Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Wat is de aantrekkingskracht op de berg?

Door William Marrion Branham

Geloven alleen, geloven alleen,
Alles is mogelijk, geloven alleen.

     Laten we nu onze hoofden buigen.

1 Vader God, dat is vanavond ons oprechte gebed, ziende al wat Gij doet voor de mensen in deze dag. En wij vragen U, Here, mogen wij alleen geloven, gewoon geloven dat het de waarheid is, het geschreven Woord dat voor ons gemanifesteerd wordt. Sta deze dingen toe, Vader.

2 Nu, vanavond willen wij U danken voor het licht dat Gij vanochtend voor ons op de Schriften wierp. En vanavond bidden wij, Here, dat Gij in de gebedsrij zult betuigen dat Uw Woord de waarheid is.

3 Wij bidden voor alle gemeenten en samenkomsten die verzameld zijn rond de microfoons, verspreid over het land helemaal tot de westkust, tot boven in de bergen van Arizona, beneden in de vlakten van Texas, tot ver bij de oostkust, over het gehele land, Here, waar zij bijeengekomen zijn. Wij zijn qua tijd vele uren van elkaar vandaan, maar Here, wij zijn vanavond tezamen als één eenheid, gelovigen, wachtend op de komst van de Messias. En wij bidden, hemelse Vader, dat Gij Hem spoedig zult zenden voor Uw gemeente. Want wij vragen het in Zijn Naam. Amen. (U mag gaan zitten.)

4 Christelijke groeten aan allen die hier vanavond zijn. Het spijt mij dat wij nog steeds zo volgepropt en samengepakt zitten dat wij nauwelijks adem kunnen halen. Zelfs de airconditioners, hoe goed het ook airconditioned is, hebben niet zo veel effect met zoveel mensen. Als er slechts gewoon een kerk vol mensen was, zouden die airconditioners u bevriezen. Maar nu heeft iedereen een waaier, waaierend, en de airconditioners blazen zo hard als zij kunnen.

5 Wij zenden groeten van de oostkust naar het westen, naar al onze vrienden in Christus die meeluisteren. We zenden groeten naar San Jose, broeder Borders, de groep daar. Wij zenden de groeten daarboven naar de bergen bij Prescott, Arizona, naar broeder Leo Mercier en zijn groep die daarboven zijn en wachten op het komen van de Here. Wij groeten hen die in Tucson zijn verzameld vanavond, wachtend op de komst van de Here; ginds in Houston, Texas, hen die wachten op de komst van de Here; ginds in Chicago, hen die wachten op de komst van de Here; daar bij de oostkust, New York en Connecticut, en de grote groepen daar die wachten op de komst van de Here. Wij hebben hier niet genoeg ruimte voor hen om te zitten, dus moeten wij hun gewoon het Woord zenden via het medium van de telefoon. Wij zenden de groeten aan broeder Junior Jackson vanavond, en zijn groep ginds in Clarksville; broeder Ruddell daar op 62, en zijn groep, wachtend op de komst van de Here. En wij zijn hier vanavond bij elkaar in de thuisgemeente, de Tabernakel, wachtend op de komst van de Here.

6 En nu, velen van u waren misschien niet in de diensten deze morgen. Maar ik vertrouw dat iedereen die er niet was die band zal krijgen ["De gezalfden van de eindtijd" – Vert], want ik geloof dat het de meest rechtstreekse boodschap aan de gemeente was sinds de boodschap "Heren, is dit de tijd?". Ik voelde de zalving van de Geest, voelde me geleid om te zeggen wat ik gezegd heb. Het was lang, maar toch voelde ik mij ertoe geleid om het te doen. En ik geloof dat de Here, door Zijn Woord, getoond heeft in welk uur wij leven. En laten wij ons ervan verzekeren dat wij deze mysterieuze dingen die gebeuren begrijpen. Weet u, de Bijbel zegt: "De wijzen zullen het verstaan."

7 Maar de naties en de mensen zullen zwakker en wijzer worden. Bedenk slechts, de gemiddelde Amerikaan is nu op middelbare leeftijd als hij ongeveer twintig jaar oud is, zwakker maar wijzer. Men had in die dagen nog geen vliegtuigen, en atoomraketten, maar men leefde heel wat langer. Wij worden zwakker en wijzer, en het is onze eigen wijsheid die ons zal gaan vernietigen. Wij zullen onszelf vernietigen. God zal ons niet vernietigen, onze wijsheid zal ons vernietigen. Het is altijd op die wijze geweest, en zo zal het opnieuw zijn.

8 Nu, zo de Here wil, volgende week zondagmorgen, ik weet nu nog niet waar ik over zal gaan spreken, maar ik vertrouw de Here, dat als Hij ons laat leven en er niets gebeurt, en het Zijn wil is, zijn wij van plan om nog een boodschap te spreken, volgende week zondagmorgen, en om gebed voor de zieken te hebben komende zondagavond. Daarna is het mijn beurt om terug naar huis naar Arizona te gaan, om het gezin mee terug te nemen zodat de kinderen zich kunnen laten inschrijven op school. Dan zult u... Wij zullen u, zo goed als wij kunnen, op de hoogte houden van de samenkomsten wanneer die worden verwezenlijkt, of de keren dat wij... plaatsen waar we ons op richten om heen te gaan. Dus, God zegene u allen.

9 Nu vanavond, ik weet dat het... ik ben vijftien minuten te laat om mee te beginnen, kwart voor acht hier in Jeffersonville; en dat is ongeveer kwart voor negen bij de oostkust; en dan is het ongeveer vijf uur aan de westkust. Dus wij zijn hier net rond zonsondergang. Ik wil slechts een korte dienst tot u spreken, om te proberen de zalving van de Geest te vinden en dan de gebedsrij te roepen.

10 En ik wil dat de gemeente hier, zowel als de gemeenten die op andere plaatsen verzameld zijn, enige mannen vinden, enige broeders die gezalfd zijn door de Geest, die wanneer wij beginnen te bidden voor de zieken, handen zullen leggen op hen die in uw gemeente zijn. En bedenk, God is alomtegenwoordig, Hij is overal. Dus, ginds in Texas, daar in Californië, en in Arizona, waar u ook maar bent, leg handen op hen die ziek zijn wanneer wij beginnen voor de zieken te bidden. Ik ben er zeker van dat God zal horen en het gebed zal beantwoorden.

11 Iets vreemds, afgelopen zondagavond, terwijl de zalving er was, en de Heilige Geest... Het was heel wat. Ik had al maanden en maanden geen onderscheidingsrij meer gehad, sinds ik hier de vorige keer was. En om dan daarheen te lopen onder een belofte... U weet niet dat Hij het doen zal. Je kan niet zeggen of Hij het zal doen. Je moet daar gewoon heen lopen en wachten. Hij is soeverein, Hij doet wat Hij wil. Maar daar te staan en te wachten om te zien wat Hij zal doen, en het dan zo te voelen doorbreken over je.

12 En aan het einde van de samenkomst, ik wist niet wie het was, maar er was ergens in de rij iemand geweest die groot was, en van boven kaal, en hij was een erg ziek persoon.

13 En toen helemaal als laatste verscheen er een man op het podium, met zijn hoofd naar beneden, en zag eruit alsof hij leed, terwijl hij zich vasthield rond de maag. En ik dacht dat moet die eerste man zijn of de tweede man, of wanneer het ook was dat ik voor hem bad, want hij was kaal en hield zijn hoofd naar beneden; een grote man, voorovergebogen. Maar ik keek rond en ik zag de man daarginds zitten, maar hij verheugde zich. Ik dacht: "Waar is het?" Ik kon niet uitmaken waar het was. Ik kon het voelen en ik zag de man voor mij.

     Ik voelde het rondtrekken naar deze kant, en het kwam van achteren. Ik keek naar broeder Neville en deze twee die hier zitten, zij waren het niet. Ik zei: "De man is hierachter in de doopruimte." En weet u wie het was? Broeder Shepherd. De reden dat ik hem niet kon herkennen was dat hij daar achter zat met zijn hoofd gebogen, biddend.

14 Hij dacht dat hij zou gaan sterven, had dat de afgelopen paar weken gedacht. Zijn vrouw zei hem een paar nieuwe schoenen te gaan halen, en hij zei: "Ik zal ze niet nodig hebben, zolang zal ik hier niet meer zijn."

15 En onlangs kwam hij mij tegen in de... daarginds in de tuin bij broeder Wood en hij jubelde en prees God. En zei: "Ik eet spek, eieren, tomaten, alles wat ik wil."

16 En hij gaf nederig zijn plaats op, ging naar achteren daarginds, uit de weg, en bad. Ziet u, u hebt geen gebedskaart nodig, u hebt alleen geloof nodig. Ziet u?

     Nu, ik wist niet of hij genezen was of niet, ik zei slechts: "Een biddende man, er is iets fout met hem." Ik geloof dat er genoemd werd wat het was: "Maagklachten, en hierachter aan het bidden. De Here Jezus make u gezond." Nu, dat is alles wat ik kon zeggen. De trek was dat hij aan het bidden was. Ik kon het zien, maar wat er gebeurt, weet ik niet. Begrijpt u?

17 Maar wanneer u het terug hoort komen, iedereen is aandachtig, wanneer er "ZO SPREEKT DE HERE" gezegd wordt, ziet u, dan ben ik het niet meer die spreekt, dan is Hij het.

18 Maar ik zeg altijd: "Jezus Christus heeft u gezond gemaakt." Dat is precies de waarheid. "Hij werd verwond voor onze overtredingen, door Zijn striemen zijn wij genezen." Ziet u? Ziet u?

19 Maar wanneer er "ZO SPREEKT DE HERE" komt, en het u vertelt wat u moet doen en wat er gaat gebeuren, let daarop, het zal op die manier zijn.

20 Maar wanneer ik zeg: "Jezus Christus geneest u en maakt u gezond", gelooft u het, omdat Hij het al gezegd heeft. Ik herhaal slechts wat Hij gezegd heeft.

21 En een visioen is slechts herhalen wat Hij liet zien. Begrijpt u?

22 Laten wij nu voortmaken en meteen het Woord ingaan, want ik weet dat velen van u hier nog vele mijlen moeten reizen vanavond. Ik bid dat God u zal zegenen, u zal helpen en u zal beschermen over de weg. Nu wil ik vanavond Mattheüs opslaan, het eenentwintigste hoofdstuk, de verzen 1 tot en met 11, in Mattheüs. En nu, als u uw Bijbel niet hebt, of u wilt deze Schriftplaatsen noteren, goed.

23 En nu tot u die de boodschap van deze morgen nooit gehoord hebt, en u hebt een bandrecorder, wij dringen er nooit op aan om banden te verkopen. Wij dringen er nooit op aan om iets te verkopen. Soms in een grote samenkomst kondigen zij af dat zij enige boeken daar achter hebben; wij halen er niets uit, broeder Vayle is de schrijver. De banden – de man die de bandenzaak behandelt daar – zal het u vertellen, wij halen geen geld uit de banden. Wij denken niet... het zijn niet 'de banden', het is de Boodschap. En als iemand in zijn gedachten krijgt dat het om geld gaat, dan maakt hij geen banden meer. Dat is waar. Ik vroeg ernaar, ik geloof dat onze banden voor minder dan vijf dollar verkocht worden, of zoiets, drie of vijf, of daaromtrent. Wat zegt u? Drie en vier, voor die grote, lange banden.

24 En een zekere prediker, ik vroeg naar één van zijn banden, en het kostte negen dollar, voor ongeveer twintig of dertig minuten per boodschap.

25 Dus ik zie dat onze broeder Sothmann daarachter, of een van de anderen, niet rijk wordt van deze banden die zij uitbrengen. Ziet u, zij halen er net genoeg uit om er mee rond te komen. U kunt hun niet vragen om ze voor niets te maken, want zij moeten de banden kopen en al het andere. En de machinerie is erg kostbaar, het kost ongeveer tienduizend dollar om de uitrusting te krijgen om die banden te maken om mee te beginnen.

26 Nu, ik begrijp dat er spoedig... Zij hebben het nog niet afgekondigd, maar er zal weer een band worden beluisterd. Iedere keer dat wij... de beheerders, ik heb er helemaal niets mee te maken. Ik heb zelfs niet... nooit, bij geen van de samenkomsten. Het is noch voor noch tegen. Zij leveren hun wensen in; de beheerders beslissen wie de volgende man is om de banden te maken, en zij sturen hem een brief. Dat is alles wat ik ervan af weet. Zij zorgen daarvoor, want ik kan nog niet eens baby's opdragen, laat staan zorgen voor de banden, dus... of dopen.

27 Dus ik heb mijn gedachten gezet op deze Boodschap. Dat is die Derde Trek, en die moet ik trouw blijven met eerbied.

28 Mattheüs 21:1-11. Dat heb ik gezegd, dus u hebt het kunnen opzoeken, het Schriftgedeelte kunnen opslaan.

     En toen zij nu Jeruzalem naderden, en gekomen waren te Beth-fagé, aan de Olijfberg, toen zond Jezus twee discipelen, zeggende tot hen:

     Gaat heen in het vlek, dat tegenover u ligt, en gij zult terstond een ezelin gebonden vinden, en een veulen met haar; ontbindt ze, en brengt ze tot Mij.

     En indien u iemand iets zegt, zo zult gij zeggen, dat de Here deze van node heeft, en hij zal ze terstond zenden.

     Dit alles nu is geschied, opdat vervuld worde, hetgeen gesproken is door de profeet, zeggende:

     Zegt de dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezelin en een veulen, zijnde een jong van een jukdragende ezelin.

     En de discipelen heengegaan zijnde, en gedaan hebbende, gelijk Jezus hun bevolen had,

     Brachten de ezelin en het veulen, en legden hun klederen daarop, en zetten Hem daarop.

     En de meeste schare spreidden hun klederen op de weg, en de anderen hieuwen takken van de bomen, en spreidden ze op de weg.

     En de scharen, die voorgingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna de Zoon van David! Gezegend is Hij, Die komt in de Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!

     En toen Hij te Jeruzalem inkwam, werd de gehele stad beroerd, zeggende: Wie is Deze?

     En de scharen zeiden: Deze is Jezus, de Profeet van Nazareth in Galilea.

29 Nu, als ik daaruit een tekst zou willen nemen voor ongeveer dertig minuten, voordat de gebedsrij begint, zou ik dit als tekst willen nemen: Wat is de aantrekkingskracht op de berg?

30 Nu, het was een erg vermoeiende, nerveuze dag geweest, en het was een ongebruikelijke dag. Wij vinden Jezus hier opgaand naar Jeruzalem, gereed om het paasfeest bij te wonen. Op het paasfeest werd het paaslam gedood en het bloed werd op de genadetroon gesprenkeld voor de verzoening voor de mensen. En hij was van Beth-fagé gekomen en was bij de top van de Olijfberg aangekomen, die neerziet op een andere kleine heuvel, waarop Jeruzalem gebouwd was. Toen Hij keek, wist Hij dat dit Zijn laatste bezoek was.

31 Dit was de tijd dat Hij zou worden overgeleverd in de handen van zondige mensen en dat zij Hem zouden doden. Hij zou de verschrikkelijkste dood sterven die een sterveling ooit gestorven was, en worden begraven. Hij zou worden verraden door de Zijnen, waarvan sommigen vlak bij Hem stonden. En Hij, Die God was, wist wat in hun harten was en wist vanaf het begin wie Hem zou verraden. Hij wist dat die man bij Hem was, aan Zijn zijde zat en Zijn geld voor Hem telde, enzovoort, Hij wist dat die man Hem zou verraden. Hij wist dat Hem een wreed Romeins kruis wachtte daarbuiten. Hij wist dat het water van Zijn lichaam en het bloed van Zijn lichaam zouden scheiden, en dat het bloed van Zijn voorhoofd zou vallen als grote zweetdruppels. Hij wist dat dat alles voor Hem lag. En Hij staat op de berg, uitziende over Jeruzalem.

32 De mensen van die dag, de... die zij in die dag 'mensen van betere religieuze klasse' noemden, haatten Hem. De kerken van die dag haatten Hem en veroordeelden Hem, en veroordeelden allen die naar Hem luisterden. Als zij Zijn campagnes gingen bijwonen, werden zij onmiddellijk geëxcommuniceerd van het lidmaatschap van de kerk. Geen wonder dat de Schrift zei: "Hij kwam tot de Zijnen, maar de Zijnen hebben Hem niet ontvangen." Degenen die Hem lief hadden moeten hebben, degenen die vóór Hem geweest hadden moeten zijn, waren Zijn bitterste vijanden.

33 En Hij had Zijn kleine groep gevormd uit een groep arme mensen, vissers, tollenaars, ongeletterd. De Bijbel zegt dat sommigen van hen zelfs 'onwetend en ongeleerd' waren. Sommigen konden hun naam niet eens schrijven. Hij ging nooit naar de kerken om Zijn mensen te krijgen.

34 En Hij was het nooit eens met één van de kerkleiders. En buiten dat, Hij volgde helemaal de lijn van een profeet, Hij veroordeelde alles wat zij deden, zoals degenen vóór Hem gedaan hadden; omdat zij een deel van het Woord waren, en Hij was het Woord in Zijn volheid.

35 Maar temidden van dat alles, bij elk tijdperk en elke profeet die geweest was of nog zou komen, zal er een bepaald aantal mensen zijn die voorbestemd zijn om die Boodschap te horen, en zij zullen die volgen. Die negeren de menigte. Zij negeren de kritiek van de ongelovige. Zij hebben geen woordentwist met hen. Hun staat één ding te doen, en dat is te geloven en er alles van te krijgen wat zij maar kunnen, het in zich opnemend zoals Maria die aan de voeten van Jezus zat.

36 En Martha was Zijn eten aan het bereiden, en Jezus zei tot haar: "Maar Martha, je bent zo bezorgd over de dingen van het leven, maar Maria heeft de betere dingen gekozen", ziet u, de dingen van het eeuwige leven.

37 Nu, we zien dat velen van de mensen die hadden begrepen... Zij hadden geen literatuur zoals wij die vandaag hebben, zij hadden geen televisie of telefoon, of wat dan ook in de dag, maar het gerucht had zich zo'n beetje verspreid dat Hij op het paasfeest zou zijn. Want veel van de mensen, die geestelijk gezind waren, wisten dat Hij dat Paaslam was, want Hij had hun de dingen al verteld die zouden gaan gebeuren.

38 En toen, natuurlijk, wetende dat Hij daar zou zijn, en Hem liefhebbend op hun wijze, wachtten zij Hem op. Er was daar een menigte waarin waarschijnlijk werd geduwd, voort dringend van de ene poort naar de andere, uitkijkend in elke richting, want zij wisten dat Hij een dezer uren zou verschijnen. Zij waren aan het uitkijken.

39 Anderen vroegen zich af wat er aan de hand was met deze mensen die van poort naar poort renden. "Wat trekt er zo de aandacht?"

40 En zij keken deze kant op en keken die kant op, om er achter te komen. Het leek alsof zij ergens naar uitzagen, in de verwachting dat er iets zou gaan gebeuren.

41 O, wat zou ik graag mijn onderwerp voor een paar minuten willen veranderen en dit zeggen, dat dát vandaag aan de hand is. De mensen die naar Zijn komst uitzien, zijn in grote verwachting en afwachting. Wij kunnen het voelen, de druk. En zij zoeken, letten op elke beweging en elk teken, en vergelijken het met de Schriften.

42 En toen zij al die dingen zagen die van Hem voorspeld waren, juist tot het einde toe, toen wisten zij dat het einde nabij was. Zij wilden daar zijn, dus keken zij uit. Een deel van de menigte was vóór Hem, de minderheid. Sommigen waren tegen Hem, de meesten van hen, negentig procent was tegen Hem.

43 En zo is het ongeveer vandaag in de religieuze kringen. Als het werkelijk aankomt op het Woord en Christus, dan zou er ongeveer één procent zijn die het zou geloven. Het andere deel zou er geen aandacht aan besteden, ongeacht wat er gedaan zou worden, zij zouden zich er met een grapje vanaf maken of er scherpe kritiek over uiten. Net zo ongeveer hetzelfde. Tijd, dingen veranderen niet zoveel, de geschiedenis herhaalt zich in een kringloop.

44 Wel, we zien dat het een nerveuze spanning schiep. Dat moest het, dat moest het doen. Zij wachtten, zij vroegen zich af wat Hij zou doen als Hij daar aankwam. Zij wilden daar zijn om alles mee te maken wat Hij deed. Zij wilden het. Zij wilden het zien. Zij geloofden Hem. Anderen hadden gehoord dat Hij kwam en zij waren daarheen gekomen om gekheid over Hem te maken. Dus na alle nerveuze verwachting, een erg ongewone dag, erg ongewone tijd, de kerken slapend, de zenuwen van de mensen waren tot het uiterste gespannen, er waren daar zoveel mensen, en toen gebeurde het!

45 Op de top van de Olijfberg kwam een kleine, witte ezel de heuvel aflopen, met een groep van mensen die fanatiek schreeuwden, die palmtakken van de bomen trokken en hun kleren op de weg wierpen en schreeuwden: "Hosanna, de Zoon van David, Die komt in de Naam des Heren!" Dit kleine muildier, zijn Berijder was niemand anders dan Gods gezalfde Messias van het uur.

46 God, wat deed Hij toen? Wat heeft er zo'n aantrekkingskracht daarginds op die heuvel? Het is God Die geschiedenis maakt, en God Die profetie vervult. En dat veroorzaakt altijd een aantrekkingskracht [Letterlijk: attractie – Vert]. Het brengt alle critici te voorschijn, de gieren (van de boodschap van vanochtend), en ook de arenden. Ziet u? Zij komen samen om uit te vinden wat er gaande is. Sommigen komen uit nieuwsgierigheid, sommigen komen om fouten te vinden en anderen komen om te kritiseren. Alle soorten zijn daar verzameld, zoals wij deze morgen gezegd hebben: gelovigen, schijngelovigen en ongelovigen. Wat is dat op de berg? Profetie wordt vervuld. Nu, wij zullen zien wat er plaatsvindt.

47 Nu, in het boek Zacharia, in het negende hoofdstuk, het negende vers. Zacharia, één van de profeten, sprak in de Geest en zei dit:

     Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.

48 Nu, wat was er aan de hand met die schriftgeleerden? Wat was er aan de hand met die priesters? Wat was er aan de hand met die religieuze mensen? Dit werd 487 jaar vóór het gebeurde geschreven door een betuigde profeet en was al op schrift gesteld en werd de Bijbel genoemd, de schriftrollen van het Oude Testament. Waarom konden zij niet zien dat dat de vervulling was van profetie? Om dezelfde reden dat zij het vandaag niet kunnen zien. Zij hebben het Woord van God genomen en het krachteloos gemaakt voor de mensen, door (in plaats van tradities) in plaats van doctrine, de tradities van mensen te leren.

49 En als schriftgeleerden, predikers, voorgangers, geestelijke mensen (zogenaamd), gezalfden, alleen de Bijbel zouden lezen, dan zouden zij zich niet afvragen wat er aan het gebeuren was, zij zouden weten wat het is. God Die Zijn Woord vervult!

50 Geschiedenis werd gemaakt, profetie werd vervuld. Redding voor de wereld was komende, de grote dag waar al de profeten naar hadden uitgezien. Allen die in het graf waren, wachtten op die dag (oh, denk daar aan!), allen die gestorven waren, al het rechtvaardige bloed van de martelaren en de profeten.

51 Zoals Hij zojuist had uitgeroepen: "Jeruzalem, o Jeruzalem, gij die iedere profeet stenigt die Ik tot u zend, en de rechtvaardigen doodt, hoe menigmaal heb Ik u willen bijeen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens, maar gij hebt niet gewild! Maar nu is uw uur gekomen."

52 Al wat in het graf was, Abraham, Izak, Jakob en alle profeten, wachtten op dit uur.

53 En de kerk was er blind voor. "Wie is dit die al dit lawaai veroorzaakt? Wie is die Kerel die eens heeft gezegd... Is dat niet de zoon van de timmerman hier? Wij kennen Hem. Waar heeft Hij deze wijsheid vandaan? Wel, wij zien Hem niet verbonden met één van onze scholen. Wij weten geen enkel boek waar Hij ooit uit geleerd heeft. Wie is het?"

54 Hij was het antwoord op de profetie van de profeet. En hier komt Hij, rijdend op het jong van een ezelin. Wat een aantrekkingskracht! God vervulde Zijn beloofde Woord, het uur dat sinds vierduizend jaar lag te wachten. In Genesis, het derde hoofdstuk en het vijftiende vers had God voorzegd: "Het Zaad van de vrouw zal de kop van de slang vermorzelen, maar zijn kop zal haar hiel vermorzelen", die profetie door de Bijbel heen, die voorzegd was over deze Man Die zou komen.

55 En hier was recentelijk een profeet onder hen opgestaan, een betuigd profeet, Zacharia, en hij zei: "Gij dochters van Jeruzalem en gij dochters van Sion, verheug u, juich, schreeuw het uit, want uw Koning komt tot u, zachtmoedig, arm en nederig, rijdende op het jong van een ezelin."

56 En hier sloegen die mensen, die dat Schriftgedeelte dag aan dag lazen, Hem gade terwijl Hij binnen kwam rijden, en riepen: "Wie is dit?" Zie? God Die Zijn Woord vervulde voor de mensen die hadden moeten weten wat het inhield, maar zij wisten het niet.

57 Wanneer God Zijn Woord vervult, veroorzaakt het altijd een aantrekkingskracht, altijd. Het veroorzaakt een aantrekkingskracht, vanwege het ongewone. Het is zo ongewoon als Hij Zijn Woord vervult voor de moderne stroming van de dag, want de moderne stroming van de dag gelooft er niet in. Zij hebben hun eigen weg.

58 Nu, wij zien... en laten wij teruggaan in de Schriften en nog wat andere ongewone gebeurtenissen nemen, voor een paar minuten maar, toen God Zijn profetie vervulde. Wanneer God iets zegt, zal Hij het doen. Geheel de hemelen en de aarde zullen voorbijgaan, maar dat Woord kan nooit voorbijgaan. Dus maakt het gewoonlijk een tafereel, een ongewoon tafereel.

59 Let op hoe belachelijk het Woord van God was voor de mensen die verondersteld werden het te geloven, en toch is het zo ongewoon dat zij uitroepen: "Wel, wat is dit? Waar haal je dat spul vandaan? Wie is dit? Wat is dit?"

     Terwijl zij hadden moeten roepen: "Hosanna voor de Koning, Die komt in de Naam van de Here." Maar er was slechts een klein groepje dat dat deed, slechts een klein groepje.

     Vierduizend jaar profetie, over het grootste dat de natie ooit kon gebeuren, want alle hoop van de doden rustte erop, de hele toekomst lag erin, en de religieuze mensen die zich erop beriepen het te geloven riepen uit: "Wie is dit? En wat is dit voor een attractie?" Iets ongewoons! Ongeveer hetzelfde, het verandert gewoon niet. Nu, ongewoon.

60 Laten wij enkele van die ongewone dingen bekijken, waarvan ik net sprak. Wat was de attractie vlak voordat oordeel de wereld trof en met water vernietigde? Een oude man, zo rond de honderd twintig jaar oud, die een boot bouwde terwijl er geen water was waar hij in kon drijven. Jaren stond hij daar in de deuropening, verder bouwend aan het interieur aan de binnenkant, zette het van binnen en van buiten in de pek, en zei: "De wereld zal door water verzwolgen worden", in de grote eeuw van de wetenschap.

61 "Wat heeft dat zwoegen daar op die heuvel te betekenen?" "Wel, het is een oude man die Noach heet, hij is daarboven, een oude fanatiekeling. De oude man heeft te lang in de zon gestaan, hij heeft een zonnesteek te pakken. Hij is niet bij zijn verstand. En hij bouwt, zoals hij het noemt 'een ark', en zegt dat er water van daarboven gaat komen waar geen water is, en dat hij over al de mensen zal drijven, en iedereen die niet naar zijn boodschap luistert en iedereen die niet in die ark wil komen, zal verdrinken. Heb je ooit van zoiets gehoord?" Het was een ongewone attractie!

62 Ik stel me voor dat als de mensen eens goed wilden lachen, dat zij naar boven gingen en voor de ark-deur stonden en lachten. "Wel, u zei honderd jaar geleden al dat het zou gaan regenen! Opa vertelde dat hij u al hoorde zeggen dat het zou gaan regenen, en u bent nog steeds aan het timmeren aan dit oude stuk hout hier. Waarom komt u niet eens tot uzelf?"

63 Maar het was God Die zich gereedmaakte om een belofte te bevestigen en om een profetie te vervullen die Zijn profeet had gegeven. Erg ongewoon! God Die Zijn belofte aan Noach vervulde, terwijl de anderen lachten. God maakte Zich ook gereed om geschiedenis te maken om anderen te tonen, zelfs tot op vandaag, dat Hij Zijn Woord houdt! Ongeacht hoe onwerkelijk het schijnt, en hoe onberedeneerbaar, toch houdt Hij Zijn Woord. Hij maakte het tot een voorbeeld, die oude man die daar zwoegde op die ark, voor deze mensen hier vanavond in Amerika en over de hele wereld. Het doet er niet toe wat de wetenschap zegt, wat zij zeggen, dit, dat, of wat anders, Hij houdt nog steeds Zijn Woord. Hij was bezig geschiedenis te maken.

64 Wat was de aantrekkingskracht op een dag... Er gebeurde iets ongewoons daar in de woestijn, en dat was een struik die in brand stond. En een weggelopen profeet stond daar in de woestijn. Hij had nooit enige stem gehoord, hij hoorde nooit enig geluid, maar hij keek en zag iets ongewoons bovenop een berg. God probeerde zijn aandacht te trekken. Hetzelfde vandaag!

65 God maakte Zich klaar om Zijn Woord te vervullen, dat gekomen was door Zijn profeet Abraham: "Uw Zaad zal vierhonderd jaar in een vreemd land vertoeven, Ik zal hen uitleiden met een machtige hand."

66 En Hij was bezig een man gereed te maken voor die taak, zoals Hij een ark bereidde als een veilige plaats voor allen die zouden geloven. God zette deze struik in brand, en deze schaapherder, Mozes, zei: "Ik zal er maar eens heengaan om te zien wat dit vreemds betekent." En toen Hij Mozes bij de struik had gekregen, sprak Hij tot hem.

67 Wat was de aantrekkingskracht later in de zaal van Pilatus [Broeder Branham bedoelt Farao – Vert], toen deze schaapherder een stok neerwierp en die in een slang veranderde? God Die Zijn belofte aan Mozes vervulde. Wat was de aantrekkingskracht bij de Dode Zee, toen Farao's paarden geheel verbijsterd waren, toen zij een wind neer zagen komen uit de hemel die de Rode Zee van rechts naar links verdeelde; en een arm stel slaven, die wandelden in de dienst van God, daar doorheen liepen op droog land? Wat was het? God Die Zijn Woord hield. De doodsheid bewoog zich weg, een levend volk ging er doorheen; en een geestelijk dood volk probeerde het na te doen, en verdronk. God Die profetie vervulde en geschiedenis maakte. Dat was de aantrekkingskracht bij de Dode Zee [Broeder Branham bedoelt de Rode Zee – Vert].

68 Wat was de attractie op de tweede dag daarna, bij de berg Sinaï, toen alle mensen werd geboden niet tot hun vrouwen te komen, toen hun gevraagd werd hun kleren te wassen en zich te heiligen, en zich te verzamelen rond de berg waar een man die Mozes heette, gezegd had dat hij God had ontmoet in een Vuurkolom? En God had tot Mozes gezegd: "Ik zal neerkomen onder de mensen. Ik zal bevestigen wat Ik u verteld heb en Wie Ik ben, Ik zal hun laten zien dat Ik die God ben." Dat was de attractie, God Die Zijn Woord vervulde.

69 Wat was de aantrekkingskracht op een dag in de geschiedenis, toen een natie God vergeten was, toen de mensen formeel en onverschillig waren geworden, toen de priesters helemaal met de moderne stroming waren meegegaan, en de profeten profeteerden naar de wil van de priesters? En in die dag, zoals gebruikelijk, hadden zij één man waarvan zij dachten dat het een fanaticus was. Hij sprak over vrouwen die verf droegen, en alles, en hij was een vreemd soort man. En deze oude kerel was gekomen en zei tegen de koning: "Er zal zelfs geen dauw komen tenzij ik erom roep."

70 Daarna zien wij, dat hij zichzelf verborgen had en ervan weggelopen was, en hij zich ergens in de woestijn had verborgen. De mensen dachten dat hij misschien de hongerdood was gestorven of was omgekomen, maar hij was zeer goed van voedsel voorzien, en van water ook. En hier was hij afgekomen en zei: "Zien jullie dat ik het ZO SPREEKT DE HERE heb? Nu, als jullie nog niet overtuigd zijn, laten wij dan naar boven naar de top van de berg gaan en bewijzen wie God is", want hij had nog een visioen van de Here.

71 Hij zei: "Kies u een altaar, en maak het, en kies ossen en slacht ze. Ik zal een altaar maken voor de Here, en zal ook ossen op het mijne doen. En wij zullen beiden een offerande brengen, en laat de God Die God is antwoorden." Hij zou dat onder geen voorwaarde gedaan hebben, als de Here hem dat niet verteld had; dat zei hij later: "Ik heb dit alles op Uw bevel gedaan, Here."

72 Maar wat is de aantrekkingskracht? Er staan daar vierhonderd priesters op de heuvel, en de koning is daar met al zijn wapenrusting in zijn triomfwagen, en wachten staan eromheen. En deze oude, ruwe, en er ruig in het gezicht uitziende man, kaal, de haren neerhangend over zijn gezicht, met een stuk schapenhuid om zich heen gewikkeld, en haren over zijn hele lichaam, stond daar met een stok in zijn ene hand en een aarden kruik met olie in de andere hand; drieëneenhalf jaar daarvoor had hij gezegd: "Er zal zelfs geen dauw vallen totdat ik erom zal roepen." (De plaats van God innemend, met zulke dingen als stralenkransen en schaduwen en waar zij allemaal over praten.) Hier stond die oude fanatiekeling op de heuvel, terwijl hij al deze mensen daarheen bracht. Wat had die aantrekkingskracht te betekenen? Het was God Die Zich klaarmaakte om te betuigen dat Zijn profeet juist was. Het was God Die profetie vervulde. God Die ook geschiedenis maakte, Zijn Woord vervullend.

73 Een paar honderd jaar daarna was er een man die gezalfd was met diezelfde geest, en hij kwam uit de woestijn, niet verbonden met enige organisatie; hoewel zijn vader een organisatie-man was, een priester van een orde. Maar hij kwam uit de woestijn, gekleed met een schapenhuid om zich heen, haar over zijn hele gezicht. In plaats van grijs te zijn was het zwart. Wat was de aantrekkingskracht van deze man die heel Jeruzalem en Judea aantrok? Sommigen van hen gingen uit en zeiden: "Er is daar een wilde man, hij probeert de mensen te verdrinken in water. Wie heeft er ooit zoiets gehoord?"

74 Anderen waren nieuwsgierig en zeiden: "Dit moet de Messias zijn." Eén van hen zei: "Het zou één van de profeten kunnen zijn." Zij wisten niet wat zij ervan moesten denken. Maar wat was het? Het was God Die Jesaja 40 vervulde, waar Hij sprak: "Voorwaar..." wat Hij zou doen in de laatste dagen, hoe Hij Zijn dienstknecht zou sturen en wat hij zou doen.

75 Dan zien wij, een paar weken daarna, dat de mensen zo positief over zijn boodschap waren, totdat hij zei: "Er staat Eén onder u Wiens schoenen ik niet waardig ben te dragen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur, zoals ik gedoopt heb met water."

76 En op een dag kwam een normale Jongeman van ongeveer dertig jaar oud aanlopen en werd gedoopt. En toen deze Man kwam, was er zo'n aantrekkingskracht bij de profeet, dat de profeet zich die dag vreemd gedroeg. De samenkomst kon het niet laten het handelen van die profeet gade te slaan terwijl hij stond te debatteren met de priesters aan de overkant van de rivier.

77 Zij zeiden: "God bouwde dit altaar; God vertelde ons dit te doen. Mozes is de profeet. Wij geloven Mozes. Het offer zal nooit weggedaan worden."

78 Ik kan Johannes horen antwoorden: "Hebben jullie niet in de Schriften gelezen wat Daniël, de profeet, zei: 'Het dagelijkse offer zal worden weggedaan'? En dat uur is gekomen! Hebben jullie niet gelezen wat Jesaja zei in het veertigste hoofdstuk: 'De stem van één die roept in de woestijn, bereid de weg des Heren'? Er zijn twee profetieën voor mij. En nog wat, hebben jullie niet opgemerkt wat onze profeet Maleachi, vierhonderd jaar geleden zei in het derde hoofdstuk: 'Ziet, Ik zend Mijn boodschapper, die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal'? Weten jullie niet dat dit profetie vervult?" Profetie werd vervuld!

79 En omstreeks die tijd keerde de profeet zich om en zei: "Zie, daar komt het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!" Nu, wat is de aantrekkingskracht? Het is overgegaan van de profeet naar zijn profetie.

80 Nu, let op wat er gaat gebeuren. Hier komt een normale Man, gekend door niemand, een timmermanszoon, het water inlopen. Toen zei Johannes, de grote profeet: "Ik heb nodig door U gedoopt te worden. Waarom komt Gij tot mij?"

81 Hij zei: "Laat het zo geworden, maar als profeet en het Woord betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen."

82 Toen begreep hij dat het Offer eerst moest worden gewassen voordat Het werd aangeboden, en hij doopte Hem.

83 Nu, nog iets anders trok de aandacht toen Hij op kwam uit het water. Deze profeet die zo getrouw was geweest zijn tijdperk en de tijd te verklaren, keek op en hij zag de hemelen geopend. Hij zag de Geest van God als een duif op Hem neerdalen, en een stem sprak: "Dit is Mijn geliefde Zoon in Wie Ik een welbehagen heb." God betuigde de boodschap van een profeet en dat trok de aandacht bij de Jordaan.

84 De broeder zong enige tijd geleden, of het was de bedoeling dat hij het zou zingen: 'Op een heuvel ver weg stond een ruw houten kruis.' Wat was de aantrekkingskracht op Golgotha's berg? Wanneer wij zien dat de religieuze wereld Hem had veroordeeld, en dat het Romeinse bestuur Hem ter dood had veroordeeld. En hier hing Hij tussen twee misdadigers, smachtend naar iets om te drinken, terwijl bloed uit Zijn lichaam vloeide. Daar hangt Hij, roepend: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" De religieuze mensen stonden daarnaar te kijken, en hoe weinig wisten zij dat de profetie van het Oude Testament daar precies plaatsvond, daar op Golgotha op die tijd.

85 David zelf schreef, handelde... geraakte in de Geest zoals alle profeten, hij handelde alsof het hem betrof. In de tweeëntwintigste Psalm riep David het uit: "Mijn God, mijn God! Waarom hebt Gij mij verlaten? Al mijn beenderen staren mij aan. Zij hebben mijn handen en mijn voeten doorboord." David sprak alsof het hem betrof. Maar het was David niet, het was Christus in David.

86 En hier werd juist die profetie, die voortgekomen was door al de verschillende profeten, vervuld op Golgotha's berg. Wat is de aantrekkingskracht op Golgotha's berg? God Die Zijn Woord vervulde.

87 Iets anders wat de aandacht trok op een berg, was op de pinksterdag, toen zij daar allen bijeen waren voor een religieus feest, denkend dat zij verlost waren van alle fanatiekelingen. Zij hadden al tien dagen niet meer van hen gehoord. Maar plotseling, als uit een bijenkorf, zwermden zij uit van bovenin het gebouw, de straten in, schreeuwend en tekeergaand.

88 "Wat is dit? Wat betekent dit? Zijn al deze mannen dronken?"

89 Let op! En een profeet stond op onder hen, zoals de manier van een profeet zou moeten zijn, en zei: "Gij mannen van Israël, en u, die in Judea en Jeruzalem woont, dit zij u bekend, en laat mijn woorden tot uw oren ingaan. Want dezen zijn niet dronken, gelijk gij vermoedt; maar dit is waar de Here over gesproken heeft door de profeet Joël: 'En het zal zijn in de laatste dagen, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees.'" Dat was de aantrekkingskracht.

90 De religieuze mensen, nadat zij de Vorst des levens gekruisigd hadden en alles, zagen nog steeds de belofte niet van het komen van de Heilige Geest. De aantrekkingskracht: "Wie is dit? Wat betekent dit? Wat is er aan de hand met die mensen?"

91 O! Het is vandaag hetzelfde. Wij zullen een heleboel hiervan overslaan om het tot dit uur te brengen. Hetzelfde gebeurt vandaag. Hetzelfde gebeurt, dezelfde vragen worden gesteld: "Wat betekent al die opwinding?" Kijk de straat op en af, auto's van Michigan tot Florida, van Maine tot Californië. Toen ik vanmorgen of na de middag wegreed, reden wij de straat uit en mijn vrouw en ik keken naar de kentekenborden op de auto's. En daar dacht ik aan deze tekst.

     "Wat heeft dit te betekenen?"

92 Precies zoals er staat geschreven: "Waar het dode lichaam is, daar zullen de arenden verzameld worden!"

93 Ik zei tegen mijn vrouw: "Lieveling, herinner jij je de laatste nacht toen ik alles vaarwel moest zeggen wat mij lief was op aarde, en de velden in moest gaan om iets te beginnen wat God had opgedragen? Jij zong dat lied."

O, zij komen van oost en west,
Zij komen van verre landen,
Om feest te vieren met onze Koning,
Om te dineren als Zijn gasten;
Hoe gezegend zijn deze pelgrims!
Zij zien Zijn heilig aangezicht,
Dat gloeit van goddelijke liefde;
Gezegende deelgenoten van Zijn genade,
Die als juwelen zullen schijnen in Zijn kroon.

94 Dat is de aantrekkingskracht. Het voorbestemde zaad van God dat niet anders kan dan het volgen, het betekent meer dan het leven voor ons. Neem ons leven, maar neem dat niet. Wat is de aantrekkingskracht? God, zoals gebruikelijk, Die Zijn Woord vervult. Hij vervult opnieuw het Woord van Zacharia, de profeet Zacharia.

95 Waar ik zojuist het negende vers van las; toen Jezus Zijn tempel binnenging, rijdend... of Jeruzalem binnenging, rijdend op een kleine, witte ezel, werd de profetie vervuld die Zacharia uitgesproken had. Hier is het: "Verheug u zeer, gij dochter Sions! Juich, gij dochter Jeruzalems. Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong van een ezelin." Dat was de aantrekkingskracht te Jeruzalem, bij de religieuze hoofdkwartieren.

96 Nu zien wij een laatstedag-gebeuren! Laten wij gewoon nog een paar bladzijden omslaan in Zacharia en zien wat hij ervan zei. Laten wij het dan nu opslaan bij de laatste dagen. Dát was het midden-tijdperk; laten wij nu omslaan naar de laatste dagen. En opslaan Zacharia, het veertiende hoofdstuk, te beginnen met het vierde vers. En luister! Wij zullen een gedeelte lezen van de Schrift, ongeveer negen verzen, van vier tot en met negen. Luister aandachtig. En het profeteert van Zijn komst, de laatste dagen. Luister nu aandachtig. Dit is ZO SPREEKT DE HERE, het is de Schrift. Zacharia 14. Herinnert u zich Zacharia 9, wat daar stond? En zij herkenden het niet. Nu, wat is het vandaag? Zacharia 14, sprekend van Zijn komst:

     En Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft van de berg zal wijken naar het noorden, en de helft ervan naar het zuiden.

     Dan zult gij vluchten door de vallei van Mijn bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vluchten, zoals gij vluchtte voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda;...

97 Nog een aardbeving die de aarde open splijt! Als u hier een Schriftgedeelte wilt nagaan, merk op, in dit vijfde vers wordt aangegeven dat het splijten van de Olijfberg te wijten is aan een aardbeving, en dit wordt bevestigd door Jesaja 29:6 en Openbaring 16:9. Precies! Wat is het? Dezelfde profeet die vertelde van Zijn eerste komst, zag Zijn tweede komst! Let op: "Zoals in de dagen van de aardbeving." Ziet u wat de aardbevingen doen, ziet u de voorspellingen ervan?

     ... dan zal de HEERE, mijn God komen, en al de heiligen met U, o HEERE!

     En het zal te dien dage geschieden,... (Halleluja!) ... te dien dage... dat er niet zal zijn het kostbare licht, en de dikke duisternis.

     Maar het zal een enige dag zijn, die de HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde van de avond, dat het licht zal wezen. (O God!)

98 "Het zal licht zijn ten tijde van de avond", dezelfde profeet. En de mensen zijn blind! Wat is de aantrekkingskracht? Laten wij nog een paar verzen meer lezen:

     Ook zal het te dien dage geschieden, dat er levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, de helft van die naar de oostelijke zee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen des zomers en des winters zijn. (Het Evangelie dat zowel uitgaat naar Joden als heidenen.)
     En de HEERE zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de HEEREéén zijn, en Zijn Naam één.

Het zal licht zijn in de avondtijd (zeker!)
De weg naar de heerlijkheid zult u zeker vinden;
In de waterweg, is het licht vandaag,
Begraven in de dierbare Naam van Jezus,
Jong en oud, bekeer u van al uw zonden,
De Heilige Geest zal dan zeker binnenkomen;
Het avondlicht is gekomen,
Het is een feit dat God en Christus één zijn.

     Ziet u waar we aan toe zijn?

Naties verbreken, Israël is aan het ontwaken,
De tekenen die onze profeten hebben voorzegd;

     (Die aardbeving voor de heidenen ten laatste dage.)

De dagen der heidenen geteld, vol van verschrikkingen;
Keer terug, o verstrooiden, tot het uwe.

99 U die uitgeworpen bent, en terwijl deze arken op nieuwe wagens gedragen worden, kom eruit voordat de dood u treft. God heeft het bevestigd. Het zal zo zijn.

100 Laat ons nu nog een ander Schriftgedeelte opslaan in het Oude Testament; Maleachi, het vierde hoofdstuk, en dat kleine vierde hoofdstuk lezen.

     ... ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle hoogmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn,...

101 Nu, dit is niet... Maleachi 3 was de eerste komst, nu, hier is de tweede komst. Zelfs doctor Scofield hier, ik ben het zeker niet met zijn kanttekeningen eens, maar hij heeft het hier goed opgesteld: de opdracht van Johannes, naar Maleachi 3; en de tweede komst van Christus, en daaraan voorafgaand Elia. Goed.

     ... en de toekomstige dag zal de hoogmoedigen in vlam zetten, zegt de HEERE der heerscharen, Die hun noch wortel, noch tak laten zal. (Waar is dan de 'eeuwige' hel?)
     U daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, (met genezingscampagnes) en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.

     En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen van uw voeten, te dien dage, die Ik maken zal, zegt de HEERE der heerscharen.

     Gedenk de wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hem bevolen heb op Horeb aan gans Israël, de inzettingen en de rechten.

102 Hier is de komst van Elia:

     Ziet, Ik zend u de profeet Elia,...

103 Het laatste afsluitende Schriftgedeelte van het Oude Testament:

     ... Ik zend u de profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal.

104 Nu, dat kon Johannes niet zijn. Nee. Ziet u, de wereld is niet verbrand en de rechtvaardigen hebben de goddelozen niet vertreden. Ziet u? Nee, nee.

     ... eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal.

     En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen terugbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik niet kome, en de aarde met de ban sla.

105 Merk de nauwgezetheid van de Heilige Geest op, dat die twee komsten van Elia niet door elkaar worden gehaald. Maleachi 3 zegt: "Ziet, Ik zend Mijn boodschapper voor Mijn aangezicht." Men vroeg Jezus over Johannes; Hij zei: "Indien u het kunt aannemen, dit is van wie de profeten hebben gezegd: 'Ik zend Mijn boodschapper voor Mijn aangezicht.' Dit is de Elia die moest komen." Maleachi 3.

106 Merk op dat de Schrift het zo nauwkeurig aangeeft. Kijk wat dit... om te laten zien... zij die willen geloven, zij die willen zien. Herinnert u zich dat Jezus in het midden van een Schriftgedeelte stopte, omdat toen een deel ervan vervuld was en de rest voor Zijn tweede komst was? "Om het aangename jaar des Heren te verkondigen, en om te genezen die gebroken zijn van hart", en stopte; niet "om oordeel te brengen over de heidenen" tot Zijn tweede komst.

107 Let op, dit Schriftgedeelte hier loopt hiermee parallel. "En hij, Elia, zal het hart der vaderen tot de kinderen terugbrengen." (Nu, wij spreken nu over Maleachi 4, haal dat niet door elkaar met Maleachi 3.) Johannes, Elia, die kwam in de dagen voor de eerste komst van Christus, bracht de harten van de oude aartsvaders tot de boodschap van de kinderen, de nieuwe boodschap.

108 Nu let op! "En het hart der kinderen tot de vaderen." Bij zijn tweede komst, in de laatste dagen, brengt hij hen terug naar het apostolische geloof. Ziet u hoe volmaakt de Schriften samengaan?

109 Dat was het einde van het Oude Testament, het Oude Testament. Nu wij zien dat er licht is in de avondtijd. Wat is het? Het is de top, Berg Boomtop.

110 Zoals ik vanmorgen zei, wij zijn opgekomen door de denominaties, door – niet een sinaasappelboom, waar ik het vanmorgen over had – maar wij hebben grapefruit, citroen, en allemaal andere soorten gehad, die totaal anders waren dan het begin. Maar na... Mis dit niet! Hier komt het! Nadat alle denominaties uitgespeeld waren, zij hadden geen enkel licht om mee te beginnen, er zal een dag zijn die noch dag, noch nacht genoemd kan worden.

111 Wat doen zij? Wat zijn zij aan het doen? Wat doet een citroen aan een sinaasappelboom? Het neemt het oorspronkelijke leven van de sinaasappel dat omhoog komt en verdraait het tot een citroen. Dat hebben de denominaties gedaan met het Woord van God, zij hebben het Woord van God krachteloos gemaakt door hun tradities. Dat is ZO SPREEKT DE GEEST DES HEREN! Zij hebben citroenen voortgebracht, grapefruits, geen sinaasappels.

112 Maar wat had de profeet gezegd? Dezelfde die onze tekst van vanavond sprak: "Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, zachtmoedig en arm, zittende op het jong van een ezelin", merk op dat diezelfde profeet zei: "Er zal een rijpingstijd komen." De zon is gezonden over de aarde om het fruit te rijpen. Waarom kon het niet rijpen? Er is daar geen vrucht om te rijpen, maar het leven beweegt zich nog steeds verder.

113 Het komt omhoog tot een grapefruit in plaats van een sinaasappel, vond uit dat het zich organiseerde, het was een grapefruit. Het ging opnieuw, en die keer kwam er een citroen uit. Ging weer verder, en het bleek weer iets anders te zijn. En uiteindelijk, bij de top van de boom, wordt het een 'tangelo', dat is half sinaasappel en half citroen; een vermengd kweeksel, een verdraaid iets; het komt tot een verdraaiing, levend uit diezelfde boom; het kaf, "verleidt bijna de uitverkorenen." Ziet eruit als een sinaasappel, maar is het niet.

114 "Maar het zal licht zijn", wanneer zij boven de organisatie uit groeit. Wanneer zij uit een voorbije organisatie komt en opnieuw uitbot, dan brengt zij sinaasappels voort zoals zij was toen zij de grond inging. En dán zal het licht zijn!

115 Wat is dit voor een aantrekkingskracht, wat is dit voor een gebeurtenis? Het vervullen van Gods Woord! Er zijn twee getuigen van het Oude Testament, dat dit zou gebeuren.

116 Laten wij Johannes 14:12 nemen, van het Nieuwe Testament. Jezus zei:

     ... Hij die in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen; ...

117 En in Lukas 17:22-30 zei Hij:

     Zoals het was in de dagen van Lot, voordat Sodom verbrand werd, alzo zal het ook zijn bij de terugkeer van de Zoon des mensen, die dag op welke de Zoon des mensen geopenbaard zal worden.

118 O, kijk slechts naar de Schriften! 'De Zoon des mensen', Jezus Christus Dezelfde gisteren, vandaag en in der eeuwigheid ontgroeide de denominaties, groeide naar de top van de boom. Wat zei Hij in Johannes 14 of 15? "Elke rank aan Mij die geen vrucht voortbrengt, zal worden afgesneden en gesnoeid, in het vuur geworpen en verbrand. Maar elke rank die vrucht voort zal brengen, zal worden gezuiverd."

119 O, er zal een ware vroege en late regen zijn in de laatste dagen op dat kleine groepje dat met Hem meekomt op dit kleine ezeltje, arm en nederig, geen twijfel of denominatie, uitroepend: "Hosanna voor de Koning Die komt in de Naam des Heren!" Wat is er vandaag aan de hand? Wat is de aantrekkingskracht op de berg?

120 Niet lang geleden, terwijl ik bij deze preekstoel stond, werd door de Heilige Geest gezegd: "De dag zal komen dat zij een paal in de grond zullen slaan vlak voor uw huis, zij zullen uw hek verplaatsen. Nu dan, u zult eraan voorbij gaan en niet boos worden." Ik zag mijn hek opgebroken en liggend op de helling. Ik heb de heuvel voor mij geheel omgegraven gezien, er lagen daar planken en dingen waar iets het kapot had gestampt. Hij zei... ik keek, en er was daar een kleine Ricky, die daar was gekomen en het hek eruit had geslagen, die dit had gedaan. Ik zei: "Waarom heb je het mij niet verteld?" Hij werd brutaal tegen mij en ik moest hem slaan. En terwijl het gebeurde, zei ik: "Dit heb ik niet gedaan sinds ik in de ring stond, maar ik wil gewoon dat je het weet", en ik gaf hem een opstopper. En toen ik hem had neergeslagen pakte ik hem weer op en sloeg hem weer neer. En ik pakte hem drie of vier keer op, en toen schopte ik hem over de heuvel. Toen liep ik daarheen, en ik zei: "Dat was niet goed." En ik pakte hem op en schudde hem de hand, ik zei: "Ik ben niet boos op je, maar ik wilde je gewoon laten weten dat je zo niet tegen mij kunt praten."

     En toen ik mij omkeerde en terugkwam, stond de Heilige Geest daar bij het hek, en zei: "Ontloop dit, wanneer die paal daar in de grond wordt geslagen, ga dan westwaarts."

     Dit Boek is alles wat ik nodig heb,

     Dit Boek is een goed recept,

     Het toont de manier om mijn moeilijkheden te omzeilen. Amen!

121 En dat Boek is het Woord, en dat Woord is God. Ontloop uw moeilijkheden, Het zal u zeggen wat u moet doen.

122 Drie jaar geleden hoorde ik een vriend van mij, de stadslandmeter, die beneden bij mij in de laan woont, een paal in de grond slaan. Ik ging naar buiten en zei: "Wat is er aan de hand, Mud?" De zoon van meneer King, een persoonlijke vriend.

     Hij zei: "Billy, zij gaan deze weg verbreden."

123 U herinnert zich het allemaal. Ik zei: "Misschien is het de brug." Ik vertelde broeder Wood, ik zei: "Behoud uw eigendom. Misschien moet die brug wel hier doorheen komen, of zoiets." De laan was opgebroken, bakstenen, rotsblokken waren overal heen gegooid. Dus hij zei... Ik zei: "Behoud uw eigendom."

124 En toen ik daarna... Meneer King vertelde mij dat dat ging gebeuren, ik ging naar binnen en zei tegen mijn vrouw die daar zat: "Lieveling, daar staat iets over opgeschreven. Het is ZO SPREEKT DE HERE, ergens."

125 Ik ging naar binnen en pakte mijn boek, keek erin en er stond: "Het zal geschieden..." Acht jaar later!

126 En toen ik ernaar keek, zei ik: "Nu is het tijd, lieveling, wij moeten naar het westen gaan."

127 Twee dagen daarna, stond ik in de kamer om ongeveer tien uur 's morgens, en ik ging in de Geest van God, en ik zag die kleine formatie duiven vliegen, ik keek naar die kleine vogels. U herinnert het zich. Ik zag zeven engelen in de vorm van een piramide, die bij mij binnen kwamen snellen, zeggend: "Keer westwaarts, ga naar Tucson; het ligt vijfenzestig kilometer ten noordoosten, en u zult net een klit" (of een 'bullheader', zoals zij het daar noemen) "van uw kleren afhalen."

128 Broeder Fred Sothmann, die daar nu recht naar mij zit te kijken, was daar die morgen bij. Ik was het vergeten.

129 Ik zei: "Er kwam een ontploffing als een aardbeving die zo goed als alles wat er in het land was, deed schudden. Ik zie niet in hoe een mens het zou kunnen overleven." Ik was bang. Ik stond in Phoenix, u allen die vanavond meeluistert bent mijn getuigen. Ik predikte de prediking: "Heren, is dit de tijd?" "Waar zijn wij aan toe?" Ik ging naar het westen. Velen van u hier hebben die band, velen van u hier hebben het een jaar of meer voordat het gebeurde, horen zeggen.

130 Ik ging naar het westen en vroeg mij af wat er zou gaan gebeuren. Op een dag kreeg ik een roep van de Here. Ik vertelde het mijn vrouw, ik zei: "Lieverd, ik ben... waarschijnlijk is mijn werk nu voorbij." Ik wist het niet. Ik zei: "Ik... God, God is nu waarschijnlijk met mij klaar en ik zal naar Huis gaan. Ga jij naar Billy, neem de kinderen mee, God zal op een of andere wijze een weg voor je maken. Ga en leef waarachtig voor God. Zorg dat de kinderen de school doorlopen, voed hen op in de vreze van God."

     Zij zei: "Bill, je weet niet of het waar is."

     Ik zei: "Nee, maar een mens zou dat niet kunnen overleven."

131 En op een morgen maakte de Here mij wakker en zei: "Ga naar boven daar in Sabino Canyon." En ik pakte een stukje papier en mijn Bijbel.

     Mijn vrouw zei: "Waar ga je heen?"

     Ik zei: "Ik weet het niet. Ik zal het je vertellen wanneer ik terugkom."

132 Ik ging de Canyon in, klom regelrecht naar boven waar de adelaars rondvlogen. Ik keek naar wat herten die daar stonden. Ik knielde neer om te bidden, en hief mijn handen op, en een zwaard trof mijn hand. Ik keek rond, ik dacht: "Wat is dat? Ik ben niet buiten mijzelf. Hier is dat zwaard in mijn hand, blinkend, schijnend, schitterend in de zon." Ik zei: "Nu, er zijn hier mijlenver geen mensen bij mij in de buurt, hier helemaal boven in dit ravijn [canyon]. Waar zou dat vandaan kunnen komen?"

     Ik hoorde een stem, die zei: "Dat is het zwaard van de Koning."

     Ik zei: "Een koning slaat een man tot ridder met een zwaard."

133 Hij, de stem, kwam terug en zei: "Niet het zwaard van een koning, maar het zwaard van DE Koning, het Woord des Heren." En zei: "Vrees niet, het is alleen de 'Derde trek'. Het is de betuiging van uw bediening."

134 Ik was gaan jagen met een vriend, niet wetend wat er zou gaan gebeuren. En iemand belde mij op, degene die mij had bekritiseerd over de foto van de Engel des Heren, degene die hem nam. Ik moest naar Houston gaan vanwege zijn zoon, want hij was ter dood veroordeeld en zou binnen enkele dagen gedood worden. En hij ontmoette mij daar en sloeg zijn armen om mij heen, en zei: "Denk eens in, juist de man die ik bekritiseerd heb, komt om mijn enige zoon te redden!" Het genootschap voor humaniteit gaf mij, wat zij een oscar noemen, of hoe je het ook wilt noemen, voor het redden van een leven.

135 Toen gingen wij terug, ik ging ginds de bergen in om te jagen. En daar waren broeder Fred en ik. Op een morgen toen ik naar buiten liep – ik had mijn javelina al – keek ik en zag de plaats waar zij heengingen. Ik zei: "Broeder Fred, ga nu 's morgens vroeg, bij het aanbreken van de dag, die berg over en ik zal over de andere gaan. Ik wil het zwijn niet schieten, ik wil hem niet doden. Maar als zij (de kudde) deze kant op beginnen te gaan, dan zal ik vlak vóór ze schieten om ze terug te drijven."

136 Broeder Fred ging op weg, maar er waren daar geen zwijnen. Hij wuifde naar mij en ik zag het. Ik ging naar beneden een ravijn in, enkele diepe kloven, de zon kwam net op. Ik kwam aan de andere kant van de heuvel en dacht helemaal niet aan de profetie. Ging zitten, wachtte en rustte, ik dacht: "Wat is er met die zwijnen gebeurd?"

137 En ik pakte mijn... Ik zat daar zoals de Indianen, u weet wel, met gekruiste benen, en ik keek op de pijp van mijn overall en daar zat een klit op. Ik haalde het eraf en ik zei: "Dat is vreemd! Hier ben ik ongeveer vijfenzestig kilometer ten noordoosten van Tucson. Daar zit mijn zoontje Jozef op mij te wachten." En toen ik opkeek, zag ik een kudde zwijnen te voorschijn komen ongeveer negenhonderd meter bij mij vandaan, boven op een berg, ik gooide de klit weg. Ik zei: "Ik zal ze krijgen. Ik ga broeder Fred halen, en ik zal een stukje papier ophangen om de weg verder aan te duiden op deze woestijnheester hier, en wij zullen broeder Fred gaan halen."

138 En ik ging op weg de berg op en rende zo hard als ik kon naar de andere kant. Plotseling... ik dacht dat iemand op mij schoot, ik had nog nooit zo'n ontploffing gehoord, het deed het hele land schudden. En toen het gebeurde, stonden daar voor mij zeven engelen in een formatie.

139 Ik ontmoette broeder Fred en de anderen even later. Hij zei: "Wat was dat?"

     Ik zei: "Dat was hét."

     "Wat ga je doen?"

140 "Terug naar huis. Want, ZO SPREEKT DE HERE, de zeven geheimenissen die al deze jaren verborgen zijn geweest in de Bijbel, deze denominaties en alles, God gaat die zeven geheimenissen voor ons openen in de zeven zegels."

141 Daar was die ring die opkwam van de aarde, als mistvorming. Terwijl het gebeurde, ging het loodrecht omhoog de berg in, begon zich westwaarts te draaien van de kant waar het vandaan kwam. De wetenschap bevond na enige tijd dat het achtenveertig kilometer [dertig mijl] hoog en veertig kilometer [vijfentwintig mijl] in doorsnee was, precies in de ring van de piramide.

142 En onlangs, toen ik daar stond, draaide ik de foto naar rechts, en daar is Jezus zoals Hij was in de zeven gemeentetijdperken, de witte pruik op, de opperste Godheid tonend. Hij is de Alpha en de Omega; Hij is de Eerste en de Laatste; Hij is de opperste Rechter van alle eeuwigheid, daar staande, de Boodschap van dit uur bevestigend. En het zal licht zijn omstreeks de avondtijd! Wat heeft dit alles te betekenen? Wat was het?

143 Ik ging in westelijke richting. Op diezelfde berg, toen ik daar overheen ging met Banks Wood, werd gezegd: "Gooi een steen omhoog. Zeg tot meneer Wood: 'ZO SPREEKT DE HERE, u zult de heerlijkheid van God zien.'"

144 Terwijl ik daar precies een dag later stond, kwam een wervelwind naar beneden en blies de bergen uiteen. Rotsblokken sloegen de toppen van de bomen eraf, ongeveer een meter of één meter twintig boven mijn hoofd. Maakte drie grote stoten, en de broeders kwamen aanrennen. Er stonden daar ongeveer vijftien man, predikers en al het andere. "Wat was het?" zei hij, "Wat was het?"

     Ik zei: "Oordeel treft de westkust."

145 Ongeveer twee dagen later deed de aardbeving Alaska bijna zinken. Wat is dit licht daarboven op Sunset Mountain [Dit betekent: Berg van de zonsondergang – Vert] in het Coronado Forest in Arizona? Wat is dit voor iets vreemds wat daar gebeurde, waarvoor de mensen van het westen naar het oosten kwamen rijden om de rotsstenen op te rapen die daar in het rond lagen waar het neersloeg? En ze hadden allemaal, elke steen, drie hoeken, waar het was afgebroken. (De drie zijn Eén.) Ze liggen op bureaus, als gewichten op papier, door het hele land. Wat is dit voor vreemds op Sunset Mountain in het Coronado Forest?

146 Junior Jackson die meeluistert, herinnert u zich die droom die hij had en die ik uitlegde, "gaande in de richting van het ondergaan van de zon"? En dit gebeurde op "Zonsondergang"-berg! Het is de avondtijd, de tijd van zonsondergang. De zonsondergang-Boodschap die door een ondergaan van de geschiedenis, of liever, een ondergaan van profetie, wordt vervuld. En het zal licht zijn in de avondtijd op Sunset Mountain in het Coronado Forest, vijfenzestig kilometer ten noorden van Tucson. Pak de kaart en kijk of u Sunset-piek daar ziet. Precies daar gebeurde het. Ik heb het nooit geweten tot pas geleden.

147 Alles wat... Dat zal nooit sterven. Het ontrolt zichzelf voortdurend. Vanaf de gebeurtenis zelf, tot de foto die Jezus voorstelt Die naar ons staat te kijken, en nu precies op Sunset Mountain, en het zonsondergang-licht. Het avondlicht is gekomen, God Die Zichzelf betuigt. Wat is het? Het is een feit dat God en Christus één zijn. Het 'witte'; hoevelen hebben het gezien, de witte pruik op Hem, zoals we bespraken in Openbaring 1? Ziet u, de opperste Godheid, opperste autoriteit! Geen andere stem, geen andere god, niets anders. "In Hem woont de volheid van de Godheid lichamelijk." De engelen zelf waren Zijn pruik. Amen.

148 Wat gebeurde er op de berg Zonsondergang? God Die Zijn Woord bevestigde. Dat is wat al die geruchten te betekenen hebben. Let op, het is God Die Zijn beloofde Woord opnieuw vervult, van Openbaring 10:1-7: "En in de dagen van het bazuinen van de Boodschap van de zevende engel, zou de verborgenheid Gods voleindigd zijn." Het verborgen geheimenis van Openbaring 10:1-7, de laatste boodschap tot het laatste gemeentetijdperk. Vervult precies in dit tijdperk Lukas 17:30: "De dag dat de Zoon des mensen geopenbaard zal worden."

149 "En er zullen valse profeten opstaan en valse christussen, en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij zelfs de uitverkorenen zouden verleiden als dat mogelijk zou zijn." De mensen nog steeds in twijfel. En, zoals gebruikelijk, de kerk is er net zo over in de war.

150 En toch, in heel Tucson schrijft de wetenschap stukjes en zet die in de krant. Tot ginds helemaal op Mount Lemmon; die grote camera's zagen het niet oprijzen vanwaar wij stonden; het dreef naar het westen, tonend dat de tijd voorbij is. Het kan daar slechts een klein stukje verder gaan, het is aan de westkust. Oordeel sloeg precies toe in de richting die het uitging. Het ging recht over Phoenix en regelrecht door, op naar Prescott en over de bergen naar de westkust, rechtstreeks door naar... Waar gingen zij heen? Recht naar Alaska, en ze is donderend, recht daarop aansturend.

151 En de observatoria en allen in Tucson vragen het zich nog steeds af, – wetenschappelijk onderzoek – om te proberen uit te vinden wat het is. Zo hoog kan er geen nevel zijn, mist, of niets daarboven. "Wat veroorzaakte het? Waar leidt het toe?" Zij zijn net zo voor een raadsel gesteld door die bovennatuurlijke halo die daarginds in de lucht hing, als toen de wijzen kwamen terwijl zij een ster volgden, zeggend: "Waar is die geboren Koning der Joden?" Wat was het? God Die Zijn Woord vervulde. "En er zal een ster voortkomen uit Jakob."

152 En de God des hemels beloofde dat de avondtijd avondlichten zou hebben. Drie jaar geleden was dit geheimenis een profetie: "Welke tijd is het, meneer?" Maar nu is het geschiedenis. Het is voorbij. De belofte is vervuld. Welke tijd is het, meneer, en wat is deze attractie? God Die Zijn Woord vervult! Hij is Dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.

     Laten wij bidden:

153 Dierbare God, ik heb de mensen erg lang gehouden, veel langer dan ik van plan was. Ik bid, God, dat er iets gezegd of gedaan werd dat zal maken dat overal de mensen het zullen begrijpen. En dat zij het ziende en het begrijpend, mogen geloven dat Gij de ware Christus zijt, en dat de woorden die bevestigd worden de bevestiging zijn van Zijn Woord dat volmaakt is en vervuld wordt op Zijn tijd.

154 Nu, Here Jezus, naar Uw eigen Woorden, U zei dat de wereld in een Sodom-toestand zou verkeren. Wij weten dat, wij kunnen er naar kijken. En U zei, in die dag, "zoals het was in Sodom." Er werden drie boodschappers naar de heidense en de Hebreeuwse wereld gezonden. En Eén van hen, God Zelf, de Zoon des mensen, openbaarde Zich in een menselijke gedaante en deed een wonder, in zoverre dat Hij Abraham vertelde wat Sara achter Hem in de tent aan het doen was.

155 U zei dat het zich weer zou herhalen wanneer de gehele heidense wereld in een Sodom-toestand zou zijn. En hier zijn wij, Here. Andere profetieën bevestigen hetzelfde, van het zenden van Elia in de laatste dag, de geest van Elia op de aarde, om de harten van de vaderen terug te brengen, of "de kinderen terug naar de vaderen". En ik bid, God, dat Gij in dit uur Uw Woord wilt bevestigen, dat Gij Dezelfde bent gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. Sta het toe, Vader. Zij zijn allen de Uwen. Ik bid dat Gij hun deze zegeningen wilt toestaan en alles wat gezegd is wilt bevestigen, voor de heerlijkheid van God. In de Naam van Jezus Christus. Amen.

156 Een woord te spreken, is een mens; een woord bevestigen, is God. Iets zeggen, is één ding; dat God het doet, is iets anders. God heeft geen uitlegger nodig, Hij geeft Zijn eigen uitlegging.

157 Nu, wij willen nu een gebedsrij hebben, om voor de zieken te bidden, zo de Here wil. En wij weten dat er niemand is, geen man, geen vrouw, geen menselijk wezen, geen engel, die u kan genezen, want God heeft het reeds gedaan. Hij maakte de toebereiding, het enige wat u hoeft te doen is het te ontvangen.

158 Er is geen mens, geen engel, niets, zelfs God Zelf niet, die u uw zonden kan vergeven. Het is reeds gedaan. Jezus deed dat aan het kruis. Maar het zal u nooit enige zegen brengen, of u enig goed doen, tenzij u het aanvaardt. Ziet u?

159 Het enige wat gedaan kan worden, is de opdracht die door God is gegeven voor gelovigen om handen te leggen op de zieken. Dat hebben zij door de eeuwen heen gedaan, gedurende opwekkingen. En zij noemden het 'God'.

160 Abraham zag vele tekenen. Maar er kwam een tijd dat Abraham zijn laatste teken zag, vlak voordat Sodom werd verbrand, en dat was God Die Zichzelf manifesteerde in de gedaante van een man. Gelooft u dat? Heeft Jezus gezegd dat het zich zou herhalen?

161 Nu, hoevelen die hier binnen zijn... En buiten over de radio, of aan de telefoons verspreid over het land, als u nog steeds meeluistert, maak u nu gereed voor het gebed, wees biddend, en u die hier die zakdoekjes hebt. Nu, ik kan God niet zeggen wat Hij moet doen. Nee. Het zij verre van mij om het zelfs maar te proberen. Hij is soeverein, Hij doet wat Hij doen wil. Ik kan slechts gehoorzamen en kan slechts zeggen wat Hij zegt.

162 En nu, zij staan langs de muren, zij staan samengepakt en het is overvol. Ik vraag mij af of wij God zouden kunnen vragen over deze woorden: "Wat is deze aantrekkingskracht?", of God opnieuw onder ons zou bewegen (misschien zijn er hier vreemden), en Zich onder ons zou bewegen en Zijn gezegende aangezicht onder ons zou laten zien, zou tonen dat Zijn Geest hier is; zou tonen dat Hij Dezelfde is gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid, dat een ieder van ons (na deze twee krachtige boodschappen) zou kunnen geloven dat het zo is. Zou u dat kunnen? Goed.

163 In plaats van dan een gebedsrij te roepen, heet, overvol, staand tegen de muur... Ik kijk rond naar deze kant om mijn gebedsrij te roepen, u zou het niet kunnen; kijk ze daar staan. Zou ik het aan deze kant kunnen oproepen? U zieken die op bedden en al het andere ligt, u zou het niet kunnen. Dus, blijf zitten waar u bent, en geloof God. Als u een gebedskaart hebt, houd hem vast, het zal goed zijn. Wij zullen tot u komen als u door een rij wilt komen. Maar u hoeft niet door een rij te komen.

164 Die meneer Shepherd, afgelopen zondagavond, kwam helemaal niet door een rij. Ik geloof niet dat hij een gebedskaart had. Is meneer Shepherd hier vanavond? Waar is hij? Is hij hier? Hij zit achterin. Had u een gebedskaart, meneer Shepherd? Nee? Hij had er geen. Hij zit daar weer vanavond. Dat is een goede plaats om te zijn, broeder Shepherd.

165 Nu, niet alleen moet u daar zijn, maar heb slechts geloof. Want herinner u, een kleine vrouw raakte Zijn kleed aan en Hij voelde het. En Hij is Dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. En de Hebreeënbrief, in het Nieuwe Testament, zei dat Hij een "Hogepriester" is vanavond die kan worden "aangeraakt door het voelen van uw zwakheden". Gelooft u dat? Heb dan geloof! Twijfel er niet aan. Geloof het, en het zal gebeuren. U kunt hebben waar u om gevraagd hebt, als u het kunt geloven. Maar u moet het geloven. Zult u het doen? Wilt u allen het geloven? Hoevelen willen het nu geloven? God zegene u!

166 Ik weet niet wie wie is, ik ken niemand van u. Het is niet mijn zaak om een ieder van u te kennen, het is Gods zaak om deze dingen te weten. Maar Hij zal het doen als u het gelooft. Wilt u het nu geloven?

167 Nu, dierbare God, wij zijn zeker geen stelletje bastaard-Christenen, dat zouden wij niet moeten zijn, iemand die moet worden vertroeteld en als een baby behandeld. Dat soort hebt U niet, Here. U hebt stoere gelovigen. Alleen al de tegenwoordigheid van God zet iemands hart in vlam. Zoals Abraham, hij geloofde God. Gij maakte Uzelf aan hem bekend, toen verscheen U aan hem en deed een teken, en hij geloofde U. Gij veranderde zijn lichaam terug tot dat van een jonge man, en ook dat van zijn vrouw, zijn vrouw, die een deel was van zijn eigen lichaam. Toen kwam het nieuwe kind voort, de beloofde zoon.

168 God, U beloofde dat het in deze dag hetzelfde zou zijn. Ik bid dat U dit Woord wilt bevestigen. En wij zullen precies op grond van die ene belofte daar handelen, dat het zal zijn zoals het was in Sodom, juist voordat Sodom werd verbrand en oordeel Sodom trof, de heidense wereld. Zo staat oordeel op het punt de heidense wereld te slaan, en de Joden hebben nog drieëneenhalf jaar langer door de periode van verdrukking, Jakobs moeite, de voortzetting van de zeventig weken van Daniël. Maar die van de heidenen zijn geteld, het is tijd om te gaan. En U gaf dat teken, en U zei dat het opnieuw zou gebeuren. Sta het toe, God. Hun... wij zijn in Uw handen, doe met ons zoals het U past. In Jezus Christus' Naam. Amen.

169 Nu, wees niet zenuwachtig. Hoe zou het zijn als ik zenuwachtig was? Nu, ik stel hier iets dat moet afhangen van de soevereiniteit van God. Maar waarom doe ik dit? Hij zei dat het zo zou zijn. Dat maakt het vast. En als Hij Zichzelf zo bevestigt voor u, wel, kunt u Hem dan niet geloven? Zeker. Heb nu gewoon vertrouwen en geloof.

     Laat mij gewoon rondkijken, zien waar de Heilige Geest zal leiden, wat Hij zal doen. Ik weet niet wat Hij zal doen, dat is aan Hem. Maar als u slechts geloof zult hebben, geloven alleen, "alles is mogelijk voor hen die geloven." Ieder van u die dat gelooft, hef uw handen op en zeg: "Ik geloof het." [De samenkomst zegt: "Ik geloof het." – Vert] Ik geloof het met mijn hele hart.

170 Nu, drie zal een bevestiging zijn, als Hij het drie achtereenvolgende keren doet om u te bewijzen dat het juist is. Het maakt mij niet uit waar u bent, wie u bent, heb gewoon vertrouwen en geloof. Nu, beweeg u niet in het rond. Deze kant.

171 Dame, biddend, ik ken u niet. Blijf gewoon zitten waar u bent, u hoeft niet te komen. Ik ken u niet, maar u houdt een klein meisje in uw hand of op uw schoot. Ik ben een volkomen vreemde voor u. En het kleine meisje ziet er normaal uit, zij ziet er goed uit. Zij is een aardig, klein meisje, een klein, roodharig meisje. Als ik hier naar haar kijk, ziet zij er niet kreupel uit of zoiets. Ik weet niet wat er fout met haar is. Misschien is het niet voor het kind, misschien is het voor u. Maar ik zag u toevallig daar zitten met dat kind, biddend. Ik moet even tot u spreken om uw geest te vangen, zoals Jezus zei tegen de vrouw: "Geef mij wat te drinken", ziet u, gewoon om op één iemand afgestemd te geraken. Broeder Bryant en zij die hier zitten, ik ken deze mensen die hier zitten. Zij zijn misschien ook behoeftig, maar u was een vreemde.

172 Gelooft u dat ik Gods profeet ben? Gelooft u dat al deze dingen die u vanavond gehoord hebt de waarheid zijn? Nu, als God mij iets zal openbaren wat u gedaan hebt, of iets wat u niet had moeten doen, of iets wat fout met u is, of wat uw verlangen is, dan zult u weten of het waar is of niet. Nietwaar? En als Hij dat zal doen, bevestigt het dan Zijn Woord dat Hij Dezelfde is gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid, en dat Lukas 17:30 wordt gemanifesteerd? Gelooft u het?

173 Nu, de dame hief haar hand op dat wij vreemden zijn. Ik ken u niet, maar ik probeer in contact te komen met haar geest, één persoon. Er zijn zo velen van u die trekken. Nu, geloof dit met uw hele hart.

     Nu, het is voor het kleine meisje. U bent het niet. U bent zenuwachtig, maar het is niet de zenuwachtigheid waar u bezorgd over bent. De grote zaak op uw hart is dat kleine meisje. En gelooft u dat God mij kan vertellen wat het is? Gelooft u het? Zou het u helpen, zou u dan willen geloven? Het is een hersenletsel. Klopt dat? Nu, leg uw hand op het hoofd van het kleine kind, úw hand.

174 Dierbare God, U zei: "Deze tekenen zullen hen volgen die geloven. Zij zullen hun handen leggen op de zieken, en zij zullen gezond worden." De vrouw is een gelovige. Haar hand ligt op het kind. Moge het gezond worden. In de Naam van Jezus Christus bied ik dit gebed aan. Amen.

175 Gelooft u nu allemaal? Als u kunt geloven, zijn alle dingen mogelijk. Zeker!

176 Ik ken de dame die naast haar zit, maar zij kijkt zo ernstig deze kant op. Ik kan haar naam niet noemen, maar ik... als ik even naar haar zou kijken zou ik het weten. Maar ik ken de vrouw van gezicht, ik weet echter niet wat haar kwaal is. Gelooft u dat ik... dat God mij zal laten weten wat uw kwaal is? Zou u... zou het u helpen? Suikerziekte. Nu, als dat waar is, houd uw hand omhoog. Zeker!

177 Toevallig heeft de dame die naast u zit hetzelfde. Zij is een vreemde. De andere dame is aan het bidden voor iemand, een kreupel kind. Gelooft u met uw gehele hart, dan zal God het toestaan.

178 Iemand hier achterin. Een man die daar zit, probeert van het roken van sigaretten af te komen. Gelooft u dat God het van u weg zal nemen? Goed. Gelooft u? U kunt het hebben. Ik heb de man nooit in mijn leven gezien.

179 Hier is een man. Ziet u die donkere schaduw hangen over deze man hier, die ligt op iets als een bed, of een stoel? Hij is stervend. Hij is overschaduwd, hij heeft kanker. Ik ken de man niet, heb hem nooit gezien. God weet alles van u. Dat is de waarheid, meneer. Gelooft u dat God mij iets over u zou kunnen vertellen? Zou het u helpen om uw genezing te ontvangen? [De broeder zegt: "Ja, ik geloof het." – Vert] U werd hier gebracht door een vriend. Maar u bent niet van hier, u bent van ergens waar een groot water is, waar de mensen in vissen. ["Ja."] Ja, Albany, Kentucky. ["Dat is juist."] Dat is juist. Geloof, en u kunt gezond terug naar huis gaan. Geloof dat het weg is. Als gij zult geloven! U moet het geloven, en geloven dat het voor ú gedaan is. Gelooft u?

180 U, van Tennessee, hebt een jongen die astma heeft. Niet hier, maar gelooft u dat hij genezen zal worden? Breng dan uw zakdoek die u in uw hand hebt naar hem. Hij zal genezen worden als u het gelooft.

181 De huilende dame, die daar aan de overkant van doctor Vayle zit. Zij is ook overschaduwd, een donkere schaduw. Ik heb de vrouw nooit in mijn leven gezien, maar zij heeft kanker. Zij zal sterven als er niet iets voor haar gedaan wordt. Gelooft u dat Hij u zal genezen, mevrouw? Kunt u het? U kunt uw genezing hebben, als u het slechts gelooft.

182 Er zit daar een kleine dame recht achter haar met een zakdoek over haar mond. Zij heeft ook een maagzweer, ziek. U hebt aanvallen gehad van flauwtes, verblinding, wegvallen. Iemand bracht u hier. U hebt een vrouwenkwaal. Als u het zult geloven, kunt u naar huis gaan en gezond zijn.

183 U, jongeman, u bent een vreemdeling, en zit hier recht voor mij, naar mij kijkend. Wat bent u, een Puertoricaan of zoiets? Ja, ik bedoelde...?... Ik ben een vreemde voor u, u weet dat, u bent zelfs niet uit ons land. Maar gelooft u dat God u het verlangen van uw hart kan geven? Als ik u zal vertellen wat uw verlangen is, zult u het dan ontvangen? U zoekt de doop van de Heilige Geest. Dat is waar. Ontvang de Heilige Geest, mijn broeder.

184 Hier is een gekleurde man die hier helemaal achter zit, met een last op zijn hart. Het is voor zijn vrouw. Zij is hier zelfs niet. Zij heeft problemen met haar voeten. Gelooft u dat Hij haar zal genezen? Ja? U bent hier een vreemde. U bent van overzee. U bent van Jamaica. Gelooft u dat God mij zou kunnen vertellen wie u bent? Meneer Brady. Gelooft u? Jezus Christus is Dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.

185 Deze dame die hier recht achter aan deze kant zit, naast mevrouw Wright daar, zij heeft een last op haar hart. Zij bidt voor een dochter. Zij moet een operatie ondergaan. Gelooft u met uw hele hart voor haar? Zij zal het niet nodig hebben als u het haar kunt laten geloven. Ik kan niet genezen.

186 Daar helemaal achterin in de kinderruimte, ik zie de Geest van de Here, of de Engel, een Licht, bewegen in de kinderruimte. Het is boven een jonge vrouw, en zij heeft een geestelijk probleem waar zij over in twijfel is. Het schijnt dat ik die vrouw zou moeten kennen, op de een of andere manier. Een jonge vrouw, zij heeft ook een vrouwenkwaal. Ja, haar naam is mevrouw West, van Alabama, mevrouw David West. Geloof, en God zal het u toestaan.

187 "Het zal licht zijn, en in die dag dat de Zoon des mensen wordt geopenbaard." Als dat niet Jezus Christus is, Dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid, dan weet ik het niet meer. Gelooft u dat? Alles is mogelijk voor hen die geloven.

188 Buiten aan de microfoons verspreid over het land nu, en in deze Tabernakel, hoevelen van u willen hun handen opsteken en zeggen: "Ik ben een gelovige"? Nu, u daarbuiten in het land, iedereen hier heeft zijn handen omhoog; en ver weg ergens ginds over het land, hebt u uw handen omhoog, ongetwijfeld. Nu, sluit uw ogen, leg uw handen gewoon neer op iemand dicht bij u. Pak hun hand vast. Leg hem op hun schouder. Ik heb mijn handen op de zakdoeken. Kijk wat er vandaag gedaan wordt! Kijk wat nu gedaan wordt.

Zij zien Zijn aangezicht,
Glanzend van goddelijke liefde;
Gezegende deelgenoten van Zijn genade,
Als juwelen schijnend in Zijn kroon.

     Nu bid. Laten wij bidden, overal.

189 Dierbare God, het uur is gekomen. Wat betekent dit? God Die Zijn Woord vervult! Wat is de aantrekkingskracht, Here? Het is God Die Zijn Woord vervult. Wat is dit wat uitgaat over het land, door het medium van telefoon, dat honderden mensen hun handen op elkaar hebben gelegd over het land, van de ene kust tot de andere, van het noorden tot het zuiden, van het oosten tot het westen? Er zitten hier mensen uit vreemde landen, velen van de Staten, Mexico, Canada, en wij hebben onze handen op elkaar gelegd. God Die Zijn Woord vervult!

190 Hoe is dit mogelijk dat iemand hier zou kunnen staan door de Heilige Geest en een man zou kunnen noemen zoals Hij deed bij Simon Petrus: "Uw naam is Simon, u bent de zoon van Jonas"?

     "Ga uw man halen en kom hier."

     "Ik heb geen man."

     "Waarlijk, u hebt er vijf."

191 Zij zei: "Ik weet dat de Messias zal komen om dit te doen, maar Wie zijt Gij?"

     Hij zei: "Ik ben het."

192 En Gij zijt Dezelfde gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid. En Gij hebt beloofd: "De werken die Ik doe zult gij ook doen. Meer dan deze zult u doen, want Ik ga naar de Vader. En voorwaar, in de laatste dagen zal Ik Elia tot u zenden, de profeet, en hij zal de gedachten van de mensen veranderen, de harten van de kinderen terugbrengen tot de apostolische leer van de Bijbel." "En het zal licht zijn in de avondtijd."

193 Hier zijn wij, grote God des hemels! Het uur is hier! De handen zijn op de mensen.

194 Satan, je bent verslagen. Je bent een leugenaar. En als dienstknecht van God, en als dienstknechten, bevelen wij in de Naam van Jezus Christus, dat je het Woord van God gehoorzaamt en uit de mensen gaat, omdat er staat geschreven: "In Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen."

195 En mogen alle mensen vrijgemaakt zijn. Sta het toe, dierbare God, Gij zijt de God van de hemel Die, op die dag met een aantrekkingskracht op Calvarie's berg, alle ziekte en kwalen en alle werken van de duivel versloeg. Gij zijt God! En de mensen zijn door Uw striemen genezen. Zij zijn vrij. In de Naam van Jezus Christus. Amen.

196 God, elke zakdoek die hier ligt, terwijl de Geest van God aanwezig is, terwijl de zalving van Jezus Christus op de mensen is; en de grote tekenen die Hij beloofde worden vervuld, en de aarde beeft, de aardbevingen vinden plaats, de grote tekenen die Hij vertelde, en de Schrift, die wordt vervuld, en het avondlicht dat schijnt. Ik leg mijn lichaam over deze zakdoeken om dit hele lichaam van gelovigen uit het oosten, westen, noorden en zuiden te vertegenwoordigen, en tegen de duivel te zeggen: "In de Naam van Jezus Christus, verlaat elke patiënt waar deze op worden gelegd", voor de eer en heerlijkheid van het Woord van God. In de Naam van het Woord van God, Jezus Christus van Nazareth. Amen.

197 Nu, in stilte, wetend wat u doet, ernstig, en in uw goede gezindheid, als gelovigen, gelooft u nu en aanvaardt u uw genezing van God de Almachtige, in de Naam van Jezus Christus? Zo ja, hef dan uw hand op. Overal in het land, steek uw handen daar op; allen hierbinnen, zover ik kan zien, staken hun handen op; binnen, buiten, tegen de ramen, in de deuren, in de kinderruimtes, en overal in het rond, mensen met hun handen omhoog. Zij aanvaarden het. Satan is verslagen! De striemen van Jezus Christus hebben u genezen, en de tegenwoordigheid van Jezus Christus waarmerkt het feit dat Hij levend is vandaag, altijd in staat elke belofte te houden die Hij heeft gedaan. Amen. Ik geloof Hem. U niet? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert]

198 Nu laten wij op onze voeten gaan staan. Terwijl wij in de Naam van de Here Jezus alles aanvaarden wat er is gedaan of gezegd, hebben wij Hem lief met ons hele hart. Wij beminnen Hem met alles wat in ons is. En nu, als u naar uw verschillende huizen gaat na vanavond, moge God met u gaan. God geve u de Heilige Geest als u de Heilige Geest niet hebt.

199 Iedere man, vrouw, jongen of meisje hier, die nog niet gedoopt is in de Naam van Jezus Christus, er zijn kleren, een doopbasin. Stel niet uit tot morgen wat vandaag kan worden gedaan. Morgen kan het te laat zijn. "Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad." Er staan predikers te wachten, de kleren wachten. Geen excuses. Wacht u? Als u wacht, en u gelooft... Het doet er niet toe hoe u gedoopt bent, besprenkeld, begoten, wat het ook is: het is een dwaling. Het licht is gekomen. Kom, geloof, en word gedoopt.

200 Iedereen zonder de Heilige Geest, moge u de Heilige Geest ontvangen, ieder van u, in de volle, goddelijke kracht en liefde die Hij u beloofd heeft, om u een nieuwe schepping te maken in Hem. God zegene u.

201 En nu, tot volgende zondagmorgen om half tien, laten wij dit liedje zingen dat wij jaren geleden plachten te zingen:

Vergeet niet het familiegebed,
Jezus wil u daar ontmoeten;
Hij wil al uw zorgen nemen,
Vergeet niet het familiegebed.

     Laten wij het nu samen zingen:

Vergeet niet het familiegebed,
Jezus wil u daar ontmoeten;
Hij wil al uw zorgen nemen,
O, vergeet niet het familiegebed.

202 Nu, als wij het nogmaals zingen, schud dan de hand van een pelgrim naast u, ziet u, terwijl wij het zingen;

Vergeet niet het familiegebed,
O, Jezus wil u daar ontmoeten;
Hij wil al uw zorgen nemen,
O, vergeet niet het familiegebed.

203 Hebt u Hem niet lief? Ik heb Hem lief. Ik heb Hem lief omdat Hij mij eerst heeft liefgehad en mijn redding verwierf (dat was de aantrekkingskracht) op Calvaries berg. Dezelfde aantrekkingskracht op Sunset Mountain, de berg Nebo, de berg Sinaï, al de verschillende bergtop-ervaringen. Dan, goed, laten wij het nu zingen:

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst heeft liefgehad;
En mijn redding verwierf
Op Calvaries hout.

204 Iedereen die Hem liefheeft, zeg: "Amen." [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Het zij zo. Nu, bedenk gewoon wat Hij voor u heeft gedaan. Bedenk dat u daarbuiten in een of andere bar had kunnen zitten. U zou waarschijnlijk in het graf zijn zoals ik in het graf zou zijn geweest, buiten de barmhartigheden van God. Wat deed Hij voor u? O, hoe zouden wij weerhouden kunnen worden om Hem lief te hebben? Het maakt geen enkel verschil wat wie dan ook zegt, Hij komt eerst!

205 Laten wij onze ogen sluiten en onze hoofden buigen terwijl wij het nu voor Hem zingen. Hij houdt van liederen, het zingen van geestelijke liederen. Laten wij het nu tot Hem zingen:

Ik heb Hem lief, ik heb Hem lief,
Omdat Hij mij eerst heeft liefgehad;
En mijn redding verwierf
Op Calvaries hout.

206 Met onze hoofden en harten gebogen in Zijn tegenwoordigheid, en met dankbaarheid voor wat onze ogen hebben gezien, wat onze oren hebben gehoord, wat opgetekend is in Gods Woord, wat Zijn belofte aan ons was voor vandaag. God zegene u.

207 Wij hebben vanavond een gast bij ons, een broeder, Ned Iverson, een voormalige Presbyteriaanse prediker. Zijn vader, zijn broers, zijn Presbyteriaanse predikers. Ik heb begrepen dat hij vandaag opnieuw werd gedoopt in de Naam van Jezus Christus. Hij is een prediker, en wat dat betreft een goede. En nu ga ik hem vragen, omdat ik geloof dat hij een dienstknecht van God is, om Gods zegeningen te vragen over deze samenkomst als u naar uw huis gaat.

208 Broeder Iverson, kom naar voren, terwijl wij onze hoofden gebogen hebben in gebed. God zegene u, mijn broeder.