Hoofdmenu  
Home English (United States)
Download  
E-Book
E-BookE-Book
ePub Download ePubePub is de meest gangbare formaat voor E-Book readers. Het heeft geen absolute paginaindeling. meer info...

15 juni

Dag 167

En zij, losgelaten zijnde, kwamen tot de hunnen, en verkondigden al wat de overpriesters en de ouderlingen tot hen gezegd hadden. En toen dezen dat hoorden, hieven zij eendrachtig hun stem op tot God, en zeiden: Heere! Gij zijt de God, Die gemaakt hebt de hemel, en de aarde, en de zee, en alle dingen, die daar in zijn. Die door de mond van David Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenen, en hebben de volken ijdele dingen bedacht?

Handelingen 4:23-25
---o--O--o---

Petrus zei: “Ik heb zilver noch goud, maar wat ik heb geef ik u: In de Naam van Jezus Christus van Nazareth, sta op en wandel.” En de man aarzelde een beetje en Petrus greep hem vast bij zijn armen, hij en Johannes, en tilden hem op en zijn enkels ontvingen kracht. Hij begon te huppelen en God te prijzen. Het veroorzaakte iets bij de aanwezigen. Ze namen hen gevangen en geselden hen en bedreigden hen dat ze niet meer zouden prediken in zo’n naam en deze Pinksterketterij niet verder zouden verspreiden.

Dus nadat ze dat hadden gedaan, gingen ze met deze bedreiging naar buiten: dat ze in de gevangenis gegooid zouden worden als ze dit weer predikten, als ze iets over Jezus zouden zeggen dat Hij was opgestaan en dat de Heilige Geest hier was en wonderen deed. Weet u wat ze deden? Ze waren in de problemen. Er was een noodsituatie. Daarom gingen ze naar hun eigen gezelschap.

Daarheen behoorden we vanavond te gaan, niet weggaan om het aan de burgemeester van de stad te vragen hoe we dit zouden moeten doen, of hoe we dat zouden moeten doen. We behoorden niet iemand er op uit te sturen naar een bepaalde opleidingsschool om te vragen hoe we dit moeten doen of hoe we dat moeten doen. Als onze kerk geestelijk afzwakt, dan is de zaak die we moesten doen een conferentie met God houden.

In Handelingen 4 hielden ze een conferentie. En ze predikten, en ze baden zoals dit: “Here, waarom hebben de heidenen gewoed en de volkeren ijdele raad bedacht? Is het juist voor ons te weigeren Goddelijke genezing te prediken in onze boodschappen? Moeten we Goddelijke genezing prediken of moeten we daarvan afzien? O Here, wij weten wat Uw Woord heeft gezegd; geef ons dus vrijmoedigheid, moed.” Oh.

Toen werd het huis waar zij waren vergaderd, bewogen. Wat een antwoord. Geef ons zo’n conferentie op Eleventh and Garfield; we zullen het volle Woord van God prediken; we zullen op alles staan wat God zei om op te staan. Wij zullen geloven om dood in zonde en levend in Christus te zijn. Wij geloven dat een man die dood is voor zonde, wegblijft van de dingen van de wereld, omdat ze dood zijn voor hem. Er zijn geen roddels meer en gepruil en ruzies en gevechten en gezeur. Hij is in vrede met God en met de gemeente van dan af totdat hij van de aarde wordt weggehaald.

Ik geloof dat de Heilige Geest de natuur van de wereld in een man of vrouw doodt. Beslist. Ik geloof dat Goddelijke genezing juist is. Ik geloof dat de kracht van de Heilige Geest vandaag even groot is als toen het werd uitgestort op Pinksteren. Ik geloof dat het de muren van afscheiding neerhaalt en een broederlijke liefde brengt, zodat de duivel en al de zorgen van de wereld ons niet kunnen scheiden van de liefde Gods die in Christus is. We hebben een conferentie nodig, een echte conferentie om ons in deze tijden bij elkaar te brengen.


Aanhaling genomen uit de prediking: