Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Satans Eden

Door William Marrion Branham

1 Laten we ons hoofd buigen. Dierbare God, we zijn U vanavond dankbaar voor deze grote gelegenheid om weer samen te komen in de Naam van de Here Jezus, om onze vijand en Uw vijand hierbuiten op het slagveld te ontmoeten met het Woord, om hem uit het midden van Uw volk te verdrijven, opdat zij vanavond, Here, het Evangelielicht zouden mogen zien. Ik bid dat U onze ogen zult zalven met ogenzalf, opdat ze geopend zullen zijn voor de waarheid; opdat we hier zouden mogen weggaan, zeggend in ons hart: "Brandde ons hart niet in ons, toen Hij tot ons sprak op de weg?" Genees de zieken en aangevochtenen. Bemoedig de ontmoedigden. Hef de zwakke handen op die eens neerhingen. Mogen we uitzien naar de komst van de Here Jezus, waarvan we geloven dat hij nabij is. We vragen het in Jezus' Naam. Amen. Gaat u zitten.

2 Ik wil proberen vanavond kort te zijn, omdat ik weet dat er velen uit verschillende delen van het land zijn gekomen om de dienst bij te wonen. Velen blijven overnachten, en sommigen van u moeten misschien een manier vinden om terug te gaan, ik dank u daarvoor. Vanmorgen wilde ik broeder Neville zelf horen. Ik heb hem al vele malen gehoord, en ik heb hem altijd al gewaardeerd, maar deze morgen was het een actuele boodschap, en ik weet dat ik de leiding van de Here had, om vanmorgen daarnaar te luisteren. Erg fijn. En ik begrijp, waarom u mensen ook graag naar hem komt luisteren. Het zal u altijd goed doen, daar ben ik zeker van, om naar hem te luisteren.

3 Ik probeerde vandaag wat van mijn interviews in te halen (vanmorgen en deze middag). Ik heb er nog steeds erg vele lopen. En ik...

4 Ik geloof dat het Jethro was die eens tegen Mozes zei: "Het is te veel voor je." Wij hebben hier dus meer dan genoeg broeders voor uw problemen, en elk van hen is ertoe gerechtigd. Het zijn fijne dingen, waarvoor gezorgd moet worden. Ik zou onze herder willen aanbevelen of broeder Mann en de andere predikers van ons geloof hier. U kunt naar hen toegaan. Zij zullen u precies vertellen wat u moet doen. Sommige mensen, hun kinderen huwen onder elkaar, of er zijn dingen die fout zijn. Deze mannen kunnen u precies zo helpen als wie anders ook, omdat zij dienstknechten van Christus zijn. Ga naar hen toe, en ik ben er zeker van dat zij u de hulp zullen verlenen die u nodig hebt. Ik kom niet aan al die dingen toe. Er zijn er gewoonweg zoveel, waar je ook gaat. Ze blijven zich gewoon hoger en hoger opstapelen, ziet u, en je wilt naar elk van hen gaan, maar dat kun je niet doen. Maar ik bid voortdurend dat God, op een of andere wijze, het voor u ten goede zal laten uitwerken.

5 Nu, vanavond, willen we de Schrift nemen, en een gedeelte van de Schrift lezen uit Genesis het derde hoofdstuk, en gewoon wat terugverwijzen naar een paar dingen, waarover we in het verleden hebben gesproken. En we willen zien of de Here Jezus ons een klein beetje meer wil geven bij wat we reeds weten, wanneer we weggaan. Ik bid dat Hij dat zal doen.

     De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds, dat de HEERE God gemaakt had; en hij zeide tot de vrouw: Is het ook, dat God gezegd heeft: Gij zult niet eten van alle boom van deze hof?
     En de vrouw zeide tot de slang: Van de vrucht der bomen van deze hof zullen wij eten;
     Maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof is, heeft God gezegd: Gij zult van die niet eten, noch die aanroeren; opdat gij niet sterft.
     Toen zeide de slang tot de vrouw: Gij zult de dood niet sterven;
     Maar God weet, dat ten dage als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden, en gij zult als God wezen, kennende het goed en het kwaad.
     En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijs, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at.
     Toen werden hun beider ogen geopend, en zij werden gewaar, dat zij naakt waren; en zij hechtten vijgeboombladeren samen, en maakten zich schorten.

6 Moge de Heer Zijn zegeningen geven op het lezen van Zijn Woord. Nu, ik zou graag vanavond daaruit een tekst willen nemen en het noemen: Satans Eden. Een erg grof iets om het zo te noemen: Een Eden van Satan. Het past zo'n beetje bij wat ik hier onlangs op zondagavond (geloof ik) tot u sprak over het filter van een denkend mens, en de smaak van een heilig mens.

7 En soms brengen deze kleine, onbehouwen uitdrukkingen ons tot iets, ze brengen ons tot het bestuderen en tot het lezen van het Woord. En dat is wat ik wil dat heel mijn samenkomst doet. "De mens zal niet leven van brood alleen, maar door elk Woord dat de mond Gods uitgaat." Dus lees het Woord; bestudeer het. En bestudeer het met de ogen van God om uw verstand er begrip van te geven hoe we behoorden te leven in deze huidige dag.

8 Nu, om hier vanavond alleen maar te komen om tot u te spreken, om te zeggen: "Wel ik zou dit of dat kunnen doen."

9 Ik zou graag met de mensen willen spreken, evenzo zou ik het zelfs fijn vinden om vanavond met ieder van u naar huis te gaan. Ik... God weet dat het de waarheid is. Ik zou graag met elk van u naar huis willen gaan, en 's morgens met u ontbijten, en naar buiten gaan, en 's middag met u op eekhoorntjesjacht gaan, zie? Ik zou dat graag doen, maar ik kan dat niet doen. En ik zou graag naar huis willen gaan en gewoon zitten en met u spreken; na de dienst op de veranda zitten en een poosje met u spreken over uw welzijn en over God. Ik zou dat zo graag doen, mannen en vrouwen hierbinnen; God weet dat ik dat graag zou doen, maar ik kan het niet. Zie? Er is zo'n... zo'n trekken en zo'n spanning.

10 En in deze nerveuze tijd, waarin we leven... Ik ben zelf een nerveus iemand. Vandaag ben ik vastbesloten iets te doen, dan moet ik het gewoon doen, en morgen is het een miljoen mijl bij me vandaan. Iets is ertussen gekomen en ik heb dit of dat gedaan. Je hebt een tijd dat je probeert je verstand bij elkaar te houden.

11 Maar mijn hoofddoel is het Evangelie te prediken aan de gemeente, en alles te doen wat ik kan om Jezus Christus eer te betonen in deze tijd dat ik hier op aarde ben, en de tijd die mij op aarde nog rest. Ik kom proberen u iets te zeggen wat u zou helpen, iets wat ik bestudeerd heb. Toen ik deze morgen naar huis ging, dacht ik: "Wat zou ik vanavond kunnen zeggen, Here, wat deze mensen zou helpen?"

12 Terwijl ik luisterde naar die machtige boodschap deze morgen, over... die broeder Neville ons bracht over... Ik dacht eraan hoe wonderbaar het was, wat hij daar zei: "Een dokter zal de diagnose van het geval vaststellen, maar de man die komt met een bak vol naalden geeft de injectie." Ik vond dat dus werkelijk een echt heel knappe, uitzonderlijke uitdrukking. Ik dacht er over na, over het serum, nadat de diagnose van het geval is gesteld. Dus dat is een zeer goede zaak.

13 Ik wilde iets tot u spreken; iets brengen om voor u de belofte van God voor dit tijdperk te verduidelijken. Zie? Iets... niet iets wat iemand anders was in de een of andere dag, maar iets... en wanneer... Die dingen zijn goed, we verwijzen allen naar die dingen. Maar ik dacht dat ik zou proberen u iets in gedachten te brengen met deze Schriftgedeelten die ik hier heb opgeschreven die u zouden verlichten, zodat u zou weten hoe u een betere soldaat op het veld kunt zijn waar u nu vecht, om de tactiek van de vijand te kennen, zodat u alles kunt afweren voor hij bij u komt, zie? Dat is de hoofdzaak: om te leren de slagen van u af te weren zo veel u maar kunt.

14 Nu, laat ons eens voor een paar ogenblikken deze grote zondige tijd bezien waarin we nu leven. Ik geloof niet dat er ooit een tijd is geweest waarvan ik ooit in de geschiedenis heb gelezen... Er zijn grotere tijden van vervolging geweest, toen de kinderen van God aan alle kanten ter dood werden gebracht. Maar ziende op de bedrieglijkheid van de vijand hebben we nooit een dag gekend zoals deze waarin we nu leven. Het is de allergemeenste, misleidendste tijd. En wanneer ik dat zie, brengt het met zich mee dat de Christen meer op z'n tenen moet lopen vandaag dan hij ooit moest in enig tijdperk.

15 Wanneer vroeger - in de dagen van de vervolging van de gemeente door Rome - een Christen een fout maakte, ging hij de arena in. Wanneer ze ontdekten dat hij een Christen was, werd hij aan de leeuwen gevoederd of zoiets, wegens zijn getuigenis. Maar zijn ziel was gered, omdat hij een zuivere, onvervalste gelovige in God was, en met blijdschap bezegelde hij zijn getuigenis met zijn bloed. Terwijl zijn aderen scheurden, zijn lichaam uiteengereten werd en het bloed eruit gutste, riep hij uit met echt waarachtig geloof: "Ontvang mijn geest, Here Jezus!"

16 Maar nu laat de sluwheid van de duivel de mensen geloven dat ze een Christen zijn, terwijl ze het niet zijn. Dat is de zaak. U hoeft het niet te bezegelen... Het is een sluwere dag dan toen u uw leven moest bezegelen met uw getuigenis. De duivel heeft elke listige val klaargezet die hij maar kan, om... Hij is een verleider. Jezus zei ons in Matthéüs 24 hoe deze tijd waarin we leven zou zijn... de meest bedrieglijke tijd die ooit bestaan heeft: "zo dicht bij elkaar dat het de uitverkorenen van God zou verleiden, indien het hem mogelijk ware."

17 Nu, laten we een paar Schriftgedeelten (of profetieën) nemen, waarvan in de Bijbel wordt gesproken voor vandaag, en ze vergelijken met de dag waarin we nu leven.

18 In 2 Timotheüs 3 leren we dit, dat de profeet zei, dat "het zou komen te geschieden in deze dagen, dat de mensen roekeloos zouden zijn, opgeblazen, meer liefhebbers der wellusten dan liefhebbers van God". Vergelijk dat nu even voor een ogenblik. We zullen het moeten bekorten, omdat we niet zo veel tijd hebben om het allemaal door te nemen, zoals we dat naar behoren zouden moeten. Maar we zullen even de belangrijkste punten belichten, zodat u het kunt begrijpen als u het thuis bestudeert. Roekeloos, opgeblazen, meer liefhebbers der wellusten dan liefhebbers van God, onverzoenlijk, valse beschuldigers, zonder zelfbeheersing en zonder liefde tot de goeden. Nu, de Geest sprak nadrukkelijk dat deze dingen zo zouden zijn in de laatste dagen. Dat zijn déze dagen, waarover de profetie spreekt.

19 Nu, we lezen ook in Openbaring... 14, of liever Openbaring 3:14, van het gemeentetijdperk van Laodicéa, hoe de gemeente in deze laatste dag zou zijn. En ze zou... er stond dat ze gezeten zou zijn als een weduwe, die niets van node had. Zij was rijk, en verrijkt in goederen, en wist niet dat ze arm was, ellendig, jammerlijk, blind en naakt, en ze wist het niet. Bedenk nu, Hij spreekt tot de gemeente van dit tijdperk: "jammerlijk, blind, naakt, en ze weet het niet." Die laatste zin, dat laatste woord maakt het zo schokkend. Ze denken dat ze goed met de Geest vervuld zijn, dat ze allen gereed zijn... Het gemeentetijdperk van Laodicéa is het Pinkstergemeentetijdperk, want het is het laatste gemeentetijdperk. Luther had zijn boodschap, Wesley had zijn boodschap, en Pinksteren had haar boodschap.

20 Ook werd er gezegd: "Omdat gij lauw zijt, en noch heet noch koud..." (de emoties aan de buitenkant, de verstandelijke opvatting van het Evangelie) "omdat", zei Hij, "gij zó zijt, zal Ik u uit Mijn mond spuwen." Met andere woorden, het maakte Hem misselijk om de gemeente in die toestand te zien.

21 En bedenk, zij spuwden Hem uit, en Hij stond buiten de gemeente en probeerde weer terug te komen in dat afschuwelijke gemeentetijdperk van Laodicea.

22 De god van deze hedendaagse wereld - de aanbeden persoon van deze wereld vandaag - is Satan. En de mensen zijn er onwetend van dat ze Satan aanbidden, maar het is Satan die zichzelf verpersoonlijkt als de gemeente (zie?), als de kerk. Zij aanbidden Satan, terwijl ze denken dat ze God aanbidden door de kerk. Dat is echter de wijze waarop Satan het heeft gedaan. O! U zegt: "Maar wacht een ogenblikje; wij prediken het Woord."

23 Kijk hier even terug naar mijn tekst van vanavond. Satan was degene die het Woord het eerst aan Eva predikte: "God heeft gezegd..." Zie?

24 Het is het vervormen van dat deel van de Schrift dat op de dag betrekking heeft. Hij zal u laten weten dat alles wat Jezus deed volmaakt goed was. Hij zal u laten weten dat alles wat Mozes deed volmaakt goed was. Maar wanneer u de beloften neemt die gelden voor deze dag, dan worden deze toegeschreven aan een ander tijdperk. Dat is gewoon alles wat hij hoeft te doen, om de mensen het op die wijze te laten geloven, en dat is alles. Want u kunt niet één Woord ervan afnemen of één Woord eraan toevoegen. Dat is echter wat hij doet.

25 Mensen die onwetend Satan aanbidden, terwijl ze denken dat ze God aanbidden. Zoals we door profetie worden gewaarschuwd in 2 Thessalonicensen dat... Laten we dat even lezen: 2 Thessalonicensen, het tweede hoofdstuk. Laten we het gewoon meteen een ogenblik doornemen als ik het kan vinden. Ik zou dat graag even lezen. Ik geloof, 2 Thessalonicensen. Ik heb het Schriftgedeelte hier. In het tweede...

     En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onze Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem,

26 Nu, wij zien het komen van de Here en het bijeenvergaderen tot Hem. God zal Zijn volk tot Zich vergaderen in de laatste dagen. Het bijeenvergaderen van het volk tot de Here. Niet tot de kerk, tot de Here. Het wordt verenigd met Hem.

     Dat gij niet haastig bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief, als van ons geschreven, alsof de dag van Christus aanstaande was.
     Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde... ("mens der zonde", let op wat hij nu is) ... geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs; (dat was Judas, zie?)
     Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzo dat hij in de tempel Gods als een God zal zitten, zichzelf vertonende, dat hij God is.

27 Die bedrieglijkheid van de hedendaagse kerk. Zie? "De zoon des verderfs", de duivel. De zoon des verderfs: de duivel. Dan aanbidden de mensen Satan in deze tijd, terwijl ze menen dat ze God aanbidden. Ze aanbidden hem echter door een geloofsbelijdenis, door mensengemaakte denominaties en geloofsbelijdenissen die de mensen regelrecht hebben gebracht tot de grootste misleiding die de wereld ooit heeft gekend. Het maakt niet uit hoe zeer het Woord van God dat werd beloofd voor deze dag wordt gepredikt en betuigd, ze zullen het nog steeds niet geloven. Ze zullen het niet geloven.

28 Waarom dan? We vragen ons af waarom. Waarom doen ze het niet? Waarom willen ze het niet geloven? Terwijl God zei dat Hij een bepaald iets zou doen, en Hij doet het; en toch keren ze het de rug toe en wenden zich ervan af. Precies zoals Eva wist dat God zou doen wat Hij zei, maar ze keerde het de rug toe om te luisteren naar wat hij had te zeggen.

29 Herinner u slechts, in andere tijdperken is het altijd hetzelfde geweest. In elk tijdperk is het altijd zo geweest dat Satan probeert dat Woord voor hen te verdraaien, door hen naar een ander tijdperk te laten kijken.

30 Kijk, toen Jezus kwam... Ziet u dat Satan in die groep Joodse leraars, rabbi's en priesters was, en dat hij probeerde hun te vertellen dat ze de wet van Mozes moesten houden, terwijl het Woord zelf zei dat in díe dag de Zoon des mensen zou worden geopenbaard? Zie? Dat Hij Zichzelf zou openbaren. Dus probeerden ze... zo lang als men zich religieus hield en aan de wet van Mozes... Ziet u wat hij deed? Hij probeerde hen te vertellen: "Dat deel van het Woord is helemaal juist, maar deze Man is die Persoon niet." Ziet u hoe misleidend hij is? Dat is die werkelijke dag van misleiding.

31 Het is destijds zo geweest en het is nu zo. Het is Satan die zijn koninkrijk op aarde vestigt. Dat is precies waarom hij het doet, want hij wil zijn eigen koninkrijk stichten.

32 Zoals een zakenman die geen Christen is. Hij zal elk schema uitwerken waartoe hij maar in staat is, om u iets op de verkeerde manier te laten zien. Indien het zijn doel dient, en hij er persoonlijk baat bij heeft om u dat te laten doen, om u het op die wijze te laten zien, zal hij u alles tonen wat hij maar kan om u af te houden van de waarheid, want zijn gevoelen gaat alleen naar zichzelf uit. Het geeft niet hoeveel hij liegt en bedriegt, en wat ook meer, als hij maar persoonlijk voordeel heeft.

33 Dat is waarom Satan dit heeft gedaan. En hij heeft door de bediening heen gewerkt om het te doen, zoals God beloofde dat hij zou doen. Nu, hij begon door een religieus bedrog in Eden en hij is sindsdien altijd daarmee doorgegaan.

34 Niet door een groep communisten te vormen, communisten hebben hiermee niets te maken. Het is de kerk waarop u moet letten. Zie? Het zijn niet de... het zijn niet de communisten die de uitverkorenen zullen verleiden; het is de kerk die de uitverkorenen zal verleiden. Zie? Het zijn niet de communisten. We weten dat zij God ontkennen, en zij zijn antichrist. Zeker zijn ze het, in principe, maar zij zijn niet dé antichrist. De antichrist is religieus, erg religieus en hij kan de Schrift aanhalen en het er zo duidelijk laten uitzien.

35 Zoals Satan daar vroeger in den beginne deed, hij citeerde alles goed: "God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van alle boom in de hof?" Zie? Haalde het juist aan.

36 Eva zei: "Ja, we mogen eten van al de bomen van de hof, maar er is een boom in het midden van de hof, waarvan God heeft gezegd dat we er niet van mogen eten noch die aanraken, want op de dag dat we dat zouden doen, zullen we voorzeker sterven."

37 Hij zei: "O, gij zult geenszins sterven, maar laat mij u de reden geven waarom God dit zei. Het is omdat..." Zie? Nu, wat deed hij? Hij citeerde de waarheid. Zie? Hij zei: "Het zal uw ogen openen, en het zal u goed en kwaad doen kennen. Gij zult daarna aan God gelijk zijn, als gij het kunt doen."

38 Dat is precies wat hij wil doen, en dat is precies hetzelfde als wat hij vandaag probeert te doen. Het is een religieus bedrog geweest vanaf het eerste begin in Eden, en het is sindsdien altijd zo geweest. In Adams tijd was het een misleiding. In Noachs tijd was het een misleiding. In Jezus' tijd was het hetzelfde. En nú is het hetzelfde! Op dezelfde wijze, een godsdienstige misleiding.

39 Nu, laten we de aarde bekijken toen God haar onder Zijn controle had. Nu, toen God haar onder controle had... had haar onder Zijn controle. Dan daarna, toen Satan het overnam door het Woord van God te verwerpen. Eens had God de aarde onder Zijn controle. Hij plaatste haar in haar loopbaan. Hij stelde haar in werking. Hij heeft alles gedaan. Hij had haar onder Zijn controle. Nu zullen we dat vergelijken met de toestand, nadat Satan haar onder zijn macht bracht.

40 Nu, God deed er zes duizend jaar over. Hij had er niet zo lang voor nodig, maar Hij nam zo'n lange tijd. Zes duizend jaar, omdat ons wordt geleerd dat één dag in de hemel duizend jaar op aarde is. En het duurde zes duizend jaar of zes dagen dat God de aarde maakte. Nu, het kostte God zes duizend jaar om het op te richten, om het te beplanten met goede zaden die zouden voortbrengen naar zijn aard. Alles moest voortbrengen naar zijn aard. Al Zijn zaden waren goed, en dus moest het voortbrengen naar zijn aard. God nam er zes duizend jaar voor.

41 Tenslotte, toen Hij alles gemaakt had en wij uiteindelijk... Tenslotte kwamen wij bij het hoofdkwartier van de aarde in een prachtige plaats, welke ten oosten van Eden lag, genaamd de hof van Eden. God maakte het hoofdkwartier van de wereld in de hof van Eden, in Egypte; precies aan de oostelijke zijde van de hof was het hoofdkwartier.

42 En over deze hele toestand stelde Hij Zijn zoon en de vrouw van Zijn zoon aan als hoofd over dat alles. Dat is juist. Dat is wat God deed. Hij gaf hun het volledige beheer. Ze konden tot de winden spreken, en ze zouden stoppen met waaien. Ze konden tot de boom spreken, en hij zou zich verplaatsen van hier naar daar.

43 De leeuw en de wolf weidden tezamen, en het lam legde zich bij hen neer. Er was geen kwaad. Er was volmaakte vrede, volmaakte harmonie; alles was in volmaaktheid toen God het onder Zijn controle had. En let op. Hij had Zijn... Hij had Zijn wereld. Hij had alles in werking. Hij liet alles komen. Alles at van de plantengroei. Er was niets dat stierf, niets dat vernietigd zou worden, niets dat bedorven zou worden, niets... het was gewoon volmaakt.

44 En boven dit alles stelde Hij Zijn geliefde kinderen, Zijn zoon en Zijn dochter, een man en vrouw, om het te besturen.

45 God was zo tevreden. En Hij rustte van al Zijn werken op de zevende dag, en Hij heiligde deze zevende dag voor Zichzelf, de sabbat.

46 Want God bezag het alles, nadat Hij zes duizend jaar bezig was geweest het te kneden en te vormen. Hij maakte dat het in bestaan kwam, Hij liet de bergen omhoog komen en maakte dat de vulkanische werking de bergen omhoog drukten, en de dingen die plaatsvonden in de uitbarstingen. Hij droogde het en gaf het vorm op de wijze dat Hij het heeft gedaan. En het was een prachtige plek!

47 Er was niets eraan gelijk. De grote paradijzen van God! En die grote dinosaurussen, en wat ook meer die er door kropen, er was geen enkel kwaad in die grote dieren. Ze waren net zo aardig als een klein poesje. Ze hadden helemaal niets. Geen ziekte, geen zorg; er was niet één ziektekiem op aarde. O, wat een plaats!

48 Grote vogels zweefden van boom tot boom. Adam kon ze bij name noemen en ze zouden op zijn schouders vliegen en tegen hem kirren. En o, wat had God een wonderbare plek.

49 Toen maakte Hij een van Zijn attributen van Zijn eigen lichaam. God heeft attributen in Zijn lichaam.

50 Zoals u een attribuut van uw vader bent. En merk op, u was in de grootvader van de grootvader van uw grootvader. Maar wat dat betreft, laten we zeggen, dat we het zullen beperken tot u en uw vader. Nu, u wist helemaal niets toen u in uw vader was. De levenskiem komt van de man. De man heeft de bloedcel, de vrouw heeft het ei. Nu, daarom heeft de bloedcel het leven in zich. Toen u in uw vader was, wist u er in werkelijkheid niets van, maar toch, de wetenschap en Gods Woord bewijzen dat u in uw vader was, hoewel u er niets van af wist.

51 Maar toen verlangde de vader er naar om u te kennen. En door de huwelijksverbinding met uw moeder werd u aan uw vader bekend gemaakt. Nu, u bent het attribuut van uw vader. U lijkt op hem en u hebt lichaamsdelen die lijken op die van uw vader.

52 Nu, dat is de wijze hoe God in den beginne was. Elke zoon van God en elke dochter van God was in den beginne in God. U herinnert het zich nu niet, maar u was daar. Hij wist het, en Hij wilde dat u kwam, zodat Hij met u in contact kon treden, met u spreken, u liefhebben, en u de hand schudden.

53 Wilt u niet dat uw eigen jongen... Is het geen grootse dag wanneer uw zoon thuiskomt en aan tafel gaat zitten, wanneer hij gelittekend terugkomt van het slagveld, of iets dergelijks. Zult u niet het eten klaar maken, het gemeste kalf slachten of wat ook meer, en het voor hem bereiden? Het is uw eigen vlees en bloed, en hij was in u. U kende hem toen niet, maar u wist dat hij er was.

54 En zo wist God dat wij hier zouden zijn, maar toen plaatste Hij ons in het vlees zodat Hij contact met ons zou kunnen hebben. Opdat Hij contact kon hebben, werd Hij een van ons toen Hij Jezus Christus werd, de Zoon van God, Hijzelf, de volheid van de manifestatie van God. Dat was Gods doel: Zijn attributen in gemeenschap ten toon spreiden.

55 Toen ik in mijn vader was, wist ik er niets over. Maar toen ik zijn zoon werd en uit hem werd geboren, was ik een attribuut [eigenschap – Vert], een deel van mijn vader. U bent een deel van uw vader.

56 En als kinderen van God zijn wij een deel van Gods attribuut dat in Hem was, vlees gemaakt zoals Hij vlees werd gemaakt, zodat we gemeenschap met elkaar kunnen hebben als een gezin van God op de aarde. En dat is Gods doel van den beginne. Jazeker. Dat is wat God wilde in den beginne.

57 Hij had alles onder controle, en Hij stelde de mens in de hof van Eden op basis van vrij moreel gedrag en zei: "Zoon, het is het jouwe."

58 Wat een prachtige plek. God was zo tevreden dat Hij zich gewoon terugtrok en rustte van al Zijn werken. Geen enkele boom bracht doornen en distels voort. De bessen kwamen nooit van een doornstruik. Alles was volmaakt. Alle zaden waren volmaakt. Alles was in een volmaakte toestand.

59 Maar, toen Hij heenging om een beetje rust te nemen, glipte Zijn vijand listig binnen en nam het over door Zijn programma verkeerd aan Zijn kinderen uit te leggen. Hij stelde vertrouwen in Zijn eigen kind, zoals u vertrouwen stelt in uw dochter wanneer ze 's avonds met een man uitgaat; zoals u vertrouwen stelt in uw zoon wanneer hij mee moet gaan met een jongen die drinkt of een jongen die rookt. Ziet u? Hij stelde vertrouwen in Zijn zoon dat hij niets verkeerds zou doen, en elk woord zou houden dat Hij zei, maar de vijand glipte binnen. Zoals die zalvige fat die zichzelf zou misdragen als hij uw dochter mee uit zou nemen of hetzelfde als de een of andere vrouw met uw zoon zou uitgaan. Ziet u? Hij glipte binnen, de vijand van God glipte binnen, en legde Eva het Woord verkeerd uit.

60 Nu, door deze val heeft hij het overgenomen, en hij nam de hof van Eden zelf in bezit. Hij nam het over. En nu heeft hij zes duizend jaar lang zijn bedrieglijke heerschappij gehad en de mensen (Gods kinderen) misleid zoals destijds, omdat ze waren gebaseerd op vrij moreel gedrag, zodat ze op elke wijze konden handelen die ze maar wensten. En Hij geloofde dat ze juist zouden handelen of vertrouwde dat ze juist zouden handelen. Toen kwamen ze tot de verkeerde handeling, en ze verkochten hun geboorterecht (zoals Ezau) voor de wereld. En Satan won het en hij nam de zaak over. En hij heeft zes duizend jaar gehad om zijn Eden op te bouwen, zoals God zes duizend jaar had om Zijn Eden tot een afsluiting te brengen. En door misleiding (misleiding van het Woord, of de mensen) vestigde hij nu zijn eigen Eden op deze aarde in zonde.

61 Gods Eden werd gegrondvest op rechtvaardigheid. Satans Eden is gegrondvest op zonde, want Satan is zonde. God is rechtvaardigheid. Gods Koninkrijk werd gevestigd op gerechtigheid, vrede en leven; en Satans koninkrijk is gevestigd op zonde, en wel religieuze zonde!

62 Bemerk hoe hij misleidde, zijn bedrog, zoals hij zei dat hij zou doen. Hij beloofde dit te doen. Wist iemand dat? Laat ons Jesaja opslaan, als u een paar van deze Schriftgedeelten wilt opschrijven. Als u... Ik zou er meer moeten citeren, geloof ik. Laat ons even een ogenblik opslaan Jesaja, het veertiende hoofdstuk, en bezien wat Satan hier zei, even een moment. We lezen het in Jesaja 14. En kijk wat deze kerel deed. Jesaja 14, te beginnen bij het twaalfde vers.

     Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, o morgenster, gij zoon van de dageraad! hoe zijt gij ter aarde neergehouwen, gij, die de heidenen krenktet!
     En zeidet in uw hart: Ik zal ten hemel opklimmen, ik zal mijn troon boven de sterren Gods verhogen; en ik zal mij zetten op de berg der samenkomst aan de zijden van het noorden.
     Ik zal boven de hoogten der wolken klimmen, ik zal de Allerhoogste gelijk worden.

63 Nu, vergelijk dat hier met ons andere Schriftgedeelte uit Thessalonicensen, een tijdje geleden, hoe hij zei dat hij in de tempel van God zit, zich verheffend boven alles wat god genaamd wordt, zodat hij als god is, als god wordt aanbeden op de aarde.

64 Daar is de god van deze wereld waarover ik vorige week zondag heb gepredikt. Hier is hij vandaag in bedrieglijkheid. Dat verraderlijke uur! Deze geweldige tijd waarin we leven! Het is de meest glorieuze tijd van alle eeuwen, omdat we weer staan voor het grote millennium! We zien weer uit naar het Eden. Maar precies in dit tijdperk heeft Satan elk bedrog en elke tactiek die hij ooit heeft gebruikt, en waarmee hij maar in staat is geweest om te verleiden, bijeen vergaard en zich ermee gewapend, en hij is neergekomen als god en heeft zichzelf in de plaats van God gesteld. Religieus, hij kan de Schrift citeren en kan u de Schrift vertellen, precies zoals Satan bij Eva deed in de hof van Eden. Slechts één woord ervan weg te laten, is alles wat hij hoeft te doen, die bres te slaan waar de giftige leer van de duivel door kan stromen, zoals Het filter van een denkend mens waar we onlangs 's avonds over spraken.

65 Nu, hij zei dat hij zichzelf wilde verheffen boven de Allerhoogste. Hij wilde opklimmen boven de wolken en de sterren, hij wilde daar zetelen gelijk God, en boven de Allerhoogste zijn. Hij is erin geslaagd zijn bedreigingen uit te voeren! Hij heeft zeker verbazingwekkend succes gehad in het uitvoeren van zijn bedreigingen, doordat het volk hem in elk tijdperk de waarde van Gods beloofde Woord voor dat tijdperk liet wegverklaren! Dat is precies hoe hij het heeft gedaan. In elk tijdperk heeft hij het door uitlegging weggewerkt.

66 In de dagen van Noach legde hij uit dat het onmogelijk was dat het van de hemel regende, want "er is daarboven geen regen!" Zijn wetenschappelijk hoogstaand evangelie dat hij predikte in de hof van Eden. Hij kon instrumenten naar de maan schieten, en bewijzen dat daarboven geen vochtigheid bestond. Maar God zei dat er regen zou komen. Satan echter slaagde erin om het verstand van de mensen te vergiftigen door wetenschappelijk onderzoek dat "het niet zou kunnen". Maar het gebeurde! God zei dat het zou gebeuren, en het gebeurde. Hij deed het.

67 Nu, in de dagen van Jezus deed hij hetzelfde. Hij vergiftigde opnieuw hun gedachten door bedrog (zie?) door het Woord verkeerd uit te leggen. "Indien Gij de Zoon van God zijt, nu, laat mij U er iets van zien doen."

68 Jezus speelde geen clown voor hem. Hij deed het nooit. God is geen clown. Hij hoeft nergens op te antwoorden wat Satan vraagt. Hij hoeft alleen... Jezus zei: "Er staat geschreven: 'Gij zult niet leven... de mens zal niet leven bij brood alleen, maar bij elk woord dat de mond van God uitgaat.'" Hij hoefde niet voor clown te spelen voor hem. Hij hoefde geen brood te maken. Hij zou het hebben kunnen doen, maar dan zou Hij hebben geluisterd naar de duivel. Dus Hij hoefde niet te luisteren naar de duivel.

69 En nogmaals, het is religieuze zonde. Zoals in den beginne. Zó misleidend. Let er nu op. Het is niet gewoon alleen de oude alledaagse zonde: overspel plegen, dronken worden en Gods Naam ijdel gebruiken. Dat is het niet. Nee.

70 Herinnert u zich, velen van u hier, de oudgedienden, herinnert u zich die preek die ik jaren geleden hield over De teleurstellingen bij het oordeel? De hoer zal daar niet teleurgesteld worden. Zij weet waar ze heen gaat. De dronkaard zal daar niet teleurgesteld zijn. De dranksmokkelaar, de gokker, de leugenaar, de dief, hij zal niet teleurgesteld zijn. Maar die mens die dénkt dat hij rechtvaardig is; daar is de teleurstelling.

71 Dat is die man die kwam en zei: "Here, heb ik niet het Evangelie gepredikt, heb ik geen duivelen uitgeworpen in Uw Naam?"

72 Jezus zei: "Ga weg van Mij, gij die de ongerechtigheid werkt. Ik heb u nooit gekend." Daar is de teleurstelling, zie, die bedrieglijkheid.

73 Dat is waarom ik voortdurend... dat is de reden dat ik zo verkeerd begrepen word. Het is niet dat ik anders wil zijn. Ik wil niet anders zijn, maar ik moet eerlijk zijn. Ik heb een Boodschap, en die moet naar de mensen gaan. Dat maakt dat het zeer veel wordt misverstaan onder de mensen. Ze denken dat ik tégen iedereen ben. Als ze slechts wisten dat ik vóór iedereen ben, en zo goed mogelijk probeer aan hen te brengen wat de waarheid is, precies zoals het op mijn hart is gelegd, en op de wijze dat het hier in de Bijbel staat. En God bewijst dat dat de waarheid is, daarom is er niets anders wat er aan gedaan kan worden. Of ze zien er naar of niet.

74 Zie, ze willen het niet zien, omdat ze zichzelf al verkocht hebben. Ze verkochten hun geboorterecht aan de een of andere organisatie, aan een bepaalde denominatie om hun geboorterecht om in de hemel te komen vast te leggen op de grondslag van de een of andere georganiseerde religie waarvan Satan het hoofd is. God had nooit een georganiseerde religie; nooit. En zij verkopen zich daaraan. Waar ze... een groep mensen legt het Woord uit, en zegt dat het dit betekent, en dat het dat betekent.

75 God heeft geen uitlegger nodig. Hij legt Zelf uit. Hij heeft niemand anders nodig om Hem te vertellen hoe Hij het moet doen. Hij is soeverein. Hij zei hoe Hij het zou doen, en dat is de wijze waarop Hij Zijn Woord moet houden. Toen Hij zei: "Deze tekenen zullen hen volgen die geloven", bedoelde Hij precies dàt. Wat Hij ook zei dat zou plaats vinden... Hij zei wat er in deze laatste dagen zou gebeuren, dat Hij bepaalde dingen zou doen, en Hij heeft het gedaan. Hij hoeft niemand te vragen of het tijd is of niet, Hij weet wat de tijd is, en wat het plan is.

76 Nu, Satan, deze misleider, zoals er over hem wordt gesproken in Matthéüs 24:24, komt met zoveel misleiding. Nu, we ontdekken dat door zijn evangelie-programma van kennis, betere opleiding, hogere ethiek, beschaving, enzovoort, hij de mensen die God willen dienen, heeft betoverd tot het geloven van zijn leugens.

77 Eva wilde dat niet doen, maar hij toonde haar hoe er meer wijsheid in zat. Zij wist het niet. Ze wilde weten. Ze begreep niet, maar ze wilde begrijpen. En God zei haar niet te proberen om het te begrijpen.

78 Hoe kan ik welke van deze dingen ook begrijpen? Ik kàn ze niet begrijpen. Ik geloof ze. Ik hoef ze niet te begrijpen. God is geloof, en geen begrijpen. We geloven gewoon wat Híj zegt.

79 Nu, vergelijk Gods Eden met dat van Satan nú, nadat zes duizend jaar lang de ware uitleg van Gods beloofde Woord voor het tijdperk is verdraaid. Laten we het nu vergelijken, en zien of we het begrijpen. Zoals hij het deed bij de gemeente in Christus' tijd, in Jezus' tijd... Hij trachtte Gods trouwe zonen weg te houden van de kennis der waarheid. Dat is Gods... God plaatste Zijn zonen hier, Zijn attributen, om gemeenschap met Hem te hebben door Zijn Woord te horen.

80 Wat als uw vader u vertelde... en u zou een trouwe zoon van uw vader zijn. En hij zei u: "Zoon, ga niet in dat water daar zwemmen, omdat er krokodillen in dat water zitten." En er zou een kerel terugkomen die zegt: "Zeker, zulk prachtig water als dat, daar zitten geen krokodillen in." Nu, naar wie zult u gaan luisteren? Als u een echte zoon bent, zult u luisteren naar uw vader.

81 En een waarachtige zoon of dochter van God neemt Gods Woord eerst! Het kan mij niet schelen wat iemand anders erover zegt, zij nemen Gods Woord eerst! "Er zit vergif in de beker", en zij geloven het.

82 Geloof hebben in heel Zijn Woord, Zijn zaad, bracht een Eden van heiligheid, liefde en eeuwig leven. Dat is wat Gods Eden voortbrengt: heiligheid. En het bracht een Eden voort van heiligheid, liefde, begrip, volmaaktheid en eeuwig leven. Dat is wat God plant: Zijn Woord, Zijn zaad. Dat zal Zijn gemeente zijn in het einde. Het zal hetzelfde zijn.

83 Merk op, hier is een gedachte. Vergeet het niet. Ik zal op een andere keer eraan toe komen of in een andere boodschap, maar u weet dat God zei: "Laat elk zaad voortbrengen naar zijn aard." Is dat Gods bevel? Nu, wat voor nut heeft het, voor welke prediker of wie anders ook, om te proberen dat Woord iets ánders te laten zeggen? Zie? Elk Woord van God is een zaad. Jezus zei het zo. Een zaad dat een zaaier zaaide. Dus, als Markus 16 Gods Woord is, zal het voortbrengen naar zijn aard. Als Maleachi 4 Gods Woord is, zal het voortbrengen naar zijn aard. En elke andere belofte moet voortbrengen naar zijn aard.

84 Ziet u? Ziet u Satan hier in een verdraaiing? Hij probeert te zeggen: "Het is niet... Het is zo niet." Begrijpt u het? Zie, Satan zei: "O, dat is niet voor déze dag. Dat was voor een ándere tijd. Dat... dat betekent dat zelfs helemaal niet."

85 Elk zaad moet voortkomen naar zijn aard! Dat is hoe God Zijn Eden vestigde. Is dat juist? En hier is het. Zo sticht God Zijn gemeente. Elk Woord naar Zijn aard. "De mens zal niet leven bij brood alleen, maar bij elk Woord dat de mond Gods uitgaat." Zie? Satan zal iets anders nemen, maar God zei: "Elk zaad naar zijn aard."

86 Als de belofte luidde: "Deze tekenen zullen hen volgen, die geloven."

87 Nu, de kerk zegt: "Kom bij de kerk, zeg de geloofsbelijdenis op, ken de catechismus." Zulke dingen staan er in de hele Bijbel niet.

88 Maar Jezus zei: "Deze tekenen zullen hen volgen die geloven. In Mijn Naam zullen ze duivelen uitwerpen. Ze zullen spreken met nieuwe tongen. Indien ze slangen opnemen, en dodelijke dingen drinken, zal het hun niet deren. Als ze hun handen op de zieken leggen, zullen ze herstellen." Wie is de mens om dat te ontkennen? Zie?

89 Elk zaad zal voortbrengen naar zijn aard. Als u een zaad van God bent, een attribuut, een zoon van God, dan is het Woord van God in u gezaaid. Zie? En wanneer u dan het Woord van God hoort: "Mijn schapen horen Mijn stem; een vreemde zullen ze niet volgen." Begrijpt u het? Dan komt elk zaad voort naar zijn eigen aard.

90 Nu, we ontdekken dat elk zaad voortbrengt naar zijn aard, er was geen dood in het nieuwe... in dat Eden. Er zal geen dood zijn in het nieuwe Eden. Zie? Er was niets anders dan heiligheid, reinheid en eeuwig leven.

91 Nu, door ongeloof in heel Gods Woord is het zaad van onheiligheid in Satans Eden gebracht. We gaan nu binnen daar waar Satan de troon neemt als de antichrist, in een Eden van deze aarde, een Eden van zonde; bedorven religie. Hij begon niet met: "Ik ben Satan. Ik ben de grote engel." Nee, daarmee begon hij niet, maar hij begon Gods Woord te verdraaien! En dat is de manier waarop hij zijn koninkrijk in elk tijdperk binnengebracht heeft. En nu, in dit grote bedrieglijke tijdperk, is hij gereed om zijn troon in te nemen door zijn volk! Hij heeft zichzelf een intellectueel, geleerd, wetenschappelijk Eden gebouwd. Juist. Wetenschappelijke predikers, een wetenschappelijke kerk, wetenschappelijke theologie; alles is wetenschappelijk. Alles is op basis van kennis. De hele kerk is gebouwd op kennis. Ze is niet gebouwd op geloof.

92 Eens hield ik een samenkomst voor een gemeente van een zekere man. Het was een grote gehoorzaal in het westen. Een fijne man; en hij ontkende deze dingen waarover wij spreken. Maar toch was hij... ik mocht hem. Fijne man, een oude man. Toen zijn gemeente naar buiten ging... Er was plaats voor ongeveer zes duizend mensen. Toen zijn gemeente naar buiten ging na de middagdienst (ongeveer vijftienhonderd) waren het allemaal fijngeklede intellectuelen. Ik zat daar en keek naar ze.

93 Hij preekte een erg goede prediking; de man. En toen vroeg hij of iemand Christus wilde aannemen door alleen hun hand op te steken. Niemand stak zijn hand op tot tenslotte een vrouw haar hand opstak. Hij zei: "Goed, nu bent u Christen", en hij zorgde ervoor dat ze gedoopt kon worden. En toen eindigde hij; hij droeg een baby op (hij kuste de kleine baby), en sprak er een gebed over uit, en liet het gehoor gaan.

94 Toen zijn gemeente uitging ‑allemaal fijne, geleerde, bestudeerde mensen ‑stond ik aan de kant om de man de hand te schudden en hem Gods voorspoed toe te wensen, toen hij naar buiten kwam.

95 En toen ik dat deed, kwam hier mijn groep binnen. Ze konden hen niet binnenlaten terwijl zijn groep er was. Hier kwamen de mijne in rolstoelen, draagbaren, dwangbuizen, krankzinnig, enzovoort! Ziet u het verschil? Dat is het. Dat is de zaak waarover ik spreek. Zie? Het is iets anders.

96 Door wetenschappelijke kennis kunt u een begrijpbaar evangelie maken dat u... "Hij die gelooft in Jezus Christus zal niet worden veroordeeld." Zie?

97 Maar "deze tekenen zullen hen volgen, die geloven", (zie?) hij blijft in gebreke om dát daar in te voegen. Zie? Zij geloofde in Jezus Christus. Ze is gered, indien deze tekenen de gelovige volgen.

98 "En hij die Mijn Woord hoort", niet gewoon iets maken, niet het horen met z'n oren, maar het begrijpen. Iedereen kan het horen. De prostituee kan het horen en een prostituee blijven. Zie? Een dronkaard kan het horen. Een leugenaar kan het horen en toch een leugenaar blijven, maar "hij die Mijn Woord begrijpt, en gelooft in Hem Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven." Dat is het. Zie?

99 En geen mens kan dat doen, tenzij God hem voorbestemde. Jezus zei: "Geen mens kan tot Mij komen, tenzij de Vader hem trekke, en al wat de Vader Mij gegeven heeft, zal tot Mij komen." Amen! Het is alles in de soevereiniteit en voorkennis van God. Hij leeft alleen, en er is niemand die Hem zegt wat Hij moet doen.

100 Nu, door ongeloof, en het niet aanvaarden van heel het Woord van God is een zaad voortgebracht van ongeloof: onheilig, zondig, haat; en eeuwige dood ligt in dit zondige, intellectuele gemeentetijdperk. Nu, hebt u het begrepen? In deze dag, en dat terwijl de hele wereld religieus is. Wist u dat? De hele wereld is godsdienstig. En in dit godsdienstige tijdperk staan grote kerken op elke hoek. Alles... De hele zaak draait erop uit dat Satan wordt aanbeden. Hier staat het, hier precies in de Bijbel. Dat is zo. En dit intellectuele, theologische seminarie brengt een intellectueel iemand voort die getraind is hoe hij moet spreken, wat hij moet doen, hoe zijn gezichtsuitdrukking te maken, en hoe alles psychologisch aan te pakken. Ze studeren drie of vier jaar om te weten hoe men met het gemoed van een mens om moet gaan. Zie, het is...

101 De Geest van God is niet iets wat door onderricht in u wordt gebracht. Het is iets wat in u is voorbestemd door de hand van de almachtige God. Uw ervaringen kunnen niet in u worden geschoold of onderwezen; het is door Gods hand en Gods voorkennis in u voorbestemd. Dat is juist.

102 Nu, hij bracht dit grote Eden voort waarin ze nu leven; een kerkwereld-Eden. Ze verenigen zich nu allen samen in de grote oecumenische Wereldraad, en ze zullen de wereldkerk krijgen, en ze zullen allen onder één hoofd komen waar Satan op de troon gezet zal worden, helemaal precies.

103 En de laatste oproep gaat uit om de bruid te bereiken, voordat zij daarin verstrikt raakt. Want eenmaal daarin heeft ze het merkteken van het beest aangenomen, en is zij verdoemd. Ze zal er nooit meer uitkomen. Dat is de reden dat ik zeg: "Kom uit van hen, Mijn volk", eer het hem binnengaat. Zie? "Kom uit van hen, en scheid u af."

104 Nu, er is haat, dood en eeuwige scheiding van God in dit Eden; begeerte, vuilheid, verdraaiing. Waardoor? Door het zaaien van het verkeerde zaad.

105 Dit doet mij denken aan het visioen dat ik zag voor ik ooit de Pinkstermensen ontmoette, van die man die in het wit de wereld rondging. U hebt het mij vele keren horen vertellen. Achter hem aan kwam er een die zaden van tweedracht zaaide.

106 Maar hij won het duidelijk, in Eva... in de hof van Eden door de begeerte van Eva naar zonde; de begeerte van Eva naar de zonde. Toen Eva kennis begeerde, was dat zonde.

107 En wanneer wij kennis begeren (als we een doctorsgraad of meesterstitel willen) is het zonde om zo te doen. Dat is een krasse bewering, maar dat is de waarheid. Hoe scherp het ook is, toch is het de waarheid. Zie? Om kennis te begeren, begrip...

108 De zaak waarom het gaat is dat we tegenwoordig niet proberen het Woord van God in de harten van de mensen te vestigen. We proberen onszelf te vestigen! De kerken proberen de leer van de kerk in het hart van een persoon te grondvesten.

109 Ons wordt opgedragen het Woord van God te grondvesten. Paulus zei: "Ik kwam niet tot u met meeslepende woorden der mensen, zodat uw geloof zou rusten in de kennis der mensen, maar ik kwam tot u in kracht, in manifestaties van de Heilige Geest, opdat uw geloof zou mogen rusten in God." Dat is de zaak.

110 De mens moet zichzelf niet vestigen. We vinden het onder... Laat God iets voor iemand doen en hem uitzenden, dan ontdekt u dat elk mens het probeert na te bootsen. Zie, ze proberen zichzelf te vestigen. Elk mens: "Ik deed dit. Ik, mij, mijn denominatie, ik, dit", zichzelf vestigen. Waar prediken we over, over onszelf of over het Koninkrijk van God?

111 Vestig het Woord van God. Neem het ongeloof eruit, en vestig het Koninkrijk van God in het hart van een mens. En het Koninkrijk van God kan niet worden gegrondvest in het hart van een mens, tenzij God die man zo maakte. Hij kan niet worden gevestigd in een...

112 En bedenk, de bedrieglijke kant is dat de mensen denken dat het juist is. Zie? "Er is een weg die iemand recht schijnt." Elk intellectueel wezen schijnt recht te zijn.

113 Zoals ik u een paar zondagen geleden vertelde; ik stond bij mijn stervende baby, en Satan stond daar en zei: "Daar is je vader; hij stierf onlangs 's avonds in je armen. Daar ligt je vrouw in een... in het graf; en hier is je baby, stervend, en je vraagt Hem je te antwoorden, en Hij trok een... en Hij trok een gordijn over je neer. Nu, en toch is Hij een goede God, en toch heb je gezegd dat Hij een Genezer was. En jij, die ervoor staat dat wat je zei juist was, je bent fout." O, elke redenering, elk verstandelijk vermogen moest toegeven dat het juist was, en tot op zekere hoogte had hij gelijk.

114 Zo had hij gelijk toen hij Eva vertelde: "Je ogen zullen worden geopend, en je zult goed van kwaad onderscheiden, en je zult op die manier als goden zijn", goed van kwaad onderscheidend, omdat God hen nog niet had laten zien dat ze naakt waren. Dus ze wisten dat ze goed van kwaad zouden onderkennen. En hij had gelijk. Maar ziet u, het was in tegenspraak met het Woord van God.

115 En zo doen predikers het in seminaries, mensengemaakte theologie lerend. Het moge goed schijnen, het moge een goed begrip van de zaak geven, maar het is fout!

116 Wij hoeven het niet te begrijpen. Wij geloven het, omdat God zei dat het zo is, en dat maakt het voor altijd vast. Alles, dat is de manier waarop we het geloven.

117 O, wat verlangde Eva om een doctorstitel te hebben. Zie? Wat verlangde ze ernaar om knapper te zijn dan ze was.

118 Merk op, hoeveel lijkt dat op de man en zijn vrouw. Nu let op, de man en vrouw, beiden naakt in de hof van Eden, Gods Eden...

119 Nu, ik zal gaan eindigen, ik zei dat ik maar een paar minuten zou prediken. Kijk, let nu op, terwijl we eindigen.

120 Vergelijk dit nu. Hoeveel lijkt dat op die man en zijn vrouw, beiden in Gods Eden, zonder een draad kleding aan, en ze wisten het niet. Want waarom wisten ze het niet? Ze waren gesluierd voor hun gevoelens van naaktheid door de heilige sluier van de Heilige Geest. Ze konden rechtstreeks naar elkaar kijken, en ze wisten niet dat ze naakt waren. Ze waren gesluierd met de Heilige Geest van heiligheid. Ze waren gesluierd.

121 Gods sluier, vandaag nog, kan kijken zonder te begeren. Ze wenden hun hoofd af. Het is een heilige sluier. Zie? Een heilige sluier. God had hun ogen... Ze waren beiden... de een was man en de ander was vrouw, en ze wisten niet dat ze naakt waren, omdat de heiligheid van God hun ogen gesluierd hield. Bemerk, God verborg hun bewustzijn voor de zonde door de heilige sluier.

122 Ik wenste dat we wat tijd hadden om daar gedurende een paar ogenblikken de nadruk op te leggen. Kijk hier: "Want hij, de aanbidder, eens gereinigd...", Hebreeën [Hebreeën 10:2,14 – Vert] "de aanbidder, eens gereinigd, heeft generlei besef meer van zonde!" De zonde is van hem geweken!

123 Ik hoorde broeder Neville deze morgen zeggen; misschien heeft iemand hem gevraagd waarom ik niet predikte over de Heilige Geest, waarom ik dat niet deed. Hier is het. De Heilige Geest is de werking in u. Het is een leven. Niet een emotie; niet een of ander soort vleselijk bewijs, maar het is een Persoon, Jezus Christus, het Woord van God gevestigd in uw hart om elk woord van dit tijdperk leven te geven. Juist. Let op de Heilige Geest in werking, niet zozeer in demonstratie, maar in werking, wat het doet overeenkomstig het Woord.

124 Let nu op, de Heilige Geest van Gods heilig Woord had een man en een vrouw, naakt, en ze wisten het niet. Hoe prachtig, het leven van het Woord, het zaad, het Woord.

125 God zei: "Er is een boom in het midden van de hof; de vrouw. En deze boom is in het midden van de hof. Raak hem zelfs niet aan, want ten dage dat gij daarvan eet, te dien dage zult gij sterven." Ze waren er heilig voor versluierd. Ze wisten niets erover, ze waagden het niet hem aan te raken.

126 Ze waren heilig gesluierd. Zij waren veilig in Gods tent. Ze leefden. Zij hadden geen dood om zich heen. Halleluja! Zij hadden volmaakte liefde voor elkaar, volmaakt leven voor eeuwig. Ze hadden volmaakte liefde, volmaakt begrip van de liefde van God. Ze hadden Gods Woord, en hielden het. En ze leefden veilig in Gods Eden, geheel zonder dood om zich heen.

127 Toen kreeg Satan Eva ertoe om te luisteren naar zijn theologisch evangelie; het evangelie van kennis, hogere opleiding, hogere zedenleer, betere beschaving, hogere ontwikkeling, enzovoort. Vervolgens kreeg hij haar ertoe een ogenblik stil te staan om naar hem te luisteren, naar zijn redeneren (wat ons is bevolen te verwerpen). Hij kreeg haar toen ertoe ernaar te luisteren.

128 "Nu, kijk hier. De kerk is zus-en-zo. Ze is zo lang geleden gesticht. Wij zijn een van de oudste kerken in het land. De burgemeester van de stad gaat..." Het kan me niet schelen wat het is. Zie? Als het tegen Gods Woord is, weest u dan ertegen. Dat is uw vijand. Alles wat tegen het Woord is, is uw vijand.

129 Alles wat vóór het Woord is, is uw broeder. Hij is een deel van u.

130 Let op, ze trok de heilige sluier naar beneden om te zien wat seks werkelijk was (vergelijk dat), wat begeerte werkelijk teweeg zou brengen. Ze trok de sluier voor haar ogen weg, het heilige dat God over haar ogen had gelegd. Zij wilde kennis, om te weten wat het allemaal inhield. Dus, ze trok de sluier af om te zien wat het allemaal betekende. Ze luisterde naar de duivel, en let op in welke toestand het haar bracht.

131 Daarna hebben ze in elk tijdperk hetzelfde gedaan, ze hebben altijd de intellectuele kant gekozen. Nu hebben ze een koninkrijk van Satans kennis gebouwd; zijn zaad dat hij had gezaaid, en hij heeft de wereld genomen en het is tot een Eden des doods geworden.

132 Nu, let op. Kijk nu naar Openbaring 3, naar het gemeentetijdperk van Laodicéa. Stel het u voor!

133 Nu, let op. Zij, Eva, is Satans koningin. Ziet u, Satan, de slang, kwam tot Eva voordat Adam tot haar kwam. Zie? Dat is juist. Hij verleidde haar. Zie? Dus Satan, de slang, was de man van Eva voordat Adam haar ooit bekende. Zie? Hij verleidde haar. De Bijbel zei dat hij het deed, en toen wist ze dat ze naakt was. Zie?

134 Nu, kijk naar het gemeentetijdperk van Laodicéa. Zij, Eva, zetelt als Satans koningin. Ze is rijk aan wereldse goederen, blind, opnieuw naakt, en weet het niet! Precies zoals in Gods Eden. Maar nu niet met de heilige sluier over haar gelaat, maar de begeertesluier. Gods heilige sluier had ze afgetrokken, en ze deed een sluier voor van begeerte naar kennis. En nu heeft ze een begeertesluier, zodat ze er blind voor is dat het zonde is. Ze loopt naakt op straat, en ze weet het niet. Ze is een straat-prostituee. Vrouwen met deze korte broeken aan zijn in Gods oog een prostituee, en ze weten het niet.

135 Bemerk, neem onze vrouwen. Nu, als u wilt zien in welke toestand de gemeente is, let dan op de wijze waarop de vrouwen handelen. Zij vertegenwoordigt altijd de gemeente. In Satans Eden van zonde en ongeloof ‑een religieus bederf; een verdorven koninkrijk ‑heeft men in plaats van Gods Woord de intellectuele lering van mensen genomen. In plaats van de gemeente heeft men de organisatie genomen, en ze brengen haar tot één groot hoofd.

136 Nu, let op, verdraaid van onschuld naar... Mis dit nu niet. De kerk heeft deze begeertesluier voor gehad, en bemerk wat het haar heeft gedaan. Het heeft haar bedorven van onschuld naar kennis. Zie? Met de heilige sluier was ze onschuldig; met de begeertesluier is ze wetend. Ze weet dat het prettig is. Ze weet wat het uitwerkt. Zie? Het is een vrucht, een boom om te begeren, die iemand wijs maakt. Zie? Zij is bedorven van onschuld tot kennis, van heiligheid tot vuilheid en begeerte, en van leven tot dood.

137 Dit koninkrijk moet sterven! Dit koninkrijk zàl sterven! De God des hemels zal het van het oppervlak van de aarde vernietigen!

138 Let op, in deze verwording is het zover gekomen dat een man een vrouw en een vrouw een man lijkt, en ze weten het niet! Een erg goed voortbrengsel van Satans Eden, wanneer u tegenwoordig op straat kijkt, naar onze moderne mensen.

139 Bemerk, het was Eva die Satan gebruikte om Adam te laten zondigen door haar zucht naar begeerte. Nu hetzelfde, dezelfde zaak vandaag. Let erop, afgeknipt haar, geverfde gezichten, sexy gekleed, zie. Ze doet dat, en ze weet niet dat elk van die dingen in tegenspraak met het Woord van God is. Haar haar af te knippen maakt haar een oneerbare vrouw, een prostituee. Door korte broeken te dragen, valt zij in schande. Door sexy jurken aan te doen, wordt zij een prostituee, en ze weet het niet! Ze doet dat niet vanwege de heiligheid van God, maar vanwege de begeerte van Satan! Ze veroorzaakte dat haar Adam... Ze veroorzaakte dat haar Adam haar begeerde.

140 Ze deed de kleding uit, waarin God haar vroeger in Eden gekleed had voor haar reis door deze woestijn. Ze deed ze uit. Ze kleedde zichzelf uit, terwijl God haar helemaal in huiden had gewikkeld. Ze is begonnen met elke keer er een beetje af te knippen. Ze is nu terug waar ze in den beginne was.

141 Nu heeft ze haar Adam ertoe gekregen haar onderkleding te dragen. Een man trok die kleine oude verwijfd uitziende korte broeken aan, en gaat zo naar buiten. Ik geloof niet dat er veel man bij hem zit. Hij is de grootste fat die ik ken. Zie? Zie, zij heeft haar bedorven Adam ertoe gebracht te handelen zoals zij. Zie? Hij draagt haar onderkleding. Ze zag wat ze daarginds kon doen toen ze al haar kleding uittrok, behalve haar onderkleding; dat zijn de korte broeken. Natuurlijk is dat de onderkleding van een vrouw. En hier draagt haar Adam ze nu, wat volgens Gods oorspronkelijke Woord een gruwel is, als een vrouw een kledingstuk aantrekt dat aan een man behoort, en als een man een kledingstuk aantrekt dat aan een vrouw behoort. Volgens het oorspronkelijke Woord. Denk het u in.

142 Nu, hij draagt nu haar pony-haar ook. Hij kamt het naar beneden en doet er een krulspeld in. Eén van de meest ziekelijke aanblikken die ik ooit in mijn leven heb gezien, is een paar van die knapen hier buiten vandaag met hun haren zo naar beneden gekamd, en gekleurd, gebleekt haar. Ze bleken het met een of andere soort peroxyde of zoiets, en ze rollen er krulspelden in om krullen te maken. Jij grote fat! Dat is verschrikkelijk om van de preekstoel te zeggen, maar het oordeel begint bij het huis van God. Jij weet niet eens of je een man of een vrouw bent. En ik begrijp dat ons leger van de Verenigde Staten binnenkort zal uitkomen in korte broeken. Dat is juist. Ziet u wat het bederf is? Het is vrouwenkleding; hij draagt haar lokken.

143 Onlangs was ik daar bij Howard Johnson's, niet deze hier, maar één aan de weg buiten de stad, en ik viel bijna achterover van verbazing. Daar kwam een kleine jongen aan, zijn mond open. Hij had donker haar hier, en hij had het naar deze kant gekamd, en een krulspeld in gezet, en het omhoog gekruld rond de bovenkant van z'n ogen; er met zijn ogen bovenuit kijkend, en liep zo rond... Als ik ooit bederf heb gezien! Ziet u, hij zou het niet geloven. Hij zou misschien kunnen bewijzen dat hij mannelijk was, maar in zijn geest is hij vrouwelijk. Hij weet niet aan welke kant van het huis hij hoort. Dat is zo. Wat bedorven!

144 Dat is wat Satan doet! Hij bederft de naties. Hij bederft de kerk! Hij bederft de mensen! Hij is een verleider, een verdraaier van de oorspronkelijke waarheid.

145 God maakte een man, man. Hij maakte een vrouw, vrouw, en Hij kleedde ze verschillend, en Hij bedoelde dat ze op die wijze zouden blijven en op die wijze zouden handelen. De ene is vrouwelijk, en de ander is mannelijk. Hij scheidde Adam af in de hof van Eden en deed dit; Hij scheidde Eva van hem.

146 Nu draagt hij haar krullen... [Letterlijk: kapsel waarbij het haar over het voorhoofd valt – Vert] Zij knipt haar haar als het zijne, en hij probeert het zijne te dragen als dat van haar. Zie? Zij draagt zijn bovenkleding, en hij draagt haar onderkleding. Nu, dat klinkt heiligschennend, maar ik bedoel het niet op die manier. Het is de absolute evangelische waarheid. Als ú het niet weet, dan is er iets fout met u. U bent of blind of u bent nog nooit op straat geweest. En zij denkt en hij denkt, dat het in orde is. Ze leven met een gerust hart verder. De vrouwen zeggen: "Wel, het is zo heet."

147 Die oude Apache-indianen daarginds zouden u beschaamd maken over uzelf. Hoe heter het wordt, des te meer kleding trekken ze aan om de zon van hen af te houden. O, ze laten hen zweten, zodat ze een luchtverversingsinstallatie hebben als ze lopen. Zie? Ze staan buiten pal in de zon.

148 U zou het niet kunnen verdragen, u zou blaren krijgen en verbranden. Maar, ziet u, dat is wat u 'hogere ontwikkeling' noemt. De moderne wetenschap heeft dit voortgebracht. O, my! Ze is naakt daar in Laodicéa, en ze weet het niet.

149 Ze was naakt in Eden. Ziet u de twee koninkrijken overeenkomen? Het ene is van zonde en dood. Het andere is van leven en gerechtigheid. Daarbinnen was ze versluierd met een heilige sluier. Ze waren beiden naakt. Ze wisten het niet. Ze wisten er niets van, omdat ze waren gesluierd met Gods Geest.

150 En hier zijn ze gesluierd met begeerte, en ze kijken naar elkaar om te... Kijk, Adam kon naar Eva kijken en wist niet dat ze naakt was. Maar nu met deze lust-sluier, beseft ze niet dat ze naakt is, maar ze doet het onder deze lust-sluier om de man naar haar te laten kijken. Het is het enige waarom ze het kan doen. U gelooft dat niet, maar u doet het toch. En de mannen kijken. Toen ontdekte hij dat u zoveel aantrekkingskracht had, dat hij er toe kwam om zelf wat van uw kleding aan te trekken.

151 O, wat een verdraaiing. Wat een tijdperk. Wat een tijd zijn we... Hoe bedrieglijk is het. O, al deze dingen, en ze weten het niet. Er is een volkomen verdorven geest in de man. Hij is gesluierd door de begeerte van Satan, en met de vrouw is het evenzo. Het is de satanische geest van een groot genootschap. Zie? Ze weten het niet, maar ze zijn een organisatie. Vrouwen met korte broeken aan horen bij een organisatie. Mannen die zich kleden op die manier horen bij een organisatie. Ik zal u de afkorting ervan geven: G.Z.G. - Groot Zuster Genootschap. Zo, dat is waartoe ze behoren. Daar komen ze uit: een groot zuster genootschap, met die oude broekjes aan, dik, oud, knokig eruitziend, een smerig gezicht. Ik... ik...

152 Mannen, u mag nu hierin met mij van mening verschillen, maar dat is de waarheid. U bent verdorven en u weet het niet. U bent niet... u handelt niet meer als een man. Zie? U wordt zo slap dat er spoedig helemaal niets meer bij zal zitten, zowel bij mannen als vrouwen. Ze zijn een genootschap. Ze zijn een organisatie. Waarom? "Jan van hiernaast droeg een korte broek, dus waarom kan ik het niet? Luella wilde dat ik hem droeg, omdat Jan van hiernaast hem droeg. En wel, als Susie Jane het kan dragen, dan kan Martha Jane ze ook dragen, of Susie Lou", of wat haar naam ook is. Zie? Zie, het is een vereniging. Het is een organisatie. Geestelijk hoort u erbij, en u weet het niet.

153 En als dat zo is, en we zien dat het zo is, dan bent u verblind! U bent verblind voor deze denominaties, waar Satan u ingedraaid heeft. En het is een verdraaiing van Gods oorspronkelijke Woord en Koninkrijk, en Zijn plan voor Zijn kinderen. Satan heeft mannen en vrouwen in deze dingen verwikkeld, en ze weten het niet. Hij heeft het verdraaid.

154 Niet langer een zoon van God. Krullen hangen over zijn gezicht, en hij heeft een korte broek aan, en loopt zo over straat. Een zoon van God? Een diaken in een kerk, een herder op een preekstoel? Nee, dat is geen zoon van God! Hij is nooit door Gods denk-filter gekomen. Hij zou anders niet die vrouwenkleding dragen. Dat zou hij zeker niet; evenmin zou zij de kleding van de man dragen. Zie? Dat is geen zoon van God. Het is een zoon van Satan, en een dochter van Satan. Een harde zaak om te zeggen.

155 Satan is erin geslaagd om deze wereld te bederven en over te nemen, en het tot zijn koninkrijk te maken; de wereld waarop de mens werd gezet om door vrij moreel handelen voor zichzelf te kiezen welk soort leven hij wenst. Dat toont wat er in uw hart is. Zie? Uw stem... Weet u wat? Uw daden spreken zo luid dat uw stem wordt overstemd.

156 Laat me naar een man toegaan die zegt: "O, ik... we zijn allen Christenen. We horen bij de kerk", terwijl overal in zijn kantoor de striptease foto's hangen? Het zou niet uitmaken wat hij me vertelde, ik zou wel beter weten; en u ook.

157 Laat een vrouw zeggen dat ze een Christen is. Met kort haar? Uh-huh? U weet dat wel beter. Ziet u? Jazeker. Laat haar zeggen dat ze een Christen is, terwijl ze verf en make-up draagt, en korte broeken; en dan zeggen dat ze een Christen is? U weet dat wel beter. Het Woord van God leert u dat wel beter. Het Woord zegt dat ze dat niet kan doen én een Christen zijn. Ze is zelfs oneerbaar, enzovoort. Hoe zal God een oneerbaar iets in Zijn koninkrijk gaan zetten? Nee, helemaal niet. Zeker niet. Zijzelf toont haar verlangen.

158 U kunt een duif er niet toe krijgen om te eten met een buizerd, helemaal niet. Een duif heeft helemaal geen gal. Hij kan dat oude karkas niet eten. Als hij er één hap van zou nemen, zou het hem doden, en hij weet dat. Maar een buizerd kan bijna alles eten wat hij wil. Zie? Hij heeft een overvloed aan gal.

159 Dus, zo ontdekt u hoe het vandaag met de wereld gesteld is: hetzelfde. Ze zijn naakt, blind, en ze weten het niet.

160 Satan veroorzaakte dat door de begeerte van de vrouw naar kennis, naar seks, wat ze koos door haar eigen keuze. Merk nu op, het was Eva die Adam tot het kwaad leidde, en het was de vrouw die haar klederen afnam, vóór Adam de zijne afnam. Zie? Het is de vrouw, altijd. Het is altijd zo geweest, en het is nog steeds zo.

161 Het is de kerk die de mens op een dwaalspoor leidt. Het is de kerk, ziet u, die de man leidt die een zoon van God wil zijn. Het is de vrouw, de kerk. Niet de Bijbel, God; want de Bijbel is de man. O ja, het Woord werd vlees gemaakt, en Hij was een Man. De Bijbel is de man; de kerk is een vrouw. Zie? Het is niet de Bijbel die de mens op een dwaalspoor brengt. Het is de kerk die hem op een dwaalspoor brengt. Het is de kerk waardoor hij naakt ging, niet door de Bijbel. Zie? Nee, zeker niet. De Bijbel vertelt hem dat hij naakt is. Jazeker.

162 Nu, bemerk hoe zij door seks (seksueel verlangen), dorstte naar kennis om te weten wat dit was, en of deze vrucht goed was of niet, en dat zij het toen deed.

163 God zal het op een dag echter terugnemen door een man. Het werd uitgeleverd door een vrouw, maar het werd verlost door een man, de Man Jezus Christus, Die het Woord is.

164 En wat is het dan? Let op, tot slot. Ik heb dit hier niet lang geleden nog verklaard. Ik heb hier nog ongeveer vier of vijf bladzijden, maar ik... van Schriftgedeelten en zo, waarnaar ik wilde verwijzen, maar luister. Laat ons sluiten met dit te zeggen.

165 Herinnert u zich hier niet lang geleden, dat ik u onderwees over de zeven bazuinen, het feest der bazuinen, enzovoort? En ik zei: "Er is een feest van de achtste dag." [Leviticus 23:36 – Vert] Dus, de zevende dag zou de laatste zijn; dat zou het duizendjarig rijk zijn. Maar er is een feest van de achtste dag, hetwelk - als het de achtste dag was en er maar zeven dagen zijn – het weer tot de eerste dag zou maken. We komen regelrecht terug naar de eerste dag. Nadat het duizendjarig rijk voorbij is, dan zal er weer een gevestigd Eden zijn. Gods grote Koninkrijk zal worden teruggenomen, omdat Jezus het uitvocht met Satan in de hof van Gethséman é, en het Eden terugwon dat Hij is gaan toebereiden in de hemel om weer terug te laten keren. Boven in de hemel. Hij zei: "Laat uw hart niet ontroerd zijn."

166 Toen Hij hier op aarde was, zei Hij: "Gij Joden, gij gelooft in God. Nu, Ik weet dat Ik een slechte naam heb gekregen", zei Hij, "en ze zeggen dit, dat en van alles over Mij. Maar gij hebt in God geloofd, en zoals gij in God hebt geloofd, geloof ook in Mij." Hij was God gemanifesteerd. Zie? Geloof evenzo in...

167 "In Mijn Vaders huis zijn vele..." Of, in Mijn Vaders stelsel, in Mijn Vaders plannen zijn vele paleizen. "Ik zal een plaats gaan bereiden." Kijk hoe lang het is, vijftienhonderd mijl in het vierkant [vierentwintighonderd kilometer – Vert]. "Zeg, waar is het?" Hij is heengegaan om het toe te bereiden. Hij is Schepper. Hij schept al dat goud. De straten zijn doorzichtig. Hij is Schepper. Hij is bezig een plaats te bereiden. In Openbaring 21 zei hij: "En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit de hemel."

168 Er was geen zee meer. De eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. Wat was onze eerste hemel? Het was het duizendjarig rijk. Wat was de eerste aarde? Dat was deze. Ze zal worden vernieuwd. Precies zoals ze werd gedoopt door Noach in de dagen van zijn prediking. Ze werd geheiligd door Christus toen Hij Zijn bloed erop sprenkelde, en ze wordt vernieuwd (alle kiemen en dergelijke worden ervan weggenomen) in de vernieuwing aan het einde met een vuurdoop die elke kiem, elke ziekte, elke kwaal en alle vuilheid die er ooit op de aarde was, zal doden.

169 Ze zal uitbarsten en er zal een nieuwe aarde voortkomen. "En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De eerste hemel en de eerste aarde waren voorbij gegaan, en de zee was niet meer. En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit de hemel." Daar zal God zijn met Zijn ware attributen; zonen en dochters waarmee hij gemeenschap kan hebben in heiligheid, die met hun ogen blind zijn voor elke zonde. Vanaf die tijd zal er nooit meer zonde zijn.

170 Laat ons naarstig strijden. Word niet misleid in deze dag, maar strijd om de poort binnen te gaan.

171 Want allen die buiten gelaten zullen worden, zullen hoereerders zijn, diegenen die hun wellust volgen. "Wie een vrouw zal aanzien om haar te begeren, heeft reeds overspel met haar gepleegd." Allemaal met... Buiten zullen zijn de vrouwen met een slechte reputatie, mannen met een slechte reputatie, enzovoort.

172 En slechts diegenen die verlost zijn en in het boek des levens van het Lam staan, zullen die poort binnengaan. Dus strijd, vrienden, word niet misleid in deze laatste dag.

173 Dit is een grootse tijd. Iedereen heeft geld. Iedereen kan dit en dat doen. Er is geld dat overal heen vloeit en er zijn grote auto's en van alles; er zal er niet één zijn in die stad. Er zal niet één auto of vliegtuig zijn. Nee, het zal een totaal verschillende beschaving zijn. Het zal opnieuw een beschaving zijn, niet van kennis, niet van wetenschap, maar van onschuld en geloof in de levende God.

174 Laat ons strijden om daar binnen te gaan, want dat is mijn hele doel, om op een dag die stad binnen te gaan. En even om te kijken, terwijl u met me mee gaat, en ieder van u te zien marcheren, terwijl we zingen: "De heiligen marcheren binnen. Ik wil daar bij gerekend worden, als de heiligen binnenmarcheren." Laten we bidden.

175 Dierbare hemelse Vader, terwijl de dagen ten einde lopen, zien we het dichterbij komen, de belofte komt nabij. We bidden, dierbare God, dat U dat op ons hart wilt leggen, zodat we geen enkele vergissing zullen maken. Dierbare God, houd ons geweten zuiver. Houd ons hart gesluierd, Here, onze ogen versluierd voor de dingen van de wereld, voor de ijdele dingen van de wereld; de ijdele glorie om een of ander groot iemand te worden.

176 Ongeacht hoe groot ze zijn, alle koningen, monarchen, heersers enzovoort, ze moeten vergaan, en ze zullen niet opstaan in de eerste opstanding, want er staat geschreven: "Gezegend en heilig is hij die deel heeft in de eerste opstanding, over wie de tweede dood geen macht heeft." O, God, de tweede dood, de geestelijke dood heeft geen macht. Hij is verlost.

177 O God, om te bedenken dat een dezer uren de een de ander zal gaan bezoeken en zal worden opgenomen. "Twee in een bed, Ik zal er een aannemen en een achterlaten. Twee op het veld, Ik zal er een aannemen en een achterlaten."

178 O God, help ons om rein te zijn in Uw ogen, Here, ongeacht wat de mensen over ons denken; wat andere mensen zeggen. Here, laat ons heilig... laat onze gesprekken heilig zijn. Laat het zoutend zijn met Gods Woord, zo aangenaam, Here, dat er geen bedrog in ons wordt gevonden. Terwijl we in al onze fouten pleiten dat het bloed van Jezus Christus zal staan tussen ons en God. Dat Hij op ons neer zal zien door het bloed van Jezus. Niet op onze eigen rechtvaardigheid of wie we zijn of wat we hebben gedaan, maar op grond van Zijn verdiensten alleen. God, sta het toe.

179 Moge niet één die hier vanavond zat en de boodschap hoorde, moge niet één van hen verloren zijn, van het jongste kind tot de oudste persoon. Moge hun heilig verlangen alleen naar God en Zijn Woord zijn. We weten niet op welk uur Hij zal verschijnen of op welk uur Hij ons oproept om verantwoording af te leggen, ginds bij het oordeel. We weten niet op welk uur Hij misschien, als het ware, onze kaart uit het rek neemt, en zegt: "Het is tijd om thuis te komen. U moet gaan." God, help ons om rein te blijven. Sta het toe, Here.

180 Mogen we, indien mogelijk, leven tot de komst van de Here. Mogen we alles doen wat in onze macht is, met liefde en begrip, begrijpend dat God de wereld doorzoekt, vandaag, elk verloren schaap vindend. En mogen we tot hen spreken met aanhoudend gebed der liefde en het Woord van God, opdat we de laatste zouden mogen vinden, zodat we naar huis kunnen gaan, en weggaan uit dit oude Eden van Satan hier, Here.

181 Dat Eden is geheel gebouwd op begeerte, en mooie vrouwen, zoals ze het zogenaamd in de wereld met hun advertenties stellen: "Wij adverteren, en willen dat er jongens komen met 'jam' op hun gezicht, en knappe meisjes met korte broeken aan." Het komt rechtstreeks op onze radio en televisie, allerlei vuilheid en rommel, en Hollywood, allerlei sexy, smerige, vieze jurken voor vrouwen. En... en de mannen zijn verdorven en nemen vrouwenkleding, en knippen hun haar als vrouwen, en de vrouwen als mannen.

182 O God, wat leven we in een verschrikkelijk uur. O, kom, Here Jezus, kom. Kom, Here, reinig ons door het bloed. Neem alle vuilheid en bedrog van ons weg. Laat ons leven, Here. Laat ons leven onder het bloed, voortdurend voor U. Het is het verlangen van ons hart en onze ernstige bede.

183 Dierbare God, vanavond liggen hier op deze lessenaar waar het Evangelie gelegd is, Here, zakdoeken en kleine pakketjes die naar de zieken en aangevochtenen gaan. Here, laat het gebed des geloofs van ons hart nu voor Uw aangezicht komen. Dan, Here, als er enig onrein iets in ons is, Here, neem onze... neem ons nu mee tot oordeel; en we smeken om genade. Openbaar ons wat we verkeerd doen, Here, zodat we kunnen vragen dat U het bloed neemt en ons reinigt. Genees deze zieke mensen, en maak ze gezond, Vader, waar het ook heengaat; waar ze ook gaan. Laat het zo zijn, Vader.

184 Geef ons de vastbeslotenheid om U te dienen, en U alleen. Sta het toe, Here.

185 Geef veiligheid aan deze dierbare mensen die op weg naar huis gaan.

186 Dank U voor hoe U de mensen genas, en zuster Shepherd en de kleine jongen van broeder Shepherd die verwond werd op de fiets. Ik bid dat daar geen kwaad bij zal komen. Ik bid dat de kleine jongen die op z'n fiets reed, in orde zal zijn. We danken U voor Uw genezing van die anderen waarvoor we hebben gevraagd. En wij weten dat we ontvangen wat we vragen, omdat we vertrouwen hebben in Degene Die de belofte gaf.

187 Geef ons van Uw genade, Here, en vergeef ons onze zonden, we vragen het in Jezus Christus' Naam. Amen.

188 Hebt u Hem lief? Gelooft u Hem? Bent u ziek en vermoeid van Satans koninkrijk? Gelooft u dat het duizendjarig rijk aan het komen is, Zijn duizendjarig rijk? Het Zijne, dat Zíjn Eden komt?

189 Gelooft u dat het heden bezig is gevormd te worden? Kijk, alles is gebaseerd op het verstand. Alles, elk ding moet wetenschappelijk bewezen worden, voordat ze het zullen geloven.

190 En u kunt God niet wetenschappelijk bewijzen. U moet Hem aanvaarden door geloof, "want hij die tot God komt, moet geloven dat Hij is, en een Beloner is van hen die Hem ijverig zoeken."

191 O, God, ik wens niets anders te kennen dan het bloed van Jezus Christus dat mij reinigt van zonde. Ik ken niets anders dan Jezus Christus. En zoals Paulus vroeger zei, zo zeg ik vanavond: "Ik weet niets onder u dan Jezus Christus, en Die gekruisigd."

192 Dat is alles wat ik u weet te vertellen, dat ik met heel mijn hart geloof - als ik mijn hart ken ‑dat deze Bijbel het volmaakte zuivere Woord van God is. Hierbij leef ik. Hierdoor houd ik stand. En als ik tienduizend levens had, zou ik graag elk deeltje ervan geven voor dit Woord, want het is het Woord van Jezus Christus. En het maakt mij niet uit hoeveel ze ook proberen om het te weerleggen, hoezeer de wetenschap ook probeert te zeggen dat het niet betrouwbaar is, enzovoort, voor mij is dit het enige ding in de wereld waarop ik kan vertrouwen; dat is dit Woord. Hij is de mijne. Ik heb Hem lief. U niet?

193 Als er een zonde in uw hart is, als er een schuld in uw hart is, als u iets hebt, bid nu, en vraag God u te vergeven. Bidt u voor mij, ik zal voor u bidden. God zegene u, is mijn gebed.

Nu tot wederzien, nu tot weerzien,
God zij met u, nu tot wederzien.

194 Hebt u elkaar lief? Johannes zei: "Kinderkens hebt elkander lief. Hebt elkaar lief, want de liefde bedekt tal van zonden." Nu, laat ons elkaar de hand schudden.

God zij met u, nu tot wederzien.
Nu tot wederzien, nu tot weerzien.

195 Nu, wees vriendelijk voor elkaar, wees vriendelijk voor iedereen. Behandel uw buurman juist. Houd uzelf onbevlekt tot Jezus komt.

... voeten.
Nu tot wederzien, nu tot weerzien,
God zij met u, nu tot wederzien.

196 Hebt u Hem lief? Dat is mijn gebed. Bid u voor mij, ik zal voor u bidden. Ik moet nu naar Tucson teruggaan. En ik bid dat God u allen zal zegenen. Ik ga van daar naar Canada, en terug naar Colorado, en rond- en rondreizen. Zie? Totdat...

197 Broeder Tony is daarginds, en er is iets groots gebeurd. Vlakbij het Vaticaan in Rome belden ze me op voor een opwekkingssamenkomst ‑om daarheen te komen en een opwekkingsdienst te houden in Rome ‑in Rome. Hij is net teruggekomen. De mensen zijn allen bijeen. Ze hebben daar een grote arena gekregen met duizenden en duizenden zitplaatsen, en ze willen dat ik kom voor een opwekking. Ze willen de heerlijkheid van de Here in de bediening zien. Ik weet het niet. Ik zal erover moeten bidden, en zien wat de Here me zal zeggen. O my, gedenk, bid, wij allen samen... Wij werken...

We zien uit naar de komst van onze gezegende Redder.
Kijk, en zie hoe de vijgenbladeren nu groen worden.
Het Evangelie van Zijn koninkrijk is naar elke natie gegaan.
En we kunnen zien dat we nabij het einde zijn.

198 Is dat juist?

En blij mogen we de boodschap uitbazuinen
Van Zijn gezegend verschijnen.
Spoedig komt Hij in heerlijkheid
Om het deéén en allen te vertellen.
Ontwaak dan gij heiligen des Heren.
Waarom sluimeren terwijl het einde nadert.
Laten we ons gereed maken voor de laatste oproep.

199 Ze zal omkeren in het westen, en een dezer dagen terugrijden. Denk daaraan. Ze zal het zeker doen. Dat is juist. Tot dan...

Neem de Naam van Jezus mede,
Kind van kommer, zorg en smart,
Die geeft u de ware vrede,
Draag die Naam steeds in uw hart.
Dierb're Naam (dierbare Naam), o hoe zoet.
Hoop der aard' en 's hemels vreugd.
Dierb're Naam, o hoe zoet. (Hoe zoet!)
Hoop der aard' en 's hemels vreugd.

Wil op Jezus' Naam vertrouwen,
Val ootmoedig voor Hem neer,
Spoedig zult gij Hem aanschouwen,
Jezus aller heren Heer.
Dierb're Naam, o hoe zoet.
Hoop der aard' en 's hemels vreugd.
Dierb're Naam, o hoe zoet.
Hoop der aard' en 's hemels vreugd.

200 Nu, bij dit laatste vers, laten we het nu zingen met gebogen hart:

Neem de Naam van Jezus mede,
Als een schild voor elke strik.
En wanneer verzoekingen tot u komen, (die dingen van Satans koninkrijk. Zie, zie?)
Fluister slechts die heilige Naam in gebed.

201 Dat is alles. Wandel dan weg. Het werkt. Ik heb het geprobeerd. Geloof het slechts, nu, omdat het zal werken. Fluister slechts Zijn heilige Naam in gebed.

Neem de Naam van Jezus mede,
Als een schild voor elke strik.
Wanneer verzoekingen tot u komen, (Wat doet u dan?)
Fluister slechts die heilige Naam in gebed. (De sluier zal dan over uw gezicht komen.)
Dierb're Naam (dierb're Naam), o hoe zoet.
Hoop der aard' en 's hemels vreugd.
Dierb're Naam, o hoe zoet.
Hoop der aard' en 's hemels vreugd.

202 Laten we nu ons hoofd buigen, terwijl ik broeder Beeler daar achteraan vraag om hier naar het podium te komen.

     [Broeder Branham neuriet: Neem de Naam van Jezus mede. – Vert]

203 Fluister slechts die heilige Naam in gebed.

     Sluit met ons, broeder Beeler. Sluit met ons in gebed.

Dierb're Naam, ...
Hoop der aard' en 's hemels vreugd.
Dierb're Naam (dierb're Naam), o hoe zoet.
Hoop der aard' en 's hemels vreugd.

204 Nu, met ons hoofd en hart gebogen... Broeder Beeler, een van onze medewerkers hier, broeder Estle Beeler, een fijne Christen broeder, een getrouw man. Ik zal hem vragen of hij het gehoor wil heenzenden, vanavond, met gebed. God zegene u, broeder Beeler.