Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Gebeurtenissen verklaard door profetie

Door William Marrion Branham

1 Laten we nu onze hoofden buigen voor gebed. Onze Here God, grote Schepper van hemelen en aarde, Die Jezus uit de dood terugbracht en leeft met ons gedurende deze tweeduizend jaar, en voor eeuwig leeft om Zijn Woord te bevestigen en waar te maken aan iedere generatie. We zijn zo dankbaar op dit moment voor Zijn Goddelijke tegenwoordigheid en te weten dat we deze grote zekerheid hebben, dat, wanneer dit leven voorbij is, we eeuwig leven hebben in de wereld die komt. Dank U daarvoor, Here. En die hoop, een anker voor de ziel, is standvastig en zeker in een stormachtige tijd. En wanneer de stormen komen, de grote golven aanrollen, voelen we dat we door geloof in Hem over iedere golf kunnen heengaan.

2 God, help ons vanavond, terwijl we zijn gekomen om te bedienen aan de zieken en behoeftigen. We bidden, God, dat er onder ons geen zieke meer zal zijn, wanneer we vanavond weggaan. Moge een ieder door Uw Goddelijke kracht genezen zijn, zowel hier als degenen die telefonisch aangesloten zijn over het hele land; moge er vanavond geen enkel zwak persoon elk gebouw of elke bijeenkomst verlaten. Moge Uw Geest hen genezen. Laat de grote Zon der gerechtigheid opgaan, met genezing in Zijn vleugels, en stralen van geloof in ieders hart zenden terwijl ze luisteren naar het Woord en de manifestaties van de Heilige Geest zien, die hen overtuigen dat Hij nog steeds leeft. We bidden om deze zegeningen, Vader, in Jezus' Naam. Amen. (U mag gaan zitten.)

3 We achten het werkelijk een groot voorrecht hier vanavond weer te zijn, om tot de mensen te spreken en voor de zieken te bidden. We willen vanavond weer al diegenen door het land groeten, die telefonisch over de natie verbonden zijn. En zo bidden we dat God ieder van u wil zegenen, en we vertrouwen dat ieder die deze morgen Christus heeft aangenomen, vervuld zal worden met de Heilige Geest en altijd gelovig en waarachtig voor Hem zal leven totdat dit leven hier op aarde, dit sterfelijk leven, voorbij is. Zij dan, die zo doen, hebben eeuwig leven. Ze zullen nooit sterven in de eeuw die komt, het grote tijdperk waar wij allen naar uitkijken.

4 Nu zullen we dit zeggen, terwijl ik er net aan denk, niet om dit te onderbreken... Broeder Vayle is hier en ik zal hem misschien niet te zien krijgen. Ik zal... Zou ik dat manuscript naar u toe kunnen zenden wanneer ik naar Tucson terugga? Ik ben het aan het doornemen. Ik heb het nog niet helemaal gelezen en ik zal het u terugsturen zodra ik in Tucson kom.

5 Ik wil nu een aankondiging doen. Dit is speciaal voor de kerken overal, vooral in het westen, of waar dan ook, wie wil komen. Onze edele broeder, broeder Pearry Green, met de... Hij is de man die de aanzet heeft gegeven van deze telefoonverbinding hier. De Here heeft het op zijn hart gelegd om ons in Tucson te komen bezoeken en een opwekking in Tucson te beginnen, wat we werkelijk nodig hebben. En broeder Pearry zal in Tucson zijn. Wanneer u contact met hem wilt hebben, probeer ons kantoor daar te pakken te krijgen. Het zal op 10, 11, 12 en 13 augustus zijn. Hij had het reeds lang op zijn hart en ik vertelde hem: "Er is slechts één manier om het van je hart te krijgen, ga het doen." En hij is een Christen-broeder, een echte dienstknecht van God. En u mensen in Tucson, ik weet dat u gezegend zult zijn als hij daar ergens predikt, misschien in het Ramada Hotel of waar de Here in een plaats voorziet; hij heeft het hier niet vermeld. Maar ik weet dat u gezegend zult zijn als u komt om broeder Green te horen, zoals hij ons het Woord van God uiteen zet, misschien voor de zieken bidt, of wat er ook in de lijn van Gods zalving ligt om te doen.

6 We willen ook broeder Orman Neville en broeder Mann danken voor deze wonderbare tijd van gemeenschap met hen. Wat ben ik dankbaar om met zulke mannen als broeder Neville en broeder Mann en al die andere predikers hier tezamen verbonden te zijn. Ik veronderstel dat ze erkend zijn. Bent u dit niet door ons bestuur en onze gemeente, dan ben ik er zeker van dat God u hier erkent als Zijn dienstknechten. Moge de Here u altijd zegenen.

7 Nu, er werd mij hier een kleine vraag gesteld, op een briefje dat mij werd gegeven om... Onlangs op een avond had men hier een vergadering van beheerders, over het bestuur van beheerders en diakenen, en ik geloof dat de notulen vanmorgen voor de gemeente zijn voorgelezen. Wat voor ons gebruikelijk is om te doen. In de beslissingen die gemaakt werden door de raad van beheerders en diakenen hier in de gemeente, kunnen ze natuurlijk niet iedereen tevreden stellen. We kunnen dat niet. Ik heb niets te doen met de raad van beheerders of de raad van diakenen. Ik heb zelfs geen stemrecht tenzij het stemmenaantal gelijk staat, dan moet ik hier zijn om het te doen, broeder Orman Neville is dan de tweede die stemt. Dan moeten we het ondertekenen, omdat we een deel van de gemeente zijn. Maar wat de raad van beheerders betreft en de beslissingen die deze besturen nemen, staan wij zeer zeker voor honderd procent achter hen, want daartoe zijn ze gesteld. Bij hun besluiten gaat het tussen hen en God. Ik kan niet, kan niet en zou in geen enkel geval tegen dat besluit willen zijn. En nog iets, door de regering van de Verenigde Staten is het mij verboden enige beslissing omtrent deze zaken te nemen, vraagt u mij dus alstublieft niet hun besluiten te corrigeren. Ik kan het niet doen en ik wil er niets over horen. Ziet u? Vraagt u mij dus niet hun besluiten te corrigeren. Bezoek het bestuur; dat heeft de besluiten genomen. In orde.

8 Nu, in geval van een komende samenkomst is het mogelijk, zo de Here wil, dat ik hier terug zal komen over ongeveer vier tot zes weken of zoiets, voor misschien nog een zondagsdienst. En vanmorgen kondigde ik aan dat ik wilde spreken over God gemanifesteerd in Zijn Woord, en vanavond zal ik geen tijd hebben, en eerlijk, ik heb nauwelijks genoeg stem om het te doen. En dan de menigte, er zijn bijna net zoveel mensen buiten als binnen en misschien wel meer, als we die bussen en vrachtwagens en zo tellen die daar buiten vol zitten met mensen. Aangesloten op het kleine zendstation dat een beetje is opgevoerd zodat we het kunnen horen. Deze kleine golflengte, korte golf vanuit de Tabernakel, kunnen we een stadsblok verder opvangen. En sommige auto's staan vanavond verscheidene stadsblokken ver, geparkeerde auto's, links en rechts, rondom en in de straten rond de Tabernakel. Ik geloof niet dat we zichtbaar ooit meer mensen bijeen gehoopt in en om de kerk hebben gehad dan vanavond. We zijn dus... En velen, velen, velen komen aanrijden en rijden maar weer weg.

9 Het laat dus zien: "Waar het dode lichaam is zullen de arenden vergaderen." En mag ik vanavond tegen u zeggen, in deze kleine groep mensen, het is een internationale bijeenkomst. Praktisch meer dan tweederde van de Verenigde Staten is hier vertegenwoordigd, bovendien vijf buitenlandse naties, zelfs tot Rusland toe en over de verschillende delen van het land. Ver in Venezuela, ginds in Jamaica, van over de verschillende delen van het land zijn de mensen hier, hongerend en dorstend naar God. Wat een geweldige tijd!

10 Ik wil nu, voordat we de Bijbel lezen... en wilt u nu voor mij bidden. Ik zal proberen een kleine boodschap te brengen, zo de Here wil, over het u toe-eigenen van Goddelijke genezing. Want vanmorgen spraken we over redding. En vanavond gaan we een paar minuten spreken over Goddelijke genezing en dan de gebedsrij oproepen en bidden voor de mensen. Terwijl we dit doen, ginds waar u telefonisch bent aangesloten, waar u ook bent, zelfs buiten in de bussen en auto's op een blok of twee van de Tabernakel, wanneer de tijd om voor de zieken te bidden aanbreekt, als u niet in het gebouw kunt komen... Wat u niet kunt, daar ben ik nu van overtuigd, omdat de ingangen overal overvol zijn, hopeloos, en nergens een plek meer, bid daarginds slechts en leg uw handen op elkander. En laat ook iedere prediker, die vanavond telefonisch verbonden is, bidden voor zijn gemeente terwijl de gebedsdienst bezig is. We geloven dat God alomtegenwoordig is, overal. Voor we nu gaan lezen, of...

11 Voor we gaan bidden willen we iets uit Gods Woord lezen. En ik veranderde mijn Schriftgedeelten een poosje geleden, omdat ik de aard van de samenkomst die ik voor vanavond in mijn gedachten had, wilde wijzigen; ik heb het dus een beetje veranderd en moest zodoende mijn Schriftgedeelten wijzigen, ze niet veranderen, maar in een andere volgorde plaatsen, van Goddelijke genezing, zodat de mensen het zouden kunnen begrijpen.

     Laat ons Lukas opslaan, het vierentwintigste hoofdstuk. We beginnen bij het twaalfde vers van het vierentwintigste hoofdstuk en lezen door tot ongeveer vers 34. Het gaat over de opstanding van de Here Jezus.

     Doch Petrus opstaande, liep tot het graf, en neerbukkende, zag hij de linnen doeken, liggende alleen, en ging weg, zich verwonderende bij zichzelf over hetgeen geschied was.

     En zie, twee van hen gingen op diezelfde dag naar een vlek, dat zestig stadiën van Jeruzalem was, welks naam was Emmaüs; (Nu, tien stadiën is 1850 meter, dus het was ongeveer elf kilometer.)
     En zij spraken samen onder elkander over al deze dingen, die er gebeurd waren.

     En het geschiedde, terwijl zij samen spraken, en elkander ondervroegen, dat Jezus Zelf bij hen kwam, en met hen ging.

     En hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden.

     En Hij zeide tot hen: Wat redenen zijn dit, die gij, wandelende, onder elkander verhandelt, en waarom ziet gij droevig?

     En de een, wiens naam was Kleopas, antwoordende, zeide tot Hem: Zijt Gij alleen een vreemdeling te Jeruzalem, en weet niet de dingen, die dezer dagen daarin geschied zijn?

     En Hij zeide tot hen: Welke? (Herinner nu, dit is Jezus Zelf, opgestaan, Die spreekt.) En zij zeiden tot Hem: De dingen aangaande Jezus de Nazarener, Die een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk.

     En hoe onze overpriesters en oversten Hem overgeleverd hebben tot het oordeel des doods, en Hem gekruisigd hebben.

     En wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israël verlossen zou. Doch ook, benevens dit alles, is het heden de derde dag, van dat deze dingen geschied zijn.

     Maar ook sommige vrouwen uit ons hebben ons ontsteld, die vroeg in de morgenstond aan het graf geweest zijn;

     En Zijn lichaam niet vindende, kwamen zij en zeiden, dat zij ook een gezicht van engelen gezien hadden, die zeggen, dat Hij leeft.

     En sommigen van hen, die met ons zijn, gingen heen tot het graf, en bevonden het alzo, gelijk ook de vrouwen gezegd hadden; maar Hem zagen zij niet. (Luister nu! Jezus.)
     En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben!

     Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?

     En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.

     En zij kwamen nabij het vlek, waar zij naar toegingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou.

     En zij dwongen Hem, zeggende: Blijf met ons; want het is bij de avond, en de dag is gedaald. En Hij ging in, om met hen te blijven.

     En het geschiedde, toen Hij met hen aanzat, nam Hij het brood, en zegende het, en toen Hij het gebroken had, gaf Hij het hun.

     En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij kwam weg uit hun gezicht.

     En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, toen Hij tot ons sprak op de weg, en toen Hij ons de Schriften opende?

     En zij, opstaande ter zelfder ure, keerden weer naar Jeruzalem, en vonden de elven samenvergaderd, en die met hen waren;

     Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien.

     En zij vertelden, hetgeen op de weg geschied was, en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods.

12 Laten we nu bidden. Dierbare, genadige Vader, we danken U voor Uw Woord, want Uw Woord is waarheid, Uw Woord is leven. En U, o Heer, en Uw Woord zijn één. Dus bidden wij vanavond, Heer, dat U onder ons wilt komen in de kracht van Uw opstanding en U vanavond aan ons wilt vertonen, zoals bij degenen die uit Emmaüs kwamen, zodat ook wij zouden terugkeren naar onze huizen en zeggen: "Was ons hart niet brandende in ons?" Sta het toe, Heer, het loopt weer tegen de avondtijd. Want wij vragen het in Jezus' Naam. Amen.

13 Ik wil nu spreken aangaande deze Bijbel. En mijn onderwerp vanavond, als het thema, is: Gebeurtenissen verklaard door Profetie. Gebeurtenissen verklaard door Profetie.

14 De Bijbel nu, is een Boek dat verschilt van alle andere gewijde boeken. De Bijbel is een ander soort Boek. Het is een Boek van profetie, dat toekomende gebeurtenissen voorzegt. En het is tevens de openbaring van Jezus Christus. Vanaf Genesis tot Openbaring wordt Hij in al Zijn volheid naar voren gebracht, over wat Hij was en is. En het volledige complete Boek; in Openbaring 1:1-3 staat dat het Boek een Boek is over "de openbaring van Jezus Christus", hetwelk het Woord van God is. "De openbaring van Jezus Christus", het Woord van God!

15 Welnu, alle andere boeken, gewijde boeken, zijn slechts een voorschrift van zedenleer, een morele code of een voorschrift van theologie. Iets dat... Hoevelen hebben ooit de Koran gelezen, de Mohammedaanse bijbel, en het boek van de Boeddhisten, enzovoorts? Het is precies een voorschrift van zedenleer, wat mensen moeten naleven, hoe ze zouden moeten leven, maar het profeteert niet, het zegt niets over deze dingen of over enige speciale gaven die aan iemand gegeven zijn, of van iets dat zal plaatsvinden. Het is net zoals lid worden van een vereniging of zoiets. Daarom, wanneer kerken tot het punt komen dat zij hun kerk maken tot slechts een vereniging om bij elkaar te komen, dan zijn ze volslagen van Gods Woord af.

16 Want de Bijbel is een levend, voorzegd getuigenis van Jezus Christus. En zoals de aarde tot haar volheid is gegroeid en ook wijnstokken tot volle wasdom groeien, de dag tot haar volheid komt, werd de Bijbel in Zijn volheid in de Persoon van Jezus Christus gemanifesteerd. Hij was Gods Woord geopenbaard, het hele complete boek van verlossing. De Bijbel is Gods Woord, dat de toekomstige gebeurtenissen voorzegt. Degenen die het geloven, wordt door de Schrijver bevolen het te lezen en ieder woord, niet slechts een deel ervan, te geloven. Door één woord niet te geloven... u kunt wel ophouden met proberen... totdat u dat Woord gelooft. Ieder Woord is absoluut een deel van de almachtige God. God gemanifesteerd, verstrengeld in Zijn Woord, om te tonen Wie Hij is. Ons wordt als gelovigen bevolen ieder Woord ervan te geloven. En het is door de Auteur van God Zelf geschreven. Niemand kan er iets aan toevoegen of er iets van afnemen. Als u het deed, zou het een wangestalte van God zijn. Het zou misschien zoals zes vingers aan een hand zijn, of drie armen of zoiets, door iets toe te voegen; en door er iets van af te nemen zou het een arm te kort, een vinger te kort hebben. Het is het complete lichaam van Jezus Christus. En in Christus, Die de Man is, de Bruidegom, is de bruid eveneens in Hem vertegenwoordigd. En deze twee zijn één. "In die dag zult u weten dat Ik in de Vader ben, de Vader in Mij, Ik in u en u in Mij." Wat een volledig beeld!

17 En de ware gelovigen in dit Woord, die het op die wijze accepteren, geloven het en wachten met geduld op Zijn geprofeteerde beloften tot elk ervan wordt gemanifesteerd in zijn tijdperk. Iedere gelovige heeft er naar uitgekeken. Iedere gelovige die reikhalzend uitkeek, is degene aan wie het geopenbaard is.

18 Kijk nu in de dagen van de komst van de Here Jezus. Waarom herkenden die mensen Johannes niet, als de Bijbel duidelijk door Jesaja zei: "Er zal een stem zijn van een die roept in de woestijn: 'Bereid de weg des Heren.'"? Hun laatste profeet die ze hadden, hetwelk Maleachi 3 was, zei: "Zie, Ik zend Mijn boodschapper voor Mijn aangezicht om de weg te bereiden." Waarom zagen zij het niet? Omdat ze zagen op iets wat geweest was, hun gedachten baserend op een of andere boodschap die vroeger was uitgebracht, misten ze in de tijd waarin ze leefden de tegenwoordige manifestatie van God te zien.

19 En Christenen, waar dan ook, dit is precies hoe de wereld er vanavond bijstaat. Ontegenzeggelijk is dat de waarheid! Christenen trachten overal terug te blikken naar een of ander voorschrift van zedenleer, dat meneer Luther schreef, of meneer Wesley, Sankey, Finney, Knox, Calvijn, waar geen van ons kwaad over kan spreken, maar dat was in een vorige dag.

20 De Farizeeën keken terug om te zien wat Mozes zei en ze zeiden: "We hebben Mozes. We weten niet vanwaar Gij komt."

21 Maar bedenk, toen Mozes verscheen, wisten ze niet vanwaar hij kwam. Zie? En nu... Geen wonder dat Jezus tegen hen zei: "Jullie versieren de graven van de profeten en jullie zijn het die ze daarin stopten." Nadat hun boodschap voorbij is! Een boodschap gaat uit, de mensen zien het, ze maken het bespottelijk (de wereld doet dat). En wanneer de boodschapper is geëindigd en de boodschap is gebracht, dan bouwen ze een denominatie op de boodschap. En daar, precies daar sterven ze om nooit meer tot leven te komen.

22 Kijk slechts een ogenblik, tot enkelen van u mensen, en ik spreek in het bijzonder tegen u, Katholieken. Beseft u, hebt u ooit de werkelijke geschiedenis, de geschiedenis van de Rooms-katholieke kerk gelezen? Hoe in uw geschiedenis der martelaren – sinds de heilige Augustinus van Hippo – zoveel miljoenen onschuldige mensen door de kerk ter dood zijn gebracht! Ik ben het vergeten, kan het juiste aantal niet noemen, maar het loopt in de miljoenen, sinds de heilige Augustinus van Hippo, in Afrika, een verklaring uitvaardigde dat het absoluut Gods wil was om ieder die tegen de Rooms-katholieke kerk protesteerde ter dood te brengen. Beseft u dat daarin de heilige Patricius nooit als een Rooms-katholiek werd erkend, dan na zijn dood? Hij protesteerde tegen de paus en tegen al wat hij deed en de Katholieke kerk zelf doodde tienduizenden van zijn kinderen. Wist u dat de Katholieke kerk Jeanne d'Arc, die kleine heilige vrouw, verbrandde op de brandstapel, omdat men zei dat ze een heks was? Tweehonderd jaar later, toen ze erachter kwamen dat het verkeerd was, groeven zij de lichamen van de priesters op en wierpen ze in zee, zonder ze in de geheiligde grond te begraven, om boete te doen.

     Laat de dag niet over uw hoofd voorbij gaan, wees niet dwaas.

23 Wat zouden die priesters vanavond niet graag naar voren zijn gekomen, die Jezus veroordeelden. Alleen hebben zij nooit de voorzegging voor dat uur gezien. Indien zij... Jezus zei: "Doorzoek de Schriften, want daarin denkt u", of liever, "maakt u aanspraak op eeuwig leven, en de Schrift vertelt u Wie Ik ben", voor dat uur.

24 Merk op, de Bijbel kan niet falen. Eén ding kan het Woord van God niet, en dat is falen, want het voorzegt de handelingen van de Auteur voordat Hij het doet.

25 Welnu, er is een kans van één op de duizend dat iemand een voorspelling kan doen dat het een of ander zal gaan gebeuren, en dat het zou uitkomen. Maar wanneer hij vaststelt wáár het zal gaan gebeuren, brengt hem dat terug tot misschien een kans van één op de tienduizend. Indien hij de dag zegt waarop het zal gebeuren, brengt dat het terug tot een kans van één op ongeveer een miljoen. En aan wíé het zal gebeuren, brengt het terug tot één uit miljarden mogelijkheden.

26 Maar deze Bijbel vertelt u precies naar wie, wanneer, waar en waarnaar te kijken en heeft nooit één keer gefaald. Daarom, niet lang geleden in een kleine discussie met een priester van de "Heilig Hart"-kerk, hier vlakbij; hij zei: "Meneer Branham, u probeert te argumenteren over een Bijbel." Hij zei: "Dat is de geschiedenis van de kerk."

     Ik zei: "Het is geen geschiedenis, het is God Zelf in drukvorm."

     Hij zei: "God is in Zijn kerk."

27 Ik zei: "God is in het Woord. En laat alles tegengesteld daaraan, een leugen zijn. Want Hij zei: 'Laat Mijn Woord waar zijn en ieder mensenwoord een leugen.'"

     Hij zei: "We moeten niet argumenteren."

28 Ik zei: "Ik vroeg u nooit om te argumenteren, maar de Bijbel zegt wel: 'Komt, laat ons tezamen overleggen.'" Ja zeker.

29 Het voorspelt de handelingen van de Auteur voordat Hij ze uitvoert. Door dat te vertellen maakt het daarom dat iedere man en iedere vrouw zonder enig excuus voor het gericht komt. Wanneer u neemt wat de Methodist ervan zegt, wat de Baptist erover zegt, wat de Katholiek zegt, wat de Pinkstermens zegt, of welke andere kerk ook, zult u weleens enkele teleurstellingen kunnen ontmoeten op de oordeelsdag. Maar wanneer u slechts let op wat de Bijbel zegt dat zal gaan gebeuren, dan zult u, wanneer het gebeurt, herkennen wat er gebeurt.

30 Nu, het is niet direct eenvoudig zichtbaar zodat alle mensen het kunnen zien, want Jezus dankte God dat Hij het voor de ogen van de wijzen en verstandigen verbergt en het aan kinderkens, dezulken die zouden willen leren, zou openbaren. Denk eens aan de almachtige God Die zetelt in Zijn eigen Woord, met macht om de rijken en schaamtelozen te verblinden en Die de ogen van de geschoolde geleerden verblindt zodat ze Hem niet kunnen zien, en de ogen opent van de armen en ongeletterden.

31 Let op deze mensen van Emmaüs; Hij zei dat hun begrip van Hem van hen werd weggehouden. Zij praatten de hele dag met Hem en wisten zelfs niet Wie het was. God kan dat doen, want Hij is God.

32 Dat is precies wat Hij deed met die priesters, die schriftgeleerden, omdat het stond geschreven dat Hij dit moest doen. God verblindde hun ogen opdat wij een kans zouden hebben. Merk op, zij konden niet zien, het gaf niet hoe goede geleerden, of hoe goede priesters zij waren, wat zij gedaan hadden, ze konden het desondanks niet zien, omdat ze blind waren. Hun lichamelijke gezichtsvermogen kon perfect zijn. Maar hun geestelijk gezichtsvermogen!

33 Hetzelfde probeerde ik vanmorgen te zeggen over het overspel van vrouwen, die zich kleden op de manier zoals ze nu doen. Ze zijn overspeligen. Telkens wanneer ze sexy uitziende kleding aantrekken, zijn zij in Gods Boek schuldig aan overspel; hun ziel, en weten het niet. Ik geloof dat velen van die vrouwen, duizenden, onschuldig zijn en geenszins overspel zouden willen plegen. En de arme vrouwen, met iemand die hen zo laat begaan zonder het aan de kaak te stellen en de waarheid te vertellen, plegen overspel. Waarvan de Bijbel zegt: "De hoer die zit op vele wateren, met wie alle koningen van de aarde en de volkeren van de aarde, de kerken enzovoort, geestelijk overspel pleegden. En zij was de moeder der hoeren", denominaties.

34 Wij letten op de Bijbel, want God laat ons niet in duisternis. Hij zond de Bijbel om ons de gebeurtenissen te voorzeggen voor ze gebeuren, en zelfs de aard en de tijd dat ze zouden komen.

35 Welnu, het is zoiets als naar een kalender kijken om te zien welke dag het is. Als u denkt, zeg dat dit... "Is dit zaterdag, zondag, wat is het?" Kijk op de kalender. De kalender zal u vertellen welke dag het is. Wanneer u de handelingen van de mensen ziet; misschien gaan ze naar de kerk, u ziet de... u hoort de klokken luiden, dan vraagt u zich af welke dag het is. Kijk op de kalender; die zal u vertellen welke dag het is.

36 En wanneer u de kerk werelds ziet worden, zoals in de dagen van Sodom, u ziet de kerkwereld allemaal 'de god van deze boze eeuw' gaan aanbidden, en u ziet dan een kleine minderheidsgroep die zich verzamelt onder de inspiratie van God en die opnieuw het leven van Jezus Christus voortbrengt, wat volgens de Schriften wordt verondersteld te gebeuren; dan weet u in welk uur u leeft.

37 Deze Bijbel voorzegt door profetie in welke dag wij leven en in welke tijd we leven en wat voor een soort gebeurtenissen zou moeten plaatsvinden. Het voorzegt het tot de letter nauwkeurig en heeft het al die tijd in geen enkele eeuw ooit mis gehad. Niet één keer zat het er ooit naast en het zal het ook niet, want wie voorbestemd zijn om het te zien, zullen het zien. Jezus zei: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij Mijn Vader hem trekt en al wat de Vader Mij gegeven heeft, zal komen." Het is het Woord dat zich verenigt met het Woord. Het kan niets anders doen. We weten het, de dag waarin we leven.

38 Maar, zoals het in elke eeuw geweest is, de mensen laten iemand hun eigen interpretatie geven aan dit Woord en dat maakt dat ze verblind worden voor de gebeurtenis die geschied is. Hetzelfde gebeurde met de Farizeeën en Sadduceeën. Zelfs toen Paulus daar stond en de Schrift trachtte aan te halen en een man hem in het gezicht sloeg omdat hij de hogepriester een witgepleisterde muur noemde. En toen faalden ze te zien hoe God Zijn geprofeteerde Woord bevestigde.

39 Ziet u, de Bijbel spreekt Zichzelf niet tegen; de Bijbel is God. Er is geen tegenspraak in God, Hij is volmaakt.

40 Maar de mensen, met hun eigen interpretatie! Let nu op, laat mij u wat tonen, vrienden. De kerken kunnen het niet met elkaar eens worden over de interpretatie ervan. De Methodist kan het niet eens worden met de Baptist, de Baptist met de Presbyteriaan, de Presbyteriaan met de Pinkstermensen. En met ongeveer veertig verschillende Pinksterorganisaties kunnen zij het niet met elkaar eens worden. U ziet dus, dat zou weer Babylon worden, verwarring.

41 Maar God geeft Zijn eigen uitleg van Zijn Woord. Hij beloofde dit en doet het dan Zelf. Hij geeft Zelf de uitleg ervan, omdat Hij Zichzelf in dat uur bekendmaakt. Hoe ver is het lichaam van Christus gevorderd, van de voeten tot het hoofd!

42 Merk op, dit is dan de reden dat deze mensen het misten: omdat ze luisteren naar wat iemand anders erover zegt, in plaats van het Woord te lezen zoals Jezus hun zei te doen: "En zij zijn het die van Mij getuigen. Doorzoek de Schriften, daarin meent Gij eeuwig leven te hebben en zij zijn het die van Mij getuigen." Met andere woorden, luister: "Wat? Lees de Schriften en zie wat de Messias werd verondersteld te doen. Zie in welke tijd de Messias zou moeten komen. Kijk, wie de voorloper van de Messias zou zijn. Kijk naar het uur. Er zal een stem moeten zijn die roept in de wildernis, Johannes. En u hebt met hem gedaan wat u wilde. Kijk wat Ik werd verondersteld te doen, als Ik kwam. En nu, wat hebben jullie gedaan? Heb Ik gefaald hieraan te voldoen?" Zie, Jezus Die spreekt: "Heb Ik gefaald hieraan te voldoen?"

43 Merk op, naarmate we vanmiddag door de Schriften heenkomen, hoe dat alles wat van Hem geprofeteerd werd precies gebeurde op de wijze dat het zou moeten zijn. Zij behoorden deze gebeurtenis geweten te hebben. "Deze fanatieke jongeman stond op, ongeveer drieëndertig jaar oud en... of dertig jaar, en kwam daar en beweerde allerlei lichten en duiven te zien opstijgen. En waarom, het was gewoon een schande." Ze zeiden: "Hij was uit onwettige ouders geboren, beweerde dat Hij geboren was uit een maagdelijke geboorte."

44 Hadden ze niet moeten weten dat Jesaja zei, in Jesaja 9:6: "Een kind is ons geboren?" Moesten ze ook niet weten dat de profeet Jesaja zei: "Een maagd zal zwanger worden"? Ze hadden deze dingen eigenlijk geweten moeten hebben. Maar ziet u, het geval was dat ze het ergens ver in de toekomst plaatsten. En deze Man beantwoordde volgens hen niet aan de specificaties. Maar Hij vroeg hun: "Doorzoek de Schriften, want daarin denkt u eeuwig leven te hebben en zij zijn het die voor Mijn Boodschap getuigen." Niet wat sommige theologen zeiden, maar wat God (Zijn eigen Woord) zei dat er zou plaatsvinden! Amen!

45 Zo is het nu! Doorzoek de Schriften, want zij zijn het die ons het uur vertellen waarin wij leven, die ons precies vertellen wat in deze dag zal plaatsvinden. Zij zijn het, waarop u zou moeten vertrouwen, want zij zijn het die getuigen van de Persoon van Jezus Christus. Want de Bijbel zei, dat "Hij gisteren, heden en voor eeuwig Dezelfde is", omdat Hij de openbaring van het Woord van het tijdperk is. Anders kan het niet zijn.

46 Daarom, door te luisteren naar iemands uitleg, terwijl zij de bevestiging van Gods Woord vervuld zien, falen zij om het te zien. Het is steeds bezig te gebeuren, maar omdat ze luisteren... En Jezus zei: "Zij zijn blinde leidslieden." En als de blinde de blinden leidt, wat gebeurt er dan met hen? Welnu, bedenk, de Bijbel voorzegt dat dit kerkelijke tijdperk van Laodicéa blind was. Zij hadden Hem buiten de kerk. Er is geen ander tijdperk, geen enkel gemeentetijdperk, waarin Jezus buiten stond. Maar in het Laodicéaanse tijdperk stond Hij buiten, terwijl Hij probeerde weer binnen te komen: "Ik sta aan de deur en klop." Hij wordt verondersteld binnen te zijn. Maar Hij zei: "Omdat gij zegt: 'Ik ben rijk, heb mij verrijkt, en heb aan niets gebrek', en weet niet... gij wéét niet dat gij blind zijt en de blinde leidt, arm in de geest, ellendig, jammerlijk, naakt en weet het niet." Wat een... Wanneer een man naakt op straat liep, jammerlijk, blind, en u wist dat hij genoeg verstand had zodat u hem kon vertellen dat hij naakt was, dan zou hij proberen er iets aan te doen. Maar wanneer hij zijn hoofd schudt en zegt: "Ik hoef het niet. Wie bent u om mij te vertellen wat te doen? Ik weet waar ik sta." Welnu, als dat geen erbarmelijke toestand is, dan weet ik het niet meer. En dit is precies de toestand waarin de God van deze Bijbel zei dat de kerk zou zijn in deze boze eeuw, precies nu, in het laatste gemeentetijdperk waarin wij leven.

47 Maar tot de mensen, merk op: "Zo velen Ik liefheb, die berisp Ik." Nu, als u door de Here berispt wordt over wat u doet, laat het dan los! Ga er van weg. "Al wie Ik liefheb, die berisp Ik."

48 Nu, terwijl ze God zagen, wat als deze Farizeeën zouden zeggen: "Wacht even, deze Man daagt ons behoorlijk uit. Hij zei: 'Doorzoek de Schriften, want daarin denkt u eeuwig leven te hebben; zij getuigen van Mij.' Ik kan maar beter in de Schriften nakijken en uitvinden wat Hij wordt verondersteld te doen, Wie Hij is, wat eigenlijk plaats moet vinden. Ik zou het moeten nakijken om erachter zien te komen"? In plaats daarvan gingen ze naar de priester en vroegen hém: "Hoe zit het daarmee?" Ziet u het verschil? Zij hadden het Woord moeten lezen.

49 In Hebreeën 1:1 zei de Bijbel: "God, voortijds", dat betekent 'in vroegere tijden', "en op velerlei wijze, schreef de Bijbel door de profeten." Let nu op, Hij schreef de Bijbel op Zijn Zelf gekozen manier, zie? Hij hoefde het niet op die manier te schrijven, noch hoefde Hij de mens door bloed te redden. Hij hoefde het Evangelie niet door de mens te laten prediken; Hij kon de zon of de maan of de sterren het Evangelie laten prediken. Hij had de winden het Evangelie kunnen laten neuriën. Maar Hij verkoos de mens! En Hij koos de manier waarop Zijn Woord kwam en dat was door Zijn profeten, die voorbeschikt en voorbestemd waren, om een deel van Gods Woord te zijn, die de openbaring van Zijn Woord voor dat tijdperk en die tijd bekend maakten. "Want het Woord van God kwam alleen tot de profeten." Het komt nooit tot een theoloog. Toon het mij uit de Schrift. Het komt slechts tot profeten. God kan niet liegen. God schreef de Bijbel dus door Zijn verkozen methode en Zijn Zelfgekozen profeten; niet de profeten die de mens had gekozen, maar de profeten die God had gekozen.

50 Dan kijken de gelovigen uit naar de vervulling van wat hun profeet heeft gezegd en dat is de identificatie dat zij Gods profeten zijn. Allereerst omdat zij geïnspireerd zijn. Vervolgens blijven ze precies bij het Woord van het uur. Dan zijn dat zijn geloofsbrieven. Ziet u, we hebben dit verleden zondag doorgenomen. Vele valse profeten zullen opstaan. En we hebben de illustratie gegeven hoe Bileam en Mozes beiden gezalfd waren met dezelfde Geest. De één zei: "Wij zijn allen één. Laten we bij elkaar komen, onze meisjes en alles tezamen brengen. We hebben hier knappe meisjes en jullie jongens, kom hierheen en neem een aardige vrouw. Dat is in orde. We zijn tenslotte allemaal één volk, hetzelfde ras." God vergaf het hun nooit. Zij luisterden daarnaar.

51 Ziet u, de wereld en de mensen kijken uit naar een of andere kleine uitweg, een weggetje eromheen, of om een beetje af te snijden, maar er zijn geen afsnijwegen in het Woord van God. Er is één patroon. U moet uzelf bijsnijden en in dat patroon laten passen. Niet proberen het patroon bij te knippen zodat het u past. Iedereen moet dat doen. En dat is de enige manier waarop God het doet.

52 Merk nu op, dat de gelovigen wachten op het bekrachtigd worden van dat Woord, ziet u. Het was niet door mensen geschreven, maar door de Here God, daarom is het geen boek van mensen.

53 Iemand zei: "Het is slechts een of ander oud Hebreeuws geschrift." Zouden de Hebreeën een brief schrijven, die hen veroordeelt? Zou die fijne natie van Joden, met hun eigen stijl en beschaafdheid, zouden ze hun eigen onrechtvaardigheden opschrijven, en zichzelf schuldig verklaren? Zeker niet. Over hun eigen zonden vertellen, hoe zij overgingen tot afgoderij, hoe zij overspel pleegden tegen Gods Woord? Nee, nee, dat zouden ze nooit vertellen, die trotse natie.

54 Het is geen boek van mensen, het is een Boek van God. En de man die de visioenen ziet of de stem van God hoort, begreep het in vele gevallen menigmaal zelf niet. Zie? De mens schreef de Bijbel niet. God schreef de Bijbel. Het is niet... Het is geen boek van een mens, het is Gods Boek. Het zijn Gods gedachten uitgedrukt door menselijke lippen. Dat is wat het de Bijbel maakt. Een gedachte uitgedrukt, is een woord. En in den beginne was Gods gedachte, Hij drukte het uit door de lippen van Zijn profeten en bevestigde het door Zijn dienstknechten. Begrijpt u? Let op.

55 God maakt Zijn eigen keuze door voorbestemming, kiest de profeten voor iedere eeuw. Merk het op, Hij maakt de natuur van die profeet zo, dat hij in dat tijdperk past. Zie, Hij maakt zijn manier van leven passend, wat hij ook doet. Hij maakt hem bekwaam of hij ontwikkeld is of niet. Hij geeft passende gaven, de wijze waarop hij zal prediken, de gaven die hij zal hebben. En de Boodschap voor dat bepaalde tijdperk; God heeft dit bepaalde voorbestemd om te gebeuren en niets anders kan die plaats innemen. Ongeacht wat het is, hoeveel menselijke prestaties, niets kan die plaats innemen. Hij heeft de man voorbestemd, misschien wel een onontwikkelde man. Hij zou Zich een ander soort man hebben kunnen voorbeschikken. Wat hij ook is, God geeft hem zijn klasse, zijn gaven, geeft hem zijn natuur, zijn stijl en wat het ook is, hoe hij zichzelf uitdrukt, en wat hij ook doet. Hij maakt de man van het uur om de mensen van het uur te bereiken. Zo is het. Hij doet het.

56 Aan het einde van ieder tijdperk, wanneer de kerk zich naar de wereld en de zonde heeft gekeerd, en leunt op menselijke uitleg van het Woord. Zoals altijd zijn ze aan het einde van het tijdperk door hun theologen en priesters telkens in zo'n verwarring geraakt, dat het altijd een knoeiboel is. Hun uitleg is altijd verkeerd, niet één keer heeft het ooit gefaald om verkeerd te zijn. En niet één keer heeft Gods Woord ooit gefaald om juist te zijn. Dat is het verschil.

57 Nu, ziet u, God Zelf schreef de Bijbel. God kan spreken. Mozes zei, dat Hij tegen hem sprak. Jeremia zei: "Hij legde woorden in mijn mond." En God kan schrijven. Hij schreef de tien geboden met Zijn eigen vinger. Hij schreef op de muren van Babylon. En bedenk, alleen al in het Oude Testament zei de profeet tweeduizend keer: "ZO SPREEKT DE HERE!" God kan spreken, God kan schrijven. Zeker. Bijna negentig procent van Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes, bestaat uit de woorden van God Zelf, Jezus Christus Die spreekt. Dus als God kan schrijven, als God kan lezen, als God kan spreken, kan Hij anderen dan niet hetzelfde laten doen? Zei Hij niet tegen Mozes: "Wie maakt de mens stom of wie geeft hem de spraak?" God schreef de Bijbel door de profeten. Dat is Zijn manier van doen.

58 Telkens, wanneer de kerk nu in de war raakt (en God wist dat ze dat zouden raken, want Hij wist alles van tevoren), heeft Hij daarom voor dat tijdperk Zijn bepaalde profeet klaar om Zijn uitverkorenen te roepen met Zijn betuigde Woord van tekenen en wonderen en bevestiging van Zijn Woord, "het Woord bevestigend met tekenen die volgen", zoals Hij beloofde. Hij geeft de ware uitleg nadat de profeet zelf betuigd is.

59 Allen, behalve de uitverkorenen tot wie hij gezonden is, haten hem. Nu, onderzoek ieder voorbeeld en kijk of het waar is of niet. Slechts degenen tot wie Hij gezonden is! "Hij kwam tot de Zijnen en de Zijnen hebben Hem niet ontvangen; maar zo velen Hem aannamen, hun heeft Hij macht gegeven om zonen van God te worden." Merk op, geen... elk onderzoek van het Woord, in ieder voorbeeld, en aan het einde van ieder tijdperk of hoogtepunt of tijdsovergang, zoals ik er vele malen over gepredikt heb.

60 Kijk naar Noachs tijdperk, bij de climax vóór het oordeel. Wat gebeurde er? Noach; alleen zijn eigen gezin geloofde de man. De rest bekritiseerde hem. En de hele wereld werd vernietigd.

61 In de dagen van Abraham geloofde alleen Abrahams groep. Toen de engelen naar Sodom gingen en predikten, kwamen slechts Lot en zijn vrouw en twee dochters eruit en zij keerde zich om en werd een zoutpilaar.

62 In Mozes' dagen kwamen alleen de uitverkorenen van Israël eruit. En Farao haatte hem.

63 In Elia's dagen haatte bijna iedereen hem, behalve zevenduizend man; ieder van hen haatte hem, de hele natie.

64 In Jeremia's dagen, wel, zij wierpen onrijpe vruchten naar hem en noemden hem een fanaticus, omdat hij voor zoveel dagen op zijn ene zij lag, en op de andere zij, en dingen nam en symbolen maakte. Ze haatten hem.

65 De profeet Jesaja veroordeelde dat geslacht zozeer, dat ze hem met een zaag in tweeën zaagden. Dat is waar.

66 Johannes de Doper. "Hij was daarginds een wildeman, een of andere schreeuwende waanzinnige."

     Allen behalve die discipelen, die hij als een gemeente aan Jezus Christus voorstelde. Daar is het. Johannes maakte een volk gereed. Hoeveel had hij er? Je kon ze op je vingers tellen... op uw vingers aan beide handen, hoeveel Johannes er aan Jezus voorstelde toen Hij kwam. Nu, hoe zal het zijn bij Zijn tweede komst? Denk eens in.

67 Maar wanneer de ware Bijbel-gelovigen het Woord voor dat tijdperk zo openlijk betuigd zien, geloven ze. Er is geen manier om ze ervan af te houden het te geloven. Ze verzegelen zelfs hun getuigenis met hun bloed. Ze geloven het. Het is dan, het is voor hen, de voorbestemden voor dat bepaalde tijdperk, die zien en geloven.

68 Anderen kunnen het gewoon niet zien, ze zijn verblind. Nu, u zegt: "Ze kunnen het niet zien." Nu, zoals Bileam, waarom kon Bileam dat niet zien? Hij was een gezalfde profeet. Waarom kon Farao het niet zien? Toen hij Gods hand zag neerkomen en daar wonderen zag uitvoeren, verhardde het slechts zijn hart. Is dat waar? Waarom kon Dathan het niet zien, zelf een Jood? Was daar regelrecht door de Dode Zee gekomen, at iedere avond het manna dat vers gevallen was en kon het nog steeds niet zien. Waarom zag Korach het niet? Waarom zag Kajafas het niet? Hij was in die tijd de voornaamste religieuze man van de wereld. Waarom zag hij niet dat dat de Messias was? Waarom zag Judas het niet? Judas was zelfs bij hen, wandelde met hen, verrichtte wonderen met hen. Maar het Woord moest in vervulling gaan. De Bijbel zegt: ze zijn daartoe verwekt om die plaats in te nemen. Ze waren verwekt voor dat doel. Dat is waar. Romeinen 8 zegt het.

69 Nu, de gelovigen kunnen zien dat het Woord is vleesgemaakt in hun generatie; God Die spreekt. Welnu, die echte ware gelovigen, die zevenduizend (of waren het er zevenhonderd?) in de dagen van Elia. Zevenduizend is goed. In Elia's dagen waren er zevenduizend uit ongeveer twee of drie miljoen, die zagen dat dat waar was. Nog niet eens een honderdste van de mensen. Maar ze zagen dat het waar was. Ze zagen God gemanifesteerd. Die oude weduwe, waar Elia naar toe gezonden werd, zij ging die stokken halen om een koek te maken; ze had net genoeg om voor zichzelf en haar zoon een koek te maken en dan te sterven. Maar let op Elia, hij zei: "Maak er eerst een voor mij. Want ZO SPREEKT DE HERE, het vat zal niet leegraken en ook zal de kruik niet opdrogen tot de dag dat de Here God regen op de aarde zendt." Geen vraag; ze ging gelijk heen om de koek te maken en gaf het hem! Hij had gezegd: "Maak eerst de mijne en maak er dan een voor u en uw zoon." Want zij luisterde naar die man en lette op hem; ze was een voorbestemd zaad!

70 Velen van hen zeggen: "Daar is die oude zonderling weer. Door hem is Gods vloek op ons. Onthoud, Elia," zeiden ze, "jij bent degene die Israël moeite veroorzaakt."

71 Hij zei: "Jullie zijn het, die Israël in moeite hebben gebracht." Ziet u wie God... Wiens Woord Hij betuigde? Zijn eigen Woord.

72 Nu, de Bijbel zegt, dat de ongelovige voor dit doel werd verwekt, maar wanneer... de ongelovige. Maar wanneer nu de ware gelovige het Woord van dat tijdperk vlees kan zien worden, God Die spreekt door menselijke lippen en dan precies doet, wat Hij zei dat Hij doen zou, maakt dat de zaak vast!

73 Let nu op de rest. Kijk niet uit naar tekenen. Als u naar tekenen uitkijkt, zult u net zo zeker als de wereld voor de gek worden gehouden. Valse profeten zullen opstaan en tekenen en wonderen tonen, die, als het mogelijk was, de uitverkorenen zullen misleiden. Let op het Woord. Kijk naar deze priesters, deze profeten, terwijl de Hebreeuwse profeet daar staat. Zedekia, met twee reusachtig grote horens, die zegt: "Ik ben een door God verordineerde profeet." Dat is waar. "Ik heb hier driehonderd negenennegentig bij me, en de Heilige Geest is op ons, bevestigend en zeggend dat dat land ons toebehoort. Laat ons optrekken en het nemen. En door deze horens, Achab, zult u de vijanden van onze grond jagen, want God heeft ons het grondgebied gegeven."

74 Let op die religieuze man, die goede man, Josafat, die zei: "Hebt u er niet nog één?"

75 "Nog één? Vierhonderd stemmen met elkaar in!" Hij antwoordde: "Ja, er is er nog een in de buurt, maar ik haat hem." Hij zei: "Hij gaat altijd tegen ons allen tekeer en vertelt ons wat een grote zondaren we zijn en alles. Ik haat hem! Het is Micha, de zoon van Imla."

76 Hij zei: "O, laat de koning zoiets toch niet zeggen. Ga hem halen en laten we horen wat hij zegt."

77 Dus brachten ze hem daarheen. Hij zei: "Geef me deze nacht en ik zal zien wat de Here hierover zegt."

78 Achab zei: "Ik bezweer u, vertel me niets anders dan de waarheid."

79 En de man die kwam zei: "Welnu, als je in goede gemeenschap terug wilt keren, zeg dan precies eender als wat de rest van hen zei."

     Micha zei: "Ik zal slechts zeggen wat God zegt." Zie?

80 En de volgende ochtend traden ze te voorschijn. De koningen deden hun gewaden aan, zetten zich in de poort, al de hoogwaardigheidsbekleders. De profeet stond daar en zei: "Nu, fanatiekeling, wat zeg jij hierover?"

81 Hij zei: "Trek maar op. Maar ik zag Israël verstrooid als schapen die geen herder hebben."

82 Hij sloeg... met zijn hand en sloeg hem op zijn mond. De profeet sloeg de profeet op zijn mond. Welnu, die beide gezalfde profeten stonden daar en profeteerden, vierhonderd tegen één, dat zag er aardig sterk uit. Nu, in de veelheid der raadslieden ligt niet altijd veiligheid. Het hangt ervan af waar zij over beraadslagen, wat hun raad is. Voor de koning was daar geen veiligheid en hij nam die menigte der raadslieden als de juiste aan. Maar indien hij slechts even gestopt was en de schriftrol had uitgerold om te kijken naar wat Elia pas gezegd had...

83 Toen kon Micha niets zeggen. Hij wist het niet, want misschien had God het hem vergeven. Maar eerst, omdat hij een profeet was, ging hij tot God om uit te vinden wat God zei. En hij vond uit wat God zei. Hij zei: "Ik zag God op een troon zitten en Hij had al Zijn hemelse raadslieden om Zich heen verzameld en zei: 'Wie kunnen we vinden om naar beneden te gaan en te zorgen dat Achab hier naar voren treedt, hoe kunnen we anders de profetie die over hem is uitgesproken vervullen?'"

84 Ziet u, profetie, Elia had reeds gezegd: "De honden zullen uw bloed likken."

85 En dus zei hij dat hij "een leugengeest van beneden zag opkomen, die opkwam en voor Hem stond en zei: 'Ik zal naar beneden gaan en in zijn profeten komen, Achabs profeten, en ze een leugen laten profeteren.'"

86 Welnu, God wist dat die mannen zo opgeblazen waren en zo vol theologie zaten, dat ze dachten dat ze in alles gelijk hadden. Zij hadden het Woord van dat uur nooit opgemerkt. God zei dus: "Je zult succes hebben, ga maar." En toen Micha dat zei, veroorzaakte het dat ze onder een boze geest gingen profeteren. Ze zouden het snoer uit de telefoonaansluiting hebben gerukt of de radio afgezet, of van alles gedaan hebben; toen ze dat tegen zich hoorden keren, stonden ze op en liepen weg. Maar kijk wat er gebeurde. Micha nu, moest zijn visioen vergelijken met het geschreven Woord, daarom wist hij het.

87 Hij zei: "Wanneer ik kom... Stop die man in de gevangenis, geef hem water en brood van verdrukking. Wanneer ik terugkeer zal ik met hem afrekenen."

88 Hij zei: "Indien gij inderdaad terugkomt, heeft God nooit tot mij gesproken." Dat is wanneer hij weet dat zijn visioen precies past bij ieder Woord voor dat uur. Het was Achabs tijd.

89 Broeder, zuster, dit is het uur en de tijd van het wegroepen uit Babylon. De avondlichten zijn hier. Wandel in het licht, terwijl het licht is. Merk op: de gelovigen zagen het Woord gemanifesteerd en geloofden het. Jezus zei: "Mijn schapen kennen Mijn stem, Mijn Woord, Mijn tekenen van het tijdperk. Een valse zullen ze niet volgen."

90 Laat ons nu tot onze tekst keren, want ik zie dat ik ervan afdwaal, ik wil sterk de nadruk leggen op die gebedsrij. Laat ons terugkeren tot de tekst die we hier nu voor een ogenblik in beschouwing nemen. Wel, zoals gewoonlijk zal het weer gebeuren zoals altijd.

91 God zond Zijn profeet Johannes, zoals Zijn Woord had gezegd, beloofd in Maleachi 3: "Ziet, Ik zend Mijn boodschapper voor Mijn aangezicht, om de weg te bereiden." Johannes getuigde hetzelfde. En we ontdekken ook in Jesaja 40:3, dat Jesaja zei: "Er zal een stem van een profeet zijn, een die roept in de wildernis: 'Bereid de weg des Heren.'" Zie? Al die profetieën! En kijk, merk snel op, de Schrift identificeerde hem.

     Toen ze zeiden: "Wie bent u? Bent u de Messias?", zei hij: "Ik ben het niet."

     "Bent u Jeremia? De profeten, of een van hen?"

92 Hij zei: "Nee. Maar ik ben de stem van een die roept in de woestijn, zoals de profeet Jesaja zegt."

93 Denkt u dat ze dat geloofden? Zeker niet. Waarom? Hij kwam niet via hun kerk. Hij was niet van hun... Zie, hij ging op negenjarige leeftijd de woestijn in en kwam er op zijn dertigste uit. Zijn boodschap was te geweldig om door een school van theologie te gaan; hij was degene die de Messias moest introduceren. En iedereen zou hem heen en weer getrokken hebben. En God zond hem, na de dood van zijn vader Zacharias, de woestijn in. En hij was een priester, maar volgde nooit in de lijn van zijn vader.

94 Want profeten komen niet uit dat soort dingen. Ze komen uit de woestenij, de wildernis. Niemand weet waar ze vandaan komen of hoe ze op het toneel verschijnen, of iets van hun achtergrond. Ze treden ineens op en prediken het Woord, en God neemt ze weg en daar gaan ze; veroordeelt die generatie en beweegt verder in Zijn Woord, wachtend op de grote dag.

95 De kerk geloofde hem niet omdat hij bij hen niet bekend stond. Zij hadden geen vermelding van zijn inwijding in hun boeken en daarom weigerden ze hem. Zie, ze geloofden Gods betuigde Woord niet, eenvoudig, letter voor letter. Zie? Maleachi 3, twee schriftgedeelten om hem te betuigen. Maleachi 3 en Jesaja 40:3. Zie, deze beide verzen spraken over een man die zou komen om de weg des Heren te bereiden. Hij voldeed aan iedere specificatie daarvan.

96 Hij moest een profeet zijn. "Ik zend u Elia." En daar was hij. In alle opzichten ruig. Let op hoe zijn natuur met Elia overeen kwam. Elia was een man uit de woestijn, en Johannes ook, buitenmensen. Hij was geen gladgeschoren man, hij was een ruige man.

97 Merk eveneens op, Elia was een vrouwenhater, hij vertelde Izebel alles over haar make-up en wat ze wel en niet moest doen. Johannes was ook zo. Izebel probeerde Elia te doden, zwoer bij haar goden dat ze zijn hoofd van hem af zou halen, en Herodias deed hetzelfde. Zie?

98 Let steeds op hun boodschap, en let op wat ze deden. We ontdekken nu, dat als ze teruggekeken hadden en gezien hadden wat de Bijbel zei, en de natuur van de man hadden gadegeslagen en hadden gezien hoe perfect hij op tijd was met de Schrift en alles, ze geweten hadden moeten hebben dat hij het was. Ongeveer een half dozijn wist het. Dat is waar. Niet meer dan een half dozijn besefte het. Ze gingen naar hem luisteren, maar ze geloofden het niet. Zie? Waarom? De identificatie van profetie in hun uur geloofden ze niet.

99 Merk op: ze lachten hem uit, noemden hem een schreeuwende, wilde, ongeleerde fanatiekeling zonder scholing, een erbarmelijk taalgebruik, enzovoort. Zoals gebruikelijk beoordeelden ze hem naar zijn opvoeding. Zij beoordeelden hem naar zijn spraak en de manier waarop hij zich kleedde. Hij had een stuk schapenvacht om zich heen en een riem om van kamelenhuid en hij was overal behaard. Liep het water in; geen kerk, geen preekstoel, geen samenwerking. Ze konden dat niet aannemen. Zij aanbaden de god van de wereld. Zie?

100 Ik bedoel nu niet dat er geen valse profeten optreden, zoals Jannes en Jambres. Maar wat u dan wilt doen is: vergelijk de oorspronkelijke boodschap met het Woord, dan hebt u het; in welk tijdperk het is en wat voor dat tijdperk is geprofeteerd.

101 Bovendien werd Johannes' profetie betuigd naar Gods eigen orde. Let op hoe volmaakt. De Bijbel zei: "Het Woord des Heren komt tot de profeet." En Jezus was het Woord. En Johannes was aan het profeteren over de komst van het Woord om het te vervullen; en Jezus, het Woord, kwam tot de profeet in het water. O, hoe prachtig. Hoe onfeilbaar is het... Zie? In die dagen was het Woord iets zeldzaams. Hier komt de profeet zeggen: "Ik ben de stem van het Woord."

     Ze zeiden: "Wat moeten we doen?"

102 Hij zei: "Ik ben niet waard om Zijn schoenriemen los te maken. Maar ergens staat daar Iemand tussen u in, Hij zal Degene zijn Die u zal dopen met de Heilige Geest en vuur. Zijn wan is in Zijn hand en Hij zal Zijn dorsvloer grondig zuiveren en het kaf met onuitblusbaar vuur verbranden, en het graan naar de graanzolder brengen." O, wat een profeet! Jezus zei dat er nooit een man uit een vrouw werd geboren die zo groot was als hij, tot op die dag. O, wat opschepperig! Hoezeer wist hij waar hij stond! Hij wist het precies. Hij had van God vernomen en het kwam precies overeen met het Woord, zodat hij er niet om gaf wat de mensen zeiden. Hij predikte het en profeteerde het, hoe dan ook. En let op, wanneer een man staat voor hetgeen de waarheid is, dan is God verplicht die man de waarheid te betuigen.

103 Toen Mozes daar in Egypte kwam en zei: "Ik was ginds in de woestijn en ik zag een boom in brand staan die niet verteerde. Ik ging naar die boom en toen ik dat deed, hing daar een grote Vuurkolom in. En een stem zei: 'IK BEN DIE IK BEN.' En Hij vertelde me deze stok te nemen en hier te komen en deze wonderen te volvoeren en God zal Zijn Woord betuigen." Hij strekte zijn staf uit; daar kwamen vlooien en vliegen en duisternis enzovoort. En toen, om die profeet te betuigen, bracht Hij deze gelovigen rechtstreeks terug naar de berg en God kwam neer in dezelfde Vuurkolom, precies op dezelfde berg en bewees dat het waar was.

104 Kijk nu eens wat Hij in deze dag heeft gedaan. Precies. Nu, het Woord kwam tot de profeet en betuigde dat hij de juiste persoon was; die persoon die de Schrift zei dat hij zou zijn. Snel nu. Maar weer kwam Jezus in een vorm die verschilde van hun menselijke uitleg van de profetie. Men had verklaard hoe het zou zijn. Zeker. De Presbyterianen denken dat zij het moeten zijn. Let op wanneer God iets doet, let op, elke andere organisatie komt met iemand voor de dag. Ja, het is altijd zo geweest. Overal hebben ze een Jannes en Jambres. Kijk, ze spraken een deel van het Woord, maar overeenkomstig het Woord van de profeet is het elke letter!

105 Ze hebben het, zoals gewoonlijk, weer gemist; noemden Hem een waarzegger, een duivel, Beëlzebul, en zeiden dat Hij Zichzelf God maakte, terwijl ze uit hun eigen Bijbel hadden moeten weten dat Hij God was. Merk op, Jesaja profeteerde over Hem; Jesaja 9:6 zei: "Zijn Naam zal genoemd worden de machtige God, de eeuwige Vader." Er zullen daarna geen vaders meer zijn, omdat Hij in den beginne de eerste Vader was. Hij is de enige Vader. Hij zei: "Noem niemand van deze aarde hierna nog 'Vader'." Hij is de almachtige God en de eeuwige Vader, de Raadsman, de Vredevorst. Ja zeker.

106 Welnu, ze hadden met Hem gedaan, al wat de profeten aangetekend hadden dat ze zouden doen, precies zoals ze in dit Laodicéaanse tijdperk doen: Hem uit de kerk zetten. "Blind, naakt, en weten het niet." Precies wat de profeet zei, de profeet van de Bijbel. Verblind door tradities van mensen zetten ze Hem buiten, het Woord buiten hun kerken als gewoonlijk, zoals over hen geprofeteerd is.

107 Merk op, snel nu. Mis dit nu niet. Hier is de tekst, hoe Jezus Zichzelf aan deze twee discipelen bekend maakte, dat Hij hun Messias was! Nu, alle ogen hierheen. En overal in het land, mis het nu niet! We hebben geprobeerd u te vertellen dat de Bijbel Gods Woord is, door God Zelf geschreven, door de lippen en gebruik van mensen. God kan Zelf schrijven. God kan Zelf spreken. God kan doen wat Hij wil, maar Hij verkoos de mens om het te doen, omdat de mens die het schreef een deel van God is. Dus schreef God de Bijbel. De mannen wisten zelfs niet met hun eigen menselijk denken wat ze schreven. Misschien konden ze het er niet mee eens zijn, maar toch schreven ze het. Ze konden niet anders. De Bijbel zei: "Mannen vanouds, gedreven door de Heilige Geest!" God bewoog hun handen, bewoog hun ogen in de visioenen. Ze konden niets anders zeggen dan waar ze naar keken. Ze konden niets anders spreken, daar Hij volledig controle had over tong, vinger; elk orgaan van het lichaam was onder volkomen invloed van God. Geen wonder dat de Bijbel zei dat ze goden waren; ze waren een deel van God! Hij was de volheid van God.

108 Merk op hoe Jezus, het Woord, die twee zielsbedroefde discipelen liet weten dat Hij hun Messias was, de Messias, het beloofde Woord. Kijk wat Hij deed, Hij beriep Zich op profetie. Merk op: "Dwazen, traag om te geloven al wat de profeten geschreven hebben." Welnu, Hij zei nooit: "Wel, wat, wat zegt de kerk hierover?"

109 Ze doen Hem het verhaal; ze wisten alle gebeurtenissen die geschied waren. Ze waren allen bedroefd. Ze beginnen Hem te vertellen: "Bent U hier dan een vreemdeling, of weet U niet wat in Jeruzalem gebeurd is?"

110 Hij zei: "Welke dingen?" Alsof Hij het niet wist. Zie, soms doet Hij iets om te zien wat u ermee gaat doen. Zie? Hij zei: "Welke dingen? Wie was het? Wat is er gebeurd?"

111 "Bent U dan een vreemdeling?" En ze spraken rechtstreeks tot de Man waar ze drieëneenhalf jaar mee omgegaan waren en kenden Hem niet.

     "Welke dingen? Wat is er gebeurd?"

112 "Wel," zeiden ze, "Jezus van Nazareth, Die een Profeet was. Daar is geen twijfel over in onze gedachten, Hij was machtig in Woord en daad voor het hele volk. We hebben Hem dingen zien doen die Hem identificeerden als de Profeet van God voor deze eeuw. Dat weten we. En we geloofden dat Hij de Verlosser zou zijn, dat Hij Israël zou verlossen."

113 Dan steekt Hij van wal en zei: "Jullie onverstandigen, tragen van hart, om niet te geloven dat alles wat de profeten over Hem gezegd hebben zou gebeuren." Zie? Kijk hoe Hij nu terug gaat naar profetie. Wat een berisping voor gelovigen die beweerden Hem te geloven.

114 Bemerk hoe Hij het onderwerp benaderde. Hij maakte zich nooit rechtstreeks bekend, zeggend: "Ik ben jullie Messias." Hij had het kunnen doen, want Hij was het. Maar merk op, Hij identificeerde Zich in het Woord, dan zouden ze het weten. Als Hij het gezegd zou hebben, had Hij dat gezegd kunnen hebben terwijl het niet zo was. Maar toen Hij van wal stak, en begon te spreken over al hetgeen de profeten over Hem gezegd hadden, en zij het zagen, toen konden ze het zelf vertellen, als ze Gods kinderen waren. Maar Hij trok hun aandacht naar hetgeen de profeten hadden voorzegd en dat ze hadden gezegd dat ze uit moesten kijken naar de tijd dat de Messias in Zijn tijdperk zou worden gemanifesteerd. Hij, zowel als Johannes, liet het Woord (de Bijbel) hun Boodschap identificeren. Iedere ware profeet zou dat doen. Ja zeker. Hij kwam niet naar voren en zei: "Ik ben Diegene. Ik ben..." Zo is een echte profeet van God niet. Zie? Maar Hij zei: "Ga terug in de Schrift." Ziet u, Hij faalt nooit in Zijn wijze van doen. Ziet u?

     Hij zei: "Wij kennen Mozes."

115 Hij zei: "Indien u Mozes gekend had, had u Mij gekend." Hij zei: "Mozes schreef over Mij." En zei: "Doorzoek de Schrift, daarin denkt gij eeuwig leven te hebben en de Schrift getuigt van Mij. Ga en kijk in de Schrift en zie het."

116 Hij veranderde hier nooit Zijn manier van doen, heeft het nooit veranderd. Hij kan nooit veranderen, omdat Hij de onveranderlijke God is. Zie? Let op, Hij ging regelrecht terug naar die twee discipelen, Kleopas en zijn vriend, die op weg naar Emmaüs waren, en zei, Zich beroepend op de Schriften: "Waarom bent u zo dwaas om niet te geloven dat ieder Woord dat de profeten over de Messias schreven, in vervulling zou moeten gaan?" O, wat een dag!

117 Johannes deed hetzelfde. "Onderzoek de Schriften en kijk terug waar staat dat er 'een stem moest zijn van een die roept in de wildernis'. Waar ben ik vandaan gekomen?" Zie? Dát zou het voor hen duidelijk gemaakt moeten hebben. Juist!

118 Het zou vandaag duidelijk moeten maken wat wij de Heilige Geest zien doen. Eens zei Hij: "Doorzoek de Schriften." En we... Hij wil dat wij het vandaag doen.

119 Merk op dat Hij begint met Mozes' profetie; de Bijbel zei: "Hij begon met Mozes en al de andere profeten", maar Hij begón met Mozes. "Een Profeet", zei Mozes, "zal de Here uw God temidden van uw volk verwekken, onder het volk. De Here God zal een Profeet doen opstaan."

120 Welnu, Hij zei misschien: "Kleopas en uw vriend hier, heeft Mozes niet gezegd dat de Here God in deze dagen een Profeet zou verwekken? En deze Man Die ze gekruisigd hebben, heeft Hij aan deze voorwaarde voldaan? Nu, Mozes profeteerde dit. En nu hebben jullie in geen honderden jaren een profeet gehad en hier staat deze Man op, en wie zegt u dat de voorloper van deze Man was?" Begrijpt u het? En alle profeten spraken over Hem, vóór Zijn tijdperk sprak Hij tot hen. Het zou beslist interessant geweest zijn om naar Hem te luisteren. Zou u Hem niet graag gehoord hebben? Ik had Hem graag willen horen, om te horen wat Hij zei dat de profeten over Hem gezegd hadden; maar Hij zei nooit dat Hij het was. Hij toonde hun slechts een profetie. Hij zei alleen maar: "De profeten hebben gezegd dat dit zou gebeuren." Zie?

121 Laat ons nog even terugkijken en laat ons nu luisteren naar de Woorden die Hij over Zichzelf aangehaald heeft. Kijk hier, het Woord Zelf, Die het Woord over Hemzelf citeert. Het Woord Zelf, het Woord van Zichzelf citerend. Niet hun vertellen dat Hij het was, maar slechts het Woord voor Zichzelf laten spreken, dan weten ze Wie Hij was. De letter van het Woord, het Woord citerend in... Het Woord in vlees, die het Woord van de letter, dat volledig met Hem geïdentificeerd is geworden, citeert. Kijk hier, laat ons nu naar Hem luisteren terwijl Hij citeert. Hoe... Nu, wij weten dat ze allen waren ingelicht over de laatste gebeurtenissen wat betreft de kruisiging en het verhaal van de opstanding, het graf, zoals we net lazen. Hij gaat nu regelrecht naar het profetische Woord over Zichzelf. Welnu, laten we even bedenken dat Hij dit zei; Hij zei heel wat meer dan dit, maar let op.

122 Laten we zeggen, dat we Hem horen zeggen: "Sla Zacharias 11 vers 12 op. En moest de Messias niet verkocht worden, volgens de profeet, voor dertig zilverstukken? Jullie zeiden net dat deze Man was verkocht voor dertig zilverstukken? Sla maar op." Hebben jullie die Schriftgedeelten? Zacharias 11:12. En toen zei Hij: "Hebt u opgemerkt wat David in de Psalmen zei, Psalm 41:1-9? Hij zou door Zijn vrienden verraden worden. En dan weer in Zacharias 13:7, Hij werd door Zijn discipelen in de steek gelaten. En in Psalm 35:11, beschuldigd door valse getuigen. U zei net dat Hij dat werd. Jesaja 53:7, Hij was stom voor Zijn aanklagers. Jesaja 50:6, ze geselden Hem, zei de profeet. Psalm 22, Hij moest aan het kruis uitroepen: 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?' Deed Hij dat eergistermiddag? Eveneens in Psalm 22, vers 18, Zijn klederen werden onder hen verdeeld. Deden ze dat? En Psalm 22:7 en 8, bespot door Zijn vijanden, de kerk. Weer Psalm 22, er zou geen been in Zijn lichaam gebroken worden, maar 'zij hebben Mijn handen en Mijn voeten doorstoken'", zei Hij. Ongetwijfeld hield Hij toen Zijn handen achter Zich. "Jesaja 53:12 zei dat Hij zou sterven tussen de misdadigers. Jesaja 53:9 zei dat Hij werd begraven bij de rijken. Psalm 16:10 zei: 'Ik zal Zijn ziel niet in de hel laten, noch zal Ik toelaten dat Mijn Heilige verderving ziet.' En was Maleachi 3 niet de voorloper van deze Man?" O, wat had ik Hem dit graag horen citeren. Kijk naar de profetieën! Merk op, misschien is Hij toen wel door alle types heengegaan, over Izak in Genesis 22, hoe God Izak gebruikte als een voorafschaduwing, hoe vader Abraham zijn eigen zoon nam, het hout de heuvel op droeg en zijn eigen zoon offerde.

123 Het begon nu tot hen door te dringen. Hij had hun verteld dat ze dwaas waren om niet naar de profetie voor die dag te kijken. En nu begint het door te dringen, gaan ze de vervulling zien van alles wat in de laatste paar dagen, in de laatste twee of drie jaar, had plaatsgevonden, de betuigde profetie van het tijdperk. Tóén wisten ze dat hun gekruisigde Vriend, Jezus, ieder Woord hiervan vervuld had. O, toen wisten ze dat deze Man werkelijk die Messias was, dat Hij uit de dood moest opstaan, het graf kon Hem niet vasthouden. "Ik zal niet toelaten dat Mijn Heilige verderving zal zien." Geen enkel profetisch Woord kan ooit falen. En Hij stónd op.

124 "Dan hadden vanmorgen die boodschappers daar bij het graf gelijk. Hij is opgestaan uit de dood. Hij lééft. Hij is die Messias." Waarom? Mis het niet. "Zijn gedrag, Zijn bediening en alles wat Hij deed hebben precies de Woorden die de profeet zei die voor deze dag zouden plaatsvinden, bewezen. Dat heeft het gedaan." Toen wisten ze dat Hij het was, hun gekruisigde Vriend Jezus, Die het gedaan had. Geen wonder dat hun harten in hen brandden, toen Hij tot hen sprak. Ze hadden nu elf kilometer gelopen en het leek maar een korte tijd.

125 En hier is nog iets wat ze gedaan hadden, weet u, ze hadden een preek gehoord van zes uur lang over profetie die betuigd wordt. Dat is wat Hij onderweg tot hen sprak. Zodra ze op weg gingen kwam Hij te voorschijn, want Hij was precies daar in Jeruzalem. Zes uur later, zestig stadiën verder, waren ze aan het eind van de weg, elf kilometer naar Emmaüs. Dat is het. En Hij had zes uur lang gepreekt en profetie bevestigd. Veroordeel mij dan niet om mijn drie uur, zie. Ziet u? Maar merk op, zij hadden gepredikt... Hij... Zij hadden een preek gehoord van zes uur over profetie, die bevestigd wordt en betuigd.

126 Het liep nu al verder tegen de avond. Weet u, Hij is Dezelfde gisteren, heden en voor eeuwig. Tóén was het dat Hij hun ogen opende om Hebreeën 13:8 te kennen, dat Hij gisteren, heden en voor eeuwig Dezelfde is. In de avondtijd worden gebeurtenissen verklaard door de profetie. Wat in het huidige uur plaatsvindt kan makkelijk worden geïdentificeerd indien u slechts de profetie van het uur gelooft.

127 "Ja, dwazen, traag van begrip, traag om te geloven (u blijft erover peinzen), om alles te geloven wat de profeten over de Messias zeiden; zou dat niet moeten gebeuren?" Welnu, Hij ging al deze punten na en toonde wat de profeet zei dat gebeuren zou. Toen begonnen ze te begrijpen. Dus zei Hij... deed Hij alsof Hij door wilde lopen. Ze mochten deze Man graag. Ze zeiden: "U, u hebt ons iets gegeven. Dat hadden we nooit gedacht. Hij is ergens in leven." Zij spraken tot Hem en wisten het niet. Dus Hij... en ongetwijfeld keek Hij bedroefd naar hen en begon Hij door te lopen, maar Hij wachtte erop dat ze Hem zouden uitnodigen. Daar wacht Hij vanavond op, dat u Hem zult uitnodigen.

128 En merk op, toen deze discipelen Hem uitnodigden in hun gezelschap rond de tafel, toen deed Hij iets wat Hij ook gedaan had voor Zijn kruisiging, en hun ogen werden geopend. Ze kenden Zijn manier van doen, Zijn stijl. Ze wisten wat Hij gedaan had en Hij deed toen hetzelfde als wat Hij eerder had gedaan. En ze zeiden: "Hij is het!" En ze stonden snel op om het uit te schreeuwen, en Hij verdween. En terwijl ze er zes uur over gedaan hadden om naar deze prediking te luisteren, keerden ze misschien in twintig minuten vliegensvlug terug om het de rest van hen te vertellen: "Hij is waarlijk opgestaan. Hij leeft werkelijk."

129 Vrienden, dit is de vervulling van Maleachi 4, Lukas 17, Johannes 15, o, zo vele... Openbaring 10, zo veel profetieën die nauwkeurig voor deze dag kunnen worden vastgesteld. En ook in het boek van Markus en in Mattheüs, waar Hij zei dat deze grote tekenen en wonderen aan de hemel zouden verschijnen, en de mensen noemen ze schotels, vliegende schotels, die kunnen verdwijnen met de kracht en snelheid van een gedachte, een intelligentie die kan binnendringen. Hij kan schrijven, Hij kan spreken, Hij kan doen wat Hij maar wil. De grote Vuurkolom, "gisteren, vandaag en voor eeuwig Dezelfde." En schouwspelen die over de aarde komen, piramiden van rook die in de lucht opstijgen, ver boven de plaats waar geen vocht of zoiets kan bestaan, achtenveertig kilometer [dertig mijlen] hoog. Anderhalf jaar van tevoren voorspeld dat het zo zou gebeuren. Draai dan de foto en zie Wie het is Die naar beneden kijkt. Geen woord dat verteld is heeft ooit gefaald en hier is Gods geschreven Woord, dat bevestigt dat het de waarheid is. En het is weer avondtijd. Ik vraag me af of Hij vanavond, door genade, zou willen terugkeren en nu iets wil doen wat Hij eertijds gedaan heeft. Laat ons bidden en het Hem vragen. Gebeurtenissen verklaard door betuigde profetie.

130 Almachtige God, help ons. Help ons, dierbare God, te begrijpen, om de dingen te begrijpen, die we zouden moeten weten, om Uw Woord te begrijpen. En nu, Heer, hebben we bijna tweeduizend jaar predikingen gehoord, geschriften van boeken gehad. En hier in deze laatste dag is het weer regelrecht terug geglipt en het loopt nu tegen de avondtijd. De Methodisten, Baptisten, Presbyterianen en velen van hen hebben door de eeuw heen met U gesproken, en zijn misschien net onderweg in deze grote dag, die nacht noch dag geweest is, zoals de profeet zei, maar in de avondtijd zal het licht zijn. Jezus stond op uit het graf en verscheen aan Simon en aan de vrouwen en toonde hun dat Hij leefde. Dat was de ochtend. En dan 's avonds komt Hij weer terug. Maar gedurende de dag wandelde Hij naar hen toe, berispte hen voor hun blindheid, maar tenslotte maakte Hij zich in de avondtijd aan hen bekend.

131 God, kom vanavond in onze gemeenschap die we hebben rond het Woord. God, het wordt tegenwoordig onder de mensen nauwelijks geloofd, maar ik ben dankbaar dat er sommigen zijn die U geroepen hebt en tot eeuwig leven hebt voorbestemd, en U zei: "Al wat de Vader Mij gegeven heeft zal komen." En nu, terwijl de avondlichten schijnen, terwijl U toegestaan hebt, Heer, dat niet één profetie (van de honderden die uitgesproken zijn) ooit één keer gefaald heeft. Dan, indien dat werkelijk wordt geïdentificeerd, moet U het zijn, omdat niemand zo nauwkeurig zou kunnen zijn. Precies zoals de Bijbel; geen mens zou kunnen schrijven, niemand, in een tijdsruimte van zestienhonderd jaar – door veertig verschillende schrijvers – zou kunnen schrijven zonder één vergissing erin te maken.

     Dierbare God, ik bid dat U Zich vanavond wilt manifesteren, met Hebreeën 13:8, dat U gisteren, vandaag en voor eeuwig Dezelfde bent. En de werken die U toen deed, doet U vandaag. En U beloofde het, U zei: "In deze laatste dagen, wanneer de wereld in een Sodom en Gomorra toestand verkeert, verdorvenheid." We kijken naar deze jongens die zo op meisjes lijken, die kleding dragen zoals zij, en zien hoe meisjes zich als jongens proberen te gedragen en zien de vrouwen en mannen in deze verdorven eeuw, zien hoe seksuele aantrekkingskracht een afgod van aanbidding is geworden. Het Evangelie is aan de kant geduwd en naaktheid is in de Laodicéa-kerk gebracht. O God, wat een uur! Kom, Here Jezus, maak Uzelf aan ons bekend. Want we vragen het in Jezus' Naam.

132 Terwijl u nu uw hoofden gebogen en uw ogen gesloten hebt, ga ik u iets vragen. Gelooft u dat God hier is? Gelooft u dat de dingen die Hij vandaag doet, profetie is die in vervulling gaat? Gelooft u dat Jezus Christus Dezelfde is gisteren, vandaag en voor eeuwig? Gelooft u, toen Hij hier was en voor die dag in het vlees werd gemanifesteerd en de werken die Hij daar deed, dat dat in deze dag weer herhaald moest worden? De profeet zei het. De Bijbel zei het. Heel de Schrift moet in vervulling gaan, het kan niet falen. Hoe identificeerde Hij Zichzelf? Door die Profeet te zijn waar Mozes over sprak. Hij wist de geheimen van de harten der mensen. De vrouw raakte Zijn kleed aan, Hij keerde zich om en zei: "Uw geloof heeft u behouden." Toen Simon Petrus tot Hem kwam wist Hij zijn naam, vertelde hem wie hij was, wie zijn vader was. En diezelfde liefdevolle Jezus is niet dood, Hij leeft voor eeuwig. Geprezen zij God! En ik geloof dat nu in deze avondtijd Hij ons weer tezamen roept.

133 O Here Jezus, kom onder ons. Ga ons niet voorbij. Kom, blijf heel de avond bij ons tot deze avond voorbij is, laat ons dan morgen met U gaan, dat we U mogen kennen in de kracht van Uw opstanding, dat Uw liefde en genade en barmhartigheid bij ons zal zijn. O eeuwige God, sta deze dingen toe. We weten dat slechts God alleen ze kan toestaan.

134 Laat ons in de plechtigheid van dit uur dit zeggen: God, onze Vader, ons vlees is voor U een armzalige tabernakel. Maar Heer, laat Uw heiligmakende genade, Uw Heilige Geest, nu komen. Reinig ons van elke twijfel en iedere frustratie, ieder bijgeloof en ieder greintje van wantrouwen dat in ons zou zijn, zodat we zonder enige twijfel vrij mogen zijn; ervoor uitkomen, moedig belijden zoals Petrus: "Gij zijt de Christus, gisteren, vandaag en voor eeuwig Dezelfde."

135 We geloven Heer, dat Uw Woord waarheid is. Laat ons slechts zien, Heer, voor we met deze gebedsrij beginnen en maak Uzelf aan ons bekend. En zoals U gezegd hebt, zoals het was in de dagen van Lot, toen Abraham, die groep die uitgeroepen was, wachtte op een beloofde zoon; Lot was daarginds en luisterde naar een moderne Billy Graham en een Oral Roberts voor die georganiseerde beweging daar, als een natie, maar Abraham was een vreemdeling zonder enige organisatie, slechts deze kleine groep die rondzwierf door het land dat hij zou erven. "En de zachtmoedigen zullen de aarde beërven." Op een dag, terwijl ze zaten te rusten onder de schaduwrijke boom, kwam God neer in de gestalte van een Man. Twee engelen gingen weg naar Sodom. En God, in menselijk vlees, bewees dat Hij het was, Hij zei: "Abraham, waar is uw vrouw Sara?" Enkele dagen daarvoor was hij Abram; en S-a-r-a-i, Saraï; niet Sara, 'prinses'. En U noemde haar bij haar prinsessennaam, de dochter van een koning. U noemde Abraham bij zijn naam, Abraham, een vader van naties. En U zei: "Ik ga u bezoeken."

136 God, hoe moet dat profetenhart zijn opgesprongen! Hij wist toen terstond Wie U was. Geen wonder dat hij Uw voeten waste, al het voedsel dat hij had te voorschijn haalde, en het allerbeste voor U neerzette. Hij wist dat dat God was daar. Toen zei Hij: "Waar is Sara?" alsof Hij het niet wist. En U...

137 Abraham zei tegen Hem: "Zij is in de tent... ze is in de tent, achter U."

138 En U zei wat er zou gaan gebeuren. En ze betwijfelde het in haar hart. En toen zei U tegen Abraham: "Waarom betwijfelde Sara dat, in haar hart zeggend: 'Deze dingen kunnen niet gebeuren'? Is iets te moeilijk voor God?"

139 O God! Jezus, gemanifesteerde God van het Woord, U zei: "Zoals het was in de dagen van Sodom", de wereld zou in die toestand zijn, net voor de vernietiging van de heidenwereld, de tijdsbedeling van de heidenen. En hier is het, Sodomieten, door en door! En dan zei U dat de Zoon des mensen, hetgeen altijd doelt op een 'profeet', in dat uur geopenbaard zou worden. Vervul Uw Woorden, o God. Wij, Uw gelovige kinderen, wachten er met oprechte harten op, dat U ons geloof geeft, Heer. Dat, wanneer we de gebedsrij hebben, de mensen zullen geloven. Het is avondtijd, Vader. Laat de avondlichten van de Zoon van God (Hij Die was en Die is en komen zal) Zichzelf manifesteren met de profetie die Hij gesproken heeft. In Jezus Christus' Naam. Amen.

140 Ik ben nu gereed om voor de zieken te bidden. Maar het is iets ongewoons, terwijl we hier staan; ik sta hier nu terwijl ik de uitdaging aanga voor het publiek, en per telefoon ben aangesloten met verschillende plaatsen uit het land, dat God nog steeds God is. Hij kan niet falen. En wat Hij belooft, dat zal Hij doen. Hij zal nooit falen om het te doen, want Hij beloofde het te doen. Daarom kan ik plechtig vertrouwen stellen in wat Hij zei. Daarom kijk ik uit naar Zijn komst, kijk ik elk moment uit naar Zijn verschijning, want Hij zei: "In een uur dat u niet denkt, dat de wereld niet denkt, dan zal Hij verschijnen." Nu, voor zover ik weet...

141 Ik ben hier in mijn Tabernakel en er zitten hier enkele mensen die ik wel ken. Broeder Wright, enkelen van degenen die hier zitten, precies hierlangs, ken ik. Maar er zijn er velen van u die ik niet ken. En ik kan u op geen enkele manier zeggen of God dit vanavond wil doen. We hebben het Hem in de afgelopen jaren jarenlang zien doen, maar misschien doet Hij het vanavond niet. Ik weet het niet. Dat is aan Hem. Hij is soeverein. Hij doet wat Hij wil, niemand kan Hem vertellen wat te doen. Hij verblijft alleen, in Zijn wil en Zijn wegen. Maar omdat Hij het beloofd heeft, vraag ik het Hem. Niet om ons, dat wij het nodig hebben, maar misschien omwille van enkele vreemdelingen, dat de Heilige Geest gezalfd mag zijn... Die ons nu zalft. Welnu, het geeft niet hoeveel Hij mij zalft, Hij moet ook u zalven, ja zeker, om te geloven.

142 Ik wil nu een gebedsrij hebben en ik wil voor de zieken bidden zoveel ik kan. Welnu, we kunnen óf een gebedsrij hebben, de mensen oproepen en hier brengen in een gebedsrij en voor iedereen die hier ziek is bidden, veronderstel ik, en mijn predikerbroeders hier bij ons laten komen om handen op u te leggen, we kunnen dat zeker doen; óf we kunnen ook onze Vader vragen, Die de Enige is Die iets voor u zou kunnen doen, omdat mijn handen gewoon die van een mens zijn net als die van u. Maar de zaak is, het is geen menselijke hand die het doet, het is het Woord van God. Geloof in dat Woord, dat doet het. Daar is niets wetenschappelijks aan, het is totaal onwetenschappelijk.

143 De Christen heeft niets in zijn wapenrusting dat wetenschappelijk is. Wist u dat? Liefde, vreugde, vrede, lijdzaamheid, goedheid, zachtmoedigheid, vriendelijkheid, geduld, geloof, Heilige Geest, alles is door wetenschap niet te zien. En het is het enige wat echt is en blijvend. Alles waar u naar kijkt komt van de aarde en gaat naar de aarde terug. Maar de dingen die u met uw oog niet kunt zien, maar toch zichzelf ziet verklaren, dat is de wereld van het eeuwige.

144 Zou u willen geloven, als God Zichzelf zou manifesteren en laat zien dat Hij hier levend is, dezelfde dingen doende die Hij in het begin deed, na deze Boodschap, zou u het willen aannemen als uw genezing? Moge God het toestaan. Ik vraag nu iedereen in huis, het geeft niet wie u bent of waar u vandaan komt, ik vraag u slechts om ernstig te geloven dat deze Boodschap de waarheid is. Dat is de Boodschap die God in Zijn Bijbel voor dit uur heeft, dat Jezus Christus vanavond hier is en leeft. Nu bijna...

145 Jullie mensen kennen mij allemaal, ik ben hier precies in de stad waar ik opgegroeid ben. Ik heb zelfs geen voortgezette lagere schoolopleiding. Dat is echt waar. En u hebt me lang genoeg gekend, ik hoop dat ik zó voor u geleefd heb en daarin heb getoond dat ik eerlijk en oprecht ben. Ik ben geen huichelaar. Zelfs mijn critici zeggen dat niet. Zij zeggen slechts: "U bent geen huichelaar, maar u bent alleen gewoonweg verkeerd. U bent alleen onwetend verkeerd, niet moedwillig." Ik geloof niet dat ik onwetend verkeerd ben, omdat het Woord van God getuigt van mijn Boodschap en het zou ú moeten vertellen Wie het is. En u hoort mij duidelijk zeggen: "Ik ben het niet." Dan moet Hij het dus zijn. Is dat waar? Heb dan geloof in God. Kijk deze kant op en geloof God. Indien u God kunt geloven, zal God het u toestaan. Als Hij dat kan doen, wat Hij eerder gedaan heeft, dan is Hij nog steeds God. Gelooft u dat?

146 Gelooft u het? Een dame die hier voor me zit, kijkt naar me, tranen in haar ogen, oprecht. Ik weet niet wie ze is, heb haar nooit gezien. Ik ben voor u een vreemde. Denkt u dat God het geheim van uw hart kent, uw wensen, of uw zonde, of wat het ook is? Denkt u dat Hij het weet? Denkt u dat Hij mij zou kunnen bekendmaken wat uw zonde is, wat u gedaan hebt, wat u niet had moeten doen, of uw verlangen, wat het ook is? Indien Hij het zou doen, zou dat maken dat u Hem gelooft en u doen weten dat Hij het moet zijn? Zou u aannemen dat Hij het is? Het is niet uw zonde die u hindert; u hebt die beleden. Maar u wenst de doop van Zijn Heilige Geest. U zult het ontvangen. Ik heb het over haar neer zien komen.

147 Opdat u zou mogen weten dat ik naar de vrouw keek, zij keek naar mij, wil ik u de Heilige Geest tonen. Kijk hier, precies boven deze kleine vrouw die hier beneden zit, hier beneden mijn voeten. Toen ik dat zei, dat is hetzelfde wat zij wenst, de doop van de Heilige Geest. Gelooft u dat u het zult ontvangen, zuster? Steek dan uw hand op. Ik heb de vrouw, voor zover ik weet, nooit in mijn leven gezien.

148 Zie deze man hier zitten met zijn hoofd naar beneden, die daar zit, met zijn boord om die hem niet past, enzovoort. U lijdt aan een blaaskwaal. Gelooft u dat God u beter zal maken? Steek uw hand op als u het aanvaardt. Goed, God staat u uw verzoek toe.

149 Deze jongeman die hier zit wenst de doop van de Heilige Geest. U gelooft dat God het u wil geven, meneer, met uw witte koordjesdas naar achteren geslagen? God zal het toestaan.

150 Deze man hier bidt voor zijn vrouw. Ze zit in een inrichting. Gelooft u dat God haar wil genezen, haar gezond zal maken? Gelooft u het? U kunt het hebben.

151 Met uw hand omhoog bij uw keel, gelooft u dat God die hartconditie kan genezen, die u last bezorgt en die maagkwaal die u hebt? U zit daar en lijdt er op dit moment aan. Is dat waar? Gelooft u dat Hij u geneest? Dan kunt u het hebben. Amen.

152 Ziet u, Hij is Dezelfde, gisteren, vandaag en voor eeuwig. Vraag die mensen, kijk of ik ze ken. Ik niet, maar Hij wel. Amen. Zie dat licht ginds aan de kant van de muur hangen, precies boven een man die daar zit. Hij lijdt aan een ruggengraataandoening, in zijn rug. Hij komt niet hier vandaan, hij komt van Georgia. Meneer Duncan, geloof met uw hele hart, God wil die rugkwaal genezen. Gelooft u met heel uw hart? God zegene u.

153 Hier zit een man helemaal achteraan, met rugklachten, die naar mij kijkt. Ik ken hem niet, maar het is meneer Thompson. Gelooft u? Sta op, meneer, daar achteraan, zodat... Ik ben voor u een vreemde. Dat is waar. Maar u zit daar te bidden. Uw rugkwaal is nu genezen. Jezus Christus maakt u gezond.

154 "Het zal licht zijn omtrent de avondtijd." Ziet u niet dat Hij vanavond hier is! Hij is de grote IK BEN. Hij is Dezelfde, gisteren, vandaag en voor eeuwig. Gelooft u het? Bent u tevreden en overtuigd dat dit Jezus Christus is Die Zichzelf bekend maakt, Zich in profetie identificeert?

155 Maakt u zich niet bezorgd om het oog. God geneest de zieken en aangevochtenen.

156 Hoeveel mensen, die... hoevelen zijn hier ziek? Laat uw handen zien. Het is net of er zo'n trek en spanning is. Heeft iemand van u gebedskaarten gekregen? Ik weet niet hoe ik u hier doorheen zou moeten krijgen. Ik wil voor u bidden en ik weet niet hoe. Kijk eens hoeveel, kijk naar de muur, hoe krijg ik ze in die gebedsrij? Wat als u een gangpad vol krijgt, dan wordt het andere precies afgesloten, iedereen wordt geblokkeerd.

157 Luister, hoor mij. Heb ik u ooit iets verteld in de Naam des Heren dan dat het gebeurde? Is dat zo? Alles is altijd juist geweest. Ik heb u nooit in mijn leven één cent gevraagd, is het wel? Niet eenmaal. Nooit in mijn leven heb ik een collecte gehouden. Ik ben hier niet voor geld. Ik ben hier niet om u te misleiden. Ik ben hier om Gods Woord van het uur te manifesteren. Ik heb u de waarheid verteld en God heeft betuigd dat het de waarheid is. Ik vertel u nu, ZO ZEGT DE SCHRIFT, dat indien de gelovige zijn handen legt op de zieke, Jezus zei: "Ze zullen genezen!" Gelooft u dat? Dan in Gods tegenwoordigheid, gelooft u niet dat Hij het nu zal doen?

158 Leg elkaar nu de handen op en houd ze daar voor een ogenblik. Nu, bid niet, leg elkaar slechts de handen op; ginds door het land. En ikzelf, ik buig me over deze zakdoeken. Nu, ik wil dat u even een ogenblik naar me kijkt. Wat heeft God onvervuld gelaten? Kijk hoe Hij is, wat het Woord is dat we juist lazen, de profetieën die we verteld hebben, dat Jezus Zichzelf door de profetieën identificeert. Kijk nu naar het uur en naar deze afgelopen drie weken waarin wij het uur hebben geplaatst waarin wij leven. Kijk naar wat we gelezen hebben, over de valse profeten en tekenen die de uitverkorenen bijna zouden verleiden. Hoe het Woord gemanifesteerd is, hoe de god van deze eeuw de leugen... de harten van de mensen heeft verblind. En hoe God Zelf door Zijn profetieën heeft gezegd dat deze dingen plaats zouden vinden in dit Laodicéa-tijdperk. Er is niets ongedaan gelaten. God is hier precies dezelfde God Die sprak tot die mensen naar Emmaüs, dat vereenzelvigde Hem met de profetieën die over Hem waren voorspeld. Hij is hier vanavond en identificeert Zijn tegenwoordigheid door de profetieën die voorzegd zijn voor deze eeuw. Hij is Dezelfde, gisteren, vandaag en voor eeuwig. Kunt u het geloven? Leg dan uw handen op elkaar. Bid niet voor uzelf, maar bid voor die persoon waarop u uw handen hebt, op uw eigen manier, omdat zij voor u bidden. Nu kijk, twijfel niet.

159 En als u nu kon zien waar ik naar kijk! En u weet dat ik niet tegen u zou liegen, zoals ik hier sta. Wanneer u kon zien en uw geloof kon die grote Heilige Geest trekken, die ginds in de lucht zeilde, waarvan de wetenschap foto's heeft genomen, en u ziet het door het gebouw bewegen om slechts een plaats te vinden om neer te dalen, om te proberen een ankerplaats te vinden. Geloof het slechts, mijn broeder. Hij heeft het met de Schrift geïdentificeerd enzovoort, dat het waar is. Bid nu met oprechtheid voor die persoon waar u uw handen op gelegd hebt, zij bidden voor u.

160 Dierbare Jezus van Nazareth, o we zijn ons door het Woord zo bewust, Heer, dat U hier bent, door de belofte dat U hier zijt: "Waar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar ben Ik in hun midden. En deze tekenen zullen volgen degenen die geloven. Wanneer ze op zieken hun handen leggen, zullen ze genezen." En waar men ook aangesloten is aan deze telefoon, moge de grote Heilige Geest in iedere samenkomst binnenkomen. Moge hetzelfde Heilige licht waar wij precies hier in de gemeente naar kijken, moge het op elk en iedereen vallen en mogen ze op dit moment genezen zijn. We bestraffen de vijand, de duivel, in de tegenwoordigheid van Christus; we zeggen tegen de vijand dat hij verslagen is door het plaatsvervangend lijden, de dood van de Here Jezus en de zegevierende opstanding op de derde dag. En Hij heeft zichtbaar bewezen, dat Hij vanavond hier onder ons is, levend, na negentienhonderd jaar. Laat de Geest van de levende God ieders hart vullen met geloof en kracht en genezende kracht uit de opstanding van Jezus Christus, Die nu is geïdentificeerd door dit grote licht dat rondcirkelt in de kerk, in Zijn tegenwoordigheid. In de Naam van Jezus Christus, sta het toe voor de glorie van God.

161 Mogen deze zakdoeken, waar wij over bidden, mogen ze naar de zieken en aangevochtenen gaan voor wie ze bedoeld zijn. Moge dezelfde Heilige Geest, Die hier nu is en Zichzelf identificeert, Zich vereenzelvigen met iedere patiënt waar deze opgelegd worden. Moge de tegenwoordigheid van God hun hart zo met geloof vullen dat de ziekte van hun lichaam genezen zal zijn. Dit vragen we tot de glorie van God, in de tegenwoordigheid van Jezus Christus en in de Naam van Jezus Christus, als dienaren van Jezus Christus vragen we het. Amen.

162 Nu, vanuit uw hart, het maakt me niet uit wat er verkeerd met u was, kunt u, vanuit uw hart, met heel uw hart geloven dat Gods Woord u uw verzoek heeft toegestaan? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Ik geloof dat elke hand, zover ik zien kon, omhoog ging. Indien u het gelooft! Herinner u nu, het is volbracht!

163 U, die daar overal telefonisch bent aangesloten, wanneer u met heel uw hart geloofd hebt, terwijl de voorgangers u de handen opleggen en de geliefden u de handen opleggen; wanneer u met heel uw hart gelooft dat het volbracht is, is het volbracht! De grote Heilige Geest, Hij is vanavond hier in de Tabernakel. Ik heb Hem boven de mensen zien bewegen, Hij liet Zich aan de kant van de muur zien en daalde neer op een man, kwam hier naar beneden en ging door het gebouw omhoog, terwijl het de geheimen van de harten bekend maakt, de identificatie van Zijn tegenwoordigheid, om te tonen dat Hij Dezelfde is gisteren, vandaag en voor eeuwig. Hij is in ons midden! Hij is God, de nimmer falende God.

164 En waren onze harten niet brandende in ons en brandt het nu niet bij het weten dat we nu in de tegenwoordigheid zijn van de opgestane Jezus Christus, aan Wie eer en lof voor eeuwig toekomt; Die het uitgedrukte beeld van de almachtige Jehova is; Die naar beneden voer in de vorm van een Vuurkolom in een brandend struikgewas, om de aandacht van een profeet te trekken; Die op de berg is neergedaald en een ieder die deze maar aanraakte werd gedood, behalve Mozes en Jozua. Hoe het was dat Hij de kinderen van Israël op hun reis door de woestijn leidde, als een type van de eruit geroepenen vandaag. Hier is Hij, door wetenschappelijk onderzoek, identificeerde Zich zelfs voor de wetenschap. En door Zijn eigen daden en door Zijn eigen profetie, de dingen die van Hem voorzegd zijn om in deze dag te doen om Hem gisteren, vandaag en voor eeuwig Dezelfde te laten zijn, zijn perfect bewezen. Is dat niet genoeg om ons hart in vlam te zetten? God zegene u.

165 Laat ons nu gaan staan en eenparig zeggen: Ik neem Jezus Christus nu aan als Redder en Geneesheer. [Het gehoor zegt: "Ik neem Jezus Christus nu aan als Redder en Geneesheer." – Vert] En door Zijn genade, ["En door Zijn genade"], vanaf dit uur ["vanaf dit uur"], o God ["o God"], laat voortaan geen ongeloof ["laat voortaan geen ongeloof"] ooit mijn hart binnenkomen, ["ooit mijn hart binnenkomen"], want ik heb ["want ik heb"] de profetie ["de profetie"] van deze dag ["van deze dag"] in vervulling zien gaan. ["in vervulling zien gaan"] Ik geloof ["ik geloof"] dat Jezus Christus ["dat Jezus Christus"] leeft ["leeft"] en hier nu ["en hier nu"] Zijn Woord van dit uur ["Zijn Woord van dit uur"] bevestigt ["bevestigt"] De profetieën ["de profetieën"] die over Hem geschreven werden ["die over Hem geschreven werden"] zijn nu in ons midden vervuld ["zijn nu in ons midden vervuld"] Hij is mijn Redder, ["Hij is mijn Redder"], mijn God, ["mijn God"], mijn Koning, ["mijn Koning"], mijn Alles in allen ["mijn Alles in allen"].

166 Dierbare God, hoor ons getuigenis. En geef ons dagelijks het Brood des levens. En we bieden U onze lof aan, o God, uit het diepst van ons hart. Wij prijzen U, de Machtige, de God van de profeten. In Jezus Christus' Naam. Amen.

     O, wat een moment, wat een tijd!

... slechts geloven;
Geloven alleen, alleen maar geloven,
Alle dingen zijn mogelijk, geloven alleen.

     Mogen we het zo zingen:

Nu geloof ik, o, nu geloof ik,
Alles is mogelijk, want nu geloof ik;
Nu geloof ik, o, nu geloof ik,
Alles is mogelijk, want nu geloof ik,

     Is dat uw getuigenis? Terwijl we nu onze hoofden buigen:

Tot wederziens! Tot weerziens!
Tot ziens aan Jezus' voeten;
Tot wederziens! Tot weerziens!
God zij met u tot wederziens!

     [Broeder Branham begint "Tot wederziens!" te neuriën. Dan zegt hij tegen broeder Neville: "Wilt u ook iets zeggen?"] ... Vayle.

... aan Jezus' voeten;
Tot wederziens! Tot weerziens!
God zij met u tot wederziens!

167 Met onze hoofden gebogen; broeder Vayle staat hier om in gebed te sluiten. Broeder Lee Vayle, hij is een schrijver voor de Tabernakel hier, van de literatuur en boeken, enzovoort. Een zeer dierbare broeder, hij is in vele campagnes met me mee geweest. Ik wenste dat ik gelegenheid had om iedere prediker hier naar boven te laten komen om met hem te praten. Begrijpt u, ja zeker. Iedere prediker, we zijn blij u hier te hebben. Alle gemeenteleden, de mensen van verschillende kerken, wie nog meer, we zijn blij dat u hier bent. En het is werkelijk ons gebed voor elkaar: "God zij met u tot we elkaar weer ontmoeten." Met onze hoofden gebogen en onze handen opgeheven, laten we het nog eens zingen, werkelijk lieflijk tot God.

Tot wederziens! Tot weerziens!
Tot ziens aan Jezus' voeten!
Tot wederziens! Tot weerziens!
God zij met u tot wederziens!