Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-BookPrint
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Ik weet... Paas-zonsopgang

Door William Marrion Branham

1 Wij zijn zeker bevoorrechte mensen om vanmorgen hier te zijn, levend op aarde, om opnieuw een geweldige Paastijd te zien. Pasen brengt altijd zoiets heerlijks voor ons, de nieuwe hoop. En hoe geweldig!

2 En net toen ik vanmorgen de kamer daarachter binnenging, ontmoette iemand mij en zei: "Broeder Branham, weet u dat de kleine baby, of het kindje of iemand waarvoor toen verleden jaar te Chataqua werd gebeden en waarvan het hart moest weggenomen worden en de kleppen of iets daarvan geregeld, hij zei dat de baby werd genezen en vanmorgen in het gebouw is, hier deze morgen." Dat is fijn. Wij zullen het kleine getuigenis ervan hebben, misschien net voor wij de andere dienst aanvangen. En wij zijn gewoon blijde mensen.

3 Nu, zal ik broeder Neville vragen of hij de Schriftlezing wil nemen uit Mattheüs of Lukas, één ervan, over de opstanding als u het al niet reeds gelezen hebt. Hebt u dat gedaan, broeder? [Broeder Neville zegt: "Nee." – Vert] Aldus, terwijl wij ons gereed maken voor gebed.

4 En nu volgend op deze dienst zal de genezingsdienst zijn. Nadat deze dienst voorbij is gaat u naar uw ontbijt. Daarna keren wij dan om 9.30 uur terug en beginnen nog een dienst. En daarna zullen genezingsdiensten volgen. En daarna volgen doopdiensten.

5 En wat een prachtige tijd is het voor de doop! Oh, my! De opstanding! Daarom zijn wij gedoopt: omdat Hij weer opstond.

6 Ik herinner mij voor wij hier onze doopplaats hadden dat ik hen vroeger naar de rivier hier beneden nam, op vroege, koele, vorstachtige morgens en de mensen daar aan de rivier doopte. Er is iets mee dat het gewoon een geheiligde tijd is. Pasen, het is een grote tijd.

     Ik keek naar broeder Pat Tyler die hier zit.

7 Ik sprak net gisteravond met iemand. Op onze laatste samenkomst in Oklahoma probeerde ik en ik probeer het nu – ik zal dit aankondigen – dat is mijn oude bediening van onderscheiding ter zijde te leggen tot God mij zou willen roepen het te doen, omdat ik denk dat de nieuwe bediening begint te komen.

8 Onlangs 's avonds – niemand wist er iets over, testte ik het op een kind, dat over het podium kwam en blind was geboren, als baby. En het was totaal blind, een ongeveer 16 jaar oude jongen. En wel onmiddellijk stootte hij een schreeuw uit: "Broeder Branham, ik kan zien!" En daar stond Pat Tyler vlak bij de jongen toen zijn ogen open gingen voor de eerste keer van zijn leven. En ik vertrouw er dus op dat u hier met mij met grote verwachting naar iets uitkijkt wat God voor ons moet doen om ons op een ander niveau te brengen dan waarop wij geweest zijn.

     Laten wij nu onze hoofden buigen voor gebed.

9 Onze genadige hemelse Vader, zoals wij ons vanmorgen vergaderd hebben, hier in de kleine kerk aan de kant van de weg: wij zijn inderdaad dankbaar jegens U, voor alles wat dit voor ons betekent en in het bijzonder op deze Paasmorgen. Als er geen Pasen was geweest, zouden wij niet in de toestand zijn geweest waarin wij vandaag zijn. Dat Pasen is wat al Gods beloften verzegelde. Het bevestigde deze voor ons. Alles wat Hij ooit beloofde werd op Pasen een realiteit gemaakt. Een van de grootste feestdagen die wij in het jaar kunnen hebben! En wij zouden vandaag willen vragen, Heer, dat u onze harten wilt troosten terwijl wij zitten, wachtend en onder verwachtingen voor de Heilige Geest, die kwam na Pasen om op onze harten te komen en ons te troosten en ons geloof te herstellen, in grote krachtige mate, opdat wij het leven mogen bewandelen dat Jezus voor ons verordineerd heeft om te bewandelen.

10 Wij zouden willen bidden voor elk en ieder individu en in het bijzonder voor degenen die belemmerd zijn en vandaag niet ergens naar de diensten kunnen gaan. God, wees met hen. En moge dit Pasen een echt Pasen voor hen zijn, een opstaan van het bed en een nieuwe gezondheid die zij nooit eerder in hun leven gekend hebben. Sta het toe, Here.

11 Moge elke prediker, elke dienstknecht die U vandaag over de wereld hebt en die deze grote herdenking viert, mogen zij vuur hebben en sterkte en kracht om aan hun samenkomsten, de wachtende schapen, het Voedsel te brengen dat God in voorraad heeft voor Zijn volk. Sta het toe, Heer. Wij wachten nederig op ons deel, in de Naam van de Here Jezus Christus. Amen.

12 Ik ga nu broeder Neville vragen om de Schriftplaatsen van de opstanding te lezen. [Broeder Neville zegt: "Mattheüs 28" en leest de volgende Schriftplaatsen – Vert]

     En laat na de sabbat, toen het begon te lichten, tegen de eerste dag der week, kwam Maria Magdaléna, en de andere Maria, om het graf te bezien.

     En ziet, er geschiedde een grote aardbeving; want een engel des Heeren, neerdalende uit de hemel, kwam toe, en wentelde de steen af van de deur, en zat daarop.

     En zijn gedaante was gelijk een bliksem, en zijn kleding wit gelijk sneeuw.

     En uit vrees voor hem zijn de wachters zeer verschrikt geworden, en werden als doden.

     Maar de engel, antwoordende, zeide tot de vrouwen: Vreest gij niet; want ik weet, dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was.

     Hij is hier niet; want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Komt herwaarts, ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft.

     En gaat haastig heen, en zegt Zijn discipelen, dat Hij opgestaan is van de doden; en ziet, Hij gaat u voor naar Galiléa, daar zult gij Hem zien. Ziet, ik heb het u gezegd.

     En haastig uitgaande van het graf met vrees en grote blijdschap, liepen zij heen, om het Zijn discipelen te boodschappen.

     En toen zij heengingen, om Zijn discipelen te boodschappen, ziet, Jezus is hun ontmoet, zeggende: Weest gegroet! En zij, tot Hem komende, grepen Zijn voeten en aanbaden Hem.

     Toen zeide Jezus tot hen: Vreest niet; gaat heen, boodschapt Mijn broeders, dat zij heengaan naar Galiléa, en aldaar zullen zij Mij zien.

     En toen zij heengingen, ziet, enigen van de wacht kwamen in de stad, en boodschapten de overpriesters al de dingen, die geschied waren.

     En zij vergaderd zijnde met de ouderlingen, en te zamen raad gehouden hebbende, gaven zij de krijgsknechten veel geld.

     En zeiden, zegt: Zijn discipelen zijn des nachts gekomen, en hebben Hem gestolen, toen wij sliepen.

     En indien zulks komt gehoord te worden door de stadhouder, wij zullen hem tevreden stellen, en maken dat gij zonder zorg zijt.

     En zij, het geld genomen hebbende, deden, gelijk zij geleerd waren. En dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op de huidige dag.

     En de elf discipelen zijn heengegaan naar Galiléa, naar de berg, waar Jezus hen bescheiden had.

     En toen zij Hem zagen, baden zij Hem aan: doch sommigen twijfelden.

     En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op de aarde.

     Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.

     En ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.

13 [Leeg gedeelte op band. – Vert] ... voege Zijn zegeningen toe aan de lezing van Zijn Woord.

14 Nu, wij zouden willen zeggen, opnieuw aankondigen nu, dat de diensten voor de morgen zullen doorgaan om 9.30 uur zodra wij met dit, deze morgendienst nu klaar zijn. En dan noemen wij dit onze zonsopgang-dienst. En wij hebben u enkele geweldige dingen te melden over de samenkomsten die voorbij zijn. En wij willen dat u die ziek en gekweld bent, u allemaal, vanmorgen met geloof komt, om te geloven dat deze opgestane Jezus vandaag leeft en dat Hij precies dezelfde is die Hij altijd is geweest. Hij is nog niets veranderd.

15 Nu, ik wil hier een klein gedeelte van de Schrift lezen, gevonden in het negentiende hoofdstuk van Job, beginnend met het vijftiende vers.

     Mijn huisgenoten en mijn dienstmaagden achten mij voor een vreemde; een buitenlander ben ik in hun ogen.

     Ik riep mijn knecht, en hij antwoordde niet; ik smeekte met mijn mond tot hem.

     Mijn adem is mijn vrouw vreemd; en ik smeek om de kinderen van mijn buik.

     Ook versmaden mij de jonge kinderen; sta ik op, zo spreken zij mij tegen.

     Alle mensen van mijn vertrouwelijke raad hebben een gruwel aan mij; en die ik liefhad, zijn tegen mij gekeerd.

     Mijn gebeente kleeft aan mijn huid en aan mijn vlees; en ik ben ontkomen met de huid mijner tanden.

     Ontfermt u mijner, ontfermt u mijner, o gij, mijn vrienden! want de hand Gods heeft mij aangeraakt.

     Waarom vervolgt gij mij, als God, en wordt niet verzadigd van mijn vlees?

     Och, of nu mijn woorden toch opgeschreven werden. Och, of zij in een boek ook werden ingetekend!

     Dat zij met een ijzeren griffel en lood voor eeuwig in een rots gehouwen werden!

     Want ik weet... mijn Verlosser leeft, en dat Hij ten laatste dage op de aarde zal staan.

     En hoewel nadat mijn huidwormen dit lichaam doorknaagd hebben, zal ik toch in mijn vlees God aanschouwen;

     Die ik zelf aanschouwen zal, ... mijn ogen zien zullen, en geen ander; ofschoon mijn nieren binnen in mij verteerd zijn.

16 Ik zou daarvoor een tekst willen nemen, gevonden in deze Job 19: "Ik Weet!"

17 De patriarch op dat tijdstip was enigszins zoals wij vandaag zijn. Hij was in grote moeilijkheden geweest, in "hoge wateren" zoals wij het noemen en hij was wanhopig. Vele dagen zat hij maar op de ashoop en probeerde hij woorden te vinden om zich te vertroosten, probeerde iets te vinden dat hem moed zou geven en iets dat hem tot een troost zou zijn, toen hij zijn leven uit zich zag verdwijnen.

18 In de eerste plaats was hij een oude man, zo'n negentig jaar oud en hij was geslagen door de hand van God. Nu weten wij dat God hem niet met Zijn hand aangeraakt had, maar dat God Satan toegestaan had hem aan te raken. God heeft slechts agenten om dingen te doen. God wil dat er een kwaad gedaan wordt en Hij laat gewoon Satan los om het te doen. En als Hij wil dat er iets goeds gedaan wordt, heeft Hij Zijn dienstknechten die Hij loslaat om het te doen.

19 En Satan had Job geraakt met een doel, en dat was om hem te beproeven, omdat hij en God een debat gehad hadden. En God vertelde Satan: "Ik heb een dienstknecht op aarde; er is niemand zoals hij. Wat ik hem ook zeg, hij zal het doen. Hij is een perfect mens en een rechtvaardig mens."

20 En Satan zei: "Als U mij slechts wilt toestaan om hem te hebben, zal ik maken dat hij U vervloekt in Uw aangezicht."

21 Al deze dingen die gaande waren en waarvan Job niets wist, brachten de patriarch in een diepe ellende. Toch toen alles van hem weggegaan was, handhaafde hij nog steeds zijn positie in Christus. "Ik weet dat mijn Verlosser leeft", zei hij.

22 Nu, wij komen tot die posities. Wij allemaal. En ik geloof dat wij vandaag hier vergaderd zijn voor ongeveer datzelfde doel. Wij zitten allemaal op de ashopen. Wij hebben onze moeilijkheden en onze ups-en-downs en onze slechte momenten en onze ziekten en onze smarten en onze teleurstellingen. Zo komen wij dus op een morgen, deze Paasmorgen om woorden van troost te vinden zoals Job bij zijn vrienden probeerde te vinden.

23 Geen van hen kon hem enige vertroosting geven. Wegens zijn moeite beschuldigden zij hem een geheime zondaar te zijn. Dan te midden van al die moeite, kwam God hem te hulp.

24 Job stelde zichzelf vragen. Zoals hij wist, was het niet alleen zijn ziekte en zijn zweren en moeite en smart vanwege het verlies van zijn familie en al zijn rijkdom, dat hem bijna het leven werd ontnomen, maar hij was een oude man, zeer bejaard en wist dat hij naar het graf zou gaan. En dat wetend, geloofde hij dat er iemand was die hem op aarde had gebracht, dat hij gewoon niet door zichzelf hier kon komen. En hij wist dat hij van een vader en moeder kwam, maar die vader en moeder moesten toch iemand hebben om hen te brengen. En het zou het terugbrengen tot de oorsprong: "Wie bracht de eerste?"

25 En dan vroeg hij zich dit af: "Het is iets vreemds dat ik hier ben, rondwandel, een hoger leven dan wat het dier is en een hoger leven dan het plantenleven." Maar toch bemerken wij dat hij zei: "Als de boom sterft, zal hij opnieuw leven. En als een bloem sterft, zal het opnieuw leven." Maar hij zei: "De mens legt zich neer, hij geeft de geest en waar is hij? Zijn zonen komen om over hem te treuren en eer te bewijzen en hij bemerkt het niet." En hij vroeg zich af: "Wat was er aan de hand dat God zou toestaan dat dergelijk leven weer leefde, zoals bloemen en planten, maar dat een mens niet opnieuw kon leven?" Dit alles had hem gekweld.

26 En als wij vanmorgen gewoon hieruit deze conclusie willen trekken. En daarvoor zijn wij hier. Wij hebben de Paasgeschiedenis telkens weer gehoord en haar over en weer gelezen; en vandaag, op uw radiouitzendingen zult u verschillende predikers het horen benaderen. Maar wat ik dacht voor mijn kleine groep deze morgen, die de Here mij gegeven heeft, is dat ik het zou willen benaderen van een ander standpunt, als ik kan, om tot een plaats te komen van: Waarom komen wij in deze moeilijkheden? Wat veroorzaakt dat deze dingen komen? Waarom zou het een christen altijd van zijn stuk moeten brengen? Waarom loopt niet alles gewoonlijk perfect voor een christen? Maar het doet het niet en wij weten het.

27 En soms hebben wij meer moeilijkheden wanneer wij christen worden dan toen wij zondaars waren. Natuurlijk, er staat geschreven: "Talrijk zijn de rampen van de rechtvaardige, maar God bevrijdt hem uit alle." God beloofde vele smarten, vreemde gevoelens en vreemde dingen, die boven ons begrip uit zouden gaan, maar het wordt altijd gedaan voor ons bestwil. Wij kunnen het gewoon niet begrijpen, omdat als wij het begrepen, het geen geloof voor ons zou zijn. Wij zouden wandelen met verstand. Maar wij doen het en wij hebben het en geloven door geloof, Zijn Woord, dat het iets goed voor ons zal uitwerken. Als wij dat vandaag konden begrijpen. Als wij konden begrijpen dat al onze moeilijkheden... En er is niemand van ons die daar immuun voor is. En konden wij maar beseffen dat deze dingen voor ons bestwil zijn!

28 Het staat geschreven in een van de Schriften in de Bijbel dat "beproevingen die op ons gebracht worden, kostbaarder voor ons zijn dan goud, want het is God die ons deze beproevingen geeft." Nadat wij Zijn eigendom geworden zijn, onze belijdenis en onze doop en onze belofte in het leven voor Hem te wandelen, dan is elke beproeving, die over ons komt, om ons te vervolmaken voor Zijn glorie. Het moet ons brengen tot een plaats waar God Zichzelf werkelijker voor ons kan maken dan Hij was voor de beproeving kwam.

29 En ik wil vanmorgen met Job instemmen met te zeggen dat ik lang genoeg geleefd heb om te weten dat dit de Waarheid is. Ik heb het in mijn eigen leven gezien, dat, telkens als er een belangrijke situatie optreedt waar ik niet omheen of er onderuit of er boven uit kan komen, God een weg baant en het glorieus uitvalt. Ik vraag mij gewoon af hoe Zijn genade het altijd doet, maar Hij doet het!

30 En bedenk dat in al deze dingen Satan ons zenuwachtig probeert te maken en opgewonden om ons er toe te krijgen om te denken: "Waarom gebeurde dit? Waarom kon ik niet op deze manier geweest zijn?"

31 Enkele dagen geleden kwam ik uit de mooiste en schitterendste plaats die ik ooit in heel mijn leven gezien heb; het was het grote gebouw van onze broeder Oral Roberts. Toen ik dat massieve marmer zag en nergens een venster erin, maar hoe het geïnstalleerd was! En ik ben ik Hollywood geweest en ik ben in paleizen van koningen geweest en ik ben overal binnen geweest waar maar mogelijk is bijna, over de wereld en al de stijlvolle lieflijke plaatsen en huizen, maar ik heb nog nooit iets of enige plaats gezien, die ermee te vergelijken is, nergens. Hoe de kleine aluminiumdraden de binnenkant samenvlechten en o, ik heb nog nooit zoiets schitterends in heel mijn leven gezien. Toen ik daar door wandelde wreven mijn handen die paalpilasters en het grote graniet; allemaal in de vorm van een drieëenheid van Vader, Zoon en Heilige Geest, de gravering ervan. Al die dingen! Ik was net van broeder Tommy Osborn gekomen en heb zijn grote, machtige werk daar voor de Here gezien.

32 Ik stond buiten en keek om naar dat gebouw en ik dacht: "God, ik ben zeker een huichelaar geworden, ik ben zeker ergens een uitgestotene geworden, want deze bedieningen van die mensen komen van de mijne." En ik dacht: "Wat? Misschien ben ik zo onbetrouwbaar, Heer, dat U mij zoiets niet kunt toevertrouwen. Zelfs die paar dollars die U mij toestond te betalen voor de campagnes en dergelijke en nu probeert men mij ervoor naar de federale gevangenis te zenden. En waarom ben ik zo'n huichelaar of waarom ben ik zo'n onbetrouwbaar persoon?"

     Ik was op de ashoop, zoals Job vanouds.

33 Toen ik daar buiten stond, kon ik nauwelijks adem halen bij zulk een majesteit; dat een arme jongen, geboren in een woonhol, een Pinksterman, dit kon doen en dit in dat grote mammoetgebouw kon brengen. En ik dacht: "O God, misschien ben ik niet waardig."

34 Toen kwam een kleine stem door deze galerijen naar beneden Die zei: "Maar Ik ben uw deel."

35 Dan dacht ik: "O Here God, o laat het dan gewoon op die manier blijven, Here. Ik... omdat ik de intelligentie niet zou hebben om een dergelijk groot werk voor U voort te zetten. En ik ben een ongeletterd persoon. Maar zolang als U mijn deel bent, ben ik de Uwe en zult U mij leiden. Ik zou mijzelf niet kunnen leiden. Maar, o Heer, leid mij!"

36 Het zijn die kritieke uren die ons doordrukken naar die geheiligde woestijnen. Het was in de Bijbel. En vergeet niet, ongeacht hoe groot de moeite is, dat Satan uw leven niet kan nemen tenzij God met u is klaargekomen. Niets kan u gebeuren tenzij God het toelaat. Geen kwaad kan komen tenzij God het toelaat. En het is voor uw bestwil wat Hij bewerkt. Laat ons dat bedenken.

37 Toen daar de vloeden kwamen om de wereld te vernietigen, kon het Noach niet vernietigen. Noach kon niet vernietigd worden omdat God een werk voor hem te doen had.

38 Eens waren in een grote natie onder grote slavernij, enkele Hebreeuwse kinderen die wij kennen als Sadrach, Mesach en Abednego. En het kwam tot een punt waar zij een beslissing moesten nemen, dat er iets moest worden gedaan. Hun geloof werd aan een test onderworpen.

39 En wanneer uw geloof aan een test wordt onderworpen, faal dan niet. Blijf precies bij wat u gelooft.

40 En toen zij ermee geconfronteerd werden, werd het geloof aan een test onderworpen. En zij gingen door een beslissend uur. Niet alleen gingen zij naar een ashoop, maar zij gingen in een vurige oven. Maar Satan kon hen niet vernietigen want Gods doel was nog niet vervuld. Zij konden daarin gaan met deze hoop: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft!" Zij konden daarin gaan met deze hoop hier: "Wij zijn verzekerd dat God in staat is ons te bevrijden van deze vurige oven, maar, desondanks zullen wij niet voor het beeld buigen."

41 Satan kon hen niet nemen. Hij kon Noach niet in de vloed verdrinken, tot het doel van God was voltooid. Hij kon de Hebreeuwse kinderen niet verbranden tot het doel van God volbracht was. Hij kon Job niet doden met zweren en moeilijkheden tot het doel van God volbracht was. Noch konden de leeuwen Daniël opeten voordat Gods doel volbracht was. Zelfs kon de dood en ouderdom Abraham niet nemen tot het doel van God volbracht was.

42 En evenmin kan het u nemen of kan het mij nemen tot het doel van God, met ons leven, is volbracht. Dus wij putten daar vertroosting uit.

43 En waarom laat God moeilijkheden komen? God zet moeite in het gareel, legt bitten in de mond ervan en maakt dat het Hem gehoorzaamt, en die moeilijkheden brengen ons in een nauwere gemeenschap met God.

44 Er was geen regenboog geweest tot de vloed kwam. Maar nadat Noach in die toestand gedrukt was waarin hij zich bevond, om veertig dagen en nachten in een storm te drijven, en de kleine ark in het water op en neer stampte, zag hij, nadat de vloed voorbij was, de regenboog voor de eerste keer, het verbond der hoop, het verbond der belofte. Nadat hij door de verdrukking was gegaan, zag hij de belofte.

45 Dat is de manier waarop u de belofte ziet nadat u door de verdrukking bent gegaan. Ik houd van dat gedicht of die psalm:

Moet ik thuisgedragen worden naar de hemel,
Op een bloemenbed van gemak,
Terwijl anderen vochten om de prijs te winnen,
En bloedige zeeën bevaarden?

46 Wij vragen naar gemak en vrede. God geeft ons het beste wat Hij ons kon geven: beproevingen en verdrukkingen. Dat is beter dan gemak en vrede. Onze gemakken zijn alleen maar aan de andere zijde van de rivier.

47 Het gebeurde pas toen de Hebreeuwse kinderen in de vurige oven werden gedwongen, bij een van hun meest opmerkelijke beproevingen, dat zij Een als de Zoon van God onder hen zagen staan. Hun moeilijkheden brachten teweeg: de Zoon van God staande in hun midden, in de koelte om de hittegolf weg te wuiven. Maar pas toen zij het vuur ingingen, verscheen die Trooster.

48 Het was Daniël die zich in zijn hart had voorgenomen dat hij zich niet zou verontreinigen met de dingen van de wereld en door een beproeving gedwongen werd of hij tot God zou bidden of naar de leeuwekuil zou gaan. Maar nadat de hitte werd opgevoerd en hij in de leeuwekuil geworpen werd, gebeurde het dat hij daarna de Engel des Heren in het midden zag staan, die grote Vuurkolom die tussen hem en de leeuwen stond, tegenhoudend. En de leeuwen konden hem niet grijpen omdat hij door de beproevingen en verzoekingen en moeiten heen gegaan was. Hij wist dat zijn God in staat was hem daarvan te bevrijden.

49 Het was Abraham nadat hij had gezien dat de grond onvruchtbaar raakte en de droogte kwam en Lot zichzelf afscheidde en heenging om heerlijk in de wereld te leven... Het gebeurde nadat hij het gejammer en geschreeuw had gehoord van zijn herdersvolk, zonder gras voor zijn vee. Maar hij handhaafde zich in het land dat God hem gaf en waarin God hem zei tijdelijk te verblijven. En evenals op die dag, nadat hij was beproefd tot zijn geduld ten einde was, gebeurde het op die dag, nadat de beproeving voorbij was dat hij van aangezicht tot aangezicht met Elohim onder de eikeboom die dag sprak. Het gebeurde nadat hij zijn beproevingen had ondergaan, nadat hij door de moeiten gegaan was die hij had doorstaan, dat God hem verscheen in de vorm van een Mens en daar neerzat en hem zei dat hij gehuwd was en dat de naam van zijn vrouw Sara was en zei dat zij om Hem lachte in de tent daarachter. Het was daar dat Abraham Hem 'Elohim' noemde. Het was na de beproeving en verdrukking.

50 O, als de gemeente vandaag slechts tot bewustzijn kon komen om te ontdekken dat na de moeilijkheden en de beproevingen en grappen en het maken van gekheid erover, de dingen waar de gemeente doorheen is gegaan, de Pinkstergemeente; dat wij dan God in ons midden zien, die grote dingen en wonderen doet.

Na de listen en lagen en moeilijkheden van de dag,
Nadat het allemaal voorbij is,
Dan zullen wij tenslotte Jezus zien.
Hij zal op mij wachten,

Jezus, zo goedertieren en getrouw,
Op Zijn prachtige troon zal Hij ons Thuis verwelkomen,
Nadat de dag voorbij is.
Laten wij arbeiden terwijl het dag is.

51 Al deze grote mannen, dat zou veel van onze morgendienst wegnemen om er op in te gaan om dat te vermelden. Zij gingen door beproevingen en zagen God. Zij gingen door beproevingen en zagen engelen. Zij gingen door beproevingen en openbaringen en zagen tekenen en wonderen en dergelijke.

52 Maar o, niemand van hen zag wat Job zag. Al die mannen, na het zien van engelen en het zien van God en al die dingen, zagen zij nooit iets om hun hoop te geven na het graf. Maar Job zag de opstanding! Hij zag Pasen. Hij zag de zaak die elk hart vertroost. Toen hij dat zag was het: "O, dat mijn woorden in een boek zouden gedrukt worden! O, dat zij ingegraveerd zouden worden met een ijzeren pen in de rots!"

53 Ziet u het? Alles had zich tegen hem gekeerd. Zelfs zijn knechten wilden niet tegen hem spreken. Zijn vrouw was een vreemde. Daar zat hij op de ashoop, die grote beproeving. En de gemeente kwam en keerde haar rug naar hem gedurende zeven dagen. En niemand om hem te troosten!

54 Dan moet hij het visioen van Pasen gezien hebben, toen hij uitriep: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft en dat Hij in de laatste dagen op aarde zal staan. Ik weet het! O, dat mijn woorden met een ijzeren pen zouden worden opgeschreven, in een steen, zodat mijn woorden niet meer zouden kunnen vervagen, want ik weet dat mijn Verlosser leeft! Ik weet het! Ik weet het!

55 Wat weet u, Job? "Ik weet dat mijn Verlosser leeft." Merkte u op dat er niet slechts Iemand was die leeft, maar dat Hij een Verlosser voor Job was?

56 Oh, gezegend zij de Naam des Heren. Ik ben zo blij dat ik een deel van Pasen ben, dat ik een deel ben van die opstanding! En wij zijn er deel van deze morgen omdat dat Opstandingsleven (dat is de deelhebber) dat Pasen bracht, in ons woont. "Ik weet dat mijn Verlosser..." Wat weet u? Ik raad er niet naar; wij hebben er vandaag te veel die het denken. "Ik weet dat mijn Verlosser leeft!" Jazeker.

57 Nu, wat was Hij? Als Hij leefde was Hij een Verlosser voor Job. "Mijn...", persoonlijk, mijn, "mijn Verlosser leeft!"

58 En wat weet u nog verder, Job? Wat zag u in dat visioen? "En in de laatste dagen zal Hij op aarde staan. En ofschoon de huidwormen mijn lichaam vernietigen, toch zal ik in mijn vlees God zien, Die ik zal zien voor mijzelf. Ik weet dat mijn Verlosser leeft en dat Hij op de laatste dag op aarde zal staan. Ofschoon mijn nieren in mij verteerd worden, ofschoon de huidwormen mijn lichaam vernietigen, toch zal ik in mijn vlees God zien." Daar doorheen was het grootste visioen.

59 Daniël zag een engel. De Hebreeën-kinderen zagen de Zoon van God. Noach zag de regenboog. Abraham zag God, van aangezicht tot aangezicht. Maar Job zag de opstanding; Job keek voorwaarts. Al de patriarchen en grote heiligen van de Bijbel keken uit naar die dag, met een verzekering, door hun visioenen, door hun openbaringen, dat er een opstandingstijd zou komen.

60 Nu, wij zien dat grote werken voortgaan. Wij zien grote krachten van God. Wij zien grote dingen die Hij kon doen. U zou niet naar de zon kunnen kijken zonder te weten dat het de Kracht van God is die die wereld rond de zon brengt. U kunt het genezen zien van blinde ogen, dove oren en weten dat het God is. Maar wat als dat alles was wat er is en wij er nadat wij gestorven zijn niet meer waren? Maar de opstanding, het Pasen, o, dat is wat alles bezegelde wat God ooit beloofde: dat was de opstanding.

61 En zij moeten een kruisiging hebben voor men een opstanding kan hebben. En vooraleer de gemeente ooit in staat zal zijn een Opstandingskracht te zien, vooraleer ik ooit een nieuwe bediening kan zien plaatsvinden voor mijzelf, vooraleer u ooit kunt binnengaan in een nieuwe gemeenschap met God, moet er eerst een zelf-kruisiging zijn zodat er een opstanding kan komen. Wij moeten sterven aan onze eigen gedachten, sterven aan onze eigen wegen, sterven aan alles wat rondom ons is, door beproevingen en moeilijkheden gaan, opdat wij een nieuwe opstanding mogen zien, een nieuw leven. Voor een zondaar ooit een christen kan worden moet er een dood komen, dan een opstanding.

62 Vóór Abraham Elohim kon zien moesten er vijfentwintig jaren van testen zijn. Vóór de Hebreeën-kinderen de Zoon van God konden zien, moesten zij een vurige oven ingaan. Vóór Daniël een engel kon zien, moest hij de leeuwekuil ingaan. Vóór Job ooit de opstanding kon zien, moest hij ingaan en alles verliezen wat hij had; maar toen, door een visioen, zag hij!

63 En als Job door een visioen zo vastbesloten kon standhouden op een belofte, hoeveel te meer behoorden wij het te doen, nadat Christus uit de doden is opgewekt en de Eersteling geworden is van degenen die sliepen en de Heilige Geest terugzond als een zegel der belofte, op ons, dat ook wij zullen leven. "Omdat Ik leef, zult gij ook leven!" Wij zien Zijn grote tegenwoordigheid onder ons werken en dezelfde tekenen en wonderen doen die Hij op aarde deed en dat geeft ons hoop. En wij komen tot de opstanding en blijven dan op onze ashopen? Laten wij vandaag van de ashoop gaan, met een nieuwe visie, met een nieuwe Kracht, met een nieuwe beslistheid dat wij God zien in Zijn Kracht. Wij zien de opstanding van de dingen komen.

64 Wij zijn in de tijd des doods. We zitten in de deuren van de dood. De naties bevinden zich in de deuren van de dood.

65 Rusland heeft nu een nieuw wapen ontdekt zoals u allen over de radio hoorde en zo. Zij hoeven hier niet heen te komen en het met een bom op te blazen. Zij kunnen hier gewoon iets kleins brengen en het onder hun spionnen verspreiden en een beetje spul spuiten in welke natie ook en iedereen zal gedurende vierentwintig uur verlamd zijn. Zij komen erna en wanneer u ontwaakt staat er een Rus die u in uw zijde schopt, een grote Russische wacht die uw huis overneemt, uw vrouw verkracht, uw kinderen buiten op straat werpt en uw huis inneemt. Zij kunnen het doen. Zij zullen niet één ding verliezen. Zij hebben het. Niemand weet wat het is. Ziet u, alles werkt er op in. Nu kunnen zij dat gebruiken en hoeven er zelf niet bang voor te zijn omdat niemand anders het heeft.

66 Wij weten niet hoe het zal komen, wat er zal gebeuren, maar wij weten één ding, dat wij op de ashoop zijn. De natie is op de ashoop. De wereld is op de ashoop.

67 En omdat de wereld op de ashoop is, ben ik zo blij dat de Geest van God kan komen en wij kunnen zeggen: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft en dat Hij op de laatste dag op deze aarde zal staan!" Op een dag zal Hij komen! Geen wonder dat de dichter schreef:

Levend had Hij mij lief. Stervend redde Hij mij.
Begraven droeg Hij mijn zonden ver weg.
Opgewekt rechtvaardigde Hij voor altijd om niet.
Op een dag komt Hij, o heerlijke dag!

68 Daarvoor was een Gethsemané, van druppels Bloed die door Zijn huid braken, nodig. En het kostte een verschrikkelijke doodsangst van Calvarie, voordat het bewijs er kon komen van een eeuwige God die de doden kon opwekken. Er was een Gethsemané en een Calvarie nodig om een Pasen te maken. Vast en zeker.

69 En hoe voelden zich die apostelen op die morgen toen zij zo ontmoedigd waren, tot Petrus zei: "Ik ben zo ontmoedigd. Ik geloof dat ik gewoon weer terugga om te vissen. Ik zal daar terugkeren. Ik, ik heb Hem gezien."

70 Zij hadden geweldige verwachtingen en geloofden alles, tot het kwam tot die geweldig duistere plaats. Wat deed God? Hij bracht die apostelen naar een ashoop. Hij bracht hen naar een plaats waar zij hun geloof bevestigd zouden krijgen.

71 En Petrus zei: "Ik heb Hem grote wonderen zien doen daar in Galilea. Maar o, Hij ligt ginds, dood en koud in het graf! Ik geloof dat ik vanmorgen gewoon naar de zee zal gaan en een net uitwerp en gewoon ga vissen. Wellicht kan ik ginds over de zee uitkijken, en zal ik er achter komen. Ik herinner mij dat ik Hem zag toen Hij op ons wachtte aan de oever. Ik denk dat ik er gewoon heenga."

72 En de apostelen zeiden: "Weet je wat? Ik denk dat ik gewoon met je mee zal gaan." O, zij waren neerslachtig. Zij hadden gehuild tot hun ogen gezwollen waren.

73 Hoe weten wij ervan mee te praten! Hoe goed kennen wij dit! Wij zijn allemaal bekend met die dingen.

74 Ik herinner mij toen ik een dierbare ginds in het graf legde, daarboven op de top van de heuvel, 'de Eastern of de Walnut Ridge Begraafplaats' genoemd. Hoe ik een kleine baby daarin legde! Ik had gehuild op moeders arm. Ik huilde tot ik niet meer huilen kon. Ik had alles gedaan wat ik wist. Ik was in zo'n toestand dat ik een geweer nam om te proberen zelfmoord te plegen. En het was op dat uur, in die kleine kamer daarboven, op mijn knieën, dat de hemelen zich openvouwden en ik haar daar zag staan in de pracht van de onsterfelijkheid. Het was in dat uur dat ik haar armen rond mijn schouders voelde komen en dat zij zei: "Billy, je begrijpt het niet. Wij zijn zo veel beter af dan jij."

75 Ziet u, er is een kruisiging voor nodig. Het kost een pletten van de bloem om er parfum uit te krijgen. Het kost een in elkaar drukken van een leven om het beste eruit te krijgen dat er is. Dit is de reden dat Jezus geplet moest worden om voort te brengen wat Hij was. Hij kon niet vóór de kruisiging staan en zeggen: "Alle macht in hemel en aarde is in Mijn hand gegeven." Maar na de kruisiging kon Hij staan en zeggen: "Alle macht in hemel en aarde zijn in Mijn hand gegeven!" Maar wat heeft het gedaan? Er was eerst een kruisiging nodig.

76 Het kostte de pletting en de teleurstelling van de apostelen. Zij hadden hun Redder gezien, Degene die zij liefhadden, en zagen Hem zelfs de doden opwekken uit het graf. Zij hadden Hem dat zien doen. En dan denken: "Daar ligt Hij, koud, in het graf, Hijzelf, deze morgen." Het kostte...

77 Deze mensen die Hem de ogen van de blinden hadden zien openen, die Hem daar hadden zien staan terwijl Hij de gedachten bespeurde die in de harten van de mensen waren – "Hoe wist Hij het" – zouden zij gezegd hebben, dat zij Hem achtervolgden? Hoe wist Hij het? Waarom kende Hij Judas niet, wist niet dat Judas Hem verraden zou? Waarom wist Hij niet dat de soldaten daar de bergen opkwamen met stokken en zwaarden en alles om Hem te pakken, als Hij hun gedachten kon bespeuren?

78 Ziet u, de duivel was bij hun aan het werk, om hen op een ashoop te zetten, opdat hun een getuigenis gegeven zou worden van "Ik weet". Niet "Ik denk" of "Wellicht is het zo". "Ik weet! Ik weet!"

79 En vergeet niet dat die beproevingen op dezelfde wijze op u gebracht worden, zodat u niet zult zeggen: "Wel, misschien is Dit juist, misschien zijn de Schriften waar, misschien is Goddelijke genezing juist, misschien is de Heilige Geest juist." Maar wanneer u die ervaring krijgt en van die ashoop afkomt en u de openbaring van God krijgt door de doop van de Heilige Geest, dan kunt u schreeuwen: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft omdat Hij in mij woont!"

80 Petrus zei: "Ik wil gaan vissen." De apostelen zeiden: "Ik geloof dat ik maar met je meega." En zij waren op hun ashoop daar in het midden van de zee, en de moeite ging voort op de wijze waarop die was. En ik kan een van hen horen zeggen: "O, hoe kon het gebeuren Petrus? Hoe kon er zoiets gebeuren dat een dergelijk Man kon sterven? Hoe kon Hij in het graf gelegd worden op de wijze waarop Hij was? Hoe kon Hij verdragen om hen toe te laten in Zijn gezicht te spuwen en baard uit te plukken en die kroon op Zijn hoofd te zetten? Hoe kon Hij dat doen en nog steeds God zijn? Ik kan het gewoon niet begrijpen." O, wat een teleurstelling!

81 En plotseling keken zij uit over de oever, precies dezelfde soort openbaring die Job kreeg. Daar zagen zij wat Job vierduizend jaar tevoren zag. Daar stond de Verlosser, levend en fris, staande op de oever. Met een vuur klaargemaakt en vis er zo op gebakken, nodigde Hij hen uit.

Jezus heeft een tafel bereid waar de heiligen van God worden gevoed.
Hij nodigt Zijn verkoren volk uit: "Komt en eet."
Met Zijn Manna voedt Hij ons en voorziet in al onze nooddruft.
O, het is heerlijk om telkens met Jezus te dineren.
Hoe kunnen wij dat begrijpen dat het zulke grote dingen gekost heeft!

82 Hoe was dat met Paulus de apostel, die grote apostel die door zijn tijd van moeite was gegaan toen hij getuige was geweest van de dood van Stefanus. Hij had gezien dat zijn kleine gezicht naar de hemel keek en dat de stenen hem in het gezicht sloegen en dat hij opkeek en zei: "Ik zie de hemelen geopend. Ik zie Jezus staan ter rechterhand Gods. Here, reken hun deze zonde niet toe." En Paulus paste op de mantels. Dat had hem weken en weken lang op de ashoop gezet, heen en weer ijsberend, tot zijn geest was verontreinigd, totdat hij onderweg naar Damascus was om te proberen er zich een weg uit te vechten zoals een man naar een whisky-fles grijpt om te proberen zijn verdriet te verdrinken.

83 Hij was daar midden in toen er een stem uit de hemel kwam, een groot schijnend licht dat zei: "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?" Hij zag Hem. Hij herkende Hem dat Hij de opgestane Jezus was. Degene waarvan hij getuigd had te zijn gestorven, was weer opgewekt.

84 O, ik kan mij mijn eigen leven herinneren, op weg naar de vernietiging, toen ik een zachte stem hoorde: "Ik ben Jezus. Ik was eens dood, ik ben voor altijd levend. Omdat Ik leef, kunt gij ook leven." Sinds die tijd, met mijn hand in de Zijne te leggen, heb ik Hem vertrouwd door de donkere plaatsen heen. Wanneer de tijden komen waar ik niet kan zien welke weg ik ga, vertrouw Ik Hem nog steeds.

85 Elke christen-gelovige moet in die beproevingen geduwd worden. Elke christen-gelovige moet op de ashoop gezet worden zodat hij met een ervaring kan tevoorschijn komen: "Ik weet dat mijn Verlosser leeft!"

86 Wij komen vanmorgen niet hier om alleen maar te zitten en te spreken over een of andere historische geschiedenis, wat allemaal waar is, maar wij komen vanmorgen hier met een getuigenis: "Ik weet dat Jezus Christus de Zoon van God is. Ik weet het zonder enige schaduw van twijfel! Ik weet dat Hij opstond uit de dood en dat Hij vandaag in mij leeft. Hij is mijn en ik ben de Zijne. Ik ben een mede-erfgenaam met Hem, in het Koninkrijk van God."

87 Pasen! Pasen brengt een geweldig ding, een opstanding, een nieuwe hoop. Hebt u het deze morgen? Is het in uw hart? Weet u dat uw Verlosser leeft en dat Hij alle dingen doet meewerken?

88 U zegt: "Broeder Branham, ik zit hier, wachtend op de gebedsrij."

89 God werkt dit net precies uit ten goede. Waarom was die dierbare kleine jongen, onlangs, blind geslagen toen hij geboren werd? Opdat God glorie kon verkrijgen en een stad ondersteboven keren. Zeker, God weet wat Hij doet. God weet het. En Hij zet ons op de ashoop ten einde ons Zijn heerlijkheid te tonen.

90 Vanmorgen zeg ik dus dit, vriend. Na eenendertig jaren van bediening, na eenendertig jaren van zwoegen op het veld, wil ik hierbij mijn getuigenis geven. Ik heb teleurstellingen gezien. Ik heb de tijd meegemaakt dat ik om dingen vroeg en huilde om dingen en bedelde om dingen en faalde ze te verkrijgen. Maar als ik gewoon geduldig op God wil wachten, dan weet ik dat het net precies goed uitwerkt, precies goed uitkomt, precies het juiste ding bewerkt.

91 Toen ik mijn baby verloor, mijn kleine Sharon... Dat was iets dat mij verbijsterde. Ik zei: "Hoe kan dat ten goede zijn? Hoe kan het ten goede zijn?" En maanden later, toen ik haar daar zag staan in al de schoonheid van een jong meisje, sprak zij tot mij, terwijl zij aan de kant van die oude wagen stond die daar afgebroken was. Ik wist dat als zij geleefd had, zij misschien verkeerd terecht gekomen zou zijn. God moest haar nemen terwijl zij teder en zacht was. Ik weet dat ik haar zal weerzien. Ik weet dat ik haar zal zien, ik weet het zonder enige schaduw van twijfel.

92 Ik denk aan mijn vrouw van tweeëntwintig jaar oud, genomen, nog maar een meisje, een kleine moeder daar. Toen de kranten hier een 'kop' gaven: "Een jonge moeder, eerbiedig..., stierf net." O, hoe bloedde mijn hart! Ik wist niet wat te doen.

93 Maar vandaag weet ik dat het allemaal voor mijn bestwil uitwerkte. Ik weet dat het leven moest gegrondvest worden en beproefd en uitgeperst om er uit te krijgen wat er in was. Daar was teveel Branham in dat er uitgeperst moest worden voordat God Zichzelf bekend kon maken.

94 Er was teveel van uzelf in u zodat God het eruit moest persen, door beproevingen heen. En toen die persing opkwam, was het moeilijk. Maar na een poosje worden de hemelen weer helder en dan ziet u het doel van God. Dan schreeuwt u: "Ik weet dat Mijn Verlosser leeft en dat Hij in de laatste dagen op aarde zal staan! Ofschoon de huidwormen dit lichaam vernietigen, toch zal ik God zien in mijn vlees!" Deze kleine beproevingen en dingen zijn slechts voor een ogenblik en zij vervagen en gaan voorbij. Maar zij worden slechts gedaan voor uw bestwil, laten wij dat niet vergeten opdat God er glorie van zou krijgen.

95 Zullen wij voor een ogenblik onze hoofden buigen. Voor het gebed wil ik vragen of er hier iemand is die graag herinnerd zou willen worden in een woord van gebed voor wij sluiten? God zegene u. Hoevelen hier zouden willen zeggen: "Ik wil dat God mij nu in het uur van mijn beproeving een nieuwe ervaring geeft, opdat ik weer opnieuw tevoorschijn kan komen"? Steek uw hand op en zeg: "Ik wil dat dit een opstanding voor mij zal zijn, een Pasen om mij op te wekken tot nieuwe hoop en nieuwe krachten, nieuwe gezondheid en nieuwe vreugde." De Here zegene u, mijn dierbare mensen.

96 O, onze God en onze Redder, wij zijn u zo dankbaar voor dit Pasen, voor wat het betekent voor onze harten. En door geloof, daarginds, aan de overkant van het land, kunnen wij de komst van de Here Jezus zien zoals Hij Zichzelf nu gereed maakt en Zijn koninklijke kleed aantrekt. En de gemeente trekt aan..., de Bruidegom doet haar het huwelijkskleed aan. Een grote samenkomst staat op het punt tamelijk spoedig plaats te vinden.

97 Deze ashoop kan niet voor eeuwig standhouden. Wanneer wij mensen horen lachen en gekheid over ons maken en ons noemen met die schandalige naam van 'heilige rollers' en de draak met ons steken en zeggen dat wij zelfs geestelijk niet in orde zijn, o, het kan niet altijd duren, Heer. Maar laat ons zijn als Job en onze getuigenis vasthouden. Laat ons zijn als Daniël bij de leeuwekuil of de Hebreeuwse kinderen bij de vurige oven of Abraham op zijn reis.

98 Help ons, o Heer, om trouw te blijven tot wij dat geweldige ding zien gebeuren. "Wanneer de bazuin zal klinken en de doden in Christus zullen opstaan, zullen wij, die in leven zijn en overgebleven, veranderd worden in een ogenblik, in een oogwenk." En dan zal dat Pasen voor ons komen waarover deze morgen zo'n negentienhonderd jaar geleden Christus Zich verheugde en zei: "Omdat Ik leef, leeft gij ook."

99 "Deze zelfde Jezus die uit het midden van ons werd opgenomen, zal terugkomen, precies op de wijze dat Hij heenging." Wij zullen Hem zien, zelfs ieder litteken in Zijn hand en elke doornafdruk op Zijn hoofd. Wij zullen Hem zien.

O, ik zal Hem kennen, ik zal Hem kennen.
En verlost zal ik aan Zijn zijde staan.

100 Ja, Here, mijn arme hart begint, zoals dit zwakke lichaam van mij, te buigen onder de last, de zorgen en de zware inspanningen van de oogstvelden, de zendingsvelden en de wisselvalligheden en de onverschilligheid tussen arrogante predikers enzovoort, door de plaats heen, en de mensen die smalend uitlachen en boze machten. Maar, o Heer, op een dag komen wij als Elia naar de rivier toe, kijken daar overheen, zien een wagen van vuur, volkomen toegerust, die ons zal wegrukken. Laat ons weten dat deze ashopen slechts sluiers zijn om ons te verbergen voor dat geweldige dat nabij in het verschiet ligt, die grote heerlijkheid.

101 Mogen wij trouw blijven zoals Job tot wij Hem kunnen zien van aangezicht tot aangezicht. Mogen wij even getrouw zijn als onze Here was, als ons voorbeeld om naar Calvarie te gaan, ook bereid om gekruisigd te worden en gekruisigd te worden met Hem, opdat er een opstanding in ons leven mag zijn. Sta het toe, Here.

102 Als er enige spotters hier zijn zoals vanouds Paulus was, die er gekheid over maakte, mogen zij het Pasen vinden op hun weg naar huis vanmorgen. Sta het toe, Here.

103 Wij bidden, Heer, dat degenen die op de ashoop zijn van vernietiging, de ashoop van ziekte, dat dit het uur zal zijn dat zij zullen bevrijd worden.

104 Gisteravond sprak ik tot die kleine vrouw buiten bij de caravan, en haar man; wat waren zij ginds in Phoenix in een ernstige toestand en die grote kankers die daar boven op hen lagen, en nu vandaag zijn zij perfect gezond en normaal. En de kleine baby waarvan het hart moest worden weggenomen, zit hier in het gebouw deze morgen, normaal, gezond. Een kleine blinde jongen die eens in duisternis wandelde en nooit daglicht had gezien, wandelt vandaag en ziet het licht van de dag. En, o God, hoe danken wij U hiervoor! En het kijkt allemaal voorbij de sluier, naar die grote dag van de opstanding. Sta het toe, Vader. En laat hun weten dat deze dingen op die wijze moesten zijn, opdat de kleine blinde jongen zou kunnen zien, opdat het kleine kind dat een hartkwaal had eens een getuigenis aan anderen kon geven. Al deze dingen werken samen ten goede voor hen die U liefhebben.

105 Allemaal mogelijk gemaakt voor ons omdat er Eén gehoorzaam was in beproeving, Eén die de test doorstond en dat was Jezus. Degene die zo gehoorzaam was aan de Vader tot de Vader Hem opwekte op Paasmorgen, omdat het niet mogelijk was dat Hij door de dood zou vastgehouden worden. "Want Ik zal niet toestaan dat Mijn Heilige bederf ziet, noch zal Ik Zijn ziel in de hel achterlaten." Want Hij was getrouw bevonden, altijd dat doende wat de Vader behaagde.

106 God, mogen wij immer getrouw zijn op de plaats van plicht. Ongeacht wat onze beproevingen zijn en onze moeilijkheden en wat er meer is, mogen wij in staat zijn om altijd te zeggen: "Ik weet dat alle dingen meewerken ten goede voor degenen die God liefhebben." Sta het toe, Vader.

107 Wij zegenen deze mensen vanmorgen met Uw zegeningen. Zij zijn vroeg van hun woonplaatsen gekomen, zij zijn naar de Tabernakel gekomen. Zij zijn gekomen om vertroosting te krijgen. Mogen zij deze morgen naar huis gaan, met de Kracht van de Heilige Geest brandende in hun hart, wandelend langs de weg zoals degenen die van Emmaüs kwamen en zeiden: "Brandden onze harten niet in ons, toen Hij tot ons sprak langs de weg?" Sta het toe, Vader. Ik draag hen nu aan U op in de Naam van de Here Jezus Christus. Amen.

     Goed, broeder Neville. En herinner u nu de diensten.

108 Wij zullen geen gebedskaarten hebben vanmorgen, omdat als wij gebedskaarten hebben, ik nog steeds op die gave zal vertrouwen zolang ik die mensen hier zo krijg staan. Ik moet op een plaats komen waar ik dat terzijde leg, waar ik hier naar buiten kan wandelen en kan... Ik ben bang. Ik lijk bevreesd te zijn en ik ben bang dat ik een fout zal maken. Een slag verliezen is niet een oorlog verliezen. Patton verloor verscheidene slagen, maar hij verloor nooit een oorlog. Dat is juist. En wij zullen ook heel wat slagen verliezen, maar de oorlog zullen wij niet verliezen. Ik zal vele fouten maken, maar ik zal de Zaak niet verliezen. God gaf het en God zal er zorg voor dragen. Het is zalving. En nu is het tijd, geloof ik, dat het uur er is en ik begin, daar het Pasen is deze dag, ben ik van plan om verder te gaan zoals ik daar deed om voor de zieken te bidden. En als ik kan... Het is zalving. Het is iets dat binnenin mij moet gebeuren. Ik ben er niet zo aan gewend. Het komt op zo'n wijze dat ik misschien niet in staat ben om het precies goed te bespeuren, maar ik moet er mee door blijven gaan tot ik het echt elke keer weet. Dit zal dus de dag zijn dat ik het zal proberen door de genade van God.

109 De Here zegene u nu. Broeder Neville. En de diensten zullen om 9.30 uur beginnen. Broeder Neville.