Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Het zaad is geen erfgenaam met het kaf

Door William Marrion Branham

1 Laten we even blijven staan voor een moment van gebed. Laten we onze hoofden buigen.

2 Dierbare God, wij achten dit een groot voorrecht vanavond om hier in deze gelegenheid te zijn om een levende Christus te brengen tot een stervende wereld en stervende generatie.

3 We zouden willen vragen, Here, dat U onze woorden en pogingen zou willen zalven, opdat ze niet ledig tot U weerkeren, maar dat ze datgene mogen volvoeren waarvoor ze bestemd zijn.

4 Help iedere man, vrouw, jongen of meisje hier vanavond die hulp nodig heeft. En Vader, we weten dat we allen hulp nodig hebben. En als we vanavond weggaan, mogen we ons allen in ons hart zo voelen als zij die van Emmaüs kwamen, nadat ze getuige geweest waren van de opstanding van Christus, zeggende: "Waren onze harten niet brandende in ons, toen Hij tot ons sprak op de weg?" Sta het toe, Here!

5 Genees de zieken en aangevochtenen. Moge er geen enkele zwakke onder ons zijn na de dienst vanavond. En boven alles, moge er geen enkele ongelovige over zijn, Here. Mogen ze allen geloven tot eeuwig leven. Want dat is ons doel waarvoor we hier samenkomen.

6 Deze zegeningen vragen we voor de eer van het Koninkrijk van God, in de Naam van Jezus Christus, de Zoon van God, Amen. (U mag gaan zitten.)

7 Het is goed om hier vanavond terug te zijn. Ik zie dat we hier rondom enkelen hebben die staan, en ik denk dat de telefoonlijnen nu aangesloten zijn met vele verschillende steden over het land, San Francisco, Tucson, ginds in het oosten. En via de telefoon groeten wij hen. Wij zijn hier vanavond in de aula. De grote zaal zit volgepakt, in de gangpaden en langs de muren staat het vol met mensen. En we begrijpen dat we morgenavond gaan proberen om hier nog een zijwand open te maken naar de gymnastiekzaal om een grotere zaal te krijgen waarin misschien nog een paar duizend mensen meer binnen kunnen. Dus dat hopen we voor morgenavond. Als het vanavond al vol is, op de eerste avond, nou, we geloven dat er dan morgenavond nog meer zullen zijn. Ik zie dat ze ook vanavond al extra stoelen en alles ingezet hebben.

8 We hebben grote verwachtingen, allereerst... het komen van de Here Jezus; vervolgens, de redding van verloren zielen die Hem vanavond zouden mogen ontvangen om gereed te zijn voor Zijn komst, wanneer Hij verschijnt.

9 Ik wil een speciale groet en welkom wijden aan al deze fijne mannen op het podium, waarvan ik begrepen heb dat velen van hen predikers zijn. Een paar honderd of meer zitten hier op het podium, en we zijn beslist dankbaar dat ze hier zijn.

10 Tot u allen, mensen, waar u ook bent in de verschillende delen van het land... En ik begrijp dat er hier sommigen zijn van overzee. We zijn dankbaar dat u hier bent om deze gemeenschap met ons te genieten, terwijl we grote verwachtingen hebben van wat God ons zal geven tijdens deze samenkomst.

11 Het lijkt wel, sinds ik erover dacht om terug te komen voor deze paar dagen van samenkomsten, alsof mijn eigen hart op een vreemde manier gealarmeerd wordt door een sterk gevoel dat er iets op het punt staat te gebeuren. Ik weet niet precies wat het is, maar ik hoop dat het een grote openbaring van God is, die ons klaar zal maken en ons betere burgers zal maken van Zijn Koninkrijk, terwijl we wandelen in deze donkere wereld van zonde en ongeloof.

12 Deze grond vanavond, precies deze plek, houdt voor mij iets groots in. Sinds ik wist dat ze deze schoolaula hier bouwden heb ik een dienst op deze plaats willen hebben. Ik ben het schoolbestuur erg dankbaar en hen die ons er zo welwillend inlieten. Het was op deze plaats, zo ongeveer waar dit gebouw vanavond staat, waar ongeveer dertig jaar geleden iets groots plaatsvond, precies op deze zelfde grond.

     Het was toentertijd niets anders dan een veld met bremstruiken. Ik woonde in een klein huisje hier vlak achter, ongeveer tweehonderd meter. Ik was in die dagen erg bezorgd over de redding van mijn vader en moeder, die nu beiden zijn heengegaan. En in die tijd was ik vooral bezorgd over mijn vader.

13 Ik herinner me dat ik op de veranda sliep. Het was warm, in de zomertijd. Dit staat geloof ik in het boekje "Jezus Christus, Dezelfde gisteren, vandaag en voor eeuwig", of anders in het boekje "Ik ben het hemelse visioen niet ongehoorzaam geweest."

14 En terwijl ik op de veranda lag, werd ik plotseling wakker, en er kwam een last op mijn hart voor mijn vader. Zoals velen van u mensen hier uit de stad mijn vader kenden, ik geloof dat hij een groot man was, hoewel hij een zondaar was, en... Maar hij had een slechte gewoonte en daar probeerde ik heel de tijd zo hard als ik kon tegen te vechten; dat was drinken. En die nacht was hij aan het drinken. En ik werd wakker met een grote last op mijn hart voor hem. Ik trok mijn broek over mijn pyjama aan, het pyjamahemd liet ik aan, en ik dwaalde wat rond door dit bremstruikenveld tot net ongeveer waar dit nu staat. En ik knielde neer om te bidden voor mijn vader.

15 Terwijl ik aan het bidden was en God vroeg om hem te redden en hem niet te laten sterven als een zondaar, en dat ik van hem hield... En terwijl ik in gebed was, stond ik op om naar oostelijke richting hier vandaan te kijken, en daar was een visioen. En vlak boven mij (velen van u kennen het visioen) stond de Here Jezus.

16 Nu, voor zover ik weet, ben ik niet vatbaar voor illusies; maar visioenen zijn werkelijk. Daar stond de Here Jezus, de eerste keer dat ik Hem ooit zag in zo'n soort visioen. Hij stond ongeveer, o, waarschijnlijk drie meter boven mijn hoofd, midden in de lucht terwijl Hij net met één voet een stap deed. Hij had een wit gewaad aan met rondom aan de kant franje. Hij had haar dat neerhing tot Zijn schouders, en Hij zag eruit als een Man, zoals de Bijbel zegt dat Hij was, van ongeveer dertig, maar een kleine, tenger gebouwde Man, erg klein. Hij zag eruit alsof Hij niet meer zou wegen dan zo'n zestig kilo.

17 En ik keek, en ik dacht dat er misschien iets fout was met mij. Dus ik wreef mijn ogen en keek opnieuw op. Hij stond een beetje opzij gedraaid, een soort profiel van Zijn gezicht. Zijn gezicht, zoals ik het altijd in visioenen heb gezien, was zoals Hoffmans hoofd van Christus op dertigjarige leeftijd. Daarom heb ik die in mijn huis, op mijn literatuur, waar het ook maar mogelijk is, omdat het er zo uitzag, het leek er veel op. Alleen leek Hij klein te zijn.

18 Toen ik naar Hem opkeek dacht ik: "Ik kijk toch zeker niet naar mijn Heer Die daar staat." Ik stond, zou ik zeggen, ongeveer op deze plaats, misschien precies waar nu deze preekstoel staat. Het was ergens in deze omtrek binnen een straal van waar ik sta, zo goed als ik het kan meten, ergens binnen 35 of 45 meter hier vandaan, in deze streek, deze cirkel.

19 En ik keek op, en daar stond Hij. Ik beet in mijn vinger om te zien of ik sliep. U weet hoe u... Het lijkt net alsof het niet zo zou kunnen zijn. Ik was toen nog maar jong in de Heer, ik was ongeveer zes maanden aan het prediken. Ik beet in mijn vinger. Ik pakte een bremtakje en brak het af. Velen van u die op het platteland wonen, weten hoe er iets als een tandenstoker in die brem zit. Ik begon daar op te kauwen. En ik zei: "Het kan niet. Ik droom. Daar is mijn huis. Daar zijn mijn vader, moeder, en de kinderen daar. Daar is de oude bakstenen huisvijver die daar destijds was, waar ik altijd op eenden jaagde, ongeveer tweehonderd meter verderop. En hier sta ik in het veld; zo moet het zijn."

20 Ik schopte tegen de grond, stampte mijn voet een beetje, en schudde mijn hoofd en wreef in mijn handen, keek opnieuw op, keek weg, keek opnieuw; en daar stond Hij. De wind begon te waaien, en ik zag de brem wuiven. Toen het begon te waaien, wapperde Zijn kleed mee. Zoals kleren die aan een lijn hangen, begonnen ze te wapperen. Hij stond daar. Ik keek ernaar.

21 En ik dacht: "Als ik Zijn gezicht maar zou kunnen zien." En Hij keek naar het oosten, recht deze kant op. Hij keek er aandachtig naar. En ik deed een stap dichterbij om Zijn gezicht van dichtbij te zien, maar ik kon Hem nog steeds niet zo erg goed zien. Hij hield Zijn handen voor Zich, vrijwel verborgen van waar ik stond.

22 Ik deed weer een stap opzij, en ik schraapte mijn keel ongeveer zo; ik deed van "hum", om te kijken of ik Zijn aandacht kon trekken. Maar Hij bewoog Zich niet.

23 Toen dacht ik: "Ik zou Hem misschien kunnen roepen." Toen ik zei: "Jezus", draaide Hij Zijn hoofd om; en toen Hij naar me keek, stak Hij alleen Zijn armen uit. Dat is alles wat ik me herinner gedurende ongeveer... Tot bijna tegen de dageraad lag ik hier ergens waar deze plaats nu is languit op het veld, mijn pyjamajas helemaal nat van de tranen, van het huilen, en ik was bewusteloos gevallen. Zijn gezicht had karaktertrekken die geen kunstenaar zou kunnen tekenen of verven. Ze zouden het niet kunnen. Hij zag eruit als een Man, Die als je naar Hem zou kijken, zou maken dat je zou willen huilen van sympathie en Hem met diepe eerbied zou respecteren, en toch als Iemand met genoeg kracht dat als Hij zou spreken het de wereld zou doen omkeren. En de karaktertrekken zouden nooit door een kunstenaar kunnen worden weergegeven.

24 Tot op deze dag heb ik nooit geweten wat dat betekende. Maar hier sta ik vanavond na dertig jaar, in een aula die nu gewijd is aan de dienst van de almachtige God. En ik was slechts een lekenlid, in feite slechts een plaatselijke oudste in de Baptistengemeente hier, waar Roy Davis in die tijd de voorganger was. En ik sta hier nu, terwijl de plaats vol mensen is, precies op dezelfde plaats, waarvan ik geloof dat het gekocht is door het bloed van Jezus Christus Zelf, in mijn handen, om deze vierdaagse boodschap van de Heer te brengen.

25 Ongeveer zes maanden daarna had ik in de rivier hier mijn eerste doopdienst, toen het Licht hier neerkwam in Spring Street. Velen van u willen misschien naar beneden gaan om er een kijkje te nemen, bij Spring Street en Water, vlak aan de rivierkant. Daar verscheen de Engel des Heren voor het eerst in het openbaar, om twee uur 's middags. En een stem eruit sprak: "Zoals Johannes de Doper gezonden was om de eerste komst van Christus vooraf te gaan, zo zal uw Boodschap de tweede komst voorafgaan."

26 Het is nu dertig jaar later en vanavond verkondig ik hier nog steeds die Boodschap. En het is rond de wereld gegaan en ik ben blij om in mijn thuisplaats terug te zijn vanavond om deze Here Jezus Christus te vertegenwoordigen Die ik nog steeds met mijn hele hart liefheb. Elke dag wordt Hij mij nog liever dan de dag ervoor. Ik heb nooit één jota in mijn leer veranderd. Waarmee ik eerst begonnen ben, geloof ik nog net zo vanavond. Hij is Dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. Nu, ik heb een Boodschap waar ik verantwoordelijk voor ben.

27 Toen de Boodschap in het begin uitging was het natuurlijk... Iedereen was voor de zieken aan het bidden, grote tekenen, wonderen en krachten begonnen vooral bij de pinkstermensen, een algemene opwekking van genezingscampagnes die de wereld beroerde. Vijftien volle jaren lang zijn er geloof ik op elke heuvel die er bestaat opwekkingen geweest. Opwekkingsvuren brandden. Letterlijk miljoenen hebben Christus als hun Redder aangenomen door die ene opdracht. Daardoor werd ook Oral Roberts geïnspireerd, enzovoort, en verder en verder terwijl het rondging, nadat de Pinkstergemeente was neergevallen in een dodelijke val, zoals toen het geval was.

28 Mijn bedoeling en verlangen vanavond is om die gemeente weer op te wekken voor de aanstaande komst van de Here Jezus. Ik moet haar bestraffen. Ik moet de zonde bestraffen in welke vorm ook. Ik heb het niet over iemands denominatie. Ik heb een Boodschap.

29 Nu, het is moeilijk om steun te krijgen bij een gemeente, precies zoals het dat was voor onze Here Jezus; omdat Hij het is, niet ik. Maar zoals Hij in het begin predikte, de zieken genas, de doden opwekte en de melaatsen reinigde, en de duivelen uitwierp, toen wilde iedereen Hem. Maar er komt een tijd dat er een Boodschap is die altijd op ieder teken volgt, want het teken heeft een stem. Maar toen Hij op een dag neerzat en zei: "Ik en Mijn Vader zijn Eén!" was dat meer dan zij konden verdragen.

30 Zo was het ook toen Hij zei: "Tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en Zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in u."

31 "Hoe?" Wel, doktoren en weldenkende mensen zouden gezegd hebben: "Deze man is een menselijke vampier, die probeert je zijn vlees te laten eten en zijn bloed te laten drinken." Hij legde het nooit uit; Hij zei het gewoon.

32 En vanavond in de samenkomst hoort u misschien dingen die zomaar gezegd worden, die we misschien niet kunnen uitleggen, maar bedenk, Jezus Christus is Dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. We geloven het!

33 Nu, we hebben geen tijd om teveel te praten, want we hebben hier bepaalde tijden om te beginnen en bepaalde tijden om te sluiten. En we willen het schoolbestuur respecteren dat ons deze tijden heeft toegewezen. We zullen alles doen wat we kunnen om ze te respecteren.

34 Denk eraan, op elk moment dat een zondaar tot Christus wil komen: alles wat u moet doen is rechtstreeks naar voren komen – of ik nu aan het prediken of aan het zingen ben, of wat ook – en op datzelfde moment uw leven aan Christus geven en opstaan van uw zitplaats. Daar zijn we hier voor, om u te helpen.

35 Ik wil even wat zeggen tegen broeder Vayle, broeder Borders, en de broeders hier. Ik vraag me af of ze 's middags of op een ochtend, of zoiets, in de kerk een instructiedienst zouden kunnen houden voor diegenen die de doop van de Heilige Geest zoeken? Zou dat goed zijn, broeders, broeder Neville en u allen die hier zou kunnen komen, broeder Capps?

36 Als iemand onderwezen wil worden over de doop van de Heilige Geest, waarom komt u dan niet naar de tabernakel... Wat zou de beste tijd zijn, de morgen of de middag? [Iemand zegt: "Morgen." – Vert] De morgen, ongeveer tien uur? Om ongeveer tien uur 's morgens.

37 Als u een vraag heeft over de leer, of als u een vraag over de Boodschap heeft, als u wilt dat... Als er nooit persoonlijk met u gesproken is, als u wilt dat er voor u gebeden wordt, of wat u ook maar op die manier wilt weten... waarom komt u niet gewoon daarheen om tien uur 's morgens om deze mannen te ontmoeten? Er zullen daar één of meer van hen zijn om onderwijs te geven, voor zieken te bidden, om vragen te beantwoorden, gewoon persoonlijk als man. U gaat gewoon naar ze toe en ze zullen u graag op elke wijze willen helpen.

38 Nu, voordat we nu het Woord benaderen, willen we opnieuw de Auteur van het Woord benaderen. U kunt teveel eten: u kunt teveel drinken; u kunt teveel lachen; u kunt teveel lopen; maar u kunt nooit teveel bidden. "Ik wil dat de mannen overal bidden, opheffende heilige handen zonder twijfel of toorn." Laat ons bidden.

39 Dierbare Jezus, Auteur van het Woord des levens – en U bent dat Woord – we naderen U nu eerbiedig na het uitleggen van het visioen, God, waarvan U mij getuigenis geeft dat het waar is. Here Jezus, ik bid dat U de woorden vanavond wilt zalven voor het gehoor van elk oor dat onder het goddelijke geluid is. En als er hier enigen zijn, of van hen die meeluisteren over het land, die niet gereed zijn en voorbereid op dit uur om de uitdaging van dit uur onder ogen te zien, de Boodschap van God, dat zij zich bekeren om gereed te zijn... want het Koninkrijk van God komt naderbij. We bidden dat het vanavond zo met hen zal zijn, dat ze zullen voldoen aan de uitdaging van dit uur.

40 O God, ik wil bidden om hulp, omdat ik de verantwoordelijkheid ken en weet wat het betekent en waarvoor ik mij moet verantwoorden op de dag van het oordeel, voor alles wat ik hier en ergens anders zeg. Help me om volkomen oprecht te zijn, Here, in alles wat ik doe of zeg in Uw Woord, opdat het vrucht mag voortbrengen. Want Uw opdracht was: "Laat dit Woord niet wijken van uw mond, maar overleg het dag en nacht, opdat gij waarneemt te doen naar alles, wat in de wet geschreven is. Want alsdan zult gij uw wegen voorspoedig maken, en alsdan zult gij verstandig handelen. Heb Ik u niet geboden, wees sterk en zeer moedig, want de Here, uw God, is met u alom waar gij heengaat." Here Jezus, maak het zo vanavond. We bidden het in Jezus' Naam. Amen.

41 Vrijdag en zaterdag van tien tot twaalf uur in de tabernakel aan de Achtste en Penn Street, zullen er instructies zijn, antwoorden betreffende de leer, gebed voor de zieken, en wat er meer is. Kom gewoon daar naartoe als u een bepaalde vraag hebt, of iets nodig hebt. Er zullen daar mannen zijn om het te behandelen. De Here zegene u!

42 Nu, voor deze openingsdienst vanavond kan ik niets anders doen dan recht bij onze boodschap te beginnen. Daarvoor zijn we hier. Daarvoor ben ik nu teruggekomen En zondagochtend, zo de Heer wil, wil ik die grote uitdaging van deze dag tegemoet treden, namelijk Huwelijk en echtscheiding.

43 Nu, Galaten 4:27, ik wil deze woorden lezen, 4:27-31.

     Want er is geschreven: Wees vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij, die geen barensnood hebt, want de kinderen der eenzame zijn veel meer, dan van haar, die de man heeft.

     Maar wij, broeders, zijn kinderen der belofte, als Izak was.

     Doch gelijk toen, die naar het vlees geboren was, vervolgde hem, die naar de Geest geboren was, alzo ook nu.

     Maar wat zegt de Schrift? Werp de dienstmaagd uit en haar zoon; want de zoon der dienstmaagd zal geenszins erven met de zoon der vrije.

     Zo dan, broeders, wij zijn niet kinderen der dienstmaagd, maar der vrije.

44 De Here voege Zijn zegeningen bij het lezen van Zijn Woord. Nu, ik geloof dat het erg vreemd, ongebruikelijk is om een tekst als deze te nemen. Maar soms vinden we God in die vreemde, ongebruikelijke uren, ongebruikelijke wegen, ongebruikelijke dingen. Omdat God ongebruikelijk is, en zij die Hem werkelijk dienen vanuit hun hart, dienen Hem op een ongebruikelijke manier ten opzichte van de dingen of de wegen van de wereld. Deze tekst heet: Het zaad is geen erfgenaam met het kaf.

45 Paulus spreekt hier over het letterlijke zaad van de twee zonen van Abraham. Verheugd brengt Paulus zichzelf in de positie van de uit de vrije geborene.

46 Nu, we weten dat Abraham twee zonen had van twee verschillende vrouwen. God gaf hem een belofte, dat er door Sara een Zoon zou worden geboren, en door deze Zoon zou de wereld gezegend worden. Alle naties zouden door deze Zoon gezegend worden. En het wordt algemeen geloofd, vooral onder de Joden, dat dit Izak was, maar dat is niet zo. Deze beloofde Zoon van Abraham is Jezus, en Hij is de belofte van het koninklijke Zaad van Abraham.

47 Maar Abraham had twee zonen, één bij Hagar, die de slavin was van zijn vrouw, een lieflijke, knappe, Egyptische slavin, die Abraham in Egypte had opgepikt voor haar – om de slavin van zijn vrouw te zijn. En Sara, die dacht dat God niet Zijn hele belofte waar zou kunnen maken, zei Abraham om Hagar, haar slavin, te nemen en haar te trouwen (want polygamie was wettig in die dagen) en het kind voort te brengen, en dat dat de manier was die God bedoeld had, dat zij het kind alleen zou moeten krijgen door Hagar... Maar we ontdekken dat dat niet zo was.

48 Nu, we begrijpen ook dat God vervolmaakt is in drieën. Nu, God wordt vervolmaakt in drieën. Genade is vijf. Zeven is voltooiing, zoals de wereld. God wordt vervolmaakt in Vader, Zoon en Heilige Geest. Dat is de volmaaktheid van de Godheid. Allemaal één God in drie manifestaties van drie attributen van één ambt – of drie ambten van de ene Godheid.

49 Welnu, er zijn ook drie genadestappen van volmaaktheid voor de gemeente: rechtvaardiging, heiliging en doop van de Heilige Geest. Daaruit bestaat de wedergeboorte. Precies zoals er een natuurlijke geboorte door wordt getypeerd. Wanneer een vrouw geboorte geeft aan een kind is het eerste wat tevoorschijn komt water, bloed, en dan leven. De Bijbel zei, geloof ik, in I Johannes 5:7 (of 7:5): "Want Drie zijn er, Die getuigen in de hemel, de Vader, het Woord (dat was de Zoon), en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Eén. En drie zijn er die getuigen op de aarde; het Woord, het water, en het bloed – water, bloed en geest; en die drie zijn tot één."

50 Nu, de Vader, Zoon en Heilige Geest zijn Eén. U kunt niet de Vader hebben zonder de Zoon te hebben; u kunt de Zoon niet hebben zonder de Heilige Geest te hebben. Maar u kunt wel gerechtvaardigd zijn zonder geheiligd te zijn. U kunt geheiligd zijn zonder vervuld te zijn met de Heilige Geest. We hebben dat bewezen in de orde van de natuur.

51 Nu, misschien vinden velen van u mij vreemd. Ik heb geen opleiding, en ik ben er zeker van dat u het al begrijpt. Maar ik leer in types, daar het natuurlijke het geestelijke typeert.

52 Nu, we zien dat volmaaktheid in drieën is. God is vervolmaakt in drieën. Nu, dat was ook zo in de vervolmaking van het zaad van Abraham: Ismaël, Izak, Jezus; Ismaël geboren uit de dienstmaagd, Izak uit de vrije – beiden door sex – maar Christus Jezus geboren uit de maagd, geen sex.

53 Dit "Zaad" hier, één, één Zaad, niet zaden, maar één Zaad. Deze anderen waren niet het Zaad van Abraham, want Abrahams Zaad was zijn geloofs-Zaad waar God over sprak, niet zijn natuurlijke zaad. Want nadat Sara stierf huwde Abraham een andere vrouw en kreeg zeven zonen benevens dochters. Dus het zouden niet Abrahams zaden zijn, het was Abrahams Zaad, één. En dat was Abrahams geloofs-Zaad, dat wees op het koninklijke Zaad dat zou komen door Abrahams geloof, niet Abrahams natuurlijke leven, maar Abrahams geestelijke leven; die alles wat tegengesteld was aan Gods Woord noemde alsof het er niet was en God geloofde; die tegen hoop geloofd heeft in hoop. Dat is het ware Zaad waarover we spreken.

54 Hier wordt ons een beeld getoond. Oh! Het Zaad begon, het zaad der belofte begon met een vleugje twijfel in de oorspronkelijke belofte. Ziet u hoe het aan de grond begint met twijfel in de oorspronkelijke belofte? God beloofde Abraham dat hij dit kind zou krijgen door Sara. Maar let nu op, het eerste zaad van Abraham door de dienstmaagd, kwam doordat Sara twijfelde dat dit kon gebeuren, omdat zij oud was en de tijd van baren gepasseerd was.

55 Nu, zo begint de gemeente ook. Zo begint het altijd. U begint vanaf de bodem. U begint niet vanaf de top. Een man die een ladder probeert te beklimmen en die probeert bij de top te beginnen, die zal zijn nek breken. U moet beginnen en daarop voortbouwen. En hier zien we het begin van de belofte van God gemanifesteerd worden door een lichtelijk betwijfeld onderbroken programma van God.

56 Op dezelfde manier begon de zonde in de hof van Eden. Zo begon de dood door de zonde, toen één woord van God verkeerd werd uitgelegd of betwijfeld. U kunt niet één woord van God betwijfelen of misplaatsen dat ZO SPREEKT DE HERE is, want elk Woord ervan moet zo zijn.

57 En hier betwijfelde zelfs Sara, tot wie de belofte... Sara, een vrouw (wat een type van de gemeente is) betwijfelde het oorspronkelijke programma van Gods beloofde Woord en zei: "U, Abraham, mijn man, neem deze mooie slavin tot je, en leef met haar, en wees een echtgenoot voor haar. En God zal dit zaad der belofte geven door haar; en ik zal het kind nemen." Ziet u, door slechts voorbij te gaan aan één kleine jota veranderde het hele programma. Daarom moeten we ieder woord van God nemen als ZO SPREEKT DE HERE. Elk woord van God is waar.

58 Hier begint het zaad dan in een lichtelijk betwijfelde belofte. Izak die het zaad was van de vrije en beloofde vrouw, bracht voort – zoals Paulus hier probeerde uit te leggen in Galaten – hij bracht het natuurlijke, beloofde zaad voort. En hij gaat voort met hier te zeggen dat de kinderen van de dienstmaagd geen erfgenaam kunnen zijn met die van de vrije, omdat het twee verschillende categorieën zijn. Dat is waar. De ongelovige kan geen erfgenaam zijn met de gelovige. Op geen enkele manier.

59 Daar ligt vandaag het probleem. U kunt een denominatie-kuiken niet laten geloven met een arend. Dat kunt u gewoon niet. Daar komen de problemen. U moet elk woord van God geloven. U bent gewoon niet samen erfgenaam; noch zult u zich ermee verenigen. U kunt dat niet doen. U moet een arend óf een kuiken zijn.

60 Het kon geen erfgenaam zijn met Ismaël, het zaad van de dienstmaagd, vanwege de twijfel. Sara betwijfelde Gods Woord, dat God bij machte was om het te houden. Let op Abraham. U ziet wat ik aan het opbouwen ben voor zondagmorgen. Abraham betwijfelde het niet. Sara betwijfelde het. Zij was het. Niet Adam twijfelde; het was Eva die twijfelde. Zo dan, we zullen hier meer van ontdekken als we het zondagmorgen weer opnemen.

61 Net zomin kan (het geestelijke...) het natuurlijke erfgenaam zijn met het geestelijke. En net zomin kunnen Ismaëls kinderen erfgenaam zijn met Izaks kinderen, en kan het vleselijke erfgenaam zijn met het geestelijke.

62 Natuurlijke gemeente, geestelijke gemeente. Er is een natuurlijke gemeente die wordt getypeerd door deze vrouwen hier, en er is ook een geestelijke gemeente. Dus de natuurlijke gemeente en de geestelijke gemeente kunnen niet beide erfgenaam zijn. Het zijn twee verschillende, afzonderlijke tijden, twee verschillende, afzonderlijke volken, twee verschillende, onderscheiden verbonden.

63 Dat is de reden waarom de opname verschillend is en alleen voor het koninklijke Zaad van Abraham zal zijn. Het kan niet door het natuurlijke, vleselijke zaad van de kerk komen. Het zal het koninklijke zaad van het Woord van God moeten zijn, door Abraham, het koninklijke zaad. Daarom zal de opname eerst moeten plaatsvinden, want bedenk: "Wij die levend zijn en blijven zullen degenen die slapen niet hinderen, tegenhouden. Want de bazuin Gods zal klinken en de doden in Christus zullen eerst opstaan. Wij, levenden, die achtergebleven zijn zullen tezamen met hen opgenomen worden en de Here ontmoeten in de lucht." Let op, en ook staat er geschreven: "En de overige doden leefden niet gedurende duizend jaar."

64 Daarom zullen ze niet samen erfgenaam zijn; ze zullen niet samen in de opname zijn. Er is absoluut een natuurlijke gemeente en een geestelijke gemeente, een vleselijke gemeente, een geestelijke gemeente. Dan, ziet u, hier is geen...

65 Er is geen oordeel voor het koninklijke, geestelijke, voorbestemde zaad van Abraham, want zij zijn voorbestemd tot eeuwig leven. Zij hebben Gods voorbestemde Offer aanvaard, en dat Offer is Christus, het Woord. "Daarom is er nu geen veroordeling..." Johannes 5:24, als u het Schriftgedeelte wilt. "Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn," Romeinen 8:1, "die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest." En Romeinen 5:24: "Die Mijn Woord hoort..." Het woord daar wordt 'begrepen'. Elke dronkaard en ieder ander kan het horen, en weglopen. Maar: "Die Mijn Woord hoort, Mijn Woord begrijpt, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, heeft het eeuwige leven, en zal niet in het oordeel komen, maar is uit de dood overgegaan in het leven." Ja, meneer! Hij die dit grote geheimenis dat God bekend heeft gemaakt, begrijpt, hoe God Zichzelf met de wereld verzoende in Christus, hoe Hij en de Vader Eén waren, en hoe de grote geheimenissen van de vervulling van God, hoe Hij Zichzelf wegnam en terugbracht, Zich manifesteerde in het tijdperk van menselijke wezens, en in de stroom van menselijke wezens, en in het gezelschap van menselijke wezens, om Zijn Woord openbaar te maken in de dagen van het opgaan van de zon in het oosten en om hetzelfde te doen wanneer de zon ondergaat in het westen, om Zichzelf openbaar te maken in een bruidsgemeente, het Woord openbaar gemaakt. Ziet u? Het zal ... "Hij die begrijpt (dat is, weet), wat hem geopenbaard is van Hem die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en zal niet in het oordeel komen, maar is overgegaan van de dood in het leven."

66 Het natuurlijke zaad was slechts een drager van het geestelijke zaad, zoals de stengel, aar, en het kaf. We zijn daar in een andere boodschap op ingegaan, maar ik zou er graag even naar vooruitzien – of er weer even voor een ogenblikje op terugkomen.

67 Nu, er zijn hier drie stadia van het zaad; dat toont ons het ware beeld, de drie stadia van het natuurlijke zaad in de aarde. Als een zaad geplant is, brengt het een stengel voort, waaruit kleine blaadjes uitspruiten, dan de aar waar dan het stuifmeel aan hangt, en dan het kaf, en dan opnieuw het zaad.

68 Let op deze stadia van deze volmaakte gelijkenis hier en hoe het volmaakt in het type wordt weergegeven, want God is de Auteur van de gehele natuur. Daarom kan de natuur net zomin falen, als dat God kan falen, want Hij was Degene Die het in haar staat bracht voor ons om naar te kijken en om te zien.

69 Kijk, Hagar de stengel, die het eerste begin was van het opkomende zaad. Nu, het leek totaal niet op het zaad. Het was de stengel, omdat zij een dienstmaagd was, helemaal niet in de belofte, niets met het Woord te maken, slechts een geleider van het zaad.

70 Kijk Sara was de aar, die het stuifmeel had. Die Joodse natie kwam uit haar voort, vanuit Sara kwam Izak voort, door Izak kwam Jakob, door Jakob de aartsvaders en door de aartsvaders een volk.

71 Maria, het geloof van de maagd, produceerde het ware geestelijke Zaad-Woord, vleesgemaakt. Zie? De drie vrouwen, drie vrouwen waar dit zaad doorheen werd geleid. Eén van hen was in feite een overspeelster onder polygamie. De tweede was een vrije vrouw, en de derde had helemaal geen sexuele omgang, maar door geloof geloofde zij het Woord van God. Hagar, Sara... Zowel bij Sara als bij Hagar was het sex, maar Maria was maagd, door de kracht van het beloofde Woord van God. Zo is het!

72 De stengel, Hagar (twee vrouwen), betwijfelde de belofte, maar let op wat het voortbracht. Toen Hagar, de tweede vrouw van Abraham, die slechts een – absoluut een buitenechtelijke bijvrouw was... Maar ze bracht een man voort. Maar wat was hij voor een soort man? De Bijbel zegt dat hij een wilde man was. Hij leefde van zijn boog en niemand kon hem overwinnen. Hij was ontembaar, onbekeerbaar, onwedergeboren. Hij kon niet getemd worden. Hij was een wilde man, omdat hij tegengesteld aan het Woord van God was. En alles wat tegengesteld is, elke prediker, elk kerklid, elke kerk die tegengesteld is aan Gods Woord, zal een wilde, overspelige hoop van werelds Hollywood voortbrengen, en kan niet bij het ongerepte Woord blijven, omdat het niet eens bij de belofte is inbegrepen. Nee!

73 Sara, de ware vrouw van een belofte, die de aar was, bracht een edel man voort. Dat leverde op dat hij een beloofd volk voortbracht dat God diende. [Leeg gedeelte op de band – Vert] Maar Maria, helemaal niet door sex, maar ze geloofde het beloofde Woord terwijl ze een maagd was en geen man kende. En de Engel des Heren kwam tot haar en zei: "Wees gegroet, Maria, gezegend zijt gij onder de vrouwen, want God is met u."

74 En zij zei: "Hoe zullen deze dingen geschieden?" Hij... Ze zei,,,

75 De engel zei: "De Heilige Geest zal u overschaduwen."

76 In alle eeuwen was dat nog nooit gebeurd, maar Maria geloofde God. En ze zei: "Zie, de dienstmaagd des Heren." Zij geloofde het Woord. Hoe zal ze het gaan krijgen? Ze wist dat Hagar de baby kreeg door een sexueel verlangen, met Abraham – en Sara kreeg de baby door een sexueel verlangen, met Abraham – kinderen van de belofte, de dienstmaagd en de vrije vrouw – maar hier wordt van haar gevraagd om te geloven, wat een voortzetting is van het geloof dat Abraham had, die het onmogelijke geloofde; "Zolang God zei dat het zo was, dat maakte het vast!"

77 Ze geloofde God, vroeg nooit. Ze zei: "Zie, de dienstmaagd des Heren. Het maakt niet uit hoeveel kritiek ik van de wereld moet verdragen, mij geschiede naar Uw Woord." Daar komt het waarachtige Zaad tevoorschijn.

78 Sara [Hagar] kon het niet doen, omdat het sex was. Dat is zo. En evenmin kon Sara het, omdat het sex was. Noch kan de kerk het onder sektarisme; er is een maagd voor nodig die gelooft in het Woord van God om een belofte om kinderen voort te brengen te vervullen. Sektarisme zal nooit een wedergeboren gemeente voortbrengen. Dat kan het niet. Het zal een surrogaat voortbrengen. Het zal iets voortbrengen dat het imiteert, iets dat probeert erop te lijken. Maar een ware, wedergeboren gemeente van God gelooft het Woord van God ondanks alles, ongeacht wat het is, omdat ze ongerept is. Het is door de belofte van God dat deze dingen komen.

79 Maria, de ware, zonder sex, zei: "Mij geschiede naar Uw Woord. Zie, Uw dienstmaagd." En ze bracht voort... Wat bracht ze voort? Niet een wilde man, niet een volk, maar ze bracht het Woord voort. God Zelf gemanifesteerd in het vlees (amen!), het ware Zaad van God Die elke belofte manifesteerde die God in de Bijbel gedaan had. Zonder Hem kan geen mens leven – zonder Hem. Zij was het ware zaad. Zij kwam na de... Zij was het kaf dat het graan voortbracht.

80 Nu, de andere twee waren dragers van leven, slechts als het natuurlijke zaad. Maria... Nu bedenk, ik zei de andere twee... Nu, maak geen God van Maria, wat sommige mensen van haar proberen te maken. Ze was geen God. Nee meneer! Ze was slechts een draagster van het Zaad, net als de anderen.

81 Maar zoals geloof in het Woord u dichter bij het ware beeld brengt, zo is ook het rijpen van het koren, of de tarwe. Eerst komt de stengel; dan komt het stuifmeel; en dan komt het kaf. Maar wanneer u denkt... Dat kaf, als u niet oplet, het zal er precies zo uitzien als de echte tarwe. Maar als het open wordt gemaakt zit het echte tarwe er binnenin. Het is opnieuw slechts een drager.

82 Dus u ziet dat Maria, niet door sex, maar door geloof, iets wat er precies op leek... Maria was dat Zaad niet. Maria was een draagster van het Zaad. Hij was het ware geloofs-Zaad, want het Woord van God komt door het geloof dat Hij aan Abraham gaf. En alleen geloof kan voortbrengen wat God zei dat Hij zou doen, geloof in Zijn Woord.

83 Let op hoeveel meer Maria op het echte leek, maar op de wijze van het kaf. Het kaf koestert dit zaad in zich, en beschermt het, en voedt het, tot het op zichzelf staat, rijp. Zo is dit derde gemeentetijdperk (van Pinksteren) gerijpt in het dragen van dit graan tot het de tijd is dat het kaf zich opent. Maria als moeder van Christus was slechts een broedster. Hij was geen bloed van Maria; Zijn bloed was niet van een Jood; Zijn bloed was niet van een heiden; Hij was het Bloed van God. God schiep dit Bloed. Het kon geen sex zijn. Hij was noch Jood noch heiden.

84 De baby heeft geen spat van het bloed van de moeder. Het bloed komt van de vader. We weten dat het hemoglobine in de man is. Zoals de kip; ze kan een ei leggen, een hennetje, maar als ze niet bij de mannelijke vogel is geweest, de haan, zal het nooit uitkomen. Het is onvruchtbaar, hoewel het precies op een echt vruchtbaar ei lijkt. Elk kenmerk ervan is hetzelfde, maar het heeft niet het leven in zich.

85 Op die wijze is het met mensen die Christus belijden. Velen van hen lijken Christenen, proberen als Christen te handelen, maar u moet Christus binnenin u hebben, Die het gemanifesteerde Woord is, of het zal nooit rijpen tot een werkelijke Bijbelgelovige Christen. Het zal altijd iets denominationeels blijven. Het kan niet leven, omdat er geen leven in u is om te leven. Een ei kan niet uitkomen, het rot zo in het nest weg, als de hen niet bij de mannelijke vogel is geweest.

86 Net als leden van een kerk. U kunt ze vertroetelen en ze benoemen – ze diakenen maken en al het andere, maar u zult een nest vol met rotte eieren hebben tenzij ze zich met hun Man hebben verbonden. Dat is waar!

87 De drager, het kaf, dat voedde het. Dat is zo. Daarna moet het zaad zelf het kaf verlaten, of het kaf moet het zaad verlaten om het zaad in de tegenwoordigheid van de zon te brengen, zodat het kan rijpen. We zien alles in type.

88 Zie hier nu hoe dicht zij, de gemeente van deze laatste dagen, gaat lijken op het Zaad Zelf. Kijk hoe deze Pinksterdenominatie die in de laatste dagen is opgestaan – we zullen dat zo dadelijk uitleggen, zie – hoe dicht ze er bij zijn gekomen om precies op het Zaad te lijken. Wanneer het kaf voortkomt uit (een tarwekorrel, of) een tarwehalm, nadat het stuifmeel er in de tweede fase ingevallen is en de derde fase heeft voortgebracht, wat het kaf is. En hoe dat... Als u niet een echt goede waarnemer bent, zult u nooit in staat zijn om te zeggen of daar het echte tarwegraan inzit. Wanneer dat eerste kleine graankorreltje voortkomt, ziet het eruit als graan. Maar als u gaat zitten en het openmaakt, dan vindt u uit dat er helemaal geen graan in zit. Het is alleen een kafje, een drager van het graan. Nu, het graan komt daaruit voort. Maar bedenk, er komt niets meer na dat kaf. Bedenk, er was geen Zaad meer beloofd door een vrouw ná Maria. En er zijn geen denominaties meer beloofd ná Pinksteren. Het is de opname en de bruid, die daar uit voortkomt, het Zaad, het Woord dat opnieuw gemanifesteerd wordt.

89 Merk op hoeveel het er op lijkt. Mattheüs zei, Mattheüs 24:24, dat de twee geesten in de laatste dagen, de kerkgeest van de kerkmensen en de bruid-Geest van de bruidmensen, zo dicht bij elkaar zouden komen dat het zelfs de uitverkorenen zou verleiden als het mogelijk ware. Zó dicht bij elkaar.

90 Kijk hoe het door de stengel is gekomen. Nu let op, we gaan hier iets typeren. Luther die in het gemeentetijdperk het bruidzaad voortbracht was in dezelfde geest. Slechts op één klein graankorreltje ging Luther staan; dat was rechtvaardiging door geloof. Hij was een echt type van Hagar, de stengel. Let op. Wesley was een type van Sara, het Filadelfiatijdperk van liefde, dat de aar voortbracht die... In Wesley's tijdperk waren er meer zendelingen dan in enig ander tijdperk dat we gehad hebben. De grote zendingseeuw van de tijd van John Wesley...

91 Maar Pinksteren vertegenwoordigde Maria; Maria, het laatste stadium ervan. Nu, zij was het Zaad niet, maar toch was het leven van het Zaad in haar. Maar het was nog niet rijp. Ik voel me erg religieus. Het was nog niet rijp. Het was er, maar het was nog niet rijp. Zo is het met ons Pinkstertijdperk waarin wij leven. Er moet een Woord van God voortkomen dat interdenominationeel is, buiten de sferen van die denominatie.

92 Luther pelde zijn eerste woord af: "De rechtvaardige zal door geloof leven." Wesley had twee woorden, heiliging; als tweede duidelijk werk van genade. Pinksteren had het derde woord, het herstel van de gaven. Maar het volle zaad moet voortkomen. Zie hoe ze een denominatie maakten op één woord, en een ander woord, en een ander woord? Maar er moet iets zijn wat geen denominatie kan worden. De volheid van het leven erin moet zichzelf opnieuw voortbrengen in een bruid. Er kunnen hierna geen gemeentetijdperken meer komen. We zijn aan het eind, broeders en zusters. We zijn hier; we zijn daar aangeland. God zij gedankt! Amen!

93 Nu, we zien dat deze dingen zo waar zijn als ze maar kunnen zijn. Toch merken we dan op, als zij de aar is, of Wesley de aar is, en dan Pinksteren, dat het kaf is, het volgende stadium van het voortkomen van het graan...

94 Maar broeder, zuster, de stengel is niet het graan; noch is de aar het graan en noch is het kaf het graan, hoewel het iedere keer opgroeit en meer op het graan lijkt. De stengel lijkt niet op het graan. Wat komt daarna? De aar, een klein bolletje. Het lijkt meer op het graan dan het blad. Wat komt vervolgens? Het kaf. Het bevat het graan; het voedt het graan.

95 Nu, als u terug kijkt naar die belofte die God aan Abraham deed van "Uw Zaad", geestelijk gesproken. Elk van ons weet dat. Hij sprak van Christus, niet van Izak. Door zijn geloofs-Zaad.

96 Let op, de eerste was uit een dienstmaagd. Leek niets op de belofte. God hoeft Zijn Woord voor niemand terug te nemen. God zei hoe het zou komen, en zo zal het ook komen. Maar Sara, die een vertegenwoordigster was van de gemeente, type van de gemeente, zij kwam daar op een idee, dat ze zei: "Wel, ik geloof dat het iets te wonderbaarlijk is. Ik kan er zelfs niet in geloven, dus neem Hagar nou maar, en neem haar als vrouw." Ziet u dat? Die stengel leek helemaal niet op de belofte, maar toen kwam Sara. Nu, dat zag er aardig goed uit. Het lijkt daar heel wat meer op de belofte, maar het was nog altijd niet de wáre belofte, want Israël (in Izak) faalde en ontkende het ware Zaad toen het kwam. Halleluja! (Word niet opgewonden; loop niet weg. Dat zal u geen kwaad doen!) Ontkende het Zaad, kruisigden Hem, en hingen Hem aan een kruis.

97 Zoals Paulus hier zei: "Vervolgde het zaad van de dienstmaagd niet het zaad van de vrije?" En zo vervolgt het zaad van de denominatie het ware graan. Het moet altijd zo zijn. Ze zullen niet samen erfgenaam zijn. Ze worden niet met elkaar verenigd. Zij zijn absoluut twee verschillende beloften, twee verschillende tijden, twee volkomen verschillende volken. De ene is een bruid en de ander een kerk. Ze zijn totaal niet te vergelijken.

98 Maar toch zijn zij niet het zaad waarvan de komst beloofd was. Noch was Sara het; en noch was Hagar het. Noch Sara – of noch Maria was het Zaad. Maria was het Zaad niet. Ze was een draagster van het Zaad. Maar ze had het gevoed, het voortgebracht uit haar schoot, zoals het kaf het ware Zaad uit haar schoot voortbracht. Maar het kaf is niet het zaad. Het is alleen dichter bij het zaad. Het ligt rond het zaad gevleid. Daar terug in de stengel is het leven helemaal verspreid door de stengel. Wanneer het bij het stuifmeel komt wordt het compacter verzameld. Maar wanneer het tot het kaf komt, dan is het daar precies zoals het zaad, en het neemt bijna de vorm aan die het zaad heeft. Jezus vertelde ons hoe het zou zijn in de laatste dagen. Het zou zo dichtbij komen dat het zelfs de uitverkorenen zou verleiden als het mogelijk ware. Maar dan komt het zaad daaruit voort. En het kaf, het leven verlaat het kaf. Het kaf is een drager. Dat is precies wat onze denominaties geweest zijn, een drager. Luther, Wesley, Pinksteren, en nu is het de tijd voor het zaad om voort te komen. Merk op.

99 Let op, zij was niet het Zaad; Maria was het niet – het waren slechts kaf, aar en stengel, dragers van een deel van het Woord, niet het hele Woord. Luther had rechtvaardiging. Wesley had heiliging. Pinksteren had het herstel van de gaven. Maar toen het Woord kwam... Nu, zij konden produceren dat rechtvaardiging een mens zal redden. Gelooft u dat? Zeker! Het is een drager van het Woord, net zoals ik geloof dat de stengel een deel van de tarwe is. Zeker is het dat! Maar het is een drager. Het is niet het leven. Dan komt vervolgens heiliging. Hoevelen geloven in heiliging? Als u de Bijbel gelooft, moet u dat. Zeker! Dus dat is het nog steeds niet... Het lijkt er iets meer op... Het zijn twee woorden meer. Maar dan komt Pinksteren, het herstel van de gaven. Spreken in tongen, dat noemen zij het uiteindelijke bewijs van de Heilige Geest, het spreken in tongen. Daar noemen zij dat het uiteindelijke bewijs; en wat bracht het voort? Het kaf; maar zij maakten een denominatie. Maar als u komt zeggen: "Ik en Mijn Vader zijn Eén", en deze andere dingen, dan trekt het kaf er van weg. Maar de werkelijke onvervalste bruidsgemeente zal het volledige Woord van God voortbrengen in haar volheid en in haar kracht, want Hij is Dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.

100 Let op, in de schoot van Maria was het Zaad. Maar toen het Zaad verlost was zei Het: "Ik ben gekomen om de wil te doen van Hem Die Mij gezonden heeft. Ik en Mijn Vader zijn Eén. Als Ik niet Zijn werken doe, geloof Mij dan niet." Daar was het Zaad. "Wie van u kan Mij beschuldigen van ongeloof? Wat de Bijbel beloofde dat Ik zou doen, dat deed Ik. God heeft dat door Mij bewezen!" zei Hij. "Wie kan Mij iets vertellen?" Zie? Maar het Zaad in Maria, het kaf, het was er dicht bij, maar het was het niet. Het was nog in de baarmoeder.

101 Merk op. En het Pinkstertijdperk... gedurende het Lutherse tijdperk en gedurende het Wesleyaanse tijdperk, het was hetzelfde gedurende dit Pinkstertijdperk. Nu let op, maar bij de opening van de zeven zegels, Openbaring 10, moet het volkomen Woord opnieuw door geboorte gemanifesteerd worden en door de Geest van God in volle kracht betuigd worden, zoals het was toen het hier op aarde was; het moet op dezelfde wijze gemanifesteerd worden, en hetzelfde doen als wat het deed toen het hier op aarde was. Amen! Hebreeën 13:8 zei dat Jezus Christus Dezelfde is gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. In Lukas 17:30 zei Jezus: "In de laatste dagen, zoals het in de dagen van Sodom was, zo zal het ook zijn wanneer de Zoon des mensen Zichzelf opnieuw zal openbaren."

102 De wereld is in een Sodom-toestand, en de kerk is mee Sodom ingegaan zoals Lot en zijn vrouw. En ik zeg dat er een uitverkoren gemeente is, ergens in deze wereld, die eruit getrokken is en buiten deze dingen is geplaatst. En de manifestatie van God heeft haar aandacht getrokken. We zijn in de laatste dagen.

103 Het kaf heeft haar kracht doorgegeven aan het zaad; het is eruit gegaan. Het was een goed kaf, maar het heeft haar tijd gediend.

104 Ziet u, het is de Woord-bruid van de Woord-Bruidegom. Het natuurlijke zaad van Abraham, Izaäk en Jakob en – of liever, het natuurlijke zaad Ismaël, het natuurlijke zaad Izak, enzovoort, moesten de grond ingaan om deze andere eruit te laten komen, om Jezus eruit te laten komen. En zo ook al deze anderen. Het zaad moet verdrogen – ik bedoel, het kaf moet verdrogen en het stuifmeel moet verdrogen en alles sterft, zodat het zaad zich kan voortbrengen.

105 Op die wijze is het in ieder tijdperk geweest. Denominaties zijn de dragers geweest van een gedeelte ervan. Een deel ervan is het Woord, want het werd verborgen voor de wijze hervormers of voor hen verzegeld tot het tijdperk van de arenden aangebroken was. De Bijbel zei het zo. Ja, meneer! Want dat wordt ons beloofd in Maleachi 4. Precies. "Hij heeft het verborgen voor de ogen van de wijzen en verstandigen!"

106 Nu we pas het boek Openbaring hebben doorgenomen vinden we uit dat alle drie deze boodschappers, van die beesten die uitgingen, elk paste precies bij Luther. Elk bracht precies de ander voort, namelijk de os en de verschillende dieren uit de Bijbel. Het ging voort van rechtvaardiging, heiliging, zelfs tot Pinksteren; maar het vierde was een arend. Dat is waar, en door dat tijdperk wekte God het op. Dus het moest door dat tijdperk komen om juist te zijn. Ja zeker, de vervulling van de arend-belofte van Maleachi 4.

107 Jezus was niet van Maria, maar kwam door Maria, zoals het leven door het kaf.

108 Nu, velen van u, fijne katholieke broeders of zusters hier vanavond, denken misschien dat Maria de moeder van God was, zoals jullie zeggen dat zij was. Hoe kon zij de moeder van God zijn, terwijl God begin noch einde had? Zie? Wie was dan de Vader van God als zij de moeder was? Zie? Hij was haar Schepper, en zij was niet Zijn schepper. Hij schiep Zichzelf in de schoot van Maria, niet haar eigen schepping. Het was... Hij schiep Zichzelf. Hij was niet van haar, maar zij was van Hem. Dat is juist! De Bijbel leert ons dat alle dingen door Hem gemaakt werden. Zie? En er is niets gemaakt dan wat door Hem gemaakt is. Dus hoe kon Hij...? Hoe zou Hij een moeder hebben, terwijl Hij God Zelf was?

109 Nu, we zien hier de ware openbaring van het ware type. Drie vrouwen waren dragers van het natuurlijke zaad totdat het tot rijpheid kwam in Jezus. Hoe Ismaël het niet zijn kon, omdat hij in feite, zoals wij er vandaag over denken, buitenechtelijk geboren werd, omdat hij de zoon was van een dienstmaagd. Toen kwam één die wat meer op Hem leek, op Jezus, namelijk Izaäk. Maar het was het nog steeds niet, want hij werd geboren uit sex tussen Sara en Abraham. Maar toen kwam Maria, die door de maagdelijke geboorte Jezus Christus voortbracht. Dat is juist! God, het Woord vleesgemaakt.

110 Nu kijk, er waren drie vrouwen. Er worden hier drie vrouwen getypeerd, kerken (de vrouwen typeren altijd kerken), dat betekent drie denominatietijdperken, dragers, die ook moesten sterven en verdrogen, net als het kaf enzovoort, om ruimte te geven aan het zaad. Het zaad kan niet goed worden, niet rijp worden, liever, totdat het kaf, de stengel en de bladeren allemaal verdroogd zijn. Dat is waar. Het zuigt al het leven dat ze in zich hebben eruit. Amen! Alles wat het was, is dát plus.

111 Het kan het niet doen. Het is nu zaadtijd of bruidtijd. De kafjes zijn dood. De kafjes zijn opgedroogd. De tijd van het maagdelijke Woord, niet aangeraakt... Het is een maagd. Bedenk, een tijd van een maagdelijk Woord. Als u het in de handen zou leggen van een denominatie zou het zeker niet maagdelijk zijn. Het zal door mensen bewerkt zijn tegen de tijd dat u erbij komt. Maar Gods gemeente is niet aangeraakt door denominatie (halleluja!); het is een maagdelijk geboren Woord van God, gemanifesteerd, Jezus Christus, Dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. Halleluja! Wat wonderbaar! Ik houd ervan. Ik geloof het. Ik weet dat het de Waarheid is. Het zal niet worden aangeraakt. Er zal niets van denominatie of menselijke bewerking zijn in de maagdelijke geboorte van de bruid. Beslist niet! Haar is door God opgedragen om uit dat soort dingen te komen. "Raak hun onreinheden niet aan om gieren te worden."

112 Dat doet me aan iets denken. Toen ik onlangs van Phoenix kwam, op weg naar Tucson, uit de samenkomst, toen bepaalde de Geest van God mijn aandacht bij iets. Terwijl mijn vrouw en ik onderweg aan het praten waren en de kinderen achterin de auto sliepen, want het werd laat, werd mijn aandacht getrokken door een havik. En ik lette een beetje op die havik en bestudeerde hem. Hij is een goed type van de gemeente van vandaag.

113 Nu, de havik, zoals we allen weten, heeft zijn identificatie van zijn oorspronkelijke schepping verloren. Dat is precies juist. Eens was hij een gelijke van een arend, zijn grotere broer. Een havik. Maar nu vliegt hij niet meer in de lucht om op zijn hemels manna te jagen, maar hij is week geworden. Hij vliegt niet meer in de lucht; hij hipt op de grond als een gier, zit op een telefoonpaal, en hipt rond, jagend op dode konijnen. De havik was er niet voor gemaakt om dat te doen. Nee, hij was gemaakt om de gelijke van een arend te zijn. Nu, het is precies zo met de gemeente. Zij was gemaakt als gelijke van de arend. Zij behoorde plaats te nemen in de hemelse gewesten. Maar in plaats daarvan is zij week geworden. Zij vliegt niet meer het onbekende tegemoet, de blauwe hemel in. Nee meneer! Zij is afhankelijk van haar moderne wijze van aanneming, van opleiding en theologie, in een of andere door mensen gemaakte denominatie, zoekend naar een paar dode, half vergane konijnen die een ander al had (zo is het!)... hippend over de grond. Ziet u? Dat is juist! Een havik. Zie, dat heeft het te zeggen. De arend is helemaal niets veranderd. Hij blijft een arend.

114 Hij verheft zich niet meer in de lucht, om zijn verse manna daar te vangen, dat doet een havik niet meer, maar hij is afhankelijk van iets wat hij kan vinden dat al dood is. Een havik zal amper... zeggen dat hij verondersteld wordt om op de grond te komen. Maar let op een oude havik vandaag. Ga de weg af, en u ziet de telefoondraden vol met haviken zitten, uitkijkend of zij iets kunnen vinden dat gedood is, een of ander verrot iets. Hij moet wel, want hij heeft niet voldoende vleugels om te vliegen. Hij is... Het eerste wat u weet is dat hij gewoonlijk op de grond zal zitten, aardgebonden, omdat hij week is geworden. Hij gebruikt zijn kracht niet meer die God hem gegeven heeft.

115 Het was zijn specifieke identificatie om de lucht in te zweven en vandaar neer te zien naar beneden. Maar nu gaat hij naar beneden en kan zelfs niet meer naar boven kijken. Hij heeft zijn gedachten op dode konijnen gezet, om er achter te komen wat hij kan vinden op de weg, een stinkdier, buidelrat, of iets wat iemand doodgereden heeft. Hij is geen arend, maar hij lijkt er iets op. Net als de gemeente die afhangt van haar voedsel van opleiding enzovoort, een dood menu dat al jaren geleden dood is gegaan, door Luther, Wesley en de Pinkstermensen, en at wat heengegaan was. Ze ziet terug op een of andere door mensen gemaakte geloofsbelijdenis, in plaats van omhoog te vliegen in de hemelse gewesten van het Woord waar alle dingen mogelijk zijn voor hen die geloven.

116 Hij heeft de gewoonten van een buizerd aangenomen. Die dode dingen waren achtergebleven voor de gieren, de wereld. Opleidingen enzovoort en dergelijke waren voor de wereld achtergebleven, niet voor de gemeente. Hij is zo week dat hij niet... Hij is niet meer krachtig. Hij kan niet omhoog komen naar die ruige hemelse plaatsen waar alle dingen mogelijk zijn voor hen die geloven. Hij zit achterover en zegt: "Wel, Doctor Zus-en-zo zei dit... Mijn denominatie gelooft het niet op die manier." O, u verdorven havik, bang om uit te breken op de beloften van God.

117 U zegt: "Wel, de dagen van wonderen zijn voorbij." U bent week. Bent u bang om uw vleugels te gebruiken en weg te vliegen, en bent u te week geworden voor een gebedssamenkomst? Bent u tot een plaats gekomen dat u bang bent om langer dan tien minuten bij het altaar te blijven? Terwijl u rondhipt als een gier, en de dode kadavers van de grond eet. Ja meneer!

118 Hij is te week om de ruige afgelegen plaatsen nog te nemen. Hipt als een gier, en eet gierenvoedsel (dat is het! Dat is juist!), totdat hij eruit begint te zien als een gier. Hij handelt als een gier. Hij heeft niets meer weg van een havik. Hij lijkt meer op een gier dan op een havik. Een havik behoort te zweven, niet op een telefoonpaal te zitten en uit te kijken naar een dood konijn, en dan daar naar beneden te gaan en de weg op en neer te wippen als een gier. Ziet u?

119 Dat is net zo ongeveer de manier zoals de kerk het vandaag heeft. "Wat heeft het voor zin om daarheen omhoog te gaan en rond te zweven, terwijl ik hier konijnen kan krijgen?" Maar ze zijn dood; ze zijn verrot; ze zijn bedorven. Eens waren ze goed. Dat was ook de leer van de Lutheranen, Wesleyanen en de Pinkstermensen. Waarom eet u als een gier? Er viel iedere nacht nieuw manna uit de hemel voor de kinderen van Israël toen ze op reis waren. Alles wat overbleef bedierf. Wij plachten op het platteland te zeggen, 'er zitten kronkelstaartjes in'. Er zitten vandaag teveel van die kronkelstaartjes in onze ervaringen. Onze godsdienst hangt af van wat iemand anders zei, wat iemand anders zei, en "De belofte is voor een ander tijdperk."

120 Niet lang geleden kwam er een man naar me toe; een Baptistenprediker, die bij mij thuiskwam, die zei: "Weet u," zei hij, "ik wil u gewoon ergens in corrigeren."

     Ik zei: "Waarin?"

     Hij zei: "U probeert een apostolische leer te onderwijzen in dit tijdperk. Het apostolische tijdperk is opgehouden."

121 Ik zei: "Wanneer?" Zie? "Ik zal u zeggen wanneer het begon, en zegt ú mij wanneer het ophield." Ik zei: "Gelooft u het Woord?"

     Hij zei: "Ja."

122 Ik zei: "Goed. Nu, gelooft u dat toen op de pinksterdag het apostolische tijdperk begon?"

     Hij zei: "Ja."

123 Ik zei: "Toen sprak de spreker, de apostel Petrus, deze woorden... En bedenk, Jezus zei: 'Al wie één woord hiervan zal afdoen of er één woord aan toe zal voegen, zijn deel zal uit het boek des levens worden genomen.' Dat is een prediker of iemand die zijn naam in het boek heeft staan." Ik zei: "Petrus zei: 'Bekeert u en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus voor de vergeving van zonde; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen; want de belofte is aan u, en aan uw kinderen, en aan hen die verre zijn, zovelen als de Here, onze God zal roepen.' Wanneer hield dat dan op? Het is er altijd deel van geweest." Het is een stel haviken die buizerds bleken te zijn en die rondhippen bij een of ander dood karkas dat in een ander tijdperk voor hen gedood werd (zo is het), niet het verse manna meer uit de hemel.

124 Zij willen het niet. Zij hebben geen... Zij kunnen geen gebedssamenkomst houden. Het zijn geen arenden van oorsprong, week, niet stoer, hippen alleen maar rond. Zo is onze moderne denominatie afhankelijk van opleiding in een of andere door mensen gemaakte theologie om al deze dingen weg te verklaren. En zij accepteren dat. Zij willen het Woord niet aannemen dat zegt dat Jezus Christus Dezelfde is gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. Men wil Maleachi 4 niet aannemen. En hij wil ook al die andere beloften niet nemen die op deze dag betrekking hebben, waar staat hoe het gemeentetijdperk – hoe de profeet sprak: "Het zal licht zijn in de avondtijd." Zij nemen dit niet; zij willen rondhippen bij iets wat een Pinksterorganisatie zo'n honderd jaar geleden gedood heeft, zich voedend met halfvergaan manna. Dat is juist! Het is niet goed!

125 Let op, de kerk is zo vleselijk, voedt zichzelf met werelds aas, dode dingen van de wereld, net als de gier het doet. Kerkelijke politiek, ze laten de Heilige Geest geen man zenden naar een kerk; zij moeten een politicus hebben en bezien of de denominaties hem zullen ontvangen of niet. Dat is juist. Ze zijn als de wereld. Zij kleden zich als de wereld. Zij zien er uit als de wereld. Zij handelen als de wereld. Zij zijn gieren als de wereld. Zij zijn lui, week, compromis-sluiters. Dat is alles wat er van te zeggen valt. Heeft u ooit een arend een compromis zien sluiten? Zeker niet! Er is geen compromis-sluiten in hem. Ook een ware Christen doet dat niet. Hij is niet week. Hij zal jagen tot hij het vindt. Amen! Jazeker! Hij zal zijn vlees vinden. Hij wil vers manna. Hij zal daar naar beneden gaan en graven totdat hij het vindt. Hij zal hoger en hoger vliegen. Als er niets in deze vallei is, zal hij wat verder omhoog gaan. Hoe hoger u gaat, hoe meer u kunt zien. Dus het is tijd voor de arenden van deze dag om hoger te gaan vliegen, te graven in Gods beloften, en niet te leven op gierenvoedsel dat jaren geleden gedood is. Ga daaruit weg.

126 Politiek, in-stemmen en uit-stemmen, dit, dat, of wat anders zeggen. En de Heilige Geest heeft geen recht van gaan meer in de kerk, niets. Geen gebedssamenkomsten meer, geen worstelen meer met God om Zijn Woord te vervullen. Niet meer het geloof dat het Woord nog steeds hetzelfde is gisteren, vandaag, en tot in eeuwigheid. Ze worden meer en meer als gieren, krijgen een denominatie, zetten hun namen in het boek, worden lui en week, en zitten daar begerig te kijken naar een of ander soort kadaver. En worden dan verondersteld op zijn minst haviken te zijn, een soortgelijke broer van de arend, de profeet die het ware Woord bracht en het manifesteerde.

127 Ze vertrouwen op halfvergane, menselijke theologie. Waar haalt hij het vandaan? Van een of ander mensengemaakt zondagsschool programmablad, dat een of andere opleider voor hem gedood heeft ergens in een seminarie, dat hem vertelt dat "de dagen van wonderen voorbij zijn; dat er niet zoiets bestaat als de doop van de Heilige Geest, dat is allemaal onzin." Wilt u mij vertellen dat een arend dat zou eten? Hij zou dat niet kunnen. Nee meneer! Evenmin zal een Christen van dat dode kadaver eten van oude denominatie-leerstellingen en dergelijke. Zij willen het Woord van God, vers, de belofte van het uur.

128 God beloofde konijnen in de dagen van Luther. Hij beloofde andere dingen in de dagen van anderen. Maar nu heeft hij ons een vol, eerlijk maal beloofd, het volle zeven gangen menu, want alle zeven zegels zijn geopend en alles is gereed voor het Woord van God, voor diegenen die het kunnen ontvangen!

129 Haviken, rondhippend als buizerds. Oh, my! Denk er aan hoe kritiek het uur is. Zoals de havik al lang zijn identificatie als havik heeft verloren, zo heeft ook de kerk al lang haar identificatie verloren als een mindere vogelbroer van de arend, de profeten van God. Eens een drager van een waar woord, rechtvaardiging; toen werd het een drager van heiliging; toen werd het een drager van de doop van de Heilige Geest, herstel van de gaven. Maar dan als Hij doorgaat en men terug probeert te gaan om iets te eten, manna van een andere dag, is het bedorven. Het is niet goed. Een werkelijke arend van deze dag weet dat het in orde was, maar we hebben meer dan dat gekregen: dat Jezus Christus openbaar gemaakt is in de volheid van Zijn kracht, zoals Hij beloofde dat het in de laatste dagen zou zijn.

130 Ze is nu een droog kafje. Het is voorbij. De Geest van God is door haar heengegaan. Het is waar. En ze zal geen erfgenaam zijn met het betuigde zaad-Woord. Dat zal ze zeker niet zijn. Ze zal niet in de opname zijn. Ze zal een gemeentelid zijn, mag opkomen in de tweede opstanding, en zal worden geoordeeld naar wat ze gehoord heeft. Als u hier vanavond bent en slechts een gemeentelid bent, wat zal uw oordeel dan gaan zijn als wij daar allen moeten staan en getuigen dat u de Waarheid gehoord hebt? Ziet u? Ze vliegt niet meer de hoogte in, naar het onbekende, naar het bovennatuurlijke waar de krachten en hoogten, en de beloften van Gods eeuwige Woord alle dingen mogelijk hebben gemaakt voor hen die geloven. Zij zou dat niet geloven. Ze zei... Ze valt regelrecht terug op de telefoondraad en zegt: "Mijn denominatie zegt dat de konijnen in orde zijn." Hoewel er maden inzitten, maar toch zijn ze in orde. Ziet u? Daar vertrouwt zij op.

131 Pinksteren zit nu net als haar denominatie-zuster, de gier, in grote raadszetels van de goddelozen (zeker!) luisterend naar haar wereldse politieke hoofd, die haar gierenvoedsel te eten geeft, bestaande uit dode konijnen van iets wat vijftig jaar geleden is gebeurd. Dat is de toestand van de Pinkstergemeente. Oh, my!

132 Net zoals Sara probeerde de belofte van het bovennatuurlijke voort te brengen door de zelfgekozen Hagar, zo heeft de kerk geprobeerd een opwekking voort te brengen, onze grote evangelisten, over de landen vandaag: "Een opwekking in onze tijd, een opwekking in onze tijd. U Methodisten, Baptisten, Pinkstermensen, komt allen tezamen." Hoe kunt u een opwekking hebben van vers manna op een oude, dode gier? Hoe kunt u dat hebben? "Opwekking in onze tijd." De opwekking zal zo klein zijn, dat ze nooit zullen weten dat het gebeurde.

133 Pinkstermensen zeiden: "O, er gaat iets groots gebeuren." Het gebeurt, en ze weten het niet. Ziet u, dat is het. Zie? Ja meneer! "Want waar het karkas is daar zullen de arenden vergaderd worden." Zo zeker als de wereld. Zie? Dat staat er. Wat is het karkas? Het Woord. Hij is het Woord, het karkas, Christus, Christus in u, Dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.

134 Hoe waar is het, Sara die alle beloften vervuld probeerde te krijgen (ziet u?), in een grote... zoals de kerk vandaag, "een grote opwekking in onze tijd". Door wat? Door een verdraaide belofte. Hoe zult u het gaan doen als God nooit een organisatie gezegend heeft? Hij heeft nooit een organisatie gebruikt. Als er een boodschap uitging en zij organiseerden het, dan stierf het op hetzelfde moment. Ik daag iedere geschiedkundige uit om mij te tonen waar het ooit weer opstond. Het stierf daar en bleef daar. God bewoog Zich gewoon rechtstreeks uit die drager naar een andere, rechtstreeks uit de Lutheranen naar de Methodisten, van de Methodisten naar de Pinkstermensen.

135 Nu, Hij bewoog Zich rechtstreeks uit de Pinksterbeweging in het Zaad, omdat het het Zaad moet worden. U kunt de natuur niet verslaan. Er is niets anders dat er kan komen dan het Zaad. Dus het Zaad zal Zichzelf voortbrengen, Hij is Dezelfde gisteren, heden en tot in alle eeuwigheid, dezelfde Vuurkolom, dezelfde tekenen tonend, dezelfde kracht, dezelfde God, dezelfde wonderen, dezelfde dingen. Hij betuigde het Woord en de Bijbel helemaal precies, Hij is Dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. Hij leidt vanavond. God helpe ons om het te zien en het te geloven. Zeker!

136 Kijk Sara, de kerk, liet de keus vallen op Hagar. Het werkte niet, nietwaar? Nee! Haar met zorg uitgekozen groep zal ook vandaag niet werken, Doctoren, en theologen en wijsgeren kunnen het niet doen. Alle dragers falen. Luther faalde erin, net als Hagar. Wat deed Hagar? Hagar gaf haar zoon aan de boezem van een andere vrouw (klopt dat?) om haar kind op te voeden. Dat deed Hagar, ze gaf haar zoon, haar enige zoon, aan de boezem van een andere vrouw, niet zijn moeder, om hem op te voeden. Dat is hetzelfde als wat Luther deed, toen hij zijn zoon, rechtvaardiging, overgaf aan een denominatie om er mee te knoeien (dat is het precies!) om hem groot te brengen.

137 Wesley faalde op dezelfde wijze als Sara, door de bovennatuurlijke geboorte, de doop van de Heilige Geest, te betwijfelen, zoals Sara deed bij de eikeboom. Toen Wesley bekend werd gemaakt met het bovennatuurlijke... Toen het Pinkstertijdperk opkwam en Wesley bekend werd gemaakt met het spreken in tongen en dit alles, lachten zij en maakten er plezier om. U allen, Church of Christ (zo genaamd), en u Baptisten en Presbyterianen, ieder van u haalde uw neus er voor op en liep er bij vandaan. Dat is juist! Wat heb je gedaan, Wesley? Je verkocht je kind aan een organisatie, en het stierf en ging verloren. Zo is het precies.

138 Maar het Woord, het ware Woord ging rechtdoor. Het bleef niet in die organisatie. Het ging regelrecht door naar Pinksteren en nam wat meer met zich mee. Het was een rijpere zoon, zoals het zaad dat in de schoot viel. En na een tijdje begon het met de ruggegraat, toen kreeg het longen, kreeg hoofd en voeten, en na enige tijd kwam het tot de plaats dat het werd geboren. Dat is juist! Dus zo is ook de gemeente gerijpt, op dezelfde wijze.

139 Wesley twijfelde precies zoals Sara bij de boom. Ze zei... Toen de Engel des Heren, een Man, gekleed als een... of, een Engel, het was God Zelf, Elohim, gekleed als een Man Die daar stond met stof op Zijn kleren, en zei dat Hij de belofte had gegeven, nadat Sara negentig jaar oud was en Abraham honderd. En Sara lachte ingehouden en zei: "Hoe zou dat kunnen terwijl Abraham en ik al – wel, we zijn geen jonge mensen meer – misschien wel twintig jaar geen gezinsrelatie meer hebben gehad." Zij was bijna honderd jaar oud. Zij zei: "Zal ik plezier hebben met mijn heer, terwijl ik oud ben en hij ook? Zijn levensstroom is dood, en mijn schoot is opgedroogd. Mijn borst is weg; de melkklieren zijn weg. Hoe zou ik het kunnen krijgen?"

140 God zei: "Ik heb het beloofd. Hij zal hoe dan ook komen."

141 Zo ook Wesley. "Hoe kunnen wij accepteren dat ze in tongen spreken, en Goddelijke genezing, en dat gedoe. Het is niet voor ons in deze dag."

142 God zei: "Ik heb beloofd dat Ik in de laatste dagen van Mijn Geest zou uitgieten over alle vlees." Hij beloofde het te doen, en Hij ging door en deed het hoe dan ook. En de Wesleyaanse kerk met al haar kleine stuifmeel-zusjes de Baptisten, Presbyterianen, Church of Christ, Nazareners, Pilgrim Holiness, Verenigde Broederschap en de rest stierven gelijk met haar, en de gemeente bewoog verder. Nu, wat deed Pinksteren? Organiseerden het net als het kaf. Ze deden hetzelfde. Ze organiseerden zich samen en schikten zich als het kaf. Dat is juist!

143 Pinksteren was als Maria... [Leeg gedeelte op de band – Vert] Pinksterfeest, kijk wat Maria deed. Wat deed Maria verkeerd? Eens op een Pinksterfeest kwam ze tegenover een stel hoogwaardigheidsbekleders te staan, priesters, toen ze haar Zoon nergens kon vinden. En ze ging drie dagreizen terug. Ze had Hem net als de hedendaagse kerk achtergelaten, ongeveer driemaal vijf of vijfentwintig – de kerk heeft Hem ongeveer vijftig of vijfenzeventig jaar geleden achtergelaten.

144 Ze lieten Hem achter op het Pinksterfeest. Maria ging terug met Jozef en ze zochten drie dagen naar Hem. Ze was naar Hem aan het zoeken geweest en kon Hem niet vinden. Ze vond Hem. Wat ontdekte ze? Ze vond Hem in de tempel terwijl Hij het Woord van God besprak met de priesters. En recht voor die priesters, die waardige mannen, liet Maria het gordijn vallen. Zij deed precies datgene wat ze niet had moeten doen. Haar God noemen – de moeder van God? Een moeder zou meer wijsheid moeten hebben dan haar zoon. En zij zei: "Je vader en ik hebben Je met tranen gezocht, dag en nacht. Je vader en ik..." Er aanspraak op makend dat de geboorte niet bovennatuurlijk was, dat Jozef de vader van Jezus was. Ze ontkende de bovennatuurlijke geboorte. Pinksteren nam spreken in tongen. Zij ontkenden de geboorte van het Woord. Dat is precies wat zij deden. Zij nemen er zoveel van, maar willen niet de rest ervan nemen. Zij ontkenden de geboorte van het Woord net als Maria deed.

145 Maar kijk, er zullen hierna geen organisaties meer zijn. Kijk! Het Woord Zelf – hoewel twaalf jaar oud, nog maar een klein onbetekenend ding binnen in het kaf – Hij zei: "Weet u niet dat Ik in Mijns Vaders zaken moet zijn?" Het Woord corrigeerde de kerk daar precies.

146 "Waarom doe je al deze dingen? Je weet dat je dit niet kan doen. We zullen onze deuren sluiten. We zullen je niet meer binnenlaten."

147 "Want weet u niet dat Ik in Mijn Vaders zaken moet zijn?" Zie? Zeker, zeker, het ware bovennatuurlijke; bekoring.

148 Zij beweerde gewoon dat Hij de zoon van Jozef was, slechts een mens, of, wat Pinksteren deed, ze beweren gewoon dat Hij één van de drie... (oei, ik weet dat dat pijn doet), één van de drie was, maar Hij was alle drie in Eén. Maar de Pinkstermensen: "O ja, Hij is de Zoon van de Vader van de Heilige Geest..." Oh, my! Maar het werkelijke ware Woord spreekt ronduit: "Er zijn er geen drie; er is er Eén." [Leeg gedeelte op de band – Vert] Amen. Kent u het Woord van God niet? Maak er geen drie van, maar Eén.

149 Let op, er zal geen drager meer zijn, moederkerken, denominaties, na deze drager, het kaf, omdat er na het kaf geen... Er is dan niets meer over dan slechts het graan. Is dat waar? Het moet het graan zijn. Het moet dezelfde soort zijn die de grond inging, Jezus Christus, Dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.

150 Een Geest komt op de bruid om dezelfde dingen te doen als die Hij deed. Ziet u, het is het zichzelf reproduceren van het graan.

151 Het Woord, hoewel jong, sprak voor Zichzelf! "En weet u niet dat Ik in Mijn Vaders zaken moet zijn?" Hm!

152 Daar is nu het geheim van de Boodschap. Precies, 's Vaders zaken. Wat zijn de zaken van de Vader? Zou u kunnen bedenken wat voor Hem Zijn Vaders zaken waren? Om te vervullen wat Jesaja zei: "Een maagd zal zwanger worden." Te vervullen wat Jesaja ook zei: "De lamme zal springen als een hert", en al deze dingen die plaats zouden vinden; zoals Mozes zei: "De Here uw God zal een profeet onder u verwekken zoals ik." 's Vaders zaken waren om dat Woord te vervullen. Wel, als dat door die stengels heen kwam van die natuurlijke vrouwen, hoe staat het dan met deze stengels van deze geestelijke kerkvrouwen? Kerken betekent vrouwen – vrouwen betekent kerken, liever gezegd. Is dat juist? Dan, wat is het nu? "Wij moeten zijn in de zaken van de Vader!" zou het koren terugroepen, het graan. Ja meneer! Wat moet het doen? Maleachi 4 betuigen; Lukas 17:30 betuigen; Hebreeën 13:8 betuigen; Johannes 14:12 betuigen; Zijn hele Woord betuigen: Hebreeën, ik bedoel Openbaring, het tiende hoofdstuk betuigen; de opening van de zeven zegels; en de geheimenissen van God tot het slangenzaad toe, en alles, het zou worden gemanifesteerd; huwelijk en echtscheiding en al deze andere geheimenissen, die verborgen zijn geweest onder de pilaren van al deze jaren voor de theologen enzovoort, maar nu is het het uur. Dat zijn de zaken van de Vader. Denkt u dat zij dat zouden ontvangen? Zij willen vereerd worden en zeggen: "Onze denominatie leert ons dat niet!" Maar de Bijbel wel! Dat is juist!

153 God betuigt dat het waar is. Zeker, het vervult dit tijdperk wanneer de zeven zegels... of, het bewijst gewoon dat de denominaties slechts dragers zijn geweest. Dat is een andere zaak van de Vader, om te bewijzen... En nu is het de zaak van de Vader om u te laten zien dat die denominaties niet van Hem zijn. Het zijn door mensen gemaakte systemen, die het Woord ontkennen. Dat is juist.

154 Merk het op. U zegt: "Wel, Maria de grote maagd?" Aan het kruis noemde Hij haar nooit "moeder"; Hij noemde haar "vrouw", draagster, niet moeder. Zeker, zij was de draagster van het Woord, maar zij was niet het Woord. Dat Woord was Hij. O ja!

155 Merk ook op, zij werd ook niet met Hem in de opstanding geïdentificeerd. Hij stierf en stond weer op, want Hij was het Woord. Zij was slechts een draagster. Zij stierf en is nog steeds in het graf. Dat is juist. Zij was slechts een draagster, niet Zijn moeder, niet God. Zij was slechts een draagster net zoals de kerken. Dat is juist! Het toont dat zij slechts een draagster was, niet het Woord.

156 Laten we sluiten met dit te zeggen. O, pinksterhaviken, rondhippend als gieren, deelnemend aan de wereld net als de anderen doen, met een schijn van godzaligheid, genoeg om zelfs de uitverkorenen te misleiden als het mogelijk zou zijn, maar de kracht ervan ontkennend, zoals de profeet hier zegt, een volmaakt voorbeeld van hoe Gods Woord zei dat het in de laatste dagen zou zijn: een Laodicéa-gemeentetijdperk, naakt, blind, ellendig, arm en jammerlijk en zij weten het niet, bewerend dat zij groot is en rijk, aan niets gebrek heeft, en zij weet niet dat zij van een havik, een gelijke broer van een profeet om het Woord van God recht te houden, veranderd is in een gier en haar mensen voedt met dode kerkelijke konijnen. Precies juist! Word wakker! O, hoe verwacht u geïdentificeerd te worden – of erfgenamen te zijn met de arenden, met dergelijke dingen in dit grote uur terwijl de opname op handen is.

157 O christen, o gelovige, als u een gedeeltelijke gelovige bent geweest, blijf de samenkomsten nog voor een poosje bijwonen alstublieft. Wij hebben hier iets waarvan ik geloof dat de Here wil dat u het weet. Het is laat; ik kan niet meer verder gaan. Ik moet sluiten, en het misschien morgenavond afmaken. Maar kijk, laten we onze hoofden voor een ogenblikje buigen.

158 Ik wil dat u niet let op de grammatica die ik gebruik, maar ik wil dat u voor een minuut ter harte neemt wat ik gezegd heb. Het is duidelijk genoeg voor u om het te begrijpen, daar ben ik zeker van, als het uw verlangen is. Als u hier vanavond bent en u heeft deze ervaring niet... Ik zeg niet... U zegt: "Ik heb gedanst in de Geest, overal rondgesprongen." Jawel, haviken doen hetzelfde. Evenals de kraaien en de gieren. Dat vraag ik niet. Waar eet u van? Waar haalt u uw dagelijks voedsel vandaan? Waar voedt u zich mee: met het Woord van God of een of ander oud kadaver dat vele jaren terug gebruikt is? Rust uw ervaring zelfs vanavond op iets wat u jaren geleden hebt opgepikt, of is het vanavond vers en nieuw, nieuw manna dat net uit de hemel is gevallen en waarmee u uw ziel voedt, terwijl u morgen uitziet naar iets goeds en beters? Als u zo niet bent, nu met uw hoofden gebogen en uw ogen gesloten, en uw harten gebogen, stel uzelf deze oprechte vraag – niet voor mij, maar voor God – wilt u dan uw hand opheffen als een getuigenis dat u dit zegt? "God, breng mijn ziel en mijn geest in goede staat, zodat ik mij alleen met het Woord van God kan voeden." Wilt u gewoon uw hand opheffen en zeggen... God zegene u! God zegene u!

159 Ik weet niet precies hoevelen hier binnen zijn, vanavond. Ik ben erg slecht in het beoordelen van menigten, maar ik zou zeggen dat op zijn minst een derde of meer hun handen hebben opgestoken, dat ze hun zielen in goede toestand willen hebben. Laten wij hen nu in gebed gedenken terwijl wij onze hoofden buigen.

160 Dierbare God, ik ben alleen verantwoordelijk voor het spreken van het Woord. En door deze kleine, eenvoudige gelijkenissen, kleine types, zien de mensen dat de één geen erfgenaam zal zijn met de ander. En wij weten dat er in de laatste dagen mensen zullen zijn die zullen worden opgenomen in de hemelen. Sommigen van hen zullen hier zijn, wanneer Jezus komt. En wij zien naar Zijn komst uit, zelfs vanavond.

161 Ik denk aan dertig, ongeveer dertig of drieëndertig jaar geleden dat ik hier neerknielde, misschien op dit tijdstip van de avond, rond half tien of tien uur, en bad voor een vader die verloren was... Vanavond Here, bid ik voor vele vaders, vele moeders, en broers en zusters. Zou U geen genade willen hebben, dierbare God? Het is nu voor mijn vader te laat om er iets aan te doen; hij is voorbij de grenzen van dit leven gegaan. En spoedig, Here, zullen wij allen die weg gaan. Ik moet ook die weg gaan. Iedere man en vrouw, jongen of meisje hier binnen moet die weg gaan. En wij zullen verantwoordelijk zijn voor wat wij met het Woord van God doen.

162 Hoe gering scheen die man te zijn in de ogen van David toen hij op hem spoog. Hoe weinig zullen deze mensen denken die op Jezus, het Woord, spugen, wanneer Hij weer terugkeert, en zij die Hem hebben doorstoken. Hoe gering zullen de mensen zich voelen die van hier weg konden lopen en ze zien zelfs een... zelfs niet alleen in bepaalde indrukwekkende Griekse woorden, maar in de gewone natuur die ons God de Schepper onderwijst – de dragers van het Woord kunnen zien, en het Woord Zelf zien, en het uur weten waarin we leven, dat het oogsttijd is. Dierbare God, laten wij het niet de rug toekeren vanwege een of andere dwaasheid van de wereld, maar laat ons vanavond Hem ontvangen met ons gehele hart.

163 En Here, schep in mij een goede geest, de Geest des levens, opdat ik al Uw woorden mag geloven en Jezus het Woord mag accepteren, Dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid, en vandaag het deel dat ons tijdperk is toebedeeld mag geloven. Sta het toe, Here. Ik vraag het in Jezus' Naam.

164 En nu ga ik ieder van u een vraag stellen terwijl u hier bent en werkelijk oprecht hierover nadenkt... We hebben geen kerk voor u om u bij te voegen. We hebben daarginds een basin om in gedoopt te worden: "Zovelen als er geloofden werden gedoopt." Als u nog nooit gedoopt bent in de Christelijke doop... Dat betekent niet besprenkelen of begieten; dat betekent door onderdompelen, niet in een titel van Vader, Zoon en Heilige Geest, maar in de Naam van Jezus Christus zoals de hele gemeente werd gedoopt tot de Katholieke kerk in het jaar 303 drie goden introduceerde en drie doopformules in de titels van een drieëenheid. Als u dat nog niet bent, morgenochtend om tien uur wacht er daar doopkleding en zo op u.

165 Zou u niet komen en u bij Jezus voegen? Niet bij ons; wij hebben zelfs geen kerk hier om voor u te zorgen. Ga naar iedere kerk die u wilt, waar u ook maar vandaan komt, maar alstublieft, geloof dit Woord. Gelooft u het? Zeg dan: "Amen." [Samenkomst antwoordt: "Amen!" – Vert] God zegene u! Moge u...

166 Als er iets is waarmee wij u kunnen helpen, zijn wij hier om het te doen.

167 Nu, ik weet dat er hier zieken zijn. Onze tijd voor vanavond is voorbij voor een gebedsrij. Misschien zullen we het toch hebben. Ik wil dat ieder van u iets voor mij doet. U zit dicht bij iemand, leg die persoon de handen op. En ongetwijfeld legt u uw hand op een arend, misschien een arend die ergens wat gierenvoedsel heeft gegeten en er ziek van is geworden. Zij willen het niet meer. Zij willen eruit komen. Zij zijn het beu geworden. Ze zitten hier vanavond en zien wat arenden werkelijk kunnen eten, het Woord, en die een levende Christus onder hen hebben, Die toont dat Hij levend is, Dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. Zij willen geen erfgenamen zijn met het kaf; die zijn er om verbrand te worden. Alle strootjes en zo moeten verbrand worden. De oogstmachine komt eraan om de tarwe eruit te slaan. U wilt tarwe zijn.

168 Sommigen van hen zijn ziek, sommigen van hen zijn lichamelijk ziek, ik wil dat u bidt, arend, bidt voor uw broeder- en zusterarend daar terwijl ik hier voor u bid. Moge de Geest van God op u komen.

169 Bedenk, ik geef u het voedsel van de arend, de belofte van God. Hij noemt Zijn profeten arenden. Hij noemt Zichzelf een Arend; Hij is Jehova-arend. En terwijl u uw handen op elkaar hebt gelegd, bid voor hen.

170 Onze hemelse Vader, Uw Woord zei, dat de laatste opdracht die U Uw gemeente gaf, was: "Ga heen in de gehele wereld en predik het Evangelie – de algemene opdrachten – hij die gelooft en gedoopt is zal behouden worden; hij die niet gelooft zal veroordeeld worden. Deze tekenen zullen hen volgen die geloven: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; zij zullen spreken met nieuwe tongen; als zij iets dodelijks zouden drinken, zou het hun geen kwaad doen; als zij slangen opnemen, zullen die hen niet deren; en als zij hun handen leggen op de zieken zullen zij gezond worden." O Jehova Arend, voed Uw kleintjes vanavond met dat Woord, Here. Zij zijn behoeftig. Dat is het dieet dat zij nodig hebben. Dat hebben zij nodig, te weten wat het voedsel is, wat ZO SPREEKT DE HERE is.

171 U hebt beloofd dat als zij elkaar de handen op zouden leggen zij gezond zouden worden. O, Here God, neem alle twijfel en gieren-ideeën nu van ons weg. En we voeden ons in alle ernst met het arendvoedsel van het Woord van God.

172 Laat elke onreine geest die in deze mensen is, elke geest van twijfel, elke geest van vrees, elke denominatieband, elke gewoonte, alle kwaal, alle ziekte die onder de mensen is, verdwijnen; moge het in de Naam van Jezus Christus uitgaan van deze groep mensen. En mogen zij vrij zijn van dit uur af, zodat zij het arendvoedsel kunnen eten waarvan wij geloven dat Gij het ons gedurende deze week zult zenden, Here, terwijl Gij die zegels openbreekt en ons die geheimenissen toont die sinds de grondlegging der wereld verborgen zijn geweest, naar Uw belofte. Zij zijn de Uwen, Vader. In de Naam van Jezus Christus. Amen.

173 Ieder die gelooft en aanvaardt, sta op en zeg: "Ik geloof; ik aanvaard dat; wat God mij beloofd heeft ontvang ik." De Here zegene u. Dat is wonderbaar. Iedereen staat. Dat is goed! Een akkoord, "I Love Him" ["Ik heb Hem lief"]. Laten we dit koor dan voor Hem zingen: "Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief, omdat Hij mij eerst heeft liefgehad." Allemaal samen nu.

Ik heb Hem lief,...

     (Als dat zo is, laten we dan onze handen opheffen) ... ik heb Hem lief,

Omdat Hij mij eerst heeft liefgehad
En mijn redding heeft gekocht
Op het kruishout van Golgotha.

174 O, is Hij niet wonderbaar? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Laten wij elkaar de hand schudden. Broeder arend, draai u gewoon om, zuster, schud handen terwijl we het zingen.

Ik heb Hem lief,...

     Broeder, arend! Broeder, arend! Broeder, arend, die het Woord predikt! Charlie, hoe gaat het met je? God zegene u, broeder. Blij u te zien! God zegene u, broeder. God zegene u, broeder, arend. God zegene u.

Op het kruishout van Golgotha.

     Laten wij opnieuw onze handen naar Hem opheffen.

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst heeft liefgehad (en Hij maakt ons arenden!)
En mijn redding heeft gekocht
Op het kruishout van Golgotha.

175 Hoe zult u weten, hoe zal de wereld weten, dat u Jezus liefhebt? Wanneer wij elkaar liefhebben. Dat is hoe de wereld... Ziet u, God ziet uw geloof; de wereld ziet uw daden. Hebt elkander nu lief; wees vriendelijk voor elkaar. Spreek met elkaar. Wees geduldig met elkaar. En alle verdere aanwijzingen die wij kunnen geven, de doop, het zoeken naar de Heilige Geest... Wij hebben hier geen ruimten om dat in te doen, dat begrijpt u. De altaaroproep, als God u overtuigd heeft dat dit waar is, dat Jezus Christus Dezelfde is gisteren, heden en tot in eeuwigheid, en u zich bij Hem wilt voegen, ga en word morgen in Zijn Naam gedoopt. Er zullen daar mannen zijn om u aanwijzingen te geven. Wij zullen alles doen wat wij kunnen om u te helpen.

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat...

     U aan de telefoons nu, Tucson, ginds in Californië, daar ver weg in het oosten, heft uw handen op, daar helemaal in...?... Prijst Hem!

... mijn redding heeft gekocht
Op het kruishout van Golgotha.

     Wie gaat afsluiten? [Broeder Branham spreekt met iemand op het podium – Vert]

     Nu, tot morgenavond, ik geef u broeder Neville, onze herder.