Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
audioE-BookPrint
AudioAudio
mp3 Download mp3mp3 is een populaire audioformaat dat op vrijwel alle mediaspelers te beluisteren is. meer info...
m4b Download m4bM4B is een Audiobook formaat voor Apple apparatuur (iPod, iPhone etc...) Uw plek wordt bewaard e.d. meer info...
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Gemanifesteerde zonen Gods, deel 3

Door William Marrion Branham

1 Goedemorgen klas. We zijn erg blij hier weer terug te zijn om u opnieuw te begroeten in die algenoegzame Naam van de Here Jezus. Ik vertrouw dat u een geweldige week hebt gehad met lofzangen en Zijn zegeningen.

2 Toen ik deze morgen net binnenkwam, ontmoette ik een kleine jongen die mij een plaatje gaf van de beschermengel die de wacht hield over twee kleine kinderen. Ik wist niet dat deze jongen één van de jongens van Daulton was.

3 Ongeveer twee weken geleden kwam er een vader, een Christen, die voorbede voor zijn dochter vroeg: een teenager die nog geen Christin was. Terwijl hij in de gebedsrij stond, sprak de Heilige Geest: "Ik geef u uw kind." En nu zit zij hier deze morgen op het podium, gered en gedoopt in de Naam van de Here Jezus, precies zoals de Heilige Geest het uitsprak. En de andere kinderen zitten er ook allemaal bij. Ik weet dat de familie Daulton gelukkig is.

4 Kijk, daar zit de kleine dame voor wier kindje verleden zondag werd gebeden; men dacht dat hij zou sterven. Ik zie dat hij er deze morgen nog steeds bij is en we zijn daar zo blij om, zuster. Ze dachten dat hij aan spierdystrofie leed, maar dat was het niet. We zijn dus erg dankbaar.

5 Ik zie hier allemaal goede vrienden. Ik herinner me dat deze man hier op een keer naar mij toekwam voor een speciaal onderhoud; ik geloof dat het in Chatauqua was. Ik ontbeet geloof ik met u en uw vrouw en kinderen, ja, uw kinderen waren er ook. In Middletown was het, ja, ik was die naam vergeten, daarom noem ik het maar Chatauqua. Zeker. Veel goede vrienden van mij zijn hier.

6 Hier zitten ook broeder Charlie Cox en zuster Nellie, die een tweede thuis voor mij zijn geweest. Het zouden mijn eigen kinderen kunnen zijn. Ik ga daarheen, want daar is het waar ik het meeste van mijn tijd doorbreng om me te ontspannen. Hij is de beste eekhoorntjesjager in Kentucky... wanneer ik in Indiana ben. Dus Indiana... En Charlie, ik zal je vertellen dat ik er gewoon naar verlang en er erg veel voor voel om een paar van die "crappy" visjes of die gestreepte baarsjes te vangen voordat ik daar op pad ga. Ik voel me echt of ik er heel wat van op zou kunnen.

7 Dan zie ik daar broeder Parnell... of Arnett uit Zuid Carolina. En broeder... O, er zijn vanmorgen zovelen van verschillende plaatsen binnengekomen om ons te bezoeken.

8 U weet, we kennen hier helemaal geen formeel lidmaatschap. We hebben slechts gemeenschap met elkander, terwijl het Bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, ons reinigt van alle ongerechtigheid.

9 Welnu, we zijn bezig met een wonderbare studie; heerlijk gewoon! Ik verheug me er tenminste in en ik weet dat ook u dat allemaal doet. Ik begin soms in de loop van de dag erover te spreken, of lees erover. Dan krijg ik ongeveer twee verzen en begin door de Schriften te gaan: voor ik het weet ben ik al van Genesis tot Openbaring gekomen en ga ik nog steeds door.

10 Weet u, ik zou graag een tijd willen nemen waarin we op de brief aan de Hebreeën konden ingaan. Vanaf de tijd dat het eekhoorntjes-seizoen begint, zo in september, oktober of augustus, weet u, en dan doorgaan tot de tijd wanneer we overzee gaan; gewoon iedere avond over de brief aan de Hebreeën. Of dat we over het boek Exodus prediken; hoe God in 'Exodus' Zijn volk uit Egypte leidde: een exodus! Een prachtig beeld voor ons, nu wij ons gereed maken voor onze exodus. Het is zoiets prachtigs! De hele Schrift past gewoon in elkaar en het is één geweldig gebeuren.

11 Welnu, deze morgen zijn we nog steeds in het boek aan de Efeziërs. We zouden er de eerste drie hoofdstukken van doornemen. Paulus' brief aan de Efeziërs te Efeze; proberend de gemeente op haar plaats te zetten. En zoudt u, voor wij dit benaderen, nogmaals met mij een ogenblik voor gebed willen nemen?

12 O Here, onze God, wij komen nu in Uw tegenwoordigheid, zo onwaardig als we zijn. Toch weten we dat daar een Bloedoffer wacht dat ons reinigt van alle onreinheid en ons voor de Vader brengt: vlekkeloos en onberispelijk. Niet dat wij ooit iets zouden kunnen doen om dit te verdienen, maar omdat Jezus dit voor ons heeft gedaan, buigen wij ons nederig voor Zijn tegenwoordigheid en voor Zijn Naam, terwijl we U vragen om de Heilige Geest deze morgen in ons midden te zenden. Ik ben geen theoloog, en weet ook niet hoe de Schrift op orde te zetten, maar ik ben gewoon enthousiast en dankbaar voor het voelen van de Heilige Geest, wanneer Hij vaardig is in mijn wezen. Moge Hij ons allen samen zegenen, wanneer wij Uw geschreven Woord lezen, opdat het ons tot eeuwig leven zou mogen worden. Schenk het, Vader. We vragen het in Jezus' Naam en om Jezus' wil. Amen.

13 Misschien mag ik dit eerst zeggen: als ik ergens iets zou mogen zeggen dat onaanvaardbaar zou zijn, wat niet helemaal juist lijkt, wat misschien absoluut verkeerd is naar uw onderwijzing, of iets waar u het niet mee eens zou kunnen zijn, dan vertrouw ik dat de Heilige Geest het zo zal toebereiden en zo lieflijk zal maken, dat niemand er enige aanstoot aan neemt. Ziet u? Dat het zal zijn door liefde en gemeenschap; dat het zo is. Zo wordt het bedoeld...

14 Dit alles begon met de prediking van afgelopen zondag – ik geloof dat het verleden zondagmorgen was – met "De verworpen Koning". Heeft iemand de bandopname al? Ik geloof dat ze die al vermenigvuldigd hebben en u kunt ze krijgen, als u dat wilt, over: "De verworpen Koning".

15 Nu nog een paar dagen en dan zullen we naar Middletown in Ohio gaan. We zouden willen dat allen die hun vakantie voor die tijd hebben vastgesteld, er zeker van zijn dat ze ons daar zullen ontmoeten, omdat we in Middletown (Ohio) een geweldige tijd van gemeenschap verwachten. Doctor Sullivan is geloof ik de voorzitter van het comité. Het zal vijf avonden duren. Ik zal er als gastspreker prediken op de Internationale Conventie van Interdenominationele Gemeenten; daarna zal het verder onze eigen samenkomst zijn. We hebben het geregeld tot de twaalfde, maar onder voorbehoud dat we misschien daarna nog wel een week doorgaan. Het hangt er gewoon van af, hoe de Heilige Geest het leidt. Wij allen willen geleid worden door de Geest, en om precies wat de Geest zegt dan ook snel te doen.

16 En laten we bedenken dat we, wanneer we de Heilige Geest willen gehoorzamen, één grote les moeten leren, dat is: Wees nooit gehaast – Neem de tijd – Heb geloof. Wanneer we God iets hebben gevraagd, bedenk dan dat God gebed beantwoordt. Hij doet het op Zijn tijd, zoals het het beste is. Hij laat het voor ons gewoon precies goed uitwerken. Als dit niet zo is, wat doen we hier dan vanmorgen? Waarom beweren we dan Christenen te zijn? Als dit het Woord van God niet is, dan is het niet waar, en dan behoren we tot de ellendigste mensen die er zijn.

17 Ik ben zo blij om één van hart te zijn met velen die weten dat dit het onfeilbare Woord van God is. Maar dan is ook ieder woord de waarheid: elk woord, elke zin ervan. En door Gods genade had ik het voorrecht om het land te aanschouwen waar we op een dag heen zullen reizen.

18 Gisteren was ik echt terneergeslagen. De mensen weten niet wat er voor tijden van neergedruktheid met deze bediening gepaard gaan. Ik zei tegen mijn vrouw: "Ik wilde dat ik maar 'hogerop' mocht komen."

     "Waarom zeg je dat, Bill?" zei ze.

     Ik antwoordde: "O, hier heb ik zoveel moeite en zo."

19 Toen scheen het of de Heilige Geest zei: "Probeer je ze te omzeilen? Probeer je ze te ontduiken?" Ziet u?

20 "Nee," zei ik, "laat me er recht op afgaan en alles gewoon onder ogen zien." Ziet u?

21 Het is daar zoveel beter. Eerlijk, werkelijk, ik zeg dit als ooggetuige, dat we, direct wanneer dit leven voorbij is, een land binnengaan dat boven iedere verwachting en voorstellingsvermogen van wie ook uitgaat. En als er hier vreemdelingen zijn, dan vertrouw ik en bid ik God dat u mij niet als een fanatiekeling zult beschouwen; ik wil in de allereerste plaats eerlijk zijn en de Waarheid vertellen. En wat goed zou het me doen u iets te vertellen wat verkeerd was, terwijl er hier zoveel is wat de Waarheid is? Waarom zouden we hier iets verkeerds over moeten vertellen? Ziet u? Het is niets dan de Waarheid.

22 Ik geloof dat het Paulus was die tot in de derde hemel werd opgetrokken, waar hij dingen zag die hem niet pasten om uit te spreken. Geen wonder dat hij op een dag zei: "Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgeklommen, heeft God bereid voor degenen die Hem liefhebben." [1 Korinthe 2:9] Oh, het is gewoon leven!

23 O, we leven hier op een vuilnisbelt. Dat is het gewoon: een hoop afval, vol smeulende rook van het vuil. Zelfs al zijn we er zelf niet door vergiftigd, dan leven we toch in de rook van rokende en smeulende kolen der zonden. Eén van de meest misselijkmakende dingen die ik me kan indenken is een smeulende oude stadsvuilnisbelt. Bent u er ooit wel eens in de buurt geweest? Die afschuwelijke bedorven stank van die rook stijgt op uit allerlei soorten vuil; als je daar wat van inademt, draait je maag gewoon om!

24 Ik herinner me dat ik eens in New Albany moest zijn aan het einde van de achttiende straat, waar vroeger die oude vuilnisbelt was. Ik moest daar kwitanties innen en meters aflezen. Ik zag gewoon tegen de dag op, wanneer ik route 18 had, om daar de meters op te nemen, omdat ik dan die afgrijselijke geur zou ruiken. Want daar lagen lichamen van dode ratten en honden, van alles, te smeulen, weet u, en die rook trok daar dan doorheen...

25 Nu, toch is dit waar dit leven mee te vergelijken is, als het op haar best is. Gewoon een broeinest, waaruit – geestelijk gesproken – van alle kanten de stank van de zonde opstijgt. Maar o, er is ook een plaats waar de wind vrij waait en alles lieflijk is; waar vrede, vreugde en eeuwig leven is, net over de rivier. Maar wij zijn in een strijd gewikkeld! Laten we daarom niet maar gaan neerliggen en zeggen: "Laten we opschieten en zorgen dat we daar komen"; laten we ieder die we mee kunnen brengen met ons meenemen! Jazeker!

26 Wel, het doel van deze lessen is om diegenen te verankeren die het land reeds zijn doorgetrokken. Het doel van deze studie, over deze brief aan de Efeziërs, is om de gemeente op haar plaats te installeren, daar waar ze absoluut vaststaat in Christus. Het is een beeld uit het Oude Testament, uit het boek Jozua, waar Jozua het land verdeelde. Vorige zondag bespraken we hoe Jozua aan een ieder het land toebedeelde. Hij deed het door inspiratie.

27 We namen door hoe Mozes het volk uit Egypte bracht – bij de komkommers, knoflook en meloenen vandaan – en ze naar een plaats bracht waarvan God vierhonderd jaar tevoren had beloofd dat Hij ze daar zou brengen: een goed land, overvloeiende van melk en honing. Mozes leidde de kinderen Israëls regelrecht naar het land toe, maar nam ze niet mee naar binnen.

28 En Jezus... Nu, sprekend tot geestelijke mensen: ons werd vanaf de beginne een 'Heilige Geest' beloofd. Jezus leidde ons tot aan de belofte, maar de Heilige Geest kwam toen – zoals Jozua – om het land over te nemen, ons te leiden en te richten en het land te gaan bezitten, of: het grondgebied van de gemeente in bezit te nemen. We merken nu dat in onze...

29 Nu komt het punt waar de mensen misschien mogen denken dat ik ruw ben en probeer broeders te miskennen. Dat doe ik niet; God is mijn Rechter, ik doe dat niet. Ziet u? Ik probeer alleen op iets te wijzen dat de Waarheid is. Ziet u? Wel, wij hebben menselijk gekozen leiders, in plaats van leiding of leiders gekozen door de Heilige Geest. Wij hebben gewild dat mensen ons ons deel aanwezen en ons leidden: denominaties, zoals Methodisten, Baptisten, Presbyterianen, Lutheranen, de Kerk van Christus, Pinkstergemeente en nog anderen, om een organisatie als voorbeeld te nemen. En dat volgen wij... Maar we zijn...

30 Nergens in de Bijbel staat dat wij zoiets moeten doen. Er is geen tekst in de Schrift, in heel Gods Bijbel niet, waar Hij ooit een kerk organiseerde of waar Hij ooit sprak over een organisatie; nergens in de Bijbel. Hij is er zelfs altijd tegen. Hij wil niet dat wij ons richten naar de dingen van de wereld. Hij wil dat wij bijzonder zijn, apart gezet.

31 Ik bedoel nu niet om 'dwaas' te zijn, zoals we dat noemen. Ik bedoel dat we een eruit geroepen volk moeten zijn, een gezegende, heilige natie, dat we een leven leiden, boven elke smaad verheven; handelend en ons gedragend precies zoals Hij zou doen, naar Zijn werking in ons, want wij zijn het werk Zijner handen, in Christus Jezus geschapen tot goede werken.

32 Welnu, woensdagavond (velen van u waren hier woensdagavond niet) zijn we tot het vijfde vers gekomen.

     In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen...

33 Dat is hoe dat God probeert Zijn volk te plaatsen. Maar o, wanneer God er één plaatst, dan wil de hele gemeente zoals die ene zijn, dan willen ze hetzelfde soort dingen hebben en hetzelfde doen. Maar wij zijn verschillend geschapen, zijn verschillend van aard en we worden op verschillende plaatsen gezet: ieder voor een ander werk. De één wordt ingezet voor een klein soort werk en een ander voor een groot werk. Zei David, of één van de profeten – ik ben het even vergeten – niet: "Ik zou liever een deurmat willen zijn in het huis van de Here dan te wonen in de tenten der goddeloosheid"?

34 We zullen een ogenblik stilhouden bij de "aanneming" in het vijfde vers en proberen er op in te gaan zover als we maar kunnen. En herinner u, dat het thema nog steeds helemaal gaat over "geplaatst worden". Hoevelen begrijpen dat? Laten we het woord voor woord zeggen: "Het zetten – van het lichaam – van Jezus Christus – op haar plaats – in Christus – waar de Heilige Geest – ons leidt." Daar bent u er, nu hebben we het. Het boek aan de Efeziërs zet ons op onze plaats.

35 Let op deze meester-leraar Paulus. Het eerste wat hij doet, is elke gedachte over dat we zouden kunnen afvallen uit de weg ruimen. Al die ideeën van: vandaag ben ik een Christen, morgen is het met me gedaan, overmorgen door God verdoemd en de dag daarop begin ik weer opnieuw. Dat is onzin! Welnu, dit boek is niet bedoeld voor Evangelische onderwijzing, als predikingen voor een evangelist. Ik roer dit op de zendingsvelden niet aan. Ik breng dit tot de gemeente, want Paulus richtte het aan de heiligen, degenen die geroepen en gered zijn, die vervuld zijn en apart gezet: zij die in de Heilige Geest zijn, die Kanaän reeds zijn binnengegaan. Hij probeert ze allereerst te vertellen: ban het uit uw gedachten dat u verloren zult gaan en dat u dit zult gaan doen en dat u daar bang voor zult gaan zijn. Wees nergens bang voor, want hij probeert u te zeggen waar u aan toe bent, wie u bent en wat uw positie is.

36 U zou misschien dingen verkeerd mogen doen en telkens wanneer u iets verkeerds doet zult u ervoor moeten boeten. Jazeker, u zult oogsten wat u zaait! Maar dat heeft niets met uw redding te maken. Wanneer u uit de Geest van God geboren bent, hebt u eeuwig leven en kunt u net zomin sterven als God kan sterven.

     U bent een deel van God, u bent een zoon van God.

37 Ik werd geboren als een Branham. U zou mij een andere naam kunnen geven, maar dat zou daar niets van afdoen; ik ben nog steeds een Branham. Ik werd als een Branham geboren en zal altijd een Branham blijven. Ik mag op een dag nog zo misvormd zijn, getekend door gewrichtsverlamming, ik kan een ongeluk krijgen en helemaal verminkt zijn, zodat ik er uitzie als een dier, maar ik zal nog steeds een Branham zijn! Waarom? Er stroomt Branhambloed in mij.

38 Dat is wat u bent. En zolang God u gemaakt heeft... Bedenk nu dat ik niet spreek tot degenen die buiten Christus zijn. Ik spreek tot degenen die in Christus zijn. Hoe komt u in Christus? "Door één Geest!" Hoofdletter-G-e-e-s-t, wat betekent: "Door één Heilige Geest zijn we allen gedoopt in één lichaam." Hoe zijn we het, hoe komen we daarin? Door de waterdoop? Wat verschil ik daarin van mening met u, Baptisten en u van de gemeente van Christus. Niet door de waterdoop, in geen geval! 1 Korinthe 12 zegt: "Door één Geest (de Heilige Geest) zijn wij allen tot één lichaam gedoopt." En we zijn even veilig als dat lichaam. God beloofde het.

39 Hoe kon God Hem opnieuw oordelen, terwijl Hij naar Golgotha was gegaan? Naar Golgotha; daar werd Hij geslagen en verbrijzeld. Hij kon niet genezen. Hij kon zelfs nauwelijks een woord spreken. Waarom? De zonde van de wereld rustte op Hem. Niet omdat Hij een zondaar was, maar omdat Hij 'zonde werd gemaakt', voor mij en voor u. Alle zonden van de wereld, vanaf Adam tot aan Zijn komst, rustten op Zijn schouder. En God strafte Zijn Zoon niet. Hij bestrafte de zonde! Ziet u hoe verschrikkelijk het was? Hij was bezig een verzoening te maken. Hij baande een ontsnapping voor allen waarvan God door Zijn voorkennis wist, dat ze zouden komen. We zullen binnen een paar ogenblikken daarop ingaan.

40 Welnu, wanneer u 'door één Geest gedoopt bent in dat ene lichaam, hetwelk Christus is', dan bent u voor immer veilig.

41 Welnu, daar is het waar het zo vreemd lijkt te passen. Speciaal voor de Arminiaanse gelovigen die zeggen dat ze ook zelf iets moeten doen om dat te verdienen, of om iets verdienstelijks te doen. Hoe kan het door twee dingen tezelfder tijd worden verkregen? Het is òf door genade, òf door werken, één van beide. Het kan niet tezelfder tijd door twee verschillende dingen gebeuren. Het moet door dat ene komen.

42 O, ik kan gewoon niets anders zien dan de genade van God. Dat is mijn opmaak. Ik heb altijd in genade geloofd. Ik ben gewoon één en al genade, dat is alles. Zelfs toen ik nog een jongen was, kon ik niets anders zien dan genade en nog eens genade. Ze zeggen wel eens: "Krab jij mijn rug, dan krab ik de jouwe." Dat is een verschrikkelijk gezegde. Het kan met niet schelen of u de mijne wel of niet krabt, als die van u het nodig heeft om gekrabd te worden dan zal ik hem krabben, hoe dan ook. Genade, jazeker.

     Ziet u, genade werkt door liefde. Als u het nodig hebt! Ongeacht of u nooit iets voor mij hebt gedaan, of dat ik nooit iets met u te maken heb gehad. Als u het nodig hebt zal ik het hoe dan ook doen. Genade! Omdat je het nodig hebt.

43 Ik had redding nodig. Er was niets wat mij zou kunnen redden. Er was niets wat ik er zelf aan kon doen, het was mij volkomen onmogelijk om mezelf te redden. Maar ik had redding nodig, omdat ik in een God geloofde. En God zond Zijn Zoon, in de gedaante van zondig vlees, om in mijn plaats te lijden en ik werd gered! Door genade alleen werd ik gered. En niet één ding kon ik doen, of kon u doen, om uzelf te redden. En degenen die Hij voor de grondlegging der wereld kende...

44 We spraken er verleden woensdag over, toen we God uitbeeldden als de El-Elah, Elohim, en lieten zien hoe Hij de In-Zichzelf-Bestaande was. Maar in Hem lag het om een Vader te zijn, en in Hem waren verschillende andere eigenschappen, zoals Redder en Heelmeester. Dat lag allemaal in God en God was In-Zichzelf-Bestaand. Zoals Hij een Redder was, was Hij ook een Vader. Hij had geen engelen, Hij had helemaal niets. Er bestond niets anders dan Hijzelf. Hij was In-Zichzelf-Bestaand. Er bestond niets anders dan God.

45 Maar omdat Hij God was, moest er iets zijn om Hem te aanbidden, omdat Hij van aanbidding hield. En Zijn eigen Wezen schiep schepselen om Hem te aanbidden. Laten we daar nog heel even op terugkomen. We zullen nu niet de hele zaak doornemen, maar u zult het op de band krijgen. Nu, omdat Hij God was, maakte Hij engelen en de engelen aanbaden Hem. Ze aanbidden Hem nog steeds. Die engelen die in de tegenwoordigheid van God staan hebben zes... drie paar vleugels. Twee over hun aangezicht, twee over hun voeten en met twee vleugels vliegen zij in Zijn tegenwoordigheid, terwijl ze dag en nacht roepen: "Heilig, heilig, heilig is de Here God, de Almachtige." Dat is wat de Schrift zegt. Zij aanbidden Hem; nu daar was iets geschapen om Hem te aanbidden.

46 Binnen in Hem was de eigenschap om Redder te zijn. Maar hoe kon één van die schepselen verloren gaan als er geen zonde was, en er zelfs geen gedachten over zonde waren. Dat kon niet. Er moest dus iets worden geschapen dat verloren kon gaan, zodat Hij een Redder kon worden. Dan was het in Hem om Heelmeester te zijn. Gelooft u dat Hij een Redder is? Gelooft u dat hij een Heelmeester is? Wel, wat dan als er niets was om te redden of te genezen? Ziet u, er moest iets zijn wat op die wijze was gemaakt.

47 Maar Hij maakte het niet op die wijze, in een zieke of verloren toestand. Hij stelde de mens voor een vrije, morele keuze: "Als u dit neemt, zult u leven en als u dat neemt, zult u sterven." En voor iedereen die in de wereld komt geldt nog steeds diezelfde voorwaarde. God wist door voorkennis wie het wel en wie het niet zouden doen...

48 Er werd mij daar gisteren door een theoloog een vraag over gesteld. (Hij bezocht de samenkomsten of had de geluidsband gehoord.) Hij zei: "Eén vraag! Is God dan alomtegenwoordig? Kan Hij dan overal tegelijk zijn?"

49 Ik zei: "Hij is niet alomtegenwoordig op de wijze dat het woord 'alomtegenwoordig' doet vermoeden. Hij kan geen Wezen zijn en dan alomtegenwoordig zijn. Als Hij alomtegenwoordig is, waarom zou u dan bidden om de Heilige Geest? Als Hij letterlijk zo alomtegenwoordig is, dan vult Hij elke scheur, elk hoekje en elk gaatje, elke cel, elke vezel, en alles wat er maar is." Ik zei: "Waarom zocht Hij dan naar Mozes, als Hij per slot van rekening alomtegenwoordig is? Waarom liep Hij dan heen en weer in de Hof van Eden, roepend: 'Adam, Adam, waar zijt gij?' als Hij alomtegenwoordig was?"

50 Hij is alomtegenwoordig omdat Hij alwetend is. Hij weet alles, omdat Hij oneindig is, en omdat Hij oneindig is, maakt Hem dat ook alomtegenwoordig. Hij is dan alomtegenwoordig, omdat Hij oneindig is. Maar Hij zetelt in de hemelen, Hij heeft een plaats waar Hij verblijf houdt, want Hij is een Wezen.

51 Omdat Hij oneindig is, weet Hij alle dingen. Elke keer wanneer een mug met haar oog knippert, weet Hij het. Hij weet van elke honingbij waar ze haar honingraat ingaat om honing te verzamelen. Hij kent elke mus die in de boom zit. Hij kent iedere gedachte die in uw geest opkomt, omdat Hij oneindig en alwetend is. Het is niet alleen dat Hij oneindig is, Hij is ook alwetend. Hij weet alles. Maar Hij is een Wezen, God is een Wezen en uit dit Wezen begon dit alles voort te komen.

52 Zoals ik onlangs op een avond al zei is zonde niet iets wat geschapen werd. Niets is er geschapen dat niet volmaakt was. God schiep alle dingen goed. Zonde werd niet geschapen. Er wordt wel eens gezegd: "Daar werd de zonde zelf geschapen." U hebt dat wel eens gehoord. Maar dat is een dwaling. Zonde... Er is slechts één Schepper en dat is God. God kon geen zonde scheppen, omdat Hij heilig is en er is niets in Hem om zoiets te maken. Zonde is een verdraaiing; geen schepping, het is een verdraaiing. Zoals overspel de rechtvaardige handeling is die werd verdraaid. En zo is een leugen; de waarheid die verkeerd wordt voorgesteld. Elke zonde is gerechtigheid die bedorven is.

53 Daarom zetelt God nu op Zijn troon. Hij heeft reeds gemanifesteerd dat Hij God is. Hij heeft Zich al gemanifesteerd als Redder; de mens was verloren en Hij redde hem. Hij heeft zich al gemanifesteerd als Geneesheer. Het maakt geen enkel verschil wat de mensen zeggen dat Hij is; Hij is hoe dan ook, nog steeds Dezelfde. Hij is Heelmeester, Hij is Redder, Hij is God, Hij is Eeuwig. En Hij heeft een doel. En wat was Zijn doel in den beginne? Om schepselen te maken die Hem zouden liefhebben en aanbidden.

54 Toen maakte Hij schepselen en zij vielen. God keek echter, in Zijn oneindigheid, verder door de stroom van de tijd en zag daar iedereen die gered zou worden. Door Zijn voorkennis wist Hij het van ieder mens. Omdat Hij door voorkennis wist wie gered zou worden en wie niet, kon Hij ook 'voorbestemmen'. Dat woord is achteraf bezien toch niet zo slecht, is het wel? Hij kon voorbestemmen, omdat Hij wist wie het wel en wie het niet zouden zijn. En daarom moest Hij, teneinde diegenen te grijpen die wilden, een verzoening maken voor hun zonde. O, als we kunnen, zullen we daar over een paar verzen nog dieper op ingaan. Hij bestemde ons voor tot eeuwig leven, wetende dat het voor degenen die alles aan de kant zouden zetten, en ongeacht hoe onbelangrijk het er zou uitzien voor de kinderen van de wereld, niets zou betekenen, omdat zij kinderen van God waren. En Hij riep hen.

55 En Hij zond Jezus opdat Zijn Bloed een verzoening zou mogen zijn; een verzoening door Bloed, om aanvaardbaar te maken of te reinigen. Een reinigingsproces, dat ons voortdurend reinigt – niet alleen één keer tijdens een opwekkingsdienst – maar "omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten" [Hebreeën 7:25] blijft de Christen dag en nacht rein. Het is het Bloed van Jezus Christus, dat daar aan het kruis werd vergoten, dat ons in de tegenwoordigheid van God voortdurend, dag en nacht, reinigt van alle zonden. En wij zijn veilig geborgen. Hoe geborgen? Door de Heilige Geest opgenomen in het lichaam van de Here Jezus en we zijn veilig.

     ... wie Mijn Woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.

     Geen oordeel meer! De Christen komt nimmer in het oordeel. Christus ging voor hem. Mijn Advocaat stond er in mijn plaats. Hij bepleitte in mijn zaak dat ik onschuldig was. Hij vertelde de Vader dat ik niet waardig was en dat ik onwetend was, maar dat Hij mij liefhad. En Hij nam mijn plaats in, en bepleitte mijn zaak en nu ben ik vrij! Ja meneer. Hij stortte Zijn Bloed om daar voor onze zonden het offer te brengen.

56 Herinner u, dat wij er woensdagavond over spraken, dat Christenen zondigen, maar dat een zondaar niet kan zondigen. Een zondaar zondigt niet, omdat hij gewoon een zondaar is. Hij is al een zondaar om mee te beginnen en dat is alles. Neem nu eens de achterkant van dit boek. Het is zwart. Hoeveel ervan is zwart? Het is helemaal zwart. Er zit helemaal geen wit aan; het is zwart. En dan zegt u: "Ja, maar dit stuk hier is zwart." Nee, de hele zaak hier is zwart. Het is allemaal zwart. En zo is het ook met een zondaar. Hij is al veroordeeld vanaf het begin. Goed, zegt u: "Maar wat dan als hij overspel pleegt? Wat als hij een of andere vrouw ontvoert? Wat als hij gokt of als hij iemand neerschiet?" Dat zijn onze zaken niet. Dat zijn onze zaken niet; we hebben hier wetten om daarvoor te zorgen. Wij zijn geen hervormers, wij zijn predikers van het Evangelie. Wij veroordelen hem niet om wat hij gedaan heeft, we veroordelen hem niet voor het plegen van overspel. We veroordelen hem omdat hij een zondaar is! Als hij een Christen was dan zou hij dat niet doen. Dat is waar. Als hij veranderd was dan zou hij dat niet doen. Maar hij is een zondaar en dat maakt dat hij het doet.

57 Hier is het punt waar de wettische mensen alle grond onder de voeten wordt weggemaaid. Jazeker. Broeder, ik kan u dit zeggen: "Het is niet door werken, maar door genade dat wij gered zijn en dat door geloof." Jazeker. Welnu, ik wil de wettische broeders niet veroordelen; het zijn mijn broeders. En zij zullen er evengoed gaan zijn als elk van de anderen daar zal zijn, omdat God Zijn gemeente voorbestemde om er te zijn. Ik zeg deze dingen, omdat de mensen hierover zo in verwarring komen, dat ze niet meer weten hoe of wat. "O," zeggen ze, "als ik vandaag misschien eens..." Laat ze gewoon dit weten, dat, zolang ze hongeren naar de dingen van deze wereld, ze er om te beginnen al niet zullen zijn.

58 Ik blijf niet trouw aan mijn vrouw omdat ik bang ben dat ze anders van mij zou gaan scheiden; ik blijf trouw aan mijn vrouw omdat ik haar liefheb. Het is een wettig standpunt dat we hebben ingenomen, dat we elkaar moeten liefhebben. Maar allereerst, voordat we dat standpunt hadden, moest er al liefde zijn. Ik heb haar lief. Hoewel ik geloof dat zij mij vergeven zou als ik iets verkeerds had gedaan, dan nog zou ik geen verkeerd willen doen. Ik heb haar lief.

59 Zo is het ook met Christus. Ik ben nu vijftig jaar. Als ik nu tot mijn negentigste of honderdste jaar mocht blijven en nog vijftig jaar kreeg om te prediken... al zou ik nooit één keer meer prediken, maar gewoon aan de oever van de rivier gaan zitten, dan ben ik toch gered. God redde mij door Zijn genade, wat op geen enkele wijze de verdienste was van iets wat ik ooit zou kunnen doen, gedaan heb, of wat dan ook. Ik predik, omdat ik Hem liefheb en omdat ik Zijn volk liefheb. En dat is hoe ik weet, dat ik ben overgegaan van dood in leven, omdat ik hen liefheb en ik hen achterna ga. Ongeacht in welke toestand ze ook zijn, ik ga toch achter ze aan. Ik ga ze hoe dan ook halen, ik trek ze hoe dan ook terug. Al zijn predikers het er niet mee eens, denominaties of wie ook, dat stopt me niet. Er is iets! Het stopte Hem ook niet! Hij kwam ook precies temidden van allemaal ongeloof en het hield hem niet tegen, Hij ging ondanks alles regelrecht door. En dat is wat we doen, we gaan uit en grijpen ze, hoe dan ook. Het geeft niet hoe: grijp, pak vast en houd aan met alle macht. U weet niet wie het zijn. Maar red ze. Dat is omdat u ze liefhebt. Niet "omdat ik het moet", maar omdat ik liefheb, omdat u liefhebt.

60 U zegt: "Ik moet het in orde maken met die vrouw, maar ik moet er wel bij zeggen dat ik het doe omdat ik naar de kerk ga." Nee, dan bent u degene die eerst zelf in orde behoort te komen. Ziet u? Als u niet de liefde van God in uw hart hebt, dan is er iets dat laat weten dat u verkeerd bent en dan gaat u het met God in orde maken. En daarna maakt u het recht met uw buurman.

61 Jezus leerde ons hetzelfde. Hij zei dat wanneer u naar een altaar komt en u wordt daar indachtig dat u iets hebt tegen een buurman of broeder, dat u dan heengaat om het eerst met hem in orde te maken... [Mattheüs 5:23]

62 Nu hadden wij het woensdagavond ook over de tijdperken die moeten komen; over "Gemanifesteerd worden". We zullen dat vanmorgen opnieuw nemen, als we spreken over de manifestatie van de zonen van God, datgene waar God nu op wacht. En dan de tijd van het einde, wanneer we allen voor Hem zullen staan... Engelen waren niet verloren. Ze zouden niet weten hoe zich te verheugen in de zegeningen zoals wij het doen; zij waren nooit verloren. Maar ik weet waar ik uit vandaan gekomen ben, ik weet uit welk hout ik werd gesneden: dat van een zondaar. Zo weet u uit welk hout u werd gesneden. Welnu, wanneer we gevonden zijn, dan kunnen we voor God staan. O, wat een dag zal dat zijn!

63 Dan de aanneming, het plaatsen. Nu, Gods goedheid behoorde te werken. En als ik u dit kan doorgeven, dan zullen we nu meteen beginnen bij het vijfde vers, dat ik u wil voorlezen.

     In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van Zijn wil, tot lof van de heerlijkheid Zijner genade.

64 Het is Gods welbehagen om Zijn wil te doen, om aan te nemen, om te plaatsen. Nu, wat doet Hij? Hij plaatst Zijn gemeente. Eerst heeft Hij Zijn gemeente geroepen: Methodisten, Presbyterianen, Lutheranen, Baptisten... Hij roept ze. En wat deed Hij toen? Toen zond Hij de Heilige Geest en gaf hen de doop van de Heilige Geest.

65 Ik wil dat u Pinkstermensen van één gedachte los komt. Pinksteren is geen denominatie, Pinksteren is een ervaring. Het is de Heilige Geest. Het is geen organisatie. U zou de Heilige Geest niet kunnen organiseren. Hij zal er niet achter staan. U hebt een organisatie gekregen, die u zo noemt, maar de Heilige Geest gaat er regelrecht uit en laat u zitten waar u zit en Hij gaat gewoon door. Ziet u? Pinksteren is geen organisatie, Pinksteren is een ervaring.

66 God gaf Zijn kinderen de wedergeboorte door de doop van de Heilige Geest. Toen ze zich heiligden via de Nazireeër- en de Pelgrimheiligheidskerken kwamen ze er vlakbij. Maar toen ze kwamen tot de ervaring van Pinksteren, de doop van de Heilige Geest, bracht het hun het herstel van de gaven. Zij gingen uit, sprekend in tongen en tongentaal uitleggend; ze kregen gaven van genezing, en wonderen en tekenen en begonnen hen te volgen. Nu zijn ze kinderen, Gods kinderen. Ze zijn op hun plaats in Christus; door geboorte zijn ze kinderen geworden. De wedergeboorte en de bekering zelf, is de Heilige Geest.

67 U bent zelfs pas dan bekeerd, als u de Heilige Geest hebt ontvangen. Dat is wat de Schrift zegt. Jezus zei tegen Petrus – vraag het maar aan wie u wilt, lees het na in de Bijbel – dat hij werd gerechtvaardigd, door te geloven in de Here Jezus. Toen werd hij een volgeling, deze apostel, aan wie Jezus de sleutels van het Koninkrijk gaf. In Johannes 17:17 heiligde Hij hen en gaf Hij hen kracht. Daar zond Hij hen uit; ze wierpen duivelen uit en al die dingen. Hij had hen geheiligd, toen Hij sprak: "Heilig hen in Uw Waarheid, Uw Woord is de Waarheid... en Ik heilig Mijzelf voor hen..."

68 Dat is één van de lieflijkste uitspraken die ik ooit heb gehoord. "Vader, Ik heilig Mijzelf voor hen." Weet u dat Hij er recht op had om een thuis te hebben? Hij was een mens. Weet u, dat Hij er recht op had om een vrouw te hebben? Hij was een man. Hij had recht op al deze dingen. Maar Hij zei: "Vader, Ik heilig Mijzelf voor hen, Ik heilig Mij..."

69 Gisteren sprak ik met een jonge prediker – ik zal over een paar avonden voor hem gaan prediken, het is verderop aan de rijksweg – en ik vroeg hem iets over een bepaalde zaak. Hij zei: "Ja, broeder Branham, maar de meesten van mijn mensen geloven daar niet in."

     Ik zei: "Zijn de meesten van hen dan wettische mensen?"

70 "Zo is het broeder, zij geloven dat niet. Maar...", zei hij, "terwille van hen...!" O, ik wilde hem wel om de hals vallen. "Terwille van hen", ziet u, "heilig ik mijzelf..."

71 O, Jezus trainde eens twaalf mannen, opdat door deze twaalf mannen het Evangelie zou gepredikt worden aan de wereld. En Hij zei: "Ik heilig Mijzelf voor hen." Ga dat ook doen, terwille van uw buurman of van wie anders ook. Gebruik uw vrijheid echter niet als dekmantel, zoals Petrus zei in 1 Petrus 2:15 en 16. Heilig uzelf, gedraag uzelf in uw omgeving zoals een werkelijk Christen behoorde te doen. Laat uw omgang met de mensen zó zijn dat als u uw vijand ontmoet, u zich voor hem heiligt, niet wetende wat u anders zou moeten doen.

72 Maar nu het 'geplaatst worden' van een zoon: Het eerste wat er nu gebeurde nadat een zoon geboren werd, was, dat hij een zoon was geworden. Maar daarna ontdekten we dat het zijn gedrag was wat de aanleiding was dat hij werd aangenomen. Het hing ervan af of hij zich al dan niet goed gedroeg.

73 En het is de Pinksterervaring... Laat ik het u even tonen dat Pinksteren géén denominatie is. Hoeveel Baptisten die hier zitten waren Baptist toen ze de Heilige Geest ontvingen? (Laat mij even uw hand zien.) Ziet u dat? Hoeveel Methodisten zijn hier binnen die de Heilige Geest ontvingen? (Steek even uw hand op.) Hoeveel leden van de Nazarenerkerk zijn er hier die de Heilige Geest ontvingen? (Steekt u ook even uw hand op.) Hoeveel Presbyterianen zijn hier die het ontvingen? Ziet u? Hoeveel Lutheranen of leden van nog andere denominaties die helemaal niet tot de Pinkstergroepen behoren, maar gewoon bij de een of andere denominatie behoren, hebben de Heilige Geest ontvangen? (Laat mij even uw hand zien.) Ziet u ze? Dus dan is Pinksteren geen denominatie, het is een ervaring.

74 God nam u op in het lichaam van Christus. Nu, wanneer doet Hij het? Nadat u zich hebt bewezen, nadat u zich hebt geheiligd door goed gedrag, gehoorzaam bent geworden aan de Heilige Geest, ongeacht wat de wereld zei.

75 Ik zal dit werkelijk heel hard laten aankomen, ziet u. Maar ik heb daarmee niet de bedoeling om ruw te zijn. Alstublieft, echt, denk nu niet dat ik het gemeen bedoel. Dat wil ik niet, maar wat mij bezorgd maakt, is dat ik tot de mensen ga en hen deze van God gezonden waarheid predik en dat zij zich dan omkeren en gewoon door blijven gaan met nog precies dezelfde dingen te doen, zeggend dat ze de Heilige Geest hebben. Dat breekt je bijna, ziet u. Wat is er aan de hand? Zij gaan regelrecht terug naar het oude, precies zoals de kinderen Israëls deden. Zij wilden een koning, zodat deze koning over hen kon regeren en hen kon toestaan zich precies zo te gedragen als de Amorieten, de Amalekieten en de Filistijnen...

76 Weet u niet dames dat het fout is om lange broeken te dragen? Wist u dat? Weet u dat het verkeerd is om uw haar af te knippen? En u mannen, weet u niet dat het fout is dat u doorgaat met roken en te handelen op de manier dat u doet? Weet u dat het fout is dat u niet de baas in uw eigen huis bent? Dat u zegt, als uw vrouw een klein beetje een slechte bui heeft en u de deur uitschopt: "Goed lieverd, ik kom zo wel weer binnen..." Weet u, hoe kunt u een bewaarder van Gods huis zijn wanneer u zelfs uw eigen huis niet kunt besturen? Dat is precies juist. En weet u, zuster, dat uw man niet alleen uw man is, maar dat hij uw heerser is? God zei het... Want het was niet de man die werd verleid maar de vrouw. En u predikers: wilt u doorgaan met vrouwen tot herders en predikers te maken in uw kerken, terwijl u weet dat het Woord van God het veroordeelt?

77 U zult voortdurend de 'naam' van "Vader, Zoon en Heilige Geest" blijven gebruiken bij het dopen, terwijl er geen enkel Schriftgedeelte voor is in de Bijbel. Ik zou graag zien dat een aartsbisschop of iemand anders mij eens toont waar ooit in de Bijbel iemand werd gedoopt 'in de naam van Vader, Zoon en Heilige Geest'. Ik wil dat iemand mij aantoont dat ooit eenmaal werd vermeld dat iemand anders werd gedoopt dan in de Naam van Jezus. Allen Johannes' dopelingen werden anders gedoopt, in het geloof dat Hij komende was, maar nog niet wetend wie Hij was. Maar zodra zij Hem erkenden, moesten ze opnieuw komen om opnieuw gedoopt te worden in de Naam van Jezus Christus [Handelingen 19:1–6]. Ik heb het voorgangers van de 'Assemblies of God'-kerk gevraagd, andere predikers: Baptisten, Presbyterianen en vele anderen, maar ze willen er niet over spreken.

78 Toch wil ik alleen de Schrift zien. Dan ben ik maar een fanatiekeling, dan ben ik maar gek, buiten zinnen en een krankzinnige. En dat alleen omdat ik probeer u de Waarheid te vertellen? Maar, eerlijk broeders, als een mens zich werkelijk heeft overgegeven aan God, dan bent u het met uw hele hebben en houden. U bent apart gezet, u bent een nieuwe schepping.

79 Velen zijn geroepen doch weinigen uitverkoren. Vele mensen zijn geroepen. U krijgt een roep in uw hart. En uw hart antwoordt: "Ja, ik geloof dat God mij liefheeft. Ik geloof het."

80 Maar broeder, al zegt u dat, toch kunt u evenzeer verloren zijn als al de anderen... Want er zullen er daar op die grote dag zelfs komen die zeggen: "Here, in Uw Naam heb ik duivelen uitgedreven. Ik heb alles in Uw Naam gedaan. Ik heb genezingsdiensten gehouden. Ik heb het Evangelie gepredikt. Ik heb demonen uitgeworpen."

81 En Jezus zal zeggen: "Gaat weg van Mij, Ik heb u nooit gekend, huichelaar. Het is hij die de wil Mijns Vaders doet." Waarom kunnen de mensen dat niet zien? Nu, ik weet dat dit hard aankomt. En het is niet mijn bedoeling om u te kwetsen, zo bedoel ik dat niet, maar broeder, ik...

82 Hij lijkt mij toe alsof wij in de eindtijd zijn, dat God de Zijnen aanneemt en op hun plaats zet in de gemeente, in het lichaam van Christus. Nu, het zullen er niet al te veel zijn die Hij daarin zal plaatsen, dat zal ik u meteen wel zeggen. U zegt: "O, maar het zal toch een heel groot aantal zijn!" Jazeker, maar Hij heeft ook zesduizend jaar gehad om ze er telkens uit te halen. Bedenk, dat, als de opstanding komt, wij samen met hen opgenomen zullen worden. Het zijn er slechts weinigen, ziet u. Onderzoek toch snel hoe het met uw redding staat. Onderzoek uzelf en zie wat er verkeerd is gegaan! Kijk gewoon wat er aan de hand is. Ik weet dat het hard is, maar broeder het is de Waarheid. Het is Gods Waarheid, deze aanneming!

83 Wij behoorden zo in vuur en vlam te staan voor God, dat we dag en nacht door zouden gaan. Niets zou ons moeten kunnen stoppen. We behoorden toch zo lieflijk, zo aangenaam, zo vriendelijk en zo aan Christus gelijk te zijn in onze levens... Dat wil zeggen in ons dagelijks leven. Jezus zei: "Let op de leliën des velds, hoe zij groeien, arbeiden en spinnen; en Ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze." Salomo droeg gewaden die versierd waren met prachtige zijde, borduurwerk en dat soort dingen. Maar dat was niet waar Hij over sprak. Als een lelie wil groeien, dan moet zij dag en nacht werken. Hoe wilt u straks op het laatst van de reis verschijnen? "Indien de rechtvaardige ternauwernood behouden wordt, waar zal dan de zondaar (dat is de ongelovige) en de goddeloze verschijnen?" [1 Petrus 4:18] Dat is de mens die het Woord hoort en weigert ernaar te wandelen. Nu, wat zullen wij gaan doen? Zie? Nu, dat...

84 Dit hier is onze gemeente. Er zijn misschien vier of vijf vreemden in ons midden. Maar dit is de gemeente, ik leer u. Ook wordt dit op geluidsbanden opgenomen. Ik zou willen dat de mensen die naar de banden luisteren bedenken dat dit aan mijn gemeente is gericht. Daarbuiten, onder de mensen, probeer ik heer genoeg te zijn om hen dingen te zeggen die ze zouden kunnen volgen, waarmee ze gewiegd kunnen worden in hun eigen kleine 'magere melk-ideeën'. Maar wanneer het er op aankomt om werkelijk de waarheid naar voren te brengen, laten wij het dan ook grondig doen.

85 Aanneming, op z'n plaats zetten! Wat is er met hen aan de hand? Toon mij waar zij aan toe zijn: God roept zijn kinderen apart door middel van een manifestatie. Ze hoeven er geen woord over te zeggen; u ziet dat er iets gebeurd is. Zijn zoon wordt z'n plaats gegeven, hij wordt op orde gebracht, helemaal in precies dezelfde orde als zijn Vader, met dezelfde dingen. Hij heeft evenveel autoriteit, en zijn woord is evengoed als dat van een aartsengel, ja beter nog. De zoon werd dan aangenomen; op een verhoging gezet. Hij zat daarbuiten: zijn klederen werden verwisseld, zijn kleuren werden veranderd. Als de vader deze plechtigheid hield, verklaarde hij: "Dit is mijn zoon; van nu af aan heeft hij de leiding. Hij is het die regeert. Hij gaat over heel mijn erfdeel. Alles wat ik heb behoort aan hem." Dat is juist.

     Denk er nu eens aan terug hoe het in het begin was. Daar was El-Elah-Elohim, ziet u, toen Hij nog de in Zichzelf Bestaande was. Toen werd Hij Jehova, die iets maakte. En Hij gaf de mensen de heerschappij over de aarde. Waar wachten wij nu op? Op de manifestatie daarvan. De aarde zucht. Laten wij het even verder lezen:

     ... tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van Zijn wil, tot lof van de heerlijkheid Zijner genade,...

86 Wat is Zijn genade? Het is Zijn liefde. Vroeger, toen Hij nog geen Vader was, schiep Hij Zich een kind, opdat wij er zouden zijn, tevoren bestemd, om als zonen te worden aangenomen tot lof Zijner genade. Ziet u?

     ... waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde. – in een Persoon, in Christus.

87 Hij heeft het zo gemaakt, dat wij in genade werden aangenomen. Hoe? Door Hem. Hoe komen wij in Hem? Door één Geest zijn wij allen in Hem gedoopt. Luister:

     En in Hem hebben wij de verlossing door Zijn Bloed, de vergeving van de overtredingen,...[Efeze 1:7]

88 Hoe zou u over de voorbestemming Gods, die voorbeschikt en op orde brengt, kunnen prediken, tenzij er ergens een verzoening voor de zonden is? Waarom is het? Omdat u elke dag wel een fout maakt. Doet u niet elke dag verkeerd? Maar als u wederom geboren bent, of u nu een man of een vrouw bent: zo gauw u een fout maakt, weet God dat het u spijt. Al staat u in de tegenwoordigheid van president Roosevelt of van wie anders ook, u kunt belijden: "Ik ben fout geweest, God vergeef mij dit." Waarom? Daar is de verzoening door het Bloed werkzaam.

89 U merkt dat er staat: "overtredingen", of "zonden". Een zondaar is een zondaar, hij doet geen zonden. Maar de gemeente bedrijft wel zonden, handelt fout, koestert verkeerde gedachten, geeft een verkeerde indruk, maakt allerlei bezwaren, en waggelt als een klein kind dat probeert om te leren lopen. Hij weet gewoon nog niet hoe goed te wandelen, omdat hij nog maar een kleine jongen is. Maar dan is er een hand die zich naar ons uitstrekt, die ons grijpt en ons houvast geeft en zegt: "Doe deze stap, deze kant op, zoon." Hij grijpt ons niet als we een fout maken, om ons een pak slaag te geven. Hij slaat ons niet ten dode, omdat wij pogingen doen om te leren lopen. Hij heeft ons lief, zoals wij onze kinderen liefhebben.

90 Een echte werkelijke pappa zou zijn kind toch ook geen aframmeling geven wanneer hij probeert te lopen, en daarbij op de grond valt? Hij grijpt meteen toe, met zijn grote sterke hand, neemt hem op, pakt hem met beide handen vast en zegt: "Kijk, zó moet je het doen, zoon, loop zó."

91 En dat is nu precies de wijze waarop God het met Zijn gemeente doet! Hij reikt naar beneden, pakt hem bij zijn arm, neemt hem en zegt: "Wandel zo zoon. Zeg het niet op die manier, zeg het op deze wijze. Nu, maak je niet bezorgd over wat de kerk zegt, en wat dit zegt, of wat dat zegt, zeg jij het zoals het hier staat! Dit is de manier, dit is het. Als Mijn Woord het predikt, blijf er dan precies bij, wandel ernaar en blijf erbij. Maak je er geen zorgen over wat iemand anders zegt, blijf hierbij. Wandel zo. Dit is de manier om stappen te nemen."

92 Onze zonden; een verzoening voor onze zonden uit liefde, anders zouden wij nooit een kans hebben. Wat kunnen we ons gewoon vastklampen aan die woorden:

     ... naar de rijkdom Zijner genade,

     welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand.

93 Wat is overvloedig? Wel, dat er gewoon bergen beschikbaar van zijn: overvloedig heeft Hij het ons bewezen, in alle wijsheid en verstand!

94 Alle wijsheid en verstand heeft Hij ons in overvloed bewezen. Dat 'met alle wijsheid' wil niet zeggen: die van de wereld. De wijsheid van de wereld is dwaasheid voor Hem. En omgekeerd is de wijsheid van God dwaasheid voor de wereld. Het is precies zoals dag en nacht: de een kan niet samen gaan met de ander. Maar wanneer de zon begint op te komen en de dag breekt aan, dan wordt de nacht van plek tot plek verdreven. En zo is het ook wanneer het licht van het Evangelie begint binnen te komen, dan beginnen al de dingen van de wereld gewoon te vervagen. Wat is het gevolg? Hij laat Zijn kinderen baden in het Zonlicht: wandelend in de Geest, geleid door de Geest van God en overvloedig in Zijn genade, met alle wijsheid en verstand, begrip en fijngevoeligheid om te weten hoe te wandelen. Als u ziet dat er iets fout is, wees dan voorzichtig in wat u doet. Is er iets niet in orde, wees dan zorgvuldig, zelfs de manier waarop u het benadert. Verstand! Bekijk het heel goed. Wees er heel zeker van dat u weet hoe het te benaderen: listig als een slang, argeloos als een duif. Dat is wat Jezus zei.

95 O, dit zijn goudklompjes, vrienden! Wij konden er gewoon dag na dag bij blijven. O, zijn ze niet wonderbaar! Verstand en wijsheid. Hij heeft het ons overvloedig bewezen en over ons uitgestort. Hij heeft ons er niet een lepel vol van gegeven, maar Hij nam een hele grote schop en blijft gewoon nog steeds doorgaan het erin te scheppen! Hij heeft het ons overvloedig bewezen: in alle wijsheid en verstand, naar Zijn genade. O, verbazingwekkende genade, hoe lieflijk is haar klank...

     welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand,

     door ons het geheimenis van Zijn wil te doen kennen...

96 Tot wie spreekt Hij hier? Tot denominaties? Alstublieft mijn broeders, denk niet dat ik probeer uw denominatie neer te halen, dat doe ik niet. Ik probeer u te vertellen dat het al van aanvang aan een verkeerd iets is. Terwijl Jezus zei: "Gaat heen en verkondigt het Evangelie", gingen wij heen en stichtten denominaties. Dat is de reden waarom wij het niet hebben: wij wandelen naar de wijsheid der mensen. Als Calvijn eens kon opstaan...

97 Niet lang geleden stond ik bij het graf van een groot man, een grote hervormer. Ik dacht erover na wat een groot man hij was geweest. Hij was het! Wel, het... Ik zou niet... Het was John Wesley. Toen kwam het bij me op dat, als John Wesley eens kon opstaan uit zijn graf vandaag en de toestand van zijn kerk kon zien, hij zich dan zou schamen voor zijn naam. John Wesley was een godvruchtig man, een brandhout uit het vuur gerukt, zoals hij zichzelf noemde. John Wesley was een heilig man, die in God geloofde, en Hem stap voor stap volgde. Maar nadat John Wesley gestorven was, zeiden ze: "We zullen een kerk voor John stichten." Dan hebben we een kerk, en we noemen haar de Methodistenkerk, vanwege zijn methode voor de heiligmaking, wat het tweede werk der genade is.

98 Ze stichtten toen die kerk, maar vandaag ontkennen de leden van die kerk praktisch alles waar John Wesley voor stond. John Wesley predikte Goddelijke genezing. John Wesley geloofde in de doop van de Heilige Geest. John Wesley geloofde in het volledige herstel van de gaven. John Wesley, Maarten Luther, velen van die grote mannen spraken in tongen en hadden ook de uitlegging. Maar als u vandaag in een Methodistenkerk in tongen zou spreken of in een Lutherse kerk, dan zouden ze u eruit schoppen; ze zetten u de deur uit. Wat is er aan de hand? Precies in de tijd dat wij als zonen geplaatst behoorden te worden. Wat is er aan de hand? Zij hebben iets anders genomen, omdat zij het geheimenis van God niet kennen. Ze zullen het ook nooit kennen via een seminarie.

99 Laat ik hier nog even iets lezen. Is dat in orde? Goed. Laten we dan nu opslaan... Ik heb hier iets opgeschreven. Laten we zien wat Paulus, de leraar van deze boodschap, spreekt. Laten we dan even Handelingen 9:5 opzoeken. [Leeg gedeelte op de band – Vert] Laat het me weten, als ik te lang...

     En Saulus, nog dreiging en moord blazende tegen de discipelen des Heren,... (O, die kleine, kromneuzige, heetgebakerde, gemene Jood) ging naar de hogepriester, en vroeg van hem brieven naar Damascus voor de synagogen, om, als hij mannen en vrouwen, die van die weg waren, zou vinden, hen gevankelijk naar Jeruzalem te brengen.

100 "Ik zal ze opsporen! Als ik ze toch vind, jongen, wat zal ik ze krijgen! O, als ik ze kan vinden...!" Maar hij was voorbestemd.

101 Hoe weet u of die oude jeneverstoker daarginds niet voorbestemd is ten leven? Hoe weet u, of uit die vrouwen van de straat tegen wie u zelfs niet wilt spreken, door een kleine handdruk en een uitnodiging om mee naar de gemeente te gaan, geen heilige van God groeit, die ook ginds in de heerlijkheid zal zijn? Hoe weet u dat zij er niet een is? Dat is wat wij niet weten. Maar het is wel onze plicht om zo te handelen. Zoals een visser een net uitgooit in de zee en het optrekt. Hij haalt er kikvorsen in naar boven, vissen, hagedissen, waterspinnen en nog veel meer, maar iets ervan was vis. Hij wist het niet, hij wierp gewoon zijn net uit. Dat is wat wij ook doen. Let op Paulus:

     ... en vroeg van hem brieven naar Damascus voor de synagogen, om, als hij mannen en vrouwen, die van die weg waren, zou vinden, hen gevankelijk naar Jeruzalem te brengen. (Ja broeder, het was werkelijk een ruw iemand!)
     En terwijl hij daarheen op weg was, geschiedde het, toen hij Damascus naderde, dat hem plotseling licht uit de hemel omstraalde;

102 Er kwam een priester de weg af: Dr. F.F. Jones, die hem aansprak en zei: "Je hebt wat seminarie-ervaring nodig, mijn zoon, dan geloof ik dat God je zou kunnen gebruiken." Zou zo'n tekst in de Schrift u niet verschrikkelijk zijn voorgekomen, als u zoiets zou lezen? Wel, dat is gewoon niet zinnig. Ik zeg het niet als grap, dat illustreert alleen hoeveel verstandigs wij in deze dagen uit dit Schriftgedeelte hebben geleerd. "Wel, uw moeder was een goede vrouw; ik geloof dat u een goed prediker zou zijn." Let op wat er in werkelijkheid gebeurde:

     En terwijl hij daarheen op weg was, geschiedde het, toen hij Damascus naderde, dat hem plotseling licht uit de hemel omstraalde; (Ziet u dat? Het begon met iets bovennatuurlijks: een licht uit de hemel.)
     en ter aarde gevallen, hoorde hij een stem tot zich zeggen: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?

     En hij zeide: Wie zijt Gij, Here?

     En Hij zei: Ik ben Jezus, die gij vervolgt. Het valt u zwaar om tegen de prikkels achteruit te slaan. Maar sta op en ga de stad binnen, en daar zal u gezegd worden wat gij doen moet.[Handelingen 9 en 26]

103 En de mannen die met hem reisden, trokken verder en zij ontmoetten daar een man, Ananias genaamd. En hij had een visioen gezien. Het was allemaal bovennatuurlijk. Een visioen over deze Saulus, deze gemene kerel. Deze Ananias zag het visioen in zijn huis. Hij was een profeet die thuis in gebed was, en toen een visioen zag. De Here sprak tot hem en zei: "Er komt ginds een man de weg af. Hij is volkomen blind. Zijn naam is Saulus; het is Saulus van Tarsus."

104 Hij zei: "Heer, ik heb al van grote dingen gehoord. Zend mij niet, ik ben maar een kleine man. Zend mij niet naar hem toe."

105 Hij zei: "Maar zie, onderweg hierheen heb Ik hem een visioen getoond. Ik verscheen hem in de Vuurkolom. Ik sloeg hem gewoon met volkomen blindheid. Ik moest hem verblinden, hem verbreken, voordat Ik iets uit hem kon maken. Ziet u, Ik moest al zijn theologie afbreken. Weet u, hij was een belangrijk iemand in een van die kerken daar. Hij had allerlei titels, hij hoefde nooit wat bij te schaven of op te poetsen. Maar", zei Hij, "wat Ik moest doen is dat alles uit hem weghalen."

106 Dat was de zaak. Het was niet nodig hem méér te geven, maar om het uit hem vandaan te halen. Ik geloof dat dat het is wat er aan de hand is met een heleboel van onze geestelijken vandaag: dat het uit hen weggehaald wordt, zodat God de Heilige Geest in hen kan zenden. Eruit nemen! Nu, hij zei dat hij...

107 "Maar", zei hij, "Here, deze man is een verschrikkelijk mens."

108 Hij antwoordde: "Zie, hij is in gebed. Sta op en ga naar de straat die de Rechte heet. Sta op, ga door die en die straat en u zult bij een fontein komen. Ga die fontein voorbij aan de linkerkant en loop dan verder. U zult dan bij een wit huis komen. Ga daarheen en klop op de deur. Hij ligt daar in de hal; verder hebben ze hem niet gebracht. Leg hem de handen op, neem hem mee naar de rivier van Damascus en doop hem daar in de Naam van Jezus. Ga, want Ik zeg u wat Ik zal gaan doen: hij zal veel moeten lijden terwille van Mijn Naam, want hij is Mijn boodschapper aan de heidenen." Amen.

109 "Wel, wacht even, Here! Welke school moet ik hem adviseren?"

     Ik zal u vertellen wat we zullen doen; laten we daarvoor eens in de brief aan de Galaten lezen. Dit is één boek verder. Laten we Galaten 1 nemen en beginnen bij het tiende vers om uit te vinden naar welke school of welk seminarie Paulus was geweest, wiens handen op hem werden gelegd en o, alles wat er plaats vond. Galaten, het eerste hoofdstuk. Laten we, om tijd te sparen, beginnen bij zijn bekering, het tiende vers.

     Tracht ik thans mensen te winnen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Indien ik nog mensen trachtte te behagen, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn.

110 O, broeders! Mag ik misschien even een klein voorbeeld lezen wat hier vóór staat, in het achtste vers? Hoevelen weten dat Paulus degene was die de mensen liet overdopen in de Naam van Jezus, in Handelingen 19? Zeker. Laten we een klein stukje hierboven nemen, het achtste vers:

     Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een Evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt!

111 Begrijpt u het? Waar haalde u dit Evangelie vandaan, Paulus? Het negende vers.

     Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt!

112 Of hij nu een aartsengel is of een bisschop, al is hij ook de voorzitter van de synode, al is hij Doctor Zus-en-Zo, wat hij ook is, als hij niet de waterdoop predikt in de Naam van Jezus Christus, de doop van de Heilige Geest, als hij niet het herstel van de gaven verkondigt, de komst van Christus, al deze dingen, dan zij hij vervloekt! Als hij probeert iets van dit Woord af te nemen en zegt dat het voor een andere tijd was, en dat vermengt met de een of andere nieuwe onvaste misleidende gedachtengang, die hij leerde op een of ander seminarie, laat hij vervloekt zijn!

113 Laten we nog eens verder lezen om te zien hoe Paulus het ontving. Ziet u, wat ik u probeer te zeggen deze morgen?

     Tracht ik thans mensen te winnen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Indien ik nog mensen trachtte te behagen, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn.

114 Hoe kan ik iets anders verwachten en wat kan ieder mens die God liefheeft (en speciaal een prediker) anders ervaren dan dat hij gehaat wordt door de mensen? De mensen zullen u haten.

     Jezus zei: "Indien men aan Mij, de Heer des Huizes... Ik ben de Heer, de grootste van u allen. Ik ben degene die meer wonderen kan doen, die meer kan doen door de Heilige Geest dan u allen, omdat de ganse Volheid in Mij woont. Als zij Mij Beëlzebul noemen, hoeveel te meer zullen zij u het dan niet noemen? Maar", zei Hij, "bedenk niet wat gij zult gaan zeggen. Want u zult het niet zijn die spreekt, het zal de Vader zijn die in u woont; Hij spreekt dan. Blijf slechts bij het Woord." Toen Hij klaar was met het schrijven van Zijn Boek, zei Hij: "Indien iemand één woord uit dit Boek wegneemt of er één woord aan toevoegt, die zal weggenomen worden van het boek des levens." God helpe ons om daarbij te blijven!

115 Laten we nu snel het volgende vers lezen:

     Want ik maak u bekend, broeders,... (en dat betekent, dat ik u voor een oordeel plaats) dat het Evangelie, hetwelk door mij verkondigd is, niet is naar de mens. ("Ik ben noch Methodist, noch Baptist, Presbyteriaan of van de Pinksterbeweging.") ... niet is naar de mens.

     Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd,...

116 "Ik ontving het niet van mensen, niet van een seminarie, doctor in de godgeleerdheid of opleidingsschool. Ik heb het niet op die manier ontvangen. Ik leerde het nooit op die wijze. Ik heb het niet op die manier gevonden; het kwam niet op die manier tot mij."

     Maar hoe kwam het dan, Paulus?

     ... geleerd, maar door de openbaring van Jezus Christus.

117 Toen Christus Zichzelf aan mij openbaarde, dat Hij de Zoon van God was, toen die Vuurkolom over mij kwam die dag, zei ik: "Wie zijt Gij, Here?" En Hij zei: "Ik ben Jezus."

118 Nu, laat ik u tonen wat er met hem gebeurde. Wel, als vandaag iemand een dergelijke ervaring zou hebben, dan zouden ze hem eerst eens tien jaar willen geven om Grieks te leren en dan nog een jaar of tien om verder te studeren... Tegen die tijd is er niets meer van hem over! Luister:

     Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus.

     Want gij hebt gehoord van mijn vroegere wandel in het Jodendom:...

119 "Ik was een vooraanstaand theologisch Doctor; jongen, ik had het. Ik ben opgeleid door Gamaliël, de beste leraar die er in het land was." Hoevelen weten dat Gamaliël een van hun grootste leraren was? Natuurlijk. "Mijn Joodse religie, jongen, ik had het onder de knie." (Hij wist precies hoe de apostolische geloofsbelijdenis op te zeggen en al die dingen, weet u.) "Ik wist hoe ik al de morgengebeden moest uitspreken en hoe de mensen de zegen te geven." Ziet u?

     ... ik heb de gemeente Gods bovenmate vervolgd en getracht haar uit te roeien,

     "Wat heb ik geprobeerd om dat stel 'Heilige rollers' te stoppen."

     en in het Jodendom heb ik het verder gebracht dan velen van mijn tijdgenoten onder mijn volk,...

120 "Ik was een groot man. Mensen, ik had het werkelijk ver geschopt. Ik toonde hen dat ik ze de grond in kon boren, omdat ik Stefanus doodde, en een heleboel van die andere dingen die ik heb gedaan. Ziet u hoe ik optrad, hoe ik hen bovenmate heb vervolgd?"

     en in het Jodendom heb ik het verder gebracht dan velen van mijn tijdgenoten onder mijn volk, als hartstochtelijk ijveraar voor mijn voorvaderlijke overleveringen.

121 Nu bedenk, geen ijver voor het Woord van God, maar voor de 'voorvaderlijke overleveringen' of, met andere woorden, voor de traditie van de kerken. "Ik vermoed dat ik met hart en ziel Methodist was, of Baptist; Pinksterman met hart en ziel." O, bent u dat? Ik wil van God zijn met hart en ziel. Dat is het.

     ... mijn voorvaderlijke overleveringen.

     Maar toen het Hem behaagde... (O, Paulus, daar komt hij!) ... toen het Hem, die mij van de schoot mijner moeder afgezonderd en door Zijn genade geroepen heeft, behaagd had, Zijn Zoon in mij te openbaren,...

122 Hoe kan dat? "Het is de Heilige Geest in mij! Het behaagde God om mij te nemen, Hij die mij afzonderde van mijn moederschoot af, en mij de Zoon te geven, wat de Heilige Geest is – in Geestvorm – in mij om Zichzelf in mij te openbaren." Ooo...! Ik geloof dat ik wel eens even zou willen jubelen!

123 Kijk, laat mij u dit vertellen, broeder. Toen het God behaagde... O, halleluja! Toen het God behaagde! Ik had een vader die een dronkaard was. Een moeder – God zegene u mamma, ik zeg niets in uw nadeel – maar met een moeder die niet meer wist over God, dan een konijn over sneeuwschoenen. Een vader die dronken op straat lag. Ik had zelfs geen schoenen om mee naar school te gaan; lang haar tot in mijn nek. Iedereen haatte mij, omdat ik een Kentuckiër was, hier in Indiana.

     En o, ik was gewoon een stank... Maar het behaagde God! Amen! Het behaagde God, die mij afzonderde van de schoot van mijn moeder, om Zijn Zoon in mij te openbaren, door mij een prediker van Zijn Woord te maken, die er precies bij zou blijven, waardoor Hij visioenen zou tonen, en tekenen en wonderen.

124 Ziet u waar Hij over sprak? Dat het God behaagde om dat te doen. Hoe? Luister nu aandachtig. Ik neem nu het zestiende vers:

     ... Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenen verkondigen zou, ben ik geen ogenblik te rade gegaan bij... de kerk...

125 "Ik ben nooit naar enige bisschop gegaan om hem te vragen wat ik behoorde te doen. Ik ben nooit naar vlees en bloed gegaan, naar welke organisatie of wat anders ook. Ik had nooit iets met hen te maken. Ik ging nooit bij vlees en bloed te rade. Evenmin ging ik naar Jeruzalem, naar al de grote heilige priesters en heilige vaders en al die anderen, om te zeggen: 'Wel, ik had een visioen, wat moet ik er nu mee doen? Ik zag de gezegende Here Jezus in een visioen.' Ze zouden zeggen: 'Maak dat je weg komt, jij heilige roller! Wat is er met jou gebeurd?' Nee, ook al had ik al hun academische graden om mee te beginnen."

126 En Paulus zei hier, ik kan het u tonen in de Schrift, dat hij zei dat hij alles moest vergeten wat hij ooit had geleerd en het niets wilde achten, opdat hij Christus zou mogen kennen. O!

     ook ben ik niet naar Jeruzalem gereisd tot hen, die reeds vóór mij apostelen waren. Maar ik ben naar Arabië vertrokken en vandaar naar Damascus teruggekeerd.

     Daarop ging ik drie jaar later naar Jeruzalem, om Cefas te bezoeken, en ik bleef vijftien dagen bij hem;

127 Als we dan verder lezen dan ontdekken we dat hij en de apostel Petrus elkaar nooit eerder in hun leven hadden gezien; zij hadden elkaar nooit gekend en elkaar nooit gezien. Maar toen ze elkaar ontmoetten, bleken ze hetzelfde Evangelie te prediken! God heeft een school! Jazeker.

128 Laten we Petrus eens nemen. Hij stond daar op de Pinksterdag en zei: "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen in de Naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen."

129 Filippus zei (o, wat heerlijk is dit!): "Ik heb ook iets om te doen. Ik heb een roeping om naar Samaria te gaan." En hij ging erheen en getuigde er op straat. Het eerste wat er gebeurde, was dat er een ziek iemand aan kwam lopen. Hij legde hem de handen op en de man begon te springen en te dansen en riep: "O, prijs God, dit is het!" Zo begon hij langzamerhand een hele grote samenkomst te krijgen. Hij zei: "U hebt allen de Heilige Geest nodig. En wat u moet doen, is dat u zich laat dopen in Jezus' Naam." Dus nam hij hen stuk voor stuk mee naar buiten en doopte hen allen in de Naam van Jezus. Toen zei hij: "Kom Petrus, leg u hen nu de handen op." En zij ontvingen de Heilige Geest. Toen Petrus in het huis van Cornelius kwam, ging het op dezelfde wijze.

130 Paulus had hem nooit eerder gezien en nooit iets over hem gehoord, maar nadat hij door de bovenlanden van Efeze was gereisd, vond hij enige discipelen. Hij ontdekte daar Apollos, een Baptistenpredikant, zouden wij zeggen. Hij was een bekeerde rechtsgeleerde, knap en briljant, die het Oude Testament nam en daardoor bewees dat Jezus de Zoon van God was. Jazeker, een knap iemand. Die mensen daar hadden een geweldige blijdschap, ze jubelden het uit! De Bijbel spreekt over hen. Leest u maar het achttiende en negentiende hoofdstuk van Handelingen. Zij hadden vreugde, zij dansten in de Geest en huppelden rond, weet u. Maar Paulus vroeg hen: "Hebt gij de Heilige Geest ontvangen sinds gij tot het geloof kwaamt?"

131 Nu, tot u Baptistenbroeders, die probeert de mensen te laten slikken dat er in het oorspronkelijke Grieks staat: "Hebt gij de Heilige Geest ontvangen toen u geloofde?" Ik daag u uit om mij het Grieks te brengen. Ik heb de oorspronkelijke Griekse tekst in mijn bezit. En ik heb ook het Aramees en het Hebreeuws. Zij vermelden alle drie: "Hebt gij de Heilige Geest ontvangen sinds gij tot geloof kwaamt?"

132 Door geloof bent u behouden, dat is uw geloof in God. Het Bloed houdt u rein van zonde, omdat het een offer is. Het Bloed redt u niet. Het Bloed houdt u rein. Hoe zegt u dat u gered bent? Door geloof bent u gered. En wel door Gods voorkennis, doordat Hij u riep. U bent gered en het Bloed vormt een verzoening. Het houdt u voortdurend rein. Daarna wordt u door één Geest gedoopt in de Heilige Geest – in de gemeenschap van gelovigen en in de gemeenschap van de Heilige Geest, om door deze Geest te worden geleid: terwijl tekenen en wonderen u volgen.

133 Wacht maar tot ik daar aan toe ben; ik wacht nog op iets. Nog even en we zullen er op komen. Ik hoop toch dat we er nog aan toekomen. (Ik vroeg u om mij op dit moment te waarschuwen, was het niet? Ik keek net zelf al even.) Nog een paar woorden, laten we nog even een klein beetje verder gaan.

134 Hoe lang duurt deze redding? Wat voor soort redding is het? Van de ene kerk tot de volgende kerk? Laten we Hebreeën 9:11 nemen om te kijken hoe lang het duurt. Sla het boek Hebreeën op en laten we uitvinden hoe lang deze redding duurt. Dan kunnen we zien wat voor soort redding het is. Laten we nu Hebreeën 9:11 lezen.

     Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is,... (Nu, dit is nog steeds dezelfde leraar: Paulus.) niet van deze schepping,

     en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met Zijn eigen bloed, eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom,... (Hoeveel keren? Eénmaal!) waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf. (Voor een week? Een verlossing tot een volgende opwekking? Hoe lang?) ... waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf.

135 Wat betekent het woord 'eeuwig'? Het is in Christus te zijn nadat ik tot geloof ben gekomen. Geen mens kan Jezus de Christus noemen dan door de Heilige Geest. In dat opzicht zijn er drie klassen mensen: ongelovigen, schijngelovigen en gelovigen. Maar degenen die hebben geloofd tot eeuwig leven, zijn de voorhoven binnengegaan.

136 Neem nu eens de oude tabernakel; wat was het eerste dat ze deden? Ze gingen de voorhoven binnen, de heidenen. Daar stond meteen het koperen altaar. Daarachter stond het koperen wasvat, waar ze het offer wasten. Was het offer gedood, dan werd het bloed op het altaar gesprenkeld. Slechts éénmaal per jaar gebeurde het dat Aäron werd gezalfd (Hoe?) met de geur van de Roos van Saron, met die kostelijke welriekende olie, die ze over zijn hoofd goten, zodat het helemaal naar beneden stroomde, naar de zomen van zijn kleed. Let er op hoe deze man achter de voorhang moest gaan, eens per jaar: het bloed voor de genadetroon voor zich uit dragend. En in een zeker jaar had hij zijn staf in de tent der getuigenis meegenomen en vergeten. Toen ze hem daarna kwamen halen was hij al uitgelopen en had gebloeid. Een stok, een oude stok, die hij misschien wel veertig jaar bij zich had gehad in de woestijn, maar die nu neergelegd was in die heilige plaats! Kijk, als hij dat bloed van het verbond nam, was hij gezalfd en had hij klederen aan met kleine belletjes eraan: afwisselend een granaatappeltje en een belletje. Die priester moest zo wandelen dat ze elke keer als hij een stap deed, speelden: "Heilig, heilig, heilig voor de Here. Heilig, heilig, heilig voor de Here." Ooo!

137 En waar spreek ik dan over? Hoor dit, Branham Tabernakel! U hebt uw kans gehad. Wanneer een mens eenmaal gezalfd is met de Heilige Geest om te worden aangenomen in het gezin van God, om op zijn plaats te worden gezet door de Vader, en hier buiten in dienst te worden geplaatst, in het doel van zijn leven waarvoor God hem heeft geroepen, dan moet zijn wandel zijn: "Heilig, heilig, heilig voor de Here. Heilig, heilig, heilig!"

     "O, u moet die richting eens wat op gaan en dan moet u zorgen dat u..."

     "Heilig, heilig, heilig voor de Here."

     "O, broeder, u moet alles geloven wat de oudste heeft gezegd."

138 "Heilig, heilig, heilig voor de Here." Laat Zijn Woord het eerste zijn, laat het alles zijn wat er is en laat dat vast gegrond zijn in uw hart. Uw wandel moet in het Woord zijn: "Heilig, heilig, heilig voor de Here."

139 "O, als u bij ons zou willen komen... Weet u wat we zullen kunnen doen? We zullen het goed organiseren; we zullen u in onze organisatie opnemen en u zult een groot man worden."

140 "Heilig, heilig, heilig voor de Here. Heilig, heilig, heilig voor de Here", steeds doorgaand! Het maakt helemaal niet uit wat iemand anders zegt!

141 "Herroep deze geluidsbanden! Doe dit, doe dat, doe zus en doe zo..."

142 "Heilig, heilig, heilig voor de Here." U blijft uw ogen gevestigd houden op Golgotha. Er is niets wat u zal gaan stoppen! Uw levenswandel is, dat u wandelt op de hoofdweg des Konings, gezalfd met deze kostbare Zalfolie, binnengaand in het Heilige der Heiligen. Amen.

143 Paulus zei dat hij dit niet van mensen had ontvangen. Nu, wat zegt hij, als we teruggaan naar de Efeze-brief, naar onze les: "... door ons het geheimenis van Zijn wil te doen kennen." Wat is Zijn wil? "... het geheimenis van Zijn wil te doen kennen." Voor u die het opschrijft, het is het negende vers. Nu, ik zal heel snel voortmaken om dit af te krijgen, omdat het laat wordt.

144 O, elk woord is zo'n... O, elk woord is een goudklompje. U kunt het opnemen en gaan oppoetsen. U zou kunnen gaan graven; u vindt één van deze woorden hier, neemt het mee naar Genesis en kunt het daar polijsten tot het begint te glinsteren. Dan kunt u het meenemen naar Exodus, en het daar opnieuw polijsten. Neem het mee naar Leviticus en polijst het opnieuw. Tegen de tijd dat u bij Openbaring komt, blijkt het in elk opzicht "Jezus" te zijn. U kunt het gewoon zoveel oppoetsen als u wilt, maar telkens zal het Jezus zijn, zodra u bij het boek Openbaring komt. Want wat zei Hij daar? "Ik ben Hij die was, die is en die komt. Ik ben de Wortel en Spruit van David, de Morgenster. Ik ben de Alpha en de Omega. (Dat zijn de A en de Z van het Griekse alfabet.) Ik ben 'De van A tot Z', de 'Ik Ben', de 'Alles in allen'." Zo is het! "Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk."

     Oei! Elk kleinood dat u hier oppakt, ga het zo lang polijsten tot u Jezus ziet.

145 Nu, nog even en dan zullen we stoppen. Ja, waar wachten we eigenlijk op? Waarvoor bent u hier in de samenkomst? Wat is het doel ervan? Waarom zucht de wereld? Waarom is er de dreiging van de atoombom? Waarom zijn er al die moleculen en atomen? Waarom is dit alles?

146 Laten we even Romeinen, het achtste hoofdstuk opslaan. Waar is het wachten op? Waar is al dit wachten voor? Welke tijd is het? Romeinen, hoofdstuk 8. Laten we beginnen te lezen bij het negentiende vers, om het echt fijn te maken. Goed. Ik weet waar u op uitkomt. Goed. Romeinen acht, ik geloof dat ik het nu goed heb. Ja. Het achtste hoofdstuk, en laten we hier beginnen bij ongeveer het achttiende vers. Laten we gewoon beginnen bij het veertiende vers.

     Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods. (Zo is het.)

     Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij, om opnieuw te vrezen,...

147 "O, ik vraag mij af of ik het wel vol kan houden. O, als ik het maar vol houd!" Niets vol te houden! Het is niet of ìk het uithoud, het is of Híj het heeft volgehouden. Ik ben nu in Hem, ziet u?

148 "Wel", zegt u, "àls ik in Hem ben." Nu, u Presbyterianen zegt: "Dat hebben wij altijd geloofd." Maar uw leven bewijst of u het bent. Het is of u dat soort leven leeft dat Hij leefde, of u hetzelfde Evangelie gelooft wat Híj predikte.

149 "O", zegt de Baptist, "zeker, ik geloof in eeuwige zekerheid." En dan sigaren roken en dansfeestjes aflopen? Vrouwen knippen hun haar af, schilderen hun gezichten en gedragen zich als een ik weet niet wat. Uw vruchten bewijzen dat u het niet gelooft.

     Wanneer ik vraag: "Gelooft u in gebedsgenezing?" dan krijg ik ten antwoord: "O, Doctor Jones zei dat dat voor vroeger was."

150 Wel, gij huichelaar! Wat is er met u aan de hand? Jij arm misleid kind. Je bent zover van het Evangelie af dat het jammerlijk is. Je bent gewoon op een zijspoor gekomen; op een of ander modderig pad ergens, boven op de een of andere smeulende vuilstortplaats... Ziet u niet wat Hij hier heeft gezegd? Dat elke geest die belijdt dat Jezus niet in het vlees is gekomen (op dit ogenblik), de verkeerde geest is. De Bijbel zegt dat Jezus Christus Dezelfde is, gisteren, heden en voor immer. Wat Hij toen sprak, is Hij nu, en zo zal Hij ook altijd blijven. Nu luister:

     Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het...[Samenkomst zegt: "Zoonschap." In het Engels: "Adoptie." – Vert]

151 Nu, nadat u bent aangenomen... Zo is het, nadat u aangenomen bent, en op uw plaats bent gezet, dan hebt u begrip, nadat de plechtigheid is geschied en u op de juiste wijze in het lichaam bent gezet. U bent een zoon of dochter, jazeker, wanneer u wederom geboren bent. Dat is uw geboorte, maar nu bent u op uw plaats gezet.

     Wij hebben niet ontvangen een geest... om... te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader. (Dat wil zeggen: "Mijn God.")

     Die Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn.

152 Hoe getuigt Hij dat? Betuigt Hij het als u zegt: "God zij geprezen! Halleluja! Wat maakt mij dat uit, ik ben een kind van God", en dan rustig de dingen doen die u doet? Nee, de Geest van God zal de werken Gods doen.

153 Jezus zei: "Wie in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen." Ziet u?

154 Als een bepaalde wijnstok uitloopt, die aan de eerste rank druiven draagt, maar aan de volgende uitloper pompoenen voortbrengt, dan is er iets fout mee. Dan is het een geënte gemeente, een ingeënte wijnrank, een ingeënt iemand. Iemand kan bij de een of andere denominatie behoren, zichzelf Christen noemen, maar niet de Heilige Geest hebben en de kracht Gods en al deze dingen...

155 Nu, als u hier naar buiten zou gaan en u zou zich gedragen als een stel dronken mensen, alleen maar vanwege het feit dat u in tongen sprak... Ik zag duivelen in tongen spreken, jazeker. Ik heb ze in de Geest zien dansen en jubelen, het schuim stond hen op de mond en al dat soort dingen. Ik heb dat gezien, maar daar spreek ik niet over. Ik spreek over de Geest van God.

     Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.

     Want ik ben er zeker van,...

156 Luister hier goed naar, dit is zo prachtig!

     Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die over ons [Engelse – Vert] geopenbaard zal worden. (In ons!)
     Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping...

157 Er staat hier een kleine kanttekening dat 'schepping' het juiste woord is, in het Grieks.

     ... wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods.

158 Waar wacht alles dan op? Waar wacht de hele schepping op? Op het openbaar worden van de zonen Gods. Ze wacht tot de gemeente op haar plaats is gekomen. Wie was de Zoon van God in de tijd van Adam, en wat was zijn domein? De aarde! Hij had heerschappij over de aarde. Is dat waar? En toen was Hij niet meer 'El, Elah, Elohim', maar Jehova. Ziet u? Dat houdt in: "Ik ben God en Ik heb enige kleinen onder Mij geschapen. Ik heb hun een domein gegeven." Het domein dat onder hun beheer stond was de aarde. De mens had heerschappij over de aarde. En nu wacht heel de schepping tot opnieuw de zonen Gods worden gemanifesteerd.

Wij zien uit naar het aanbreken van dat blijde duizendjarig rijk,
Wanneer onze gezegende Here zal komen om Zijn wachtende bruid op te nemen;
O, de aarde zucht en roept om die dag van heerlijke verlossing,
Als mijn Redder weer terug naar d'aarde komt.

159 Is dat waar? Ze wacht. God probeert Zijn gemeente op haar plaats te krijgen, opdat Hij Zichzelf kan manifesteren. Hij wil er één nemen door wie Hij zo kan werken, dat Hij kan zeggen: "Daar heeft Mijn Geest alle vrijheid. Daar is het; hier kan Ik werken." Dan neemt Hij hier nog iemand en plaatst hem ook. "Ik kan hem installeren." (Aannemen, plaatsen, manifesteren.) Hij neemt hem mee en voltrekt een ceremonie voor hem; bezoekt hem met een engel, vertelt hem iets... Nu, dat gebeurt als hij de waarheid heeft gesproken. Als hij gewoon iets fabriceert dan zal het niet werken. Nee, nee, dat zal niet werken. Daar hebben we al teveel van gehad. Ik bedoel: manifestaties van zonen van God, in wie God Zichzelf manifesteert en die Hij uitzendt. Dan kan hij doortrekken en wat hij spreekt is de waarheid. En wat hij doet is de waarheid. Wat doet hij? Hij manifesteert Christus. Hoe beoordeelt u hem? Door de wijze waarop hij bij het Woord blijft, of hij precies bij het Woord blijft.

     Ziet u, dat is hoe dat u alle mensen kunt onderkennen: door de wijze waarop ze bij het Woord blijven. Indien zij niet spreken overeenkomstig het Woord, is er geen leven in hen, zegt de Bijbel. Ziet u? Laat ze dan gaan.

160 Nu, laten we teruggaan naar Efeze, hoofdstuk 1. (We zullen moeten stoppen, omdat onze tijd verstrijkt.) Het negende vers:

     door ons het geheimenis van Zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen,

161 Hij had Zich dit voorgenomen, vóór de grondlegging van de wereld. Hoeveel begrijpen dat?

     om, ter voorbereiding van de bedeling...

162 O, hier hebben we het alweer! Ziet u? O, laten we het maar even laten rusten...

     ... de bedeling van de volheid der tijden...

163 Gelooft u in bedelingen? De Bijbel sprak ervan. "In de bedeling van de volheid der tijden." [Engelse – Vert] Wat is de 'volheid der tijden'? Wel, er was een bedeling van de Mozaïsche wet. Er was de bedeling van Johannes de Doper. Daarna zagen we de bedeling van Christus en die van de kerkorganisatie. Ook hebben we een bedeling van het uitstorten van de Heilige Geest gehad. Nu is het de bedeling van de aanneming, dat is waar de wereld op wacht, en waarom ze zucht. En als de volheid der tijden komt, de bedeling van de volheid der tijden, wat is dan die volheid der tijden? Dat is de tijd dat de doden opstaan, dat ziekte ophoudt, de tijd waarin heel de aarde ophoudt te zuchten. Dat is de volheid der tijden. Let hierop!

     om ter voorbereiding van de bedeling van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten.

164 Bent u niet blij? Hoe zal Hij het gaan doen? Alle dingen samenvatten in Wie? [Samenkomst zegt: "In Christus." – Vert] En hoe komen wij in Christus? ["Door één Geest."] Door één Geest zijn wij allen gedoopt in ["Eén lichaam."] één lichaam. En van wie is dat lichaam? ["Christus."] Het is reeds geoordeeld. Hij nam ons oordeel op Zich. En wat zijn wij dan? "Wanneer Ik het Bloed zal zien, dan zal Ik u voorbijgaan." En elke keer dat Hij naar dat lichaam kijkt, ziet Hij het daar: bebloed. En ik ben daarin! Hoe? Door de Heilige Geest. Dan zal Hij voorbijgaan. O!

     om ter voorbereiding van de bedeling van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is, onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten.

165 Nu, als u wilt spreken over een 'naam', dan zullen we daar meteen maar even over spreken. Heel het gezin in de hemelen wordt hoe genoemd?: ["Jezus Christus."] En hoe wordt heel het geslacht op de aarde genoemd? ["Jezus Christus."]

166 Er zijn hier enige fijne vrouwen, gewoon echte dames, dames. En één ervan is mevrouw Branham, mevrouw William Branham; zij is mijn vrouw. Zij gaat met mij naar huis. De andere vrouwen gaan met hun man mee.

167 Zo is er ook die grote, levende gemeente van de levende God; zij is vervuld met Zijn Geest en ze draagt Zijn Naam. Zo is het. Ik zeg niet...

168 Ik veroordeel de goede werken niet die u doet. Ik veroordeel de ziekenhuizen niet die er worden gesticht, al die goede dingen die zij doen... Ik geloof dat het wonderbaar is en dat het zegeningen Gods zijn voor de arme, lijdende mensheid. Ik veroordeel geen van al die dingen die ze verder nog doen. Het is fijn, vast en zeker. Ik zie hun grote organisaties met miljoenen dollars zeker altijd liever dan kroegen op de hoek van de straat. En zeker acht ik hen hoog die als predikers op de preekstoel staan...

169 Maar als het aankomt op het bijeen verzamelen aan het eind van de bedeling, dan zal het wachten zijn op de manifestatie van de zonen Gods. In die bedeling zal Hij allen samen willen vergaderen die in Christus zijn gekomen. Wat is Christus? Hoevelen... Hoe komen wij in Hem? 1 Korinthe 12:13: "Door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt...", wat het lichaam van Christus is. Daardoor zijn wij deelgenoten geworden van elke gave en al het goede wat Hij heeft. Is dat waar? En de hele aarde zucht en roept en wacht op die manifestatie die komen zal, als Christus en Zijn gemeente Zich zullen verenigen.

     om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten,

     in Hem, in Wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben,...

170 O broeder Neville, vergeef mij dat ik zoveel tijd neem. O, dat woord "erfdeel"! O! Ik weet dat u... Het is mijn bloedverwant, broeder. Ik ben niet... Ik hoop niet dat ik buiten zinnen ben, ik denk het niet, maar o..., wat staat daar? "Een erfdeel!" Wij hebben een erfdeel gekregen. Iemand heeft u iets na te laten. God liet u voor de grondlegging van de wereld iets na: een naam die in het Boek geschreven stond, opdat, wanneer het Lam zou worden geslacht, het ook u zou gelden. Maar laten we dat voor vanavond bewaren. Laten wij gewoon nog een poosje door lezen. Ik weet niet hoe we ooit aan het derde hoofdstuk moeten toekomen. Wij hebben hier nog geen vier of vijf verzen van gelezen. Nu, we zullen ook zo langzamerhand gaan sluiten. Ik zal het gewoon moeten lezen en het dan daarbij laten:

     ... in Wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij...

171 Wat? Hoe ontvangen wij dit erfdeel hier? Hoe kregen wij het? Omdat wij oprecht wandelden? Hoe krijgen wij dit erfdeel? Omdat wij voorbestemd zijn. Amen. Mijn Arminiaanse broeders, ik weet dat dit verschrikkelijk hard is. Het is niet mijn bedoeling om te kwetsen, maar het doet mij gewoon zo geweldig goed om te weten dat het... U hebt het, u hebt het, broeder, alleen ziet u het niet. Maar u hebt het toch, ziet u. Het is goed met u. U bent in orde, ziet u. Het is zo goed om daarover na te denken. Precies wat broeder Neville eens zei over die opening in een muur: "Haal maar een ladder en ga eens kijken wat u allemaal hebt." Jazeker, dat is het. Dit is het. Gods Heilige Geest is als het ware onze ladder waardoor we te weten komen wat wij bezitten, ziet u?

172 We hebben een erfdeel. O! Wat voor een soort erfdeel?

     ... het erfdeel..., waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van Zijn wil,

173 Voordat Hij 'Pappa' was, voordat Hij God was, voordat hij een Redder was, voordat Hij een Heelmeester was, voor Hij dat alles was, heeft Hij voorbestemd, zette de Naam van het Lam in het Boek, keek verder door Zijn voorkennis, zag uw naam en zette die er ook in. Wat is het? Na enige tijd kwamen wij ter wereld, geboren uit zondige ouders. Wij wandelen rond op deze wereld, weet u. Maar voor u er aan denkt was er een stem – net als bij die kleine Jood met z'n haakneus, Saulus, weet u, die alles verscheurde – en die stem begon te zeggen: "Hier... hier... hier... hier, hier!" En u antwoordde: "O, Abba, Vader!"

174 En nu beginnen we te komen, ziet u? We waren voorbestemd voor ons erfdeel in Hem. Het was voorbestemd, we beërfden het vóór de grondlegging van de wereld. O, het was Zijn Eigen voornemen dat het zo zou zijn, dat wij zouden zijn naar het welbehagen van Zijn wil, zodat Hij een God en een Redder zou zijn.

     In Hem zijt ook gij, nadat gij het Woord der Waarheid, het Evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord;...

175 En Wie is de waarheid? Jezus is de waarheid, de waarheid van het Evangelie. Welk Evangelie? Er is maar één Evangelie. Galaten 1 zegt: "Al zou een engel een ander Evangelie prediken, die zij vervloekt!" Dit is het Evangelie, het Evangelie van onze behoudenis; niet een ander, er is geen ander. Zo is er ook onder de hemel geen andere Naam aan de mensen gegeven, waardoor wij behouden moeten worden (Handelingen 4:12), dan in de Naam van Wie? ["De Here Jezus Christus."] O!

     ... in Hem zijt gij, toen [Engelse – Vert] gij gelovig werdt, ook verzegeld...

176 O, "nadat gij gelovig werd"! Hoe kunnen we daar toch gewoon overheen lezen, broeder? (Laten we dit bewaren voor vanavond; Wat zegt u ervan? O! Ik kan gewoon niet verder gaan dan dat. Laten we het voor vanavond bewaren. Maar ik kan gewoon dat woord "verzegeld" niet voorbij lezen; hoe u daarin komt.)

177 Ik erfde iets: een erfdeel door voorbestemming. Een erfdeel? Dan moest er iemand zijn om mij een erfdeel na te laten. "Wel", zegt u misschien, "Jezus heeft u een erfdeel nagelaten." Pardon, dacht u dat? Jezus liet mij geen erfdeel na, en Jezus liet ook u nooit een erfdeel na. Hij kwam alleen neer en betaalde voor uw erfenis. Hij bracht u tot uw erfdeel. Uw naam werd al in het boek des levens van het Lam geschreven, vóór de grondlegging van de wereld. God gaf u uw erfdeel. Uw erfdeel was er eerst. Jezus kwam alleen...

     Heel veel mensen proberen zich voor te stellen dat God zei: "Wel, er zijn heel veel mensen verloren en Ik wil dat zij gered worden. Daarom zal Ik Jezus zenden. Misschien is er dan iemand die er spijt van heeft, beseffend wat Ik allemaal heb gedaan, en dan wordt hij gered..." O genade! Zo zou ik mijn bedrijf niet willen voeren, hoe gebrekkig ik het nu soms ook mag doen. Nee, zo zou ik het niet doen. Hoe staat het dan met God?

178 God zag door Zijn voorkennis precies wie er gered zou worden en wie er niet gered zou worden. En Hij zond Jezus om diegenen te redden die Hij reeds had gekozen. Zei Paulus niet, een paar verzen hiervoor nog, dat Hij ons in Hem uitverkoren heeft, voor er zelfs een wereld was? Dat is ons erfdeel. God koos ons en Hij liet Jezus komen om de prijs te betalen. Wat was de prijs? Het vergieten van Zijn Bloed, opdat ons geen zonden zouden worden toegerekend. Niet iets wat u doet. Maar als u...

179 "Maar indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid zijn gekomen, blijft er geen offer voor de zonden meer over." [Hebreeën 10:26.]

180 Nu, daar zult u meteen weer willen vragen: "Hoe zit dat dan, broeder Branham?"

181 Maar herinner u:

     ... nadat wij tot erkentenis der waarheid zijn gekomen,...

     Zij hebben nimmer de waarheid ontvangen, ze hebben slechts de kennis ervan ontvangen. Ziet u dat? Het is onmogelijk voor degenen die eens verlicht zijn geweest en deel gekregen hebben aan de Heilige Geest en de kracht van het goede Woord Gods hebben gesmaakt... Dat zijn die grensgelovigen daar. Velen hebben mij daar al over geschreven.

182 Die grensgelovigen liepen tot daar helemaal mee, maar Jozua en Kaleb steken direct over naar de andere kant. Waarom? (Nu, wij zullen dat de Heilige Geest gaan noemen, het land daar.) En zij bevinden zich hier. Zeg nu dat dit hier de Heilige Geest is en zij bevinden zich nog daar. Hier ligt de belofte. "Wel", zeggen ze, "wij zenden twaalf spionnen uit, één uit elke stam, zodat al onze stammen kunnen weten wat ons erfdeel is, waar wij daar geplaatst zullen worden; waar wij geplaatst zullen worden. We sturen wat spionnen uit."

183 Ze kwamen daar allemaal, maar o...! "We zullen heilige rollers worden genoemd. Nee, nee, dat kunnen wij onmogelijk doen." Ziet u?

184 Ook Jozua en Kaleb zeiden: "We zullen zien hoe het er uitziet." Ook zij gingen erheen en bekeken het land. Maar zij namen daar een grote tros van die druiven, sneden die af en zij kwamen zo terug. Ze zeiden: "Jongens, ze zijn fijn! Ze zijn gewoonweg heerlijk! Hier, neem er een paar, ze zijn werkelijk goed!"

185 "O ja, dat is goed, maar o, kijk naar die grote... Wij zouden het nooit klaar spelen om stand te houden tegen al die grote denominaties, al die grote dingen. O nee, dat is te moeilijk, dat kunnen we niet. O nee, vast niet..." En ze begonnen tegen elkaar te zeggen: "O, laat ons toch teruggaan naar de vleespotten van Egypte. Wij hadden daar net zo goed kunnen blijven. We redden het niet, deze weg is te smal. O, wij kunnen dit niet en wij kunnen dat niet."

186 Maar Kaleb riep: "Wees allemaal eens even stil!" En Jozua zei: "Laat ieder zwijgen. Laat mij eens iets zeggen."

187 "Och, wat jammer, helaas, helaas, maar dat redden wij nooit. Dat kunnen wij niet opbrengen. Dan zou ik mijn kaartavondje eraan moeten geven, broeder Branham. En zal ik dan mijn haar moeten laten groeien, als de een of andere oude vrouw? O, ik zou gewoon niet weten wat ik zou moeten. En ook die kleine shorts kan ik dan niet meer aan; dan zou ik daar ook mee moeten stoppen..." Ziet u? "En als ik daarvoor al mijn sigaren moet opgeven, als ik dat zou moeten doen..." O, u arm toonbeeld van berekening. "Dat kan ik gewoon niet."

188 Jozua zei: "O, het is goed. Halleluja! Wij kunnen het innemen." Wat was het? Het volk keek naar de grote steden, en de muren er omheen. Maar Jozua en Kaleb zagen op de belofte die God had gedaan. Blijf bij het Woord, ongeacht wie u bent. Blijf bij het Woord!

189 Petrus zei: "Bekeert u, en een ieder van u late zich dopen in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden. Want voor u is de belofte (het beloofde land), en voor uw kinderen, en voor allen die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal."

190 Laat het u niet kwetsen wat ik nu tot slot zeg, alstublieft. Daar is het, tot hoever u, leden van de Pelgrim Heiligheidskerk en de Nazarenergemeente, bent gekomen. Tot de heiliging; u bent tot hier aan toe gegaan, tot aan een plaats waar u zelfs de druiven kon zien. En toen keerde u zich om en ging terug. Ziet u wat er gebeurd is? Dat is wat er aan de hand is. U bent nooit het beloofde land binnengegaan. Wijs mij een Nazarener of iemand van de Pelgrim Heiligheidskerk of wie er maar van die richting is vandaag, die grote genezingscampagnes houdt, met tekenen en wonderen die worden gedaan. Toon mij er één... U hebt zich gevestigd in Egypte; u bent teruggegaan naar de vleespotten. U stopte bij Kades Barnea. Zo is het.

191 Let op, ik zal u nog een gedeelte geven uit Hebreeën, het zesde hoofdstuk: "Want het is onmogelijk voor degenen die eens verlicht zijn geweest..." (U weet beter. En als u het niet wist, dan weet u het nu. Ziet u?) "en van de hemelse gave genoten hebben..."

192 U hebt geproefd, ziet u. Mensen gaan naar de kerk; ze zitten daar en zeggen: "Weet u, wel, ze konden wel eens gelijk hebben. Dat kon best wel juist zijn, het kan zijn. Maar ik zal je verzekeren, jongen, dat er een heleboel geloof voor nodig is om dat te kunnen."

193 Ze hebben van de hemelse gave genoten, maar "ze hebben het Bloed des Verbonds, waardoor zij waren geheiligd, onrein geacht."

194 Neem nu prediker. Zijn moeder stuurt hem weg. Hij zegt: "Ik heb een roeping om een dienstknecht van de Here te zijn."

195 "Goed," zegt ze, "het eerste wat ik dan moet doen, is uit werken gaan, lieverd, met een wasbord, dan kan ik je naar een of andere school sturen." Het slechtste wat zij ooit heeft kunnen doen! Dat is waar. Zij zullen alles uit hem halen wat God geprobeerd heeft in hem te leggen. Dat is waar.

196 Indien wij opzettelijk zondigen nadat wij tot erkentenis der waarheid zijn gekomen, de kennis ervan... Als u het in de Schrift ziet, en weet dat de Bijbel zegt dat Hij dezelfde is, gisteren, vandaag en voor immer, als u dat ziet, dan is dat de kennis van de waarheid. Als u het dan ziet en u er dan van afwendt, en het Bloed van het Verbond onrein acht...

197 "O", zegt iemand, "ik geloof in God." Goed, u doet dan de eerste stap.

198 "Zeker, ik geloof in heiliging." Goed, dan bent u daar aan de grens. Hier, gereed om de Heilige Geest te ontvangen. Maar u kijkt over de grens en zegt: "Nu weet ik het eigenlijk nog zo net niet. Als ik mij zo zou moeten gedragen... Nee, dat weet ik niet... Weet je wel hoe ze die mensen noemen? Ik weet niet of ik dat wel zou kunnen. Ik geloof toch maar dat ik gewoon daarginds lid zal worden." Ziet u?

199 En weet u wat er gebeurt? God zei dat het voor hen onmogelijk is om ooit binnen te komen. Ze hebben door hun zonden, hun dag der genade verbeurd. De Bijbel zei het. Ik weet dat het hard is, maar de Bijbel zei dat het onmogelijk is om hen, die van de hemelse gave hebben genoten en het Bloed van het Verbond onheilig hebben geacht, waardoor...

200 Zij zeggen: "Ik geloof in heiliging, in een goed, rein en heilig leven."

201 Zeker, maar toen u de doop met de Heilige Geest zag en de waterdoop en al die andere dingen in de Bijbel, wat hebt u toen gedaan? Toen hebt u het Bloed des Verbonds onrein geacht, waardoor u werd geheiligd. Wat ter wereld heeft u tot zover gebracht, o mens? Wat heeft u ervoor bewaard om een laag-bij-de-grondse zondaar te zijn? Wat nam die zonden uit uw leven weg? Het roken, drinken, vrouwen, en al die andere dingen in uw leven, die er niet behoorden te zijn? Wat deed dat? Het Bloed van het Verbond! Toen kwam u er dicht genoeg bij om de druiven in dat andere land te proeven... en u schaamde zich voor het Evangelie en was bang voor uw denominatie? God zij u genadig! Jazeker. U hebt het Bloed des Verbonds onrein geacht en hebt de werken der genade gesmaad. Het is onmogelijk dat hij ooit het land binnengaat.

202 Wat is er gebeurd? Ik vraag het u. (Nu, ik leer in beelden, en ieder die de Bijbel kent zou dat doen.) Maar is er ooit één van die mannen dat beloofde land binnen gegaan? Niet één! Wie dan wel? Wie kwamen er wel? Degenen die het eerst binnen gingen, die terugkwamen en zeiden: "We kunnen het nemen! We kunnen de Heilige Geest ontvangen, omdat God het heeft gesproken! Petrus zei op de Pinksterdag, dat als ik mij zou bekeren en worden gedoopt in de Naam van Jezus Christus, ik de Heilige Geest zou ontvangen, dat de belofte voor mij is. Ik wil aan die voorwaarden voldoen, de belofte is voor mij." Begrijpt u het? Nu, "de belofte is voor mij. Ik ontvang het, het is voor mij! Hier staat het." Zij waren de enigen.

203 "Maar broeder Branham, in de opstanding dan?" Ze zullen er niet zijn. "O nee?" Nee, Jezus zei het.

204 Ze zeiden: "Gij stelt u gelijk aan Mozes en U zei dat Abraham Uw dag heeft gezien, terwijl Abraham al lang dood is? Wel, U bent nog geen vijftig jaar oud en U zegt dat U Abraham hebt gezien?"

205 Hij zei: "Eer Abraham was, BEN IK." O, de IK BEN, de grote Alomtegenwoordige, de eeuwige God. Niet gisteren, niet morgen, maar "IK BEN". Ziet u? De Alomtegenwoordige God: Elohim. Toen namen ze stenen op; zij wilden Hem toen al doden.

206 Ze zeiden: "Onze vaders aten veertig jaar lang manna in de woestijn. God liet het brood regenen, rechtstreeks uit de hemel, om hen te voeden." Ze gingen naar de kerk, en het waren veertig jaar lang goede kerkleden. "Mijn oude moeder stierf daar in die kerk"; al dat soort dingen zeiden ze. "Onze vaderen aten veertig jaar lang manna in de woestijn."

207 En Jezus zei: "... en zij zijn gestorven." Dood! Dat betekent: 'eeuwige scheiding.' "Zij zijn allen gestorven. Maar Ik zeg u, dat Ik het Brood des levens ben, dat van God uit de hemel neerdaalt, opdat wie van dit Geestelijk Brood eet, eeuwig leven ontvangt. Hij kan niet vergaan, Ik zal Hem opwekken ten jongste dage." O broeder, is Hij niet wonderbaar?

Is Hij niet wonderbaar, wonderbaar, wonderbaar?
Is niet Jezus, mijn Heer, wonderbaar?
'k Heb 't gezien en gehoord,
Wat Hij schreef in Zijn Woord.
Is niet Jezus, mijn Heer, wonderbaar?

208 Is dat waar? Wij zien hoe Zijn Geest, die de gedachten onderscheidt, in ons midden vaardig is. We zien Hem wonderen volvoeren en tekenen. Wij horen uit het Woord hier wat er geschreven staat en zien het hier direct bevestigd. O!

'k Heb 't gezien en gehoord,
Wat Hij schreef in Zijn Woord.
Is niet Jezus, mijn Heer, wonderbaar?

209 Over enige ogenblikken zal hier een doopdienst worden gehouden. Laten van hen die zich laten dopen, de vrouwen hierheen gaan en de mannen naar deze kant. Nu, de mannen naar mijn linkerkant, hier aan deze kant. En de vrouwen hier. Er zullen daar zusters zijn die kleding gereed hebben...

     Als hier een man of vrouw is deze morgen, die overtuigd is, dat u gelooft in het Woord van God, dat u gelooft dat God Zijn belofte houdt... Als er hier iemand is, die zich volledig wil bekeren van al zijn zonden... Nu, het Bloed heeft nog niets gedaan. Nee, het is alleen uw geloof in God nu. En God roept, Hij roept U! Sssh... [Broeder Branham ademt in de microfoon, alsof er een wind waait – Vert] Dat is wat er nu gebeurt. Sssh... "Ik ben nog nooit gedoopt." Sssh... "Wel, als ik maar een begin kon maken en anders kon handelen." Sssh... Ja, dat is het. Maak een begin; dan bent u anders, nadat u dat begin hebt gemaakt. Ziet u? U moet u omwenden, u moet een begin maken.

     U zegt: "Ja, maar dat heb ik nog nooit zo gezien..."

210 Wel, dierbare broeder, ik wil dan dat u mij één Schriftgedeelte laat zien, waar ooit iemand op een andere wijze werd gedoopt. Ik heb deze vraag al die eenendertig jaar van mijn bediening rond de wereld gesteld, aan bisschoppen, enzovoort, waar ooit iemand werd gedoopt op enige andere wijze dan in de Naam van Jezus Christus. Iedereen die niet was gedoopt in de Naam van Jezus Christus moest komen om opnieuw te worden gedoopt, in die Naam.

211 God had slechts één Naam, en Zijn Naam is Jezus. Dat was Zijn Zoon. Hij nam de Naam van Zijn Zoon. God! Nu, Jezus, het lichaam, was een man. Wij weten dat. Dat was de Zoon van God die werd overschaduwd. Nu, wij geloven het niet zoals de mensen van de Eenheidskerk, die zeggen dat God is zoals uw vinger. Wij geloven dat er drie 'attributen' zijn, drie 'eigenschappen' van God. Drie attributen, waarin God wordt gemanifesteerd. Maar er is maar één God. Dat is waar. Wij geloven niet... Wij geloven in... Laat ik het zo zeggen, dat wij geloven dat God in drie 'bedieningen' leefde. Elke keer dat Hij op aarde kwam was het een andere bediening.

212 Nu, u vrouwen, ga naar deze kant en u mannen, ga naar deze kant om u klaar te maken. Zij maken zich klaar voor de doopdienst.

213 God had drie bedieningen; de één werd het 'Vaderschap' genoemd, of de vader-bedeling. De volgende werd het 'Zoonschap' genoemd. Daarna kwam de bedeling van de 'Heilige Geest'. Nu, in welke bedeling werkt de Vader dan vandaag? [De samenkomst zegt: "Heilige Geest." – Vert] In die van de Heilige Geest. Wat was Hij in die dagen die achter ons liggen? ["Jezus."] Jezus. En wat was Hij in de dagen daarvoor? ["Vader."] Vader. Dus er is slechts één God. Is dat zo? Hij is Vader, Zoon en Heilige Geest. Die drie, die drie bedieningen van één God. Eén God.

214 Maar nu, 'Vader' is geen naam. Is dat niet zo? Ik vraag het u... Nu, ik zal u Mattheüs 28:19 geven, waar Jezus zei:

     Gaat dan henen, maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de Naam... (de N-a-a-m) des Vaders...

215 Nu zou ik willen zien hoe goed wij de Schrift kennen: u moet mij zeggen wanneer ik uit de pas raak. [Markus 16:15–18 – Vert]

     En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het Evangelie aan de ganse schepping.

     Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden.

     Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in Mijn Naam zullen zij boze geesten uitdrijven,... (Is dat allemaal waar?) in nieuwe tongen zullen zij spreken,

     slangen zullen zij opnemen,...

     Nu zou ik iets uit Mattheüs willen voorlezen...

216 Luister. Ik zou aan elke geschiedkundige willen vragen... Nu, dit staat op de band en gaat over de hele wereld. Ik zou elke historicus willen vragen om naar mij toe te komen en mij één tekst te brengen uit de Schrift, of een enkele regel uit de geschiedenis, welke ook, die zou kunnen aantonen dat er ook maar één Protestant of wie anders ook, ooit werd gedoopt met de formule: "In de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes", totdat de Katholieke kerk het instelde op het Concilie van Nicéa. Nu, dat staat op de band, het gaat rond de wereld. Het wordt in zevenendertig verschillende talen vertaald. Ik zal uw overtocht over de oceaan betalen, zo is het. "Vader, Zoon en Heilige Geest", is een vals Katholiek dogma en geen Christelijke doop. Zo is het! Luther bracht het mee uit de Katholieke kerk, met de catechismus; Wesley nam het over en ging ermee door. Maar dit is de dag van het openbaar worden van de zonen Gods, de dag waarop de geheimenissen die verborgen zijn geweest sinds de grondlegging van de wereld, bekend zullen worden gemaakt. Dit is het uur. Zeker.

217 Onthoud dat er nooit een persoon in de Bijbel, ooit werd gedoopt in de "Naam van Vader, Zoon en Heilige Geest".

     Tot driehonderd jaar na de dood van de laatste apostel werd er nooit iemand gedoopt in de Naam van de Vader, Zoon en Heilige Geest. Ik heb zowel het boek "De Nicéa vaderen" als "Het Concilie van Nicéa" gelezen. Het is sindsdien dat ze, wat ze noemen: "De Algemene Christelijke Kerk", hebben georganiseerd, en er een organisatie uit hebben gemaakt. Alle mensen werden gedwongen er tot toe te treden. Tot wat? De Katholieke kerk. Het woord 'katholiek' betekent: 'algemeen'; een algemene Christelijke kerk, wereldwijd, een kerk die het gehele wereld-christendom omvat. Ze dwingen mensen toe te treden. Ze hebben er oude afgoden in opgenomen; ze hebben het beeld van Venus neergehaald en zetten er Maria voor in de plaats. Zij hebben Jupiter neergehaald en zetten er Paulus neer... Het is nog steeds heidens! Zo is het! De Katholieke kerk is hieruit ontstaan. Maar na vijfhonderd jaar...

218 In Louisville draait op het ogenblik de film 'Ben Hur'. Ze vertoonden er ook 'De Tien Geboden', niet lang geleden. Nu zou ik wel willen dat ze er een zouden maken – als ze konden – over de vijftienhonderd jaar donkere middeleeuwen. Ik wilde wel dat ze dat zouden verfilmen: vijftienhonderd jaar heidense vervolging. Toen zij iedereen presten; ze doodden ze, vermoorden ze en hingen ze op. Ze bonden aan beide zijden van hun lichaam een os vast en lieten ze dan kiezen: òf ze kusten de crucifix, òf ze lieten die ossen elk een kant optrekken... Ik heb mijn hand daar in Zwitserland achter die palen gestoken waar ze moesten gaan staan om hun tong eruit te laten snijden... Ze noemden hen heksen en dat soort dingen. Dat is precies waar! Dat is waar!

219 En diezelfde geest bestaat vandaag nog. Het is slechts de wet die het nog tegenhoudt. Wacht tot het de vrijheid krijgt. De Bijbel zei het. Wacht slechts tot het zijn ware aard toont, wanneer het de kans ertoe krijgt. U zult er misschien al heel spoedig voor stemmen dat het aan de macht komt, voor zover ik weet. Het zal komen. Er is geen manier om het tegen te houden. Het moet komen. Dat is waar. Het moet komen en het is op komst. Dus als het komt let dan gewoon op. Maar broeder, wil toch dit ene weten: "Ik weet in Wie ik heb geloofd." Amen. Rechtdoor marcherend. Ziet u? Dat is het.

220 Eens sprak ik met de schrijver van de Lamsa Bijbel. Toen hij keek zag hij dat er in dat oude teken van God precies drie kleine puntjes stonden. Ik vroeg hem: "Wat zijn dat?"

     Hij zei: "Dat is God in drie attributen, drie eigenschappen."

     Ik zei: "Zoiets als Vader, Zoon en Heilige Geest?"

     Hij keek mij aan en zei: "Gelooft u dat?"

     "Jazeker", antwoordde ik.

221 Hij zei: "Ik zag die onderscheidingsgave onlangs 's avonds en ik vond u een profeet van de Here. God zij met u."

     Hij sloeg zijn arm om me heen en zei: "Nu weet ik dat het zo is, maar dit Amerikaanse volk weet er zelfs helemaal niets over. Zij weten er niets van. Ze proberen om van een Oosters boek een Westers boek te maken. Ze kennen zelfs hun Bijbel niet." Hij zei: "Er is geen andere Naam gegeven onder de hemel, geen andere Naam, want ieder werd steeds gedoopt in de Naam van Jezus Christus. Er bestaat niet zoiets als 'drie personen in één God'." Dat was broeder Lamsa, Dr. Lamsa, de vertaler van de Lamsa Bijbel, een boezemvriend van Eisenhower en grote diplomaten van de wereld. Hij sloeg zijn armen om me heen en zei: "Op een dag zullen ze u daarvoor neerschieten. Maar", zei hij, "bedenk, dat al dat soort mensen sterven voor een reden."

222 Ik zou graag zo willen zijn als de oude Petrus toen hij in de gevangenis werd gegooid. Er was daar een jonge kerel die vreselijk zenuwachtig was. Hij vroeg hem wat er was.

     "Weet u niet", zei hij, "dat u zult worden terechtgesteld?"

     Petrus antwoordde: "Ja."

     Hij zei: "U staat op het punt om te sterven vandaag."

     Hij zei: "Ja."

     "Maar bent u dan niet bang?"

     "Nee."

     Hij zei: "U moet één van die mensen zijn die ze 'Christenen' noemen."

     "Ja", zei hij.

     "Maar wat is er dan toch gebeurd?", vroeg hij.

223 Toen vertelde hij het hem. Hij ging zitten en vertelde hem het verhaal.

     Toen hij al veel verteld had, zei hij: "Ik had vrij kunnen zijn, deze morgen. Ik had heen kunnen gaan om mij aan te sluiten bij één van hun denominaties en had dan gewoon verder kunnen leven." (Ziet u?) "Ik had vrij kunnen zijn, maar toen ik de poort van de stad uitliep zag ik daar Iemand aankomen die de stad binnenkwam. Ik wist Wie het was. Ik zei: 'Heer, waar gaat U heen?' Hij zei: 'Ik ga terug om opnieuw gekruisigd te worden.'" Hij zei: "Ik ging regelrecht terug."

     Juist op dat moment werd er geroepen: "Wie is hier Simon Petrus!"

     En hij antwoordde: "Hier ben ik!"