Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Volg Mij

Door William Marrion Branham

1 [Een groep kinderen zingt: "De ouderwetse godsdienst"] Als het goed genoeg is voor u allen, is het ook goed genoeg voor ons.

2 [Een broeder zegt: "Nu geven zij hun geschenk voor u." – Vert] Tjonge, dat is lief. [De kinderen geven broeder Branham een geschenk] Dank u. [Een zuster zegt: "Een klein cadeautje, broeder Branham; de kinderen hebben hun centen en dubbeltjes opgespaard. En...?..."] Dank je. Dank je, mijn kleine broeder. Dank jullie, kinderen. Echt heel hartelijk bedankt. En God zegene jullie.

3 Weet je, Jezus zei: "In zoverre gij geeft aan de kleinste van dezen, hebt gij het aan Mij gedaan." Jullie zijn de mannen en vrouwen van morgen. Als er een morgen is, zullen jullie het zijn.

4 [Leeg gedeelte op de band. Een groep zingt een ander lied. – Vert] Ik geloof dat ik na dit alles nu vier uur zou kunnen prediken. Ik begon te denken dat ik vermoeid raakte. Geen wonder dat jullie, kleine meisjes, zo goed kunnen zingen, jullie, kleine meisjes en jongens; luister hoe jullie grote zusters zingen en jullie moeders, wonderbare zangeressen. Dat is werkelijk knap. Wie is dit kleine meisje dat het lied leidde, ben jij niet het kleine meisje dat ik daarginds ontmoette? Je hebt zeker een prachtige stem; jullie allemaal. U... Ik geloof dat ik hier de beste zang heb gehoord die ik ooit hoorde. Oefenen jullie dat heel de tijd? [Een broeder zegt: "Neen, zo zingen wij."] Wel, ik zeg u dat u zeker gezegend bent met enig echt goed zingen.

5 Ik houd van goed gezang. Ik houd van echt goed zingen. Ik heb altijd gezegd, dat, wanneer ik naar de hemel ga, ik wil gaan waar men zingt, om te luisteren. Ik zou nooit genoeg kunnen krijgen van zingen.

6 Weet u, zingen geeft moed. U weet dat, nietwaar? Wanneer de soldaten naar het slagveld gaan, weet u wat zij doen? Zij maken muziek en zingen en zo, om zich moed te geven. En wanneer wij ten strijde trekken, zingen wij, en het geeft ons moed om door te gaan.

7 Ik dank jullie, kleine makkers, voor dat mooie cadeau. En het is... Mevrouw Branham en van Rebekah, Joseph en Sarah en ons allen: wij danken jullie zeer. Het is moeilijk te zeggen hoe je die kleine kinderen moet vertellen: "Nee, jullie hebben je centen opgespaard. Ik wil het niet aannemen." U weet hoe ik me voel; ik wil het niet nemen. Maar toch keek ik hierin en zij hadden een tiendollarbiljet in deze kaart. Ik dacht: "Kan ik dat aannemen?" Ik dacht: "Hoe kan ik het doen?"

8 Maar ik herinner me een verhaal, dat ik u wil laten weten. Op een dag was er een weduwe; zij had een stel kinderen; wellicht was de pappa van die kleine kinderen heengegaan. En zij had slechts twee penningen. En op een keer kwam zij de straat aflopen. En het was tiendengeld, gewoon penningen zoals jullie allemaal gespaard hebben, en zij wierp het in de schatkist van God. Jezus stond daar en sloeg haar gade. En ik heb mij afgevraagd: "Wat zou ik gedaan hebben als ik daar had gestaan?" Ik zou er waarschijnlijk naartoe gelopen zijn en gezegd hebben: "Nee, nee, zuster, doe dat niet. Wij hebben het echt niet nodig. U hebt het nodig voor die kinderen." Ziet u? Nu, ik zou het haar niet hebben laten doen. Maar Jezus liet het haar doen. Ziet u, Hij liet het haar doen. Waarom? Hij weet dat het zaliger is te geven dan te ontvangen. Hij wist wat Hij voor haar zou doen, ziet u.

     Dus, ik dank jullie kleine makkers, met mijn hele hart.

9 Ik wil elkeen van u bedanken voor deze fijne tijd van gemeenschap, broeder Leo en Gene. Dit zijn voor mij werkelijk drie dagen van aanbidding geweest. Zelfs buiten in het bos, wanneer ik probeer mijzelf te laten gaan en te denken dat ik op jacht was, kijk ik op de een of andere manier naar u en hoor ik u spreken. Ik had het voorrecht deze middag uw huizen te bezoeken. Ik heb het nooit gezien, wandelde binnen in wat ik een dorp zal noemen, waar ik nooit zoveel reine, nette huizen en mensen heb gezien en zoveel respect voor Christus en het Evangelie. Ik heb het nog nooit ergens gezien. En u bent zeker op de juiste weg begonnen; blijf gewoon doorgaan en God zal met u zijn. En ik kreeg enkele van u te zien. Onlangs zag ik deze zusters; ik kende hen zelfs niet omdat alles wat ik zou kunnen zien slechts ongeveer hun neus en ogen zou zijn, onder een van deze hoeden vandaan. Maar nu geloof ik dat ik u beter ken door de hoffelijkheid van broeder Leo en Gene, die mij mee rondgenomen hebben om uw huizen te bezoeken, zodat ik de handen kon schudden van de kleine kinderen, de profeten en profetessen van de komende eeuw, als er nog een eeuw komt.

10 Weet u, Jezus houdt van kleine kinderen. U weet dat Hij het doet. En op een keer was er een kleine jongen, Mozes genaamd. Wij zullen over hem spreken, over enkele ogenblikken, En hij was een erg fijne... Weet u wat hem vormde, hem hielp om een fijne jongen te zijn? Hij had een goede moeder om hem op te voeden. Ziet u, dat is het. Zij leerde hem over de Here. En jullie, kleine jongens en meisjes, hebben dezelfde soort moeders om jullie op te voeden, je over de Here te onderwijzen. Gedenk hen gewoon.

11 Weten jullie wat het eerste gebod is in de Bijbel, het eerste gebod met een belofte? Het is misschien wat moeilijk voor jullie om deze geboden te begrijpen. Het eerste gebod is: "Geen andere god te hebben dan Hem." Maar het grote gebod... En het eerste gebod dat een belofte heeft, ziet u, is voor de kinderen. Wist u dat? Ziet u. Hij zei: "Kinderen, gehoorzaamt uw ouders, zodat de dagen op aarde die de Here, uw God, u gegeven heeft, verlengd worden." Uw ouders gedenken en doen wat u doet, het kan u een langer leven op aarde geven, dat de Here u gegeven heeft, meer tijd om Hem te dienen.

12 Ik hoop vandaag dat ik kijk naar een groep predikers, zangers en evangelisten van de dag die moet komen, als er een dag is na de onze.

13 En er is slechts één ding hier: u doodt iemand met vriendelijkheid. Ik at tot ik niet meer kon en ik werd nog nooit zo fijn behandeld. Als ik een engel was geweest, neergelaten uit de hemel, zou ik niet beter behandeld kunnen zijn. Het enige wat ik tegen u kan zeggen is: "Dank u." En als u op weg naar Tucson bent, zou ik misschien niet in staat zijn u zo fijn te behandelen, omdat ik niet weet hoe; ik heb de manieren niet om het te doen, maar ik zal het beste doen wat ik kan. Kom gerust.

14 Ik wil zeker broeder en zuster Shantz bedanken. Ik had het voorrecht deze namiddag uw knappe jonge dochter en uw zoon te ontmoeten. En omdat hij zijn huis hier voor ons openstelde voor aanbidding. Er gebeurden zulke dingen in de Bijbelse tijd, weet u, zodat het Evangelie... Ik weet dat het erg klein klinkt. Wij zouden denken dat het niet zo is. Maar dit is gewoon hetzelfde voor God, als hoe het met hen was in die tijd.

15 Bedenk, als er nog vele jaren meer zouden zijn, zou men hier naar terugkijken en zeggen: "Als ik slechts geleefd had in die dagen daarginds in Prescott! Als ik maar geleefd had..." Zie? Nu, wij leven nu in die dag. Zie? Dan komen wij aan het einde van de weg, dan wachten wij op onze beloning op de grote dag.

16 Nu, wij zullen het Woord van God openen en lezen. Maar voor wij dat doen, laten wij een ogenblik tot Hem spreken.

17 Dierbare Jezus, ik kan mijn gevoelens en mijn dankbaarheid jegens broeder Mercier, broeder Goad en al deze fijne mensen en hun kleine kinderen, niet uitdrukken, hoe vriendelijk zij zich voor ons getoond hebben sinds wij hier kwamen. De vriendelijkheid gaat al onze verwachtingen te boven. En wij weten dat zij lieflijk en zachtaardig waren. Maar wij wisten niet dat wij op zo'n echt koninklijke wijze behandeld zouden worden. En Here, ik bid dat Uw tegenwoordigheid altijd in deze groep mensen zal zijn, dat de Heilige Geest elk hart hier zal vullen en dat U hun eeuwig leven zult geven. En mogen wij, zoals wij ons vandaag verheugen, moge er een eindeloze dag zijn, daar waar wij elkaar zullen ontmoeten in de tegenwoordigheid van Hem, Die wij aanbidden en liefhebben, en alle lof voor deze dingen geven. Tot die tijd, Here, houd ons getrouw aan Hem en aan Zijn Woord. In Jezus' Naam bidden wij het. Amen.

18 Nu, ik heb u deze morgen zo lang gehouden; ik zal proberen het deze middag snel te maken en te spreken op een manier die geschikt is voor de kleine makkers en dat ook de ouderen het zullen verstaan.

19 Ik wil een Schriftgedeelte lezen hier, uit het boek Markus en ik wil een deel lezen vanaf het zeventiende vers van het tiende hoofdstuk van Markus.

     En toen Hij uitging op de weg, liep een tot Hem, en voor Hem op de knieën vallende, vroeg Hem: Goede Meester! wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beërve?
     En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Eén, namelijk God.
     Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen valse getuigenis geven; gij zult niemand te kort doen; eer uw vader en uw moeder.
     Doch hij, antwoordende, zeide tot Hem: Meester! al deze dingen heb ik gehoorzaamd... onderhouden (liever gezegd) van mijn jonkheid af.
     En Jezus, hem aanziende, beminde hem,... (deze jonge knaap) en zeide tot hem: Een ding ontbreekt u; ga heen, verkoop alles, wat gij hebt, en geef het de armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op, en volg Mij.
     Maar hij, treurig geworden zijnde over dat woord, ging bedroefd weg; want hij had vele goederen.

20 Nu, voor de kinderen en voor de volwassenen en allen, ik wil deze kleine boodschap gewoon zo kort en zo snel als ik kan, afmaken. En ik wil als tekst nemen 'Volg Mij' en ik wil als onderwerp nemen: Leiderschap. Volgen, en iemand om te leiden; Leiderschap en 'Volg Mij'. De jonge mensen, de...

21 Bedenk, dat bij de eerste stap die elk van ons ooit maakte, iemand ons leidde. U, moeders herinnert u de eerste stappen die zoonlief en het kleine meisje maakten, maar zij herinneren het zich niet meer. Maar iemand leidde u bij uw eerste stap. Ik herinner me Billy Paul, toen hij zijn eerste stap zette, Jozef en zij allemaal, toen zij hun eerste stap zetten.

22 Het is gewoonlijk een moeder die een kind naar zijn eerste stap leidt, omdat zij thuis is terwijl pappa naar zijn werk is, proberend de kost te verdienen. Maar het is... zij zetten hun eerste stap. En 's avonds wanneer vader binnenkomt, zegt hij altijd... "O, pappa", zegt zij, "Jantje en Marietje", de kleine jongen of het kleine meisje, "kunnen lopen! Kom kijken!" En maar één stapje, misschien moest moeder het vasthouden, moest je moeders vinger vasthouden, omdat je wat zwak en wat zijwaarts gedraaid was, weet je, en je viel een beetje. Je moest dus mamma's hand vasthouden om je eerste stap te doen.

23 Nu, iemand hielp u, toen u uw eerste stap deed. En bij de laatste stap die u ooit in het leven maakt, zal iemand u leiden. Ziet u, dat is juist. Ik wil dat u dat bedenkt. Bij uw eerste stap leidde iemand u. En bij uw laatste stap zal iemand u leiden.

24 Wij moeten geleid worden. U weet dat God ons vergeleek met schapen. En wist u dat een schaap zichzelf niet kan leiden? Hij zal op de verkeerde weg raken en verdwalen; hij kan zichzelf gewoon niet leiden. En hij heeft iemand nodig om hem te leiden. En soms... De herder wordt verondersteld de schapen te leiden. Nu, dat was destijds in de dagen van de Here Jezus. Hij was de goede Herder Die de schapen leidde.

25 Maar vandaag, ziet u, leven wij in een andere dag; alles is veranderd en verdraaid. Weet u welk mens vandaag schapen moet leiden? Een geit. En weet u waar die geit hen heenleidt? Regelrecht ter slachting. Die kleine schapen weten niet waarheen zij gaan; dus de geit gaat naar een hok, naar het slachthok, en de schapen weten niet beter dan een leider te volgen, zodat de geit hen direct naar die slachtbank leidt. En dan springt de geit over het hek en de schapen gaan er binnen en worden gedood. Ziet u, de geit, een verkeerde leider.

26 Maar Jezus, de goede Herder, Die de schapen leidde, leidde hen tot leven en hield hun hand vast. Ziet u, maar iemand moet de schapen leiden.

27 Het eerste is de vriendelijkheid van de moeder, dan het woord van de vader. Nadat moeder u uw eerste stap laat doen, kijkt u naar uw pappa, wij allemaal, om wijsheid, omdat hij het hoofd van het huis is. En hij... Niet dat hij wat knapper is, maar hij is gewoon tot leider van zijn gezin gesteld, zodat wij volgen wat onze pappa zegt te doen. Wanneer hij zegt: "Nu zoon, ik zou graag hebben, dat je een bepaald ding doet", dan luisteren wij naar hem omdat het wijsheid is. Maar luister, ziet u, hij heeft heel veel geleerd en wij moeten hem vragen om te zien wat hij geleerd heeft en dan kunnen wij voordeel hebben van hem, van wat hij heeft geleerd. Hij zegt ons: "Nu, ga dit niet doen omdat ik dat gedaan heb. Mijn vader zei mij het niet te doen en ik deed het toch en het veroorzaakte dat dit mij gebeurde, iets ergs." Dus, ziet u, wij zullen... Dan zegt hij, pappa, ons hoe en wat wij moeten doen om het goed te doen.

28 Nadat moeder ons dan leidde, tot de tijd, dat wij wat wijsheid moeten krijgen om vader te begrijpen, krijgen wij een ander. Wij krijgen een andere leider en dat is een leraar, een goede onderwijzeres. Zij probeert u te onderwijzen en u een opleiding te geven om u beter geschikt te maken voor het leven, voor een plaats, een positie, zodat je je Bijbel kunt lezen en de liederen kunt lezen en je over God kunt leren en voor jezelf lezen. Zie je? En dan, iets anders, misschien zou je een zaak hebben en iemand schreef je een brief; mamma, pappa, iemand schrijft je een brief en je zou hem niet kunnen lezen. Zie? Dus dan heeft de onderwijzeres je en zij leidt je om je te leren schrijven en lezen. En het is een goede zaak, een goede lerares om je goed te onderwijzen. Maar nadat je dat achter je gelaten hebt, nadat je die onderwijzeres achter je hebt gelaten, de ene onderwijzer na de andere, van een klein eerste leesboek, een kleine eerste klas, zo door tot je de middelbare school uitkomt of naar de universiteit gaat. Wanneer je dan de universiteit verlaat dan is de leerkracht klaar met jou te leiden. Ziet u?

29 Nu, mamma heeft je geleerd te lopen, zie je. Pappa heeft je geleerd hoe je briljant kunt zijn en een aardige jongeman en hoe je voor jezelf kunt zorgen en hoe je je moet gedragen. De onderwijzer heeft je een opleiding gegeven, hoe te lezen en juist te schrijven. Maar nu verlaat je pappa, je verlaat mamma en je verlaat de leerkracht; nu moet iemand je nemen van hier af aan. Nu, wie wil je hebben om je van hier af mee te nemen? [Een kind zegt: "Jezus." – Vert] Dat is juist. Jezus, om je van daar af te nemen. Nu, dat is een heel goed antwoord, heel fijn. Jezus neemt je van daar af mee.

30 U ziet nu deze jonge kerel waarover wij spreken; hij wordt de rijke jongeling genoemd. Nu, deze makker was erg goed geleid. Nu, zijn moeder had hem geleerd te lopen. En ziet u, hij was nog een jonge man, misschien net van de middelbare school af en een zeer populaire jonge man. En omdat hij goed was geoefend, wandelde hij misschien correct enzovoort, hoe zijn moeder het hem geleerd had.

31 En hij was ook een succesvolle jongeman geweest omdat... kijk, hij was al rijk. En hij was nog maar een jongeman, misschien achttien jaar oud, net van de middelbare school af en hij was rijk. Nu, ziet u, hij had de juiste soort leraar gehad om hem juist te leren wandelen. En hij had een juist soort leraar: zijn vader, want zelfs toen hij nog maar een jongeman was, was hij al rijk; hij had veel geld verworven. Hij kan misschien een echte... Hij was zelfs op die leeftijd een leider, zeer succesvol. Ziet u? En nu had hij een leraar die hem had onderwezen, die hem het juiste onderwezen had, hoe hij zou... Hij had zijn opleiding.

32 Voorts had deze jongeman nog een andere leraar gehad, wat ervan afhangt hoe u opgevoed wordt, maar deze jongeman kreeg thuis een religieuze opvoeding.

33 Nu, sommige kinderen; wisten jullie dat er vele kleine kinderen zijn die thuis geen enkele religieuze opvoeding krijgen? Hun vader en moeder geloven niet in God. En hun vader en moeder drinken, roken, vechten en lopen weg naar een ander, 's nachts en dergelijke, en koken het avondmaal niet voor hun kleine jongen en meisje en zo. Ben je niet blij dat je een goede christelijke vader en moeder hebt? Nu, wanneer jullie kinderen krijgen, willen jullie dan niet precies zo'n vader en moeder zijn als jullie vader en moeder? Zie? Nu, maar dat is allemaal goed.

34 Nu, deze jongeman had het wel gehad en hij kreeg godsdienstig onderricht. Ziet u, dat ging ver uit boven wat sommigen van hen hadden, omdat zij geen godsdienstig onderricht kregen. Maar deze jongeman had zijn religieus onderricht gehad, omdat, zie, omdat hij zei dat hij de geboden had gehouden sinds hij een jongen was.

35 Nu, u hebt ook allemaal goede godsdienstonderwijzers, ieder van u. En jullie, kleine tienermeisjes en -jongens, jullie hadden allemaal goede onderwijzers: je vader en moeder hier in dit kamp; je kreeg alles wat je... elke mogelijkheid die je zo mogelijk kent, kreeg je om van jullie een echte goede man en vrouw te maken, een dienstknecht voor God.

36 Want, bedenk, op een dag zul je sterven ofwel veranderd worden de hemel in. En als je sterft voor Zijn komst, zul je eerst worden opgenomen. Wist je dat? Wist je dat degenen die dood zijn... Als mamma en pappa sterven voordat jullie sterven en Jezus niet in onze generatie komt, weet je dat dezen, pappa en mamma, eerst tevoorschijn zullen komen, verheerlijkt voor je? Zie je? De bazuin van God zal klinken en de doden in Christus zullen eerst opstaan en dan zullen wij die in leven zijn en blijven met hen worden opgenomen. Wij zullen zóveranderd worden. Wij moeten het gedenken; dat is de hoofdzaak in het leven. Begrijp je het nu? Dat is het voornaamste in het leven wat wij moeten doen: klaar zijn om God te ontmoeten.

37 Nu, godsdienst alleen zal niet werken. Ziet u, deze jonge heerser hier zei: "Goede Meester..." Nu, bedenk voor ik het zeg, dat hem geleerd was juist te wandelen. Hij had een goede opvoeding. Het zaken doen was hem geleerd. En hij was rijk en was een heerser en had religie. Maar hij werd geconfronteerd met een ander probleem waarmee we allemaal worden geconfronteerd. Eeuwig leven. Godsdienst geeft ons niet het eeuwige leven. Godsdienst is een bedekking, maar het geeft ons geen eeuwig leven. En toch miste hij iets, hij die onderwezen was door de beste leraars die er waren. En de jongeman wist dit omdat hij zei: "Goede Meester, wat kan ik doen om het eeuwige leven te beërven?"

38 Nu, jij, je gelooft dat Jezus God is, nietwaar? Hij kende dus de gedachten van de jongeman, zodat Hij zei: "Onderhoud de geboden." Hij ging direct terug naar zijn godsdienst om te zien wat hij over zijn godsdienst zou zeggen. Hij zei nu met andere woorden: "Onderhoud uw godsdienst."

39 Hij zei: "Ik heb dit gedaan sedert ik een jongen was", kleine jongens, zoals jullie. "Mijn mamma en pappa en mijn priester onderwezen mij godsdienst. Maar ik weet dat ik in mijn godsdienst nog steeds geen eeuwig leven heb." Ziet u?

40 Je kunt goed zijn. Niet stelen; niet roken; niet liegen; niet liegen tegen pappa en mamma. Vertel die eerste leugen niet, want als je er één vertelt, dan is het gemakkelijk om weer een ander te vertellen, zie je. Maar je moet dat niet doen. Vertel de eerste niet.

41 Wist je dat je lichaam niet gemaakt is om te liegen? Weet je dat men nu een apparaat heeft; het werkt op uw zenuwen. Men kan een kleine band rond uw pols hier doen en één om uw hoofd heen en dan kun je daar zeggen, stel dat je zegt: "Ik loog daarover, maar ik kan het zo gemakkelijk zeggen, dat men zal geloven dat ik de waarheid spreek." En u kunt zeggen...

42 Zij zouden zeggen: "Was u op een bepaalde plaats, zoals, zat u in de sta-caravan van broeder Shantz, terwijl broeder Branham predikte, die zondagmiddag?"

     En u zou zeggen: "Neen meneer. Ik zat daar niet. Neen meneer."

43 Weet u wat die leugendetector zou zeggen? "Jazeker, u zat er wel, jazeker, je zat er wel."

     U zegt: "Ik zat er niet."

     Het zal zeggen: "Ja, u zat er wel."

44 Waarom? Omdat een leugen zoiets verschrikkelijks is. Het lichaam werd niet gemaakt om te liegen. En het is zoiets verschrikkelijks, dat het het gehele zenuwsysteem verstoort wanneer u liegt. Tjonge. Het brengt u zo van uw stuk, dat het maagzweren en gezwellen bij u kan veroorzaken, die u zouden kunnen doden. En dan is een leugen een kwade zaak, omdat, ziet u, u wordt niet verondersteld te liegen, te stelen of een van deze dingen te doen.

45 Nu, deze jongeman was waarschijnlijk... hij had niet gelogen, hij had nooit gestolen en hij was er zich van bewust dat hij eeuwig leven nodig had. Hij zei dus: "Wat kan ik doen om het te krijgen?"

46 En Jezus toont hier nu dat religie niet zal werken. Hij kaatste het dus direct naar hem terug en zei: "Onderhoud de geboden."

47 Hij zei: "Meester, ik heb dit gedaan sinds ik een kleine jongen was. Toen ik nog maar een heel klein ventje was, deed ik dat al." Maar hij wist dat hij geen eeuwig leven had. Hij zei toen: "Als u het leven wilt binnengaan, het eeuwige leven, als u volmaakt wilt zijn, ga dan heen en verkoop wat..."

48 Ziet u, nu, het is in orde om geld te hebben. Ziet u, het is in orde om geld te hebben, om rijk te zijn, en om een heerser te zijn, dat is in orde. Maar het is de manier waarop u handelt nadat u dat geworden bent, ziet u.

49 Hij zei: "Ga heen en verkoop wat u hebt en geef het aan de armen, de mensen die niets hebben; kom dan, volg Mij, en u zult schatten in de hemel hebben." Maar de jongeman had zoveel geld, dat hij niet wist wat ermee te doen. Nu, ziet u, hij was erg populair; die jongeman.

50 En hij was goed toegerust voor het leven, door de manier waarop zijn vader en moeder en de priesters en zij allen hem toegerust hadden. Maar nog steeds wist hij dat hij iets miste. Nu, ik spreek tot de volwassenen. Hij wist dat hem hier iets ontbrak. Hij had het eeuwige leven niet . Hij wist het. Ziet u?

51 Godsdienst zal geen eeuwig leven voortbrengen. Vormen, sensatie, u voelt iets; u zou bevreesd kunnen raken en iets voelen. Ziet u? Huilen, dat is goed; jubelen, dat is goed, maar dat is het nog steeds niet, ziet u? U wordt geconfronteerd met eeuwig leven.

52 U zegt: "Wel, ik ben gewoon een loyaal Baptist geweest, of Methodist, Presbyteriaan of Pinksterman." Dat is nog steeds het punt niet.

53 Deze jongeman was het ook; hij was onderwezen in de godsdienst van de dag, maar hij had nog steeds geen eeuwig leven; hij wilde dus weten wat hij moest doen. Hij was succesvol hier naartoe geleid. Maar toen hij ermee geconfronteerd werd, weigerde hij bestuurd of geleid te worden tot eeuwig leven. Zijn andere leiders hadden zo'n greep op hem gekregen, dat hij het niet los wilde laten. Ziet u?

54 Nu, dat is iets wat broeder Branham zegt. Iets ervan is wat te diep voor jullie, zie je?

55 Opleiding is fijn, je behoort naar school te gaan om te leren. Zie, dat is goed, maar dat zal u niet redden. Veel geld hebben, dat is goed; u zou uw kinderen kunnen opvoeden, hun goede kleding en dergelijke, geven. Zoals pappa en mamma gewerkt hebben voor jullie allemaal en zo. Dat is goed, maar dat zal jullie nog steeds niet redden. Zie? Of, u zou op een laboratorium kunnen komen en leren hoe u verschillende zaken samen moet voegen of atomen splijten of wat men ook doet, en in een raket komen om naar de maan te gaan, maar dat zal u niet redden.

56 Je moet één ding onder ogen zien: eeuwig leven, en er is slechts één Persoon Die u dat kan geven. Mamma kan het je niet geven. Pappa kan het je niet geven. Je voorganger kan het je niet geven. Uw leider hier kan het u niet geven. Iedereen die eeuwig leven krijgt, moet tot Jezus Christus komen. Hij is de Enige, Die dat deel kan geven.

57 Uw onderwijzeres kan u een opleiding geven; zij kan u onderwijzen, u moet het leren. Uw moeder kan u leren lopen; u moet leren lopen. Uw vader kan u leren hoe je een zakenman moet zijn of wat dan ook; u moet dat leren. Maar alleen Jezus kan u eeuwig leven geven. Ziet u?

58 Uw priester, uw leider enzovoort, kan u uw godsdienst onderwijzen, u kunt de Boodschap leren, die wij proberen te onderwijzen, maar nog steeds zal dat u niet het eeuwige leven geven. U moet de Persoon, Jezus Christus, accepteren. Begrijpt u dat, u allemaal? U moet de Persoon, Jezus Christus, aanvaarden, om eeuwig leven te hebben. Nu, maar soms krijgt ander leiderschap zoveel invloed op ons, dat wij niet weten wat we moeten doen wanneer die tijd komt.

59 Nu, wat een fatale zaak is het om het leiderschap tot eeuwig leven af te wijzen, omdat dat, ziet u, leven is dat nooit kan eindigen. Nu, de opleiding, dat is fijn, dat zal ons hier helpen. Zaken, dat is fijn. Geld, dat is fijn. Een goede jongen en meisje zijn, dat is fijn. Maar, zie je, wanneer het leven hier geëindigd is, is dat alles. Begrijpt u? U, volwassenen, begrijpt u het? [Samenkomst zegt: "Amen." – Vert] Ziet u, dat is alles. Maar dan moeten wij Jezus Christus accepteren voor eeuwig leven. Jezus alleen kan u daarheen leiden.

60 En nochtans, ziet u, had deze jongeman al deze dingen bereikt op school en door zijn ouders en alles; hij verloor het grootste dat hij gehad zou kunnen hebben: het leiderschap van de Heilige Geest, want Jezus zei: "Kom, volg Mij."

61 En jullie meisjes, die net van school afkomen, jullie krijgen waarschijnlijk, sommigen van jullie, spoedig je diploma, en jullie jongens: het grootste leiderschap dat er is, is Jezus Christus, want dat is het leiderschap tot eeuwig leven. Nu, met dit leiderschap wordt elk menselijk wezen geconfronteerd: ze krijgen de gelegenheid om te kiezen.

62 En dat is één geweldig iets, wat wij in het leven hebben: kiezen. Op een dag... Jullie weten, pappa en mamma, zij verkozen een aardige kleine jongen of meisje te hebben, zoals jullie allen zijn.

63 Dan, na een poosje, heb je een recht te kiezen of je van de leerkracht wilt leren of niet. De onderwijzer kan je leren, maar je kunt gewoon een slecht jongetje zijn, je wilt niet leren; een slecht meisje, dat helemaal niet wil luisteren. Zie je, je hebt een keuze om dat te doen, ook al ben je nog klein.

     En moeder zegt: "Kreeg je geen tien op je rapport?"

     "Neen, ik heb erg lage cijfers." Zie je, nu kun je...

64 Moeder zegt: "Nu, je moet studeren." En je moet dat dan doen, blijven studeren, zoals moeder je zei, zoals pappa je zei. Zie je, je moet studeren.

65 Maar je hebt een keuze; je kunt het doen of niet doen. Je kunt zeggen: "Ik wil het niet." Zie je, je hebt een keuze.

66 Na een poosje zul je een keuze hebben welk meisje je zult trouwen, welke jongen je zult trouwen.

67 Overal in het leven heb je een keuze. En dan heb je eveneens een keuze gekregen of je wilt leven na dit leven of gewoon een goede, populaire persoon wilt zijn, een filmster, een danser of iets anders.

68 En kijk naar deze kleine meisjes met die mooie stem een poosje geleden, die zongen. Dat kind moest die stem ontwikkelen. En zij zou een operazangeres kunnen worden of een zangeres. Ik hoor de jongensstemmen van deze kleine jongens; je zou zoals een Elvis Presley kunnen zijn, je geboorterecht verkopen. Zie je, je wilt dat niet. Zie, het is een talent dat God je gegeven heeft en je moet kiezen, zie je, waarvoor je dat talent zult gebruiken, voor God, of dat je het gaat gebruiken voor de duivel. Ziet u?

69 Broeder Leo hier, uw broeder, zie, hij had een talent om mensen te leiden. Nu, wat zal hij ermee doen? Zal hij in zaken gaan en van zichzelf een miljonair maken, of zou hij hier komen en een thuis maken waar mensen en al uw kleine kinderen willen samenkomen? Ziet u, u moet kiezen wat u gaat doen.

70 Ieder van ons moet een keuze maken. En het wordt vóór ons gesteld. Maar wij worden allemaal geconfronteerd met dit ene ding: "Wat zullen wij doen met het eeuwige leven? Zullen wij hierna leven of niet?" Dan moeten wij naar Jezus komen om dat te krijgen. De gelegenheid om te kiezen, dat is een zaak, die God ons gaf. Hij dringt ons niet iets op. Hij laat ons gewoon onze eigen keuze maken. U moet dus niet gedwongen worden, maar gewoon uw eigen keuze maken.

71 Nu, laten wij dit nu gedurende enkele minuten gewoon volgen, allen: volwassenen en de kinderen, allen samen. Laten wij deze jongeman volgen en de keuze die hij maakte en bezien waarheen het hem leidde.

72 Nu, deze meisjes met die mooie stemmen, deze jonge jongens. Nu, misschien zou je opgang maken en je zou misschien een stem hebben om te zingen. Nu, neem gewoon dit ene: je zou kunnen... O, je zou het op een dag kunnen nemen: "Ik..."

73 Ken je deze jongen, Elvis Presley genaamd? U hebt mijn banden gehoord. U hebt gehoord hoe ik de jongen niet neerhaal, maar die jongen heeft de gelegenheid gehad die u allen hebt. Ziet u, en wat hij... Hij ontdekte dat hij kon zingen. En let op wat hij deed, precies wat Judas deed; Judas Iskariot verkocht Jezus. Jezus gaf die jongen die goede stem. En wat doet hij? Draait zich om en verkoopt het aan de duivel. Ziet u, hij moet tot het einde van de weg komen. Ziet u? Hij weigerde met Jezus te wandelen.

74 Nu, deze jongeman hier, deze rijke jongeling, deed hetzelfde. Laten wij hem volgen en zien wat hij deed. Zonder twijfel was hij, als de grote man die hij was, waarschijnlijk een knappe jongeman, donker opzij gekamd haar, mooie kleren. De jongedames dachten: "Tjonge, dat is een knappe jongeman!" O, zij wilden... Hij zou misschien naar hen zwaaien en zij zouden met hem flirten en zo.

75 En hij dacht dat hij een geweldige vent was, een persoonlijkheid, zie, omdat hij knap was, hij was jong. Hij keek niet verder naar het einde van de weg. Hij keek slechts naar hier: "Ik ben jong. Ik ben knap. Ik ben rijk. Ik kan alles kopen wat ik wil. Ik kan deze meisjes nemen en tjonge, zij mogen mij allemaal. En zij weten dat ik een geweldige man ben." En zie, hij had dat allemaal. Hij had de instructies van zijn vader gevolgd en van alles. "En ik ben zeer religieus. Ik ga naar de kerk." En nu, hij zou dat kunnen volgen, ziet u, zeer populair, rijk en beroemd. En, en hij...

76 Juist zoals vandaag, zoals wanneer je de gelegenheid kreeg om een filmster te worden, zie, of zoiets dergelijks. De meeste jonge kinderen vandaag weten, als je met hen spreekt, meer over deze filmsterren dan zij weten over Jezus. Ziet u? En zie je, jullie, kinderen, leren over Jezus. Waar zij bijeen zitten en een of ander stuk wordt gedraaid, een speelfilm of iets anders, zij kennen de acteurs en allen die meespelen; ze weten er alles over. Ze weten het allemaal beter dan dat. Vertel je hun over de Bijbel, dan weten zij niets over de Bijbel. Ziet u, het is het maken van de verkeerde keuze. De een of andere zanger die zijn van God gegeven talent verkoopt ter wille van roem!

77 Dan zien we hem aan het eind van zijn leven. Laten wij hem een beetje verder volgen. Weet u wat de Bijbel zegt over deze jonge kerel? Hij werd steeds succesvoller. Dus, succes betekent soms niet dat u de juiste keuze hebt gemaakt. Weet u wat hij deed? Hij ging heen en had steeds geweldige tijden en hield grote fuiven en hij gaf bergen geld en van alles aan de meisjes uit, en alles. Vervolgens trouwde hij en kreeg misschien een gezin. En hij nam gewoon zozeer toe, dat hij nieuwe schuren en dergelijke, moest bouwen. En hij zei: "Kijk eens, ik volgde Jezus niet en zie eens wat ik heb!" Ziet u?

78 U kunt mensen dat horen zeggen en ik heb het gehoord: "Wel, kijk, Hij zegende mij." Dat betekent niet alles. Ziet u?

79 En na een poosje puilden zijn schuren uit, zodat hij zelfs zei: "Ziel, neem uw rust. Ik heb zoveel geld en zoveel succes! En ik ben zo'n groot man! Ik behoor tot al de clubs. Ik heb de rijkdommen van de wereld in mijn handen. Ik bezit grote stukken land en grote geldsommen en wel, my, iedereen mag mij graag, vinden me een zeer fijn persoon."

80 Maar weet u, de Bijbel zegt, dat God die nacht tot hem zei: "Ik zal uw ziel van u afeisen."

81 Wat gebeurde er vervolgens? Nu, er was een bedelaar, een arme, oude Christen, die daar buiten bij zijn poort lag. En juist toen zij...

82 Ginds in Jeruzalem, daar eet men boven op het dak van het huis. En de broodkruimels vielen er af zoals dit, en de stukken vlees, enzovoort, vielen op de grond als men wat liet vallen. En men raapte het niet op, omdat alles in Jeruzalem, de oude stad, als het...

83 Is het in orde om hier een grapje te vertellen? Zij zijn f-o-b [flies on the bread – Vert]. Weet u wat dat is? Vliegen op het brood, vliegen op de biefstuk, vliegen op de boter, f-o-b, vliegen op alles. Zij komen buiten in de straat, in de goten en alles en vliegen binnen en krijgen er goed vat op.

84 Dus, deze mensen daar boven, komen boven op het dak van het gebouw. Als zij eten en dit laten vallen, dan vegen zij dat weg. En de honden in de straten eten de kruimels op. En hij liet deze arme, oude Christen daar liggen in de straat en deze at de kruimels die van zijn bord, zijn bed of van zijn tafel vielen.

85 Toen hij dan na een poosje kwam, kreeg hij zweren en hij had niets om op zijn zweren te leggen. Zijn naam was Lazarus. En de honden kwamen en likten zijn zweren, zodat hij kon proberen gezond te worden.

86 Wel, weet u, na een poos zag deze rijke man, dat hij geld had om allerlei medicijnen te kopen; als hij ziek werd, had hij allerlei dokters. Maar, weet u, soms kunnen dokters ons niet helpen, zullen geneesmiddelen ons niet helpen, kan niets ons helpen; wij zijn op de barmhartigheid van God aangewezen. En hij kwam aan het einde van zijn weg. De dokters konden hem niet helpen en de verpleegsters konden hem niet helpen en medicijnen konden hem niet helpen en hij stierf. En toen zijn ziel zijn lichaam verliet, ziet u, verliet zij al zijn geld, al zijn opleiding, alles wat hij had, heel zijn populariteit. Zij gaven hem een grote begrafenis, de vlag halfstok misschien, en de burgemeester van de stad en iedereen kwam en de predikant kwam en men zei: "Onze broeder is nu de heerlijkheid ingegaan", en allerlei dergelijke dingen.

87 Maar de Bijbel zegt: "Hij hief zijn ogen in kwelling op in de hel en keek over die grote kloof daar en hij zag die bedelaar, die daar voor zijn deur gelegen had, ginds in de hemel. En hij riep: 'Zend Lazarus hierheen met een beetje water. Deze vlammen zijn een kwelling.'" Men zei: "O nee. Zie, u maakte de verkeerde keuze in het leven."

88 Ziet u, toen hij aan het eind van de weg kwam, moest hij het leven uitstappen. Hij werd geleid door religie. Hij werd geleid door opleiding. Hij werd geleid door de invloed van zijn succes. Maar u ziet dat hij niets had om hem te behouden; die dingen eindigen daar. Begrijp je het, kleine vriend? U, volwassenen, ziet wat ik... Hij had niets om hem te behouden. Zijn geld kon hem niet behouden. Zijn vrienden met de dokters konden hem niet behouden. Geneeskunst kon hem niet behouden. Zijn priester, zijn godsdienst kon hem niet behouden. Dus was er slechts één ding voor hem om te doen. Hij had geweigerd Jezus, eeuwig leven, te accepteren. Wat moest hij dus doen? Neerzinken in de dood, in de hel. Wat een fatale fout had die jongeman gemaakt, toen hij weigerde met Jezus te wandelen en door Jezus geleid te worden. Hij weigerde het te doen.

89 Zovele jonge mensen maken die fout vandaag, weigeren om geleid te worden door de Here Jezus. Nu zien wij wat een fatale zaak het is om eeuwig leven te weigeren en om door Jezus geleid te worden, een leiderschap, toen Hij zei: "Kom, volg Mij."

90 Ziet u wat deze knappe kleine man zei deze middag? Wanneer je uit school komt, wanneer je er vanaf komt, heb je een andere leider nodig, maar laat dat Jezus zijn. En Jezus is de Bijbel. Geloof je dat? Dit is Jezus' leven en Zijn geboden voor ons in lettervorm. Wij moeten hier dus in kijken om te zien. Dit is de blauwdruk. Dit is de kaart die Hij ons zei te volgen, om tot eeuwig leven te komen.

     Nu, wij ontdekken dat deze jongeman verloren was.

91 Nu, laten wij een ander nemen. Zouden jullie er van houden, zouden jullie tijd willen nemen om een andere rijke jongeling te nemen, die de juiste beweging maakte? Zou je dat graag willen horen? In orde, wij zullen het nu proberen. Nu, laten wij een andere rijke jongeling nemen die met hetzelfde geconfronteerd werd. Nu, we zien waar die jongen heen ging, die een aardig goed leven leidde, maar stierf en verloren was in de hel. En nu zullen wij hier spreken over een andere jongeman die met hetzelfde geconfronteerd werd. Hij was een rijke man, een jongeman en hij was een heerser, maar hij accepteerde het leiderschap van Christus; zoals de kleine jongen ons een poosje geleden vertelde hoe wij ons zouden moeten laten leiden. Hij aanvaardde het.

92 De Schriftplaats hierover wordt gevonden, als je het wilt opzoeken, nadat ik ermee klaar ben, ziet u, in Hebreeën het elfde hoofdstuk en het drieëntwintigste tot en met het negenentwintigste vers. Laat mij het gewoon lezen. Is dat in orde? Je zult het nog wel even met mij kunnen uithouden, nietwaar? Je hebt er geen bezwaar tegen het te volgen, niet? Wij zullen dit dus gewoon lezen en dan zeg je: "Ik hoorde broeder Branham dit uit de Bijbel lezen." Ziet u? En je weet dan dat het daar staat. Het was niet wat ik zei, het is wat Hij zei. Nu, luister hier naar wat de Bijbel zegt over deze aardige man, ziet u. Nu, kijk,

     Door het geloof werd Mozes, toen hij geboren was, drie maanden lang door zijn ouders verborgen, aangezien zij zagen, dat het kindeke schoon was; en zij vreesden het gebod des konings niet.
     Door het geloof heeft Mozes, nu groot geworden zijnde, geweigerd een zoon van Farao's dochter genaamd te worden; (luister) Verkiezende liever met het volk van God kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben;
     Achtende de versmaadheid van Christus...

93 Ginds in Mozes' tijd was het nog steeds Christus. Ziet u? Hij is de Enige Die eeuwig leven heeft. Ziet u?

94 "Achtende de versmaadheid" om een fanaticus, 'heilige roller' of zoiets dergelijks genoemd te worden, weet u. Ziet u?

     Achtende de versmaadheid van Christus meerdere rijkdom te zijn, dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons.

95 Nu, weet je wat dat betekent? Het betekent dit, dat Mozes geboren werd als een arme jongen, heel arm. Zijn vaders naam was Amram, zijn moeders naam Jochebed. En zij waren heel arm, maar zij waren Christenen. Zij hadden hard gewerkt, zij waren in slavernij. Zij moesten tichelstenen maken en zo, voor de oude koning. Weet je wat? De dochter van de koning ging op een dag naar de rivier waar moeder...

96 Mozes' moeder Jochebed, had hem genomen en hem in een klein biezen kistje gelegd, zo op de rivier. En de oude krokodillen hadden al de kleine baby's opgegeten; en men doodde hen en wierp hen buiten in de rivier. Maar zij legde hem daar gewoon buiten. En weet u hoe zij de krokodillen bij hem uit de buurt hield? Zij maakte deze kleine ark, waarin zij hem legde, ze maakte die met pek. Weet je wat pek is? Het is terpentijn. Een krokodil zou eraan komen en zeggen: "Hm, een kleine vette Hebreeër, ik zal hem krijgen!" Hij hoorde hem zo schreeuwen. Ging ernaar toe: "Bah! Wat een stank! Bah!" Zie? Zie, de kleine moeder werd geleid hoe ze haar baby moest beschermen. Dus hij deinsde ervan terug, hij wilde er niets mee te maken hebben.

97 En zo dreef hij een beetje verder de rivier op. En zijn kleine zuster, Mirjam genaamd, volgde hem langs de rivier en lette op wat...

98 Toen kwam Farao's dochter eraan en zij pakte hem, weet u, en zij haalde hem eruit. U weet, al... Weet je, je moeder denkt dat jij het mooiste kind van de wereld bent, zie je, zij behoort dat te doen. Maar de Bijbel zegt, dat deze kleine jongen echt schoon was, werkelijk een mooie kleine jongen. En o, hij huilde zo en schopte met zijn voetjes. Hij miste zijn mamma, zie je. En weet je wat er gebeurde? God plaatste toen al de liefde die een moeder zou kunnen hebben voor een kleine baby in Farao's dochter, de dochter van de koning. Haar hart viel gewoon voor hem. Zij zei: "Dat wordt mijn baby."

99 Maar weet je, zij was een jonge vrouw, zie je, in die dagen had men niet die flessen waar jullie als baby's mee grootgebracht zijn; ze moesten dus een moeder gaan halen die een baby gehad had en de baby zou kunnen voeden.

100 Mirjam was daar dus precies bij de hand. Zij zei: "Ik zal de juiste moeder voor u gaan halen." "Wel, ga haar maar halen."

101 Weet je wie Mirjam ging halen? Mozes' eigen moeder! Dat is juist. Ja, zij ging haar halen. Dat was wijsheid, nietwaar? En zo ging zij Mozes' eigen moeder halen. En zij zei: "Ik zal hem nemen en de kleine jongen voor u opvoeden."

102 Zij zei: "Weet u wat? Ik zal u driehonderd dollar per week geven om die baby op te voeden. En u kunt in het paleis blijven." Ziet u hoe God handelt wanneer u Hem vertrouwt, ziet u, wanneer u zeker bent van het geloof? Die baby was een profeet, ziet u, en zij wist het.

103 Dus ging ze het paleis binnen en zij voedde Mozes op en de moeder, de eigen moeder, kreeg driehonderd dollar per week om voor alles te zorgen. Denk daar eens even aan!

104 En dan, weet je, na een tijdje, het ging zo een poosje door, begon Mozes oud genoeg te worden om te lezen en te schrijven. Zij onderwees hem in lezen en schrijven. En dan zei zij hem: "Mozes, jij bent een kind, dat precies nauwkeurig geboren is. Je vader en ik hebben gebeden. God heeft ons geopenbaard dat je een profeet bent en je zult een bevrijder zijn van het volk in de dagen die komen."

105 En weet je, toen hij groot werd, toen werd hij wat? Hij werd geadopteerd in de familie van de koning. O my! Hij hoefde niet te...

106 Hij keek naar buiten naar zijn eigen volk en zij hadden geen kleren. Zij waren Christenen en zij weenden. En die oude opzichters ranselden hen met zwepen, zodat het bloed uit hun rug stroomde. Zijn neven en ooms, pappa en mamma, zij allemaal werden geslagen met zwepen, daar in die leemputten. Bij Mozes echter, was er iets heel diep in zijn hart. Hij wist dat zij Gods beloofde volk waren. Hij wist het.

107 Nu, het volgende wat hij zou gaan doen, was koning worden. Hij zou over alles koning zijn, een rijk man, tjonge, al het geld van Egypte. En Egypte beheerste de wereld in die tijd. Maar kijk, de Bijbel zei, dat "hij de smaad hoog achtte" om een moddertrapper te zijn zoals zij daar buiten, een Christen. Wanneer zij de draak met hen staken en hen uitlachten, hen schopten. Als zij iets terug zeiden, werden zij door hen gedood. Ziet u? Maar Mozes verkoos met die groep te gaan in plaats van de koningszoon genoemd te worden.

108 Kijk daarnaar! Ziet u, omdat hij de eindtijd zag! Ziet u die rijke jongeman? Maar hij zag Jezus, zoals wij Hem zien in een visioen, dat het zal uitbetalen in de eindtijd. Nu, hij aanvaardde het leiderschap van Christus en Mozes achtte de smaad groter rijkdom.

109 Jullie weten wanneer jullie, kleine jongens, op school zijn dat kleine jongens soms slechte woorden zeggen en dat zij willen dat jullie ze ook allemaal zeggen. Jullie kleine meisjes weten dat kleine meisjes slechte dingen zeggen en dat zij willen dat jullie ze allemaal ook zeggen. Je zegt: "Nee. Ik ben een Christen."

110 Zij zeggen: "Haha, jij moederskindje!" Je weet wel hoe ze tegen je doen.

111 Zie je, je staat op en zegt: "Ik ben blij dat te zijn." Zie je? Want kijk, dat deed Mozes ook. Hij achtte de smaad van Christus groter rijkdom dan alles van Egypte. Nu, laten wij hem volgen, geleid door Christus, en zien wat hij deed.

112 Nu, kijk, deze jongeman was rijk, de eerste jongeling, maar hij wilde Christus niet. Hij wilde geen volgeling van Jezus zijn. En dus zien wij hem als zeer populair, hij werd wellicht een filmster en was helemaal geweldig in al de dingen die hij kon doen en alles wat hij wilde. Maar toen hij stierf had hij niemand om hem te leiden. Dus, zijn opleiding, dat was goed. Zijn geld, dat was goed, maar toen de dood kwam was dat alles. Hij kon het niet meer gebruiken. Hij kon zijn weg naar de hemel niet kopen. En hij kon door zijn opleiding niet naar de hemel gaan. Zie?

113 Maar déze jongeman nu, had al deze dingen. Hij had ook een opleiding. Hij was knap. Hij ging naar school en zijn moeder onderwees hem en hij had een goede opleiding. En hij was echt knap, zodat hij zelfs de Egyptenaren kon onderwijzen. Hij leerde zijn onderwijzer, zo knap was hij. Kijk eens hoe knap hij was. Maar weet je wat, boven al die knapheid, ondanks alles wat hij had, de mogelijkheden die hij had, zei hij toch: "Ik zal het allemaal verzaken om Jezus te volgen." Weet je wat zij met hem deden? Zij joegen hem weg. Hij werd een modderslaaf zoals de rest van hen.

114 Maar op een dag toen hij een volwassen man geworden was, hoedde hij schapen achterin de woestijn. En wat gebeurde er? Is er iemand die mij kan zeggen wat er gebeurde? Wat was het? [Een kind zegt: "Er was een Vuur in de struik." – Vert] Dat is juist. Er was een Vuur in de struik en het trok zijn aandacht. Hij keerde zich om! En weet je wat?

115 In plaats van de kinderen te onderwijzen, staan de kinderen nu op om mij te leren. [Broeder Branham lacht – Vert]. Dus deze kleine jongen hier slaat de spijker precies op zijn kop. Wie is je pappa? [Het kind zegt: "Meneer Shantz."] Meneer Shantz is je pappa. Die jongen is onderwezen, nietwaar? Allebei die kleine heldere ogen kijken op dezelfde manier: de een om de ander de baas te worden, ziet u.

116 Kijk nu dus, dat deed hij... En die struik die in brand stond trok zijn aandacht en hij zei: "Ik zal eens dichterbij gaan om te zien wat het is."

117 En God zei tegen Mozes: "Doe uw schoenen uit, de grond waarop u staat is heilig. Ik heb u gekozen om heen te gaan en Mijn volk te bevrijden. Ik zal u kracht geven. U kunt de aarde met plagen slaan, u kunt het water in bloed veranderen, u kunt vliegen en luizen brengen. Niets zal u kwaad doen. Ik koos u." Waarom? Omdat hij Christus koos. Ziet u. Jij kiest Christus en Hij kiest jou. Zie je? Hij zei nu: "Gij hebt Mij gekozen en Ik heb u gekozen om daarheen te gaan in Egypte."

118 En kijk wat hij gedaan heeft. Hij leidde twee miljoen mensen uit, twee miljoen mensen, zijn volk, en bracht hen in het beloofde land. En nu, hij volgde. Wij volgen hem helemaal door de woestijn; en jullie kinderen hebben broeder Leo en broeder Gene gehoord en je pappa en mamma, die je hebben verteld wat er allemaal in de woestijn gebeurde, hoe hij brood uit de hemel naar beneden bracht en het hongerige volk voedde en al deze dingen.

119 En nu ontdekken wij dat hij nu een oude man is geworden, hij is echt heel oud; hij is honderdtwintig jaar oud. En hij is in de woestijn.

120 En de mensen hadden hem zelfs niet aardig behandeld. Zie je, soms behandelen mensen, die zichzelf Christenen noemen, je niet aardig. Maar Jezus behandelt jou altijd goed. Zie je? Zie? Wij ontdekken dus nu, dat de mensen tegen hem opstonden, maar hij bleef precies bij hen, hoe dan ook. Hij was de leider en hij moest bij hen blijven. En de engelen van de Here spraken met hem. Zou je niet graag willen dat dat met jou gebeurde? Maak dan de juiste keuze en kies Jezus en Hij zal het doen.

121 Nu, wij ontdekken dat hij aan het eind van de weg heel oud geworden was. Hij kon niet meer prediken en zijn stem was slecht geworden. Hij zegende Jozua dus en ging de heuveltop op om te sterven.

122 Weet je wat er gebeurde toen hij stierf? Wat gebeurde er daar? [Een jongen zegt: "Hij stierf en toen wekte Hij hem op uit de doden." – Vert]. Dat is precies juist. Dat is exact juist.

     Nu, zegt u: "Waar dan?"

123 Nu, een ogenblikje slechts; de jongen heeft gelijk, ziet u. Hij werd opgewekt uit de doden. Nu, en...?... Ziet u? Zie? Nu kijk. Hij wekte hem op uit de doden. Waarom? Omdat hij achthonderd jaar later hier in Palestina, was, nog steeds staande bij zijn Leider, Jezus; hij, die de smaad van Zijn Naam groter rijkdom achtte dan al de rijkdommen van Egypte. Hij achtte... Zijn Leider stond daar. U weet het, men noemde Hem...

124 In de Bijbel, weet je, was er een Rots Die met Israël meeging. En toen Mozes op het punt stond om te sterven, stapte hij boven op deze Rots. En die Rots was Jezus. Herinner je je dat, toen Jezus sprak in Johannes, het zesde hoofdstuk.

     Wel, men zei: "Onze vaderen aten manna in de woestijn!"

125 Hij zei: "Mijn Vader gaf u dat manna." Hij zei: "Ja, zij aten manna. Dat is juist. En zij zijn allen dood, omdat zij niet verder wilden blijven gaan, ziet u. Zij zijn dood, iedereen. Ik ben echter het Brood des levens, Dat van God uit de hemel komt."

126 "Onze vaderen dronken van een Rots. Mozes sloeg de Rots en de wateren kwamen eruit."

     Hij zei: "Ik ben die Rots Die met hem was."

127 En kijk, toen Mozes stierf, stapte hij op die Rots. Weet je wat er gebeurde? De Bijbel zei dat "engelen" kwamen en hem meenamen.

128 Wat een verschil met die andere jongeman! Die jongeman, ziet u, had niemand om hem vast te houden toen hij stierf, zodat hij gewoon door de duisternis de hel inzonk, en hij is daar nu nog.

129 Toen Mozes uit het leven stapte, toen hij heenging, had hij een Leider gekozen. Zijn mamma leidde hem juist, zijn vader had hem juist onderwezen. En toen hij dan op leeftijd begon te komen, een jongeman, toen zei hij: "Ik zie eeuwig leven als ik met deze arme veronachtzaamde mensen zal meegaan en met hen zal wandelen, omdat zij Gods volk zijn. Ik hoef het niet te doen. Ik zou koning kunnen zijn, maar ik wil geen koning zijn. Ik kan al het geld hebben, dat er in Egypte is, omdat ik er de eigenaar van ga worden. Ik wil het niet. Ik wil liever met Jezus wandelen", en toen wandelde hij zo door het leven. En toen hij het leven begon uit te stappen, was daar zijn Leider om hem bij de hand te nemen.

130 Wil je die Leider niet? Willen wij niet allen dat die Leider ons aan Zijn hand zal houden?

131 Honderden jaren later werd hij gezien met zijn grote Leider. Hij had geleid. Hij had de keuze gemaakt, van zijn jeugd af, en daarom hield God hem vast.

132 Weet je wat? De rijke man is in de hel, die ene rijke jongeling die weigerde. Zie je, nu, bedenk: hij had opleiding, hij had religie, hij ging naar de kerk, hij was een goed man, maar hij weigerde Jezus. Zie je?

133 En deze jongeman was opgeleid en had godsdienst, maar híj wilde Jezus. Ziet u, Mozes zou een veel rijker man geweest zijn dan deze jongeman, want hij had wat geld, waarschijnlijk boerderijen en dergelijke dingen, zat misschien in de politiek, enzovoort, maar Mozes zou koning over de aarde zijn. En hij verzaakte dat allemaal.

134 En weet je wat, kinderen? Wanneer er geen Egypte meer is, en wanneer er geen schatten meer zijn, zal er nog steeds een Mozes zijn, omdat hij de juiste zaak koos. Ziet u? Hij koos de juiste zaak om hem te leiden.

135 Wanneer er geen grote piramiden meer zijn! Heb je wel eens gelezen over de piramiden in Egypte? Eén dezer dagen zullen zij tot stof worden door de atoombom. De mensen zullen al de rijkdommen van de wereld in de lucht werpen en schreeuwen en zeggen dat het in hun vlees verkankerd is en roepen en huilen. Ziet u, het zal voorbijgaan.

136 Maar zij, die Jezus aanvaarden om hen te leiden, zullen nooit sterven. Zij hebben eeuwig leven. Ofschoon zij hier natuurlijk sterven, zal Jezus hen weer opwekken.

137 U moet een keuze maken. Uw keuze zal bepalen wat uw eeuwige bestemming zal zijn. Bedenk dat Jezus elk van ons vraagt: "Volg Mij, als u het leven wilt." Ziet u, leiderschap: "Volg Mij en gij zult eeuwigdurend leven hebben." En ik ben er zeker van, zelfs voor ons volwassenen, dat wij hier ook iets uit kunnen leren. Als u leven wilt, moet u het accepteren. Als u religie wilt, accepteert u het als u het wilt. Wat u moet doen, wat u accepteert, dat zult u krijgen. Maar voor mij, voor u en voor deze kleine kinderen, onthoud dat u een uitnodiging hebt. Jezus zei: "Volg Mij en heb eeuwig leven." Dat is wat wij willen doen, nietwaar?

138 Nu, hoevelen van jullie willen werkelijk Jezus volgen en zeggen: "Wel, wel, wanneer ik groot genoeg en oud genoeg word om mijn keuze te maken en te doen wat... Ik geef er niet om hoe veel geld ik heb, hoe arm ik ben, hoeveel mensen om mij lachen of wat anders, ik wil Jezus volgen. Ik wil Mozes' keuze maken, niet die van de rijke jongeling"? Hoevelen willen dat hier nu doen? Nu, wil je het echt doen?

139 Ik wil dat u met mij opstaat. Ik wil dat je je linkerhand op je hart legt en je rechterhand omhoog houdt. Ik wil dat je nu je ogen sluit en je hoofd buigt en gewoon deze woorden mij nazegt. [De samenkomst herhaalt elke zin van broeder Branham in het volgende gebed – Vert]

140 "Dierbare Jezus, ik verpand U mijn leven. Ik heb deze prediking gehoord waarin twee jonge mensen hun keuze maakten. Ik wil niet de weg gaan van de rijke jongeling, maar ik wil echt de weg van Mozes gaan. Ik ben nog een kind. Leid mij, dierbare Jezus, naar eeuwig leven. Amen."

     Nu, buig uw hoofd.

141 Dierbare Jezus, op een dag op Uw pelgrimstocht hier op aarde bracht men zulke kleine kinderen tot U, zoals die tot wie ik deze middag gesproken heb. En de discipelen zeiden: "De Meester is te vermoeid. Hij predikte deze morgen. Hij predikte dit en dat en Hij is te vermoeid. Val Hem niet lastig."

142 Maar Jezus, U zei: "Laat de kleine kinderen tot Mij komen, want voor zulken is het Koninkrijk der hemelen."

143 Here God, ontvang vandaag deze kleine jongens en meisjes hier, in deze school van gerechtigheid, waar onze broeder zich afgezonderd heeft aan de kant van de woestijn hier om de gezinnen samen te brengen die zichzelf verlangen af te scheiden van de dingen van de wereld, om slechts voor U te verblijven. En nu zijn hun kleintjes hier, de levens in het oog houdend van hun vader en moeder, zoals wij voorbeelden zijn in alles wat wij doen. O dierbare God, Schepper van hemelen en aarde, leid onze voeten, Heer, opdat wij niets voor deze kleinen doen dat een struikelblok op hun weg zou leggen. Want er is gezegd, dat het beter zou zijn, dat een molensteen om onze nek werd gebonden en wij in de zee werden geworpen dan één van deze kleinen aanstoot te geven. U zei: "Hun engelen zien altijd Mijn Vaders aangezicht Die in de hemel is", de grote Engel en Engelbewaarder over elk van deze kleine zielen.

144 Zoals zij deze middag zaten met hun kleine ogen wijd open, kijkend en de vragen beantwoordend en luisterend naar de kinderverhalen van de Bijbel, hoe deze twee jongemannen hun keuze maakten. En elk van hen droeg zijn leven aan U op. O Jehova, God, leid hen, bescherm hen. En mogen zij deze grote Leider vinden, Jezus Christus, Die hen zal leiden wanneer vader en moeder én de leerkrachten met hen klaar zijn. Moge U hen tot eeuwig leven leiden, zoals U het bij Mozes deed, zoals hun nederig, klein kindergebed tot U ging. Ik geef hen U, Heer, als Uw dienstknecht, als trofeeën en juwelen voor Uw kroon. Gebruik hen, Here, om U te eren op aarde. In Jezus Christus' Naam. Amen.

145 En jullie, kleine vrienden, kunnen... Voel je je er nu beter over? Je weet dat Jezus je zal leiden en voorgaan. Geloof je dat niet? En Jezus zal jullie kleine jongens maken zoals Mozes en Mirjam, de profetes en de profeet. Hij zal grote mensen uit jullie maken.

146 Nu, wij oudere mensen, die Hem geaccepteerd hebben, willen wij niet dat Hij ook ons leidt? Ik wil dat Hij mij leidt, mijn voeten plaatst, mijn hand vasthoudt. Zie? En zelfs wanneer ik beneden bij de rivier kom, wil ik een houvast aan Zijn hand hebben. Wij willen dat allemaal nietwaar?

147 Dierbare Jezus, leid ons ook, Vader. Wij staan nu op het punt om afscheid te nemen van elkaar. Ik moet teruggaan naar Tucson. Ik moet me gereed maken voor de komende samenkomsten. God, ik vertrouw deze groep mensen, broeder Leo en broeder Gene en al de volgelingen hier, toe in Uw handen, opdat U hen zult zegenen en liefhebben, al hun ongerechtigheden zult vergeven, al hun ziekten zult genezen, en hen altijd in liefde en gemeenschap zult bewaren, en diegenen zult bemoedigen die zwak zouden worden. En Satan kan soms langskomen en veroorzaken dat zij ontmoedigd worden, maar gedenk, dat U door dezelfde ontmoediging ging, verlaten door de mannen van deze aarde en de mensen. En soms worden wij door de dierbaarste vrienden, zelfs door familierelaties verlaten. Maar er is Eén Die wij hebben gekozen. Hij zal ons nooit begeven of verlaten.

148 Leid ons, Here, naar eeuwig leven. Ik bid dat U zult toestaan, dat wij nog vele keren kunnen samenkomen op aarde en spreken en praten over U. En dan in die grote dag, wanneer de wereld geëindigd is en heel de tijd verdwenen in de eeuwigheid, mogen wij elkaar in dat grote Koninkrijk ontmoeten als ongebroken gezinnen, om hierna voor immer samen te leven. Sta het toe, Heer. Mogen wij werken tot dan, zwoegen met al onze kracht, terwijl de zon nog steeds schijnt. Want wij vragen het in Jezus' Naam. Amen.

149 God zegene elk van u. [Leeg gedeelte op de band – Vert]

     . . .

Laat Zijn raad u steunen en leiden,
Laten Zijn armen u omsluiten,
God zij steeds met u tot wederziens!

Nu tot wederziens. Tot ziens,
Tot we elkaar ontmoeten
Aan Jezus' voeten.
Nu tot wederziens, tot ziens (Dank u, broeder)
God zij met u tot we elkaar weer zien!

     God zegene u allen.