Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Het zaad der tweedracht

Door William Marrion Branham

1 Ik heb vanavond gekozen voor een korte tekst, of korte lezing, zo de Here wil, om ons het verband ervan te geven, uit Mattheüs 13:24 tot en met 30. En dan wil ik ook van vers 36 tot en met vers 40 lezen, binnen enkele momenten. Nu, Mattheüs, het dertiende hoofdstuk, te beginnen met vers 24, van het dertiende hoofdstuk van Mattheüs. Luister aandachtig naar het lezen van het Woord. Mijn woorden zullen falen, maar de Zijne niet.

     Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een mens, die goed zaad zaaide in zijn akker.
     Maar toen hij sliep, kwam zijn vijand, en zaaide onkruid midden in de tarwe, en ging weg.
     Toen het nu tot kruid opgeschoten was, en vrucht voortbracht, toen openbaarde zich ook het onkruid.
     En de dienstknechten van de heer des huizes gingen en zeiden tot hem: Heere! hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Van waar heeft hij dan dit onkruid?
     En hij zeide tot hen: Een vijandig mens heeft dat gedaan. En de dienstknechten zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij heengaan en dat vergaderen?
     Maar hij zeide: Neen, opdat gij, het onkruid vergaderende, ook mogelijk daarmee de tarwe niet uittrekt.
     Laat ze beiden tezamen opgroeien tot de oogst, en in de tijd van de oogst zal ik tot de maaiers zeggen: Vergadert eerst dat onkruid, en bindt het in bossen, om het te verbranden; maar brengt de tarwe samen in mijn schuur.

2 Merkte u het op: "Vergadert eerst het onkruid en bindt het"? Nu, toen ik dit las, kwam er iets vreemds tot mij, terwijl ik onlangs 's avonds op de top van de Catalina Mountains zat, in gebed. En ik dacht toen: "Waar kan ik een woord halen dat ik hiervoor zou kunnen gebruiken waarover ik vanavond wilde spreken?"

3 En ik ging naar beneden en vond het woord 'tweedracht', zodat ik het woordenboek nam en keek wat het woord 'tweedracht' betekent. En het betekent 'onenigheid zaaien' of 'tegengesteld zijn', zoals Webster zegt: 'een onenigheid zaaien, iets anders', of 'tegengesteld zijn aan wat reeds geweest is'. Ik dacht dus dat ik de tekst vanavond zou noemen: Het zaad der tweedracht. En ik vertrouw er op dat de Here nu Zijn Woord zal zegenen terwijl wij het benaderen.

4 En wij weten ook dat Hij in vers 36 tot en met 43 verklaarde hoe dit zaad rijp werd. En terwijl wij het voor ons hebben, laten wij dat ook lezen, vers 36 nu tot en met 43.

     Toen nu Jezus de scharen van Zich gelaten had, ging Hij naar huis. En Zijn discipelen kwamen tot Hem, zeggende: Verklaar ons de gelijkenis van het onkruid van de akker.
     En Hij, antwoordende, zeide tot hen: Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen;
     En de akker is de wereld; en het goede zaad zijn de kinderen van het Koninkrijk; en het onkruid zijn de kinderen van de boze;
     En de vijand, die het gezaaid heeft, is de duivel; en de oogst is de voleinding der wereld; en de maaiers zijn de engelen.
     Gelijk dan het onkruid vergaderd, en met vuur verbrand wordt, alzo zal het ook zijn in de voleinding van deze wereld.
     De Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk vergaderen al de ergernissen, en degenen, die de ongerechtigheid doen;
     En zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal wening zijn en knersing der tanden.
     Dan zullen de rechtvaardigen blinken, gelijk de zon, in het Koninkrijk van hun Vader. Die oren heeft om te horen, die hore.

5 Dat is Jezus Die Zelf de uitlegging van de gelijkenis gaf; daarom weten wij wat de uitlegging inhoudt. En nu, terwijl wij dit benaderen, van dit zaaien van het zaad en het oogsten, nu legt Hij het uit. En dan geloof ik dat Jezus deze gelijkenis in Zijn dag sprak maar bedoelde dat het aan het einde van de wereld zou zijn of het einde van het tijdperk, wat in deze dag is. En ik geloof dat deze kleine tekst vanavond zeer geschikt is voor het uur waarin wij leven omdat Jezus hier duidelijk zei dat 'het vergaderen aan het eind van deze wereld zou zijn', dat dit is wanneer het einde zou zijn; het verzamelen van de tarwe en ook het verzamelen van het onkruid en het verbranden ervan en het binnenhalen van de tarwe in het Koninkrijk. En ik geloof dat het op deze wijze was.

6 En een andere Schriftplaats die mij ertoe leidt op deze wijze te geloven en die ik hier heb opgeschreven is Mattheüs 24:24 waar gezegd wordt, sprekend over het zaad der tweedracht, dat Jezus zei dat de twee zo dicht bij elkaar zouden zijn dat het de uitverkorenen zou misleiden, indien het mogelijk ware. Bijna precies hetzelfde.

7 Een andere plaats in de Schrift is waar er geschreven is dat de regen valt op de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen.

8 Ik herinner mij mijn eerste ervaring dat ik ooit onder de pinkstermensen kwam. Ik was te Mishawaka, Indiana. En ik was op een grote conventie, een zaal ongeveer zoals deze waar het noorden en het zuiden waren samengekomen. Want in die dagen van de segregatie moest men elkaar daarginds ontmoeten. Er waren twee grote orden van de pinksterbroeders. Ik had nooit van hen gehoord of hen voordien ontmoet. Het was de eerste keer dat ik in tongen hoorde spreken. Aan het einde van de reeks van de conventie... Ik die geen lid was onder hen, ik was slechts een jonge baptistenprediker, zat helemaal achteraan. En ik herinner mij de eerste maal dat ik iemand in tongen hoorde spreken dat ik zelfs niet wist waarover het allemaal ging. En deze twee mannen, in hoofdzaak, stonden dan vooraan: de een zou in tongen spreken en de ander zou uitleggen wat de man zei. Wel, ik begon daar gewoon mijn Bijbel te bestuderen zo hard als ik kon en ontdekte toen dat dit Schriftuurlijk was. Dat is precies wat de Schrift, de Heilige Geest, zou doen.

9 Wel, ongeveer een dag daarna... Die avond was mijn hart zo in beweging gebracht. Ik sliep in een maïsveld. Ik had niet genoeg geld een bed voor mezelf te krijgen. Ik had net genoeg geld om thuis te komen, en ik had enkele 'dough-nuts' van een paar dagen oud, of broodjes waren het, als mijn ontbijt. Terwijl ik welkom was om met hen te eten, maar ik had geen geld om mee te betalen. In die dagen, dat was in de depressie van 1933, was het erg moeilijk om rond te komen. En ik dacht dus: "Wel, ik zal... Ik wil niet met hen eten, maar ik wil weten wat zij hebben. Zij hebben iets dat ik niet heb."

10 Die morgen dus was ik... Men vroeg mij: "Laat alle predikers naar het podium komen en maak uzelf gewoon bekend; wie u bent en waar u vandaan komt."

11 Wel, ik zei gewoon: "William Branham, evangelist, Jeffersonville", en ik ging zitten. Wel, op dat tijdstip was ik de jongste prediker op het podium. En de volgende dag riep men mij op het podium om te spreken. En nadat ik gesproken had, wel, wij hadden een geweldige tijd, en ik begon verschillende mensen te ontmoeten die mij naar hun kerken uitnodigden. Nadat zij dan...

12 Wel, ik dacht nadien: "Als ik slechts kon komen waar deze twee voornaamste mannen waren die in tongen spraken en het uitlegden!" Dat brandde mij op het hart, ik wilde het zo graag. Wel, zoals ik u gezegd heb bij het begin; een kleine gave die u er overheen haalt. Weet u, gaven en roepingen zijn onberouwelijk, u hebt ze uw hele leven, ziet u, u bent ermee geboren, als het gaven van God zijn. Ik heb dus altijd... Sinds ik een kleine baby was, is het mij altijd overkomen. Mensen die mij heel mijn leven kennen, weten dat dit waar is. Wel, als ik dacht... Ik wist toen niet wat het was, noemde het een visioen, ik wist gewoon niet wat het was. Maar ik dacht: "Als ik ooit tot hen kon spreken!" Wel, en de geest die in het gebouw was voelde aan alsof het werkelijk de Geest van God was.

13 Ik kwam dus in gesprek met een van hen en ik stelde hem een paar vragen en hij was een echte waarachtige Christen. Er was geen twijfel daarover, die man was een echte gelovige. En de andere man, toen ik met hem sprak... Als ik ooit een huichelaar ontmoette, was dat er wel een. Die man was werkelijk... Zijn vrouw was een blonde vrouw en hij had kinderen, twee kinderen bij een zwartharige vrouw. En ik dacht: "Wel, wat nu? Hier is het, ik ben helemaal verward. Ik ben een fundamentalist; het moet het Woord zijn of het is niet juist. En hier is die Geest en de een kwam, overeenkomstig alles wat ik weet, als echt te voorschijn. En bij de ander was totaal geen goed. En de Geest viel op hen beiden. Nu, hoe kan dat zijn?" Het was voor mij een raadsel.

14 Twee jaar later, ik had gebeden in een rotsholte waar ik naar toe ging om te bidden. Het werd stoffig in de holte en op een middag ging ik naar buiten, legde mijn Bijbel op een blok hout en de wind waaide hem open bij Hebreeën het zesde hoofdstuk. Daar staat, dat in de laatste dagen, hoe het zou zijn als wij zouden afvallen van de Waarheid en onszelf weer zouden hernieuwen tot bekering, dat er geen slachtoffer meer was voor de zonde en hoe dat er doornen en distels waren, die nabij de verwerping waren en wier einde is verbrand te worden. Maar de regen komt dikwijls op de aarde, om haar te bewateren, om haar toe te bereiden. Maar de doornen en distelen zouden verworpen worden, de tarwe zou echter vergaderd worden. En ik dacht: "Wel, het was gewoon toevallig dat de wind dat open blies." Wel, ik legde de Bijbel gewoon weer neer. En ik dacht: "Wel, nu zal ik gewoon..." En daar kwam de wind en blies hem open. Dat gebeurde driemaal. En ik dacht: "Wel, nu, dat is vreemd."

15 En toen ik opstond, dacht ik: "Here, waarom zou U die Bijbel voor mij openen om dat te lezen... zodat ik daar kom waar staat: 'doornen en distels welke nabij de verwerping zijn, wier einde is verbrand te worden'?" Ik dacht: "Waarom zou U dat daar voor mij willen openen?" En terwijl ik buiten keek over...

16 Nu, deze echte visioenen komen zonder in enige versnelling over te schakelen. Dat is gewoon God. Ziet u? Ik keek en zag een aarde die voor mij ronddraaide en ik zag dat zij helemaal geëgd was. Er was een man, in het wit gekleed, die zaad liep te zaaien. En nadat hij achter de kromming van de aarde was verdwenen, kwam er een man langs die er verschrikkelijk uitzag en hij was in het zwart gekleed en wierp er allemaal onkruidzaden overheen. Zij kwamen beide samen op. En toen zij dat deden, waren zij beide dorstig omdat er regen nodig was. En elk keek alsof het bad, met het kleine hoofdje voorover hangend: "Heer, zend de regen, zend de regen." En grote wolken kwamen op en de regen viel op beide. En toen het gebeurde, sprong de kleine tarwe op en begon te zeggen: "Prijs de Heer! Prijs de Heer!" En het kleine onkruid sprong gewoon op aan dezelfde kant en zei: "Prijs de Heer! Prijs de Heer!"

17 Toen werd het visioen uitgelegd. De regen valt op de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen. Dezelfde Geest kan vallen in een samenkomst en iedereen verheugt zich erin: schijnheiligen, Christenen en allen samen. Precies juist. Maar wat is het? Aan hun vruchten worden zij gekend. Ziet u? Dat is de enige manier waarop het ooit gekend kan worden.

18 U ziet dat dan nu, daar wilde haver of wilde tarwe en koren soms een waarachtig inheems graan imiteert, zo dicht dat het de echte uitverkorenen zou misleiden. Ik denk dat wij leven in een geschikte tijd, waarin deze dingen behoorden gepredikt en besproken te worden.

19 Merk in vers 41 op dat de twee elkaar ook zeer nabij zijn, zo nabij in de laatste dagen dat Hij het niet deed... Hij zou het niet aan een bepaalde kerk kunnen toevertrouwen om hen te scheiden, bijvoorbeeld de Methodisten of de Baptisten of de Pinkstermensen, om hen te scheiden. Hij zei: "Hij zendt Zijn engelen om hen te scheiden." Een engel komt om de scheiding aan te brengen, de afzondering tussen het goede en het verkeerde. En niemand kan dat doen dan de Engel des Heren. Hij is Degene die zal zeggen welke juist is en welke verkeerd is. God zei dat Hij Zijn engelen in de laatste tijden zal zenden. Geen engelen hier doorheen, maar engelen in de laatste tijden, en zij zouden samen vergaderen. Wij weten dat dit nu de komende oogsttijd is. Nu, een 'engel' is werkelijk vertaald een 'boodschapper'. En wij zien dat er zeven engelen zijn van de zeven gemeenten, en nu... gedurende de gemeentetijdperken.

20 Merk op wie Hij zei dat de zaaiers waren en ook wat het zaad was. De Een, de Zaaier, was Hij, de Zoon van God, Die uitging het zaad te zaaien. En een vijand kwam achter Hem aan, welke de duivel was, die het zaad der tweedracht zaaide, na het zaaien van het juiste zaad. Nu, vrienden, dat is gebeurd door ieder tijdperk heen sedert wij een wereld gehad hebben. Precies. Heel de weg vanaf het begin, het begon precies hetzelfde.

21 Nu zei Hij: "Het zaad van God, het Woord van God." Jezus zei op een bepaalde plaats dat het Woord een zaad is. En ieder zaad zal naar zijn aard voortbrengen. En als nu de Christenen, de kinderen van God, de kinderen van het Koninkrijk het zaad van God geworden zijn, dan moeten zij het Woord van God zijn, het Woord van God gemanifesteerd in het tijdperk waarin zij leven, voor het beloofde zaad van dat tijdperk. God gaf Zijn Woord aan het begin en ieder tijdperk heeft zijn zaad gehad, zijn tijd, zijn beloften.

22 Nu, toen Noach op het toneel kwam, was hij het zaad van God, het Woord van God voor dat tijdperk.

23 Toen Mozes kwam, kon hij niet komen met Noachs boodschap; het zou niet werken, omdat hij het zaad van God was op dat tijdstip.

24 Toen Christus dan kwam, kon Hij niet komen met Noachs of Mozes' tijdperk. Het was Zijn tijd, voor een maagd om zwanger te worden en een Zoon voort te brengen en Hij zou de Messias zijn.

25 Nu, wij hebben geleefd door Luthers tijdperk, Wesleys tijdperk (het Methodisten tijdperk), helemaal door de tijdperken heen en het pinkstertijdperk, en aan ieder tijdperk is een belofte van het Woord gegeven. En de mensen van dat tijdperk, die dat beloofde Woord manifesteren, zijn het zaad van dat tijdperk, in overeenstemming met wat Jezus hier precies zei: "Zij zijn de kinderen van het Koninkrijk." Dat is juist. De manifestatie van de Heilige Geest, Die werkzaam is door Zijn kinderen, zijn die zaden van het Koninkrijk in dat tijdperk.

26 Merk op dat het kaf de ander was, de vijand, Satan, die tweedracht zaaide of het zaad der tweedracht. Hij was degene die schuldig was dit verschrikkelijke te doen. Satan zaaide zijn zaad vanaf de beginne, toen God Zijn eerste oogst van menselijke wezens op aarde plaatste. Adam, natuurlijk, alhoewel hij wist dat er een kennis was van de waarheid, en van goed en kwaad, was als zodanig nooit daartoe gekomen.

27 Maar wij vinden uit dat God aan Zijn kinderen Zijn Woord gaf tot hun verdediging. Hun... Wij hebben geen andere verdediging dan het Woord van God. Dat is onze verdediging. Er zijn geen bommen, geen beschuttingen, geen schuilplaatsen, geen Arizona's of Californië's, of waar het ook is; wij hebben maar één verdediging en dat is het Woord. En het Woord werd vlees gemaakt en heeft onder ons gewoond, namelijk Christus Jezus, Hij is onze enige verdediging. Als wij in Hem zijn, zijn wij veilig.

28 Zelfs zonde wordt niet aan een waarachtige gelovige toegerekend. Wist u dat? Hij die uit God geboren is bedrijft geen zonde; hij kan niet zondigen. Ziet u? Het wordt zelfs niet toegerekend. Wel, David zei: "Gezegend is de man die God de zonde niet zal toerekenen." Wanneer u in Christus bent, hebt u geen verlangen om te zondigen. "De aanbidder, eenmaal gereinigd, heeft geen geweten meer van zonde." U verlangt het niet. Nu, voor de wereld mag u een zondaar zijn, maar voor God bent u het niet, omdat u in Christus bent. Hoe kunt u een zondaar zijn wanneer u in de Zondeloze bent, en God slechts Hem ziet in Wie u bent?

29 Deze oogsttijd nu. Bij het begin toen God Zijn zaad op de aarde zaaide en het in de harten van Zijn kinderen gaf, Zijn familie, om dat Woord te houden... Dat was hun enige verdediging: dat Woord te houden! Hier kwam de vijand binnen en brak die barrière door het zaad der tweedracht te zaaien, in tegenspraak met het Woord van God. Als dat tweedracht was in het begin, is het dat nog steeds! Alles wat iets zal toevoegen aan het Woord van God is nog steeds het zaad der tweedracht! Ik geef er niet om waar het vandaan komt, of het uit een organisatie is, of dat het uit militaire bronnen is, of uit politieke machten; alles wat in tegenstelling is met het Woord van God is het zaad der tweedracht!

30 Wanneer een man opstaat en zegt dat hij een Evangelie-prediker is en zegt dat de dagen van wonderen voorbij zijn, dan is dat het zaad der tweedracht. Als een man opstaat en zegt dat hij een prediker is, een voorganger van een kerk ergens, en hij gelooft niet dat Jezus Christus Dezelfde is in ieder detail, het fysieke lichaam uitgezonderd, Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer, dan is dat het zaad der tweedracht. Wanneer hij zegt dat wonderen en het apostolische tijdperk voorbij zijn, dan is dat zaad der tweedracht. Wanneer zij zeggen: "Er is niet zoiets als Goddelijke genezing", dan is dat zaad der tweedracht. En de wereld is er vol van. Het verdringt en verstikt de tarwe.

31 Wij merken op dat de eerste zaaier van het zaad der tweedracht gebrandmerkt werd als 'de duivel' en wij weten dat het zo was in Genesis 1. Nu ontdekken wij het ook hier in het boek Mattheüs, het dertiende hoofdstuk, dat Jezus nog altijd elke tweedracht tegen Zijn Woord als zijnde 'van de duivel' brandmerkt. En in dit 1965 [Broeder Branham zegt per ongeluk '1956' – Vert] is alles dat tweedracht zaait, in tegenspraak met het geschreven Woord van God, of er enige eigen uitlegging aan geeft, het zaad der tweedracht. God zal het niet eren. Hij kan het niet. Het kan zich niet vermengen. Zeker niet. Het is als mosterdzaad. Het zal niet mengen met iets anders. U kunt het niet kruisen, het moet het waarachtige zijn. Zaad der tweedracht!

32 Wij vinden nu dat toen God Zijn zaad in de Hof van Eden zaaide, we vinden dat het een Abel voortbracht. Maar toen Satan zijn zaad der tweedracht zaaide, bracht het een Kaïn voort. De één bracht een rechtvaardige voort; de andere bracht een onrechtvaardige voort. Omdat Eva luisterde naar het woord der tweedracht, tegengesteld aan het Woord van God, begon de bal der zonde precies daar te rollen en hij heeft sedertdien altijd gerold. En wij zullen het er nooit helemaal uit krijgen tot de engelen komen en de zaak afzonderen en God Zijn kinderen naar het Koninkrijk meeneemt en het kaf verbrand zal worden. Merk die twee wijnstokken op.

33 Als wij slechts wat meer tijd voor dit onderwerp hadden... Ik tip echter alleen de hoogtepunten aan, zodat wij direct over kunnen gaan op het bidden voor de zieken in de volgende paar minuten.

34 Merk op dat hun zaden samen opgroeien, precies zoals God hier ook zei in het dertiende hoofdstuk van onze tekst vanavond, van Mattheüs: "Laat hen samen opgroeien." Nu, Kaïn ging naar het land van Nod, vond zich een vrouw en trouwde; en Abel werd vermoord en God wekte Seth op om zijn plaats in te nemen. En de generaties begonnen voort te bewegen, tussen goed en verkeerd. Nu, wij merken op dat zij samen kwamen, elk van hen, keer op keer, en God moest... Het raakte zo verdorven tot God het moest vernietigen.

35 Maar tenslotte kwamen zij zover, die beide zaden, het zaad der tweedracht en het zaad van God, dat hun echte leiders naar voren kwamen en dat liep uit op Judas Iskariot en Jezus Christus. Want Hij was het zaad van God, Hij was het begin van de schepping Gods, Hij was niets minder dan God. En Judas Iskariot werd geboren als de zoon des verderfs, die uit de hel kwam en naar de hel terugkeerde. Jezus Christus was de Zoon van God, het gemanifesteerde Woord van God. Judas Iskariot, in zijn tweedracht, was het zaad van de duivel, tot de wereld gekomen voor misleiding, net zoals hij was bij het begin, Kaïn, zijn vroegere vader.

36 Judas speelde alleen kerk. Hij was niet werkelijk oprecht, hij had niet werkelijk geloof, anders zou hij Jezus nooit verraden hebben. Maar ziet u, hij zaaide dat zaad van de tweedracht. Hij dacht dat hij vrienden kon blijven met de wereld, Mammon, en ook met Jezus vriendschap kon hebben, maar het was te laat voor hem om er iets aan te doen. Toen het doodsuur kwam, toen hij deze boze daad deed, stak hij de scheidingslijn over tussen voorwaarts gaan en terugkeren. Hij moest doorgaan zoals hij ging, als een misleider. Hij zaaide het zaad van tweedracht: hij probeerde de gunst te winnen van die grote organisaties van die dag, bij de Farizeeën en Sadduceeën. En hij dacht dat hij er voor zichzelf wat geld kon uitslaan en populair zou zijn onder het volk. Als dat niet veroorzaakt dat zo vele mensen in die tweedracht komen door te proberen de gunst te winnen van de mens! Laten wij bij God in de gunst komen, niet bij de mens. Maar dat is wat Judas deed toen deze tweedrachten zich in hem ophoopten.

37 En wij weten dat Jezus het Woord was. Johannes 1 zegt: "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. En het Woord werd vleesgemaakt en woonde hier onder ons." Het Woord dan is een zaad en het zaad werd vervolgens vlees en woonde onder ons.

38 Als Judas het zaad van de vijand en de tweedracht was, werd het ook vlees en woonde onder ons in de persoon van Judas Iskariot. Nooit had hij echt, werkelijk geloof. Hij had wat hij dacht dat een geloof was. Er is zo iets als geloof hebben en een schijngeloof.

39 En een echt geloof van God zal in God geloven, en God is het Woord, het zal er nooit iets aan toevoegen. De Bijbel zegt ons dat als wij één woord toevoegen of er één Woord van wegnemen, ons deel van het boek des levens zal afgenomen worden. Openbaring 22:18, het laatste afsluitende hoofdstuk.

40 In het eerste begin, het eerste boek van de Bijbel, zei God hun niet één Woord daarvan te breken. Ieder Woord moest gehouden worden. Zij moesten leven door dat Woord. Jezus kwam in het midden van het Boek en zei dat in Zijn tijdperk. Hij zei: "De mens zal niet leven van brood alleen, maar door ieder Woord dat de mond van God uitgaat." En in het afsluitende tijdperk van Openbaring wordt ons voorzegd dat "Wie ook één Woord van het Boek zal wegnemen of er één woord aan zal toevoegen, zijn deel zal van het boek des levens genomen worden."

41 Daarom kan er niets schaduwachtig zijn, alleen een echt onvervalst Woord van God! Dat zijn zonen van God, dochters van God, die niet geboren zijn door de wil des mensen of door het schudden van een hand of enige vorm van doop, maar geboren in de Geest van God, door de Heilige Geest en het Woord dat Zichzelf door hen heen manifesteert. Dat is echt zaad van God!

42 De vijand treedt toe tot de kerk en wordt zeer orthodox in een geloofsbelijdenis of iets. Maar dat is niet... Dat is tweedracht, alles wat die aard van de echte Waarheid van Gods Woord verstoort.

43 En hoe weten wij het? Wij zeggen: "Wel, hebt u het recht het uit te leggen?" Beslist niet! Niemand heeft een recht om Gods Woord uit te leggen. Hij is Zijn eigen Uitlegger. Hij belooft het, vervolgens doet Hij het, dat is de uitlegging ervan. Wanneer Hij het beloofde, dan vervult Hij het en dat is de uitlegging ervan. Alles wat in tegenspraak is met Gods Woord, is een discrepantie, een tweedracht! Absoluut.

44 Nu, zoals ik gezegd heb, had Judas geen echt geloof. Hij had een schijngeloof. Hij had een geloof dat hij dacht dat dit de Zoon van God was, maar hij wist niet dat dit de Zoon van God was. Hij zou het anders niet gedaan hebben. En een man die er een compromis over zal sluiten dat dit Woord van God de Waarheid is, heeft een schijngeloof. Een echte dienstknecht van God zal aan dat Woord vasthouden.

45 Enkele avonden geleden kwam een bepaalde prediker van Arizona, van een grote beroemde school hier in deze stad, naar mij toe en zei: "Ik wil u over iets rechtzetten, wanneer u een gelegenheid hebt."

     Ik zei: "Dit is de beste gelegenheid die ik weet. Kom er mee voor de dag."

46 En hij kwam er dus mee voor de dag en zei: "Meneer Branham, u probeert... Ik geloof dat u oprecht en eerlijk bent, maar u probeert aan een wereld een apostolische leerstelling te introduceren, terwijl het apostolische tijdperk stopte met de apostelen."

47 Ik zei: "Allereerst zou ik u willen vragen, mijn broeder: gelooft u dat elk Woord van God geïnspireerd is?"

     Hij zei: "Ja meneer, zeker doe ik dat."

48 Ik zei: "Zou u mij dan in het Woord willen tonen waar het apostolische tijdperk stopte? Nu, toont u mij waar het staat, dan zal ik het met u geloven." En ik zei: "De schrijver van het apostolische tijdperk, degene die de sleutels had van het Koninkrijk, zei op de Pinksterdag toen het apostolische tijdperk geïntroduceerd werd, toen men vroeg: 'Mannen broeders, wat kunnen wij doen om gered te worden?', dit: 'Bekeert u, een ieder van u, en word gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen, want de belofte is voor u en voor uw kinderen en voor hen die ver weg zijn, zovelen als de Here onze God ertoe zal roepen.' Nu hoe kan het Woord zichzelf tegenspreken?"

     De man zei: "Ik krijg een verschrikkelijke koude douche vanavond."

     Ik zei: "Ik geloof het ook." Ziet u?

49 Nu zegt u mij, roept God nog steeds? Als God nog steeds roept, dan is het apostolische tijdperk nog steeds in bestaan. Zeker! Zovelen als de Here onze God zal roepen, ooit roept, ooit zal roepen, zovelen als Hij er zal roepen, het zal nog altijd het apostolische tijdvak zijn, want Jezus Christus is Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer.

50 Nu, wij vinden vandaag dat deze tweedracht door ieder tijdperk heen is gezaaid. Indien het mogelijk was er op in te gaan de volgende tien of vijftien minuten, zou ik het doen, maar dat gaat niet. Door de tijdperken heen... Wij zijn allen... De meesten van ons lezen de Bijbel. En nu, zoals destijds Jezus kwam, vond Hij die tweedracht, tegenspraak. Hij was het gemanifesteerde Woord, Hij was Gods uitlegging van het Woord, omdat Hij zei: "Onderzoek de Schriften, want daarin denkt u eeuwig leven te hebben en die zijn het die van Mij getuigen." Daar hebt u het. Hij was de uitlegging van het Woord. En elke wederomgeboren zoon en dochter van God van dit tijdperk, is de uitlegging van het Woord. U bent geschreven brieven, gelezen door alle mensen. Ja.

51 Merk op dat Hij zei: "Tevergeefs aanbidden zij Mij, tweedracht lerend als doctrine. Tevergeefs aanbidden zij Mij, als leerstelling de tegenstrijdigheid lerend, de leer der mensen, geloofsbelijdenissen der mensen, en lerend dat dit het Woord van God is, terwijl het niets met het Woord van God te maken heeft."

52 Kijk, ieder tijdperk produceert zo'n oogst, ieder tijdperk heeft het gedaan en het onze is geen uitzondering. Wij hebben dezelfde zaak en een groter tijdperk ervan dan al de andere tijdperken bij elkaar, want dit is het eindigen van de wereldgeschiedenis. Dit is de grootste tweedracht die er ooit op aarde geweest is, die vandaag op het oppervlak der aarde is. Tweedracht in andere tijdperken heeft hen weggetrokken van de ware en levende God naar afgoden. Jezus zei in Mattheüs 24:24 dat het vandaag zo nabij zou zijn dat het de uitverkorenen zou verleiden indien het mogelijk was. Over tweedracht gesproken! O, het is zo sluw. Satan is onder de mensen en gewoon zo'n theoloog, zo'n doctor in de Godgeleerdheid, en kan dat Woord bijna perfect onderwijzen. Jezus zei het. Maar houd hem gewoon in het oog, er zal ergens iets zijn. Hij zei: "Welnu, dat was niet hier voor." O, ja, dat is het ook, ziet u, omdat God zei dat het zo was.

53 Kijk wat het deed. Diezelfde tweedracht bracht Gods toorn over de dagen van Noach, toen God Zijn profeet uitzond, die predikte als een vlammend vuur en de mensen tot bekering riep, en de tweedracht liet verdrinken. Wat deed Satan vervolgens? Kwam er direct achteraan, in Cham, en begon het opnieuw te zaaien. Dat is precies juist.

54 Mozes kwam, de grote profeet, om de kinderen van Israël uit de woestijn te brengen. Wat gebeurde er? Mozes, de grote profeet van God, bracht hun de absolute Waarheid, de betuigde Waarheid. Hij had God ontmoet. God bewees dat hij Hem ontmoet had. En hoe die mensen daarginds, die priesters en anderen, hun godsdiensten hadden, hun rituelen, hun rechten en alles, maar Mozes stond als een betuiging van de interpretatie van het Woord. Vergeet dat niet! Mozes was Gods uitlegging van Zijn belofte. Hij zei dat Hij het zou doen; hij was Gods uitlegging.

55 Wat gebeurde er? De gemeente was nog maar net op weg uit Egypte, enkele dagen op de been en wat gebeurde er? Satan kwam eraan met zijn tweedracht in de persoon van Bileam, die de tweede Kaïn was, en hij zaaide tweedracht onder hen. Wij weten dat dit juist is. Die Bileam, de lering van Bileam, "dat wij allemaal hetzelfde zijn en dezelfde God dienen die u dient". Fundamenteel had hij gelijk omdat hij een offer offerde dat God offerde: zeven rammen, zeven stieren op zeven altaren en hij bad tot dezelfde God, gewoon even perfect als Mozes deed in de woestijn, gewoon precies hetzelfde. Maar zij waren niet hetzelfde! Het voorafschaduwde ons wat er zou gebeuren. Daar was Kaïn opnieuw, gemanifesteerd in de persoon van Bileam. En daar was God, gemanifesteerd in de persoon van Mozes, die Zijn Woorden uitlegt door een menselijk wezen, Zichzelf bekend makend, Zijn belofte, door een menselijk wezen. En de tweedracht kwam op.

56 Zo rees het op in de tijd van Judas toen hij daar kwam met zijn tweedracht.

57 En bedenk dat deze zonde, die deze mensen geloofden, "dat wij allen hetzelfde zijn, dezelfde God aanbidden en allen zouden moeten behoren tot dezelfde kerk en dat wij dezelfde mensen zouden moeten zijn", die zonde werd Israël nooit vergeven! Jezus zei het Zelf: "Zij zijn allemaal dood!"

58 Zij kwamen om, allen behalve drie van hen, en dat waren degenen die er aan vasthielden en de belofte geloofden. Wanneer de zwakkeling zei: "Wij kunnen het land niet innemen en het is teveel voor ons", enzovoort, stilden Kaleb en Jozua het volk en zeiden: "Wij zijn meer dan in staat om het in te nemen, omdat God het aan ons beloofde! Ik geef er niet om wat de tegenstand is!"

59 En wij kunnen nog steeds Goddelijke genezing prediken en de doop van de Heilige Geest en nog steeds de kracht van God hebben om ons van de dingen van de wereld af te scheiden. God zei het! Het apostolische tijdperk is nooit gestopt en het zal niet stoppen, het gaat voort.

60 Wij vinden dus dezelfde oude zaaier van tweedracht. En bedenk dat die zonde nooit vergeven werd. Nu, broeder, als het toen nooit vergeven werd, wat dan nu wanneer het werkelijke zaad van alle tijdperken aan het samenkomen is?

61 Merk deze grote zaak op die Bileam deed. Het ging steeds maar voort en eindigde tenslotte in de komst van Judas Iskariot en Jezus. Wat was het? Judas en Jezus waren precies een beeld van Kaïn en Abel. Want zoals Judas godsdienstig was, zo was Kaïn godsdienstig. Kaïn bouwde een altaar, hij maakte een offer, hij aanbad God. Hij was er gewoon even oprecht in als de ander. Maar ziet u, hij had niet de openbaring van wat het Woord was. Hij dacht dat het was dat Adam en Eva wat appelen of wat fruit gegeten hadden. En Kaïn... Abel, door openbaring, wist dat dit verkeerd was. Het was het bloed dat hen eruit bracht en hij offerde een lam. En God betuigde dat zijn offer juist was. Toen werd hij jaloers en probeerde zijn broeder te doden. En zoals hij zijn broeder doodde op hetzelfde altaar als waarop zijn offer stierf, het lam stierf op het altaar, zo verraadde Judas Iskariot Jezus Christus op het altaar van God en doodde Hem net zoals Kaïn Abel doodde, omdat Kaïn het zaad der tweedracht was.

62 Bileam evenzo, de huurling-profeet, een man die beter had moeten weten. En God waarschuwde hem door tekenen en wonderen, zelfs door een muilezel die in onbekende tongen sprak en nog steeds ging hij gewoon hetzelfde voort. Hij was geboren om een zaaier van de tweedracht te zijn.

63 En als Jezus voorzegde dat dit tijdperk eindigt in de grootste tweedracht die er ooit was, het Laodicéa-gemeentetijdperk, lauwwarm, dat Hem uit de gemeente zette, hoe kan het iets anders zijn dan die tweedracht! Zeker is het dat. Het eindigt in dat tijdperk.

     En het waren Kaïn en Abel opnieuw op Calvarie.

64 Merk nu op, zoals altijd, dat zodra Jezus wegging, de hemel inging, de Heilige Geest teruggezonden werd. Dat was het Zaad, de Levengever aan het Woord, zoals wij gisteravond zeiden. Hij is Degene Die het Woord levend maakt. Levendmaken betekent: tot leven brengen. De waarachtige Heilige Geest alleen brengt het Woord tot leven, dat het is. Hij zal geen geloofsbelijdenis tot leven brengen, Hij kan het niet omdat Hij niets van de geloofsbelijdenis is. Hij is het leven van het Woord van God want Hij is God. Ziet u? En Hij maakt dat lichaam levend.

65 Nu, merk op zoals men deed. Dan, zoals de Bijbel zegt en Johannes tot zijn kinderen sprak en zei: "Kleine kinderkens, gij hebt gehoord van de antichrist, die in de wereld moest komen, welke reeds in de wereld is en werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid." Nu, dat was zo ongeveer dertig jaar na de komst van de Heilige Geest. Wij ontdekken dat toen de Heilige Geest kwam, het werkelijke Zaad, de echte Levengever aan het Zaad, vervolgens die tweedracht hier opnieuw binnenkomt. En merk op dat het voortging. Het had...

66 Het echte Woord was betuigd, die profeten vanouds hadden betuigd dat het Woord van God de Waarheid was toen zij heengingen. Als iemand ooit het Concilie van Nicéa las of het Pre-Nicéa Concilie, die vijftien dagen van bloedige politiek, toen die troep Romeinen daarginds een denominatie wilde binnenbrengen en er een uit die gemeente wilde maken. Profeten kwamen binnen, gewikkeld in schaapsvel, kruiden etend, en zij stonden voor dat Woord. Maar wat deed het? Het moest zijn zoals Kaïn, het moest zijn zoals Abel, één moest er sterven. Zeker, het gebeurde. En het Woord verloor Zijn invloed onder de mensen en zij stemden allen het ware Woord eruit en haalden dogma's van tweedracht binnen van de vroege Katholieke kerk. Men voegde er een paus aan toe, men voegde een bisschop toe, men voegde dit, dat en het andere toe. Zij namen de echte ware betekenis weg van Petrus en Maria en heel de rest en maakten afgoden en maakten er niets dan gewoon een heidense ceremonie uit van zogenaamde christelijke godsdienst. Wat was het? Zaad der tweedracht! En organiseerden, organiseerden voor de eerste maal op aarde een kerk. Wat was het? Het zaad der tweedracht dat zich begon uit te zaaien, iets er aan toevoegend, iets wegnemend.

67 Wie hoorde er ooit in de Bijbel dat je op vrijdag geen vlees mag eten? Wie hoorde er ooit iets in de Bijbel van besprenkelen in plaats van dopen, onderdompelen? Wie hoorde ooit van die dingen als een 'Ave Maria' of zoiets? Wie hoorde ooit van iets van deze verdorven onzin, ook van deze protestanten? De pot kan de ketel niet verwijten dat hij zwart ziet. Juist! Precies, schuldig aan het minste is schuldig aan het geheel! Wie hoorde ooit dat God ooit handelde in een organisatie? Toon mij één keer dat er één zich ooit organiseerde en in leven bleef. Zij stierven onmiddellijk en stonden nooit meer op! Het is tijd dat er iets gebeurt, het is tijd voor God om te bewegen. Het doodde de invloed onder de mensen.

68 Dezelfde zaak is er vandaag gedaan. Men doodt de invloed en zegt: "O, die troep heilige rollers, zij stellen niets voor!" En waarom? Het is tweedracht! Ontmoet het Woord van aangezicht tot aangezicht en zie wat het is, zie of God Zijn eigen Woord uitlegt. God is in staat uit deze stenen kinderen voor Abraham te verwekken. Amen.

69 Het Woord was volkomen betuigd door die eerste Christenen, hoe God hen van alles bevrijdde en van ziekten. En zij hadden profeten en zij spraken in tongen, legden die uit en gaven boodschappen waarvan bewezen werd dat zij elke keer precies de waarheid waren. Maar in het aangezicht van heel dat betuigde Woord, stemden de mensen het eruit en stemden zij voor een denominatie. Dat is de moeder van alle organisaties.

70 Beide zijn nu geheel volgroeid. Zij begonnen opnieuw te zaaien. Het stierf uit, maar bloeide opnieuw in de dagen van Luther zoals wij weten van de eerdere boodschap hier op de morgen van het ontbijt. Het bloeide uit in de dagen van Luther. Nu, wat deed men? Onmiddellijk nadat die grote man stierf, maakten zij een organisatie.

71 Het bloeide uit. En opnieuw in de dagen van John Wesley toen die Anglicanen, met al hun eeuwige zekerheden en alles, het hadden vastgelegd tot een plaats waarop het bijna universalisme is. En wat gebeurde er? God wekte een man op, John Wesley genaamd, en sloeg de hele zaak. En zodra hij stierf, hij en Asbury en die anderen, wat gebeurde er toen? Zij organiseerden zich en nu hebt u allerlei soorten Methodisten. Dan kwam de een of ander langs, Alexander Campbell, John Smith en wat meer.

72 Ten slotte brak Pinksteren eruit, uit alles ervan komend. Wat gebeurde er toen? Zij liepen goed, wat hinderde u? U ging rechtstreeks terug in dezelfde modder als waaruit u kwam, ging terug hetzelfde slik in, ging terug naar tweedracht. En om organisaties op te richten moest u compromissen sluiten over het Woord. En elke keer dat God iets nieuws zond, kon u het niet ontvangen. Dat is juist. Opnieuw tweedracht! En merk op, zoals ik onlangs zei, dat dit eerste kleine omhulsel, dat uit die wortel tevoorschijn komt, opkomt in de bladeren en boven in de bloesem, dan terug opnieuw in de stengel gaat en uitkomt. Dat kleine tarweomhulsel ziet er bijna uit als het graan zelf en wij dachten dat het het was, maar wanneer je het opent is er daar helemaal geen graan. Het is alleen een ondersteuner voor het graan om er door te groeien en het sterft ook en het leven gaat er gewoon uit en gaat het graan in. Merk op, men noemt dus de kerken die zaaiden...

73 Wij ontdekken vandaag dat onze zogenaamde kerken, zelfs voor onze pinkstermensen... Wij trokken uit, waren niet tevreden en moesten groepen voor ons zelf maken. Alles kwam op; wij moesten dit hebben en dit, wij moesten een andere groep hebben. En deze makker stond op en zei: "Hij komt op een witte wolk." Een andere zei: "Uh-huh, Hij komt op een wit paard." "In orde, wij zullen twee groepen maken." Ziet u wat het is? Het zaaien van tweedracht! Wanneer Hij komt, hoe het ook is, Hij zal Zijn eigen Woord uitleggen wanneer Hij komt. Laten wij tot dat tijdstip wachten. Vat de... Daarover sprekend, begrijpt u zelfs de Boodschap van de dag niet. Altijd wijzend naar wat God zal doen of wat Hij heeft gedaan en loochenend wat Hij doet. Dat is de wijze waarop wij er tegenstellingen in krijgen.

74 Nu, wij merken op dat onze kerken vandaag, al onze kerken, wind hebben gezaaid en storm oogsten. Wij hebben de gebedssamenkomsten niet, wij hebben de diensten niet, die wij vroeger hadden. Wat is er aan de hand? Wij hebben in alles de grensbomen laten zakken. Kijk, zelfs onze pinkstergemeenten zitten vol kortharige vrouwen. Dat werd vroeger niet toegestaan. Geverfde gezichten, met vingernagellak, allerlei spul; neem een man hier buiten met... zoals Rickies enzovoort, drie- of viermaal gehuwd, en diakenen, o, wat een tegenstrijdigheid! Het is vuiligheid! Hoe doen zij het? God zou het niet in Zijn gemeente willen hebben. Zij moeten naar een organisatie gaan om erin te komen, naar iemand die bang is er iets over te zeggen, omdat ze anders de organisatie uitgeschopt zouden worden. God, geef ons mannen die met niets verbonden zijn dan met God en Zijn Woord, die de Waarheid erover zullen vertellen. Dat is precies wat wij nodig hebben. Wat hebben wij gedaan? Tweedracht gezaaid. Wij hebben wind gezaaid en nu oogsten wij de storm.

75 Merk op dat zij nu samen vergaderd worden voor het verbranden. Merkte u op dat Jezus zei: "Vergadert hen eerst samen, bindt hen samen, zet dan alle bundels op een hoop en Ik zal ze verbranden." Er is een kleine bundel, Methodist genaamd, Baptist, Presbyteriaan, Lutheraan. Zij vergaderen zich allemaal in de Wereldraad van kerken. Wat is het? "Vergader hen eerst!" Halleluja! Merkte u op dat Hij eerst het kaf vergadert, hen van de tarwe verwijdert, hen afscheidt. "Vergadert hen samen en verbrandt hen." Zij moeten allemaal verbrand worden met de oordelen van God, voor het zaaien van tweedracht onder de mensen, dingen die zij... Een vorm van godsdienst hebbend en de kracht daarvan ontkennend, het Woord loochenend, gewoon om enkele religieuze riten op te houden op grond van een dogma dat iemand erin gespoten heeft om te proberen het in het Woord van God te brengen. Het zal niet werken. Het is een tegenstrijdigheid.

76 Ik schreeuw vandaag zoals het lang geleden gebeurde bij de grote profeet Amos, toen hij naar die stad kwam en zei: "Ik ben geen profeet, evenmin een zoon van een profeet. Maar als de leeuw brult, wie zal niet vrezen?" Hij zei: "Wanneer God spreekt, wie kan iets anders dan profeteren." Hij voorspelde oordeel over die generatie en zei: "De God Die u beweert te dienen, zal u vernietigen."

77 Noteer dit, het is op de band en onthoud het. De God Die... Deze mensen die nu heel deze enorm grote oogst vergaderen van de Wereldraad van kerken. En u zult er moeten ingaan. U kunt er niet buiten blijven. U zult er, òf individueel uitkomen, òf u zult er ingaan. Er zal geen middenweg zijn. Het zal het merkteken van het beest zijn. Niemand kon kopen of verkopen, uitgezonderd hij die het merkteken heeft of de tegenstrijdigheid heeft. Nu, blijf er buiten! Kom eruit! Ontvlucht het! Blijf er vandaan! De God die zij beweren te dienen zal hen vernietigen. De grote God van liefde, Die niet zal...

     Zij zeggen: "Wel, Jezus bad dat wij allen één zouden zijn."

78 Dan zei Hij ook: "Hoe kunt u samengaan, hoe kunnen twee samen gaan tenzij zij het eens zijn?" Hij zei: 'Een' zoals Hij en de Vader één zijn. En de Vader was het Woord en Hij was het Woord bekend gemaakt. Hij was 'Een' met de Vader omdat Hij de manifestatie van Gods beloofde Woord was. En zo is het vandaag, of welke andere dag ook. Ja meneer. Die God is Eén. Hij wil dat wij één zijn.

79 Hoe kan dit één zijn als deze de maagdelijke geboorte ontkent en deze niet, of Goddelijke genezing loochent en dit, dat; en dan elk van hen in een dergelijke knoeiboel? Sommigen van hen geloven zelfs niet in God, dat Hij de Zoon van God was, maar geloven dat Hij de zoon van Jozef was, de Zoon van God genaamd. Zeker. De tweelingbroeders van de Lutheranen, de Zwinglianen geloven dat, en dat Hij absoluut slechts een goede man was. De 'Christian Science' zegt dat Hij een profeet was, slechts een gewone man, dat Hij niet Goddelijk was. Wel, als Hij niet Goddelijk was, was Hij de grootste misleider die de wereld ooit had! Hij was God of Hij was niets. Hij was Goddelijk! Hij was de Godheid Zelf, vlees gemaakt onder ons, in de persoon van de Zoon van God. Zeker, dat was Hij.

80 Nu, wij zien dat de tweedracht is binnengekomen. Wij weten dat het hier is. Niemand kan het ontkennen. Oh! Merk het gewoon op. Hij zal die groep vernietigen die beweert dat zij God dient. Houd het in het oog.

81 God plantte Zijn zaad. Ik sluit, omdat het tijd is de gebedsrij te beginnen. God plantte Zijn zaad en Zijn zaad is Christus. Ik zal daarover spreken over enkele avonden, waarin God besloot Zijn Naam te plaatsen, zo de Here wil, misschien tijdens een van de ontbijt-diensten wanneer ik wat meer tijd heb. Kijk, Hij is de enige weg ter ontkoming. Hij is de enige ware Heerser. Hij is de enige ware God. Er is geen ander buiten Hem. "Ik ben God en buiten Mij is er geen God", zei Hij. Jezus zei: "Dit is het gebod: Hoort gij, o Israël, Ik ben de Here, uw God, slechts één God. Ik ben Hem. Waarom kijkt u naar een ander uit? Een ander zal komen... Ik kom in Mijn Vaders Naam en u ontvangt Mij niet. Maar een ander zal komen in zijn eigen naam en hem zult gij ontvangen." En zij deden het te Nicéa.

     "Bent u een Christen?"

     "Ik ben Baptist."

     "Bent u een Christen?"

     "Ik ben Pinksterman."

     "Bent u een christen?"

     "Ik ben Methodist", een andere naam.

82 Maar wanneer het komt tot die Naam van 'Jezus Christus', gaan zij er gewoon zo ver van weg als zij kunnen. Zij willen er niets mee te maken hebben, want Hij is het Woord en het Woord verklaart Zichzelf. Merk op, de enige weg ter ontkoming! Hij is de Roos van Saron. De Bijbel zegt dat Hij het was. Elke titel (in de Bijbel) van God behoort toe aan Jezus Christus. Hij was Alfa, Omega, het Begin en het Einde; Hij Die Was, Die Is en Zal Komen; de Wortel en Spruit van David, zowel Wortel als Spruit van David; de Morgenster, de Roos van Saron, de Lelie-der-dalen, de Alfa, Omega, Vader, Zoon, Heilige Geest, allemaal in Jezus Christus! Hij was de volledige manifestatie van Jehova God vleesgemaakt om onder ons te wonen. Dat is exact wat Hij was!

83 Hij was de Roos van Saron. Wat deed men met de Roos van Saron? Men perste Hem uit, stampte Hem fijn om het parfum ervan te verkrijgen. Een prachtige roos moet geperst worden om het parfum van de roos te verkrijgen. En dat was een prachtig leven. Nooit werd er een leven geleefd daaraan gelijk, maar het moest uitgeperst worden op Golgotha.

84 Ziet u, men nam de zalving van de Roos van Saron en deed haar op Aäron. Hij moest daarmee gezalfd worden om binnen te gaan voor de Here in de heilige plaats, achter de heilige voorhang. Hij moest gezalfd zijn met de Roos van Saron om elk jaar de genadetroon te besprenkelen. En die zalving moest op hem zijn, een lieflijk ruikende geur voor de Here, het bloed van het lam voor hem dragend, nadat hij ook door het lam besprenkeld was. Granaatappelen en belletjes rondom zijn kledingstukken, hij moest lopen met een bepaalde stap, "heilig, heilig, heilig voor de Here" spelend.

85 Merk op dat Hij die Roos van Saron is, die lieflijk ruikende geur, de zalving op Zijn volk. U kunt niet voor Hem komen met enige geloofsbelijdenis, iets anders, dan gezalfd met die Roos van Saron, het Woord. Hij is ook de Lelie der dalen.

86 Nu, hoe verkrijgt u opium? U krijgt opium wanneer u een lelie neemt en uitperst. Dan krijgt u opium. Dokters gebruiken het in hun laboratoria. Neem een man die nerveus en opgewonden is of een vrouw die zich voelt alsof zij krankzinnig zal worden en door de kamer ijsbeert en roept, in hysterie verkeert. Een dokter zal wat van zijn lelie-opium nemen en het in haar arm of ader ergens brengen, of in de zijne, en men kalmeert. Gedurende een poosje is het allemaal voorbij. Maar zodra die opium uitgewerkt is, komt men hier weer opnieuw, slechter dan het ooit was.

87 Maar ik zal u zeggen, vrienden, dat dit slechts een type is van de zuivere opium van de Lelie-der-dalen waar ik van af weet. Hij is de Lelie-der-dalen. Hij werd uitgeperst op Golgotha. Om onze overtredingen werd Hij verwond en door Zijn striemen werden wij genezen. In dat uitpersen van de bloemen, was Hij een bloem. Hij was de grootste bloem die ooit groeide, deze Lelie-der-dalen en deze geweldige Roos van Saron. Nu hangt Hij vanavond uitgestrekt tussen hemelen en aarde. Ik geloof... Hij was het op dat tijdstip, beter gezegd, om de zonde van de wereld weg te nemen en de genezing terug naar de wereld te brengen. En de Bijbel zegt dat Hij Dezelfde is gisteren, vandaag en voor immer.

88 Vriend, toen God Mozes in de woestijn zei een koperen slang op te heffen, wat een type was van Hem... En koper betekent geoordeelde zonde, wat de slang vertegenwoordigde. De koperen slang vertegenwoordigt reeds geoordeelde zonde. Dus, koper is Goddelijk oordeel, zoals het koperen altaar waarop de offers werden gelegd. En ook Elia keek op en zei dat de hemel als van koper was, Goddelijk oordeel over een ongelovige natie die van God was afgevallen. Koper vertegenwoordigt oordeel, Goddelijk oordeel. En de slang vertegenwoordigde reeds geoordeelde zonde; en Jezus was die slang, zonde gemaakt voor ons, die de oordelen Gods op Hem nam. Hij werd gewond om onze overtredingen, verbrijzeld om onze ongerechtigheid, de straf van onze vrede was op Hem en door Zijn striemen zijn wij genezen.

89 O, God heeft Zijn kast vol opium vanavond, voor u. Christenvriend, u bent ziek en lijdt. O, u bent vermoeid, het is gewoon te moeilijk voor u. U kunt het niet veel langer uithouden. U zult buiten zinnen raken in deze moderne dag waarin wij leven.

90 Hoorde u net "Lifeline" vanavond, dat men zei dat Rusland zegt, in 1955, dat zij absoluut volledige controle over de gehele wereld zullen nemen? Voor dat kan gebeuren, moet de opname komen. Hoe nabij is het dus, vriend? Het is hier precies nu dicht nabij.

91 Wilt u Hem niet zoeken vanavond met heel uw hart? Hij is de Lelie der valleien en Hij is Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer. Hij is hier vanavond om Zichzelf onder Zijn volk te verhogen, net zoals Mozes het geoordeelde zondeteken verhief. En niet alleen zonde, maar ook ziekte. Bedenk, Jezus zei: "Zoals Mozes de koperen slang verhief, zo moet de Zoon des mensen verheven worden." Waarvoor verhoogde Mozes hem? Voor zonde, ongeloof en voor ziekte. Jezus werd ook verhoogd voor zonde, ziekte en ongeloof. Hij was hetzelfde.

92 Vanavond nu, in de dagen wanneer wij deze grote tweedracht hebben, beloofde Jezus Christus in Lukas dat het in deze dagen, voor de komst des Heren, zou zijn zoals het was in de dagen van Sodom, en wanneer de Zoon des mensen Zichzelf zou openbaren zoals de Zoon des mensen Zichzelf destijds aan Abraham openbaarde; Elohim, God vlees gemaakt onder de mensen, en verbleef daar bij Abraham en toonde hem, zei hem waaraan Sara dacht, die in de tent achter Hem zat en die Hij nooit gezien had. Zei haar wat zij... En noemde haar naam: Sara. Abraham, niet met zijn naam Abram waarmee hij begon, maar Abraham. Niet Saraï, S-a-r-a-i, maar S-a-r-a. "Waar is uw vrouw, Sara?"

     Hij zei: "Zij is in de tent achter u."

93 Hij zei: "Ik zal u bezoeken overeenkomstig de tijd des levens." En zij lachte. Hij zei: "Waarom lachte zij?"

94 Nu, Jezus zei: "Juist voor deze grote tweedracht wordt vergaderd en verbrand, zal de Zoon des mensen Zichzelf openbaren op dezelfde wijze als toen." En dat is... Wat is het? Het is opnieuw een verhogen voor u, dat Jezus Christus is Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer. Gelooft u het? Laten wij dan onze hoofden buigen voor gebed.

95 Dierbare God, wij hebben U lief. Uw Woord is zo voedselrijk voor ons, Heer. Wij hebben het gewoon lief! Wij leven er door, Heer. Het lijkt dat ons vermogen nooit toereikend is. Wij houden er gewoon van aan Uw tafel te zitten, rondom Uw Woord, en ons in de zegeningen te verheugen, Heer, wanneer wij aldus samen komen, broeders en zusters die met bloed gekocht zijn door de Zoon van God, als de gekochten door Uw bloed. En wij komen hier vanavond, Heer. Wij hebben deze avonden toegewijd aan het bidden voor de zieken. En volgens de Schriften zei U, dat wij door de striemen zijn genezen. Het is dan niet noodzakelijk om te bidden, alleen onze zonden te belijden, want door Uw striemen werden wij (verleden tijd) genezen. O, wat een dag des heils! Wat een belofte door Immanuël! Dat... Het is zeker de waarheid.

96 U zei: "Een kleine tijd en de wereld zal Mij niet meer zien, maar gij zult Mij zien, want Ik" – het persoonlijk voornaamwoord 'Ik' – "Ik zal met u zijn, zelfs in u, tot het eind der wereld." En aan het einde der tijd, deze grote voleinding, zei U dat, net voor het gebeurt, het hier precies zal zijn als voordat het vuur viel in Sodom en de heidenwereld verbrandde, dat er opnieuw een openbaring zou komen van de Zoon des mensen net zoals het te Sodom was. Vader, mogen de mensen het niet missen.

97 En ik bid, God, als een onbehouwen klein ding – als ik wat verkeerd zei, vergeef mij – terwijl ik in een versnelling schakel. Ik heb hen lief, Heer. Ik bid dat zij het niet zullen missen. Laat dit een van de grote avonden zijn, Heer. Moge elke zieke, aangevochtene, blinde, wat het hier binnen ook is, Heer, vanavond genezen worden. Moge elke zondaar gered worden. Direct in hun harten nu, als zij een ongelovige zijn, en mogen zij Christus op dit ogenblik accepteren. Sta het toe, Vader. Het is allemaal in Uw handen. Wij dragen onszelf aan U op, om U onder ons te zien komen.

98 En U zei in Johannes 14:12: "Die in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen." Hoe weten wij dat U Uzelf aan de mensen bekend maakte, want U was de Profeet, Die, zoals Mozes zei, zou opstaan. Gedurende honderden jaren had men geen profeten gehad, er was tweedracht aan elke kant, maar toch moest het Woord van God vervuld worden; het Woord werd dus vlees en ook de tweedracht. En Vader, vandaag zien wij het opnieuw: de tweedracht wordt één heel grote bundel; en wij zien het Woord op dezelfde wijze komen. Zegen ons vanavond, Vader. Wij vertrouwen onszelf aan U toe, met Uw Woord. Wat U ook met ons moet doen, doe het met ons, Heer. In Jezus' Naam. Amen.

99 [Een zuster spreekt in een andere tong. Leeg gedeelte op de band – Vert] Echt eerbiedig. Wij weten niet wat Hij zei. Hij kan ons misschien iets willen vertellen. Wees dus gewoon een ogenblik heel eerbiedig. [Leeg gedeelte op band. Een broeder geeft een uitlegging – Vert]

100 Amen. Las u ooit... [Leeg gedeelte op band – Vert] ... de Schriftplaats waar de vijand kwam en zij waren allemaal samen vergaderd en zij... De vijand was zulk een grote kracht. En de Geest van God viel op een man en vertelde het hem en hij profeteerde en zei waar in een hinderlaag te gaan liggen. En zij vernietigden hun vijand. Daar komt het opnieuw. Daar is de plaats om uw vijand te vernietigen, ziet u: neem de hand van God. De hand van God is Christus, natuurlijk, het Woord. Neem dat dus in uw harten vanavond terwijl wij de gebedsrij oproepen.

101 Ik geloof dat Billy vandaag opnieuw gebedskaarten heeft uitgegeven. B, de B's, laten wij B nemen, 85. Gisteravond hadden wij er vijftien. Wij proberen gewoonlijk er ongeveer vijftien per avond te nemen. En houdt dan uw kaarten vast, wij zullen hen nu oproepen. Laten wij ongeveer vijftien proberen. 85. B, van Branham, weet u. B, 85 tot 100. En wij... Laten wij kijken. Wie heeft B 85, steek uw hand op. U bent zeker... O, achteraan, in orde, 85 kom naar voren.

102 Nu, mijn zoon... Omdat er hier vreemdelingen kunnen zijn die niet zouden weten hoe dit gedaan werd. Mijn zoon komt hierheen of iemand anders. Als hij niet in staat is te komen komt broeder Borders of iemand anders. Iemand zal komen en deze kaarten nemen, honderd ervan, en voor de mensen staan en die kaarten door elkaar schudden. Daarom, als hij u een kaart geeft, kan hij u niet vertellen of u hier boven op het podium zult komen. Hij weet dat niet. En evenmin weet ik het. Ik kom 's avonds, trek er gewoon ongeveer tien tot vijftien uit, ergens daartussen uit de kaarten. Dat heeft helemaal niets met uw genezing te maken. U kunt daar precies zitten. Kijk, gisteravond. Hoe velen waren hier gisteravond? Laat ons uw handen zien. Hoe werden de mensen gewoon helemaal door de samenkomst heen genezen!

103 Nu, dat was 85, 86, 87, 88, 89, 90. Laat hen nu meteen komen. B, 85, 86, 87, 88, 89, 90. Dat zou... Zeker, wij hebben iemands... Hier is een andere, ja, dat zou het juist maken. 90, 90 tot 100 nu. 90, 91, 92, 93, 94, 95, 96, 97, 98, 99.

104 Als u zich niet kunt bewegen, als u... Ik zie dat wij een paar, drie rolstoelen hier hebben, vier, geloof ik dat ik er kan zien. Als u een gebedskaart hebt, dat uw nummer geroepen is en u zich niet kunt bewegen, steek gewoon uw hand op, wij zullen u hier boven brengen.

105 En als u geen gebedskaart hebt, zit daar gewoon en bid en zeg: "Here Jezus, laat mij het vanavond zijn." Hoe velen hier binnen hebben geen gebedskaart, steek uw hand omhoog. Oh! In orde, nu laten wij gewoon dit zeggen. Ik hoop dat het niet heiligschennend klinkt. Maar er was eens een kleine vrouw, die geen gebedskaart had, zouden wij zeggen. Zij drong zich door de menigte en – luister nu aandachtig – zij zei: "Als ik de klederen van die Man kan aanraken, zal ik gezond worden." Hoevelen kennen het verhaal? In orde. En wat deed zij? Zij raakte Hem aan en ging weer zitten. En Jezus draaide Zich om. Hij wist waar ze was. Is dat juist? Hij wist wat haar probleem was. Is dat juist? Hij wist wat haar probleem was dus Hij vertelde haar wat haar moeilijkheid was. En zij voelde in haar lichaam dat de bloedvloeiing was gestopt. Is dat juist? Waarom? Zij had Hem aangeraakt.

106 Nu, hoeveel Christenen hier vanavond weten, overeenkomstig Hebreeën, het boek Hebreeën, dat Jezus precies nu een Hogepriester is, de Hogepriester Die aangeraakt kan worden door het voelen van onze zwakheid? Is Hij dat? In orde, als Hij dezelfde Hogepriester is, hetzelfde ambt, Hogepriester, hoe zou Hij dan handelen? Hij zou precies hetzelfde handelen als toen. Gelooft u dat? Hij zou precies hetzelfde handelen als destijds, als u dat kunt geloven. In orde. Hoe velen geloven dat, steek uw hand op en zeg: "Ik geloof het werkelijk"?

107 In orde, voor men de gebedsrij vormt, laten wij een gebedsrij daarbuiten hebben. Ik weet dat Hij hier is. Ik voel Zijn tegenwoordigheid en ik weet dat Hij hier is. Kom. Gebedsrij klaar? Ik zou daar buiten oproepen. U bidt gewoon, kijk gewoon deze kant op en bid, geloof Hem gewoon.

108 Een kleine dame zit hier recht naar mij te kijken en zit naast een dame die een bril op heeft. Kunt u dat niet zien hangen boven die vrouw? Kijk hier. Zie? Zij lijdt aan een hartkwaal. Gelooft u dat God u zal genezen? Als u het gelooft, steek dan uw hand op. Dat was uw kwaal. Dat is juist. Nu, als dat uw kwaal was, steek uw hand omhoog zodat de mensen het kunnen zien, steek uw hand zo omhoog. Nu, u hebt het niet meer. Uw geloof heeft u genezen.

109 Hij is Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer. O, er is een tweedracht, maar Jezus Christus is Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer. Is dit... Blijf nu gewoon bidden, ziet u, u hoeft niet hier boven te zijn, opdat u dit moge weten.

110 Nu, dit is een dame. Voor zover ik weet heb ik haar nooit in mijn leven gezien. Zij is gewoon een vrouw die hier staat en een gebedskaart heeft. U wist niet of u zou geroepen worden of niet. Iemand gaf u gewoon een gebedskaart en uw nummer werd geroepen zodat u hier boven kwam. Is dat juist? En ik heb geen manier om te weten wat u bent, wie u bent, waar u vandaan komt, wat u wilt, niets er over. Ik ben gewoon een man, u bent de vrouw. Dat is juist. Dit zelfde beeld komt een keer in de Bijbel voor, Johannes, het vierde hoofdstuk.

111 Nu, u zegt: "Wat deed u, broeder Branham, zojuist, een poosje geleden?" Ik schakelde gewoon over in die kleine versnelling, ziet u. Ik weet het niet, ziet u. Hij moet het doen. Ik weet het niet. Hoe wist die vrouw het daar? Ik heb die vrouw nooit in mijn leven gezien. Zij is een totale vreemde voor mij. Ik geloof dat het een vrouw was. Wie is die persoon die zojuist genezen werd daarbuiten in het gehoor? Steek... Ja, wij zijn vreemden voor elkaar. Als dat juist is, wuif zo met uw hand. Ziet u? Ik heb de vrouw nooit gezien. Maar zij zat daar en geloofde. Nu, zij raakte Iets aan, nietwaar? Het zou geen goed doen mij aan te raken.

112 Maar kunt u nu niet zien dat de Bijbel exact het Woord van God is? Hij is Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer. Wij worden tabernakels van die Heilige Geest Die Christus is. Ziet u? Dat is het echte Zaad. Als die echte Heilige Geest dan in het echte Zaad van het Woord komt, niet... Het zal niet alleen een deel ervan nemen, omdat de duivel dat gebruikt, maar u moet het allemaal nemen, ziet u, ieder Woord ervan, omdat Hij niet half God is; Hij is helemaal God. Ziet u? En dat gebeurt er.

113 Nu, hier is een vrouw. Ik heb haar nooit gezien. Jezus vond een dergelijke vrouw op een keer, misschien niet dezelfde toestand, ik weet het niet. En Hij zat bij een bron. Hij moest naar Samaria gaan. En wij ontdekken dat Samaria onder de heuvel was. En Hij was op weg naar Jericho, liever, en Hij nam een omweg over Samaria en kwam bij een stad, Sichar. En Hij ging zitten bij de bron en zond Zijn discipelen weg voor voedsel.

114 Hoeveel mensenrassen zijn er in de wereld? Drie. Cham, Sem en het volk van Jafeth. Wij stammen allen af van Noach. En de rest van de wereld werd vernietigd in die tijd. Alleen drie mensenrassen: Jood, heiden en Samaritaan, die half Joods en half heidens was. En dat zijn al de rassen die er in de wereld zijn, ziet u, slechts drie.

115 Alles in God is perfect in drie. Net zoals deze drie waarvan ik vanavond sprak: drie stadia van tweedracht, drie stadia waarin het Woord vlees gemaakt werd, enzovoort. Ziet u?

116 Nu, en Hij Die met de Joden praatte, vertelde Filippus, toen hij Nathanaël meebracht, waar hij was: "Ik zag hem toen hij onder de boom was." Hij vertelde... Andreas had Petrus meegebracht en Hij zei: "Uw naam is Simon en van nu af zul je Petrus genoemd worden. Jij bent de zoon van Jonas." Ziet u? Nu, dat waren allemaal Joden.

117 Maar hier gaat Hij naar een heidense, niet een heidense, maar een Samaritaanse.

118 Nu is het de tijd der heidenen. Hij deed dat nooit één keer voor de heidenen. Onderzoek de Schriften. Nooit. Maar Hij beloofde in Lukas 22 dat Hij het zou doen net voor de komst.

119 Maar Hij ging daar zitten en hier kwam een vrouw aan, half Joods en half heiden. En Hij zei tot haar: "Vrouw, geef Mij te drinken."

120 En zij zei: "Waarom, U behoorde dat niet zozeer te vragen. Wij zijn... Er is een afscheiding hier. U bent een Jood en ik ben een Samaritaanse."

121 Hij zei: "Maar als u wist tot Wie u spreekt, zou u Mij te drinken vragen." Wat deed Hij? Zocht contact met haar geest. En zodra Hij ontdekte wat haar probleem was, wel, zei Hij haar haar man te gaan halen. Zij zei dat zij er geen had. Hij zei: "Dat is juist, u hebt er vijf gehad."

122 Nu, kijk, toen de Farizeeërs Hem dat hadden zien doen, was daar onmiddellijk die tweedracht precies onder het Woord, en wat zeiden zij? Zij zeiden: "Deze Man is Beëlzebul, een waarzegger." Ziet u?

123 En Jezus zei: "Wie dat spreekt van de Heilige Geest wanneer Hij hetzelfde komt doen, zal het nooit vergeven worden." Daar is uw tweedracht. Ziet u? Maar Hij zei dat Hij hen toen zou vergeven omdat de Heilige Geest nog niet gekomen was. Het Offer, het Lam, was niet gestorven.

124 Maar de vrouw dacht dat niet. De vrouw zei: "Heer, ik bemerk dat Gij een profeet zijt." Zij hadden geen profeet gehad gedurende honderden jaren. Zij zei: "Ik bemerk dat U een profeet bent. Nu, wij weten dat de Messias, Die de Christus genoemd wordt, dat Hij dat zal doen wanneer Hij komt."

125 Wel, als dat is wat Hij deed, dan is Hij Dezelfde gisteren, vandaag. Dat is hoe Hij Zichzelf toen bekend maakte. Is het niet hetzelfde vandaag? Het moet het zijn! Nu, hier is een vrouw en een man die elkaar opnieuw ontmoeten. Zij is niet die vrouw, ik ben niet die Man. Maar toch is dezelfde Heilige Geest hier en Hij deed de belofte dat de werken die Hij deed, wij die eveneens zouden doen in de dagen dat de Zoon des mensen zou geopenbaard worden.

126 Nu, ik ken u niet en u weet dat dit waar is, wij zijn totaal vreemden en u staat hier. Er is een... Misschien is er iets verkeerd met u, misschien niet, ik weet het niet. Maar als de Here Jezus mij wil openbaren, door Zijn Heilige Geest, wat uw moeilijkheid is, zult u dan geloven dat het de Zoon van God is en niet een menselijk wezen? Dit is gewoon een omhulsel, deze tabernakel die God gebruikt, wie Hij ook maar heeft gekozen. Hij doet dat door soevereine genade en verkiezing. Maar gelooft u? Zult u het doen? [De vrouw zegt: "Amen." – Vert]

127 Hoevelen in het gehoor zullen het geloven? Hier staan wij beiden direct voor het Licht, wij die elkaar nooit in dit leven ontmoet hebben, en ik heb totaal geen idee wie die vrouw is, wat zij is, waar zij vandaan komt, wat zij wil. Ik heb haar nooit in mijn leven gezien, net zomin als ik ooit die vrouw daarginds in mijn leven gezien heb. Maar ziet u, dit is wat ik probeer te doen: die tweedracht nu van u wegkrijgen en u het Woord doen geloven, terwijl het Woord precies hier onder ons is vleesgemaakt. Het Woord wordt levend gemaakt in ons eigen vlees; dat toont de tegenwoordigheid van God.

128 Moge Hij het nu aan haar toestaan. Zij wil een waardige zaak. Zij is kinderloos, zij wil een baby. Zij is ongeveer veertig jaar oud. Dat is zeker niet onmogelijk.

129 Zij zitten daar nu precies, vrouwen die heel hun leven onvruchtbaar waren en zo naar het podium kwamen en de Here gaf hun kinderen. Sommigen van u, steek de hand op daar, die het weten. Zie? Zie? Ik pakte een klein lief meisje op onlangs, zondag, nadat ik hier vertrok, zondagmiddag, wier moeder onvruchtbaar was geweest, tot de Here sprak. En het kleine meisje, het lieflijkste kleine ding, is zij hier? Waar is zij? Ja, hier is zij precies, gewoon hier zittend. De moeder zit daar. Hier is het kleine meisje zelf. Ziet u haar? Zij was een gesproken Woord van God.

130 Nu, zult u Hem met heel uw hart geloven? Gelooft u dat die zegen die u hebt, die u nu in u voelt, God is geweest Die antwoordt? Als God mij zou vertellen wat uw naam is, zodat u de baby zou kunnen noemen, zou u geloven? Dan, mevrouw Thompson, kunt u naar huis gaan en uw baby hebben als u met heel uw hart zult geloven.

131 Gelooft u met heel uw hart? Heb gewoon geloof, twijfel niet, geloof gewoon God. God is God.

132 Hoe maakt u het, meneer? Ik veronderstel dat wij ook vreemden zijn. De enige keer dat ik u ooit in mijn leven zag was, voor zover ik weet, toen u daar kwam. En ik dacht dat u de oom was van broeder Shakarian of wie... Mashagian, broeder Mashagian, de zanger, toen u langskwam. En toen zag ik dat u naar de gebedsrij ging. Nu, ik ben een vreemde met u, of voor u, en ik een vreemde, op elke manier. Nu, als de Here Jezus mij iets zal vertellen wat u bent, misschien wat u wilt, laten wij dat slechts zeggen; u zeggen wat... mij zeggen wat u wilt. Nu, Hij heeft het u reeds gegeven. Het enige is slechts genoeg geloof om het te geloven.

133 Nu, hoevelen begrijpen dat? Gewoon genoeg geloof om te geloven dat u krijgt waarom u vraagt! Ziet u?

134 Nu, nu, als u hier boven iets wilt en Hij kan mij zeggen wat uw verlangen is, dan weet u dat ik uw verlangen niet ken, dat het dan Iets moet zijn hier dat het weet. Nu, volgens het Woord beloofde Hij dat te doen. Hij kende de gedachten in hun harten. Is dat juist? In orde.

135 U hebt een groot verlangen om genezen te worden. Eén ding is dat u lijdt aan een nerveuze toestand, echt nerveus. Dat is juist. Een ander ding is dat u een rugkwaal hebt en die rug is gedurende enige tijd erg slecht geweest; u had er zelfs een operatie aan. Dat is ZO SPREEKT DE HERE. Dat is waar. Ziet u? Dat is waar. En hier is een ander ding: uw diepe verlangen is dat u de doop met de Heilige Geest wilt ontvangen. Dat is precies juist. Kom hier.

136 Dierbare God, in de Naam van Jezus Christus, moge deze man vervuld worden met de Heilige Geest vóór hij dit terrein verlaat, in Jezus' Naam. Amen.

     Nu, ontvang het, mijn broeder. Heb gewoon geloof, twijfel niet.

137 Hoe maakt u het? Ik veronderstel dat wij vreemden voor elkaar zijn voor zover ik weet. Als dat zo is, wel, steek dan gewoon uw hand op zodat de mensen het zullen weten, opdat zij zien dat wij vreemden zijn. Ik heb haar nooit in mijn leven gezien dat ik weet. En ik denk dat zij mij nooit gezien heeft tenzij het buiten in het gehoor was. Omdat de hemelse Vader weet, en hier is Zijn Woord dat hier ligt, dat ik de vrouw bij mijn weten nooit gezien heb in mijn leven. Daarom, ik zou niet weten waarvoor u hier bent en heb geen idee wie u bent, wat, of niets over u. Ik zou u niet één ding kunnen zeggen.

138 Het enige, het is gewoon een gave. Als ik kan... Zoals u mij dat een poosje geleden hoorde uitleggen. Kom gewoon hierheen, hoor wat Hij zegt. Wat ik zie, kan ik zeggen. Wat Hij niet zegt, kan ik niet zeggen. Ik zou dat uit mijzelf zeggen en het zou verkeerd zijn. Ziet u? Het zou verkeerd zijn. Maar als Hij het zegt is het absoluut juist. Het kan nooit verkeerd zijn en is nooit verkeerd geweest. Het zal nooit verkeerd zijn zolang het God blijft. Ziet u? Zie, omdat God niet verkeerd kan zijn.

139 Maar als God mij kan zeggen wat u wilt, wat uw verlangen is of waarvoor u hier bent, iets dat u gedaan hebt of zoiets, iets dergelijks, of wie u bent, waar u vandaan komt, of wat Hij mij ook wil zeggen, zou u geloven? Dank u.

140 Eén ding is dat u last hebt van uw voeten. Er is iets aan de hand met uw voeten. [De vrouw zegt: "Ja." – Vert] Dat is juist. Steek uw... U hebt een vrouwenkwaal, een vrouwenziekte. ["Ja."] En u hebt een groot verlangen in uw hart, omdat u net iemand of iets verloren hebt. Het is een jongen en uw jongen heeft het huis verlaten, is weggelopen, en u wilt dat ik bid dat hij zal terugkeren. ["Ja."]

141 God in de hemel, zend haar kind naar haar, en genezing. Laat de Heilige Geest die jonge man stoppen op de weg vanavond, Heer, zend hem terug naar zijn moeder. In Jezus' Naam. Amen.

142 Hij Die weet, zal hem naar u terugzenden. Wees niet bezorgd. Geloof nu, twijfel niet. Heb gewoon geloof, met heel uw hart. U gelooft en God zal de rest ervan toestaan.

143 Nu, gewoon die drie of vier onderscheidingen, wat het ook was, ziet u, ik ging gewoon door tot het blind voor mij wordt. Ik kan dat niet uitleggen, er is geen manier om het uit te leggen. U zegt: "Bedoelt u dat dit gewoon erger was dan dat u daar predikte gedurende vijfenveertig minuten of meer, denkt u?" Ja beslist. Al was het drie uur, dan zou het niet zo erg zijn.

144 Een vrouw raakte het gewaad aan van onze Here Jezus. En die mensen raken mij niet aan. Wel, deze vrouw hier, kijk hier slechts, zij kon... [Broeder Branham zegt tegen de vrouw: "Leg uw handen op mij, ziet u." – Vert] Al raakte ze mij gewoon geheel rondom aan, het zou niets doen, ik ben maar een man. Maar zij moet Hem aanraken. En ik, door een gave... het gaat gewoon, heel mijn zelf gaat weg en ik zeg gewoon wat ik zie. Ziet u? En dat is alles. Zie? Dat zij mij aanraakt, betekent niets, maar zij raakt Jezus aan door mij heen. Op die manier raakte die vrouw God aan door Jezus heen, toen Hij niet wist wat er met haar aan de hand was. Zij raakte gewoon Zijn gewaad aan, ging heen en ging zitten. En Hij zei: "Wie raakte Mij aan?"

145 En de apostelen zeiden: "Wel, iedereen raakt U aan. Waarom zegt U dat?"

     Hij zei: "Maar Ik bemerk dat er kracht van Mij is uitgegaan."

146 Nu, weet u wat kracht is? Sterkte. Hij werd zwak door één vrouw die Hem aanraakte en Hij was de Zoon van God. Wat dan met mij, een zondaar gered door Zijn genade. Weet u waarom het meer is? Omdat Hij zei: "Deze dingen die Ik doe, zult gij ook doen. Meer dan dit zult gij doen, want Ik ga naar de Vader." "Groter", staat er, maar de juiste Griekse vertaling is: "Meer dan dit zult gij doen."

147 Nu, de dame ken ik niet. Ik heb niets over haar geweten. Zij is totaal even vreemd voor mij als de andere mensen het waren. Wij zijn vreemden voor elkaar. Gewoon opdat de mensen het zouden weten, kunt u uw hand opsteken en zeggen: "Wij zijn vreemden." Nu, de Zoon van God, toen Hij eens een vrouw ontmoette in een klein toneel zoals dit bij een bron, sprak Hij gewoon even met haar en Hij wist waar haar moeilijkheid was en Hij zei haar wat haar moeilijkheid was. En zij wist dus daardoor dat dit de Messias was. Nu dat heb ik... U hebt mij aangeraakt, ik heb u aangeraakt en niets gebeurde. Maar als mijn geloof, door een gave, en uw geloof, door erin te geloven, Hem kan aanraken en Hij kan door ons heen spreken... door mij heen tot u, dan weet u dat Hij hier is zoals Hij was bij die bron te Sichar. Ziet u? Hij is Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer. Gelooft u dat?

148 U hebt zovele kwalen, zoveel aandoeningen, complicaties! Een van de voornaamste dingen waarvoor u wilt dat er gebeden wordt is artritis. Dat is juist. Is dat juist? U wordt stram door artritis. Wanneer u het ziet, steek uw arm op...

149 En naar mijn beste herinnering liep u een beetje traag. Misschien juist... Wacht gewoon even, misschien kan er iets anders gezegd worden dat zal... Of, weet u, u voelt dingen, mensen, weet u, zoals een zucht die er tegen opkomt. Men zegt: "Hij raadde dat", of zo, weet u, zoals dat.

150 Maar u lijkt een fijn persoon te zijn, praat gewoon even tegen mij. Laten wij hier gewoon een beetje staan, omdat ik echt denk dat er iets anders in uw hart is dat u van God wilt. Nu, ik kan uw gebed niet beantwoorden, maar Hij kan... Want als u het gelooft, is het reeds beantwoord. Maar indien u slechts wilt geloven; om u te laten geloven. Nu, ik zeg u dat het een geliefde betreft die niet hier is en dat is een broer en die broer is zelfs niet in deze staat. Hij is in een soort nat land, met veel meren. Ik zou zeggen iets als in Michigan of zo... Ja, Michigan, daar is het. En hij lijdt aan een dodelijke ziekte en dat is een ongeneeslijke nierkwaal, waarmee hij gekweld wordt. Dat is juist, nietwaar? Dat is ZO SPREEKT DE HERE. Nu, de zakdoek, die u in uw hand hebt, die u omhoog stak naar God, zend die naar uw broeder en zeg hem niet te twijfelen, maar te geloven, en dat hij nu genezen zal worden als u het zult geloven.

151 Gelooft u met heel uw hart? Zie, dan, als u het gelooft, is er slechts één ding te doen en dat is het absoluut accepteren. Is dat juist?

152 Nu, u zegt: "Hij kijkt daarnaar, die mensen. Dat is wat hij doet; naar hen kijken." U ziet dat zoveel!

153 Maar omdat u dit misschien niet kunt weten... Deze dame hier, kom naar boven langs deze kant, dame, hier, de patiënt, wie u ook bent. Ik kijk niet naar haar. Gelooft u dat God aan mij kan openbaren wat uw moeite is? Steek uw handen omhoog als u gelooft, deze dame hier, deze dame hier, de patiënt. Ja, ja. In orde, als u dat dan met geheel uw hart zult geloven, dan zal die astmatische kwaal u niet meer hinderen. In orde, ga naar huis en geloof het! ...?...

154 Ik keek niet naar haar, is het niet? Ziet u, Hij... U kijkt deze kant op, het visioen is daar, ongeacht wat er gebeurt. Amen! Kunt u het niet zien! Gewoon net zo perfect als God maar perfect kan zijn!

155 U gelooft het ook? Astma kan u ook verlaten, nietwaar? Gelooft u dat het dat zou doen? In orde, ga de Here Jezus zeggen dat u Hem gelooft.

156 Op een dag zou u moeten lopen met een stok als die artritis u kreupel maakt, maar het zal het niet doen. U bent niet, u gelooft niet dat het gebeurt, nietwaar? Gelooft u dat u helemaal in orde zult zijn? Ga gewoon verder en Jezus Christus maakt u gezond.

157 Hartkwaal doodt mensen, maar het hoeft u niet te doden. Gelooft u dat God het voor u zal genezen en dat Hij u gezond zal maken? Ga en geloof het met geheel uw hart en zeg: "Ik geloof er werkelijk in."

158 Spreekt u Engels? Begrijpt u Engels? [Broeder Branham zegt: "Laat iemand komen." Er komt een tolk – Vert] Ja, in orde. Wilt u tegen haar zeggen wat ik haar zeg? Vertel haar dat, indien zij zal geloven, die maagkwaal haar zal verlaten. Wil zij het geloven? Uw rugkwaal zal u ook verlaten. U kunt dus nu heengaan en genezen zijn.

     Hoe maakt u het? Gelooft u? [Zij zegt: "Ja, meneer." – Vert]

159 Die man die daar zit met een rugkwaal, die naar mij keek toen ik dat zei. Hij kan ook genezen zijn, als u het gelooft, meneer. In orde, meneer.

160 De dame die precies naast u zit daar, u hebt een nekkwaal, nietwaar, dame? Gelooft u dat God u zal genezen? Wilt u de handen leggen op de kleine jongen voor zijn knieën, en hij zal ook gezond worden. Gelooft u het? U had een vrouwenkwaal, een vrouwenziekte. U hebt het nu niet meer. Uw geloof genas u en maakte u gezond.

161 Gelooft u Jezus Christus, Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer? Laten wij dan onze handen op elkaar leggen en dit gebed des geloofs bidden. Ieder van ons, bid het gebed des geloofs.

162 Dierbare God, terwijl wij zo bedekt zijn in Uw Goddelijke tegenwoordigheid om U te zien bewegen door het gehoor, overal de zieken genezend... Gij zijt God. Ik bid dat U dit hele gehoor zult genezen. Laat de adem van God fris in hun harten vallen en laat hun weten dat de tijd afloopt. Wij moeten nog slechts een klein poosje langer hier zijn en dan zullen wij bij Hem zijn, Die wij liefhebben. En moge nu Zijn tegenwoordigheid aan iedereen genezing brengen.

163 Wij veroordelen Satan, wij veroordelen al zijn handelingen. In de Naam van Jezus Christus, Satan, kom uit van die mensen.

164 Allen die Hem nu zullen geloven en de genezing aanvaarden, sta op en zeg: "Ik sta nu op om mijn genezing te aanvaarden. Ik geloof het." Ongeacht uw toestand, als u het echt gelooft, sta op. Hef nu uw handen omhoog en zeg: "Dank U, Here Jezus, dat U mij genezen hebt." God zij met u.