Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

God een dienst bewijzen zonder dat het Zijn wil is

Door William Marrion Branham

     Laten wij nu een ogenblik blijven staan voor gebed. Laten wij onze hoofden buigen.

1 Here, wij zijn vanmorgen gelukkig om voor nog een dienst weer in het huis van God te zijn. En wij bidden God, dat U deze morgen al onze fouten wilt corrigeren. Laat ons de paden zien die U voor ons beschikt hebt om op te wandelen en geef ons van Uw genade en liefde, opdat wij die paden en instructies mogen volgen met geheel ons hart, opdat wij op die dag in Christus smetteloos bevonden mogen worden, want wij geloven, Here, dat Zijn verschijning spoedig zal zijn.

2 Wij zien al de tekenen, waarvan Hij zei dat zij plaats zouden vinden vlak vóór Zijn komst, nu vervuld worden. En met vreugde zien wij uit naar dat ogenblik. Zoals Abraham vanouds uitzag naar de beloofde zoon, en ziende dat die laatste tekenen van God op de aarde neergekomen waren, wist hij, dat het niet lang meer zou duren voordat de zoon zou komen. En nu zien wij het zich weer herhalen. Jezus vertelde ons dat wanneer deze dingen zouden beginnen te geschieden, wij onze hoofden moesten opheffen, omdat onze verlossing nabij was; het is een tijd van verwarring, benauwdheid onder de volken, aardbevingen in verscheidene plaatsen, het bulderen van de zee, terwijl het hart van de mens bezwijkt van vrees.

3 Wij beseffen dat wij in dat uur zijn, waarin de volken niet weten wat te doen. Het ziet er naar uit alsof er nog een oorlog komt. Wat zou dat een afschuwelijke zaak zijn! De wereld wordt uit elkaar getrokken; de geleerden zeggen dat er iets verschrikkelijks aanstaande is. Wij zien de Bijbel hierover spreken. Help ons dan vandaag, Here, om in dit huis van correctie te staan en opdrachten van onze God te ontvangen om in dit uur van duisternis voorwaarts te gaan om het Licht te laten schijnen, want het zou onze laatste gelegenheid kunnen zijn om het te doen. Want wij vragen dit in Jezus' Naam en terwille van Hem. Amen. (U kunt gaan zitten.)

4 Ik acht het zeker een groot voorrecht om hier vanmorgen in de tabernakel te zijn. Het spijt mij dat wij niet genoeg zitplaatsen voor u hebben. De ruimte is afgeladen terwijl men ook nog overal buiten staat... U mensen daar buiten, u kunt dit via uw radio horen, ik ben vergeten... [Broeder Neville – Vert] 55–57. U mensen daar buiten en op de parkeerplaatsen en op de straten, u kunt dit via uw radio horen tussen 55 en 57 op uw radio-schijf.

5 Dus wij hebben getracht... of liever gezegd, ik ben teruggekomen om te proberen hier een ongeveer tiendaagse samenkomst te hebben en te spreken over het onderwerp 'De Zeven laatste Schalen', want tussen deze Schalen in zijn de Bazuinen. Ik vertelde u dat, wanneer ik over de Zeven Bazuinen zou gaan prediken, dat ik de Schalen en de Plagen erbij zou betrekken. Ik dacht dat het een goede tijd zou zijn als ik juist was teruggekeerd uit Afrika. De kinderen hadden geen vakantie gehad. Mijn kleine jongen, Jozef, had nog een paar weken nodig voor het bijwerken van zijn lezen. Hij kwam er goed door, maar hij had geen voldoende, dus hielden wij hem in Tucson, terwijl ik in Afrika was, en hij ging door met zijn lezen om bij te zijn voor de een of andere dagschool. En dan zouden wij terugkomen. Ik dacht dat, terwijl de kinderen vakantie hebben, ik hier met de mensen een kleine samenkomst zou hebben om over deze onderwerpen te prediken. Maar toen wij hier waren, ontdekten wij, dat wij de school-gehoorzaal niet konden krijgen.

6 Ik wist dat de tabernakel niet voldoende zitplaatsen had voor de mensen om het hun gemakkelijk te maken op de wijze waarop het zou moeten zijn, als ik deze boodschap zou houden; daarom moesten wij een andere regeling treffen. En in plaats van tien avonden te houden, naar wij eerst dachten, maakte ik er gewoon twee diensten per zondag van – deze zondag, volgende zondag en de daarop volgende zondag, twee diensten, zodat... En wij hadden het nooit per advertentie aangekondigd. Wanneer dan iemand op de een of andere manier gehoord zou hebben dat de samenkomsten zouden beginnen op de 28e in de school-gehoorzaal, als God het toestond, wel, als u vrienden hebt die in de motels plaats zouden hebben besproken, dan zou ik het maar afzeggen (ziet u?), omdat wij de gehoorzaal niet kunnen krijgen.

7 Nu zou ik willen spreken over – wil ik gewoon evangelisatiediensten houden op zondagmorgen. En op zondagavond wil ik bidden voor de zieken. Wij vertrouwen dat God u, zieken, zal ontmoeten. Ik weet niet hoe Billy voor u gaat zorgen, ik veronderstel door gebedskaarten uit te geven, of hoe dan ook, om de samenkomst in goede banen te leiden. Maar wij zullen alles doen wat wij kunnen om voor iedere persoon te bidden in deze drie volgende weken in de diensten die wij van plan zijn te houden, als het de wil van de Here is.

8 En dan zijn er dikwijls persoonlijke gesprekken, iemand die u gewoon even wil spreken over iets. Hoevelen hier willen een persoonlijk gesprek? Laat mij uw hand zien. O! Wie niet?

9 Zo dan, wij zijn... Het zal een beetje moeilijk zijn om ze te hebben, schrijf dus uw vraag op en breng ze bij Billy en dan krijg ik ze van hem. En nu, hij zal aankondigen hoe – ik vermoed door gebedskaarten, als ze tenminste uitgegeven moeten worden.

10 Hoevelen van onze prediker-broeders zijn hier vanmorgen? Wij hebben geen kans gehad om... Hebt u enkelen van hen herkend? Hoeveel predikers zijn hier vanmorgen? Zou u even uw hand op willen steken of opstaan? Laten wij eens zien hoeveel predikers er vanmorgen in de samenkomst zijn. Wel, dat is fijn! Dank de Here voor deze mannen. Ik zou willen dat wij tijd hadden om een ieder van hen te herkennen, maar ik ben er zeker van dat u hen ziet en wij – God kent hen in hun dienst; en wij bidden dat God hen rijkelijk zal zegenen. Ongetwijfeld hebben velen van hen hun diensten gesloten om hier te zijn. Broeder Junior Jackson en ik veronderstel ook broeder Don Ruddell. Deze uitzending komt in hun gemeenten. Ook daarboven in New York en in andere plaatsen in het land, door een eigen telefoonverbinding komt dit vanmorgen in elke gemeente.

11 Ik ben blij broeder Richard Blair hier te zien zitten. Ik las zojuist een brief over iets geweldigs, dat God daar onder de mensen deed. Onlangs, zoals ik begrijp, (ik kan het verkeerd hebben, broeder Blair; als het zo is, verbeter mij dan) was hij aan het werk en hielp een man, een aanhangwagen geloof ik dat het was, van elektrische bedrading te voorzien. (Ik las de brief.) En zij draaiden iets om en toen kwam de stroom in een water, waar een kleine jongen in was (het zoontje van de man aan wie de aanhangwagen toebehoorde, een jongetje) en de stroom doodde de kleine jongen. En zijn maag was opgezwollen en... Wij weten wat een elektrische schok is, wanneer men sterft is dat het gevolg. Zijn ogen waren weggedraaid; zijn tanden klemden op elkaar.

12 Het alarmeerde de broeders heel erg. Broeder Blair zei dat hij eraan dacht om mij ergens te pakken te krijgen om ervoor te bidden, maar herinnerde zich dat er geschreven stond: "Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in hun midden." En de vader ontvelde zijn vingers bij de pogingen om zijn vingers in de mond van de jongen te krijgen om hem open te breken. En zij knielden neer en begonnen over de kleine jongen te bidden en hij kwam weer tot leven.

13 Was dat waar, broeder Blair? Eén van onze trouwe broeders hier. O, de kleine jongen is hier. Wel, dank de Here! Dat is fijn. Wij zouden graag willen dat je opstaat baasje. Wij danken de dierbare God hiervoor. Is dat de vader van de kleine jongen? Bent u de vader? Juist. En hier is broeder Blair. Onze God is tot alles in staat. Jazeker. Hij beloofde het. Wij leven in de goddelijke tegenwoordigheid van de grote, heerlijke, hemelse Vader. Alle dingen zijn mogelijk als wij het maar kunnen geloven.

14 U ziet wat het uitwerkt, wat de beloning is voor het leven van die man om dat te geloven. Hij redde zijn kleine jongen. God had Zijn getrouwe dienstknechten daar broeder Blair en zo – om voor die kleine jongen te bidden, toen hij in die toestand was. Ja, wanneer er iets gebeurt, herinner u dan dat u kinderen van de levende God bent. "Waar twee of meer vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik." En ook staat er geschreven: "Hij is een zeer nabije hulp in een tijd van benauwdheid." En als er ooit sprake was van benauwdheid, dan was het toch wel bij die kleine jongen, die daar dood op de grond lag door een schok van elektriciteit die door hem heenging... Dus wij danken God vanmorgen met ons gehele hart voor deze dingen die Hij voor ons gedaan heeft.

15 God zegen deze getrouwe mannen ook. In een tijd van nood is dat juist de tijd om naar God op te zien; en tot Hem op te zien en in vriendschap met Hem te zijn, voordat de nood daar is. Wij weten dit; Als wij God gunstig gezind zijn, kunnen wij Hem alles vragen, zoals wij bij elke andere vriend zouden doen; en Hij is een zeer nabije hulp in de tijd van benauwdheid.

16 Ik ontmoette gisteren op straat de zuster van broeder John Martin. Ik was... Iemand hield mij ginds op straat tegen; iemand ging voorbij en wenkte met de hand. Weet u, als je terug komt, dan zie je de mensen overal stoppen om u de hand te schudden, enzovoort. En van deze dame herinner ik mij dat zij mij onlangs opbelden, dat iemand haar in haar rug geraakt had in een auto, en haar rug en alles van boven tot beneden, brak. Zij zou verlamd blijven voor de rest van haar leven. Zij zit vanmorgen in de samenkomst te genieten van de tegenwoordigheid van God. Ik sprak zojuist met haar in de kamer; ik wil opnieuw met haar bidden, en zij was... Zij is hier ergens, ik denk dat zij er achteraan niet in kon. Maar hier! Zeker, zij zit hier vlak bij ons. Zo is het. Zou u even op willen staan, zuster, zodat de mensen kunnen... Hier is de dame, waarvan de dokter een paar dagen geleden zei dat zij nooit meer zou lopen; ze had een gebroken ruggegraat en had alles weg van een wrak; en daar staat zij, gezond. U weet dat de Bijbel zei: "En zij konden niets daartegen zeggen, omdat de man in het midden van hen stond." Zo is het. Hier is de kleine jongen, teruggebracht uit de dood, en hier is een vrouw met een gebroken rug, staande temidden van ons. Het is gewoon voorbij. Dus is Hij Dezelfde, gisteren, vandaag en voor immer. Gezegend zij de Naam van de Here! Hoe gelukkig moesten wij zijn dat wij nu leven in Zijn tegenwoordigheid en weten dat Hij deze zeer nabije hulp in een tijd van benauwdheid is. Ik ben blij om broeder Vayle, broeder Martin, en zovelen vanmorgen hier binnen te zien. De Here zegene u rijkelijk, broeders.

17 Ik weet dat het hier binnen niet al te koel is met deze menigte, maar toch, toen ik onlangs Tucson verliet was het ongeveer 104 of 105 graden, en omstreeks middernacht was het 93 graden, dus voel ik mij hier heel goed bij. Bij Parker zeiden zij, dat het 140 graden was op de vrijdag, voordat wij weggingen. U kunt u voorstellen hoe heet dat is. Dat is natuurlijk in de woestijn.

18 En nu, deze drie volgende zondagen... Vandaag is het de 15e geloof ik, is dat juist of is het de 16e? De 15e, is het niet? [Iemand antwoordt: "De achttiende"] De 18e. En de 28e en de 1e augustus. Is dat juist? [Iemand antwoordt en geeft de juiste data op] De 25e – 18e, 25e, en 1 augustus zullen er diensten zijn in de tabernakel. Weet u, haal er niet teveel hier van buitenaf, want, ziet u, we kunnen er nu al niet meer binnen hebben dan we nu hier hebben, en dat wordt steeds maar erger. Kom terug als u kunt.

19 En dan ben ik hier om de beheerders samen te roepen. Ik krijg genoeg van al dat geweigerd worden om op een plaats een samenkomst te houden, terwijl ik mij geleid voel om het te doen. Dus ik denk dat ik hun zal vragen of wij gewoon onze tent mogen opzetten en daar verblijven, weet u. Hier is het honkbal-stadion of buiten bij een boerderij, en gaan van plaats tot plaats, zoals de Here het zal leiden. Ik gevoel dat dat het is wat Hij zal doen. U weet dat daarover een visioen is. En ik denk, dat dat misschien de reden is dat dit gebeurt... U weet dat wij menigmaal denken dat het verschrikkelijk is dat bepaalde dingen gebeuren, maar weet u, het zou God kunnen zijn die u in deze dingen drijft. Als Hij het gezegd heeft, zal Hij het doen.

20 Enkele avonden geleden, velen van u – ongeveer een maand voor ik naar Afrika zou gaan... Velen van u hebben misschien de band gehoord (u mensen die de geluidsbanden krijgen) over Het kiezen van een Bruid. Het werd gepredikt in Californië. De laatste paar minuten van die band kon ik mij niet herinneren daar ooit geweest te zijn. Maar de Geest van de Here kwam op zulk een wijze. Ik had hen veroordeeld vanwege de wijze waarop zij leefden en handelden, nadat het Evangelie gepredikt was en hun zo dikwijls verklaard was. En plotseling sprak de Heilige Geest uit: "Kapernaüm (ziet u?) de stad die zich noemt met de naam van engelen (dat is Los Angeles), u hebt u tot de hemel toe verheven, maar zult tot de hel toe nedergestoten worden!" Ziet u? Toen het daarna voorbij was, wel, toen bevond ik mij buiten. En broeder Mosley en Billy waren bij mij en zij zeiden... Wij gingen terug en keken, en de gehele vloer lag vol met mensen, voorgangers, die snikten.

21 Ik ging heen en kreeg de Schriftplaats; ik zei: "Er staat daarover iets in de Bijbel." En het was Jezus, die Kapernaüm bestrafte en al die kustplaatsen die Hij bezocht. Hij zei: "Kapernaüm, u bent tot de hemel toe verheven en zult tot in de hel toe worden neergestoten, want als in Sodom en Gomorra de werken gedaan waren die in u gedaan zijn, hadden zij tot op vandaag blijven bestaan." En toentertijd lagen Sodom en Gomorra op de bodem van de zee. En daarna, misschien honderd jaar of zoiets na Jezus' profetie, zonk Kapernaüm, de enige kustplaats die Hij bezocht had, door een aardbeving in de zee. U weet dat dat een direct antwoord was voor Californië, voor Los Angeles.

22 Onlangs toen ik pas terug was in Tucson, was daar een grote aardbeving geweest. En de geleerden tekenden het uit op de televisie. Er stond in de kranten dat de aarde onlangs spleet vanaf de Aleoeten eilanden – of van Alaska rondom de Aleoeten eilanden, ongeveer tweehonderd mijl buiten de kustlijn en zo terugkomend naar San Diego, om Los Angeles heen en uitkomend in San Diego. En ze spleet verscheidene centimeters. Huizen zijn omgevallen. Motels zijn ingestort. En de geleerde in het forum die men er naar vroeg, zei: "Wel, zou dat de een of andere dag kunnen instorten?"

23 Hij zei: "Kunnen? Het zal!" En hij gebruikte geleerde namen over hoe de lava heeft... Dat veroorzaakte deze aardbevingen helemaal om San Diego heen en verder naar beneden; het is die holle plaats geweest. Nu is het geheel beginnen te breken als zand dat inzakt. Het is nu slechts een korst die verscheidene centimeters is losgetrokken. Zij konden met de radar en dergelijke, die barst volgen, en aanwijzen en zien waar hij zat. En het spleet verscheidene centimeters meer, misschien onlangs weer vijf of acht centimeter, vlak nadat die profetie gegeven was. Degenen die de geleerde interviewden, zeiden: "Wel, het zal waarschijnlijk wel niet meer in onze eeuw zijn."

24 Hij zei: "Het zou over vijf minuten of vijf jaar kunnen zijn, maar het zal instorten."

25 Mevrouw Simpson – ik denk niet dat zij vandaag bij ons is. Ik zie broeder Fred daar zitten, maar ik weet niet waar mevrouw Simpson is. Zij had een profetie die ik uitsprak omstreeks 1935 of zoiets, waarin stond: "De tijd zou komen (het is ergens in een boek geschreven) dat de zee zijn weg in de woestijn zou banen." Zie wat er plaats zal vinden. Als die duizenden vierkante mijlen in zullen storten in de lava van de aarde en erin zullen glijden, zullen er miljoenen in één keer sterven. En dat zal zo'n vloedgolf veroorzaken... Herinner u, daar in de Salton Sea is het honderd of tweehonderd voet lager dan de zee spiegel. Dat water zal waarschijnlijk bijna tot Tucson komen met die vloedgolf daar. En de zee zal zijn weg in de woestijn banen.

Volkeren zijn aan het breken;
Israël wordt wakker;
De tekenen die onze profeten voorzegden;
De dagen der heidenen zijn geteld,
Met verschrikkingen bezwaard,
Keer terug, o verstrooide, tot de uwen.

26 Wij zijn in de eindtijd. Nu, de Here zegene u rijkelijk. Ik begon daarmee en vergat de tijd. Wij zullen hoe dan ook tamelijk snel in de eeuwigheid verdwijnen.

27 En nu, in Markus 7:7, om een tekst te geven over dit onderwerp dat onlangs gelezen werd in 1 Kronieken 13.

     ... tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden zijn der mensen.

28 Nu, ik weet niets anders dan de Boodschap die de Here mij gegeven heeft en dat is alles waarover ik spreken kan. Ik zal vanmorgen spreken over een onderwerp waarvan ik dacht dat het goed was. Vanavond wil ik spreken over Vlees te rechter tijd, zo de Here wil – Geestelijk Voedsel op de juiste tijd, en hoe het te ontvangen. Nu, en deze morgen: Trachtend God een dienst te bewijzen, zonder dat het de wil van God is.

29 God is soeverein. En wij zien hier wat David deed, in de Schriftlezing van 1 Kronieken 13. Zijn bedoelingen waren goed. Maar God geeft ons geen verdiensten voor goede bedoelingen. Er is maar één weg om God te dienen, dat is door Zijn wil te doen op Zijn bevel. En omdat God soeverein is, is er niemand die Hem kan vertellen wat Hij moet doen of hoe Hij het moet doen. Hij doet het op de wijze... Hij kent de juiste wijze om het te doen. Dat maakt dat ik mij goed voel. En het moest maken dat wij ons allen goed gevoelden, en ik ben er zeker van dat het zo is. Want de één zou het willen laten komen op deze manier, en een ander zou het willen laten komen op die manier en weer een ander op nog een andere manier...

30 Maar om nog eens iets groots over God te zeggen: Hij heeft ons niet verlaten, nu, zonder te weten wat de Waarheid is en hoe het gedaan moet worden. Hij zou niet rechtvaardig zijn als Hij ons zou straffen omdat wij iets deden waarvan wij niet wisten hoe het gedaan moest worden en ons dan in iets zou laten struikelen. Zo'n soort God is Hij niet. Hij is een God die een woord spreekt en verwacht dat Zijn kinderen het zullen geloven. Daarom weet Hij wat het beste is, wanneer het gedaan moet worden en hoe het gedaan moet worden. Wij hebben er onze ideeën over, maar Hij weet het.

31 Wanneer Hij dan een systeem zou ontwerpen van wat Hij zal gaan doen en ons niet zou vertellen wat er gaat gebeuren en hoe het gaat gebeuren en wij zouden er dan over struikelen, dan zouden wij gerechtvaardigd zijn in ons struikelen of in onze pogingen om iets te doen; ieder zou gerechtvaardigd zijn. Maar er is maar één weg en dat is Zijn Woord.

32 En nog iets; wij zien hier dat David in zijn hart iets wilde doen wat goed was. Hij had geen slecht motief of oogmerk, maar het huis – of de ark van de Here was weg bij het volk; en hij wilde de ark van God terugbrengen tot haar plaats, zodat het volk God kon raadplegen over de dingen die zij wilden.

33 In plaats van het gewoon te laten gaan, wij... Wat als broeder Blair en de vader van die kleine jongen hadden gezegd: "Wel, het is te erg, het kind werd verwond, gedood. Ik denk dat het gewoon iets is wat gebeurd is."? Maar zij gingen snel tot Gòd.

34 Wat als die kleine dame en haar man, een prediker van het Evangelie, een paar avonden of dagen geleden, toen die kleine dame die gebroken rug had, die zojuist opstond... De dokter zei: "Zij zal haar hele leven verlamd zijn." Wat als de man of zij had gezegd: "Wel, lieveling, wij zullen ons daarmee moeten troosten." Maar zij deden er snel iets mee; zij gingen tot God. Hoeveel dingen staan er niet in de Bijbel die wij zouden kunnen aanhalen met betrekking tot mensen die in hun benauwdheid tot God gingen.

35 Welnu, in die dagen hadden zij maar één plaats waar zij God konden ontmoeten en dat was bij de ark onder het bloed. Dat is nog steeds de enige ontmoetingsplaats, onder het Bloed. De genadetroon was besprengd om genade te schenken aan de aanbidder of vrager wanneer hij kwam om zijn smeekbede voor God te brengen. En God had daaromtrent een speciale wijze van handelen, de wijze waarop men het moest benaderen – en Hij wilde niets anders accepteren. Hij wilde geen enkele andere voorziening accepteren dan alleen de wijze waarop Hij het vastgesteld had.

36 Onlangs predikte ik over een boodschap (velen van u weten ervan), dat er maar één voorgeschreven plaats is, waar God de aanbidder ontmoet, de plaats waarvan Hij had gezegd: "Ik zal daar Mijn Naam doen wonen." Als wij een gemeente kunnen vinden waarin Hij Zijn Naam doet wonen, dan hebben wij die plaats gekregen. Hij zei: "Ik zal u niet zegenen in al de poorten, maar alleen in de poorten waarin Ik Mijn Naam doe wonen. Ik zal Die in één plaats doen wonen en u zult Mij daar ontmoeten; en dat is de enige plaats waar Ik u zal ontmoeten." En wij vonden uit waar Hij Zijn Naam doet wonen. En dat is de enige plaats waar Hij de aanbidder ontmoet; en Zijn Naam was Jezus Christus. Gods Naam is Jezus Christus.

37 Jezus zei: "Ik kom in Mijns Vaders Naam." Iedere zoon komt in zijns vaders naam. En Hij kwam in de Naam van de Vader. En er is geen andere Naam onder de hemel aan de mensen gegeven, of men nu genoemd wordt Methodist, Baptist, Presbyteriaan, Kerk van Christus, of wat dan ook. Er is maar één ontmoetingsplaats waar God de mens ontmoet en dat is in Christus Jezus, de enige plaats. En al deze oude dingen van vroeger onder het Oude Testament typeren dat. Ik wil dat u dat klaar en duidelijk begrijpt. Nu, het is een zondagsschoolles. Ik heb hier enkele Schriftplaatsen en aantekeningen opgeschreven. Ik dacht dat dit u zou helpen te verstaan, daar al de oude dingen gebeurden tot voorbeelden voor ons.

38 Wij ontdekken nu, dat God een manier van handelen heeft, maar David, gezegend door God zoals toen hij koning werd, bedacht dat hij, hoe dan ook, gewoon iets voor God zou willen doen. En hij handelde hierbij nooit op de juiste wijze.

39 Wij merken op dat God Zijn Woord openbaart op Zijn voorbestemde tijd. Hoe zou Maarten Luther iets hebben kunnen weten over de Boodschap voor vandaag? Hoe zouden de Presbyterianen... Hoe zou de Katholieke kerk de Boodschap van Maarten Luther hebben kunnen weten? Hoe zou John Wesley de boodschap van Luther hebben kunnen weten? Hoe zou John Wesley de Pinksterboodschap hebben kunnen weten? Of hoe zouden de Pinkstermensen deze Boodschap kunnen weten? Ziet u? Hij openbaart het op Zijn tijd, omdat het een Zaad is; en naarmate het groeit en rijp wordt, openbaart Hij Zichzelf.

40 Het is als met de warmte van de zon om het te openen. Als het teer en jong is, komt het boven de grond, het zaad, en dan komen er bladeren aan in een ander stadium van de zon. De hete zon zal het doden als het rijpend zaad is of rijpingstijd. Dus regelt Hij de zon en de natuur om te voldoen aan Zijn Woord. Hij regelt de gemeente, de uitverkorenen, de bruid, om te voldoen aan de tijd waarin zij leven.

41 Zelfs de natuur zelf vertelt ons vandaag als wij de volkeren zien breken, de aarde zien wegzinken, dat het teken aan de wand is. Wij zien de gemeente en de toestand waarin zij verkeert. Wij zien de bruid en de toestand waarin zij is. En wij weten uit de natuur dat de gemeente klaar gemaakt wordt om te vertrekken. Wat een heerlijke tijd! Het is een tijd die alle profeten verlangd hebben te zien, dit uur.

42 Hij openbaart Zijn Woord dus alleen op Zijn tijd. Maarten Luther las dezelfde Bijbel als wij. Wesley las dezelfde Bijbel als Maarten Luther. De Pinkstermensen lazen dezelfde Bijbel die wij lezen. Jezus las dezelfde Bijbel die de Farizeeërs lazen, maar zij probeerden het koren in een vroeg stadium te houden, terwijl het aan het rijpen was; zij faalden hun uur te zien.

43 David nu, deed hetzelfde hier. God openbaart dit Woord op Zijn tijd en aan wie Hij verkiest het te openbaren. God verkiest aan wie Hij het openbaart. Hij verkoos dat vóór de grondlegging der wereld. Al Zijn daden waren bij Hem van tevoren bekend, verborgen voor de mensen. Hij openbaart ze precies zoals Hij wil. Het is Zijn verkozen tijd, Zijn verkozen persoon. En Hij verkoos nooit een partij of sekte; het is een uitverkoren persoon. Zo doet Hij het.

44 Wie zou Hem durven verbeteren en zeggen: "Nu, Here, U maakte een fout door deze man in de bediening te plaatsen. Deze man gelooft niet zoals wij geloven." Wie zal God vertellen dat Hij daar verkeerd in is? Het zou iemand moeten zijn die een beetje misdadiger is dan ik om Hem dat te vertellen. Hij weet wat Hij doet. Hij weet wie te verkiezen en wie niet, wat te doen en wanneer het te doen. Het doet er niet toe hoezeer wij vinden dat een zekere persoon bekwaam is om een zeker werk te doen. God weet wie bekwaam is voor tijd en seizoen, voor de tijd en de juiste tijd om het te doen.

45 En de echte, ware Christen, de echte, ware gelovige in God, wacht op de Here voor deze dingen. Wacht op uw bediening. Als u een roeping gevoelt, wees er dan zeker van dat het God is. Wees er zeker van dat het juist is. Wees er zeker van dat het de juiste tijd is om iets te zeggen. De Bijbel zei: "Zij die op de Here wachten zullen hun kracht vernieuwen. Zij zullen opvaren met de vleugels als van een arend. Zij zullen wandelen en niet mat worden. Als zij wandelen zullen zij niet bezwijken."

46 Let op David, pas gezalfd tot koning van Israël. Samuël goot de olie op hem, want hij werd door God verkozen om koning over Israël te zijn. En David kreeg deze openbaring om de ark van de Here naar de stad van David te brengen. Nu, daar is niets verkeerd aan, maar ziet u, David benaderde het verkeerd.

47 Nu, het ziet er naar uit, dat als een man als hij een openbaring zou krijgen, een groot man als de door God verkozen koning (naar ik geloof was David de grootste koning die ooit op aarde leefde, behalve Christus, omdat Christus een zoon van David is)... Nu, de grootste man, pas gezalfd, komende uit de tegenwoordigheid van God, kreeg een openbaring om iets te doen voor God en hij wilde het voor God doen, maar de openbaring was verkeerd. Nu, dat is een grote zaak. Het zal te maken hebben met ons onderwerp: Trachtend God een dienst te bewijzen zonder geroepen te zijn om het te doen.

48 Merk op, David kreeg de openbaring. Let op, het was niet de profeet Nathan die de openbaring kreeg; het was David, de koning, die de openbaring kreeg. Ook was Nathan daarover niet geraadpleegd. Hij vroeg het Nathan nooit. Maar zag u hier in 1 Kronieken, dat hij de oversten over duizend en over honderd raadpleegde? Hij raadpleegde nooit Nathan. Hij raadpleegde het volk en hij raadpleegde ook de priesters en de theologen van die dag: de schriftgeleerden en de godgeleerden. Dezen raadpleegde David eerst en hij zei: "Als dit van God is, laten wij dan daar heen gaan en de ark van het verbond van onze God naar de stad brengen, en laten wij God raadplegen voordat wij beginnen."

49 Zij zeiden dat zij in de dagen van Saul nagelaten hadden God te raadplegen door de ark, de Urim en de Tummim; ze hadden dat nagelaten. En David zei: "Nu, laten wij allen tot God teruggaan. Laten wij terugkeren tot het juiste. Laten wij heengaan en de ark hier brengen." (Met andere woorden: "De tegenwoordigheid van God in de stad brengen. Laten wij een opwekking houden. Laten wij de mensen terugbrengen.") Maar hij kreeg de openbaring die goed scheen te zijn, echter niet naar Gods wil.

50 In plaats van de bron te vragen die hij had moeten raadplegen, raadpleegde hij zijn oversten, omdat hij zojuist koning geworden was en hij volgde die gedachtenlijn dat zijn voornaamste hoofdlieden en grote mannen...

51 Toen ging hij naar de naamkerk en vroeg of zij de opwekking konden hebben; de priesters, de schriftgeleerden, de oversten over duizend, de oversten over honderd, en hij raadpleegde hen: "Was dit de wil van de Here?" En zij zeiden dat het dat was. Maar ziet u, hij liet na de hoofdbron, waardoor God altijd werkt, te vragen; hij faalde daarin.

52 Zijn bedoeling was goed. Zijn beweegreden was goed. Zijn doel om een opwekking in de stad te brengen en de mensen terug tot God te brengen was goed. Maar hij pleegde geen overleg op de wijze die God hem gezegd had te doen. Ziet u het?

53 Zelfs heel het volk en de priesters waren het er over eens dat de koning gelijk had. Zij hadden de ark weer nodig in de stad. Nu, zij hadden de tegenwoordigheid van God nodig. Zij hadden de opwekking nodig. Maar God had niet beloofd Zijn Woord op Zijn tijd aan de mensen te openbaren. Hij beloofde nooit het op de juiste tijd aan de koning te openbaren. En God verandert niet, al is het nog zo weinig. Hij beloofde niet het zo te doen.

54 Het doet er niet toe hoe oprecht u bent, en hoe goed uw beweegredenen zijn en welke goede bedoelingen u hebt, en hoe de mensen die dingen willen en er de behoefte van zien, er is een wil van God die in deze dingen uitgevoerd moet worden. Daar wil ik vanavond goed op hameren. Ik wil dit zo duidelijk maken dat u het wel moet zien als de Geest van God in u woont. Daarom blijf ik hier zo lang bij stil staan. Niet om uw tijd in beslag te nemen, van u die via de telefoon of radio met ons verbonden bent, maar ik wil dat u het ziet. Als u geen tijd meer hebt, neem dan de band. Dat er...

55 Het doet er niet toe hoezeer het nodig is, hoezeer iedereen instemt dat het nodig is, hoezeer het de waarheid is. Het gaat toch maar om één ding: om uit te vinden of dat de wil van God is. Nu, God beloofde nooit dat Hij Zijn geheimen aan Zijn koningen of aan Zijn volk zou openbaren.

56 Iets dergelijks gebeurde in de tijd van Micha, de zoon van Jimla. Dit is niet mijn tekst, maar ik wil u dit een andere keer brengen omdat we nu weggaan, en dan zal ik het duidelijk en waar voor u maken, zodat u het niet kunt missen.

57 Micha was een arme man en hij kwam uit een arm gezin. Maar Achab, de koning van Israël, als een natie die onder God was, had een school opgericht en geselecteerde, met zorg gekozen profeten opgeleid. Hij had er 400 in één school. Het waren grote mannen. Zij waren niet perse valse profeten. Zij waren Hebreeuwse profeten, echte mannen. En zij raadpleegden de Here door deze mannen, en zij profeteerden. Maar ziet u, toen de ware onthulling kwam, waren zij elk uit Gods Woord en wil.

58 Want Josafat kwam van Jeruzalem om koning Achab te ontmoeten en zij trokken hun gewaden aan, zaten in de poort en lieten de profeten voor hen komen. Het eerst sprak Achab: "Wij hebben hier een plaats in Ramoth Gilead die werkelijk aan ons behoort." Nu dat is ZO SPREEKT DE HERE. Jozua verdeelde het land voor de mensen en gaf hun dat, maar de Filistijnen hadden het afgenomen. "En," zei hij, "onze kinderen hier hebben brood nodig en wij hebben niet genoeg land om koren te verbouwen; en onze vijanden, de Filistijnen, voeden hun kinderen, de heidenen, van de grond die Jehova God ons gaf." Dat is erg duidelijk. En hij zei: "Wij, het volk van God, zitten hier behoeftig met onze kinderen; en onze vijand voedt zijn kinderen op de grond die God ons gaf nadat wij uit Egypte waren uitgegaan." Dat zou een theoloog doen opstaan, is het niet? Hij zei: "Zullen wij heengaan en onze grond die God ons gaf, terugnemen?"

59 Josafat zei: "Ja, ik zal u helpen. Wij zijn broeders. U bent in Juda en ik ben in Jeruzalem..." (Of was het andersom? Ik geloof... Nee, dat is niet juist, ik denk dat Josafat...) Josafat echter was een goede man, een koning, een rechtvaardig man die de Here liefhad. Achab was een lauwe gelovige. Dus brachten zij hen daar en Josafat zei: "Luister, laten wij eerst de Here raadplegen. Wij moeten hier zekerheid over hebben." (Ziet u, als David zou hebben gedaan wat Josafat deed...) Hij zei: "Zouden wij dit niet doen?" En Achab, die een Israëliet was, zei vlug: "Zeker, ik heb er 400, Hebreeërs als wij, Hebreeuwse profeten van onze eigen organisatie. Ik zal hen raadplegen. Zij zijn profeten."

60 U zegt: "Dat verbaast mij sterk, broeder Branham. Een profeet?" O, ja! Er was er één in de dagen van Jeremia die zei dat ze maar twee jaar in Babel zouden zijn. Maar de Here had aan Jeremia verteld dat het er 70 zouden zijn. Hij deed een juk om zijn nek en die profeet Hananja, verbrak het. Maar u weet wat er met hem gebeurde. O, ja. U moet bij het Woord blijven. Dus deze profeten kwamen op en profeteerden, zeggende: "Trek op; de Here is met u."

61 En één van hen, ik geloof dat het... Ik ben zijn naam vergeten, de voornaamste, Zedekia geloof ik, zei – hij nam twee ijzeren horens en zei: "Zo zegt de Here, hiermee (nu, die man was oprecht) zult gij uw vijand terugdrijven naar zijn land en nemen wat aan God toebehoort; het is u gegeven." Ik geloof niet dat hij een huichelaar was. Ik geloof dat hij een goed man was. Ik geloof dat al die profeten dat waren.

62 U zegt: "Profeten?" Ja, denk eraan, dezelfde man die toestond dat Jezus Christus zou gedood worden profeteerde, omdat het zijn ambt was. Hij was dat jaar hogepriester en omdat hij dat ambt had, en in dat ambt stond, kwam de Geest van God tot hem. Dat betekende niet dat hij gered was of zoiets dergelijks. Hij profeteerde (Kajafas) omdat het zijn bediening was die het deed.

63 En deze profeten, zijnde profeten met het ambt van profeet, profeteerden, en de Geest van God kwam op hen, mannen met gaven van de Geest.

64 Ik ben mij bewust dat ik voor 99% tot de Pinkstermensen spreek, maar de man... Vele malen kan God met mensen handelen, hun een gave schenken, en de mensen zullen druk uitoefenen op die mensen. En als zij niet volmaakt door God geroepen en gezonden zijn, zal hij die man of vrouw iets laten zeggen wat niet Zijn wil is, omdat de mensen hen onder druk zetten om dat te doen.

65 Hoe moest ik onze kleine voorganger hier erop wijzen. Terwijl ik daar buiten in de bossen was, werd omstreeks drie uur in de morgen tot mij gesproken: "Ga met broeder Neville spreken!" En ik kwam naar u toe, is het niet, broeder Neville?

66 Iedereen zei: "Broeder Neville, profeteer over mij. Vertel mij dit of dat." Ziet u? U zou hem dan dingen laten zeggen die niet zouden gebeuren. Zij, die wachten om te zien wat de Here wil dat zij doen. Ziet u?

67 Dus deze mannen bezagen het in een natuurlijke zin. "Het behoort ons toe." Maar, ziet u, zij vonden het Woord en de wil van God niet.

68 Toen kwam Micha en hij had een visioen. En hij onderzocht eerst. Hebt u het opgemerkt? Hij zei: "Wacht. Geef mij deze nacht de tijd. Laat mij het uitvinden, en morgen zal ik u misschien kunnen antwoorden." Hij was niet zo erg vlug met het ZO SPREEKT DE HERE om overeen te stemmen met de andere profeten; hij zei: "Ik zal alleen maar spreken wat God zegt." En de volgende dag zien wij dat God hem vertelde wat er zou gaan gebeuren. Het was absoluut in tegenspraak met de anderen. Het was het tegengestelde van de hele school. En één van hen ging zelfs op hem af en sloeg hem er voor in het gezicht. Maar zie, hij wachtte. En toen hij dat deed, vergeleek hij zijn profetie, zijn visioen, met het geschreven Woord, en het was in overeenstemming met het Woord.

69 Wanneer iemand zegt een openbaring te hebben om de mensen te dopen in de Naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest, dan is dat in tegenstelling met het Woord. Niemand van de overigen deed dat ooit. Wanneer zij dat zeggen... "O, wij zullen standhouden..." en dit, dat en wat anders, enzovoort, dan is dat tegen het Woord. Als zij zeggen dat zij niet geloven in het slangenzaad dan is dat tegen het Woord. Al deze andere dingen, dat is tegen het Woord. Het moet zijn met het Woord en op de juiste tijd.

70 Nu, als David dat maar gedaan had. De ark zou komen, maar niet op die tijd. Er was geen plaats voor.

71 Let nu op, toen zij de ark gingen halen, zeiden al de hoogwaardigheidsbekleders: "Dat is de zaak die wij moeten doen, David. Prijst God! Wij hebben een opwekking nodig." Dat was echt Pinksteren vandaag – Baptisten, Presbyterianen. "David, u bent onze koning. U allen... Kapitein Zus en zo en majoor Zo en zo en generaal Zus en zo zullen in uw samenkomst zijn. Wel, zeggen zij, dat is precies de zaak die gedaan moet worden, David. U hebt het hele land mee." Zo is het vandaag gesteld. Ik wil het lànd niet. Ik wil Gòd, al houdt er niemand anders stand.

72 David had al de oversten mee. Hij had samenwerking met al de strijdkrachten. Hij had samenwerking met al de denominaties, met al de theologen, met allen – iedereen was het met hem eens. Zo ook Achab en anderen in de Schrift; maar hij had God niet mee, omdat hij uit de wil van God was. Ik hoop dat wij dit verstaan!

73 Denk erom! Zij deden elk godsdienstig ding dat zij maar konden. Zij moesten – waarschijnlijk plaatsten zij advertenties en alles: "Grote opwekking, de ark staat op het punt teruggebracht te worden. Wij zullen een opwekking hebben! Wij gaan dit doen!"

74 Let op, hij zond zangers. Hij zond mensen met harpen, trompetten, en zij deden elk godsdienstig ding wat zij maar wisten; en toch was God er niet in! Iets ervan zien wij zich weer herhalen, is het niet?

75 Zij namen al de zangers. Zij namen de harpspelers, de trompetblazers, de vrouwen, de mannen, wie er ook maar zong; zij brachten ze allen daar en zij hadden elke godsdienstige uiting. Ik wil dit niet zeggen, maar ik moet het zeggen: Zo is het vandaag met de denominaties, Pinksteren en alles, zij hebben elke godsdienstige uiting van zingen en juichen.

76 Merk op. David juichte uit alle macht, en hij schreeuwde en danste en hij had elke godsdienstige uiting die er maar zijn kan; en toch was God er niet in. En zijn beweegredenen en zijn oogmerk en alles was juist; maar hij ging ermee op de verkeerde weg. Ziet u? Hij maakte alle godsdienstige uitingen: juichte, zong, had speciale zangers, speciale juichers, en al het andere. Zij dansten in de geest. Zij deden alles wat godsdienstig was.

77 Het leek wel wat op die grote kruistochten van onze tijd. Zij wilden de wereld voor Christus winnen. Er bestaat zoiets niet! De dagen zijn voorbij van grote, overweldigende opwekkingen, waarin er grote dingen gebeuren; als zij dat slechts konden beseffen. Zij is verdoemd. Maar zij zetten kruistochten op, organisaties en alles; maar het resultaat is precies zoals het was in Davids tijd; het werkte niet.

78 Wij houden een opwekking. Onze grote – sommigen van onze grote evangelisten vandaag zeggen dat zij 30.000 bekeerlingen hebben in zes weken; en als zij na een jaar terugkomen dan kunnen zij er geen dertig meer terugvinden. Er is iets verkeerd. De oorzaak is precies hetzelfde als bij David. Grote hoogwaardigheidsbekleders, grote mannen, grote predikers, grotere scholen, grote autoriteit, maar toch raadplegen zij een oude denominatie in plaats van te zien in het aangezicht van Gods Woord, en te zien wanneer het de juiste tijd is. U kunt bepaald voedsel niet anders kweken dan op zekere tijden per jaar.

79 Laten wij nu zien wat er gebeurde. Ofschoon hun godsdienstige emotie en dergelijke groot was, hun bedoelingen geweldig waren, hun kruistocht geweldig was, hun zingen geweldig was, hun dansen geweldig was, hun juichen geweldig was, hun muziek geweldig was; en zij de ark hadden... Wat voor goed doet de ark zonder God? Het is gewoon een houten kist met een paar stenen tafelen. Dat is als het nemen van het Avondmaal wanneer u gedoopt bent. Wat voor goed doet het als men zich laat dopen als men zich niet eerst bekeerd heeft? Wat voor goed doet het om het Avondmaal te nemen en een huichelaar te worden, als u het leven niet leeft en de rest van Gods Woord niet gelooft? Als u er een deel van neemt en niet de rest ervan, dan toont dat aan dat er iets verkeerd is.

80 Nu, wanneer dit alles gebeurt... Laten wij nu eens zien wat er gebeurt wanneer God en Zijn tijdperk, op Zijn tijd, niet in acht genomen wordt, maar men gewoon het idee van de mensen neemt.

81 Velen hebben tegen mij gezegd. "Waarom komt u hier niet naar toe om een samenkomst te houden? Wel, wij roepen om u. Teken dit, dat of wat anders." Wacht! U zou het willen, maar wat zegt God ervan? Velen hebben tegen mij gezegd... Ik heb een uitnodiging gehad, ik heb persoonlijke gesprekken en zo gehad en wachtte gedurende een jaar. Wacht! Hoe zal ik weten wat ik moet zeggen, totdat God het mij zegt? Ziet u? Ik moet wachten. Dat is de reden. Ik zei: "Schrijf het op en laat mij kijken wat Hij zegt." Wacht. "Zij die wachten op de Here zullen hun kracht vernieuwen." Is dat juist?

82 Merk op dat zij alleen maar de priester van die dag raadpleegden en de theologen, de denominaties. En let op, door dat te doen, door de priesters en de vergadering, het volk te raadplegen, deden zij verkeerd.

83 Let op! De Ark was het Woord. Wij weten dat dat juist is, omdat de ark Christus is en Christus is het Woord. Ziet u? De Ark of het Woord was niet in zijn eerste, voorbeschikte, oorspronkelijk verordineerde positie geplaatst. O, mis dit nu niet, gemeente! Alles was volmaakt en alles leek goed, alsof een grote opwekking op komst was; maar omdat zij nalieten de juiste persoon erover te raadplegen... Zij raadpleegden de priesters, de hoogwaardigheidsbekleders, de theologen, de zangers, en hadden alles eendrachtig gemeenschappelijk, en hadden een grote organisatie van de militaire strijdkrachten van de natie; alles was in harmonie voor een grote samenkomst; maar zij lieten na God te raadplegen. Zo deed ook Achab en zo deden anderen. Wat een moment!

84 Mis dit nu niet! Zij misten het, omdat zij niet geraadpleegd hadden. En door dat te doen (kijk!), door naar de priester, de theologen en de militaire strijdkrachten te gaan en niet de hun door God gezonden boodschapper van het uur, Nathan, in acht te nemen, deden zij het verkeerd. Zij gingen heen en namen de ark op en zetten hem op een nieuwe wagen (ofwel een nieuwe denominatie die op stapel staat) en niet op de door God gegeven wijze om hem te dragen. Hij werd verondersteld gedragen te worden op de schouders van de Levieten. Maar u ziet, als u verkeerd begint, dan zult u verkeerd blijven doorgaan.

85 Als een kogel verondersteld wordt op een doel gericht te zijn, en u plaatst de loop meteen al éénduizendste daar vanaf, dan komt u er op honderd meter ongeveer tien centimeter vanaf. U begint verkeerd. O, God, help ons om te weten dat deze zaak verkeerd is begonnen, deze grote kruistochten van het uur, zoals zij genoemd worden.

86 God wordt er niet over geraadpleegd. De priesters en de godsdienstige mannen worden geraadpleegd; organisaties worden geraadpleegd. "Wel, wilt u zus en zo hebben? Ik geloof, als wij iedereen tezamen konden krijgen..." Haal niet iedereen bij elkaar! Neem gewoon Gods Woord erover.

87 Dan zien wij, dat wanneer zij dat doen, wat doen ze dan? Zij gaan steeds maar door met hun zelfde, oude, godsdienstige programma, dat buiten het Woord van God en de wil van God is. Die zaak stierf jaren geleden, die oude opgedroogde dingen van jaren geleden.

88 Het was opgedroogd in de dagen van de Here Jezus. Zij wisten het niet. Hij zei: "Als jullie Mozes gekend hadden, dan zouden jullie Mij gekend hebben, want Mozes zei, dat Ik zou komen."

     Zij zeiden: "Onze vaders aten manna in de woestijn."

89 Hij zei: "Zij zijn allen dood. Blind!" Hij zei tot de Farizeeërs, godsdienstige leiders: "Tenzij dat gij gelooft dat ik het ben, zult gij sterven in uw zonden." Maar zij deden het niet. Zij zaten zo vast in hun eigen wegen. Zij vonden dat het op hun wijze moest komen.

90 Dat was ook de wijze waarop David het deed. Hij had zijn manier, dus zei hij gewoon: "Weten jullie wat ik wil doen? Wij verhuizen." Hij had een openbaring. "Wij verhuizen nu, dus zullen wij het doen op een nieuwe manier. De dagen van wonderen zijn voorbij, dus zullen wij ons gewoon een andere organisatie maken. Wij zullen een nieuwe wagen bouwen en hun laten zien dat er iets nieuws begonnen is." Wat een valse profetie. U moet teruggaan naar de wijze waarop God zei dat het gedaan moet worden.

91 Zij plaatsen de ark op de schouders van de Levieten, en dat was boven het hart. De Ark, het Woord, moet niet geplaatst worden op een nieuwe denominatie, op de theorie van de een of andere man, maar in het hart. Het Woord van God moet niet gehanteerd worden door denominaties; het moet gehanteerd worden door het hart van een man, waarin God kan binnenkomen en Zichzelf openbaren. En als Hij het openbaart overeenkomstig het Woord dan is het God. Als het dat niet is, is Hij het niet. En dan, het Woord van dat tijdperk.

     Zeker, een Farizeeër zou kunnen zeggen: "Wie vertelde ons dat wij dit en dat niet kunnen doen? Mozes gaf ons deze opdrachten." Maar Mozes zei ook...

     Satan zei: "Wel, er staat geschreven dat Hij Zijn..."

92 "En er staat ook geschreven", zei Jezus. Het tijdperk, de tijd. "Als u Mozes gekend zou hebben... U hebt er één die u aanklaagt en dat is Mozes. Als u Mozes gekend zou hebben zou u Mij gekend hebben", zei Hij, "want Mozes schreef over Mij: 'De Here, uw God, zal u een Profeet verwekken onder uw broederen; naar Hem zult gij horen.'" Indien zij Mozes gekend hadden, hadden zij Hem gekend.

93 Luister nu aandachtig. Mis dit nu niet. Zie, ten eerste toen zij de priester raadpleegden, de hoogwaardigheidsbekleders raadpleegden, de militairen raadpleegden, de hele vergadering raadpleegden, de buurt liet samenkomen voor deze grote, komende samenkomst, faalden zij om het op de juiste wijze te doen. Zij raadpleegden God niet en door zo te handelen, door niet terug te gaan en te zien welke tijd het was...

94 O, broeder, luister! In welke tijd leven wij? Welk tijdperk? In welk uur bevinden wij ons? Het is geen tijd voor deze dingen waar men over spreekt. Dat is voorbij. Het oordeel is nu op handen. U kunt het zien doorbreken. Herinnert u zich de explosie op de berg? Het uur des oordeels! Herinnert u zich de openbaring of het visioen van de bruid? Laat haar in de pas blijven. Laat haar niet uit de pas geraken.

95 Merk op, op de schouders van de priesters. David en al de priesters behoorden eigenlijk beter te weten, maar wat was het? De priesters hadden beter moeten weten. De Schriftgeleerden, de theologen hadden beter moeten weten, omdat het Woord zei het zo niet te doen.

96 En vandaag, als zij willen zeggen: "O, Jezus Christus is niet Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer; dat is gedachten-overbrenging; dat is dit, dat of wat anders", dan blijven zij in gebreke het beloofde Woord te zien. "O, dat was in vroegere dagen." David zei: "O, wel, wacht even! Op de schouders van de priesters, dat was vroeger toen Mozes leefde. Zeker, wij zullen hem vandaag op een nieuwe wagen plaatsen. Ik heb er een openbaring over."

     De priester zei: "Amen, David." Ziet u?

97 Beïnvloeding door hun nieuwe oecumenische raad, dat zij allen tezamen zouden zijn en zus en zo zouden handelen, deed de priesters struikelen. Zij raadpleegden nooit de juiste persoon. Zij deden het niet juist; daarom geraakten zij in moeite. Ja!

98 Ik ben bang dat in heel veel dingen vandaag... Toen een groot leraar, een van de grootste uit Pinksteren, onlangs voor de godsdienstige groep in Chicago stond... Ik zou die samenkomst met de Zakenlieden hebben, maar ik dacht dat ik op die tijd in Afrika zou zijn; maar ik kwam juist op de dag terug voordat de samenkomst begon. En zij kozen een grote Pinkster-intellectueel, en hij kwam op en vertelde hun dat deze oecumenische beweging een zaak van God was. Hij zei dat zij allen zullen terugkomen, dat zelfs de Katholieke kerk bezig is terug te komen tot haar oorspronkelijke toestand, allen in tongen sprekend als bewijs enzovoort. En zij weten niet dat het een strik van de duivel is!

99 En een man die ik niet kende... Soms plant men zaad. U weet niet wat er gaat gebeuren. Maar de president van de Volle Evangelie Zakenlieden zei, zodra de grote spreker gezeten was: "Ik ben niet gauw geneigd om dingen te zeggen tegen onze sprekers, maar dat is niet de wijze waarop broeder Branham zei dat het gebeuren zou. Maar hij zei dat dat zou leiden tot het merkteken van het beest."

     Hij zei: "Maar broeder Branham weet niet waar hij over spreekt."

     Toen antwoordde hij: "Maar wij geloven van wel."

100 En in Chicago vroegen zij hoevelen hier zouden willen dat ik op zou komen en mijn lezing ervan geven? Zij begonnen te schreeuwen en te juichen. Ziet u, men plant zaad. Men weet niet wat er gaat gebeuren. Ga gewoon door met het zaad te plaatsen. Als dat uur komt, zullen sommigen van hen...

101 Zoals Thomas, hij was ongeveer de laatste die de Here zag, maar hij moest Hem zien om Hem te geloven. Ziet u? Wanneer zij het zien gebeuren, o, dan komt Thomas binnen. Maar hij was een beetje laat.

102 Nu, als zij zien dat de dingen die voorzegd zijn en uitgesproken als ZO SPREEKT DE HERE, gebeuren, dan zeggen zij: "Geef ons iets van uw olie." Ziet u?

103 Maar let nu op de invloed. Soms komen grote knapen tezamen. U hoort hen zeggen de grote Zus en zo en de grote Zo en zo, onze grote... Doe dat nooit. Er zijn geen groten onder ons. Er is maar één Grote, en dat is God. Wij zijn broeders, zusters. Het maakt mij niet uit of u voorganger bent van een gemeente die maar vijf mensen telt, dat maakt u niet klein; dat maakt u tot een broeder (ziet u?) als u getrouw bent aan Gods Woord. Het maakt mij niet uit hoe of wat, u bent niet klein. God heeft geen kleine en grote kinderen. Hij heeft gewoon kinderen en zij zijn allemaal hetzelfde.

104 Bemerk, God Zelf kwam uit de ivoren paleizen van heerlijkheid om één van ons te worden. Wie is dan de grote? Hij kwam hier niet naar toe om de gestalte van een priester aan te nemen, maar die van een dienstknecht en om de klei te wassen die Hijzelf schiep, de voeten van Zijn apostelen in de... Nu, wie is groot?

105 Maar deze mannen waren beïnvloed. Zij begrepen het niet. Zij dachten dat er iets nieuws zou gaan gebeuren (nee), iets wat God niet gezegd had dat zou gaan gebeuren. Zij gingen daarmee op de verkeerde weg. Dat is wat al dit enthousiasme, toen de... Toen het een lange tijd terug begon, moest iedere denominatie een goddelijke genezer hebben en iedere denominatie moest dit, dat of wat anders hebben. Iedere denominatie moest een kleine David hebben. Ieder moest dit, dat of wat anders hebben. Maar, zie, wat gebeurde er? Er gebeurde hetzelfde als wat hier plaats vond. Hetzelfde. De invloed...

106 Aan het Woord voor het tijdperk, de tijd waarin zij leefden, ging men voorbij.

107 Bemerk, de schouders van de Levieten was de oorspronkelijke, door God voorbestemde wijze om deze dingen te doen. Plaats die ark op de schouders der Levieten. Alles daarbuiten was ermee in strijd. Wat Hij zei bedoelde Hij. God kan niet veranderen. Dat is de reden om bij Zijn Woord te blijven.

108 Ik heb hier 1 Kronieken 15:15 als u het op wilt schrijven. Let nu op, daarin God volgend... Ik zou willen dat u dit in uw gedachten grift. Om Gods geboden te houden, om iets op de juiste wijze voor God te doen, om een dienst correct uit te voeren zijn er vijf vereisten om God op de juiste wijze te dienen.

109 Nu, David bewees God een dienst. Hij deed alles wat hij wist, behalve op God wachten. Ziet u? Hij deed iets wat juist was, iets goeds voor het volk, iets goeds voor de gemeente.

110 Maar er zijn vijf vereisten; ik wil dat u ze gedenkt. Het doet er niet toe hoe oprecht een man in zijn doen is; als hij God een dienst bewijst, moet aan deze vijf vereisten voldaan zijn.

     Ten eerste moet het Zijn tijd zijn om het te doen.

111 Wat zou u ervan denken als Mozes was komen zeggen: "Wij zullen een ark bouwen en de Nijl opvaren zoals Noach"? Noachs tijd was de juiste voor een ark, maar niet Mozes' tijd.

112 Wat als Jezus gekomen zou zijn en gezegd zou hebben: "Ik zal u vertellen wat wij gaan doen. Wij gaan de berg op, evenals Mozes en zullen een nieuw stel wetten ontvangen"? Ziet u? Hij was die wet. Ziet u? U moet op Zijn tijd zijn. Het moet in Zijn tijdperk zijn. Begrijpt u het nu?

113 Het moet op Zijn tijd zijn. Het moet in Zijn tijdperk zijn, en het moet zijn overeenkomstig Zijn Woord dat gesproken is. Het moet...

114 Het maakt mij niet uit hoe goed u zegt dat dit en dat behoorde te zijn, of dit behoorde te zijn, het moet zijn overeenkomstig Zijn Woord, Zijn tijd en Zijn tijdperk; en het moet gegeven zijn in overeenstemming met de persoon die Hij verkozen heeft om het door te doen.

115 Het kan mij niet schelen hoeveel hoogwaardigheidsbekleders er zijn. Daar is koning David precies even groot als ieder van hen. Hij was koning over het volk. Maar Hij had een wijze om het te doen en Hij had hun verteld hoe Hij het zou doen. Maar zij lieten na om het te doen.

116 Het moet zijn overeenkomstig Zijn Woord, overeenkomstig Zijn tijd, overeenkomstig Zijn programma; en het moet zijn door de persoon die Hij verkozen heeft om het te geven en te doen.

117 Mozes probeerde er bij vandaan te lopen. "Neem iemand anders!" Maar God verkoos Mozes om het te doen. Velen van hen... Paulus probeerde er onder vandaan te komen en vele anderen. Maar het moet eerst tot Zijn profeten komen. Het Woord van God moet tot Zijn profeten komen. Amos 3:7: "De Here God zal niets doen tenzij Hij het eerst aan Zijn dienstknecht, de profeet, openbaart." Vier.

118 En de profeet moet bevestigd zijn door het Woord van God.

119 Daar zijn uw vijf vereisten. Het moet op die wijze zijn: Zijn tijd. Zijn tijdperk (wanneer Hij zei dat het zou zijn); en de man die Hij verkoos, en het moet komen tot de profeet; en de profeet moet een bevestigde profeet zijn. Wij ontdekken dat velen van hen in de Bijbel tot de profeten kwamen, en het werd niet bevestigd. Onze profeet is Jezus Christus.

120 Dus, let nu op. Zie. God had hun de zaak niet geopenbaard op Zijn voorbestemde wijze van doen. Zij hadden Davids wijze geaccepteerd. Zij hadden de wijze van de priester geaccepteerd. Zij hadden de wijze van de schriftgeleerden geaccepteerd, die van de theologen, maar niet Gods wijze. Nathan was een profeet van die tijd. Later vertelde Nathan hun hoe zij het moesten doen. Maar zie, zij deden het zonder Nathan te raadplegen. Niet één woord zegt dat Nathan geraadpleegd werd. De gehele invloed, de grote zaak, die aan de gang was... Ik denk aan dat lied:

Bewaar en help mij Here, wanneer harten in vlam staan,
Laat mij nederig roemen in... (om met de rest van hen mee te gaan)
En gewoon Uw Naam aanroepen;
Leer mij niet te vertrouwen op wat anderen doen,
Maar gewoon in gebed te wachten op een antwoord van U.

     Dat is de wijze. Laat mij het zien gebeuren op de juiste wijze, dan wordt het geloofd.

121 Nu, God openbaarde de zaak aan hen door David, door de predikers, en door het volk en door de oversten over duizend en over honderd, maar niet door Nathan, die het ZO SPREEKT DE HERE had, hoewel de Here had gezegd dat Hij niets zou doen, tenzij Hij het eerst toonde aan die profeet van het tijdperk. Ziet u wat zij deden? Zij gingen regelrecht buiten het Woord van God en plaatsten de ark op een nieuwe wagen. Ziet u? Dus zij gingen iets doen buiten Gods bevel in Gods voorbestemde weg, om... En dat gebeurt vandaag ook vrienden. Daarom hadden wij zoveel grote kruistochten enzovoort, zonder resultaat. Meer ontrouw, meer zonde, meer... Ik zeg u, het is met deze natie afgelopen, niet alleen deze natie, maar ook andere naties. Deze natie is, zoals Engeland dat was van een ander tijdperk, de hoer geweest van de hele rest der volkeren.

122 Ver weg in Mozambique, ongeveer 800 kilometer verwijderd van de beschaving, in het oerwoud, luisteren beatnik-kinderen naar Elvis Presley, schokkend met hun hoofd en de hele nacht door op en neer springend. Met zulke kleine radio's met een bereik van 1600 kilometer tot ver in Rhodesia, om Elvis Presley te horen. En toch zeggen zij: "Hij is zeer godsdienstig, hij en Pat Boone en zij allemaal." Wel het is de Judas van het uur, en zij weten het niet. En dat is de slechte zijde. Zij geloven dat zij gelijk hebben. Zei Jezus niet tot het Laodicéa gemeente-tijdperk: "Gij zijt naakt, ellendig, arm en blind, en weet het niet?" Zij weten het niet!

123 Wel, de Pinksterkinderen daar in Afrika en omgeving zeggen: "Wel, Elvis Presley zingt het mooist van alles wat u ooit hoorde." Ongetwijfeld deed David dat ook; ongetwijfeld deden de zangers dat ook, maar het veroorzaakte dat de dood het kamp trof. Ziet u waar wij ons vandaag bevinden, vrienden?

124 De schouders van de Levieten was Gods oorspronkelijke wijze van doen, maar zij hadden de ark geplaatst op een nieuwe wagen. Nu, dat zal nooit werken. Zij raadpleegden niet de juiste weg. Ziet u? Dus gingen zij eraf en de verkeerde weg op en dat is vandaag ook gebeurd.

125 Wanneer de mensen, hoe oprecht ook, proberen Hem een dienst te bewijzen buiten Zijn voorbestemde wijze van openbaren om, dan maken zij er altijd een rommel van. God stelt het op Zijn wijze in. Als de mens, hoe oprecht hij het ook probeert, daar buiten gaat, brengt hij het altijd in de war.

126 Iets dergelijks gebeurde er met Bileam in zijn tijd. God vertelde Bileam, die profeet... Hij was een profeet, de profeet Bileam. Hij was een profeet, en het Woord kwam zuiver tot hem en zei: "Ga daar niet heen. Dat zijn Mijn uitverkorenen; dat is Mijn keuze." En Bileam ging naar de hoogwaardigheidsbekleders, de militairen, de predikers, invloedrijke mannen, en zij zeiden: "Wel, ik zeg u, de koning wil..." Ziet u, hetzelfde patroon als bij David en zoals het vandaag is, neem gewoon alles in type en u zult het zien. Als u het ziet, zeg dan: "Amen!" [De gemeente antwoordt: "Amen!"] Ziet u het? Precies zoals het nu is.

127 Maar de geestelijken, de priesters, de schriftgeleerden, de theologen zeiden: "Dit is de wijze, waarop het gedaan zou moeten worden." Maar het was niet zo! En het werd bewezen dat het niet zo was.

128 God zei eerst tegen Bileam, omdat hij de profeet was: "Ga er niet heen!"

129 Maar de invloed van deze andere mannen liet hem het tegengestelde doen van wat God gezegd had, en het werd een vloek in plaats van een opwekking. O, zeker, hij ging er heen en leerde de mensen, zeggende: "Nu, kijk! Wacht! Weet u wat?" Hij zei: "Wij zijn Moabieten. Bedenk, dat de dochter van Lot onze koningin is. Zij is onze oorsprong. Wij zijn allen van één bloed. Wij zijn allen... Al onze denominaties zijn hetzelfde." Vermeng u niet met die zaak. Blijf daar vandaan. Ziet u? Dus zei hij: "Wij zijn allen hetzelfde. Wel, uw volk is als mijn volk. Wij kunnen onder elkaar trouwen, dus kunnen wij een echte oecumenische raad hebben. Ziet u? Wij kunnen allen tezamen komen en weer tot het oorspronkelijke terugkomen." God vervloekte de zaak. Die zonde werd Israël nooit vergeven. Zij bleef bij hen de rest van hun dagen. Het werd nooit vergeven. Zij kwamen ermee om in de woestijn (zo is het), omdat zij Gods voorbestemde weg door Zijn bevestigde wijze van doen niet namen.

130 Bemerk, deze zaak die zij deden, deed Israël de dood sterven in de woestijn, en Jezus zei: "Zij zijn allen omgekomen en dood." Let op wie er toen met Mozes standhielden. Het waren Jozua en Kaleb en het programma.

131 Merk hier weer op wat David deed. Wat was het gevolg? Het veroorzaakte dat de dood een oprecht persoon trof. Ik veronderstel dat wij nog telefonisch verbonden zijn en ik wil dat u dit over het gehele land hoort. Deze zaak die David deed, zonder Nathan te raadplegen en het Woord van de Here daarvoor te hebben, veroorzaakte dat de dood oprechte mensen trof. Ja, daar strekte hij, die geleefd had in de tegenwoordigheid van de ark, zijn hand uit. Deze kwam uit zijn huis. En de os struikelde en de ark viel.

132 Zij hadden al één ding verkeerd gedaan... twee dingen verkeerd gedaan. Ten eerste hadden zij nooit Nathan geraadpleegd. Vervolgens waren zij heengegaan zonder het Woord van God te raadplegen, dat de – Nathan was het Woord in die dagen. Zij raadpleegden nooit het Woord van de Here en toen zij het deden gingen zij tegen het Woord van God in. En deze goede man hier, die opziener was geweest – hij was bisschop – dacht: "Wel, hier, ik wil niet dat God valt." Dus greep hij met zijn hand naar de ark terwijl hij geen Leviet was en hij stierf – drie dingen.

133 Denk nu eens heel goed na en zie wat de denominaties vandaag hebben gedaan. Ziet u? Zij hebben het afgewezen, het valse leer genoemd. Ziet u? Kijk waar ze aan toe zijn. Zij zullen hun oecumenische raad zeker krijgen. Zij hebben het gedachtenoverbrenging genoemd, terwijl God Zelf bevestigde dat het de Waarheid was en bewees dat het de Waarheid was. "O, het zijn maar een stelletje domoren daar," zeggen zij, "zij weten niet waar zij over spreken." Zo is het; wij weten het niet. Maar wij zeggen gewoon Zijn woorden en Hij weet waar Hij over spreekt. Ziet u? Ik kan het niet uitleggen, niemand anders kan het, maar Hij bewijst het.

134 Let nu op. Menige oprechte gelovige vandaag die tot Christus komt, wil met zijn hele hart komen en wordt geestelijk op dezelfde wijze gedood. Menig oprecht mens gaat naar de Katholieke kerk en wil Christen worden, gaat naar de Methodisten-, Baptisten-kerk, de Kerk van Christus, en zelfs naar de Pinksterkerk, en wil Christen worden; hij legt zijn hand erop en sluit zich bij hen aan.

135 Toen David dit zag gebeuren, deed het hem ontwaken. Word daar niet te laat wakker, broeder. Hij zag dat de dood had toegeslagen. Laat mij het resultaat zien. Wat heeft deze zogenaamde opwekking, die de mensen teruggebracht heeft in de kerken, gedaan aan het volk, aan het lichaam van gelovigen? Het heeft niets anders gedaan dan nieuwe organisaties en denominaties maken, steeds maar weer, meer leden enzovoort. Is de natie beter geworden?

136 Zij zeiden, dat zij... Amerika zouden... "God zegene Amerika, het is een volk, het is een Christelijk land." Het is een miljoen mijl verwijderd van een Christelijk land te zijn! Ik bid er zelfs niet voor. Hoe kan ik ervoor bidden als het zich niet wilde bekeren onder de machtige krachten van God die voor haar ogen gedemonstreerd werden, en zij het ontkennen, de deuren ervoor sluiten, en er vandaan lopen? Ik geef het over aan God. Zij drijft steeds verder af en nu staat zij op het punt weg te zinken. Let gewoon op wat er gebeurt.

137 Veel oprechte personen voegen zich bij een organisatie of groep of cultus van de een of andere soort en daar sterven zij geestelijk. U kunt hun niets vertellen. Zij krijgen dat spul in zich gedrild: "Wel, deze bisschoppen zeiden dit en deze zei dit; deze zei dit." U toont hun hier uit het Woord van God waar het ZO SPREEKT DE HERE is, "Maar onze voorganger..." Het kan mij niet schelen wat uw voorganger zegt, zelfs niet wat ik zeg of iemand anders zegt. Als het tegen Gods bevestigde Woord is, het uur, de tijd, de Boodschap enzovoort, vergeet het dan! Blijf erbij vandaan. En ik moet voor ieder van u verantwoording afleggen in de dag van het oordeel, en u weet dat. En niet in het minst zou ik dat willen zeggen, omdat ik weet dat ik nu een oude man ben. Het is niet zo dat ik iets weet, maar Hij weet het. Ik volg alleen dat wat Hij zei.

138 Kijk vandaag naar de grote kruistochten die wij over het gehele land gehad hebben; het is bewezen dat het tevergeefs was. En zei Jezus niet hier in Lukas 7:7: "Tevergeefs eren zij Mij (Tevergeefs bracht David de ark. Tevergeefs trainde Achab die profeten. Tevergeefs nam Bileam dat geld!), lerende leringen, die geboden van mensen zijn!" Het zijn de geboden van God die tellen. Ongeacht hoe oprecht...

139 "Die mensen zijn werkelijk oprecht." U hoort dat zo dikwijls. "Zij zijn zo oprecht." Wel, dat betekent niets. Jehovah's Getuigen, Zevende Dags-Adventisten, en al die cultussen gaan hier de straat op en doen dingen die niemand van ons zou willen doen. Katholieken staan op de hoek en bedelen enzovoort, die ordes doen dat graag, terwijl ze een waardebezit hebben van miljarden en miljarden dollars en toch bedelen zij ervoor. Oprecht, ongetwijfeld. Kerken gaan uit prediken enzovoort, predikers staan op de preekstoel en doen alles wat zij kunnen om nieuwe leden in hun kerk te krijgen; maar het is een nieuwe ark. Er is maar één Ark die we moeten volgen; dat is het Woord van God. Blijf bij alles wat tegengesteld is aan die Ark vandaan; het is op een nieuwe wagen en niet op de schouders van God. Zo is het! Blijf bij die zaak vandaan. Heb er niets mee te doen.

140 Onze grote kruistochten; miljarden en miljoenen hebben belijdenis gedaan. Ik betwijfel of er in het geheel wel honderd van die allen over zouden zijn. Ziet u? Het betekent niets. Kijk dan naar de belofte van het Woord.

141 U zult denken dat dat gefaald heeft, en wij weten dat het gefaald heeft. Enigen van onze grote opwekkingspredikers in dat land zeggen vandaag dat het helemaal gefaald heeft. De kerk weet dat zij gefaald heeft. Iedereen weet dat zij gefaald heeft. Wel, waarom is dat? Waarom faalde zij? Het was voor een goed doel; het was om de mensen in de tegenwoordigheid van God te brengen, grote kruistochten. En miljoenen mensen gaven hun geld en stopten het in grote kruistochten en de kerken werkten allen samen, grote gehoorzalen en grote dingen, en grote dingen vonden plaats; waarom faalde het? Het was, omdat zij niet het uur herkenden waarin zij leefden. Geen wonder dat Jezus daar stond en in Zijn hart weende; tranen rolden over Zijn wangen en Hij zei: "Jeruzalem, o Jeruzalem, hoe dikwijls heb Ik u willen vergaderen als een hen haar kiekens. U stenigde elke profeet die Ik tot u zond. Maar u wilde niet. Maar nu is uw uur gekomen."

142 Kunt u het de Heilige Geest niet vanuit u voelen uitschreeuwen? "O, Verenigde Staten en de wereld, hoe dikwijls heb Ik u willen bijeenvergaderen, maar u hebt niet gewild. Nu is uw uur gekomen. Uw god van genot, uw god van vuiligheid, uw Sodom en Gomorra god die onder u gekomen is..." Zelfs onze kleine kinderen met hun haar in beatle-stijl en pony over hun voorhoofd zijn kleine verdorven schepselen van het begin af aan. Het is met onze vrouwen gedaan. Zij zijn niet meer te redden. Onze mannen zijn verwijfd, rondlopend met korte broekjes aan en handelend als een meisje, het haar hangend tot in hun nek en... Wij zijn Sodomieten, en het vuur en de wraak van God wacht op ons.

143 Weet u hoe Hij zal doden, hoe Hij het zal vernietigen? Op de wijze waarop Hij het altijd gedaan heeft. Als een publieke vrouw iets verkeerd deed, dan werd zij dood gestenigd. Zij namen stenen op om een vrouw die een hoer was, te stenigen. Zo zal Hij de kerk doden. De Bijbel zei dat Hij hagelstenen uit de hemel zal laten regenen die honderd pond per stuk wegen en Hij zal hen stenigen. Wie zal Hem stoppen? Welke wetenschap zal zeggen dat het niet kan? Hij zal hetzelfde doen als toen Hij een ark maakte en Noach in het behoud dreef. Hij zal het weer voor Zijn gemeente doen. En door Zijn eigen wetten en op Zijn eigen wijze zal Hij die hoer, die overspel bedreef met de koningen en oversten over honderd en duizend, stenigen. Hij zal haar dood stenigen door Zijn eigen wetten die Hij ingesteld heeft. Wie zal Hem vertellen dat Hij geen hagelsteen kan maken?

144 Vraag eens aan iemand die weet hoe een regendruppel begint, hoe deze een cyclus doormaakt en terugkeert via een ...?... en meer en meer oppikt, totdat hij een zeker gewicht bereikt en dan neervalt. Hij, God, Wie de zwaartekracht zelfs niet op de aarde kon houden, voer op de hemel in, God, die de zwaartekracht maakte, kan ook een ...?... maken, groot genoeg om een steen te draaien, totdat hij honderd pond weegt. Hij zei dat Hij het zou doen en Hij zal het doen. Wie zal Hem vertellen om het niet te doen? Hij zal het doen, omdat Hij zei dat Hij het doen zou.

145 Wij zijn in de laatste dagen. Wij bevinden ons dicht bij het oordeel. Waarom? Zij, de Pinkstergemeente, proberen het oude manna te eten dat daarginds vijftig jaar geleden viel: de Heiligheidskerk probeert dat van meer dan tweehonderd jaar geleden te eten en de Lutheranen proberen dat van driehonderd of meer jaren geleden te eten. Zij proberen het oude manna te eten. O, broeder, dat spul is zijn kracht kwijtgeraakt. Het is bedorven. Het heeft, zoals ik steeds gezegd heb, vleeswormen in zich, maden. Het zal u doden als u het eet.

146 Wij komen tot de ontdekking dat, wanneer David of iemand van de rest van hen, alleen maar het Brood van dat uur geraadpleegd zou hebben; als de priesters, en profeten en predikers en theologen en scholen en denominaties alleen maar het uur geraadpleegd zouden hebben..., maar nu zou het hun geen goed meer doen. Het was uitgewerkt. Het zou helemaal niet helpen. Het is nu met haar gedaan. Zij is ongeveer vijf jaar geleden over die grens gegaan; de grens tussen bekering, oordeel en genade.

147 Merk op hoe het er mee staat. Wat kan er gedaan worden? Wat moet er gedaan worden? Laten wij de profeet raadplegen, de Bijbel, waar wij niet aan toe kunnen voegen of vanaf kunnen nemen. Als wij het wel doen zal God ons uit het Boek des Levens nemen. De Bijbel zei in Maleachi 4 wat er vandaag zou gebeuren, Openbaringen 10, hoe de Zeven Zegels geopend zouden worden om al deze geheimenissen te openbaren die verborgen waren gedurende de tijd van deze hervormers. Hij zei hoe het gedaan zou worden. Het is in de Bijbel, ZO SPREEKT DE HERE. God heeft volkomen, volmaakt betuigd en bevestigd dat het de Waarheid is door tekenen, wonderen in de hemelen en het luchtruim, en al het andere gedurende drieëndertig jaren. Denkt u dat zij ernaar luisteren zullen? Nee, zij zijn dood. Zij hebben hun hand in iets gestoken dat de hele zaak heeft gedood. Nee, het zal nooit meer gebeuren.

148 Toen deze zaak gebeurde, zag David het. O, God, zend ons een David die kan zien waar hij staat, die uit kan zien en zien kan dat God een belofte deed hoe Hij het vandaag zou doen. God zei hier in Zijn Woord precies hoe Hij het zou doen.

149 God sprak tot Micha; Micha onderzocht zijn visioen voor vierhonderd eerbiedwaardige profeten. Hij onderzocht zijn visioen om te zien of het juist was. Hij keek terug naar wat de profeet vóór hem gezegd had, om te zien wat was gebeurd. Hij keek terug en hij zag Elia daar staan en zeggen: "Achab, de honden zullen ook uw bloed lekken." Nu, toen zag hij dat dat visioen precies in overeenstemming met het Woord van God was, dus sprak hij het uit; en hij had gelijk. Zo is het. Het doet er niet toe wat de rest van hen zei, hij bleef precies bij dat Woord.

150 Laten wij nu zien naar het visioen dat wij vandaag hebben. Is het bouwen van kerken? Is het bouwen van nieuwe dingen? Zijn het grote dingen die zullen gaan gebeuren, of is het oordeel? Kijk terug en zie de belofte voor vandaag. Zie in welk tijdperk wij leven.

151 U zegt: "God zij geprezen, broeder, ik ben oprecht. Ik behoor tot een kerk. Ik heb mijn doctorsgraad. Ik heb dit gedaan." Dat is goed. Dat is fijn; niets daartegen. David had dat ook en eveneens de priesters van die dagen; evenzo de theologen, maar het was tegen het Woord.

152 God zei hoe Hij het vandaag zou doen, hoe Hij alle dingen zou herstellen, wat Hij opnieuw zou doen. Hij beloofde te herstellen. Dat is precies juist. In Joël 2:28 beloofde Hij dat Hij zou herstellen: "Ik zal herstellen, zegt de Here, al de jaren die de kever heeft afgevreten." Zij hadden een... Zie, dat is dezelfde worm, alleen in een ander levensstadium. Toen het Katholicisme begon te vreten, toen de Lutheranen, de Methodisten en de Pinkstermensen en zij allen begonnen, zei Hij: "Ik zal alles weer herstellen tot een gemeente die precies gelijk is aan die van het begin."

153 Let op het visioen van onlangs 's avonds. Precies dezelfde bruid die van deze kant kwam, kwam van die kant, nadat die hoeren voorbijgegaan waren met hun jurken aan, kleine, oude dingen, op deze manier, en rock en roll dansend en zich de gemeente noemend. U zegt: "Wel, wij doen dat niet." Maar dat is de wijze waarop God u ziet. Het is niet hoe u zichzelf ziet; het gaat erom hoe God u ziet. Niemand ziet zichzelf als verkeerd. Als u in de spiegel van Gods Woord kijkt, vertelt dat u of u verkeerd bent of niet. Als David dat gedaan zou hebben, dan zou hij gezien hebben dat hij verkeerd was. Als Achab dat gedaan zou hebben, of als die profeten dat gedaan zouden hebben, dan hadden zij zichzelf als verkeerd gezien.

154 Een bevestigde profeet zei dat Achab zou sterven en dat de honden zijn bloed zouden lekken. En zijn profetie was er precies mee in overeenstemming. Toen wist hij dat hij gelijk had. Zelfs Josafat had dat moeten zien en hebben moeten weten. Toen Micha het visioen zag, was hij het niet eens met de mensen van zijn dagen, maar hij had het ZO SPREEKT DE HERE. Hij had gelijk.

155 Let op, wij gaan deze zaak nu op deze dag toepassen, daar wij dat grote uur zien waarin wij komen. Merk op wat David ook probeerde te doen. Ik had er hier een kleine aantekening over. Hij probeerde de ark naar de stad van David te brengen, zijn eigen denominatie.

156 Zie eens terug naar de plaats waar de Here voor het eerst sprak, daar bij de rivier: "Zoals Johannes de Doper gezonden werd om de eerste komst vooraf te gaan..." Broeder, de Assemblies konden daar niet voor staan, noch de Verenigde gemeenten; zij allen niet. Zij moesten ergens iemand hebben. Ach, zij moesten het allen doen. Ziet u? Zo is het precies. Allen moesten de ark naar hun eigen huis brengen.

157 Men wilde de ark naar de stad van David brengen. Waarom? Er was geen plaats voor bereid. Daarom kunt u de Boodschap niet naar een denominatie brengen. Het Woord; de Ark; Christus. Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer; heel Zijn betuiging; u kunt het niet naar uw organisatie brengen. Zij zullen het nooit geloven, omdat er geen plaats voor is. Zegt de Bijbel niet dat Hij buiten de gemeente van het Laodicéa-tijdperk stond, proberend binnen te komen? Er was geen plaats in de stad van David, hoe getrouw en hoe groot het ook was, enzovoort. Het was toch de plaats niet; het zou in Jeruzalem moeten zijn. Daar ging de ark later heen, toen de profeet hun verteld had wat zij ermee moesten doen. Ziet u? Dus David moest de ark naar zijn eigen stad brengen. Er was geen plaats voor gereed.

158 Christus is onze Ark, en zij willen Hem niet ontvangen. Christus is het Woord. Zij willen het niet ontvangen. Zij willen hun geloofsbelijdenis, hun denominatie, een nieuwe ark, een nieuwe drager. Zij willen dat de denominatie hem zou dragen, een nieuwe ark, of een nieuwe wagen. Denk eraan dat Christus onze Ark is. Gelooft u dat Christus het Woord is? Dat is dan de Ark. Is dat juist? In orde. Christus kan niet gedragen worden naar Zijn juiste plaats door enige denominationele wagen. Hij handelt met één persoon en niet met een groep. Hij handelde nooit met een groep; één persoon. Als Hij het zou doen, zou Hij tegen Zijn eigen Woord zijn, Amos 3:7. En u kunt het niet laten liegen. Zeker niet! Het is waar.

159 Maar zie, zij probeerden... De Ark kan niet door een organisatie gedragen worden; er zijn daarin teveel hoofden. Ziet u? Zo kan het niet gedaan worden. Hij beloofde dat Hij het zo niet zou doen en Hij zal het ook niet doen. Hij heeft gezegd toen Hij het beloofde dat Hij het op een andere manier zou doen, dat is de reden dat Hij beloofde dat Hij het niet zou doen. (Heb die gedachten niet, ik kan het voelen. Ziet u?)

160 Dus Hij beloofde dat Hij het op een bepaalde manier zou doen, en alles wat daarmee in tegenstelling is zou Hij niet doen. Maar op zijn oorspronkelijke wijze, overeenkomstig wat Hij zei in Amos 3:7, dat is de wijze waarop Hij het doen zal. En dat moet bevestigd en bewezen worden juist te zijn. Nu, u weet wat Hij vandaag beloofde en dan doet Hij het ook vandaag. Dat is precies wat Hij zei te zullen doen: Hij zou die Zeven Zegels openen en al wat Hij zou doen; de geheimenissen die er waren openbaren, hoe deze dopen en al die dingen door de war gehaald zijn. En hier is het in Zijn eigen tegenwoordigheid. De wetenschap bewijst het. De hemelen hebben het verklaard. Mensen stonden daar, keken ernaar en zagen het gebeuren. En er is niet één ding dat Hij gezegd heeft, dat Hij niet waar gemaakt heeft. Daar bent u er. Gewoon zodat u zou zien waar wij ons vandaag bevinden.

161 Nu, ieder mens die Gods Geest op zich heeft, weet dat dit de waarheid is; omdat Gods Geest niet tegen het Woord zal spreken. O nee, het zal precies in overeenstemming met het Woord zijn. U zegt: "Ik heb de Heilige Geest ontvangen. Ik juichte. Ik sprak in tongen. Ik danste in de Geest." Dat betekent niets voor God. Ziet u? David deed hetzelfde – het was destijds praktisch hetzelfde. Hij zong uit alle macht en hij juichte uit alle macht; heel de rest van hen deed dat en zij liepen regelrecht de dood in. Zo is het! Dat heeft er niets mee te maken; het is het Woord dat telt, het Woord van de Here. Zij die wachten op de Here. Jazeker!

162 Zie, zij die Gods Geest in zich hebben, kijken naar de belofte voor vandaag en waken en wachten totdat zij het zien en dan zeggen zij: "Dat is het." God openbaart het aan hen.

163 Zoals Nathanaël. Filippus ging heen en vond Nathanaël. En Nathanaël zei: "Nu, wacht even. Ik weet dat het beloofd is, maar laat ik het gaan zien." En toen hij het zag zei hij: "Dat is het!" De vrouw zei: "Nu, ik weet het, ik heb allerlei theologen gehoord. Ik heb dit en dat gedaan. Ik heb de Bijbel zelf gelezen, en ik weet dat er een Messias zal komen die deze dingen zal doen, dus moet U Zijn profeet zijn."

     Hij zei: "Ik ben het."

164 Zij zei: "Kom en zie een Mens, dit is het!" Zij wachtte totdat zij die Messias geïdentificeerd zag door het Woord van God. Toen zei zij: "Daar hebben wij vierhonderd jaar op gewacht. Wij hebben geen profeet of zoiets gehad. Hier is Hij en Hijzelf zegt dat Hij het is. Nu... [Leeg gedeelte op de band] Kom en zie een Mens die mij verteld heeft de dingen die ik gedaan heb." Maar de priesters wilden Hem doden en tenslotte deden zij het ook. Maar zij kunnen vandaag Zijn Geest niet doden. Zo is het! Nee, zij kunnen Hem niet doden. Die was hier om ons tot Hem te brengen, dus zijn we dankbaar.

165 Let op hoe groot God is, hoe groot Zijn werken zijn. Hoe Hij nooit kan falen. Nu, God heeft een voorbestemde en oorspronkelijke manier om dingen te doen en Hij zal nooit in tegenstelling daarmee handelen.

166 Hij beloofde in de laatste dagen wat Hij zou doen. Hij zond hun – ons een Boodschap, en deze Boodschap zou dezelfde identificatie hebben als Elia had, en zoals Elisa had, zoals Johannes de Doper had. En deze zou de harten van de mensen niet tot de denominatie, maar terug tot de oorspronkelijke, apostolische vaderen, terug tot het Woord brengen. Hoe zijn deze dingen bevestigd! Hoe zijn bij het bazuinen van de laatste engel, Openbaringen 10: In de dagen van de zevende engel waarin al deze geheimenissen zijn... Waarom deden de Methodisten dit, en de Baptisten, de Church of Christ en de Jehovah's Getuigen, deden zij allen dat? Deze geheimenissen zouden in de laatste dagen geopenbaard worden als de zeven engelen – de Boodschap van de zevende engel, wanneer hij, niet als hij dit begint te doen, maar als hij begint zijn Boodschap uit te bazuinen. Ziet u? Niet in de jaren van de voorbereiding, maar als hij begint zijn Boodschap uit te bazuinen dan zullen deze geheimenissen geopenbaard worden. En hier zijn zij, ze niet wetende, en u mensen bent daar getuige van. En dan in dat grote observatorium, zodat de wereld in twijfel zal zijn: – zij vragen zich nog steeds af wat daar gebeurde.

167 In Tucson namen grote sterrenwachten er daar de foto van en ze vragen zich nog af wat daar gebeurde. Wat is het? Zij zetten het nog in de krant: "Weet iemand er iets van? Wat, hoe het gebeurd zou kunnen zijn?" Er is daar geen mist; er is geen lucht, geen vocht, 48 kilometer hoog in de lucht. O, wonderbaar! "Er zullen tekenen zijn in de hemel boven. En wanneer deze dingen plaatsvinden, aardbevingen in verscheidene plaatsen, dan zal het teken van de Zoon des mensen in de hemelen verschijnen." Op die dag (Lukas) zal de Zoon des mensen Zich opnieuw openbaren en Zelf geopenbaard worden. En de wereld zal er uitzien als Sodom en Gomorra. O, mijn broeders, weest niet onwetend over geestelijke zaken. Ziet u? Onderzoekt de Schrift want daarin denkt u dat u Eeuwig Leven hebt en de Schriften zijn het die getuigen van het Woord. Zij zijn het die getuigen van de Waarheid, de dingen die God in dit uur doet.

168 En nu, let op! Zij die de Geest van God hebben, wachten op deze dingen. En als zij die dingen zien, geloven zij die dingen. Jezus zei: "Niemand kan tot Mij komen tenzij de Vader hem trekke, en al wat de Vader Mij gegeven heeft (Hij is het Woord) zal tot Mij komen – zij zullen tot Mij komen."

169 Ik ben vanmorgen tamelijk hard geweest. Ziet u? Zij wachten op de Here, wachtend; en wanneer zij dat doen, zien zij die belofte voor vandaag bevestigd, het vernieuwt hun geloof in Zijn Woord, omdat Hij beloofde het te zullen doen, en hier doet Hij het. Dan is er geen twijfel meer. God spreekt; Zijn Woord spreekt eerst, en dan doet de Geest die Het brengt datgene wat het Woord zei dat het zou doen. O, wij hebben heel wat nabootsingen. Wij hebben nog steeds veel mannen, oprecht van hart, die proberen de dingen op deze en die wijze te doen, maar let op wat er gebeurde. De mensen steken er hun handen naar uit en dan – dan sterven zij. Ziet u?

170 Merk op dat geen enkel mensengemaakt denominatieplan ooit zal werken. Het maken van leden voor hun eigen zelfgemaakte denominationele ark... God had nooit een denominatie. Hij zal nooit een denominatie hebben. Het is een door mensen gemaakte zaak.

171 Ik vraag mij vandaag af of wij met al ons binnenhalen en onze grote kruistochten en opwekkingen niet de Methodisten- Baptisten- of Presbyteriaanse ark gevuld hebben. Hoe zit het met de Ark van Christus, het Woord? En als de bruid het Woord moet zijn, dan moet zij van Christus zijn, een deel van de Bruidegom. Zij moet het Woord zijn, niet het Woord voor Zijn dag, het Woord voor deze dag, dat Hij heeft beloofd dat er deze dag zou zijn. Hij zei dat Hij Zijn Woord uitzond om Zijn bruid te vormen en haar te maken. Ik hoop dat wij het zien. Heb geen gedachte van uzelf en neem ook niet het idee van iemand anders. Neem het bevestigde Woord hier, de Bijbel. Er staat geschreven... God heeft in Zijn Woord beloofd hoe Hij Zijn bruid in deze laatste dagen zou kiezen. Wist u dat? Hij beloofde hoe Hij het zou doen, en dat door Zijn oorspronkelijk plan van het verkiezen van Christus, van het kiezen van de tijd, het kiezen van het tijdperk hoe hij... Hij kan wat Zijn bruid betreft niet falen omdat zij een deel is van dat Woord. Hij kan haar niet kiezen door een denominatie als Hij Christus niet koos door een denominatie. Kwam Christus tot een denominatie? Kwam Hij door een denominatie? Nee, zij verwierpen Hem. Wel, dat deden de denominaties toen; kan Hij dan als Hij een bruid kiest op enige andere wijze komen? Hoe bracht Hij Christus hier? Door het Woord van de profeten. Is dat zo? Hoe zal Hij Zijn bruid hier brengen? Door het Woord van de profeten. Hoe identificeerde Hij Hem toen Hij kwam? Door een man met de geest van Elia op zich, komend uit de woestijn. Hoe zal Hij Zijn bruid identificeren? Hij beloofde hetzelfde in Maleachi 4, voordat Hij de aarde zou vernietigen, zoals het was in de dagen van Sodom.

172 Herinner u dat Sodom werd verbrand. Is dat juist? Wel, deze wereld moet verbranden. Jezus zei het. En het zal de tijd zijn dat – zoals Lukas 17:30 zei: In die dagen zal het zijn als met Sodom en Gomorra en dan zal de Zoon des mensen geopenbaard worden. En wat zou er dan gebeuren? Volgens Maleachi zal Hij de aarde opnieuw verbranden, en de rechtvaardigen in het Duizendjarig Vrederijk zullen wandelen op de as van de goddelozen. Is dat juist? Ziet u? Dus zijn wij precies in de eindtijd. Wij zitten hier nu bij de deur en wachten op Zijn komst.

173 Merk op dat God in Zijn Woord beloofde dat Hij Zijn bruid zou kiezen op Zijn oorspronkelijke wijze, Hij - de Bruidegom. Hij voorzegde het door de profeten en zond een profeet om te identificeren. De profeet zei, terwijl hij daar aan de oever van de Jordaan zat: "Ziet!"

     Zij zeiden: "U bent toch de Messias, nietwaar?"

     Hij zei: "Nee, ik ben de Messias niet."

     "U moet de Messias zijn."

174 "Maar ik ben Hem niet, Hij staat echter midden onder u. En ik ben niet waard om Zijn schoenen los te maken. Als Hij komt dan maakt Hij Zichzelf bekend..." En vandaag staat Hij onder ons in de Persoon van de Heilige Geest, Zichzelf meer en meer manifesterend, komende in Zijn gemeente, Zichzelf bekendmakend; omdat Hij en de bruid en de Bruidegom, Dezelfde zullen zijn, Zichzelf bekendmakend. En op zekere dag zult u zien dat Degene die u voelde in uw hart en Wiens identificatie u zag, voor u verpersoonlijkt zal worden. Dan zijn u en Hij één. U bent verenigd door het Woord en het Woord dat er was in den beginne, zal teruggaan naar de beginne, hetwelk God is. "En op die dag zult u weten dat Ik in de Vader ben, de Vader in Mij, Ik in u en u in Mij." Halleluja! Wij zijn hier! Halleluja! Ik ben zo blij om te zien hoe Hij Zichzelf gewoon onder ons verpersoonlijkt en te zien wat Hij beloofde voor het Woord; niet door iemands emoties, zingen en springen en dansen, maar door Zijn Woord (amen!) maakt Hij Zichzelf bekend.

175 Zie, toen zij de tempel bouwden en de ark erin brachten, ging God daarin met een Vuurkolom. Amen! Het was David die sprong en schreeuwde. Het waren al de zangers en de priesters die tekeer gingen toen zij uit de wil van God waren. Maar toen God de ark identificeerde in Zijn plaats en positie, kwam daar de Vuurkolom, voordat zij de ark daar binnen konden brengen, de weg aangevend, rechtstreeks over de vleugels van de cherubim, ingaand achter het heilige der heiligen, de rustplaats, de Vuurkolom. En de heerlijkheid van God was daar zo, dat zij niet meer zien konden hoe zij moesten prediken. Amen! Het zal de ogen van iedere theoloog sluiten als Hij komt voor Zijn bruid. Zij zal opgenomen worden in het midden van de nacht, zoals het was voor hen. Zij zullen haar zelfs niet zien gaan. O, prijs God!

176 Let op. God beloofde dat Hij Zijn bruid eruit zou brengen en wat Hij zou doen: Er zou een zaad zijn; er zou een Licht zijn in de avondtijd, hoe Hij al deze dingen zou doen, heel nauwkeurig, en op de wijze zoals Hij het oorspronkelijk van plan was in het Oude Testament en het Nieuwe Testament – en dat is niet door denominaties. Het is niet door ons systeem dat wij vandaag gebruiken. Wij veroorzaken alleen maar de dood. De mensen zijn - zij slaan hun hand eraan en sterven erdoor. Ziet u?

177 Het Woord, de Avondboodschap moet avond-resultaten meebrengen. De Avondboodschap moet avondzaad zaaien, geen morgenzaad, avondzaad. Is dat juist? Het middagtafereel: dat zaad was toen een denominatie. Het stierf en verging. Maar de Avondtijdboodschap zal Avondlicht laten zien en ook avondtijd-resultaten. De Avondtijdboodschap... Jezus' tijd, de middagboodschap toonde middag-resultaten. De beginboodschap liet het begin-resultaat zien; de schepping werd gemaakt. Hij maakte Zijn Zoon naar Zijn eigen beeld in de middag. In de avondtijd maakt Hij er een bruid voor. Ziet u? Waardoor? Zijn Woord. Hoe vormde Hij de aarde? Hoe sprak Hij haar in bestaan? Door Zijn Woord. Wie was Zijn Zoon? Het Woord. "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God... En het Woord werd vlees gemaakt en woonde..." Hoe zal Hij Zijn bruid nemen? Door het Woord, niet door een nieuwe wagen, niet door het idee van de een of andere theoloog, maar overeenkomstig Zijn Woord zal Hij haar identificeren. Voeg er niet één ding aan toe of neem er niet één ding vanaf. Laat het op de wijze dat het is. Ziet u?

178 De avondtijd. Hij beloofde dat Hij het zou openbaren, deze Zeven Zegels zou openen en tonen wat die kerken toen hadden gemist. Openbaringen 10 en Maleachi 4, Lukas 17:30, Hij zei dat Hij het zou doen, laten wij het dus niet vermengen. Laten wij het zo houden.

179 Laat mij, terwijl wij sluiten... Het is ongeveer bijna vijftien minuten vóór twaalf; laat mij bij het eindigen dit zeggen: Vrienden, luistert in de Naam van de Here Jezus, deze dingen zijn te duidelijk voor u om ze niet te geloven. Het is te duidelijk voor u om ze niet te zien. Zeker kunt u dat zien. Zeker zou de wereld dat kunnen zien. Maar juist uw... Wordt nu niet beïnvloed door deze nieuwe tierlantijntjes en zo, die zij vandaag hebben. Het maakt mij niet uit hoe goed deze mannen zijn, hoe oprecht zij zijn; als zij niet spreken overeenkomstig de Wet en de Profeten, zegt de Bijbel dat er geen Leven in hen is. Ziet u?

180 David dacht dat hij gelijk had; hij was oprecht. Die priesters dachten dat zij gelijk hadden; zij waren oprecht. Maar zij lieten na de Here erover te raadplegen. En hoe zouden zij het gedaan kunnen hebben? Het zou kunnen zijn dat zij zeiden: "Wij hebben doorgebeden." Maar dat was niet Gods wijze om het te doen. Hij beloofde dat Hij niets zou doen tenzij Hij het eerst aan Zijn dienstknechten, de profeten, zou openbaren. En daar stond Nathan midden onder hen en zij hadden hem helemaal niet geraadpleegd.

181 Lees nu in de volgende paar hoofdstukken van Kronieken en u zult ontdekken dat David in zijn huis zat en zei: "Is het juist (Nathan zat bij hem) dat ik leef in een cederen huis en de ark van God daarbuiten onder de tenten?" En Nathan kreeg van de Here te horen wat hij hem moest zeggen te doen.

182 En hij had verkeerd gedaan, dus zei de Here: "Vertel Mijn dienstknecht David dat Ik hem liefheb. Ik maakte hem een naam als de groten der aarde, maar Ik kan hem dit niet laten doen (Ziet u?); hij heeft ten opzichte van Mij gefaald. (Ziet u?) Ik kan het hem niet laten doen. Ik zal een man voortbrengen; zijn zoon zal het eeuwige huis van God oprichten." Dat was David natuurlijk. Salomo typeerde het, maar toen faalde hij. Ieder mens moet falen. Ieder menselijk wezen moet falen. God is de Enige die niet kan falen. Hij kan niet falen. Er is één ding dat God niet kan en dat is falen. En God is het Woord. En het Woord... Het doet er niet toe of het eruit ziet dat het zal komen op die andere manier, het zal precies komen op de wijze zoals het Woord gezegd heeft.

183 Nu denk eraan, u moet het tijdperk, de tijd volgen. Ziet u? En in welk tijdperk u bent, in welke tijd, laat dat bevestigd worden om te zien dat het precies de Waarheid is.

184 Neem nu al deze vereisten, het gehele Woord, al de typen en de dingen en kijk waar u zich bevindt. Denk aan het uur waarin wij leven. Zie daarginds dat bijna één tiende van de aarde op het punt staat in te storten. De wetenschap zegt dat. Zij kijken naar de klok. Een paar jaar geleden zeiden zij: "Het is nu nog maar drie minuten vóór middernacht." Het kan nu één minuut zijn; misschien nog een halve minuut.

     Zij zeiden: "Het zal niet in onze generatie gebeuren."

185 "Het zou binnen vijf minuten kunnen gebeuren." En let op het volgende dat hij zei: "vijf jaar." Ik zei dat nooit, hij zei dat, de geleerde. Zij zwermen bij Californië vandaan als vliegen. Ziet u? Wel, de dag dat Lot uit Sodom ging, op dezelfde dag, regende het vuur op de aarde. Een dezer dagen zal God onze Boodschap gaan nemen en zullen wij hier vandaan gaan. Het is zeker genoeg dat er dan iets staat te gebeuren als de gemeente weg is, Zijn lichaam, Zijn bruid.

186 Nu wil ik u een Schriftgedeelte voorlezen en ik zou graag willen dat u het met mij mee leest. Ik zou willen dat u tot slot opslaat Deuteronomium 4. Ik denk dat er waarschijnlijk genoeg gezegd is, zodat u het zult begrijpen. Deuteronomium 4. Ik lees hier twee plaatsen. En ik zou graag willen dat deze gemeente en de mensen met de bandrecorders en ook zij die telefonisch met ons verbonden zijn in andere delen van de natie, goed zullen luisteren en het niet missen. Dit is iets wat ik... Deuteronomium, het vierde hoofdstuk. Ik begin bij het eerste vers. Ik wil het eerste vers lezen en dan het 25 en 26e vers. U kunt het helemaal lezen als u thuis bent, maar om gewoon tijd te besparen zodat wij op tijd weg kunnen, omdat ik vanavond weer terug moet komen, zo de Here wil. Luister naar wat deze profeet sprak. Hij was in de tegenwoordigheid van God geweest. Hij wist waar hij over sprak. Luister:

     Nu dan, Israël! hoor naar de inzettingen en naar de rechten, die ik u leer te doen; opdat gij leeft, en inkomt, en erft het land dat de HEERE, de God van uw vaderen, u geeft. (Dat typeert ons Duizendjarig Vrederijk.)

     Gij zult tot dit woord, dat ik u gebied, niet toedoen, ook daarvan niet afdoen; (Voeg er niet één ding aan toe en neem er niet één ding vanaf. Blijf erbij en zeg gewoon wat het zegt.) opdat gij bewaart de geboden van de HEERE, uw God, die ik u gebied.

     Uw ogen hebben gezien wat God om Baäl-Peor gedaan heeft; want alle man, die Baäl-Peor navolgde, die heeft de HEERE, uw God, uit het midden van u verdelgd. (Nu, u bent een volk afgezonderd van die denominaties. Ziet u het?)

     Gij daarentegen, die de HEERE, uw God, aanhingt, gij zijt heden allen levend. (U stierf nooit met uw denominaties; u bent nu levend en in de tegenwoordigheid van God. Mis dit tot slot niet.)

     Nu het 25e vers. Als zij het land binnengaan, let dan op wat er gebeurt.

     Wanneer gij nu kinderen en kindskinderen gewonnen zult hebben en in het land oud geworden zult zijn, en u zult verderven, (Dat gebeurde) dat gij gesneden beelden maakt, (iets anders) de gelijkenis van enig ding, en doet, wat kwaad is in de ogen van de HEERE, uw God, om Hem tot toorn te verwekken; (Luister!)

     Zo roep ik heden de hemel en de aarde tot getuige tegen u, (ziet u?) dat gij voorzeker weldra zult omkomen van dat land, (of de plaats) waar gij over de Jordaan naar toe trekt, om dat te erven; gij zult uw dagen daarin niet verlengen, maar geheel verdelgd worden.

187 Dit was Mozes, sprekend tot Israël nadat hij door God bevestigd was door een Vuurkolom en wist dat hij bewezen was Gods dienstknecht te zijn om hen uit te leiden. En voordat zij het land ingingen, zei Mozes: "Nu, van de woorden die ik tot u gesproken heb, roep ik hemel en aarde tot getuige tegen u. Als u er één ding aan toevoegt of er één woord vanaf neemt, zult u niet blijven in het land dat de Here God u geeft." Zo zeg ik in de Naam van Jezus Christus: "Voeg er niet één ding aan toe. Plaats uw eigen ideeën er niet in. Zeg precies wat op deze banden gezegd is. Doe gewoon nauwkeurig wat de Here God bevolen heeft te doen. Voeg er niet aan toe."

188 Hij houdt, als altijd, Zijn belofte aan ons. Iedere belofte die Hij gedaan heeft, heeft Hij gehouden. Heeft Hij u verteld wat er zou gebeuren en gebeurde het? Ik breng de hemel en de aarde vandaag voor u als een uitdaging. Heeft God ooit iets gezegd wat Hij niet vervuld heeft en heeft Hij niet precies gedaan wat Hij zei dat Hij zou doen voor ons? Heeft Hij het precies op de wijze gedaan dat Hij zei dat Hij het zou doen? Zo is het precies. Zo zal Hij voortgaan met het te doen. Alleen voeg er niet aan toe. Neem er niet vanaf. Geloof het gewoon en wandel nederig voor de Here, uw God, want wij staan vlak vóór het binnengaan in het land. Dan zult u niet meer willen terugkeren. U zult niet meer opnieuw terugkeren tot dit soort leven. U zult terugkeren als een onsterfelijk wezen. U zult terugkeren als met de zonde afgedaan is, wanneer Satan gebonden is. Gedurende duizend jaar zult u op deze aarde leven, die de Here, uw God, u gegeven heeft. "Want de zachtmoedigen zullen de aarde beërven. Gezegend is hij die al Zijn bevelen doet, zodat hij het recht heeft in die Stad in te gaan, want buiten zijn de tovenaars, leugenaars, hoereerders en de honden; zij zullen daar niet binnenkomen." Zij zijn slechts voor de verlosten en voor hen die wandelen in Zijn geboden.

189 Neem geen nieuwe dingen. Die vliegen overal, en er zullen er nog meer dan die komen. Maar neem deze nieuwe dingen niet. De Here, uw God, heeft u verklaard wat de Waarheid is. De Here, uw God, heeft bevestigd wat de Waarheid is door Zijn Woord en door Zijn Geest. "Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest." En de Geest... God zoekt zulken die Hem aanbidden in Geest en Waarheid. "Uw Woord is de Waarheid." Hij heeft door en door bevestigd dat Jezus Christus Dezelfde is gisteren, heden en voor immer. Hij heeft de avondzaden aan u getoond. Hij heeft het aan u geopenbaard in het Woord. Hij heeft het aan u bewezen door Zijn Geest.

190 Begin nooit of tracht nooit een organisatie te beginnen. Probeer niet op iets anders te bouwen, maar blijf nederig voor de Here, uw God, want het ziet er naar uit dat de poorten in het beloofde land spoedig open kunnen gaan. Laat ons dan ingaan met het ware zingen en verblijden, als de bruid en de Bruidegom hun plaats innemen op de troon.

191 Leef nederig; leef liefhebbend. Heb elkander lief. Laat er nooit iets tussen u komen. Als u iets ziet opkomen in uw hart tegen iemand, doe het er dan direct uit. Laat niet... Satan zal zijn best doen om onder u te komen. Ziet u? Laat dat niet gebeuren. De een of andere knaap met radde tong zou langs kunnen komen om te proberen u er vanaf te brengen. Denkt u dat ze Mozes uit de tegenwoordigheid van God zouden kunnen wegpraten, terwijl hij het had gezien toen hij daar stond? Nee, mijn heer! Nee, wij nemen er niet vanaf en voegen er niet aan toe. Houd het precies zoals de Here het zei. Wij willen geen denominatie; wij willen geen organisaties. Wij willen geen boosaardigheid; wij willen geen twist; wij willen God; en Hij is het Woord. Laten wij nu onze hoofden buigen.

192 O God, ik kijk rond met een geestelijk oog; ik probeer te zien wat er plaatsvindt. Ik zie Uw Woord, de wijze waarop het bevestigd is, de wijze waarop het bewezen is. Heel de tijd door vanaf 33 jaar geleden, hier beneden aan de rivier, wat U zei en nu is het 33 jaar later en U doet precies wat U zei. Here, het zij verre dat wij proberen het wat kleiner te maken of te proberen het wat groter te maken. We bewaren het op de wijze dat U het gemaakt hebt. Ik wandel gewoon nederig en volg U.

193 Dit zijn zij, Here, die U aan de bediening gegeven hebt, naast al diegenen door het gehele land en over de gehele wereld die ontslapen zijn. De begraafplaatsen hier bevatten velen van die wachtende, gezegende heiligen. Maar het is zoals gezegd werd, wij die levend overblijven zullen niet hinderen degenen die ontslapen zijn. De bazuin zal schallen, de doden zullen eerst opstaan; dan zullen wij met hen opgenomen worden. Als de heerlijkheid van God op de aarde zal zijn, zal zij de gemeente verbergen voor de wereld. Zij zullen het zelfs niet zien als zij gaat.

194 Vader God, bewaar dezen in Uw handen. Zij zijn van U. Ik bid, God, dat wij altijd nederig voor U zullen wandelen. Wij weten niet hoelang nog. Wij wensen niet te weten hoelang nog; dat is niet onze zaak. Dat is uw zaak. Het is niet onze wil om te weten wanneer U komt; het is onze wil, Here, om nederig te blijven en met U te wandelen totdat U inderdaad komt. Het is onze begeerte dat U gewoon Uzelf af en toe onder ons bekend maakt, Vader, zodat wij kunnen zien dat wij nog met U wandelen.

195 Vergeef ons onze zonden uit het verleden. Leid ons en bescherm ons voor iedere strik van de duivel in de toekomst. Leid en behoed ons, o God, onze Vader. Vergeef onze zonden en help ons Uw kinderen te zijn. Wij zijn een arme klasse mensen. Wij zijn uitgeworpenen door de verenigingen van deze wereld, door de denominaties van de kerken. Wij zien het einde, en wij danken U voor geestelijk inzicht in Uw Woord om de eindtijd te zien. Want al deze dingen moeten komen tot die grote steniging vanuit de hemel. Help ons, Here, om hier niet te zijn op die dag, maar in Uw tegenwoordigheid te zijn ingegaan, weggevlogen in Uw boezem.

196 Genees de zieken en de aangevochtenen, Here. Wij bidden dat U ons vanavond zo'n grote dienst wilt geven, dat er geen zwak persoon in ons midden is vanwege Uw tegenwoordigheid, Here. Mogen onze harten voortdurend op U gericht zijn. Wij weten, Here, dat geld, bezit, dingen van de wereld, geen betekenis hebben; zij zijn alleen maar tijdelijk. Zij moeten alle vergaan. Onze betrekkingen, onze huizen, onze vrienden, alles moet verdwijnen. Het doet er niet toe hoe rijk, hoe arm, hoe populair of impopulair wij zijn, het moet allemaal verdwijnen. Maar er is slechts één ding waarop ons bestaan hier gericht is, en dat is Jezus Christus. Daarom God, laten wij alles terzijde leggen wat op de tweede plaats komt en vasthouden aan Hem; en Hij is het Woord, (Sta het toe, Here!) het bevestigde Woord van het uur.

197 Het bevestigde Woord in de dagen van Mozes was Jezus. Het bevestigde Woord in de dagen van Jesaja, Elia, Johannes, van allen, was Jezus. En het bevestigde Woord vandaag is Jezus, Dezelfde gisteren, heden en voor immer. Help ons, Here, om dat te geloven, het te zien en erin te wandelen. Wij vragen het in Jezus' Naam.

198 Met onze hoofden gebogen, vraag ik mij af of er hier sommigen zijn die nog nooit werkelijk die ene grote, algenoegzame... U gelooft het, maar het alleen te geloven is niet genoeg. Ik geloof dat mijn vrouw een goed meisje was. Ik kende haar vader, haar moeder. Ik kende haar al jaren en jaren. Zij leefde een oprecht leven. Ik geloofde dat zij een goede vrouw was, maar dat maakte haar niet tot de mijne. Zij werd nooit de mijne, totdat zij – ik haar accepteerde, zij mij accepteerde. Nu, Jezus wil u aannemen. Zou u Hem niet willen aannemen en een deel van Zijn Woord worden? Als u dat nog niet gedaan hebt, vertrouw ik, met uw hoofden en harten gebogen...

199 Er is hier geen plaats voor een altaar-oproep. Ik ben er toch niet zo erg voor. Ik geloof dat God u bezoekt precies daar waar u bent. Zou u uw handen op willen heffen en zeggen: "Broeder Branham, gedenk mij in het gebed. Ik wil dat doen." God zegene u. Ik.. God zegene u. O, overal handen. "Ik wil ook zo zijn." God zegene u broeder, en zegene u, broeder, u allemaal overal. "Ik wil ook zo zijn." God zegene u. "Ik wil werkelijk ook zo zijn." Ik zie het... Welnu, zie, vriend, er kan een klein iets zijn... Als u dat niet bent, dan is er iets daarnaast waarop uw aandacht gericht is. U bent er zo dicht bij, u kijkt ernaar. U ziet het. U hebt het al jaren lang zien bewegen. U ziet het nu tot rijpheid komen. Als dat iets voor ons betekent terwijl niets anders zal blijven dan Dat, waarom dan niet gewoon uw hoofd afgewend van datgene waar u naar gekeken hebt en u zelf richten op Hem die het centrum is van alle leven: alles hierna is van Hem. Zou u dat niet willen doen terwijl wij samen bidden?

200 Dierbare God, er zijn handen van mannen, vrouwen, jongens, meisjes, zelfs predikers met hun handen omhoog. Zij wilden zeggen dat zij geconcentreerd willen worden op de Here Jezus en toch ziet het eruit of zij het niet kunnen doen; er is iets dat hen trekt naar deze kant en die kant. Het kan een denominatie zijn; het kan een persoon zijn, het kan een zonde zijn; het zou iets kunnen zijn dat zij verbergen in hun hart. Ik weet het niet, Here; U weet het. Wat het ook is, moge juist nu, Here, terwijl U anderen roept... U hebt hen geroepen; zij zijn van U. En mogen zij, terwijl U hen roept, daarvan los komen, van die zonde die hen insluit, zoals de Bijbel zegt: "Wend u af van die zonde die ons zo lichtelijk omringt, opdat wij met lijdzaamheid de loopbaan mogen lopen die ons voorgesteld is." Ziende op wat? Op onze betrekking? Op een denominatie? Op onze zustervereniging? Op de concilies? Op Christus, de Leidsman en Voleinder van het geloof dat wij in Hem hebben. Doe dat voor ons vandaag, Vader. Want wij vragen het in Zijn Naam en voor Zijn glorie.

201 Nu, zij zijn de Uwe, Here; doe met hen wat U geschikt vindt. Doe met ons wat U geschikt vindt; wij zijn de Uwe. In Jezus' Naam. Amen.

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij het eerst liefhad,
En mijn redding kocht
Aan het kruis van Golgotha.

202 Hebt u uw middagmaal vergeten? Hebt u vergeten of de kinderen het goed maken daar buiten in de wagen of niet? Hebt u alles over het verleden vergeten en beseft u wat dat is wat u nu voelt? Het verwezenlijkt zich vóór u dag aan dag. Ziet u? Laat dat het middelpunt zijn van wat dan ook... Laat de rest van de dingen weggaan; zij zullen hoe dan ook vergaan. O, blijf gewoon Hem volgen. Laten wij Hem volgen, zoals Elisa Elia volgde. Want wij moeten ook de een of andere dag opgenomen worden. Wij zien de vurige wagen die Hem uit het graf deed opstaan. Wij voelen het nu onder ons. Op zekere dag zal Hij de paarden van de bomen losmaken. Wij gaan omhoog. Zou u Hem niet lief willen hebben?

En mijn redding kocht
Aan het kruis van Golgotha.

     O, kunt u als u uw ogen sluit Hem daar niet bijna zien hangen?

Ik heb Hem lief (Wie anders zou ik liefhebben?)
Ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij het eerst liefhad,
En mijn redding kocht
Aan het kruis van Golgotha.

203 Iedere keer als ik naar huis terugga, is er iemand heengegaan. Ik ga een paar maanden weg, kom terug en iemand is heengegaan. Ik word iedere keer bedroefd als ik kom. Onlangs kwam een jongen waar ik mee naar school ging door de straat en zei: "Hallo Billy."

204 Ik keek naar hem; vroeger was hij een knappe vent met echt zwart, glimmend, achterover gekamd haar. Nu is het zo wit als sneeuw. Vroeger liep hij kaarsrecht; nu heeft hij zo'n buikje. Ik zei: "Hallo Jim." Ik keek naar hem; ik voelde mijn hart; ik dacht: "God, die jongen en ik, die man en ik hebben dezelfde leeftijd." Toen wist ik dat mijn dagen geteld zijn. Ik weet dat het niet veel langer kan duren. Ik keek rond en dacht: "Wat kan ik doen, Here? Help mij. Ik wil niet voor U uitgaan. Ik wil gewoon vlak achter U blijven. U geeft de weg aan." Ik keek en dacht: "Zesenvijftig jaar oud, o, het kan niet veel langer duren." En ik kijk hier naar beneden en zie mijn goede vriend Bill Dauch hier zitten, tweeënzeventig of drieënzeventig jaar oud.

205 Ik kijk rond; ik zie deze kinderen en zij denken: "Wel, ik zal wachten tot ik zo oud ben als broeder Branham, ik denk dat..." Lieveling, misschien word je dat nooit; ik twijfel er sterk aan of je dat zult meemaken. Zie je? Maar denk eraan, als broeder Bill Dauch deze dag beleeft, overleeft hij honderden vijftien- en zestienjarigen. Zij sterven ieder uur. Dus wat maakt het voor verschil uit hoe oud je bent? Wat doe je met het uur waarin je leeft? Wat doe je voor Jezus in deze tijd? Zie je? O, ik wil Hem zien, ik wil het uur zien dat ik al deze oude lichamen getransformeerd zie worden, dat ik ze zal zien veranderd worden in een oogwenk. Als dat niet zo is, dan zijn wij de meest dwaze mensen; eet, drink en wees vrolijk, want morgen sterven wij. Ziet u? U bent precies als een dier; u sterft en vergaat tot stof en dat is alles. Maar er woont een onsterfelijke ziel in u, broeder. Wij hebben het uit de hemel gehoord. Wij hebben het zien bewijzen. Wij weten dat Hij bestaat en een Beloner is van hen die Hem ijverig zoeken. Nu, leden van het lichaam van Christus, terwijl wij dat opnieuw zingen, zou ik graag willen dat u gaat zitten en elkander de hand schudt, terwijl wij dat opnieuw zingen.

Ik heb Hem lief (Groet gewoon uw broeder, zuster)
Ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij het eerst liefhad (Richard!)
En mijn redding kocht
Aan het kruis van Golgotha.

206 Hebt u Hem lief, zeg dan Amen! [De gemeente antwoordt: "Amen!"] Hebt u Zijn Woord lief? Zeg dan: "Amen!" [De gemeente antwoordt: "Amen!"] Hebt u Zijn zaak lief, zeg dan: "Amen!" [De gemeente antwoordt: "Amen!"] Hebt u Zijn lichaam lief? Zeg: "Amen!" [De gemeente antwoordt: "Amen!"] Dan hebt u elkander lief. Amen! Zo is het. "Hieraan zullen alle mensen bekennen dat u Mijn discipelen bent, zo u liefde onder elkander hebt."

207 Nu, ik heb mijn handen op deze zakdoeken gelegd. Als u ze vóór de avond wilt hebben... Ik zal broeder Richard Blair vragen... God beantwoordde zijn gebed, van hem en de broeder, toen zij onlangs hier baden om deze kleine jongen tot leven terug te brengen die zich nu onder ons bevindt, die leeft ten gevolge van hun geloof in God. En nu wil ik hem vragen om zo dadelijk met ons te eindigen in een woord van gebed, zodat wij vanavond weer terug kunnen komen. Het is ongeveer vijf over twaalf op die klok. En ik wil dat u vanavond terugkomt, als u kunt, als u in de buurt bent. Als u naar huis moet gaan, moge God u bespoedigen op uw weg, en u helpen en beschermen. Als u kunt en wilt blijven, bent u welkom om te blijven. God zij nu met u.

Nu tot wederziens, nu tot wederziens, (Laten wij onze handen opheffen tot...)
Hier op aard' of aan de Godsrivier,
Nu tot wederziens, nu tot weêrziens,
God zij met u, nu tot wederziens.

     [Broeder Branham begint hetzelfde lied te neuriën] (Dat is de wijze om het huis van God te verlaten, biddend, nederig, vertrouwend dat wij elkaar vanavond weer zullen ontmoeten. Zo niet, God zij met u)

...tot wederziens.

     Laten wij onze hoofden buigen. Broeder Blair.