Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Verandert God ooit Zijn gedachten over Zijn Woord?

Door William Marrion Branham

     Laten wij ons hoofd buigen.

1 Dierbare Here Jezus, wij zijn weer in Uw Naam vergaderd met een grote verwachting van een uitstorting van de levendmakende kracht van God, om ons tot de herkenning van onze positie en plaats en verantwoordelijkheden te brengen, daar wij een uitgeroepen volk zijn, afgescheiden van de wereld, toegewijd aan God. Sta toe, Here, dat vanavond de zegeningen van God ons zullen begeleiden en leid ons in de dingen die wij doen en zeggen, opdat aan Uw Naam eer en heerlijkheid wordt gebracht. Amen.

2 Ik ben blij vanavond weer in de gemeente te zijn, en bij u dierbare mensen. En ik weet dat het warm is, maar ik belde zojuist mijn vrouw op; ik geloof dat het daar meer dan 32 graden is, 35 graden of 36 graden of zoiets, en dat is heel wat warmer dan hier. Daarom raak ik nu gewend aan dat warme weer. Maar ik ben zo blij om hier in deze wonderbare Paastijd in de tabernakel te zijn.

3 Ik kan niet zeggen dat ik mijn verontschuldiging aanbied voor die lange, lange boodschap van deze morgen, maar ik wilde uw geduld niet uitputten en er dan vanavond weer op terugkomen. Ik wilde u die boodschap echter brengen, dat u deel uitmaakt van deze opstanding. Ziet u? Tob er dus niet meer over, maar verblijd u erover. Er is nergens ook maar iets dat u ervan kan scheiden, niets; voor eeuwig verzekerd in het Koninkrijk van God. Als God Zijn zegel op u gestempeld heeft, dan bent u verzegeld tot het einde van uw bestemming.

4 Als de regering een zegel op een pakket plaatst, als de spoorwegmaatschappij een zegel aan een deur bevestigt, kan er aan die wagon niet geknoeid worden, totdat hij zijn bestemming bereikt heeft. Als God Zijn zegel op een mens plaatst (en het zegel is de Heilige Geest), als Hij een mens zo verzegelt, dan is hij vertrokken naar zijn eeuwige bestemming. En nooit kan hij ooit meer terug, want bedenk, Efeze 4:30 luidt: "Bedroef de Heilige Geest Gods niet, waarmee u voor altijd verzegeld bent." Ziet u? U bent verzegeld voor altijd; u bent voor eeuwig verzegeld in het Koninkrijk van God door de Heilige Geest. Nu, denk daaraan! Dan bent u...

5 De duivel zal naar u slaan, en hij zal van alles tegen u zeggen en u beschuldigen en proberen u te laten geloven dat u het niet bent, maar luister niet naar hem.

6 U weet nu dat u bent overgegaan van dood in leven; u weet dat u de dingen die u eens liefhad, niet meer liefhebt. U weet dat u elk Woord van God geloofd hebt; u hebt God onder ons zien werken met de onfeilbare bewijzen dat Hij de grote IK BEN is. U hebt opgemerkt dat wat ooit in Zijn Naam gezegd is, dat nooit één ding in Zijn Naam geprofeteerd werd, of het gebeurde precies op de wijze dat het gezegd werd; zelfs de wetenschap, krant, film, camera's, schrijvers, ieder moest het erkennen. Ziet u? Ongeacht of zij willen of niet, God laat het hen in ieder geval toch doen (ziet u?) om het bekend te maken.

7 Nu, daar wij maar een kleine groep zijn... Bedenk, het is geen grote groep, waarvoor Hij komt. "Vrees niet, klein kuddeke; het is uws Vaders welbehagen..." Ziet u?

8 Ik wil een schokkend woord bij u achterlaten, juist voordat wij een inzegening van een prediker hebben. Dit is zeer schokkend, maar gewoon, opdat u het zou weten. Nu, ik zeg niet dat dit nauwkeurig is wat het aantal betreft, maar ik zou het graag bij u willen achterlaten.

9 Ik weet niet of er hier mensen zijn die ooit het kruisen van vee hebben gezien (waarin ik niet geloof), maar ik heb gezien hoe het gedaan werd. Ik heb gezien dat zij het sperma van een mannetje namen, net genoeg om met een stukje metaal, zoals een tandenstoker, aangestipt te kunnen worden, en dat zij het op een stuk marmer legden en die kijkers die ik weet niet hoeveel maal vergroten, er op richtten, totdat het sperma... U zou niets kunnen zien met het natuurlijke oog of een gewone kijker – maar wanneer het honderd of honderdvijftig maal vergroot wordt, kunt u in die ene kleine druppel sperma misschien vijftig tot honderd kleine kiemen zien rondspringen. Ook in het vrouwelijke komen evenveel eitjes... in het sperma. Nu, wanneer zij tezamen gebracht zijn... Nu, de eerste twee die elkaar ontmoeten en zich met elkaar verbinden...

10 Er is er maar één uit dat miljoen die gaat leven. Hebt u daar ooit aan gedacht? Het zijn allemaal dezelfde kiem en hetzelfde eitje, beide zijn precies gelijk, maar er gaat er maar één leven. En dit wordt niet bepaald door welke er het eerst bijkomt, want soms komen het eitje, dat helemaal achterin zit, bij de kiem die zich misschien midden in het sperma bevindt, en zij zwemmen door elkaar. Er is een intelligentie nodig om te weten of het een jongen of een meisje zal zijn, met rood of zwart haar of wat dan ook. Het is Gods uitverkiezing; het kan niets anders zijn. Uitverkiezing!

11 Zelfs bij de natuurlijke geboorte is er uitverkiezing, of het een jongen of meisje zal zijn, of wat het ook zal zijn. En als die kleine kiem zich in dat eitje beweegt, en de kleine staartjes eraf vallen, begint daar de ruggengraat van de baby, of wat er ook uit voortkomt; een dier, baby, of wat het ook is. En de rest van die miljoenen kiemen... een miljoen eitjes, een miljoen kiemen, en slechts één ervan leeft. Alle zijn hetzelfde, maar God kiest door uitverkiezing welke zal gaan leven, en de rest komt om. Eén uit een miljoen!

12 Toen Israël Egypte verliet, geloofden zij allen in de boodschap van één profeet. Zij zagen de tekenen van God door Mozes, ieder van hen zag ze. En ieder van hen kwam uit Egypte en wandelde door de Rode Zee en werd gedoopt in Mozes. Ieder zag de kracht van God hem aanraken, toen hij in de Geest zong en Mirjam op de tamboerijn sloeg en op en neer langs de kust liep. Ieder van hen at elke avond vers hemels manna vanuit de lucht. Ieder van hen dronk uit die geestelijke Rots die geslagen werd. En er waren twee miljoen mensen die Egypte verlieten. Hoeveel kwamen er in het beloofde land? Twee –één uit een miljoen. Waar zijn zij allen? Jezus zei dat zij omkwamen. "Uw vaders aten manna in de woestijn gedurende dertig jaar, en Ik zeg u dat zij allen dood zijn."

13 Nu, er zijn ongeveer vijfhonderd miljoen Christenen in de wereld vanavond, Katholieken, Protestanten en alles meegerekend. Als Jezus zou komen in die opname, zouden er volgens hetgeen ik u zoëven gezegd heb, vanavond vijfhonderd in de wereld gemist worden vanwege de opname. En waarschijnlijk zijn dat er elke dag zoveel, gerekend over al de landen, waarvan geen rekenschap wordt afgelegd. Dus zou het elk ogenblik kunnen gebeuren. Ziet u?

14 O, Christenen, laten wij de wapenrusting van God aandoen. Laten wij alles doen wat wij kunnen om Hem te dienen, lief te hebben, en te wachten op die grote tijd.

15 Er zullen niet vele miljoenen en menigten uit een generatie komen en binnengaan. Dat kan niet. Nu, bedenk, dat er elke dag een generatie eindigt, elke dag. "Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn bij het komen van de Zoon des mensen, waarin acht zielen werden gered door het water." Maar elke dag eindigt voor iemand een periode van veertig jaar. Ziet u? En elke dag worden er zoveel wegverzegeld in het Koninkrijk. Op zekere dag zal de laatste dag aankomen. Laten wij er nú zeker van zijn, terwijl wij goed bij ons verstand zijn, en in de gemeente zijn, onder de mensen, waar de Heilige Geest Zich zo met ons geïdentificeerd heeft. Laten wij er zeker van zijn, dat alles in orde is en in orde blijft, voor Hem.

16 Stop niet; rust dag noch nacht, totdat die levendmakende kracht u van de dingen van de wereld af gebracht heeft, het Koninkrijk van God binnen. En u, die werkelijk in het Koninkrijk van God gebracht bent en levend gemaakt door de Geest van God, hoe gelukkig, met tranen van vreugde zouden wij op onze knieën God dag en nacht moeten danken voor wat Hij gedaan heeft.

17 Vanavond hebben wij een kleine verandering in de dienst. Wij hebben hier een fijne broeder, broeder Capps. Hij kwam bij ons vanuit de Nazarener kerk, geloof ik. Is het niet zo, broeder Capps? Hij wenst vanavond door ons ingezegend te worden door het opleggen van handen.

18 Wij hebben geen papieren om aan iemand te geven, toch zijn wij erkend als... Wij zouden papieren kunnen hebben, maar wij geloven dat de papieren van een ware, geordineerde prediker in de hemel zijn. Zie? En hij heeft het recht om de Bijbel te prediken zolang God zijn leven met de Bijbel identificeert. Wij geloven dat dat zijn geloofsbrief is.

19 En nu, broeder Capps is officieel geordineerd in de Nazarener kerk, maar vanavond wil hij dat de oudsten enzovoort, hem ter inzegening de handen opleggen voor het uitdragen van deze Boodschap. Wat een dappere zaak!

20 Ik heb steeds de berichten gehoord sedert ik in Tucson ben, en zulke wonderbare berichten, over broeder Capps hier als hulp van onze geliefde broeder Neville, die de lichtkandelaar zo dapper omhoog houden als deze twee mannen maar kunnen. Wij hebben de handen op broeder Neville gelegd, maar niet op broeder Capps. En ik wil dat zij, die predikers zijn, broeder Jackson, en als ze hier zijn, broeder Ruddell en de oudsten van de gemeente hier, hier nu even naar boven komen om broeder Capps de handen op te leggen. En de...

21 Nu, wij vinden in de Bijbel, dat men dit op deze wijze deed. Zij legden hun de handen op en zonderden hen dan af. Zo deden zij het met Timotheüs. Zij zeiden: "Door deze gave die in u was vanaf uw grootmoeder Loïs..." Zij hadden opgemerkt dat er een gave was in de man, die tot hem was gekomen door de ouderlingen, door het opleggen van de handen.

22 Nu, de 'Laatste dag'-broeders, de 'Spade regen'-broeders, hebben dat evenwel door elkaar gehaald. Zij dachten dat zij hem een gave schonken door dat te doen. Nee, de gave was al in hem en zij legden hem gewoon de handen op als een bekrachtiging dat zij geloofden dat God de gave al in hem gelegd had; en zij bekrachtigden het door het opleggen van handen.

23 En deze mannen hier in deze gemeente, waarvan ik geloof dat zij in hun ziel Zijn levendmakende kracht bezitten... Als u broeders nu naar boven zou willen komen, broeder Ruddell en al de anderen die hier in de kerk zijn, de oudsten en zustergemeenten in de omgeving, om op broeder Capps de handen te leggen, opdat hij geordineerd mag worden door onze bekrachtiging voor dit gehoor, om uitgezonden te worden om het Evangelie van de Here Jezus te prediken, waar God hem ook zal roepen. Hij wordt – hij is reeds één van de onzen door geboorte. Hij is één van ons, omdat hij de Boodschap geloofd heeft. Hij is één van ons, omdat hij staat voor de waarheid van het Woord. En wij willen dat broeder Capps officieel voor u ingezegend wordt door het opleggen van handen, dat hij één van ons is.

     In orde, broeder Ruddell, broeder Capps, broeder Neville... broeder Junior Jackson, enige andere voorgangers hier? Ik weet niet hoeveel er hier zijn. Ik weet niet... Ik veronderstel dat ze hun eigen diensten hebben vanavond. Dus kom hier naar boven, broeder Capps. Nu, waar is broeder Hunter en degenen van New York? Ik... broeder Anthony? Ik veronderstel dat ze terug zijn gegaan. [Broeder Neville zegt: "Daar is broeder Anthony, daar achter." – Vert] Enige anderen van u die hier met ons zijn, wel, we zouden het fijn vinden als u hier nu bij ons komt staan als een erkenning dat we geloven wat broeder Capps is.

     Hoevelen van u hier kennen broeder Capps, steek uw hand op. In orde, doe uw handen omlaag. Hoevelen geloven dat hij een dienstknecht van God is, steek uw hand op. [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Wij hebben hem lief als onze broeder.

24 Nu, dit is niet precies een juiste wijze van wat wij 'wijding' zouden willen noemen, maar ik wil dat dit gehoor... Ik zou dit lied niet kunnen zingen, maar ik wil graag dat u mij helpt het te proberen, dat...

25 Op zekere dag ging een profeet naar het altaar in de tempel en terwijl hij daar in de tempel was... Hij was een goed man geweest, maar hij had gewoon geleund op de armen van Uzzia, de koning, en hij was een goed man. Maar toch zag hij op zekere dag in de tempel iets, toen hij een visioen kreeg, dat hij nog nooit eerder gezien had. Hij zag engelen met vleugels, heen en weer vliegend door het gebouw, uitroepende: "Heilig, heilig, heilig, Here God Almachtig!" (Kom broeder. Ja. Zie?) "Heilig, heilig, heilig, Here God Almachtig." [Broeder Branham spreekt met broeder Ben – Vert] Ben?

26 En toen hij dat zag, bewogen de dorpelposten van de tempel zich, en hij zei: "Wee mij, want ik ben een man van onreine lippen." In de tegenwoordigheid van God herkende hij, hoewel hij zelfs een profeet was, dat hij verkeerd was geweest. Hij zei: "Ik ben een man van onreine lippen en ik woon temidden van een volk, dat onrein van lippen is."

27 En één van de engelen vloog toe, nam een gloeiende kool en raakte zijn lippen aan en zei: "Profeteer, zoon des mensen."

     Zou u ons het akkoord ervan kunnen geven, zuster, als u wilt. Hoevelen kennen dit lied? Laten wij... één vers. In orde...?

Toen de kool van vuur de profeet had aangeraakt,
Hem zo rein makend als rein maar kan zijn;
Toen de stem van God zei: "Wie wil voor ons gaan?"
Antwoordde hij: "Hier ben ik, zend mij!"

Spreek, mijn Heer, ...
Spreek, en ik zal U snel antwoord geven.
Spreek, mijn Heer, spreek, mijn Heer,
Spreek, en ik zal zeggen: "Heer, zend mij!"

Miljoenen sterven nu in zond' en schand';
Luister naar hun droef en bitter geschrei;
Haast u, broeder, haast u tot hun hulp;
Antwoord snel: "Meester, hier ben ik."

Spreek, mijn Heer, spreek mijn Heer;
Spreek, en ik zal U snel antwoord geven.
Spreek, mijn Heer, spreek, mijn Heer,
Spreek, en ik zal zeggen: "Heer, zend mij!"

     Laat nu de oudsten om hem heen gaan staan en de handen leggen op broeder Capps. Laten wij allen ons hoofd buigen.

28 Dierbare God, de tempelpost heeft zich opnieuw bewogen. En daar wij de Geest van het opwekkende leven in onze broeder zien werken, bid ik, God, daar hij dit als van boven gevoelt, dat zegt dat hij moet gaan... Wij leggen hem de handen op als Uw oudsten, Here, en geven hem de rechterhand der gemeenschap, en leggen onze handen op hem, en geven de zegeningen van God op hem door, dat U zijn lippen, zijn denken, zijn hele wezen, zult zalven en moge hij deze Boodschap van het Evangelie brengen naar iedere spleet en hoek, waar U hem roept. Sta het toe, Here. Wij geven onze broeder aan U als een dienstknecht van U in de Naam van Jezus Christus. Amen.

29 Predik het Woord, mijn jonge broeder. Houd aan, gelegen of ongelegen; weerleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer. God zegene u, broeder.

30 [Broeder Ben Bryant zegt: "Broeder Branham, zou u mij handen willen opleggen? Zouden zij handen op mij willen leggen? Ik zou ingezegend willen worden." – Vert] Hebt u...? Ik wist niet dat het bij u niet was gedaan. Broeder Ben hier is naar ons gekomen. Ik geloof dat hij al enige tijd predikt. Toch is hij nog niet officieel (ik dacht van wel, dat is de reden dat ik hem riep) ingezegend of zijn hem hier de handen opgelegd.

31 Nu, de vrouw van broeder Ben is hier ergens, en zij is een dierbaar persoon. Zij was een vrouwelijke prediker. En toen zij en onze broeder getrouwd waren, bracht hij haar naar de tabernakel. Toen zij het Woord zag en hoorde, een fijne dame met een fijne persoonlijkheid, maar toen zij zag, dat het voor vrouwen verkeerd was om dat te doen, legde zij het af; en het scheen op haar man te vallen. Dat is juist; dat is apostolisch. Zo moet het zijn.

32 Broeder Ben gaat samen met zijn vrouw, zoals ik begrijp, met de banden naar de afgelegen plaatsen, ver in de bergen, in de bossen. Zij draaien deze banden en lichten de inhoud van de banden toe. Dikwijls worden zij eruit gezet, weggejaagd, uitgeworpen. Wij verwachten dat, want allen die godzalig in Christus Jezus leven, zullen vervolgd worden.

33 Hoevelen hier kennen broeder Ben? Hoevelen geloven dat hij Gods dienstknecht is [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert], deze zegen waardig, die wij van God voor hem zullen vragen? Zie, hij is geen vreemde; hij is al jaren en jaren bij ons. Ik ken hem als een man van nederigheid. Hij is net als ik; hij maakt veel fouten. Wij allen doen dat. Maar wat ik in broeder Ben liefheb, is dat hij gewillig is om op zijn knieën te gaan om het goed te maken. Toen hij onlangs hoorde over Huwelijk en Echtscheiding, waren hij en zijn vrouw bereid om te scheiden, hoewel hij haar liefheeft en zij hem liefheeft, maar zij wilden voldoen aan het Woord van God. Wat het Woord ook zei, dat wilden zij. Ik bid dat God Ben en zijn vrouw voor Zijn dienst zal zegenen. Laten wij onze handen op de broeder leggen.

34 Dierbare God, wij leggen onze handen op onze broeder Ben als een teken dat wij hem liefhebben. En we geloven, Here, dat hij gewillig is om een werk voor U te doen, om uitgezonden te worden met deze banden, om ze te laten draaien onder sommige bergbewoners in de afgelegen plaatsen, waar waarschijnlijk velen van ons nooit zouden komen, maar toch moet de Boodschap naar de hele wereld gaan. Wij bidden, dat U onze broeder wilt zegenen, en hem Uw Geest wilt geven, en moge Die op hem komen en hem leiden en richting geven, hem en zijn vrouw, naar die plaatsen waar misschien die ene ziel is, daar ver weg... En de deuren kunnen niet sluiten, voordat dat ene schaap is binnengebracht. U bent niet tevreden met negenennegentig – iedere naam die in het boek staat, moet binnengebracht worden. Help hen, Here, als wij onze handen op hem leggen, daar wij ons met hem als onze broeder verenigen. En onze hulp en ons gebed voor hem zal met hem gaan. Wij bidden dat U hem zult zegenen, Here, waar hij ook gaat. In Jezus' Naam. Amen.

     God zegene u, broeder Ben. We geven u de rechterhand der gemeenschap, als predikerbroeders. God zegene u.

35 [Broeder Earl Martin zegt: "Broeder Branham, zou u mij de handen willen opleggen, mij inzegenen om als een voorganger te werken?" – Vert] John Martin... ["Earl."] Earl. Hoevelen kennen Earl Martin? Hoevelen geloven, dat hij een dienstknecht van Jezus Christus is? Hij kwam, geloof ik, oorspronkelijk tot ons vanuit een Pinkstergroep, en nu verricht hij, geloof ik, het werk van voorganger en doet een onafhankelijk werk.

36 Ik heb Earl gekend als een ware dienstknecht van Christus. Ik zal nooit één daad vergeten – er zijn er veel geweest, maar die ene met Earl... Ik herinner mij een nacht dat zij hem riepen toen ik in Dallas, Texas, was... Nee, ik geloof, nee, het was in... [Een zuster zegt: "Beaumont." – Vert] Beaumont, Texas. Dat is juist, zuster. Zijn baby lag op sterven, en zij dachten dat het kind al dood was. Het ademde niet meer. En Earl liep naar mijn kamer, als een vader, met gebogen schouders, bukte zich voor mij, omdat ik in bed lag. Ik rolde eruit; hij sloeg zijn armen om mij heen en zei: "Broeder, ik geloof dat u Gods profeet bent; ik heb dat altijd geloofd. Als u slechts het woord wilt spreken, en ofschoon mijn baby dood is, zal het toch leven." En zijn baby kwam tot leven terug en leeft nog.

37 Gelooft u dat hij waardig is de rechterhand der gemeenschap van deze gelovigen te ontvangen? [De samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Laten wij bidden, broeders, terwijl wij handen op hem leggen.

38 Genadige hemelse Vader, wij leggen opnieuw onze handen op onze broeder Martin. Wij zenden hem, Here, naar de uiterste delen, waarheen U bepaald hebt dat hij moet gaan, waar het ook is, vele of weinige, zijwegen, hoofdwegen, heggen, als het dat is, waar het ook is, Here, mogen Uw zegeningen met hem zijn. Wij leggen onze handen op hem, terwijl wij hem Uw voorspoed toebidden en hem onze zegeningen geven, dat de Geest Die op ons is, Here, met hem moge gaan en hem zal begeleiden en leiden tot de verloren zielen in de heggen en steggen. Wij zenden hem in de Naam van Jezus Christus. Amen. God zegene u, broeder Martin. Ga nu en de Here zij met u.

39 Voor hetzelfde doel? [Broeder Richard Blair spreekt met broeder Branham – Vert] Richard is uw naam? ["Ja. Richard Blair."] Hoevelen kennen Richard Blair? Hoevelen geloven dat hij een dienstknecht van God is? Hij komt uit de groep van de Verenigde Pinksterkerk. En broeder... Ik herinner mij een grote roeping van broeder Blair. Ik herinner mij de tijd dat broeder Blair mij niet wilde geloven, omdat er een geest bij hem werkte die hem vertelde dat ik vals was. En terwijl hij daar in de samenkomst zat, keerde de Heilige Geest Zich om en riep het uit. [Broeder Blair zegt: "Dat klopt."] Hij stond op het punt van instorten en dat bracht hem in die toestand. En ik herinner mij dat zijn lieve vrouw mij op zekere dag opbelde en zei: "Broeder Branham, ik geloof dat Richard gaat sterven." En zij had, geloof ik, een sjaal. Zij ging heen en legde die op hem, zoals ik haar gevraagd had, en bad. Hier is hij. [Broeder Blair zegt: "Amen."]

40 Een kleine baby kreeg een ongeluk, of... [Broeder Blair zegt: "Mijn zoon." – Vert] zijn zoon, in een ongeluk; zij gaven niet veel hoop meer voor hem, met een hersenschudding. En met gebed, zelfs door de telefoon, werd de baby gezond. ["Amen."] Gelooft u, dat broeder Blair een waar getuige van Christus is? [Samenkomst zegt: "Amen."] Bid u, dat uw zegeningen met hem zullen gaan. Broeders, leg uw handen op hem.

41 Dierbare God, om onze minzame en edele broeder, Uw dienstknecht, te identificeren, die zelfs uit zijn eigen groep gekomen is om in het licht te wandelen; Vader, wij bidden dat U onze broeder Blair wilt zegenen, als wij hem zenden met onze zegeningen en onze bekrachtiging, door onze handen op hem, waar U hem maar zou mogen heen roepen, Here, voor welk werk het ook moge zijn. Moge Uw Geest gaan met broeder Blair. Begeleid hem en leid hem tot de verlorenen en stervenden van deze wereld, dat hij mag helpen dat verloren schaap te vinden, dat hij het terug mag brengen tot de kudde. Waar het ook moge zijn, wat U ook voor hem hebt, Here, wij vragen gewoon, dat Uw Geest hem zal leiden en aanwijzingen zal geven gedurende zijn levensreis. Wij zijn zijn broeders. Door hem de rechterhand der gemeenschap te geven, vragen wij U met hem te gaan in de Naam van Jezus Christus. Amen.

     De rechterhand der gemeenschap. God zegene u, broeder Blair. Wij zijn honderd procent met u, bidden voor u en willen alles doen wat wij kunnen om u te helpen. God zegene u.

42 [Broeder Merlin Anthon zegt: "Het is hetzelfde voor mij, broeder Branham, voor inzegening" – Vert] Wat zegt u? ["Inzegening."] Wie bent u? ["Merlin Anthon."] Merlin Anthon. ["Ik kom in de gemeente."] Waar? ["Hier in de gemeente."] In de gemeente. Kent iemand broeder Merlin Anthon? Hij is nieuw voor mij. ["Bij het Leger des Heils. Herinnert u zich mij?"] O ja! Neem mij niet kwalijk, broeder. Van het Leger des Heils. Zo is het. Ik herinner mij hem. Zeker ken ik hem nu. Zijn gezicht kwam mij even niet bekend voor, op dit moment. Hoevelen kennen hem als een man van God? [De samenkomst zegt: "Amen."] Hoevelen geloven dat God met hem werkt, steek uw hand op. ["Amen."] Wilt u voor hem bidden? ["Amen."]

43 Nu, broeder, wij weten dat u komt uit een erg fijne groep mensen, het Leger des Heils; het zijn geweldige mensen, maar, en... Maar het Leger des Heils doet een groot werk daar buiten op straat. Wij kunnen niets zeggen tegen de Nazareners, de Pinksterkerk of het Leger des Heils, of iemand van hen; zij zijn onze broeders. Maar, ziet u, wij geloven dat wij dragers zijn van een grote Boodschap voor dit uur waarin wij leven. Wilt u dat met ons doen? [Broeder Anthon zegt: "Amen." – Vert] Laten wij onze hoofden buigen, terwijl wij onze handen op onze broeder leggen.

44 Dierbare, hemelse Vader, U bent Degene Die roept. U bent Degene, Die het Woord levend maakt, zodat zij kunnen geloven. En wij leggen onze handen op onze dierbare broeder als een bekrachtiging dat wij geloven dat U met hem bent en hem zult helpen. Wij zenden onze zegeningen met hem, dat wij die geloven dat wij uit de dood in het leven overgegaan zijn, nu levendmakende kracht in onze harten bezitten, door de genade van God. Wij leggen handen op onze broeder en zenden hem met onze zegening, opdat U hem wilt leiden en begeleiden en sturen naar iedere uithoek van de aarde, Here, die U voor hem verordineerd hebt om naar toe te gaan. Moge Uw Geest met hem gaan en hem gezondheid, kracht en succes in zijn bediening geven, want wij zenden hem in Jezus Christus' Naam. Amen.

45 God zegene u, broeder. Dat is de rechterhand der gemeenschap, weet u. Broeders, schudt hem de hand, broeders zoals deze, zodat u... In orde, de Here zegene u allen.

46 [Broeder Carrell zegt: "Bij mij is het nooit officieel gedaan. Ik zou willen dat u uw handen op mij legt, zoals bij hen, in de Naam van Jezus." – Vert] U, wat u ook wenst. En uw... ["Voor de tijd die moet komen, en voor hetzelfde als zij."] Nu, hoe is uw naam? ["Broeder Carrell, uit Cincinnati."] Broeder Carrell. [Broeder Carrell zegt: "Ik werd geordineerd als prediker, maar ik kon niet instemmen met de broeder, die vrouwen ordineerde als predikers, en ik moest me ervan losbreken."] Dit is broeder Carrell uit Cincinnati. Ieder, die broeder Carrell kent, steek uw hand op. Omdat u uit Cincinnati komt, betwijfel ik, of iedereen u kent. Hij zegt dat hij bij een groep was, en die groep wilde vrouwelijke predikers ordineren. Hij kon het niet verdragen en hij moest met ze breken. Dat is precies zoals ik moest breken met de Zendingsbaptisten. Hoevelen hebben ooit van broeder Roy E. Davis gehoord? Zeker hebt u van hem gehoord. Zie? Hij wilde enkele vrouwelijke predikers inzegenen en ik zei: "Zeker niet. Als oudste kan ik dat niet met mijn geweten overeen brengen; het is tegen het Woord van God."

47 Ik ken u niet, broeder Carrell, maar op grond van uw getuigenis en die waarheid waar u voor staat... Wij hebben niets tegen deze vrouwen; zij zijn zusters; wij hebben hen lief, maar wij geloven dat zij hun plaats hebben; en daar moeten zij in blijven. Zie? En wij geloven dat zij een lieveling voor een man zijn, een hulp, en in geen geval... Wij geloven dat zij de grootste gave is, buiten de redding, die God ooit aan een man gaf. Maar de preekstoel is niet haar plaats, overeenkomstig het Woord van God. Op die basis en uw geloof in God, leggen wij onze handen op, als gemeenschap, om te komen en met ons te gaan. Laten wij onze handen op hem leggen.

48 Onze dierbare, hemelse Vader, ik kan wel ongeveer weten hoe deze jongeman zich voelt. Hij is er uitgestoten vanwege de zuivere waarheden; dat de mens niet zal leven bij brood alleen, maar bij elk woord. Dus leggen wij hem onze handen op, en plaatsen onze zegeningen op hem. Moge Uw Geest hem leiden, tot gids zijn en besturen gedurende zijn levensreis, waar U hem ook heen zult zenden. Laat hem weten dat wij voor hem bidden en een hulp voor hem zullen zijn en hem ondersteunen zolang hij voor de waarheid zal staan. Sta het toe, Here. Wij zenden hem in de Naam van Jezus Christus. Amen.

     God zegene u, broeder Carrell.

     Er zijn net handen op u gelegd, op de verschillenden. Geeft u allen elkaar daarom de rechterhand der gemeenschap.

49 Broeder Ruddell hier, is nooit officieel hier in de gemeente ingezegend. Kan... Hoevelen kennen broeder Ruddell? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Wij kennen hem allen. Hoevelen weten dat hij een man van God is? ["Amen."] Dierbare, hemelse Vader. Wij als Uw oudsten leggen handen op deze broeder, die door diepe, modderige wateren gegaan is. Hij heeft zijn gemeente zien wegvallen. Hij heeft alles zien gebeuren, maar toch gelooft hij. Door de ...?... [Broeder Branhams stem is niet te onderscheiden van een andere prediker die bidt – Vert] Wij leggen onze handen op hem en brengen onze zegeningen aan hem over ...?... Zalf hem, Here, machtig, met het Woord, Here, en zend hem naar iedere uithoek van de aarde ...?... op hem mogen zijn en help hem. En zend hem, in Jezus Christus' Naam. Amen.

50 Broeder Ruddell, u hebt altijd een rechterhand der gemeenschap gehad. Ik ken broeder Ruddell. Het lijkt of hij mijn eigen zoon is. Zijn vader en ik en zijn moeder kennen elkaar al zo lang. Ik weet dat broeder Ruddell een dienstknecht van God is, Die ik met hem dien. God zegene u, broeder Ruddell.

51 Hoe is uw naam? Wie bent u, broeder? [Iemand zegt: "De zwager van broeder Martin." – Vert] Broeder Martin. Kent u hem, broeder Martin? Hoe heet u? [De broeder zegt: "Eerw. McComas." – Vert] Broeder McComas. Ik vermoed dat er hier niemand is die hem kent, maar hij is een... Ja, deze man hier kent hem, broeder Tyler. Hij komt opdat hem handen worden opgelegd, dat hij een drager van het Evangelie zal zijn. Broeder McComas. Waar komt u vandaan, broeder McComas? ["Rockford, Illinois."] Rockford, Illinois. ["U belde vorige week, of afgelopen maandagavond naar mijn huis en bad voor mijn vrouw." – Vert] O, is dat zo? Vanuit Tucson. ["Tucson, Arizona."] O, ik herinner mij het telefoongesprek nu. ["Ze stond de volgende ochtend op."] Prijs de Heer! [Broeder Martin zegt iets tegen broeder Branham – Vert] Wat zegt u? ["Mijn jongste zus."] Uw zuster. ["Ze is hier nu; was verlamd."] Zo, zij is hier nu, er werd onlangs voor haar vanuit Tucson per telefoon gebeden. ["Verlamd."] Ver... ["Ze was verlamd, en nu is ze hier."] Zij was een paar avonden geleden verlamd en nu is zij hier. Broeder Martin weet het, vriend. Geen wonder, dat hij de Boodschap wil aannemen. Laten wij onze handen op de broeder leggen.

52 Dierbare God, ik leg met deze anderen handen op Uw dienstknecht en geef hem de rechterhand der gemeenschap, biddend dat de zegeningen van God zullen ...?... [Broeder Branham kan niet boven de anderen op de achtergrond uit gehoord worden – Vert] ... waartoe U hem verordineerd hebt. Moge Uw zegen op hem zijn, en leid hem en bestuur hem. In Jezus Christus' Naam. Amen. De rechterhand der gemeenschap, mijn broeder, en degenen die met u zijn. God zij met u.

53 [Iemand zegt: "Broeder Branham." – Vert] Ja, broeder? ["Ik heb nog een die dit ook wil."] In orde, meneer. Ik geloof dat dit... ["Broeder Darris."] Broeder Darris. Deze man is broeder Darris. Waar komt u vandaan, broeder? ["Black Rock, Arkansas."] Black Rock, Arkansas. Broeder... ["Ik ken hem, broeders."] ... kent hem. Iemand anders hier, geloof ik, zei... Broeder Brewer. Ik geloof dat ik hem vanmorgen ontmoette. En zuster Vayle, geloof ik; broeder Vayle en anderen die hem kennen, en hem kennen als een man van God, een dienstknecht van God. Wonderbaar!

54 Welnu, mijn dierbare broeder, om een drager van de Boodschap te zijn, willen wij, dat u weet dat wij achter u zullen staan en alles zullen doen wat wij kunnen. Wij zullen voor u bidden dat u ook deze Boodschap zult uitdragen naar de uiterste delen der aarde of waar God u ook verordineerd heeft te gaan. Laten wij onze handen leggen op onze broeder Darris.

     Dierbare God, wij leggen nu onze handen op onze broeder, terwijl wij hem de rechterhand der gemeenschap geven, en zenden hem in de Naam van Jezus Christus, opdat U hem zult zalven. En ...?... geven hem de rechterhand der gemeenschap ...?... En Uw Geest ga met hem mee en zij hem tot Gids en besture hem in de Naam van Jezus Christus. Amen. God zegene u, broeder.

55 Ik geloof... Broeder Anthony. Velen van u kennen broeder Anthony. Hij is hier al een lange tijd bij ons. Ik ken hem zelf als een dienstknecht van Christus. Ik geloof dat hij een toegewijde jongeman is. Er zijn hem nooit officieel de handen opgelegd. Hij wist niet dat dit zou komen, vrienden. Ziet u? Maar juist nu is even goed als wanneer ook. Dus wij zullen handen leggen op broeder Anthony en hem de rechterhand der gemeenschap geven. God moet het verordineren doen. Dit is gewoon om hem te laten weten en u te laten weten dat wij deze broeder geloven en hem liefhebben en dat hij één van ons is in de Boodschap. En wij willen dat hij Gods zegeningen heeft, en die vragen wij voor hem. Laten wij bidden, terwijl wij onze handen leggen op onze broeder.

56 Dierbare God, deze nederige, kleine, Italiaanse dienstknecht van U, Here, komt vanavond om zich de handen te laten opleggen en om officieel de rechterhand der gemeenschap te verkrijgen van de gemeente, Heer. Uw grote kracht zendt deze jongeman naar het verre einde van de aarde, in de uithoek waar U hem geroepen hebt. En moge hij gaan en die mensen bevrijden van zonde en ziekte, en U dienen, Here, al de dagen van zijn leven. Moge U hem leiden, begeleiden; mogen Uw zegeningen met hem zijn, als wij hem zenden. In Jezus Christus' Naam. Amen. God zegene u.

57 [Iemand spreekt met broeder Branham – Vert] Uh? O, dat wist ik niet. Wij zijn per telefoon met anderen verbonden; vijftig cent per minuut. Was er nog iemand anders hier, die wilde...? Kom hier naar boven en noem uw naam, wie u bent, broeders, gewoon door de microfoon – hierboven. Vertel hun gewoon... [De volgende mannen vermelden hun naam: Pat Tyler, Claude Boggess, Dale Hargissy, James Humes, Earl Horner] Zijn dat ze? [Iemand zegt: "Ja."] Mijn broeders. Deze mannen, gelooft u dat deze Boodschap de Waarheid is van Gods Woord? [De broeders zeggen: "Amen."] Gelooft u dat met uw hele hart? ["Amen."] En u verlangt ernaar en gelooft dat wanneer wij u de handen opleggen... Wij willen u laten weten dat wij met u zijn en alles zullen doen wat wij kunnen om u te helpen. En nu wil ik, dat u broeders hier naar boven komt en laten wij allen onze hoofden buigen als wij hun de handen opleggen.

     Dierbare God, hier is een groep mannen. Ik leg mijn handen op eenieder van hen in de Naam van Jezus Christus, de Zoon van God. En moge U, Die hen geroepen hebt om predikers te zijn, opdat zij het mogen prediken, Here, al de dagen van hun leven. En ...?... het Evangelie prediken tot elk schepsel. Wij geven hun de rechterhand der gemeenschap en bidden dat Uw zegeningen met hen zullen zijn, Here, terwijl wij hen zegenen en onze zegeningen zenden. Moge het naar elke uithoek van de aarde gaan, waar U hen geroepen hebt om te gaan. Mogen zij werken en U dienen in de hoedanigheid waartoe U hen geroepen hebt. Mogen zij dapper zijn en echte dienstknechten van God. Sta het toe, Here. En wij vragen het in Jezus Christus' Naam.

58 God zegene ieder van u, broeders. God zegene u; God zegene u, broeder; God zegene u; God zegene u, broeder Humes. De Here zij met u, eenieder van u.

Gezegend zij de band die onze harten
In christelijke liefde bindt;
De gemeenschap van verwante geesten
Is zoals deze van boven.

59 Is Hij niet wonderbaar? Denk er nu eens aan hoeveel predikers hier vanavond zijn om zich handen te laten opleggen.

60 Ik wist niet dat wij telefonisch verbonden waren. Als de mensen daar buiten mij daarvoor willen vergeven, ik wist het niet. Ziet u? Ik wist gewoon niet dat deze boodschap vanavond via de telefoon meebeluisterd zou worden, maar wij zijn...

61 Wij zullen nu het Woord lezen en bidden en regelrecht de boodschap ingaan, waarvan ik voel dat de Heilige Geest wil dat ik u haar vanavond zal brengen.

62 En nu, terwijl wij de tekst opslaan (ik zal deze binnen een ogenblik aankondigen) ... Laten wij Numeri opslaan, het tweeëntwintigste hoofdstuk, vers 31. Numeri 22:31, als tekst.

63 Terwijl u het opslaat, als u het zou willen lezen of aantekenen – zou ik graag willen dat u allen mij nu gedenkt, totdat ik u weerzie, naar ik hoop ergens in deze zomer, zo de Here wil. En als er iets gebeurt, zodat ik niet overzee kan gaan, dan zal ik terugkomen. Maar wij geloven nu, dat – hoe heeft dit alles aan alle kanten gewerkt – dat de Heilige Geest ons nu zal zenden op een wijze die Hij voor Zichzelf verkozen heeft om ons te zenden. En dat is de wijze, waarop wij het willen doen. De Here zegene u.

64 Vader, wij staan klaar om Uw Woord te lezen. Wilt u het zegenen en het zalven voor ons begrip, vragen wij U in Jezus Christus' Naam. Amen.

65 Het boek Numeri, het tweeëntwintigste hoofdstuk en het eenendertigste vers:

     Toen opende de HEERE de ogen van Bileam, zodat hij de Engel des HEEREN zag, staande in de weg, en Zijn uitgetrokken zwaard in Zijn hand; daarom neigde hij het hoofd en boog zich op zijn aangezicht.

66 Met het oog op dit gelezene, om een tekst op te bouwen, wil ik als onderwerp nemen: Verandert God ooit Zijn gedachten over Zijn Woord?

67 Dat is nogal een tekst, en het is een grote waarheid die wij behoren te verstaan. Kan God iets zeggen en daarna zeggen: "Het spijt Mij, dat Ik het gezegd heb"? Kan God Zijn Woord terugnemen, nadat Hij het gesproken heeft?

68 Nu, in deze uitspraak, de reden dat ik deze uitspraak koos, was omdat het één van de verklaringen uit de Bijbel is, waardoor het er hier voor een lezer die probeert te zien of probeert te zeggen dat God Zijn gedachten verandert, meer op zou lijken dat Hij Zijn gedachten verandert dan op welke andere plaats ook in de Bijbel die ik ken; omdat Hij Bileam eerst het ene vertelde en daarna wat anders. En nu hebben veel mensen geprobeerd Bileam gewoon een, o, een waarzegger of zoiets te maken. Maar Bileam was geen waarzegger; hij was een profeet van de Here.

69 Wij zullen eerst enigszins de hoofdlijnen van de boodschap schetsen. Israël, komend uit Egypte, was op reis naar Palestina. En de Here was met hen, en zij waren... Iedere vijand die tegen Israël opstond, werd weggevaagd, want God zei dat Hij horzels voor hen uit zou zenden, die de vijand zouden verdrijven, zolang zij wandelden in gehoorzaamheid aan Zijn bevel. Het karwei was nooit te groot. De Amalekieten, de reuzen van die dagen, betekenden niets voor Israël, ofschoon zij mannen van kleine gestalte waren; maar zij wandelden in ZO SPREEKT DE HERE. Dus, ongeacht hoeveel tegenstand er was, God zag er altijd op toe, dat Zijn Woorden van belofte voor Israël nooit faalden.

70 En Israël van het Oude Testament is een type van de bruid van het Nieuwe Testament, komend uit de wereld, marcherend op weg naar Kanaän – of, het Kanaän waar wij naar toe gaan, het duizendjarig vrederijk.

71 Nu, nu, wij merken op dat Moab hier een type van de gemeente is. En Moab... Zij hadden pas enkele koningen verslagen en de vijand uitgeroeid, alles gedood, hadden het land in bezit genomen en trokken op door Moab. Nu was Moab absoluut geen heidens volk. Moab was een volk dat dezelfde God diende als Israël. En het land Moab was oorspronkelijk begonnen bij de zoon van Lot, bij zijn eigen dochter. En hij, als grondlegger van dit volk, had zijn grote mannen georganiseerd, enzovoort, en er een grote natie van gemaakt, en zij hadden zich vermenigvuldigd en gingen door.

72 En nu, Israël was van het zaad van Abraham, niet van Lot. Israël kwam uit Izak en Jakob. En Israël kwam voort uit die twaalf stammen van Jakob, wat later Israël genoemd werd, omdat hij had geworsteld met de Here.

73 En Moab hier... Nu, hier in... En u mensen, daar buiten aan de telefoon, ik wil u in de eerste plaats zeggen, dat ik niet kritisch wil zijn en ik hoop dat ik het niet ben, maar de Boodschap die mij gegeven is, aan die Boodschap moet ik trouw zijn, anders zou ik een huichelaar zijn. Zie? Ik kan niet anders spreken dan waarvoor ik gezonden ben. En ik geloof dat de grote vijand van de christelijke gemeenschap vandaag de georganiseerde kerken zijn. Ik geloof met mijn hele hart, dat zij tenslotte het merkteken van het beest zullen vormen (wat ik kan... geloof dat ik met Gods hulp uit de Bijbel bewijzen kan, ik heb het al gedaan), dat zij het merkteken van het beest in de Wereldraad van kerken zullen vormen. Want God heeft nooit en te nimmer een (verordineerde kerk) georganiseerde kerk erkend; nooit. Hij deed het nooit. En telkens wanneer de mens een organisatie maakte, verliet de Geest van God deze en keerde nooit meer terug. Vraag het elke geschiedschrijver of leest u het zelf. Nooit! Wanneer zij zich organiseerden, zette God hen aan de kant en daar gingen ze heen en daar bleven ze vanaf dat moment. Zij groeiden in ledental, maar werden nooit meer door de Geest opgewekt, nooit meer.

74 Moab hier is daar een type van, omdat zij een georganiseerde natie waren in hun eigen land, zoals in hun denominatie. En zij hadden hun eigen godsdiensten. En hun godsdienst was dezelfde godsdienst als die Israël had. Zij waren Moabieten en geloofden in Jehova God, maar zij waren een georganiseerde groep mensen.

75 En nu, zoals zíj de natuurlijke gemeente vertegenwoordigen, stelt Israël de geestelijke gemeente voor, die op reis was. Nu, Israël was geen georganiseerd volk. Zolang zij God volgden, waren zij onafhankelijk. Zij kwamen op, pelgrims, geen plaats om te gaan; waar de Vuurkolom heen ging, gingen zij met Hem. Zij waren geen georganiseerde natie. Zij hadden een organisme onder hen, omdat de besnijdenis hun dat gaf onder Gods gebod, maar ze waren toentertijd nooit een georganiseerde natie. Toen zij tenslotte een georganiseerd volk werden, vielen zij en verwierpen hun Messias.

76 Nu zien wij, altijd, dat wanneer deze natuurlijke en geestelijke geesten van kerken en organisaties elkaar ontmoeten, er altijd een botsing is. Het heeft nooit gefaald zo te zijn, het botst altijd. Want wij ontdekken dat daar jaloezie is, en deze jaloezie veroorzaakt vleselijke wedijver en nabootsingen. En wij zien dat het vandaag net zo is als toen; als God iets doet voor een individu, probeert iedereen het na te doen, net zoals God het voor die persoon deed. Kijk, het veroorzaakt wedijver en het geeft vleselijkheid. Wanneer zij dan (de andere kant) niet de geestelijke resultaten kunnen krijgen, dan nemen zij het door een politieke macht of zij vervangen iets, om de gedachten van de mensen van streek te maken en de discipelen achter zich aan te trekken.

77 Dat is precies wat plaatsvond in het eerste begin. Toen Kaïn en Abel, de beide jongens, hier op aarde waren, en Abel God een uitnemender offer bracht dan Kaïn, en God Abel bevestigde door neer te komen en zijn offer te ontvangen, veroorzaakte dit jaloersheid bij Kaïn. En omdat hij jaloers was op zijn broer, doodde hij zijn broer.

78 Het begon in het begin, toen de natuurlijke en de geestelijke... Toch aanbaden Kaïn en Abel dezelfde God! Beiden bouwden hetzelfde soort altaar en beiden aanbaden dezelfde God in dezelfde kerk, hetzelfde altaar. Maar Kaïn bracht door vleselijke redenering de vruchten van het land en legde ze op het altaar als een offerande, denkende dat dit zeker zou beantwoorden aan Gods eis tot verzoening. Dus moet hij appels gebracht hebben – zoals de mensen vandaag denken – die Adam en Eva hadden genomen en wat de zonde veroorzaakte en wat al niet meer... Ik geloof dat zij het nu op een granaatappel houden of zoiets. Sommigen van hen zeiden niet lang geleden dat het iets anders was, en...

79 Maar Abel had het juiste offer. Hij wist dat het bloed was, waardoor het was gekomen, dus bracht hij een lam. En toen God het zijne ontving... Nu, Abel, door geloof, door openbaring, geen andere wijze. Er was geen Bijbel geschreven. Dus u ziet dat het begin der gerechtigheid, Gods geopenbaarde waarheid is en de gehele gemeente van de levende God is daarop gebouwd.

80 Toen Jezus op zekere dag van de berg afkwam, zei Hij tot Zijn discipelen: "Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben?"

     De één zei: "U bent Mozes", en een ander zei: "U bent Elia" en "U bent Jeremia of één van de profeten."

     Hij zei: "Maar wie zegt gij, dat Ik ben?"

81 Toen deed de apostel Petrus, geïnspireerd door God, levendgemaakt door de Geest, die geweldige uitspraak: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God."

82 Let op de uitspraak: "Gezegend zijt gij, Simon, zoon van Jona, vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard; Mijn hemelse Vader heeft dit aan u geopenbaard. Gij zijt Simon. Op deze rots..." Welke rots? Nu, de Katholiek zegt: "Op Petrus, de rots, kleine steen." En de Protestant zegt: "Op Christus, de Rots." Niet om te verschillen, maar het was op de openbaring die Petrus had van Wie Hij was. "Niemand kan tot Mij komen," zei Jezus, "tenzij Mijn Vader hem trekke; en al wat de Vader Mij gegeven heeft, zal tot Mij komen."

     "Gij zijt Christus, de Zoon van de levende God."

83 "Gezegend zijt gij, Simon, zoon van Jona, vlees en bloed heeft dit niet aan u geopenbaard, maar Mijn Vader Die in de hemel is. Op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel kunnen haar niet overweldigen." Geestelijk, geopenbaard Woord van God.

84 Merk op, Abel offerde, door geloof in God, een uitnemender offer. En de vleselijke gelovige dacht dat het de werken van zijn eigen handen waren, en zijn vruchten en zijn prachtige offerande die hij bracht, die door God erkend zouden worden, en het veroorzaakte een botsing.

85 Wij ontdekken dat Abraham en Lot moesten botsen. Wij zien dat Mozes en Dathan en Korach dezelfde botsing hadden. Mozes, die een geordineerde profeet met het Woord van de Here was, betuigd, dat hij verkozen was om hun leider van het uur te zijn, en dat Abraham al deze dingen beloofd had, en hier deed Mozes precies wat God had gesproken dat er plaats zou vinden. En Korach, die vleselijk was, wilde een organisatie oprichten onder hen. Hij wilde een groep mannen maken, en God handelt niet op die wijze met de mensen. Het toont daar, in die Schriftplaats, een type van de reis van vandaag, dat organisatie niet datgene is wat God verordineert. Want zodra Korach het deed, zei hij tegen Mozes: "U neemt teveel op uzelf." Met andere woorden: "De hele samenkomst is heilig; wel, u zegt dat u de enige heilige man bent. U hebt geen recht om zoiets te doen. U probeert uzelf tot iets groots te maken. Wij zijn allen heilig; wij zijn allen Gods kinderen."

86 En Mozes draaide gewoon zijn hoofd om en wandelde weg. Hij zei: "Here, wat zal ik doen?"

87 God zei: "Scheid uzelf van hem af; Ik heb er genoeg van." En Hij verzwolg hem in de aarde.

88 Zie, er was een botsing. Als het vleselijke en het geestelijke elkaar ontmoeten, is er altijd een botsing. Toen Judas en Jezus elkaar ontmoetten, was er een botsing – de Een was de Zoon van God; de ander de zoon van Satan. Precies zoals er bij Kaïn en Abel een botsing was toen zij elkaar ontmoetten. De een was de penningmeester van de gemeente en de Ander een Herder. En zoals nu, wij komen in deze dagen weer hetzelfde tegen. De vleselijke denominatie tegenover de geestelijke bruid van Christus. De geestelijke bruid van Christus is zo heel verschillend van de vleselijke organisaties, dat zij helemaal niet met elkaar vergeleken kunnen worden.

89 Nu, let op; het natuurlijke probeert altijd het geestelijke te typeren. Maar zoals bij Jakob en Ezau: het zal niet werken. Het zal het niet. Nu, als het op het doen van goede werken aankomt, geloof ik dat Ezau werkelijk een beter man dan Jakob was in de ogen van de mens. Hij probeerde voor zijn vader te zorgen (die blind was, een profeet) en al deze dingen die hij probeerde te doen. Maar toch dacht Ezau er niet aan dat het gewoon vleselijk werk was, hij dacht dat hij kon binnengaan door wat hij deed – door iets goeds te doen voor iemand, wat in orde was. Maar Jakobs hele ziel was erop gericht om dat eerstgeboorterecht te krijgen en dat is wat God geestelijk in hem herkende.

90 Let op. Het heeft altijd als gevolg gehad, dat de natuurlijke de geestelijke haatte. Het veroorzaakte dat Kaïn Abel haatte; het deed Korach Mozes haten; het deed Judas Jezus haten; en zo gaat het steeds maar door. Het doet de natuurlijke de geestelijke haten, precies zoals Kaïn in het begin Abel haatte, degene waarvan God het offer aannam, en probeert hem te vernietigen. Zij proberen de invloed te vernietigen; zij proberen alles te vernietigen, omdat het niets anders dan jaloezie is. Het begon bij Kaïn en bewees dat het jaloersheid was en het is vandaag nog precies zo als de natuurlijke (de vleselijke) en de geestelijke elkaar ontmoeten. Het bewijst dat het Satan is, en niet anders, omdat jaloersheid van Satan komt. En dan veroorzaakt het een nabootsing van de waarheid – iemand die iets probeert na te bootsen waarvoor zij niet verordineerd zijn. Hoeveel hebben wij daarvan gezien in deze laatste dagen! O, hoeveel!

91 Dus wij zien dat God nooit Zijn gedachten over Zijn oorspronkelijke Woord verandert, maar die Hij roept, dat is degene die Hij verordineert. Niemand anders kan die plaats innemen. Niemand kon Mozes' plaats innemen. Ongeacht hoeveel Korachs er opstonden en hoeveel Dathans, het was Mozes, die God geroepen had. Ongeacht wat dan ook.

92 Maar als de mensen niet willen wandelen in Zijn volmaakte wil, heeft Hij een toegestane wil waarin Hij u laat wandelen. Let op, Hij staat het wel toe, maar Hij zal het laten uitwerken tot Zijn heerlijkheid in Zijn volmaakte wil. Nu, als u zou willen...

93 Precies als in het begin, was het niet Gods volmaakte wil dat kinderen op de aarde door sex geboren zouden worden. Zeker niet! God schiep de mens uit het stof der aarde, blies de adem des levens in hem, en hij werd een levende ziel. Hij nam uit die man een hulpe en maakte een vrouw voor hem. Dat was Gods eerste en oorspronkelijke wil. Maar toen de zonde binnenkwam en deed wat het deed, toen stond Hij de man toe om wettig een vrouw te trouwen en kinderen bij haar te hebben. "Vermenigvuldig u en vervul de aarde dan, als dat de wijze is waarop u het gaat doen." Maar, ziet u, het was nooit Zijn volmaakte wil.

94 Daarom moeten al deze dingen die een begin hadden ook een eind hebben. Alle zonde moet vernietigd worden. Met alle zonde moet afgedaan worden. Daarom zullen wij in het grote duizendjarig vrederijk, als de opstanding komt, niet opnieuw geboren behoeven te worden door onze vader en moeder, maar God zal, zoals Hij dit in het begin deed, de man roepen uit het stof der aarde en zijn hulpe met hem. Zo is het. Dat is de wijze, waarop Hij het in het begin deed.

95 Dus daarom verandert God nooit Zijn gedachten over iets, maar Hij zal u toestaan om door te gaan. Nu, dit is een lange omweg om te komen tot wat ik hierover zeggen wil, maar, en, maar het is, u zult... Ik wil dat u het begrijpt. Zie? God zal u toestaan om iets te doen en u zelfs zegenen als u het doet, maar toch is het niet Zijn volmaakte wil.

96 God stond Israël toe om een wet te nemen in Exodus 19, toen genade hun al een profeet, de Vuurkolom, een offerlam en een bevrijdende kracht gegeven had, maar zij riepen om een wet. Het was niet Gods wil, maar deze wet werd ingevoerd, omdat de mens dat wilde. En hij werd vervloekt door de wet die hij wenste. Het is het beste om Gods wil te hebben. Dat is wat Hij ons leerde: "Uw wil geschiede; Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede."

97 Wij moeten ons aan Zijn wil en Zijn Woord onderwerpen. Betwijfel het niet, geloof het. Probeer er niet een weg omheen te vinden, neem het gewoon zoals het is. Zo velen willen er omheen gaan, een andere weg nemen. En als u dat doet, dan ziet u uzelf doorgaan, u ziet Gods zegen op u, maar toch bent u bezig in Zijn toegestane wil en niet in Zijn volmaakte Goddelijke wil.

98 Hij staat het toe, zoals ik zei, maar Hij zal het niet... Hij zal het niet Zijn volmaakte wil doen zijn, maar Hij zal het laten uitwerken om Zijn volmaakte wil te eren en te zegenen. En het baren van kinderen door sex is er één van.

99 Nu, let op, Moab was om te beginnen een onwettige natie. Het begon onwettig, maar toch door een vader-gelovige en een dochter-gelovige. Heel precies, als u dat wil typeren en geestelijk verstand wil gebruiken, kunt u daar de denominatie zien staan. Zo duidelijk als iets. Zeker! Zie, de hele zaak is totaal verkeerd. En zie, als het zo begonnen is, kan het nooit... blijft het net als een sneeuwbal steeds maar harder rollen. U maakt één fout en begint vanaf die ene fout en u blijft gewoon doorrollen van het een in het ander, van het een komt het ander, steeds maar door. Dat is de wijze waarop de kerk begon.

100 Zo begon het in Nicéa, Rome, toen de Rooms-katholieke kerk... In het eerste begin kwam het uit Pinksteren, maar toen zij zich organiseerden en de mannen van naam in de gemeente brachten, begonnen zij gebeden te maken en rozenkransen, te bidden voor de doden en al die andere dingen; en toen begonnen zij van de ene dwaling in de andere te rollen, van de ene fout in de andere, totdat wij nu kunnen zien waartoe het gekomen is. Er is helemaal geen vertegenwoordiging van Pinksteren meer in. Ziet u? Het vervalt van de ene dwaling in de andere, en die vervalt weer in een andere. Er is maar één ding te doen, dat is de band wissen en teruggaan naar het begin.

101 Toen Maarten Luther begon met rechtvaardiging... Dit behoorde de verder gevorderde Lutherse kerk te zijn. Zie? Als Luther... Toen hij zich organiseerde, kon hij Wesley's heiliging niet aannemen, omdat hij georganiseerd was, en de mannen wilden er niet voor instaan. Dus bewoog de Geest Zich eruit.

102 Nu, de groep van Lot hier, of Moab, die het kind van Lots dochter was, onwettig van het begin af aan. Let nu op, zoals de natuurlijke kerk, Moab, de natuurlijke denominatie vertegenwoordigt, stelt Israël de geestelijke gemeente voor. Israël, de ware gemeente, was de bruid van die dagen, geroepen uit Egypte en bevestigd de waarheid te zijn.

103 Let op toen die twee elkaar ontmoetten. Beiden offerden hetzelfde offer, beiden bouwden zeven altaren, beiden offerden een rein offer, een os. En zij offerden zelfs rammen, getuigend dat er een Messias zou komen. Fundamenteel waren zij beiden precies hetzelfde: Israël hier beneden in de vallei, Moab daar boven op de heuvel; Moab met zeven altaren, Israël met zeven altaren; Moab met zeven ossen, Israël met zeven ossen; Moab met zeven rammen, sprekend van de komende Messias, Israël met zeven rammen. Wat was het verschil tussen hen? Fundamenteel waren zij beiden juist. Maar, ziet u, Moab had niet de betuiging van God met zich. Zij waren slechts een natie, een groep grote mannen, maar Israël had een profeet bij zich. Zij hadden een geslagen rots bij zich. Zij hadden een Vuurkolom. Zij hadden een koperen slang voor genezing. Zij hadden de zegeningen van God, die zich onder hen bewogen. Zij waren de uitgeroepen kinderen van God.

104 Nu, wij vinden dat zo volmaakt getypeerd hier in die kerken van vandaag. Daar Moab niet zo was... Israël was een trekker van plaats tot plaats. Waar de Vuurkolom zich heen bewoog, gingen zij met Hem mee. Moab niet, zij hadden zich gevestigd in hun eigen denominatie, in hun eigen natie. Zij verplaatsten zich niet, zij bleven daar. Zij hadden hun grote mannen. Zij verordenden de dingen zoals het moest, en zij hadden hun krijgslieden, zij hadden hun vechters, zij hadden hun koning, waar zij hun orders vandaan kregen, enzovoort.

105 Maar Moab had gezien dat Israël iets had wat zij niet hadden. Zij hadden een machtige kracht onder Israël gezien, en dat was een profeet. En die profeet was Mozes. En zij wisten dat als de strijd verkeerd ging, zij gewoon zijn handen ophieven en ze daar bleven ophouden, en de strijd veranderde! Dus zij hadden zoiets niet en daarom probeerden zij het te klaren met politiek, met een politieke zet. Zij zonden boden naar een ander land en huurden een profeet om te komen, zodat zij ook een profeet hadden en kracht onder zich zouden hebben, net als Israël dat onder zich had.

106 Ziet u de vleselijke vergelijking? Kunt u de vleselijke kerk vandaag zien? Zij heeft precies hetzelfde gedaan.

107 Let op. Nu zullen zij beiden een profeet hebben. Het enige verschil was dat de Koning van Mozes, de profeet van God, God was. Daar kreeg hij zijn opdrachten vandaan – het Woord van de Here. En Bileam had ook een koning, en die koning was Balak, de koning van Moab, en daar kreeg hij zijn orders en zegeningen vandaan. Dus Moab zei tegen Balak: "Kom hier", of tegen Bileam: "Kom en vervloek mij dit volk, want zij bedekken het gehele oppervlakte der aarde. Zij komen gewoon en scheren alles af zoals een os het gras afscheert." Hij zei: "Kom nu mee, ik begrijp dat u kunt vervloeken, u kunt zegenen; wat u ook doet, het wordt erkend."

108 Nu, wij willen opmerken dat deze man een door God geordineerde profeet was, maar hij verkocht zijn eerstgeboorterecht om politieke redenen, precies zoals de huidige kerk het gedaan heeft; zoals Luther, Wesley, Pinksteren en de hele groep van hen het verkochten, omdat hun organisatie aan hen trok. Mozes onder God; Bileam onder Balak. Toch waren beide profeten geroepen mannen van God en beiden geestelijk. Merk het verschil op. Ieder had een hoofd; dat van Mozes was God en dat van Bileam was Balak.

109 Let op hoe hier het geestelijke van toepassing is om te bewijzen dat het natuurlijke verkeerd is. Mozes, door God gezonden in de uitoefening van zijn dienst, wordt ontmoet en uitgedaagd door een andere profeet van God. Kunt u zich dat voorstellen? Mozes, geroepen door God, verordineerd door God, staande in dienst van God, trok op naar deze koude, vormelijke groep en werd uitgedaagd door een andere profeet van God, die God gezegend en geordineerd had. Hoe zou u het verschil willen onderscheiden? Zij hadden beiden profeten. God sprak tot beide profeten.

110 En sommigen van hen zeggen: "God zei: 'Doe dit.' God zei: 'Doe dat.'" Nu, ik betwijfel dat niet. Maar het is buiten de lijn van Gods Woord, de profeet... Ongeacht of hij een profeet is, hij is uit lijn. Op die wijze worden zoveel mensen misleid.

111 "O, deze broeder kan dit doen" en "Deze broeder kan dat doen", en het Woord verloochenen? "Al sprak ik met tongen van mensen en engelen, al had ik gaven dat ik bergen kon verzetten, al gaf ik al mijn goederen weg om de armen te voeden, ik ben toch niets." "Velen zullen in die dag tot Mij komen en zeggen: 'Here, Here, heb ik niet geprofeteerd in Uw Naam? Heb ik niet in Uw Naam duivelen uitgeworpen en machtige werken gedaan?' En Ik zal tegen hen zeggen: 'Ga weg van Mij, u... ga weg van Mij, gij werkers der ongerechtigheid! Ik heb u zelfs nooit gekend.'" Hoewel zij beleden dat zij het gedaan hadden, zei Jezus echter dat zij werkers der ongerechtigheid waren. Wat is ongerechtigheid? Het is iets, waarvan u wist dat u het moest doen, dat het juist is om het te doen, en toch doet u het niet. Ziet u wat het in de laatste dagen gaat worden?

112 Hoor de hele lijn! Dat was mijn doel vanavond. Ik zei dat ik om negen uur klaar zou zijn, maar ik zal er misschien een beetje overheen gaan. Kijk! Dat was mijn hele doel, om u deze lijn door het Woord van God te laten zien, zie, dat God Zijn Woord moet houden om God te blijven.

113 Nu, wij merken dit op. Beiden waren geestelijke mannen, beiden profeten, beiden waren geroepen. En Mozes, precies in de lijn van zijn dienst, met elke dag een nieuwe Vuurkolom vóór hem, met de Geest van God op zich, in de uitoefening van zijn plicht... Hier komt een andere dienstknecht van God, geroepen door God, geordineerd door God, een profeet, tot wie het Woord van God komt. Hier is de gevaargrens ervan. Er is niemand die zou kunnen betwisten dat die man van God – van God was, omdat de Bijbel zegt dat de Geest van God tot hem sprak, en hij was een profeet. Maar u ziet, dat toen hij het echte antwoord van God ontving, hij zich er niet aan wilde houden; hij lette er niet op. Toen ging hij heen om Mozes uit te dagen.

114 Nu, Bileam zocht de wil van God met zijn gehele hart. Nu, toen deze grote mannen naar hem toe kwamen en zeiden: "Bileam, Balak, de koning, heeft ons gezonden, opdat u onmiddellijk bij hem zou komen om dit volk Israël te vervloeken, omdat zij over de hele oppervlakte der aarde verspreid zijn, en nu zijn zij tegenover mij gelegerd. Zij hebben elk koninkrijk in de buurt verslagen en aan zich onderworpen, en nu willen wij dat u overkomt en dit volk vervloekt, omdat ik begrijp dat als u iemand vervloekt, hij vervloekt is." Nu, u ziet dat hij een man van God was. "Wat gij zegent, is gezegend." Hij was een dienstknecht van God.

115 Bileam nu, daar hij een profeet was, dacht: "Er staat mij maar één ding te doen, en dat is uitzoeken wat de wil van God is." Dat is de plicht van een profeet als hij tot profeet geroepen is.

116 Wat moet een profeet in de eerste plaats doen? Het is de wil, het Woord van God, uitzoeken. Hij moet het doen! Omdat, daar hij een profeet is, het Woord van God tot hem komt. De... Zij zeggen: "Wel, u bent geen theoloog." Nooit zegt de Bijbel dat het Woord van God tot een theoloog komt. Zij zijn degenen die er een warboel van maken. Het Woord komt tot de profeet van God.

117 En hier was een man die een profeet van God was. En toen hij gehuurd werd – gehuurd om over te komen en een ander volk van God te vervloeken, bemerk, hij ging de wil van God zoeken. Hij wilde Zijn volmaakte wil weten, en God gaf hem Zijn volmaakte wil in die zaak. Zijn volmaakte wil werd aan hem voorgesteld. Wat was Zijn wil? "Ga niet!" Dat is Gods eerste Woord. "Ga niet met hen mee. Probeer niet Mijn volk aan te vallen, dat in Mijn volmaakte wegen wandelt."

118 Hoe is dat zo vandaag! Zij willen opschudding veroorzaken, debatteren en al het andere, als zij de Geest van God onder u zien werken. En zij proberen... hebben al jaren geprobeerd om het te verstikken, maar hoe meer zij proberen het te verstikken, des te harder groeit het. U kunt niet vervloeken wat God zegent. U kunt het gewoon niet. U kunt dat gewoon niet doen.

119 Dus u ziet, dat was Gods volk. Die profeet nu, ofschoon hij daar was en door de koning gehuurd was, onder de mannen van naam werkte, enzovoort... En het Woord van God kwam tot hem, hij zocht de wil van God, en de wil van God sprak tot hem terug en zei: "Vervloek dit volk niet! Ik heb hen gezegend."

120 Nu, er is geen theoloog onder de hemel, die kan ontkennen dat deze Boodschap die wij prediken precies het Woord van God is op de juiste tijd. God heeft het bevestigd in alles wat gezegd of gedaan is. Hij heeft bewezen dat het juist is. Nu, er is geen theoloog, geen Bijbellezer, geen profeet, die in dat Woord kan zien – als hij een profeet is, zal hij hetzelfde zien. Maar als hij niet hetzelfde ziet, dan toont dat aan dat er iets verkeerd is, omdat...

121 U zegt: "Wel, o, ik zou het vice versa kunnen nemen." Dat kon Balak, Bileam ook. Ziet u? Maar God identificeerde Mozes. En wat was dan het bewijs? Het Woord van God. En hij hoorde de duidelijke, scherp omlijnde beslissing van God. "Ga niet! Probeer niet te vervloeken wat Ik gezegend heb. Zij zijn Mijn volk." Maar weet u wat? Bileam hield al van het begin af aan niet van die mensen. O, wat een... Hoeveel Bileams zijn er vandaag in de wereld? Hij hield niet van die groep om mee te beginnen.

122 Nu, nadat hij Gods scherp omlijnde beslissing kreeg: "Ga niet!" Maar ziet u, in plaats van het te doen, ging het net zoals bij Kaïn, als bij Korach. Hij was jaloers en hij wilde een reden hebben om toch te gaan.

123 Let op, nadat hij zijn denominationeel hoofdkwartier teruggezonden had, zei hij: "Nee, ik geloof niet dat ik zal gaan; ik geloof niet dat ik iets met hen te maken wil hebben. Ik wil niet met dat volk debatteren, want God heeft mij verteld dat zij Zijn volk zijn, en ik geloof niet dat ik zal gaan." Als hij daarbij maar gebleven was! Maar diep in zijn hart hield hij niet van hen. Ziet u? Zij waren niet van zijn groep. En alles wat niet tot zijn groep behoorde, was niet juist om mee te beginnen. Ziet u? Hij zag neer op hen en zei: "Er zijn enkele verschrikkelijke dingen die dat volk heeft gedaan. Zeker zal een heilig God zo'n volk vervloeken. Ze zijn... Zij zijn ongeletterd, zij zijn niet geschoold zoals wij. Wij zijn een knapper volk. O, zij beweren God te dienen, maar kijk eens naar hen. Wat zijn zij? Wel, een groep slaven, modderkruipers, die de Egyptenaren daar uitgedreven hebben. Wel, God zou nooit iets te maken willen hebben met zo'n vuile groep als zij."

124 Hij faalde die geslagen rots, die koperen slang en die Vuurkolom te zien. Hij probeerde hen te beoordelen vanuit een moreel standpunt. Hij faalde de hogere roeping van God te zien. Door genade, door verkiezing, waren zij in die lijn, en met Gods Woord. En toen hij hen wilde vervloeken, zei God: "Doe het niet; zij zijn van Mij. Laat hen met rust! Raak hen niet aan!"

125 Dus keerden de mannen om en gingen terug. Maar let nu op wat zijn denominationeel hoofdkwartier deed, wanneer hij terugkomt. Zij zonden een invloedrijkere groep. Deze keer waren het misschien in plaats van gewone leken, enige doctors in de godgeleerdheid, die deze keer kwamen. Het kunnen bisschoppen zijn geweest of misschien staatsouderlingen voor alle... Hij zond een betere groep en een wat meer invloedrijke groep, iemand die een wat betere scholing had, die hem het plan beter uit kon leggen, het redelijker kon maken.

126 Zie, dat is wat Kaïn deed. Hij redeneerde. Dat deed Korach. Hij redeneerde. Het is niet hij die redeneert. Wij werpen de redeneringen terneer; wij geloven God, ongeacht wat iemand anders zegt, wij geloven God. Wij redeneren niet over wat God zegt. U kunt er niet mee redeneren. U moet het door geloof aannemen. En alles wat u weet, hoeft u niet meer te beredeneren. Ik weet niet hoe Hij het doet, ik geloof gewoon dat Hij het doet. Ik weet niet hoe Hij die belofte gaat houden, maar Hij zei dat Hij het zóú doen; ik geloof het. Ik neem het aan op grond daarvan dat ik geloof dat het Gods Woord is.

     U zult zeggen: "Wel, u kunt u daarmee niet redden." Ik weet niet hoe ik het ermee zal redden, maar Hij zei: "Zeg het."

     Ik herinner mij hoe mijn Baptistenvoorganger tegen mij zei: "Wel, Billy, je zult prediken tegen de pilaren in de kerk. Wel, geloof je dat iemand zoiets zou willen horen?"

     Ik zei: "God heeft het gezegd."

     "Hoe zul jij met een lagereschoolopleiding bidden voor koningen en over de hele wereld prediken?"

127 Ik zei: "Ik weet niet hoe ik het ga doen, maar Hij zei het; en dat is gewoon voldoende voor mij." Ziet u? "Hij zei het. Ik weet niet hoe het gedaan zal worden."

     Hij zei: "Geloof jij dat de mensen van deze grote, geschoolde wereld, waar jij je tegenover gaat opstellen met dit onderwerp van Goddelijke genezing enzovoort, denk je dat zij dat zullen geloven?"

128 Ik zei: "Het is niet aan mij te weten of zij het geloven of niet." Ik zei: "Mijn plicht is om het te prediken. Dát vertelde Hij mij. Hij zei dat Hij met mij zou zijn en Hij vertelde mij hoe het zou uitwerken." En het heeft precies uitgewerkt wat Hij zei dat het zou uitwerken. "Eerst, pak hen bij de hand; daarna zal het gebeuren dat je zelfs het geheim van hun hart zult weten." Ik vertelde u erover, en het gebeurde op die wijze. Hoe gebeurt het? Ik weet nog steeds niet hoe het gebeurt. Het is niet mijn zaak hoe het gedaan wordt; het wordt gewoon gedaan.

129 Wie zou het kunnen verklaren, toen God tot Elia zei: "Ga daar boven op de berg zitten en Ik zal u voeden. Ik heb de kraaien geboden u te voeden."? Hoe zou een kraai een snee brood kunnen krijgen en een stuk gebakken vis, en het naar een profeet brengen? Dat gaat boven alles uit wat ik zou kunnen verklaren. Ik denk niet dat u het kunt of dat iemand het zou kunnen. Maar Hij deed het! Dat is alles wat noodzakelijk is. Hij deed het en dat is de waarheid. Hoe Hij het deed, weet ik niet. Dat zijn mijn zaken niet. Maar Hij deed het. Hoe Hij de aarde maakte, weet ik niet, maar Hij deed het. Hoe Hij Zijn Zoon zond, weet ik niet, maar Hij deed het. Hoe Hij opstond uit de dood, weet ik niet, maar Hij deed het. Hoe redde Hij mij? Ik weet het niet, maar Hij deed het. Dat is juist. Hoe redde hij u? Ik kan het u niet vertellen, maar Hij deed het. Hoe genas Hij mij? Ik weet het niet, maar Hij deed het. Hij beloofde dat Hij het zou doen en Hij houdt Zijn Woord.

     Nu, Bileam had dat moeten weten, en hij wist beter.

130 Let op deze betere, invloedrijkere groep die kwam; en wát was beter? Zij hadden betere gaven. En niet alleen dat, zij konden hem meer geld geven en zij konden hem een betere positie aanbieden. "Nu, behalve een gewone prediker in onze organisatie, zullen wij u districtsopziener maken." Ziet u? "Wel, wij zullen iets voor u doen als u die groep mensen daar verjaagt (ziet u?) en dat stopt." O, zij boden hem een grote positie aan. Zij zeiden: "Hoe meer u zegent..." Er werd gezegd: "U weet dat ik u kan promoveren." Zie waar hij zijn woorden vandaan haalt, het hoofd van de natie!

131 Waar kreeg Mozes zijn woorden vandaan? Van de Koning des hemels. Eén was het Woord van Gods belofte. "Ik zal u brengen naar het beloofde land, en niemand zal voor u standhouden. Ik zal horzels voor u uitzenden en hen verdrijven van rechts naar links. En u zult dat land innemen. Ik heb belo... Ik heb het u al gegeven. Ga voorwaarts, neem het in bezit; het is van u." En zie nu, dat is naar Wie Mozes luisterde. En déze man luisterde, totdat het kwam tot iets waarop hij in zijn eigen hart jaloers was, en daarom ging hij toen naar zijn kerkelijk hoofd. Ziet u?

132 Merk op – een betere positie. Hij zei: "Weet u dat ik u kan bevorderen? Ik zal u bevorderen tot een betere positie. Ik zal meer voor u doen; ik zal uw loon verhogen. Ik zal u een beter salaris geven." En toen hem dit alles werd aangeboden, verblindde het hem.

133 Hoeveel Bileams zijn er vandaag in de wereld, die door een betere positie, door een betere gemeente, door een belofte van iets... Als een man zijn ogen opengaan voor het Woord en de werkingen van God... en die goede man die invloed heeft zal beginnen als een dienstknecht van God, en hij heeft een goede samenkomst. Dan wordt hem na een poosje de doop met de Heilige Geest gepresenteerd; de doop in de Naam van Jezus wordt hem voorgesteld – wat de Schrift is en de enige schriftuurlijke wijze om te dopen – en als het hem aangeboden wordt en de denominatie weet dat zij hem zal verliezen als hij daarmee begint, bieden zij hem een betere positie en een verandering van gemeente aan. Ziet u, opnieuw het oude Bileamisme, precies als in het begin.

134 Die man die de Bijbel leest, kan hem niet lezen of hij ziet dat het de waarheid is. Er is nooit iemand gedoopt, met gebruikmaking van de titels Vader, Zoon en Heilige Geest. Het is een Katholieke geloofsbelijdenis en geen Bijbelse leer. Geen persoon in de Bijbel werd ooit anders gedoopt, tot driehonderd jaar na de dood van de laatste apostel, dan in de Naam van Jezus Christus. De Katholieke kerk begon daarmee en de rest van hen volgde daarin. En elke prediker die in zijn studeerkamer zit en het wil bezien, weet dat het de waarheid is. Maar terwille van de populariteit, om zijn positie te behouden, opdat het volk een betere gedachte over hem zal hebben, sluit hij een compromis.

     "Wel," zegt u, "God zegende hem."

135 Zeker. Sommigen hebben gaven van genezing; sommigen hebben grote campagnes. En het werd hun onder de neus gewreven, maar zij krijgen hetzelfde antwoord uit het Woord van God, dat u of ieder ander mens zou krijgen; God verandert niet. Ziet u wat ik bedoel?

136 Bileam dacht terwille van een betere positie... Nu, kijk, toen die betere groep terugkwam, de juiste... nam Bileam hier een valse tekst. Ziet u? Hij zei... Toen die betere groep kwam had hij moeten zeggen: "Ga uit mijn tegenwoordigheid! Ik heb u het Woord van God verteld. Ga weg. Dit is ZO SPREEKT DE HERE." Maar, ziet u, de gaven, en om een populairder man te zijn...

137 O, hoe graag doen zij dat. "Wij zullen u over de hele wereld zenden. Wij zullen u een speciaal vliegtuig geven. Wij zullen uw samenkomsten overal financieel steunen, als u maar zult..." O, nee! Uh-huh. Zie? Wij weten wat het Woord zegt. Wij weten wat God zei. Wij zullen daarbij blijven met Gods hulp. Ziet u? Wat voor belofte er ook gedaan werd en hoeveel meer u kunt betalen en hoeveel dit, dat of wat anders u kunt produceren, wij willen het ZO SPREEKT DE HERE, en wat Hij hier het eerst zei. Wel, de kerk zei: "Dat komt op de tweede plaats." Wij willen wat God in het begin zei, en als er iets aan toegevoegd of van afgenomen wordt, zal zelfs uw naam uit het boek des levens genomen worden. Er één woord aan toe te voegen of er één woord vanaf te nemen... Wij willen wat Hij zei, niet wat de kerk zei, wat doctor Jones zei of wat iemand anders zei; wij willen wat ZO SPREEKT DE HERE zei en wat het Woord zei.

138 Maar nu ontdekken wij dat Bileam, een dienstknecht van God... En velen van die mannen beginnen, en zijn verordineerd van God, en spreken Gods Woord in vele dingen, maar als het op de volle waarheid aankomt, dan willen zij het niet doen.

139 Merk hier op, als profeet van God had hij om te beginnen al niet verstrikt moeten worden in zo'n groep. Hij had niet met hen mee moeten gaan. Maar let op! Terwille van de populariteit, terwille van zijn geweten, zei hij: "Wel, blijf nog de hele nacht en ik zal het opnieuw proberen."

140 Zie, "Ik zal het opnieuw proberen!" Waarvoor wilt u het opnieuw proberen? God had hem al verteld wat hij moest zeggen. God zei: "Vertel hun dat u niet gaat." Dat was Zijn oorspronkelijke Woord: "Ik ga niet. 'En ga niet; vervloek niet wat Ik heb gezegend.'" En let nu op hoe het na een poosje op hem terugsloeg. Ziet u? En dat zal het iedere keer doen. Wanneer God iets zegt, meent Hij het. Hij verandert er Zijn gedachten niet over. Hij blijft precies bij Zijn Woord. Ongeacht wat iemand anders zegt, Hij blijft precies bij dat Woord.

141 Nu, Bileam had beter moeten weten. Hij had bij zo'n gezelschap moeten weggaan, maar al die mooie gaven en de belofte die de koning gegeven had: "U weet, ik kan het doen; ik ben de bisschop. Ik kan gewoon doen wat ik maar wil, en ik zal u promoveren als u het voor mij wilt komen doen."

142 En God had hem verteld: "Doe het niet." Toch zei Bileam: "U... Blijf nog de hele nacht, ik zal het opnieuw proberen." Ziet u? Hij had het Woord. U behoeft er niet meer over te argumenteren; God heeft het zo gezegd. Met zo'n groep praten zij u altijd uit de wil van God als u hen laat begaan.

143 Er was eens een groep, die tot een profeet kwam, genaamd Job. Zij konden hem niet ompraten. Hij zag het visioen; hij wist wat juist was.

144 Bileam zag het visioen en toch bleef hij er niet bij. Wat deze kerkgroepen ook zeiden: "O Job, je moest dit doen, je moest dat doen..." Zelfs zijn vrouw, hij zei: "Je praat als een zottin." Zie? "Ik weet wat de Here zei; ik weet wat Hij vereiste en dat heb ik gedaan." Ziet u, hij bleef bij wat God hem verteld had.

145 Merk op, Bileam gebruikte deze valse tekst terwille van zijn geweten. Ziet u? Hij zei: "Wel, ik zal het uitzoeken, ik zal het weer proberen." Nu, daar komt u in tweede instantie op uit. Hoeveel Bileams hebben wij vanavond, die die tekst uit Mattheüs 28:19 vals gebruiken terwille van hun geweten? Hoevelen willen Maleachi 4 terwille van hun geweten gebruiken? Hoevelen willen Lukas 17:30 terwille van hun geweten gebruiken? Hoevelen willen deze dingen toch gebruiken? "Wel, ik vertel u – ik geloof dat zij daarover allen verward zijn."

146 En toen probeerde Bileam hier te zeggen: "Misschien is God in de war geweest. Ik zal het weer proberen en zien wat Hij zegt." Nu, Hij kent uw hart. Let op, Bileam gebruikte deze valse tekst terwille van zijn eigen geweten, omdat hij in werkelijkheid dat geld wilde hebben. Hij wilde die hoge positie; hij wilde dat. Hij wilde die betrekking. Hij wilde die positie, opdat zij naar hem op zouden zien als doctor Zo-en-zo. Dus zei hij: "Ik zal het weer proberen."

147 O, die Bileams in de wereld vanavond! Beloofde posities, populariteit, o, o, o! Zij schroeien daardoor hun geweten toe. Vanwege hun denominaties, die zeggen: "Als u dat doet, gaat u eruit! Ik weet dat u een goed man bent en wij houden van u (en hij is een goed man), wij houden van u, maar dát kunt u niet prediken. Onze leer zegt dat u dat niet kunt doen. Doctor Zo-en-zo zegt dat dit de juiste manier is. Nu, u zult het op deze wijze moeten geloven als u bij ons blijft. Nu, als u het wilt, ik weet dat u een moeilijke tijd hebt gehad, wel, dan zal ik eens zien of ik u niet bevorderen kan, misschien van gemeente kan veranderen." O, jij Bileam! Als u de wil van God weet, doe het dan. God gaat Zijn gedachten niet veranderen. Nee!

148 Iets waardoor hij voorbij kon gaan aan de waarheid bij zijn opdracht. Hij zei: "Wel, ik zal het weer proberen." Let op de Bileams die er zijn.

149 Dus denk er aan, toen hij na de tweede nacht kwam, met deze mannen van naam, was zijn geweten al dof en gevoelloos, en God liet hem gaan. Nu, God veranderde nooit Zijn gedachten, maar Hij gaf hem Zijn toegestane wil. "Ga dan maar." Maar hij vond uit dat het niet werkte.

150 God wist wat er in Bileams hart was. Hoewel hij een profeet was, wist Hij dat hij die 'heilige rollers' haatte en dat hij gewoon... en dat hij ze hoe dan ook graag wilde vervloeken, terwijl God hem gezegd had het niet te doen. Maar toch kwam hij en wilde hij het opnieuw doen, dus liet God hem gaan. God zei: "Ga je gang." Maar bedenk, Hij veranderde nooit Zijn gedachten.

151 Let op, het was zijn verlangen om hen te vervloeken. Het volk dat hij typeerde als fanatici, wilde hij vervloeken. Hij wenste een positie. Hij wilde geen gekheid met hen maken, dus dacht hij, dat als hij deze kleine daad voor de koning kon verrichten, hij dan bevorderd zou worden. God veranderde nooit Zijn gedachten of Zijn Woord. Maar Hij zal u de begeerte (van zijn hart) van uw hart geven. Hij beloofde dat. Wist u dat? Hij beloofde u de begeerte van uw hart te geven. En laat uw begeerte het Woord van God zijn.

     Laat uw verlangen Zijn wil zijn, nooit uw eigen wil, Zijn wil. Als Hij... Als u Hem om iets vraagt en Hij geeft het u niet, zeg dan: "Dank U, Here. U weet wat goed is."

152 Kijk zelfs naar koning Hizkia, toen God die profeet daar naar hem toe zond en zei: "Maak uw huis in orde. U gaat sterven." Hizkia keerde zijn gezicht naar de muur, weende bitter en zei: "Here God, ik vraag U mij te gedenken. Ik heb voor Uw aangezicht gewandeld met een volkomen hart. Ik wil dat U mij nog vijftien jaar langer laat leven."

153 "In orde." God sprak tot de profeet en zei: "Ga terug en zeg hem dat Ik hem verhoord heb." En wat deed hij? Hij bracht schande over de hele natie. Hij wekte zodanig de toorn van God op, dat Hij hem had willen doden. Zo is het. U weet dat. Afvallig geworden van God. Het zou veel beter geweest zijn voor de natie, de koning en allen, als hij heengegaan was en hij Gods eerste beslissing genomen had. Maar het zag er moeilijk uit voor de profeet, toen de profeet terug moest gaan om het Woord van God tot hem te spreken, nadat hij hem dat verteld had. Maar God zei: "Ga door." Maar, ziet u, het bracht schande.

154 Wat deed Bileam? Nadat hij de wil van God wist, bleef hij toch aanhouden. Hij zou het desondanks toch doen. En wat bewerkte het? Let op. Hij veranderde nooit Zijn gedachten; Hij wist wat er in zijn hart was.

155 U weet, dat Thomas het eens gewoon niet geloven kon. Nee, hij zei: "Nee, ik kan dat niet geloven. Als ik mijn hand in Zijn zijde kan steken, hem plaatsen in de nagels van Zijn hand, wel dan, dan zal ik het geloven."

     Hij zei: "Kom hier, Thomas." Ziet u? "Nu, leg uw handen hierin."

     Nu... O, nu zei Thomas: "Het is mijn Here en mijn God."

156 Hij zei: "Ja, je hebt gezien en nu geloof je. Hoeveel groter is de beloning voor hen die niet gezien hebben en toch geloven." Mensen willen soms de Heilige Geest niet ontvangen tenzij zij spreken in tongen. Ik geloof in spreken in tongen. Zeker. Hij is een goede God; Hij zal u de begeerte van uw hart geven. Maar het doet er niet toe hoeveel u in tongen spreekt, als u dit Woord ontkent, bent u hoe dan ook verkeerd. Zie? Zie, u gaat niet in door spreken in tongen; u gaat in door het houden van elk Woord. Dat is het bewijs van de Heilige Geest; als u het Woord van God gelooft. Ziet u?

157 Ik geloof in spreken in tongen. Ik geloof dat u opgewekt kunt worden – zoals ik deze morgen zei – totdat u zult spreken met een nieuwe tong. Ik heb het zelf gedaan en ik weet dat het de waarheid is. Ik weet dat het waar is, maar dat is niet het teken dat u Gods uitverkoren kind bent. Ziet u? Inderdaad niet. Hij zei nooit... "Velen zullen tot Mij komen en zeggen: 'Here, heb ik niet geprofeteerd en al deze grote dingen in Uw Naam gedaan?'" Hij zal zeggen: "Ga weg van Mij, gij die de ongerechtigheid werkt, ik heb u nooit gekend."

158 U spreekt in tongen en weigert dan gedoopt te worden in de Naam van Jezus Christus? Ergens is er iets verkeerd. Ja, inderdaad. Elk van die dingen, elk van die opdrachten, die God gaf... Er is iets verkeerd. Onderzoek gewoon uw geweten en zie wat de Bijbel zegt. Toon mij één plaats waar iemand gedoopt werd in de Naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest. Ziet u? Die is er niet. Maar, ziet u, soms terwille van uw geweten, zegt u: "Wel..." U zegt: "God spreekt tot de vrouwen over wat zij moeten doen: geen korte broekjes dragen en zulke dingen, maar weet u, de voorganger zei..." Zo nemen zij de gemakkelijke weg.

159 Zij weten wat God er hier over zei. Zie? Zeker, God zei het, maar zij willen het toch doen. Ziet u, zij proberen een verontschuldiging te vinden. "Wel, ik geloof dat het veel beter is; het is niet... De wind blaast niet..." Ja, maar God zei dat een man zich anders dan een vrouw moet kleden. Als een vrouw een kledingstuk aantrok dat aan een man behoorde, was het een gruwel in Zijn ogen. Dus is het niet juist. Ja. En u behoorde dat niet te doen, nee. Ziet u?

160 Dus daarom is het verkeerd. Maar ziet u, zij proberen een excuus te vinden, zoals: "De Here vertelde mij dit te doen." Ik zeg niet dat Hij dat niet deed, maar kijk, het is niet Zijn volmaakte wil. Het moet Zijn toegestane wil zijn. Ziet u wat het zal uitwerken? Het zal de hele groep verontreinigen. Het verontreinigde het hele kamp.

161 Merk hier op dat God nooit Zijn gedachten, Zijn Woord, veranderde. Maar Hij is een goede God en Hij zal u de begeerte van uw hart geven, hoewel het tegen Zijn wil is. Gelooft u dat? Kijk! God zei Mozes: "Ga daar heen", deze gezalfde profeet. Hij zei: "Ga daar heen en spreek tot die rots." Hij was al geslagen.

162 Mozes ging erheen in zijn toorn, nam de staf op en zei: "Jullie opstandelingen, moeten wij voor jullie water uit deze rots halen?" en hij sloeg de rots. Het water kwam niet; hij sloeg hem opnieuw. Het kwam. Het was tegen Gods wil. Het verbrak ieder plan in de Bijbel. Christus moest voor de tweede keer geslagen worden. Ziet u? Christus werd eenmaal geslagen. Het verbrak het hele plan. Maar Hij gaf hem Zijn toegestane wil. Daarna zei hij: "Zie, wij hebben het water voor u. Ja, ik bracht het voor jullie te voorschijn, jullie troep opstandelingen."

163 God zei: "Kom hier, Mozes. Kom hier. Kom hier omhoog op de top. Je bent een getrouwe dienstknecht geweest." (Zoals de vrouw met de hoge hakken. "U bent geklommen", ziet u.) "Kijk naar ginds. Zie je het beloofde land?"

     "O, Here...!"

     "Maar je zult er niet binnengaan! Je nam Mijn toegestane wil hier bij de rots. Je hebt jezelf verheerlijkt (zie?) en niet Mij. Je heiligde jezelf. Je heiligde Mij niet. Je hield Mijn oorspronkelijke Woord niet, wat Ik je vertelde te doen." Toch kwam het water! U kunt handen leggen op de zieken en zij genezen; u kunt profeteren of spreken in tongen, maar de zaak is Zijn oorspronkelijke Woord te houden. God verandert Zijn gedachten niet, vriend. U moet u aan Zijn opdracht, Zijn wil, houden.

164 "O wel, dat was voor de discipelen!" Hij verandert niet. Als Hij nu nog een discipel heeft, dan geldt dezelfde opdracht: "Ga in de gehele wereld en predik het Evangelie. Deze tekenen zullen hen volgen die geloven." Het is nooit veranderd; Hij kan niet veranderen.

     Nu, u kunt zeggen: "Wel, ik vertel u, dat is niet voor vandaag." O, jij Bileamiet! Ziet u? Zie? God kan niet veranderen. Hij is Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer.

165 Kijk slechts naar de Bileamieten vandaag. "O, ik weet dat zij in de Bijbel doopten in Jezus' Naam, maar kijk, alle mensen..." Het kan mij niet schelen wat de mensen doen. Er is geen andere Naam onder de hemel gegeven, waardoor u gered kunt worden. Er is geen vergeving van zonde, dan alleen door de Naam van Jezus Christus. Hoe goed u ook bent, wat u ook doet; dat heeft er niets mee te maken; het is Gods oorspronkelijke Woord. U moet daarbij blijven. Whew! Zo is het.

166 Gehoorzaamheid aan Zijn Woord is beter dan offerande. U herinnert zich die keer dat Saul terugkwam.

167 Bileam had een gave van geloof en had die kunnen gebruiken voor het volmaakte, oorspronkelijke Woord van God. Menig man op het veld vandaag met gaven van genezing zou hetzelfde kunnen doen. Vele mannen hier buiten, mensen die in tongen spreken, mensen die profeteren, een gave, zouden deze kunnen gebruiken voor het Koninkrijk van God, maar zij doen het niet, zij nemen... En God zegent hen hoe dan ook. Zij hebben de toegestane wil. Maar voor populariteit en genoegens, persoonlijk gewin, verkochten zij hun geboorterechten, zoals Ezau deed (zie?), verkochten ze aan een organisatie. Zij verkochten ze, evenals Bileam. Zie? Zo velen doen vandaag hetzelfde. Wij weten dat dat zo is. Zij verkopen hun geboorterecht. Huh! Vrouwen, die beweren de Heilige Geest te bezitten, terwijl zij korte broeken dragen; mannen, die haar toelaten op de preekstoel, vrouwen met kortgeknipt haar op de preekstoel, verf op hun gezicht, met godsdienstige gewaden aan – het grootste struikelblok dat de gemeente ooit heeft gehad.

168 Als u, vanuit politieke machten, wilt weten hoe laat het is in het Koninkrijks-tijdperk, kijk dan waar de Joden zijn. Let op hoe de Joden zijn, want zij zijn een natie. Als u wilt weten waar de naties staan, let dan op de Joden. Als u wilt weten waar de gemeente staat, let dan op de vrouwen. Let op de moraal onder de vrouwen, omdat zij de gemeente vertegenwoordigt. Als u de verontreiniging ziet onder de vrouwen, vindt u de verontreiniging in de gemeente. Wat zij is geworden is een opgeschilderde Izebel, helemaal precies wat de gemeente geworden is. Zie? Nu, dat is de waarheid en u weet dat. Zie? Als u wilt weten waar de gemeente is, let dan op de moraal onder uw vrouwen, omdat zij, de gemeente, een vrouw is. Als u de toestand der naties wilt weten, let dan op de Joden.

169 Let op, toen God tot Bileam zei, nadat hij het ware, scherp omlijnde, beslissende Woord gehoord had: "Ga niet"... Ja, daarna vertelde Hij hem, nadat Hij in zijn hart gezien had wat hij wilde doen... toen gaf Hij hem zijn toegestane wil, dus zei Hij: "Ga."

170 En u kunt hetzelfde doen. Als u niet in de waarheid wilt wandelen... U kunt gaan en een grote bediening hebben. Zeker kunt u dat. Maar u neemt Zijn toegestane wil. U loopt over Zijn Woord heen. Hij zal u voorspoed geven (zeker!), precies zoals Hij gaf aan Bileam. Hij was een succes, maar hij kon dat volk niet vervloeken. Hij kon het niet, omdat iedere keer als hij begon te vervloeken, hij het zegende. Ziet u, hij kon het niet. Maar toen zijn poging met voorspoed beloond werd, leerde hij, door Balak, die mensen overspel te bedrijven. Hij bracht hen in het kamp van Israël en liet hen met elkaar trouwen. Hij zei: "Wel, wij zijn allen één. Wel, u aanbidt dezelfde God. Wij hebben hier een profeet en u hebt er daar één. Wij hebben hetzelfde offer, dezelfde Jehova als onze vaderen. Nu, waarom komt u niet gewoon allemaal en verenigt u met ons?" De Bijbel zegt: "Vermeng u niet met ongelovigen. Trek in het geheel geen juk met hen aan." Als zij het niet geloven, blijf er bij vandaan. Ziet u? "Kom eruit, scheid u af", zegt de Here, "en Ik zal u aannemen. (Ziet u?) Raak hun onreine dingen niet aan." Zo is het. Hun vuil tegen het Woord en dergelijke dingen, blijf er vandaan; luister er niet naar.

171 En hier ontdekken wij dat Bileam daarheen ging en het volk begon te leren, en hij had een dwaling. Hij volgde de weg van Bileam, zoals hij deed, en leerde Balak; en de kinderen Israëls bedreven overspel. En een plaag sloeg het volk Israël en duizenden stierven op één dag. En terwijl zij daar allen voor het altaar van God aan het bidden waren, kwam daar een Israëlietische man met een Midianietische vrouw, een denominationele vrouw, en ging de tent in. En de zoon van de priester liep ernaar toe, nam een speer en doodde hen beiden. En dat stilde Gods toorn. U weet, dat dat de Schrift is. Is dat juist? Zie?

172 Maar wat gebeurde er? Het gelukte Bileam Israël te verzwakken. Wat deed hij? Hij verzwakte hun kamp. God liet hem gaan en hun kamp verzwakken, en het verontreinigde het hele kamp. En als de een of andere leer begint op te komen, die niet de Bijbelse waarheid is, verontreinigt dat het hele kamp. Iemand staat op met een ander idee, zoals Korach, en zegt: "Wel, ik heb een ander idee over dit, dat en dat andere." Het verontreinigt het hele kamp. En dat is er gebeurd in het hele gemeentekamp vandaag. Zo is het!

173 Lerend zoals hij deed, verzwakte hij het hele kamp voor Kades-Barnea – de Woord-confrontatie. Toen zij te Kades-Barnea kwamen, toen het kamp verzwakt was, kwamen zij terug. Zij waren gegaan achter... Bedenk, zij hadden engelenvoedsel gegeten; zij hadden het Woord van God elke avond gemanifesteerd gezien, en zij aten het voedsel. Zij dronken uit de rots. Zij hadden allen de wonderen gezien; zij letten op Mozes en zagen zijn woord, zagen zijn profetieën, alles. En toen zij tenslotte luisterden naar deze valse leraar, die onder hen gekomen was en verkeerd leerde, verzwakte hij het kamp en was er voorspoedig in. Misschien heeft hij wel gebouwen van miljoenen dollars neergezet. Misschien had hij grote denominaties; hij zou er duizenden maal duizenden in hebben kunnen krijgen, en grote werken en machtige werken hebben kunnen doen; en hij was een profeet. Dat is in orde, maar zolang het niet klopt met het Woord van God, kunt u er beter bij vandaan blijven. God verandert Zijn gedachten niet. Blijf precies bij Zijn Woord, omdat dat tenslotte uit zal komen – het Woord, woord voor woord. "Wie er één woord vanaf zal nemen of er één woord aan toe zal voegen..." Het moet dat Woord blijven.

174 Luister nu aandachtig. Toen de Woordtest kwam, toen zij overstaken en zagen dat de tegenstand zo groot was – de grootste tegenstand die zij ooit gezien hadden, de Amalekieten waren tien keer zo groot als zij – zeiden zij: "Wij zien er uit als sprinkhanen. Hun omheiningen... of, hun steden zijn zo ommuurd, dat zij er een wagenrace op kunnen houden; twee wagens kunnen zo hard als zij kunnen over de muren van hun steden rijden. Wel, hun speren zijn enorm, ze zijn lang. En het zijn reuzen. Wel, wij zien er uit als sprinkhanen. Wij kunnen het niet doen." En twee mannen stonden op dat Woord. Kaleb en Jozua zeiden: "Wacht eens even! Jullie, twee miljoen mensen, zwijg eens even; wij zijn meer dan in staat om het te doen." (Zie?) "Wij zijn meer dan een partij voor hen." Waar baseerden zij dat op? God zei: "Ik heb u het land gegeven. Het is van u." En daar stonden zij. Maar de mensen hadden anderen gehuwd en nog meer van die dingen, en hadden allerlei soorten belijdenissen en rituelen onder elkaar, en zij waren gewoon week, slap, en wisten niet naar welke kant zij zich moesten keren en wat te doen. Zo is het. Daar kwam de Woordtest.

175 Toch staat Hij u toe om te doen wat u wilt – een toegestane wil – omdat Hij weet wat in uw hart is. Hij weet het. U zegt: "Wel, broeder Branham, ik doe zo en zo; ik maak mij daar niet druk over. God zegent mij elke dag. Ik zing in de Geest; ik dans in de Geest; ik..." Hij zal het toestaan. Ga maar door. Dat is in orde. Maar wat gaat u doen?

176 "Ik draag korte broekjes; en ik doe dit; ik maak mij daar niet druk over. Ik weet dat mijn geloof in Christus is en niet in wat ik draag." Maar de Bijbel zegt dat het wel iets uitmaakt. Zie? Wat zult u doen? U zult een struikelblok zijn, net als Bileam, voor alle andere vrouwen. Wat zult u veroorzaken bij uw jonge meisjes? U zult een groep "Ricketta's" krijgen (dat is precies juist), een groep van die opgeschilderde Izebels. Zie? Maar God zal u voorspoed geven.

177 "Wel, Hij zegent mij!" Ik betwijfel dat niet. Hij zegende Bileam ook. Zie? Zeker zal Hij dat doen. U zult wandelen in Zijn toegestane wil, niet in Zijn volmaakte wil. God verandert Zijn gedachten niet, omdat Hij u zegent. Hij zegende Israël daar buiten gedurende veertig jaar. Wat deden zij? Zij trouwden vrouwen, verwekten gezinnen, kusten de kinderen, betaalden hun tienden, leefden daar buiten en God zegende hen in de woestijn, voedde hen steeds maar weer met het manna, en ieder van hen kwam om, omdat zij nooit Zijn oorspronkelijke toegestane... Zijn oorspronkelijke wil, Zijn Woord, hielden. Zij namen Zijn toegestane weg.

178 "Ga door." Maar bedenk, dat toen zij Kades verlieten, zij nooit iets verder reisden, zij trokken gewoon steeds maar in het rond in de woestijn. Terwijl zij er twee dagen daarna hadden kunnen zijn – in het beloofde land – reisden zij veertig jaar rond en ieder van hen stierf, behalve Jozua en Kaleb, zij die bleven bij het oorspronkelijke Woord.

179 O God, help ons! God verandert Zijn wil niet. Hij verandert Zijn gedachten niet, maar Hij zal u zegenen. Zeker, Hij zegende Bileam. En wat deed hij daar? Hij verontreinigde het hele kamp. Ziet u, u moet blijven bij datgene wat Hij zei. Hij veranderde nooit Zijn oorspronkelijke plan.

180 Nu, kijk naar de Bileams van vandaag op het veld, als u wilt. Kijk gewoon om u heen: Zij hebben voorspoed, spreken in tongen, zeker, gebruiken Gods gave voor gewin, alles. Zeker. Maar het verontreinigt de hele gemeente van God met hun verdorven leer. Zo is het.

     Iemand zei tegen mij: "Waar doet u dit voor? Waar doet u dat voor?"

     Ik zei: "Gelooft u niet dat dat de waarheid is?"

181 "O ja, maar", zei hij, "weet u wat? Dat is niet uw zaak. U moet voor de zieken bidden. Zij geloven dat u een profeet bent. Wel, u zou die vrouwen en die mannen kunnen onderwijzen hoe zij dit, dat, of dat andere moeten doen..."

     "Hoe kunt u hun algebra leren als zij hun abc niet eens willen leren?" Huh? Huh? "Hoe kunt u hun die dingen leren als zij zelfs de grondbeginselen niet willen aannemen?" Zie? U moet terugkomen en beginnen waar u begon of waar u ermee ophield, en elk Woord van God nemen.

182 Kijk eens hoe het op het veld is vandaag. Zoals Bileam een hoer in Gods gemeente trouwde – de hoer trouwde in Gods gemeente – zo proberen deze valse leraars het u vandaag te vertellen. Zij zullen elk van deze organisaties en deze mensen trouwen in de oude hoer van Openbaring 17. Hun Bileam leer gaat vandaag rond en zegt: "Wij zijn precies hetzelfde, wij zijn allen Christenen." En priesters en pausen en wat al niet meer, sluiten allen een compromis en doen dit.

183 De prediker zei... Ik ken zelfs een Pinksterprediker... Zij zijn nu allen begonnen een ronde koosjer te geven – wat Astoreth, de maangodin betekent, een koosjer ouwel, en zeggen: "Sluit uw ogen en neem het als het uw geweten kwetst." Sluit uw ogen? Een ronde ouwel? Wat betekent het? Wij nemen een gebroken lichaam, Jezus Christus, verbroken, niet een ronde maangodin, Astoreth, waar Maria de plaats van innam (en de Roomse koosjer is nog rond) ... Voor de maangod – godin, geen god. Wij hebben een gebroken koosjer. Zeker. O!

184 Dus de grote hoer nu van Openbaring 17, deze Bileam-leraars met hun valse leer, zijn bezig de gemeente te trouwen in dat soort warboel. Let op als de confrontatie komt in de eindtijd, zie de zwakheid er nu van. Negenhonderd en meer verschillende organisaties, de één trekt naar de ene kant en een ander naar de andere kant. Er is geen eenheid onder hen en zij proberen eenheid te brengen – niet geruggensteund door het Woord van God, Gods oorspronkelijke plan. Zij brengen het binnen door politiek en een organisatie. God verandert Zijn gedachten niet; Hij blijft precies bij Zijn Woord. Hij zei: "Hemelen en aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn Woord niet." Zo is het. Hij blijft bij Zijn oorspronkelijke Woord. Oh, my!

185 Hoewel zij er nog steeds tegen redeneren, precies zoals zij deden, en gewoon... Er staat maar één ding te doen – Hij zal het niet veranderen – gewoon geloven, omdat zowel hemel als aarde voorbij zullen gaan; Zijn Woord zal nooit falen. Zie?

186 Ziet u waarmee u getrouwd raakt? Ziet u de politiek en zo, hoe zij proberen de kerk bij elkaar te voegen door politiek in de kerk? Wij worden niet met Christus verbonden door politiek, wij, de gemeente, worden met Christus verbonden door de doop van de Heilige Geest. En de wijze waarop u weet de doop met de Heilige Geest te hebben, is, dat die Geest in u identificeert dat elk Woord van God de waarheid is. Zo is het. Want: "Wie er één woord vanaf zal nemen of er één woord aan toe zal voegen, zijn deel zal worden afgenomen uit het boek des levens."

187 Toch zegt u: "Hij heeft voorspoed." U kunt dat niet geloven door voorspoed. U kunt God niet beoordelen naar voorspoed. De wereld heeft voorspoed. Bileam had er voorspoed door, maar broeder, beoordeelt u God naar Zijn Woord. Hij houdt Zijn Woord en betuigt dat het de waarheid is. Dus, onthoud, vriend, vergeet dit nooit zolang u leeft. God verandert Zijn gedachten niet. Toch zal Hij zegenen. Hij zal u met Zijn toegestane wil laten gaan, maar Hij zal Zijn gedachten niet veranderen. Hij zal Zijn plan niet wijzigen. Hij zal Zijn Woord voor u niet veranderen. Nee, zeker niet! U moet veranderen. U kunt Gods Woord niet nemen om het met uw ervaring te laten kloppen, u moet uw ervaring laten kloppen met Gods Woord. Zie? Dat is de wijze waarop u moet...

     U zegt: "Wel, ik ben een goed mens. God doet dit, dat of wat anders." Maar houdt u Zijn Woord?

188 "O, wel, ik vertel u, dat is niet precies... Nou." Goed. Er is ergens iets verkeerd. God gaat... Ja, Hij zal u voorspoed geven. Zeker. Hij zal u maken... De denominaties hebben voorspoed ten opzichte van hen die dat niet wilden hebben. Zij breiden hun tenten uit – de grote, mooie kerken en dat alles, door het hele land – ze zijn rijk en het geld stroomt binnen en leden komen van overal. Zei de Bijbel niet dat in haar de rijkdom van de wereld werd gevonden, en zelfs de zielen der mensen, en alles; dat in die oude hoer, die de moeder van de hele zaak is, corrupte politiek en organisatie werd gevonden? Maar Gods kleine groep is Zijn bruid, zich scharend rondom dat Woord.

189 Moge de dierbare, hemelse Vader u daar altijd gestabiliseerd houden. Beweeg u nooit bij dat Woord vandaan. U mag gezegend zijn, u mag... God moge uw zieken genezen; Hij moge uw zieke baby genezen, Hij moge uw man, uw vrouw genezen, Hij moge uw moeder of iemand anders genezen; u mag dan springen en op en neer dansen door Zijn Geest. Bedenk, de regen valt even veel op de rechtvaardigen als op de onrechtvaardigen. Maar als dat zaad daar ligt, dan is het òf voorbeschikt òf niet voorbeschikt. En als het voorbeschikt is, kan het... Als het tarwe is, zal het tarwe moeten voortbrengen; als het een Woord van God is, moet het het Woord van God voortbrengen. Als het dat niet is, wel dan is het dat niet. Zie? Begrijpt u het nu? De Here zegene u.

190 Ik vertelde u hier, dat ik zou ophouden om negen uur, en nu is het tien over half tien. Velen van u mensen hebben nog een lange weg voor de boeg. Ik houd van u, en de reden dat ik u op deze wijze ophield, is niet omdat ik wreed wil zijn tegenover u, maar ik heb u lief. En van wat ik weet, houd ik niets terug; ik vertel u de waarheid.

191 Daar in de samenkomsten waar ik heenga, zult u mij deze boodschappen nooit horen prediken. Nee, ik beloofde u naar deze tabernakel te komen. Juist hier vandaan predik ik mijn boodschappen. Ik heb er nog drie of vier meer, die de Here mij gegeven heeft – ik heb de Schriftplaatsen ervan – die ik nergens anders zou durven prediken dan alleen hier. Hier begon het Woord van God uit te gaan en tenzij God het verandert, blijf ik gewoon hier en breng het vanuit hier naar buiten. Zo is het. Daar buiten in de samenkomsten bid ik voor de zieken en dergelijke en daarnaast zeg ik de dingen op een indirecte manier, zodat de schapen het horen. Zij weten waarover gesproken wordt. Anders gezegd, het is gewoon het lokaas aan de haak. Ziet u? Ik laat de tekenen zien en probeer te laten zien dat God weet, door onderscheiding, en de harten van de mensen kent en deze dingen doet. Dat is een evangelistische gave, om de mensen in beweging te brengen. Het eerste wat gebeurt, ziet u, er komt een geluidsband in hun huis; dat moet het dan doen. Als hij een schaap is, gaat hij erin mee; als hij een geit is, gooit hij de band eruit. Uh-huh. [Broeder Ben Bryant zegt: "En u ook." – Vert] Ziet u? Dat is... "En u ook", dat klopt, Ben; dat is precies juist. Ben heeft enige ervaring gehad. In orde.

192 Wel, zo is het. Bent u niet blij dat u de Zijne bent? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Bent u niet blij? ["Amen."] Wij zongen lang geleden vaak een Pinksterliedje, op deze wijze:

Ik ben zo blij, dat de Here mij uitleidde.
Ik ben zo blij, dat de Here mij uitleidde.
Als Jezus er niet geweest was, waar zou ik zijn?
Ik ben zo blij, dat de Here mij uitleidde.

O, ik ben gelukkig sinds de Here mij uitleidde.
Ik ben gelukkig sinds de Here mij uitleidde.
Als Jezus er niet geweest was, waar zou ik zijn?
Ik ben zo blij, sinds de Here mij uitleidde.

Ik juich sinds de Here mij uitleidde.
Ik juich sinds de Here mij uitleidde.
Als Jezus er niet geweest was, waar zou ik zijn?
Ik ben zo blij, dat de Here mij uitleidde.

     Glorie! Bent u niet blij? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Bent u niet blij... (Laten wij het zingen!)

Bent u niet blij, dat de Here u uitleidde?
Bent u niet blij, dat de Here u uitleidde?
Als Jezus er niet geweest was, waar zou ik zijn?
Ik ben zo blij, dat de Here mij uitleidde.

Wel, ik zing sinds de Here mij uitleidde.
Ik zing sinds de Here mij uitleidde.
Als Jezus er niet geweest was, waar zou ik zijn?
Ik ben zo blij, dat de Here mij uitleidde.

     Bent u er niet blij om? ["Amen."] Dan zullen wij wandelen in het licht. Kent u dat lied?

Wij zullen wand'len in 't licht,
Het is een wonderschoon licht;
Het komt van waar de dauwdruppels van genade glanzen;
Schijn geheel om ons heen, bij dag en bij nacht,
O Jezus, het Licht van de wereld.

     Houdt u daar niet van? Laten wij het nog eens zingen.

Wij zullen wand'len in 't licht.
Het is een wonderschoon licht;
Het komt van waar de dauwdruppels van genade glanzen;
Schijn geheel om ons heen, bij dag en bij nacht,
O Jezus, het Licht van de wereld.

     De zon is op!

Alle gij heiligen van het licht, verkondig het;
Jezus, het Licht der wereld.
Waarheid en genade in Zijn Naam,
Jezus, het Licht van de...

     Laten wij nu onze handen opheffen, terwijl wij het zingen.

O, wij zullen wand'len in 't licht;
Het is zo'n wonderschoon licht;
Het komt van waar de dauwdruppels van genade glanzen;
Schijn geheel om ons heen, bij dag en bij nacht.
Jezus, het Licht van de wereld.

     Schud elkander de hand.

O, het komt van waar de dauwdruppels van genade glanzen.

     (Bent u niet blij, dat u kinderen van het licht bent? De zon is op!)

Schijn geheel om ons heen, bij dag en bij nacht,

     (Kinderkens, heb elkander lief!)

Jezus, het Licht van de wereld.

O, wij zullen wand'len in 't licht,
Het is zo'n wonderschoon... (manifestatie van Zijn Woord)
Het komt waar de dauwdruppels van genade glanzen;
Schijn geheel om ons heen, bij dag en bij nacht,
Jezus, het Licht der wereld.

     Gelooft u het allemaal?

Wij trekken naar Sion,
Het heerlijke, hemelse Sion;
Wij trekken op naar Sion,
De heerlijke stad onze Gods.

Oh, wij trekken naar Sion,
Het heerlijke, hemelse Sion;
Wij trekken op naar Sion,
De heerlijke stad onzes Gods.

Wie niet mee zingen wil,
Die kent Gods liefde niet,
Maar 't kind van God, verlost en blij,
Maar 't kind van God, verlost en blij,
Zingt Hem steeds in zijn lied,
Zingt Hem steeds in zijn lied,

Want wij trekken naar Sion, (Glorie!)
Het heerlijke, hemelse Sion;
Wij trekken op naar Sion,
De heerlijke stad onzes Gods.

O, wij trekken naar Sion,
Het heerlijke, hemelse Sion;
Wij trekken op naar Sion,
De heerlijke stad onzes Gods.

193 Haal uw zakdoeken uit uw zak. Pak uw zakdoeken, even een ogenblik. Laten wij de Here een wuifoffer brengen. Het is geen schoof, maar zij namen van het lichaam van Paulus zakdoeken en dergelijke, zie.

O, wij trekken naar Sion,
Het heerlijke, hemelse Sion;
Wij trekken op naar Sion,
De heerlijke stad onzes Gods.

O, wij trekken naar Sion,
Het heerlijke, hemelse Sion;
Wij trekken op naar Sion,
De heerlijke stad onzes Gods.

194 Amen. O, maakt dat niet dat u zich goed voelt? Ik kan mij gewoon die oude heiligen van vroeger voorstellen, voordat zij de Romeinse arena daar binnengingen, en die heuvel begonnen op te lopen, weet u, omhoog over die kleine verhoging, naar de leeuwenkuil, zeggend:

O, wij trekken naar Sion,
Dat heerlijke, hemelse Sion;
Wij trekken op naar Sion,
De heerlijke stad onzes Gods.

De velden van Sion brengen voort
Wel duizend gewijde genoegens.
Voordat wij de hemelse troon bereiken,
Voordat wij de hemelse troon bereiken,
Of wand'len op de gouden straten,
Of wand'len op de gouden straten.

Wij trekken naar Sion,
Het heerlijke, hemelse Sion;
Wij trekken op naar Sion,
De heerlijke stad onzes Gods.

195 Spreek mij na. [De samenkomst herhaalt iedere zin die broeder Branham uitspreekt – Vert] Here God... ik wijd mijzelf opnieuw aan U... Reinig mij van alle ongerechtigheid... Reinig mij van alle twijfel aan Uw Woord... Laat mij vanaf dit Pasen... een nieuw schepsel zijn... in Christus Jezus... Laat mij in mijn hart dragen... Uw Woord... Moge het een lamp zijn voor mijn voet... en een licht op mijn pad... Van nu af aan... wil ik U volgen... in Jezus' Naam... Amen.

Wij trekken naar Sion,
Het heerlijke, hemelse Sion;
Wij trekken op naar Sion,
De heerlijke stad onzes Gods.

196 Maakt dat niet dat u zich goed voelt? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Wij hebben onszelf opnieuw toegewijd, wetend dat wij in onze harten opgewekt zijn uit de dood, levend gemaakt. Maakt dat niet dat u zich goed voelt? ["Amen."] My, oh, my! Ik heb u lief met een onsterfelijke liefde. Luister: "Hebt elkander lief, want u kunt geen afkeer hebben van uw broeder, die u ziet, en zeggen dat u God liefhebt, Die u niet gezien hebt." Zie? Heb elkander dus gewoon lief. Dan, wanneer u elkaar dient, dient u God. Klopt dat? "Al wat gij doet aan één van de minsten van dezen die levendmakende kracht in zich hebben, dat hebt gij aan Mij gedaan."

     "Wanneer hebben wij U behoeftig gezien? Wanneer bezochten wij U in de gevangenis? Wanneer deden wij deze dingen?"

197 "Wat u aan hen deed, deed u aan Mij!" Is dat niet wonderbaar? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Ik heb Hem lief, u ook niet? ["Amen."]

198 O, er is nog een lied, dat wij moeten zingen, als u nog een minuut langer tijd hebt. O wel, wij zullen ze gewoon nemen. In orde. In orde, zeker! O! "Neem de Naam van Jezus mede." Vergeet dat niet, vriend. Laten wij het nu allen zingen. Allen tezamen nu, gewoon met één groot hart, breng het tot Hem, met alles wat wij in ons hebben.

Neem de Naam van Jezus mede,
Kind van kommer, zorg en smart.
Die brengt u de ware vrede,
Draag die Naam steeds in uw hart.

Dierb're Naam, o hoe zoet,
Hoop der aard' en 's hemels vreugd;
Dierb're Naam, o hoe zoet,
Hoop der aard' en 's hemels vreugd.

199 Denk er nu aan, bid voor mij als die hete vervolgingswinden blazen, als de duivels je aan elke kant uitdagen. Ik zal eraan denken, dat u dag en nacht voor mij bidt; en ik zal voor u bidden. Sta achter uw goede herder, broeder Neville, en de hulpvoorganger, broeder Capps. Luister naar hen, zij zullen u het Woord des levens onderwijzen. Ik geloof dat. Als ik het niet geloofde, zou ik hen hier zeker niet hebben. Dat zou ik zeker niet. Ik geloof dat zij de Boodschap geloven en zij blijven erbij naar hun beste weten en ik heb geloof in beide mannen. Blijf bij hen. Deze andere broeders overal, waar zij hun samenkomsten hebben, die hier vanavond stonden, als u in hun omgeving woont, sta hen bij. U hoorde waarvoor zij hier vanavond kwamen.

Neem de Naam van Jezus mede,
Als een schild in ied're strijd. (Luister hiernaar)
Wil de vijand u vertreden,
't Is Zijn Naam die u bevrijdt.

Dierb're Naam (Dierb're Naam)
O hoe zoet! (O hoe zoet!)
Hoop der... (Dierbare God, genees deze mensen, bid ik, hemelse Vader. In Jezus' Naam. Sta het toe, Here, bid ik.)
... o hoe zoet!
Hoop der aard' en 's hemels vreugd.

Tot w' elkander weer ontmoeten,
Tot w' elkander weer ontmoeten,
Tot w' elkander weerzien aan Jezus' voeten;
Tot w' elkander weer ontmoeten,
Tot w' elkander weer ontmoeten,
God zij met u, nu tot wederziens.

     Laten wij onze hoofden nu buigen. [Broeder Branham neuriet "Nu tot wederziens"]

O God, wees met ons; help ons, Here.
... w' elkander weerzien aan Jezus' voeten! (Tot we elkander ontmoeten!)
Nu, tot wederziens, nu tot weerziens,
God zij met u, nu tot wederziens!

200 Dat is waarlijk mijn gebed, tot wij elkaar weer ontmoeten. God zegene u. En nu zal ik onze dierbare broeder Neville vragen of hij deze fijne samenkomst met gebed wil laten gaan. God heeft u lief, iedereen. Ik ben zo dankbaar om mensen te hebben zoals u allen. Wat zou mijn Boodschap zijn als ik niemand had die hem geloofde? En er zijn mensen hier, u zou er voor willen sterven, voor deze Boodschap die wij hebben. Moge God u helpen, ieder van u. Mijn gebeden gaan met u; mijn zegeningen gaan met eenieder van u. Moge u niet vergeten dat u een deel bent in die opstanding. De levendmakende kracht is nu in u. Het is alles geregeld. U bent Gods kind. Laten wij onze hoofden buigen tot broeder Neville u laat gaan. En God zegene u.