Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Shalom

Door William Marrion Branham

1 [Een broeder spreekt: "Iedereen is het ermee eens, broeder Branham, dat als u wilt blijven tot 6 uur... 5 of 6 uur... neemt u alle tijd die u wilt." – Vert] Dank u zeer daarvoor. ["Niemand hoeft naar huis te gaan voor 5 à 6 uur. Dus we zouden het waarderen." De broeder begint te spreken over een man die kanker had.]

     Goedemorgen vrienden, u kunt gaan zitten. Het is goed om terug te zijn aan de achterkant van de woestijn. Weet u, ik geloof dat de laatste keer dat ik hier was, ik deze plaats "de achterkant van de woestijn" noemde. Dat is waar we gewoonlijk de Here vinden, of waar het eens gevonden werd, toen Mozes de schapen aan het hoeden was aan de achterkant van de woestijn.

     Deze makker hier, ik zag hem in de achteruitkijkspiegel enige tijd geleden, onderweg. Ik hoorde onlangs dat hij in het ziekenhuis was. Ik bad voor hem, en hier zit hij deze morgen. [Iemand zegt: "Het gaat goed met hem." – Vert] Wel, dat is goed; ik ben zo blij. Hij had een bloeding. En dus... Ik ben zo blij om hem deze morgen te zien.

     Het spijt me om over die broeder te horen die de vorige keer hier bij ons was. Hij heeft kanker gekregen en ligt in het ziekenhuis. We weten dat we hieruit maar één uitweg hebben, en dat is de weg van de dood. Dat pad moeten we allemaal bewandelen, ook al waren we de rechtvaardigste en de heiligste onder ons, wij dragen de een na de ander elkaar naar het graf. En toch zei Jezus: "Wie in Mij gelooft zal nimmer sterven." Maar wat daar de 'dood' is, is niet wat wij dood noemen.

2 Zoals toen Jezus over Lazarus sprak en Hij zei: "Hij slaapt."

     En zij zeiden: "Wel, als hij slaapt gaat het goed met hem."

3 Toen zei Jezus – Hij moest het ze vertellen in de taal die ze kenden, ziet u: "Hij is gestorven." Hij zei: "En Ik ben blij om uwentwil, dat Ik daar niet bij geweest ben, maar Ik zal opwekken." Ziet u?

4 En toen deed Hij die wonderbare uitspraak die we in de Schrift hebben: "Hij die hoort, hij die in Mij gelooft, heeft eeuwig leven en zal niet in het oordeel komen, maar is overgegaan van de dood in het leven. Ik ben de Opstanding en het Leven. Hij die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven. En een ieder die leeft, en in Mij gelooft zal nimmer sterven." Ziet u? Nimmer sterven! Er bestaat werkelijk geen dood voor een Christen.

     Dood betekent "eeuwige scheiding".

5 Wanneer we sterven in het natuurlijke lichaam waarin we nu zijn, dan worden we van elkaar gescheiden. Maar dit lichaam is ook werkelijk het enige dat ons elkaar doet herkennen, omdat we gebonden zijn aan vijf zintuigen: zien, proeven, voelen, ruiken en horen. Zolang we elkaar maar kunnen zien of voelen, wel, dan hebben we het bewijs dat we hier zijn. Als u blind bent en niet kunt zien, dan kunt u elkaar voelen, of horen. En de aardse zintuigen maken ons aan elkaar bekend.

6 Maar in werkelijkheid, ronduit gezegd, hebben wij elkaar nooit gezien. Wist u dat? Wij hebben elkaar nooit gezien. U hoort hier iets spreken uit een lichaam wat datgene vertolkt wat eigenlijk aan de binnenkant zit. Dus wanneer we met elkaar praten, praten we in werkelijkheid niet tegen het lichaam. Het is de geest binnenin u, maar het lichaam identificeert de geest die daar binnenin is. Daarom kunnen we wanneer we met elkaar spreken dadelijk onderscheiden of we Christen zijn of niet, omdat er een gemeenschap is in de geest van waaruit we spreken. Ziet u, dat geeft een trilling naar elkaar of we al of niet Christen zijn. Daarom hebben we elkaar nooit gezien.

7 Jezus: "Niemand heeft ooit God gezien, maar de Eniggeborene van de Vader heeft Hem verklaard." Ziet u? Met andere woorden, God werd geïdentificeerd. De Persoon van God werd in het lichaam geïdentificeerd, de Here Jezus Christus, zodat Hij het uitgedrukte beeld van God was. Of, God die Zichzelf uitdrukt door middel van een beeld, ziet u, door een beeld, de mens. God drukte Zichzelf uit aan ons, en Hij was God. Niet een derde persoon of tweede persoon; Hij was dé Persoon, God. Hij was God zelf, Zichzelf identificerend, zodat we Hem konden voelen.

8 1 Timotheüs 3:16: "En buiten alle twijfel (dat is ontegensprekelijk), de verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard – ofwel bekendgemaakt – in het vlees." Is dat niet wonderbaar? God! We zouden God nooit kunnen begrijpen als Hij Zich bewoog als Vuurkolom, enzovoort, zoals Hij deed. Maar we begrepen Hem toen Hij één van ons werd, ziet u, toen Hij Mens werd. Toen kon Hij met ons praten, en we konden Hem voelen, Hem betasten, Hem aanraken en alles. Zoals ook de Schrift duidelijk zegt dat "we God hebben betast", ziet u, met onze handen, Hem hebben aangeraakt met onze handen.

9 God is in de mens. En Hij identificeert Zichzelf vandaag met Zijn kerk. In de wedergeboren Christen identificeert God Zichzelf, dat Hij God blijft. En de buitenwereld zal God alleen kennen als ze God in u en mij zien. Dat is de enige manier waarop ze God zullen kennen, wanneer wij geschreven brieven zijn, brieven van de Schrift, die worden gelezen door alle mensen. Het leven dat we leven weerspiegelt wat er in ons is. Een mens wordt geïdentificeerd door de werken die hij doet. Dus onze werken behoren goed te zijn, ziet u, altijd goed, omdat we onze Here Jezus Christus vertegenwoordigen.

10 Wat is dat een wonderbaar iets, en wel in het bijzonder wanneer hier een oude man staat als ik, en we aan het leven denken dat wegebt, dat verstreken is in het verleden, en we uitzien op een eeuwige toekomst. Ik weet dat wanneer dit leven het enige is waarop ik mijn hoop had gevestigd, ik de ellendigste persoon zou zijn deze morgen. Maar ik weet ook dat dit leven slechts een schaduw is geweest van wat moest komen. Het is een weerkaatsing, omdat het niet dat volmaakte kan zijn dat God maakte. God maakt niets, dat verloren gaat. Ziet u? God is eeuwig. Daarom weerspiegelt het leven waarin we nu leven alleen maar dat wat voor ons ligt. Het werkelijke, dat niet kan sterven. Het lichaam dat niet kan sterven. Het leven dat niet weggenomen kan worden. Ziet u? Daarom is de Schrift juist, waar staat dat we altoosdurend leven hebben, we hebben eeuwig leven. We zullen nimmer sterven. Want, ziet u, wanneer u wedergeboren wordt, wordt u een deel van God. Kijk, u bent er voor immer voor de eeuwigheid, het is niet te missen. U bent een deel van God, omdat u Zijn zoon bent.

11 Welnu, ik zou een andere naam kunnen nemen, en zeggen dat mijn naam nu een andere naam is. Ik zou mijn moeders naam kunnen nemen, Harvey, die het dichtst bij me zou staan. In de wereld was mijn moeder een Harvey, en daarom zou ik de naam Harvey kunnen nemen. Maar toch zou uit mijn bloed blijken dat ik een Branham ben. Ziet u? Omdat ik een deel ben van mijn vader. Zolang ik bloed in mij heb, blijf ik steeds een deel van mijn vader. Ziet u, dat is waar. En wanneer ik geboren ben uit de Geest van God, ben ik een deel van God. Dat is alles. Ik word geïdentificeerd met Hem, ziet u. Hij is mijn Vader. Dan moet mijn leven Hem ook reflecteren; zoals mijn leven ook mijn aardse vader reflecteert naar zijn beeld. Ze zeggen dat ik veel op mijn vader lijk, dus daarom wordt ook zijn beeld in mij gereflecteerd. En uw vader, en uw ouders, worden in u gereflecteerd. Zo wordt God, onze Vader, in ons gereflecteerd wanneer we worden geboren en gelijkvormig gemaakt worden aan Zijn beeld.

12 Maar, ik begin te praten, zo kom ik nooit op mijn tekst waarover ik tot u zou gaan spreken.

13 Ik heb een huissamenkomst altijd gewaardeerd, zo'n gebedssamenkomst als hier in een huis, meer dan de mensen misschien mochten denken dat ik zou doen, vermoed ik, omdat de fijnste samenkomsten en de fijnste tijden van gemeenschap gewoonlijk in kleine huisgebedssamenkomsten, zoals deze hier, zijn. Ik heb me het dichtst bij God gevoeld wanneer er slechts een handvol gelovigen samenkwamen om te aanbidden.

14 Nu, deze morgen zitten we hier, veronderstel ik, met ongeveer veertig of dertig man schat ik, de kinderen meegeteld. Ik zou het niet weten. Ik kan het aantal niet erg goed tellen, want ik zie maar een kleine groep mensen, en er zijn hier andere kamers waarin ik de mensen niet zie. Maar als we op deze manier samenkomen, voel ik dat we een intimiteit krijgen, die we niet krijgen als we ergens in een grote, enorme gemeente zijn. We kunnen onszelf uitdrukken. Daarom had ik vanmorgen gedacht hierheen te komen om hier tot de gemeente te spreken en tot haar geliefde herder. Ik ben zo blij om veel van mijn vrienden hier te zien, de Strickers, en al diegenen die ik al enige tijd niet gezien heb.

15 Ik zou vanochtend mijn nieuwjaarsboodschap tot u willen brengen, die ik van plan was komende zondagmiddag in de Phoenix-samenkomst te spreken, in het auditorium. Ik dacht dat ze er daar misschien bandopnamen van zullen maken. Maar misschien zou de Heilige Geest me hier een betere gedachte geven te midden van slechts een groepje gelovigen, dan dat het misschien in Phoenix het geval zou zijn in een gehoor waar geloof, ongeloof, en bijgeloof en alles met elkaar gemengd is. Als de broeders de banden uit zouden willen brengen zou het beter zijn om het op deze manier te doen, omdat je hiervandaan een betere band zou krijgen. Ik vroeg de jongens om eerst de akoestiek na te gaan. En toen ik vanmorgen binnenkwam, vertelde broeder Terry me dat de akoestiek in orde was. Dus dat is goed. Zo, laten we nu eerst, voordat we deze plechtige zaak benaderen, en ik weet...

16 Ze zeiden geloof ik dat sommigen van u blijven voor het middageten, om hier op het terrein of in huis of zoiets, samen het middageten te gebruiken. Dat is erg fijn. Ik stel het beslist erg op prijs om u allen bij elkaar te zien komen.

17 Ik voel dat mijn boodschap vandaag gericht is tot de gemeente van de levende God, ziet u, waarvan naar ik geloof hier deze morgen een deel zit. Laten we nu, voordat we nu komen bij het plechtige deel, onze hoofden een moment buigen voor gebed.

18 Onze hemelse Vader, we zijn U zo dankbaar, dat we zelfs zo bevoorrecht kunnen zijn om U aan te spreken als onze Vader, want Vader betekent dat we zijn verwekt door de grote God die de hemelen en aarde heeft geschapen. We zijn zo blij om dat voorrecht, dat we in onze harten kunnen bedenken dat we zonen en dochters van U zijn. En dan te zien dat U Zich nauwgezet in ons midden identificeert, dat U onze Vader bent die onze gedachten verandert van de dingen van de wereld vandaan, onze motieven en doelen en houding verandert, en elk deeltje van ons, om U lief te hebben en U te geloven, en te weten dat Uw beloften waar zijn.

19 We zijn hier vanmorgen op deze plaats samengekomen, die wij "de achterkant van de woestijn" noemen, of liever zo noem ik het, dat denkend. De reden dat ik dat zeg, Here, is niet om enige blaam op dit groepje mensen te werpen, maar als iets wat van nature klein zou zijn.

20 Maar ik probeer te denken dat het Mozes was, Uw dienstknecht, die aan de achterkant van de woestijn was, misschien alleen hij en zijn schapen, misschien waren zijn vrouw, Zippora, en Gersom, zijn zoon, er ook bij. Dat weet ik niet. Maar daar was het dat zij een ervaring kregen die de profeet veranderde van een gevluchte lafaard tot de dienst van de God die hem voor het werk had bestemd, aan de achterkant van de woestijn. Daar werd de Vuurkolom voor het eerst gemanifesteerd in een menselijk leven, voor zover wij weten. Dat Vuur bevond zich daar in een woestijnstruikje, dat niet verbrandde. Het was echter Gods heerlijkheid die zich door die struik weerspiegelde, zodat Mozes, de profeet, zijn schoenen uitdeed, en het naderde, en toen van God de opdracht kreeg om een volk van God te bevrijden.

21 Moge het vandaag weer zo zijn, Here, aan de achterkant van de woestijn, dat we nu als het ware onze schoenen, onze hoeden, ons 'al' afleggen, en het onder het kruis van Christus neerleggen en zeggen: "Hier ben ik, Here, zend mij."

22 Zegen deze herder hier, onze broeder Isaacson. We bidden dat U hem, zijn vrouw en zijn kleintjes zult zegenen; broeder Stricker, zijn vrouw en de kleintjes, en al de anderen die hier vanmorgen vertegenwoordigd zijn.

23 We zijn hier bij elkaar gekomen; nee, Here, niet voor de een of andere roem, of om bekend te worden als leiders of een bepaalde functionaris of iets groots. We zijn hier slechts als nederige gelovigen. We zijn hier omdat we van U houden, en omdat we van elkaar houden. En als we elkaar zien als we samenkomen, bemerken we dat het lijkt of er meer van God bij elkaar komt, naarmate iedere gelovige zich op één bepaalde plaats verzamelt. En Jezus zei: "Als u dit zult doen in Mijn Naam, dan zal Ik in uw midden zijn." We weten dat U hier bent.

24 Spreek tot ons, Here. En als deze kleine notities die ik hier vanmorgen heb opgeschreven en de verwijzingen naar de Schrift afwijken van het pad, van de gedachte die U ons te denken zou willen geven, dan Here, laten we dat gewoon weg, en doen zoals U het ons vertelt. Zegen ons nu, want we vragen dit in de Naam van Jezus Christus. Amen.

25 Nu, vroeger kon ik de Schriftlezingen goed onthouden, voordat ik deze hoge leeftijd bereikte. In die dagen van mijn jeugd nam ik geen lange boodschap, misschien dertig minuten of zoiets, en ik ploegde recht in één gedachte en hield die in mijn gedachten. Maar nu... de reden dat ik nu deze lange samenkomsten houd, is omdat ik ze op de band zet. Ziet u? De jongens daar nemen deze band op. Hij zal op een bepaald moment beginnen, misschien nu, bij het begin van het gebed, en hij gaat naar vele, vele plaatsen, praktisch de hele wereld rond. Vanmorgen zullen we spreken over wat we mijn nieuwjaarsboodschap noemen. Ik had drie kerstboodschappen, en ik weet dat u mensen hier aan de achterkant van de woestijn, deze banden krijgt. En mijn laatste boodschap daar in de kerk, of mijn een-na-laatste boodschap, was over Het licht. Als u die band nog niet hebt gekregen, ben ik er zeker van dat u ervan zult genieten. Ik heb er erg van genoten, van de inspiratie ervan die de Heer me gaf.

26 Nu vandaag, als we het nieuwe jaar tegemoet zien, wil ik er niet op de manier van vroeger aan denken, maar ik wil naar de toekomst zien. Ziet u? Zoals Paulus zei: "Vergetende hetgeen achter mij ligt, jaag ik naar het doel van de hoge roeping." Zoals wordt gezegd dat het is alsof je naar achteren kijkt door de spiegel van een auto. We kijken naar waar we gepasseerd zijn, wanneer we in de achteruitkijkspiegel kijken. Maar vandaag proberen we niet om de boodschap te plaatsen als het zien door een achteruitkijkspiegel. Het zou te lang duren, ziet u, zoveel dingen die de Heer heeft gedaan. En u bent allen bekend met de grote dingen die onze Heer gedaan heeft, wat enkele van de machtigste dingen zijn die ik ooit in mijn leven gezien heb, wat Hij de afgelopen paar maanden voorbij liet gaan. Maar nu zijn we dankbaar voor wat geweest is, en we kijken voorwaarts. We kijken naar waar we op aansturen, naar dit 1964.

27 Als u hier zou willen lezen, of, ik zou enkele Schriftplaatsen willen lezen, omdat dit alles is gebaseerd op Gods Heilige Woord.

28 Geef me nu ongeveer een uur en vijftien minuten voor deze band. Zo de Here wil, zal ik proberen het af te maken zodat u kunt gaan eten. Ik dank u dat u me zei dat ik tot zes uur vanavond de tijd heb. Dat was erg vriendelijk.

29 Laten we nu twee plaatsen opslaan in de Bijbel, de boeken liggen dicht bij elkaar. Het is in het Oude Testament. Ik neem de tekstlezing uit twee plaatsen, Jesaja 62 en Psalm 60. We zullen eerst Jesaja 62 opslaan om te lezen. Hierin worden we herinnerd aan de grote krachten van onze Here God, hoe groot Hij is, en hoe machtig onze God is. Sorry, het is Jesaja 60, in plaats van 62. Jesaja 60. Goed, we zullen nu lezen, Jesaja 60:1 en 2.

     Maak u op, word verlicht, want uw Licht komt, en de heerlijkheid des HEEREN gaat over u op.
     Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken, en donkerheid de volken; doch over u zal de HEERE opgaan, en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden.

30 "Dikke duisternis over de volken." Dit is natuurlijk een profetie van de dag waarin we nu leven.

31 Laten we ons nu wenden tot de Psalmen. Ik geloof dat ik een beetje in de war was toen ik mijn Schriftplaatsen hier haastig neerschreef, gisteravond. Psalm 62:2–9.

     Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil.
     Immers is Hij mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek, ik zal niet grotelijks wankelen.
     Hoe lang zult gij kwaad aanstichten tegen een man? Gij allen zult gedood worden; gij zult zijn als een ingebogen wand, een aangestoten muur.
     Zij beraadslagen slechts, om hem van zijn hoogheid te verstoten; zij hebben behagen in leugen; met hun mond zegenen zij; maar met hun binnenste vloeken zij. Sela.
     Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting.
     Hij is immers mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog Vertrek; ik zal niet wankelen.
     In God is mijn Heil en mijn Eer; de Rotssteen van mijn sterkte, mijn Toevlucht is in God.
     Vertrouw op Hem te allen tijde, o gij volk! Stort uw hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela.

32 Nu, als u het hebt opgemerkt, in de Schriftlezing daar in de Psalmen wordt steeds gezegd: "God is mijn Rots." Weet u wat een rots vertegenwoordigt in de Bijbel? Een rots in de Bijbel, vertegenwoordigt hier "de openbaring van God". Ziet u, "God is mijn openbaring." Dat is Hij. De openbaring van het Woord is de rots.

33 Want Petrus zei op een dag toen Jezus de vraag had gesteld: "Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen ben?"

34 En een van hen zei: "U bent... Sommigen van hen zeggen dat U Mozes bent, of Elia, Jeremia, of één van de profeten." Maar dat was de vraag niet. "Wie zeggen júllie dat Ik ben?"

35 Hij, Petrus, nam het woord en sprak deze beroemde woorden: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God."

36 Hij zei: "Gezegend zijt gij, Simon, zoon van Jonas, want vlees en bloed heeft u dit niet geopenbaard, maar Mijn Vader die in de hemelen is. En op deze rots!" Ziet u?

37 En David spreekt hier: God is "onze Rots". God is onze Rotssteen, als God aan ons geopenbaard is. Dat wordt een rots, ziet u. God is onze Rots.

38 Nu mijn tekst voor vanmorgen is één enkel woord: Shalom. Shalom betekent in het Hebreeuws "vrede". En dat zeg ik deze morgen tot de gemeente: "Shalom!" Dat is vrede.

39 In het Fins zegt men Jumalan rauha, wat betekent: "Gods vrede" over u. Rauha. God, ziet u, Gods vrede, Shalom.

40 Mijn nieuwjaarsboodschap is tot de gemeente die uitverkoren is in Jezus Christus, voor 1964. Niet zomaar tot de kerkelijke groeperingen; maar de uitverkorene, de dame, de dame van... de gemeente, de bruid van Christus, zie, daartegen spreek ik.

41 We ontmoeten hier in onze twee onderwerpen die we lazen, of liever, de twee Schriftgedeelten, een groot contrast van de één met de ander. Er staat in Jesaja: "Maak u op, word verlicht, want de heerlijkheid van God gaat over u op. Het licht is hier." En dan direct in het volgende vers: "Donkerheid bedekt de volken." En terwijl we zo in een mengeling van licht en duisternis wandelen is mijn boodschap tot de gemeente: "Shalom, vrede." Laten we uitvinden wat dat allemaal betekent, ziet u. We zien dit jaar tegemoet met zowel duisternis als licht. De wereld is in een van de meest chaotische tijden van duisternis waarin zij ooit geweest is. En toch staat zij ook in het meest gezegende licht dat er ooit geschenen heeft.

42 Het is net zo'n verschil als het in den beginne was, toen er duisternis op de aarde was. En de Geest van God zweefde op de wateren en sprak; "Daar zij licht." En God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. Ik geloof dat we nu opnieuw in dat uur leven, waarin God scheiding maakt tussen licht en duisternis, en Hij drijft het voort tot de andere kant van de wereld, opdat het licht gemanifesteerd zal worden.

43 De reden dat ik "Shalom" tot de gemeente zou willen zeggen, is omdat het 'Gods vrede' is. Dat wil ik, voor het nieuwe jaar, tot u brengen vanochtend, om niet terug te zien, maar we zien uit naar het aanbreken van een nieuwe dag. Er ligt iets groots voor ons, wat jarenlang de vreugde is geweest waar we naar uitzagen, het doorbreken, de komst van het grote licht. En nu kunnen we het aan de horizon zien doorbreken, in de sfeer van de horizon, doorbrekend tussen sterfelijkheid en onsterfelijkheid. We zien het doorbreken tussen hemel en aarde, van een aardgebonden zieke en gekwelde wereld, in een helder schijnende dag van een onsterfelijk leven en een onsterfelijk lichaam en een onsterfelijke aarde die nooit voorbij zal gaan. Het is "Shalom" tot de gemeente. Nu, de tijd van het licht is in aantocht voor de gelovigen, maar voor de mensen is het dichte duisternis.

44 Onlangs waren we aan het praten, mijn vrouw en ik, en we hadden het over het uur waarin we leven. Nu, de reden dat ik deze plaats koos is dat ik me voelde alsof ik de zaken gewoon kon neerleggen en tot u kon spreken, ziet u? Het is alsof er een tijd is op de mensen die de meest aandoenlijke tijd is die ik me naar zou kunnen voorstellen.

45 Ik heb steeds zo goed mogelijk mijn best gedaan, als ik het met de mensen oneens was over religieuze aangelegenheden; maar als ik daarna niet zijn hand zou kunnen nemen, het doet er niet toe hoe scherp de zaak ook zou liggen, als ik zijn handen niet beet zou kunnen pakken en zeggen: "Dit is met het oogmerk om elkaar beter te begrijpen", en die persoon nog steeds liefhebben (het niet alleen zeggen met mijn lippen, maar het menen met mijn hart), dan was ik helemaal de persoon niet om uit te gaan en te proberen met de mensen te spreken. Want, ziet u, we moeten dat doen, we moeten die persoon liefhebben. Ziet u? Als u zich onder mensen begeeft van alle mogelijke standen, en verschillende sekten en groeperingen, en religies enzovoort, en probeert de Bijbel op tafel te leggen, en te zeggen: "Laten we het niet vanuit uw geloofsbelijdenis bespreken of vanuit uw zedenboek, maar vanuit de Bijbel." En dan kunnen de mensen soms werkelijk heftig worden. Maar als ik ook maar één gedachte zou krijgen, dat ik die persoon niet mocht, dan weet ik één ding, de Geest van Christus heeft me verlaten. Als ik kan voelen dat ik die persoon niet mag, dan is er iets fout met me.

46 Want de Geest van Christus was, terwijl zij Hem kruisigden en Zijn eigen volk de spijkers sloeg, en diezelfde schepping die Hij schiep de spijkers, die Hij schiep, door Zijn menselijke vlees heen dreef, dat Hij desondanks met een hart vol liefde uitriep: "Vader, vergeef het hun, ze weten niet wat ze aan het doen zijn." Ziet u?

47 En ik ben tot die plaats gekomen. Ik geloof dat de mensen niet weten wat ze aan het doen zijn. De tijd is gekomen, dat het menselijk wezen, lijkt het wel, zo'n werktuig voor kwaad is geworden dat het aandoenlijk wordt. Het lijkt alsof er een donkere schaduw vlak boven de mensen is, die hen drukt.

48 Zoals bijvoorbeeld dit ene. Bij het rondreizen door het land en het spreken, terwijl de Here God Zich identificeert, Zijn Woord betuigend en tonend dat het precies juist is, terwijl Hij nooit iets gezegd laat worden dat niet volkomen uitkomt zoals Hij zei, het rechtstreeks in bestaan sprekend, enzovoort, zoals Hij gedaan heeft. En de mensen zitten ernaar te kijken, en ze blijven in diezelfde staat doorgaan als waarin ze waren. Ziet u?

49 Zie, niet met enige geringschatting, maar zoals onze zusters, de vele keren dat ik tot hen spreek over het dragen van die kleren, het knippen van hun haren, en kleine dingetjes. En hoe de mannen door blijven gaan in hun geloofsbelijdenissen, en onder die geloofsbelijdenissen dienen en zo. En het zijn goede mensen. Het zijn fijne mensen. Maar toch lijkt het wel alsof ze het niet kunnen begrijpen, alsof ze het niet kunnen vatten. Waarom? Het volgende jaar kom ik terug, en in plaats dat het dan iets beter is, is het slechter. Het blijft doorgaan. Hier zit een zuster die eens zulk mooi lang haar had, ze heeft het afgeknipt. Hier is een man die eens zijn post ingenomen leek te hebben en uitging voor de goede zaak; hij is regelrecht teruggegaan als een hond naar zijn uitbraaksel, als een zeug naar zijn modderpoel. Ziet u, ze gaan er regelrecht in terug. Het lijkt alsof het iets is dat onze mensen getroffen heeft, het heeft de wereld getroffen, zodat ze geen begrip meer lijken te hebben, er is iets mis.

50 Net zoals wanneer u tegenwoordig op de mannen let. U vindt die oprechtheid niet meer in de mannen. U vindt die niet in vrouwen. Nu, ik spreek niet over... De reden dat ik dit vaststel, is om te komen op "Shalom". Ziet u?

51 Maar let u eens op de vrouwen in onze tijd, ze schijnen niet meer dat damesachtige te bezitten dat ze eens hadden. Ze lijken het wel te willen, maar er is iets dat hen tegenhoudt. Het lijkt of er een druk is. U vertelt een vrouw dat ze niet zo-en-zoiets moet doen, en de vrouw ziet op Datgene, en gelooft Dat, ze wil Dat geloven, maar iets duwt haar de andere kant op. Ziet u? Arm ding, ik heb met haar te doen. Ze is gevangen in zo'n web van Hollywood, en de advertenties op televisie, radio, krant, op straat en in de etalages, met moderne kleding enzovoort, en de manier waarop andere vrouwen haar ontmoeten. Het schijnt alsof er iets is waar ze maar niet los van kunnen komen; onze jonge mensen, onze oude mensen, onze mensen van middelbare leeftijd.

52 Er is schijnbaar iets onder de mensen. Het lijkt alsof mannen niet meer die mannelijke trek hebben die ze vroeger hadden. Vrouwen hebben niet meer dat vrouwelijke wat ze vroeger hadden. Neem eens een man van vandaag, de mannen schijnen niet meer zo stoer te zijn als vroeger. Het is allemaal een soort van... Ze willen suède schoenen dragen met paars, en ze willen zich als vrouwen gedragen. Nu, dat is waar. Het lijkt wel, min of meer, een verdraaiing. Een vrouw wil haar haren afknippen en doen als een man. En een man wil doen als een vrouw. Ziet u? En toch kunt u met ze praten, en zijn het fijne mensen om mee te praten, fijne mensen, vriendelijke, aangename mensen. Wat heeft dit veroorzaakt? Het is die dikke duisternis over de mensen, er is iets dat hen erin heeft gedrukt.

53 Zoals de Joden waren in de dagen dat Jezus naar de aarde kwam. Jesaja had ervan geprofeteerd en gezegd: "Er zouden zijn, die ogen hebben en niet kunnen zien, en oren en niet kunnen horen." En dat is de reden dat Jezus bad voor hun vergeving, omdat het zo moest zijn om de Schrift te vervullen.

54 Dat is opnieuw teruggekomen bij ons. De Bijbel heeft over deze dag waarin wij leven gesproken, en gezegd dat deze dingen zouden komen: "Donkerheid over de mensen." En we zien dat er iets is waardoor de mensen eenvoudigweg wel willen, maar niet kúnnen.

55 Nikodemus bracht dat eens tot uitdrukking voor de Heer: "Rabbi, wij weten dat Gij zijt een Leraar van God gekomen, want niemand kan deze tekenen doen, die Gij doet, zo God niet met hem is." Maar het was die duisternis, of blindheid, op het Joodse ras, opdat de Messias kon komen om een bruid uit de heidenen te nemen. Ze moesten Hem verwerpen.

56 En dat is de donkerheid die vandaag op de kerken en zo ligt, zodat ze in gebreke blijven het licht te zien schijnen. Ziet u? Zie, er schijnt zo'n zware druk te zijn. Laten we enkele bekende evangelisten van vandaag nemen. Ze schreeuwen voortdurend om een opwekking, en werken het juist tegen; ziet u, ze begrijpen het niet – zonder begrip.

57 En ik zeg dit niet met de bedoeling om iets te zeggen als: "Nu wij hebben dit gezien, en 'Prijs God', zij zijn er niet bij." Ik probeer dat niet te zeggen om de mensen te laten denken: "Wel, broeder Branham, u heeft de enige Waarheid die er is in de wereld." Nee, dat is fout. Ziet u?

58 Ik zeg dit alleen maar in het licht van het uur waarin wij wandelen, ten behoeve van de mensen die dit licht proberen te zoeken. Waarlijk, Jezus zei: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij Mijn Vader hem trekt." Niemand zal het ooit zien. Dat voorbestemde zaad, en alleen dat, zal het ontvangen. Maar wij zijn opnieuw tot die plaats gekomen. De Bijbel zegt: "Gij zijt het licht van de wereld."

59 De profeet zei: "Donkerheid op de mensen", op de mensen van de wereld in deze tijd. En dat is precies wat we hebben gekregen, dikke duisternis op de mensen.

60 God toont in Zijn grote genade, zoals ik altijd heb gepredikt en waarvoor ik geprobeerd heb te staan, altijd Zijn gebeurtenissen vanuit de hemel; Zijn grote, voorname gebeurtenissen gebeuren in de hemel voordat ze op de aarde plaatsvinden. Hij reflecteert Zichzelf. Met andere woorden, voordat de Messias op een plaats kwam waar Zijn bediening zou beginnen, verscheen er een ster uit de hemel die de wijzen leidde naar de plaats waar Hij was. Zoals u hoorde in mijn laatste boodschap hoe God met deze wijzen handelde, hoe Hij hen op die dag door een droom van richting deed veranderen, en Hij vertelde Jozef door een droom hoe hij moest zorgen voor het welzijn van Zijn Eigen Zoon. Omdat hij de droom had, was er...

61 Een droom is ondergeschikt, is wat eenzijdig, omdat mensen dromen kunnen hebben die verkeerd zijn. Maar er was in die dagen geen profeet in het land, ziet u, er was geen profeet, daarom moest God gebruiken wat Hij kon gebruiken. Dat leert ons dat God iedere mogelijkheid, alles wat we doen, kan gebruiken als het Hem toegewijd is. Maar eerst moet het aan Hem toegewijd zijn. Laat uw overdenkingen... die in feite gereflecteerd worden in uw droom, omdat het uw onderbewustzijn is. Als u op uw droom let, zult u zien dat het iets is waar u aan gedacht heeft, of zoiets. Gewoonlijk, ziet u. Dus laat uw gedachten op God gericht zijn, dan reflecteert het iets voor Hem. Wat u ook bent, laat het Hem reflecteren.

62 Nu, in de hemelen daarboven. Heeft u het opgemerkt, ik doel hierop, het licht op de foto daar uit het tijdschrift Life, die de broeder die hier in dit huis woont aan de muur heeft gehangen, die driehoek van licht.

63 Er schoot zojuist iets door mijn gedachten. Als iemand van u de Lamsa Bijbel-vertaling heeft, dan zult u op de omslag een drie-enig, drievoudig licht opmerken, een driehoekig licht als een 'halo'. Toen Dr. Lamsa, een persoonlijke vriend van mij, de Bijbel aan het vertalen was... Dat is het oude Hebreeuwse symbool van God op de ware drie-enige wijze als Hij is; niet drie Goden, maar drie manifestaties van dezelfde God: Vader, Zoon, en Heilige Geest. Het licht is één complete cirkel van licht in een driehoekige vorm, wat betekent dat God in drie ambten wil wonen; Vaderschap, Zoonschap en de Heilige Geest-bedeling, allen dezelfde God.

64 Maar merkte u het op, voor dat de zeven zegels geopenbaard werden, voor dat het grote mysterieuze licht gezien werd in de hemelen hierboven Tucson, Flagstaff, waar we waren? Broeder Fred, er waren toen twee mannen bij me die morgen. Er was me al maanden en maanden vóór die tijd verteld, wat er zou gebeuren. Zowel broeder Fred Sothmann en broeder Gene Norman die hier vanmorgen zitten, waren daar toen die slag klonk, niet wetende dat deze dingen plaats zouden vinden. En Hij zond me terug, en zei dat de tijd op handen was voor deze zeven zegels, die de zeven verborgenheden van de gehele Bijbel, die verzegeld was met deze zeven zegels, bevatten. Hoe deze engelen daar gedurende de tijd, de boodschappers van de gemeente-tijdperken, daar een bepaald deel van openden. Maar in het zevende uur, bij de zevende boodschapper, zouden al deze geheimenissen voleindigd zijn. Ziet u? De zevende aardse boodschapper, ziet u, deze engel waar Hij dan van spreekt, was op aarde. En engel betekent 'boodschapper'. En toen, daarna, zag hij een andere Engel naar beneden komen, niet de aardse engel aan wie hier de Boodschap gegeven was, maar de (een andere) machtige Engel kwam van de hemel met een regenboog boven Zich, en zette Zijn voet op het land en de zee, en zwoer bij Hem, die leeft in alle eeuwigheid: "Er zal geen tijd meer zijn." Ziet u? Maar voordat Hij de zeven zegels verbrak om ze te openbaren, die Hij op bovennatuurlijke wijze toonde, toonde Hij het eerst in de hemelen.

65 Op die dag nam men overal foto's, over de zuidelijke Verenigde Staten en Mexico. Daar hangt hij nu in het tijdschrift Life; het is nog steeds een mysterie voor hen. Maar Hij verklaart het in de hemelen, voordat Hij het op aarde doet. Dat doet Hij altijd. Hij toont Zijn tekenen eerst in de hemelen.

66 En zelfs in de Dierenriem. Ik ga nu niet terug om te onderwijzen over de Dierenriem, maar ik laat u alleen maar zien dat de hemelen het verklaren. We bemerken in de Dierenriem, in de sterrenbeelden, dat Hij de gehele Bijbel verklaart in de sterrenbeelden van de Dierenriem. We bemerken daar dat Hij in de Dierenriem het allereerste begint met het beeld van de Maagd, en het laatste beeld in de Dierenriem is Leo de Leeuw; tonend dat Jezus eerst naar de aarde zou komen door een Maagd en de tweede keer zal Hij komen als de Leeuw van de stam Juda. Zie? Vlak daarvoor gaat Hij door de Kreeft, het kanker-tijdperk, waar wij nu in leven. "En al de hemelen verklaren Hem", zei de Bijbel.

67 Nu, een paar maanden geleden predikte ik, tijdens een serie samenkomsten in de Tabernakel, over de zeven gemeente-tijdperken. Misschien heeft ieder van u ze gehoord. En toen ik klaar was de zeven gemeente-tijdperken op het bord uit te tekenen, hoe het licht kwam en hoe het licht weer verdween. Ik vermoed dat u dat hier ergens hebt, misschien; maar het is onder ons, we weten het hoe dan ook. Het vreemde was dat op de laatste dag, toen het laatste gemeente-tijdperk uitgetekend werd, deze grote Vuurkolom (die onder ons is) neerkwam te midden van honderden mensen, en Zich naar de muur bewoog achterin de Tabernakel. En daar tekende Hij voor deze honderden mensen die gemeente-tijdperken, donker wordend en lichter wordend, precies op dezelfde wijze als dat ik het op het bord had getekend. Geheimzinnig!

68 Nu, onlangs gebeurde er iets in het teken van de kerkgeschiedenis... In de Bijbel vertegenwoordigt de maan de 'gemeente' en de zon vertegenwoordigt 'Christus'. Want in Openbaring, het twaalfde hoofdstuk, zien we dat de vrouw, die de 'gemeente' was, aangetroffen werd met de maan onder haar voeten en de zon boven haar hoofd, en twaalf sterren in haar kroon. De oude Orthodoxe Joodse wet lag onder haar voeten, en daaroverheen was ze overgestoken naar het licht van de zon. Twaalf sterren zijn de "twaalf apostelen" die ons de boodschap brachten door de Heilige Geest. Nu, we bemerken dat de maan in de hemelen het licht van de zon moet weerkaatsen als de zon afwezig is. Hij geeft ons licht om bij te wandelen. Maar toch blijft hij... Het maakt niet uit hoeveel zij reflecteert, het is toch niet het volmaakte licht, omdat zij reflecteert. De zon schijnt op de maan, en de maan reflecteert haar licht als de zon weg is. Maar als de zon opkomt, dan is de maan niet meer nodig.

69 En vandaag reflecteert de gemeente het licht van de afwezige Zoon van God. De gemeente is een weerkaatsing van het licht. Omdat Hij zei: "Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer zien; maar gij zult Mij zien, want Ik zal met u zijn en zal in u zijn, tot het einde van het tijdperk. De werken die Ik doe", de lichten die Hij openbaar maakte. En er is geen licht dan door het Woord van God. Er was...

70 Die zon is het Woord van God. In den beginne sprak God: "Er zij licht." En toen het gemanifesteerde Woord van God, toen het Woord van God gemanifesteerd werd, wàs er licht. Eerst sprak God het. Wat als het zich niet manifesteerde? Dan was er nog geen licht. Maar toen Hij het sprak, werd het daarna gemanifesteerd en betuigd; Zijn Woord werd bewezen, licht kwam in bestaan.

71 En de enige manier waarop het vandaag kan worden gedaan, is als het Woord wordt betuigd, als Gods geschreven Woord wordt betuigd, dan toont het licht. Er werd een gedeelte aangestoken, of uitgegeven in ieder tijdperk. We zien dat in de gemeente-tijdperken, we vinden dat in de Oud-Testamentische gemeente-tijdperken. Elke keer dat er een tijd kwam voor een bepaalde manifestatie voor de reis, kwam er een profeet naar de aarde. En het Woord kwam tot de profeet, en hij maakte dat Woord levend. En als dat Woord werd geïdentificeerd, reflecteerde het God. En daar was het tijdperk, daar was het licht. En op dezelfde wijze komt het licht vandaag.

72 Nu, ik heb niets tegen mensen van welke denominatie ook. Maar ik heb alles wat ik maar kan bedenken tegen de systemen, omdat ze verkeerd zijn. Het eerste systeem dat ooit opkwam, was het Roomse systeem van de Rooms-katholieke kerk. Dat was de eerste organisatie die ooit werd georganiseerd, de Rooms-katholieke kerk, Nicéa Rome. Ongeveer driehonderdvijfentwintig jaar na de dood van Christus, 325, ontstond de Roomse kerkorganisatie die de mensen samenbracht en op minzame wijze alles wegdeed dat er tegenin ging. Daar kregen ze hun vreemde leringen en gingen ze de weg op van een systeem buiten het Woord. Sindsdien heeft die kerk alleen maar duisternis gereflecteerd, want in die tijd gaan we door wat we de 'Donkere Middeleeuwen' noemen, ongeveer duizend jaar lang. Het is bij alle geschiedkundigen en Bijbelgeleerden, enzovoort, bekend als de Donkere Middeleeuwen, toen de Roomse kerk alles beheerste.

73 En deze Roomse kerk is "de moeder der hoeren", zegt de Bijbel in Openbaring 17, ze was "een hoer, en de moeder der hoeren". Nu, dat is het immorele, onreine leven van een vrouw. Het is allebei hetzelfde, beiden hetzelfde. Want als het een hoer is, moet het een vrouw zijn. En let op, het is niet hoer, maar 'hoeren'. Ziet u? Zij is 'haar' enkelvoud 'hoer'. Vervolgens worden de kerken hoeren genoemd, dochters van de Roomse hoer. Zij is de moeder van hen allen, de moeder van organisatie.

74 En is het niet iets vreemds, dat nu we in deze tijd door al deze dingen zijn gekomen, en de Boodschap de aarde heeft doorkruist, tegen organisatie in, en het gebazuind heeft van rechts naar links, dat in dit uur, zoals sinds 1933 verteld is, toen de Heilige Geest me die visioenen gaf en mij de eindtijd toonde, er van de zeven dingen waarvan ik sprak, al vijf van zijn gebeurd, volmaakt in volgorde; zoals Duitsland en Italië en al die oorlogen, en de nationale dingen (over die dingen wordt zelden tot mij gesproken). Maar ze gebeuren precies zoals Hij had gezegd dat ze zouden gebeuren. Hoe Mussolini naar Ethiopië zou gaan en Ethiopië hem aan zijn voeten zou vallen, hoe hij daarna uit de gratie zou zijn, en door zijn eigen volk zou worden bespuugd, en te schande gemaakt, hoe hij ondersteboven werd opgehangen op straat, met die prostituee waar hij mee leefde. Hoe de Amerikanen oorlog zouden voeren met Duitsland, ze zouden een afschuwelijke nederlaag lijden op een plaats die genoemd wordt... een grote linie die met beton versterkt was, ik geloof dat het de Siegfried-linie heet. Er is er ook een die de Maginot-linie heet, dat was geloof ik de Franse. Klopt dat? De Siegfried-linie was de Duitse linie. En de Here liet me die zien elf jaar voordat hij gebouwd werd. De Amerikanen zouden nooit toegeven dat ze daar een pak slaag zouden krijgen, totdat ze bijna het hele leger deden zinken. Toen ze daarin gingen, hadden de Duitsers hun geweren recht op die vloot gericht, en lieten hem er precies inlopen, en brachten hem haast tot zinken. Ik zag de Siegfried-linie elf jaar voordat er maar een fundament voor was gestort of zoiets. En al deze andere dingen, zoals machines en auto's, en hoe alles precies zo uitkwam als Hij zei, totdat een vrouw deze natie zou regeren, wat misschien de kerk is. En toen kwam het einde.

75 Nu, we bemerken hierin, hoe ik in dit alles tegen organisatie gebazuind heb. Is het dan niet iets vreemds dat de Roomse paus voor het eerst Rome wilde verlaten om naar Jeruzalem terug te gaan? En door dit te doen... Jeruzalem staat bekend als de oudste kerk ter wereld.

76 Toen Melchizédek Abraham ontmoette na de slachting onder de koningen, was Hij de Koning van Jeruzalem, een Priester, wat Christus was, het was God; Melchizédek kon niemand anders zijn dan Christus zelf, of liever, God zelf, ziet u, God zelf, omdat Hij vader noch moeder had. Ziet u? Jezus had zowel vader als moeder, ziet u. Dus deze Man had geen vader, geen moeder, geen begin van dagen of einde van leven. Wie Hij ook is, Hij leeft nog steeds. In die tijd was Hij Koning van Salem, wat betekent, "Koning der vrede, Shalom"... De Koning van Jeruzalem ontmoette Abraham en gaf hem wijn en brood, avondmaal, na de strijd. Een prachtig type, zoals we dat vinden in Hebreeën, hoofdstuk 7. Welnu, Hij gaf hem brood en wijn toen de strijd voorbij was.

77 Dat is het eerste wat wij zullen nemen, nadat we het nieuwe Koninkrijk binnengegaan zijn, we zullen het opnieuw met Hem eten in het Koninkrijk van de Vader, het brood en de wijn. "Ik zal van nu aan niet drinken van de vrucht van de wijnstok, noch het brood eten, totdat ik die op die dag opnieuw met u zal eten in het Koninkrijk Mijns Vaders."

78 Nu, we bemerken dat, nadat Koning Shalom uit de stad kwam, geloofsbelijdenissen het daarna overnamen. En het is steeds geloofsbelijdenis gebleven, maar het vertegenwoordigt de oude kerk. In het Nieuwe Testament wordt ons geleerd, mis dit niet, in het Nieuwe Testament, dat we niet van deze aardse stad Jeruzalem zijn, maar van het Nieuwe Jeruzalem van boven. Deze moet de maan zijn, Jeruzalem, niet het Nieuwe Jeruzalem, boven. Want de maan vertegenwoordigt de kerk, de aardse.

79 En is het niet vreemd dat, vlak voordat de paus zijn reis naar Jeruzalem ondernam, de maan in de hemelen totaal werd verduisterd, een paar dagen vóór hij op reis ging? Hij zal ook hier komen, weet u. Nu, dat is nog nooit vertoond, ziet u. Maar waar wijst dat op? Hierop, dat hij dit doet om vriendschap te winnen, zoals hij op de dag na zijn aankomst te Jeruzalem een ontmoeting had met de Grieks-Orthodoxe hiërarchie. En wat weerspiegelt dat? Broederschap, ze willen Protestanten en Katholieken samen brengen. Ze zijn ermee bezig en zullen het volkomen doen. God weerspiegelde dit aan ons in de maan, die volkomen werd verduisterd. Door zijn genade en barmhartigheid.

80 Heeft iemand van u de krant gezien waarin ze de foto's van de maan hadden genomen? Ik heb hem hier. Als dat geen volmaakt beeld is; ze lieten het zevende tijdperk, dat nog niet om is, weg, precies zoals ik door de Heilige Geest de gemeente-tijdperken tekende. Er zijn er zes, het zevende is nog niet afgelopen. De zes fasen van de maan, hoe die in het eerste tijdperk in volle glans was; donker in het tweede, derde, vierde, vijfde, en zesde; precies zoals de Heilige Geest me op het bord liet uittekenen, en ze daarna op de muur van de Tabernakel identificeerde met Zichzelf, twee jaar geleden. De maan weerspiegelt dit, en de wetenschap neemt opnieuw het beeld van de gemeentetijdperken op, net zoals ze ginds dat licht opnamen en het in het tijdschrift Life zetten, van de opening van de zegels, van het openbaren in het tijdperk van de zevende engel. In de dagen van zijn bediening, de zevende boodschapper, zouden de geheimenissen van God, wat al de geheimenissen door de eeuwen heen zijn geweest, worden geopenbaard, worden gemanifesteerd. Het moest in die tijd gebeuren. En Hij deed het! Zijn woorden falen niet. Is dat geen wonderlijke zaak? God tekent in de hemel hetzelfde als wat zij opnemen, dezelfde God laat het mij op het bord tekenen, en dan door Hemzelf. Zo heeft Hij het drie keer volmaakt geïdentificeerd, en vlak voordat de Paus naar Jeruzalem gaat.

81 En dat was de kerk, de maan is de kerk, vertegenwoordigt de kerk. En vóór de kerk gaat de schaduw van de wereld aan de maan voorbij. En de schaduw van de wereldsgezindheid, de schaduw van het wereldlijke, de wereldse kerk, heeft zich erover bewogen om het volle licht van de Bijbel te verduisteren. De wereld kwam in het licht van de weerkaatsing. Begrijpt u? De wereld kwam voorbij in het licht van de maan, en doofde de zon uit. En de weerkaatsing van de maan die de aarde behoort te verlichten, werd verduisterd. En 'Het' kwam binnen en tekende die beelden precies zo, door inspiratie, vóór het gebeurde.

82 Nu, dat was, geloof ik, zuster Simpson, de krant van Tucson. Ik weet niet of zuster Simpson wist... Ze begreep het toen niet. Ze zei: "Ik heb wat foto's voor u uit de krant geknipt, en wat artikelen", en gaf ze me.

83 En ik dacht iets vreemds. Ik ging naar binnen, pakte ze, en keek ernaar. Ik zei: "Daar is het, precies, ziet u, precies waar ik naar gezocht heb." Daar stond het in de krant.

84 Zuster Simpson kan u vertellen in welke krant het stond, als u er een exemplaar van wilt hebben. [Zuster Simpson zegt: "Het is die van 28 december." – Vert] Wat zegt u? ["Het is de avondeditie van 28 december."] De avondeditie van 28 december.

85 Ziet u, voordat hij naar Jeruzalem ging om haar licht af te dekken, of welke opening het er ook voor heeft. Welke tijd, positie en wat voor rechten het ook heeft om te schijnen, nu wordt het volledig afgesneden, voor het laatste tijdperk, het zevende gemeente-tijdperk waarin zij verduisterd wordt. Wat is de Heer ons een belangrijke zaak aan het vertellen. In alles, het heeft nooit gefaald, maar wat heeft God het in de hemel verklaard en verteld, er op toegezien en hier geïdentificeerd en betuigd, dat het de absolute Waarheid is!

86 Duisternis, dit Laodicéa gemeente-tijdperk. Nu, terwijl Jezus, die het Woord is, in het Laodicéa gemeente tijdperk buiten de kerk stond, op de deur kloppend, proberend om binnen te komen, is er duisternis, grote donkerheid over deze mensen. Had de Bijbel gelijk? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert]

87 De volmaaktheid van de Schrift, glorie voor Zijn grote Naam. Het bezoek van de paus was een teken dat de kerken verduisterd worden voor Zijn gemanifesteerde... Het gemanifesteerde licht der wereld was de Bijbel. Jezus zei dat Hij het licht der wereld was. De Bijbel zegt dat Hij het Woord is. En de gemanifesteerde, of de betuigde Schrift is het licht. Nu, het zal u niet toegestaan worden het te doen als dit vat op u krijgt. We zien de voorafschaduwing, door inspiratie verteld vóór het gebeurde; de voorafschaduwing door de maan die het gebeuren toonde, en hier is dan het gebeuren zelf.

88 Het uur is over ons, duisternis, dikke duisternis. Er is nu donkerheid op de mensen. Dat is het. Wat betekent dat alles? Waar staan we? In welk uur zijn we? Hoe dicht zijn we bij de Komst? Wel, u zegt: "Als zij allen een opwekking hebben."

89 "Vrees niet, klein kuddeke, het is uws Vaders welbehagen u het Koninkrijk te geven." Juist.

90 Wat betekent het? God is begonnen het licht te scheiden van de duisternis, zie, het weg drukkend, zoals Hij in den beginne deed, om het gloren van een nieuwe dag te tonen. De gemeente-tijdperken zijn aan het uitvagen. De gemeente-tijdperken zijn aan het uitvagen. God dringt de duisternis naar een plaats, het moet wel, om de kerkorganisaties te doen uitvagen, de wereld te doen uitvagen. De wereld legt er een bedekking over, en wereldsgezindheid heeft alles overgenomen. Heeft God dan niet gelijk? Door wereldse dingen, en wereldse kleding, en werelds gedrag, werelds leven, het is de wereld!

91 U bent níét van de wereld, kinderkens. U bent van de hemel. Dit is niet uw thuis!

92 Waarom zou ik er naar uitzien – tot onze oudere mensen – om te trachten achterom te zien om weer jong te worden? Dat kunnen we niet. Maar we zien voorwaarts, we zien niet achterom. Hier ziende wat geweest is, en we willen weten wat er gaat komen. We zien uit naar dat uur, er naar jagend.

93 Zo vele goede, oprechte mensen zijn vandaag in deze geloofsbelijdenissen, in deze kerken en organisaties gevangen, "hebbende een vorm van godzaligheid, maar de kracht ervan verloochenend", zoals II Timotheüs, het derde hoofdstuk, zegt.

94 Donkerheid, het verblinden van Israël was voor het verlichten van de heidenen. Nu is de verblinding van de heidenen de verlichting van Israël. Het is net als dag en nacht; één kant heeft duisternis, de andere kant heeft licht; en dan gaat het licht over naar de andere kant. Dus het voorbijgaan van de maan op die manier, en de reflectie van de duisternis van de wereld die haar licht doofde, weerspiegelt ons dat het heiden-gemeentetijdperk afgelopen is. De gemeente maakt zichzelf gereed, al enige tijd is zij zich gereed aan het maken, het is tijd voor de opname. Want duisternis neemt toe over de heidenen, en de dageraad zal spoedig aanbreken voor de Joden. De zon is van het Oosten naar het Westen gereisd, en wij bevinden ons aan de Westkust. Het licht kan maar één ding doen: terugkeren naar het Oosten, aan de andere kant. Dat begrijpt u, is het niet? [De samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Het licht kan alleen weer teruggaan naar het Oosten, naar zijn beginpunt, Israël. God verblindde hen voor een poosje, maar nu is de duisternis, die het geheel overdekt, de heidense wereld opgelegd. De heidenen zullen Jeruzalem vertrappen totdat de heidenbedeling zal zijn afgelopen. Jezus zei het. En die is nu afgelopen, donkerheid op de mensen! God weerspiegelt het in de lucht, evenals Hij het op aarde heeft getoond, voordat het allemaal gebeurt. We zitten er middenin.

95 Goede mensen zijn hierin gevangen, goede mensen, oprechte mensen. Zoals Maria en Jozef, zij waren erg oprecht, ziet u: ze dachten dat Hij met hen was, terwijl Hij het niet was. Maria en Jozef, weet u, toen ze naar het feest gingen, toen Jezus twaalf jaar oud was, dachten en namen aan dat Hij bij hen was, maar dat was Hij niet. Vandaag denken goede mensen hetzelfde, deze mensen die zich georganiseerd hebben in deze Raad van kerken, deze mensen in deze organisaties, ze denken dat ze iets goeds doen. Ze veronderstellen dat Hij met hen is, terwijl het niet zo is. Ziet u, veel mensen denken dat Hij met hen was toen ze de prediker de hand schudden en hun naam in het boek zetten, maar Hij was het niet. Veel mensen dachten toen ze besprenkeld, bevestigd en gedoopt werden in de naam van 'Vader, Zoon en Heilige Geest', dat Hij met hen was. Het zijn goede mensen. Jozef en Maria waren goede mensen. Maar het feit bleef, dat Hij er niet was! Veronderstel niets!

96 Wat is licht? Het betuigde, gesproken Woord van God! Daarbuiten is er geen licht, zie? U kunt de aarde niet verlichten met zaklantaarns. Daar is Gods Woord voor nodig, dat is gemanifesteerd, de Zoon.

97 Het waren goede mensen. Merk de nauwkeurigheid op van Zijn Woord, hoe volmaakt het is. Heeft u opgemerkt wat Maria zei? Nu, tot u geliefde Katholieke mensen, ik heb niets tegen u. Ik heb niets tegen u. Het is het systeem waarin u bent. En u Protestanten, hetzelfde. Het zijn de systemen!

98 "Maria, moeder van God"? Bemerk dan, een twaalfjarige Jongen, haar eigen Zoon, moest haar terechtwijzen. Niet één keer in de Bijbel noemde Jezus ooit Maria Zijn 'moeder'. Ze was Zijn moeder niet. Hoe zou zij een moeder van God kunnen zijn? Zij was alleen een schoot die Hij gebruikte om naar de aarde te komen, om aan de wereld openbaar te worden, via deze schoot. Er wordt haar helemaal niets toegekend, niet één Schriftplaats zei ooit 'moeder'.

99 Merk op hoe fout Maria, maar hoe volmaakt Zijn Woord is. Ze zei tegen Hem toen... Ze vond Hem in de tempel, toen Hij twaalf was, in discussie met de theologen. Hij deed ze als twaalfjarige Jongen versteld staan; Hij ging niet eens naar school, of, als het wel zo was, hebben we er geen aantekening van. Maar een twaalf jaar oude Knaap die de wijzen in de tempel verbijsterde met Zijn wijsheid. Ze zei: "Je vader en ik hebben Je met tranen gezocht." "Je vader!" De moeder zelf, naar ze veronderstelden, zei: "Je vader Jozef en ik hebben Je met tranen gezocht."

100 Wat zei Hij tegen haar? "Weet u niet dat Ik bezig moet zijn met Mijns Vaders zaken?" Als Hij bezig was geweest met Jozefs zaken, zou Hij huizen aan het bouwen of in een timmerwinkel zijn. Maar Hij was Jozefs zoon niet. "Ik ben bezig met Mijns Vaders zaken": het corrigeren van deze denominaties en geloofsbelijdenissen en zo, waarover ik hoor. Ziet u? "Ik ben bezig met Mijns Vaders zaken." Hij gaf nooit toe dat Jozef Zijn vader was. Maar Maria wel, en Hij keerde zich om en zette haar recht.

     Ze zei: "Je vader en ik hebben Je gezocht."

101 Hij zei: "Ik ben bezig met Mijns Vaders zaken", tonende dat Jozef niet Zijn vader was. Zijn woorden zijn volmaakt, ziet u.

102 Maar Maria en zij allen veronderstelden dat gewoon. Wel, zie wat het was, ze werd erin meegesleept. Ze wilde voor die priesters en zo laten zien dat ze niet zo'n soort vrouw was. Daardoor sloeg ze absoluut alle grond onder haar getuigenis vandaan, nadat ze getuigd had dat een engel tot haar gekomen was, zeggende: "Gij zult bevrucht worden en een zoon baren, zonder een man te kennen, een maagd-geboren Zoon." En hier voor het hoge Sanhedrin zei ze: "Jozef, Je vader hier en ik hebben je gezocht."

103 En die twaalfjarige Jongen zei: "Ik ben bezig met Mijns Vaders zaken." Hij berispte haar: "Dàt is Mijn vader niet!"

104 Kijk naar de kerk vandaag, meegesleept door concilies en dingen van de wereld, en nu is ze verduisterd. God berispt haar!

105 Nooit noemde Jezus haar ooit "moeder". Op een dag kwam ze Hem bezoeken bij Zijn samenkomsten, in een huis, zoiets als dit. Iemand kwam zeggen: "Daar buiten de deur wachten Uw moeder en broeders op U."

106 Hij zei: "Wie is Mijn moeder, Mijn broeders? Wie zijn dat?" Hij keek rond over Zijn discipelen en zei: "Zij, die de wil van Mijn Vader doen, die is Mijn moeder, Mijn broer, Mijn zuster, enzovoort. Die zijn het."

107 En aan het kruis, terwijl Hij stervende was, zei Hij tot Johannes, de jonge discipel: "Zie, uw moeder." "Vrouw, zie uw zoon." "Zoon, zie uw moeder." Zie, Hij beriep zich er nooit op. Hij was haar Zoon niet. Hij was Gods Zoon. Zij was slechts een schoot.

108 Dit is een huis vanochtend, maar het is niet de gemeente. De gemeente is in u, Christus. De geest van de stervelingen die hier zitten, ontmoeten elkaar in hemelse plaatsen. Het is Christus, niet het huis. Het huis is in orde, het dient zijn doel, maar het wordt slechts gebruikt als ontmoetingsplaats. Maria was slechts een schoot die Hij gebruikte om naar de aarde te komen, om Zichzelf onder de mensen te identificeren. Niet de "moeder van God", net zomin als dit huis de gemeente van God is. Het wordt er alleen voor gebruikt.

109 Ja, veel vrienden, mensen, goede mensen als Maria en Jozef, denken nu dat Hij met hen is wanneer ze dit doen. Maar ze maken, net zoals zij toen, een vergissing. Ze dachten dat ze bij Hem waren, maar dat waren ze niet. Toen ze gedoopt werden, dachten de mensen misschien: "O, ik heb Hem ontvangen toen ik Hem aanvaardde en gedoopt werd." Dat is het niet. Totdat een gesproken Woord zichzelf weerspiegelt!

110 Maar, de uitverkorenen, hoe staat het nu met het licht? Ik heb zoveel gesproken over de duisternis, en de helft van mijn tijd is voorbij, het is half twaalf. Maar laten we het nu omdraaien; donkerheid is over de mensen, maar hoe staat het nu met het licht? Hij zei dat er donkerheid over de volken zou zijn, maar er zou licht zijn: "Sta op, word verlicht, want het licht is gekomen." Hoe kan er duisternis zijn én licht, het moet gescheiden zijn. En er is maar één ding dat ze scheidt; het gemanifesteerde Woord maakt scheiding. Het dringt het naar de andere kant van de... Hier is de duisternis op de aarde, maar wanneer het gemanifesteerde Woord van God, de zon, die door het Woord in bestaan werd gesproken, zichzelf vertoont, vlucht de duisternis naar de andere kant. En dat gebeurt nu, de duisternis scheidt zichzelf van het licht af. Nu, aan de uitverkoren gemeente in dit donkere uur... We zouden daar uren bij kunnen blijven, maar ik geloof dat ik genoeg gezegd heb, zodat u begrijpt wat de Schrift bedoelt, toen ik zei: "donkerheid over dit volk."

111 Nu zeg ik tot de gemeente: "Shalom. Gods vrede." Vrede! Elke ware Hebreeër zegt wanneer hij een ander ontmoet: "Shalom." Met andere woorden: "Goede morgen! God zij met u! Gods vrede gaat met u." Het is een "Goede morgen! Hoe gaat het met u?" De dag breekt aan, gemeente. Er is duisternis over de mensen. Maar het is "Goede morgen" voor de gemeente, Christus verschijnt in ons midden. "Shalom, vrede." Halleluja. "Shalom."

112 Wanneer wij de duisternis zien neerkomen, duisternis juist vóór de dag, dan weten we dat de morgenster daar staat om de komende zon te introduceren. Dat is het moment dat de morgenster schijnt. Het is die overgangsfase. Een paar minuten vóór de dag aanbreekt, is het altijd het donkerst, de verduistering komt, de maan schijnt niet meer. Het is vlak vóór de dag op z'n donkerst, omdat het licht de duisternis verdringt. Maar de morgenster komt op en zegt: "Goede morgen. Shalom."

113 Dat is Hij in ons midden, Zijn Woord dat wordt geïdentificeerd. Shalom. De grote dag staat op het punt door te breken als de morgen der eeuwigheid aanbreekt, helder en klaar, wanneer Zijn verkorenen zich zullen verzamelen naar hun huis voorbij de lucht. Wanneer de boekrol ginds wordt afgeroepen, zal ik daar zijn. Onze namen staan in Zijn Boek, we zullen daar zijn. "Shalom. Goede morgen. Vrede zij u."

114 De duisternis scheidt zichzelf af van het licht. Dat veroorzaakt God, dat doet het licht. Het licht perst zich zó samen dat de duisternis wel bij elkaar moet samenkomen. Ze hadden een kans om het aan te nemen, maar ze wilden niet, en zo concentreert het zichzelf. En dat doen ze door de kerk samen te brengen in de Raad van kerken, en door het te verenigen met de heidense duisternis. Hoewel ze het zo volstrekt met elkaar oneens zijn, moesten ze toch wel samengaan om de nacht over de mensen te laten komen.

115 Jesaja 60:1 zegt: "Maak u op, word verlicht, want het Licht is tot u gekomen."

116 Maak u op, word verlicht, het Licht is gekomen. Het Woord, licht, is opnieuw betuigd. Het licht, Gods Woord, opnieuw betuigd, zodat u God gemanifesteerd kunt zien in Zijn belofte van het licht voor de dag, ofwel van het Woord dat dit tijdperk gegeven is, zie, deze beloften die gegeven zijn voor deze dag, deze beloften die gesproken werden door de profeten en door Jezus zelf. In deze dag!" Nadat God eertijds..." Hebreeën 1: "Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in Zijn Zoon, Jezus Christus." Ziet u?

117 Het grote licht dat in de woestijn hing beduidde dat Mozes Egypte prijsgaf, de smaad van Christus van meer waarde achtend dan de schatten van Egypte.

118 Die Zelfde ontmoette Saulus op de weg naar Damascus. Er hing een groot licht voor hem, datzelfde licht, dezelfde Vuurkolom. Saulus, die een Hebreeër was, zou in zijn positie nooit enige geest of iets aanbidden of 'Heer' noemen. Hij zei: "Here, wie zijt Gij?"

119 Hij zei: "Ik ben Jezus." (Jezus zei: "Ik kom van God, en Ik ga tot God.")

120 Datzelfde licht is gekomen. Waarvoor? Om te manifesteren, om de mensen de beloften bekend te maken die Hij voor deze dag gegeven heeft, het gemanifesteerde licht van de dag. De duisternis is nog donkerder geworden.

121 Toen Hij kwam, was Hij het licht van de dag. Er zou een Messias komen. En Hij kwam precies zoals God het gezegd had. En wat was Hij toen Hij kwam? Het licht van de dag. En dat zette de duisternis zo tegen Hem op! Klopt dat? Hij moest Zijn leven geven opdat het licht kon doorgaan, kon schijnen. Hij was het licht van de dag. Maar waarom, waarom was Hij het licht van de dag? Hij was het betuigde Woord dat gesproken was, gemanifesteerd was. Niet meer dan...

122 God sprak over deze donkere, sombere, trieste, vochtige wereld die hier bestond, zonder licht, en zei: "Er zij licht." En er was geen licht totdat dat Woord gemanifesteerd werd – toen werd het licht.

123 Hij zei: "Er zal een Redder komen: een Messias." Het was nog altijd niet gemanifesteerd totdat Hij die belofte kwam waar maken. En toen Hij die belofte betuigde, zei Hij: "Onderzoek de Schriften; want gij meent daarin het eeuwige leven te hebben; en die zijn het die van Mij getuigen."

124 Zij zeiden: "Wij weten niet vanwaar Gij komt; wij zijn discipelen van Mozes."

125 Hij zei: "Als u discipelen van Mozes zou zijn, zou u Mij kennen, want Mozes heeft van Mij geschreven." Zie? Hij was de manifestatie. Hij was de betuiging van het door Mozes gesproken Woord van God.

126 En de dag waarin we nu leven is God op het toneel gekomen om Zijn beloften te betuigen en te bewijzen. Dus, het is het licht van het uur, zodat we ons kunnen opmaken en verlicht worden. Het licht beschijnt ons weer vandaag, het Woord wordt gemanifesteerd. Het is het licht.

127 Precies zoals dat licht vanmorgen buiten schijnt, de zonneschijn. Dat is het gesproken Woord van God, niets anders kan zo'n licht geven. Niets kan het zo doen. Elk kunstlicht, gloeilampen, en al het andere is vlug opgebrand, maar dát faalt nooit, want het is het gesproken Woord van God, dat wordt gemanifesteerd.

128 Kleine denominationele geloofsbelijdenissen zullen een lamp doen springen, doen doorbranden, en de zekering laten doorslaan, enzovoort. Maar het Woord van God zal nimmer falen! Het zal Zichzelf zijn, altijd, het Woord.

129 Ik vrees dat ik hier wat over m'n tijd heenga. Of is het goed als ik doorga en de boodschap afmaak? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Goed.

130 Maak u op, word verlicht, want uw Licht komt. Het Woord, Licht, is betuigd.

131 De enige wijze; net als God was Jezus Christus de manifestatie van Gods gesproken Woord, het licht voor het uur.

132 Johannes de Doper was het licht voor het uur. Hij was het licht voordat Jezus het licht was. De profeet Jesaja zei: "De stem van één die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht Zijn paden." Dat was het gesproken Woord van God. Het lag daar, maar was nog niet tot leven gekomen. Maleachi, de laatste profeet, zei vierhonderd jaar vóór het gebeurde: "Zie, Ik zend Mijn boodschapper voor Mij uit, om de weg des Heren te bereiden." Daar komt er één uit de woestijn, zonder denominatie, zonder geloofsbelijdenis, zonder identificatie. Maar zijn licht identificeerde hem. Het Woord identificeerde hem. Ze zeiden: "Bent u de Messias?"

133 Hij zei: "Ik ben het niet! Maar ik ben de stem van één die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren!"

134 Jezus zei: "U hebt in zijn licht gewandeld." Gedurende korte tijd was hij een helder schijnend licht. Waarom? Tot de weg bereid was, toen ging zijn licht uit.

135 U kunt niet in dat licht wandelen, u Baptisten. Dit is het licht voor het uur! Het licht is gekomen. Maak u op, word verlicht. Het Woord, Licht. Het gemanifesteerde Woord van God (geïdentificeerd) is een licht.

136 Hoe staat het nu met het nieuwe jaar dat we tegemoet zien? We zouden meer van deze tussenfase kunnen zeggen, van de duisternis tot het licht, hoe het licht er doorheen geleid wordt; maar nu willen we rechtstreeks ingaan op het nieuwe jaar. Goed dan.

137 Nieuwjaar, nieuwjaar, wat zullen er ervan zeggen? 't Geeft me hoop. We zijn één jaar dichterbij. We zijn er één dag dichter bij dan gisteren. We zijn één uur dichter bij dan toen ik begon, kwart voor elf, het is nu kwart voor twaalf. We zijn één uur dichter bij! We zien niet terug, we zien vooruit. Zie? O! Jazeker. Nieuwjaar is niet het omslaan van een nieuwe bladzijde. Nee.

138 Zoals die man op zekere morgen; het kwam mij ter ore. Een man stond vroeg op, ging weg en haalde de krant, kwam terug, ging zitten, zijn voeten op de divan, zette zijn bril op en begon de krant te lezen. Zijn vrouw vroeg terwijl ze met het ontbijt bezig was: "Nog iets nieuws, Jan?"

139 Hij zei: "Nee, het oude liedje, alleen nieuwe mensen." Inderdaad. Dat klopt. Moorden, verkrachting en zo, iemand anders deed het, ziet u. Dat is waar.

140 Niet een nieuwe bladzijde omslaan. Omkeren naar het Woord is het, zien wat het Woord voor vandaag belooft, zien wat wordt verondersteld het licht van de dag te zijn. Wat we dit jaar behoren te doen is niet teruggaan naar geloofsbelijdenissen en zo, terug naar onze oude denominaties, niet het teruggaan naar oude denominaties; maar ons wenden tot het Woord en zien wat voor soort licht vandaag verondersteld wordt te schijnen. O gemeente, wend u tot het Woord, kom terug tot het Woord, knip de schakelaar op de goede stand, houd op om je heen te slaan in het licht van elektrische lampen, ziet u, kunstmatig door mensen gemaakte. Wend u tot Zijn Woord en zie de belofte voor vandaag. Zie dan wat er beloofd wordt, en zie naar de identificatie ervan. Als het betuigd wordt, dan weet u of u in het licht bent of niet. Zie wat er beloofd wordt.

141 Een andere bladzijde of andere kalender nemen verandert de tijd niet. Veel mensen zeggen: "Zo, het oude jaar is om, gooi die oude december-kalender nu maar weg en hang de nieuwe maar op, een nieuw jaar." Dat is voor hén de betekenis van nieuwjaar.

142 Wat mij betreft: ik wil weten wat voor de dag beloofd wordt. Ik wil weten wat het licht voor het uur is, zodat ik kan weten hoe ik erin kan wandelen. Ik wil weten waar ik leef, in welk tijdperk ik leef en hoever ik op de weg ben.

143 Zoals Paulus zei, ik kan volstaan het opnieuw te noemen: "Vergetende hetgeen achter mij ligt, jaag ik nu naar het doel der hoge roeping", naar de volledige identificatie, wanneer alle tijd zal vervagen in de eeuwigheid, wanneer Jezus komt.

144 Doe als David, leg uw toekomst in Zijn handen. Zie op niets anders, maar leg uw... David zei hier: "Mijn tijd is in Zijn handen." Merkt u dat op, hier, in Psalm 62 waarin we het lazen: "Mijn tijd is in Zijn hand. Hij is mijn rots." Wat is Hij? "Hij is aan mij geopenbaard. Hij is de geopenbaarde Waarheid. Mijn tijd is in Zijn handen." Amen. O, my! Daar bent u er.

145 Mijn tijd behoort Hem toe. Ik ben de Zijne. Ik ben in Zijn handen, want Hij beheerst de tijd. Ik weet niet wat de toekomst zal inhouden, maar ik weet dat Hij de toekomst in Zijn hand houdt. Dus, Hij die de toekomst in handen heeft, houdt ook mij vast. Dus waarom zou ik mezelf dit, dat en nog wat voornemen voor het nieuwe jaar? Ik leg mezelf gewoon in Zijn handen, en wandel als David: "Mijn tijd is in Zijn hand." Hij wist dat God de toekomst in Zijn hand hield. David kende de toekomst niet, maar wist dat de toekomst in Gods handen was. Ik ken de toekomst niet, niemand van ons. Maar we weten dat Hij de toekomst vasthoudt.

146 Geduld. Geduld. Sommigen van ons worden zo gehaast. Ik denk dat veel goede mensen zo zijn geworden. U wordt te gehaast. U wilt, ziet u, u wilt het zelf doen.

147 En broeder predikers, u weet waarover ik spreek, u die naar deze band luistert. Ik spreek tot u, niet alleen tot deze kleine samenkomst hier, maar tot mannen over de hele wereld.

148 Veel mannen gaan uit, ongeduldig; maar omdat u gelooft dat de tijd nabij is, probeert u iets te doen uit uzelf. Wacht op de Here. Geduld is een deugd. Als u geduld kunt hebben, is dat een deugd. Het is een deugd als u... "Zij die op de Here wachten, zullen hun kracht vernieuwen." Niet zij die proberen om voor de Heer uit te gaan, zij die tegen de Heer proberen te zeggen: "Here, ik weet dat U wilt dat ik dit doe, en geprezen zij God, ik..." Doe dat niet. Wacht op de Here. De Bijbel zei: "Zij die op de Here wachten zullen hun kracht vernieuwen."

149 God nam duizenden jaren om Zijn belofte van een komende Verlosser te vervullen. Maar, bedenk, Hij heeft altijd geweten wanneer die zou komen. Veel mensen zijn opgestaan en probeerden messias te zijn. Veel kerken hebben messiassen voort proberen te brengen. Maar God had een bestemde tijd voor Zijn Messias. Hij was niet gehaast. Ziet u?

150 En gedurende deze tijd toonde Hij vele types van de Messias. Hij toonde het de hele weg van Adam tot de Messias, de eerste en de laatste Adam; één van hen van de wereld en de Andere van de hemel, de één aards en de Ander hemels. Eén kwam neer uit de hemel en de ander kwam van de aarde. Maar om de belofte van een Messias te vervullen, nam Hij duizenden jaren.

151 In Jozef toonde Hij precies hoe Hij was. Jozef beeldde Hem uit.

152 David beeldde Hem uit. Toen David een verworpen koning was, naar boven ging naar de top van de heuvel, terug zag en weende over Jeruzalem, als een verworpen koning, was dat Jezus in David. Achthonderd jaar later stond Hij te Jeruzalem als een verworpen Koning, zeggende: "Jeruzalem, Jeruzalem, hoe menigmaal heb Ik u willen bijeenvergaderen, gelijk een hen haar kuikens, en gij hebt niet gewild."

153 Kijk naar Jozef, geboren temidden van zijn broeders, de aartsvaders; niet de laatste (de een-na-laatste; Benjamin was de laatste), maar net vóór de laatste, ziet u, net ervoor. Gehaat door zijn broeders, geliefd door zijn vader. Hij werd gehaat omdat hij een geestelijk man was. Hij kon dromen uitleggen, ze klopten precies. Hij kon visioenen zien en dingen voorzeggen die zouden gebeuren. En zij haatten hem. Hij werd voor dertig zilverstukken verkocht.

154 Waarom haatten ze Jezus? Ze noemden Hem Beëlzebub, omdat Hij het Woord was, en het Woord kan de gedachten onderscheiden die in het hart zijn. Ze haatten Hem. En ze verkochten Hem voor dertig zilverstukken.

155 Jozef werd in een put gegooid met de bedoeling hem te doden. Zijn bloedig kleed bleef achter, zoals ook Jezus' bebloede gewaad dat van het kruis genomen werd, het kleed dat Hij droeg, om Zijn dood te identificeren. Maar wat deed God aan Jozef? Hij bracht hem uit de put en zette hem aan de rechterhand van Farao. En niemand kon Farao zien, ze zagen alleen Jozef. Als Jozef het paleis verliet, bliezen de bazuinen en ging de aankondiging uit: "Elke knie buige zich, Jozef is in aantocht."

156 Hetzelfde met Jezus. Hij werd uit de put gehaald, in de veronderstelling dat Hij dood was, en werd opgewekt en zit aan de rechterhand van de Majesteit. "Niemand heeft ooit God gezien dan de Eniggeborene des Vaders. En als Hij daar weggaat, zullen de bazuinen klinken, en iedere knie zal buigen en elke tong zal belijden." Ziet u, Hij is de Prins der voorspoed. Zie wat Egypte destijds deed, het redde de gehele wereld toen een droogte opkwam. Zo zal het zijn bij de komst van de Zoon des mensen. De knie, iedere knie zal zich buigen en elke tong zal belijden dat Hij is.

157 Hij werd helemaal in types getoond, maar God wist precies wanneer Hij zou komen. Hij wist precies wanneer Hij kwam. Het maakt niet uit hoeveel zij er daarvoor hadden, Hij had Zijn Messias. Hij liet hen in types zien, wat zou komen.

158 Precies zoals Hij ons door de zeven gemeente-tijdperken toonde wat zou komen. Het was volmaakt wat Hij ons toonde dat zou komen toen Hij dat licht daar plaatste, in de openbaring erover, om het de wereld te tonen. Toen Hij de zeven engelen zond om de zeven boodschappers te openbaren die er door die tijden waren geweest om de losse eindjes te tonen; elke engel elke dag komend, en de losse eindjes openbarend die Luther overliet, die Wesley overliet, en die Pinksteren overliet, is daarin helemaal vertegenwoordigd. En wel in waarlijk type en schaduw van de grote Shalom, Jehova, Jahweh. Ziet u? Precies. Wierp het in de lucht, en daar was het mechanische oog om er een foto van te maken. Ziet u? Dank de Here!

159 Shalom! Vrede! Wees niet bezorgd, Jezus is hier. Zijn grote licht is tot ons gekomen, en we zijn er dankbaar voor, ja, Zijn Woord, het grote geheimenis. Hij is hier vandaag, Zichzelf manifesterend, hetzelfde doende als Hij toen deed, precies hetzelfde. Volmaakt hetzelfde doende.

160 Wij zijn schepselen van tijd. Hij is de God van eeuwigheid. Wij proberen om voort te maken, we proberen iets te veranderen: "O, dit moet gebeuren." Bedenk, Hij weet er alles van. Het zal hoe dan ook gaan gebeuren. Laat Hem het doen. Geef uzelf slechts over aan Hem.

161 Zie omhoog, en straal de blijdschap van de Here uit, wetend dat u het voorrecht gehad hebt, dat uw ogen opengegaan zijn en dat ze deze dag zien. Vertrouw op Hem voor de toekomst. U hebt Hem Zijn Woord zien betuigen in vroeger dagen. Hij die Zijn Woord betuigde in vroeger dagen en al die andere dingen helemaal precies deed gebeuren tot op het uur waarin wij leven, helemaal precies, tot op de Boodschap van de zevende engel, en het zowel in de hemel als op de aarde toonde, en die het op drie manieren bekend gemaakt heeft, zodat er geen vergissing mogelijk is, herinner u, Hij beloofde dat Hij terug zou komen. Halleluja! Dat Woord zal betuigd worden. Gods beloofde Woord... na tweeduizend jaar wachten zal Hij op tijd aankomen! Wees niet bezorgd, Hij zal hier zijn. Zoals Hij Zijn Woord in elk tijdperk betuigde, de gemeente-tijdperken tonen hetzelfde, en de openbaring van onze Here door de zevende Boodschap, enzovoort. God openbaarde het, manifesteerde het, en bewees het. En in ons midden vandaag, toonde Hij Zichzelf hier bij ons, en bewees en betuigde Zijn Woord, en zo zal Hij het betuigen!

162 Er zal een duizendjarig rijk zijn. De ouden zullen daar voor eeuwig jong zijn. Ziekte zal verdwijnen en er zal geen dood meer zijn. Zij zullen huizen bouwen, zij zullen er in wonen. Zij zullen wijngaarden planten en de vrucht ervan eten. Zij zullen niet planten wat een ander zal bezitten (zijn zoon neemt het), zijn zoon zal bij hem wonen. Hij zal niet planten en anderen eten, sterven en iemand anders neemt het; maar hij zal daar leven. Amen! ...?... [Leeg gedeelte op de band – Vert] ... wolf en het lam zullen samen eten. En de leeuw zal stro eten zoals de os, en een kind zal hen rondleiden. Daar zal onschuld zijn. Er zal daar niets zijn dat pijn zou kunnen doen. We zullen veranderd zijn van wat we nu zijn in dat heerlijke beeld van de Zoon van God, Die onsterfelijk is. Jaren kunnen Hem niet raken, leeftijd kan Hem nooit iets doen, Hij is de onsterfelijke Zoon van God. Dus we weten dat we in de eindtijd zijn. We zijn op het overgangspunt. Al deze dingen door en door geïdentificeerd, zo zal het opnieuw geïdentificeerd worden.

163 Nu, Hij houdt de toekomst. Hoe weet ik wanneer Hij zal komen? Wanneer komt Hij? Ik weet het niet, maar Hij zal hier zijn. Dat is juist. Wanneer zal Hij zus of zo doen? Wanneer zal de vloek de aarde verlaten? Wanneer zullen deze gezegende reflecties van Gods liefde er zijn, van bomen die hier staan en krachtig uitkomen, wanneer zullen de bloemen en zo onsterfelijk groeien? Ik weet het niet, maar ze zullen het doen. Wanneer zullen alle reflecties van het hartsverlangen van de mensen om te leven, ziekenhuizen, doktoren en operaties, gehuil en verdriet, wanneer zal dat alles ophouden en plaats maken voor een heerlijk regeren met Jezus voor een duizendtal jaren van Shalom? Wanneer? Ik weet het niet. Hij zei dat het er zou zijn. Ik weet niet hoe Hij het gaat doen, maar Zijn gesproken Woord zal betuigd worden wanneer de Zon der Gerechtigheid zal opgaan met genezing onder Zijn vleugelen. En wat de genezing betreft, er zal geen lichamelijke genezing zijn zoals u denkt, dat, zeg maar, iemand een ziekte heeft en dat die van hen wordt afgenomen. Dat doet Hij nu, als type. Maar het gehele schepsel zal veranderd worden! Dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aandoen. Deze ouderdom zal overspringen in jeugd. Amen. Wel, hoe zal het zijn? Ik weet het niet, maar het zal er zijn.

164 Ik ben zelf oud aan het worden. Dit jaar, zo de Here me laat leven om 6 april te aanschouwen, zal ik vijfenvijftig jaar worden, een oude man. Maar ik kijk niet op... Ik wil niet teruggaan om opnieuw een jongen te worden. Ik wil me uitstrekken naar dat einddoel ginds, naar het doel waarvoor ik gekomen ben. Ongeveer dertig-en-nog-wat jaar heb ik nu achter deze lessenaar gestaan. Vanaf een jongeman van in de twintig jaar oud, ongeveer eenentwintig, tweeëntwintig jaar, heb ik geprobeerd deze Boodschap te verkondigen. En elke ons van mijn kracht heb ik ervoor ingezet. Als mijn schouders gebogen worden en mijn haren grijs worden en uitvallen, zie ik daar niet naar terug want het zou opnieuw die kant opgaan. Ik zie vooruit naar het aanbreken van een dag waarvan het betuigde woord van God zei: "Niet één haar van uw hoofd zal verloren gaan, of ik zal hem oprichten in de laatste dagen." Hoe zal Hij het doen? Ik weet het niet. Maar ik vertrouw de...

165 Het nieuwe jaar, ik weet niet wat het inhoudt, maar ik weet dat Hij het vasthoudt. Dat is mijn nieuwjaarshoop. Als Hij komt, Amen. Als Hij niet komt, dan zal ik blijven werken als Hij mij spaart. Ik vertrouw de toekomst aan Hem toe. Ik weet niet wat die is, maar ik vertrouw het Hem gewoon toe. U heeft gezien dat Hij Zijn Woord betuigde, dus u weet dat het zal worden gedaan. Zijn Woord!

     U zegt: "Broeder Branham, hoe bedoelt u dat?"

166 Wel, laat mij hier even een bepaalde gedachte doorgeven. Weet u wat een 'symfathie' [Broeder Branham bedoelt 'symfonie' – Vert] is? Ik ben er zeker van dat u het weet. Het is een muziekstuk, het is een drama. Ziet u, ze spelen het voor.

167 Nu, jullie kleine kinderen, opdat jullie het zullen begrijpen. Herinner je, op school heb je geloof ik een ... Hoe heet ook weer die kleine Russische symfathie, die ze soms uitbeelden op de trommels, u weet wel hoe die heet, was het niet de... over die kleine specht, weet u, die de bossen inging; en ze hadden getril, het slaan op de trommels en zo. En dat hoor je allemaal gedurende de symfonie, terwijl ze hem spelen. Ik ben de naam ervan vergeten. "Peter en de wolf." Dat is het: "Peter en de wolf." Nu, dat is een Russische symfathie. Zie je, ze hebben geen kleine poppetjes rondvliegen, die het spelen, maar ze spelen het op trommels [Broeder Branham klopt ergens op hout – Vert], en dan [Broeder Branham klopt ergens anders op], en maken met getrommel de geluiden en zo. Zo wordt het uitgebeeld, gespeeld. Dus begrijpen jullie wat broeder Branham probeert te zeggen. Ja?

168 Nu tot u volwassenen, de Schrift is Gods symfonie. Ja. Halleluja. Alleen de Componist weet wat het werkelijk betekent en Hij openbaart het hun die luisteren, die er in geïnteresseerd zijn het drama te kennen. Maar u moet eerst iets over een symfathie weten, ziet u. Het is niet iets wat u zomaar ziet, het is het veranderen, de overgangen van het Woord, van de muziek. Het verloopt, soms gaat het voor een ogenblik zo, een zekere maat, en na enige tijd verandert het helemaal. Wat is dat? Voor u die het niet zou begrijpen of er niets vanaf weet, er niet in geïnteresseerd bent, is het alleen maar herrie, het is drukte. Maar voor hen die er wat van weten, zij zien er naar uit, ze weten dat het komt. Halleluja.

169 Zo hebben wij deze tijden van symfonieën van de symfonie van Gods Woord, waardoor het hele toneel verandert. U die geïnteresseerd bent, luistert naar die verandering. U weet dat het naderbij komt. U hoort de wijze waarop de trommels roffelen, amen, en wilt dat er iets gebeurt. U weet dat dit een verandering is, ziet u, het zal zo dadelijk tot een uitbarsting komen. Ziet u? En u ziet er naar uit, u kunt het merken aan de maatslag van de trommels. O God! Als u nu de trommels van de eindstreep kunt horen, als u de echo kunt horen van de muziek van het hemelse Woord dat het uitzingt: "En het zal geschieden in de laatste dagen!" De symfathie van Gods grote drama die Hij speelt. Het verandert Hem, Zijn symfathie in de overgangen. De componist en zij die geïnteresseerd zijn, luisteren naar de verandering. Zo is dit alles voor ons, we luisteren, we letten op. Iedere keer dat Hij verschijnt, gebeurt er iets, we zien de tijd naderen. Ze zien terug, niet lang geleden, toen de gemeente-tijdperken werden uitgetekend terwijl we luisterden. We zagen dat het klopte met het Woord, het sloeg op de maat van het Woord. Wat gebeurde er na een poosje? Hier komt Hij, zelf, en betuigde het.

170 We hebben het Woord horen zeggen: "In de dagen van de zevende engel." In het gemeente-tijdperk zei Hij gewoon: "De Boodschap van de zevende engel zou de laatste Boodschap zijn." En dan, ontdekken we hier in Openbaring 10: "In de dagen van de Boodschap van de zevende engel, zouden de geheimenissen van God voleindigd worden", het zevende zegel zou verbroken worden. Het behoorde daar te zijn. En dan opeens, terwijl het aan het gebeuren was, brak er een visioen door, en zei: "Ga naar Tucson, er zal in deze tijd een groot geluid plaatsvinden, zodat u het volkomen zult begrijpen en weten dat het gezonden is. Het zal gewoon bijna de aarde doen schudden." U allen weet ervan. Het stond op banden, maanden voordat het gebeurde. En toen gebeurde het! Toen verscheen het in de lucht. "Shalom!" Wat is het? Het is een verandering van maat in de symfathie.

171 Toen sprak Hij op een keer over de Derde Trek; Hoe het op deze ene wijze zou komen, vervolgens door het hart te kennen, en dan het gesproken Woord.

172 Jezus zei: "Gij zult grotere dingen doen dan deze; want Ik ga naar Mijn Vader." Johannes 14: "De werken die Ik doe, zult gij ook doen; en grotere dan deze, want Ik ga naar Mijn Vader." Precies zoals ik een ogenblik geleden zei: toen Maria Hem probeerde te identificeren als Jozefs zoon, verbeterde Hij haar. Zijn Woorden kunnen niet falen! Hij zei: "Hemelen en aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn Woorden geenszins."

173 Wanneer wij de slag van de symfathie horen veranderen, horen toegaan naar een verandering, dan is het een overgangstijd. We letten op als Hij begint te slaan, en we zagen: "De werken die Ik doe, zult gij ook doen, en gij zult grotere doen dan deze." "Groter"; Hij beloofde het. Wij vroegen ons af hoe dat mogelijk zou zijn.

174 Maar heeft u opgemerkt dat, toen Hij Zijn eerste wonder deed, Hij water nam en het in wijn veranderde? Klopt dat? Hij nam water, dat potentieel misschien ooit wijn had kunnen worden, maar eerst was het water.

175 En toen Hij de vijfduizend voedde, wat deed Hij? Hij nam iets dat als water geweest was, Hij nam een vis die eens had gezwommen en werd geboren uit een ei, en Hij brak die, en een andere vis groeide aan de schepping die de originele schepping was. Hij nam brood dat eens tarwe was, en zaad was en brood werd, en Hij brak van dit brood en de schepping vermenigvuldigde zich slechts.

176 Maar daar in de bossen was er niets om een eekhoorn te maken. "Laat er zijn", en er was, zonder iets om het van af te breken. Wat is het? Dezelfde Jezus Christus! Ziet u? "Grotere dingen dan deze zult gij doen, want Ik ga naar Mijn Vader." Niet iets nemen wat geschapen was, er iets afbreken en een schepping vermenigvuldigen, maar absoluut scheppen. Tonend dat Hij dezelfde Jehova is die daarginds stond en zei: "Laat er zijn", en het was er. Zijn Woord werd gemanifesteerd! Toen Hij vlees was gemaakt op aarde, nam Hij Zijn oorspronkelijke schepping, brak deze en vermenigvuldigde die. Maar nu in de laatste dagen, als Hij opnieuw onder ons neerkomt; hetzelfde licht dat neerdaalde, zei: "Laat er licht zijn", ziet u. Hij sprak de schepping gewoon in bestaan. "Groter dan dit zult gij doen, want Ik ga naar Mijn Vader." Bedenk, wij leven in deze tijden.

177 En de wereld begrijpt het niet, omdat het een 'hoop onzin' is. Omdat ze geen Methodisten zijn, begrijpen de Methodisten het niet. En omdat ze geen Baptisten zijn, begrijpen de Baptisten het niet. Omdat het niet Katholiek is, begrijpen de Katholieken het niet. Omdat het niet van Pinksteren is, begrijpen de pinkstermensen het niet.

178 Maar zij die op de Here wachten, zij die ernaar uitkijken! We hebben niemand in de geschiedenis van enige sterrenwacht, die wist van die ster die boven voorbij ging. Maar de wijzen volgden hem honderden mijlen, twee jaar lang bekeken ze hem en volgden hem. Ziet u wat ik bedoel? Het zijn diegenen die naar de symfathie luisteren.

179 Bedenk, de Componist weet het eind van het begin af. Hij weet er alles van. Dat is de reden dat Hij het hier kon opschrijven. Inderdaad. Nu, u moet met Hem beginnen, u moet beginnen. Als u een symfathie wilt horen, begint u met Hem, zoals in de muziek met de symfathie. U luistert, u weet waar het over gaat, wat het gaat worden overeenkomstig de symfonie, dan begint u te luisteren naar de muziek. En u weet wat het betekent, dus u weet gewoon: "Hier vinden bepaalde dingen plaats, nu moet het gaan veranderen." Nu, voor iemand anders die er niets van afweet wat ze... die gewoon komt binnen wandelen en gaat zitten, is het alleen een hoop onzin, rinkelend lawaai. Maar voor degene die weet wat het betekent, gaat het op de maat van de muziek, getrommeld volgens de noten, gebazuind door de bazuinen, getokkeld op de harp, gespeeld op de violen en geslagen op de bas, het wordt geblazen door de trompetten en geslagen op de trommels. Het geheel gezamenlijk in ritme, en het vormt het drama totdat u de ogen kunt sluiten en erin kunt leven. Halleluja!

180 Men zou de sterfelijke ogen wel kunnen sluiten voor het aardse zien, en leven in de tegenwoordigheid van Jezus Christus, als u Zijn Woord uitgeslagen ziet worden in de grote symfathie waarin we nu leven, veranderend. U moet beginnen in de symfonie. Het enige wat u doen kunt als u in de symfonie bent is beginnen, en beginnen in het ritme te komen. Dat is de wijze waarop u het doet bij God. U staat er niet op een afstandje naar te kijken. U raakt in het ritme ervan! Hoe komt u er in? U wordt er in geboren, in het ritme van het Woord, wanneer u een deel wordt van dat Woord.

181 U moest een deel worden van de dans om uit dansen te gaan. U moet een deel worden van het balspel, iets waarin u geïnteresseerd bent, om in het balspel te komen.

182 U moet een deel worden van het Woord, om Gods symfathie te kennen. Zijn symfathie, als die speelt, en u begrijpt het, dan marcheert u mee op de maat. U ziet er naar uit: "De werken die Ik doe, zult gij ook doen; grotere dan deze zult gij doen", deze laatste dagen. O, my! De grote verandering van de tijd. We komen in de maat, de maat van het Woord. Ontdekken Zijn doel, het uur waarin we leven. Komen in het ritme ervan, hoe Hij het doet. Als u in het Woord gaat, ontdekt u hoe Hij het in den beginne deed, en dan weet u hoe Hij het altijd doet.

183 Hoe zond Hij Zijn Boodschap eerst? Wat doet Hij? Hij handelt niet met organisaties. Hij deed dat nooit, dus nu ook niet. Als u luistert naar het ritme van die Raad van kerken, dan bent u in duisternis. Maar als u luistert naar het ritme van het Woord!

184 Waarvoor doodden zij Jezus? "U, een mens, maakt Uzelf God."

185 U hebt mijn boodschap over de Drie soorten gelovigen gekregen. Hoe er daar eentje stond en... Daar waren de schijngelovigen, ze gingen enige tijd mee, en deden alsof ze geloofden. En op een dag zei Jezus tot hen: "Wat zult u denken wanneer de Zoon des mensen, die uit de hemel is, naar de hemel opvaart? Ik kom van de hemel en ga terug naar de hemel."

186 Wel, de schare liep weg en zei: "Dit is een hard woord."

187 Toen kwamen daar de schijngelovigen die met Hem mee gingen, de zeventig, toen zij iets moeilijks kregen, zagen ze niet dat het... Ze kenden de symfathie niet. Ze kenden de Belofte niet, dat dit Kind Jehova was: "Zijn Naam zal worden genoemd Raadsman, Vredevorst, de machtige God." En toen Hij zei: "Wanneer Ik opvaar naar de hemel waar vandaan Ik gekomen ben!"

188 "Wel", zeiden ze, "dit is een hard woord. Wie kan het verstaan? We weten dat U gewoon een Man bent. We eten met U, slapen met U, we zijn met U in de bossen en we zijn met U bij de wateren. Wel, U bent slechts een Mens, en zegt dat de Zoon des mensen weer opvaart naar waar Hij vandaan komt? Wat wilt U zeggen? Dit is een hard Woord!" Ziet u, ze kenden de maat niet. Ze kenden het ritme niet van de symfathie van Gods Woord, dat Hij God was, gemanifesteerd in het vlees, want Hij was het betuigde Woord-licht voor het uur. Ze begrepen het niet. Ze zeiden: "Dit is een moeilijke zaak. Wie kan dit begrijpen?" En ze wendden zich af. Ze kenden de maat niet, ziet u.

189 En dan bemerken we opnieuw dat daar Judas was, de schijngelovige, of de ongelovige, die wachtte totdat hij een fout vond. Toen wendde Hij zich tot de discipelen en zei tot de twaalven alleen, en Judas was één van hen, Hij zei: "Wilt gij ook niet gaan?"

190 Toen zei Petrus: "Naar wie zouden wij gaan, Here? Gij zijt de Componist." Amen. "Gij weet hoe het verder gaat. Gij zijt de Enige, die het Woord des levens heeft. Waarheen zouden we kunnen gaan? We zouden niet terug kunnen gaan om een Farizeeër te worden, of een Sadduceeër, of een Herodiaan", of wat het ook zou kunnen zijn. "Gij zijt Degene die het Woord des levens hebt. We hebben geen andere plaats om heen te gaan. We hebben ons bij dit grote concert aangesloten. We zijn hierbinnen, we luisteren, en we zijn in het ritme. We geloven dat Gij de Zoon van God zijt, de gemanifesteerde Jehova. We zijn hier zeker van! We weten niet wat deze grote beproevingen en moeilijkheden, en aanvechtingen en zo betekenen, dat Gij zegt dat Gij 'opgaat om opgeofferd te worden', en al dit, dat en het andere, en 'op de derde dag', al die dingen. We begrijpen dat niet. Maar we zijn er in, luisteren naar Gods symfathie, we zijn er een deel van. We wachten er op om te zien wat hierna gaat plaatsvinden, en we volgen U op de voet." O! Dat wil ik doen. Belofte.

191 Hoe begon Hij? Net zoals Hij het in den beginne deed. Ziet u? Hij zond Zijn Boodschap nooit tot een organisatie. Hij zond nooit Zijn groep een Boodschap, Hij zond één man. In de dagen van Noach was het Noach. In de dagen van Mozes was het Mozes.

192 Er waren eens anderen, die er zo over dachten dat ze zeiden: "Wel, u zou uzelf de enige heilige man uit de groep maken." God zag daarop neer.

193 Mozes ging tot de Here: "Ik heb dit gedaan. Wat, wat moet ik doen?"

194 Hij zei: "Scheid u van hen af. Ik zal voor de rest zorgdragen. Ik heb u gezonden. Het is Mijn verantwoordelijkheid." En Hij opende de aarde en verzwolg Korach en de hele aanhang. Altijd.

195 Johannes en Jezus konden er niet tegelijkertijd zijn. Jezus... Toen Johannes opkeek, zei hij: "Nu, moet ik minder worden, Hij moet meer worden. Hij is het betuigde Licht." Dus zal dit licht doorgaan tot hij zou merken dat de volle betuiging komt. Dat is waar. Dat is waar.

196 Hij is zoals Hij in den beginne was. Zo begint u, begint u te leren wat God was. Wat deed Hij toen Hij hier op aarde was? Wat voor een soort leven leefde Hij? Was Hij het eens, was Hij een compromissluiter? Ging Hij naar de organisaties? Hoe identificeerde Hij Zichzelf? "Onderzoek de Schriften! Daarin denkt u eeuwig leven te vinden, en zij zijn het die van Mij getuigen." Ziet u, dat is vandaag of in welke andere tijd ook hetzelfde. Als u licht wilt, kijk dan naar wat de Schrift zegt voor dit uur. In orde.

197 Waar begint u dan? Als er hier een zondaar is: u begint bij het kruis waar u uzelf dood acht met Hem. U bent dan in het grote drama binnengekomen. U luistert en let op uw blad, terwijl u de symfathie in uw hand houdt. U kreeg een blad in uw hand dat u deze dingen vertelt, waar de veranderingen van het spelen van de muziek beginnen, en dan ziet u hoe het stuk loopt. Als u de Geest van God op de mensen ziet vallen en iets bepaalds ziet doen, dan kijkt u het na en ziet waar het betrekking op heeft. U kijkt of het dat is, of het datgene voor vandaag is. Wel, zij hadden een blad van de symfathie in hun handen toen Jezus kwam. Zeker hadden zij dat.

198 Zeg ik dat woord goed? Symfonie, symfathie? Ik hoop het. Want ik moest er net toevallig aan denken. Symfonie? [Iemand in de samenkomst zegt: "Symfonie." – Vert] Symfonie. Klopt dat? Goed.

199 Nu, ze hadden een blad in hun handen, maar wat deden ze? Ze probeerden terug te zien naar een slag die al... een gedeelte dat al gespeeld was. Zo doen de kerken het vandaag. Ze kijken terug en zien welk deel Luther speelde; dat doen de Lutheranen. Ze kennen de verandering van de muziek niet. Zij, die Lutheranen, weten niet wat God vandaag doet, wanneer Hij deze dingen doet. De Pinkstermensen zeggen: "O, wij hebben het." U heeft een blad dat vijftig jaar geleden gespeeld werd. Ziet u? Zeker. Laat ons slechts dit Woord in onze handen houden, en opletten wanneer de verandering komt, dan zullen we weten wat we aan het doen zijn.

200 Nu, en begin met Hem bij het kruis. "Bekeert u, en wordt gedoopt in de Naam van Jezus Christus, voor de vergeving van zonden; en u zult de Muziek ontvangen, de Directie", ziet u, "Zijn Woord, de Heilige Geest die het Woord manifesteert." Volg dan verder overeenkomstig het ritme van het Woord. Hoe de maat van de muziek ook is voor dat uur, blijf in die maat. Zie?

201 Veel mensen hebben gevraagd: "Waarom?" Ze vroegen me soms: "Waarom? Waarom moesten deze dingen gebeuren? Wat, waarom, waarom overkwam mij dit? Waarom begon ik en gebeurde dit, en had ik deze moeilijkheid hier, en verschrikte me dit hier, en verloor ik dit hier?"

202 Soms heb ik gevraagd: "Waarom?" Waarom, toen ik nog maar een jonge prediker was, net begonnen, nam God mijn vrouw toen bij mij vandaan, nam Hij mijn baby van me weg, regelrecht van onder mijn hart? Waarom deed Hij dat? Ik wist het niet. Nu wel. Ik hield slechts mijn hand in de Zijne en bleef vertrouwen.

203 Hij kent elke overgang. Hij weet dat het ritme moet... wanneer het plaats moet vinden. Hij weet wat er voor nodig is om u te vormen. Hij weet wat voor soort materiaal Hij gaat gebruiken. Ziet u? Soms is het achterin de woestijn, waar God rechtvaardige mannen vormt tot wijzen en profeten. Ziet u? Ziet u? Daar worden mannen gesmeed. Mannen worden eruit geslagen, het Woord in. Wanneer ze allerlei soorten geloofsbelijdenissen en zo in zich hebben, laat Hij ze komen tot het Woord en God slaat het volkomen uit ze weg, vormt ze volkomen hierin, in de grote symfathie van Zijn Woord. Ziet u? En dan zien zij het Woord voortbewegen.

204 God weet wanneer het ritme moet gaan veranderen. Hij weet hoe het ritme gaat. Ik weet niet hoe het gaat, maar Hij weet het. Hij weet hoe het gaat, ik niet. Maar ik kijk er hier naar, en zeg: "Wel, het komt eraan."

205 "Vele zijn de tegenspoeden der rechtvaardigen, maar uit die alle redt hen de Here." Zie? God heeft Zich door de geschiedenis bewogen op het ritme van de belofte van Zijn Woord, in elk tijdperk, op hetzelfde ritme, Zijn Woord makend. Zo bewoog God Zich door de geschiedenis heen. De hele weg van Genesis tot Openbaring, heeft Hij Zich door de geschiedenis heen bewogen met Zijn Woord. Dat is juist, op het ritme van de kracht van de Heilige Geest, Zijn Woord betuigend aan de uitverkorenen. Bedenk, Hij heeft nooit de uiterlijke kerk kunnen aanraken. Alleen de uitverkorenen.

206 Kijk naar die priesters, die zeggen: "Deze man is Beëlzebub. Hij is een waarzegger. Wel, Hij leest hun gedachten."

207 Hoe weinig wisten zij: "Het Woord is scherper dan een tweesnijdend zwaard, een onderscheider van de gedachten die in het hart zijn." En Hij was het Woord.

208 Maar deze kleine prostituee die op die dag bij de bron stond, om een emmer water te halen, zei: "Ik bemerk dat U een Profeet bent. Wij weten dat de Messias zal komen. We hebben in geen honderden jaren profeten gehad, maar we weten dat de Messias zal komen. En als Hij komt, dan is dat wat Hij zal gaan zijn."

209 Hij zei: "Ik ben Hem." Dat was genoeg. Waarom? De maat van het ritme hield op! Ze keek uit naar die verandering, van een kerk-denominatie naar een betuigde Messias. En hier stond Hij, de Messias waar Mozes van sprak: "De Here, uw God, zal een Profeet verwekken zoals ik." Daar is Hij. Het ritme veranderde, het betuigde zaad herkende het.

210 Wanneer het ware Woord van God op de gerechtvaardigden valt, op het zaad, en zij zien de betuiging van het Woord, dan herkennen ze het. Ze kijken naar het Woord, ze kennen de overgang, ze kennen de tijd, ze kennen de verandering, ze kennen de maat die voor dat uur wordt verwacht. Halleluja! Ze kennen de maat, ze kennen de tijd en ze weten hoe het zou moeten gaan. Ziet u, slechts de uitverkorenen weten het.

211 Toen Filippus het zag, kon hij het niet langer weerstaan. Hij wist dat dat de Messias was. Dus ging hij naar een man, waarmee hij samen Bijbelstudie had gedaan. "Nathanaël", zei hij, "kom, zie een Man. Kom kijken wat we gevonden hebben, we hebben Jezus van Nazareth gevonden. We hebben Jezus van Nazareth gevonden, dat is de Profeet waarvan Mozes sprak dat Hij zou komen. We hebben Hem gevonden. We hebben Hem gevonden."

212 Hij zei: "Hoe kan dat? Ik was net... Waar was Hij?" Ziet u, hij kende het ritme niet helemaal precies. Ze waren aan het studeren geweest. Maar toen hij daar kwam vertelde hij het hem, maakte hij hem het Woord bekend.

213 Toen hij daar kwam, zei Jezus: "Waarlijk een Israëliet", het ritme begon vat te krijgen, het grote drama werd daar die dag op het platform opgevoerd, of op het terrein. Misschien stond Jezus op een rots terwijl Hij tot de mensen sprak. Toen Filippus daarheen kwam met Nathanaël, richtte Hij Zijn blik op hem, en zei: "Waarlijk een Israëliet in wie geen bedrog is."

     Hij zei: "Rabbi, vanwaar kent Gij mij?"

214 Hij zei: "Eer Filippus u riep, zag Ik u onder de boom." O, my!

215 Hij was er een deel van! Hij zei: "Gij zijt de Zoon van God! Gij zijt de Koning van Israël." Het doet er niet toe hoe de maat van de wereld was, en al hun dansfeesten die ze hadden van de denominaties, het was niet die grote symfathie van God. Amen. Hij zei: "Gij zijt de Koning van Israël! Daar bent U! Ik zie het. Ik weet het." Waarom? Hij was uitverkoren. Het uitverkoren zaad weet het. Zo is het steeds door elk tijdperk heen, dat zij het weten.

216 U zegt: "Maar, broeder Branham, hoe staat het met mijn moeder en vader, en mijn familie en met mijn denominatie, wat zullen die doen? Ze zullen mij eruit zetten. Is het..." Als u niet vooruit kunt zien, zie dan omhoog. Probeer niet vooruit te kijken, hoe dan ook. Leg uw hand in de Zijne. Laat Hem u leiden. Zie omhoog, kijk niet vooruit. U zegt: "O, maar anderen lachen me uit over mijn lange haren, en omdat ik m'n korte broeken weg doe, en dat ik de kerk verlaat." Huh! Lijden terwille van Zijn Naam zijn groeipijnen van Zijn genade. Ja. Lijden om Zijn Woord, ziet u, dat zijn groeipijnen van Zijn genade. Ja meneer! Bedenk slechts, het is de genade van God die u gegeven is. O, my!

217 Zoals Paulus zei, halleluja, hij had een zwakheid, iets hinderde hem. De duivel sloeg hem, slag na slag. En hij raadpleegde de Here, driemaal, om het van hem weg te nemen, en zei: "Ik wil dit niet, Here. Neem het van mij weg!"

218 Toen sprak de Here op een nacht tot hem, zeggende: "Saulus..." Of: "Paulus, Mijn genade is u genoeg."

219 Hij zei: "Dan zal ik roemen in mijn zwakheid. Ik zal er in roemen. Ik weet dat U de Heelmeester bent. Ik heb U de zieken zien genezen, de doden zien opwekken, de duivels zien uitwerpen en de ogen van de blinden zien openen. Maar ik heb U geraadpleegd, en U vertelt mij dat Uw genade voldoende is, dan is deze duivel die mij hindert de groeipijn van Uw genade. Dan zal ik roemen in mijn zwakheden. Waarom? Opdat ik mij niet verhef vanwege het buitengewone van de openbaring." Ziet u?

220 Ziet u, hij had iets wat de andere discipelen niet hadden, hij zag Hem na Zijn dood, begrafenis, opstanding en hemelvaart. Hij zag Hem. Sommigen van hen zeiden: "Wel, ik heb met Hem gewandeld." Dat had iedereen op de straat ook gedaan. Maar nadat Hij was gestorven, begraven, opgestaan en ten hemel gevaren, kwam Hij terug in de vorm van een Vuurkolom en sprak Hij tot Paulus. Dat was meer dan enig ander van hen had. Amen.

221 Hij zei: "Anders zou ik me verheffen en grote, geweldige seminaries en al dat andere willen bouwen, en grote machtige dingen willen. Opdat ik me niet zou verheffen vanwege het buitengewone van deze openbaring, laat God me door een boodschapper van de duivel met vuisten neerslaan." Hij zei: "Als ik zwak ben, ben ik machtig." Amen. Amen. Groeipijnen van genade! Amen. We zouden daar een lange tijd bij kunnen blijven; een uur en vijfenveertig minuten zijn voorbijgegaan, en we lijden aan Zijn genadepijnen.

222 O, Hij kan kruispunten toestaan. Hij kan kruispunten toestaan om ons te beproeven, ons te volmaken voor Zijn dienst. Hij zou dat nu kunnen toestaan, gemeente, hier en op de band. Hij kan de kruispunten terwille van ons toestaan.

223 Zoals Hij deed bij Daniël. Hij gaf Daniël op een dag een klein kruispunt. Weet u, hij was een groot man daar in Babylonië. Hij liet de koning zich tegen hem keren en hem in de leeuwenkuil werpen. Het vervolmaakte hem alleen maar. Jazeker!

224 Hij liet de kinderen der Hebreeën in de vurige oven gaan. Ze waren vastbesloten om voor Zijn Woord stand te houden!

225 Hij zal misschien 'kruis-' woorden toestaan; laat ze u uitlachen omdat u lang haar hebt, laat ze u uitlachen omdat u zegt waarom u een heilige roller bent geworden of wat nog meer! Misschien lachen ze u daarom uit, dat is in orde. Dat is een kruispunt, dat is een kleine overgang. Dat is om iets te bewijzen.

226 Ziet u, het enige wat dat kruispunt deed voor de Hebreeënkinderen die op het Woord stonden was, dat het hen alleen maar losmaakte van de banden die ze om hun voeten en benen hadden.

227 Soms zijn er harde beproevingen voor nodig om de banden van de wereld van ons af te breken. Soms laat God ons een kleine beproeving hebben, weet u, om te zien wat we zullen doen, om u uit de wereld te brengen. Of met andere woorden, Hij laat u een kleine beproeving hebben en laat u uit die organisatie stoten, uit die gedachte dat "de Methodisten het enige zijn, de Baptisten, of die van Pinksteren, of dat dat de enige groep is die er is. Als u het niet gelooft zoals mijn kerk het gelooft, dan gelooft u helemaal niet." Soms laat hij een kleine beproeving gebeuren. Misschien heeft u een zieke baby gekregen. Misschien gebeurt er iets juist op het uur van de dood. Misschien wordt iemand van u weggenomen, of zoiets. Wat moet dat teweegbrengen? U wegbreken, om u iets te tonen, uw ogen te openen. Misschien komt u soms om iets te bekritiseren. Misschien luistert u alleen naar deze band om te bekritiseren. Misschien doet God dat om enkele van die wereldse banden te verbreken, die u neergebonden houden.

228 Zoals bij een verdrinkende man in de rivier; u moet de man eerst uit de rivier halen, voordat u de rivier uit de man kunt halen. Dat is waar. U moet hem eerst uit de rivier halen en dan kunt u de rivier uit hem halen. Soms moet God het op die wijze doen. Hij staat de overgangen, kruispunten toe om dat te doen. Sta op Zijn belofte, het Woord, want ze zullen nooit falen. De toekomst is in Zijn handen. Sta zoals zij, ga niet weg.

229 Abraham, bij zijn kruispunt, wist dat God zijn zoon uit de dood kon opwekken, waaruit hij hem had ontvangen bij het kruispunt. Abraham kwam tot zijn kruispunt. Nadat hij God had vertrouwd en alle wonderen van God had gezien. Vijfentwintig jaar wachtte hij op een jongen, een beloofde zoon, en toen zei God hem om nu juist dat, waar hij op gewacht had, te gaan offeren. My, o, my, wat een tijd! Maar wankelde Abraham? Lees Romeinen, het vierde hoofdstuk, dat zegt dat hij 'ten volle verzekerd' was. Amen. Hij was ten volle verzekerd dat God wat Hij beloofd had, bij machte was te doen. Amen. Hij stond het kruispunt toe. Door Abraham toonde Hij ons, zie, dat Hij bij machte is om de doden op te weken.

230 Abraham zei: "Ik zal hem ontvangen als één uit de doden." Sara's schoot was dood, Sara's schoot was dood; en bij hem was zijn lichaam dood, hij was een oude man. Zij had geen melkklieren om de baby te voeden. En ze hadden geen... Wel, er was niets meer. Hij was zelf onvruchtbaar en zij was onvruchtbaar. Zie? Er was geen enkele mogelijkheid. En hij ontving hem als één uit de doden, en zei: "Als God dat kan doen, dan kan God hem opwekken uit de doden. Want dezelfde God die mij zei dat de baby zou komen, en ik stond en hij kwam, Hij kan hem opwekken uit de dood." Want Hij laat alles meewerken ten goede voor wie Hem liefhebben. Amen.

231 Het was God die de belofte deed, dat in de laatste dagen deze dingen zouden gebeuren die we zien gebeuren! Als Hij een zoon beloofde, en de zoon kwam, als Hij al deze dingen beloofde die we zien door de Schrift heen, en het gebeurde, laten we dan in het ritme ervan gaan. Hij beloofde dat deze dingen in de laatste dagen zouden gebeuren, en we zien het. Hij beloofde dat Hij Jezus zou zenden. Halleluja! Er zal een duizendjarig rijk zijn! Er zal een nieuwe dag zijn. Er zal een dag zijn dat de zon nooit meer onder zal gaan, omdat we hem niet meer nodig hebben, want het Lam is het licht van de stad waar we heengaan. Amen.

232 Het dagen van een nieuwe dag, ik voel het nu helemaal over me. Het licht van een nieuwe dag! Het licht van een dag waar geen nacht is, waar geen duisternis is, geen schaduwen, geen lucht, geen schemerdonkere luchten, geen middernachten, geen graven, geen bloemen op de hellingen der heuvels, geen begrafenisstoeten, geen doktoren, geen lijkenhuis. Amen. Ik kan de stralen van Zijn licht door voelen breken op mijn ziel. De nieuwe dag! De oude is bezig weggedrukt te worden.

233 Als ik het sterfelijke bloed door mijn lichaam voel stromen, dan voel ik daar achter het bruisen van de Heilige Geest binnenkomen: "Maak u op, wordt verlicht."

234 Iets sprak: "Billy Branham, je bent oud aan 't worden, je wordt zwak, je schouders gaan neerhangen, je haar wordt grijs en valt uit." Dat is zo. En duisternis en grote donkerheid over de aarde!

235 "Maar maak u op, word verlicht!" Ik voel daar het licht opbruisen van het heerlijke Evangelie van Jezus Christus die mij een nieuwe schepping heeft gemaakt in Hem. Ik zie uit naar die dag, amen, naar de nieuwe dag. Ik weet de toekomst niet. Ik weet niet wat het inhoudt, 1964, wat het voor mij inhoudt of wat dan ook, maar ik houd de hand vast van Hem Die de eeuwigheid vasthoudt, Die de eeuwigheid is. Amen.

236 Abraham wist dat God hem weer op kon wekken, dus vertrouwde hij Hem.

237 Dus, wees voor het nieuwe jaar vastbesloten om te blijven bij Zijn Woord en wat het beloofd heeft, zoals andere uitverkorenen het deden in andere dagen. Als u voelt dat u het licht gezien hebt dat tot u is doorgebroken, van Jezus Christus, Zijn manifestatie van Zijn grote Heilige Geest in deze laatste dagen... Bedenk, denk eraan, blijf erbij, wat Hij deed, u bent één van de uitverkorenen; en wat hij, de uitverkorene in andere dagen zoals Abraham, toen hij het zag, toen het tegen elk wetenschappelijk bewijs in was... Noach zag het, en het was tegen elk wetenschappelijk bewijs. Mozes zag het, en het was tegen elk wetenschappelijk bewijs. Deze knappe tijdperken die zijn voorbijgegaan; maar de uitverkorenen die het zagen, stonden onwrikbaar! Amen.

238 Wat de toekomst betreft, laten we onwrikbaar staan op de belofte. God deed hem, het is aan God het tot een goed einde te brengen. Ik volg slechts het ritme. Als de maat van de tijd slaat en zegt: "Dit is het einde van William Branham op de aarde", dan zal ik met dat ritme meegaan, en dan zal ik weer opstaan met het ritme. Halleluja. Degene die het inluidt, luidt het uit en luidt het weer in. Het is het ritme van God: "Ik zal hem opwekken in de laatste dagen. Hij die in Mij gelooft, heeft eeuwig leven. Hij die Mijn Woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en zal nooit in het oordeel komen, maar is overgegaan van de dood in het leven." Ik zal de maatslag van het Woord volgen. Amen. Niet de maatslag van mijn hart; de maatslag van het Woord! Het doet er niet toe hoe het gaat, als mijn hart niet slaat overeenkomstig het Woord, dan is mijn hart fout. Amen. Want Hij is het Woord! Amen. De Bijbel vertelt ons dat, Gods Woord.

239 Ik luisterde naar een programma dat aan stond, Billy en ik, een poosje geleden. En het was dat Bijbel... het was genaamd profetie, het uur van... Hoe heet het? Iets over profetie. Stem der profetie. In werkelijkheid zijn het Zevendedag-adventisten. Ze hadden vier of vijf verschillende namen. Het waren eerst 'Millerieten'.

240 Zij waren het die zeiden, ginds in een samenkomst, dat ik beweerde Jezus Christus te zijn; dat de Heilige Vader boven mij was, die Vuurkolom, en dat ik Jezus Christus was. Er stond daar toevallig een vriend van mij in hun kleine samenkomst en hij stond op en zei: "U zult dat moeten bewijzen, want ik zal hem hierheen roepen. Ik wil dat u één keer laat zien dat hij dat ooit beleed", ziet u, en dergelijke dingen. Hij sprak over de verschillende sekten en zo op de aarde.

241 Zij weten het. Op een keer lag ik met ze in de knoop over deze sabbat vraag. Zij houden de oude dag, die voorbijgegaan is. De Heilige Geest is onze sabbat, dat zegt de Bijbel: "Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, Ik zal u sabbatsrust geven voor uw ziel." Niet een 'dag'. Paulus zei: "Ik ben in vreze voor u, die een dag houdt." Ziet u, dat is waar. Ja meneer. "Er blijft een rust over", Hebreeën 4, "voor het volk van God, een sabbat-viering. Want wij die ingegaan zijn in Zijn rust, hebben zelf ook van onze werken gerust, gelijk God van de Zijne."

242 Maar hun spreker, een tijdje geleden, een mooi programma, ik heb niets tegen ze. Ik zou alles doen wat ik kan om ze te helpen. Ze vrijelijk vergeven dat ze het gezegd hadden, omdat ze iets gezegd hadden wat niet juist was. Maar dat is in orde. Hun leer is net als die van Jehova's getuigen en Christian Science, en al deze andere sekten, ziet u, hetzelfde. Maar let op, ze zijn gelijk aan elke andere organisatie, ze zijn niet erger fout, lijkt mij, dan de rest. Het Woord is altijd juist, ziet u. Het zal bewijzen dat het juist is. Let op.

243 Maar toen hij sprak, zei de man: "Wij hebben het boek van het jaar." Deze schrijver, o, hoe heet hij, de spreker ervan? Ik vergeet nu net precies zijn naam. Hij sprak hier niet lang geleden in Seattle bij de wereldtentoonstelling voor de Christen-zakenlieden. Deze presentator zei: "Deze man heeft het voortreffelijkste boek geschreven voor dit jaar." Ik ben het daar niet mee eens.

244 Het Boek voor dit jaar is de Bijbel! Het is het licht van de wereld. Het is God zelf. Ons boek-van-het-jaar is de Bijbel. Voor dit 1964 is ons Boek de Bijbel. En voor alle andere jaren die komen, is ons Boek de Bijbel. Van alle jaren die geweest zijn, is het het Boek van het jaar geweest, het is het Boek van het jaar van de toekomstige jaren, en het is het Boek van de eeuwigheid. Het openbaart dat het God is. Ja, het openbaart God. Elk jaar dat nog komen moet, is het het Boek-van-het-jaar. Wanneer u de Bijbel ook iets hoort zeggen, zijn belofte is betuigd, er zal op een dag een eeuwige komen. De Bijbel is het die ons deze belofte geeft, wanneer u de Bijbel hoort zeggen dat er een dag komt dat Jezus zal komen. En als ik nu vandaag zeg...

245 Ik moet stoppen, want ik ben hier zo goed als twee uur geweest, ziet u...

246 Kijk, als de Bijbel ons deze dingen die gaan komen vertelt, en spreekt van al deze uren waar we doorheen gekomen zijn. De dagen van Noach zijn voorspeld. De dagen van al deze anderen heeft de Schrift voorspeld. De dagen van Martin Luther, de dagen van Wesley, de dagen van Pinksteren werden voorspeld. Dit uur waarin wij leven werd voorspeld. Alles gebeurde precies op die wijze. En toen... Wat is het? Het is het gesproken Woord van God, dat door God betuigd is, wat het het licht van het uur maakt. Ziet u, net als de zon. Het Woord, het Woord zelf, is het licht wanneer het betuigd wordt voor de betreffende tijd. Ziet u, het wordt betuigd, en dan is het het licht van het uur.

247 Johannes was het licht, hij was meer licht dan Elia en de anderen. Elia. Hij was niet het licht van Elia, maar hij was Elia in een andere vorm, het licht betuigend. Zie, dat was hij. En toen Jezus kwam, zei Hij: "Hij was een helder schijnend licht voor een korte tijd. U hield ervan om in zijn licht te wandelen." Ziet u?

248 En Johannes zei: "Nu moet ik minder worden. Ik moet nu uit gaan, mijn licht heeft opgehouden te schijnen en ik moet uit gaan. Hij moet meer worden. Hij is het licht."

249 Hij zei: "Ik ben het licht van de wereld." Amen. Dat is waar. "Dezelfde gisteren, vandaag en voor eeuwig." Hij is nog steeds het licht van de wereld. En wat is Hij? "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God." Waarom was Hij het licht van de wereld? Als Hij zou komen, zeggend dat Hij de Messias was, en Hij zou niet doen zoals de Bijbel zei dat de Messias zou doen, dan was Hij niet het licht van de wereld. Ziet u, het is het betuigde Woord wat het het licht van de wereld maakt.

250 En in dit uur waarin wij nu leven, het betuigde Woord van dit uur! Pinkstermensen, u zegt: "Spreken in tongen", enzovoort. Dat was de dag van Pinksteren, dat was toen het licht van het uur. Zie, dit is een andere dag. Hij is vandaag het licht van het uur.

251 Het zevende gemeente-tijdperk smeulde helemaal uit, terwijl Christus buiten staat. De maan identificeert het, alle donkerheid komt op de aarde. Het licht is nu aan het doorbreken, en begint te tonen wat plaats zal gaan vinden. De zaak zal verwoest worden, en het licht zal binnenkomen en het vernietigen. En de heiligen zullen de aarde beërven, de zachtmoedigen zullen de aarde beërven. De aarde, de duisternis van de maan zal weggenomen zijn. De duisternis van de nacht zal vlieden, de donkerheid met hun dood en geloofsbelijdenissen, buiten het Woord van God, de verdraaiingen die ze beweren. Het licht zal doorbreken op die dag.

252 Bedenk, als de volledige Bijbel... Luister, tot slot. Als deze volledige Bijbel volkomen betuigd zal zijn, dan zal er een eeuwig Shalom zijn, eeuwige vrede. Zie?

253 Hij kwam en zei dat Hij "Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen" was, maar de wereld ontving het niet. Zie? Zie? Hij was Vrede voor iedereen die tot Hem kwam om vrede. Zie? Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen. Hij was de Vrede bij het begin van dat nieuwe jaar, die nieuwe dag van God. Waarom? Hij was het betuigde licht van die dag. Zie?

254 Maar er is meer Woord om betuigd te worden. Hij moet meer Woord betuigen. En wanneer het laatste Woord betuigd is, dan is de dood verzwolgen in de overwinning en de doden in Christus zullen opstaan, het duizendjarige rijk zal aanvangen, en het zal één grote vrede zijn, Shalom. Laten we alles opzij leggen voor die dag, broeder, zuster, voor die ene grote Shalom.

255 Bedenk, de Bijbel is de bron van alle wijsheid, en bevat alle hoop voor de toekomst. Aan de gemeente, Shalom! Laten we bidden.

256 Kleine groep die hier nu aanwezig bent. Ik heb twee uur gedaan over deze kleine nieuwjaarsboodschap. U bent erg geduldig geweest. Is er hier iemand vanmorgen of vanmiddag liever gezegd, die niet die Shalom heeft, die vrede die gesproken heeft, dat geïdentificeerde Woord van God, wanneer u en het Woord één worden? Wanneer u, als de Bijbel iets bepaalds zegt, zegt: "Nee, ik kan nauwelijks geloven dat dat waar is", dan hebt u geen Shalom. U hebt geen vrede met God, want Zijn Woord zegt iets en u bent het er niet mee eens.

257 En als het Woord zegt: "Shalom, vrede", en u hebt die vrede, kunt u elk Woord dat God spreekt, bevestigen met een 'amen', en u gelooft het. En als u het betuigd ziet, zegt u: "Amen, dat is het Woord!" Maar veegt een geloofsbelijdenis, een licht, een vals licht, de wereld niet weg in de schaduw van het licht dat gereflecteerd wordt om het te verduisteren? Een of andere geloofsbelijdenis, die zegt: "Nee, ik denk dat dat ergens anders voor was. Dat betekent dat niet", terwijl het Woord het toch zegt? Volgt u die schaduw, of zult u verschijnen met dat licht?

258 Hier en bij de band, wie er ook naar zal luisteren, denk daar een moment over na. En als hier iemand aanwezig is die het graag zou willen, die dat licht niet heeft, wilt u uw hand opsteken om uzelf bekend te maken, dat u gereed bent om in dat licht te wandelen vandaag. Als er iemand ginds in het land is waar deze band heen zal gaan, en u heeft het niet, steekt u dan uw hand op voor God op de plaats waar u bent. Zet uw bandrecorder straks uit als we bidden, ga op uw knieën en zeg: "Here God, ik heb getwijfeld, ik heb dit gedaan. Ik heb gedacht: "Wel, omdat de kerk zei dat die dingen niet mogelijk waren, en dat dit er niet zou zijn." Maar ik zie dat het beloofd is in de Bijbel, ik zie teveel dingen. De hemelen hebben het zelfs zelf verklaard. Deze dingen die gezegd zijn, gebeuren precies. En God verklaart in de hemel hetzelfde. Dus wil ik het nu ontvangen. Moge het Woord van God in mij komen. Laat mij in dat ritme komen, om niet meer te luisteren naar wat de kerk of de prediker zegt; maar laat mij in het ritme komen van het Woord, en zien wat dat zegt. En moge het mij, in deze grote symfathie van God, de maat brengen van Zijn wil in mijn leven."

259 Onze hemelse Vader, we brengen nu tot U elke hand die overal is opgestoken. Moge de Heilige Geest van God hun het ritme van het Woord en haar Waarheid brengen, dat ze gevormd mogen worden tot zonen en dochters van God en mogen ze het licht van God op de aarde weerkaatsen. Zij zullen het gemanifesteerde Woord zijn, dat mannen en vrouwen zullen leven zoals Jezus, die ieder Woord van God zullen geloven en daarbij leven zoals Hij, want Hij zei: "Een mens zal niet leven van brood alleen, maar van ieder Woord dat door de mond van God gesproken wordt." Niet slechts een paar woorden, of een deel van de Woorden, maar "Van ieder Woord dat door de mond van God gesproken wordt."

260 Het Woord van Mozes' tijd werkte niet in de dagen van Jezus' tijd. Het Woord in de dagen van de apostelen werkt niet in deze dag. Er is een beloofd Woord voor deze dag. Ze spraken zelf, spraken het uit door de Heilige Geest, wat plaats zou vinden in de laatste dagen, hoe de kerken koppig en hoogmoedig zouden zijn, en hoe de hoer zou opstaan en de hoerendochters bij haar zouden komen, en hoe zij de aarde zouden verduisteren. En in het laatste gemeente-tijdperk, van Laodicéa, zou Jezus volkomen uit de gemeente gezet zijn.

261 O Here, laat me bij Hem, het Woord, blijven. En manifesteer Zijn licht door ons allen, als we in dit nieuwe jaar met vastbeslotenheid doorgaan. Niet wetend wat dit nieuwe jaar zal inhouden, maar we houden ons aan Hem vast, het Woord, die de hele symfathie van het begin tot het eind kent. Hij kent elke beweging en elke overgang. O Here, we letten slechts op Hem, en houden onze ogen op Hem gericht, het Woord. Dan als we deze dingen zien verschijnen, weten we dat we precies in het ritme van het Woord zijn. Sta het toe. Red elke verloren ziel, Here, hier, en iedereen die de band hoort. We dragen ze aan U op, omwille van Uw Koninkrijk, in Jezus Christus' Naam. Amen.

262 Nu, er is een... Blij om met u allen te zijn deze morgen. Sorry, het heeft precies, sinds we begonnen, twee uur geduurd, van kwart voor elf tot kwart voor één. Ik vertelde Meda, ik zei: "Ik zal om half twee terug zijn." Nu, we geloven niet in het overtreden van snelheidswetten. Ik denk niet dat we dat zouden moeten doen, ziet u, dat te doen. Nu, we danken u. Ik wil nu zeggen...

263 Terry heeft zijn bandrecorder uitgezet, want dat is de ene band die uitgaat. Ik denk dat u de uwe nog aan hebt staan, wat prima is, want ik ga tot de gemeente spreken.

264 Ik waardeer u allen hier zeker. En er zijn veel tijden dat ik denk dat dit een kleine plaats is om me terug te trekken, om hier te komen aan de achterkant van de woestijn, zoals ik het noem. Terugkomen door de woestijn, helemaal van daar naar hier, en rondkijken, deze kleine groep te zien buiten onder de bomen, vlak naast de rivier. En we zijn aan de oostzijde van de rivier nu. En ik vertrouw erop dat God u zal zegenen, een ieder. God, Shalom zij met u. Dat is Zijn vrede.

265 En het spijt me werkelijk, dat ik u zo gehouden heb. Maar gewoon om hier nu een band van te krijgen van... zo de Here wil zal ik hierover spreken in Phoenix, zondagmiddag. Dan maandag, zal ik gaan met kleine, korte samenkomsten, enzovoort. Ik had in mijn hart voorgenomen dit jaar, zo de Here wil... Ik ben gewoon geveld en verscheurd van alle kanten. Zie?

266 En we weten allen dat het de identificatie is. We weten wat de derde trek is. We begrijpen dat allen. Nu, u heeft... u krijgt de band. Zie? En ik denk dat het er gewoon enige tijd sluimerend zal liggen, totdat het grote uur van vervolging opkomt. Dat is wanneer het zal zijn; het zal spreken. Het zal gemanifesteerd worden. Net zoals de vijf duidelijke tekenen zonder falen, volmaakt. En nu denk ik, wacht gewoon, zie gewoon wat het doet. Nu, ik zal teruggaan, opnieuw hetzelfde, door en door, om het uit te vinden.

267 Korte diensten, en we zullen proberen om elke avond vroeg te eindigen. Iets als dertig minuten te hebben en praten over Goddelijke genezing of zoiets als dat. En wanneer ik gereed ben om opnieuw een band te maken, dan zal ik of hierheen komen naar de achterkant van de woestijn, of ginds in de Tabernakel, of ergens waar je een band kan maken, waar we onder onszelf zijn en ik kan zeggen wat ik wil, zoals dat. Maar zie, Jezus...

268 Onthoud. Zie? Ik moet opletten. Wanneer ik de mensen gewoon volledig arrogant zie weglopen, ik denk dat ik deze morgen heb geprobeerd uit te drukken dat het donkerheid is op hen. Ze kunnen er niets aan doen. Ik vergeef hen, zie, voor het niet luisteren. En ze zien de dingen die God gedaan heeft, en toch doen ze het niet. Ik bid nog steeds: "God, vergeef hun." En ik meen het in mijn hart; zeg dit niet omdat mijn Meester het zei, maar ik wil het eerst in mijn hart voelen, dat ik het werkelijk doe.

269 Ik isoleer mezelf niet van de mensen. Ik wil dat niet doen, zie. Omdat ik een boodschap voor hen heb: redding. En ik moet onder hen uitgaan. Zie? Nu, ik ga uit bij de Drie-eenheidsmensen, bij Methodisten, Baptisten, Lutheranen, Pinkstermensen, Zevendedag-adventisten en al het andere, omdat ik datgene zoek te redden wat verloren was, als ik kan, om het binnen te brengen, om hun het licht te tonen. En de Here zij met u.

270 Ik had onze eerste kleine serie samenkomsten hier. Ik weet niet of u hier het schema aan hen hebt uitgedeeld. Als sommigen van u... Ik zal het hier laten liggen; de voorganger zal het u voorlezen, waar we zullen samenkomen, en zo de Here wil, dat is, zo de Here het wil... Ik heb er geen leiding voor, gewoon eenvoudig uitgaan, om te proberen te doen wat ik kan. En als u enigen van uw geliefden dichtbij heeft die naar een van de samenkomsten zouden willen komen, wel, schrijft u ze een brief en vertel hun om een van deze samenkomsten bij te wonen.

271 God zegene u. Het is fijn om u te zien, broeder Stricker en zuster Stricker, en de rest van u mensen hier. Nu, sommigen van hen, ik ken zelfs niet uw namen, maar ik ken u door de getuigenis van de Heilige Geest dat u mijn broeders en zusters bent. En mijn liefde en respect zijn voor u. En het is zo'n groot genoegen om hier met u te zijn.

272 En ik weet hoe u... u hebt uw maaltijd hier neergezet, gaat een kleine gemeenschapsmaaltijd hebben. Ik wenste dat het mogelijk was dat ik hier kon blijven hangen, en ik weet dat het goed is. Ik weet dat u de beste koks van het land hebt. Ik weet dat dat waar is. Maar ik zal de mijne waarschijnlijk met een hamburger moeten doen, terwijl ik naar huis ga. Maar hoe dan ook, ik heb een afspraak die ik moet nakomen. Mijn tijd is gewoon toebedeeld met een klein beetje hier en een klein beetje daar. En u begrijpt het allen, daar ben ik zeker van. [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Het is niet omdat ik niet wil blijven. God weet dat. Ik zou hier niet naartoe gekomen zijn. Zie?

273 Iemand zei: "Zou u daarheen gaan en tot dertig mensen prediken, wanneer u hetzelfde tot tienduizend zou kunnen prediken?" Zeker, dat maakt geen enkel verschil, de grootte. Ik wil zien waar het ontvangen wordt.

274 "Werpt uw parels niet voor de zwijnen. Zij keren zich om en vertrappen het onder hun voeten, en zullen zich dan omkeren en u verscheuren." Zie? Maar je werpt je parels daar niet.

275 Nu, ik voel dat wat ik hier zeg, geen parels voor de zwijnen werpen is. Ik denk dat het kinderen juwelen toont die hun toebehoren. Zie? Hij zal duizend keer zijn werktuig gebruiken in het slijk en het vuil.

276 Hebt u ooit een lelie opgemerkt, waar hij vandaan komt? Regelrecht uit de bodem van de slijmerige put van de vijver. En hij zwoegt dag en nacht, om zichzelf naar het licht te krijgen. Maar als hij eenmaal in het licht komt, bloeit hij uit tot de mooiste bloem die er is. En dat is wat een lelie is. Hij komt op uit het slijk van de aarde en het vuil.

277 Dat is waar de juwelen verpakt worden gevonden hier in deze goudstaat van de natie. Waar vindt u goud? In het vuil. Waar vindt u robijnen en juwelen? In het vuil en slijk. Dat is precies juist. Dat is waar we allen vandaan komen: het vuil en modder van de wereld. Maar dezen hier...

278 Ik ben een goudzoeker. Wat doet een goudzoeker? Hij jaagt naar goud. Dan, wanneer hij dat doet, poetst hij het op, en slaat het uit en smelt het, en hij krijgt het gereed.

279 Dit is de Goudmijn. Zie? Ik kijk hier de hele tijd naar mooie juwelen. Zie? Vind ze hier ergens in het stof en poets ze op en zeg: "Heer, hier zijn ze. Hier is een broeder. Hier is een wedergeboren Christen. Hier is een fijne jongedame. Hier is een fijne middelbare, oude vrouw, my, jonge vrouw, wat het ook is. Hier zijn ze, Here. Ze zijn Uw juwelen. Stop ze in Uw kroon, Here. Ze zullen voor altijd en eeuwig schijnen zoals dat."

     Totdat ik u zie: shalom. Gods vrede met u!

280 In orde, voorganger, kom hier. In orde. God zegene u nu. En ik zal u allen over een poosje weerzien.