Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
audioE-BookPrint
AudioAudio
mp3 Download mp3mp3 is een populaire audioformaat dat op vrijwel alle mediaspelers te beluisteren is. meer info...
m4b Download m4bM4B is een Audiobook formaat voor Apple apparatuur (iPod, iPhone etc...) Uw plek wordt bewaard e.d. meer info...
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...
pdf Download PDFPDF is het meest ondersteunde formaat met absolute pagina indeling. meer info...
xps Download XPSXPS is een relatief nieuw formaat dat vanaf Windows 7 gelezen kan worden zonder extra software te installeren. meer info...
printPrint
book Download PDFPDF ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...
xpsbook Download XPSXPS document ingedeeld als printbaar boekje (dubbelzijdig printen en in het midden vouwen en nieten). meer info...

Het gemeente tijdperk van Laodicéa

Door William Marrion Branham

1 Hij maakte dat helemaal niet af. Ik zei: "Ik was te laat op mijn huwelijk... Een beetje te laat geboren en een beetje te laat met mijn huwelijk, als ik ook maar te laat kan zijn met m'n begrafenis!" Dat is waar ik laat bij wil zijn, echt laat.

2 Nee, het kwam door telefoontjes thuis dat ik nauwelijks kon wegkomen. En nadat mijn vrouw en de anderen vroeg waren vertrokken kreeg ik zoveel te doen. Mensen die uit verschillende plaatsen kwamen en om gebed vroegen en net binnenkwamen; en de openbaring van de Heer kwam voor een broeder; de zuster die daar achterin staat was ziek; u weet wat ik bedoel, het ging alsmaar door. Ik ben er zelfs niet toe gekomen de hand te schudden van enigen van mijn vrienden hier uit Georgia en verschillende plaatsen van rondom, zelfs uit Canada. Ik voel me er echt heel slecht onder dat ik u zelfs geen hand heb gegeven.

3 Tussen twee haakjes, waar is Fred vanavond, Fred Sothmann?

     Fred, herinner jij je die keer dat je me uit Canada opbelde, je zou naar het zuiden rijden en ik vertelde je om niet met de auto te komen? Je kwam hoe dan ook. Het zag eruit of hij z'n auto in puin reed, het doodde bijna zijn vrouw, gezin, hij brak z'n neus en ze kwamen allemaal in het ziekenhuis terecht.

4 Zojuist bij het weggaan vanmiddag stond broeder Ben daarbuiten en liep naar me toe. En Rosella kwam eraan, ze zei: "Ik ga naar huis."

     Ik zei: "Rosella!"

     Ze zei: "Wat is er, broeder Branham?"

     Ik zei: "Ik heb daar een echt vreemd gevoel over." Ziet u?

     Ze zei: "Gaat er iets gebeuren?"

     Ik zei: "Ik weet het niet. Het lijkt mij zo, iets waarschuwde me."

5 Een paar ogenblikken geleden belde ze me op, ze kreeg een ongeluk. Er was niemand gewond, maar het was de hand van de Heer. Ze slipte (het ijzelt in het noorden) en ze slipte in Indianapolis en ze begon heel snel over de weg deze kant op te glijden. En ze riep luid: "O, Here, help mij!" En de auto zwaaide deze kant weer op, kwam terug op de goede baan en ging weer normaal verder. Ze ging de weg verder op en ze zei: "Tjonge, wat ben ik dankbaar dat ik daar uitgekomen ben, want andere auto's komen op dezelfde rijstrook aansuizen." Ze reed dus verder en toen stopte ze daar om te... ik geloof om te... iets, ze stopte voor een kop koffie of zoiets. En vlak voordat ze uit die auto stapte, ramde een andere auto haar van achteren en een andere kwam bovenop hem en een andere weer op hem en daar zaten ze op elkaar. Maar ze zei dat ze wel wat was geschrokken, maar niet erg; maar ze wilde de Here danken en opbellen om de gemeente te vertellen de Here te danken dat ze niet gewond was geraakt of zoiets en ze vroeg of de gemeente wilde doorgaan ervoor te bidden dat ze thuis zou komen. Kijk, ze is pas chauffeur, ze heeft nog maar net haar rijbewijs. Dus ik ben heel dankbaar.

6 Maar het loont altijd om deze waarschuwingen van de Heer aan te nemen. Ze zei: "Wel, ik zou een dag op m'n werk hebben gemist." Wat is een dag werken? Het kost haar meer om de achterkant van de auto weer in orde te krijgen, ziet u. Het is dus het beste als u... dat u bij de Here blijft. Is dat niet zo? Als Hij ons iets vertelt kunnen we daar beter bij blijven. Want Hij heeft altijd gelijk. Is dat niet zo? Altijd gelijk!

7 Nu, o, dit is zo'n... het is zo'n wonderbare week geweest. Ik weet eenvoudig niet hoe ik mij voor God en voor u mensen moet uitdrukken betreffende deze wonderbare week. Dit zijn enige van de gelukkigste acht dagen in mijn leven geweest dat ik ooit heb gepredikt. Dat is waar. Ik heb zoveel geleerd van de Heer en Zijn lieflijke genade en alles wat Hij voor ons heeft gedaan en om te zien hoe Zijn Geest in de gemeente terugkomt. Ik ben zo blij om te zien dat de gaven weer beginnen te werken in de gemeente. Begrijpt u?

8 Nu, kijk, als je weg bent lijkt het er soms op of iemand zich er wil indringen, om het te bederven, weet u, ze zullen gewoon van alles beginnen te doen. En wanneer je deze gaven niet eert, zal God u niet eren. Ziet u? Dat is waar. U moet ze op orde laten zijn. En de manier waarop wij het willen is dat ze ordelijk zijn, de manier waarop men in tongen spreekt. Niet slechts de Schrift herhalen, maar iets vertellen wat op het punt staat te gebeuren. En als u blijft doorgaan daar echt eerbiedig mee te zijn, dan zal het beginnen dat... Als iemand in de gemeente uit de orde gaat, dan zal de Heilige Geest het direct uitspreken en hun vertellen wie het is. Dan zullen ze zich bestraft voelen en naar het altaar gaan. Daar zijn de gaven voor.

9 Om dan onze herder hier te zien, broeder Neville; hij was een verlegen, teruggetrokken type. En ik vertel u, hij was... het leek erop of hij toen het tot Pinksteren kwam er nooit vat op zou krijgen. Maar om te zien hoe hij opstaat en tongen uitlegt en profeteert! Ik vertel u, hij heeft een lange weg afgelegd. Juist. Laten we bidden voor onze voorganger.

10 Kijk, de gaven beginnen de gemeente binnen te komen. En een andere kleine, nederige broeder hier, hij is hier of zou hier ergens moeten zijn. Ik neem aan dat hij er is, hij is er altijd. Hij is een erg nederige, kleine kerel, was hier altijd een van de beheerders in de kerk, broeder Higginbotham, een dierbare, godvrezende man. Om te zien dat hij de gave van spreken in tongen heeft ontvangen, wie zou er ooit aan hebben gedacht dat dat bij broeder Higginbotham zou zijn gebeurd? Een verlegen, teruggetrokken kleine kerel die niet bekend gemaakt wilde worden, zonder woorden, op de achtergrond. Maar kijk, God kan zo'n soort man nemen en hem gebruiken, ziet u, want hij wil het in de eerste plaats zelf niet doen. Als hij het wilde, zou hij er als een opgeblazen persoon uit kunnen komen. Maar zolang hij eruit komt zonder het te willen doen, kan God hem mogelijk op die manier gebruiken.

11 Ik neem aan dat Junie hier is, achter de pilaar vlakbij hem.

12 Ik zal dit zeggen, ik heb veel mensen in tongen horen spreken en ik geloof dat het allemaal van God komt, omdat u geen geluid kunt maken zonder dat het ergens voor iemand iets betekent. U weet dat de Bijbel zegt: "Er bestaat geen geluid zonder betekenis, zonder dat het zijn eigen klank heeft." Dat betekent dat er geen geluid bestaat zonder dat het iets betekent. U kunt geen enkel soort geluid voortbrengen of het betekent iets. Ik heb me vaak afgevraagd hoe dat was, totdat ik naar Afrika ging en al die geluiden hoorde en toen ontdekte ik dat het iemands stem was. Soms is het een engelenstem, enzovoort.

13 Maar Junie Jackson, een verlegen, teruggetrokken, beetje timide plattelandsprediker ginds in de Methodistenkerk, ver weg – helemaal bij Elizabeth, Indiana, in de buurt, ergens in de binnenlanden... Rustig, zou niets willen zeggen, nogal teruggetrokken, en het zag eruit alsof... Soms als ik hem zag, had ik hem willen vastpakken, hem schudden en zeggen: "Zeg iets, Junie, je zit me daar maar zo stil aan te kijken."

14 We zouden daarginds in de bossen op een boomstam zitten en hij zat daar en zei: "Wel... ik denk... dat het goed is."

15 Ik wilde zeggen: "O Junie, ik voel me als: 'Laat mij het voor je zeggen.' Je bent te langzaam voor mij, zie je." En God gaf hem een gave van spreken in tongen en ik heb nog nooit in m'n hele leven een duidelijker taal gehoord. Ziet u?

16 Let op hem in de gemeente. Zag u die kleine vrouw vanmorgen spreken zonder de andere vrouw te kennen? De ene kende de andere niet en het kwam precies met hetzelfde stemgeluid als waarin het werd gezegd; en toen het werd uitgelegd met dezelfde klank, de klinkers, leestekens, op precies dezelfde manier kwam het terug. En de boodschap was volmaakt, voor de gemeente. Ziet u hoe dat werkte? We behoorden God te danken. Ga nu niet uw borst vooruit steken. Als u dat doet, zult u uzelf verlagen en de duivel zal een houvast op u krijgen. Wees gewoon nederig en zeg: "O Heer, houd me rustig, laat me nooit te vroeg opstaan."

17 Hij zal u nimmer uit de orde laten gaan. Als u dat soms eens doet zal dat niet erg zijn. Als u dat doet, wel, de voorganger zal het u vertellen. Kijk, de gaven moeten er niet zijn als u... als wij prediken. Normaal gesproken, als de gaven in de gemeente goed beginnen te werken, zullen we u lange tijd voordat de andere dienst begint bij elkaar laten komen; laat de Heer daar met u werken, ziet u, dan zal het bij dit gedeelte hier totaal niet verstoren. Welnu, soms moet u zich een beetje inhouden terwijl wij hier in de dienst zijn. Maar als God een boodschap geeft, zal Hij het er op de een of andere manier wel uitbrengen, zie, laat Hem begaan, maar doe het overeenkomstig de leer van de Bijbel. Misschien zal broeder Neville over deze zaken onderricht geven, wat we zullen proberen te doen. Ik zal hem daarbij zo mogelijk proberen te helpen, wij samen, om het naar voren te brengen en u te laten zien hoe het moet worden gebruikt.

18 Voelt u zich beter, mijn Poolse broeder? Dat is fijn. O, wat heeft de Here hem gezegend! Acht jaar geleden werd hem verteld dat er iets zou plaats vinden. Hij was helemaal verward, een echte strikte drieëenheidsgelovige. En pas geleden sprak de Heer: "Er komt een man, hij heeft donker haar en bruine ogen, gezet. Stuur hem niet weg, Ik zend hem naar u toe." Ik koos een Schriftplaats uit, precies waarover hij verward was, schreef het op een stuk papier en legde het weg. Na een poosje kwam hij eraan.

     Mijn vrouw zei: "Daarbuiten is een man die je wil spreken."

     Ik zei: "Dat is hem, breng hem binnen."

19 Hij vertelde mij wat er tot hem was gezegd onder de inspiratie van de Heilige Geest. Hoe hij altijd had geloofd en aan de boodschap had vastgehouden, enzovoort, onder zijn mensen; hoewel hij werd bekritiseerd bleef hij er precies bij. Vertelde dat van enige tijd geleden in de samenkomst dat ik tot hem had gesproken en zijn naam had genoemd. Hoe ik die naam ooit heb gezegd weet ik niet. Hij zei dat ik het moest spellen of zoiets, in de samenkomst. Hij zei dat hij een baby op z'n arm droeg die uitslag op z'n gezicht had en vertelde dat de kleine baby helemaal gaaf werd, helemaal. En hoe de Here...

20 En ik zei: "Welnu, de zaak die u nu moet doen is naar de kerk gaan en worden gedoopt in de Naam van Jezus Christus."

21 Ik ontmoette hem een paar ogenblikken geleden op de bergtop, want hij kwam hierheen, werd gedoopt in de Naam van Jezus Christus. Nu is hij geheel bevredigd, voelt zich goed, gaat terug naar huis. Ik hoop dat hij mij een dezer dagen vertaalt in Polen en Duitsland en daarginds in die plaatsen. De Here zegene u, mijn broeder.

22 Er zijn zoveel grote rijke dingen die onze Here doet! Slechts om Zijn genade te zien en hoe Hij van het oosten, westen, noorden en zuiden Zijn dierbare kinderen leidt; komen samen, worden eruit getrokken, eruit geschud. Er valt zoveel te zeggen!

23 Nu, vergeet volgende week zondagavond niet, als onze Heer wil, volgende week zondagavond zullen we de... de volgende zondagmorgen liever gezegd zullen we een genezingsdienst hebben. De reden waarom ik daar op terugkom is dat er mogelijk teveel zijn voor zondagmorgen en dan heb ik zondagavond nog om op terug te vallen, ziet u. Maar als ik ze allemaal op zondagmorgen kan bereiken, in orde.

24 Woensdagavond is een gebedsdienst, halverwege de week. Nu, wat u mensen betreft, die hier in de buurt woont, u mensen kom hier bij elkaar en heb gebedssamenkomst. Mis dat niet, blijf daarmee doorgaan, zie. En bid, probeer dichter bij God te komen. Laat nimmer fanatisme onder u komen. Blijf... Er bestaat teveel van het echte om het valse te accepteren, ziet u, kom niet aan de verkeerde kant terecht. Blijf daar.

25 Ik hoorde daar een bekend "Amen", dat ik al jaren heb gehoord, broeder Russell Creech. Ze vertellen me dat het Patty was die gisteravond daar achteraan in tongen sprak. Patty, waar zit je? Ben je hier, lieverd? Ja, tjonge, ik zou haar zelfs niet hebben herkend als ik haar had gezien. Maar ik geloof dat ik dat kind in mijn armen heb gehouden en haar, precies hier, aan de Heer heb opgedragen. "En ze is een jonge vrouw," zei Meda, "een jong... mooi, jong teenager meisje", met de kracht van de Heilige Geest op haar, sprekend in... Russell, je bent een rijk man. Ja, dat ben je.

26 Waar zit zuster Creech? Ik heb haar nog niet gezien. Is ze hier ergens? Daarginds. O, zuster Creech, wat ben ik dankbaar dat God u zo'n kind heeft gegeven, wel, u beseft niet hoe dankbaar... Op de leeftijd dat teenager meisjes giechelen en lachen en tekeer gaan, weet u, met een hoop nonsens rond deze jongens hangen, met hun eendenkuifkapsels en dergelijke, op die manier; en hier binnen dit jonge kind, met de kracht van de Heilige Geest, sprekend in tongen. O my!

27 Uh! Hoeveel mannen vanavond – Pinksterpredikers – zouden hun hele leven willen geven als ze hun teenagerdochters konden zien... die uitgaan naar de 'rock-and-roll' feestjes die ze hebben.

28 Waardeer dat, broeder. Ik weet wat u daar doet bij de Interstate – ik heb hetzelfde gedaan – hebt heel wat dagen hard gewerkt om die kinderen groot te brengen, maar broeder... Maar onthoud, God is getrouw, Hij beloont. Ja, beslist! "Ik zal vergelden."

29 God zegene je, Patty. Lieverd, ik vermoed dat ik je niet had gekend als ik je had ontmoet, maar verlaat dat rechte pad nooit, lieveling. Laat de duivel nooit iets bij je naar binnen brengen, zoals een mooie gouden appel, want het zal een citroen zijn, zie je. Laat dat ding vallen en laat het daar liggen. Houd je ogen rechtstreeks op Christus, recht op het kruis. En blijf voorwaarts bewegen, want het uur is nabij. Zie?

30 Er zijn nu zoveel verschillende vermaningen te geven, de zegeningen van God. Ik ben niet in staat geweest er velen te bezoeken en gedurende deze hele week heb ik voor niet meer dan vijftig mensen gebeden, vermoed ik; en de gaande en komende dingen en noodgevallen en wat er binnenkwam, enzovoort, maar ik ben druk aan het studeren geweest. Maar nu, aanstaande zondag, zullen we voor de mensen bidden en aan de Heer vragen naar beneden te komen en ons de grote kracht te geven en om Zichzelf aan ons te manifesteren; aanstaande zondag, zo de Here wil.

31 O, ik haat het gewoon om aan dit gemeente-tijdperk te beginnen, omdat ik weet dat het de laatste is. En hierbij zal het de voltooiing zijn van de zeven gemeente-tijdperken. Hebt u ervan genoten? [De samenkomst antwoordt: "Amen!" – Vert] Nu onthoud, ik zeg dit aan het eind zoals ik deed bij het begin: er mogen vele dingen zijn – er mogen vele dingen zijn waarmee u het behoorlijk met mij oneens was, maar houd het niet tegen mij, zie. Houd gewoon van mij, hoe dan ook, want het maakt niets uit wat u zou doen of wat u zou zeggen, ik denk nog precies hetzelfde over u; zo mogelijk nog beter, ziet u, ik zal nog beter van u denken. Maar ik heb u lief, God weet dat, er bestaat geen mens die de Naam van Jezus Christus zou kunnen noemen of ik zou hem liefhebben. Ziet u?

32 En ik wil nimmer enige bitterheid of onverschilligheid, ofschoon we het flink oneens zouden kunnen zijn. Zoals we aan een tafel zouden zitten en de een zou zo'n taart eten en de ander een andere, dat zou precies evengoed zijn, zie. Als het aankomt op gemeenschap hebben met elkaar, dan houden we van elkaar. En als we dat niet doen, dan zouden we dat wel moeten doen. En we zullen nimmer verder in God kunnen komen tenzij wij dat doen.

33 Vergeet het niet; vergeet niet dat de grootste gave van alle gaven liefde is. "Al ware het dat ik met tongen der mensen en der engelen sprak, en mijn lichaam gaf om te worden verbrand, alle geheimenissen kende, enzovoort, ik ware niets. Doch als het volmaakte komt, wat liefde is..." Als niet alle geestelijke gaven worden samen gevoegd met liefde, zal het niet standhouden. Elk ander soort cement zal afbrokkelen, "maar de liefde blijft altijd bestaan". Dat staat in 1 Korinthe 13.

34 Vanavond benaderen we dit geweldige gemeente-tijdperk. O my! Het wordt misschien ongeveer kwart over negen vanavond. En het spijt mij beslist dat we niet genoeg ruimte hebben om iedereen neer te zetten, te laten zitten, liever, maar we hebben het eenvoudig niet en hopelijk zullen we dat op een dag wel hebben.

35 Maar nu wil ik u vragen mij een gunst te bewijzen. U ziet mijn standpunt en u weet wat het me op een dag zal kosten en het uur is aanstaande. Zie? Nu, ik wil dat u dit doet: bid altijd voor mij. En onthoud, ik ben zo eerlijk geweest als ik maar kon. Ik besef dat ik geen kind meer ben, ik ben eenenvijftig jaar oud. En ik wil niet... Ik kan niet gaan tenzij God mij roept. En ik zal de weg gaan die Hij wil dat ik ga en die zal het zijn. Begrijpt u? Maar ik moet eerlijk zijn en ongeacht alles de waarheid vertellen. Dus ik weet dat het soms een eenzame wandel is, maar zolang Hij bij mij is, wat maakt het dan nog uit? Zie?

36 Voordat wij nu op dit grote gemeente-tijdperk ingaan, vraag ik mij af of we niet opnieuw een ogenblik kunnen gaan staan voor gebed. Dat doet u even de benen strekken en u beter voelen. Zijn er in deze slotdienst... Hoevelen hier zouden voor God in gedachtenis gebracht willen worden? Hef uw handen op tot God: "Gedenk mij, o Heer, aan het einde van het tijdperk. Wanneer het leven helemaal voorbij is, gedenk mij dan."

37 Onze hemelse Vader, wij hebben niet genoeg tongen om onze dankbaarheid te uiten voor de tegenwoordigheid van de levende God die in deze laatste week in ons midden is geweest; voor de dingen die wij van U hebben geleerd, hoe U Uzelf aan ons hebt geopenbaard door de tijden heen en hoe U Uw Woord zo duidelijk voor ons hebt gemaakt. Wat hebben wij op U gewacht en wat hebben wij geprobeerd onze liefde uit te drukken – en wij falen daarin, Here, omdat sterfelijke lippen dit niet zouden kunnen doen. Zelfs om ons te redden en U... zelfs om ons een honger naar U te geven. Want er staat in het Woord geschreven: "Zalig zijn zij die hongeren..." (slechts te hongeren is al een zegen) "hongeren en dorsten naar gerechtigheid." Toen deed U die geweldige uitspraak: "Want zij zullen worden verzadigd!" Wij geloven dat, Here. Vergeef ons onze tekortkomingen.

38 En vanavond zullen we ingaan op dit laatste gemeente-tijdperk wat Laodicéa is, nadat wij de Schriften en de geschiedenis iedere keer precies met elkaar hebben zien overeenkomen. Dus Vader, wij kennen de aanhaling hier van Uw grote profetie van dit laatste tijdperk, het zal hetzelfde zijn als de andere zes tijdperken zijn geweest. Vader, ik bid dat U de Heilige Geest vanavond tot ons zult laten komen, nu, en zegen ons als wij verder op U wachten. In Jezus' Naam. Amen. (U kunt gaan zitten.)

39 Zo de Here wil zal het boek... zo snel als we kunnen. Broeder Leo neemt het over van de band om het naar de... voor stenografie en vandaar om het te typen, dan in boekvorm.

40 Tussen haakjes, Rosella zal spoedig haar boek hebben: "Een alcoholverslaafde gered." Ieder van u herinnert zich haar verhaal hoe dat de Heilige Geest haar in de samenkomst eruit riep. En ze was door vier van de grootste alcoholinstituten opgegeven en door de ziekenhuizen die er in Chicago zijn, weggestuurd. En de Here Jezus nam in een enkel ogenblik de hele zaak van haar weg. Ze gaat nu van gevangenis naar andere plaatsen om de mensen te vertellen hoe God kan bevrijden, spreekt met de alcoholisten, enzovoort. Door haar getuigenis heeft ze veel mensen voor Christus gewonnen.

41 Welnu, het eerste gemeente-tijdperk; kunt u mij vertellen welke dat was? Efeze. Tweede? Smyrna. Derde? Pergamus. Vierde? Thyatire. Vijfde? Sardis. Zesde? Filadelfia. Zevende? Laodicéa.

42 Het eerste was tussen 55 en 170 na Christus, Efeze. Smyrna: 170 tot 312. Pergamus: 312 tot 606. Thyatire: 606 tot 520 [1520]. Sardis: 520 [1520] tot 1750. Filadelfia: 1750 tot 606 [1906], hier begon het Laodicéa-tijdperk, overlapte, en gisteravond kwamen we bij die kleine overlapping. Vanavond zullen we het eind van Laodicéa nemen.

43 We geloven dat de gemeente van Laodicéa in 1906 na Christus begon. Ik voorzeg... Onthoud nu: "voorzeg", speciaal voor u die de band beluistert. Ik zeg niet dat het zo zal zijn, maar voorzeg dat het in 1977 zal eindigen, dat de gemeente zal doorgaan in volslagen afvalligheid en ze zal uit de mond van God worden gespuwd. En de tweede komst, of de opname van Christus kan ieder moment komen. Nu, ik zou dat een jaar kunnen missen, ik kan het twintig jaar missen, ik zou het honderd jaar kunnen missen. Ik weet niet waar het... Nu, ik voorzeg dat overeenkomstig een visioen dat Hij mij liet zien en de tijd in aanmerking nemend, de wijze waarop het bezig is, zou ik zeggen dat het ergens tussen '33 en '77 zal zijn. Tenslotte zal deze grote natie in een oorlog terecht komen die het in stukken zal blazen, ziet u. Nu, dat is behoorlijk dichtbij, het is vreselijk dichtbij. En ik zou het verkeerd kunnen hebben, ik voorzeg het. Iedereen die dat begrijpt beame mij. [De samenkomst zegt: "Amen!" – Vert] Ziet u?

44 Maar de Heer toonde mij een visioen van de geweldig machtige vrouw, in '33, 1933, het staat op papier. Hoe dat "Roosevelt zou veroorzaken... hij zou eraan meewerken dat de wereld in oorlog kwam." Hoe dat "Mussolini zijn eerste grote invasie in Ethiopië zou inzetten en hij zou het innemen, maar hij zou schandelijk ten einde komen." En hoe dat dan "de drie ismen (nazisme, fascisme en communisme) allen op zouden gaan in communisme." En hoevelen van u hier binnen herinneren zich dat ik u erbij bepaalde, het steeds herhalend: "Let op Rusland! Let op Rusland, de koning van het Noorden! Let op Rusland, koning van het Noorden! Let op Rusland, koning van het Noorden!"? Hoevelen hebben mij dit horen zeggen, het steeds maar herhalend? De oudgedienden, ziet u, helemaal uit de begintijd van de gemeente. Stond daar maar en steeds kwam het: "Let op Rusland, de koning van het Noorden! Let op wat hij zal gaan doen, want al deze 'ismen' zullen zich opeenhopen in Rusland."

45 Toen zei ik dat deze natie tenslotte de oorlog zou aangaan met Duitsland. En Duitsland zou zich verschansen in een muur van beton. Dat was de Maginotlinie, elf jaar voordat ze er zelfs mee begonnen die te bouwen; elf jaar daarvoor. En ik zei: "De Amerikanen zullen bij die linie een afschuwelijke afstraffing krijgen." Enigen van deze broeders hier waren bij die linie, broeder Roy Roberson, enzovoort, vraag hun wat er gebeurde. Ze kregen dat beslist. In orde. "Maar tenslotte", zei ik, "zullen we overwinnen en zullen we een van de overwinnaars zijn in de oorlog tussen ons en Duitsland."

46 Ik zei: "Dan zal na die tijd de wetenschap sterk toenemen." Dat deden ze, ze maakten een atoombom en dergelijke. Ik zei: "Gedurende hun vooruitgang zullen ze een... de auto's zullen er steeds meer eivormig gaan uitzien." Herinnert u zich die grote oude kap van 1933, de hoge achterkant kwam zo naar beneden en de reserveband achterop? Kijk hoe het nu is: gestroomlijnd, ziet u, zoals een ei. En ik zei: "Tenslotte zullen ze een auto uitvinden waarin je geen stuurwiel nodig hebt. Ik zag een familie over de... noem het 'weg' gaan in een auto met een glazen dak; heel brede fijn uitziende wegen en een fijne auto. En ze zaten en keken naar elkaar en de auto reed vanzelf, ging gewoon door de bochten en van alles." En ze hebben deze auto's op dit moment al, het is al uitgevonden. Ze hebben de auto. En toen zei ik: "O, wat zal de wetenschap in die dag toenemen."

47 Ik zei: "Toen zag ik een... Ze zullen vrouwen gaan toestaan en toestaan dat vrouwen stemmen. En door te stemmen zullen ze een dezer dagen de verkeerde man kiezen." En dat deed u bij de laatste verkiezing. Het waren de stemmen van de vrouwen die Kennedy kozen. We weten dat, zie, en door de vervalste machines en dergelijke, dingen die werden gedaan, die door de F.B.I. werden ontdekt. En hoe zou iemand kunnen... waarom doen ze er niets aan? Waarom wordt er niets van gezegd? Hú, bang dat iemand z'n baan verliest. Kijk, het is allemaal politiek, door en door verrot. Dat is alles. Beslist!

48 Er is geen... bestaat geen, neem me niet kwalijk... Er bestaat geen redding in deze natie, er bestaat in geen enkele natie redding. Er is redding in Jezus Christus en in Hem alleen! Dat is juist. Nu, ik ben dankbaar voor Amerika. Ik zou liever hier wonen dan in enige andere plaats in de wereld, omdat... uitgezonderd Canada. Canada en de Verenigde Staten zijn tweelingen, dat weten we, buurlanden, een wonderbare plaats; maar ik geloof dat ik liever hier woon dan ergens anders waar ik vanaf weet, omdat het mijn tehuis is. Ik ben blij dat ik een Amerikaan ben en ben er dankbaar voor. Maar ik vertel u dat het een totale herleving nodig heeft, dat is zeker. En ze zal het niet krijgen! Beslist niet. Ze zal nimmermeer opstaan! Nee. Ze is verloren! Herinnert u zich ongeveer vijf jaar geleden in Chicago; het staat op de band. Je hebt het, Gene. Ik zei: "Of ze zullen het dit jaar ontvangen, of ze zullen steeds verder afvallen." En dat deden ze, ziet u, en dat zullen ze doen totdat ze tenslotte aan haar einde is gekomen.

49 Maar er zal een krachtige vrouw zijn! Onthoud dit! Dit is ook op de band. Een krachtige vrouw, belangrijke vrouw, ze zal òf de president zijn òf het zal een vrouw zijn die de Katholieke kerk vertegenwoordigt (wat ik denk dat het is) die het hier op een dag zal overnemen en zij zal dit land overheersen. Deze natie is een vrouwennatie. De vlag werd door een vrouw gemaakt, het is nummer dertien. Ze begon met dertien sterren, dertien strepen, dertien kolonies. Alles is dertien, dertien, dertien, achter elkaar door. Nu dertien sterren op haar zilveren dollar. Alles is een dertien. Het is nummer dertien en verschijnt in het dertiende hoofdstuk van Openbaring. Geheel dertien! Alles is "vrouw, vrouw, vrouw, vrouw, vrouw", de hele tijd door. Ze nam alle betrekkingen over. Ze nam Hollywood over. Ze heeft de natie overgenomen. Ze heeft de kantoren overgenomen. Ze heeft alles wat er is overgenomen. Gelijke rechten met de man, stemt met de man, vloekt als een man, drinkt als een man en al het andere. En precies het lokaas voor de Katholieke kerk om een vrouw te aanbidden! Ze aanbidden al een vrouw hoe dan ook.

50 Ze is de beste... Een immorele vrouw is het beste lokaas dat de duivel ooit heeft gehad. Ze is erger dan al de café's die er ooit waren. Zij kan meer zielen naar de hel sturen dan al de café's in het land. Dat is waar.

51 "Een goede vrouw is een juweel in de kroon van een man", zei de wijste man op aarde. Kijk, een man behoorde een goede vrouw te respecteren. "Maar een slechte is water in zijn bloed" en zijn bloed is zijn leven. U mannen die goede vrouwen hebt, u beseft niet hoezeer u God behoorde te danken voor een goede vrouw! Want als God aan een man iets beters had kunnen geven als hulp zou Hij het hebben gedaan. Maar een vrouw is de beste hulp die God aan een man kon geven. Maar wanneer zij zich keren tot...

52 Zij was degene in de hof van Eden die Satan uitkoos als zijn werktuig. Hij nam de man niet, hij nam de vrouw. Waarom ging hij niet naar Adam en gaf hem vervoering? Hij kwam naar de vrouw en gaf het haar, ziet u, want dat was degene die hij koos. God nam de man en Satan nam de vrouw.

53 En kijk verderop, en aan het eind... In Hislops Two Babylons, toen Babylon in het begin werd opgericht: een vrouw! Terwijl het nu verdergaat in dit tijdperk, beëindigt het het heidentijdperk. Babylon begon op die wijze en eindigt met een vrouwenaanbidding (Maria) in de kerk. Wat een dag waarin wij leven!

54 Nu Laodicéa, het tijdperk van Laodicéa; het woord betekent "lauw". Het is verrijkt geworden en denkt dat ze aan geen ding gebrek heeft. Maar de Bijbel zegt dat ze "ellendig, blind, jammerlijk en naakt" is. Wat een conditie!

55 De beloning voor degenen die in dit gemeente-tijdperk overwinnen is, "om met de Heer te zitten op de troon."

56 Nu, de ster of engel, of boodschapper van dit gemeente-tijdperk is onbekend.

57 De boodschapper van het eerste gemeente-tijdperk, wie wat dat? Paulus – Efeze. Smyrna? Irenaeüs. Pergamus? Martinus. Thyatire? Columba. Sardis? Luther. Filadelfia? Wesley. En in dit... dit Laodicéa, dat weten we nog niet en waarschijnlijk zullen we dat niet weten totdat alles voorbij is.

58 Maar ik zou slechts mijn opmerking willen maken over wat deze engel zal zijn, waar we naar uitzien. Zou dat in orde zijn? [De samenkomst zegt: "Ja! Amen!" – Vert] We zullen er wat tijd voor nemen, ik heb hier een kleine aantekening gemaakt van wat ik dacht.

59 De engel van deze Laodicéa gemeente zal het afsluiten. Hij zal er aan het einde van het tijdperk zijn zoals de overigen, overeenkomstig de Bijbel. Hij zal er zijn aan het einde van het tijdperk. Niet aan het begin ervan, maar aan het eind ervan omdat de engel altijd komt om hen te bestraffen voor wat ze hebben gedaan. "Schrijf aan de engel der gemeente te Laodicéa deze dingen."

60 Kijk: "Schrijf aan de engel der gemeente te Smyrna deze dingen." Kijk, elk ervan is aan de engel aan het eind van het tijdperk. Paulus, aan het eind van het tijdperk, en zo verder, aan het eind van het tijdperk. De overlapping, einde van het tijdperk. Het einde van het tijdperk wat de overlapping maakt. Kijk: "Aan de engel", het einde van dat tijdperk. Kijk, het neemt het hier mee, maakt de overlapping zoals bij het beklimmen van een trap, de zeven gemeente-tijdperken.

61 Welnu, deze engel die in deze dag komt, ik wil... ik heb hier iets opgeschreven wat ik zou willen voorlezen. Maar hij zal in het laatste gedeelte van het tijdperk bekend zijn. En omdat we daar zo dichtbij zijn, zo dichtbij dat lichttijdperk, is het mogelijk dat hij nu op aarde is. Ziet u, we kennen hem niet. Hij zal een machtig profeet zijn, die door de kerkwereld zal worden verworpen, want zij zullen regelrecht in hun zonden doorgaan en tenslotte uit de mond van God worden gespuwd, uit de mond van Gods tegenwoordigheid.

62 Ik geloof dat het iemand zal zijn zoals Elia. Ik zal mijn redenen geven waarom. Laten we even opslaan in het boek Maleachi, dan zal ik u uitleggen waarom ik denk dat het iemand zal zijn die gezalfd is met de geest van Elia. Ik wil nu dat u uw genadepet opzet. Maleachi, het vierde hoofdstuk. Luister terwijl ik lees en u in uw Bijbel. Denk nu heel goed na gedurende de volgende paar minuten, voordat we het gemeente-tijdperk ingaan.

     Want ziet, die dag komt, brandende als een oven, dan zullen alle overmoedigen, en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn, en de toekomstige dag zal ze in vlam zetten, zegt de HEERE der heerscharen, Die hun wortel, noch tak laten zal.

63 Wat zegt Hij? Hij spreekt over een dag die zal komen. Bent u het daar mee eens? De dag van de komst des Heren.

     U daarentegen...

64 Let nu op, Hij spreekt nu weer tot Israël. Wat zei Hij? "Want zie, de dag komt (toekomst) die zal branden..."

     U daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen, als mestkalveren.

     En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen van uw voeten, te dien dage, die Ik maken zal, zegt de HEERE der heerscharen.

     (Niet... Op de dag dat Hij de aarde zal verbranden, zullen wij op hun as lopen. Natuurlijk is dat het duizendjarig rijk, ziet u.)

     Gedenk de wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hem bevolen heb op Horeb aan gans Israël, de inzettingen en de rechten.

     Ziet, Ik zend u de profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal.

     En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen terugbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome, en de aarde met de ban sla.

     Hier eindigt het Oude Testament.

65 Nu, Jezus zei... Mattheüs 17:10 spreekt hierover. Alle Joden zien uit naar die komende Elia. Merk nu op wat Jezus erover zei in Mattheüs 17:10. We zullen beginnen bij het negende vers; Mattheüs 17:9:

     En toen zij van de berg afkwamen, gebood Jezus hun, zeggende: Zegt niemand dit gezicht... ("Vertel dit niet. Jullie weten het, maar houd het voor jezelf.") Zegt niemand dit gezicht, totdat de Zoon des mensen zal opgestaan zijn uit de doden. Vertel het niet.

     En Zijn discipelen vroegen Hem, zeggende: Wat zeggen dan de Schriftgeleerden, dat Elia eerst moet komen?

     (Waarom moet Elia eerst komen, voordat deze Christus komt, de Zon der gerechtigheid? Waarom zeiden zij dit? Hier bent U reeds en de Schriftgeleerden zeiden dat Elia eerst zou komen.)

     Let nu op:

     Doch Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Elia zal wel komen, en alles weer oprichten.

     Maar Ik zeg u, dat Elia nu gekomen is, en u hebt Hem niet gekend;... (Hij zei niet wie hij was, ziet u...) doch... aan hem gedaan, al wat u wilde; alzo zal ook de Zoon des mensen door hen lijden.

     Toen verstonden de discipelen dat Hij hun van Johannes de Doper gesproken had. (Johannes de Doper was de Elia die moest komen.)

66 Let op, ik ga weer terug naar het vierde hoofdstuk van Maleachi. Onthoud nu, dat Hij hier zegt: "Voordat die grote en eerbiedwaardige, vreselijke dag des Heren zal komen, zal Ik Elia de profeet tot u zenden." Het vijfde vers:

     Maar Ik zend u de profeet... Ik zend u de profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des... [De samenkomst zegt: "HEREN!" – Vert] komen zal.

67 Waar vinden we "in de dag des Heren"? Aan het einde van het tijdperk! Dan zal de wereld worden verbrand. U herinnert zich hoe wij Hem bespraken met een witte pruik op, weet u, en Zijn borst omgord bij de borsten. Herinnert u zich dat? En we bewezen met de Bijbel dat het geen sabbatdag was, evenmin een zondag, het was de dag des Heren. Is dat waar? Dat is de dag dat Hij zal komen als een rechter: "En zal het land treffen met de ban." Is dat juist?

     Ziet, Ik zend u de profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal.

68 Let op de meervoudige komst van Elia. Nu, als u wilt opmerken, de hele Schrift heeft een meervoudige betekenis: "Maar dat is verborgen voor de ogen der wijzen en geleerden, en geopenbaard aan kinderkens, dezulken die willen leren." Gelooft u dat niet? Welnu, houd Maleachi 4 daar even vast.

69 En laten we even naar Mattheüs 2 gaan, precies op de volgende bladzijde, Mattheüs 2. Ik denk dat ik Lukas 2 heb bedoeld in plaats van Mattheüs 2. Ik had het hier opgeschreven maar ik was gehaast een poosje geleden en de Heilige Geest was in de kamer op mij en ik had gewoon een geweldige tijd. Dus ik bedoelde 2, laten we zien of dit het kan zijn. Laat me het hier even bestuderen. Mattheüs 2, dat lijkt er niet op wat ik bedoel, hè? Even een ogenblik, ik zal het zo meteen... Geef me hier een beetje tijd omdat ik wil dat u er zeker van bent en het ziet, dat de Schrift er een meervoudige betekenis voor heeft. De lofzang van Anna; Terugkeer naar Nazareth; Het Paasfeest; De bediening van Johannes. Laat me zien of ik Lukas bedoeld kan hebben, ik was ergens aan het lezen en... ik bedoel Markus in plaats van Lukas; het zou Markus kunnen zijn. Maar ik wil dat u dit Schriftgedeelte krijgt zodat u zult weten dat dit het werk van de Heer is, dat hij dit op zo'n manier doet. Ik zal u vertellen waar ik naar zoek, waar staat: "Uit Egypte heb ik Mijn zoon geroepen." [Het is Mattheüs 2:14 – Vert] Is er iemand met een register in de kantlijn die het snel kan krijgen of vinden? "Uit Egypte heb Ik mijn zoon geroepen... heb Ik Mijn zoon geroepen." Een ogenblikje slechts.

70 [Een broeder zegt: "Lukas 1:17." – Vert] Lukas 1:17. Dank u, broeder. Dat is juist, Lukas 1. Markus... Lukas 1:17 in plaats van 2. Ik wil het veertiende vers, waar... Dat is het, broeder. Dat is het precies. Lukas 1:17. In orde. Welnu, u kunt dat opschrijven. Wat het is, het staat in de zegeningen van de Heer, dat het gezegend was.

     En u zal blijdschap en verheuging zijn, en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden.

     Want hij zal groot zijn voor de Heere; noch wijn, noch sterke drank zal hij drinken,...

71 Deze man die voortkomt zal vanaf zijn geboorte worden onderwezen niet te drinken of met iets van dergelijke zonde van doen te hebben. Begrijpt u het?

     ... en hij zal met de Heilige Geest vervuld worden, ook van het lichaam van zijn moeder aan.

     En hij zal velen van de kinderen Israëls bekeren tot de Heere, hun God.

     En hij zal voor Hem heengaan, in de geest en de kracht van Elia, om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen, en de ongehoorzamen tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen, om de Heere te bereiden een toegerust volk.

72 Nu, we realiseren ons dat er over hem werd geprofeteerd en Johannes was die persoon! Is dat zo? Johannes was de Elia van die dag, die zou komen.

73 Welnu, we weten ook dat de Schrift soms twee dingen bedoelt. We kunnen iets noemen, zoals daar in Mattheüs waar wordt gezegd: "Uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen." In orde, ik geloof dat ik daarnaar op zoek was: "Uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen." Als u dan die aantekening van "zoon" neemt, Hij was... het was niet... Het gaat terug naar Hoséa, die niet Jezus bedoelde, Zijn Zoon, maar het was Israël, Zijn zoon. "Uit Egypte riep Hij Israël." Maar het had een meervoudige betekenis en een ruimer begrip waar het doelde op en sprak over de komst van Jezus, die belangrijker was dan Israël, toen Hij Israël eruit riep. In orde.

74 We zien ook dat Zijn eerste komst niet plaats vond op de dag des Heren. Is dat juist? Nu terug naar Maleachi, laten we dat eerst rechtzetten: "Zijn komst op de dag des Heren." Let nu op Zijn meervoudig komen, Zijn eerste en Zijn tweede komst. Hebt u uw geestelijk denkvermogen klaar staan? Nu, het zesde vers: "Hij zal..."

     Hij zal Elia zenden voor die grote en die vreselijke dag des HEEREN... (Is dat juist?)

75 Welnu, we beseffen dat dat niet Johannes was, want dat was niet de vreselijke dag des Heren (nietwaar?), noch verbrandde Hij de aarde. Dus het moest een voorschouw zijn, of een ander toekomstig komen van Johannes... of Elia. Is dat juist? Want Hij zei: "Ik zal Elia zenden en Ik zal de hele aarde verbranden en Ik zal haar helemaal gaan reinigen en u zult over hun as wandelen." Dat is het duizendjarig rijk, dat weten wij. Nadat de atoombom haar in stukken heeft geblazen, zal er... dan zal de aarde worden hersteld. En er zal hier op aarde een geweldige tijd zijn en de gemeente zal met Jezus op de aarde regeren gedurende duizend jaar. Is dat waar? "Maar voor die grote en vreselijke dag des Heren", wanneer zij zal worden opgeblazen, "zal Ik Elia de profeet tot u zenden." Is dat zo? Dus het betekende in dat gedeelte niet Johannes de Doper, want de vreselijke dag des Heren was er toen niet; het was tweeduizend jaar geleden. Klopt dat?

76 Let nu op het volgende vers en wees nu echt geestelijk. Nu, dit is een liefdesbrief en u moet tussen de regels door lezen en dan komt het goed. U weet wat ik bedoel. Onthoud wat ik aanhaalde uit de Schrift: Jezus dankte God omdat Hij het had verborgen voor de wijzen (hun ogen) en verstandigen, het openbarend aan kinderkens. Zoals ik het vaak heb geïllustreerd over mijn vrouw wanneer zij me een brief schrijft; ik kan zien wat ze in de brief zegt, maar ik lees tussen de regels door om te weten wat zij bedoelt, ziet u, omdat ik van haar houd en haar natuur ken. En u moet Gods natuur kennen en Hem liefhebben, dan zal de Schrift u volkomen duidelijk worden. Hij openbaart het.

77 Let nu op het volgende vers:

     En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen terugbrengen,... (let op) en het hart der kinderen tot hun vaderen... (Ziet u?)

78 Welnu, toen Johannes kwam als Elia, voerde hij de harten der Israëlieten, de harten van de kinderen die toen zijn boodschap aannamen, de harten van de vaderen terug tot de kinderen. Maar wanneer hij deze keer komt, dan zal hij de harten van de gemeente terugvoeren tot de Pinkstervaderen. Kijk, het is daar vice versa. Begrijpt u het? Lees het nu!

79 Luister nu aandachtig:

     En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen terugbrengen...

80 De oude orthodoxe priester; hij gaat hem vertellen dat: "Wel, God is in staat om uit deze stenen kinderen voor Abraham te verwekken. Denk niet dat u kunt..." Zie? Nu, hij gaat de harten van de oude verharde orthodoxe priesters nemen en hun harten keren tot het geloof dat de kinderen hier hadden. "Nu, al dezen die zijn gedoopt wachten op de komende Messias. Wie heeft u gewaarschuwd, u generatie van slangen, om de toekomstige toorn te ontvlieden?" Oh!

81 Nu, ziet u, hij was bezig "de harten van de vaderen te keren tot de kinderen." "En de harten van de kinderen tot de vaderen." Als nu deze grote Elia komt, aan het einde van dit tijdperk, dan zal hij de Pinksterboodschap nemen om de kinderen te keren naar het geloof der vaderen, omdat hij hen zal bestraffen omdat zij niet ditzelfde geloof behielden dat daar was, terug in het begin. Amen! Ik geloof dat we tamelijk goed begrijpen dat het Elia zal zijn. Is het niet? Welnu, we weten het.

82 Het gebeurde toen niet, ziet u, de vreselijke dag des Heren was nog niet gekomen. Ik vroeg me vaak af: "Zou deze man dan alleen maar een prediker zijn?" Elia deed allemaal wonderen maar predikte niet. Maar toen zijn Geest op Johannes was, predikte hij alleen en deed geen wonderen. Waarom? Jezus zou hem opvolgen en Híj zou de wonderen doen. "Want de Zon der gerechtigheid zal opgaan", zei hij, "met genezing onder Zijn vleugelen." Dus het was niet nodig voor Johannes om wonderen te doen, hij kondigde slechts de komst van Christus aan. En zij...

83 En onthoud, deze Johannes... of deze Elia die zal komen, zal niet worden begrepen, hij zal zo'n geweldig krachtige man voor de Here zijn, dat de mensen zullen denken dat hij echt de Messias is.

84 Want zijn allerbeste vrienden zeiden tot hem: "Jij bent de Messias."

85 Hij zei: "Ik ben niet waardig Zijn schoenen te ontbinden, maar Hij komt na mij!"

86 Want zij waren toen vol verwachting om een Messias te zien, ze dachten dat de Messias kwam... Toen zij dit grote fenomeen onder hen zagen opstaan, zeiden ze: "Hij is de Messias."

87 Johannes zei: "Ik ben Hem niet! Maar Hij komt na mij!"

88 Oh! Begrijpt u het? Dus zijn beste vrienden zullen denken dat hij de Messias is.

89 Let op een andere zaak die hiermee in overeenstemming is, hij zal precies komen voor de dag des Heren. Welnu, de aarde verbrandde helemaal niet in de dagen van Johannes, dus is het in de toekomst. Toen hij de eerste keer kwam, predikte hij alleen; de tweede keer zal hij beide doen, zowel prediken als tekenen, zoals werd beloofd door Jezus Christus. In orde nu, laten we naar de natuur kijken wat die zal zijn, de natuur van deze profeet die zal komen.

90 We zijn overtuigd dat de engel van dit laatste gemeente-tijdperk vanaf het Oude Testament werd voorzegd... De overigen waren het niet. Paulus, Irenaeüs, zij werden niet voorzegd. Maar dit laatste tijdperk, vlak voor de voleindiging, het einde van de wereld, zal zo'n verschrikkelijke tijd zijn, die vlak voor ons ligt, dat deze engel van dit tijdperk helemaal terug in de Schrift werd voorzegd – in de oude Geschriften – om dit tijdperk te beëindigen. Het is Elia, de grote gezalfde.

91 Let nu op! Welk soort natuur zal Elia hebben? Ten eerste, hij zal een machtig profeet zijn, getrouw aan het Woord van God, want Elia was getrouw, Johannes was getrouw. Dat is waar. Zal tekenen en wonderen doen, zal de harten van de kinderen terugvoeren tot het geloof van de Pinkstervaderen. Hij zal denominatie haten zoals Elia deed. Dat is juist, dat zal hij! Ik geloof dat we de zaak nu voor hem zijn begonnen en dat het ongeveer de tijd is dat het kan komen. Hij zal denominaties haten! Elia haatte ze, evenals Johannes denominaties haatte.

92 Johannes zei: "Kom niet, denkend: 'Welnu, wij hebben Abraham tot vader.' U Farizeeën en Sadduceeën, adderengebroed!" Slangen in het gras, met andere woorden: "Want ik zeg u, dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken."

93 Elia zei: "Ze zijn allen afgeweken, ieder van hen! Er is niemand overgebleven behalve ik." Oh, tjonge!

94 Hij zal ook mooi opgemaakte vrouwen haten! Elia deed dat: Izebel. Is dat juist? Johannes deed dat: Herodias. Allebei profeten, de Geest, dezelfde Geest. Zij haatten de denominationele wereld, de kerkwereld. Zij haatten ook opgemaakte, slechte vrouwen. Zij... Iets in hun geest riep het uit tegen die zaak! Izebel zocht Elia's hoofd en wilde dat afslaan en zij liet ook Johannes zijn hoofd afslaan; Herodias deed dat. Zij beiden!

95 Deze profeet zal van de woestijn houden! Zoals Elia, hij leefde in de wildernis, alleen. Johannes in de wildernis, alleen. En wij weten dat het Elia zal gaan zijn. In orde.

96 En deze profeet zal iemand zijn die bij het ware Woord van God zal blijven. Ja, hij zal erbij blijven, het hele Woord. Waarvoor? Om een geloof te herstellen (aan de gemeente van Efeze) dat gedurende al die tijd was verloren gegaan, geloof in de gemeente die een "geopende deur had ontvangen" en dit had verworpen.

97 Niet een geleerd persoon. Elia was geen geleerd persoon, de Tisbiet. Johannes was geen geleerd persoon. In Lukas 1:67 zegt de Bijbel, dat hij was... "Dat het kind in de... zodra hij was geboren ging hij de woestijn in, was in de woestijn tot aan de dag dat hij aan Israël werd getoond." Dat is juist. Het staat in Lukas 1:67 tot het tachtigste vers, als u het wilt opschrijven.

98 Deze profeet zal ook een tamelijk zwaarmoedig type man zijn. Nadat Elia een grote samenkomst had gehad, kon niemand met hem overweg. Elia had inzinkingen. Toen hij daarheen ging en vuur uit de hemel riep en de altaren van Baäl en alles, verbrandde, vluchtte hij de woestijn in en zei: "Here, ik ben niet beter dan mijn vaderen, laat mij sterven." Is dat waar? (En Johannes...) Hij zat onder een jeneverbesboom en nu na de grote opwekking wilde hij sterven.

99 En Johannes, toen ze hem in de gevangenis gooiden – deze gemene vrouw – zat hij daar en begon mismoedig te worden. Ik geloof dat Pemberman of een van hen zei: "In de gevangenis kwam er een waas over zijn arendsogen." Hij stuurde enigen van zijn discipelen.

100 Terwijl hij het had verklaard en gezegd: "Daar is het Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt." Johannes zag de Vuurkolom boven Hem hangen als een duif en naar beneden komen en het zette Zich op Hem. Betuigde dit alles en zei: "Dat is het Lam van God!" En zei: "Ik heb van node door U te worden gedoopt en waarom komt U tot mij?"

101 Jezus zei: "Verdraag het nu op die manier."

102 Maar toen ze hem in de gevangenis stopten, ging het snel bergafwaarts met hem. Ziet u, nogal moeilijk, je kunt hem bijna niet opbeuren. En toen ze gingen, zei hij: "Ga Hem vragen of Hij inderdaad Diegene is, of moeten we naar iemand anders uitzien die nog komt?" Precies zoals Elia deed, ziet u, precies hetzelfde.

103 Kijk, een bepaald zwaarmoedig type man, dus we voelen medelijden met hem, omdat we weten wat dat is. In orde.

104 De kerk, tijdens zijn manifestatie... Ik kan dat beter laten rusten. Bij zijn manifestatie, de kerk... Als hij zichzelf bekend maakt, deze machtige Elia, die God tot ons zal zenden, wanneer hij zichzelf bekend maakt zoals Elia deed, was de kerk gereed om te worden bevrijd – bevrijd uit de handen van het heidendom. Is dat waar? Precies toen hij daar aankwam en zei: "We zullen bewijzen wie God is", toen bevrijdde Elia de kerk. En Johannes, precies zoals Johannes deed, hij zei toen hij Jezus zag: "Ik moet afnemen en Hij moet toenemen." Johannes begon met prediken en zichzelf bekend te maken vlak voor het komen van de Heer. Precies aan het einde kwam de manifestatie. In orde.

105 We ontdekken nu dat voor het tijdperk van deze kerk Elia wordt bedoeld. Om te bewijzen dat het Elia was, nadat Elia zijn profetie had gegeven... Elia hoefde niet te sterven, hij werd veranderd en werd opgenomen in de hemel, een type van de gemeente, aan het einde van deze Elia die zal komen. Aan het einde van zíjn tijd zal de gemeente in de opname gaan, zonder door de schaduwen van de dood te gaan. Het zal de opname zijn! Ik geloof dat de grote Elia, de grote die zal komen, de gezalfde Elia zal zijn die werd geprofeteerd voor de laatste dag. Amen! Ik geloof dat hij, als hij komt, de engel zal zijn of de boodschapper aan de gemeente in de laatste dagen (een verworpen, vernederd volk waartoe deze gemeente zal komen en reeds gekomen is). Ik geloof dat Elia in de Bijbel is beloofd. Ik denk dat we dat kunnen begrijpen, dat Elia degene was die in de Bijbel werd beloofd om te komen in deze dag. Gelooft u dat?

106 Laten we nu Laodicéa opslaan en we zullen zien wat onze Heer vanavond tot ons te zeggen heeft over Laodicéa; Laodicéa. In orde, de groet aan de gemeente:

     En schrijf aan de engel van de Heer...

107 Het veertiende vers van het derde hoofdstuk van Openbaring:

     En schrijf aan de engel van de Heer... van de gemeente der Laodicensen:

     Dit zegt de Amen, de trouwe, en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods:

108 Oh! We hebben alles... Als we de hele avond daarvoor zouden hebben, wat zou de Here dat dan aan ons openbaren! Let op!

109 De "Amen" is de "Laatste". Hij is de hele weg door verschenen op verschillende manieren, maar hier is het laatste gemeente-tijdperk waar wordt gezegd: "Ik ben... Dit is het einde, Ik ben de Laatste."

110 Nu, om aan te tonen dat Hij ook de "Eerste" was – wat Hij was – is Hij "het begin der schepping Gods". Oh! Begrijpt u dit? Zie? Hoe zou God geschapen kunnen zijn als Hij een Geest is? Hoe zou Hij dat kunnen zijn, Hij is eeuwig! Hij werd nimmer geschapen, Hij zal nimmer worden geschapen omdat Hij vanaf het begin God was. Maar Hij die "het begin der schepping Gods" is, was Jezus Christus toen Hij werd gemanifesteerd, toen God in Hem leefde. Hij is Gods schepping. Oh, tjonge! Kijk: "De Eerste en de Laatste; de Amen, het begin der schepping Gods." Toen God voor zichzelf een lichaam schiep, daalde Hij af en leefde erin, dat is het begin der schepping Gods. Ziet u? O, is Hij niet wonderbaar?

111 We zien nu dat Hij Zijn Goddelijkheid precies hier bij het begin toonde: "Ik ben de Almachtige! Ik ben Degene die was, die is en komen zal. De Almachtige!" Zei het drie keer tot de gemeente van Efeze. Is dat juist? Het komt helemaal door tot aan Laodicéa, waar Hij zei: "Ik ben de Amen. Ik was de Eerste hier terug, Ik ben de Laatste hier. En Ik ben het begin van de schepping van God. Gedurende de gemeente-tijdperken die we zullen krijgen zult u leren dat Ik God ben, God geschapen in de vorm van een mens. Ik ben het begin van de schepping van God!" Amen.

112 Dat zou een Presbyteriaan moeten laten juichen. Denk daar eens aan! "Het begin van de schepping Gods." Oh, wat houd ik daarvan, de schepping Gods, toen God werd geschapen, toen God werd vlees gemaakt in Jezus Christus en onder ons woonde.

113 Nu zou het volgende vers een compliment moeten zijn (aan de andere gemeenten), maar deze gemeente gaf Hij geen compliment. Hij had een klacht tegen haar, geen compliment. Hij prees deze nergens voor, dit tijdperk van Laodicéa. Terwijl zij zoveel licht hadden, gingen ze achteruit; zij hadden geen lofprijzing nodig. Zij hadden een bestraffing nodig en die kregen zij! Hij had een klacht voor deze gemeente, geen lofprijs.

114 Ik wil hier nu het vijftiende en zestiende vers lezen:

     Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet! (Met andere woorden: "Wees toch niet lauw.")

     Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen. (Hu!)

115 Kregen... Is dat een compliment? Dat is een bestraffing aan dit ongoddelijke Laodicéa-tijdperk, het slechtste van allemaal. Al de anderen, onder verdrukkingen en dergelijke, hadden niets, zij waren arm, doolden rond in schapenhuiden en geitenvellen, verlaten en door midden gezaagd en op de brandstapel verbrand en aan de leeuwen gevoerd en dergelijke, nochtans hielden ze vast aan het geloof. En deze groep is "rijk en heeft aan niets gebrek", enzovoort, en is een prostituée! Dat is juist.

116 We krijgen nu een grote les; ik hoop dat de Here ons erbij helpt. Hij zei:

     ... omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet...

117 Zoals melk, ziet u. Echte koude melk is goed, nietwaar? Hete melk is goed voor u. Maar lauwe melk zal je laten overgeven.

118 Ik herinner me een avond dat ik ziek werd, ginds op de rivier, ongeveer vijfentwintig jaar geleden. Ik woonde daar in een klein woonbootje. En ik werd ziek en ze kwamen me opzoeken, m'n zwager had me bij dokter Isler gebracht. Hij vroeg: "Wat is er aan de hand?"

119 Ik zei: "Ik ben zo ziek in m'n maag!"

120 Hij zei: "Drink een glas warme melk." O, broeder! Lauwe melk, het maakte me ziek, dus alles wat erin zat kwam eruit.

121 Welnu, God zei: "Ik heb liever dat je heet bent, echt roodgloeiend òf bevroren; wees het een of het ander. Word niet lauw want dan maak je Mij ziek."

122 Dat veroorzaakt dit gemeente-tijdperk bij God, het maakt Hem ziek! "Wees òf... Wees niet rood-... Wees òf roodgloeiend òf... Wees niet lauw! Warm of heet; want je laat Me overgeven."

123 De kilheid van de Anglicaanse kerk in de dagen van John Wesley veroorzaakte dat hij elders samenkomsten hield, omdat ze koud was, kil.

124 De kilheid van de Methodistenkerk was er de oorzaak van dat William Booth een roodgloeiende heilsoldaat werd. Want God had gezegd: "Als u niet wilt komen en u bekeren, dan zal Ik de kandelaar verwijderen. Ik zal die eruit nemen en aan iemand anders geven." Dus toen de Methodistenkerk John Wesley niet wilde ontvangen met heiligmaking, kwam William Booth eraan met het Leger des Heils en nam het over. Dat is waar. Waarom? Zij organiseerden het! Geheel juist. Maakten er een organisatie van en God zei: "Ik haat die zaak!"

125 Dus toen kwam William Booth eraan en nam het voortouw met het Leger des Heils en wat deed hij toen? Hetzelfde!, keerde zich om en organiseerde het opnieuw. Na hem kwamen de Campbellieten en zij bestonden een poosje; en toen John Smith met de Baptisten; en daarna kwamen de Nazareners; en toen na de Nazareners kwam Pinksteren.

126 De Nazareners; wat deden zij? Vestigden die van hen op dezelfde manier, maakten er een denominatie van.

127 Wat kwam toen binnen? Enkele kleine ranken, de Kerk van God, enzovoort, groeiden daaruit vandaan. Wat deden zij? Organiseerden zich; laat hen maar gaan.

128 Daar kwamen de Pinkstermensen aan met de "late-regen-zegening" en wat deden zij? Organiseerden zich, dus liet Hij hen gewoon gaan. Dat is juist.

129 Terwijl we nu tot het einde komen zult u binnen enkele ogenblikken iets krijgen dat echt kras is. In orde.

130 In orde, Hij wil u roodgloeiend of ijskoud, het een of het ander. Wees niet lauw! Veronderstel niet zomaar iets wat u niet heeft, wees òf in vuur voor God òf ga door in de organisatie. Wees niet lauw!

131 Dat is nu hetzelfde! Dat is hetzelfde als wat in deze gemeenten hier gebeurde. Hij wil u heet of koud. Hij wil geen "lauw". Dat is waar Pinksteren toe gekomen is, tot een lauwwarme toestand. Ze zitten af en toe achter de piano, met een paar trommels en slaan er wat op en maken genoeg muziek om iemand te laten opstaan en een soort... weet u, laten ze zoiets zeggen als: "Prijs de Heer! Halleluja!" Uh...huh. En als de muziek ophoudt: "Uh-uh-uh" [steeds zachter] en dat is het dan. Oh! Het maakt God gewoon misselijk in Zijn maag! Ziet u? Uhu. In orde.

132 Er zou niet veel aan de hand zijn als er een roodgloeiende opwekking in hen zou zijn, maar zij hadden genoeg mechanische machinerie in deze gemeente, ziet u, want zij waren rijk en, o, ze kwamen bij elkaar en maakten grote samenkomsten, enzovoort. Ze hadden een goede tijd in deze kerk, dat is helemaal waar, maar het is allemaal mechanische machinerie. Maar er is geen warmte van de Heilige Geest. Zie?

133 Kijk wat Hij hierover zei, kijk:

     Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, of gij koud waart, of heet!

     Zo dan, omdat gij lauw zijt, en noch koud noch heet, Ik zal u uit Mijn mond spuwen. (Zie?)

134 Hij zei: "Ik wil dat u koud òf heet bent. En omdat u het niet bent, zal Ik gewoon van u af moeten komen, dat is alles, u eenvoudig uit Mijn mond moeten gooien."

135 Welnu, ze hadden genoeg geld, ze hadden grote gebouwen, ze hadden grote dingen opgezet, maar ze hadden niet de warmte van de Heilige Geest. O, ze hadden een machine – een regime. Oh! Ze hebben tezamen een verenigde kerk. Jongen, ze hebben de grootste gebouwen die ze ooit hebben gehad en zaken die lopen, maar geen Heilige Geest. Ziet u? Dat is wat God voor de gemeente zond: de Heilige Geest.

     Laten we verder ingaan op dit zestiende vers.

136 Ze hebben allerlei soorten comités. O, daar hebben we er een hele reeks van. De hulpvereniging van oudere dames, en de kaartclub voor jonge mannen en op vrijdagavond het bingospel en op zondagmiddag basketballen en o, dan-en-dan honkbal. En o, we hebben nog de praatclub voor mannen. En, o, we hebben allerlei soorten dingen.

137 Ik vertel u dat ze is afgeladen met verenigingen en clubs en bijeenkomsten en wat dies meer zij, maar geen warmte van de Heilige Geest. Kijk, u hebt een groot regime gekregen maar u hebt daar niets om het op te warmen. U warmt zich op voor de wereld maar niet voor God, dat is de reden dat u lauw bent.

138 O, u hebt meer leden dan u ooit hebt gehad. Zeker, jongen. "Wel, we hebben er een miljoen meer in '44", zeiden de Baptisten. Maar wat hebt u gekregen? Een grote machine!

139 Precies in diezelfde kerk waar ik die opmerking hoorde maken, moesten ze vijftien minuten pauze inlassen om de voorganger een gelegenheid te geven naar buiten te gaan – en al de diakenen en zij allen – om te roken en dan weer terug te komen. Ziet u? Alstublieft. De Bijbel veroordeelt dat spul beslist! "Als u dit lichaam bevuilt..."

140 De dokters veroordelen het en zeggen: "Het zit vol kanker." Dan komen ze op de radio en zeggen: "Het filter van een denkend mens."

141 Zoals Billy Graham zei: "Om zo te denken ben je een dwaas om mee te beginnen."

142 "Het filter van een denkend mens", een denkend mens zou dit helemaal niet roken, dat is juist, u neemt de tweede gedachte. Maar hij vertelt de vrouwen dat het ze echt slank maakt, weet u, zodat u wat van die nieuwe jurken kunt dragen die ze hebben. Jongen, dat verkoopt! Er zijn nu meer vrouwen die sigaretten roken dan mannen en een vrouw zal drie keer zoveel sigaretten roken als een man. Dat is absoluut waar, want ze wil mager worden. Ze beseft niet dat het t.b.c. is en kanker en spul dat haar zo maakt, nog in kiemvorm maar zo komt het in haar en eet haar op op die manier terwijl het haar doodt. Er kan niets anders uit voortkomen dan iets slechts! Zo is het. Ziet u? Maar dat is "het filter van een denkend mens". Oh!

143 "Nee, nee, nee!" En u zegt: "Maar we hebben... broeder Branham, ik bestrijd dat! Wij hebben grote samenkomsten! Kijk wat Billy Graham had door het hele land." O, zeker, een groot bestuur, gehuurde evangelisten, betaalde zangleiders.

144 Ja, ze huren hun evangelisten. "Wel, hoeveel zult u mij geven als ik kom om die opwekking te houden? Wel, als u niet zoveel duizend dollar kunt opbrengen zal ik zelfs niet komen. Zo is het. En wie laat u de zangdienst leiden? Wel, u zult die-en-die moeten huren, hij is een groot solist. U huurt hem om... Hij zorgt er alleen al voor dat de helft van mijn mensen wordt getrokken."

145 Betaalde solisten! Betaalde evangelisten! Wel, het komt tot een plaats dat zielen winnen zaken doen is. Zielen winnen is geen zaken doen door de kerk, het is de kracht van de Heilige Geest in de kerk. Zielen redden is door God, dat koop je niet met geld. Beslist niet! Nee! Het is allemaal werken, werken, werken, betaalde evangelisten, betaalde zangleiders, betaalde koren, al het andere. God wil dat niet, het zijn allemaal werken! God wil geen werken, Hij wil dat de Heilige Geest in u werkt. Dat is juist.

146 Het zeventiende vers zegt:

     Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb aan geen ding gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig... (oh!) ... weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt. (Uhu!)

147 Zij dachten dat zij "rijk" waren, deze Pinkstermensen in deze kerken van het laatste tijdperk. Ze dachten... En uiterlijk waren zij dat. Jazeker. Zij zijn rijk. Denk slechts aan de kerk, hoe ze er een paar jaar geleden voor stonden, stonden op de hoek, werden van het kastje naar de muur gestuurd, hadden een zware tijd. Maar nu hebben ze enige van de grootste gebouwen die er zijn.

148 Hebt u de Assemblies of God daarginds gezien, die vroeger hun plaats hadden in een gewoon houten gebouw, zoiets als dit hier, en nu zijn ze bezig een gebouw van zes miljoen dollar op te richten en ze zeggen: "Jezus komt spoedig." Uw werken bewijzen dat u dat niet gelooft. Huichelachtig! Bouwen gebouwen van miljoenen dollars en dergelijke dingen en zeggen: "Jezus komt spoedig." En arme zendelingen op het veld zonder schoenen aan hun voeten, ware Godvrezende zendelingen, geen schoenen aan hun voeten, die leven op twee rantsoenen rijst per week; eten twee keer per week om het Evangelie naar de binnenlanden te brengen en dergelijke, om het bij hun broeders te brengen. En wij bouwen gebouwen van zes miljoen dollar en de kerk met grote glas-in-lood ramen en al het andere en steken het daarin. O, u hebt zelfs zoveel geld gekregen dat ze soms geld-uitleen kantoren in hun kerken hebben. Juist!

149 Een dokter daar om hun evangelisten of hun zendelingen te onderzoeken. Als iemand op het veld wil gaan laten ze hem door een dokter onderzoeken om te zien of hij... of psychiater, om te zien of hij... o, als zijn verstand en I.Q. maar in orde zijn, ziet u. De Heilige Geest onderzoekt dat, u hebt geen psychiater nodig.

150 "Wel, wij zijn rijk en hebben aan niets gebrek." O, zeker. U hebt meer dan genoeg geld. Uiterlijk behoorlijk rijk; hebt grote gebouwen, glas-in-lood ramen.

151 En welsprekende predikers! Oh. Oh, ik kan u vertellen dat zij echt welsprekend zijn. Ze kunnen daar staan en de hele avond spreken en niets zeggen. Ziet u? Als ze opkomen... Ik bedoel over dingen die ze niet behoorden te zeggen, ziet u. Staan op en zeggen wat van dat spul, praten over kleine ditjes en datjes; u weet hoe dat gaat. Betaalde zangers. Dat is waar. In orde. Maar ze komen in de preekstoel, welsprekende predikers. Als ze niet in smoking zijn gekleed, met een omgekeerde boord en een jas aan met zwaluwstaart, wel, hun samenkomst zal zich echt beschaamd voelen.

152 En deze zangers komen naar voren, deze vrouwen, kort geknipt haar zoals Izebel, genoeg verf op hun gezicht om een schuur mee te kunnen verven. Zodra ze die jurk hebben uitgetrokken dragen ze korte broeken en mannenkleding en de Bijbel zei: "Als een vrouw een kledingstuk aantrekt dat een man toebehoort, is dat een gruwel in Zijn ogen." Wandelen over straat met hun neus in de lucht; als het zou regenen zouden ze verdrinken. Uitgekookte, arrogante, venijnige Izebels! Om die reden komen we niet toe aan een opwekking, ze hebben een goede machinerie gekregen.

153 O, je mag een stem hebben als een aartsengel, maar God zal je daarvoor rekenschap laten afleggen. Deze Elvis Presley's, enzovoort, en Ernie Ford's of hoe ze hen daar ook mogen noemen, met deze fijne stemmen die ze gebruiken voor de duivel; God zei: "Ik zal ze daarvoor rekenschap laten afleggen."

154 Daarom respecteer ik de blinde Fanny Crosby, zij verkocht haar goede gave nimmer aan de wereld. Zij behield het voor God.

155 Veel van deze mensen zijn uitstekende zangers, bekwame mannen, grote mannen, enzovoort, maar in plaats van hun talent voor God te gebruiken, heeft de duivel hen bedorven en ze zijn daar voor hem aan het werk. Persoonlijkheden, radio- en televisie-persoonlijkheden, die zichzelf daarbuiten verkopen aan de wereld in plaats van het aan God te geven. Sommigen van hen komen naar de kerk, komen naar de kerk en dragen een prachtige jurk, staan daar en zingen zo en gaan regelrecht terug en zingen de volgende avond rock-and-roll. Zulke zangers waar wij vanaf weten behoren tot bepaalde kerken, gaan uit en maken die films, die bioscoopfilms. Ze gaan eruit en zingen rock-and-roll – de koning van de rock-and-roll – en beweren religieus te zijn! Het is een valstrik van de duivel!

156 Eén man daarginds had genoeg gezond verstand. Hij zei dat hij prediker zou worden, op zondagochtend zou hij prediken, daarna zou hij naar de radio-uitzending gaan en rock-and-roll liederen zingen en al dergelijks. Uiteindelijk nam hij een pistool en schoot z'n hersenen eruit. Ik respecteer de man ervoor dat hij dat deed. Dat is juist. Dat is juist. Hij had meer... Hij had in ieder geval net zoveel verstand als die zwijnen toen de duivel in hen was gevaren, ze renden het water in en verdronken. Sommige mensen hebben zelfs niet zoveel.

157 Ik weet dat u... Ik haat het om zo hard te moeten zijn, maar broeder, zuster, je moet die zaak er diep inslaan! Dit is de dag waarin wij leven. Ik denk dat als Jezus Herodus een "oude vos" noemde en Johannes hen een "generatie van slangen" noemde... In orde.

158 Ze hebben grote gebouwen, glas-in-lood ramen, welsprekende predikers, betaalde zangers. Jazeker. Wat hebben ze erin gekregen? Wat is erin? Niets van de Heilige Geest. Staan daar op, gaan naar buiten en dragen shorts en komen binnen en zingen in het koor. U ellendige huichelaar! Jazeker. Dat is juist.

159 En u prediker die naar een samenkomst zal gaan omdat ze u meer geld geven dan op een andere plaats! U schurk, u bent niet geschikt om in de preekstoel te gaan. Geld! "Als u niet over zoveel duizend dollar kunt beschikken, wel, dan kunnen we niet komen. Onze managers en zo, zullen langskomen, als u dat geld kunt opbrengen zullen we komen. Als u niet met iedereen volledig kunt samenwerken, zal ik niet komen. Als niet iedereen (al de kerken) volledig samenwerkt zodat ik voldoende geld zal hebben om mijn schulden te voldoen, zal ik niet komen."

160 Broeder, een echte man van God zou gaan als de Heilige Geest hem leidt al moest hij rivierwater drinken. Ik zou liever crackers eten en rivierwater drinken. Dat is waar, hij is een echte dienstknecht van God.

161 Maar mensen leggen zich vast met uitzendingen en radio en televisie en allerlei dingen van de wereld zodat ze die hoeveelheid geld nodig hebben. Dat is absoluut zo. Ziet u? Dat is niet van God. Hij zei: "O, u bent..."

162 "Rijk en hebt aan niets gebrek." Zeker, maar juist de zaak die u nodig hebt, hebt u niet. Ja, maar u wist het niet. Kijk: "Rijk, nergens gebrek aan." Worden betaald voor de dingen die ze doen; spelen kaartspelen. "O", zegt u, "wij hebben grote samenkomsten." O zeker. Beslist. "De grootste samenkomst! Wel, weet u, de burgemeester van de stad komt naar onze kerk." Dat is zo. "Wel, weet u, als die en die naar de stad komen, komen ze naar ònze kerk." "Wij hebben alle hoogwaardigheidsbekleders in onze kerk."

163 Ja, en als u de arme, geheiligde nooddruftigen in de kerk laat komen, zijn zij een aanstoot voor u. U wilt ze daar zelfs niet. U bent bang dat iemand "Amen!" zal zeggen terwijl u predikt.

164 Zoals de kleine dame waar ik hier eens in een boekje over las. Ze kwam in een kerk. Haar kinderen had ze ergens achter in de bossen opgevoed, in een ouderwetse kerk, waar ze echt godvrezend waren. Dus de... Op een dag kwam er een jongeman aan en trouwde met het meisje. Hij zei dat hij tot de stadskerk behoorde, weet u, een van de grote kerken van dezelfde denominatie in de stad. Hij vertelde dus de moeder dat hij een Christen was. Dus hij huwde de dochter en nam haar mee.

165 Wel, tenslotte had hij haar zover dat zij vervreemd raakte van haar kleine, oude plattelandskerk ver in de bergen, en gewend was geraakt aan deze geweldig grote kerk met dezelfde naam; maar ginds hadden ze de Heilige Geest en hier hadden ze niets. Dus toen gingen ze naar deze heel grote, fijne kerk.

166 Dus de moeder zei – op een dag kwam ze haar dochter bezoeken. Wel, ze vroegen zich af wat zij in vredesnaam met haar moesten beginnen. Dus toen ze arriveerde leek ze wel iets uit een relikwieënboek, met een hoog gesloten jurkje aan, weet u, en lange mouwen en haar haar strak naar achteren, als een ui (zo strak naar achteren, weet u). En ze kwam eraan en ze zei: "Wel, halleluja, lieverd! Hoe gaat het met je?" Wel, ze zei: "Nu, morgen is het zondag. Jullie gaan toch allemaal naar de samenkomst?"

167 (De echtgenoot zei: "Wat zullen we met haar doen? We kunnen haar zo niet meenemen!" En hij zei: "Wel, ik weet niet wat ik moet doen.") Wel, hij zei: "Moeder, ik vertel u, wij..."

168 "O," zei ze, "maar lieverd, ik kan niet uit de kerk wegblijven. Er is beslist wel een bepaalde kerk hier in de buurt. O," zei ze, "ik zag er daar een op de hoek. Ik ga er gewoon naartoe."

169 (En hij zei: "O, wel, we zullen het wel moeten.")

170 Dus toen ze binnen gingen, lieten ze haar eerst naar binnen gaan, schaamden zich voor haar. Hier liep ze over straat, weet u, met dat rokje aan en haar Bijbel onder haar arm. Maar, broeder, het mag zijn daar haar naam niet voorkomt in "Wie is wie?", maar ik kan mij voorstellen dat zij haar naam had in het levensboek van het Lam. Dat was de hoofdzaak.

171 Toen ze de kerk binnenliep ging ze achteraan op een stoel zitten, weet u, opende de Bijbel en ze begon te lezen. En iedereen begon om te kijken, dachten dat een of ander antiek geval ergens vandaan was komen binnenvallen. Keken zo om, en "O!" Met al hun fijne kleding aan, weet u, typisch Laodicéa, en hun mooie jurken, enzovoort. Keken achterom en zagen deze kleine moeder daar zitten met een brede glimlach op haar gezicht, weet u, terwijl ze in de Bijbel las. Ja.

172 En de herder daarna, hield nog ongeveer vijftien minuten over om te spreken, nadat ze alle andere dingen hadden afgehandeld. Dus hij stond op en hij zei: "De Here is goed."

173 Ze zei: "Prijs God! Dat is waar! Halleluja!" En iedereen rekte z'n hals als een gans om om te kijken: "Wie was dat?"

174 Toen zei hij na een tijdje: "Hum! Hum! Hum!" Hij zei: "In ieder tijdperk zouden Christenen dappere, flinke, fijne Christenen moeten zijn", of iets in die orde.

175 Ze zei: "Prijs God! Dat is juist!" En ze keken allemaal om.

176 En hij zei: "Ahum!" kijkt de kant van de diakenbank op.

177 Bij de diakenen begreep men de wenk. Hij liep naar achteren en nam de kleine vrouw bij de arm en liep met haar naar de deur, zegt: "U interrumpeert de voorganger."

178 U bent dood en weet het niet! Ja. O, wat zullen uw glas-in-lood ramen u opleveren? Wat uw fijne pluche kerkbanken? En wat betekent heel uw grote samenkomst? Gaan regelrecht naar de hel zoals de huiszwaluw naar zijn nest. Want als u de Geest van God niet hebt, bent u verloren! Tenzij u bent wedergeboren kunt u het Koninkrijk van God niet zien.

179 Dat is bitter. Net zoals ik vroeger castorolie moest innemen, ik zei: "Mama, ik kan het helemaal niet verdragen."

180 Ze zei: "Als het je niet ziek maakt, zal het je geen goed doen." Dus ik vermoed dat het hiermee ongeveer in overeenstemming is.

181 O, als je tot hen wilt spreken! O, grote fijne gebouwen, enzovoort. O, ze– ze... Als je naar hun kerk gaat en je zou zeggen... Gaat naar hun kerk en zegt: "Wel, wat ik wou zeggen, bent u van Pinksteren?"

     "O ja; uhu; zeker, wij zijn van Pinksteren."

     "Gelooft u in wedergeboren worden?"

     "Ja."

     "Wel, ik wil u iets laten zien..."

182 "O, kijk naar dit gebouw! Weet u hoeveel dit gebouw kost? Het kostte driekwart miljoen dollar om dit neer te zetten. Weet u, vroeger hadden we dat niet. Vroeger zaten we daar in een achteraf straatje." Uhu, en u kijkt rond en dan ontdekt u al deze geweldige dingen die zij hebben gekregen. Jazeker. En dan zeggen ze: "O, wij hebben al deze geweldige dingen gekregen!" Maar ze hebben geen last voor verloren zielen! Ze willen je altijd laten zien hoe mooi het gebouw dat ze hebben, eruit ziet. "Kijk eens naar ons archief van de zondagsschool, hoe groot dat is!" Wat voor goed doet dat als ze de Heilige Geest niet hebben? "Rijk, verrijkt, aan niets gebrek."

183 Dat zei Hij: "U denkt dat, maar weet niet dat u arm bent, jammerlijk, ellendig, blind, naakt en weet het niet!" Ziet u? Dat is het.

184 O, beslist, ze zeggen: "Wist u dat? Vroeger... De kleine kerk die we vroeger ergens achteraf hadden, daarvoor in de plaats hebben we nu deze grote!" En ik vertel u, geen last voor zielen, maar ze moeten erop toezien dat men voor al deze dingen zorg draagt. De hulpverlening voor dames en al deze andere dingen, daarvoor moet men allemaal zorg dragen, maar geen last voor verloren zielen. O man, waar is deze gemeente in terecht gekomen!

185 Ze droegen geen last voor zielen, maar ze droegen de last van de weelde. Dat is juist. Ze hadden de verkeerde last. Ze droegen een last wegens hun weelde, maar geen last voor verloren zielen. De Schrift zei: "Ze wisten niet dat zij ellendig waren (oh!), jammerlijk, blind."

186 Ze denken dat ze het geld kunnen nemen om de wereld te bekeren. "O, als we maar een programma konden opzetten, zodat we hier een heleboel geld konden krijgen, dan geloof ik dat we het kunnen doen: de wereld bekeren. Broeder Branham, als enigen van de rijke mensen in onze kerk, als we hen ertoe konden krijgen ermee te beginnen, dan geloof ik dat we een gemeenschap konden beginnen die zou rondgaan en de wereld bekeren. We zouden vliegtuigen kunnen nemen en over heel Afrika literatuur verspreiden, en dergelijke dingen. Als we maar wat geld hadden!"

187 Broeder, de wereld zal niet door geld worden bekeerd. De wereld zal worden bekeerd door de Heilige Geest. Krachtige prediking van de Heilige Geest en het kruis zal het enige zijn wat de wereld zal bekeren. Gods programma is geen geld. Het is de Heilige Geest, dat is Gods programma voor het Laodicéa tijdperk of enig ander gemeente-tijdperk. Jazeker.

188 Ze willen de Heilige Geest. O, ze zeggen: "Wij hebben goud." Het was goud, in orde, maar niet het juiste soort. Ze hadden meer dan voldoende goud, maar niet het goede soort. Dus ze kregen het bevel van Jezus: "Ik weet dat u rijk bent en goud hebt en aan niets gebrek hebt, maar Ik raad u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is." Een ander soort goud, ja, goud dat in de vurige oven gelouterd werd, dat door de vuurdood ging, dat door Calvarie heenging, eruit kwam...

189 Veel van dit goud dat je nu hebt is dof, het zal verteren, het zal roesten. Als u dit kunt noteren, Jakobus 5:1 tot 4, daar zult u vinden wat het is, waar staat: "Welaan dan, gij rijken – nu bij het komen van de Heer – weent en maakt misbaar over de rampen die u zullen overkomen. Uw rijkdom in u is verrot." Kijk, dat is het soort goud dat verrot.

190 Maar het goud dat Jezus geeft is de Heilige Geest, de gouden olie van de Geest die in uw hart is uitgegoten. En o, Hij raadt u aan: "Koop van Mij goud als u rijk wilt worden." O ja.

191 Ze waren ook "blind". Nu, dat is een slechte toestand om in te zijn. Ik denk niet zozeer dat deze Christenen blind waren, maar eerder "bijziend". Ik geloof dat ze bijziend waren. Het enige waar ze naar konden kijken was hun grote gebouwen. Het enige waar ze naar konden kijken was hun grote samenkomst. Het enige waar ze naar keken was een goed gekleed koor met al hun geweldige gewaden aan en zo. Ik denk dat ze slechts bijziend waren, ze konden nauwelijks verder kijken dan hun neus. Ik geloof niet dat ze blind waren, ze waren slechts bijziend. Alles wat ze konden zien was hun... "Wel, wist u dat? Wij behoren tot de Zo-en-zo!" Hun grote denominatie, hun grote groep, vele leden, hun zondagsschool, hun fijne gebouwen.

192 Maar ze hadden de Heilige Geest nodig, zei Jezus. Ze hadden de Heilige Geest nodig! Dus de Here zei tegen hen: "Als u bent... uw ogen zijn zo slecht en u bent zo bijziend dat u niets anders kunt zien dan uw grote gebouwen hier en uw grote fijne samenkomst en uw... de burgemeester van de stad en allen die naar uw kerk komen en dat u de hoogwaardigheidsbekleders hebt. En u bent Mij vergeten. Maar als u zo blind bent en uw ogen zo'n pijn doen, dan zal Ik u wat ogenzalf verkopen..." (Ja.)

193 Kijk, het is toch vreemd dat deze doctors in de Godgeleerdheid daar niets van hadden, of niet? Ze hadden heel wat parfum, heel wat theologie. Maar ze hadden ogenzalf nodig, Gods Heilige Geest om hun ogen mee te masseren, om ze te laten kijken naar het komen van de Heer, om ze naar de Bijbel te laten kijken, om ze naar het Woord te laten kijken. Ze weten precies hoe ze "á-men" moeten zeggen. Ze hadden het parfum, ze hadden al de zalfoliën. Maar "ze hadden ogenzalf van node", zegt de Bijbel. Er staat: "U hebt wat zalf nodig om op uw ogen te doen, dat zal ze doen opengaan."

194 Vroeger was het zo, toen ik een kleine jongen was... Ik geloof dat ik dit al verteld heb, het kan zijn dat ik dit al heb verteld in de kerk. Het komt nu net in m'n gedachten. Ik werd gedeeltelijk groot gebracht in de bergen van Kentucky, en we woonden in een oud huis, gebouwd van houten spanten. Mama hier... En boven hadden we een klein oud zoldertje en we hadden een stromatras. En bovenop die stromatras een hoes gevuld met veren. Ik weet niet of u weet wat een 'verenhoes' is of niet, of een stromatras; een oud bed; we waren te arm... Pap en mam hadden beneden de bedstee. Dus klommen we een ladder op en kwamen op zolder en soms zou mam een stuk canvas over ons heen leggen, over de dekbedden en zo, om te zorgen dat de... Weet u, je kon daar liggen en de sterren tellen tussen die oude planken door bij het licht van de maan, weet u, en met die grote gaten in het dak en zo.

195 En als het zou gaan sneeuwen of zoiets, of regenen, dan zouden wij, kleine kinderen, onder dit stuk canvas kruipen, weet u, om er voor te zorgen dat we niet nat werden. En soms vatten we door de tocht door deze gaten, kou en gingen onze ogen dicht zitten. Weet u, helemaal dichtgeplakt door de kou, kou in onze ogen. Dus mam riep ons 's morgens om naar beneden te komen. Dan zei ik: "Ik kan niet komen, mama, want m'n ogen zitten vol met spul." Ik had er spul in gekregen, weet u, kou op m'n ogen. Kon ze niet open krijgen, weet u. Als kleine jongen lag je daar, ik en Humpy en de anderen en we probeerden onze ogen te openen en konden het niet. Verblind.

196 Mijn grootvader was een vallenzetter, hij ving wasberen, wasberen. En het wasberenvet was in ons huis een huismiddeltje tegen alle kwalen. We poetsten onze schoenen met wasberenvet. En als je last had van kroep deden ze er een beetje terpentine op en dan moest je dat doorslikken, tegen de kroep.

197 En als onze ogen dan helemaal volzaten met spul, zou mama dit spul nemen... "In orde, even een ogenblikje, lieverd." Ze haastte zich naar de keuken en pakte die grote, oude pot met wasberenvet en zette het op en maakte het heel warm. Dan kwam ze naar boven en masseerde onze ogen totdat het z'n werk had gedaan. En na een poosje kwam het zover dat ik kon zien, mijn ogen openen. Het wasberenvet had ze geopend.

198 En ik vertel u dat we een verschrikkelijke tocht hebben gehad! Er is een verschrikkelijke kou door het land gegaan. Een tocht die zei: "De dagen van wonderen zijn voorbij. Zoiets als de Heilige Geest bestaat niet, evenmin spreken in tongen. Er is geen doop in de Naam van de Here Jezus." En o, allerlei soorten tocht en het heeft heel wat ogen laten dichtgaan door een soort van geestelijke kilheid. Er zal meer voor nodig zijn dan wasberenvet om die ogen te openen, broeder. Er is een frisse doop van de kracht van de Heilige Geest voor nodig van omhoog om uw ogen te masseren en ze te laten zien, weet u, en de bijziendheid uit u weg te nemen zodat u kunt zien dat Gods Woord de waarheid is. Dat is juist. O, "Ik raad u aan om te komen en wat ogenzalf bij Mij te halen." Dat soort dat uw ogen zalft, ziet u. Oh!

199 De doctors in de theologie hebben hun eigen theologie en hun parfums, en dergelijke, maar er is meer voor nodig dan dat. De Heilige Geest is nodig om de geestelijke visie te geven om de hemelse krachten te zien werken. De Heilige Geest, de zalf van de Heilige Geest! Zalf is warme olie, dat weten we en de Heilige Geest is de Olie van God.

200 En alle theologie en het parfum: "O, geliefde broeder, u bent in orde. Er is niets verkeerd met u. Alles is in orde. Wel, wij hebben de grootste kerk die er in de stad is." Dat parfum zal niet werken! Nee! Het zal veroorzaken dat u hier langs kijkt (bijziend) en zegt: "Ja, wij hebben de grootste kerk." Maar hoe zit het met het aankomende oordeel als God u zich zal laten verantwoorden, u Laodicéa kerkleden?

201 Ik spreek niet zozeer voor hier, maar ik ben op de band en die gaat de wereld over, ziet u, ik spreek op dit moment dus tot een paar miljoen mensen, ziet u.

202 Dus dat is het dan. Laodicéa! Lauw! Teruggevallen! Bijziend! En wat al niet meer. Muildieren! Een muildier is een bastaard, hij heeft er geen benul van waar hij begonnen is. Als u tegen hem praat, steekt hij die grote oren omhoog, gaat: "Ia, ia, ia, ia!" Er huist geen vriendelijkheid in hem. Hij is een bastaard, hij zit tussen een paard en een ezel in. Dat is er nu aan de hand, je zet Nikolaïeten en Laodicéa-mensen bij elkaar en je krijgt opnieuw een ezel. Wat we nodig hebben... Dat is waar. Ze weten het niet. Als je hun vertelt over Goddelijke genezing, de doop in Jezus' Naam, dan zeggen ze: "Ia! Ia! Mij voorganger... Wij geloven dat niet, wij Presbyterianen." Onnozelen! Zo zou je ze ongeveer kunnen noemen. Maar wat zijn zij?

203 Ik heb een hekel aan muildieren. Maar ik vertel u dat ik van een goed, vriendelijk volbloed paard houd, jongen, die kun je iets leren. Je kunt hem een buiging leren maken en in een circus laten optreden en hem bijna dingen laten doen die een mens kan doen, omdat hij iets weet. Hij heeft een stamboom. Een muildier weet niet wie z'n pappie of wie z'n mammie was en hij kan zichzelf niet verder fokken. Dat is hetzelfde met sommige van deze oude, koude, formele denominaties, ze kunnen nooit meer opstaan. Zodra de gemeente in een denominatie overgaat, is ze dood! Ze zal nooit meer opstaan. Wat is het? Het is verbasterd!

204 Maarten Luther was in orde, maar toen hij zich organiseerde, wat deed hij toen? De Methodist was in orde, maar toen hij zich organiseerde, wat deed hij toen? Pinksteren was in orde, maar toen u het organiseerde, wat deed u toen? U verbasterde het, bracht het terug naar de Nikolaïetische Katholieke kerk. Exact wat u deed! Nam haar vorm van dopen aan, nam haar manieren en handelingen over, en de Bijbel zei: "U bent een dochter van een hoer, een prostituée. Een dochter van een hoer!" Geheel juist!

205 Een goed volbloed paard, ai, hij is vriendelijk. O, hij is goed, ik houd van hem. Legt z'n hoofd op je schouders, liefhebbend, vriendelijk. Waarom? Hij weet wie z'n pappie is, hij weet wie z'n opa is, hij weet wie de pappie van z'n opa was. Hij kan helemaal teruggaan, hij is een volbloed!

206 En ik houd ervan een echte volbloed Christen te zien! Niet een die z'n papieren meedraagt: vorige week de Methodisten en deze week naar de Baptisten, de volgende week Pinksteren en de week daarop Pelgrim Heiligheid. Hij weet niet wie z'n pappie of wie z'n mammie is. Maar laat mij u dit vertellen, een man die uit de Geest van God geboren is, kan u regelrecht mee terug nemen naar de Pinksterdag. Hij kan het u vertellen; hij is volbloed Pinksteren! Amen! Ik wil Pinksteren zijn van de top van m'n hoofd tot de zolen van m'n voeten. Ik bedoel niet de denominatie Pinksteren. Ik bedoel de echte kracht van de opgestane Christus, de echte Pinksterzegen.

207 Ogenzalf opent je ogen zodat we ver terug kunnen kijken en zien waar het vandaan komt. U ziet slechts wat de kerk vandaag is; kijk terug en zie waar het vandaan komt, blijf u dan naar God toe bewegen en u zult erbij vandaan komen. Jazeker.

208 In orde, ik merkte nog iets op, er staat: "Zij zijn naakt." Naakt en weten het niet. Zeker.

209 O, naakt en het niet weten. Welnu, die persoon is in ellendige toestand, als een man ellendig is, blind, jammerlijk, naakt. Nu, als hij weet dat hij het is, zal hij zichzelf helpen; maar als hij het niet weet, dan is de arme kerel niet goed bij z'n verstand. Is dat juist? Oei! Dat was tamelijk sterk. Niet goed bij z'n verstand, hij weet niet genoeg om zichzelf te helpen.

210 Als u iemand over straat ziet lopen, arm, jammerlijk, blind, ellendig en naakt en u zegt: "Broeder, u bent naakt." "O, ben ik dat? O, o broeder, help me ergens naar binnen te gaan, help me me te kleden."

211 Maar je loopt naar ze toe en zegt: "Zeg, hebt u de Heilige Geest ontvangen sinds u geloofde?"

212 "Wat bent u, een heilige roller? Wel, wat bedoelt u eigenlijk? Praat niet op zo'n manier tegen mij, ik ben Presbyteriaan, ik ben Baptist, ik ben van die en die en dit en dat."

213 Naakt en weten het niet! Welnu, ik heb dat nooit gezegd, maar de Bijbel zei dat van dit tijdperk: "Naakt en weten het niet." "Kom wat kleding bij Mij kopen," zei Hij, "witte klederen." Witte klederen behoren de heiligen toe; het is de rechtvaardigheid der heiligen. Ziet u?

214 Naakt? O, zeker. Beslist! O, u zegt: "Broeder Branham, niet onze kerk, dat is de best geklede kerk in de stad!" Ik zou dat niet willen betwijfelen; volgens de laatste mode, materialen van de beste kwaliteit, het laatste wat door een Hollywoodster werd gedragen, zo sexy, dat u van iedere man op straat de aandacht zult trekken. Uhu. Zeker.

215 Een dame zei tegen mij: "Broeder Branham, wilt u mij dat vertellen? Nu, wij kopen deze jurken in de winkel en dat is alles wat je kunt kopen."

216 Ik zei: "Ze verkopen nog steeds stoffen en maken naaimachines. Daar kun je geen excuus voor aanvoeren."

217 In de Bijbel staat: "Wie een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft reeds overspel met haar gepleegd." Is dat waar? Wel dan, als de vrouw zich sexy kleedt en zich uitstalt voor een man, wie valt er dan te beschuldigen? De vrouw, zij veroorzaakte het. Dat is exact de waarheid.

218 Nu, u zou voor uw echtgenoot zo rein mogen zijn als een lelie. U mag een jong meisje zijn dat nog nooit iets verkeerds in haar leven heeft gedaan, bent een maagd als je met een man huwt. Maar als je je zo kleedt en veroorzaakt dat mannen zo naar je kijken, dan heeft hij al in zijn hart met jou overspel gepleegd. Die zondaar keek naar jou. Je mag als Christen de beste kwaliteit kleding in de stad hebben, de beste wol, maar het is niet betamelijk voor een heilige van God om zich zo te kleden. Dat is juist.

219 [Leeg gedeelte op de band – Vert] O ja, kom niet aan een kind van God.

220 "O nee", zeggen ze. Wel, ze zeggen: "Onze kerk..." Bent u goed gekleed? Ze zeiden dat ze dat waren. Ze waren "rijk en hadden aan niets gebrek". Zeker. Wel, ze zeiden: "Zelfs onze voorganger komt op met een grote toga aan. Het hele koor treedt op met een grote toga aan." En de duivel loopt er snel onder mee. Uhu. Uhu, dat is waar. Oh! Uh! Wel, het is maar beter dat ik dat ook niet zeg. Maar, broeder...?... In orde.

221 O, al deze grote dingen! Koren met toga's aan, betaalde koren, je moet ze betalen om ze te laten zingen. Je moet de prediker zoveel geven anders zal hij een andere gemeente nemen die hem een beetje beter betaalt. Hij zal het college van diakenen bij elkaar roepen en zeggen: "Welnu, broeders, ik... u bent hier heel vriendelijk voor mij geweest, u gaf me zoveel honderd per week", of iets dergelijks. "Maar de andere Presbyteriaanse kerk... (noem het 'Pinksteren' of wat het ook is) hier aan de andere kant, zij hebben me beloofd dat zij mij zoveel meer zullen geven." Oh!

222 Wat blijft er dan over voor een arme heilige? Welke kans maken zij? Wat heeft een arme, kleine gemeente, gevuld met de Heilige Geest, wat heeft zij nog te kiezen? Zij zouden zoiets niet kunnen opbrengen. Dus dan wekt de Here iets voor u op, amen, iemand die door Hemzelf wordt uitgekozen, vervult hem met de Heilige Geest en stelt hem aan als de algemene opziener. Zend hem naar... Hij zei: "Ik raad u aan te komen om witte klederen te kopen", van Hem. De Bijbel zei: "De witte klederen zijn de rechtvaardigmaking der heiligen."

223 Nu, ik geloof dat we... Laten we nu naar het negentiende vers gaan. Ik geloof dat we ongeveer bij het twintigste vers zijn, voor zover ik kan zien. Ja, ja, hiermee wordt het beëindigd. Wees nu heel rustig en luister terwijl we dit doen. Luister.

     Zie, Ik sta aan de deur, en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen en Ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij.

     Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, zoals Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.

     Die een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

224 Dit is een van de meest opmerkelijke uitspraken die ik ooit in het Nieuwe Testament ben tegen gekomen. Ik wil dat u opmerkt: "Ik sta aan de deur en Ik klop." Deze aanhaling wordt algemeen gebruikt voor de oproep aan zondaren. Is dat zo? We zeggen tegen zondaars: "Jezus staat te kloppen aan de deur." Maar hier klopt Hij aan de kerkdeur, want eens wandelde Hij met hen, maar zij hebben Hem met hun organisatie en wereldsgezindheid en kilheid buiten gesloten. Hij staat aan de buitenkant van de kerk.

225 Bedenk nu, terwijl we sluiten, dat Hij bij het begin van de gemeente-tijdperken temidden van de zeven gouden kandelaren wandelde (klopt dat?), de zeven gemeente-tijdperken. En hier aan het eind vinden we Hem buiten welke gemeente? Van Laodicéa, de gemeente van Laodicéa. Er buiten, ze hadden Hem buiten gesloten – buiten gesloten. Wel, Hij stond aan de buitenkant en probeerde weer binnen te komen. Wat een bedroevend beeld! De Redder der wereld die buiten de gemeente staat, die Hij met Zijn eigen bloed heeft gekocht. Ze moesten zich schamen!

226 "Ik sta aan de deur en Ik klop." Nadat Hij er is uitgezet, of verstoten, probeert Hij toch weer binnen te komen, kruipt terug en klopt op de deur. Dit is het opvallendste bericht uit het Nieuwe Testament. Ik denk dat er niets nog bedroevender zou kunnen zijn dan dit, om te zien hoe de Redder der wereld werd weggedaan uit Zijn eigen gemeente, het Laodicéa-tijdperk. Nadat Hij hun had verteld wat ze hadden gedaan, hun rijkdommen en alles en wat ze waren, hoe lauw ze waren, enzovoort, en ze hadden... Hij hoefde hèn niet uit te spuwen, zij hadden Hem uitgespuwd. En hier staat Hij ondanks dat alles nog steeds op de deur te kloppen, proberend binnen te komen. Waarvoor? Om ze eeuwig leven te geven. Precies van degenen die Hem op Golgotha doodden, probeerde Hij hun zielen te redden. Het is het meest aandoenlijke beeld dat ik ooit in m'n leven heb gezien of waar ik ooit aan heb gedacht.

227 Buiten gesloten! Van wat werd Hij buiten gesloten? Luister nu, vriend. Als dit niet treffend is! Vorm u er een beeld van, laat het in uw hart zinken. Onze Redder werd, toen Hij hier op aarde was, door Zijn eigen natie buiten gezet. Hij werd verworpen, Hij werd buiten gesloten. De wereld sloot Hem buiten en kruisigde Hem. En nu wordt Hij door Zijn eigen gemeente buiten gesloten. Hij is nergens gewenst, ze hebben Hem niet nodig. Ze hadden een denominatie, ze hadden Hem niet nodig. Ze hadden een paus gekregen, waarvoor zouden ze Hem dan nog nodig hebben? Ze kregen een aartsbisschop en een algemeen opziener, ze hadden de Heilige Geest niet meer nodig. Die hadden ze niet meer nodig. Christus, de Heilige Geest, ze hadden Hem niet nodig. Dus hun...

228 Ik denk niet dat ze opsprongen en Hem eruit gooiden, want ze hadden Hem niet gemist. Ze hadden Hem niet gemist, omdat ze nog steeds liederen voor Hem zongen. De prediker sprak nog steeds over Hem, dus ze hadden Hem niet gemist. Maar het was hun eigen wereldgelijkvormigheid en hun organisatie. Terwijl ze zich organiseren, zeggen ze: "De dagen van wonderen zijn voorbij en er bestaat niet zoiets als dit en dat."

229 Ik vraag u, ieder van u historici, iedere opwekking die ooit is gekomen... Gedurende deze gemeenten hier, iedere opwekking die ooit gekomen is... het werd altijd buiten een organisatie om gebracht. Elke man die ooit een opwekking begon stond buiten de organisaties. En elke keer als er een opwekking begon, hadden ze tekenen en wonderen en spreken in tongen en genezingen, en dergelijke dingen, die plaats vonden. Zodra die oprichter stierf, organiseerden ze het en maakten er een organisatie van en gingen regelrecht "dood" en God bemoeide Zich er nooit meer mee. Dat is geheel juist.

230 En hier is Hij bij het laatste gemeente-tijdperk en staat buiten de deur, God de Almachtige. Dat breekt mijn hart als ik daaraan denk. Mijn Heer die buiten de deur van Zijn eigen gemeente staat, nadat Hij er is uitgeduwd door wereldsgezindheid en kilheid en denominatie en onverschilligheid, staat daar buiten de deur te kloppen en probeert binnen te komen. Toen ik daar pas over dacht, boog ik mij over mijn tafel heen, begon te huilen. Ik dacht...

231 Ik heb er vaak over nagedacht hoe Jezus daar zat in dat oude huis van die Farizeeër en niemand die aandacht aan Hem besteedde, maar Hij had vuile voeten. Ze hadden Hem bij de deur niet begroet noch Zijn voeten gewassen of Hem gezalfd wegens de mest en rommel waar Hij doorheen was gelopen. Zijn kleding die ermee in aanraking kwam bracht die vieze stank mee van de weg waar paarden, enzovoort, hadden gelopen, en die stank was op Hem gekomen.

232 Ze wasten altijd hun voeten, dat was de gewoonte. Bij de deur stond een voetenwasknechtje. En als de man kwam, waste hij z'n voeten, stond dan op om een paar sandalen te pakken die hem pasten en deed hem die aan. Ze zalfden z'n hoofd om hem lekker te laten ruiken, en voor de zonnebrand in z'n nek wegens de straling van de zon; kamden z'n haar naar achteren. Hij ging naar binnen.

233 En dan de begroeting van de gast, dat ging zo... Sta even op, Pat, ik wil u iets laten zien. Hier is de manier waarop ze het deden, ze zouden hem zó verwelkomen. Nu, ik geloof... Nee, precies hier, ik geloof dat het ongeveer op deze manier gaat om zo te begroeten en elkaar te omhelzen. En hij was welkom.

234 Maar toen Jezus naar dit feest toekwam, precies zoals Hij hier naar het Pinksterfeest kwam, had iemand Hem misgelopen. Ze waren zo geïnteresseerd in hun affaires; de bisschop, enzovoort, was daar. Jezus was uitgenodigd, maar niemand waste Zijn voeten. En daar zat Hij in de hoek – ze wisten nauwelijks dat Hij daar was – met stinkende voeten en vuil over zich heen, stoffig.

235 En dan is er een arme oude hoer op straat, ze komt eraan, ze had alleen een beetje geld in een zak. En ze keek en daar zag ze Jezus zitten met vuile voeten. Het brak haar hart. Ze zei: "Dat is de man die die vrouw haar zonden vergaf. Dat is de man waarvan ik hoorde dat Hij de genezing had gedaan. Waarom besteden ze geen aandacht aan Hem?"

236 Omdat de bisschoppen en iedereen die daar zat, Hem verstootten. Ze hadden Hem uitgenodigd om te komen.

237 Op die wijze doen wij het. We nodigen Hem uit om naar onze samenkomsten te komen, maar als we dan komen, schamen we ons voor Hem. "O, denk maar niet dat ik 'Prijs de Heer' zeg. O nee, net zoals zuster Jones is, ze zullen nog denken dat ik een heilige roller ben." U, huichelaar! Dat is waar. "Ik ben bang dat ik in tongen zal spreken, dan zullen ze me een 'tongenman' noemen." U bent een ellendig wrak!

238 Nu bedenk, dit komt aan, ziet u. En u bent ellendig, miserabel, arm, naakt en blind en weet het niet.

239 Jezus die daar zit met ongewassen voeten. En een straathoer – ik kan haar zien gaan – laten we haar eens nemen voor een paar ogenblikken. Ik kan haar naar de winkel zien gaan en ze zegt: "Ik..." En de tranen beginnen langs haar gezicht te stromen, en ze zegt: "Ik kan dit niet doen. Als ik dit spul daar koop, zal Hij weten hoe ik aan dit geld kom. Hij weet hoe ik eraan kom, maar het is het enige wat ik heb."

240 Dat is alles wat Hij wil. Dat is alles wat Hij wil. Het maakt Hem niet uit. Komt u slechts: "Niets in mijn armen breng ik mee."

241 Ze kocht dus wat zalfolie en ze bracht het mee. En toen ze daar aankwam, dacht ze: "O, als ik Hem maar kon zien!" Toen glipte ze naar binnen en kwam op de een of andere manier binnen.

242 Nee, ze hadden Hem niet welkom geheten. Dus nam zij de albasten fles en brak hem en goot het op Zijn voeten en begon Zijn voeten te wassen. En ze begon te huilen: "O, het moet Hèm zijn. Dat is Degene waarover ik altijd in de Bijbel heb gelezen. Ik weet dat Hij het zal ontdekken." En het eerste, weet u... Wat een heerlijk water voor Zijn voeten, tranen van berouw vielen op Zijn voeten. Ze had geen lap om Zijn voeten mee af te vegen, daarom reikte ze omhoog en nam haar haar. Mooie krullen in de war, tranen die langs haar gezicht stroomden. Ze waste Zijn voeten en af en toe zou ze Zijn voeten [Broeder Branham maakt het geluid van een kus – Vert] kussen; Zijn voeten op die manier wassen.

243 Jezus met vuile voeten, en niemand besteedde er enige aandacht aan. En vandaag draagt Hij een smerige naam van 'heilige roller', zoiets dergelijks, en men heeft niet genoeg moed om voor Hem op te staan.

Dit toegewijde kruis zal ik dragen,
Totdat de dood mij vrij zet.
Ik neem de weg met de weinige verachten des Heren.
Ik ben begonnen met Jezus,
O Heer, maak mij trouw. (Maak mij trouw, Heer, wat het mij ook kost.)

244 Ik heb zoals Jakob als kussen een steen. Wat maakt het uit? Wat Hij voor mij deed!

245 En deze arme prostituée daar, schreide en weende. En als eerste, weet u, stond die Simon hier op, die grote knaap die behoorde... die Hem had laten komen en zei: "Ahum, hum, hum, hum! Dat bewijst of Hij een profeet is of niet, anders had Hij wel geweten wat voor soort vrouw dat is." Die huichelaar!

246 Dus toen zij klaar was... En Jezus had Zijn voeten helemaal niet weggetrokken. Hij zat daar slechts en keek naar haar en lette op haar. O, daar houd ik van. Het zijn niet de grote dingen die we doen, soms zijn het de kleine dingen die we ongedaan laten. Hij lette op haar, lette gewoon op haar hoe ze daar zat. Niemand besteedde enige aandacht aan Hem; tenslotte trok het wat aandacht omdat ze huilde en Zijn voeten waste, dat trok de aandacht van de mensen. En Hij lette eenvoudig op haar, Hij zei nooit één woord.

247 Oude Simon stond verderop, hij zei: "Hum! Kijk nu of Hij een profeet is of niet, zeg. Ik vertelde het u! Ik zei het u! Als Hij een profeet was geweest zou Hij hebben geweten wie die vrouw was. Kijk, wij zijn de grote kerk hier. Ziet u, wij zouden dat hebben geweten. Wij weten dat Hij geen profeet is; Hij zou het hebben geweten."

248 Nadat hij... zij klaar was de voeten van Jezus te wassen met deze tranen van berouw die langs haar gezicht liepen, geloof ik dat Hij Zich een beetje verfrist voelde.

249 O God, wat was ik daar graag geweest! Ik zou ze opnieuw hebben gewassen. Jazeker.

250 Jongen, zou een vrouw van tegenwoordig geen moeilijke tijd hebben om de voeten met haar haar te wassen? Ze zou op haar hoofd moeten gaan staan om dat te doen om genoeg haar te krijgen om ze af te drogen. Jazeker, ze heeft alles afgeknipt.

251 Maar daar zijn Jezus' voeten; niemand besteedt... Kritisch. Zat daar voor schande met die stank op Zijn voeten. Maar zij waste ze. Nadat Hij gereed was, keek Hij op haar neer om als het ware "in orde" te zeggen.

252 Keek op, zei: "Simon, Ik heb u iets te zeggen. U hebt Mij hier uitgenodigd en u hebt Mij helemaal niet begroet bij de deur. U hebt Mij geen water gegeven om Mijn voeten te wassen. U hebt Mijn hoofd in het geheel niet gezalfd toen Ik binnenkwam, om het schroeien van de zon van Mij weg te nemen. U gaf Mij nooit een welkomstkus toen Ik binnenkwam. Maar deze arme vrouw (o my), deze buitenstaander, een straathoer, zij had geen water om Mijn voeten te wassen en ze waste ze met haar tranen. Ze had niets om ze mee af te drogen, daarom nam ze haar haar, daarmee droogde zij ze af. Ze heeft voortdurend Mijn voeten gekust. Nu wil Ik u iets zeggen: haar zonden die vele waren zijn haar vergeven." Dat is waar. Hij zei helemaal niets over die van hem.

     "Uw zonden, die vele zijn, zijn vergeven."

253 En vandaag staat Jezus buiten de deur van de Pinksterorganisaties, Baptistenorganisaties, Methodistenorganisaties en probeert weer binnen te komen met Pinksteren en de mensen gaan aan Hem voorbij. Nadat uw wereldsgezindheid en dergelijke Hem uit de gemeente hadden geduwd, staat Hij daar en probeert, huilt om weer binnen te komen. En o, het is het meest aangrijpende iets dat ik ooit in mijn leven heb gezien. Hadden Hem niet nodig! Hem, buiten staand, kloppend, trachtend binnen te komen. Dat is hetzelfde wat Hij nu probeert te doen. Waarom? Waarom? Hij stond buiten.

254 Ze hadden Hem er helemaal niet uitgegooid. Ze zongen nog steeds over Hem, predikten over Hem, maar ze hadden Hem nog nooit in hun midden gemist. Dat is juist. Ze gingen gewoon door. Waarom? Ze waren bijziend. Ze keken naar hun grote gebouw. Ze waren rijk. Ze keken naar de grote organisatie waartoe ze behoorden, om die op te bouwen zodat er meer leden in konden komen en ze misten Hem niet. Nee, nee. Ze misten spreken in tongen niet. Ze misten de grote, krachtige boodschappen van God niet die het hart binnen dringen en het hart besnijden, de dingen van de wereld afscheuren en u afpellen als een graankorrel. O, ze...

255 Als u zo in hun kerk zou prediken, zouden ze u verstoten. En dat is de manier waarop de Heilige Geest predikte. Jezus zei: "U, adderengebroed! U, slangen in het gras!" En Johannes deed het ook, en grote gezalfde mannen scheurden altijd de huid van hen af. Dat is waar.

256 Maar ze misten Hem niet omdat ze dat niet hadden. Zie? Ze hadden dus een bepaald klein bloemrijk iets waarmee ze hen op de rug klopten en zeiden: "Kom gewoon bij ons, zet je naam erin en wij zullen je als lid aannemen. Ga je papier halen bij de andere kerk en wij zullen je ontvangen, enzovoort. Welnu, hoe groot zal je bijdrage per jaar zijn?" Ziet u, dat is het: "Rijk, aan niets gebrek." Oh! Maar u hebt gebrek aan de grotere zaak en hebt die niet. Jezus die buiten staat en probeert met Pinksteren binnen te komen.

257 Wat denkt u dat er zou gebeuren in de Methodistenkerk als de Heilige Geest daar op de gemeente zou vallen en ze begonnen met jubelen, springen, in tongen spreken en handelen als dronken... als een stel dronken mensen? Wel, de conferentie zou die Methodistenkerk uit de conferentie gooien. U weet dat. Wat zou er gebeuren in de Baptistenkerk als dat gebeurde? Hetzelfde. Pinksteren? Wel, er zijn er veel van waar hetzelfde plaats vond. Zeker. Jazeker, ze wilden die onzin niet toelaten. Ze zouden zeggen: "Wel, ze hebben zelfs onze nieuwe vloerbedekking geruïneerd." Uhu, zeker. Oh! Wat een ellendig stel is dat. Dat is juist.

258 Wel, in orde, eens was Hij bij hen, Hij wandelde bij hen temidden van de zeven gouden kandelaren. En hier is het antwoord: denominaties en hun wereldse zaken, hun bisschoppen, kardinalen en al hun wereldgelijkvormigheid hebben Hem verstoten en ze hebben Hem totaal niet gemist. En de gemeente...

259 Welnu, wat zullen we gaan doen om Hem weer binnen te krijgen? Als Hij nu buiten de Pinkstergemeente staat, wat zullen we dan gaan doen om Hem binnen te krijgen? Is er een unaniem akkoord van de mensen voor nodig om Hem terug te brengen? Is er een verkiezing van een nieuwe paus of nieuwe kardinaal voor nodig? Of misschien het oprichten van een nieuwe denominatie? Dat zal het beslist niet zijn! Dat zal het beslist niet doen! Een nieuwe denominatie zal het niet doen, een nieuwe... een nieuwe kardinaal zal het niet doen, een nieuwe voorganger zal het niet doen, een goed betaalde evangelist zal het niet doen. Er bestaat niets ter wereld wat het kan doen dan uzelf. Hoe krijgen we Hem binnen? Niet door een stem uitbrengen. Nee. We stemmen Jezus niet erin terug, want Hij zou niet binnen willen komen.

260 Hoor het, hier is het: "Als iemand naar Mijn stem zal luisteren en de deur zal openen." Nu, dan weten we wat de deur is. "Als iemand de deur zal openen, luister naar Mijn stem."

261 Niet: "Als een kerk; als een organisatie..." Beslist niet. Hij handelt niet met hen, zij zijn dood en verloren om mee te beginnen. Hij haat het, Hij heeft het altijd gehaat. Hij zei dat Hij het haatte. Hij haat het vanavond nog!

262 "Maar indien iemand", welke Methodist, welke Baptist, welke Presbyteriaan of welke Katholiek, welke Kerk van God-man, Nazarener of Pinksterman dan ook. "Bij een ieder die Mijn stem zal horen en de deur zal openen, daar zal Ik binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij." Dat is de boodschap aan de Pinkstergemeente. Niet proberen de Pinksterorganisatie nieuw leven in te blazen, maar de pinksterzegen in het individuele hart op te wekken. Dat is de enige manier. "En Ik zal maaltijd met hem houden en hij met Mij."

263 Wat leert de boodschapper aan de gemeente... de boodschap aan de gemeente, wat leert die ons dan? Niet de groei in de Geest. Beslist niet. Een afname van de Geest, we hebben de hele tijd door een afname. De boodschapper... De boodschappers aan de gemeente en de boodschap aan ieder gemeente-tijdperk veroordeelden denominationalisme. Iedere boodschap aan de gemeente; de gemeente werd steeds minder en wilde er niet naar luisteren. De boodschap aan de gemeente sloeg geen acht op denominaties. Deze veroorzaakten bastaard-Christenen, zogenaamde, dat is juist, die niets wisten over God of de Heilige Geest. Dat is even waar als dat ik vanavond op dit podium sta. Deze fijne, lauwe leden die alleen maar uit Zijn mond worden gespuwd.

264 Paulus waarschuwde dat de heidenen een tak waren. Nu wil ik dat er enigen van u – als u wilt – Romeinen, het elfde hoofdstuk opslaan, het vijftiende tot en met het zevenentwintigste vers, zodat u het allen kunt opschrijven. En dan zal ik dit, vlak voordat we weggaan, voor u aanhalen en op z'n plaats zetten, want het is een... Nu, Romeinen, als u het wilt opschrijven, 11:15–27. Paulus zei tegen hen, terwijl hij daar tot de heidenen sprak – de Romeinen – hij zei: "Als God..." Luister nu terwijl we de gemeente-tijdperken beëindigen! Paulus zei: "Als God de oorspronkelijke olijf niet spaarde, maar die afbrak wegens ongeloof..."

265 Is dat zo? Wat was de oorzaak dat ze werden afgesneden? Omdat ze Pinksteren verwierpen. Is dat waar? Op de Pinksterdag maakten ze lol over de Heilige Geest en lasterden het.

266 Toen Jezus hier op aarde was, zei Hij... Ze noemden Hem: "Beëlzebub", zeiden dat Hij een "duivel" was en dat Hij een "waarzegger" was, en wat nog meer.

267 Hij zei: "Ik zal u dat vergeven, maar wanneer de Heilige Geest is gekomen, spreek daar niet tegen, want als u daar tegen spreekt zal het u nooit vergeven worden."

268 En herinnert u zich dat Jezus Zijn discipelen beval: "Ga niet naar de heidenen." Is dat juist? "Maar ga liever naar de verloren schapen van Israël."

269 Hoe veroordeelden zij zichzelf? Door de Heilige Geest te lasteren, door de Geest van God "een onrein iets" te noemen. Maakten Hem belachelijk op de Pinksterdag toen zij in de Geest dansten, enzovoort. In diezelfde stad waar ze het belachelijk maakten, werden ze door Titus gedood en hun bloed stroomde de poort uit, ze vielen. Ze aten hun eigen kinderen en alles, in diezelfde eeuw. En dat is waar. Een van de grootste naties ter wereld werd de laagste en werd naar de vier windstreken der aarde verstrooid. Waardoor? Ongeloof! En dat was de oorspronkelijke stomp, de oorspronkelijke boom: Israël.

270 Zegt Paulus dat daar niet? Wie heeft daar nu het Schriftgedeelte? Heb jij het, Pat? Sta op en lees van het vijftiende tot het zevenentwintigste vers. [Broeder Pat leest het volgende Schriftgedeelte:]

     Want indien hun verwerping de verzoening is der wereld, wat zal de aanneming wezen, anders dan het leven uit de doden?

     En indien de eerstelingen heilig zijn, zo is ook het deeg heilig, en indien de wortel heilig is, zo zijn ook de takken heilig.

     En zo enige van de takken afgebroken zijn, en gij, een wilde olijfboom zijnde, in hun plaats zijt ingeënt, en de wortel en de vettigheid van de olijfboom mede deelachtig zijt geworden,

     Zo roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt, gij draagt de wortel niet, maar de wortel u.

     Gij zult dan zeggen: De takken zij afgebroken, opdat ik zou ingeënt worden.

     Het is terecht; zij zijn door ongeloof afgebroken,...

271 Luister: "Ongeloof!" In orde, ga door.[Broeder Pat vervolgt de Schriftlezing:]

     ... en gij staat door het geloof. Wees niet hooggevoelende, maar vrees.

     Want is het, dat God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, zie toe, dat Hij ook u mogelijk niet spaart.

     Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van God; de strengheid wel over hen die gevallen zijn, maar de goedertierenheid over u, indien gij in de goedertierenheid blijft; anders zult ook gij afgehouwen worden.

     Maar ook zij, indien zij in het ongeloof niet blijven, zullen ingeënt worden; want God is machtig om ze weer in te enten.

     Want indien gij afgehouwen zijn uit de olijfboom, die van nature wild was, en tegen nature in de goede olijfboom ingeënt, hoeveel te meer zullen deze, die natuurlijke takken zijn, in hun eigen olijfboom geënt worden?

     Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is (opdat gij niet wijs zijt bij uzelf), dat de verharding over een deel van Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal binnengegaan zijn.

     En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.

     En dit is hun een verbond van Mij, als Ik hun zonden zal wegnemen.

272 Begrijpt u het? Paulus zei: "Als Israël kwam en hier de tekenen van de Heilige Geest zag en werd afgesneden..." Onthoud, omdat zij de boodschap van Paulus verwierpen (de doop in Jezus' Naam, bekering en doop in Jezus' Naam, tekenen en wonderen die de gelovigen volgen)... En zij verwierpen dat, en ze zeiden: "Ziet, wij keren ons tot de heidenen."

273 Is dat zo? Laat eens zien, ik geloof dat het staat in... het was in Efeze... waar werden ze voor het eerst Christenen genoemd? ["Antiochië."] In orde, Antiochië.

274 Welnu, als de eerste boom heilig was, waren de takken heilig, de oorspronkelijke boom, en omdat zij de Pinksterboodschap die Paulus predikte niet geloofden (is dat zo?), brak God hen weg en nam een wilde olijf (welke de heidenen waren, wij) en entte ons er in zodat wij van het sap van die boom mogen leven.

275 Welnu, hoeveel temeer in deze dag waarin wij de Pinksterboodschap, die door de gemeente-tijdperken is gekomen, verwerpen, hoeveel temeer is God dan wel niet in staat om die oude, wilde boom eruit te halen, om de andere erin te laten? Omdat Hij hem zal verwerpen wegens ongeloof. Vergelijk dat met de les van vanmorgen. U weet nu waar we staan, is het niet? We zijn in de eindtijd voor het wegnemen van de heidengemeente, de opname voor haar; en het binnenkomen van de Heilige Geest om op de Joden te komen en Jezus die Zichzelf bekend maakt om de honderdvierenveertig duizend te verzegelen. Daar bent u er. Brengt de oorspronkelijke boom opnieuw Israël binnen (terug in de zegen).

276 Jezus zal niet de hele tijd buiten blijven staan om op uw deur te kloppen. Er komt een tijd dat Hij er genoeg van krijgt en weggaat, dan zult ú kloppen, maar u zult Hem nooit meer vinden. Kom, terwijl er tijd is. Kom terwijl er een klop is. Sluit geen compromis met iets minder dan de doop van de Heilige Geest, zoals zij die op Pinksteren ontvingen, met dezelfde soort waterdoop, dezelfde dingen die zij daar deden. Laat nooit iets minder dan dat in uw hart binnen brengen.

277 Nu tot u, Katholieke vrienden, laat mij u iets vertellen, u gelooft in de maagd Maria. De maagd Maria, die de moeder van Jezus Christus was, moest naar Pinksteren komen om te worden vervuld met de Heilige Geest, en ze gedroeg zich als een beschonkene. Ze bevond zich tussen deze honderdentwintig, kreeg de doop van de Heilige Geest, sprak in tongen en gedroeg zich daarbuiten als een dronken vrouw onder de Geest van God. En als de maagd Maria dat moest doen om de heerlijkheid binnen te gaan, hoe zult u dan binnengaan met iets minder dan dat? Denk erover na. Dat is waar.

278 Die Baptistenprediker hier achteraan, wil er zeker van zijn dat dat ook tegen de Baptisten is gezegd. Dat is voor iedereen, het maakt niet uit wie het is.

279 Dus bij een kerk horen en een geloofsbelijdenis opzeggen en iedere zondagochtend naar de kerk gaan zal u totaal geen goed doen. U maakt God alleen maar bespottelijk. Wees een echte Christen of wees er helemaal geen. Wees òf warm òf koud. Wees uit... Want u kunt niet... U hebt nog nooit een zwart-witte vogel gezien, noch zag u een dronken-nuchtere man, noch hebt u een zondaar-heilige gezien. Nee, dat hebt u niet, ze worden niet gefabriceerd. U bent met de Heilige Geest vervuld en met God die in u leeft, of u bent dat helemaal niet. U bent het of u bent het niet.

280 Dus daarom moet u zich herinneren dat Jezus aan uw deur staat en onthoud Gods belofte hier, dat Hij dat in deze tijd zal doen. Vanwege wat? Vanwege verwerping. Wat veroorzaakte dat Israël werd afgehouwen, de oorspronkelijke boom? Omdat zij de Pinksterboodschap van Paulus verwierpen. En gelooft u dat dit het laatste gemeente-tijdperk is? De Bijbel heeft dat gezegd! En wat staat er dat er met hen gaat gebeuren? Ze zullen worden afgesneden omdat zij de Pinksterboodschap verwerpen en dan zal God weer naar de Joden terugkeren.

281 Dan zal geheel Israël worden gered omdat Hij ze als een natie zal nemen, niet per individu. Maar voor u en mij is het individueel, want Hij komt tot de Joden... Handelingen, in het boek Handelingen ging Hij naar de heidenen om "een volk uit de heidenen te nemen voor Zijn Naam", Zijn bruid. "Een volk", één hier, één daar, één elders, en Hij handelt met ons als individuen, ongeacht ras, geloofsrichting of kleur. Hij zal met ons handelen als individuen, het is Zijn boeket dat Hij op Zijn altaar zal zetten. Maar wat betreft de Joden, Hij handelde met Israël altijd als een natie, zij zijn een natie van mensen; Zijn natie.

282 Ik ben vanavond blij dat we deze boodschap hebben. En ik ben zo blij dat u aanwezig was, en uw aanwezigheid wordt door mij zeer op prijs gesteld. Ik ben de almachtige God dankbaar dat Hij me laat zien wat ik heb gezien en dat ik in staat was het aan deze gemeente uit te brengen en nu is het van mijn hart af. Want gedurende enige tijd handelde de Heilige Geest met mijn hart en ik kon het niet van me afschudden, ik moest erop ingaan.

     Er waren twee dingen waartoe ik me geleid voelde.

283 Naar Shreveport gaan in Louisiana, voor een samenkomst bij broeder Moore. Mijn vrouw die daar zit kan het u vertellen. Gedurende een paar weken huilde ik er bijna om, wilde naar Shreveport gaan. Waarom? Iedereen die daar in Shreveport was weet nu waarom. Ze hadden nog nooit zoiets gezien of gehoord. Predikers kwamen overal vandaan, Baptisten en allerlei soort. Eén man vertelde dat hij juist z'n hand uitstak naar de koelkast en dat de Heilige Geest op hem kwam en zei: "Ga naar Shreveport, Louisiana, daar zal je worden verteld wat je moet doen." Vertelde hem mijn naam en hoe het te vinden... Zei: "Hij zal je vertellen wat je moet doen."

284 Ik zei: "Het bad beneden aan de trap is open. U hebt de doop van de Heilige Geest nodig." En daar...

285 Zulk soort gebeurtenissen: mensen spraken en profetieën en dergelijke, voorzegden dingen die daar precies onder ons gebeurden.

286 Toen zei ik: "Ik moet naar Jeffersonville gaan en dit boek schrijven, omdat ik niet weet hoe lang ik hier nog zal zijn. Maar als ik dìt naar voren breng en het wordt opgeschreven, dan zullen de woorden nadat ik ben heengegaan doorleven." Ik heb de geschiedenis opgeschreven die in het boek zal komen. En ik ben hier gekomen om het voor de gemeente te brengen om de inspiratie van de Heilige Geest te vinden, want ik wist deze dingen niet van mijzelf. Dat is waar. Dat is in de Naam van de Heer, dat is waar. Ik wist ze niet.

287 Nu voel ik mij bevrijd, ik voel dat God ons de boodschap heeft gebracht. Ik geloof dat we aan het einde van de weg zijn, ik geloof dat het uur voor de manifestatie van God, om onder ons bekend te worden gemaakt, hier is. En ik weet niet hoeveel langer het zal zijn, maar het uur is weldra op handen.

288 We zien uit naar die grote die zal opstaan. Hij zou in mijn dag mogen komen, hij zou in een latere dag mogen komen, ik weet het niet. Hij zou hier nu midden onder ons kunnen zijn, we kunnen het niet zeggen. De Heilige Geest is hier om ons tot die tijd te leiden. Als deze leider ons dan zal overnemen zal hij nog steeds de gezalfde van de Heilige Geest zijn; dat zal Elia zijn, natuurlijk, die zal komen. Maar hij zal de leider zijn die de harten van de kinderen zal doen keren, of de harten van kinderen terug tot de boodschap van de Vader, terug tot de boodschap van onze hemelse Vader op de Pinksterdag toen Hij Zijn Geest uitstortte.

289 Door die kleine leidraad bracht ik het zo nauwkeurig als ik maar kon door de geschiedenis en de Bijbel en heb ik aangetoond dat die zaak regelrecht door de gemeente-tijdperken is heen gekomen en dat is het vandaag; liet zien dat denominaties een vloek zijn voor God. Ik hoop dat dat in uw gedachten is verankerd door middel van de Bijbel, door de handelingen van de apostelen, door de geschiedenis en alles. Dat...

290 Er is nog nooit een tijd geweest dat God ooit zijn gemeente heeft georganiseerd. De moeder van georganiseerde kerken is de Rooms-katholieke hiërarchie. De Rooms-katholieke kerk is de moeder van de organisaties. En zodra de opwekking in een bepaalde protestantse groep doorbreekt, gaan ze regelrecht terug en doen dezelfde zaak. En de Bijbel zei: "Ze was een hoer en zij had dochters die kerken waren, die van haar vandaan kwamen." Ze moesten vrouwen zijn om prostituées te zijn. En daar is zij. Dus we zitten...

291 Maar Hij zei ook dit: "Vrees niet, klein kuddeke, het is uws Vaders welbehagen u het Koninkrijk te geven." Mogen wij dat allen zijn op die dag, u Methodisten, Baptisten of wat u ook bent: "Wie de deur zal opendoen, Ik zal binnenkomen en maaltijd met hem houden."

292 Mogen wij daartoe gerekend worden, mijn broeders, mijn zusters, mogen wij op die dag gerekend worden tot die kleine kudde. Mogen wij een deel zijn van die kleine kudde die aan het wachten is wanneer Hij komt, als Hij komt om ons wereldwijd mee te nemen. Want de opname zal universeel zijn. "Er zullen er twee in bed liggen, Ik zal er één nemen; twee in het veld en Ik zal er één nemen." Dat toont dat het aan de ene kant van de aarde nacht zal zijn en aan de andere kant daglicht, zie. Dus er zullen er twee in bed zijn, twee zullen in het veld zijn, ziet u. "Ik zal er een van elk nemen."

293 En zoals ik vanmorgen zei, een dezer dagen zult u over de weg rijden en met moeder praten en u zult omkijken en ze is weg. U zult aan tafel zitten en uw koffie drinken of uw ontbijt nuttigen of zoiets, en dan kijkt u ineens om u heen en vader is er niet meer. Zo is het precies. Het komt eraan en we weten niet op welke tijd. Maar de zaak is, als het voorbij is dan is het voorbij, dan kunt u er niets meer aan doen. U zegt: "Dat heb ik al zo lang gehoord." Maar u zult het eens voor de laatste keer horen. Dat is juist. Het zal gaan gebeuren omdat het het Woord des Heren is. En onthoud, heeft het eenmaal gefaald gedurende deze acht avonden dat ik heb gepredikt? Wat Jezus hier heeft gezegd is komen te geschieden en deed dat in ieder gemeente-tijdperk nauwkeurig.

294 En we zien dit gemeente-tijdperk er precies in passen en op de juiste tijd. Zelfs vanmorgen bij het typeren van de maagden, precies op de tijd dat de slapende maagden... Nu, onthoud dat de Bijbel zei dat de slapende maagden... toen de roep uitging: "Ziet, de Bruidegom komt, de komst des Heren" en het prediken van het Woord. En wat gebeurde er toen? "De tijd is nabij, atoombommen en alles is gereed", de predikers rennen de straat op en beginnen de boodschap uit te bazuinen.

295 En zodra zij dat doen zal de grote kerk, de slapende maagd, dan zeggen: "O, wel, we zijn gedurende een lange tijd Presbyterianen geweest, misschien moeten we het bestuderen en uitzoeken. Ja, weet u, ik geloof dat we de Heilige Geest nodig hebben." En ze zijn er nu mee begonnen pamfletten, en van alles, over te schrijven. En ze zeiden: "Wilt u ons er iets van geven?"

296 En zij zeiden: "Nee, we hebben maar net genoeg voor onszelf."

297 Dus toen ze heengingen om de Heilige Geest te krijgen, erom gingen bidden, zoals de kerken, de grote fijne kerken vandaag aan het doen zijn – de organisaties – toen zij heengingen om de Olie te krijgen, toen kwam de Bruidegom. Ze proberen het dus nu op dit moment te krijgen, grote kerken, organisaties, grote internationale samenkomsten die hierover gaan; ze zeggen in de georganiseerde kerken: "We moeten terugkeren naar de pinksterzegen. We moeten Goddelijke genezers in de kerk hebben. We moeten sprekers met tongen hebben. We moeten uitleggers van tongen hebben. We moeten al deze geestelijke gaven in onze kerk hebben en we zullen eenvoudigweg beginnen met samenkomsten te houden en beginnen het te doen." Ze richten raden op die er al mee zijn begonnen. Terwijl zij daarmee zijn begonnen, is het precies de tijd dat de Bruidegom komt en degenen mee neemt die Olie in hun lamp hadden en weggaan.

298 Toen kwamen zij, en wat gebeurde er? Zij werden in de buitenste duisternis geworpen (de grote verdrukkingsperiode) waar wening zal zijn en knarsing der tanden, terwijl de bruid in de hemel is. Oh!

299 Dan zal Hij aan het einde van die drieëneenhalf jaar komen zoals Jozef deed en Zichzelf bekend maken aan Zijn broeders. Ze zullen iedereen oproepen tot rouw bedrijven en ze zullen zeggen... Ze zullen hun families afzonderen en wenen en zeggen: "Waar kreeg U die littekens?" En ze zijn doorstoken... Degenen die Hem doorstoken hebben zullen Hem zien en Hij zal Zichzelf bekend maken aan Zijn broeders.

300 Nu probeert Hij Zichzelf bekend te maken aan Zijn gemeente en ze hebben Hem eruit gedrukt. En Hij staat nog steeds te kloppen en zegt: "Is daar nog iemand binnen? Iemand die zou willen open doen en Mij binnen laten om met u te praten?"

301 Ik ben blij, zo dankbaar dat ongeveer... vele jaren geleden, ongeveer achtentwintig jaar geleden ik die klop op mijn hart voelde. En ik... Hij kwam binnen, ik heb sindsdien maaltijd met Hem gehouden en Hij met mij. En ik ontving de pinksterzegen, ontving de Heilige Geest.

302 Werd gedoopt in de Naam van Jezus Christus voor de vergeving van zonden, de enige keer dat ik ooit in m'n leven ben gedoopt, één keer. Toen ik nog slechts een knaap was kon niemand mij wijsmaken dat er drie Goden zijn. Nee, dat kon je niet door mijn keel proppen. Dat kunt u niet kwijt aan iemand die iets weet... die weet wat God is. Dat is zo. Dus toen ik werd gedoopt, doopte een Baptistenprediker mij. Ik zei: "Ik wil worden gedoopt in de Naam van de Here Jezus Christus." Dr. Roy E. Davis, doopte mij in de Naam van de Here Jezus Christus, toen ik nog maar een jongen was. Ziet u? Dat is waar. Dus ik geloofde het, ik ben erbij gebleven en ik weet dat het de waarheid is. Het is Gods eeuwig Woord. Dat is juist.

'k Ben zo blij dat ik kan zeggen: "Eén van hen."

Eén van hen, één van hen;
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen: "Eén van hen."
Eén van hen, één van hen;
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen: "Eén van hen."

Deze mensen zijn niet erg geleerd,
Noch wereldwijd beroemd;
Zij allen ontvingen hun Pinksteren,
Gedoopt in Jezus' Naam.
En vertellen nu toch overal:
"Zijn kracht is nog gelijk."
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen: "Eén van hen."

303 Bent u blij? Als u dat bent, steek dan uw hand op.

Eén van hen, één van hen;
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen: "Eén van hen."
Eén van hen, één van hen;
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen: "Eén van hen."

Kom, mijn broeder, zoek die zegen,
't Maakt uw hart van zonde vrij;
Vreugdeklokken zullen luiden,
En het houdt uw ziel in vuur.
Het is brandend binnenin mijn hart,
O, glorie voor Zijn Naam!
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen: "Eén van hen."

O, één van hen, één van hen;
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen: "Eén van hen." (Halleluja!)
Eén van hen, één van hen;
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen: "Eén van hen."

Allen samen in de opperzaal,
Zo biddend in Zijn Naam;
Door het dopen met de Heilige Geest
Kwam kracht op allemaal.
Nu, wat Hij deed voor hen die dag,
Zal Hij ook zo doen voor u.
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen:...

304 Laten we elkaar de hand schudden, voor, achter, en opzij.

Eén van hen, één van hen;
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen: "Eén van hen."
Eén van hen, één van hen;
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen: "Eén van hen."

O, één van hen, één van hen;
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen: "Eén van hen."
Wel, één van hen, één van hen;
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen: "Eén van hen."

Eén van hen, één van hen;
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen: "Eén van hen."
Eén van hen, één van hen;
'k Ben zo blij dat ik kan zeggen: "Eén van hen."

305 Bent u niet blij één van hen te zijn? [De samenkomst antwoordt: "Ja! Amen! Halleluja!" – Vert] Luidruchtige groep.

306 [Een broeder spreekt in een andere tong. Een broeder geeft een uitlegging:] Ja, Ik ben tot u gekomen vanavond, Mijn volk, ja als het vuur van de smelter. Ja, Ik ben tot u gekomen deze avond als de zeep van de voller. Ja, Ik zeg u: Zovelen als Ik liefheb, bestraf Ik, ja, en kastijd Ik.

     "Ik zeg u: Bekeert u, ja, bekeert u en wordt veranderd, ja, opdat al uw zonden mogen worden uitgewist. De tijd der verfrissing is nu gekomen van de tegenwoordigheid des Heren. Ja, Ik zeg u, Mijn volk, luister naar de stem van Mijn profeet die Ik u heb gezonden om u deze tegenwoordige Waarheid te verklaren. Ja, Ik zeg u, wordt bevestigd in deze tegenwoordige Waarheid, ja, dit vaste woord der profetie, ja, die tot u is gekomen uit Mijn Woord. Ik zeg u, Ik zal dit Woord voor u bevestigen naarmate de dagen voorbijgaan", spreekt de Geest des Heren

     Wat danken wij U, Vader, voor Uw goedheid en genade voor ons, de onwaardigen. Om er aan te denken dat U nu Uw boodschap aan ons wilt bevestigen, Here, die aan de mensen is beloofd. Ik bid, God, dat Uw genade op hen moge rusten.

307 Mocht er hier één zijn die Hem niet als Redder kent, en u zou Hem nu direct in uw hart willen vinden als de Redder, wilt u dan op uw voeten gaan staan als wij voor u bidden? Hij zei dat Hij deze boodschap zou volvoeren en Hij wilde Zijn Woord aan u bewijzen. Als hier iemand is die Hem niet kent en Zijn Geest niet heeft ontvangen, Hij spreekt tot u.

308 In orde, diegene daar achteraan, wilt u even opstaan, broeder? [Een broeder in de samenkomst spreekt – Vert] Hij wil met de Heilige Geest worden gedoopt, is dat het, broeder? God zegene u. Blijf staan waar u bent. Is er een ander die zou willen opstaan en zeggen: "Ik zou met de Heilige Geest willen worden gedoopt." God zegene u, broeder. God zegene u. Sta op. Blijf gewoon staan. Nog iemand anders die de Heilige Geest zou willen ontvangen en worden gedoopt, die nu direct in onze gebeden gedacht wil worden, die met de Heilige Geest wil worden gedoopt? Is er nog iemand voordat ik zeg wat ik ga zeggen, die wil gaan staan en worden ingesloten?

O, wilt u gerekend worden als één van Zijn kudde? (Wilt u dat?)
Wees vlekkeloos binnenin,
Wees waakzaam en wachtend om dat schouwspel te zien:
Hij komt weer terug.

309 Hij komt weer terug. Wilt u Zijn vijand zijn of wilt u Zijn kind zijn? Op die morgen is het een toornige God, Hij zal niets anders erkennen dan het bloed van Jezus. Hij zal nimmer... Uw lidmaatschap van een kerk zal niets voor Hem betekenen. Niets anders dan het bloed!

O, dierbaar is die stroom,
Die mij wit maakt als sneeuw;
Geen andere bron ken ik,
Niets dan het bloed van Jezus.

Wat kan mijn zonden weg wassen?
Niets dan het bloed van Jezus.
Wat kan mij weer genezen?
Niets dan het bloed van Jezus.

O, dierbaar is die stroom,
Die mij wit maakt als sneeuw;
Geen andere bron ken ik,
Niets dan het bloed van Jezus.

[Broeder Branham begint het lied te neuriën – Vert.]
Niets dan het bloed van Jezus.
Dit is al mijn rechtvaardigheid,
Niets dan het bloed van Jezus.

310 Is daar nog iemand anders?

O, dierbaar is... (Niets kan standhouden, broeder, zuster. De wereld zinkt weg; ze is verloren!)
... als sneeuw;
Geen andere bron ken ik,
Niets dan het bloed van Jezus.

311 Langzaam, Teddy, als je wilt "Daar is een bron gevuld met bloed, geput uit Immanuëls aderen."

312 Nu, vrienden, u die op uw voeten staat, probeer de lieflijkheid van de Here Jezus aan te nemen. Dezelfde Bijbel die ons vertelt dat deze dingen zouden gebeuren, heeft ze exact tot stand gebracht zoals Hij het beloofde. "Nu is de belofte", zei Petrus, "voor u en voor uw kinderen en voor degenen die veraf zijn, zovelen als de Here onze God ertoe roepen zal."

313 U stond op omdat u de zegen van God op u wilt hebben. En dan bid ik voor u als Zijn dienstknecht, ik bid dat God u de doop van de Heilige Geest zal geven. En ik vraag me af of u dit in uw hart kunt doen, als u oprecht bent, of u deze belofte aan God wilt doen: "God, ik zoek vanaf deze tijd dat ik op m'n voeten sta deze doop van de Heilige Geest; ik zal voortdurend bidden en wachten totdat U mij vult met de Heilige Geest." Wilt u die belofte aan God doen door uw hand op te steken? "Ik zal voortdurend bidden, voortdurend, totdat U mij vult met de lieflijkheid en goedheid van de Geest."

     Ik zal nu voor u bidden terwijl wij onze hoofden buigen:

314 Onze hemelse Vader, zij zijn de trofeeën van Uw tegenwoordigheid. Zij weten dat deze woorden waar zijn omdat ze van U zijn. Zij weten dat ze werden gegeven door de Heilige Geest omdat zij het Woord van God zijn. En ze zijn er van overtuigd dat zij U nodig hebben, dat ze de lieflijkheid van de Heilige Geest in hun leven nodig hebben om hun overwinnende kracht te geven. "En zij zullen kracht van omhoog ontvangen", de kracht ontvangen om een Christenleven te leven, kracht ontvangen om verzoeking te wederstaan. Zoals het lied zei dat we zojuist zongen: "Ze waren vergaderd in de opperzaal en baden in Zijn Naam; ze werden met de Heilige Geest gedoopt en kracht voor dienen kwam." Dat willen zij hebben, dat kracht om te dienen op hen komt.

315 Ik bid U, Vader, als Uw dienstknecht, terwijl U zag hoe ze hun handen opstaken, zij hebben U een plechtige gelofte gedaan en een belofte dat zij nimmer zullen stoppen, ze zullen het niet terzijde leggen, maar zij zullen bidden totdat U hen vult, Here, tot dat bevredigende deel van Uw heilige tegenwoordigheid in hun leven is gekomen. Ik bied mijn gebed aan in hun plaats, Here, als Uw dienstknecht, dat zij vervuld zullen worden met de Heilige Geest. Here, ik bid dat zij deze kerk niet zullen verlaten totdat dat gebeurt, dat ze precies hier zullen zijn totdat iedere ziel gevuld is met de Heilige Geest. Sta het toe, Here.

316 Gij zijt God, de Almachtige, U werd in het vlees gemanifesteerd om de zonden der wereld weg te nemen. U stond op de derde dag op, ging naar omhoog. En U bent vanavond hier temidden van ons in de naam van de Heilige Geest. En wij bidden, Vader, dat U, onze dierbare Heer, ieder van hen wilt vullen met Uzelf. En mogen zij een zegen zijn voor Uw koninkrijk en in de toekomende wereld. En op een dag wanneer U tenslotte het einde van de weg bereikt – wat vandaag zou kunnen zijn – wij weten niet wanneer dat zal zijn. Maar mogen wij in staat zijn, Here, om gerekend te worden tot degenen die in de opname gaan. Mogen dezen degenen zijn die in de opname gaan. Moge ieder persoon in Goddelijke tegenwoordigheid en allen die met de Geest zijn vervuld, die God toebehoren, in de opname gaan.

317 Neem dezen vanavond naar binnen, Vader. Zij zijn nu de Uwen, ik beveel hen bij U aan. In de Naam van Jezus Christus. Amen.

318 Nu wil ik dat de overigen van u die bij deze mensen staan, die de Heilige Geest hebben, dat u opstaat en uw handen op hen legt.

... een bron gevuld met bloed,
Geput uit Immanuëls aderen.
En zondaren gedompeld in die vloed,
Verliezen al hun zondige vlekken.
Verliezen al hun zondige vlekken;
Verliezen al hun zondige vlekken.
En zondaren gedompeld in die vloed,
Verliezen al hun zondige vlekken.

De stervende dief verheugde zich
In zijn dag die bron te zien;
En daar mag ik, zo vuil als hij,
Al mijn zonden weg wassen.
Al mijn zonden weg wassen;
Al mijn zonden weg wassen.
En zondaren gedompeld in die vloed,
Verliezen al hun zondige vlekken.

319 Hef nu uw handen op tot God en prijs Hem. Zeg: "Dank U, Here. Ik ben opgestaan, ik wil U prijzen. Ik wil U danken voor Uw zegeningen, voor Uw goedheid en voor het geven van de Heilige Geest aan mij." Dank U, Here! Dank U, Here! Dank U, dat U roept, dat U ons geeft... U houdt Uw belofte, U kunt die niet achterhouden. Wij geloven U. [De samenkomst aanbidt – Vert]

320 Bent u niet blij? Zeg: "Prijs de Here!" Teddy, nog één: "We vinden veel mensen die niet kunnen begrijpen dat dit als de hemel is voor mij."

We vinden veel mensen die niet kunnen begrijpen,
Waarom wij zo blij zijn en vrij;
We zijn de Jordaan overgestoken naar 't mooie land Kanaän,
En dit is als de hemel voor mij.

O, dit is als de hemel voor mij,
O, dit is als de hemel voor mij;
Wel, ik ben de Jordaan overgestoken, naar 't mooie land Kanaän,
En dit is als de hemel voor mij.

O, wanneer ik blij word, dan zing ik en juich,
De duivel gelooft het niet, zie ik;
Maar ik ben met de Geest vervuld, daar is geen twijfel aan,
En dat is wat er met mij is.

Wel, dat is wat er aan de hand is met mij (Prijs God!),
O, dit is als de hemel voor mij;
Ik ben de Jordaan overgestoken naar 't mooie land Kanaän,
En dit is als de hemel voor mij.

321 Maakt dit u niet gelukkig? Goed. Geef iemand een hand, zeg: "Prijs de Here! Dit is als de hemel."

Neem de Naam van Jezus mede,
Kind van kommer en van smart;
Dat geeft u de ware vrede,
Draag die altijd in uw hart.

Dierb're Naam, o hoe zoet!
Hoop der aard' en 's hemels vreugd;
Dierb're Naam, o hoe zoet!
Hoop der aard' en 's hemels vreugd.

Voor de Naam van Jezus buigend,
Val ootmoedig voor Hem neer;
Koning der koningen zullen we Hem kronen,
Als onze reis ten einde komt.

Dierb're Naam, o hoe zoet!
Hoop der aard' en 's hemels vreugd;
Dierb're Naam, o hoe zoet!
Hoop der aard' en 's hemels vreugd.

322 Nu rustig, met onze hoofden gebogen:

Neem de Naam van Jezus mede,
Als een schild in ied're strijd;
Als verzoekingen u omringen,
Fluister dan die heilige Naam in gebed.

Dierb're Naam, o hoe zoet!
Hoop der aard' en 's hemels vreugd;
Dierb're Naam, o hoe zoet!
Hoop der aard' en 's hemels vreugd.