zijt gij niet de geringste onder die alle? Maar uit u...!" Uit de Methodist, Baptist, Presbyteriaan, Katholiek, het grote capitool; en de Ramoth-Gilead's, waar Luther vocht; en de Silo's waar mogelijk Wesley vocht; en vele andere plaatsen. Maar Heer, Here, U liet een Pinkstergroep verschijnen en òf zij zich niet precies hebben omgedraaid en hetzelfde hebben gedaan!

170 Jezus van Nazareth, ik bid U, Here, laat daar uit elk van deze geloofsbelijdenissen krijgslieden oprijzen in Uw Naam die zich door al deze geloofsbelijdenissen heen breken en terugkeren naar het zuivere onvervalste Woord, afleggende elke last die hun zo gemakkelijk bezet, afleggende elk uur, dat zij hier besteden om rond te gaan en dwaas overal binnen te vallen om leden van een organisatie te maken. Here God, laat hen terugkeren om bekeerlingen te krijgen voor Jezus Christus; niet om een organisatie of een persoon te verheerlijken, maar Jezus Christus. Hij alleen.

171 Het was David waarvoor die mannen vochten. Het was David waarvoor zij hun leven in gevaar brachten. En deze grote machtige krijgslieden, baanden onbevreesd hun weg er doorheen, omdat het zijn verlangen was. Het was zijn verlangen om een dronk te hebben uit díe bron.

172 Here God, misschien voelen wij niet zozeer die trek, maar kijk, het is Uw verlangen dat deze dingen worden gedaan. Zoals U tot Johannes zei: "Aldus betaamt het ons, of past het ons, dat wij alle gerechtigheid vervullen."

173 Het past ons, als predikers vandaag, er op toe te zien dat dit Woord wordt gepredikt, erop toe te zien dat het gedaan wordt. Het betaamt ons, mannen van deze uren waarin wij nu leven. Grote mannen in de wereld vandaag, O God, ze zijn uitgetrokken, laten zij het zien en het Zwaard trekken. Het maakt niet uit wat de tegenstand is. God is voor u, wie kan dan tegen zijn? Wij vinden het niet erg om ons sociale leven in gevaar te brengen, wij geven er niet om dit, dat of wat anders in gevaar te brengen, wij willen het water des Levens terug!

174 Laat ons naar Bethlehem gaan, Here, ieder van hen. Laat al deze vrouwen, die..., zeker, als zij hun hand opstaken, waren zij beschaamd over zichzelf. Laten ze beseffen dat deze mannen een dezer dagen zullen zijn als meneer Kennedy... Zij zullen zijn als de rest van de mensheid, zij moeten sterven. Deze vrouwen zijn stervende, ik ben stervende. Wij branden allen hier op aarde op en wij weten dat het slechts een korte tijd duurt, we hebben nog maar heel weinig dagen over. En God, in plaats van om te proberen grote systemen te bouwen, Heer, laat mannen en vrouwen vanmorgen zien dat het de komst van een Koning is.

175 O God, de komst van die grote Koning, Jezus! En hier... En wij beseffen, God, dat elk van die mannen die dat zwaard trokken en voor David vochten toen hij een voortvluchtige was, dat hij hen, toen hij aan de macht kwam tot heersers over steden maakte. Ieder van hen had steden. En U beloofde dit in de Bijbel, dat wij steden zouden hebben. O God, als heidenen, wij werden erfgenaam door de heidenen, dat wij deelhebbers mochten zijn aan Zijn heiligheid en Zijn gerechtigheid! Laat ons, Heer, vandaag als mannen en strijders dat Woord nemen, wetende dat degenen die in dit uur staan voor Hem, heersers zullen zijn over steden. Niet omdat wij heersers willen zijn, maar we willen dienaren voor U zijn, Heer. O God, wij zien de verschijning van deze kleine minderheid, deze kleine groep, dit wat fanatisme genoemd wordt in de... Paulus zei in zijn dag: "Op de manier die 'ketterij' genoemd wordt", krankzinnig. Zo wil ik vechten, Heer. Uw Woord is waarheid! En Gij zijt het Woord, gisteren, heden en voor immer hetzelfde.

176 O God, zalf ons met Uw Woord en laat Uw Woord dat voor deze dag beloofd is geschieden. Mogen wij als schijnende instrumenten van God dit gebouw vanmorgen verlaten. Mogen wij gaan met het Zwaard, het laten schitteren in de lucht en elke last en al het andere weghakken, opdat we de mensen terug kunnen brengen tot Christus en een koele, frisse dronk aan onze Heer kunnen brengen, in plaats van al deze starre geloofsbelijdenissen. Laten de mensen een echte, koele verfrissende Pinksterzegen uit de Fontein drinken, zodat het Zijn hart mag zegenen en Hem weer onder ons terug zal brengen. Sta het toe, Heer. Ik bid het in Jezus' Naam.

177 Terwijl wij onze hoofden gebogen hebben, als de pianist of organist, of wat het is, naar het orgel of de piano wil gaan, wil ik dat wij rustig zingen: "Er is een Bron gevuld met bloed, gevloeid uit Immanuëls aderen; wanneer zondaren zich werpen in die vloed..." Zondaar, wat is een zondaar? Een ongelovige. "Ongelovigen zich werpen." Ongelovig aan wat? Het Woord. O, die Joden, zij wilden niet geloven dat zij ongelovigen waren, zij dachten dat ze gered waren, maar God wist dat zij een Redder nodig hadden. Zij baden voor een krijgsman, God gaf hun een baby, een Redder. Hij wist wat zij nodig hadden. Dat is hun Kerstgeschenk. Dat is wat u vandaag nodig hebt, dat is wat ik vandaag nodig heb, een Redder voor mijn ongeloof, een Redder voor uw ongeloof. Laten we tijdens het zingen er nu in ons hart over bidden. Bid gewoon oprecht, alstublieft, gemeente.

Er is een Bron gevuld met bloed,
Vloeid' uit Immanuëls zij,
En zondaars (ongelovigen) ondergedompeld (niet een kerklid nu)
In die... (dat is waar kerkleden in onderdompelen)
Al hun zondesmetten verliezen.
Al hun zondesmetten verliezen,
Al hun zondesmetten kwijtraken;
En zondaren...

178 Here Jezus, ik bid nu dat U ons wilt ontvangen. Ik plaats mijzelf hier bij deze groep, Heer. Neem al mijn ongeloof van mij weg, Heer. Laat mij sterven, Heer, zoals Simson riep, laat mij sterven met deze Filistijnen. Laat mij doen, wat het ook voor mij mag zijn om te doen, maar God, reinig mijn ziel. Neem alle twijfel weg. Als er iets in dit Woord is, dat ik niet geloof, Heer, en als u hier iets ontbreekt, dat U beloofd hebt, dat ik dat Woord voor deze dag in mijn eigen leven niet betuigd kan zien, Heer, vergeef mij. Vergeef mij, Heer.

179 Geef mij moed. O Heer, ik heb moed nodig om deze zaak neer te slaan, deze muur af te breken, want ik weet dat het Uw verlangen is. U hebt gesproken dat het in deze dag zou zijn, "Zoals het was in de dagen van Sodom, zo zal het zijn bij de komst van de Zoon des mensen." Wij zien deze laatste beweging, dit laatste teken dat aan de gemeente is gegeven. Dat was het laatste teken aan Abrahams natuurlijke zaad, gezien voordat het vuur de heidenwereld verbrandde. En zo is het het laatste teken dat Zijn koninklijk Zaad zal zien voordat het vuur de heidenwereld zal verbranden. U... Heer, mogen zij zien dat het precies de juiste reden is dat Jezus in Bethlehem geboren moest worden. Het is Uw Woord. Het is Uw belofte. Zegen hen nu, Vader. Ik geef hen als trofeeën aan U. En mogen wij vandaag, gezamenlijk, het Woord tevoorschijn halen en voorwaarts marcheren in Jezus' Naam. Amen.

180 God zegene u. Hebt u de Here Jezus lief? Gelooft u dat het de Waarheid is? Steek uw hand op als u gelooft dat het de Waarheid is. Dank u vrienden. Kijk, ik ben... ik denk dat de geluidsband af is. Ziet u, bij het spreken hier, spreek ik niet alleen maar tegen u. Die geluidsband gaat over de wereld en mannen en vrouwen over de wereld horen deze. Wij gaan van natie naar natie naar natie, zij zitten daar gewoon met kleine buisjes in hun oren en spreken dat direct hardop tot honderden en honderden mensen, rondom de wereld.

181 En kijk, u bent het niet, u vrouwen. Ik wil uw gevoelens niet kwetsen wanneer ik u die dingen vertel. Maar als uw voorganger u dat niet vertelt, is er iets verkeerd met hem. Hij heeft niet de moed om het te doen. Hij verbergt zich achter een organisatie. Of hij is als Lot, die daar zit, voor het vuur viel, hij had gewoon niet de ware - de echte pit die nodig is om daar stand te houden. Hij... De Bijbel zei, dat "de zonden van Sodom zijn rechtvaardige ziel dagelijks kwelden." Zijn ziel wist beter, maar hij had niet het echte dat nodig is om op te treden en het te veroordelen. En een voorganger die een vrouw niet wil vertellen dat het verkeerd is om haar haar te knippen en die kleding te dragen, daar is iets fout met die man.

182 En u mannen, u mannen die uw vrouw zulke dingen laat doen, wat is er met u aan de hand? Wat is er aan de hand met u? U loopt met uw vrouw de stad rond net als een publieke prostituée en geeft dan een man een klap in zijn gezicht als hij haar beledigt. U bent degene die een klap in het gezicht nodig heeft. Zo is het. En God zal het op een dag ook doen. Dat is waar. Wij moeten terugkeren naar dit Woord.

183 Dat niet alleen, dat is maar een klein, klein ding. Maar hoe zult u de grote dingen krijgen als u de kleine dingen weigert? Hoe kunt u algebra leren als u het A.B.C. niet kent? U kunt niet tot tien tellen, hoe zult u uw wiskunde kennen? U zult van de bodem af moeten beginnen. U probeert bovenaan te beginnen, kom naar beneden en start goed.

184 Dit is de tijd het te doen, nu, Kerstmis. Het was de geboorte van Christus, laat Christus in òns geboren worden. Wat is Christus? Christus is het Woord. Hoevelen weten dat? "In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God."

185 Iemand zei onlangs: "Broeder Branham, de mensen weten dat u een vrouwenhater bent." Ik ben het níet. Ik ben het niet. Nee. Ik heb oprechte liefde voor mijn zusters. Een man zal zich omkeren en denken dat u er leuk uitziet met rode ogen en groene ogen en kortgeknipt haar, die man heeft een andere mening dan ik heb. Uw... Ik houd van die ziel die in u is, die God moet ontmoeten. Dat is wat mijn zuster is voor Eeuwig, niet een of ander sex-geval hier op aarde zal...

186 Hoevelen hebben ooit de ondergang of de val van Rome gelezen? Zeker. Kijk daar eens, wij doen precies hetzelfde, sex-appeal. De jeugd in de toestand waarin zij verkeren, precies zoals wij het nu hebben, rassenproblemen. En de jeugd neemt de overhand, en mannen en sex. Precies zoals het Romeinse keizerrijk achttienhonderd jaar geleden viel en hier komt het weer rechtstreeks terug onder de heidenen. Ziet u? De verwarring onder de godsdiensten en dergelijke. O, wat een uur waarin wij leven!

187 [Een zuster geeft een boodschap] Amen. De Here God heeft gesproken. Ik geloof dat.

188 Laten we nu gaan staan. Wanneer Hij spreekt, wordt het tijd voor ons om eerbied te schenken. Door Gods genade en met Gods hulp ben ik meer dan ooit besloten trouw te blijven aan dit Woord en met de hulp van God mijn best te doen opnieuw te proberen een weg naar Bethlehem te banen, waar Bethlehembewoners kunnen drinken uit die Bron. Hoevelen willen zich bij mij aansluiten en met uw handen opgeheven zeggen, "Ik beloof aan God, dat ik het zal doen?" God zegene u.

189 Buig nu uw hoofden voor een ogenblik, ik geloof dat een zekere broeder hier, broeder Jefferies, hier komt. Hij zal het gehoor uit laten gaan terwijl we onze hoofden buigen in gebed, als u wilt. Goed, broeder.