Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Christus geopenbaard in Zijn eigen Woord

Door William Marrion Branham

1 Laten wij onze hoofden buigen. Here Jezus, Herder van de grote kudde, wij zijn zoveel aan U verschuldigd, Here, dat wij U nooit zouden kunnen betalen voor de liefde die U in onze harten hebt uitgestort. Wij voelen ons zo onwaardig als wij onze hoofden buigen en in Uw tegenwoordigheid staan. Wij vragen U ons te reinigen van alle gebreken en zonden. Wij bidden dat U onze lichamen vandaag wilt versterken. Velen zijn ziek en aangevochten, zoals hier blijkt uit deze zakdoeken en verzoeken die over de telefoon overal vandaan komen.

2 Wij geloven dat de geschiedenis van deze wereld nu op zijn eind loopt en dat spoedig de tijd zal wegsterven in de eeuwigheid en wij willen gereed zijn voor dat uur. Daarom zijn wij hier vanmorgen vergaderd, om ons gereed te maken voor die tijd. Men vertelde mij, dat er deze morgen velen over het gehele land, van kust tot kust, telefonisch met ons verbonden zijn. Waar onze stemmen ook komen, moge die kleine groep gezegend worden. Genees de zieken onder hen. Ik bid dat U zielen zult reinigen van alle kwaad. En help ons hier vanmorgen in de tabernakel, dat ook wij dat grote voorrecht mogen genieten.

3 Wij vragen of U vandaag tot ons wilt spreken door Uw geschreven Woord en moge de Heilige Geest ons de dingen openbaren die wij nodig hebben, zoals wij nu over de gehele natie vergaderd zijn, gevoelende dat wij een klein volk zijn, maar dat we een plaats hebben onder de verlosten, omdat we geloofd hebben in Jezus Christus.

4 Sta ons deze dingen toe, Here, en als we de samenkomst sluiten en naar onze verschillende huizen gaan over het gehele land, mogen wij dan zeggen, zoals die van Emmaüs: "Waren onze harten niet brandende in ons toen Hij tot ons sprak op de weg?"

5 Nu, Vader, ik weet dat wat ik ook zou willen zeggen, het zeker ontoereikend zou zijn. Bij deze fijne Christenen door het hele land, die nu met ons verbonden zijn, zou het niet voldoende zijn. Iets wat ik zou zeggen, zou helemaal geen goed kunnen doen, omdat wij allen hetzelfde zijn. Wij zijn menselijke stervelingen, maar laat de grote Heilige Geest spreken; moge Hij bezit nemen van het Woord en Zichzelf openbaren. Wij wachten nu op Hem, in Jezus' Naam. Amen. (U kunt gaan zitten.)

6 Ik ben zelf een beetje verbaasd; ik vertelde mijn vrouw, als zij toevallig daar in Tucson luistert, dat ik niet had gedacht enige dienst te zullen hebben als ik terugkwam en ik bracht zelfs geen kleding mee. Ik zei tegen mijn schoondochter – zij had mijn jasje geperst: "Ik sta achter de katheder met... Zij weten niet dat de broek van de ene soort is en het jasje van een andere." En dus, die welke ik thuis droeg... Maar Meda, zij heeft mijn overhemd gestreken enzovoort, dus wees er niet bezorgd over. Alles is fijn.

7 Nu, wij hebben hier een verzoek, dat daar een zeer dierbare broeder is... En ik geloof, dat Prescott, Arizona, vanmorgen met ons verbonden is. De vader van zuster Mercier was juist op weg naar de samenkomst hier, heb ik begrepen, en moest met een hartaanval naar het ziekenhuis gebracht worden, broeder Coggins. En ook de vader van broeder Junior Jackson, waarvan ik denk, dat hij in Clarksville of New Albany telefonisch met ons verbonden is, is in het ziekenhuis naar ik begrepen heb, voor een ernstige operatie van kanker in de lever. We zullen hen zeker gedenken in onze gebeden. Er zijn hier ook anderen, maar wij willen daarvoor nu geen tijd in beslag nemen. God weet alles over hen, dus laten we nu voor hen bidden.

8 Dierbare God, die dierbare, oude man met gerimpelde handen, broeder Coggins, een oude veteraan van het slagveld, ligt deze morgen ergens in het ziekenhuis, lijdend aan een hartaanval; God, dat arme oude hart, dat door veel moeiten heengegaan is, ik bid, God, dat U hem zult helpen. Sta het toe. Hij houdt van het leven zoals wij allen en hij wil leven, Here God, sta het toe. Wij over het hele land bidden in Jezus' Naam voor hem, dat U hem wilt genezen en uit het ziekenhuis brengen. Wij geloven, dat U het zult doen en dat hij regelrecht naar de samenkomst zal komen.

9 Wij bidden voor broeder Jacksons dierbare vader, die daar nu vlak voor de dood ligt. Hij bracht een fijne jongen als Junior in de wereld en ik bid, dierbare God, dat U hem wilt genezen. Ik weet, dat het onmogelijk schijnt. De dokters weten niet wat ze moeten doen in zo'n geval... Maar wij herinneren ons ook broeder Hall, toen de beste dokters hier in Louisville zeiden: "Hij heeft nog maar een paar uur te leven", met kanker in de lever en hij leeft vandaag nog (en dat is 25 jaar geleden) door Uw genade. Dus bid ik, dat U vandaag broeder Jackson wilt genezen, Here. Laat Uw genade en ontferming met hem zijn.

10 En heel deze grote stapel zakdoeken en doekjes en dergelijke, die hier met een verzoek liggen, U kent ze allen, Vader. Ik bid, dat U hun allen genezing wilt toestaan. In Jezus Christus' Naam. Amen.

11 Ik zou deze morgen willen beginnen met te zeggen, dat ik er verleden zondag, helemaal niet aan gedacht had te zullen komen. En vervolgens, toen wij het aankondigden, kwam ik. Broeder Neville wilde dat ik zou spreken en toen hebben we aangekondigd dat ik vandaag zou komen en het is aan de mensen overal in het land niet bekend gemaakt. We hebben dit telefoonsysteem nu dat zeer, zeer fijn is. De mensen kunnen gewoon in hun huizen blijven zitten of in hun plaatsen, hun kerken enzovoort, en de dienst horen. Ik stel dat op prijs.

12 Nu, er liggen hier veel vragen, die de afgelopen week zijn binnengekomen, over wat ik verleden zondag zei in de boodschap, waarvan ik de titel vergeten ben. Maar ik zei iets over het betalen van uw schulden. En u weet, dat ongeacht wat u ook zegt, het door velen verkeerd begrepen wordt, niet omdat zij het verkeerd willen begrijpen, maar men verstaat het eenvoudig verkeerd. En nu, iemand zei: "Zouden wij een auto kopen?" of "Wat zou ik...?" Nu, daar sprak Jezus of de Bijbel niet over toen Hij zei: "Wees niemand iets schuldig." Dat zijn uitstaande schulden, die u zou kunnen betalen. Betaal ze. Dát is aan niemand iets schuldig zijn. Het betekent niet... We zijn onze huur of telefoonrekening en wat al niet meer, schuldig. We zijn ze schuldig en we betalen ze. Maar een oude, lopende schuld die u zou kunnen betalen, betaal hem. Laat niet zoiets dergelijks op zijn beloop.

13 Ik herinner mij de tijd, dat ik als jongen eens ziek was. Ik kwam uit het ziekenhuis en moest 2000 dollar betalen. En er placht hier een apotheek te zijn van de heer Swaniger, die ik ongeveer drie- of vierhonderd dollar aan medicijnen schuldig was. Hij kende mij niet eens. Ik ging naar hem toe. Ik kende hem niet en hij zond de medicijnen hoe dan ook toch, hij weigerde nooit om ze te zenden, en ik zei: "Ik sta bij u in de schuld." En ik zei... Ik geloof niet dat het Swaniger was, maar de heer Mason aan de Court Avenue en Spring. En ik zei: "Ik ben u schuldig en ik ben nog verschrikkelijk zwak, maar ik zal proberen te gaan werken. Nu, als ik u niet kan betalen..." Ik was pas Christen geworden en ik zei: "Het eerste, mijnheer Mason, als mijn plicht tegenover God, ben ik Hem mijn tienden schuldig. Ik wil Hem eerst mijn tienden betalen." En ik zei: "Dan is mijn volgende plicht om mijn schulden te betalen." En ik zei: "Mijn vader is ziekelijk en ons gezin telt tien kinderen. Maar", zei ik, "als ik u niet meer dan 25 cent per betaaldag van die rekening afbetalen kan... Als ik u zelfs de 25 cent niet kan betalen, zal ik het u komen vertellen. Dan zal ik zeggen: 'Ik kan het deze keer niet.'" Nu, met de hulp van God betaalde ik alles af. Ziet u? Maar dát bedoel ik. Ziet u het?

14 Er was hier in de gemeente eens een Christen, die een karweitje liet doen aan een auto hier, en de man zei: "Ik zal u betalen. Zaterdag zal ik u betaald hebben", of zoiets dergelijks, en hij betaalde hem nooit. Week na week ging voorbij en hij betaalde hem nooit en zei nooit één woord. En de man kwam naar mij toe en vroeg mij erover en hij zei... Zie, het werpt een smaad op de gemeente. Het werpt een smaad op Christus. Als u hem niet kunt betalen, ga dan naar hem toe en zeg hem: "Ik ben u schuldig en ik zal u betalen. Ik ben een Christen, maar ik kan het nu niet meteen, ik heb... ik ben dit schuldig." En bedenk, dat het ook in Gods boeken staat, weet u, dat u schuldig bent. Ik tracht voor mijzelf, en laten wij allen trachten voor onszelf, gereed te zijn, want wij weten dat wij dicht bij iets zijn, heel dicht bij iets zijn, dat gaat gebeuren. Daarom willen wij gereed zijn. Wanneer de komst van de Here zo dichtbij is, willen wij gereed zijn voor dat grote uur.

15 Nu wij willen gereed zijn en over een klein onderwerp hier spreken, dat ik voor deze morgen koos met de hulp van de Here. We willen zo kort mogelijk spreken vanwege de telefonische aansluiting van de mensen. Ik hoop dat u allen door het hele land een mooie morgen hebt, zoals wij hier in Indiana. Lekker, koel, mooi weer, dat we nu sedert de regen hebben en het is erg mooi.

16 Ik wil nu uit het boek Hebreeën, het eerste hoofdstuk en uit het Evangelie van Johannes, het eerste hoofdstuk, lezen. Hebreeën 1:1–3 en Johannes 1:1 als tekst. Mijn onderwerp deze morgen is een studie uit de Schrift. Laten we nu lezen Hebreeën 1:1–3.

     Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon,

     die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft.

     Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge.

     Wat een prachtig gedeelte. Nu, Johannes 1:1:

     In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.

17 Mijn tekst vanmorgen is: Christus wordt geopenbaard in Zijn eigen Woord. De reden waarom ik besloot hierover te spreken was, dat... Wetend, dat wat wij zeggen, wij dat niet alleen moeten zeggen omdat wij samenvergaderd zijn, om op goed geluk ergens over te spreken, maar dat het iets moet zijn dat de mensen zal helpen standvastig en evenwichtig te zijn, want wij staan op het punt door gevaarlijke, verraderlijke wateren te gaan. We varen er reeds door. En soms, ik denk dat het u net als mij vergaat, schijnt het dat er zoveel is, dat het gewoon vreesaanjagend is.

18 Ik sprak een paar ogenblikken geleden in de kamer een jonge prediker en zijn vrouw. Beiden zijn zenuwachtig, net als de rest van de wereld, zoals de rest van de menselijke wezens op aarde. Ik zei: "Denk eraan, Satan komt jullie slaan." Het kan mij niet schelen wie u bent, God... hij heeft recht op die ene slag. Wat zou u liever willen dat die slag zou zijn: blind zijn of gewrichtsonsteking hebben en in een stoel zitten of nerveus zijn? Ziet u? Hij heeft iets waar hij u kan slaan. Hij heeft recht op die open plaats. Nu, dat is de plek die u voortdurend bedekt moet houden.

19 En gezien dit nerveuze tijdperk, waarin wij leven... En de geluidsbanden van de afgelopen week zullen u, denk ik, de grote afschuwwekkende dingen openbaren waarover wij één dezer dagen zullen spreken als we voldoende ruimte kunnen krijgen, over het openen van die laatste plagen die uitgegoten zullen worden op de aarde – die Fiolen, of liever het uitgieten van de Fiolen, en de zeven donderslagen... Die afschuwelijke schouwspelen die over de aarde zullen komen...

20 De mensen zijn vandaag in zo'n nerveuze toestand, dat de hele wereld... Als u Readers Digest van deze laatste maand leest, let u dan op het onderwerp dat gaat over Billy Graham, de grote evangelist. Hij was zo vermoeid, dat hij zijn samenkomsten niet meer kon houden en hij ging naar de Mayo-kliniek voor een lichamelijk onderzoek. Er was niets verkeerds bij hem, alleen verricht hij niet genoeg werk. Zij lieten hem hardlopen – lichamelijke oefening. Hij loopt iedere dag een mijl hard. En dan gaat het artikel verder en zegt, dat de wetenschap bewezen heeft, dat tegenwoordig jonge kinderen, jongens en meisjes, hun middelbare leeftijd hebben op twintigjarige leeftijd. En tegen de vijfentwintig zijn, in veel gevallen, de meisjes dikwijls al door de menopauze heen, als ze vijfentwintig jaar oud zijn. Ik weet niet of het u bekend was of niet, maar een paar avonden geleden, toen de Heilige Geest hier in de samenkomst sprak, zat hier een meisje; en het was precies datgene wat er verkeerd was bij dat kind, toen Hij het uitriep. Ik keek voor de tweede maal naar haar, keek nog eens en toen zag ik wat er aan de hand was. Ik dacht: "Dat kan niet; dat kind is te jong." Maar het was zo, menopauze, ongeveer twintig jaar oud, drieëntwintig of zoiets. Ziet u het?

21 Mijn moeder en uw moeder hadden dat op de leeftijd van ongeveer vijfenveertig tot vijftig. Mijn vrouw kreeg dat op vijfendertigjarige leeftijd. Nu is het al gedaald tot twintig. Het hele menselijke ras is verrot. Wel, wanneer de lichamelijke functies op die wijze afbreken door het eten van gekruist voedsel en spanningen, die het doen verrotten, doen die dan ook niet de hersencel rotten? Dan kunnen we begrijpen dat de vrouwen zich naakt op straat vertonen. We kunnen begrijpen dat ze door de straten razen met een snelheid van 200 kilometer per uur, enzovoort. We zijn tot een plaats gekomen, dat de hele natie, de hele wereld, niet alleen deze natie, maar overal, geestelijk gestoord is.

22 En dan, wanneer wij, zo de Here wil, die zeven Fiolen openen en die afschuwelijke dingen tonen... De mensen zullen na een poosje zo krankzinnig zijn, dat zij zich verbeelden, dat ze mieren zien, zo groot als een berg. Zij zullen de vrouwen pijnigen, er zullen sprinkhanen op de aarde komen met lang haar om de vrouwen te pijnigen die het haar hebben afgeknipt, met neerhangend haar, als bij de vrouwen, en met lange tanden als een leeuw, angels in hun staart als een schorpioen enzovoort, om de mensen op de aarde te pijnigen. Maar dan zal het te laat zijn om er nog iets aan te doen. Dat komt nu op. Pijnigend...

23 En verleden zondag, toen wij spraken over die kringen, over hoe de vijf zintuigen aan de buitenzijde... Vijf zintuigen vormen de toegang tot het lichaam. Er is maar één wijze waarop u in het lichaam kunt komen, dat is door die vijf zintuigen: zien, proeven, voelen, ruiken en horen; er is geen andere manier om met het lichaam verbinding te krijgen.

24 Aan de binnenzijde van die mens is een mens genaamd geest. Deze heeft vijf zintuigen: gedachte, liefde en geweten enzovoort. Zo is het.

25 U kunt niet denken met uw lichaam; u denkt met uw verstand. En daar is het waar maar al teveel Christenen stoppen. Zij kunnen, net als het koren en het onkruid op het veld, gezalfd worden met dezelfde Heilige Geest waarmee de ware gelovige gezalfd is. Maar diep binnenin dat volgende gebied, het derde gebied, is de ziel; en die is voorbeschikt door God. Daar ligt de ware zaadkiem, daar van binnen.

26 En denk eraan, als ik een klit zou nemen en opensnijden en daarin het hart van een tarwekorrel zou enten en hem begraven, dan zou er tarwe uit een klit voortkomen, hoe de buitenkant er ook uitziet en wat de emoties ook zijn.

27 Vandaag is er zoveel verwarring omtrent het bewijs van de Heilige Geest enzovoort. Satan kan elke soort gave, die God heeft gegeven, nabootsen, maar hij kan dat Woord niet voortbrengen, woord op woord. Daarin faalde hij in de hof van Eden, daarin heeft hij altijd gefaald. Daar vinden we... De geluidsband over de valse gezalfden of de gezalfden... Zij kunnen gezalfd zijn met de Geest, spreken in tongen, dansen, juichen, het Evangelie prediken en toch een duivel zijn. Het gaat om de binnenkant. Nu, denk eraan dat Jezus zei: "Al wat de Vader Mij gegeven heeft, zal tot Mij komen. Niemand kan komen, tenzij Mijn Vader hem eerst trekke." We hebben de les doorgenomen om u aan te tonen dat u, al die tijd terug, in uw over-, over-, overgrootvader was, lichamelijk gesproken. Dat bent u als lichamelijk wezen van nature. Soms wordt er een kind met rood haar in een gezin geboren. Het verbaast de vader, omdat er, voor zover hij weet, niemand onder zijn verwanten of die van de moeder is, die rood haar heeft. Maar als u verscheidene geslachten terug zou gaan, dan zou u ontdekken, dat er iemand rood haar heeft gehad. Dat zaad blijft komen en u komt met de natuur van iemand die ver terug leefde. Zoals Hebreeën 7 zei, dat Melchizedek... Abraham betaalde tienden aan Hem toen hij terugkwam van het slaan der koningen. En Levi, die tienden ontving, betaalde tienden, want hij was in de lendenen van Abraham toen hij Melchizedek ontmoette.

28 Nu hetzelfde is dit: als u een zoon van God bent en als ik een zoon van God ben, of een dochter van God, dan waren wij in God van den beginne. Toen Jezus de volheid van het Woord werd, waren wij in Hem, in kiemvorm. Toen Hij gekruisigd werd, werden wij in Zijn lichaam gekruisigd. Toen Hij opstond uit de dood, stonden wij met Hem op. En nu, sinds wij het herkend hebben, nu zijn wij met Hem gezeten in hemelse plaatsen in Christus Jezus. Ziet u? Want Hij... Wij, als wij zonen en dochters van God zijn, zijn Gods kinderen en dan zijn wij eigenschappen van God. Toen waren wij – kregen wij eeuwig leven. En God is het enige eeuwige leven dat er is. Dan waren wij in Hem vanaf het begin. En toen Jezus dat hele Woord werd, waren wij een deel van Hem. Amen. Daar bent u er. Wanneer dat daar binnen is, is er geen duivel en zijn er geen machten, is er niets dat het ooit bewegen kan. Dat is het houvast van de ziel.

29 U kunt hier van buiten gezalfd worden in deze geest, en verlangen, en al die andere dingen doen, maar als het aankomt op dit houvast aan dat Woord, zult u nooit vandaar weggaan. Het zal zo standvastig en trouw aan dat Woord blijven als het kan. Buiten dat bent u nog verloren, ongeacht wat u doet.

30 Dat Laodicea-tijdperk is naakt, blind, ellendig, en zij weten het niet eens. Zie, het is gezalfd met de ware Geest. Zie, die Heilige Geest kan vallen op een mens in zijn geest, maar zijn ziel is zijn zaadkiem. Die kiem is het Woord. Ziet u? Het kan mij niet schelen hoeveel u predikt, hoe goed u dit doet en hoeveel u liefhebt... Dat is een van de toegangen tot de geest. U kunt niet liefhebben met uw lichaam; u hebt lief met uw geest. Dat is één van de toegangen. En u kunt liefhebben en zelfs God liefhebben en toch niet in orde zijn. U kunt duivelen uitwerpen, en prediken, en al deze dingen doen en toch niet recht zijn. Jezus zei het; Hij zei dat velen zouden komen op die dag. Dat Woord maakt het vast.

     In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.

     Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond...

31 Let op. Ik ga over dit onderwerp van de Bijbel spreken: Christus geopenbaard in Zijn eigen Woord. Het was in mijn kamer, dat ik deze conclusie trok. De een of andere dierbare persoon (het kan zijn dat hij of zij hier vanmorgen zit)... Ik heb een plaat hangen in mijn studeerkamer boven en dat is een afbeelding van Hoffmanns 'Hoofd van Christus', geschreven in de zaligsprekingen. En precies daar waar men kwam tot een plaats dat men een deel van het haar nodig had, drukten zij een beetje harder op de pen als zij bij dat gedeelte kwamen. Dus daar is Hij, geplaatst in Zijn Woord, recht vooruitziende. Christus in de zaligsprekingen. Iemand maakte het; wie het ook was, ik dank u daarvoor. En iemand bracht dat schilderij en plaatste het in mijn studeerkamer. Het is van Elia, die opvoer in een vurige wagen. Wij stellen deze dingen op prijs. Dikwijls komen er grote menigten en dan krijg ik geen kans om iemand te spreken en deze dingen te zeggen, maar ik zie het, broeder, zuster. Ik weet het. God weet het.

32 Ik ga nu spreken over dit onderwerp: Christus geopenbaard in Zijn Eigen Woord. Wat staat daar in de zaligsprekingen een beeld van Christus, precies zo uitkomend zoals Hij is. Zoals... Daar dacht ik over dit onderwerp.

33 Nu, Christus en het Woord is hetzelfde. Ziet u? Men zegt: "Hoe was de Bijbel...?" De mensen zeggen... Niet lang geleden reed ik mee met een man. Hij zei: "Denk eraan: wij hier op deze aarde, mensen zoals wij zijn, wij weten alleen of kunnen alleen maar zeggen dat wij gered zijn door de een of andere Joodse fabel, genaamd de Bijbel."

34 Ik zei: "Mijnheer, ik weet niet hoe u dat bedoelt, maar ik geloof niet, dat het een Joodse fabel is." Ik zei...

     Hij zei: "Wel, als u bidt... Tot wie bidt u? Ik vroeg om dit en dat en bepaalde dingen, maar ik kreeg ze niet."

35 Ik zei: "U bidt verkeerd. Wij moeten nooit bidden om Gods gedachten te veranderen; we moeten bidden om ónze gedachten te veranderen. Gods gedachten hebben geen verandering nodig. (Ziet u?) Ze zijn juist." Ik zei: "Niet waarom u bidt..."

     Ik ken een Katholieke jongeman, die eens een gebedenboek had en gebeden opzei, opdat zijn moeder zou blijven leven. En zij stierf en hij wierp het gebedenboek in het vuur. Wel, u ziet... Ik hecht niet veel waarde aan het gebedenboek, maar in ieder geval... Zie, u neemt de verkeerde houding aan. U probeert God te vertellen wat Hij moet doen. Het gebed zou moeten zijn: "Here, verander mij om in Uw Woord te passen." Niet te veranderen, van: "Laat mij Uw gedachten veranderen, maar verandert U mijn gedachten. (Ziet u?) Verandert U mijn gedachten naar Uw wil, en Uw wil is hier in het Boek geschreven. En, Here, laat mij niet gaan totdat mijn gedachten zijn afgesteld op Uw gedachten. En als dan mijn gedachten zijn afgesteld op Uw gedachten, dan zal ik ieder Woord geloven, dat U hebt geschreven. En U zei daarin, dat U ieder ding zou laten meewerken ten goede voor hen, die U liefhebben, en ik heb U lief, Here. Het werkt alles mede ten goede."

36 Ik ben deze week met een paar dierbare vrienden op het platteland geweest. Ik vroeg gisteren aan enigen van hen, terwijl wij aan tafel zaten te eten... We zitten altijd zo bij elkaar en houden dan zoiets als een kleine Bijbelstudie. We spraken over liefde. En er was een zekere persoon die tegen mij zei: "Ik geloof, dat U een antichrist bent."

37 Ik zei: "Als dat mijn Here een genoegen zou doen, dan zou ik dat willen zijn. Ik wil zijn wat Hij wil, dat ik zal zijn. Ik heb Hem lief. En als Hij mij in de hel zou werpen, dan zou ik Hem nog steeds liefhebben als ik zou gaan met dezelfde geest als die ik nu heb." Hij keek mij een beetje vreemd aan. Ik zag vier of vijf jongemannen, jonge vrouwen, fijne vrouwen. Ik wist dat die jongens van hun vrouwen hielden, dus zei ik tegen hen: "Dit is de manier om het te beproeven; als je vrouw, voordat jullie getrouwd waren... Je gaat in gedachten terug tot de tijd dat je nog niet getrouwd was. En je droomde dat je getrouwd was. Je was nog niet echt getrouwd, maar je droomde dat je het was. En je wordt wakker en je gaat naar je meisje en vertelt haar: "Weet je, ik droomde dat we getrouwd waren en dat we kinderen hadden en gelukkig leefden en we wachtten op de komst van de Here en zo." En stel je voor dat dan dat meisje tegen je zou zeggen: "Weet je, Ik houd van een andere man meer dan van jou. Ik zou met die andere man gelukkiger kunnen zijn." Zou je haar dan vanuit je hart wel genoeg liefhebben om te zeggen: "Gods zegeningen mogen op je rusten, lieveling. Ga maar met die andere man." Nu, onderzoek dat eens, ieder van jullie, man of vrouw. Ziet u? Wel, als je liefde juist is, zou je dat doen, want je stelt belang in haar welzijn. Je weet, dat je haar zou kunnen hebben, met haar zou kunnen samenleven, zij zou je vrouw zijn, ze zou je trouwen, maar ze zou niet gelukkig zijn. Ze zou gelukkiger zijn... Wanneer je van haar houdt, zul je willen dat zij gelukkig zal zijn. Daarom, wat ook de wil van God is, laat Gods wil geschieden of ik er gelukkig mee ben of niet. Ik wil zo leven, dat Hij verheugd is over wat ik doe. Daarom, controleer uw oogmerk en beweegreden wat dat betreft, opdat u weet of u God liefhebt of niet."

     Wat als Hij tegen u zou zeggen: "U hebt mij gediend, maar ik zal u uitwerpen"?

     "Ik heb U in ieder geval toch lief." Ziet u?

38 Daarom, als de gemeenten dat zouden begrijpen en het op die manier zouden kunnen geloven, dan zou de één niet proberen de voetbal af te pakken van de andere speler, als hij er mee loopt. Hij zou die ene beschermen. Ziet u? Als de ware beweegreden en het echte oogmerk er zijn, dan zou niemand proberen te zeggen: "Hé, dit heb ik ook, ik–ik... Dit ben ik; dit..." Zie, God kan zo'n mens niet gebruiken. Er is zoveel nabootsing gevolgd en dat is Satan; de mensen kunnen dat niet beseffen. Zij proberen de bal van iemand aan wie hij gegeven is, af te nemen. Laat God maar een zekere bediening verwekken en let dan eens op hoevelen er achteraan gaan. Ziet u het?

39 Echte liefde tot God is: "Het doet er niet toe welk deel ik ben, Here, als ik er maar iets goeds van mag zeggen om het te helpen beschermen, laat mij dat dan doen." Ziet u? Dat zou hetzelfde zijn als betreffende uw vrouw. Als u werkelijk van haar houdt, is het geen Fileo liefde, maar is het Agapo liefde, een echte liefde. Als ze met iemand anders gelukkiger zou kunnen leven... Dan zou u nu niet getrouwd zijn, u kunt niet...

40 Tussen twee haakjes, mensen, die naar deze geluidsbanden luistert. Velen stuurden brieven en zeiden: "Wel, u zei in 'Huwelijk en echtscheiding' dit en dat." Ik heb al zo dikwijls gezegd dat deze banden alleen maar... Ik spreek tot mijn samenkomst, broeder. Ik ben niet verantwoordelijk voor wat God u heeft gegeven om herder over te zijn; ik ben verantwoordelijk voor het soort voedsel waarmee ik deze mensen voed. Dit is alleen voor deze tabernakel. Ziet u? Nu, als de mensen naar de banden willen luisteren, dat is aan hen. Maar ik spreek tot hen, die God mij gegeven heeft. Het waren hun zonden die vergeven werden. Iemand schreef en zei: "Wel, ik heb dit en ik heb dat gedaan. U zei, dat onze zonden..." Dat heb ik niet gezegd.

     Ik zei: "U moet het zo zien; dit is alleen voor deze mensen hier, de mensen hier in de tabernakel, mijn eigen kudde." Als de mensen daarbuiten het voedsel enzovoort, willen kruisen... U krijgt de openbaring van God en doet wat God u vertelt te doen. Ik zal hetzelfde doen. Maar deze boodschappen zijn voor deze gemeente.

41 Let op. Wij komen nu terug, want we hebben nog het een en ander om ons aan vast te houden. Iets moet een houvast zijn; met andere woorden: het is een laatste toevlucht. Iedereen moet een uiteindelijk of absoluut houvast hebben. Ik predikte daar eens jaren geleden over, over een absoluut houvast, het laatste woord. Zoals de scheidsrechter bij een balspel, als hij zegt dat het een treffer is, dan is het dat precies. Het doet er niet toe hoe u het zag, de scheidsrechter beslist dat het een treffer is.

42 U zei: "Het was geen treffer. Het ging... Ik zag de..." Het doet er niet toe, als hij zei "Treffer", dan is het dat en daarmee uit. Hij is degene die de eindbeslissing heeft.

43 Het verkeerslicht is een eindbeslissing. Als het licht zegt: "Ga", ik... U zegt: "Wel, ik heb haast, ik heb..." Nee, nee, het zegt: "U staat stil, terwijl die andere knaap gaat." Ziet u het? Het is de eindbeslissing.

44 Er moet een uiteindelijk houvast zijn bij alles wat u doet. Er moest een eindbeslissing zijn, toen u uw vrouw koos. Er moest een vrouw zijn, die u moest uitzoeken.

45 Er komt een tijd, wanneer u een auto gaat kopen, dat u een eindbeslissing gaat nemen. Zal het een Ford, Chevrolet, Plymouth, een buitenlandse wagen of wat dan ook zijn? U moet een eindbeslissing nemen. Zo is het ook met het Christelijke leven; er moet een uiteindelijk houvast zijn.

46 Als een mens een ander mens zou horen zeggen: "Wel, u behoorde gedoopt te worden" en deze persoon zou nooit... Het kan zijn dat hij tot een kerk behoort die niet doopt, maar besprenkelt. Ik denk bijvoorbeeld aan de Methodisten; zij dopen alleen maar op verzoek, heb ik begrepen. Of misschien is hij Katholiek; ik geloof dat zij alleen maar besprenkelen. Dus als iemand een ander zou horen spreken over onderdompeling in water, zou hij het niet begrijpen, want hij was als Katholiek opgevoed, dus gaat hij naar de priester en zegt: "Vader, ik begrijp dat wij verondersteld worden te worden ondergedompeld in water. Wat zegt onze kerk daarvan?"

47 "Wel, zij zegt dat wij besprengd moeten worden." Nu, als de kerk zijn uiteindelijk houvast is, dan is het daarmee uit. Alle twist is voorbij. De kerk zei het zo, en dat is alles.

48 Wat echter als een Baptisten-broeder ons zou horen zeggen, dat wij geloven in onderdompeling in water, dan zou hij zeggen: "Ik geloof dat" – en in de Naam van Jezus Christus. Nu, dit lid van de kerk gaat terug naar de voorganger en zegt: "Herder, ik hoorde iemand tegen mij zeggen dat we wel door onderdompeling gedoopt moesten worden, maar dan in de Naam van Jezus Christus."

49 "Wel," zou hij zeggen, "laten we eens zien. Het boek hier zegt dat wij gedoopt zouden worden met gebruik van de woorden: Vader, Zoon en Heilige Geest." Als die kerk zijn uiteindelijk houvast is, dan is het daarmee klaar. Hij bekommert er zich niet om wat iemand anders zegt, dat is zijn eindbeslissing.

50 Wel, iedere denominatie is een uiteindelijk houvast voor zijn gelovigen. Maar voor mij en voor hen, waarvan ik hoop dat ik ze tot Christus en door Christus leid, is de Bijbel het uiteindelijk houvast. Het doet er niet toe wat... Omdat God zei: "Ieder mens is leugenachtig, maar God is waarachtig." En ik geloof dat de Bijbel Gods eindbeslissing is. Het doet er niet toe wat iemand anders zegt. Het is Gods eindbeslissing.

     De Bijbel is geen boek van systemen. Nee meneer! Het is geen boek van systemen, noch een code van goede zeden. De Bijbel is geen boek van systemen, zoveel systemen enzovoort. Nee! Het is geen boek van moraal. Nee, dat is het niet. Ook is het geen boek over geschiedenis en evenmin van theologie, want het is de openbaring van Jezus Christus. Nu, als u dat zou willen lezen, u die papier bij u hebt en aantekeningen maakt, het staat in Openbaring 1:1–3. Is... De Bijbel is de openbaring van Jezus Christus.

51 Laten wij het even lezen, terwijl wij de tijd hebben. Ik heb hier niet zoveel aantekeningen om over te spreken. Als de Here vertoeft te komen, wel, dan zullen wij ervan nemen...

     Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden, en welke Hij door de zending van zijn engel aan zijn dienstknecht Johannes heeft te kennen gegeven.

     Deze heeft van het woord Gods getuigd en van het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij gezien heeft.

     Zalig hij, die voorleest, en zij, die horen de woorden der profetie, en bewaren, hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.

52 Dus is de Bijbel de volledige openbaring van Jezus Christus, en Hij werd geschreven door profeten. Hebreeën 1:1: "God, die eertijds sprak tot de vaderen door de profeten, sprak in deze laatste dagen tot ons door zijn Zoon, Jezus Christus", hetgeen de profeten waren, zij allen tezamen. Jezus was Maleachi; Jezus was Jeremia, Jesaja, Elia. Alles wat zij waren, waren zij in Hem. En alles wat u bent, en alles wat ik ben, is in Hem. Woorden, getuigen van het Woord. Dus het is geen boek van systemen of een code van goede zeden, ook is het geen geschiedenisboek of een boek van theologie. Dat is het niet. Maar het is een openbaring van Jezus Christus – God Zelf geopenbaard vanuit het Woord in het vlees. Dat is het. De Bijbel is het Woord en God is het vlees. God in... of liever, God is het Woord en Jezus is het vlees. Het is een openbaring hoe God, het Woord, gemanifesteerd werd in menselijk vlees en aan ons geopenbaard. En daarom werd Hij een Zoon van God. Hij is een deel van God. Begrijpt u dat?

53 Hij is niet... Het lichaam is een deel van God, zozeer dat het een Zoon is. Een Zoon... Als een Katholiek en de hele rest van de kerken zeggen: eeuwige Zoon, dan heeft het woord zelfs geen betekenis meer. Ziet u? Iets kan niet eeuwig zijn en dan een zoon zijn, omdat een zoon iets is, dat uit iemand verwekt wordt. En het woord eeuwig... Hij kan wel een Zoon zijn, maar Hij kan geen eeuwige Zoon zijn. Nee, er kan geen eeuwige Zoon zijn.

54 Maar Hij is de Zoon, zozeer, dat heel het Woord dat in Jeremia, in Mozes was... En al die Woorden, zoals Hij zei: "Zij spreken van Mij." Al die ware Goddelijke openbaring van het Woord was samengevat in één menselijk lichaam, en God plaatste er vlees omheen. Dat is de reden waarom Hij "Zoon" genoemd werd en de reden waarom Hij verwees naar Zijn "Vader". Ach het is zo eenvoudig, als u het God maar in uw verstand laat uitgieten. Ziet u het? God, geopenbaard in een lichaam van vlees (let op!) – geopenbaard vanuit vlees- of vanuit het Woord in het vlees. Dat is Johannes 1:14: "En het Woord werd vlees gemaakt en woonde onder ons."

55 Nu, let op deze Bijbel. Sommigen van hen zeiden: "O, wel, het heeft dit gedaan en het heeft dat gedaan. Maar laat mij u iets vertellen, laten we eens even de geschiedenis van de Bijbel nagaan om te bezien hoe Deze is ontstaan. Hij werd geschreven door veertig verschillende schrijvers. Veertig mannen schreven de Bijbel in een tijdsbestek van zestienhonderd jaar en in verschillende tijden, en voorspelden de belangrijkste gebeurtenissen welke ooit in de wereldgeschiedenis voorkwamen, en dikwijls honderden jaren voordat het gebeurde. En er zit niet één fout in al die zesenzestig boeken. O, wonderbaar! Geen auteur dan God Zelf zou zo accuraat kunnen zijn. Niet één woord weerspreekt het andere. Denk eraan, over een periode van zestienhonderd jaar werd de Bijbel geschreven, vanaf Mozes tot de dood van Johannes op het eiland Patmos, zestienhonderd jaar. En Hij werd geschreven door veertig verschillende schrijvers. De één kende zelfs de andere niet, en zij hadden de Bijbel nooit als het Woord. Sommigen van hen hebben zelfs nooit het Woord gezien. Maar toen zij het geschreven hadden en men had begrepen dat ze profeten waren, en men hun profetieën samenvoegde, paste elk van deze in de andere.

56 Kijk eens naar Petrus, die op de dag van Pinksteren aankondigde: "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden." Paulus had daar nooit iets over gehoord. Hij ging naar Arabië gedurende drie jaren, om het Oude Testament te bestuderen, om te zien Wie deze Vuurkolom was die tot hem sprak op de weg en zei: "Saul, waarom vervolgt u Mij?" Hoe zou hij verkeerd kunnen zijn? Hij heeft de gemeente zelfs helemaal niet geraadpleegd. En veertien jaar later toen hij Petrus ontmoette, predikten zij hetzelfde, woord voor woord. Dat is onze Bijbel. Het woord van ieder mens kan falen. Dit... Niemand kan er iets aan toevoegen. U voegt niets meer aan de Bijbel toe. Nee, zeker niet! Dit is een volledige openbaring. Dat is alles.

57 Zoals de zeven zegels. De zeven zegels... Iemand zei eens tegen mij: "Daar bent u... De Here zal tot u spreken, broeder Branham, als deze zegels geopenbaard worden, en ons vertellen hoe wij dichter tot God kunnen komen en hoe we..."

58 Ik zei: "Nee, meneer! Dat kan niet, omdat de Bijbel... De zeven zegels erop hadden de zeven geheimenissen verborgen. Het was al geschreven, maar men begreep niet wat het was." Let eens op hoe men omsprong met dat gedoopt worden in Jezus' Naam. Ziet u? Zo was het niet, maar in de Naam van de Here Jezus Christus. Ziet u? Al die dingen, hoe het was... Want er zijn veel Jezussen... Ik heb verscheidene vrienden hier op aarde die Jezus heten, prediker-vrienden. Dat is het niet. Het is onze Here Jezus Christus. Geen schrijver behalve God zou zo correct kunnen zijn.

59 Laten we nu eens zien hoe deze Bijbel geschreven werd. Nu, zeg bijvoorbeeld, vanaf... Als we nu eens zesenzestig medische boeken zouden nemen, die handelen over het lichaam, geschreven door veertig verschillende medische scholen, honderdzestig of zestienhonderd jaar uit elkaar. Ik vraag mij af op wat voor soort samenhang we dan uit zouden komen.

     Toen George Washington, onze president... Ongeveer tweehonderd jaar geleden trokken zij voor longontsteking de nagel van zijn teen af en tapten hem een halve liter bloed af. Laten we nog wat verdergaan met enkele dingen waar wij vandaag zo door worden aangetrokken; wat wetenschap heet.

60 Als we vandaag veertig verschillende geleerden zouden nemen over een periode van zestienhonderd jaar uit elkaar, waar zouden we dan uitkomen? Een Franse geleerde bewees driehonderd jaar geleden wetenschappelijk, door een bal te laten rollen, dat wanneer de verschrikkelijke snelheid verkregen was van meer dan vierenvijftig kilometer per uur, het voorwerp de aarde zou verlaten en er vanaf zou vallen. Denkt u dat de wetenschap daar ooit weer naar zou verwijzen? Is er daarmee nu enige samenhang, terwijl men hier de weg afraast met een snelheid van tweehonderdveertig kilometer per uur? Ziet u? Maar hij bewees wetenschappelijk, dat door de druk van de bal die over de grond rolde, bij een snelheid van vierenvijftig km. per uur, elk voorwerp van de aarde opgeheven zou worden en weg zou vallen in de ruimte.

61 Nu, daar zit geen verband in, niet één woord in de Bijbel spreekt echter het andere tegen. Niet één profeet heeft ooit de andere tegengesproken. Zij waren ieder volmaakt en als er iemand kwam en profeteerde, stond die ware profeet op en riep hem tot de orde. Dan werd het gemanifesteerd. Ziet u? Ziet u het? Dus de Bijbel is het Woord van God voor alle ware gelovigen.

62 U zou geen nauwkeurigheid kunnen verkrijgen in datgene waarover de dokters het eens zouden zijn. U kunt er zelfs nu geen zekerheid over hebben. U kunt ook nu geen nauwkeurigheid verkrijgen in hetgeen de wetenschap leert. U weet, dat men ons enige tijd geleden vertelde, dat als de Bijbel zei, dat hij vier engelen zag staan op de vier hoeken van de aarde, dat dat zo niet kon zijn; de aarde was rond. Maar de Bijbel zei: "Vier hoeken." Welnu, hebt u twee weken geleden – drie weken is het nu geleden – gezien, dat de kranten dit artikel voerden, dat men ontdekt had dat de aarde vierkant is? Hoevelen hebben dat gezien? Zeker, ziet u? Ik heb het geheel laten kopiëren en wacht alleen tot iemand er iets over zegt.

63 En zij zullen op zekere dag gaan ontdekken dat er ook geen afstand bestaat van honderdvijftig miljoen lichtjaren; zij gaan precies rond in een cirkel. Dat is het precies. U zult één dezer dagen ontdekken, dat wanneer u naar de hemel gaat, u niet ergens anders heenvliegt, maar dat u nog altijd hier bent, alleen in een andere dimensie, sneller dan deze. In deze kamer zijn kleuren. Iedere kleur van uw overhemd, jurk of wat u ook hebt, is eeuwig, vastliggend op grammofoonplaten, die steeds rond de wereld gaan, Iedere keer dat u met uw ogen knippert, wordt opgenomen. Let op, de televisie zal dat bewijzen.

64 Wanneer u wordt geboren, zet God een grammofoonplaat op. Als u een grammofoonplaat opzet zal hij in het begin niet veel geluid geven, weet u; dat is de kleine baby, totdat hij komt tot verantwoordelijkheidsbesef. Dan begint het geluid. Hij begint dingen te zeggen en dingen te doen, waar hij verantwoording voor af moet leggen. En dan, wanneer dat leven eindigt, wordt die plaat of band eraf genomen en in de grote bibliotheek van God gelegd. Nu, hoe zult u er aan ontkomen aan de oordeelsbalie? Het wordt vlak vóór u afgespeeld: Iedere beweging die u maakte, iedere gedachte die door uw verstand ging. Kunt u dat begrijpen? Nu, kunt u zien waar God...

65 Ik stond hier onlangs en er was een man op het platform geweest, lang, kaalhoofdig, een werkelijk knap uitziend mens, sterk. En hij ging weg... De Here had hem heel wat dingen over zijn gezin verteld en wat hij zou moeten doen. En hij ging weg en ging zitten. Binnen een paar minuten kwam hier vóór mij nog zo iemand, maar hij hield zijn hoofd naar beneden. Ik kon het niet onderscheiden en ik keek weer naar de man daar; en hij was het niet, omdat het iets anders was. En ik kon deze man niet vinden. Ik keek rond, er was niemand achter mij. Ik zei: "De man zit achter die gordijnen daar." Het was een broeder die hier naar de gemeente komt, lang, kaalhoofdig, een aardig knap persoon die daar zat. Hij had zijn hoofd naar beneden, biddend, omdat hij op het punt stond te sterven aan een maagkwaal. Hij zou een paar schoenen krijgen. Zijn vrouw wilde dat hij een paar nieuwe schoenen zou kopen. Hij zei: "Nee, ik hoef ze niet, omdat ik toch niet blijf leven om ze te kunnen dragen." Hij was stervende. En daar zittend, ziet u, in die dimensie... Halleluja! God bewoog Zich daar en zei: "Daar zit hij", precies in de houding, waarin hij zich bevond. Ziet u wat ik bedoel?

66 Nu let op. Er is geen enkele vergissing in de Schriften. Jezus, het Woord van God, kent de gedachte die in het hart is. Het Woord van God is sterker, scherper. Hebreeën 4:12: "Het Woord van God is scherper, krachtiger dan een tweesnijdend zwaard en het dringt door, zo diep, dat het schift overleggingen en gedachten van het hart." Ziet u? Het gaat diep in het gemoed en trekt uit en onderscheidt. Wat is onderscheiden? "Bekend maken, openbaar maken." En dat doet het Woord van God. Vandaag zeggen wij: "De Katholieke kerk is het Woord van God, de Baptisten, de Methodisten, de Pinkstermensen, de tabernakel." Dat is verkeerd. Het Woord is de openbaring, God geopenbaard door het Woord!

67 Nee, we zouden geen samenhang kunnen hebben onder de medici, geleerden, enz. Als Einstein maar de geestelijke toepassing had gehad, zoals hij de natuurkundige toepassing had toen hij de wet van het licht enzovoort bestudeerde, dan zou hij ons iets hebben kunnen vertellen. Toen ik zijn boodschap hoorde over dat grote centrum ergens in de hemelen, dat wie ooit contact zou hebben met dat centrum, werelden zou scheppen, alles zou kunnen doen; de kracht zou onbeperkt zijn. Ziet u? Hij had dat gezien.

68 U ziet die kleine zakken door de lucht gaan, die men 'schotels' enzovoort noemt. Wel, wij kunnen dat beter laten rusten. "Hebt u gehoord hoe deze mensen vermist worden?", zegt u. U hoort niets van hen; zó staan zij daar en zó zijn ze er niet meer. Op die wijze zal de opname zijn. Eén van hen zal neervallen en dit aardse lichaam zal een hemels lichaam aannemen. En zij zullen hun huid, haar of beenderen achterlaten. Hun lichaam zal in een ogenblik tijds veranderd worden, ze komen regelrecht uit de ruimte vallen en nemen dat mee naar huis... We zien dit nu allemaal gebeuren en het Pentagon vraagt zich af wat toch deze mystieke lichten en alles wat ze in de lucht zien, zijn. U hebt gezien wat men deze week over één daarvan hier in de krant van Jeffersonville schreef, over een mystiek licht. Ik dacht: "O, zij weten niet wat dat is." Maar luistert, kinderkens, het is om u één dezer dagen op te nemen, ziet u? Maakt u geen zorgen.

69 Herinnert u zich dat Jezus zei: "Zoals het was in de dagen van Sodom..." Wat gebeurde er vlak voordat Sodom...? God kwam neer met enige engelen en zij hielden een oordeelsonderzoek. Hij zei: "Ik heb het geroep gehoord, en haar zonde is zeer groot, zodat Ik neergekomen ben om te bezien of het alles waarheid is of niet." Is dat juist? Let nu op die Ene voornaamste die bij Abraham bleef, en die de gedachten die in het hart van Sara waren kon onderscheiden terwijl ze achter Hem was. Nu, als u een beetje rond zou kijken, zou u opmerken, dat Hij vandaag hetzelfde doet. Het is een oordeelsonderzoek. Als na een poosje de gemeente, wanneer zij kan staan op die plaats en elk zaad op zijn plaats gebracht is, weg zal zijn, dan zullen zij niet weten wat er met hen gebeurde. Er zal er één deze weg gaan. Ziet u? Er zal er één gaan naar het huis van de voorganger en er zal er één hierheen gaan of daarheen gaan; en opeens zullen ze merken dat ze er niet meer zijn. Want Henoch, die het type was, werd door God weggenomen en hij werd niet gevonden. Zij kwamen neer om te onderzoeken.

70 De samenhang is zo volmaakt, hoe Henoch een type is van de opname, en Israël een type van het overblijven in de ark. Het Woord van God is zo volmaakt, zelfs het Oude en het Nieuwe Testament zijn twee helften en toch één geheel. Dat is juist. Het Oude Testament is de helft ervan en het Nieuwe Testament is de helft ervan. Voeg ze tezamen en u hebt de gehele openbaring van Jezus Christus. Daar spreekt de profeet en hier is Hij de Persoon. Ziet u het? Twee helften en een geheel.

71 We willen niet teveel tijd nemen. Denk eraan, dat het Oude Testament niet volledig is zonder het Nieuwe. En het Nieuwe zou niet volledig kunnen zijn zonder het Oude Testament. Dat is de reden waarom ik zei: "Twee helften – één geheel." Zo zei de profeet: "Hij zal hier zijn; Hij zal hier zijn; Hij zal hier zijn! Zij zullen dit met Hem doen; zij zullen dit met Hem doen!" En hier is Hij. "Hij was hier; Hij was hier. Hij... Zij deden dit met Hem en zij deden dit met Hem." Ik predikte daar juist een paar avonden geleden over.

72 Nu, om de Schrift te bestuderen – zoals Paulus Timotheüs vertelde: "Bestudeer het", het Woord van God, dat de Waarheid is, recht snijdend – er zijn drie vereisten in de Schrift. Bij het gebruiken van Gods Woord zijn er drie dingen die men niet moet doen. Nu, laten we daarvan de volgende tien minuten eens een studie van maken. Drie dingen, die u niet moet doen. En in het hele land, waar u ook bent, verzeker u ervan om deze in uw verstand te laten zinken als u geen pen bij u hebt. U moet deze dingen niet doen. Wij vertellen u steeds maar hoe u het moet doen; nu ga ik u vertellen wat u níet moet doen.

73 U moet het Woord niet verkeerd uitleggen. U zegt: "Wel, ik geloof dat het dit betekent." Het betekent precies wat het zegt. Het heeft geen uitlegger nodig. En u moet het Woord niet verkeerd plaatsen. En u moet het Woord niet uit zijn verband rukken. Als wij één van deze dingen zouden doen, zou het de hele Bijbel in verwarring en chaos werpen.

74 Merk op. Door Jezus in de gedaante van God in een mens verkeerd uit te leggen, zou u Hem tot één God uit drie maken. Door Jezus Christus als zijnde het Woord, verkeerd uit te leggen, zou u Hem tot één God uit drie maken. Of u zou Hem maken tot de tweede persoon in een godheid. Door dat te doen zou u de hele Schrift in de war brengen. U zou nergens blijven. Dus moet het niet verkeerd worden uitgelegd.

75 Als u zegt dat een bepaald ding waar u een uitleg van geeft, betrekking heeft op een andere tijd of het wordt toegepast op een andere tijd, dan geeft u er ook een onjuiste uitlegging aan.

76 Als iemand Jezus Christus in de Bijbel verkeerd uitlegt als niet zijnde God Zelf, maar Hem maakt tot de tweede persoon of één god uit drie, dan zou dit ieder Woord in de hele Bijbel omver werpen. Het zou het eerste gebod breken: "U zult geen andere god voor Mijn aangezicht hebben." Zo is het. Het zou het hele Christelijke ras maken tot een stel heidense aanbidders, die drie verschillende goden vereren. Zie wat voor een soort Bijbel u dan zou hebben. Dan zou het ons maken tot wat de Joden zeggen, dat we zijn. Zij zeggen: "Wie van die goden is uw god?" Ziet u? Dus u ziet, dat u de Bijbel niet verkeerd uit moet leggen, want Jezus Zelf is de uitlegging van de Bijbel, toen Hij geopenbaard werd in het tijdperk dat het deel van Zijn lichaam gemanifesteerd werd. Als het een hand-tijdperk is, dan moet het een hand zijn; het kan geen hoofd-tijdperk zijn. Als het een stem-tijdperk is, wel, dan kan het geen voet-tijdperk zijn. En nu zijn we in het oog-tijdperk. En het volgende is Hijzelf, die komt; het zien, profetisch.

77 Bij het begin van de tijdperken begonnen we bij het fundament, vanaf het eerste tijdperk, toen het Zaad, het volledige Zaad, de grond inging. Dan komt het op door de voeten, Luther, gaat dan verder door Wesley en dan door de Pinkstermensen, de tongen en de lippen. Ziet u? En nu is het, profetisch gezien, in het oog, van Maleachi 4 enzovoort. En nu is er niets meer over gebleven om te komen dan Hijzelf, om daar in te stappen, omdat dat het laatste is. Het volgende is het verstand, en wij hebben geen verstand van onszelf, het is van Hem. Wij hebben geen gezicht van onszelf. Hoe kan een mens die dingen vooruitzien? Hij kan het niet; het is God Zelf. Zie, het is tot een plaats aan het komen en Hij heeft het lichaam de gehele weg door bestuurd. Dan wordt het volledige lichaam van Christus geopenbaard in de gedaante van een bruid die uit Zijn zijde genomen werd, zoals bij Adam in het begin.

78 Ja, God... Dit zou de hele Bijbel in wanorde brengen, het eerste gebod breken en een god maken, een heidense god van drie. Het zou het hele beeld van de Bijbel ruïneren, daarom moet u de Bijbel niet verkeerd uitleggen. Nu, dat is nog maar één ding.

79 Wanneer iedere Schriftplaats in de Bijbel dezelfde toepassing heeft, dan moet u het op zijn juiste plaats zetten. En als u het verkeerd plaatst, dan zou u Hem in het ene tijdperk God kunnen maken en in het volgende tijdperk tot een geschiedkundige figuur. Dus moet u de Schrift niet verkeerd plaatsen. Hij is en blijft steeds God. Als u Hem vandaag tot een God van de geschiedenis maakt, die ver achter ons ligt en Hij vandaag niet Dezelfde is, wat doet u dan met Hebreeën 13:8? Ziet u? Hij is Dezelfde vandaag, gisteren en voor altijd.

80 U ziet dus wat dit zou veroorzaken en wat het al gedaan heeft. Het heeft het al gedaan. U laat Hem Zijn eigen Woord verloochenen door de Schriften verkeerd te plaatsen.

81 Door de Schriftplaatsen uit hun verband te rukken, zou u Zijn lichaam helemaal verdraaien, de voet plaatsen waar het hoofd behoorde te zitten of zoiets. Met andere woorden; u zou Jezus de boodschap van Mozes laten brengen. Of u zou Wesley de boodschap van Luther laten leren. U zou nu, in ons tijdperk, de Pinksterboodschap kunnen laten leren. U ziet wat een warboel het zou zijn. Pinksteren heeft al kleur bekend. De Lutheranen hebben ook al de hunne bekend – zij werden een denominatie. Ze stierven daar. Het tijdperk verliep en daar gingen ze.

82 Zodra zij zich organiseerden, stierven zij. Laten we nu eens zien of dat niet juist is. Zie maar terug in de bladzijden van de geschiedenis. Iedere keer dat men zich organiseerde, stierf men; het werd nooit meer wat. Men werd een vereerder van de god van deze wereld. Men kwam terecht in organen en organisaties en denominaties en illusies. Een troep Ricky's kwam binnen en legden er hun eigen bezwaren of liever hun eigen gedachten in. En wat gebeurde er? Het werd een warboel. Het zal daarop uitlopen, dat de god van deze wereld, Satan zelf, door hen zal worden gekroond terwijl ze denken dat zij een grote wereldleider hebben die hun vrede zal brengen.

83 Ik vertelde u onlangs – ik zeg het nog eens – dat zelfs de beschaving zelf vandaag absoluut tegen God is. Beschaving is tegen God. Opvoeding is een miljoen mijl van Hem vandaan; de wetenschap eveneens een miljoen mijl. Wetenschap en opvoeding trachten God te weerleggen (ziet u) door theologische seminaries en scholen en plaatsen voor wetenschapsbeoefening enzovoort. Ze hebben hun schok gehad. Denk aan dat visioen van gisteravond van de man toen hij schreeuwde tegen die geleerden daar, die dat spul erin goten. Zij draaiden zich even om, keken op en gingen door. Er zal nog één rit volgen.

84 Let op. O, deze drie 'moeten' moeten er zijn. U kunt niet... Jezus kwam niet de boodschap van Noach prediken. Hij kon niet komen om Mozes' boodschap te prediken, of Mozes kwam niet om te prediken... Ziet u, ruk de Schrift niet uit zijn verband. Hij moet in de juiste tijd geplaatst worden. Toen die grote man, John Wesley, of die grote man, Luther, optrad... Toen Luther kwam met zijn boodschap van rechtvaardigmaking... Luther was een groot man. Hij riep de kerk uit de duisternis en hij bracht rechtvaardigmaking door het geloof. En toen hij dat deed, bouwden zij er een organisatie bovenop; en zij stierven. Het leven ging door zoals het is in de tarwestengel, recht door in het Wesley-tijdperk naar de aar. Uit Luther kwamen andere bladeren, die met hen stierven, hetwelk Zwingli en Calvijn waren en heel de rest, die opkwamen in die grote Reformatie.

85 Toen kwam Wesley, een ander tijdperk bloesemde uit in een aar. Wesley en Atterbury en al die anderen, en John en zijn broer en al die grote mannen van God met een boodschap die het land deed opschudden. Zij organiseerden het en het stierf. Toen kwam er iets, dat er precies uitzag alsof het nu het graan zou voortbrengen, maar men kwam tot de ontdekking dat het kaf was, Pinksteren. Maar daar helemaal achterin komt een kleine knop. En als u opmerkt, gewoonlijk... Ik geloof, dat binnen drie of vier jaar nadat Luther op het veld was, de Lutherse kerk georganiseerd werd. Slechts een korte tijd nadat Wesley op het veld was, werd ook deze kerk georganiseerd.

86 In Tucson hadden wij een overzicht van het ontstaan van de Wesleyaanse- of Methodistenkerk. Toen zij hier naar Amerika kwamen, waren velen van hen teruggevallen en zeiden ze dat ze een handvest enzovoort zouden opstellen vanuit Engeland om het hier te brengen, hoe het allemaal zo is gekomen. Ik heb gezien wat er toen gebeurde. Daar stierf deze kerk.

87 Wel, daaruit kwam Pinksteren voort, die oude schreeuwers in lang vervlogen dagen. Zij ontvingen de gave van het spreken in tongen en begonnen in tongen te spreken. Maar toen noemden zij dit het bewijs dat men de Heilige Geest ontvangen had. Vervolgens organiseerden zij zich. De een zei, dat hij dit ging doen en de andere dat hij dat ging doen. En zij hadden steeds maar geschilpunten. Wat zou dit als gevolg hebben? Elk van die bladeren ontvouwde zich, juist zoals het ging met de stengel en de aar. Zij hadden de eenheid, tweeheid, drieheid en de Kerk van God en al die andere, het ontvouwde, ontvouwde en ontvouwde zich. Maar nu, volgens de natuur, die een volmaakt voorbeeld is, zult u nooit iets kunnen ontwikkelen wat daar bovenuit gaat.

88 In het gezin van vrienden van mij in Kentucky, werd juist onlangs een baby geboren en de moeder was op toen men ons middagmaal kookte. Zij hielp de andere zuster het middageten te koken voor ons, mannen, die op jacht waren geweest. En de baby begon te huilen, terwijl ik aan het praten was. Ik denk dat de moeder zich een beetje verlegen voelde, dus liep zij vlug naar de baby om deze te pakken en begon de kleine te voeden. Ik zei: "Weet je, dit is echt de natuur." Ziet u het? Nu, u kunt niet... Zij hebben nooit een betere manier ontdekt voor een baby om te krijgen wat hij nodig heeft dan dat hij erom gaat huilen. Nu, u zou hem een boek over zedenleer kunnen geven en hier gaan zitten en zeggen: "Ik wil je theologie leren, zoon. Nu, loop hier niet rond te schreeuwen zoals die andere kinderen; jij bent anders. Als je gevoed wilt worden, luid dan deze bel hier." Het zou echt niet werken. Nee, het werkt echt niet. Dus, als u op de natuur let...

89 Het is een uitgemaakte zaak, dat we in het laatste tijdperk zijn. Het kaf is weggedaan en we hebben nu al vijftien – bijna twintig jaar nu de Boodschap gehad die van natie tot natie ging en vanmorgen zijn we telefonisch met elkaar verbonden over dit land – en het is geen organisatie. Het kan niet georganiseerd worden. Er is nog nooit zoiets geweest en het zal er hierna ook niet meer zijn. Het is vandaag met deze Boodschap zó, dat zij die hem ontvangen in hun hart, in de tegenwoordigheid van de Zoon moeten liggen om rijp te worden. Ziet u? U kunt de Boodschap nemen en laat dan de Zoon al het groene [onrijpe] uit u bakken om u zo tot gerijpte Christenen te maken. Ziet u wat ik bedoel? God komt spoedig om Zijn gemeente te ontvangen en wij moeten dat soort Christenen hebben om door Hem ontvangen te worden. De tarwe moet rijp worden. Dat is juist.

90 Deze drie vereisten moeten er zijn. U moet het Woord niet verkeerd uitleggen of hanteren, verkeerd uitleggen of uit zijn verband rukken. Het moet precies zo bewaard worden als God zei dat het was. Voor de wereld is het een geheimenisvol Boek. De mensen geloven dat het een geheimzinnig Boek is.

     Ik sprak eens met een zeer beroemd man hier in de stad, die een grote christelijke reputatie geniet en hij zei: "Ik heb op een avond geprobeerd het boek Openbaring te lezen." Hij zei: "Johannes moet van een hap hete peper een nachtmerrie gehad hebben." Ziet u, een Boek van geheimzinnigheid, terwijl het voor de ware gelovige de openbaring van God is, die wordt geopenbaard in het tijdperk waarin wij leven.

91 Hij zei: "Mijn Woorden zijn Geest en leven." Jezus zei dat. En opnieuw: "Het Woord is het zaad, dat een zaaier zaaide." Wij weten dat dat waar is. Het is God in Woord-gedaante en het kan alleen maar door Hemzelf worden uitgelegd. Het menselijk verstand is niet in staat het verstand van God uit te leggen. Hoe kan het kleine, eindige verstand, het oneindige Verstand verklaren, terwijl wij niet eens het verstand van een ander kunnen verklaren?

92 En u zult opmerken dat Hij de Enige is die het kan uitleggen en Hij verklaart het aan wie Hij wil. Er staat niet: "Sterfelijke schepselen van ouds, als zij voortijds op velerlei wijze over de aarde schreden." Gód openbaarde Zich eertijds op velerlei wijze aan Zijn profeten. Ziet u?

93 En let op. Aan wie Hij het wil openbaren... En Hij beschikte het zó, dat Hij Zich in de Schriften kon verbergen voor de knapste theoloog die er maar is. Hij kan Zichzelf verbergen en toch daar rechtstreeks in de Schrift te zien zijn, en al zou u er de gehele dag naar kijken, zou u het nooit kunnen zien; al kijkt u er uw hele leven lang naar, zou u het nooit kunnen zien. Hij kan Zich verbergen terwijl Hij er toch is.

94 Nu, laat dat alstublieft overal goed tot u doordringen, dat God in het Woord Zich zo kan verbergen in dat Woord, dat geen theoloog of school ter wereld Hem ooit kan vinden. En toch is Hij daar. U zegt: "Is dat juist, broeder Branham?" Hoe zit het dan met de Farizeeën en Sadduceeën? Hoe was het dan in een ander tijdperk? Hij heeft het gedaan. Zeker. Hij heeft het zo in ieder tijdperk gedaan. Wij kunnen dat nagaan. Laten we eens denken aan de dagen van Noach, een knap, intellektueel tijdperk, hoe Hij Zich verborgen had in Zijn beloofde Woord. Hoe Hij Zichzelf had verborgen in de dagen van Mozes. En hoe Hij Zich in de dagen van Elia had verborgen. Hoe Hij Zich had verborgen in de dagen van Jezus. "Hij was in de wereld en de wereld was door Hem gemaakt en de wereld kende Hem niet. Hij kwam tot het Zijne en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen." Ziet u? Hij verbergt Zichzelf voor de knapste intellectuele man die er op de aarde is.

95 U zegt: "Wel, dit is Doctor, heilige vader Zo-en-zo." Het kan mij niet schelen wie hij is, God verbergt Zichzelf voor hem en zal het openbaren aan kinderen die willen leren, baby's van God, voorbestemd zaad.

96 Bedenk. De machtige God, gezeten in Zijn eigen Woord, de knappe, intellectuele mensen van dit huidige tijdperk verblindend, en zij zien het niet. Zij denken dat het een groep fanatiekelingen is. Zie Hem daar staan, zich verbergend voor de Pinkstermensen, de Baptisten, de Methodisten, de Presbyterianen: terwijl Hij Zich rechtstreeks in het publiek geopenbaard heeft, en allerlei dingen toont, terwijl het zelfs in de nieuwsbladen en dergelijke geplaatst is, en desondanks zien zij het niet. O, onze God, hoe groot is Hij, Zichzelf openbarend aan wie Hij wil.

97 "O," zegt u, "broeder Jones of broeder Zo-en-zo, hij is een groot man. Hij zal het zien." O, nee! Hij openbaart het aan wie Hij wil. U zegt: "Mijn vrouw ziet het niet en toch is zij een Christenvrouw." Hij openbaart Zichzelf aan wie Hij wil. Ziet u? "Wel, mijn herder is een groot man." Dat is juist, maar Hij openbaart Zichzelf aan wie Hij wil. Nu, vergelijk eens datgene wat geopenbaard is met wat er gebeurd is, dan zult u het helemaal begrijpen.

98 Wij merken dan op dat dit de Bijbel tot een Boek van God maakt en niet van een mens. Als het van de mens was... Laten we nu eens zien hoe het zichzelf zou uitdrukken. Zie hoe het de zonde van de man die het heeft geschreven, tentoonstelt. Let eens op de man die leefde in de dagen van de Bijbel, bijvoorbeeld Abraham. Hij wordt genoemd de vader der gelovigen. Merk op hoe... Denkt u dat Abraham in dit Boek uit zichzelf over zijn eigen lafhartigheid geschreven zou hebben? Is het mogelijk, denkt u, dat hij zou hebben geschreven dat hij die morgen tegen de koning loog toen hij zei dat Sara zijn zuster was, terwijl het zijn vrouw was? Zou hij over zijn lafhartige daden geschreven hebben die hij deed? Dat zou hij zeker nooit hebben gedaan.

99 En wat te denken van Jakob met zijn bedrog? Een kleine bedrieger was Jakob. Zou een man, een Hebreeër, schrijvend over zijn Hebreeuwse broeder, naar wie geheel Israël genoemd werd, durven schrijven over het bedrog van de vader van het gehele volk? Uit Jakob kwamen de aartsvaders voort; uit deze aartsvaders kwamen de stammen voort. En de "eerste steen" van dit geheel wordt door de Bijbel tentoongesteld als een bedrieger. Is dat juist? Denkt u dat een mens dat schrijven zou? Nee, zeker niet!

100 Zou het mogelijk zijn dat een man die schreef over de grootste koning die zij ooit hier op aarde hadden – hij was een gekroonde koning, David – zou schrijven dat hij overspel bedreef? Zouden deze Joden ooit over hun edelste koning hebben geschreven, dat hij een overspeler was? O, wij hebben de geschiedenis als zou George Washington nooit één leugen hebben gesproken en zulk soort dingen. Wij zeggen en noemen dat geschiedenis, maar dit is een man – een Bijbel, die David een overspeler noemt en hij was de koning van Israël; een overspeler, terwijl... Jezus de Zoon van David zou zijn, de ware hoeksteen, en Zijn vader naar het vlees was een overspeler. De Joden zouden nooit zo'n Boek geschreven hebben. Zou een mens dit over zichzelf schrijven? Zeker niet!

101 Hoe zou dat trotse volk van Israël (u weet hoe trots ze waren) – dat trotse volk van Israël, schrijven over hun eigen afgoderij, over hun opstand tegen God, tegen de vuile, smerige dingen die zij deden, en dat in een boek opschrijven? Zij zouden het zeker verborgen hebben. Zij zouden juist de goede dingen getoond hebben, maar deze Bijbel vertelt wat goed en wat kwaad is. Iedereen weet dat de Joden nooit een dergelijk Boek over hun eigen onreinheid en afgoderij en falen en alles wat zij gedaan hadden, geschreven zouden hebben. Zij zouden dat nooit geschreven hebben. O, nee! Wie schreef het dan? De Bijbel zei in Hebreeën 1:1: "God sprak eertijds en op velerlei wijzen tot de vaderen door de profeten." Het waren toen niet de profeten. Het waren geen stervelingen, maar God; niet de profeten eertijds, maar God sprak eertijds op velerlei wijzen tot de vaderen door de profeten. Ik heb hier een Schriftplaats opgeschreven. Ik weet niet wat er staat; ik kan er niet naar verwijzen. Gewoonlijk kijk ik naar een Schriftplaats als het gaat over deze dingen waar ik naar verwijs. Als u mij wilt excuseren dan zal ik een ogenblik nemen om hem op te zoeken. Het is 2 Timotheüs 3:16. Ik dacht, dat ik het mij zou herinneren, maar het spijt mij. Ik wil even stoppen om uit te zoeken wat er staat.

102 "God sprak eertijds en op velerlei wijzen tot de vaderen door de profeten." Nu, 2 Timotheüs 3:16. Laten we zien wat er in vers 16 staat:

     Al de Schrift... (Ja!) is door inspiratie van... (Profeten? Nee! Inspiratie van wat?) God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot weerlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is.

     Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaakt toegerust.

103 Welnu dan, de hele Schrift is geschreven door inspiratie. Toen Jezus hier op aarde was zei Hij, dat hemel en aarde voorbij zouden gaan, maar Zijn Woord niet. Hij zei, dat de hele Schrift vervuld moest worden. Dus dan is het Boek geen door de mens geschreven boek. Het is een door God geschreven Boek.

104 Wij weten, dat God door uitverkiezing Zijn gemeente koos, Zijn plaats, Zijn profeten en alles wat daarbij behoort. Door voorkennis verkoos Hij Zijn profeet. En toen het tijdperk aanbrak, deed Hij tegelijkertijd Zijn profeet komen en inspireerde Hij hem toen Hij de Bijbel door hem schreef. God schreef de Bijbel door alleen de profeet te gebruiken, omdat dat Zijn wijze van doen is. Dus u ziet, het is niet het woord... U ziet dus, dat het het Woord van God is en niet het Woord van de mens.

105 God is een Persoon. God kan spreken. God kan praten. God kan schrijven. Hij behoefde het niet op die wijze te doen, maar dat is de wijze die Hij verkoos om het te doen. Nu zegt u: "God schreef met Zijn vinger, Zijn eigen majestueuze vinger, de tien geboden. Dus God kon het Zelf schrijven als Hij dat wilde." Ziet u? Maar Hij verkoos het te schrijven door profeten (ziet u?), omdat zij Zijn attributen waren, Zijn Woord, dat Hij door hen uitdrukte, het alles tot een deel van Hem makend. Hij had het met Zijn vinger kunnen schrijven. Hij nam ook Zijn vinger om op de muren van Babylon te schrijven: "U bent in de weegschaal gewogen en te licht bevonden." Hij schreef met Zijn eigen vinger.

106 God kan spreken. Gelooft u dat God kan spreken? Hij sprak tot Mozes op de berg in een brandend bosje. Gelooft u dat? Jazeker! Hij sprak tot Johannes in de gedaante van een duif. Gelooft u dat? Hij zei: "Dit is Mijn geliefde Zoon in wien Ik Mijn welbehagen heb te wonen." Hij sprak tot Hem. Hij sprak tot Jezus op de Berg der Verheerlijking ten aanhore van Petrus, Jakobus en Johannes. Hij kan spreken; Hij is niet stom. God kan spreken. Dus sprak Hij tot Jezus op de Berg der Verheerlijking. En Hij sprak tot Jezus voor een grote schare mensen, toen de mensen zeiden: "Het donderde." Maar het was God die tot Jezus sprak. En bijna overal in Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes, spreekt Jezus. Hij is God. Dus God kan spreken.

107 Op zekere dag schreef Hij met Zijn eigen vingers in het zand. Hij sprak; Hij predikte; Hij profeteerde met Zijn eigen lippen – God deed het – toen Hij vlees werd en onder ons woonde, God geopenbaard in vlees. Als Hij kan schrijven en spreken zou Hij dan ook niet aan anderen kunnen vertellen wat ze moeten doen? Zeker kan Hij dat. Hij kan tot hen spreken met een menselijke stem. Hij kan schrijven en hun tonen wat ze moeten doen. Hij heeft het gedaan. Dus sprak God eertijds en op velerlei wijzen tot de vaderen door de profeten. En Hij zei in de Schrift, dat niet één jota of tittel ooit voorbij zou gaan totdat het vervuld is en dan wordt het gemanifesteerd. Dan zal het plaats vinden, omdat het gemanifesteerd wordt en het kan dan niet voorbijgaan. Maar juist het Woord Zelf werd vlees. Jota betekent 'woordje'. Tittel betekent 'merktekentje'. Zelfs niet één leesteken, niet één uitdrukking zal ooit falen in het Woord van God. Het kan niet falen, omdat het God is, God gemanifesteerd in de gedaante van menselijk vlees. Want het is God Zelf in lettervorm, profeet-gedaante, geopenbaard in vlees. Nu, daarom kon Jezus zeggen: "Hen die tot u spraken noemt u goden, die tot u spraken door het woord van God." Hij zei: "En zij waren goden." Die profeten waren goden als ze gezalfd waren met de Geest van God en nauwkeurig het Woord van God brachten. Het was Gods Woord, dat door hen sprak.

108 Zij legden het alleen uit zoals de Auteur hun toestond het uit te leggen. Nu, als u dat zou willen vinden, het staat in 2 Petrus 1 vers 20 en 21. Er is geen eigenmachtige uitlegger; Hij geeft Zijn eigen uitleg. God spreekt en legt het Zelf uit en openbaart het dan aan wie Hij wil en verbergt het voor al de anderen. Hij behoeft het niet aan iemand te openbaren tenzij Hij dat wil. En Hij heeft Zijn gehele zaak uitgedrukt in de Schrift; daarom is de hele zaak al bekendgemaakt; Hij ziet slechts toe dat het gebeurt. Hij ziet toe dat het lichaam gevormd wordt en weer terugkomt tot de gedaante van Zijn bruid. Dat is juist.

109 Gelovigen geloven het, zoals Abraham, die de dingen die ermee in tegenstelling waren, noemde alsof zij het niet waren.

110 Dit Woord onderscheidt ook de geheimen der harten, Hebreeën 4:12. Het onderscheidt de geheimen van het hart.

111 Profeten begrepen niet altijd wat zij schreven of wat ze zeiden, of ze zouden het op geen enkele wijze gezegd hebben, als ze het hadden kunnen begrijpen. ziet u? Maar de Bijbel zei dat zij gedreven werden door de Heilige Geest. Gedreven! Wanneer de Heilige Geest u drijft, dan beweegt u. De mens... God sprak eertijds en op velerlei wijzen tot de profeten, die gedreven werden door de Heilige Geest. Daarom raadpleegden in alle eeuwen de mensen die geestelijk waren de profeten omtrent de tijden en wat gebeuren zou. De profeet-schrijver moest in voortdurende gemeenschap zijn met de Auteur. Ziet u? Hij moest voortdurend leven in de tegenwoordigheid van de Auteur om te weten wat er in het Boek moest komen. Ziet u? De profeet-schrijver had de pen ieder ogenblik klaar, in voortdurende gemeenschap met de Auteur, die God was, om op te schrijven wat Hij zei dat opgeschreven moest worden. Ziet u? Het toonde aan welk soort leven Hij moest... Een afgezonderd leven van al zijn broeders.

112 Daarom had de profeet zijn gedachten voortdurend gericht op wat God zei, niet op wat de mens dacht, wat men in het tijdperk dacht, wat de kerk dacht, wat het koninkrijk dacht, maar op wat God dacht. Hij drukte alleen maar Gods gedachten uit in Woord, omdat een woord een gedachte is die uitgedrukt wordt. Begrijpt u het nu? Het Woord is een gedachte die wordt uitgedrukt, dus wachtte de profeet op Gods gedachten. Als God Zijn gedachten aan hem openbaarde, drukte hij ze uit in woorden: "ZO SPREEKT DE HERE." Niet: "Zo spreek ik, de profeet", maar: "ZO SPREEKT DE HERE." Ziet u? Goed.

113 Daarom trotseerden zij koninkrijken en gemeentetijdperken, waarop in hun dagen als men dat deed, de doodstraf stond. Wie zou in het aangezicht van een koning durven zeggen: "ZO SPREEKT DE HERE: dat en dat gaat gebeuren"? Uw hoofd zou afgehakt worden. De kerk zou u regelrecht ter dood brengen als u dat deed. Maar deze profeten waren moedig. Waarom? Zij werden gedreven door de Heilige Geest (ziet u?) en daarom werden zij moedig. En zij schreven het onfeilbare Woord van God.

114 Velen hebben geprobeerd die profeten na te bootsen, zoals priesters en dergelijke. En wat deden zij? De zaak in de war schoppen, dat is alles. Zij konden het niet, omdat God de man voor dat tijdperk had uitgezocht en de boodschap had uitgezocht en zelfs de aard van de man en wat in dat tijdperk de revue zou passeren – wat Hij zou kunnen laten liggen en hoe Hij zou kunnen... Met de natuur van die bepaalde man zou Hij de ogen van anderen kunnen verblinden. De woorden die de man zou spreken, de wijze waarop hij zou optreden, zou de ogen van de één verblinden en die van de andere openen. Ziet u? Hij kleedde de man in het soort kleding dat hij was, de aard, de ambitie en alles, precies zoals hij moest zijn, geheel volmaakt uitgezocht voor die bepaalde mensen die Hij in dat bepaalde tijdperk eruit zou roepen. Terwijl anderen daar naar hem zouden staan kijken en zeggen: "Wel, ik kan het niet. Daar is... ik kan niet..." U ziet dat zij verblind waren.

115 Jezus kwam op dezelfde wijze, gekleed – de onsterfelijke God gekleed in menselijk vlees, en omdat Hij in een krib werd geboren, in een stal vol met mest, geen plaats om Zijn hoofd neer te leggen; geboren naar men dacht onder een onwettige naam, die men Hem opprikte... Ziet u? Al deze dingen die Hij was, dat Hij opgroeide als de zoon van een timmerman, dat Hij geen scholing ontving, dat Hij min of meer niets te maken had met de wereld, met de wijsheid van deze wereld. Hij had er niets mee van doen, met de beschaving van deze wereld, met opvoeding of zoiets. Hij had er helemaal niets mee van doen, want Hij is God. Het zou botsen als Hij zou proberen ergens naar een seminarie te gaan om iets te leren wat de kerken van deze wereld doen; het zou niet gaan, het zou helemaal niet overeenkomen met Zijn begrip, want Hij was God. Dus opvoeding, scholing, bijbelscholen en dergelijke zijn absoluut tegen de wil van God. Het hele opleidingssysteem is tegen God. Alles onderwijst voortdurend bij God vandaan. Als ik een man hoor zeggen dat hij Doctor, Dr. in de filosofie of in de letteren is, dan brengt dat hem voor mij zoveel verder van God af. Ziet u? Door die opleiding, die hij zichzelf heeft gegeven is hij juist veel verder af gebracht van datgene, wat eigenlijk zijn roeping was om te doen. Dat is juist.

116 Merk op hoe zij nu gedreven werden door de Heilige Geest. Dat betekent niet dat er geen geschoolde mannen binnenkomen. Zie maar naar Paulus. Ik veronderstel dat er in zijn dagen geen knapper man was dan Paulus, die Saulus van Tarsus was. Hij was opgeleid onder Gamaliël, een van de grootste geleerden van die dagen, een grote, strenge Hebreeër, een Farizeeër wat groepering betreft; en Paulus werd opgevoed onder zijn leiding. Hij kende de hele Joodse godsdienst, maar toen hij tot de gemeente kwam zei hij: "Ik ben nooit tot u gekomen in de wijsheid van mensen enzovoort, omdat, indien u dat zou willen, u daarop zou vertrouwen. Maar ik kwam tot u in de kracht en betoning van de Heilige Geest, opdat uw geloof in God zou rusten." Daar bent u er. Dat is juist. Velen probeerden deze mensen na te bootsen, maar zij maakten de zaak helemaal in de war, precies zoals ze vandaag doen.

117 Er was iemand opgestaan vóór de tijd van Jezus, die vierhonderd mensen verleidde. U weet wat de Schrift hier over zegt, dat men probeert iets te doen voordat de tijd gekomen is. En sommigen van hen probeerden Hem na te bootsen en zij waren allen dit, dat of wat anders. Hij zei dat er in de laatste dagen valse christussen zouden opstaan en valse profeten, die tekenen en wonderen zouden doen. Wij hebben dat allemaal. Maar dat doet niets af van het echte. Het maakt alleen dat het nog helderder schijnt, omdat wij een echte Christus hebben en geen valse.

118 Nu, wij beseffen dan, dat God Zijn profeten zond. Dat was de wijze die Hij gebruikte om Zijn Woord tot de mensen te brengen, door de lippen van Zijn profeten. En merk op, zoals u weet zei Mozes... Als u het zou willen lezen... In Exodus 4:10–12 zei Mozes dat God tot hem sprak. God sprak tot een mens van lip tot oor, en Hij zei... "Ik ben slecht ter tale", zei Mozes. "Ik ben onbekwaam; ik kan niet gaan."

119 Hij zei: "Wie heeft de mens een mond gegeven; wie maakt stom of doof, ziende of blind? Ben Ik het niet, de Here?" Hij zei: "Ik zal met uw mond zijn." Ziet u? Dus...

120 En Jeremia zei (als u dat wilt lezen, het staat in het eerste hoofdstuk, vers 6 en 9): "God legde woorden in mijn mond." Ziet u? Hij sprak van lip tot oor met de ene profeet en sprak door de andere profeet; hij had helemaal geen enkele controle en sprak door zijn lippen. Hij heeft wegen om Zijn Woord te doen uitgaan, weet u. Jazeker!

121 Dus u ziet, dat de Bijbel Gods Woord is en niet van de mens. Mozes zei: "God sprak tot mij met een stem en ik hoorde Hem. Ik schreef op wat Hij zei."

122 Jeremia zei: "Ik kon helemaal niet spreken en het eerste wat er gebeurde, weet u, was dat mijn lippen spraken en ik schreef het op." God sprak door zijn lippen en het gebeurde. Daniël, Jesaja enzovoort, al deze profeten hadden bijna precies hetzelfde.

123 Weet u dat alleen al in het Oude Testament die profeten meer dan tweeduizend maal zeiden: "ZO SPREEKT DE HERE"? Nu als een mens zegt: "ZO SPREEKT DE HERE", dan is het niet de mens die spreekt. Als hij het zou doen, zou hij geen profeet zijn, maar een huichelaar, omdat het nooit gebeuren zou. Eén kans op de honderdduizend keer, dat zij het zouden kunnen raden. Maar als het ZO SPREEKT DE HERE is, dan heeft de Here God het gezegd. Als ik zou zeggen: "Zo spreekt Orman Neville..." of mijn broeder zou zeggen: "Zo spreekt de heer Mann..." of als ik zou zeggen: "Zo spreekt broeder Vayle" of enige van deze andere broeders, iemand van u, dan zou ik spreken wat ú zei. Als ik getrouw ben, zeg ik precies wat u zei. En omdat deze mannen profeten waren, zeiden zij: "Ik ben het niet. Ik heb er niets mee te maken, maar het is ZO SPREEKT DE HERE." Dus de Bijbel is ZO SPREEKT DE HERE door de profeten.

124 Let op. Zij ontvingen Christus' Geest op zich en voorspelden de gebeurtenissen die zouden plaatsvinden. Zij spraken over een voorspelling; zij zeiden wat door de eeuwen heen zou plaatsvinden terwijl zij zaten, stonden, lagen of liepen met de Geest van Christus op zich, in zoverre dat zij handelden als Christus. En de lezers zouden bij het lezen misschien denken dat de profeten over zichzelf spraken. U herinnert u de kamerling toen hij Jesaja 53:1 las, over dat "Hij verwond werd voor onze overtredingen, verbrijzeld voor onze ongerechtigheid, de straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden." De kamerling zei tegen Filippus: "Over wie spreekt de profeet, over zichzelf of over iemand anders?" Ziet u? De profeet sprak alsof hij het zelf was.

125 Kijk eens naar David, die het uitschreeuwde in de Geest: "Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? Al mijn beenderen kijken naar mij." ("Naar mij", David!) "Zij hebben mijn voeten en handen doorboord." (David.) "Zij doorboorden mijn voeten en handen, maar U zult mijn ziel in de hel niet verlaten, noch toestaan dat Uw Heilige de verderving zal zien", alsof David over zichzelf sprak als zijnde een heilige. Het was de Zoon van David, dat ontkiemde, geestelijke Zaad, dat daar doorheen kwam. Ofschoon David zelf een klit was, was echter aan de binnenkant daarvan een tarwekorrel. Begrijpt u het? Dus de hele Bijbel is niet het woord van een mens, noch werd het geschreven door mensen of gebracht door mensen en ook kan het niet door een mens geopenbaard worden. Het is Gods Woord, geopenbaard door God Zelf, Zijn eigen uitlegger. Christus, die Zichzelf openbaart in Zijn eigen Woord.

126 Kijk naar Christus die op de achtergrond stond in David. David kon toen zelfs niet denken. Zijn verstand had hem als het ware verlaten. En hij hing aan het kruis, zoals u dit beeldje hier ziet, en schreeuwde: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten? O, Mijn beenderen, zij kijken naar Mij. Ze hebben Mijn handen en voeten doorboord. Ze hebben Mijn zijde doorstoken." Ziet u? "Waarom bent U zo ver van Mij? Al de stieren van Basan komen voorbij, zij schudden hun hoofd en zeggen: 'Hij vertrouwde op God dat Die Hem zou verlossen; laten wij nu eens zien of Hij Hem zal verlossen.'" – dezelfde woorden sprekend als David. Begrijpt u het? Dus u ziet dat het niet het woord van een mens is, het is het Woord van God. Dat was God in David. Dat was David niet; hij wist niet wat hij zei; hij was gewoon zó in de Geest. Zo was het ook met Mozes. Hij was zó in de Geest, weggenomen uit de dimensie waarin hij leefde, en stond daar van aangezicht tot aangezicht in dat brandende braambos, sprekend tot God Zelf. Hij zei: "Doe uw schoenen uit. De grond waarop u staat, is heilige grond."

     Ik stel mij voor dat Mozes toen hij die plaats had verlaten, gedacht zal hebben: "Wat is er gebeurd? Wat heeft er plaatsgevonden? Wat was het?"

     Hij zei: "Ga naar Egypte, Ik zal met u gaan."

     Hij zei: "Het is zo werkelijk voor mij; ik moet gaan." Hij nam zijn vrouw en zijn kinderen – of liever gezegd zijn kind, nam zijn stok in zijn hand en vertrok naar Egypte om het volk te verlossen. Ziet u? God Zelf, sprekend door de profeten.

127 Zie, zij waren absoluut... Het waren niet de profeten, het was God, omdat de profeten zelf die dingen niet konden zeggen. "Wie heeft onze prediking geloofd?" zei Jesaja, ziet u. "Wie heeft onze prediking geloofd! Aan wie is de arm des Heren geopenbaard? Hij zal voor ons opgroeien als een kalf in een stal..." En ook "Nochtans werd Hij verwond voor onze overtredingen, verbrijzeld voor onze ongerechtigheid. De straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem; door Zijn striemen zijn wij genezen." Wij werden toen, in dát tijdperk, in Jesaja's tijd, die leefde achthonderd jaar vóór Christus, genezen. "Door Zijn striemen werden wij (verleden tijd) reeds genezen." O, hoe volmaakt is het Woord van God. Vertrouw erop mensen; het is het enige dat u kan redden.

128 Alle andere woorden, het doet er niet hoe mooi ze ook geplaatst worden, waar ze ook vandaan komen, uit welke denominatie ze ook mogen komen of hoe knap de man ook is; alles wat tegen het Woord is, moet absoluut genegeerd worden. Als u de Schriftplaats op wilt schrijven, het staat in Galaten 1:8. Ziet u? Paulus zei: "Maar ook, al zouden wij of een engel uit de hemel een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt." Met andere woorden, als een engel tot u zou komen uit de hemel, een helder schijnende engel, en daar zou staan (jongen, dat zou voer voor deze dagen zijn, is het niet?) – als een helder schijnende engel daar zou komen en hij zou dingen zeggen, die in strijd met het Woord zijn, dan zegt u: "Satan, ga weg van mij." Dat is juist. Of het nu een bisschop is of wat anders ook, geloof hem nooit als hij niet precies, woord voor woord, in overeenstemming met die Bijbel spreekt. Houd hem in de gaten, hij zal u nu met de Bijbel pakken. Hij zal u naar een zekere plaats brengen om u daar te pakken te nemen. Wanneer u ziet, dat de Bijbel het ene zegt en hij gaat daaraan voorbij, houd hem daar in de gaten. Ziet u, dat is de wijze waarop hij het deed bij Eva. Hij kwam en zei alles precies juist: "Wel, God zei dit. Dat is juist, Eva. Amen, wij geloven dat beiden."

     "Wel, God zei dit."

     "Amen, wij geloven dat samen."

     "God zei dit."

     "Wij geloven dat, zeker."

     "Wel, maar God zei dat we zullen sterven."

129 "Welnu, weet u, Hij is een goede God." Hij zei niet dat Hij dat niet had gezegd, weet u. "Maar zeker..." O! Daar is hij. En als hij toen zo bedriegelijk was... en de Bijbel zei dat hij in de laatste dagen, als het mogelijk was, de uitverkorenen zou verleiden, waar behoorden wij dan vandaag te staan, vrienden. Nu, deze kleine zondagschoollessen behoorden, weet u, tamelijk dicht tot onze harten gebracht te worden om te zien... Wij behoren heel nauwkeurig te luisteren en te bezien hoe verleidelijk die zaak is.

130 Let op, wij kunnen en moeten niet luisteren naar het woord van enig ander mens. Het doet er niet toe hoe knap, hoe beschaafd hij is. De Bijbel zegt in Spreuken, dat wij de redenering terneer moeten werpen. Ziet u? Nu, hier in dit tweede gebied... Het eerste gebied wordt gevormd door uw zintuigen zoals zien, proeven, voelen, ruiken en horen; dat is in uw uitwendig lichaam. In het binnenste lichaam, hetwelk de geest is, zijn redeneringen, gedachten enzovoort. Wij moeten die alle terneer werpen. We kunnen niet redeneren en zeggen: "Nu wacht eens, als God een goede God is..." Er wordt ons vandaag zoveel verteld dat Hij dat is. "Als Hij een goede God is, dan zal ik, als ik oprecht ben (hoewel ik niet kan zien dat dat in die Bijbel juist is, ofschoon ik oprecht ben) gered worden." U zult verloren zijn.

131 "Als ik maar naar de kerk ga en gewoon de dingen doe waarvan ik geloof dat het juist is, en probeer dat hoog te houden, waarvan ik denk dat het juist is, wel ik..." Dan bent u nog verloren. "Er is een weg die een mens recht schijnt, maar het einde daarvan is de dood." Ziet u? U zou niet gered zijn, u zult verloren zijn. Er moet die innerlijke controle zijn.

132 "Wel, ik sprak in tongen, broeder Branham. Gelooft u niet in spreken in tongen, broeder Branham?" Absoluut! "Wel, ik juichte, gelooft u daar niet in?" Jazeker wel! "Ik leef een goed Christelijk leven, gelooft u daar niet in?" Jawel! Maar toch betekent dat nog niet dat u gered bent. U bent een goed persoon, netjes, zedelijk, heilig; een goed persoon. Dat waren die priesters ook, door en door godsdienstig, zo godsdienstig, dat als iemand verkeerd uitlegde, hij dood gestenigd werd. De straf voor het bedriegen met Gods Woord was de dood.

133 Dat is er ook vandaag met ons land aan de hand. De reden waarom we vandaag zoveel ontaarde dingen op aarde hebben, is omdat de straffen niet streng genoeg zijn. Als een man betrapt zou worden die er met de vrouw van een ander vandoor ging, zou men hen beiden moeten grijpen, in het openbaar castreren en dan los laten. Dat is juist. Als iemand betrapt wordt die iets verkeerds doet op de weg, te hard rijden, dan zou men hem niet minder dan tien jaar moeten geven; hij begaat... moord met voorbedachte rade. Ziet u? Als u er zulke straffen op stelt, zult u hun vaart wel doen verminderen. Maar als de een of andere verkeerde politicus zich hiervan kan afmaken door te zeggen: "Wel, hij had een beetje gedronken, hij bedoelde dat niet..." En er zou een man gedood worden met een vrouw en een aantal kinderen, en dan Ricky zó laten gaan, dan is dat politiek. Dat is de wereld; dat is de duivel.

134 God zei dat als een man of vrouw op overspel betrapt zou worden, men hen zou meenemen om hen te stenigen. Dat maakte er een eind aan. Ziet u? Zelfs als u gepakt werd, terwijl u een gewicht van een stok op de Sabbatdag opnam: "Neem hem en stenig hem." Zij leefden daarbij. En, ziet u, nu hebben wij dat soort wetten niet meer, maar voor de Christen, de gemeente, tot wie ik vanmorgen spreek, is die wet van God in uw hart. U hebt geen verlangen om het te doen. Die wet zit hier van binnen. U wilt Gods wet zo volmaakt houden. Het doet er niet toe wat het is, u wilt gewoon zijn wat... Als God een deurmat bij die deur nodig heeft en Hij wil dat ú die deurmat bent, dan bent u o zo gelukkig om dat te zijn. Het doet er niet toe wat het zou zijn, ú wilt de deurmat zijn. Ziet u; wat God ook wil dat u doet, u wilt dat doen, u wilt dat doen, omdat het God is. Nu, daar vindt u werkelijk uw echte, zuivere, waarachtige liefde voor God.

135 Wij ontdekken, dat wanneer een engel iets anders zou prediken dan dat wat reeds in de Bijbel gezegd is, die zij vervloekt. Niemand kan dat doen; het moet precies op de wijze zijn zoals het gesproken is.

136 Eveneens lezen wij in Openbaring 22:18 en 19: "Als iemand hier een woord aan zal toevoegen of er een woord vanaf zal nemen, zal God zijn deel uit het boek des levens wegnemen." Dat is juist. God zal zijn deel wegnemen of hij nu een prediker of wat ook is en zijn woord... zijn naam geschreven is in het boek des levens, God zei: "Ik zal die naam uitwissen als hij er één ding aan toevoegt of er één woord vanaf neemt." Zo onfeilbaar heeft God Zijn Woord gemaakt. Ziet u? U kunt toevoegen tot de gemeente of afnemen van de gemeente, maar voeg niet toe aan dat woord of neem er niet van af, omdat God onmiddellijk uw naam uit het boek des levens wist. En dan is het afgelopen met u. Ziet u? U kunt er niet aan toevoegen of vanaf nemen. Het is gewoon precies wat...

137 De Bijbel heeft geen uitlegger nodig want er staat dat God Zijn eigen uitleg van de Bijbel geeft. "De Schrift laat geen eigenmachtige uitleg toe", zei Petrus. Juist.

138 Heel de Schrift is Goddelijk geïnspireerd, Goddelijk op orde gesteld; en de hele zaak is een openbaring van Jezus Christus. Het Nieuwe en het Oude Testament, waar men Zijn komst voorzegde, wat Hij zou doen als Hij hier was en wat Hij zou doen in dit tijdperk dat nog zou komen... Dus dat maakt Hem tot Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer. Ziet u? Zoals in de Hebreeën-brief toen Paulus hem schreef. Hij is God, Jezus Christus gisteren van het Oude Testament. Hij is Jezus Christus vandaag, gemanifesteerd in het vlees, en Hij is Jezus Christus voor immer in de Geest, die zal komen. (Ziet u het?) Dezelfde gisteren, heden en voor eeuwig. Hij leeft eeuwig om Zijn Woord levend te maken, wat het ook zei dat het zou doen voor dat tijdperk. Hij leeft. Hij leefde in het Oude Testament, gemanifesteerd.

139 Nu wil ik u nog een klein ding hier laten zien, als u het verdragen kunt. Let op! Toen Jezus gemanifesteerd werd in het Oude Testament zoals wij het geloven... U predikers daar buiten, u kunt erover redetwisten, u kunt doen wat u wilt, maar ik spreek vanuit hetgeen ik denk. Ziet u?

140 Toen Jezus gemanifesteerd werd in het Oude Testament in een theofanie [openbaringsvorm – Vert], in de persoon van Melchizedek, geen priesterschap, maar de Persoon, de Man... Ziet u? Want deze Man was nog niet geboren, maar Hij was in een theofanie, dus had Hij geen vader of moeder. Hij was God Zelf. Hij werd gemanifesteerd in de gedaante van een Man genaamd Koning van Salem, hetwelk is Koning des Vredes en Koning der Gerechtigheid. Ziet u? Hij was Melchizedek. Hij had noch vader noch moeder, begin der dagen noch eind des levens, Ziet u? Het was Jezus in een openbaringsvorm, in de gedaante van een mens. Kon u dat volgen? Goed.

141 Later werd Hij werkelijk menselijk vlees gemaakt en woonde onder ons in de Persoon van Jezus Christus Zelf, geboren uit de maagd Maria. Hij kwam in die gedaante zodat Hij zou kunnen sterven, en ging terug naar de hemel. Nu, in deze laatste dagen heeft Hij beloofd Zich opnieuw te manifesteren in de volheid van Zijn vlees in de Geest. Ziet u? Want zoals het was in de dagen van Sodom, zo zal het zijn bij de komst van de Zoon des mensen. Kijk naar Sodom hoe het haar verging, wat er plaats vond, en Jezus Christus gemanifesteerd zijnde in de lichamelijke gedaante van Zijn gemeente vandaag (ziet u?), dezelfde dingen doende, hetzelfde werk, dezelfde dingen die Hij steeds maar deed. Hij, de eeuwige, die nooit verandert. Hij heeft Zich vandaag op aarde gemanifesteerd in de menselijke lichamen, onze menselijke lichamen, die Hij geroepen heeft en Hij heeft precies hetzelfde gedaan als wat Hij eertijds deed ten tijde van Zijn vlees op de aarde. Hij doet vandaag hetzelfde, omdat God eertijds tot de vaderen sprak door de profeten, maar in deze laatste dagen door Zijn Zoon, Jezus Christus (ziet u?); de Zoon die in de laatste dagen geopenbaard wordt, God gemanifesteerd in menselijk vlees, precies vóór de vernietiging van Sodom, het einde van de heidense wereld. Ziet u het? Er zijn drie manifestaties.

142 Het volgende dat gebeurt, is, wanneer het alles verenigd is in die ene Persoon Jezus Christus, bruid en lichaam, bij de lichamelijke terugkeer van de Here Jezus, Zijn drie keer vol makend toen Hij gebracht werd op aarde, gedood, gekruisigd, opgestaan, Zichzelf manifesterend in de gedaante van Zijn lichaam dat Zijn bruid is, de vrouw. Begrijpt u het? Zij is een deel van Zijn lichaam. En de vrouw en de man zijn gewoon zo innig met elkaar dat ze bijna hetzelfde zijn – zij behoorden het in ieder geval te zijn. Daar bent u er. Ziet u? Ze worden gewoon precies hetzelfde geopenbaard. Zij is een deel van Hem, omdat zij uit Hem genomen werd. En de bruid vandaag is uit het lichaam van Christus genomen, hetwelk precies zo handelt en doet als Hij heeft gezegd dat zij zou doen in deze dagen, de bruid, de koningin, de Koning en de koningin.

     Goed. Het wordt al laat dus zullen we haast moeten maken.

143 De gehele Bijbel is de gehele openbaring van Jezus Christus, Die Zichzelf aan ieder tijdperk bekend maakt. Hij maakte Zichzelf bekend in de dagen van Luther als een fundament, de gemeente, de voet, het been, zoals Hij deed bij Koning Nebukadnezar. U herinnert zich hoe hij die dromen droomde. Het kwam vanaf het hoofd naar beneden. Ziet u? Nu komt Hij van de voeten naar boven. In het Babylonische koninkrijk toonde Hij aan al die Oud-Testamentische mensen dat hij vanaf het hoofd naar beneden kwam, totdat Hij neerkwam tot God Zelf, die vlees werd aan de voet van de ladder. Hier in het Nieuwe Testament brengt Hij Zichzelf weer terug tot het Hoofd, tot het Hoofd van goud om gekroond te worden. Begrijpt u het? Zie, God was in den beginne; en Hij bleef neerkomen door de profeten, steeds maar door, totdat God Zelf mens werd zoals wij, helemaal aan de voet van de ladder, een baby, geboren in een kribbe, gehaat, verworpen, veracht, met een slechte naam, en alles wat Hij was. Toen begon Hij te stijgen (ziet u?) en vanaf de voeten begon Hij de gemeente te bouwen, de bruid, steeds verder komend en nu uitkomend bij de Hoofdsteen, waar het geheel wordt samengevoegd en het het éne, grote, verheerlijkte lichaam van Jezus Christus vormt.

144 God wordt in ieder tijdperk door Zijn beloofde Woord aan dat tijdperk geopenbaard. Laten we eens zien welke enige van die beloften zijn voor vandaag, terwijl wij gaan sluiten met deze laatste woorden.

145 Nu, God openbaart Zich in de avondlicht-tijd.

146 Laten we nu eens zien. Wij zien... Ik heb hier een paar Schriftgedeelten opgeschreven, zoals u op dit blaadje kunt zien hoeveel wel, maar het is nu al vijftien minuten over twaalf. Ik wil ermee klaar komen en ik ben vanmorgen onder het spreken niet hees geworden. Soms maken deze airconditioners me echt hees, dus als broeder Neville niet... U hebt voor vanavond niets? [Broeder Branham spreekt met broeder Neville – Vert] Wel... als het goed is, dan heb ik iets. Ik vond onlangs een sigarettenpakje, dat daar in het bos lag en ik kreeg door dat sigarettenpakje een boodschap voor vanavond, zo de Here wil. Ziet u? Dus heb ik deze Schriftplaatsen hier en ik wil niet over tijd zijn, zodat u terug kunt komen. Een sigarettenpakje dat spreekt. Zo is het.

147 Ik liep door de bossen en daar lag een sigarettenpakje. Ik liep gewoon door terwijl ik dacht: "Wel, iemand is mij voorgegaan."

     En iets zei: "Keer terug en raap het op."

     Ik dacht: "Een sigarettenpakje oprapen, ik niet."

     Iets zei: "Keer terug en raap het sigarettenpakje op." En ik ging terug en daar lag een oud, leeg pakje en ik zag iets. Ik zal het u vanavond vertellen, zo de Here wil. Goed.

148 We zullen nu gedurende enige ogenblikken over avondlichten spreken. De Bijbel voorspelt dat er een tijd zou komen in de afsluitingstijd, dat de zon te voorschijn zou komen en er een avondlicht zou zijn. Wij weten dat allen nietwaar? Wij, die vertrouwd zijn met onze Boodschap van de Here Jezus voor vandaag, wij geloven, dat er een avondlicht zal zijn. En dit avondlicht... Natuurlijk, het grote licht zal komen als Jezus Zelf hier op aarde gemanifesteerd zal worden, of boven in de hemelen, als Hij Zijn bruid wegneemt en dan zal het duizendjarig vrederijk een aanvang nemen.

149 Maar wij zullen een van de verschrikkelijkste tijden moeten doormaken, die er ooit vóór menselijke wezens gelegen hebben. En ik wacht gewoon op het uur dat – als we kunnen – ieder een kans zal krijgen om vrij van zijn werk te zijn om een paar dagen door te brengen en we ergens een plaats hebben waar ik over deze plagen spreken kan en over de dingen die in die dagen gebeuren zullen en er twee of drie weken voor uittrekken kunnen om bij elkaar te zijn, als de Here mij laat leven en zal inspireren om het te doen. Als u ziet hoe die dingen één voor één zullen komen en die donderslagen, dan zult u ontdekken waar die man en die mensen over gedroomd hebben en al die dingen daar; het zal geschieden. Ziet u? U zult opmerken wat zij openbaarden, die grote donderslag, komend uit de hemelen. Nu... Natuurlijk, ieder van u weet, dat ik weet wat dat betekent. Ziet u? En... Maar laten we wachten totdat de tijd ervoor komt. (Ziet u?) Nu... Het zal dan meer de geschikte tijd zijn.

150 We gaan nu enkele van deze Schriftgedeelten, die hierop staan, lezen. Nu, in het avondlicht, dat komt... We merken nu op, dat het hetzelfde licht zal moeten zijn dat er in de morgen was, omdat er niet één zon is in de morgen en een andere zon in de avond. Het is dezelfde zon; 's middags is het dezelfde zon als in de morgen en 's morgens is het dezelfde zon als in de middag. Er wordt gezegd dat de dag zelf, de dag tussen die tijd, zal zijn als een soort akelige, donkere dag, die dag noch nacht genoemd kan worden. Zie, dat is het vormen van het lichaam, opkomend vanaf de voeten.

151 Toen Hij hier op aarde was, was Hij een Zoon in gedaante. Toen werd Hij gedood. De gemeente nam Zijn plaats in door het martelaarschap en ging door de Donkere Eeuwen en begon op het te voorschijn komende fundament te bouwen. Waar komt dan het gezicht vandaan? Boven in het hoofd. Ziet u het visioen van Nebukadnezar? Zie Hem neerkomen vanaf het begin van het heidentijdperk, voordat het bloed voor hen vergoten werd en een verzoening had aangebracht. Zij waren proselieten voor Hem. Maar let op, het ging steeds maar naar beneden, tot op de bodem, in symboolvorm (ziet u?) en toen begon het terug te komen, de gemeente kwam terug vanaf de voeten, naar boven. Nu is het in de hoofd-tijd – de hoofd-tijd.

152 Nu, let op het licht... U kunt het niet zien met uw handen, hoewel ze een deel zijn van het lichaam. U kunt het niet zien met uw oren en toch kan het horen. U kunt het niet zien met uw neus, toch ruikt het. U kunt het niet zien met uw lippen en toch spreekt het. Ziet u? Dat was het Pinkstertijdperk. Maar nu is het de oog-tijd, het zien. Ziet u? Nu, er is geen enkel bewegend gedeelte boven het oog. Is dat juist? Het volgende is het verstand, hetwelk Christus Zelf is, Die het gehele lichaam controleert. Geen beweging daarboven. Ziet u? Al het andere heeft zich bewogen. U kunt uw voeten bewegen, de spieren in uw benen, alles beweegt, uw oren, uw neus, uw lippen enzovoort, maar na uw ogen is er niets dat zich beweegt. Daarom beweert men dat een mens snel kaalhoofdig wordt, omdat er geen oefening is om de spieren te ontwikkelen in het haar en in de schedel. Er is daar geen buigbeweging, zodat men daar bloed in zou kunnen krijgen. Het bloed zou er niet doorheen pompen; het zou niet omhoog gaan om bloed te leveren, want de haarwortel leeft door het bloed. En nu stellen wij vast, dat dat deel (ziet u?)... Er is niets boven het oog.

153 Nu, laten we eens zien. Zal het licht zijn omtrent het midden van de dag? In de avondtijd. Waarvoor wordt het licht gezonden? Opdat u kunt zien waar u bent, hoe u moet lopen. Is dat juist? Om te zien waar u bent. Het zal licht zijn omtrent de avondtijd.

154 Wij nemen dat nu en vergelijken het met Maleachi 4. Hij beloofde dat er opnieuw licht zou komen in de avondtijd! Ziet u? "Want ziet, Ik zend ulieden de profeet Elia en hij zal het hart van de kinderen terug herstellen tot de vaderen en het hart der vaderen tot de kinderen (is dat juist?), opdat Ik niet kome en de aarde met de ban sla."

155 Laten we nu eens Lukas 17:30 nemen en bezien wat Jezus daar profeteerde toen Hij zei: "Zoals het was in de dagen van Sodom, zo zal het zijn..." Nu, herinner u. Merk op. Dit is in de tijd dat de Zoon des mensen geopenbaard zou worden, de openbaring van de Zoon des mensen. De Zoon des mensen werd werkelijk daar potentiëel geopenbaard, gedurende enkele ogenblikken, vlak voordat Sodom verbrand werd. Nu, die Man was Elohim. Dat was God, en Jezus is God. En God werd daar maar enkele ogenblikken potentiëel geopenbaard om eventjes met Abraham te spreken in het onderzoek-oordeel. De Zoon des mensen werd geopenbaard, de Zoon des mensen, Elohim. Begrijpt u het, gemeente? De Zoon des mensen, Elohim, werd geopenbaard gedurende een paar ogenblikken, want de volgende morgen werd Sodom verbrand. Wanneer? Vóórdat de zon weer op kon komen. Er kan dus geen organisatie overblijven, ook kan er geen verdere vooruitgang zijn dan wat er nu gaande is, want zij zal verbrand worden vóórdat de dag weer aanbreekt. De opwekking is voorbij over het gehele land. Er zullen geen opwekkingen meer zijn. Een grote, alles bestrijkende opwekking zal dit land nooit meer ontvangen. U zou een intellectuele vergadering kunnen hebben, maar ik bedoel een geestelijke opwekking. Wij hebben er alles van gezien. Ik hoop dat u het vat. Ik zeg het zó, dat ik hoop dat u het begrijpt. Ziet u het? De opwekking is voorbij.

     Een fijne prediker zei een tijdje geleden: "Broeder Branham, als ik maar de vreugde van de Heer in mijn hart zou kunnen hebben."

156 Ik zei: "Zoon, de opwekking is voorbij." De stabilisators zijn op het schip geplaatst. Grote, vreselijke golven zijn hier buiten vóór ons, maar wij weten, dat wij juist voorbij die golf ginds de kust naderen. Wij naderen de kust. Blijf slechts standvastig. Blijf slechts in het woord, blijf bij God. Het doet er niet toe hoe u zich voelt of wat dan ook, blijf precies bij het woord. Laat het stabiel blijven. Als u al deze grote, oude wolken rondom ons ziet en aankomende stormen en atoombommen en al het andere waar men over spreekt, dan is toch onze stabilisator recht in het Woord. God zei dat het hier zou zijn; en wij zullen aan al die dingen het hoofd bieden. Ja! We zullen er overheen gaan. Ja, inderdaad! Zij kunnen ons niet doen zinken; zij kunnen ons niet doen verdrinken. U stopt ons in het graf; wij zullen er weer uitkomen. Dat is alles wat er aan de hand is. Er is geen manier ter wereld om het daar beneden te houden. Wij zullen dat allemaal trotseren, omdat onze Hoofd-Kapitein aan de andere zijde roept.

Wij zijn geankerd in Jezus,
De stormen des levens zal ik trotseren;
Ik ben geankerd in Jezus,
Ik zal wind noch golven vrezen.

157 Laat komen wat wil, het maakt geen enkel verschil; wij zijn precies daar geankerd in Jezus. Als ik leef, zal ik leven tot eer van God. Als ik sterf, sterf ik tot eer van God. Voor de eer van God leven, dat wil ik. Wanneer dat alles voorbij is, wil ik niet langer blijven. Ik wil gaan naar waar mijn beloning is, die Hij voor mij kocht, niet wat ik verdiende, maar wat Hij voor mij kocht, wat Hij mij gaf door Zijn genade.

158 Dus wij zien, dat het avondlicht hier is. En wat heeft men aan licht als men geen ogen heeft om te zien hoe men moet lopen? Wat is het avondlicht? Het licht komt om iets te openbaren. Is dat juist? Als hier iets is dat u voelt, en u kunt in de duisternis niet begrijpen wat het is, draai dan een licht aan. Het is om te openbaren. Wat moet Maleachi 4 doen? Hetzelfde. Wat moest de opening van de zeven zegels doen? Waarom waggelen al deze denominaties rond in deze...?...? Het is om te openbaren, naar buiten te brengen. Als u helemaal geen ogen hebt, wat is dan het nut van een openbaring? Er moeten eerst ogen zijn om te zien. Is dat juist? Om Maleachi 4 te openbaren, Lukas 17:30, Johannes 14:12, ook Johannes 15:24; 16:13 en ook Openbaring 10:1–7 te openbaren, het openen van de zeven zegels en de Boodschap van de zevende engel, om te openen, te openbaren wanneer het avondlicht gekomen is.

159 Als nu een man... Wat waren de mensen in het Laodicea-tijdperk? Naakt. Zijn ze dat? Blind. Wat voor nut heeft het licht voor een blinde man? Als de blinde de blinden leidt, vallen ze dan niet allen in de put? Naakt, blind en zij weten het niet. Zelfs hun verstandelijke vermogens zijn weg, hun geestelijke vermogens van verstandelijk-geestelijk begrip. Ziet u? Koppig, hoogmoedig, liefhebbers van genot meer dan van God, verbondsbrekers, valse beschuldigers, onmatig, en verachters van hen die goed zijn, hebbende een gedaante van godzaligheid, maar de kracht ervan ontkennend (de kracht van openbaring, waarin zij niet eens geloven. Ziet u?)... Zij geloven niet in zulke zaken als profeten, en dus... Zij geloven er niet in. Zij geloven dat Maleachi 4 een zekere kerk of organisatie moet zijn. Toen hij de eerste keer kwam, was hij een man. Toen hij de tweede keer met een dubbel deel kwam, was hij een man. Toen hij kwam in de gedaante van Johannes de Doper, was hij een man. Ziet u? In de laatste dagen, wanneer de avondlichten beginnen te schijnen, zullen de ogen geopend worden en zult u zien waar u gaat. Dan is het lichaam al gevormd, staande op zijn voeten, zich in beweging zettend, gedreven door de Heilige Geest. Welke? Dezelfde, die bewoog over de profeten die de Bijbel schreven, dezelfde Heilige Geest, Zich bewegend in een lichaam, vervuld met de Heilige Geest, gedreven in de Heilige Geest uit iedere organisatie en familie, taal en volk.

160 Er was hier een kleine dame, zij behoort niet tot deze organisatie, deze samenkomst. Zij komt ergens anders vandaan; zij kwam vanmorgen binnen en kreeg daar een foto. Zij was – gaf deze aan mijn zoon en was zeer verbaasd. Ik weet niet of zij ooit hierover hoorde of niet. Ik weet het niet. Zij had een foto van deze Engel des Heren, die betrekking had op de zeven gemeente-tijdperken – de zeven zegels, die daar buiten geopend werden. Toen dat gebeurde zei zij: "Ik keek daardoor terug", en zij zag dat in de lucht staan in een droom. En zij keek daardoor terug en zag iemand daar achter in het wit voorwaarts gaan. Zij zei: "Broeder Branham, dat was u. U marcheerde daar", en zij zei: "Achter u liepen mensen van verschillende kleur, die vaandels droegen, uit Georgia, Alabama, allemaal verschillende soorten plaatsen, voorwaarts marcherend, onder leiding komend tot een plaats waar Christus geopenbaard werd in het visioen." O, Halleluja! We zijn in de laatste dagen en in de laatste uren van de dag.

161 Ziet u Hem nu in Zijn Woord en ziet u heel Zijn Woord hier vóór ons gemanifesteerd? O, gemeente van de levende God, sta op, geloof Hem met alles wat in u is. Houd u aan dat kleine Rad in het midden van het Rad, laat het iedere beweging die u maakt, stabiliseren. Moge iedere gedachte die u hebt, onder controle staan van deze kracht binnen in u, omdat God gezeten is in Zijn Woord voor dit uur, in het avondlicht, het licht openbarend.

162 Wat betreft de blindheid van een vleermuis; u zou een licht kunnen aandraaien, en toch zou de vleermuis zo blind zijn, dat hij niet zou kunnen vliegen. Een krassende uil, al die nacht-prooidieren en dergelijke, kakkerlakken, zij kunnen niet zien bij daglicht. Zij weten er helemaal niets van. Zij kunnen niet zien. En de avondlichten zijn gekomen. Iedere gelijkenis, waar we ook gaan in de natuur, in de Bijbel, als we zien naar het beeld dat Daniël zag en de koning van die tijd, zij allen zagen het, en al deze dingen, iedereen, iedere gedaante, iedere beweging, iedere plaats in het lichaam laat ons precies de toestand van het uur zien waarin wij leven. Geen andere beweging kan daarboven komen. Er was een beweging van de hand, liefde, Wesley. Er was een beweging van het fundament, Luther. Liefde... "Er was nooit een grotere", zoals men zei. De Wesleyaanse beweging; zij zonden zendelingen uit over de gehele wereld. Eén van de grootste bewegingen die gemaakt werd in het tijdperk daarvoor. Dan komt het Pinkstertijdperk, dan komen de verschillende vingers enzovoort binnen, het Pinkstertijdperk van tongen en neus enzovoort. Nu is het in de ogen. Wat voor goed zal licht doen als u geen ogen hebt om te zien? Er moeten eerst ogen zijn om te zien, en toen die kwamen, opende Hij de zeven zegels en openbaarde het avondlicht, al de geheimenissen nemend, die verborgen waren gedurende deze gemeente-tijdperken en die nu geopenbaard werden, zoals Hij beloofde te doen in Openbaring 10:1–7. Hier zijn wij vandaag, midden in het Woord geplaatst, en het Woord aan ons geopenbaard door Jezus Christus. Dan is dit Gods Woord.

163 En daar wij Zijn onderdanen zijn, moeten wij dicht bij de Auteur wandelen om het te begrijpen, om het aan ons te openbaren. "O, Here, wat wilt U, dat ik doe? Als ik naar het veld moet gaan en het Evangelie prediken of dat ik thuis moet blijven, het maakt niet uit wat het is. Als ik een goede huisvrouw moet zijn... Als ik een goede moeder moet zijn... Als ik dit, dat of wat anders moet doen, wat het ook is... Als ik een boer moet zijn... Als ik... Wat het ook is, Here, wat wilt U dat ik doen zal?"

164 Riep Saulus dat ook niet uit destijds; "Here, wat wilt U dat ik doen zal?" Hij was onderweg om de hele gemeente in de gevangenis te zetten, maar toen riep hij uit: "Wat wilt U dat ik doen zal?" Toen het licht aanging als een grote Vuurkolom, die boven hem hing, riep hij uit: "Wat wilt U dat ik doen zal?"

165 Ik denk dat het een goed woord is om mee te sluiten en te zeggen: "Wat wilt U dat ik doen zal? Als ik nu deze Schrift zo volmaakt juist geopenbaard zie, Here, wat wilt U dan dat ik doen zal?"

166 Laten we onze hoofden buigen. Ik vraag ieder die hier binnen is nu uw harten te doorzoeken en die vraag te stellen: "Here, wat wilt U dat ik doen zal?" En u mensen, als u nog aan de telefoon bent, door het gehele land, buigt ook uw hoofd en vraagt: "Here, wat wilt U dat ik doen zal, ziende dat we hier in de laatste dagen en de laatste uren zijn, juist zo volmaakt vóór ons, zo duidelijk geopenbaard. Wat wilt U, dat ik doen zal?"

167 En dierbare God, terwijl zij U die vraag stellen, vraag ik zelf aan U: "Wat wilt U dat ik doen zal, Here, daar ik besef dat van iedere dag rekening afgelegd moet worden. Ik bid dat U mij wilt helpen, Here, om zo te leven, dat iedere dag gerekend kan worden tot Uw eer en heerlijkheid." Ik bid dat U iedereen over het hele land en hen die hier in de tabernakel aanwezig zijn, wilt helpen, terwijl wij onze harten doorzoeken en zeggen: "Here, wat wilt U dat ik doen zal? Wat zou ik kunnen doen, Here, om Uw Koninkrijk en Uw zaak te bevorderen?" Sta het toe, Here; doorzoek onze harten en beproef ons of er enige ongerechtigheid in ons is, Here, enige zelfzucht, enige slechte beweegreden, o God, reinig ons met het Bloed van Uw Zoon, Jezus Christus, die... Wij aanvaarden nederig Zijn verzoening door Zijn dood en opstanding. En gerechtvaardigd zijnde door te geloven dat Hij dit deed, aanvaarden wij graag het plan der verlossing dat U ons geeft. Vader, wij danken U voor de Boodschap voor deze dag, die wij geloven en waaraan wij vasthouden en waarvan wij weten en geloven, dat het Uw Woord is en Uw Boodschap. Niet om anders te willen zijn dan andere mensen, maar om te trachten meer als Jezus Christus te zijn, die ons Voorbeeld is.

168 Dierbare God, hier liggen zakdoeken en er zijn overal zieke mensen. En ikzelf, Here, ben vermoeid en uitgeput vanmorgen. Ik bid, dat U ons wilt helpen, dierbare God. We zien op tot U om kracht. U bent onze kracht. U hebt er zovelen geholpen, dierbare God.

169 Onlangs liep ik daar in de bossen met broeder Banks Wood en ik dacht zo, toen de dokters... Zijn hart was zo slecht, dat hij nauwelijks kon lopen. En dan te bedenken hoe ik – ik wist niet anders, terwijl wij daar in die bergen liepen na dat visioen dan: "Ik moet die leeuw hebben. Ik moet die leeuw zien te doden." En toen we naar beneden gingen en daar in Tucson stonden bij Furr's Cafetaria, zag ik dat zijn kleren als een zak zaten en zijn ogen neergeslagen waren en ik zei: "God, als U een visioen kunt geven over de plaats waar een leeuw is, dan kunt U zeker iets laten zien over broeder Wood." En toen kwam het. "Leg uw handen op hem." En hier is hij vandaag terug, onze broeder Banks, weer sterk, op en neer lopend in deze bergen. Hoe danken wij U, dierbare God. U bent dezelfde God voor ons allen zoals U voor broeder Wood was. Ik weet dat U hem liefhebt, omdat hij Uw dienstknecht is, eerlijk en oprecht.

170 En ik bid, dierbare God, dat U met een ieder van ons wilt handelen, en onze zonden wilt vergeven en de ziekten van onze lichamen genezen. Maak ons meer zoals U, dag aan dag, Here, totdat wij komen in dat volmaakte beeld van Jezus Christus. Sta het toe, Here. Ik vertrouw dat U nu ieder hart doorzocht hebt en dat wij weten wat we doen moeten. Wij vragen U nu ons te willen zegenen in Jezus' Naam.

171 Terwijl wij onze hoofden gebogen hebben... Is er iemand hier aanwezig of buiten aan de telefoon door het gehele land, terwijl u bidt, uw hoofd gebogen, die nu voor God zijn hand zou willen opsteken? Dat is alles wat u kunt doen, het is hier binnen erg vol vanmorgen. Steek alleen uw hand maar op naar God en zeg: "God, maak mij meer als Jezus, ik wil meer zoals Jezus zijn." God zegene u. Daar buiten, over het gehele land, overal handen, een flink aantal. Ook de mijne is omhoog gestoken. Ik wil meer zoals Hij zijn. "Doorzoek mij, Here, en zie of er enig kwaad in mij is; neem het eruit. Ik wil wat..." We zijn hier al zo lang, maar toch zullen we moeten vertrekken, ongeacht hoe rijk, hoe arm, hoe jong of hoe oud we zijn.

172 Toen ik gisteren bij een groepje arme mensen daar boven in een berg bij de beek stond, was daar een klein gezin, een man, waarmee ik al lange tijd over God gesproken had en zijn vrouwtje met zeven of acht kinderen... Hij, een beetje lang en mager, probeerde te werken voor een paar dollars per dag. En een man liet hem wonen in een kleine hut, en zijn vrouw stond bijna op het punt nog een kind te krijgen. Ze had een grote, brede bijl, waarmee ze bezig was hout te hakken en klein te maken, een baby op de ene heup en het hout klein makend met de andere; ze kwam dat hout hakken om wat bramen in te blikken om te zorgen dat men niet met honger de winter doorging... Ach, wat hadden we een medelijden met haar, en broeder Wood en ik gingen de wagen halen en hakten haar hout en brachten het mee. Een dankbare, kleine vrouw stond daar. Ik had medelijden met haar en we bleven voor hen bidden.

173 En haar kleine baby leed aan toevallen, We gingen voor de baby bidden en God genas het kind. En onlangs had haar man hernia en ging in... Ik had met hem gesproken. Hij rookte; zij beiden. Zij gebruikte tabak en hij ook, typisch voor bergmensen. En toen bleef ik met hen daarover spreken. En gistermorgen omtrent daglicht kwam hij aanwandelen, terwijl hij zijn handen tezamen hield en zei: "Broeder Billy, ik ben een veranderd man." Hij zei: "Ik heb mijn laatste sigaret gerookt en ik sta nu aan de kant van de Here."

     Zij zei: "Ik heb zojuist ook mijn laatste gerookt." O, plant het zaad. "Ik, de Here heb bewaterd... Ik bewater het dag en nacht, opdat niet iemand het uit Mijn hand rukke."

174 O, God, ik bid U, wees ons nu genadig en geef ons het verlangen van ons hart, omdat wij U in onze harten willen dienen. Nu, Vader, zij zijn allen in Uw handen, overal. Zij zijn Uw kinderen, handel met hen overeenkomstig Uw barmhartigheid, Here, niet met oordeel, maar in barmhartigheid, vragen wij U in Jezus' Naam. Amen.

175 Hebt u Hem lief? Met heel uw hart... U kunt uw zakdoeken krijgen. Onze diensten beginnen, denk ik, een beetje vroeg, om 7 uur of zoiets. Broeder Neville zal zo dadelijk aankondigen wanneer we beginnen. En ik geloof, dat er vanmorgen gedoopt wordt, is dat zo? Het water is klaar. Als er hier iemand is die nog niet gedoopt is in de Naam van onze Here Jezus Christus, wel, het water is klaar voor de doopdienst.

176 Wij waarderen het dat al deze prediker-broeders hier zijn. Ik zie broeder... Ging het goed met uw samenkomst? Broeder Parnell en broeder Martin en o zovelen van hen hier, broeder Lee Vayle... O, overal voorgangers. Wij stellen het zeker op prijs dat u hier bent en gemeenschap met ons hebt rondom het Woord.

177 Het zou kunnen zijn, dat u het hierover met mij niet helemaal eens bent. Ik vraag u dat ook niet. Ziet u? Doe alleen één ding, overweeg het. Wat u mij vertelt overweeg ik. Als voorgangers de band zouden nemen en zeggen: "Wel, ik ben het niet eens met..." Dat is goed, mijn broeder, u moogt misschien... Enige schapen hoeden, voedt u ze met wat u wilt. Ik tracht mijn best te doen nauwkeurig bij het Woord te blijven voor dezen, die in mijn handen voor God gelegd zijn, omdat schapen schapenvoedsel willen. Natuurlijk. "Mijn schapen horen Mijn stem." En dat is wat... Wij leven bij ieder Woord, dat voortkomt... Niet gewoon zo nu en dan een Woord, maar élk woord dat uit de mond van God voortkomt. Daar behoren de heiligen bij te leven.

     Laten we nu gaan staan. Terwijl wij onze hoofden buigen... Broeder Neville, hebt u nog iets dat u zou willen zeggen? Broeder Mann? In orde.

     Ieder die zich goed gevoelt, zegge: "Amen!" [De samenkomst antwoordt: "Amen."] Laten we nu onze hoofden buigen. Ik ga broeder Lee Vayle vragen om hier naar toe te komen, als hij kan. Wilt u hier komen, broeder Vayle...

     Broeder Vayle is onze broeder hier, schrijver van de boeken. Hij heeft nu het boek over de zeven gemeente-tijdperken klaar en hij werkt aan de zeven zegels. Wij hopen ze tamelijk spoedig gereed te zullen hebben. In orde. Broeder Lee Vayle. God zegene u.