Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
audioE-BookPrint
AudioAudio
mp3 Download mp3mp3 is een populaire audioformaat dat op vrijwel alle mediaspelers te beluisteren is. meer info...
m4b Download m4bM4B is een Audiobook formaat voor Apple apparatuur (iPod, iPhone etc...) Uw plek wordt bewaard e.d. meer info...
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Onderscheiding van de Geest

Door William Marrion Branham

1 Onze hemelse Vader, ik wil als het mij mogelijk is deze morgen uitdrukken hoe ik mij in mijn hart voel ten opzichte van Eén, de Allerheiligste, Die neerkwam naar de aarde om een zondaar als ik te verlossen. En ik ben er zeker van dat deze predikers die nu aanwezig zijn hetzelfde kunnen voelen, dat het door Uw genade was dat wij tot dienaars van dit verbond gemaakt zijn, dat Gij gemaakt hebt met Adams gevallen ras. En we zijn hier vanmorgen vergaderd, Vader, met geen ander doel dan om te weten... om te bestuderen, liever gezegd, om de wil van God te kennen en wat we moeten doen om Christus werkelijk te maken voor de mensen van deze generatie. Wij weten zeker dat wij op de dag van het oordeel van aangezicht tot aangezicht zullen staan met deze generatie. En omdat wij predikers zijn, zullen wij rechters zijn. En de mensen tot wie wij gesproken hebben en hun houding tegenover het Woord dat wij hun gebracht hebben, zal hun eeuwige bestemming bepalen. Daarom, Here, zullen wij op die dag rechter zijn voor of tegen de generatie tot wie wij gepredikt hebben.

2 Vader God, laat ons alstublieft, in Jezus' Naam, niet één Woord zeggen dat verkeerd zou zijn. Maar mogen wij oprechte harten hebben en een open geest, opdat wij de dingen mogen ontvangen die van U zijn, opdat wij in staat mogen zijn uit te gaan naar onze verschillende werkvelden na vandaag en beter toegerust zijn door onze ontmoeting met U deze morgen. Sta het toe, Here. Wilt U niet komen en onze Spreker zijn en onze oren en onze tong en onze gedachten zijn? Laat de overdenking van mijn hart, de gedachten van mijn geest, al wat binnenin mij is en in dezen, mijn broeders en zusters, aangenaam zijn in Uw ogen, Here, opdat wij zo vervuld mogen zijn en vol van Uw Geest, van Uw tegenwoordigheid hier, dat de ruimte zou worden... de ruimte, niet zozeer het gebouw waarin wij zitten, maar het gebouw waarin wij leven, geheel zou worden tot een wolk van de heerlijkheid van God. Wij mogen misschien hier deze morgen vertrekken, zo vervuld met de Heilige Geest dat wij meer vastbesloten zouden zijn dan ooit voordien in ons leven, om de boodschap te brengen tot de stervende generatie waarin wij leven. Hoor ons, Here, en spreek tot ons door Uw Woord, want wij vragen het in de Naam van Uw Zoon en onze Redder, Jezus Christus. Amen.

3 Deze morgen wil ik een deel van de Schrift lezen, dat u kunt vinden in de Psalmen, Psalm 105. Ik wil slechts een deel lezen. U, die deze Schriftlezingen bijhoudt – ik zie velen van hen die predikers waren, enzovoort. Het is goed om het Woord te lezen. En nu, op welk tijdstip gaat men gewoonlijk uit? Omstreeks twaalf uur? Wat zegt u? Dank u, broeder. Psalm 105.

     Looft de HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.
     Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtig van al Zijn wonderen.
     Beroemt u in de Naam Zijner heiligheid; het hart dergenen, die de HEERE zoeken, verblijde zich.
     Vraagt naar de HEERE en Zijn sterkte; zoekt Zijn aangezicht gedurig.
     Gedenkt Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft, Zijn wondertekenen, en de oordelen van Zijn mond.
     Gij zaad van Abraham, Zijn knecht, gij kinderen van Jakob, Zijn uitverkorene!
     Hij is de HEERE, onze God; Zijn oordelen zijn over de gehele aarde.
     Hij gedenkt Zijn verbond tot in eeuwigheid, het woord, dat Hij ingesteld heeft, tot in duizend geslachten;
     Het verbond, dat Hij met Abraham heeft gemaakt, en Zijn eed aan Izak;
     Welke Hij ook gesteld heeft aan Jakob tot een inzetting, aan Israël tot een eeuwig verbond,
     Zeggende: Ik zal u geven het land Kanaän, het snoer van uw erfdeel.
     Toen zij weinig mensen in getal waren, ja, weinig en vreemdelingen daarin;
     En wandelden van volk tot volk, van het ene koninkrijk tot het andere volk;
     Liet Hij geen mens toe hen te onderdrukken; ook bestrafte Hij koningen om hunnentwil, zeggende:
     Tast Mijn gezalfden niet aan, en doet Mijn profeten geen kwaad.

4 Moge de Here het lezen van Zijn Woorden zegenen. Ik heb hier ergens enkele Schriftplaatsen opgeschreven, waar ik wellicht onderweg naar zal verwijzen.

5 Ik vraag mij vandaag af wie de volgende president zal zijn? De verkiezing nadert, weet u. Wie zal deze volgende termijn president zijn? Wat als ik het wist? Er is slechts Eén die dat echt weet en dat is God. En wat als God mij zou openbaren wie de volgende president zou zijn en ik stond hier in Phoenix en deed een voorspelling dat Die-en-die de man was die de volgende president van de Verenigde Staten zou zijn? En men zou dat in de kranten, enzovoort, plaatsen en ik zou de spijker precies op de kop slaan. Het zou perfect zijn en het zou zijn dat alles wat ik gezegd had zou gebeuren. Maar wat voor goed zou het doen? Wat voor nut heeft het hoe dan ook als ik zoiets zou doen? De kranten zouden het adverteren en het zou misschien uitgegeven worden. Als zo'n persoon zo'n voorspelling kon doen en het zou waar zijn, dan zouden alle kranten en tijdschriften het verder vertellen.

6 Maar u weet dat God dergelijke dingen niet doet. God gebruikt Zijn kracht en Zijn gaven niet voor dwaasheid. Het zal gaan gebeuren, dat wie er ook president is, hij zal president zijn. En om nu te weten wie er president zou worden, zou ons geen zier helpen. Het zou ons totaal geen nut doen, te weten wie de president zou zijn. Daarom doet God zulke dingen niet.

7 En dan, als ik zo'n dergelijke voorspelling deed en het gebeurde en de kranten publiceerden het en de tijdschriften, dan zou het tot mijn eer zijn. De mensen zouden zeggen: "Kijk eens wat een groot profeet broeder Branham is. Hij vertelde ons lang voor het gebeurde precies wie er president zou zijn." En dat zou tot mijn eer zijn. Maar God wil niet... Hij is niet geïnteresseerd in dingen die tot mijn eer uitwerken of de eer van enig ander mens. Hij is geïnteresseerd om de dingen uit te werken tot Zijn heerlijkheid, iets dat tot nut zal zijn.

8 Zoals Paulus zei: "Als wij in tongen spreken en geen uitlegger hebben, wat goed doet het? Wij verheerlijken alleen onszelf" en dat is het, of "stichten onszelf". Dat is enigszins uit de lijn voor God. God wil Zelf gesticht worden. En wij moeten geen zelfverheerlijking zoeken, maar God opbouwen met alles wat wij doen.

9 Daarom geloof ik dus vanmorgen, dat als ik wist wie hij zou zijn en precies wanneer hij verkozen zou worden, en o, hoeveel stemmen hij voor of achter zou liggen of wat het ook zou mogen zijn, het geen enkel nut zou hebben om het te zeggen. Het zou het beste voor mij zijn om gewoon te zwijgen als ik het wist. Niet om te proberen het te publiceren, omdat er geen reden voor mij zou zijn om het te doen. Omdat het hoe dan ook zal gebeuren en het voor ons niet zoveel verschil maakt wie er president zal zijn.

10 Maar wanneer God Zijn gaven gebruikt, gebruikt Hij ze voor Zijn eigen eer en voor de eer van Zijn volk, voor de eer van Zijn gemeente, voor de opbouw van het lichaam van Christus en voor de eer van het Koninkrijk Gods. Daarom geeft Hij deze dingen in Zijn gemeente, daarom heeft Hij leraars, profeten, evangelisten, herders. Zij zijn er voor de stichting van de gemeente en voor de eer van God. De profeet moet niet uitgaan en zich mengen met de wereld en proberen een gave te nemen zoals Bileam deed en er een chaos van maken of er geld uit slaan of zoiets. Als hij een profeet is, wordt hij verondersteld God aan de gemeente te openbaren en buiten de dingen van de wereld te blijven. Het is allemaal voor de glorie van God!

11 Nu hebben wij... en ik denk dat het een goede zaak voor ons als predikers is om onze orde te volgen, wanneer wij zulke dingen in de wereld zien als wij vandaag zien. En wij hebben een orde van God voor de onderscheiding van de geest, om de geest te beproeven. Ik geloof dat dit een zeer grote les voor de gemeente vandaag is om de geest van iets te beproeven, onderscheiding van de geest te hebben. Ik denk niet dat wij ooit, in geen geval, zouden moeten proberen een persoon te beoordelen door de denominatie waartoe men behoort of door de groep waarmee men zich heeft vergaderd of men nu Methodist is, Baptist, Presbyteriaan, Pinkstergelovige of wat ze ook zijn. Wij zouden nooit de mens moeten beoordelen door de denominatie waartoe hij behoort. Wij zouden hem altijd moeten beoordelen door de geest die hij heeft, ziet u, de geest. Of hij van de 'spade regen' of 'vroege regen' is of 'innerlijke of uiterlijke regen' of geen regen of wat het ook mag zijn, wij zouden hem nooit daardoor moeten beoordelen, maar door zijn geest. Wij moeten de geest onderscheiden. Let op wat de man in gedachten heeft, wat hij heeft – wat hij probeert te bereiken. Als de man door een gave, ongeacht hoe groot de gave is...

12 Nu, ik wil dit de gemeente deze morgen bijbrengen, dat in de verschillende denominaties u nog steeds samen de gemeente van de levende God bent. En dit is de zaak die ik u wil bijbrengen, ziet u, dat wij niet werkelijk verdeeld zijn. Wij zijn de stenen die in verschillende vormen gehakt zijn, alles tot de glorie van God.

13 Nu, er is zoveel in de dag waarin wij leven, dat betrekking heeft op 'gaven'. Zoveel mensen beoordelen mensen door een gave die zij hebben. Wel, ik geloof dat deze dingen gaven zijn. Ik geloof dat wat wij zien gebeuren gaven zijn en dat het door God gegeven gaven zijn. Maar als wij ze niet op de juiste wijze gebruiken, zoals God bedoelde dat zij gebruikt moeten worden, dan kunnen wij meer kwaad doen met de gaven dan wij zouden kunnen als wij de gaven niet hadden. Onlangs 's avonds verklaarde ik van de kansel dit, dat ik liever broederlijke liefde zou zien bestaan onder de gemeente, al hadden wij niet één geval van genezing of iets anders. Ziet u, wij moeten weten waarvoor deze dingen zijn.

14 Nu, als er een man komt en hij heeft een grote gave, ongeacht of hij tot onze denominatie behoort of een andere denominatie, beoordeel hem dan niet naar van welke denominatie hij komt, hoe hij zich kleedt, maar wat u wilt zien is wat hij met die gave probeert te doen, welk doel hij heeft. Als hij probeert zijn invloed uit te oefenen om voor zichzelf een grote naam op te bouwen, dan heb ik genoeg geestelijke onderscheiding om te weten dat dit verkeerd is. Ongeacht hoe geweldig hij als leraar is, hoe krachtig hij is, hoe intellectueel hij is of hoe zijn gave werkt, als hij niet probeert iets te bereiken ten voordele van het lichaam van Christus, dan zou uw eigen geestelijke onderscheiding u zeggen dat dit verkeerd is. Ongeacht hoe accuraat, hoe perfect, hoe het is, het is verkeerd als het niet wordt gebruikt voor het lichaam van Jezus Christus.

15 Om iets te bereiken heeft hij misschien een grote gave gekregen waardoor hij de mensen kan samentrekken met een grote intellectuele of geestelijke kracht, zodat hij de mensen bijeen zou kunnen brengen. En misschien probeert hij die gave uit te oefenen om zichzelf beroemd te maken, zodat hij een grote naam zal hebben, zodat andere broeders naar hem zullen opkijken als een of ander groot persoon. Dan is dat verkeerd. Misschien probeert hij een bepaald ding hier op te bouwen omdat hij wil dat iemand anders uit het beeld geraakt en hij en zijn groep in het beeld komt. Dat is nog steeds verkeerd, ziet u.

16 Maar als hij een gave van God heeft en hij probeert het lichaam van Christus op te bouwen, dan maakt het mij niet uit waartoe hij behoort. U onderscheidt de man niet, u onderscheidt de geest, het leven dat in de man is. En dat zei God ons te doen. Niet eenmaal werd ons ooit opgedragen de groep van de man te onderscheiden. Maar ons werd door God verplicht en bevolen de geest in de mens te onderscheiden, wat hij probeert te doen, waartoe de geest in zijn leven hem probeert te leiden. En als wij dan kunnen ontdekken dat hij probeert de mensen te leiden (niet om hen uiteen te jagen, maar om hen samen te brengen) en tot de gemeente van de levende God te brengen, niet allemaal tot één denominatie, maar tot een begrip, een gemeenschap, een eenheid van geest. Of hij dan van de 'vroege' of 'spade' regen is of wat het ook is, zijn geest en zijn doel zijn juist. En de geest die in hem is, ongeacht tot welke beweging hij behoort, de Geest Die in hem is, probeert de mensen op Calvarie te wijzen, weg van zichzelf of weg van iets anders, maar de enige doelstelling die hij heeft, is hen op Calvarie te wijzen. Hij geeft er niet om of hij zelfs bekend is of niet. Hij geeft er niet om of zelfs zijn eigen beweging... Wat fijn is, ziet u; het is goed, of hij een Methodist is of een Presbyteriaan of een Rooms-katholiek, of wat hij ook wil zijn van denominatie.

17 Maar wat probeert hij te doen, wat is het doel van zijn hart dat hij probeert te verkrijgen? Dan kunt u zien wat er in het leven van de man is, of zijn beweegredenen voor zijn denominatie zijn, of voor zichzelf zijn, of voor wereldse faam, voor grote namen, om te zeggen: "Ik voorspelde dat en het gebeurde gewoon precies." Nu, u ziet dat dit daar precies fout is om mee te beginnen. Maar als hij wat God hem gegeven heeft probeert te gebruiken als leraar, als profeet, als ziener...

18 Een Nieuwtestamentische profeet is een prediker. Wij weten dat allemaal. Gewoon elke dienstknecht die een prediker is, is een profeet, een Nieuwtestamentische profeet, als hij profeteert, predikt; niet om te proberen zichzelf op te bouwen om een grote naam te maken of zijn organisatie te verheffen. Wel, hij behoorde in een organisatie te zijn. Hier ben ik zonder er een te hebben, maar toch zou men om te prediken het moeten zijn. Dat is juist. Ieder mens behoorde een gemeente-thuis te hebben. Men behoort een plaats te hebben, niet van het kastje naar de muur te lopen, maar ergens iets te hebben waar u naar de gemeente kunt gaan en het úw gemeente kunt noemen, ergens waar u uw tienden betaalt en ergens waar u helpt de zaak te steunen. Maak uw keuze, maar weiger dan nooit de omgang met de ander, omdat hij niet tot uw groep behoort. Ziet u? Onderscheid zijn geest en zie of hij hetzelfde doel heeft in zijn hart, dan hebt u gemeenschap met elkaar. U werkt voor één grote zaak. Dat is de zaak van Christus. Ik geloof dat dit absoluut waar is.

19 Nu, als wij de motieven en beweegredenen van de Oudtestamentische profeten zullen opmerken, dan hadden die mannen één doelstelling en dat was Jezus Christus. Zij hadden één ding waar omheen hun gehele thema van het Oude Testament was gebouwd: de komende Messias. Zij gingen echt niet uit om dingen te doen voor geld of roem. Zij hadden één ding: zij waren gezalfd met de Geest van God en zij voorspelden de komende Messias. En die mannen waren zo gezalfd met de Geest dat zij soms handelden zoals de Geest die in hen was, dat zij schijnbaar van zichzelf spraken. Let op hoe de Geest van God die mannen deed handelen.

20 Wij zullen bijvoorbeeld Mozes nemen, de grote profeet, hoe die man totaal geen zelfzuchtige doelstellingen had. Hij had de koning van Egypte kunnen zijn. Hij had de wereld onder zijn voeten kunnen hebben. Maar omdat hij een profeet was in het hart, weigerde hij de zoon van Farao's dochter genoemd te worden, liever verkiezend om de vervolging en de beproevingen van Christus te ondergaan en de schatten des hemels groter te achten dan die van Egypte. Hij verzaakte ze en ontzegde zich de wereldse faam, de weelde en de dingen die het leven biedt. Hij moest daaraan voorbij kijken. Ziet u, hij zou dat geweest kunnen zijn.

21 Neem gewoon de prediker vandaag. Als hij de doop van de Heilige Geest heeft, weet hij, dat als hij dat Woord predikt, het ten koste zal gaan van zijn eigen roem; het zal hem ergens in een kleine gemeente brengen, of misschien buiten op straat. Maar hij weet dat er iets in zijn hart brandt. Hij ziet de komst van de Here. Hij geeft er niet om of hij een grote gemeente of een kleine gemeente heeft. Hij geeft er niet om of hij vandaag voedsel heeft of niet. Hij geeft er niet om of hij goede kleren heeft of niet. Hij is slechts bedacht op één ding en dat is het ware leven binnenin hem, dat het uitroept. Hij probeert iets te bereiken voor de glorie van God en die man zal door zo te doen het ware leven van de Geest Die in hem is, uitleven. Volgt u mij? Hij zal het naar buiten brengen.

22 Kijk naar Mozes toen hij tot een tijd kwam dat hij het tentoonstelde; heel zijn leven was de Geest van Christus, want Christus was in hem. Christus was in Mozes, met mate. Nu, als wij het opmerken, hij werd geboren in de vervolgingstijd. De kinderen werden gedood om te proberen hem te pakken, net zoals men dat bij Jezus deed. En wij ontdekken, toen hij tot een plaats kwam dat de kinderen van Israël op zo'n wijze ongehoorzaam waren geweest, dat God toornig op hen werd en dat Hij tot Mozes zei: "Stap terzijde en Ik zal de gehele groep van hen vernietigen en Ik zal van u nemen en een ander geslacht opwekken."

23 Mozes wierp zichzelf in de bres van Gods oordeel en zei: "Neem mij weg voor U hen wegneemt." Met andere woorden: "Voor U hen kunt wegnemen, zult U mij eerst moeten nemen."

24 Dat is precies wat Jezus Christus deed, toen God het hele oppervlak van de aarde zou hebben weggevaagd met deze zondaars, u en ik. Maar Jezus wierp Zichzelf in de bres. God kon het niet doen. Hij kon niet Zijn eigen Zoon nemen.

25 En toen God die Geest in Mozes zag, in het oordeel hangend als een kruis daar: "U kunt niet aan hen komen, U zult mij eerst moeten nemen", ziet u dan de Geest van God in Mozes? Terwijl hij koning van Egypte geweest had kunnen zijn, wanneer hij alle luxe van de wereld gehad zou kunnen hebben en populair had kunnen zijn, terwijl hij de grote koning van de wereld op dat tijdstip geweest zou kunnen zijn? Maar hij verkoos de vervolging en de kwellingen te ondergaan, want hij achtte de smaad van Christus groter schat dan die van Egypte. U ziet dat hij zichzelf in de bres wierp. Waarom? Het was God in Mozes Die dat deed. De normaal denkende, intellectuele mens zou dat nooit doen; hij zou de gemakkelijke weg nemen. Dus ongeacht hoezeer Mozes een fanaticus scheen te zijn, hij probeerde... Ziet u, hij was een ware profeet van God, omdat hij iets probeerde te bereiken voor het Koninkrijk van God.

26 Nu, met zijn grote gave van profetie zou hij een wijze man geweest kunnen zijn, kon hij in Egypte zijn opgestaan en gezegd hebben: "Nu wacht, ik zal zus-en-zo profeteren. Ik zal zus-en-zo zeggen", en met zijn profetie zou hij wereldberoemd geweest zijn. Maar dat was niet in zijn hart. Het kon niet in zijn hart zijn.

27 Als u dus een persoon ziet met een grote gave, die probeert iets te doen om zichzelf te verheerlijken, dan zegt uw eigen onderscheiding van de geest u dat dit verkeerd is. Maar Mozes probeerde iets te bereiken voor de eer van God. Ongeacht hoe erg het was, hoe slecht het er uitzag, hoezeer er over werd gesproken, de Geest in Mozes leidde hem regelrecht naar het pad van plicht. De Geest in hem!

28 Kijk naar Jozef. Jozef, toen hij geboren werd, was geliefd door zijn vader en gehaat door zijn broeders, een volmaakt type van Christus. En de enige... hij was een volbloed broer van hen, dezelfde vader. Maar de reden dat zijn broeders hem zonder oorzaak haatten, was omdat God hem een profeet, geestelijk, een ziener had gemaakt. En zij haatten hem om die reden. Maar Jozef kon het niet helpen omdat God hem op die wijze gemaakt had.

29 En let op de Geest van God in Jozef. Let op wat hij deed. Hij acteerde zelfs de rol van Christus. Hij was gehaat door zijn broeders, geliefd door zijn vader, omdat de Geest het verschil maakte. Hij was een geestelijke man. Hij zag visioenen, hij legde dromen uit. Hij deed het niet voor zijn eigen eer. Hij deed het omdat er iets in hem was: de Geest van God. Hij zou niet uit zichzelf daarheen gegaan zijn en zich in een put hebben laten werpen en al die jaren zijn arme, oude vader bedroeven, verkocht voor bijna dertig zilverstukken, uit de put opgetrokken en de rechterhand van Farao worden, de koning der aarde in die tijd. En in zijn gevangenis daar was er een schenker en een bakker; en de een was verloren en de ander werd gered, door zijn voorspelling in de gevangenis.

30 En merkte u op dat Jezus, toen Hij kwam, geliefd was door de Vader? En de vader gaf Jozef een kleed met vele kleuren (de regenboog, een verbond). En de Vader, God, gaf Zijn Zoon, Jezus het verbond en toen haatte de Joodse broeder Hem zonder oorzaak. Hij had geen reden om Hem te haten; Hij was geestelijk en Hij was Gods gemanifesteerde Woord. Hij kwam om de wil des Vaders te doen. Hij kwam om de Schrift te vervullen. Hij kwam om hun vrede te brengen, maar zij begrepen Hem verkeerd en haatten Hem zonder oorzaak. Zij hielden niet op om te proberen te zien wat Hij probeerde te bereiken. Zij veroordeelden Hem gewoon omdat hij het niet met hen eens was. Zij maakten... "Hij maakt Zichzelf zus-en-zo. Hij maakt Zichzelf God." Hij was God! God was in Hem. De Bijbel zegt dat God in Christus was, Zichzelf aan de wereld bekendmakend. Hij was de God der heerlijkheid Die de glorie van God manifesteerde.

31 Kijk naar Mozes. Hij kon het niet helpen dat hij zichzelf daarin wierp. Hij deed dat niet om te huichelen. Hij deed het omdat God in hem was. Evenmin kon Jozef het helpen te zijn wat hij was, omdat het God was, in hem, Die in hem werkte en Zich vertoonde door de man. Nooit deed hij het uit zelfverheerlijking.

32 Ieder mens die... Als die priesters slechts de onderscheiding van geest hadden gehad, zoals ik vanmorgen tot u spreek. Ongeacht hoeveel de wereld over Hem sprak, zij zouden het toch geweten hebben als zij maar naar het Woord zouden hebben gekeken, als zij Zijn doelstelling hadden gezien. Hij deed altijd dat wat de Vader verheerlijkte. Hij zei... Men zei: "O, deze Man is een grote Genezer, Hij doet deze dingen zoals dat."

33 Hij zei: "Ik kan niets doen tenzij de Vader het Mij toont. Ik ben het niet Die de werken doe, het is de Vader Die in Mij woont, Hij doet de werken." Hij nam nooit de eer aan.

34 Evenmin zou enige dienstknecht van God de eer nemen. Evenmin zou enige dienstknecht van God een gave van God nemen en proberen zichzelf te verheerlijken of iets anders, maar zijn juiste doelstelling is iets te doen tot de eer van God. Dat is de reden waarom u vandaag hetzelfde ziet. Wij moeten onderscheiding van geesten hebben om te zien wat iemand probeert te doen. Proberen zij God te verheerlijken? Proberen zij zichzelf te verheerlijken?

35 De Geest van God Die werkt in de mens, doet de mens als God handelen. Geen wonder dat Jezus zei: "Staat er niet geschreven: 'Gij zijt goden'? En als men hen 'God' noemde tot wie de Geest van God kwam, hoe kunt u Mij dan veroordelen, als ik de Zoon van God ben?" Als u de Geest van God in Mozes zou kunnen zien, wel, hij was God. Mozes was een god. Jozef was een god. De profeten waren goden. De Bijbel zegt dat zij het waren. Zij waren goden omdat... Zij hadden zichzelf volledig aan de Geest van God overgegeven, zodat zij werkten voor de eer van God.

36 En wanneer een man zo gezalfd is met de Geest... Nu, laat dit heel diep onder de vijfde rib aan de linkerzijde gaan. Wanneer een mens gezalfd is met de Geest van God, zijn zijn gewoonten, zijn handelingen en alles, God Die in hem beweegt. Soms wordt hij verkeerd beoordeeld.

37 Kijk naar David, in de drieëntwintigste Psalm. Hij riep: "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?" alsof hij het was, alsof David de man was. "Zij gaan allemaal voorbij, steken hun lip naar mij uit."

38 Hij was zo gezalfd met God, hij was zo volmaakt aan God overgegeven en de zalving was op hem op zo'n wijze toen hij het door de Geest van God uitriep, dat, als iemand daar had gestaan, hij gezegd zou hebben: "Wel, kijk, hij denkt dat iemand de lip naar hem uitsteekt. Waarom heeft God hem verlaten?"

39 Het was David niet, het was de Geest Die het door David heen uitriep: "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten. Al mijn beenderen staren naar mij. Zij hebben mijn handen en voeten doorboord!"

40 Wel, iemand zei: "Luister eens naar die huichelaar daar. Wiens handen zijn doorstoken? Wiens voeten zijn doorboord?" Dat is de intellectueel.

41 Maar iemand die onderscheiding van geest had, wist dat dit de Geest van God in hem was, die het uitriep. Wanneer een mens door de Geest van God gezalfd is, heeft hij de werking van God, en de werking van God is nooit om ons uiteen te jagen. De werking van God is om ons samen te brengen, want wij zijn één in Christus Jezus en Gods doel is om ons samen te brengen. "Hebt elkaar lief."

42 Nu, wij zien de Geest in die grote profeten bewegen. Jezus noemde hen "goden". Hij zei dat zij 'goden' waren. Nu, toen de Geest tot hen kwam, was het met mate, maar toen Hij tot de Ene kwam, Jezus, Welke de Zoon van God was, kwam Hij tot Hem zonder mate. De volheid van de Godheid woonde lichamelijk in Hem, want Hij was het volmaakte voorbeeld. Hij was de God der heerlijkheid Die de heerlijkheid van God aan de mensen bekendmaakte, God Die in Hem rondging. Let op Zijn leven. Heel het Oude Testament door was Hij het thema van het Oude Testament. Al de oude profeten in het Oude Testament riepen het uit, niet tot zichzelf, zij riepen het uit onder de Geest van God, Die hen deed handelen als God, in zoverre dat zij goden genoemd werden, en toen werd de volheid van die Geest in Jezus Christus gemanifesteerd.

43 Kijk naar David toen hij als koning van Israël was onttroond, verworpen door zijn eigen volk. Hij ging naar de Olijfberg, ten noorden van Jeruzalem en hij keek terug over de stad en weende, omdat hij verworpen was. Wat was het? Het was de Geest van Christus.

44 De Zoon van David, Jezus, zat vijfhonderd jaar later op dezelfde berg en keek uit over de stad als een verworpen koning en riep uit: "Jeruzalem, Jeruzalem, hoe dikwijls heb Ik u willen vergaderen (uw verschillende denominaties en alles) zoals een hen haar kuikens, maar u hebt niet gewild. Hoe vaak heb Ik het willen doen!"

45 Nu, dezelfde Geest Die in David was, Die in Christus in volheid werd gemanifesteerd, is vandaag in de gemeente aan het roepen tot de mensen: "Hoe dikwijls heb Ik u willen vergaderen!" En wanneer u afscheidingen ziet en verschillen en verbroken broederschap, en het christelijk leven, de een tegen de ander, dan doet het de Geest van God in uw hart uitschreeuwen. U probeert iets te bereiken. Een ware profeet van God, een ware leraar probeert de gemeente tot een eenheid van geest te brengen, een eenheid van geest, opdat men God zou kunnen herkennen. Zij proberen het te bereiken ongeacht tot welke denominatie zij behoren of wat ermee is. Wij hebben onderscheiding van geest om de geest te onderscheiden die in de man is, om te zien of het de Geest van God is of niet.

46 Nu, wij merken op, toen Hij hier op aarde was, hoe Hij rondging om goed te doen. Ik merk nog iets op wat in mijn gedachten komt. Hebt u opgelet, toen David verworpen was als koning? Hij ging de stad uit en een kleine Benjaminiet, een Benjaminiet die verondersteld werd een broeder voor hem geweest te zijn, die medelijden had moeten hebben, omdat hij verworpen was, maar wat... Hij was een kreupel man. En hij ging daarlangs in zijn kreupele toestand en wierp modder naar David en schold hem op allerlei wijze uit en vervloekte hem in de Naam des Heren. Deze kleine, oude, kreupele Benjaminiet vervloekte koning David in de Naam des Heren. Let op de Geest van God en de geest van de duivel aan het werk.

47 Nu, als u het opmerkt, hij was kreupel. Het vertegenwoordigt de geestelijke kreupelheid van de mensen vandaag die gekheid zouden maken over de ware Geest van God in Christus Die Zichzelf manifesteert. Dat was de Geest van Christus in David Die verworpen werd als koning. En wanneer de mensen vandaag gekheid maken over de mensen die de Heilige Geest hebben ontvangen en proberen iets te bereiken om Methodisten en Baptisten en Pinkstermensen en Presbyterianen en allen samen te trekken als een eenheid, als een lichaam van Christus, en zij zien de Geest werken, dan zeggen zij: "Wel kijk, dat is een Pinksterman. Weg met hem! Ik ken er een die er met de vrouw van een ander vandoor ging. Ik weet dat deze dronken was. Ik weet dat deze dit deed. Ik weet dat deze dat deed." Dat allemaal, maar zij zijn groot genoeg om hun eigen dingen te verbergen; zij kunnen het verbergen. Maar David werd ten toon gesteld. Waarom? Hij had de Geest van Christus in zich.

48 De wacht zei: "Zal ik het hoofd van die hond afslaan, die mijn koning zou vervloeken?"

49 Let op de Geest van Christus in David: "Laat hem begaan, want de Here heeft hem gezegd mij te vervloeken." Vat u dat? "Laat hem begaan, de Here heeft hem gezegd mij te vervloeken."

50 Vandaag willen wij in plaats daarvan onze vuisten opsteken en hem bevechten, ziet u, zijn hoofd afhakken: "Ja, stuur hem weg, hij behoort niet tot ons."

51 "Laat hem begaan, de Here heeft hem gezegd mij te vervloeken." Die kleine kreupele liep daar langs en wierp modder op David.

52 Dat is wat men vandaag doet op de Geest van Christus. "Zij zijn een stel heilige rollers. Zij zijn een groep van dit. Het is niets met hen gedaan. Het is niets gedaan met Goddelijke genezing. Er is niet zoiets als engelen. Er is niet zoiets als profeten." Al deze dingen als: "De dagen van wonderen zijn voorbij", is het werpen van vuil. Maar laat hen varen! Maar toen David in kracht terugkeerde, halleluja, toen hij terugkwam als volledig koning van Israël... Wees niet bezorgd, deze Jezus, Wiens Geest wij vandaag hebben, acteerde Zijn deel uit en zal weer terugkeren in een fysiek lichaam, voor de tweede keer, in glorie, in kracht en majesteit.

53 Die kleine modderwerper viel op zijn aangezicht en smeekte om genade. "Laat hem begaan", de Geest van Christus in ons. Werp hem niet uit. Laten wij ons herinneren dat al deze dingen moeten gebeuren. Wij moeten één ding doen: doorgaan. God beloofde dat Hij alles zou doen medewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben. Laten wij de onderscheiding van geest behouden, de doelstelling juist houden. Wij zijn hier om God te dienen, met elkaar gemeenschap te hebben, door te gaan en God te dienen. Als de man de verkeerde soort doelstelling heeft, wat zal er dan gebeuren? Ziet u?

54 Nu, wij ontdekken dat de Geest van God in Hem was. Al de oude profeten spraken van Hem. Geheel de Geest, ten dele, elk klein deel, verheerlijkte niet zichzelf (de ware profeten); al de ware profeten manifesteerden Hem, spraken van Hem. En alles wat zij zeiden werd in Hem vervuld. Het toonde dat het de Geest van God in hen was, het werd vervuld. Wat was het? God sprak van Zichzelf. Ziet u? God manifesteerde Zichzelf door deze profeten heen.

55 Niet om eer aan te nemen: "Wie zal de volgende president zijn? En wie zal dit zijn?" En ze slaan u op het hoofd: "Zeg ons wie u sloeg en wij zullen u geloven." Dat is het niet. Het is iets om God te manifesteren. Het is niet om van broeder Weathers hier of broeder Shores of broeder Zus-en-zo daar buiten een groot man te maken en hem iets groter te maken dan de rest van de mannen van zijn groep, en om van hem de grootste man in Phoenix te maken. Het is niet om van William Branham iets groots te maken. Maar waar is het om te doen? Het is niet om van Oral Roberts of Billy Graham iets groots te maken. Maar het zijn de harten, wij proberen iets te bereiken voor het Koninkrijk van God. Het manifesteert God. Alle gaven en dingen maken de een niet groter dan de ander. Het doet ons gewoon allen samen werken voor de volmaking van het lichaam, om ons als één volk samen te brengen, als een volk van God. Maar wanneer u ziet dat zij ermee in tegenspraak gaan, vervloek hen niet; laat hen gewoon gaan, iemand moet het doen. Maar wacht tot Jezus in kracht komt.

56 Nu, wij zien dat al die profeten spraken. Ieder van hen verheerlijkte God en de komende Messias. En wanneer zij in de Geest kwamen, handelden zij en spraken en leefden zij het leven uit net zoals de Messias deed. Als dat gebeurde aan die zijde van het kruis, sprekend van Zijn komst, hoeveel temeer zal het na Zijn komst de Geest van de Messias in de gemeente brengen om te handelen, te doen, te werken en te leven zoals de Messias? Het is de Geest van God.

57 Onderscheid die geest, zie of het uit God is of niet. Zie of hij handelt zoals Hij. Zie of uw emoties... Als iemand herrie tegen u schopt en vuil op uw leven smijt en u weet dat u zo onschuldig bent als u maar kunt zijn en u weet dat u de Geest van God hebt, probeer dan niet om uzelf af te scheiden. Probeer niet om gemeen tegenover hen te handelen. Vervloek hen niet. Wandel gewoon voort, wetend dat God dat deed om u een test te geven en te zien hoe u het zou opnemen. Hij zal er hoe dan ook toe moeten komen.

58 Zoals ik onlangs zei, ik geloof in de gemeente van broeder Fuller, over de fietser in Canada. Wel, zij dachten allemaal dat zij beter konden rijden dan deze jongen, dit moederskindje. En hij was de enige die niet kon rijden zonder het stuur vast te houden.

59 Ik ben blij dat ik houd van eenvoudige fietsers die het stuur vasthouden, die beide kanten van het kruis vastpakken en zeggen: "Niets kan ik in mijn armen meebrengen. Laat mij me aan het kruis vasthouden, Here. Ik heb geen intellectuele dingen. Ik heb niets. Laat mij me gewoon hieraan vasthouden, daarginds heenkijkend."

60 En men had een plank van dertig centimeter breed waar ze overheen moesten rijden, een stadsblok ver, om een Schwinn-fiets van honderd dollar te winnen. Al die jongens die konden rijden zonder het stuur vast te houden; ze konden naar de stad gaan en de boodschappen van hun moeder halen en weer terugkomen zonder het stuur maar aan te raken. En zij begonnen allemaal te kijken. Zij waren niet gewoon het stuur vast te houden en vielen van de plank. Maar dit kleine knaapje reed daarop en hield het stuur vast en reed erover tot het einde. Zij vroegen hem: "Hoe deed je dat?"

61 Hij zei: "Hier maakten jullie je fout, makkers. Jullie kunnen allemaal beter rijden dan ik, maar jullie keken hier vlak voor je. Het maakte jullie zenuwachtig te zien wat... Jullie probeerden je in evenwicht te houden en jullie vielen eraf. Ik keek hier helemaal niet. Ik lette op het einde en hield me in evenwicht."

62 Dat is wat wij moeten doen. Kijk nu niet naar deze kleine dingen. "Deed deze dit of deed die dat?" Let op het einde en blijf in evenwicht. Christus komt. Let op het einde, blijf gewoon in evenwicht. Let niet op wat er nu gebeurt. Let op wat er zal gebeuren ginds in de eindtijd, wanneer wij daar zullen moeten staan en rekenschap geven voor ons leven.

63 David lette niet op die kleine, oude Benjaminiet, die modder naar hem wierp. Hij was hoe dan ook kreupel. Hij besteedde nooit aandacht aan hem. Hij wilde zelfs niet toestaan dat de wacht zijn hoofd afhakte en zei: "Laat hem gaan, God zei hem dat te doen. God zei hem mij te vervloeken, laat hem gaan." Want David wist dat hij op een dag in kracht zou terugkeren. Die Benjaminiet zou zijn tijd hebben.

64 Ja, dat is het. De gemeente zal in triomf opstaan. Ik werd slechts gezonden om hoe dan ook voor Zijn zieke kinderen te bidden. Dat is alles wat ik kan doen. Waar zij ook zijn en tot welke gemeente zij behoren, het maakt geen verschil voor mij. Ik probeer voor Zijn zieke kinderen te bidden, proberend om de gave te manifesteren voor Zijn glorie. Dat is de reden dat ik nooit tot iets behoorde.

65 Nu, herinner u, dat dit in orde is. Ziet u, ik zeg dat nu niet. Ik wil dat u mij duidelijk begrijpt, dat ik geloof dat God Christenen heeft in elke gemeente, Zijn kinderen. Hij heeft mij daar nooit over ondervraagd. Ik werd slechts gezonden om voor de kinderen te bidden en deze dingen te doen en Hem te manifesteren.

66 Nu, ziet u, alles waarvan Jezus en deze profeten spraken moest waar zijn, want het was de kracht van God in hen, God Zelf Die door hen heen sprak over Zichzelf Die tot Zijn eigen heerlijkheid komt.

67 "Wie wordt er president? Wie zal het gaan worden? Zullen wij dit jaar genoeg regen hebben?" Dat betekent niets. Iets tot de glorie van God, iets om de gemeente in orde te zetten, iets voor de kracht van God; niet om voor uzelf een naam te maken, maar om de eer van God openbaar te maken.

68 Nu, wij merken op, dat al die profeten en alles wat zij over Hem zeiden, dat alles waar werd, omdat Hij het thema was van het Oude Testament. Jezus, de Messias, de komende Messias, was het waarnaar elke profeet van Adam tot Maleachi uitkeek. Elke profeet sprak van de komst des Heren. Ieder had er zijn deel in, omdat hij van God gezalfd was. Dat is alles waarover hij kon spreken.

69 Nu, ik wilde dat wij er meer tijd voor hadden. Maar let op, dat alles wat zij zeiden, gebeurde. Kijk hier, laten wij gewoon enkele van de dingen nemen die de profeten zeiden.

70 "Een maagd zal zwanger worden en een kind baren." Gebeurde het? Zeker. "Zijn Naam zal Immanuël genaamd worden, Vredevorst, Almachtig God, Eeuwige Vader." Dat was Hij precies: de "Eeuwige Vader". Geen mens zal 'Vader' genoemd worden op deze aarde, maar God is uw Vader.

71 In orde. Nu, laten wij opnieuw kijken: "Hij werd verwond om onze overtredingen, Hij werd verbrijzeld om onze ongerechtigheid; de straf die ons de vrede brengt, was op Hem; door Zijn striemen is ons genezing geworden." Het was in Pilatus' rechtszaal, terwijl de Man Zelf, Die Zijn rug zo liet geselen met een negenvoudige zweep, dat men niet besefte dat de Schriften zeiden dat het op die manier zou zijn. Zij hadden geen onderscheiding van geest, die priesters, die zeiden: "Weg met Hem, weg met Hem."

72 En bij het kruis, toen zij een grote mond opzetten en dergelijke dingen, toen zij Hem hoorden roepen: "Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?", hadden zij geen onderscheiding. Ziet u, zij konden de Geest niet onderscheiden. Daarover sprak David in de tweeëntwintigste Psalm. Zij zetten een grote mond op, niet wetend dat zij het deden. Precies zoals die kleine Benjaminiet deed tegenover David. Ziet u, hij dacht dat David helemaal verkeerd was, omdat hij het niet met hem eens was over zijn beginselen om zijn koninkrijk te besturen. Hij begreep niet dat het de Geest van God in David was Die het deed.

73 Dat moeten wij vandaag onderscheiden, de geest van een man. Wat probeert hij te doen? Wat bedoelt hij? Niet tot welke groep behoort hij of wat dit, dat of het andere, of hij een blanke is, een zwarte, een gele man of wat hij ook is. Laten wij zien wat hij probeert te bereiken en dat nemen, zien wat hij probeert te doen voor het Koninkrijk van God. Hij heeft eigenaardige ideeën voor ons, die volkomen in orde zijn als hij iets probeert te bereiken voor het Koninkrijk van God. Onderscheid dat in hem. Als hij verkeerd is en waarachtig in zijn hart, zal God hem na een poosje overtuigen van de waarheid van de zaak. Laat hem gaan, laat hem gaan, zie wat hij probeert te doen.

74 Nu, wij zien hier, wij ontdekken vervolgens bij Zijn dood, toen Hij stierf aan het kruis, dat Hij al de dingen uitriep die de profeten van Hem zeiden: "Zij hebben Mijn handen en voeten doorboord." Het werd daar vervuld. De profeten hadden gelijk. Men dacht dat zij het zelf waren of riepen alsof zij het zelf waren, maar het werd aan het kruis gemanifesteerd.

75 "Hij werd geteld met de overtreders." Dat is wat met Hem werd gedaan. Hij was met de overtreders. "In Zijn dood werd Hij begraven bij de rijke." Hij werd het. Hij werd begraven in het graf van een rijk man. "Ik zal Zijn ziel niet verlaten... Hij zal mijn ziel niet verlaten", zei David, de Geest van God in David, Die het uitriep: "Hij zal mijn ziel in de hel niet verlaten, noch zal Hij toelaten dat Zijn Heilige de verderving ziet", alsof David de Heilige zou zijn. Het was niet David, het was de Geest van God in David, Die het uitriep. Ziet u, de Geest van God in de man Die het uitroept. Iemand zei: "Luister naar die oude huichelaar daarboven."

76 Hij was het niet. Het was de Geest van God in hem Die het uitriep. Ziet u, de Geest van God manifesteert Zich: "Ik zal Zijn ziel in de hel niet verlaten, noch zal Ik toelaten dat Mijn Heilige de verderving ziet."

77 Nu broeders, tot slot kan ik misschien dit zeggen: onze tijd gaat voorbij. Maar kijk, ik kan tot slot dit misschien zeggen met deze Schriftplaatsen hier. Laten wij zien. Als een man... Heel het thema van het Oude Testament was over Hem. Als alles wat de heilige profeten, gezalfd met Gods Geest, zeiden, precies op de letter werd vervuld in Hem, dan moest die grote Persoon, de Zoon van God genaamd, zeker weten hoe Hij de Nieuw Testamentische gemeente op moest richten. Gelooft u dat? Hij behoorde een idee te hebben om te weten hoe de gemeente van het Nieuwe Testament op te richten.

78 Het eerste waarop ik uw aandacht wil vestigen, is hier in Mattheüs 16, waar Hij sprak, toen Hij naar beneden kwam en met de discipelen praatte. Hij zei: "Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben?"

79 En zij zeiden: "Sommigen zeggen dat U Elia bent en sommigen zeggen dat U Zus-en-zo bent, en sommigen zeggen Zo-en-zo en dergelijke", verschillende anderen.

     Hij zei: "Maar wie zegt gij dat Ik ben?"

80 En Petrus zei: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God."

81 Hij zei: "Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona, want vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemel is, heeft u dit geopenbaard. En Ik zeg u dat gij Simon zijt, of Petrus, en dat Ik op deze rots Mijn gemeente zal bouwen en dat de poorten der hel haar niet kunnen overweldigen." Nu, daar was sprake van de gemeente. Let nu aandachtig op, en als ik verkeerd ben, God vergeve mij en u vergeve mij.

82 Nu, de Katholieke kerk zegt, dat dat een steen was die daar lag, Petrus, en dat Hij de gemeente bouwde op Petrus. Nu, wij weten dat dit verkeerd is. Wij Protestanten zijn het daar niet mee eens.

83 Maar wij Protestanten zeiden: "Hijzelf was het waarop Hij Zijn gemeente bouwde, Hijzelf." Maar als u het zult opmerken, ik wil het daar, in alle vriendelijkheid, mee oneens zijn. Dat was het niet.

84 Zij werd gebouwd op de geestelijke openbaring van Hemzelf. Ziet u? "Vlees en bloed..." U leerde dit nooit in een Bijbelschool, hoe goed ze ook zijn. U leerde dit nooit door een geloofsbelijdenis van een kerk, hoe goed die ook is. Het is in orde, maar vlees en bloed heeft u dit niet geopenbaard. Het is geen intellectuele opvatting van hoe u uw toespraak kunt houden, hoe u zich moet buigen of welk groot ding u hier op aarde moet doen. Dat is het niet. Het is niet gebouwd op een groot iets of op het doen van iets groots. Wat het is, het is een openbaring van het Woord van God. Hij was het Woord. "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. En het Woord werd vlees gemaakt en woonde onder ons."

85 Hij was... Dat was de openbaring van het Woord van God. De Geest in Petrus openbaarde door geestelijke openbaring dat Hij de Zoon van God was, openbaar gemaakt. De God der heerlijkheid Die de glorie van God bekendmaakte. "Op deze rots (geestelijke openbaring van het Woord) zal Ik Mijn gemeente bouwen." Waarom? Als die profeten onder God waren en door de Heilige Geest spraken dat dit de Zoon van God was, dan openbaart dezelfde Geest aan deze zijde regelrecht precies dezelfde zaak. Ziet u het?

86 "Vlees en bloed"; u kunt het niet leren in een Bijbelschool. U leert voor uw "Doctor in de Godgeleerdheid", en uw "Doctor in de filosofie" en de "Doctor in de rechten" of... Dit is in orde; ik wilde dat ik het had. Dat is juist, maar toch is dat het niet. U hoeft het niet te hebben, hoewel het goed is het te hebben. U kunt dit zijn, plus; maar als u de plus moet wegvlakken, neem dit. Dit is dat. Als dit dat niet is, laat mij dit hoe dan ook hebben. Ik wil dit! Dit!

87 "Vlees en bloed heeft u dit niet geopenbaard." U leerde het nooit via de lijn van opleiding. U leerde het nooit via de lijn van denominatie. Zij zijn fijn; opleiding, denominatie is fijn. Dat is een deel ervan. Maar mensen leggen daar teveel nadruk op en zij laten de geestelijke onderscheiding achterwege. Ziet u?

88 "Vlees en bloed heeft u dit niet geopenbaard, maar Mijn Vader Die in de hemel is, heeft u dit geopenbaard. En op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen en de poorten der hel kunnen haar niet overweldigen; zullen nooit in staat zijn te zegevieren", wat toont dat zij er tegen zouden zijn.

89 Let nu op en zie waar de poorten der hel tegen zijn. Zij zijn niet tegen denominaties. De regering erkent die. Dat is het niet. De wereld erkent onze denominaties allemaal. Wij hebben het recht, wij allen als Amerikaanse burgers, wij hebben recht op denominaties, wat fijn is. Wij waarderen dat. Maar dat is niet waar de poorten der hel tegen zijn. Zij zijn tegen de geestelijke openbaring dat Christus nu hier is, Dezelfde gisteren, vandaag en voor immer. Daar zijn zij tegen. "De poorten der hel zullen er tegen zijn, maar zij zullen nooit zegevieren."

90 Daar hebt u het, geestelijke onderscheiding. Ongeacht wie het is, het is mijn broeder zo lang hij hetzelfde doel probeert te bereiken als waarvoor ik werk. Laat hem profeet zijn, laat hem herder zijn, laat hem diaken zijn, laat hem zus-en-zo zijn, laat God hem eren op deze wijze, die wijze of wat het ook is, laat hem mij onteren, wat hij maar wil doen, maar toch is dat mijn broeder. Wij werken voor dezelfde zaak. Wij zenden al onze werken in hetzelfde Koninkrijk ginds. Hij werkt voor hetzelfde als ik. Geestelijke onderscheiding, geestelijke openbaring van God. Kijk hier, als u wilt.

91 Jezus... Ik predikte onlangs ergens, misschien daarginds: "Het was niet zo van den beginne." Wij moeten teruggaan naar het begin om onze tekst nu te vinden, voor een ogenblikje slechts. In het begin was er Kaïn, intellectueel. Wij zouden zeggen dat hij een fijne kerk bouwde, een fijn altaar maakte, een offer offerde, oprecht bad; dankte, zijn tienden betaalde, in alles was hij gewoon even religieus als Abel.

92 Maar Abel... (Er was geen Bijbel in die dagen.) Hij zag door geestelijke openbaring dat het niet de vruchten van het veld waren, die ons hadden laten zondigen, het waren geen appelen die zij hadden gegeten. Ziet u, het waren geen appelen. Openbaring zei hem dat. En het waren niet de vruchten die veroorzaakten dat hij daar uit moest gaan. Het was leven, de afscheiding van leven; hij ging dus heen en offerde een lam in zijn plaats door geloof, wat geestelijke openbaring is. Amen! De openbaring van God, geestelijke openbaring die aan hem geopenbaard was. Het is geen fruit, het zijn geen appelen, perziken, pruimen en peren. Het was een afscheiding van leven, zodat hij heenging en een leven nam en het offerde in plaats van vruchten.

93 Vruchten zijn wat u... uw werken uit uw eigen hand. Wat u daar doet. "Ik zal dit gaan bouwen. Ik zal dit gaan doen. Ik zal dat ondersteunen." Dat is goed. Hij had een altaar precies zoals de ander had. Zij hadden beiden altaren. Dat was goed.

94 Maar het was de geestelijk geopenbaarde waarheid van de zaak, want de Geest van God openbaarde het. En op die rots, de rots waarop Christus stierf, de Rots der eeuwen, op de rots waarop Abels lam stierf... Die kleine Abel, toen hij zijn handen op dat lammetje legde en op de witte wol ervan die doorweekt werd toen hij een steen nam – men had geen dolk in die dag – en zijn hals zo doorsneed en er op sloeg. En het arme kleine ding stierf, het bloed vloeide over zijn handen, zijn weinige wol werd geheel in bloed gedrenkt en het blaatte en schreeuwde.

95 Waarvan sprak het? Het Lam van God, zo'n vierduizend jaar later. Het werd geestelijk geopenbaard; de kerk wees Hem af. En de mensen noemden Hem "Beëlzebul" en "een duivel" omdat al de profeten het hadden uitgesproken. Zij loochenden de profeet. O, Hij zei: "Gij bouwt hun grafsteden terwijl gij hen daarin hebt gebracht, gij gewitte wanden." Hij zei dat tot hen, die zonder geestelijke onderscheiding waren en niet wisten dat dit het Lam van God was, dat Hij verondersteld werd op die wijze te zijn en op die manier te handelen, omdat Hij het Woord van God vervulde.

96 En de Heilige Geest gemeente vandaag vervult het Woord van God door te handelen op de wijze dat zij doet en de dingen te doen die zij doet. Halleluja! Ziet u, Petrus zei op de dag van Pinksteren: "Dit is dat." En hij zei: "Het is voor u en voor uw kinderen en degenen die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, zal roepen."

97 Diezelfde geïnspireerde profeten zeiden dat het avondlicht zou schijnen, dat er een vroege en spade regen samen zou zijn als in de dagen van genade. Kijk hier... Wat is het? De vroege regen komt over en de spade regen is over tijd. Dan overlappen ze elkaar en komt het samen, de vroege en spade regen samen, de Heilige Geest bekendgemaakt door de kracht en de opstanding van Jezus Christus. Daar hebt u het, samen komend, de vroege... Gods genade! Hij zei: "Zoals het was in de dagen van Noach." Zijn genade was lankmoedig. Hier is het vandaag, lankmoedig, een overlapping. Het brengt een wolk van de oude dagen en een wolk van deze dag samen. De vroege regen loopt eerst binnen, de eerste regen die wij hebben gehad; nu komt hier de spade regen over, de vroege regen die over de spade regen komt, oost en west die samen komen. Beide regens vallen tezamen, Goddelijke genezing plus de Engel van God Die de geheimen van de harten openbaart en alles doet gebeuren. O, het ziet er naar uit dat echte geboren kinderen van God dat zouden moeten zien. Daar hebt u het, de Geest Die openbaart. Openbaring, dat is wat Jezus zei waarop de gemeente gebouwd zou worden.

98 Wel, iemand mag dan misschien opstaan en zeggen: "Wel, zeker, wij, zus-en-zo, wij zijn daarop gebouwd."

99 Laten wij Zijn Woord wat verder nemen. De laatste opdracht aan Zijn gemeente. Hij zei: "Ga uit in heel de wereld en predik het Evangelie aan ieder schepsel." Heel de wereld. Hoe lang moet het duren? Heel de wereld. Aan hoevelen? Ieder schepsel. "Hij die gelooft en gedoopt is", niet de kerk, want "hij" is een persoonlijk voornaamwoord. "Hij die gelooft", de enkeling.

100 Zoals David duPlessis zei over de kleinkinderen, er zijn geen kleinkinderen in het Koninkrijk van God, het zijn kinderen! Uw vader was een Pinksterman en u komt hier gewoon naar deze kerk omdat hij hier kwam naar "Garfield 11", de Heilige Geest ontving, u gewoon binnenbracht als een kleinkind, dan bent u verkeerd! God moet Zichzelf aan ú openbaren.

101 En geen mens kan Jezus de Christus noemen door intellectuele opvatting. Geen mens kan Jezus de Christus noemen omdat hij berouw voelt over zijn zonden en komt om zich te bekeren. Geen mens kan Jezus de Christus noemen dan alleen door die openbaring van de Heilige Geest Die het hem bekendmaakt. "Op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen en de poorten der hel zullen haar nooit overweldigen." Daar is de openbaring. Daarop heeft Hij Zijn gemeente gebouwd.

102 Wie deed het, Petrus? Neen, neen, neen. Wie deed het? Christus zei: "De openbaring van God, de Heilige Geest zou het tot u brengen. Een kleine tijd en Ik zal u verlaten, maar Ik zal de Vader bidden en Hij zal u de Trooster zenden, Die u deze dingen in herinnering zal brengen." Is dat juist? Wat doet Hij deze morgen en wat zal Hij doen? "U dingen tonen die komen." De Heilige Geest in de gemeente in de laatste dag.

     Nu, u zegt: "Broeder, halleluja, dat is mijn gemeente."

103 Wacht even! Jezus zei: "Hieraan zullen alle mensen weten dat u Mijn discipelen bent", in Johannes 13:35. "Hieraan zullen alle mensen weten dat u Mijn discipelen bent, als u liefde hebt voor elkaar." De door de Geest geopenbaarde Waarheid van het komende Koninkrijk van God, uitkijkend naar het einde daarginds, en ziende waarover de profeten het uitriepen, te zien waarover Jezus sprak en hier roept dezelfde Heilige Geest in u het gewoon weer uit: "Dat is juist! Dat is juist!" Wat is het? De geestelijk geopenbaarde Waarheid. Ik houd van mijn broeder, ongeacht waar zij naar de gemeente gaan, of zij vroege of spade of helemaal geen regen zijn, zolang zij maar in het lichaam van Christus zijn en proberen iets te bereiken, niet iets voor een bepaald doel om uzelf op aarde te manifesteren, maar met als doel het Koninkrijk van God en de glorie van Zijn komst, om Zijn spoedige verschijning te openbaren en bekend te maken.

104 Nu tot slot willen wij dit bedenken. "Op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen." Correct. En dan ontdekken wij ginds in Johannes 14:7, dat Hij dit zei: "De werken die Ik doe, zult gij ook doen. De werken die Ik doe." Wat voor werken deed Hij om Zichzelf bekend te maken? U herinnert het zich van Petrus, nietwaar, waarover hebben wij gesproken; Filippus, de vrouw bij de bron. Voorzeggend dat het niet naar de heidenen zou gaan, maar dat het zou zijn in de laatste dagen, zoals Hij zei: "Zoals het was in de dagen van Sodom, zo zal het zijn in het komen van de Zoon des mensen." Er is een openbaring geschreven in dergelijke geheimenissen voor de buitenwereld, voor de wereld die er niets over weet. Maar u, dierbare broeders, u, dierbare zusters, u bent geen kinderen der duisternis, u bent geen kinderen van de nacht, maar u bent kinderen van het licht, die in het licht wandelen zoals Hij in het licht is. Dan hebt u gemeenschap met elkaar, terwijl het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, al onze zonden reinigt van ons allemaal. Daar hebt u het, de dienstknechten van de Here...

105 Jezus... Zoals ik mijn Schriftplaats hier citeer; heb ik Markus 16 gehad, ja. Markus 16. Hij zei: "Ga heen in heel de wereld." Hier is welk soort gemeente Hij instelde. De laatste opdracht aan de gemeente: "Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden. Die niet gelooft, zal verdoemd worden." Nu kijk hier, kijk naar deze geestelijke onderscheiding. "Die gelooft en is gedoopt." Hij zei nooit precies op welke wijze, maar wij willen daar over twisten, ziet u, en al het andere. Zie? "Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden." Hoe hij ook gedoopt wil worden, dat is aan hem. Als zijn uiteindelijke doel voor het Koninkrijk van God is, kom, broeder. Wij marcheren voort met dezelfde Geest. Als ik verkeerd ben, dan zult u het zeggen en het zal op die wijze uitkomen. En als u fout bent, zal het dat zijn. Maar onze harten en onze motieven en onze doelstellingen zijn voor het Koninkrijk van God ginds. Daar hebben wij het: wij wijzen naar Calvarie.

106 Ik en mijn ideeën, wel, ik heb... Ik heb geen broer die evenveel van kersentaart houdt als ik, maar wij zijn broers. Ziet u? Geen van hen houdt ervan te jagen en te vissen zoals ik, maar wij zijn broers. Ziet u wat ik bedoel? Ik heb mijn eigen ideeën, maar dat maakt niet dat hij mijn broer niet is. Zijn vader is mijn vader, zijn familie is mijn familie. Daar hebt u het.

107 De aartsvaders verschilden allemaal van elkaar, maar ze hadden één vader en ze behoorden voor één ding te werken, en ze verwierpen de voornaamste daarin, omdat hij geestelijk was. Ziet u het niet, broeders? Kunt u niet zien waarvan ik spreek?

108 Merk nu op bij het sluiten: "Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden. Die..." [Leeg gedeelte op de band – Vert] "En hen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken." Wat is het? Geestelijke openbaring. Ziet u? "Met nieuwe tongen zullen zij spreken. Slangen zullen zij opnemen, en al is het dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden. Als zij hun handen op de zieken leggen, zullen zij gezond worden." Dat was wat de nieuwe gemeente was. Dat is het soort gemeente dat Jezus Christus, deze Grote waarover al de profeten het uitriepen, zou doen opstaan. Wij ontdekken dat Zijn Geest hierheen komt en voorzegt dat Zijn Geest in de mensen gewoon zou terugkeren en de dingen zou doen die Hij deed.

109 Mag ik sluiten met dit te zeggen. Ik heb ongeveer een dozijn Schriftplaatsen meer hier, maar wij hebben er de tijd niet voor. Ziet u? Maar luister hiernaar. Mag ik sluiten met dit te zeggen. Elke ware wedergeboren profeet van de Here, prediker, zondagsschoolleraar, ziener, apostel, zendeling, wat hij ook moge zijn, zijn hele hart is erop gezet en hij is zo vervuld en gezalfd met de Geest van God, zo gezalfd... Wat zijn ambt ook is, wat het ook moge zijn, prediken, onderwijzen of evangeliseren of visioenen zien, wat het ook is, hij zal het doen voor het Koninkrijk van God. En de Geest van God zal regelrecht terugspreken door de man heen en manifesteren dat dit het Koninkrijk van God is.

110 Wij dan... Ik als een Baptist, ik zie u Pinkstermensen, u bent mijn broeders. U behoort niet tot de Baptistenkerk, ik behoorde er wel toe. Dat is de enige kerk waartoe ik ooit behoorde, de Baptistenkerk. Maar dat staat mij niet in de weg. Ik zie dat de Geest van God met u is. Ik zie wat u probeert te doen. Wel, als ik, een Baptist, me op die wijze kan voelen, dan behoorden de 'Assemblies', de 'Church of God', de 'Verenigde Pinkstermensen', de 'Onafhankelijken', en wij broeders allen tezamen zeker te zien dat wij voor één doel proberen te werken. Laten wij geestelijke onderscheiding hebben.

111 Nu luister. Tot slot zal ik deze laatste opmerking maken. Velen zijn ziek en zwak onder u en velen slapen, geestelijk dood, omdat zij geen onderscheiding van het lichaam van Christus hebben. Dit zieke lichaam dat wij hebben! God helpe ons om geestelijke onderscheiding van die openbaring van het Koninkrijk van God te hebben en de liefde van God in onze harten te hebben, door de Heilige Geest naar buiten uitgestraald, om te proberen onze armen ver uit te strekken en te zeggen: "Wij zijn broeders." Ziet u wat ik bedoel? En elke kleine gave die u hebt, gebruik haar niet om te proberen haar tot iets groots voor uzelf te maken, maar laten wij haar in positie brengen voor het Koninkrijk van God om met iedereen te werken om te trachten de zaak van Jezus Christus te bevorderen, want Zijn komst is nabij. Gelooft u het?

112 Het spijt mij erg dat ik u zo lang heb gehouden. Broeder David zal hier morgen zijn om u de Schriften te onderwijzen, maar laten wij nu gewoon een ogenblik onze hoofden buigen. [Een broeder spreekt in een andere tong. Een zuster geeft een uitlegging: "Ja, Ik houd Mijn handen op u; Ja, Mijn Geest is op u en Die zal niet van u weggaan...?..." – Vert]

Voorwaarts, christenstrijders!
Drukt uws Konings spoor,
Met Zijn heil'ge kruisvaan,
Gaat ons Jezus voor.
Wij zijn niet verdeeld,
Wij zijn allenéén lichaam,
én in hoop en leer,
Eén in liefde.

Voorwaarts christenstrijders (Gelooft u dat u het bent? Steek uw hand op.)
Al marcherend ten strijde (waarmee?)
Met het kruis van... (ons doel) Jezus,
Voor ons uitgaand.

     God zegene u. Uw herder.